|
31-03-1986
Internationale races Hengelo

De 20e wegrace op de "Varsselring" zal het
publiek, de coureurs en de organisatie nog lang heugen. Niet omdat
deze jubileumrace zo mooi was, maar omdat het zo'n natte, modderige en
langdradige affaire is geworden. Wat betreft dat natte en modderige treft de HAMOVE geen
enkele blaam. Het langdradige moet echter met dikke letters op het conto
van de organisatie worden gezet. Men vierde namelijk het
jubileum middels een overladen programma met als middelpunt een veteranen-regelmatigheidsrace
over twee manches. Daartoe waren een kleine honderd trotse bezitters
van o.a. Nortons, Jawa's, Aermacchi's, BSA's, Velocettes enz.
uitgenodigd om hun rondjes op de "Varsselring' te draaien. Dit
werd een tijdrovende aangelegenheid. Niet alleen vanwege het grote
deelnemersveld, maar ook door de overvloedige hoeveelheid olie, die op
de toch al natte baan werd verspreid. Beter ware het wanneer de HAMOVE de oldtimers een manche
had laten rijden en vervolgens ten toon had gesteld op een voor het
publiek toegankelijke plaats. Daarmee had men kunnen voorkomen dat de
zijspannen bij de invallende duisternis nog de finish moesten
passeren.
 |
|
veteranen-regelmatigheidsrace
|
JUBILEUMRACE VALT
IN HET WATER
Alsof het de gewoonste zaak van de
wereld was nam Koos van Leijen na het behalen van een derde plaats in
de eerste manche en een tweede in de tweede manche, de felicitaties in
ontvangst. Op het erepodium complimenteerde hij, gelijk een pure
professional, Gustav Reiner met de totaaloverwinning en wenste hij
Simon Buckmaster geluk met de derde plaats. Op de vraag hoe hij tot
zo'n schitterende prestatie kon komen, antwoordde de boomlange Van
Leyen: "Ik ben in de tweede manche rustig achter Buckmaster
blijven rijden. Halverwege de race heb ik hier en daar geprobeerd hem
uit te remmen en toen ik zeker wist dat ik hem kon hebben, heb ik
toegeslagen."Voor iemand die pas voor het tweede seizoen actief is in de 500 cc klasse en nog nauwelijks internationale ervaring heeft
(Assen '85: EK 9e plaats), moet dit toch een verrassend resultaat
zijn? "Eigenlijk niet. Ik heb met mijn Moto Guzzi een aantal
jaren flink hard moeten sturen om voorin mee te kunnen komen. Die
ervaring werpt nu zijn vruchten af. Bovendien heb ik nu een goed lopende
Suzuki. Kortom, ik weet dat ik aardig mee kan komen, zonder mij te
forceren", is zijn nuchtere reactie. Ook voor de rest van het
seizoen heeft Koos een uitgesproken nuchter plan. "Dit jaar wil
ik de zaak rustig opbouwen door alles in Nederland te rijden, wat er
maar te rijden valt. Bovendien hoop ik aan het EK in Assen te kunnen
deelnemen."
Succes en teleurstelling liggen erg
dicht bij elkaar in de sport. Terwijl Koos van Leijen werd omringd door
talrijke verslaggevers liep Boet van Dulmen samen met zijn monteur
Gerrit Veldscholten met gebogen hoofd naar het in een modderpoel
veranderde rennerskwartier. In de eerste manche moest hij met een gat
in een zuiger uitvallen. Na keihard sleutelen verscheen Boet toch weer
aan de start voor de tweede manche. "Ik wil hoe dan ook de tweede
manche rijden. Het zit de mensen van de HAMOVE met dit
verschrikkelijke weer toch al niet mee." Van Dulmen reed de
tweede manche wel uit, zij het op een voor hem ongebruikelijke vijfde
plaats. De winnaar van de eerste manche, Didier De Radiguès, kwam
helemaal niet aan de finish. "Voor de start heb ik het achterwiel
nog laten verwisselen. Waarschijnlijk stond alles niet in lijn, want
in de opwarmronde slipte de ketting al veelvuldig over het
achtertandwiel. Bij de start sloeg de ketting vast, blokkeerde het
achterwiel en trapte ik de kuip los." Hennie Boerman verscheen de
tweede manche niet aan de start, omdat zijn Suzuki dubbelgevouwen in
de bus lag. Hij had zich in de eerste manche, in tweede positie
liggend, onderuit geremd. Ook Henk van der Mark moest het bij een
kortstondig optreden in de eerste manche houden. "In de vierde
ronde moest ik onverwacht hard in de remmen, omdat Gustav Reiner te
vroeg remde. Ik kwam daarbij in een naast de baan gelegen greppel. Een
salto-mortale van mij en mijn motor was het gevolg. Daarbij is er
zoveel modder in het blok gekomen, dat opnieuw starten onmogelijk
was."
