|
Een
Grand-Prix-dag van ruim 10 uur, is dat niet een beetje veel van
het goeie? Voor elke andere GP zou het antwoord ja hebben moeten
luiden, maar niet voor deze 54e Dutch TT. Assen was
dit jaar onvoorspelbaar verrassend en onvoorstelbaar spannend.
Wie de races van zaterdag 30 juni herkauwt, kan niet anders dan
genieten van de vele ontwikkelingen en de verrassende
ontknopingen. Het uitvallen van de favorieten was ditmaal geen
verarming, maar juist een verrijking van de races. In de 80cc
verdween Stefan Dörflinger al snel uit de race, maar Jorge Martinez
en Hans Spaan zorgden voor vuurwerk eerste klas. In de 500cc
ontbraken Boet van Dulmen en Franco Uncini, terwijl Freddie
Spencer na 2 ronden de pits in moest wegens een kapotte
bougiekap, maar juist daarna barstte het spektakel pas goed los.
,,De thuisblijvers hadden ongelijk!”, riep wijlen Paul Nortier
vaak tijdens zijn legendarische TT-verslagen op de radio. Zijn
woorden gelden opnieuw voor deze 54e Dutch TT.
80cc:
stalorders remmen Hans Spaan
 |
|
80cc:
Huvo/Casal-team, Hans Spaan, Pier-Paolo Bianchi en Willem
Heykoop |
 |
Op papier
leek niets meer een overwinning voor het Huvo-team in de weg te
staan. Nederlands snelste man in de 80cc Hans Spaan was de
gelederen van het Huvo-team komen versterken. Met de rugdekking
van Spaan en Heykoop moest Pier-Paolo Bianchi in staat zijn om
Stefan Dörflinger van de overwinning af te houden. Althans op
papier. Na drie trainingen voerden de drie Huvo-Casal piloten het
deelnemersveld aan. In de allerlaatste trainingsronde
realiseerde Stefan Dörflinger echter de snelste tijd. ,,Ik kan
nog sneller rond, verklaarde de Zündapp-coureur na afloop van
de trainingen en voegde daaraan toe: ,,Ik word de eerste
wereldkampioen in de 80cc.” In de race was het echter snel
afgelopen met Stefan Dörflinger. Een kapotte ontsteking,
gevolgd door een vastloper, maakte dat de leider in het
klassement voor het
wereldkampioenschap de gelederen van het honderddertigduizend
koppige publiek
moest verlaten. Na drie van de in totaal twaalf te verrijden
ronden zag het er gunstig uit voor het Huvo-team. Bianchi op kop
en Spaan op een tweede plaats. ,,Ik kwam erg gemakkelijk bij
Bianchi. Het was de bedoeling om geen punten voor zijn neus weg
te pakken. Ik bleef dan ook achter hem rijden, maar volgens mij
was hij toch bang dat ik hem voorbij zou gaan. Hij maakte veel
fouten en ging beslist niet erg hard. In de zesde ronde
zat Martinez al aan mijn achterwiel. Ik wilde er graag vandoor,
want ik had nog genoeg over, maar afspraken zijn afspraken, dus
bleef ik achter Bianchi rijden. Een ronde later passeerde
Martinez mij en ging ook Bianchi voorbij. Bianchi kon Martinez
niet volgen. Toen heb ik geprobeerd om Bianchi in mijn
slipstream mee te trekken, maar dat mislukte. Hij moest lossen
en ik ben met Martinez meegegaan. Steeds weer als ik voor de
pist voorbij kwam, hoopte ik het sein te krijgen om door te
mogen gaan. Pas drie ronden voor tijd kreeg ik dat teken. Toen
was het echter te laat. Ik kon niet meer bij Martinez wegkomen.
Jammer, ik had de TT van Assen kunnen winnen als ik had mogen
gaan toen Martinez aansluiting kreeg. Aan de andere kant heb ik
mij goed aan de afspraak gehouden om in dienst van Bianchi te
rijden. Ik heb de indruk dat Bianchi erg zenuwachtig is gemaakt,
omdat ik ook op een fabrieksmachine kon rijden. Ik vind het erg
jammer dat het na één race al weer afgelopen is”, aldus een
teleurgestelde Hans Spaan, die vervolgens verklaarde waarom
Bianch niet kon winnen: ,,Door een gescheurde uitlaat miste hij
vermogen.” In de laatste ronde kreeg Bianchi nog een extra
teleurstelling te verwerken. Hubert Bartol op Zündapp was hem
al drie ronden voor tijd gepasseerd. Nu gingen Gerhard Waibel en
Willem Heykoop, nota bene de teammaat van Bianchi, hem ook nog
voorbij. George Looijesteijn finishte als zevende. ,,Na een
matige start zat ik na één ronde al op een achtste plaats.
