|
|
|
Uitslagen
TT Assen |
| |
80cc |
125cc |
250cc |
500cc |
zijspan |
| 1e |
Gert
Kafka |
Pierpaolo
Bianchi |
Freddie
Spencer |
Randy
Mamola |
Biland/Waltisperg |
| 2e |
Stefan
Dörflinger |
Ezio
Gianola |
Martin
Wimmer |
Ron
Haslam |
Schwärzel/Huber |
| 3e |
Jorge
Martínez |
Fausto
Gresini |
Anton
Mang |
Wayne
Gardner |
Streuer/Schnieders |
| 4e |
Manuel
Herreros |
Jean-Claude
Selini |
Loris
Reggiani |
Boet van
Dulmen |
Zurbrügg/Zurbrügg |
| 5e |
Henk
van Kessel |
Jussi
Hautaniemi |
Jacques
Cornu |
Pierre-Etienne
Samin |
Barton/Birchall |
| 6e |
Theo
Timmer |
Bruno
Kneubühler |
Donnie
McLeod |
Didier de
Radiguès |
Abbott/Smith |
| 7e |
Serge
Julin |
Luca
Cadalora |
Jean-Michel
Mattioli |
Rob McElnea |
Van
Drie/Colquhoun |
| 8e |
Juan
Ramon Bolart |
August
Auinger |
Reinhold
Roth |
Mile
Pajic |
Kooy/Van
den Groep |
| 9e |
Kees
Besseling |
Alfred
Waibel |
Stéphane
Mertens |
Henk
van der Mark |
Van
Kempen/de Haas |
| 10e |
Gerhard
Waibel |
Thierry
Feuz |
Jean
Foray |
Rob
Punt |
Bingham/Bingham |
| TT
met heel veel Nederlanders in de top 10 in de 80cc (3),
500cc(4) en zijspannen(4), vooral ook door de regen en
uitvallers (500cc). |
|
|
TOPPERS
TOBBEN IN DE REGEN |
|
Wat volgens de kalender
een mooie zomerdag had moeten worden, werd een mistroostige dag, die
zelfs in de herfst nog uit de toon zou vallen. Maar toch was er niemand
van de 125.000 die daar ook maar iets om gaf. Men zat immers massaal
rond het TT circuit te genieten van spannende en enerverende races in de
55e Asser TT. De nagenoeg constant natte baan zorgde voor vele
valpartijen, waar nogal wat toppers het slachtoffer van werden: Stefan Dörflinger
(80cc), Carlos Lavado (250cc), Freddie Spencer, Christian Sarron, Eddie
Lawson (500cc) en Webster/Hewitt (zijspan). Streuer en Schnieders leken
eindelijk eens in Assen te zullen winnen, maar ze kleunden mis in de
keuze van de remblokken en werden slechts derde. Gerd Kafka won zijn
eerste GP. Pier-Paolo Bianchi was het snelst in de 125 cc. Freddie
Spencer boekte zijn vierde zege op rij bij de kwartliters. Randy Mamola
ging als een speedboot rond in de 500 cc en had geen enkele concurrentie
te duchten. Rolf Biland en Kurt Waltisperg werden de verrassende
winnaars bij de zijspannen. Joey Dunlop won zoals verwacht de Formule 1
race. De Nederlandse rijders voelden zich goed thuis in de natte
omstandigheden. Dat bleek vooral in de 500cc en bij de zijspannen. In
beide klassen klasseerden zich vier landgenoten bij de beste tien. Is
Nederland nu opeens een toonaangevend land in de wegracerij? Nee, helaas
niet. Onder normale omstandigheden zullen de meesten al gauw een tiental
plaatsen lager eindigen.
500
cc: Mamola als een vis in het water
"Als het regent, dan ben ik zeker niet
kansloos", zei Freddie Spencer vrijdag na afloop van de trainingen.
Met een tijd van 2.13.91, gereden in de allerlaatste trainingsronde was
hij maar liefst 1,83 seconde onder het ronderecord van Eddie Lawson
gedoken. Christian Sarron reed in zijn laatste trainingsronde een tijd
van 2.14,73, wat goed was voor een tweede startplaats. Titelverdediger
Eddie Lawson kampte de laatste training met technische problemen, maar
was desondanks optimistisch gestemd. "Ik kan zondermeer harder en
als het regent ben ik ook niet kansloos."
 |
|
Randy
Mamola in de training, op de achtergrond Henk vd Mark
|
Nou, het regende dan ook bij de start.
