|
08-09-1985
EK
races Assen en 29-09-1985 EK
races Hockenheim
|
EK
races Assen

1985
NK Zandvoort Johnny Willemsen, Gerard vd Wal en Jos van Dongen promoten
EK-Assen
|
|
De waarde van het EK is
de laatste twee jaren in
de GP's volledig tot uitdrukking gekomen.
Helaas vinden wij maar weinig Nederlandse
coureurs terug in de tussenstand. Om onze coureurs nog eens duidelijk te
maken hoe leerzaam de competitie van het EK is, hebben wij enorm veel
Nederlanders toegelaten", liet Jaap Timmer ons de week voorafgaand
aan het evenement weten. Zijn ontwikkelingshulp in de Nederlandse
racerij is volledig geslaagd met een overwinning (Bert Smit), twee
tweede plaatsen (Jos van Dongen en Cees Doorakkers) en een derde plaats
(Rob Punt). "Sportief gezien was het EK een succes, maar met
vijfduizend toeschouwers langs het circuit is het met de financiën
droevig gesteld."
80
cc: Jos van Dongen aan de leiding
Na afloop van de trainingen was Jos van Dongen
bepaald niet optimistisch gestemd over zijn kansen: "Het Hertog Jan
team had mij de fiets van Hans Spaan ter beschikking gesteld, maar in de
eerste training brak het tandwiel van de tweede versnelling en ruïneerde
het carter. In de tweede training draaide mijn beste cilinder kapot,
zodat wij helemaal niets over de afstelling wisten." Om Jos
enigszins de helpende hand toe te steken kreeg hij van de
wedstrijdleiding toestemming om twee rondjes met de 125 cc klasse mee te
trainen. Prompt volgde daarop een protest van de overige rijders, met
als gevolg dat de 80 cc coureurs voor de race twee verkenningsronden
mochten rijden. Dit speelde Jos van Dongen weer in de kaart, want hij
ontdekte een kapotte bougie aan boord van zijn Casal en een te rijke
afstelling. Vanaf de derde startrij demonstreerde Van Dongen een
raketstart en ging drie ronden lang aan de leiding. Zijn grootste concurrent,
Schirnhofer, kwam erg slecht
weg en finishte uiteindelijk als
tiende. Bert Smit nam in de vierde ronde de
leiding van Van Dongen over en boekte de eerste overwinning in zijn carrière.
Op de vraag of hij hel niet onsportief vond van Smit om hem drie EKpunten af te
snoepen, antwoordde Jos: "Nee, in hel geheel niet. Wij hadden voor
de race afgesproken dat, als alles naar wens liep, we er een leuk duel
van zouden
maken. Maar omdat het zo nat was, heb ik geen enkel risico genomen en
Bert laten gaan. Bert heeft zelfs zijn diensten aangeboden, maar dat
wilde ik niet." Met nog twee EK's te gaan, staat Jos met elf punten
voorsprong op Schirnhofer aan de leiding in de tussenstand. Jan Verheul
scoorde met een achtste plaats ook nog drie punten.
125
cc: race om de troostprijzen
Met vier overwinningen op rij en een derde
plaats begon de Italiaan Pier Francesco Chili als de nieuwe Europese
kampioen aan de laatste 125 cc race van dit seizoen. De strijd om de
tweede tot en met de vierde plaats was nog geheel open en ging tussen
Paolo Casoli, Hakan Olsson en Paul Bordes. Chili nam in de eerste helft
van de race duidelijk een afwachtende houding aan ten gunste van zijn
teamgenoot Casoli. Toen deze echter vermogen verloor, versnelde Chili,
maar de Zweed Olsson was al te ver weggelopen om nog van de overwinning
afgehouden te worden. Achter de Oostenrijker Mike Leitner finishte
Casoli als vierde. De Fransman Bordes kwam niet verder dan een tiende
plaats. De Nederlandse deelname in deze klasse bestond uit negen
rijders, van wie er vijf voortijdig uit de strijd verdwenen. Roelof
Smeenge hield de schade voor ons land nog enigszins beperkt door als
zevende onder de zwart-wit geblokte vlag door te gaan.