Later brak de uitlaat, maar gelukkig hield de uitlaatveer het
zaakje bij elkaar. Doordoor konden Hans Müller en Theo Timmer
weer bij mij aansluiten. Het werd zodoende een close-finish.
Slechts éénhonderdste seconde was mijn voorsprong op Müller,
die zijn motor over de finish probeerde te gooien en daardoor
Theo Timmer ramde”. Theo Timmer was best te spreken over zijn
negende plaats: ,,Mijn motor loopt goed en is zeker geschikt
voor een plaats bij de eerste tien. Ik moet alleen zelf nog wat
harder rijden”. Paul Rimmelzwaan was met een tiende plaats de
vijfde Nederlander die WK-punten pakte. ,,Ik kwam wat moeilijk
in mijn ritme. Toen het beter ging, liep mijn motor een paar
rondjes niet goed, maar later pakte hij toch weer op. Achteraf
bleek de zuigerveer vast te zitten”. De overige Nederlanders
Hans Koopman, Bertus Grinwis, Aad Wijsman, Jos van Dongen, Bert
Smit en Eico Rispens kwamen allen onder de zwart-wit geblokte
vlag door.
125cc
Natuurlijk Nieto
|
 
|
|
125cc,
Fausto Gresini trekt monatoetje na val |
Angel Nieto
had zich in Assen één ding ten doel gesteld: het
verwezenlijken van de eerste één-twee-drie GP-overwinning voor
Garelli. Daarbij wilde Nieto zelf wel winnen, met het liefst –
gezien de WK-stand – Fausto Gresini op de tweede en Eugenio
Lazzarini op de derde plaats. Om zijn doel te bereiken nam Nieto
de jonge Gresini al tijdens de trainingen geregeld op sleeptouw
om hem zo de ideale lijn van het circuit te tonen. En ook in de
race ontfermde de meester zich over zijn leerling, want nadat
snelle starter Hans Müller de eerste twee doorkomsten aan de
leiding had gereden, dirigeerde Nieto in de derde ronde Gresini
naar de kop van het veld. Hoewel Nieto veel, beter gezegd, erg
veel kan regelen, is hij toch niet in staat om tijdens een race
alle factoren naar zijn hand te zetten. Want ondanks de
rugdekking van zowel Nieto als Lazzarini tegen de aanvallen van
Maurizio Vitali, August Auinger en Hans Müller, kon Gresini de
druk niet aan en ging in de vierde ronde onderuit. De spanning
was echter niet uit de race, want met name Maurizio Vitali en
August Auinger wensten zich niet bij de traditionele Garelli
overheersing te leggen. De fanatiek sturende MBA-privérijders
wisten beide de eerste plaats over te nemen, maar helaas was dit
maar van korte duur. Vitali bleef dit keer wel op zijn machine
zitten, maar moest de race verlaten, omdat één van de
cilinders was gaan lekken. ,,Jammer dat dit gebeurde, want ik
denk dat ik het Nieto en Lazzarini op dit stuurcircuit erg
moeilijk had kunnen maken, “meldde de Italiaan na afloop.
August Auinger moest op kop liggend de Garellitrein laten gaan,
omdat hij in een bocht te laat remde en rechtdoor schoot.
Uiteindelijk werd de Oostenrijker zesde. Nadat de directe
bedreigingen waren verdwenen, kon Nieto zich weer helemaal
uitleven op teamgenoot Lazzarini. De uiterst zelfverzekerde
wereldkampioen maakte Lazzarini op alle manieren duidelijk dat
hij de race ging winnen. Dit gebeurde dan ook en de arme
Lazzarini moet haast wel een Nieto-complex hebben. Hij moest
zich andermaal met een tweede plaat – op ééntiende seconde
– tevreden stellen. Zo boekte Nieto niet alleen zijn 88e
GP-overwinning , maar is nu met vijftien overwinningen de
absolute recordhouder op de Drentse heide. De wereldkampioen
komt in ieder geval uit het Garelliteam. Drie
GP’s te gaan en er is nog alleen de vraag: Wie? Lazzarini of
Nieto? Gezien de manier van optreden zullen we het maar op Nieto
houden. De derde plaats was weggelegd voor een hard en
verstandig rijdende Hans Müller. De Zwitser klom dor dit
resultaat op naar de derde positie in de tussenstand van het WK,
maar zijn achterstand bedraagt maar liefst 48 punten op Nieto en
is dus nu al onoverbrugbaar. Jean-Claude Selini werd eenzaam
vierde voor Stefano Caracchi die, nadat hij op het nippertje de
opwarmronde op tijd had beëindigd, een fraaie inhaalrace reed en
van de zeventiende naar de vijfde plaats klom. Ook Bruno Kneubühler
had een slechte start. De Zwitser belandde uiteindelijk op de
zevende plaats en kon zo vier WK-punten op zijn conto
bijschrijven.Vlak achter de rug van Bruno Kneubühler passeerde Henk van Kessel de
streep als achtste en daardoor stond de man uit Mill weer als
beste Nederlander op het podium. De negende positie ging naar
Neil Robinson. De Ier voelde echter aan het einde van de race de
adem van een hevig knokkend trio in zijn nek. De inzet betrof
het laatste WK-puntje en degenen die erom streden waren Alfred
Waibel, Ton Spek en Anton Straver. Lange tijd zag het er naar
uit dat Ton Spek, die dit seizoen steeds beter is gaan rijden,
de gelukkige zou zijn. Het was echter Anton Straver die daar
anders over dacht. ,,In de laatste ronde pakte ik in de
Veenslang, tegen wind in, zowel Spek als Waibel.