"Opklaringen in de middag", waren de weersvoorspellingen, maar
het ging juist harder regenen. In een geweldige nevelmassa stoven de
coureurs richting Haarbocht. Sito Pons zag daar helemaal niets meer en remde
Wolfgang von Muralt onderuit. Bij de Ruskenhoek verdwenen twee
favorieten tegelijk van de kletsnatte piste. Freddie Spencer werd
namelijk onderuit gereden door Christian Sarron. Hoe het allemaal was
gekomen vertelde Sarron na afloop: "Het zicht was erg slecht, en
daarom wilde ik snel naar voren. Bij het uitremmen van Boet kwam ik even
in het gras, stuurde de baan weer op en moest toen erg hard in de remmen
voor de scherpe bocht. Mijn voorwiel blokkeerde en ik ging onderuit.
Helaas nam ik Freddie in mijn val mee." Freddie Spencer vertelde:
"Ik was in eerste instantie erg teleurgesteld, maar Christian deed
het natuurlijk niet met opzet. Zoiets kan
altijd gebeuren. Het verschil ten opzichte van Eddie Lawson is gelukkig
hetzelfde gebleven." Randy Mamola voerde het veld aan, met Ron
Haslam en Boet van Dulmen in de achtervolging. Eddie Lawson lag in
vierde positie, gevolgd door Mike Baldwin. Takazumi Katayama reed al na
een ronde de pits binnen. "Mentale problemen", was zijn commentaar. Mamola reed een erg sterke race. "Ik ben erg gelukkig
met deze overwinning. Het ging perfect. Alleen de laatste twee ronden
had ik problemen met de benzinetoevoer", vertelde hij na afloop,
terwijl hij samen met Haslam en Gardner de videobeelden zat te bekijken.
Eddie Lawson had al meerdere malen dit jaar laten weten dat hij graag zo
veel mogelijk races wilde winnen. Ondanks het feit dat zijn grote concurrent
als toeschouwer de race volgde, koos Lawson de aanval. Eerst
passeerde hij Boet en in de negende ronde opende hij de jacht op Ron
Haslam. Een ronde later ging hij iets te ver naar buiten, kwam op de
witte streep, slipte weg, corrigeerde nog wel, maar remde daarbij iets
te hard en ging onderuit. De eerste drie in de tussenstand voor het
wereldkampioenschap, Spencer, Lawson en Sarron, waren hiermee uit de
race. Baldwin, Hyvärinen, Le Liard en Truchsess waren inmiddels ook al
onderuit gegaan. Gustav Reiner was met een beslagen vizier gestopt en
Raymond Roche moest met een kapotte ontsteking de strijd staken. Boet
van Dulmen leek op een derde plaats af te gaan, maar Wayne Gardner bleek
over iets meer vermogen te beschikken.'"Ik heb veel geluk gehad. De
grote mannen reden elkaar eraf of namen te veel risico. Gardner heeft de
race rustig opgebouwd en heeft meer vermogen. Ik kon hem niet volgen.
Acht WK-punten in een race is meer dan wij hadden durven hopen",
was het commentaar van Boet, die in
Francorchamps eindelijk eens over voldoende
onderdelen hoopt te beschikken. Didier de Radiguès kon zijn teamgenoot
Pierre-Etienne Samin niet volgen en moest genoegen nemen met een zesde
plaats. Rob McElnea was de eerste niet Honda rijder. Hij vertelde na
afloop: "Als Suzuki rijder krijg ik het steeds moeilijker. De
mogelijkheden van ons blok zijn nagenoeg uitgeput." De resterende
WK-punten werden door Nederlandse coureurs opgeëist. Mile Pajic was de
eerste van het drietal dat door de finish ging. "Het ging wel
lekker. Ik kon ternauwernood Pons en Von Muralt ontwijken. Later zaten
Franco Uncini en Marco Lucchinelli mij in de weg. Ze hadden vast
problemen, want ze zaten erg te rommelen. Ik was net van plan om naar
Baldwin en Hyvärinen te rijden, maar zij waren mij voor door onderuit
te gaan. Daarna heb ik erg voorzichtig gereden." Henk van der Mark
vertelde over zijn race; "Ik was erg tevreden met mijn start, die
anders nog wel eens slecht is. Helaas had ik een lekkende bougie. Steeds
als ik door een plas reed, viel het toerental ver terug. Ik had anders
bij McElnea kunnen zitten. Nu nog een WK-punt onder normale
omstandigheden pakken en dit seizoen is geslaagd." Rob Punt was de
vierde Nederlander die zich met een tiende plaats in de WK-punten reed.
