De 6e GP van het seizoen 1986 was onze TT van Assen. Alle 5 de  klassen werden zoals altijd verreden. Ook de Formule-klasse was weer van de partij. De 80cc werd gewonnen door de Spanjaard Jorge Martinez. De 125cc was de derde overwinning al weer voor Luca Cadalora, de 250cc wederom door Carlos Lavado. Wayne Gardner pakte de overwinning in de 500cc. Het was de 1e GP van Texaan Kevin Schwantz en hij zou in de toekomst nog voor heel wat vuurwerk gaan zorgen. Hij startte op een ex- Barry Sheene Suzuki, gesponsord door Heron-Skoal Bandit. Alain Michel & Jean-Marc Fresc gingen als 1e over de streep in de zijspanklasse, weer geen geluk voor Streuer/Schnieders tijdens hun thuis-GP, die ze nog steeds nooit op hun naam hadden gebracht.

                        

TT-Assen 28-06-1986

 

Uitslagen TT Assen

  80cc 125cc 250cc 500cc zijspan
1e Jorge Martínez Luca Cadalora Carlos Lavado Wayne Gardner Michel/Fresc
2e Manuel Herreros Fausto Gresini Anton Mang Randy Mamola Webster/Hewitt
3e Hans Spaan Ezio Gianola Sito Pons Mike Baldwin Kumano/Diehl
4e Stefan Dörflinger Domenico Brigaglia Donnie McLeod Rob McElnea Egloff/Egloff
5e Angel Nieto Bruno Kneubühler Martin Wimmer Christian Sarron Abbott/Smith
6e Gerhard Waibel Johnny Wickström Tadahiko Taira Raymond Roche Barton/Buck
7e Josef Fischer Paolo Casoli Dominique Sarron Ron Haslam Brindley/Jones
8e Domingo Gil-Blanco Thierry Feuz Jacques Cornu Roger Burnett Scherer/Gess
9e Gert Kafka Gastone Grassetti Jean-François Baldé Didier de Radiguès Zurbrügg/Zurbrügg
10e Felix Rodríguez Angel Nieto Reinhold Roth Juan Garriga Gleeson/Elliott

 

Nederlandse 80cc deelnemers aan het EK, Wilco Zeelenberg (5e), Bert Smit (4e), Hans Koopman en  Jan Verheul.

Er werd dit jaar niet alleen een GP verreden op Assen, maar voor de GP werd ook een compleet programma voor het Europees kampioenschap afgewerkt. De trainingen hiervoor begonnen al op maandag en de races werden op dinsdag verreden, waarna op woensdag de GP trainingen begonnen. Het was bloedheet weer die week, dus een prettige manier om een weekie vakantie door te brengen, wat we dus ook hebben gedaan.

Kevin Mitchell, EK-250cc.

 

HETE TT  KOUDE DOUCHE

In een klasse waarin Nederland geheid op een overwinning rekende, bleek zelfs de plaats van beste Nederlander niet haalbaar. Egbert Streuer en Bernard Schnieders wonnen met overmacht in Duitsland en Oostenrijk, maar opnieuw rustte er een vloek op de thuiswedstrijd van het Asserduo. ,,Vraag maar niks, duw liever!", was het enige wat Bernard Schnieders teleurgesteld kon uitbrengen. Egbert en Bernard waren niet de enigen die in de 56e Dutch TT door de pechduivel onderuit gehaald werden. Ook kanshebbers als Ian McConnachie, August Auinger, Fausto Ricci en Eddie Lawson haalden de finish niet. Zij bleven door valpartijen steken in de Stekkenwal. Carlos Lavado, Jorge Martinez en Luca Cadalora waren de favorieten die niet van een koude kermis thuiskwamen. Alain Michel en Jean-Marc Fresc werden de verrassende winnaars van de zijspanklasse. De Nederlandse eer werd hooggehouden door Hans Spaan. Hij kon als derde op het erepodium plaatsnemen!