Cees
Doorakkers op zijn niveau
Eindelijk weer eens lachende gezichten in het
kamp van Cees Doorakkers. De Flair-coureur werd en wordt nog steeds veel
talent toegedicht, maar helaas raakte hij dit seizoen volledig in de anonimiteit.
De keus voor de Grand Prix competitie leverde weinig en in de meeste
gevallen, helemaal geen succes op. Cees kwam meestal niet verder dan de
trainingen. "Achteraf gezien had ik misschien beter voor de EK's
kunnen kiezen, maar aan de andere kant heb ik ook geleerd wat er
allemaal voor komt kijken om met succes GP's te kunnen rijden",
vertelde Cees nuchter, nadat hij als tweede was gehuldigd in de 250 cc
klasse. Een klassering waarvoor hij alles moest geven. Zijn Honda kwam
duidelijk vermogen te kort op de Yamaha
van Edwin Weibel, maar, Cees kon dankzij zijn
stuurmanskunst aan het achterwiel van de Oostenrijker blijven.. "In
de laatste ronde had ik hem er al een paar keer uitgeremd, maar hij kwam
steeds weer langszij. In de Geert Timmerbocht wilde ik het weer
proberen, maar toen ging hij veel te laat in de remmen en belandde naast
de baan." Ook vorig jaar knokten Doorakkers en Weibel om de tweede
plaats. De uitslag was toen omgekeerd. De race leek nog meer Nederlands succes
in petto te hebben. De in de middenmoot gestarte Gerard van der Wal stuurde
zijn Wilddam Rotax als een scheermes door het deelnemersveld. Halverwege
de race lag hij in zevende positie en reed vervolgens steeds verder weg
van zijn achtervolgers, onder wie de snelle Steve Chambers en Andrea Brasini. Drie ronden voor
tijd viel voor Gerard het doek. Een gebroken kabel van de bobine maakte
hem machteloos. Als elfde finishte Andre Stamsnijder, negen seconden
te laat om nog voor een EK-punt in aanmerking te komen. De Belg Stéphan
Mertens, die dit seizoen ook met succes in de GP's uitkwam, won de race
zonder enige tegenstand. De leider in de EK tussenstand, de Italiaan
Massimo Matteoni, ook een Grand Prix-rijder, wist zich niet te
kwalificeren.
Zijspannen:
Made in England
Het Europees Kampioenschap in de zijspanklasse
heeft meer weg van een Engels kampioenschap. Maar liefst 8 Britse combinaties
reden in de punten en het deelnemersveld van twintig spannen telde 12
overzeese deelnemers. De race werd gewonnen door Bingham met Ian
Colquhoun, normaal de passagier van Hein van Drie, in de
bak. De combinatie Wrathall/Chapman zorgde voor het enige spektakel in
de race. In tweede positie belandden zij bij het lappen van een
wel erg trage combinatie in de strobalen. Ze kwamen weer terug op de
baan, maar toen was de helft van het deelnemersveld al gepasseerd.
Binnen vier ronden hadden zij de tweede plaats weer te pakken. Jos
Modder, met gelegenheidspassagier Geral de Haas, hield zich in het
Engelse geweld knap staande en finishte als vierde. De Japanners
Kumagaya en Makiachi, die met een Engelse licentie racen, eindigden op
een derde plaats.
