|
Het Europees
Kampioenschap blijft een strijd in de anonimiteit en heeft bewezen op
zichzelf niet sterk genoeg te zijn. Een gerechtvaardigde conclusie gezien de 12.500 toeschouwers op de tribunes en de zesdaagse opening en
de Battle of the Twins als extra attracties. De organisatoren kregen
dit seizoen voor de laatste maal de gelegenheid enkele sterke
GP-coureurs als gastrijders aan het deelnemersveld toe te
voegen. Jaap Timmer wilde in eerste instantie niet meer van deze
mogelijkheid gebruik maken. "Maar een wereldkampioen in eigen huis,
laat je natuurlijk niet thuis zitten. De status van het EK dient
drastisch te veranderen. Het idee om in combinatie met de GP's te gaan
werken is reeds geopperd, maar daarmee werk je versplintering van beide
evenementen in de hand. Op het FIM congres zal het EK een belangrijk
agendapunt moeten zijn." De leeftijden van de Europees kampioenen
zijn ook al weinig hoopgevend voor de toekomst: Richard Bay, dertig jaar
en 80cc kampioen; Norbert Peschke, vierendertig en 125cc kampioen;
Eero Hyvärinen is de 30-jarige 500cc kampioen en Hans Rudolf
Christinat is de kampioen in de zijspanklasse met een leeftijd van
vierendertig. Alleen Gary Noel vormt met zijn drieëntwintig jaar een
positieve uitzondering voor de kwartliterklasse. De Nederlandse deelname
aan alle EK races is te verwaarlozen. Financiële redenen en voorkeur
voor een start in de GP's zijn daarvan de oorzaken. Cees Doorakkers
bewees met een derde plaats opnieuw zijn klasse en Rob Punt schreef,
evenals de voorlaatste race, ook de deze race op zijn naam.
Richard Bay, een vrachtwagenmonteur uit Duitsland,
kwam naar Assen met de 80cc Europese titel reeds op zak. Veel hebben we
niet van hem kunnen zien. Op een vijfde plaats liggend moest hij de race
met machinepech al vroeg staken. De uit Salzburg afkomstige Gerd Kafka
maakte met zijn overwinning veel indruk. Hij wist Hans Spaan, die niet
op de machine van Bianchi reed (een vastloper en gebroken zuigerveer in
de trainingen), goed te volgen. Spaan moest in de laatste ronde zijn
eerste plaats prijsgeven en kwam als zesde en met een verbrande
koppeling over de finish. De 23-jarige Kafka verklaarde na afloop "Dit
is mijn derde internationale race. Brno (EK) won ik en in Mugello (GP)
werd ik zevende. Met deze overwinning erbij, moet ik volgend jaar beslag
weten te leggen op een goede machine voor de GP's." Theo Timmer en
George Looijesteijn finishten als tweede en derde, maar reden buiten
mededinging mee, zodat de twaalf EK punten bij Hans Koopman terecht
kwamen.
 |
|
80cc:
Wilco Zeelenberg voor Theo Timmer
|
De combinaties van Christinat/Fahrni en Progin/Hunziker
waren met respectievelijk 76 en 70 punten de teams waar het allemaal om
draaide bij de zijspannen. De rest stond op een hopeloze achterstand en
dat grote verschil kwam ook in de race tot uiting, Progin ging van de
EK-rijders aan de leiding, op de voet gevolgd door Christinat.
Laatstgenoemde nam geen enkel risico en bleef in tweede positie, zodat
de titel naar hem en zijn passagier Fahrni ging. De overige deelnemers
werden op ruim een minuut gereden. De twee Zwitserse combinaties kregen
op hun beurt voorgeschoteld hoe groot het verschil is tussen de Europese
top en de wereldkampioenen. Met ruim een halve minuut voorsprong op
Progin werden Streuer/Schnieders als eersten afgevlagd. Zij waren echter
wel als allerlaatste vertrokken,. "Het was geen opzet, maar
achteraf toch wel leuk", verklaarde Egbert na zijn inhaalrace. Theo
van Kempen, die evenals Streuer niet voor de EK punten reed, maakte
tijdens de race een pitstop om de koppeling bij te stellen. Een negende
plaats was daarna het hoogst haalbare. Henk van Vijfeijken, met
passagier Ton Ruiter, wist twee EK punten te pakken.
Sensationele
races
Maar liefst zeven coureurs maakten nog aanspraak
op de Europese titel in de 125 cc klasse. Norbert Peschke, samen met Fabio
Meozzi, lijstaanvoerder, kwam bij de start erg slecht weg, De ervaren Duitser
- hij is aan zijn veertiende raceseizoen bezig - knokte zich terug naar de vijfde plaats.
Zijn naaste concurrent Meozzi kwam ook al slecht weg, maar zijn opmars
werd al in de derde ronde afgebroken door een vastloper. Alex Bedford, op
twee punten achterstand van Peschke en Meozzi, verging het al niet beter.