Daarna heb ik ze geen kans meer gegeven om voorbij te
komen,” aldus de grijze eminentie, die als een kind zo blij
was met het laatste puntje. Leuk voor Anton, jammer voor Ton,
die zich nu tevreden moest stellen met de ondankbare elfde plaats. Van de overige Nederlanders, die zich overigens in deze
klasse allemaal wisten te kwalificeren, vielen Boy van Erp
(defecte ontsteking), Martin van Soest (uitgelopen big-end) en
Willem Heijkoop (slecht lopende motor) reeds vroeg in de race
uit. De negentiende plaats ging naar Jan Eggens.
 |
|
125cc,
Angel Nieto (1), Fausto Gresini (8) en Eugenio Lazzarini
(3) de Garelli club. Verder zichtbaar: Hans Müller |
`
250cc:
Lavado heerst van woensdag t/m zaterdag
 |
| start
250cc: 1e rij Carlos Lavado (no:1), Guy Bertin, Manfred
Herweh en Wayne Rainey, 2e rij: Christian Sarron (no:2),
Jacques Cornu, Martin Wimmer, 3e rij: Anton Mang (no:3). |
Carlos
Lavado, regerend wereldkampioen, spectaculair coureur, show-man,
eerste klas stuurman, enz. In 1980 en 1983 was hij al de rapste
in de 250cc in Assen. Nu het gerenoveerde circuit nog meer eisen
stelt aan de stuurcapaciteit van de coureurs tipten wij de man
uit Caracas als favoriet. Na de eerste training riep Carlos al:
,,Prima circuit. Hier kan ik winnen.” Toen de startopstelling
bekend werd gemaakt, werd duidelijk dat Carlos niets teveel had
gezegd. Poleposition en maar liefst 1 seconde sneller dan Guy
Bertin was het resultaat van zijn trainingen. Na het vallen van
de vlag leek het voornemen van Lavado in het water te vallen,
want hij kwam slecht weg. Niet alleen zijn start viel in
het water. 'Pluvius' trakteerde het circuit van Assen namelijk op
een flinke regenbui. De race werd dan ook in de 1e ronde afgevlagd.
Een telefoontje naar de meteorologische dienst leverde het
volgende weer bericht op: ,,tien minuten regen en daarna zeker
een uur droog weer". De rijders werden hiervan op de hoogte
gesteld en kregen, nadat er ruimschoots de tijd was gegeven om
banden te wisselen, de gelegenheid om het circuit één rondje
te verkennen. Daarna konden de coureurs beslissen op wat voor
banden men wilde vertrekken. Na de opwarmronde kon er niet meer
gewisseld worden, waar de Belg Mertens zich echter niet aan zou
houden. Het merendeel van de rijders koos voor slicks en
intermediates voor. Na het groen licht was het Guy Bertin op MBA
die aan de leiding ging, gevolgd door August Auinger. Bertin
leek op de nog natte baan weg te kunnen komen. Echter in de
vierde ronde reed Lavado het gat dicht en ging meteen door. Als
gevolg van een slechte start probeerden Anton Mang, Jacques
Cornu en Wayne Rainey, die helemaal als laatste was vertrokken,
aansluiting te krijgen. Halverwege de race, de baan was toen
inmiddels droog, was de situatie als volgt: Carlos Lavado op
kop, op afstand gevolgd door Sarron, Herweh, Espié, Bertin en
Auinger. Cornu had aansluiting gekregen bij Fukuda en Mang
stelde alles in het werk om bij dit tweetal te komen. Alan Carter
had zich verremd en was in de achterhoede terecht gekomen.
Jean-Francois Baldé had de matig lopende Pernod te plat gelegd.