Rob
Punt als enige op
slicks
De ideale lijn was nog niet helemaal droog en
aan de zuidkant van het circuit hingen grijze regenwolken, maar aan de
andere kant leek het wolkendek steeds dunner te worden. Het merendeel
van de rijders koos voor opgesneden slicks, maar Rob Punt stond voor en
achter op profielloze slicks. Na de eerste ronde kwam de Engelsman
Martin als eerste door, gevolgd door zijn landgenoot Swann en de Zweed
Linden, die later met pech uitviel. Het achtervolgende kwartet bestond
uit Paul lddon; Kees van der Endt, Vincio Bogani en Rob Punt. De ideale
lijn werd over een steeds grotere breedte drooggereden, wat duidelijk in
het voordeel van Punt was. Toen de zon ook nog boven het circuit
verscheen, reed Punt bij de groep weg, maar de afstand naar de inmiddels
op een tweede plaats rijdende Christopher Martin was te groot om nog
kans te maken op een tweede plaats. Bogani, op de GP-machine van Franco Uncini,
moest tegen het eind van de race
met een stotterende motor naar de pits. Kees van
der Endt nam geen risico's en finishte in zijn tweede 500 cc race als
vijfde. "Het was niet eenvoudig om onder deze omstandigheden met
het vermogen van de Honda om te gaan. Ik heb bewust geen risico's
genomen, want aan een schuiver heb ik natuurlijk niets. Ik voel mij wel
erg verwend met zo'n machine." Het Nederlandse succes was daarmee nog niet ten
einde. Maarten Duyzers finishte voor de Engelsman
Simon Buckmaster als zesde en Koos van Leijen pakte ook nog de nodige
punten met een achtste plaats, waarmee de eerste acht plaatsen door vier
Engelse en vier Nederlandse rijders werden ingenomen.
Tegenvaller
De internationale zijspanrace, verreden over
twee heats en gedoteerd met het GP prijzenschema, viel tegen. In de
eerste heat nam Rolf Biland halverwege de race de leiding over van Alain
Michel en sloeg onmiddellijk een groot gat. Biland kon dan wel haast
hebben (hij had 's middags om drie uur een afspraak in Zürich), maar
met een goed gevulde prijzenpot hadden we toch enige show van hem mogen
verwachten. Egbert Streuer reed plichtmatig zijn rondjes op een derde
plaats. Iets wat wij hem niet kwalijk konden nemen, want hij was
behoorlijk ziek. Al ruim een week was zijn bed de enige plaats waar hij
het uit kon houden. In de tweede manche reed hij wel aan de leiding. Een
achterband waarvan het rubber afvloog, was er de oorzaak van dat eerst
Michel, maar later ook Webster en Jones hem voorbij gingen. Als het
rubber hem niet in de steek had gelaten, was het toch zijn conditie
geweest dat het onmogelijk had gemaakt aan de leiding te blijven.
"Ik ben zo slap, dat
ik alleen maar wil rusten", liet hij onmiddellijk na de race weten.
|
|
Raceverslag
door Toon Kannekens (bron Moto 73) |
|
EK
races Assen 125cc |
|

|
|
EK
Assen 125cc, Pier-Francesco Chili, 2e plaats in Assen en Europees
Kampioen |
|
 |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
Internationale
race Assen zijspannen |
|

|
|
Zijspannen
int.: #10. Theo van Kempen/Geral de Haas, #9. Eglof/Eglof, #12. Progin en
#22. Barton/Birchall |
 |
|
|
 |
|
|
EK
race Assen zijspannen |
|
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
EK
races Hockenheim
|
|
De laatste ronde van
het Europees kampioenschap leverde voor de Nederlandse coureurs niet
meer dan een fikse kater op. Alleen in de 80 cc werden punten gescoord,
maar dit succes werd overschaduwd door de teleurstelling van Jos van
Dongens achtste plaats, waarmee hij naast de Europese titel greep.
Met negen punten voorsprong op de 38-jarige
Duitser Schirnhofer begon Jos van Dongen aan de laatste EK ronde. Van
enig optimisme was echter nauwelijks sprake: "In eigen huis zijn de
Duitsers natuurlijk in het voordeel en negen punten is niets teveel.
