Ieder
jaar gaat in Nederland het raceseizoen eind maart van start. Barre
weersomstandigheden zijn daarbij meer regel dan uitzondering. Als het
even tegen zit moet de toeschouwer tot aan de enkels in de modder
staan, regenbuien trotseren en middels warme worst of zakken patat
proberen de hand en enigszins op temperatuur te houden. Normaliter
wordt dan ook nog een langdradig programma afgewerkt en zijn sommige
van de races niet meer dan een optocht met enorme onderlinge
verschillen. Het kan ook anders.
Mede
onder druk van een groot aantal coureurs en hun belangenbehartigers
heeft de KNMV zich in de afgelopen wintermaanden bezig gehouden met de
organisatie van de vaderlandse racerij. Het resultaat klinkt als een
klok: een kwalificatiesysteem via series, korte races en een snelle
afwikkeling van de startprocedure. De weersomstandigheden bleven zelfs
voor de KNMV onaantastbaar. Het raceweekend start met een verplichte
vrije training. Vervolgens moeten de coureurs zich via series proberen
te plaatsen voor de finale. Maakt het aantal inschrijvers voor een
bepaalde klasse geen series mogelijk, dan wordt de race verreden over
twee manches. Het spreekt voor zich dat de series keiharde wedstrijden
zijn, waardoor het programma veel aantrekkelijker is geworden. Wie
daar niet warm voor kan lopen... De coureurs waren bijzonder enthousiast,
ondanks het feit dat de vervoermiddelen tot aan hun assen in de modder
staken en de zorgvuldig geprepareerde en nieuw gespoten machines door
de bagger geduwd moesten worden. Anton Straver, 40 jaar jong en
Neerlands hoop in de 125 cc klasse op Grand Prix niveau, beoordeelde
de nieuwe aanpak als volgt: "Vroeger reden we 25 wedstrijden of
meer. De laatste jaren kwamen we hooguit zeven keer aan de start. Met
zo weinig wedstrijdervaring kun je het op internationaal niveau wel
vergeten. Een race is voor een coureur de beste training. Zoals men nu
te werk gaat betekent het een verdubbeling van het aantal wedstrijden.
Bovendien werkt het nieuwe systeem zeer selectief. Wie niet bereid is
alles te geven in een serie, maakt geen kans op een finaleplaats. Het
kaf wordt duidelijk van het koren gescheiden, zodat de onderlinge
verschillen in een finale veel kleiner zijn geworden."
Hans
Spaan won beide manches in de 80 cc. "Toch zijn we nog lang niet
klaar voor de GP's. Pas vorige week stond de machine gereed. Het
testwerk moet nog beginnen." Verrassend was het optreden van
Anton Gevers. In de tweede manche wist hij uiterst koelbloedig de
tweede plaats te pakken, voor snelle mannen als Theo Timmer, Jos van
Dongen en Hans Koopman. Koopman hoopt de eerstvolgende race meer
snelheid in huis te hebben: "Deze week heb ik een nieuwe Ziegler
gekregen. Mijn eigen machine is helemaal versleten."
In
de 125 cc klasse is en blijft Anton Straver de te kloppen man. Toch
heeft Hein Vink ook niet stil gezeten, want het verschil met Straver
is aanmerkelijk kleiner geworden. Jan Eggens beschikt ook dit jaar
weer over een snelle fiets. Na zijn tweede plaats in de eerste manche
ging hij echter al vroeg in de tweede manche onderuit. Een gebroken
sleutelbeen heeft hem voorlopig uitgeschakeld.
Wie
dit jaar kampioen van Nederland wordt in de 250 cc klasse is niet te
voorspellen. Het deelnemersveld heeft in de breedte duidelijk aan
kracht gewonnen. De kopgroep bestond uit Cees Doorakkers, Gerard van
der Wal, Duke Wille, Mar Schouten en Dirk Verwey. Ook Mile Pajic
maakte in de beginfase deel uit van de kopgroep, maar in de derde
ronde trok hij de SNRT Honda onderuit. Zijn teamgenoot Ruud van Leyden
kwalificeerde zich zonder probleem voor de finale, waarin hij zijn
Honda, voorzien van regenbanden, dermate behoedzaam over de smalle
landweggetjes manoeuvreerde dat een voorlaatste plaats zijn deel werd.
Doorakkers had ook voor regenbanden gekozen, waardoor hij in de
laatste fase van de race terrein moest prijsgeven. Gerard van der Wal
leek rechtstreeks op de overwinning af te gaan, maar een te strak afgetapete
rechterarm was er de oorzaak van dat hij in de laatste ronde het gas
nauwelijks meer kon beroeren.
Duke Wille werd de verrassende winnaar van de kwartliter finale.
Met
een omgebouwde en totaal versleten Suzuki RG 5 uit 1980 wist Hennie
Boerman het SNRT-team op haar kostbare Honda's achter zich te houden.
"Eigenlijk wilde ik helemaal niet van start gaan in de 500 cc,
want mijn machine is helemaal op en geld voor een nieuwe heb ik niet.
Helaas is dat ding ook onverkoopbaar geworden, waardoor ik er toch
maar weer ben opgestapt,"
vertelde een dolgelukkige Boerman na afloop van de race. Samen met
Boet van Dulmen, wiens Honda iedere dag sneller lijkt te worden, kon
Boerman Mile Pajic en Henk van der Mark op afstand houden. "Ik
ken mijn mogelijkheden op een dergelijk stratencircuit nog lang niet
en risico's nemen heeft geen zin," verklaarde Henk van der Mark
zijn beheerste optreden.
Uitslagen:
80
cc: 1. Hans Spaan, Huvo; 2. Jos van Dongen, Casal; 3. Hans Koopman.
Special; 4. Theo Timmer, Huvo; 5. Kees Besseling, SWV; 6. Adrie de
Korte, Kreidler; 7. Rob Janssens, RTS; 8. Jan Verheul, Huvo-Casal; 9.
Bert Reurink, Ziegler; 10. Bertus Grinwis, Bultaco.
125
cc: 1. Anton Straver, MBA; 2. Hein
Vink, MBA; 3. Antoon Gevers, Roeman; 4. Theo Roelols jr., MBA; 5. Henk
van Gerven, MBA; 6. Jan Nijhuis. Yamaha; 7. Eef van Mil; 8. EricJan
Mieremet; 9. Piet Rijlaarsdam; 10. Hans Vonk, allen Honda.
250
cc: Duke Wille, Rotax; 2. Gerard van der Wal, Rotax; 3. Mar Schouten,
Yamaha; 4. Cees Doorakkers, Honda; 5. Dirk Verwey, Yamaha; 6. Peter
van Dijk, Rotax; 7. Andre Stamsnijder; 8. Gerard Beck; 9. Rob Bron;
10. Koen Ebert, allen Yamaha.
500
cc: 1. Boet van Dulmen, Honda; 2. Henny Boerman, Suzuki; 3. Mile
Pajle, Honda; 4. Henk
van der Mark, Honda; 5. Maarten Duyzers; 6. Peter Lemstra; 7. Johan
van Eyk; 8. Peter Smetsers; 9. Freek Ouwendijk; 10. Koos van Leijen,
allen Suzuki.