Duitse overmacht
 |
|
Start
250cc, Reinhold Roth (#41), Dirk Verwey (#9), Harald
Eckl (#40), Manfred Herweh (#42), Brent Jones (#44) & Frank
Wagner (#43).
|
Een klein remfoutje was er de oorzaak
van dat er geen succesverhaal viel op te tekenen uit de mond van een
verrassend sterk rijdende jonge Nederlandse coureur. Al jaren
achtereen zijn het de buitenlandse coureurs die de dienst uitmaken in
de internationale kwartliterraces op de Nederlandse circuits. In de
eerste manche van de 250 cc race leek
daar eindelijk eens een einde aan te komen. Gevestigde GP-kanonnen als
Reinhold Roth, Harald Eckl en Manfred Herweh zagen vier ronden lang in
de verte een jonge coureur uit Twente voor zich uit snellen. Na een
bliksemstart had Andre Stamsnijder niet alleen de kop gepakt, maar
bleek ook in staat, de leiding verder uit te bouwen. In de vijfde
ronde ging het echter mis. In de bekende Molenbocht remde Stamsnijder,
toch bekend om zijn solide stijl van rijden, iets te hard en ging
onderuit. Reinhold Roth kreeg hiermee de overwinning op een presenteerblaadje
aangeboden. Manfred Herweh ging met zijn bijzonder mooie Aprilia ook
onderuit. Achter Frank Wagner, Brent Jones, Siegfried
Minich en Harald Eckl, finishte Ad Spruyt als beste Nederlander. De tweede manche werd opnieuw een
overwinning voor de pijprokende Roth. Andre Stamsnijder revancheerde
zich op fantastische wijze door Eckl en Herweh
van zich af te schudden en als tweede te finishen. Guus ten Tije werd
vijfde en Ad Spruyt herhaalde zijn prestatie van de eerste manche.
Nadat het totaalklassement was opgemaakt werd Spruyt na Roth en Eckl
als derde gehuldigd. "In '81 heb ik voor het laatst op een
erepodium gestaan. Zal hiermee een einde gekomen zijn aan alle
tegenslagen van de laatste jaren?" vroeg Spruyt zich af.
De grootste pechvogel was zondermeer
Dirk Verwey. Beide manches stond hij na zijn sterk optreden in de
trainingen op een prima tweede startplaats. Helaas kreeg hij beide
keren. zijn machine niet aan de praat.
Zoals een wereldkampioen betaamt
Dertien zijspancombinaties verschenen
voor de eerste manche aan de start. Al na een halve ronde verdween
Rolf Biland, een van de grootste smaakmakers van de driewieler klasse,
met een vastloper uit de race. Ook in de trainingen had Biland reeds
tweemaal te kampen gehad met dit euvel. De voorraad cilinders voor
zijn Krauser-blok was daarmee totaal uitgeput, zodat Biland de tweede
manche niet eens meer kon rijden en zijn geplande trip naar Engeland
moest worden afgezegd. De Zwitser lijkt met de GP's in het verschiet
al tegen een hopeloze achterstand op Streuer/Schnieders aan te kijken.