In theorie was het reeds gelukt, in de praktijk leek het te gaan lukken. Ja, leek, want ook tijdens de 56e Dutch wisten Egbert Streuer en Bernard Schnieders "hun" race weer niet te winnen, Zelden vallen de Assenaren tegenwoordig in een wedstrijd uit. Dat moest dan om één of andere mysterieuze reden nu maar weer eens gebeuren. Tien doorkomsten reed het Barclay-span op kop. Het leek er zelfs op, dat de tienduizenden toeschouwers hun favorieten naar die lang verwachte zege wilden dragen. Zo groot was het enthousiasme. Maar in de elfde ronde kwam bij de Ossebroeken een abrupt einde aan die vreugde. Het span met startnummer één werd plotseling langzamer en de bemanning ging rechtop zitten. Hierdoor werd ook het publiek stil. De hoeden en petten bleven op en de programma's naar beneden. Egbert en Bernard rolden naar een zij-ingang van het rennerskwartier en leken te verdwijnen in een aanstormende meute belangstellenden. Wat was er gebeurd? Egbert, nadat hij de machine in de tent geparkeerd had: "Plof, uit! Niets meer. Ik wist direct, dat de ontsteking stuk was." Daarmee was hij, en met hem vele anderen, een illusie armer. En tot die "plof” was alles zo perfect voor Egbert en Bernard gegaan. De trainingen verliepen prima. Alleen heerste er de hitte wat onzekerheid omtrent de bandenkeuze in het Streuer kamp. Maar zij waren niet enigen, die daarmee kampten. Zonder al te grote inspanningen zetten de Assenaren de snelste trainingstijd op de klokken. In de nacht van donderdag op vrijdag bouwde Egbert thuis in alle rust samen met monteur Hans Klaassens een kompleet nieuw Yamahablok in de LCR. Het was de motor, die de Assenaren van de Stichting Circuit van Drenthe gekregen hadden, nadat zij afgelopen jaar de wereldtitel hadden weten te prolongeren. Het leek er dus op dat Egbert iets terug wilde doen. In ieder geval werd getracht om elke mechanische  onzekerheid te vermijden. Bovendien bleek in de laatste trainingen, dat de nieuwe krachtbron voortreffelijk liep. Daarentegen waren Rolf Biland & Co lange tijd ten einde raad. Het Zwitserse team werkte in de week voor de TT nog probleemloos een testprogramma op de Salzburgring af, maar in Assen ging alles heel lang fout. Door een kapotte versnellingsbak en vastlopers kwamen Biland/Waltisperg nauwelijks aan trainen toe. Pas in de laatste training, toen de Hummel cilinders weer waren vervangen door Yamaha exemplaren, zetten ze met 2.22.20 de tweede tijd neer. Altijd nog ruim zestiende seconde achter de favoriete Nederlanders. Voor de race zag Egbert Streuer Biland dan ook niet als het grootste gevaar. Ook al omdat die op hetzelfde merk banden (Yokohama) van start moest. Gezien de hitte leken de Avon-rijders - en dan met name Alain Michel en Steve Webster - in het voordeel te zijn. Direct na de start spoten Rolf Biland en Kurt Waltisperg op hun membraam gestuurde Krauser als eerst op de S-bocht af. Egbert Streuer en Bernard Schnieders doken onmiddellijk in hun slipstream. Al na één ronde kondigde zich een sensatie aan. De Rothmans combinatie denderde de pits binnen en het team van Biland begon een partij te sleutelen. Een verbrande koppeling bleek het euvel te zijn. In drie ronden werd de koppeling vervangen en verscheen Rolf Biland weer in de baan. Natuurlijk net nadat Steve Webster en Egbert Streuer de pits waren gepasseerd. Tenslotte hadden de Nederlanders dit "toneelstukje" drie jaar geleden opgevoerd. Biland over het waarom: ,,Ten eerste wilde ik kijken hoe onze motor ten opzichte van die van Egbert liep en ten tweede hadden we de camera van Sky Channel aan boord. Bovendien is het veel mooier voor het publiek". Het "tweede duel" Streuer/Biland duurde dus tot die bewuste 11e ronde, toen de Barclay-combinatie stil viel. De twee Assenaren leken snel over de teleurstelling heen te zijn. Het leek er zelfs op, dat ze toch met de pechduivel rekening hadden gehouden. Bernard nadat hij zich eerst tien minuten op de wc van de camper had opgesloten om zijn teleurstelling te verwerken: ,,Nee, ik had er echt op gerekend dat we dit keer zouden winnen". En vervolgens tegen Egbert, terwijl hij hem een klap op de schouder gaf: ,,Kom Streuertje, volgend jaar dan maar". Terwijl Egbert Streuer en Bernard Schnieders op het circuit stil vielen, zakte er in de Barclay VIP-room een toren - nog niet gevulde - champagneglazen in en namen Alan Michel en Jean-Marc Fresc de leiding. De Fransen, die afgelopen seizoen nog zoveel pech hadden, hielden ondanks de hitte hun hoofd koel en pakten een verdiende overwinning. De tweede plek ging onaangevochten naar Steve Webster en Tony Hewitt. De derde plaats was verrassend voor Masato Kumano en Helmut Diehl, die daarvoor helemaal uit het middenveld kwamen. De tweeling Markus en Urs Egloff moesten de derde plaats inruilen voor een vierde, omdat hun banden te heet werden. Abbott/Biggs, Barton/Rösinger werden respectievelijk vijfde en zesde. Nadat Steinhausen/Hiller ook nu weer in kansrijke positie door pech werden geveld, gingen Derek Jones en Brian Ayres tijdens hun inhaalrace spectaculair in de fout. Beide Engelsen gingen over de kop en kwamen onder het span terecht. Gelukkig mankeerden ze niets. Buiten Egbert Streuer en Bernard Schnieders hadden ook Theo van Kempen en Geral de Haas zich veel van deze TT voorgesteld. Maar ook zij kregen, op een voortreffelijke vierde plaats liggend, de pechduivel op bezoek. Met een defecte versnellingsbak verlieten ze het strijdtoneel. Direct na de zijspanrace vertrok Rolf Biland's sponsor ,,Gig" Krauser teleurgesteld naar huis. Opnieuw hadden zijn motoren, zowel in de 80cc als in de zijspanklasse geen overwinning weten te boeken. Al op vrijdagavond had Krauser aangekondigd, dat wanneer Biland de race niet zou uitrijden, het team niet naar Francorchamps zou gaan. Na de race bleef Krauser bij zijn beslissing. Dat houd dus in, dat we Biland niet in de Grote Prijs van België aan het werk zullen zien. Hoewel hij zelf graag wil. ,,Ik hoop dat hij van mening verandert. Maar Krauser vind, dat de motor eerst perfect in orde moet zijn, zowel tijdens de trainingen als de race. Daar heeft hij misschien wel gelijk in, maar ik heb ook verplichtingen tegenover Rothmans. Als we niet gaan, zit het er dik in, dat mijn sponsorcontract op de tocht komt te staan. Bovendien hebben we in Assen wel de snelste ronde gereden. Misschien heeft dat nog invloed op Krauser. Mocht dat niet het geval zijn, dan ga ik niet. Uiteindelijk is hij mijn grootste sponsor".  

