|
Zolang de wegracerij in Nederland niet
de beschikking heeft over permanente accommodaties, zal de KNMV met de hulp van hardwerkende
motorclubs uit moeten wijken naar stratencircuits. Veelal is dit een
hachelijke onderneming, maar in het uiterste noorden (Eemshaven) en
zuiden van ons land liggen twee industrieterreinen waarop alleszins acceptabele
circuits uitgezet kunnen worden. Op het circuit “De
Beitel”, ten zuiden van Heerlen prolongeerde Rob Punt zijn titel in de
500cc en verzamelden Paul Rimmelzwaan, Anton Straver en Gerard van der
Wal voldoende punten om in de laatste kampioensrace op Zandvoort de
titels in hun klasses naar zich toe te kunnen trekken.
Bij de start van de finalerace in de halveliterklasse had Rob Punt al vijftien punten voorsprong op Henk
vd Mark. Van der Mark
moest dus winnen om Punts kampioensfeest nog enkele weken uit te stellen
en dat was de SNRT coureur dan ook zonder meer van plan. Zijn Honda
accelereerde iets beter
dan de Suzuki van Rob Punt, maar de titelverdediger ging duidelijk later
in de remmen, waardoor het onderling verschil nauwelijks te meten was.
Helaas kreeg deze krachtmeting een vroegtijdig einde. Met nog enkele
ronden te gaan moest Henk van der Mark de Suzukirijder laten gaan. Remproblemen waren de oorzaak.
Maarten Duyzers finishte als derde. Peter Smetsers wist tegen het eind van de race
Theo Louwes los
te rijden. Boet van Dulmen was niet van de partij, de organisatie
beschikte niet over voldoende financiële middelen om de man uit
Ammerzoden aan de start te
brengen. Een kwestie van overmacht, Boet
kan als professional niet voor niets rijden en de organisatie
kampte al met verliezen op de begroting.
Indien Mar Schouten gevrijwaard
blijft
van technische problemen is hij nog steeds niet
te verslaan op de Nederlandse circuits. Het gehele seizoen
wordt
de coureur uit Almkerk geplaagd door allerlei
technische problemen. Op het asfalt van Heerlen bleef de machine van
Schouten eindelijk eens heel en de concurrentie had dus het nakijken.
Gerard van der Wal is de titelkandidaat in de kwartliterklasse.
Enigszins geplaagd door allerlei technische problemen, was hij in de serie
een keer rechtdoor gegaan, waarop Schouten, Doorakkers en Hennie ten
Dam een plattegrond van het circuit op Van der Wals tank hadden geplakt. In
de race hield Gerard het hoofd er goed bij en stuurde
zijn snelle Rotax naar een
derde
plaats. Twee ronden voor tijd leek er zelfs nog een tweede plaats in te
zitten. Cees
Doorakkers had een remfoutje gemaakt, waardoor Van der Wal bij hem aan
kon pikken. Doorakkers herstelde zich in de laatste ronde uitstekend
en gaf de Tukker geen ruimte.
 |
|
Podium
250cc, 1e. Mar Schouten 2e. Cees Doorakkers 3e. Gerard vd Wal
|
De 80 cc coureurs reden
twee manches. Bij de afwezigheid van Hans Spaan is Paul Rimmelzwaan
momenteel de snelste man in deze klasse. Op zijn Harmsen boekte hij
twee zeges en stelde daarmee duidelijk zijn kandidatuur voor de
landstitel. De overige ereplaatsen gingen twee maal naar Theo Timmer en
Bert Smit. Ook de vierde en vijfde plaats werd tweemaal achtereen door
dezelfde coureurs bevochten. Was het in de eerste manche Cees
Besseling die Wilco Zeelenberg achter zich wist te houden, in de
tweede manche waren de rollen omgekeerd. Hans Koopman werd voor de
zoveelste maal dit
seizoen door pech achtervolgd. In de eerste race ging hij even
onderuit, vervolgde weer snel zijn race, maar moest later lijdzaam
toezien
hoe het toerental van zijn machine drastisch terugliep door een
gescheurde
uitlaat. In de tweede manche moest de man uit Heino met machinepech
de strijd staken
De 125 cc gaf een zelfde beeld te zien als de 80
cc. Anton Straver won éénvoudig beide manches en Boy van Erp scoorde
twee maal een tweede plaats. De slecht gestarte Ton Spek kwam net iets
te kort om in de eerste manche Hein Vink van de derde plaats te
verdringen. In de tweede manche lukte dit wel. Jan Eggens had het beide
manches aan de stok met Twan van Alebeek. Ondanks goed stuurwerk van Van
Alebeek ging de vijfde plaats toch naar Eggens.
Armoede kenmerkte de zijspanklasse. Streuer/Schnieders
waren te duur voor de organisatie, Hein van drie rijdt geen
kampioensraces en Theo van Kempen zit te krap bij kas om naast de GP's
andere wedstrijden te rijden. Jos Modder, met Martin van het Klooster in
de bak, leek de eerste manche te gaan winnen, maar machinepech opende
de weg voor Lutz Petrwalsky. De tweede manche wist Modder zonder enige
tegenstand wel te winnen en kwamen Petrwalsky/Van Lith niet verder dan
een vijfde plaats. Henk van Vijfeijken en Ton Ruiter scoorden twee maal
een tweede plaats. De combinatie Knevelman/Peters werd twee maal als
derde afgevlagd.
De beide races in de formuleklasse waren het
aanzien meer dan waard. Henk de Vries pakte met zijn Yamaha FZ kopstart.
Suzuki piloot Dirk Brand ging echter in de aanval, nam halverwege de
race de leiding over, verremde zich en moest lijdzaam toezien hoe
Henk de Vries hem toch weer terugpakte. Het kwartet Ben van der Maaten,
Wim en Kees van Maris en Piet van den Heuvel vochten op het scherpst van
de snede om de derde plaats. In de voorlaatste ronde kwam Van der Maaten
als derde door. Zijn achtervolgers slaagden er niet in om hem in
de laatste ronde terug te pakken. De tweede manche werd ook door Henk
de Vries gewonnen en werd Dirk Brand opnieuw tweede. Het kwartet uit de
eerste manche manifesteerde zich ook nu weer. Piet van der Heuvel
moest met machinepech afhaken en Ben van der Maaten herhaalde zijn
strategie van de eerste manche.
 |
|
Formule
I, Henk de Vries
|
De Yamaha RD 350 LC klasse werd van start tot
finish geregeerd door Patrick van de Goorbergh. De Limburger Ben
Matthey werd tweede en Eric van Rijn finishte als derde. Met drieduizend toeschouwers in de brandende
zon was de penningmeester nog niet uit de financiële zorgen geraakt.
Gelukkig verklaarde Jos Vaessens: "Als KNMV zijn wij blij met dit
circuit en zullen wij er alles aan doen om de mensen van deze club te
helpen", waarmee het voortbestaan van de kampioensraces op "De
Beitel" naar alle waarschijnlijkheid gewaarborgd blijft.
|