Ook Maarten Duyzers haalde de finish. Hij werd als negentiende
afgevlagd.
 |
 |
|
Eddie
Lawson na zijn val op weg naar de pits |
Randy
Mamola op weg naar overwinning |
|
©
foto's Wout Meppelink |
Uitslagen
500 cc:
1. Randy Mamola (USA), Honda, 20 ronden in
50.47,22, gemiddeld 144.934 km/uur; 2. Ron Haslam (GB), Honda, 51.00,18; 3. Wayne
Gardner (AUS), Honda, 51.22,98; 4. Boet van Dulmen (NL),
Honda, 51.36,63; 5. Pierre-Etienne Samin (F), Honda, 51.42,33; 6. Didier de Radigues (B), Honda,
52.13,93; 7. Rob McElnea (GB), Suzuki, 53.06,94; 8. (op een ronde) Mile Pajic (NL), Honda; 9. Henk v.d. Mark (NL),
Honda; 10. Rob Punt (NL), Suzuki; 11. Massimo Messere (I), Honda; 12. Fabia
Biliotti (I), Honda; 13. Franco Uncini (I), Suzuki; 14. Manfred Fischer
(D), Honda; 15. Armando Errico (I), Honda; 16. Ray Swann (GB). Suzuki; 17. (op twee ronden) Paul Iddon (GB), Suzuki; 18. Marco Papa (I), Suzuki; 19. Maarten Duyzers (NL), Suzuki.
|
|
125 cc: Italia,
Italia, Italia
 |
|
125cc
15.Ezio Gianola voor 3.Fausto Gresini en winnaar 18.Pier-Paolo Bianchi
|

Fausto Gresini
(3e) en Pier-Paolo Bianchi (1e)
De drie Italianen die het WK-klassement voor
Assen aanvoerden, Bianchi, Gresini en Gianola, beheersten ook de
wedstrijd in Assen. Ondanks de bepaald niet Italiaanse
weersomstandigheden was er niemand anders die hen van het erepodium kon
afhouden. Tijdens de trainingen mochten nog wat andere rijders de
illusie koesteren dat zij een kans zouden hebben. Na de tweede sessie
bijvoorbeeld, voerde Auinger voor Pietroniro de lijst aan. Zuiderbuur
Lucio Pietroniro zorgt dit jaar voor een verrassing in de 125 cc klasse.
De 24-jarige Luikenaar, een zoon van Italiaanse ouders, behaalde een
derde plaats in Italië en stond zevende in
de tussenstand. Achter Gresini
en Gianola bezette Pietroniro uiteindelijk de derde startplaats. Bianchi completeerde de eerste startrij. Met
Olivier Liegeois als achtste zag het er voor de Belgen gunstig uit na de
trainingen. Beste Nederlander was Anton Straver met een 13e tijd. Na de
laatste training bemerkte hij dat er van het primaire tandwiel twee
tanden afgebroken waren. Ton Spek en Jan Eggens verbeterden hun posities
in de laatste training aanzienlijk. Toen kwam Boy van Erp door problemen
met de rechter carburateur niet meer toe aan het zetten van een tijd.
Zijn start kwam niet in gevaar. Hein Vink kende veel problemen in de
training en zag geen kans zich te plaatsen.
Het vertrek van Angel Nieto heeft een gunstige
invloed op de 125 cc klasse. Speelde Nieto in het verleden vaak een
spelletje met zijn tegenstanders, nu is dat niet meer mogelijk. De
verschillen aan de top zijn niet erg groot. Niemand steekt echt met kop
en schouders boven z'n concurrenten uit. Dat was ook het beeld van de
race in Assen, een race waarin velen problemen hadden met het water.
Niet zozeer omdat het
moeilijk rijden was, maar meer vanwege de geringe
vochtbestendigheid van een racemotor. Meer dan in andere klassen bleken
de 125'ers gevoelig te zijn voor regen. Velen kwamen met een op slechts
één cilinder lopende motor de pits binnen. Dat overkwam
bijvoorbeeld Ascareggi, Perez, Reschke, Olsson, Wickström,
Liegeois, Bedford en Spek. Sommigen vervingen één of beide bougies en
gingen weer verder, maar kans op WK-punten was er niet meer. Het Italiaanse trio Bianchi, Gianola en Gresini was oppermachtig. Ze vonden elkaar
al in de eerste ronde en bleven gedurende de eerste helft van de race in
elkaars slipstream rijden. Gresini en Gianola toonden geen enkel respect
voor Bianchi, maar ook niet voor elkaar. Diverse malen troefden ze
elkaar af. Om de beurt gingen ze aan de leiding. Afstand nemen zat er
voor niemand in. Pas in de tweede helft van
de race wist Bianchi zich langzamerhand los te rijden van het Garelli
duo. Bij elke doorkomst zat Bianchi wat verder voor Gianola en Gresini. Hun onderlinge strijd werd met duidelijk
verschil in het voordeel van Gianola beslecht. Ondanks z'n toch nog vrij
gemakkelijke overwinning - Bianchi finishte bijna tien seconden voor
Gianola - was Bianchi tijdens de race verre van gerust op een goede
afloop. Bianchi: "Ik was zo vreselijk bang voor de regen. Niet voor
wat betreft het rijden, maar ik vreesde dat de motor last zou krijgen
van het water. Tegen die tegenstander ben je als coureur
machteloos. De tegenstanders op de baan had ik helemaal onder controle."