Egbert en Bernard 

© foto Wout Meppelink

 

Lawson, geen excuses

Op het moment dat vrijdagavond de eerste bezoekers een plaatsje langs de Veenslang zochten, spraken wij met Eddie Lawson. ,,Alles loopt perfect. Ik zal zondermeer voor de eerste plaats gaan rijden". Dit voornemen brak hem al in de eerste ronde op. Wat gebeurde er precies? ,,Ik heb veel te snel gewild. Geen excuses, het was mijn eigen schuld. Ik lag ongeveer tiende en wilde in die bocht enkele rijders eruit remmen. Ik kwam in het gras en had de machine volledig onder controle. Ik heb toen te veel gas gegeven om weer op de baan te komen. Ik houd niet echt van Assen. De baan heeft een schitterende lay-out, maar is voor de 500cc te smal. Natuurlijk ben ik enorm teleurgesteld, ik val eigenlijk nooit, maar in Assen zit het me bepaald niet mee. Ik zal nog wel enige dagen last hebben van deze tegenvaller, maar in de loop van de week ben ik wel weer zover om in Francorchamps sterk terug te komen," luidde de verklaring van Eddie Lawson, die in eerste instantie totaal niet aanspreekbaar was. Wayne Gardner ontdekte pas na de finish dat Lawson gevallen was. ,,Ik heb in de tweede ronde de leiding genomen en onmiddellijk geprobeerd om weg te komen. Ik heb slechts één keer achterom gekeken en zag toen iemand in het rood achter me rijden. Ik dacht dat het Lawson was". Later liet Wayne weten dat zijn 2e GP-overwinning veel belangrijker voor hem is dan de overwinning in Spanje. ,,Ik heb natuurlijk slechter herinneringen aan Assen. In 1983 had ik een bijzonder ongelukkig GP-debuut op dit circuit. Miljoenen mensen hebben toen gezien wat er gebeurd is. Als Franco Uncini niet volledig was hersteld had ik echt nooit meer gereden. De crash is nooit meer uit mijn gedachten geweest. Deze overwinning is alleen daarom al enorm belangrijk voor mij. Bovendien is Assen de beste Grand Prix om te winnen i.v.m. de enorme publieke belangstelling en deze GP heeft een bijzondere publicitaire waarde". In het begin van de race werd Gardner gevolgd door Raymond Roche, Rob McElnea, Randy Mamola, Ron Haslam en Mike Baldwin. McElnea  leek de sterkste van deze groep. Hij wist zich los te rijden. In de 6e ronde was het echter Mamola die de tweede positie innam en op jacht ging naar Gardner. Het gat van ruim 3 seconden werd per ronde enkele tientallen van een seconde kleiner, maar Gardner zag het gevaar tijdig en wist zijn voorsprong verder uit te bouwen. Inmiddels was het deelnemersveld drastisch geslonken. In de tweede ronde waren Lewis, Fischer, Yatsushiro en Schwantz onderuit gegaan. Zij krabbelden wel weer overeind, maar parkeerden hun machines even later toch in de pits. Alleen Kevin Schwantz ging door, maar moest uiteindelijk in de twaalfde ronde ook met machinepech naar de pits. In de 5e ronde trok Gustav Reiner zijn machine bij Ossebroeken onderuit. ,,Wat duurde het lang voor de baancommissarissen de brandblussers hadden gevonden. Mijn machine is voor de helft uitgebrand. Een enorme schade en die Honda's zijn toch al zo verrekte duur".

