|
Voor
de vierde keer dit seizoen bezocht ik
voor MOTO 73 een wegrace in Nederland. Dikke truien,
regenkleding, laarzen en een enigszins gelaten gevoel vormden een
belangrijk onderdeel van mijn bagage. Tijdens de trainingen en races in
Hengelo bleken de genoemde attributen totaal overbodig. Schitterend
weer, een sterk rennersveld, goed gevulde tribunes, een prima
organisatie en spannende races deden het gelaten gevoel veranderen in
een hernieuwd enthousiasme voor de wegracerij. Zo'n racedag was
broodnodig in Nederland...
Het programma werd geopend door de rijders in de 350cc nationaal. Piet van
der Wal won deze race, met in zijn schaduw Duke Wille. De 80cc race werd een one-man show. Pier Paolo Bianchi was naar
Hengelo gehaald en niet voor niets. Op zijn Huvo Casal veegde hij de
vloer aan met het hele deelnemersveld. ,,Ik vind dit prachtig. Het is
een leuke ervaring om hier te rijden. Met mijn snelle machine is het
natuurlijk erg gemakkelijk om te winnen." Bianchi
verbaasde zich overigens over de gang van zaken in de Nederlandse
racerij: "Wat wordt er weinig getraind. Twee keer een kwartier is
helemaal niets. In Italië trainen we altijd twee keer veertig minuten.
En dan die haakse bochten. Ik begrijp niet hoe bijvoorbeeld Hans Spaan
daar zo hard door kan gaan.
Eigenlijk
is dit geen circuit met al die bomen en smalle straten. Hoe harder het
gaat, hoe smaller het wordt."
 |
|
80cc:
Chris Baert (België 5e) voor Aad Wijsman (4e) |
Hans
Spaan finishte met acht seconden
achterstand als tweede op zijn totaal versleten Kreidler. "Na
Misano was het blok totaal op. Ik heb zo goed mogelijk de zaak weer aan
de praat gebracht en tot mijn grote verbazing bleef alles nog heel ook.
Gelukkig heb ik mijn Casalblok ook gekregen, waarmee ik in Tubbergen
hoop te rijden." George Looijesteijn werd als derde afgevlagd.
"De afstelling van mijn Casal is nog niet optimaal, maar het
gaat steeds beter." Aad Wijsman ging na een schitterend duel met
Chris Baert als vierde over de streep. Pech was er voor Theo Timmer. Na
een inhaalrace moest hij zonder compressie drie ronden voor tijd naar de
pits.
Boet
van Dulmen was in de training maar liefst vier seconden sneller dan
Eero Hyvärinen. In de race kwam hij lang niet aan zijn trainingstijd,
omdat hij het veel te druk had met de regie van een spannende raceshow.
Dan weer kwam hij als eerste door, maar een ronde later lag hij op de
derde plaats. Om hem heen reden Rob Punt, Eero Hyvärinen en Raymond
Roche. Verder terug in het deelnemersveld vochten Didier de Radiguès en Henk
de Vries zich van de laatste startrij steeds
verder naar voren. De Radiguès was maandagmorgen pas op het
rennerskwartier verschenen. "Donderdag hebben wij op de testbank
een blok opgeblazen, zodat wij geen zin meer hadden om naar Hengelo te
komen." "Ik heb ze duidelijk gemaakt dat er in Hengelo gereden
moest worden," lichtte organisator Dick Langwerden toe, na de
slechte ervaring van vorig jaar met Chevallier, de manager en
technische man achter Didier de Radiguès. "Als ze niet waren
gekomen hadden we vergaande maatregelen genomen." Een dreigement
dat niet tegen dovemansoren was geuit, want Didier de Radiguès deed
gewoon zijn uiterste best en
finishte
als vijfde. Henk de Vries reed met een gekneusde enkel, opgelopen bij
een val tijdens de training, naar een zesde plaats. Hij kreeg van
wedstrijdleider Vierdag toestemming om zich aan te laten duwen. Boet
ging enkele ronden voor tijd aan de haal en won. Rob Punt had zijn
handen vol aan EK-rijder
Hyvärinen.
Dit duel werd bij de laatste doorkomst in de Molenbocht beslist.
Hyvärinen ging te laat in de remmen en zag Rob Punt, maar ook Raymond
Roche aan zich voorbij gaan.