Met nog 5 ronden te gaan opende Sarron de aanval op Lavado en
bracht in één ronde tijd het verschil van 4,5 seconde terug
naar 3 seconden. Een ronde later verliet Sarron het strijdperk
door een defecte rem. Pierre
Bolle ging onderuit, evenals Freymond en Simeon. Freymond reed
met een nieuw Honda-blok, voorzien van een Atac-systeem. Dit
lijkt een verbetering, maar dan zal wel de juiste afstelling
gevonden moeten worden. De laatste fase van de race werd een
schitterend schouwspel, opgevoerd door Cornu en Mang. Het leek
wel of de machine van Jacques Cornu zonder coureur reed, zo ver
hing de boomlange Zwitser naast zijn fiets. Dolgelukkig vloog
hij als tweede over de streep. Verder dan: ,,Dit was de mooiste
race van mijn leven," kwam de geëmotioneerde Cornu niet.
Manfred Herweh werd derde. ,,Cornu verraste mij," was zijn
teleurgestelde reactie. Anton Mang finishte als vierde en oogste
daarmee, evenals Cornu, veel bewondering. De 5e plaats ging naar
snelstarter Guy Bertin, gevolgd door August Auinger en Siegfried
Minich. GP-debutant Cees Doorakkers werd met een 17e plaats
beste Nederlander. Peter Looijesteijn reed de hele race met één
oog gericht op de temperatuurmeter. Door een scheurtje in zijn
radiateur liep de watertemperatuur van zijn motor op tot boven
de 100 graden, waardoor echt racen onmogelijk was. ,,Een
achttiende plaats is in ieder geval beter dan uitvallen. Jammer
dat het zo ging, want in de training zat er geen boutje
verkeerd. Ik had mij erg veel van deze TT voorgesteld", was
zijn reactie. Mar Schouten was één
van de weinige coureurs die voor een profielband had gekozen.
Met een tweeëntwintigste plaats werd hij voorlaatste. Martin
Wimmer sloot de rij. In de derde ronde had hij een pitstop
gemaakt om een afgebroken boutje van de bevestiging van het
schakelpaneel te laten vervangen. Dertien coureurs haalden de
finish niet.
500cc:
Raymond Roche razende Roeland
Kennelijk
geïnspireerd door het koude weer was ook de "koude
oorlogsvoering" populair bij de 500cc coureurs. De heren
laten tijdens de trainingen steeds minder het achterste van hun
tong zien, om pas in de laatste trainingsronden hun slag te
slaan. Daarmee hoopt men de concurrentie een ongemakkelijke
nacht te bezorgen. Eddie Lawson greep in de voorlaatste ronde poleposition,
terwijl Randy Mamola en Ron Haslam zelfs tot de laatste ronde
wachtten om hun snelste tijd neer te zetten. Raymond Roche en
Freddie Spencer die daarvoor de lijst aanvoerden, duikelden
hierdoor onverwachts naar de 4e en 5e plaats. "Fast"
Freddie baalde na afloop van die 5e plaats als een stier, want
als regerend wereldkampioen moest hij zelfs van de tweede startrij
vertrekken. Zijn poging van vrijdagmorgen om zijn tijd van
donderdag te verbeteren, leed faliekant schipbreuk. Door het
koude weer werkte het rubbercompound van de voorband niet
helemaal naar wens en een nieuwe band moest daar vrijdag
verandering in brengen. Ook deze band bleek echter bij extreme
belasting te gaan glijden, zodat Freddie kort voor het einde van
de training nogmaals tot een bandenwissel besloot. Maar die
beslissing kwam te laat en de training werd afgevlagd voordat
Spencer een nieuwe poging had kunnen wagen.
Doordat
de toppers het in het begin rustig aandeden, voerden De
Radiguès en Henk de Vries woensdag de training aan. De
motorhandelaar uit Lelystad zou uiteindelijk op een 26e
startplaats belanden, terwijl Henk vd Mark met een 21e plaats
beste Nederlander werd. Rob punt kwalificeerde zich als 27e,
terwijl Maarten Duyzers zich voor Marco Lucchinelli en Fabio Biliotti als
34e wist te kwalificeren. Hennie Boerman wist zich niet te
kwalificeren, maar als welgeplaatsten beleefden Rob Punt en Henk
vd Mark nauwelijks meer plezier aan Assen. Punt moest in de
eerste ronde al opgeven door een vastloper, terwijl V/d Mark in
de 15e ronde wat al te fanatiek een bocht instuurde en onderuit
gleed, juist op het moment dat hij een duel met Henk de Vries in
zijn voordeel leek te beslissen. ,,Ik zat eerste rang"
grijnsde deze na afloop. ,,Ik had hem daarvoor ook al een paar
foutjes zien maken". Zo kwam Henk de Vries, die
waarschijnlijk zijn racecarrière in Assen afsloot, als beste
Nederlander op het erepodium te staan. Tot de vroege uitvallers
behoorde ook Marco Lucchinelli, die slecht van start kwam en na
twee ronden zijn Cagiva huilend in de pits inleverde. Afgebrand
heet zoiets..... De Zuid-Afrikaan Dan Petersen crashte in de
eerste ronde in de Bult, terwijl Virginio Ferrari al na een halve
ronde dacht met de WK-grasbaanraces mee te doen. Ook hij ging
geruisloos door de zijdeur af. Halfweg de 3e ronde moest ook
Freddie Spencer plotseling rechtop gaan zitten. Hij dacht eerst
aan een vastloper, maar naarstig sleutelwerk in de pist leerde
dat een kapot borgveertje van een bougie de boosdoener was.