 

In de 6e ronde gingen Dave Petersen en Massimo Messere samen onderuit. Petersen liep daarbij een schouderbreuk op. Met nog 8 ronden te gaan was het duidelijk dat Wayne Gardner voor niemand te achterhalen was. Randy Mamola zonder problemen tweede zou worden en dat Rob McElnea een riant uitzicht had op de derde plaats. Mike Baldwin gaf zich echter niet zomaar gewonnen, want tegen het eind van de race maakte hij vele meters goed op McElnea. ,,Bij het ingaan van de laatste ronde had ik nog voldoende voorsprong op Baldwin om hem achter mij te houden. Het ging echter niet gemakkelijk, omdat mijn voetsteun deels was afgebroken. In de laatste ronde reed ik een meeuw aan. Dat beest sloeg te pletter op mijn radiateur, waardoor mijn motor te heet werd en vermogen verloor. Zodoende verspeelde ik toch nog mijn derde plaats," vertelde een teleurgestelde Rob McElnea. Onopvallend, maar daarom nog niet minder sterk, reed Christian Sarron, na een matige start, naar een vijfde plaats. Ron Haslam wist de opvallend goed rijdende Roger Burnett maar net achter zich te houden en Didier de Radiguès kwam niet verder dan de negende plaats. Lange tijd leek Van Dulmen in zijn laatste TT ook nog een WK-puntje te kunnen pakken, maar Juan Carriga en Marco Gentile verwezen hem terug naar een 12e plaats. Mile Pajic (16e), Rob Punt (20e) en Maarten Duyzers (uitgevallen) waren de ander Nederlanders in de "koningsklasse". 

Wolfgang von Muralt

Kevin Schwantz

Wolfgang von Muralt (#29), Simon Buckmaster (#40).

Didier de Radiguès

Eddie Lawson

"Kamikaze" Gustav Reiner zijn Honda vat vlam.

Juan Garriga

Mike Baldwin

Mike Baldwin

Paul Lewis

Randy Mamola

Raymond Roche

Shunji Yatsuhiro

Ron Haslam (#5) & Shunji Yatsuhiro (#31).

Rob McElnea

Wayne Gardner

Eddie Lawson

Wayne Gardner

Christian Sarron

Marco Papa (#18), Wolfgang von Muralt (#29), Simon Buckmaster (#40).

 

Rob McElnea (#9) & Rob Punt (#53).

Gustav Reiner

Rob McElnea

 

250cc: Carlos Lavado, heer en meester

Carlos Lavado

Tijdens de trainingen riep Carlos Lavado al: ,, Als het zaterdag ook zo lekker warm is, moet het voor mij mogelijk zijn op mijn favoriete circuit mijn 16e GP-overwinning te behalen. De Yamaha loopt perfect en ik ben altijd goed in vorm tijdens de TT van Assen". Dit bleek geen grootspraak, want de altijd goed gehumeurde Lavado behaalde een ogenschijnlijk eenvoudige overwinning in de kwartliterklasse. Toen het licht op groen ging werd het onmiddellijk duidelijk dat Martin Wimmer voor het nodige vuurwerk zou gaan zorgen. Zijn Yamaha toonde pas tekenen van leven toen zeker driekwart van het deelnemersveld al was vertrokken. 

Wimmer kwam na de eerste ronde als twintigste door, drie plaatsen voor zijn teamgenoot Tadahiko Taira. Anton Mang passeerde als 15e voor de eerste maal de Hoofdtribune net achter de uitstekend gestarte Cees Doorakkers. Achter Lavado reden Fausto Ricci, Alfonso "Sito" Pons en Donnie McLeod. Jacques Cornu probeerde bij dit trio aan te sluiten. Na 7 ronden was Anton Mang zover opgerukt dat hij, in tegenstelling tot Cornu, wel bij het genoemde trio kon aansluiten. Wimmer lag op dat moment in viertiende positie en Taira kwam als negende door. Manfred Herweh stond inmiddels met een slecht lopende machine in de pits, in gezelschap van Carlos Cardus. Mar Schouten moest met kramp in zijn been de strijd staken en Pierre Bolle was met maagklachten binnen gekomen. Twee ronden later ging Fausto Ricci onderuit. Met nog zeven ronden te gaan consolideerde Lavado zijn voorsprong van 8 seconden op Anton Mang, Sito Pons en Donnie McLeod. De volgende groep gevormd door Cornu, Baldé, Taira en Dominique Sarron kreeg gezelschap van Martin Wimmer, nadat deze het ronderecord scherper had gesteld. Cees Doorakkers zakte terug naar een zeventiende plaats en Gerard vd Wal lag aan de staart van het veld de gehele race in de clinch met de Zwitser Luzi. Erg vriendelijk ging het er daarbij niet aan toe. Men probeerde elkaar er constant uit te remmen en Gerard vd Wal kwam zelfs een keer ver naast de baan terecht. Achter Luzi werd hij als eenentwintigste afgevlagd. In de laatste fase van de strijd wist alleen Wimmer zijn positie nog te verbeteren. Hij werd als 5e afgevlagd achter Mang, Pons en McLeod. Taira werd 6e op enige afstand gevolgd door Sarron, Cornu en Baldé. Reinhold Roth pakte met de tiende plaats het laatste WK-puntje. 

 

Carlos Lavado

 

Tadahiko Taira

Reinhold Roth (#9) & Stéphane Mertens.

Martin Wimmer

Jacques Cornu (#10)

Toni Mang

Cees Doorakkers

Reinhold Roth

Niall MacKenzie

Reinhold Roth

Martin Wimmer (#4) & Hans Becker (#32).

Sergio Pellandini

Toni Mang

Luis Lavado, de broer van Carlos.

Cees Doorakkers met Boet van Dulmen.

