|
Theo
Timmer kampioen!
Zonder
duurbetaalde buitenlandse vedetten, maar met een stralende zon was het
korte circuit van Assen het decor van de vierde race meetellend voor het
internationaal kampioenschap van Nederland.
Boet
van Dulmen was in eerste instantie niet van plan de weg naar Assen in te
slaan. "Het heeft voor mij weinig zin om in dergelijke races van
start te gaan. Het kost alleen maar geld en er staat weinig of niets
tegenover. Maar er zijn door de KNMV en de managers aan het begin van
het seizoen afspraken gemaakt, daarom ben ik toch naar Assen gekomen.
Bovendien heeft de KNMV mij onlangs nog benaderd met het vriendelijke
verzoek om toch alstublieft naar de kampioensraces te komen. Gelukkig
is het mooi weer en valt er altijd wel wat te experimenteren."
Titels
voor Serrels en Van de Mark
Zo'n
kleine driehonderd coureurs verdeeld over acht klasses gingen zondag
van start. De eerste race van het programma leverde direct al een
kampioen op. Nadat Jan van Disseldorp lange tijd het veld had
aangevoerd, nam Quentin Serrels twee ronden voor de tijd de leiding
over en eiste hiermee niet alleen de overwinning, maar ook de
Nederlandse
titel in de sportklasse A voor zich op.
Henk
van de Mark moest in de sportklasse B voor Cees Cornwall finishen om
zich ook Nederlands kampioen te mogen noemen. Bij de start zag het
hier niet naar uit. Het hele veld ging op het moment dat het oranje
licht verscheen al aan de haal, terwijl Van de Mark netjes op het
groene licht bleef wachten. Dit korte oponthoud weerhield de
titelkandidaat er niet van om in de derde ronde al als eerste voor
start en finish langs te denderen op zijn Kawasaki, op de voet gevolgd
door Cees Cornwall en Mile Pajic. Pajic zette een ronde later al
te
letterlijk de brand erin. Na een schuiver in Manderveen vloog zijn
benzinetank in brand. Naarmate de race vorderde moest Cees Cornwall zijn
directe rivaal laten gaan, waardoor Henk van de Mark na afloop van
de race als Nederlands kampioen gehuldigd kon worden.
Geweldig
jubileum
Theo
Timmer (zie interview onder aan pagina) is in zijn tiende seizoen als "inter" niet alleen
vice-wereldkampioen geworden. Na drie overwinningen op een rij kon de
Nederlandse titel hem ook nauwelijks meer ontgaan, maar de immer
bescheiden Bultaco piloot verklaarde voor zijn race in Assen: "Je
weet het maar nooit. Pas als je over de streep bent, mag je
juichen." En dat deed hij dus prompt. In een werkelijk
fantastische stijl reed Theo regelrecht naar de overwinning en zijn
eerste kampioenschap bij de "inters" toe. Achter de rug van Henk van
Kessel, die als tweede over de finish ging, reed Bert Smit een opvallend
sterke race. Rondenlang knokte hij met George Looijesteijn om de
vierde plaats. Bij het ingaan van de laatste ronde sputterde zijn
Special plotseling tegen en moest Smit Looijesteijn laten gaan. Bert
Smit haalde de finish wel, maar een twaalfde plaats was geen loon naar
werken.
36-plussers
De
125 cc leverde zoals gebruikelijk dit seizoen, opnieuw geen
verrassende
winnaar op. Met maar liefst twaalf seconden voorsprong op Boy van Erp
werd Anton Straver
(zie
interview onder aan pagina) als eerste afgevlagd. Jan Eggens, Peter van Niel,
Kees van der Ven en Jan Huberts maakten de eerste zes compleet.
Opvallend hierbij is dat, met uitzondering van Boy van Erp, de
leeftijden van deze coureurs tot ver in de dertig en zelfs in de veertig
reiken. Wanneer op korte termijn geen jonge coureurs zich aandienen in
deze klasse, kan de KNMV zonder problemen tot de invoering van een
veteranenspecial klasse overgaan.