De
race in de kwartliterklasse stond van de eerste tot de laatste meter bol
van de spanning. Aanvankelijk reden er vier man aan de leiding: Manfred
Herweh, Harald Eckl, Peter Looijesteijn en Cees Doorakkers remden elkaar
er voortdurend uit. Met name Cees Doorakkers, het racetalent in
Nederland, ging steeds weer zo laat in de remmen, dat de posities zich
bij elke bocht wijzigden. Naarmate de race vorderde, mengde Jacques Bolle zich ook in
de kopgroep. Hij reed, evenals Jean-Francois Baldé, niet op een Pernod.
"Bernard Farques, onze chefmonteur is zondagavond na de GP van
Misano bij een auto-ongeluk om het leven gekomen. Het team moet opnieuw
worden georganiseerd en de Pernods lopen ook niet optimaal. Ik rijd op
de machine van mijn broer Pierre, terwijl Baldé de motor van een vriend
heeft geleend," vertelde Jacques Bolle, nadat hij als derde coureur
de bloemen in ontvangst had genomen. Peter Looijesteijn werd tweede.
"Boven verwachting. In de training hebben we twee blokken stuk
gedraaid en maar drie rondjes getraind," riep Peter dolgelukkig na
afloop van de race. Manfred Herweh werd eerste en gaf als commentaar:
"Ik heb de snelste machine en dit circuit ligt mij wel." Cees
Doorakkers handhaafde zich met een vierde plaats uitstekend tussen de
vele internationale toppers. Anton Mang stelde diep teleur. In de
opwarmronde bleef hij al steken. Harm Jansen van de technische kommissie
van de KNMV constateerde een gat in de linkerzuiger.
 |
|
250cc
Start: Cees Doorakkers (#9), Herald Eckl (#51), Duke
Wille (#19) & Manfred Herweh (#52) |
Zwitsers
geweld
De
formule klasse denderde vervolgens over de Varsselring. Rob Beute lag
lange tijd aan de leiding, maar moest met machinepech de strijd staken.
Van een nieuwe koploper was eigenlijk geen sprake, want Mark van der
Endt en Mile Pajic reden meer naast dan achter elkaar. Uiteindelijk was
Pajic op zijn Kawasaki de snelste.
De
125 cc race werd beheerst door de Zwitsers Hans Müller en Bruno
Kneubühler. Kneubühler won op zijn X. "Ik schrijf niet in met
MBA, omdat de fabriek nog nooit iets voor mij heeft gedaan. Jorg Möller
heeft zoveel aan mijn blok veranderd, dat er niet veel originele
onderdelen meer in zitten," aldus de Zwitser. Hans Müller werd dus
tweede en demonstreerde, zoals we van hem gewend zijn, volop vechterslust.
"De machine van Kneubi is sneller en mijn remmen werden
minder," was zijn commentaar na de race. Henk van Kessel finishte
als derde, gevolgd door Anton Straver. Achter de dertigers kwam Ton
Spek, met in zijn kielzog Boy van Erp en Hein Vink als vijfde over de
streep.
 |
|
125cc
doorkomst 1e ronde: 12. Henk van Kessel 9. Hein Vink 6. Jan Eggens
4.Martin van Soest |
De
tweede manche in de halve literklasse kende weinig spektakel. Boet van
Dulmen ging van meet af aan aan de haal en won met maar liefst twintig
seconden voorsprong. Toen Gustav Reiner aan Boet vroeg waarom hij zo'n
gat had geslagen, antwoordde Boet: "Ik wilde gewoon laten zien dat
ik ook hard kon rijden;" was het droge commentaar. Raymond Roche
werd gemakkelijk tweede. Gustav Reiner, die in de eerste manche met een
defecte koppeling was uitgevallen wist pas tegen het eind van de race
Rob Punt van zich af te schudden. Didier de Radiguès finishte wederom
als vijfde. Peter Lemstra had zowel in de eerste als in de tweede manche
weinig geluk. In zesde positie viel hij twee keer met pech uit.
Boet van Dulmen werd totaalwinnaar, met Raymond
Roche op de tweede plaats. Rob Punt kon als derde het erepodium
beklimmen. Terwijl het publiek wegstroomde sloten de veteranen de
geslaagde internationale Paasraces af.
|