Bovendien heeft Schirnhofer de beschikking over een blok van Stefan Dörflinger
en is Rittberger voortdurend bij hem aan het sleutelen." Jos, toch
al nooit de snelste in de trainingen, moest vanaf een negentiende
startplaats vertrekken. "Om de een of andere onverklaarbare reden
ben ik niet fanatiek genoeg in de trainingen. Ook heb ik dit keer erg
vaak aan die negen punten gedacht. Tot overmaat van ramp liep er ook nog
een zuigerveer vast, waardoor we met een nieuwe cilinder de race in moesten." Toen het licht op groen sprong waren binnen enkele
honderden meters al negen plaatsen goed gemaakt. Zou het dan toch nog
goed komen? Schirnhofer lag al na twee ronden een straatlengte voor. Hij
mocht winnen, mits Jos maar bij de eerste vier zou finishen. Halverwege
de race bleek echter al dat de eerste Europese titel voor een
Nederlandse coureur er dit jaar zeker niet in zou zitten. Jos wist de
Fransman Robert voorbij te steken, maar dat leverde niet meer dan een
negende plaats op. In de laatste ronde stak Wilco Zeelenberg spontaan
nog een helpende hand toe door het gas helemaal dicht te draaien en een
zekere zevende plaats te laten lopen om Jos voorbij te laten gaan. Maar
ook een achtste plaats was niet voldoende voor de titel. "Er zat
gewoon niet meer in. Ik heb een betrouwbare, maar helaas geen snelle
motor. Ik kon natuurlijk wel als een dolle rond gaan, maar dan stuiter
je er af en heb je helemaal niets. Alleen regen had ons kunnen
helpen", aldus de nuchtere Van Dongen. Bert Smit knokte de hele
race om de tweede plaats, maar ook hij ging in het Duitse geweld ten
onder en belandde uiteindelijk op een vijfde plaats.
Stéphane
Mertens troeft EK coureurs af
Maar liefst zesenveertig coureurs, onder wie
Gerard van der Wal en Cees Doorakkers, vertrokken voor de beslissende
twaalf ronden in de 250 cc klasse. De race groeide uit tot een
schitterend spektakel. Titelkandidaat Massimo Matteoni ging in de
beginfase samen met Hans Beckers en Thomas Grässel aan de leiding. Het
achtervolgende peloton bestond uit zeker acht rijders; daarbij EK
koploper Brasini en Stéphane Mertens. Het was met name Mertens die deze
groep naar het leidende trio sleurde. Cees Doorakkers stond inmiddels
met een vastloper aan de kant en Gerard van der Wal handhaafde zich in
de middenmoot. Hij werd als zestiende afgevlagd. De spanning voorin
groeide naar ongekende hoogte, vooral door de manmoedige pogingen van de
Duitsers Becker en Grässel om zich Stéphane Mertens van het lijf te
houden. Toch was het de routine van de Belg, welke uiteindelijk
zegevierde. Matteoni ging tweetiende van een seconde eerder over de
finish dan zijn landgenoot Brasini, waardoor de Europese titel naar de drieëndertig
jarige Matteoni ging.
TT
Formule 1
Het EK programma werd onderbroken door de
laatste WK ronde van de Formule 1. Joey Dunlop was al wereldkampioen;
zijn vierde titel op rij. Ook ditmaal werd hij na ruim honderdzestig
kilometers als eerste afgevlagd. Gerard Flameling kwam niet verder dan
de warming-up training. "Ik ben zaterdag gevallen en heb daarbij
een vinger gekneusd. Het is te pijnlijk om daarmee van start te
gaan." Na de trainingen leek Henk de Vries voor een regelrechte
sensatie te gaan zorgen. Een vijfde trainingstijd, slechts twee seconden
achter Dunlop, en de wetenschap geen tankstop te hoeven maken, gaven alle
hoop voor een schitterend resultaat. De start verliep naar wens en toen
het enorme veld voor de eerste maal door het Motodrom denderde, zat hij
met speels gemak op een vijfde plaats aan het achterwiel van Mick Grant.
In de tweede ronde ging het echter helemaal mis. "Midden in de
Sachs-Kurve brak het voorwiel zomaar weg en daar lag ik. Ik gaf helemaal
geen gas en remde ook niet. Men bleek mij een te harde voorband te
hebben geadviseerd." Achter Dunlop reden Gschwender, Andersson,
Rubatto, McGregor, Grant en
Parrish. De laatste maakte als eerste een tankstop. De
grote vraag was: Wie durft de gok aan om niet te tanken? Twee ronden
voor het einde was alleen Andersson niet in de pits geweest. De Suzuki
piloot bleek over de zuinigste machine van de groep te beschikken en
finishte als tweede, Gschwender viel in de laatste ronde uit, waardoor
Mario Rubatto derde werd, gevolgd door McGregor, Grant en Parrish. Mark
van der Endt werd op zijn Honda GBX als vijfentwintigste de best
geklasseerde Nederlander.