Bianchi vergrootte zijn voorsprong op Gresini van 9 tot 14 punten. Ziet
hij al een vierde wereldtitel in het verschiet? "Er is nog een
lange weg te gaan. Er moeten nog vijf GP's verreden
worden. Ik ben wel iets verder uitgelopen, maar om te zeggen dat de
titel binnen bereik is, daarvoor is het nog te vroeg. " Achter de
drie Italianen werd Selini vierde en Hautaniemi vijfde. De Fin reed een
slechte eerste ronde en verspeelde zodoende een hoge klassering. Wel
bracht hij de snelste ronde in deze klasse op zijn naam.
Anton Straver kwam op de 17e
plaats liggend de pits binnen. Een uitlaatveer bleek gebroken te zijn.
Straver verloor veel tijd, maar besloot toch verder te rijden. Straver:
"Nat was ik toch al". Van de Nederlanders was verder alleen
Jan Eggens in de baan. "Met ons beiden nog in de race was de kans
iets groter dat er in elk geval een Nederlander over de finish zou
komen." Ze kwamen beiden aan de finish. Beste Nederlander werd de
43 jarige Assenaar Jan Eggens. Het was voor hem de eerste keer dat hij
bij de TT op het erepodium kwam, als beste Nederlander (hij werd 12e).
Eggens: "Een paar jaar geleden was ik bijna zover. Toen viel ik in
de laatste bocht. Eindelijk eens op het podium. Het heeft me heel wat
inspanning - ook financieel - gekost eer het zover is gekomen.
Ton Spek bracht zijn motor slecht lopend de pits in. Vermoedelijk
was
de ontsteking vochtig geworden. Eerder had Boy van Erp al opgegeven. Bij
het aanremmen voor een bocht blokkeerde de rem.
 |
|
125cc,
21.Jussi Hautaniemi 29.Anton Straver 36.Willy Hupperich
37.Jacques Hutteau 55.Ton Spek
|
|
|
Zijspannen: Een ronde te lang
 |
|
Egbert
Streuer voor Webster?hewitt (#8) en Schwärzel/Buck (#2) |
|
©
foto Wout Meppelink |
Voor de zijspancoureurs vielen dit jaar alle
trainingen voor de Asser TT in het water. Beter gezegd: ze
werden op een natte baan verreden. Alleen op vrijdag was het circuit
eventjes niet echt vochtig. Van dit voordeeltje maakten drie combinaties
gebruik: Webster/Hewitt, Steinhausen/Hiller en Van Kempen/De Haas.
Deze 3 duo's stonden
vooraan bij het hek van het parc-fermé en konden
op slickbanden twee ronden van het iets droge asfalt profiteren en hun
trainingstijden aanzienlijk verbeteren. Egbert Streuer en Bernard
Schnieders waren er alles aan gelegen om van de eerste startrij te
vertrekken en gingen in de regen op natweerschoeisel zelfs zo hard, dat
ze tot op vierhonderdste seconde van pole position kwamen. De beste
startplaats ging naar Steve Webster en Tony Hewitt. De eerste uit hun carrière.
Opvallend waren de uitgangsposities van Schwärzel/Buck en Biland/Waltisperg. Zij mochten slechts van de vierde respectievelijk vijfde
startrij vertrekken. Beide duo's hadden meer met het weer dan met de
techniek te kampen en zagen de race vol vertrouwen tegemoet. Rolf Biland
had zijn plan voor de start al
lang getrokken. De
Zwitser wist dat zijn membraangestuurde Krauser veel sneller zou
aanspringen dan de zuigergestuurde Yamaha's. Hij had het geluk aan de
linkerkant van de baan te mogen vertrekken. Zo kon de grasstrook als
startbaan dienen. Het plan lukte wonderwel en via een fantastische start
lag de fraaie Rothmans combinatie al voor de S-bocht aan de leiding!
