|
31-03-1984
& 01-04-1984 NK- races Tolbert
|
FATALE
VAL JACK MIDDELBURG
Voor
de start van de 500 cc race waren reeds voldoende
redenen voor handen om een
waarschuwende vinger op te steken: Een temperatuur, slechts
enkele strepen boven nul; de openbare weg als circuit, waarop geen
ruimte wordt gelaten voor het maken van fouten of nemen van risico's;
het inmiddels anderhalf uur uitgelopen wedstrijdschema waardoor de concentratie
van de rijders danig op de proef werd gesteld en de rivaliteit onder
Neerlands snelste coureurs. "Denk
erom. Het duurt een paar ronden voordat de banden enigszins op
temperatuur zijn. Rijd niet op het scherpst van de snede. Dat kan hier
niet en zeker niet onder deze omstandigheden," was de boodschap van
Boet van Dulmen aan het adres van zijn pupil Rob Punt, enkele minuten
voor de start. Een boodschap die bij het ingaan van de tweede ronde van
enorme betekenis bleek te zijn. Ooggetuigen, waaronder diverse coureurs,
vertelden aangeslagen wat ze gezien hadden: "Jack probeerde Rob
Punt in de snelle rechtse na startfinish buitenom voorbij te steken.
Plotseling brak zijn voorwiel weg. Jack en zijn machine ketsten via de
strobalen terug op de baan, waarbij Jacks helm afvloog. Boet werd door
de machine getorpedeerd. Een aantal coureurs konden maar net de ontstane
ravage ontwijken, John Schreuder en Peter Lemstra hadden niets gezien en
waren nog niet gewaarschuwd. Zij vlogen met grote snelheid in op de ravage.
Het circuit lag bezaaid met mensen en machines. Verschrikkelijk…."
Wedstrijd
gestaakt
De
wedstrijdleiding stopte onmiddellijk de race, waarna de hulpverlening op
gang werd gebracht. Dat ex-coureur Wil Hartog daarbij ook een rol
speelde, was tekenend voor de ontstane situatie. Van Dulmen stuurde de
toegesnelde ambulance onmiddellijk door: "Ik mankeer niets, help
Middelburg." Jack werd in zeer kritieke toestand weggebracht. Boet
van Dulmen, John Schreuder en Peter Smetsers werden eveneens naar het Academisch
ziekenhuis in Groningen gebracht. Hun verwondingen bleken later mee te
vallen.
Vechten
Voor
het leven van Jack Middelburg werd keihard gevochten. Het mocht niet
baten. Op dinsdagmiddag overleed Jack Middelburg. Een van de populairste
motorcoureurs uit de Nederlandse geschiedenis. Zijn onvoorstelbare
vechtlust slingerde hem heen en weer tussen de uiterste kanten van de
motorsport. Schitterende overwinningen werden afgewisseld door zware
valpartijen. Daarboven stak altijd zijn gevoel voor humor en de
waardering voor zijn supporters. Steeds weer verwees hij een
teleurstelling met een kwinkslag naar de achtergrond om zich weer op te
werken naar een volgend hoogtepunt. Eenmaal in zijn race-overall op de
racemachine kende Jack maar één doel: De eerste plaats. Die instelling
heeft hem tot de absolute wereldtop gebracht. Deze onvoorstelbare
vechtersmentaliteit is hem ook fataal geworden.
Zondagmorgen
in de caravan van zijn vriend Mar Schouten vertelde Jack mij nog waarom
de motorsport weer een hobby voor hem was geworden en dat alle hoogtepunten
in zijn carrière hem niet veel hadden opgeleverd. De teleurstelling
over de beperkte mogelijkheden van dit seizoen veegde hij van tafel met
een uitstekende grap. "Racen als hobby. Niemand oefent druk op mij
uit.
Lekker toch", was zijn uitgangspunt voor dit
seizoen. Ruim een uur voor zijn laatste start kwam hij het circuit
opgerend om Mar Schouten, die zojuist gevallen was in de 250 cc, de
helpende hand te bieden. Met de woorden "Je moet hier echt rustig
aandoen," vertrok hij weer naar het rennerskwartier om zich voor te
bereiden op zijn race. Bij het ingaan van de tweede ronde bracht zijn
onvoorstelbare vechtersmentaliteit hem bij het afscheid van het leven. Zijn lef, wilskracht en humor zullen
velen tot voorbeeld zijn. Voor zijn vele overwinningen, maar vooral die
op Assen in 1980 en Silverstone in 1981, zullen we altijd bewondering
koesteren.