Cees Doorakkers

Formule I: meevaller voor Joey Dunlop

Voor volle tribunes won Joey Dunlop in een recordtijd op donderdagavond de Formule 1 wedstrijd. Lange tijd leek een sensatie in de lucht te hangen, omdat tot een paar ronden voor het einde niet Dunlop, maar Suzuki rijder Neil Robinson aan de leiding ging. Hij moest door pech afhaken. De Nederlanders kwamen er in het geheel niet aan te pas.

Traditiegetrouw is de donderdagavond de drukste avond van de TT week. In het verleden kon men dan altijd trainingen van de 500 cc en de zijspannen aanschouwen. Door het overgaan op een Speedweek werd het tijdschema volledig veranderd. Nu geen trainingen, maar een echte wedstrijd. De race was het aanzien meer dan waard. De onderlinge verschillen waren betrekkelijk gering. Bovendien vormden zich diverse groepjes. Voor het Nederlandse publiek was het uiteraard jammer dat geen enkele Nederlander een serieuze inbreng in het wedstrijdgebeuren had. Na de trainingen mocht daar al nauwelijks op gerekend worden. Met drie geblesseerde (Coster, Brand en Flameling) en twee niet gekwalificeerde rijders (Benthem en Bemelman) was de Nederlandse inbreng gereduceerd tot slechts drie rijders: De Vries, Smetsers en Van der Endt. Torenhoog favoriet voor de zege was viervoudig wereldkampioen Joey Dunlop. Toch kwam hij niet tot de snelste tijd in de trainingen. De beide Skoal Bandit Suzuki rijders Paul Iddon en Neil Robinson waren juist iets sneller. Hoewel Marco Lucchinelli twee seconden langzamer was dan Dunlop, had het Honda team wel enige angst voor de Italiaan, van wie men zeker wist dat hij niet hoefde te tanken. Dunlop moest dat in elk geval wel. Een verrassing op de eerste startrij was de Zwitser Martin Decker, die in een poging een nog betere tijd te maken in de laatste training moest bekopen met een valpartij. Kevin Schwantz bracht met zijn RG500 Suzuki de enige tweetakt op de eerste startrij. Schwantz was het snelst weg en passeerde bij de eerste doorkomst als koploper, gevolgd door Dunlop, Iddon, Robinson, Irons en Andersson. Lang bleef de volgorde niet zo, want een ronde later ging Dunlop aan de leiding. De Noord-Ier slaagde er niet in duidelijk afstand te nemen van z'n achtervolger Robinson. Hij won per ronde slechts enige tienden van seconden. Diens teamgenoot Paul Iddon was door twee fouten, waarbij hij in het gras belandde, achterop geraakt. Na 15 van de 25 ronden kwam Dunlop de pits binnen om te tanken. Snel verdwenen er acht liter benzine in de tank, maar door het afremmen, tanken en weer optrekken verloor hij toch aanzienlijk terrein. Zoveel, dat Robinson ruim op kop kwam. Dunlop keek tegen een achterstand van tien seconden aan. Per ronde maakte hij minder dan een halve seconde goed. De overwinning leek verloren te gaan, totdat Robinson vier ronden voor het eind uitviel. Robinson: "Bij het opgaan van de Veenslang sprong de ketting van het tandwiel. Ik heb geprobeerd de ketting er weer om te leggen, maar dat lukte niet. Het is me een raadsel waarom de ketting er af gelopen is"; En zo kreeg Dunlop toch nog de winst, al had hij daar niet meer op gerekend: "Ik had me al neergelegd bij een tweede plaats, want het gat was te groot om te dichten. Een leuke meevaller en het brengt een vijfde titel binnen bereik". Achter de rug van Dunlop speelde zich in de slotronden een fel gevecht af om de tweede plaats tussen Schwantz en Iddon. De Brit had gestadig zijn achterstand door zijn beide foutjes goed weten te maken en kwam na een tankstop van Schwantz (zijn tweetakt gebruikte meer benzine dan de viertakt van Iddon) ruim voor de Amerikaan, die tot het eind fel bleef doorvechten. In de slotronde kwam Schwantz voor Iddon en werd zodoende tweede. Schwantz voelde zich goed thuis in Assen, al moest hij in het begin wel even wennen aan de breedte van de baan, maar dat geldt voor vele debutanten in Assen, die gewend zijn te racen op gecombineerde auto- en motorcircuits. Paul Iddon was niet zozeer teleurgesteld, maar nog veel meer kwaad op zichzelf: "Ik heb twee stomme fouten gemaakt. Die hebben me de overwinning gekost. In de training was ik al sneller dan Dunlop. Bovendien wist ik dat hij moest tanken, iets wat voor onze Suzuki's niet nodig is. Wij vertrekken met een volle tank en houden nog zo'n vier liter benzine over. Op zich is een derde plaats natuurlijk wel goed, maar er had hier zoveel meer voor mij in kunnen zitten". Temidden van alle watergekoelde Japanse viercilinders wist Marco Lucchinelli zich prima staande te houden met zijn luchtgekoelde Ducati twin. De voormalige 500 cc wereldkampioen werd zevende. Lucky: "Ik heb een fijne race gereden. Helaas komen we een beetje snelheid tekort ". De in de training zo verrassende Zwitser Martin Decker stopte al na een paar ronden. Hij ondervond te veel last van zijn rechtervoet, die hij 's morgens bij een val blesseerde. In de race gingen drie rijders onderuit. Onafhankelijk van elkaar rolden Mauro Ricci, Henrik Ottesen en Richard Scott in de Ossebroeken van hun motoren. Keith Huewen bracht zijn Suzuki al na drie ronden de pits in met overstroomde carburateurs. Het Nederlandse trio had geen enkel uitzicht op WK punten. Aanvankelijk bezette Henk de Vries de beste positie, maar zijn Yamaha begon steeds slechter te lopen ("De band en, de vering en de ontsteking gaven problemen. Daarna ging het met mezelf ook steeds slechter") en in de laatste ronde kwam hij tot stilstand door een defecte ontsteking. Beste Nederlander werd nu zijn JVR teamgenoot Peter Smetsers met een zestiende plaats. Smetsers: "Daar heb ik hard voor moeten werken. De bandenkeuze was enigszins een gok, omdat ik de laatste training niet heb kunnen rijden vanwege een kapotte koppeling. De keuze is vrij aardig gelukt. Ik wist dat een plaats bij de eerste tien mogelijk was, maar bij de start raakte ik enorm achterop. Bij een rijder voor mij spoot water uit de motor, waardoor ik met natte banden moest vertrekken. Ik rij verder nog vier WK wedstrijden, Spanje, Portugal, lerland en Finland. Aan stratencircuits heb ik absoluut geen hekel". Kees van der Endt, op een nagenoeg standaard Suzuki, kwam veel snelheid tekort en eindigde als laatste.             