Over
veteranen gesproken. Niemand minder dan 'Texas Henkie' is weer helemaal
terug. Na zijn spectaculaire val in Daytona in 1975, waar hij met een
snelheid van 250 km per uur tegen het asfalt smakte, verscheen hij dit
jaar met een Honda 400 N weer op de circuits. En hoe.......................
Naarmate het seizoen
vorderde kwam je de naam Henk Klaassen steeds verder voorin tegen. Na
Assen kan het niet meer hoger, want 'Texas Henkie' versloeg Bouwmeester in
de Honda-klasse.
Bekend
beeld
De
strijd in de middenklassen gaf, zoals gebruikelijk de laatste jaren, het
bekende beeld te zien: Mar Schouten contra Peter Looijesteijn. Ook Rinus
van Kasteren bemoeide zich in het verleden altijd met de strijd om de
eerste plaats, maar in Assen moest Rinus vanaf een derde stek lijdzaam
toezien hoe het gat tussen hem en het duo Schouten-Looijesteijn allengs
groter is geworden. In de beginfase van de kwartliterklasse leek Mar
Schouten op een simpele zege af te gaan. Naarmate de race vorderde kroop
Peter Looijesteijn met zijn snelle Rotax steeds dichter naar het
achterwiel van de MBA. Met verschrikkelijk laat remwerk kon Schouten het
geweld van Looijesteijn weerstaan. In de voorlaatste ronde echter was
Peter bij het passeren van achterblijvers net iets brutaler, zodat hij
ééntiende seconde eerder zijn voorwiel de zwart-wit geblokte vlag kon
laten passeren. Achter Rinus van Kasteren gingen Roel Toornstra en Anton
Straver als aan een touwtje in het rond. Uiteindelijk wist Toornstra de
strijd in zijn voordeel te beslissen.
 |
|
350cc
winnaar Mar Schouten |
Mar Schouten stond zich voor
de start van de race in de 350 cc nog te ergeren over zijn tweede plaats
in de kwartliter klasse. Meteen na de start liet hij er dan ook geen
gras over groeien. Als een raket ging hij er vandoor. Peter Looijesteijn
kon dit geweld niet volgen en passeerde de finishvlag als tweede met
twaalf seconden achterstand op Schouten. Van Kasteren volgde als derde.
De nieuwkomers bij de inters dit jaar, met name John van
Veldhoven, Jan Enthoven en Gerard van der Wal pakten in deze volgorde
heel knap de vierde tot en met de zesde plaats.
Dat
Egbert Streuer met Charles Vroegop in de bak de zijspanklasse zou
winnen, wekte natuurlijk geen verbazing. Dat het gat met nummer twee
maar liefst vijfendertig
seconden was, deed de zesduizend toeschouwers wel verbaasd opkijken. Ver
achter Streuer knokten de combinaties van Hein van Drie en vooral Piet
Huybers zich na een matige start naar de overige ereplaatsen.
Leermeester
Tot
slot van het programma konden de coureurs in de halveliterklasse aan de
bak. Boet van Dulmen
bewees opnieuw teveel sportman te zijn om de eer uitsluitend aan
zichzelf te houden. Rondenlang daagde Boetje Henk de Vries uit om met
hem in de clinch te gaan. Henk de Vries, voor het eerst na zijn val
tijdens de training van de TT weer actief, greep deze kans met beide
handen aan. Zonder risico's te nemen remde De Vries de grote meester
eruit en schroomde niet hem diverse malen buitenom te passeren. Dit duel
was niet alleen prachtig voor het publiek, maar ook leerzaam voor Henk
de Vries: "Het is gewoon fantastisch om met Boet gelijk op te
rijden. Natuurlijk heb ik niet de illusie dat ik hem kan volgen, maar je
leert op deze wijze ontzettend veel van hem. Vooral in snelle bochten
steek je tijdens zo'n race veel van hem op. Het is niet te geloven hoe
makkelijk Boet rond gaat". Overigens viel er nog meer te genieten
in deze race. Al konden Rob Punt en Martin Schouten de beide koplopers
bij lange na niet volgen, toch was het de moeite waard het duel om de
derde plaats op de voet te volgen. De machines waren even snel, dus de
stuurmanskunst moest de beslissing brengen. In de zesde ronde pakte
Schouten de derde plaats, maar Punt bleef aan zijn achterwiel. Helaas
kreeg dit duel een voortijdig slot. Vijf ronden voor tijd moest Punt met
machinepech de strijd staken. Na twee vastlopers in de training kreeg
Dick Alblas pas twee ronden voor tijd weer vertrouwen in zijn machine.