Oorzaken
Na afloop werd geconcludeerd dat het
ongeluk mede te wijten was aan koude banden. Op de vraag aan
wedstrijdleider Zegwaard waarom de 500 cc slechts één opwarmronde
kreeg, antwoordde deze: "De coureurs hebben daar niet om gevraagd.
De rijders in de kwartliterklasse wel. Wij hebben dit bovendien niet
overwogen." Blijft de vraag of dit ongeval typerend is voor een
stratencircuit? Zegwaard hierover, tijdens de persconferentie na afloop
van het drama: "Ik heb bewondering voor mensen die op een
stratencircuit racen. Racen is echter een levensgevaarlijke sport,
overal en te allen tijde. De dodelijke ongevallen in '83 vonden allemaal
plaats op zogenaamde echte circuits. Je kunt het gevaar van racen
wellicht iets afscherpen, door het circuit obstakelvrij te maken. De
mensen van de club hebben ontzettend veel gedaan, maar hun inzet heeft
niet kunnen voorkomen dat een dergelijke calamiteit plaats vond." Maakte Zegwaard zich niet te
gemakkelijk van het gestelde probleem af? Het ongeval van Jack
Middelburg had overal plaats kunnen vinden. Het gevolg is echter
typerend voor vele Nederlandse stratencircuits. Juist het terugketsen
van coureur en machine maakt het racen op de vaderlandse wegen zo
gevaarlijk. Op de haakse hoeken is het geen probleem dat de strobalen
tegen de weg aan staan. De snelheid waarmee men op dergelijke punten
onderuit gaat is veelal te gering om mens en machine terug op de baan te
werpen. Juist in snelle bochten mogen de strobalen niet tegen het wegdek
aan staan. De snelheid waarmee men op die plaatsen onderuit gaat is
veelal enorm. Een coureur heeft op die plaatsen ruimte nodig wil hij een
kans hebben. De achtervolgende coureurs lopen dan ook veel minder risico
getorpedeerd te worden door een teruggeworpen machine of coureur. Juist
dit onderdeel is op meerdere stratencircuits het grote probleem, wat al
jaren onderschat wordt. Tolbert kent twee snelle bochten. De ene bocht
wordt geflankeerd door een diepe sloot op twee meter afstand. De fatale
bocht wordt geflankeerd door een muur van strobalen op een meter en
zelfs minder dan een meter afstand.
Nota veiligheidsmaatregelen
Het ongeval in Ammerzoden in het
seizoen '80 heeft geleid tot de Nota Veiligheidsmaatregelen wegraces.
Daadwerkelijk heeft dit als resultaat opgeleverd dat het publiek op
veilige afstand staat, het circuit in het oog wordt gehouden door een
gesloten Tv-circuit, een mobiele kliniek en een calamiteitenplan. Bij de
presentatie van de nota maakten wij al de kanttekening dat wat betreft
de veiligheid van de coureurs weinig in de nota was terug te vinden.
Juist de veiligheid naar de rijders toe kan een calamiteit zoals in
Tolbert wellicht voorkomen. Dat men bij een ongeval snel kan handelen is
erg belangrijk. Veel belangrijker lijkt het ons een ongeval te
voorkomen. En dan het volgende. Op het punt waar Mar Schouten de sloot
in vloog stonden drie enthousiaste dames van de EHBO. Eén ervan durfde,
overigens volkomen terecht, de baan niet over te steken, terwijl de
andere twee dames niet de kracht hadden Mar op te tillen of te
verplaatsen. Terwijl Mar de eerste "hulp" kreeg, scheerden de
coureurs nog twee ronden lang in volle vaart op een afstand van twee á
drie meter langs.
Jaap van Steenbergen, PR man van, de
KNMV, deelde mee dat de commissie van advies, voortgekomen uit de
commissie veiligheid motorcircuits, één
dezer dagen een vergadering gepland
had. Dit overlegorgaan, waarin ook de overheid zitting heeft, zal
wellicht met een officiële mededeling komen naar aanleiding van het
dramatische gebeuren in Tolbert.