Spencer kwam nog even terug op de baan, maar gaf toen al snel op.
Dat betekende eveneens dat hij zijn kans op prolongatie van zijn
wereldtitel tot minimale proporties zag slinken. Barry Sheene
moest in Assen voor het eerst constateren dat nummer 7 hem
ditmaal geen geluk bracht. Na een voorspoedig en snel begin,
waarbij hij zelfs even tweede lag, moest hij in de zevende ronde
opgeven met een gebroken drijfstang. Hervé Moineau kon zijn
succes van Joegoslavië niet herhalen. Een defecte
versnellingsbak haalde hem na 6 ronden uit de strijd. Didier de
Radiguès was al twee ronden eerder door de pechduivel geveld
(vastloper), terwijl Sergio Pellandini de eer van het
Gallina-team tevergeefs probeerde hoog te houden, maar in de 10e
ronde met een falende voorrem op moest geven. Het publiek had
echter maar voor één ding oog: het titanengevecht tussen Randy
Mamola, Raymond Roche en Eddie Lawson. Roche rook zijn kans en
ging als een razende Roeland tekeer, waarbij hij zijn fiets in
elk gaatje prikte dat Mamola en Lawson open lieten. Lawson liet
zich uiteindelijk door deze agressieve rijstijl definitief
afbluffen. ,,Ik had alles te verliezen. Mamola en Roche alles
te winnen. Het ging op een gegeven ogenblik zo fel dat ik
vreesde dat hij mij of Randy zou torpederen!". ,,Sorry for
you", brabbelde Raymond Roche op het podium
verontschuldigend naar Eddie Lawson, die nog aangeslagen zat na
te blazen. ,,That guy is crazy!" riep Lawson tegen Mamola,
die deze uitspraak na een bijna botsing in de Geert-Timmerbocht
volmondig beaamde. ,,Al had ik door het gras gemoeten, maar
winnen zou ik!", zei Randy na afloop tegen zijn monteurs
(waarbij ik U netheidshalve niet de letterlijke vertaling geef
van het met geslachtsdelen en krachttermen doorspekte
Amerikaanse commentaar). Door het spektakel op kop reden Wayne
Gardner en Ron Haslam naar een vijfde en vierde plaats. De
Japanse Yamaha fabrieksrijder Taira stuurde zijn machine naar
een verdienstelijke 6e plaats, terwijl Gustav Reiner zijn
voortreffelijke come-back maakte door zevende te worden. Ook
Takazumi Katayama smaakte dat genoegen van een goede come-back
eveneens door 3 punten te pakken. Reinhold Rothe en Eero
Hyvärinen veroverden de laatste puntjes met een 9e en 10e
plaats.
 |
|
500cc:
Virginio Ferrari voor teamgenoot Eddie Lawson |
 |
|
500cc:
Randy Mamola voor Raymond Roche (11), Keith Huewen (16)
en Fabio Biliotti |
Zijspannen:
tweede plaats betekend winst voor Streuer/Schnieders
 |
|
Zijspannen:
v.l.n.r. Alain Michel, Egbert Streuer en Rolf Biland bij
de start |
Egbert
Streuer en Bernard Schnieders hielden woord. Voor hun
thuiswedstrijd verklaarden de Assenaren meerder malen, dat ze
tijdens hun "eigen" TT in de eerste plaats zouden
kiezen voor het verdedigen van hun voorsprong in het
wereldkampioenschap.