Webster/Hewitt, Streuer/Schnieders en Michel/Fresc volgden op de
volgende plaatsen. Steve Webster zette de opwaartse lijn, die hij in dit
seizoen laat zien, ook in deze race voort en nam de koppositie van Biland al in de eerste ronde over. De jonge
Engelsman wist zelfs weg te lopen van Streuer en Biland die onderling
aan het stuivertje wisselen waren. De zegetocht van Webster/Hewitt
duurde tot de achtste ronde. Toen maakten ze bij het
uitkomen van de Ramshoek een stuurfout (te hard) en
via het gras verdwenen ze met een enorme plons in een sloot. Bij deze spectaculaire
crash bleven de lichamelijke verwondingen beperkt tot een
gebroken arm van Steve Webster. Zijn passagier had wat rugklachten. Door
dit voorval erfden Egbert Streuer en Bernard Schnieders tot grote
vreugde van de toeschouwers de eerste plaats en leken nu zonder slag of
stoot naar hun lang verwachte TT-zege te rijden. De voorsprong op Biland/Waltisperg liep zelfs op tot zeventien
seconden en de verantwoordelijken van de omroepinstallatie legden het
Wilhelmus al op de draaitafel. Drie ronden voor het einde slonk de
voorsprong weliswaar wat, maar dat baarde geen onrust. Egbert en Bernard
reden zo tegen het einde vast "op safe." Wie schetst ieders
verbazing, en zeker die van monteur Hans Klaassens, als niet Egbert en
Bernard maar Rolf Biland en Kurt Waltisperg als winnaars worden
afgevlagd. Werner Schwärzel en Fritz Buck pakten de tweede plaats
terwijl het Barclay-duo slechts als derde de finish passeerden. Het
was dus weer niet gelukt! Een duidelijk teleurgestelde Egbert Streuer
vertelde
waarom: "In het begin van de race haperde de zesde versnelling
al. Dat was echter niet zo erg, want die gebruik je alleen even op de
Veenslang. Maar halverwege de wedstrijd kreeg ik problemen met de
remmen. Ik moest steeds vroeger terugschakelen om op de motor af te
remmen. Op het eind had ik helemaal geen remmen meer." Een
nader onderzoek bracht aan het licht, dat bij de achterrem de remblokken
en zelfs de zuigers waren weggesleten. Daardoor liep ook alle remolie
weg. Nadat de teleurstelling enigszins verwerkt was, zei Bernard:
"We zijn drie geworden, maar voor m'n gevoel hebben wij
gewonnen." Gezien de reactie van de toeschouwers waren die het er
mee eens! De strategie voor de rest van het seizoen is duidelijk. Egbert: "Als we onze wereldtitel willen behouden zullen we de
laatste vier GP's moeten winnen."
En dat lijkt met de huidige concurrentie een moeilijke opgave! Rolf Biland was
natuurlijk erg blij met zijn onverwachte zege. Ook al omdat het de
GP-doop van zijn Krauser motor was: "Ik vind het jammer voor Egbert
en Bernard. Maar zoiets kan gebeuren. Dat weet ik zelf maar al te goed.
Onze nieuwe motor liep prima. Ik kreeg alleen kramp, omdat de zitpositie
nog niet optimaal is. Bovendien moet het remsysteem nog verbeterd
worden. De hoofdremcilinder is te klein." Werner Schwärzel, die
door zijn tweede plaats aan de leiding in het wereldkampioenschap
bleef, had na zijn matige start nooit meer op de tweede plaats gerekend. Nadat Alain
Michel/Jean-Marc
Fresc (kapotte
ontsteking) en Derek Jones/Brian Ayres met mechanische problemen de
strijd hadden moeten staken, ging de vierde plaats naar de Zwitserse
gebroeders Zurbrügg. Oe Engelse combinaties Barton/Birchall en Abbott/Smith
werden vijfde en zesde. De zevende plaats ging uiteindelijk naar Hein
van Drie en zijn Schotse passagier lan Colquhoun. Dit tweetal had het
lange tijd aan de stok met Theo van Kempen en Bally de Haas.
Laatstgenoemden zagen een hogere klassering de mist ingaan toen het
dodemanskoortje bij Van Kempen losschoot. Bij het vallen van de
finishvlag bezetten de Ringelberg coureurs de negende plaats. Zij
werden voorafgegaan door het Kova team Martin Kooy/Raimond van der
Groep. Zo eindigden er maar liefst vier vaderlandse combinaties bij de
eerste negen, maar waar blijft een Nederlandse TT-zege op drie wielen?