De wereldkampioenen dulden in de eerste manche Theo van Kempen/Geral de
Haas bij zich in de buurt. In de tweede manche mochten de gebroeders
Egloff en Derek
Jones/Brian Ayres de Assenaren van dichtbij volgen. Tegen het eind
van beide manches liet Egbert Streuer echter even zien dat hij op dit
moment de enige echte kampioen is. Theo van Kempen kreeg bij de
tweede start zijn machine pas na heel lang duwen aan de praat. Meer dan
een zevende plaats zat er daarna niet meer in.
Anton Straver snel
Het aantal starters in de 125 cc
klasse bedroeg niet meer dan een dozijn. De organisatie had een aantal
sterke internationale coureurs gecontracteerd om Anton Straver van de
nodige concurrentie te voorzien. Na de training leek Straver met een
derde tijd eenvoudig te kloppen. Na een dag van keihard sleutelen bleek
de Nederlandse kampioen echter voor iedereen te snel. Jean-Claude
Selini heeft serieus geprobeerd de inmiddels 41-jarige Straver het
vuur na aan de schenen te leggen, maar moest zijn inzet met een
schuiver bekopen. De beide heren hadden op dat moment al zo'n enorme
voorsprong, dat Selini, nog voordat de rest van het deelnemersveld was
gepasseerd, zijn race kon
vervolgen. De Fransman werd ruim tweeëntwintig seconden na Straver toch als tweede
afgevlagd. De Zweed
Hakan Olsson passeerde op het korte stukje tussen de Molenbocht en de
finishlijn
nog de Fin Johnny Wickström. Jan Eggens kwam met zijn fraaie EGA-LCR
ten val, waarbij zijn bijzonder mooie machine deerlijk werd gehavend.
Afvalrace
Drieëntwintig coureurs, gezeten op een
80 cc machine of een 125 cc ééncilinder motor stonden klaar voor de race
in de gecombineerde 80/125 cc klasse. Hans Spaan leidde van start tot
finish, terwijl achter zijn rug maar liefst
vijftien coureurs het strijdtoneel
voortijdig verlieten. Het kwartet achter Spaan werd geleid door de 125
cc Rotax-coureur Arie Molenaar en de 80 cc piloten Wilco Zeelenberg,
Bertus Grinwis en Theo Timmer. Grinwis moest met machinepech naar de
kant. In de zesde ronde ging Wilco Zeelenberg onderuit. "Ik had
totaal verkleumde vingers, waardoor ik de koppeling niet meer kon
hanteren."Jos van Dongen was inmiddels van een negende positie
opgeklommen naar de derde plaats. In de laatste bocht zag hij zijn
poging
om ook nog de tweede plaats te bereiken totaal mislukt. Een afgebroken
remverankering was er de oorzaak van dat hij onderuit ging. Theo
Timmer werd als derde afgevlagd, voor Hans Koopman en Kees Besseling.
Wij misten dit weekeinde Henk van Kessel. Via de telefoon liet Henk ons weten waarom hij niet in Hengelo
was verschenen. ,,De organisatie was niet eens bereid mijn reiskosten
te vergoeden en liet duidelijk doorschemeren dat men helemaal geen
belang had bij de 80 cc klasse. Een betreurenswaardige zaak, omdat dit
de enige solo-klasse is, waarin ook
internationaal door de Nederlanders
heel behoorlijk wordt gepresteerd." Na afloop moest worden geconcludeerd dat ook de HAMOVE,
als laatste internationale organisator, in de rode
cijfers is geraakt.
Ruim tienduizend betalende bezoekers
waren nodig om de kosten te kunnen dekken. Het juiste aantal was nog
niet bekend, maar een voorzichtige schatting ging in de richting van
ruim vierduizend betalende bezoekers.
|
|
Raceverslag
door Toon Kannekens (bron Moto 73)
|
|
Internationale
races Hengelo 125cc |
|

|
|
Hengelo
125cc, Anton Straver en Jean-Claude Selini |
|
|
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
©opyright 2006 Gerard van der
Pot. |