Als een hazewindhond reed hij vervolgens een gat van ruim tien seconden
dicht en wees in het zicht van de haven Albert Bosch terug naar een
vijfde plaats.
 |
|
500cc
podium: Henk de Vries, Boet van Dulmen en Martin Schouten |
Naast
de interessante races viel het in Assen op dat er zich bijzonder weinig
valpartijen voordeden en dat het programma keurig op tijd werd
afgewerkt.
Uitslagen
(1e twaalf):
50
cc: 1. Theo Timmer, Bultaco, 8 ronden in 15.38,5 = 121.865 km/u; 2, Henk
van Kessel, Kreidler, 15.47,9; 3. George Looijesteijn,
Kreidler, 16.06,7; 4. Hans Spaan, Van Veen Kreidler; 5. Jos van Dongen,
Kreidler; 6. Rinie Vrijdag, Kreidler; 7. Paul Rimmelzwaan, Roton; 8.
Gerrie Gevers, Kreidler; 9. Hans Koopman, Kreidler; 10. Antoon Gevers,
Kreidler; 11. Erico Rispens, Kreidler; 12. Bert
Smit, Special.
Snelste ronde: Theo Timmer, 1.54,6 = 124,750 km/uur.
125
cc: 1. Anton Straver, Morbidelli, 10 ronden in 17.54,4 = 135,587 km/uur;
2. Boy van Erp, MBA, 18.06,0; 3. Jan Eggens, MBA, 18.24,0; 4. Peter van
Niel, Morbidelli; 5. Kees v.d. Ven, MBA; 6. Jan
Huberts, Huvo; 7. Ton
Spek, MBA; 8. Hans Spaan, MBA; 9. Theo Timmer, Morbidelli; 10. Hein
Vink, Morbidelli; 11. Keimpe van Nimwegen, Honda; 12. Lex
Winnubst, MBA.
Snelste ronde: Anton Straver, 1.45,8 = 135,126 km/uur.
250
cc: 1. Peter
Looijesteijn, Egel Banden Rotax, 12 ronden in 20.20,6 =140.550 km/uur;
2. Mar Schouten, MBA, 20.20,7; 3. Rinus van Kasteren, Yamaha, 20.23,8;
4. Roel Toornstra, Rotax; 5. Anton
Straver, Jong Yamaha; 6. Boy
van Erp, Kleyn Yamaha; 7. Dick van Logchem, Yamaha; 8. Gerard v.d. Wal,
Yamaha; 9. Allan Brom, Yamaha; 10. Henk van Schijndel, Yamaha; 11. Koen
Ebert, Yamaha; 12. Duke Wille, Yamaha. Snelste ronde: Peter Looijesteijn,
1.38,1 =
145,732 km/uur.
350
cc: 1. Mar Schouten, Yamaha, 12 ronden in 19.58,4 = 143,154 km/uur; 2.
Peter Looijesteijn, Egel Banden Yamaha, 20.10,8; 3. Rinus van Kasteren,
Yamaha, 20.21,1; 4. John van Veldhoven, Yamaha; 5. Jan Enthoven, Yamaha;
6. Gerard v.d. Wal, Yamaha; 7. Rinie v.d. Lee, Yamaha; 8. Rudie v.d.
Dussen, Yamaha; 9. Roelof
Smeenge, Yamaha; 10. Ad Spruyt, Yamaha; 11. Frans
Dekker, Egel Yamaha; 12. Henk van Schijndel, Yamaha. Snelste ronde: Mar
Schouten, 1.38,7
= 144,846
km/uur.