|
|
80
cc: Kafka's eerste
 |
|
Spaanse
80cc toppers Angel Nieto, Ricardo Tormo, Manuel Herreros en Jorge
Martinez. Ricardo Tormo was langdurig geblesseerd geraakt tijdens een
training op een industrieterrein en was tijdens deze TT
aanwezig als TV-commentator. Hij zal lang hopen op een rentree in de
motorsport, maar dat zal er nooit meer van komen. In 1998 overlijdt hij
aan leukemie. Het in 1999 gereed gekomen circuit vlakbij Valencia,
draagt de naam van Ricardo Tormo.
|
Stefan Dörflinger stond 's-morgens voor aanvang
van de 80 cc race nog te braken in zijn caravan. Zo nerveus was de
regerende wereldkampioen. Eigenlijk onnodig, want de Zwitser was ondanks
een Derbi offensief het snelste in de training geweest. Was het dan toch
de psychologische druk die het inzetten van de Spaanse Joker Angel Nieto
te weeg bracht? Gezien het verschil in trainingstijden, een kleine zes
(!) seconden, leek dat ook niet nodig te zijn. Nieto zag het voor de
race toch anders: "Ik heb door het natte weer nauwelijks goed
kunnen trainen en daardoor was het moeilijk de machine af te stellen.
Maar als ik een goede start heb, dan ben ik er van overtuigd dat ik
Martinez in zijn strijd tegen Dörflinger kan helpen." De dreiging voor
de Zwitser zou echter uit een geheel andere hoek komen. Direct nadat het
stoplicht voor het eerst op deze vijfenvijftigste TT-dag op groen was
gesprongen spoot Gerd Kafka op de Seel weg. Hij passeerde snelste
starter Henk van Kessel en bouwde direct een voorsprong op. De jonge
Oostenrijker voelde zich duidelijk op het natte Asser circuit in zijn
element. De enige die de jacht op hem kon inzetten, was Stefan Dörflinger,
die daarvoor het extra vermogen van zijn Krauser volledig moest
aanspreken. Het duurde tot de negende ronde eer de rijder met
startnummer één ook als nummer één langs de hoofdtribune dweilde en
rechtstreeks op de zege leek af te stevenen. Maar het gebeurt nog wel
eens dat in Assen een grote favoriet wordt dwarsgezeten. Zo ook nu. Bij
het lappen van achterblijvers werd Dörflinger dusdanig in de weg
gezeten door de Duitser Johann Auer, dat er voor de regerende
wereldkampioen niets anders opzat dan een excursie in het natte, dus
gladde, gras te beginnen. Wonder boven wonder bleef Steffie op de wielen
en keerde op het asfalt terug. Intussen lag Gerd Kafka echter weer aan
de leiding en kon Dörflinger voor de tweede maal de jacht op de
Oostenrijker openen. Een halve ronde voor het einde had hij zijn prooi
weer te pakken om ... in de laatste bocht onderuit te schuiven. Zo
boekte Gerd Kafka dan toch zijn eerste GP-zege! "Ik vind Assen
prachtig", aldus de overgelukkige winnaar. "Verleden jaar won
ik hier de EK-race en nu zelfs de WK. Alles ging zo onverwacht, want
nadat Stefan mij voor de tweede keer gepasseerd was, had ik mij al
tevreden gesteld met de tweede plaats." Kafka deelde zijn succes
met Horst Seel, de constructeur, die nagenoeg alles zelf maakt. Hij zat
de avond voor de TT nog met rollende ogen en trillende handen aan de
machine te werken. Zo vermoeid was de bescheiden Duitser. Ondanks het
nodige ploegwerk wist Dörflinger de race, nog als tweede te beëindigen.
Waarom ging hij onderuit? "Omdat ik nog een aanval van Kafka
verwachtte, week ik van de ideale lijn af. Het moet daar wat gladder
geweest zijn, want in een keer was het voorwiel weg.
Ik wist dat de voorsprong op de derde erg groot
was en dacht er direct aan om de machine weer op te pakken. Gelukkig was
ie op zijn rechter kant in het zand geschoven en wilde zelfs weer
starten." Over het incident met Auer wilde had. Manuel Herreros had ook dit keer weer een
slechte start en eindigde als vierde. Het Derbi debakel werd kompleet
gemaakt door het uitvallen van Angel Nieto. Al na twee ronden hield de
dertienvoudig wereldkampioen het voor gezien, nadat er water in de carburateur
van zijn machine was gekomen. Door eenzelfde euvel was een ronde eerder
al het Britse talent Ian MacConnachie tot stilstand gekomen.
Henk van Kessel stuurde zijn
Olijve-Casal als vijfde over de streep en kon daardoor weer eens als
"beste Nederlander" het podium bestijgen. Dit laatste had Theo
Timmer ook graag willen doen, maar dit keer moest de Hertog Jan coureur
zich achter Van Kessel tevreden stellen met
de zesde plaats.