Joey Dunlop

Henk de Vries

   

Marco Lucchinelli

Paul Iddon

        

80cc: Ian McConnachie te gehaast

Vierenveertig coureurs deden mee aan de trainingen in het gevecht om 36 startplaatsen. Onder de acht afvallers bevonden zich geen Nederlanders, maar wel de Belg Serge Julin, die ruim 2 seconden te langzaam was. Pas in de slotminuten van de laatste trainingssessie reed Jorge Martinez zich naar de beste startpositie. In de derde training had hij zijn toppositie moeten overdoen aan Stefan Dörflinger, die toen 0.36 seconde sneller was. Beiden persten er op het eind nog een snellere tijd uit, waarbij Martinez slechts 0.21 seconde sneller was. Verder op de 1e startrij Ian McConnachie, Hans Spaan en Manuel Herreros. Spaan was aanmerkelijk sneller dan de andere Nederlanders. Rond Spaan speelde zich heel wat tumult af vlak voor de start. Teruggekeerd van de opwarmronde ontdekte monteur Theo Schermer een spijker in de achterband. Spaan: ,,Hij trok de spijker uit de band en die liep direct leeg. Ik dacht dat ik de race wel kon vergeten. In minder dan 3 minuten zou het nieuwe achterwiel, dat uit de bus gehaald moest worden, erin gezet moeten worden. De bus zat op slot en in de paniek was men vergeten de sleutel uit de pits mee te nemen. Dus eerst nog een keer op en neer alvorens er een nieuw wiel was. Gelukkig werd de start wat uitgesteld - ik had geluk dat de race in Nederland was - en ik bleef geconcentreerd. De start verliep goed". 

   
 

Twee wereldkampioenen in gesprek; Stefan Dörflinger (l) en de geblesseerde Ricardo Tormo (r).

 

Hans Spaan, in de hitte, wachtend op een ander achterwiel. Pierpaolo Bianchi (#17), Domingo Gil (#18), Alexander Barros moeten ook geduld hebben.

   

Manuel Herreros (#4), Ian McConnachie (#6), Luis Miguel Reyes (#33).