Hoe graag ze ook eindelijk die TT van Assen eens zouden willen
winnen. De nuchtere Noordelingen lieten zich niet van de wijs
brengen. Niet door de golf van publiciteit die je door zo'n
groot evenement nu eenmaal krijgt en ook niet door ene Rolf
Biland. De trainingen liepen voor de Barclay-combinatie zonder
problemen. Iets dat ook gezegd kan worden over de andere twee
kanshebbers, de duo's Rolf Biland/Kurt Waltisperg en Alain
Michel/Jean-Marc Fresc. De drie snelste tweetallen werden
gescheiden door niet meer dan een seconde en dat deed Rolf
Biland opmerken, dat hij een spannende wedstrijd verwachtte.
Zover kwam het eigenlijk niet. Direct na de start zaten de twee
grootste favorieten, Biland en Streuer, weliswaar op kop, maar
voor Michel was deze race al bij de Ossebroeken ten einde.
Michel en Fresc die een zeer matige start hadden, kamen nl. in
aanraking met de Zwitserse combinatie Hans Hügli/Andreas
Schütz. Een zeer felle en teleurgestelde Alain Michel schoof de schuld
op Hügli. ,,Die klungel gooide het gat dicht toen wij
hem eruit remden. De wereldtitel kunnen we nu wel
vergeten". Hügli was een andere mening toegedaan: ,,na
zijn slechte start ging Michel als een idioot te keer. Hij reed
zo bij ons binnen". De Fransen probeerden de race nog wel
te vervolgen, maar in de Strubben moesten zij hun beschadigde
LCR definitief in de berm parkeren. Daarmee waren
Streuer/Schnieders hun op papier grootste concurrent
kwijt. Gezien hun belangen was het helemaal logisch dat de
Nederlanders er vanaf zagen de strijd met het leidende duo
Biland/Waltisperg aan te binden. Toch kwam Streuer in de negende
ronde aan de leiding. Aan zijn gebaren was duidelijk te zien dat
Biland liever een fraai duel wilde leveren dan er vandoor te
gaan. Bovendien zal hij met de gedachte gespeeld hebben dat bij
een eventuele fout van Egbert
Streuer en Bernard Schnieders de winst geen drie, maar 15 punten
zou bedragen. Twee ronden werd er verschillende keren van plaats
gewisseld. Toen was het uit met de pret. Egbert verteld waarom:
,,Het begon te sputteren en dat heeft me de smaak verpest. Er
trok een regenbui dwars over het circuit. De ene bocht was nat,
de andere droog. Het was onbetrouwbaar en om het tempo van
Biland aan de houden vond ik een te groot risico. Ik had geen
zin om een draaier voor eigen publiek te maken". Rolf
Biland had duidelijk niets te verliezen en ging onverstoorbaar
door. Het gat tussen de LCR's met startnummer één en twee
groeide tot zo'n 4 seconden. Toen tegen het eind van de race de
baan weer opdroogde liepen de Assenaren zienderogen in op de
Zwitsers. Op de streep bedroeg het verschil nog maar 1.53
seconde. Omdat Werner Schwärzel en Andreas Huber onbedreigd
naar de derde plaats reden, zijn de Duitsers nu de grootste
concurrenten voor Egbert Streuer en Bernard Schnieders. Hun
achterstand bedraagt echter al 14 punten. Met nog drie Grand
Prix voor de boeg beginnen zelfs Egbert Streuer en Bernard
Schnieders nu in een wereldtitel te geloven. Steve Abbott en
Shaun Smith waren zeer gelukkig met de vierde plaats. Dat was te
begrijpen, want in lange tijd hadden de Engelsen niet zo goed
gescoord. Bovendien kon er niet aan gebrek aan geluk worden
geklaagd toen ze bij het uitkomen van de Ramshoek op hoge
snelheid een niet voorzien pirouette tot een goed einde
brachten. Ditzelfde kunststukje voerden hun landgenoten Derek
Bayley en Bryan Nixon op in de Geert-Timmerbocht, zonder hierbij
hun vierde plaats te verliezen. Die ging echter wel in rook op
toen in de veertiende ronde de motor vastliep. Datzelfde lot was
eerder Derek Jones en Bryan Ayres, op dat moment zesde,
overkomen. Op het duel Biland-Streuer na, had het driewielergebeuren
een vrij saai verloop. De onderlinge afstanden waren te groot om
van enige spanning te kunnen spreken. Bovendien moesten maar
liefst 9 van de 20 combinaties vroegtijdig het veld ruimen. Een
daarvan was helaas het duo Theo van Kempen/Geral de Haas. De
Ringelberg-combinatie zaten zelfs even op de derde plaats, maar
in de vijfde ronde ging het in de nieuwe Haarbocht goed fout.
Theo: ,,Ik ging iets te enthousiast te werk. Gewoon te hard. We
kwamen naast de baan en via een Barclay-bord reden we drie
fietsen van EHBO-ers plat. In dit geval viel de schade mee. Dat
kon niet gezegd worden van de crash die Hein van Drie en Willem
van Dis tijdens de laatste training op vrijdag maakten. Door een
stuurfout raakte de combinatie met een achterwiel van de baan.