Timmer werd technisch bijgestaan door Hans Spaan, die in
plaats van coureur als monteur in Assen aanwezig was. Het Huvo-team had
in de trainingen met de nodige tegenslagen te kampen. Theo kwam zelfs
een keer door een vastloper ten val en pas op vrijdagmiddag werden er op
de proefbank bij Jaap Voskamp de nodige pk's (terug) gevonden. Omdat ook
de Spaanse Autisa coureur Domingo Gil - hij lag in het begin van de race
zelfs tweede - in de laatste bocht onderuit ging, werd de Belg Serge
Julin zevende. Joan Bolart bracht de tweede Autisa (het blokje van deze
racer is een ontwerp van Jan Thiel) wel heel over de streep en werd
achtste. Kees Besseling verraste vriend en vijand en waarschijnlijk
zichzelf het meest door met een negende plaats bij zijn GP-debuut direct
twee WK-punten te pakken. Een door technische problemen geplaagde
Gerhard Waibel maakte de eerste tien vol. Paul Rimmelzwaan was weliswaar
met een achtste plaats de snelste Nederlander in de training geweest,
een kapot draadje van de waterpomp maakte bij post zeven aan al zijn
illusies een eind. Twee ronden later kwam Bert Smit op dezelfde plaats
door een vastloper ten val. Bert reed op dat moment in zesde positie.
Hans Koopman bleef ook dit keer niet van pech verschoond, want een defecte
waterpomp zorgde voor een vroegtijdig einde. De overige Nederlanders
reden hun TT wel uit. Wilco Zeelenberg werd twaalfde, Henri van Heist
14e en Jos van Dongen 17e. Met een achtentwintigste plaats sloot Aad
Wijsman de 80cc rij.
 |
 |
|
80cc:
winnaar Gert Kafka voor Stefan Dörflinger. |
Jorge
Martinez, Gert Kafka en Stefan Dörflinger, de eerste drie in
Assen. |
|
©
foto's Wout Meppelink |
|
|
250 cc: Freddie, wie anders?
 |
|
Begin
250cc 3.Carlos Lavado 7.Martin Wimmer 19.Freddie
Spencer 6.Jacques Cornu 39.Loris Reggiani 34.Stephane
Mertens 35.Fausto Ricci
|
Woensdagavond na
de tweede training
zagen
de kwartlitercoureurs hun kansen op een
overwinning stijgen. "Zou Freddie Spencer toch nog last hebben van
zijn in Joegoslavië opgelopen lies- en dijbeenblessure?" was de
algemene vraag, nadat Spencer zich helemaal niet op de baan had laten zien en
tijdens de eerste training al na drie rondjes verdwenen
was. Een bezoek aan zijn riante motorhome maakte ons niets wijzer, omdat
daar niemand thuis gaf. Mac Mackay, persoonlijk begeleider van Freddie,
vertelde ons later lachend dat de stroom van regendruppels op zijn
motorhome Freddie in slaap hadden doen vallen en dat hij het wel best vond
voor vandaag. Toch vertrouwden we de zaak niet, maar donderdagochtend
vertelde een uiterst opgewekte Spencer zelf: "Met mij is alles
oké. Onder het
rijden denk ik niet eens meer aan die blessure. Om de
spieren toch enigszins te ontlasten is mijn bovenbeen wel ingetaped. De
250 cc machine rijdt zo gemakkelijk dat ik niet zoveel hoef
te trainen." De vierde training werd in de regen opnieuw zonder
Spencer afgewerkt. Pole-position was voor Carlos Lavado, die in de
voorlaatste ronde van de trainingen een tijd realiseerde van 2.19,97.
Spencer bleef daar bijna zestiende van een seconde boven. Lavado trainde
in totaal 313 kilometer, terwijl Spencer slechts 90 kilometer had afgelegd. Van
de vijf trainingen werden er slechts twee op een droge baan verreden en
juist in die twee sessies werd Anton Mang geplaagd door een vastloper.
Het nikasyl in de cilinder had losgelaten. Mang was dan ook voor niemand
te spreken en moest vanaf een negenentwintigste startplaats vertrekken.