Hans Spaan

Stefan Dörflinger

Domingo Gil

Spaan vertrok vlot. Alleen Pier-Paolo Bianchi, Wilco Zeelenberg, Martinez en Kunz waren nog iets sneller weg. Van hen kwam Zeelenberg niet ver, want al in de 1e ronde kreeg hij pech. Ook de Zwitser Dünki en de pas 16-jarige Alexander Barros (rijd heden ten dage, 2005, nog steeds mee in de MotoGP), die er hard van afvloog, haalden de eerste doorkomst niet. Bianchi hield het langer vol, maar na zeven ronden wilde zijn motor niet meer voluit draaien en moest de Italiaan naar de kant. Hij was toen al afgezakt naar de twaalfde plaats. Voor Theo Timmer kwam het einde al na drie ronden: ,,Al vanaf het begin loopt de motor niet goed. Er is veel vermogen zoek". Vanaf de eerste doorkomst ging Martinez aan de leiding, op afstand gevolgd door eerst teamgenoot Manuel Herroros en later Ian McConnachie, die slecht van start was gekomen. De Brit vloog door het hele veld en maakte het Martinez bijzonder moeilijk. Twee rondren voor het einde werd Martinez van de leiding verdrongen, Ian McConnachie ging voluit door, zonder achterom te kijken. Dat had hij beter wel kunnen doen, want dan had hij gezien dat Jorge Martinez zich snel tevreden stelde met de tweede plaats. De Spanjaard deed geen enkele moeite om de kop terug te pakken. Martinez werd echter toch winnaar, omdat McConnachie in de laatste ronde onderuit schoof. Daarbij brak een electrische leiding en was McConnachie uitgeschakeld. ,,Wat voelde ik me op dat moment beroerd. Ik had mijn eerste GP kunnen winnen, maar helaas, ik moet nog wel wat leren. Daarvoor heb ik de tijd, want ik ben pas 21. Ik zal ooit nog wel eens een perfecte coureur worden. We weten sinds vandaag dat we de beste motor hebben. Ik heb hier gereden met een eigen frame met daarin een fabrieksblok. De sfeer in het team heeft niet geleden onder mijn val. En nu maar hopen dat Silverstone beter verloopt. Voor eigen publiek hoop ik me goed in de kijker te rijden". Winnaar Marinez die toegaf dat hij zich had verzoend met de tweede plaats, blikte ook al even vooruit naar Silverstone: ,,Daar zal Ian ongetwijfeld nog sterker rijden dan hier. Dat zal een moeilijke race worden voor mij". Hans Spaan die de halve race als vierde doorkwam, schoof door de val van Ian McConnachie op naar de derde plaats en zorgde daarmee voor de beste Nederlandse prestatie van de dag. ,,De vervangende band was een ietsje te zacht. Daardoor kon ik het tempo van Herreros niet helemaal volgen. Ik heb hem laten gaan. tegen het eind heb ik wel weer even flink gas gegeven, omdat Angel Nieto en Stefan Dörflinger dichter bij me kwamen. Het is sneu voor McConnachie dat hij is gevallen. Hij rijdt misschien het hardst van allemaal, maar hij weet niet van ophouden". Spaan was de enige Nederlander in de top tien. Henk van Kessel eindigde als elfde. In de eerste ronde moest hij in de Stekkenwal, door een andere rijder gedwongen, rechtdoor en kon als laatste de race vervolgen. Jos van Dongen stopte vanwege een defecte koppeling. Voor de lichtste klasse breken rustige weken aan. Pas over een maand is de volgende GP. Dan maken de 80cc-ers hun debuut op het snelle circuit van Silverstone.

125cc: Machtsstrijd bij Garelli

Na de trainingen van de 125cc klasse vroegen we aan team Italia/Garelli manager Eugenio Lazzarini, wat hij zijn beide pupillen Luca Cadalora en Fausto Gresini voor de race had opgedragen. ,,Niets, want daar is de situatie te gecompliceerd voor", aldus de kleine ex-coureur. ,,Ik hoop, dat beiden hun verstand gebruiken en dat ze alle twee heel over de finish komen. Voor mij maakt het geen verschil, wie er wint. Maar ze moeten niet alleen naar elkaar kijken, want dan kan August Auinger nog wel eens profiteren". Daar had Lazzarini gelijk in, want de lange Oostenrijker was er in de laatste training in geslaagd om zich tussen de twee Garelli's te schuiven. In de race zocht genoemd trio elkaar direct op. De beide Garelli-coureurs afwisselend op kop, met de eenzame Auinger op het vinkentouw. In plaats van rustig achter de Italiaantjes aan te rijden zocht de Oostenrijker het gevecht. Hij trachtte de snelheid van zijn Bartol-MBA uit te buiten, maar dat bleek een verkeerde tactiek te zijn. In de zevende ronde schoof Auinger - op dat moment achter de Garelli's liggend - bij de Stekkenwal onderuit. Daarmee sneuvelde op deze TT-dag de derde favoriet in deze venijnige haakse bocht. Na het wegvallen van Auinger groeide de strijd om de macht bij Garelli naar een climax. Nadat Gresini en Cadalora elkaar vele malen gepasseerd waren, moest de laatste ronde de beslissing brengen. Cadalora wekte de indruk Gresini voor te laten gaan, maar sloeg in de snelle bochten voor de Ramshoek genadeloos toe. Via een vlijmscherpe passeermanouvre schoot Cadalora de nummer één voorbij en wist hem tot de finish voor te blijven. Zo boekte Luca Cadalora niet alleen zijn 3e GP-zege op rij, hij deelde Gresini tevens een flinke mentale tik uit. Bovendien vergrote de tweede rijder uit de Garellistal zijn voorsprong in de stand van het wereldkampioenschap. Na een matige start vocht Ezio Gianola zich naar een onbedreigde derde plaats. Achter zijn rug vielen nogal wat kanshebbers op WK-punten uit door machinepech. Pier-Paolo Bianchi zag na de 80cc voor de tweede keer deze dag de finish niet, omdat zijn motor hem vroegtijdig in de steek liet. Alfred Waibel zag zich van een vijfde plaats beroofd toen zijn Real op één cilinder begon te lopen. De MBA van Jussi Hautaniemi liep vast en Lucio Pietroniro moest naar de kant vanwege een kapotte versnellingsbak. De tweede sterke Belg in de 125cc klasse, Olivier Liegeois, wist zich na een pijnlijke valpartij in de training niet voor de race te kwalificeren. Het gevecht om de vierde plaats woedde tussen Dominico Brigaglia en Bruno Kneubühler. Uiteindelijk trok de Ducados rijder in de laatste ronde aan het langste eind en zorgde er zo voor, dat de eerste vier plaatsen weer eens in Italiaanse handen kwamen. Johnny Wickström werd zesde, terwijl Paolo Casoli in de laatste ronde Thierry Feuz van de zevende plaats wist te verdringen. Gastone Grassetti, ja al weer een Italiaan, werd negende en het laatste puntje behorende bij de tiende plaats ging naar Angel Nieto. Zo lijkt de multikampioen dan toch wel op zijn retour te zijn. In de laatste fase van deze interessante race werd Nieto zelfs door een ,,good-old-collega", Anton Straver in de rug gekeken. Het leek erop dat de constant rijdende ,,grijze eminentie" zich zelfs van het laatste puntje zou gaan meester maken. Hij liep nl. zienderogen in op Nieto. Helaas sloeg ook voor Anton het noodlot toe op..... de Stekkenwal. Met nog anderhalve ronde te gaan sloeg zijn motor namelijk in deze bocht vast en gleed hij onderuit. Zo ging de bos bloemen met het lint ,,Beste Nederlander", evenals vorig jaar naar Jan Eggens. De Assenaar bracht zijn LCR-EGA als vijftiende over de streep. Ton Spek werd na een pitsstop, om een gebroken uitlaatveer te vervangen, tweeëntwintigste.