 |
|
Formule-1
#10. Mick Grant, #17. Graeme McGregor en #6. Steve Parrish.
|
 |
|
Henk
de Vries
|
|
Henk
werd op 07-12-1955 geboren in Emmeloord en
nam in 1975 deel aan de wegracecursus en datzelfde jaar maakte
hij zijn debuut in de wedstrijden. Nadat hij halverwege het
seizoen 1976 een nieuwe 350CC Yamaha productieracer had
aangeschaft, proefde hij wat echt racen was. In 1977 won hij met
die 35OCC motor vijf van de acht wedstrijden en werd hij
nationaal kampioen. Daarna maakte hij een overstap naar de
eredivisie van de wegraces, de klasse der 500CC Internationalen.
Daar stuitte hij op toppers als Boet van Dulmen, Wil Hartog en
Jack Middelburg. Aan het stuur van een 5O0CC Suzuki viercilinder
van het type RG 500 verraste hij vriend en vijand door in de
eerste kampioensrace van 1978 die op het TT-circuit van Assen
werd verreden, meteen kopstart te nemen en twee ronden lang het
veld aan te voeren. Daarna stelde regerend kampioen Jack
Middelburg orde op zaken en zakte De Vries terug naar de tweede
plaats. Die tweede plaats gaf de burger moed en vanaf dat moment
wist Henk de Vries dat hij zich kon meten met de vaderlandse
top. In het Nederlands kampioenschap eindigde hij op een vierde
plaats achter Jack Middelburg, Piet van de Wal en Dick Alblas.
Daarmee was hij verzekerd van een A-licentie die hem in 1979 het
recht gaf om aan de Grand Prix en de TT van Assen deel te nemen.
In de eerste twee GP's (Duitsland en Spanje) eindigde De Vries
met zijn Suzuki telkens op een dertiende plaats. Een beter
debuut temidden van de wereldtop kon hij zich nauwelijks wensen.
In de gedevalueerde Grand Prix van Spa-Francorchamps (stakingen
toppers) eindigde hij als vijfde, hetgeen hem zes WK-punten
opleverde. Goed voor een 22e plek in het WK 500CC.
Aan het eind van dat
jaar nam hij de Suzuki van Boet van Dulmen over en opende begin
februari 1980 een motorzaak in Lelystad. Ondanks dat de
zakelijke beslommeringen veel tijd in beslag namen, zag hij kans
om aan alle vooraanstaande motorraces deel te nemen. In de TT
van Assen - die door Jack Middelburg werd gewonnen behaalde
hij achter de Nieuw-Zeelander Graeme Crosby een negende plaats.
Op nationaal vlak eindigde hij op een derde plaats achter Willem
Zoet en Jack Middelburg.
Zijn
beste jaar in het Nederlands kampioenschap 500CC was 1981 toen
hij met zijn Suzuki ais tweede achter Boet van Dulmen eindigde.
Maar dat jaar kreeg hij ook te kampen met een zware domper want
tijdens de trainingen voor de TT van Assen kwam hij door een
vastloper ten val met als gevolg een gebroken pink en een lichte
hersenschudding. In 1982 ging hij wederom van start met een
Suzuki van het type RGB waarmee hij drie van de zes races
uitreed. Het leverde hem een zevende plaats in de eindstand op.
In 1983 scoorde hij in het NK 500CC een derde plaats achter Jack
Middelburg en Rob Punt en bezette hij in het Europees
kampioenschap de 15e plaats. Na het seizoen 1984 waarin Henk
de Vries in de 500CC klasse nog een elfde plaats behaalde -
hield hij het (incidenteel)
deelnemen aan de 500CC races voor gezien. In de TT van Assen
eindigde hij op de inmiddels drie jaar oude Suzuki nog op een 17e
plaats en was daarmee de beste Nederlander. Daarna legde Henk
zich meer toe op de nieuw ingestelde TT Formule I klassen pakte
in 1985, 1986 en 1987 de titel in deze klasse.