De gevolgen waren desastreus. Het span vloog over de kop en kwam
in de sloot terecht. Willem van Dis werd eruit geslingerd. In
het Academisch Ziekenhuis in Groningen werden er breuken in het
rechter onderbeen, het linkerbeen en enkel geconstateerd. De
ongelukkige passagier, die vrijdagavond een langdurige operatie
onderging, zal nog de nodige weken in het ziekenhuis moeten
vertoeven. Hein van Drie liep een hersenschudding en kneuzingen
op en werd ter observatie in het ziekenhuis te Assen opgenomen.
De combinaties van Jos Modder/Martin van 't Klooster en Martin
Kooy/Raymond vd Groep wisten zich niet te kwalificeren.
|
Uitslag
Formule I |
|

|
|
Joey
Dunlop achter Roger Marshall tijdens de Formule I race
op Assen |
| |
1. |
Roger
Marshall |
| |
2. |
Joey
Dunlop |
| |
3. |
Mick
Grant |
| |
4. |
Mile
Pajic |
| |
5. |
Henk
vd Mark |
| |
6. |
Kevin
Wrettom |
| |
7. |
Tony
Rutter |
| |
8. |
Andu
McGladdery |
| |
9. |
Sergio
Bertocchi |
| |
10. |
Asa
Mayce |
|
De TT kan rekenen op een trouwe schare
belangstellenden. Zowel tijdens de trainingen als op de
dag van de wedstrijd was het bepaald geen aangenaam
weer. Sommige radiateurs werden zelfs met tape afgeplakt
omdat anders de motoren niet op temperatuur zouden
komen. Ondanks het koude weer was de publieke
belangstelling groot. De drie trainingsdagen werden
bijgewoond door 58.000 bezoekers, terwijl er op de dag
van de wedstrijd een 130.000 mensen kwamen kijken.
0-0-0-0-0
Sinds verleden week beschikt de TT over een
groot draaibaar scorebord. Het bord is acht meter breed
en 3.80 m hoog en staat op een bijna twintig meter hoge
toren. De cijfers en letters op het bord zijn 80 cm hoog
en op het hele circuit af te lezen. Om tot een juiste
keuze van de cijfers te komen werd de Asser
brandweer ingeschakeld. Hoog op een uitschuifbare ladder
werden diverse cijfers vastgehouden. In een auto werd de
baan rondgereden om de leesbaarheid van de cijfers te
testen. Het scorebord is aangeboden door de Rabobank.
0-0-0-0-0
White Power is in de crosswereld een bekende
naam. Vele crossers hebben WP schokbrekers. Maar ook op
het gebied van de wegrace is WP weer bijzonder actief,
sinds Jack Middelburg ze in 1983 gevraagd had om
h.e.e.a. voor hem te doen. In Assen reden nagenoeg alle
80 cc rijders met deze schokbreker van Nederlands
fabrikaat. Verder rijden o.a. Herweh, Auinger, McLeod,
Van Kessel, Van Dulmen en Sheene met WP.
0-0-0-0-0
Over het nieuwe circuit werd nagenoeg zonder
uitzondering gunstig geoordeeld. Lawson en Spencer
vonden de baan wat aan de smalle kant, maar Sheene wees
erop dat Assen een echt motorcircuit is en geen F1
autocircuit. Randy Mamola toonde zich blij net de
bredere bermen, die de veiligheid ten goede komen. Roger
Marshall vindt Assen een echt racecircuit met fijne
bochten.
0-0-0-0-0
De Geert Timmer Trofee voor de beste prestatie
van de dag werd toegekend aan Egbert Streuer en Bernard
Schnieders. Jaap Timmer: "Egbert en Bernard hebben
laten zien hoe goed ze kunnen rijden, daarom gaat deze trofee naar hen. "
0-0-0-0-0

Doordat er de laatste maand steeds gewerkt werd
aan de aanpassing van het circuit en het
rennerskwartier, groeide er amper gras in het
rennerskwartier. Degenen die vroeg aanwezig waren
zochten een plaatsje op het schaarse gras. De overige
rijders moesten in het zand plaatsnemen. Om de overlast
van het zand zoveel mogelijk te beperken stelde de
organisatie grote stukken plastic beschikbaar. Eén
rijder had een andere oplossing: hij nam de roosters
boven de tunnel weg. De roosters waren daar geplaatst om
ervoor te zorgen dat een gevallen rijder niet de tunnel
in zou klappen maar erover heen zou rollen. Toen de
rijder erop gewezen werd hoe belangrijk de roosters
waren bracht hij ze onmiddellijk weer op de juiste
plaats terug.