125cc gevecht om de overwinning tussen Fausto Gresini (#1), August Auinger (#3) en Luca Cadalora

Fausto Gresini (#1), August Auinger (#3) en Luca Cadalora.

Ezio Gianola (#4), Domenico Brigaglia (#6), Pierpaolo Bianchi (#2) & Alfred Waibel (#12).

Ezio Gianola

   

Fausto Gresini (#1), Luca Cadalora (#22) & August Auinger.

Angel Nieto (#16), Gastone Grassetti & Paolo Casoli.

 

 

Voor aanvang van de races en tijdens de pauze werd het publiek getrakteerd op een optreden van de Sterrekiekers uit Franeker, de band die tijdens de Elfstedentocht zorgde voor veel sfeer in Franeker. 

0-0-0-0-0-0

Uit het feit dat de Suzuki testrijder Masuri Mizutani rechtstreeks door de fabriek was ingeschreven maakten vele insiders op dat de lang verwachte Suzuki V4 zijn debuut in Assen zou maken. " Groot was de teleurstelling bij bijvoorbeeld Dave Petersen toen Mizutani met een ouderwetse roterende Suzuki op het circuit verscheen. "Langzamerhand ga ik geloven dat de V4 dit seizoen helemaal niet meer komt, " was zijn reactie.

0-0-0-0-0-0

Boet van Dulmen en Gustav Reiner kregen zes speciale cilinders van HRC aangeboden. Bepaald gelukkig waren beide coureurs niet met de bijbehorende factuur. De prijs per cilinder bedroeg ruim drieduizend gulden. "Bovendien schieten wij met alleen een stel cilinders niets op, " was hun reactie.

0-0-0-0-0-0

De vriendin van Randy Mamola moest tijdens de trainingen met een acute blindedarmontsteking worden opgenomen in het ziekenhuis.

0-0-0-0-0-0

Wilco Zeelenberg, Mar Schouten, Hennie Boerman en Cor van Reeuwijk/Hans Blaauw kregen naar aanleiding van hun prestaties in het EK alsnog een startbewijs voor de TT. Helaas verliep hun Grand Prix optreden niet succesvol. Cor van Reeuwijk en Hennie Boerman konden zich niet kwalificeren. Wilco Zeelenberg en Mar Schouten gingen wel van start, maar haalden de finish niet.

 0-0-0-0-0-0

In vergelijking met andere circuits, die veelal ook gebruikt worden voor autoraces, is Assen nogal aan de smalle kant. Tijdens de prijsuitreiking liet Toni Mang weten dat de baan best wat breder gemaakt zou mogen worden: "Van het geld dat verleden jaar overgebleven is, is het rennerskwartier verhard. Als jullie ook nu weer iets overhouden, besteed dat dan aan verbreding van het circuit. Dat is in het belang van de veiligheid. Maar maak er beslist geen autocircuit van, want op vangrails zitten we niet te wachten. " Jaap Timmer over een verbreding van het circuit: "Vanuit de autowereld wordt aandrang op ons uitgeoefend de baan breder te maken, zodat er ook met auto's gereden kan worden. Dat willen wij niet. De mogelijkheden om de baan breder te maken zijn ruimschoots aanwezig."

0-0-0-0-0-0

Na afloop van de prijsuitreiking van de Formule 1 race op donderdagavond keerde Joey Dunlop samen met Neil Robinson en een viertal monteurs per auto naar het circuit terug. De achter het stuur zittende monteur raakte de controle over de auto kwijt en men eindigde bij de Madijk in de berm. Een monteur liep daarbij een gebroken kaak op.

Agostini rondje op een historische MV-Augusta

 

verslag door Toon Kannekens, Henk Keulemans en Jan Boer (bron Moto 73)

©opyright 2006 - 2012 www.jumpingjack.nl