Helaas moet geconcludeerd worden dat
er na Ammerzoden 1980 ten aanzien van het racen op stratencircuits
fundamenteel niets gewijzigd is. Deze gedachte maakt het verlies van
Jack Middelburg alleen maar groter.
|
|
Verslag
door Toon Kannekens (bron Moto 73) |
|
|
| |
|
80cc
|
 |
|
1984
NK Tolbert 80cc 2.Jos van Dongen 5.Theo Timmer 16.Hans Koopman en 18.Willem
Heykoop |
 |
 |
|
Ter
nagedachtenis door Hans van Loozenoord (bron Motor) |
|
JACK
MIDDELBURG:
ONVERGETELIJKE HERINNERINGEN |
|
Jack
Middelburg zal de
geschiedenis ingaan als een onverbeterlijke liefhebber voor
alles met een motor en - vooral
niet te vergeten - een humorist van
grote klasse. Ik zou hem dan ook
geen grotere eer kunnen bewijzen
door het weergeven van enkele
fraaie anekdotes, zodat de mensen
die niet het geluk hebben gehad
om hem van nabij mee te maken, toch
een beter inzicht in de
persoonlijkheid van Jack kunnen
krijgen. Het lijkt me de beste
hommage aan een man, die een zware
stempel op zowel de internationale-
als de Nederlandse motorsport heeft
gedrukt, maar meer nog op de,
getrouwen uit zijn
naaste
omgeving. |
|
Natuurlijk zijn er legio mensen die Jack beter hebben
gekend dan ik, doch als motorsportjournalist had ik direct al met hem te
maken in 1976 en werd een jaar later het eerste interview gemaakt toen
hij in drie klassen internationaal kampioen van
Nederland wist te worden. Natuurlijk was de verbintenis in eerste
instantie een 3zakelijke - met als oorzaak ons beider belangen in de
wegrace - maar bij een persoonlijkheid als
Middelburg werd dit automatisch een amicale relatie. Die werd nog
versterkt toen Middelburg zijn schreden in de buitenlandse Grand Prix
ging zetten, want dan ben je als klein groepje Nederlanders vaak op
elkaar aangewezen in een rennerskwartier hier 2000 km vandaan. Het
trefpunt vormde meestal de goed verzorgde camper van vader Willem en
moeder Dien, die hun snelle zoon al in een vroeg stadium naar de Grote
Prijzen begeleidden. Onder de luifel van die camper trof men elkaar en
onder het genot van de (liefdevol door moeder Dien aangedragen)
versnaperingen, kwamen de verhalen los, waarbij Jack meestal de
voorzetten gaf, al dan niet geholpen door de droge opmerkingen van
Willem en boezemvriend Hans Valstar. Met een kop koffie in de ene en een
'zware van de weduwe' in de andere hand voelde Middelburg zich in zijn
element en vergat hij vaak de bijna constante pijn aan zijn gekwetste
been. De stemming zat er natuurlijk helemaal in als Jack het weer eens
had gepresteerd om met zijn productiefiets een plaatsje op de voorste
startrij te veroveren en de dure fabrieksjongens met lef had afgetroefd.
Zijn steevaste commentaar luidde dan altijd: 'Ja, ik heb wel even gek
moeten doen om die tijd neer te zetten'. Dat
gek doen, betekende op het circuit dat hij soms over de grens had
gereden en de motor tijdens die bewuste ronde weer eens dwars had
gestaan in een snelle bocht. 'Als ik dat niet doe, dan verlies je weer
een halve seconde en sta je weer een paar plaatsen naar achteren. Dat
schiet niet op'. Bij zulk soort acties, kwam de bravoure van Jack naar
voren, de vechtersmentaliteit; die kwaliteiten die van een middelmatige
coureur een wereldtopper maken. Hij kon soms onmogelijke dingen met een
motorfiets doen. Een goed voorbeeld daarvan was de TT overwinning in
1980.
De Westlander behaalde deze riante
zege met de viercilinder-in-lijn Yamaha; nu niet direct de beste
productie-racer die ooit is gebouwd . . . Je moet dan overigens wel Jack
Middelburg heten om
tijdens de laatste ronde vrolijk zwaaiend naar
het duizendkoppige publiek langs te komen met een hoge
snelheid. De snelheidsdrang van 'De Briet,
'Jumping Jack' of 'De kassenbouwer uit Naaldwijk', uitte zich ook op de
openbare weg. De man hield van snelle auto's en als je met hem per
automobiel langs 's Heren wegen op pad was (veelal via de Duitse
Autobahnen naar een buitenlandse Grand Prix) vloog de tijd letterlijk
om. Nu weet ik dat Jack op de openbare weg zelf weinig is
ingehaald door een auto, maar als zoiets gebeurde werd er ook
onmiddellijk melding van gemaakt. 'Ik doe toch iets verkeerd', klonk het droogjes als
hij langzaam maar zeker de achterlichten van een Porsche Turbo eerder de
horizon zag bereiken dan hij.