0-0-0-0-0
Het is in Assen al jarenlang gebruikelijk
dat naast de Nederlandse informatie van Jan de Rooy (die
het weer prima deed) ook voor de buitenlanders iets in
het Engels en het Duits wordt gezegd. Het Duits was
voorheen een voortdurende bron van ergernis. Gelukkig
was men nu zo verstandig Kienitz te vervangen door
Jochen Luck.
0-0-0-0-0
Het Huvo Casal team moest het in Assen doen
zonder monteur Frans Kannekens. Enige weken geleden
moest Kannekens plotseling in een Italiaans ziekenhuis
opgenomen worden voor een spoedoperatie. Na twee weken
mocht hij naar Nederland terugkeren, maar werken zit er
voorlopig nog niet in. Op vrijdag bezocht hij de
training van de TT.
0-0-0-0-0
Op initiatief van Mike Trimby, contactpersoon tussen rijders en FIM, besloten de
500 cc rijders 5% van hun prijzengeld beschikbaar te
stellen voor het zoontje van Jack Middelburg. Zo werd
het tenminste meegedeeld. Correct is dat niet, want
Trimby vroeg niet de mening van alle rijders. Na enig
informeren bij diverse rijders bleek, dat lang niet
iedereen gelukkig was met het idee van Trimby. De TT
organisatie was het in elk geval wel, want men
verdubbelde het bedrag, dat uitkwam op Hfl. 12.000.-.
Angel Nieto gaf Hfl. 2000,- namens de 125 cc rijders.
Tijdens de prijsuitreiking overhandigde Trimby aan
Willem Middelburg het geld. De vader van Jack was bij de
prijsuitreiking aanwezig om de "Jack Middelburg
Trofee" te overhandigen aan Randy Mamola. Om de
naam van Jack in ere te houden is besloten tot het
instellen van deze trofee, die jaarlijks aan de winnaar
van de 500 cc gegeven zal worden.
0-0-0-0-0
Van de zijde van de media
bestond een grote belangstelling voor de Asser TT. Ruim
1200 aanvragen voor perskaarten werden er ingediend.
Ongeveer de helft daarvan werd gehonoreerd. Een
opmerkelijke aanvraag was die van het radioprogramma
Goal, dat uit principe niets aan motorsport doet. Maar
wel graag vooraan willen zitten. Dat ging niet door,
want ze kregen de drie gevraagde kaarten niet.
0-0-0-0-0
Gerard van der Wal (250 cc), Hennie Boerman (500
cc), Jos Modder/Martin van 't Klooster en Martin
Kooy/Raymond v.d. Groep (zijspannen) waren de
Nederlanders die zich niet wisten te kwalificeren.
Hennie Boerman heeft tot vijf minuten voor het einde van
de training nog op een zesendertigste startplaats
gestaan. Toen realiseerde Broccoli een snellere tijd dan
Boerman.
0-0-0-0-0
Waarom rijdt Hans Spaan in Francorchamps niet op
een HuVofabrieksmachine? Deze vraag stelden wij aan
teammanager Jan Huberts. "Wij hebben drie speciale
blokken. Twee daarvan zijn in orde en één blok loopt
niet goed. We hebben dus niet voldoende materiaal. Wil
Bianchi nog wereldkampioen worden, dan zal hij de
resterende twee races moeten winnen. Al ons materiaal
zal dan ook in dienst van Bianchi moeten staan.
Bovendien heeft Bianchi laten weten de hulp van Hans
Spaan niet nodig te hebben." Was men tevreden met
het optreden van Spaan? "Honderd procent. Hans
heeft het erg goed gedaan en zich in dienst gesteld van
het team. Wij zullen Hans in de toekomst zeker niet
vergeten. Wij waren minder gelukkig met het feit dat
Willem Heykoop niet op Bianchi heeft gewacht. Dit kan
een kostbaar punt worden. "
0-0-0-0-0
Boet van Dulmen kreeg in Assen een heel
bijzonder kado: zijn trouwreportage van zeven jaar
geleden. Jan Stappenbeld, fotograaf van De Telegraaf,
heeft destijds een fotoreportage van Boets bruiloft
gemaakt. De films raakten echter zoek. Wekenlang heeft
men in de archieven van De Telegraaf gezocht, maar de
films bleven spoorloos. Tot vorige week, toen zij bij
toeval boven water kwamen. Stappenbeld ging spoorslags
aan het ontwikkelen en afdrukken. Het resultaat maakte
veel indruk op Boet.
|
|
 |
|
Freddie
Spencer zich aan het prepareren |
|