500
cc: 1. Boet van
Dulmen, IMN Yamaha, 14 ronden in 22.34,6 = 147,755 km/uur; 2. Henk de
Vries, Suzuki, 22.38,2; 3. Martin
Schouten, Suzuki, 23.16,1; 4. Dick Alblas, Suzuki; 5. Albert Bosch,
Suzuki; 6. Rob
Beute, Suzuki; 7. J.
W. Steenhuisen, Suzuki; 8. Johan van Eijk, Suzuki; 9. John van
Veldhoven, Suzuki; 10. Martin Rasch, Suzuki; 11. Peter Lemstra, Suzuki;
12. Richard Glas, Suzuki. Snelste ronde: Boet van Dulmen, 1.35,1 =
150,329 km/uur.
Zijspanklasse:
1. Egbert Streuer/Charles
Vroegop, LCR Yamaha, 10 ronden in 17.29,5 = 136,220 km/uur; 2. Hein van
Drie/Martin van 't Klooster, Yamaha, 18.24,9; 3. Piet Huybers/Karl Heinz
Buchholz, Yamaha, 18.25,5; 4. Jos Modder/Erik de Groot, Putoline Yamaha;
5. Gert Timmermans/Jan Scheepstra, Yamaha; 6. Eit Bonder/Henry Bakker,
Yamaha; 7. Jo
v.d. Ven/Tonnie Troeyen, Yamaha; 8. Fred
Sinke/Leo Fijman, Special, (op 1 ronden); 9. Noud v.d. Aa/Loek Ates,
Konig; 10. Frank Termeulen/Leo Kuipers, Suzuki (op 2 ronden). Snelste
ronde: Streuer/Vroegop, 1.40,3 = 142,536 km/uur.
Honda-klasse:
1. Henk
Klaassen, 8 ronden in 15.28,8 = 123,147 km/uur; 2. Kees Bouwmeester,
15.28,9; 3. Jos Lommers, 15.40,7; 4. Jan van Iwaarden; 5. Bert Klaassens;
6. Peter van Dijk; 7. Joost Janse; 8. Kees Vergeer; 9. Ben v.d. Maaten;
10. Peter Holsteijn; 11. Henk Lammers; 12. Han Koster. Snelste ronde:
Henk Klaassen, 1.54,3= 125,086 km/ uur.
Sportklasse
A:
1. Quentin Serrels, Yamaha, 14.27,3 = 131,870 km/uur; 2. Jos Lommers,
Yamaha, 14.29,3; 3. Jan
van Disseldorp, Yamaha, 14.30,3; 4. Fred
Damme, Yamaha; 5. Mark
v.d. Endt, Honda; 6. Allard Jongbloed,
Yamaha; 7. Philip de Bats, Yamaha; 8. Gerard
Murre, Yamaha; 9. Kees
v.d. Endt, Suzuki; 10. Hans Kerkhoven, Honda; 11. Rob Vinkenoog, Ducati;
12. Otto
Mens, Yamaha.
snelste ronde: Quentin Serrels, 1.46,7 = 133,986 km/uur.
.
Sportklasse
B: 1. Henk v.d.
Mark, Kawasaki, 13.55,2 = 136,93a km/uur; 2. Cees
Cornwall, Kawasaki; 3. Mark
v.d. Endt, Honda; 4. Jaap Groenenveld, Kawasaki; 5. Arie Verstoep,
Suzuki; 6. Adriaan Brazier, Ducati; 7. Theo van Gemeran, Ducati; 8. Dirk
Brand, Kawasaki; 9. Wim van Maris, Moto Guzzi; 10. Jan Schaper, Ducati;
11. Dirk Groenewoud, BMW; 12. Harry
Grit, Honda.
Snelste
ronde: Henk v.d. Mark, 1.42,0 = 140,160 km/uur.
|