Na een verkenningsronde liet Spencer vóór nog een volle regenband monteren. Ook
Lavado stond op dat schoeisel, terwijl Wimmer voor een intermediate had
gekozen. De start van de kwartliterrace verliep voor iedereen zonder
problemen en het was dan ook verbazingwekkend dat Anton Mang zich al na
een ronde op een zesde plaats meldde. Wimmer voerde
het veld aan gevolgd
door Lavado en Spencer. Op enkele meters volgden Loris Reggiani, Jacques
Cornu en Mang. Fausto Ricci was al onderuit gegaan,
evenals Dominique
Sarron. In de derde ronde nam Mang over en sloot Stéphane Mertens ook aan bij de kopgroep. De
Belg strekte op de rechte stukken voortdurend zijn linkerbeen om zijn
gekwetste knie (val in Spanje) te ontlasten. Mang, Spencer en Lavado
konden een gaatje slaan. In de vijfde ronde ging Lavado op de gladde
witte kantlijn bij de Stekkenwal onderuit. Na negen van de te verrijden achttien ronden was
de situatie als volgt: Freddie Spencer aan de
leiding, op ruim vijf seconden gevolgd door Anton Mang. Reggiani en
Wimmer waren weggereden van Jacques Cornu, die een stuurfoutje
had gemaakt. Mertens, McLeod en Mattioli vochten om de zesde plaats. Na
tweederde van het aantal af te leggen ronden
was de ideale lijn over het hele circuit nagenoeg drooggereden. Martin
Wimmer profiteerde hiervan en wist het gat tussen hem en zijn landgenoot
Mang dicht te rijden. In de vijftiende ronde nam Wimmer de tweede plaats
over. "Dat ik de finish nog gehaald heb!
Toen ik Toni had gepasseerd verloor ik mijn einddemper,
waardoor mijn machine meer toeren ging maken. Ik reed voortdurend met
twee vingers aan de koppeling, maar gelukkig bleef de machine heel en
kon ik Mang achter mij houden", vertelde een tevreden Wimmer na
afloop. Reggiani finishte als vierde.
Acht seconden later kwam Cornu onder de
zwart wit geblokte vlag door. Stéphane Mertens moest in de laatste fase
van de race McLeod, Mattioli en Roth voor laten gaan, maar pakte
desondanks toch nog twee punten. Terwijl Spencer ons vertelde dat de
bandenkeuze erg belangrijk was geweest, kwam Toni Mang bij de huldiging
zijn grote rivaal succes wensen voor de race in de 500cc. Er was geen
Nederlandse deelname in de kwartliterklasse, terwijl er toch 3 waren
uitgenodigd. Mar Schouten, Cees Doorakkers en Gerard vd Wal rijden op de
Nederlandse circuits iedereen zoek, maar in de GP races komen ze niet in
het stuk voor. Zelfs op hun thuiscircuit wisten ze zich niet te
kwalificeren.
 |
|
250cc:
Loris Reggiani voor Martin Wimmer (#7) |
|
©
foto Wout Meppelink |
Uitslagen
250 cc:
1.
Freddie Spencer (USA), Honda, 18 ronden in 45.14,57, gemiddeld 146.425
km/uur; 2. Martin
Wimmer (D), Yamaha, 45.26,87; 3. Anton Mang (D), Honda, 45.31,06; 4.
Loris Reggiani (I), Aprilia,A5.49,42; 5. Jacques Cornu (CH), Honda,
46.01,56; 6. Donnie McLeod (GB), Armstrong, 46.08,04; 7, Jean-Michel
Mattioli (F), Yamaha, 46.16,15; 8. Reinhold Roth (D), Römer-Juchem,
46.17,23; 9. Stéphane
Mertens (B), Yamaha, 46.24,96; 10. Jean Foray (F), Chevallier, 46.25,21;
11. Pierre Bolle (CH), Parisienne; 12. Siegfried
Minich (A), Yamaha; 13. Alan
Carter (GB), Honda; 14. Niall
Mackenzie (GB), Armstrong; 15. Hans
Lindner (A), Rotax; 16. Jean-Louis Guignabodet (F), Mig; 17. Roland
Freymond (CH), Yamaha; 18. August Auinger (A), Bartol; 19. Harald Eckl (D), Romer
Juchem; 20, Edwin Weibel (CH), Yamaha; 21. (op
een ronde) Luis Reyes (E), Cobas; 22. Andy
Watts (GB), EMC; 23. Manfred Herweh (D), Real; 24. Stefano Caracchi (I),
MBA; 25. Rene Detaby (B), Rotax; 26. Jean-Luc
Guillemef (F), Yamaha.
Snelste ronde: Martin Wimmer, 2.26,84
= 150.384 km/uur.

Martin
Wimmer (2e in Assen) en Alan Carter (13e)
Tussenstand
250 cc na Assen:
1.
Spencer 89 punten; 2. Wimmer
61; 3. Mang 60; 4. Lavado 49; 5. Reggiani 34; 6. Ricci 22; 7. Carter 18;
8. Roth
16; 9. Cornu 13; 10, Cardus 11.
|
|
Raceverslag
door Toon Kannekens, Henk Keulemans en Jan Boer (bron Moto 73)
|
|
©opyright 2006 Gerard
van der Pot.
|
|