Zo zou hij een keer met mij
terugrijden naar Nederland vanuit Paul Ricard in Zuid-Frankrijk. Dat
weekend was ik op reis met een geleende auto, een Citroën Visa, in
Middelburgs ogen een soort Solex onder de auto's. Nadat hij een keer
hoofdschuddend om dit notendopje was heengelopen, maakte hij de
opmerking: 'Ik hoop dat je een kussen hebt meegenomen'. Hoezo dan, Jack? 'Nou, dan kan ik daar m'n hoofd
achter verbergen als we het Westland binnen rijden. Stel je voor dat
iemand me hierin herkent!' Diezelfde Middelburg was overigens wel zo
sportief om te bekennen dat het autootje eigenlijk best wel meeviel,
nadat de volgende ochtend was gebleken dat we er een redelijk hoog
gemiddelde mee hadden gereden.
Terwijl Jack zich steevast in de
hoogste regionen van de Koningsklasse manifesteerde, was Mar Schouten actief
in de kwartlitercategorie. De concurrentie was in die tijd al moordend
en Mar kwalificeerde zich soms op de laatste startrij. Toen Jack daar de
lucht van kreeg begaf hij zich naar Schouten en zei: 'Weet je wat jij
moet doen?', waarop de man uit Almkerk ontkennend reageerde.
'Achterstevoren op je motor gaan zitten, dan sta je ook eens op de
voorste startrij', grinnikte Middelburg en het geschaterwas weer niet
van de lucht. Zeker niet bij Mar, die deze humor wel kon waarderen en
ook wist, dat deze opmerking goed bedoeld was.
Ook ik moest het regelmatig ontgelden
en toen ik van Den Haag naar het oosten des lands was verhuisd kon Jack
het niet nalaten om daar enkele kwinkslagen aan te wijden. 'Je komt
zeker van het platte land, Hansepans?'. 'Hoe raad je dat zo, snelle
sportvriend?'. 'Nou, de stront zit nog op je banden'. De reactie van 'de
wijzen komen uit het Oosten', had weinig effect meer na eenmalig
gebruik, want Middelburg had al snel geconcludeerd dat zoiets vroeger
eens gebeurd was en nu niet meer gold.
Naast zijn humoristische benadering van vele personen, had
Middelburg bovenal bewondering voor een groot aantal collega's en
ex-rijders. Een van zijn grootste favorieten heette Mike Hailwood en
Jack was behoorlijk ondersteboven van diens plotselinge overlijden na
een verkeersongeval. De grootste admiratie kende hij voor Kenny Roberts
als collega en concurrent van dezelfde generatie. De champagne smaakte
extra zoet op Silverstone, nadat hij in 1981 tijdens een rechtstreeks
duel de drievoudig wereldkampioen had verslagen in een race, die mijns
inziens de beste is geweest uit Jack's carrière. Zelden heb ik iemand
met meer lef op een
motorfiets zien zitten, want welke
coureur weet zo'n verschrikkelijk hoog tempo vol te houden, als hij twee
keer met ongeveer 200 km/u volledig heeft dwars gestaan?
Naast de wegrace hield Middelburg ook
vele andere takken van sport, zoals motorcross en wielrennen, in de
gaten, terwijl hij intens kon genieten van mooie beelden van autorallys.
'Dat zou ik zelf nog wel eens willen proberen', luidde een stille wens
van hem, die hij tot uitdrukking bracht tijdens het aanschouwen
van een samenvatting
van de Rally van Monte Carlo toen de Audi Quatro's, Lancia's en Porsches
driftend op de televisie verschenen.
Deze wens en andere kan hij niet meer
in vervulling zien gaan. Jack Middelburg is gestorven tijdens en voor de
sport waar hij het meest van hield en waarvan hij de risico's terdege
kende. Jack deed daar niet moeilijk over. Voor een ieder die van zijn
prestaties heeft genoten en hem persoonlijk heeft gekend, blijven de
prachtige herinneringen
voor altijd bestaan.
|
©opyright 2005 Gerard van der
Pot.
|