"In de derde ronde kreeg ik plotseling te maken met een ééncilinder
MBA, terwijl er toch echt twee op zitten", was zijn laconieke commentaar, toen hij als toeschouwer de race verder volgde. Aan de kop van
het veld knokten Henk van Kessel (buiten mededinging) en de Italiaan Paolo
Casoli om de eerste plaats. Anton Straver bemoeide
zich aanvankelijk ook met deze strijd, maar een uitgelopen big-end maakte
aan alle illusies een einde. In de laatste ronde ging Casoli in de
Timmerbocht onderuit. Erg dom, want achter Henk van Kessel zou hij toch
als eerste zijn gehuldigd. Ton Spek, een van de weinige Nederlanders die
zoveel mogelijk EK's heel! gereden, reed een knappe race. Lange tijd lag
hij in vierde positie, maar werd in de voorlaatste ronde teruggedrongen
naar een zesde plaats. Boy van Erp was de laatste Nederlander die met vier
EK punten onder de eerste tien bleef. Henk van Kessel typeerde het EK in
zijn klasse als volgt: "Ze rijden niet langzaam, maar men kan nog
geen constant tempo rijden." De uit Londen afkomstige Gary Noel had
de beste papieren om kampioen te worden bij de kwartliters. Philippe Pagano en Jean Luc Guillemet stonden op respectievelijk één en vijf punten achterstand van
de leider. Het Sonauto team had zelfs de monteurs van Christian Sarron
ingezet om Pagano alle mogelijke steun te geven. De race kreeg voor de
kanshebbers echter een vreemd verloop. Bij de start was het Cees
Doorakkers die de leiding nam, gevolgd door Siegfried Minich en Pagano.
Bij een poging Doorakkers uit te remmen ging Pagano in de fout, maar na
een worsteling met een baancommissaris kon hij zijn race vervolgen. In de
zesde ronde moest Noel met een defecte ontsteking de strijd staken.
"Nu sta ik aan de kant en hebben
Guillemet en Pagano vrij spel", was zijn woedende reactie. Een ronde
later stond hij echter te juichen. Guillemet was met machinepech
uitgevallen en Pagano was duidelijk niet tegen de druk bestand, want hij
ging voor de tweede keer onderuit. Noel werd dus Europees kampioen. Cees
Doorakkers stuurde alles uit de kast, maar zijn machine was niet snel
genoeg om aan de leiding te kunnen blijven. Achter Besendörfer en Weibel
finishte Cees toch heel knap als derde. Mar Schouten maakte een mislukt
seizoen nog enigszins goed door na een slechte start een fantastische
inhaalrace te rijden. Als voorlaatste vertrokken knokte hij zich naar een
vijfde plaats. Ruud van der Dussen, die bij de tweede EK race op de
Salzburgring ernstig geblesseerd raakte, verscheen voor het eerst weer aan
de start. Zeer vermoeid ging hij als voorlaatste over de finish. "Ik
ben natuurlijk niet fit aan de race begonnen en mijn voet is nog erg
pijnlijk. Toch wilde ik dit seizoen nog aan een race deelnemen om het
gevoel niet helemaal kwijt te raken."
Met een "veel succes" toegewenst door
de pianospelende echtgenoot van prinses Margriet, vertrokken de 500cc
coureurs in de stromende regen voor hun race over vijftien ronden. Henk de
Vries kwam slecht weg, waardoor zijn trainingstijd van 2.20,7. minuten
(bij de TT zou deze tijd goed geweest zijn voor een tiende plaats) voor
niets was geweest. Boet van Dulmen reed zonder franje naar de overwinning.
Niet op een Honda, zoals het programmaboekje vermeldde, maar op zijn eigen
Suzuki. Boet trainde wel op de Honda van Gustav Reiner, maar reed de race
toch liever op zijn eigen machine. Reiner parkeerde zijn slecht lopende
machine al na enkele ronden langs de baan. Rob Punt en Eero Hyvärinen
vochten om de tweede plaats en de punten voor het EK. Rob won deze strijd.
"Met de overwinningen op Zolder en hier in Assen heb ik mijn seizoen
enigszins goed gemaakt. Het was een frustrerend GP seizoen. Je brand
helemaal af, als je steeds weer voorbij wordt gereden door coureurs die je
best kan hebben. Je remt je uit de naad, maar op het rechte stuk vliegen
ze je weer voorbij", was de korte nabeschouwing van Punt. Het contract
met Boet van Dulmen is afgelopen en het ziet er niet naar uit dat
het nog voor een jaar wordt verlengd. "Ik heb van Rob nog niets
gehoord over zijn plannen", meldde Boet van Dulmen. De SNRT heeft Rob
Punt op haar lijstje staan van kandidaten voor één van de nieuwe Honda's.
Peter Langendijk, voorzitter van de stichting, vertelde dat er al een
aftastend gesprek met Punt had plaats gevonden. Henk van de Mark reed de
gehele race op een keurige vierde plaats. In de laatste bocht voor de
finish liet hij zich nog verrassen door Gary Lingham. Mile Pajic reed op
zijn SNRT Honda naar een zevende plaats. De dikke viertakten, rijdend in
de Battle of the Twins, vermaakten de toeschouwers tweemaal. Zowel op
zaterdag als zondag stond een race over tien ronden gepland. Door de
abnormaal slechte weersomstandigheden op zondag werd de race met twee
ronden ingekort. In beide races was Tony Rutter (drievoudig Formule 2
wereldkampioen) ongenaakbaar. Op zijn 748cc Ducati nam hij ruime afstand
van de overige rijders. Koos van Leijen en Gerard Flameling (beiden op
Moto Guzzi) reden beide races voorin mee. Van Leijen kwam in de laatste
ronde op zondag ten val. Zodoende werd Flameling met een totaal derde
plaats achter Rutter en de Duitser Dieter Rechtenbach, de beste
Nederlander. Ondanks het lange wachten (de opening van de zesdaagse sprak
lang niet alle toeschouwers aan) bleven velen wachten op de race voor de
viertakten, die de trommelvliezen in de oren deden trillen. |