In 1988 keerde hij terug naar de 500CC klasse waar hij met de
ex-Jack Middelburg driecilinder Honda RS500 aan het Nederlands
kampioenschap deelnam. In de eerste drie kampioensraces eindigde
De Vries telkens op een vijfde plaats, maar op 18 september
raakte hij in Eemshaven bij een ongeval betrokken waarbij hij
een verbrijzelde enkel opliep. Dat euvel maakte dat er een
onverwacht einde aan zijn racecarrière kwam. . |
Marco
Gentile kampioen
|
De Zwitser Marco Gentile zou op
30-jarige leeftijd dodelijk verongelukken tijdens een ritje met een kart
op het Franse circuit van Nogaro. Gentile was op het circuit aanwezig
voor testritten met z'n nieuwe 250-cc Aprilia. Na die testritten maakte
hij gebruik van het aanbod eens een kart te proberen. Hij verloor de
macht over het stuur en reed vol tegen de vangrails. Tijdens de crash
vloog zijn helm af. Gentile was op slag dood. Hij werd dus in '85
Europees kampioen in de 500cc klasse en heeft daarna drie seizoenen met
de experimentele 500cc Fior in de GP's gereden. In 1989 werd hij 17e in
de 500-cc eindstand. |
Met zeven punten voorsprong en een vier jaar
oude Yamaha was Marco Gentile naar Hockenheim afgereisd. Zijn grootste concurrenten
Paul Iddon en Vinicio Bogani werden in hun jacht op de Europese titel
gesteund door schitterend materiaal. Het gehele Skoal Bandit team, inclusief
de machine van Rob McElnea, stond in dienst van Paul Iddon. Bogani
beschikte over de HB-Suzuki van Sito Pons. Het baatte echter allemaal
niet. Iddon kwam niet verder dan een derde plaats, terwijl Bogani zelfs
achter Gentile op een zevende plaats bleef steken. Kees van der Endt -
Mile Pajic en Henk van der Mark werden door de leiding van de SNRT
gepasseerd ten gunste van Van der Endt - reed lange tijd bij de eerste
tien. Een gebroken krukas maakte echter aan alle aspiraties een
voortijdig einde. De beste Nederlandse prestatie leverde Maarten
Duyzers. Ondanks een niet passend inlaatdeksel (de juiste maat was
nergens te koop) finishte hij als dertiende, waarmee het respect voor
zijn inzet nog groter is geworden. Bij alle GP's en EK's wist hij zich
dit jaar te kwalificeren en haalde hij de zwart/wit geblokte vlag.
De race werd gewonnen door Wolfgang von Muralt voor de
Oostenrijker Karl Truchsess.
De zijspanklasse werd met veel machtsvertoon
gewonnen door de combinatie Wrathall/Ghapman. Zij moesten overigens ook
winnen om kans te maken op de titel. De familie Bingham mocht dan niet
verder komen dan een derde plaats. Zij waren in een fel duel gewikkeld
met de "Britse" Japanners Kumagaya en Mahiuchi, waarbij de
Japanners het merendeel van het traject voor de Engelsen lag en toen de
machine van Bingham onregelmatig begon te lopen was het pleit in het
voordeel van de Japanners, maar helemaal in het voordeel van Wrathall,
beslist. Jos Modder, ook deze keer met Geral de Haas in de bak, zag de
nodige EK punten door machinepech aan zijn neus voorbij gaan.
Publiciteit
Op het najaarscongres van de FIM zal het EK
zeker ter tafel komen. Het is te hopen dat de deelname van GP coureurs
in zijn geheel verboden wordt. Met name Stéphane Mertens, maar ook
Wolfgang von Muralt zijn bijvoorbeeld twee coureurs die aan het eind van
het seizoen in de EK kompetitie op duiken. "Een beetje extra
publiciteit is nooit weg" is daarbij de motivatie, maar door hun
overwinningen beïnvloeden zij terdege het score verloop in de EK-competitie.
Wellicht kan worden gesteld dat de coureurs, die meer dan de helft van
de GP's hebben gereden, niet meer in hetzelfde seizoen deel kunnen nemen
aan het Europees kampioenschap.
|
|
Raceverslag
door Toon Kannekens (bron Moto 73) |
©opyright 2005 Gerard van der
Pot.
|