|
In een klasse waarin Nederland geheid op een overwinning
rekende, bleek zelfs de plaats
van beste Nederlander niet haalbaar. Egbert Streuer en Bernard
Schnieders wonnen met overmacht in Duitsland en Oostenrijk, maar opnieuw
rustte er een vloek op de thuiswedstrijd van het Asserduo. ,,Vraag maar niks, duw liever!",
was het enige wat Bernard Schnieders teleurgesteld kon uitbrengen.
Egbert en Bernard waren niet de enigen die in de 56e Dutch TT door de
pechduivel onderuit gehaald werden. Ook kanshebbers als Ian McConnachie,
August Auinger, Fausto Ricci en Eddie Lawson haalden de finish niet. Zij
bleven door valpartijen steken in de Stekkenwal. Carlos Lavado, Jorge
Martinez en Luca Cadalora waren de favorieten die niet van een koude
kermis thuiskwamen. Alain Michel en Jean-Marc Fresc werden de
verrassende winnaars van de zijspanklasse. De Nederlandse eer werd
hooggehouden door Hans Spaan. Hij kon als derde op het erepodium
plaatsnemen!
In theorie was het reeds gelukt, in de praktijk
leek het te gaan lukken. Ja, leek, want ook tijdens de 56e Dutch wisten
Egbert Streuer en Bernard Schnieders "hun" race weer niet te winnen,
Zelden vallen de Assenaren tegenwoordig in een wedstrijd uit. Dat moest
dan om één of andere mysterieuze reden nu maar weer eens gebeuren. Tien
doorkomsten reed het Barclay-span op kop. Het leek er zelfs op, dat de
tienduizenden toeschouwers hun favorieten naar die lang verwachte zege
wilden dragen. Zo groot was het enthousiasme. Maar in de elfde ronde
kwam bij de Ossebroeken een abrupt einde aan die vreugde. Het span met startnummer één werd plotseling
langzamer en de bemanning ging rechtop zitten. Hierdoor werd ook het
publiek stil. De hoeden en petten bleven op en de programma's
naar beneden. Egbert en Bernard rolden naar een zij-ingang van het
rennerskwartier en leken te verdwijnen in een aanstormende meute
belangstellenden. Wat was er gebeurd? Egbert, nadat hij de machine in de
tent geparkeerd had: "Plof, uit! Niets meer. Ik wist direct, dat de ontsteking stuk
was." Daarmee was hij, en met hem vele anderen, een illusie armer. En
tot die "plof” was alles zo perfect voor Egbert en Bernard gegaan.
De trainingen verliepen prima. Alleen heerste er de
hitte wat onzekerheid omtrent de bandenkeuze
in het Streuer kamp. Maar zij waren niet enigen, die daarmee kampten.
Zonder al te grote inspanningen zetten de Assenaren de snelste
trainingstijd op de klokken. In de nacht van donderdag op vrijdag bouwde Egbert thuis in alle
rust samen met monteur Hans Klaassens een kompleet nieuw Yamahablok in
de LCR. Het was de motor, die de Assenaren van de Stichting Circuit van
Drenthe gekregen hadden, nadat zij afgelopen jaar de wereldtitel hadden weten te prolongeren. Het leek er dus op dat Egbert iets terug wilde
doen. In ieder geval werd getracht om elke mechanische
onzekerheid te vermijden. Bovendien bleek in de laatste
trainingen, dat de nieuwe krachtbron
voortreffelijk liep.
Daarentegen waren Rolf Biland & Co lange tijd ten einde raad. Het
Zwitserse team werkte in de week voor de TT nog probleemloos een
testprogramma op de Salzburgring af, maar in Assen ging alles heel lang
fout. Door een kapotte versnellingsbak en vastlopers kwamen
Biland/Waltisperg nauwelijks aan trainen toe. Pas in de laatste
training, toen de Hummel cilinders weer waren vervangen door Yamaha
exemplaren, zetten ze met 2.22.20 de tweede tijd neer. Altijd nog ruim
zestiende seconde achter de favoriete Nederlanders. Voor de race zag
Egbert Streuer Biland dan ook niet als het
grootste gevaar. Ook al omdat die op hetzelfde merk banden (Yokohama)
van start moest. Gezien de hitte leken de Avon-rijders - en dan met name
Alain Michel en Steve Webster - in het voordeel te zijn. Direct na de
start spoten Rolf Biland en Kurt Waltisperg op hun membraam gestuurde
Krauser als eerst op de S-bocht af. Egbert Streuer en Bernard Schnieders
doken onmiddellijk in hun slipstream. Al na één ronde kondigde zich een
sensatie aan. De Rothmans combinatie denderde de pits binnen en het team
van Biland begon een partij te sleutelen. Een verbrande koppeling bleek
het euvel te zijn. In drie ronden werd de koppeling vervangen en
verscheen Rolf Biland weer in de baan. Natuurlijk net nadat Steve
Webster en Egbert Streuer de pits waren gepasseerd. Tenslotte hadden de
Nederlanders dit "toneelstukje" drie jaar geleden opgevoerd. Biland over
het waarom: ,,Ten eerste wilde ik kijken hoe onze motor ten opzichte van
die van Egbert liep en ten tweede hadden we de camera van Sky Channel
aan boord. Bovendien is het veel mooier voor het publiek". Het "tweede
duel" Streuer/Biland duurde dus tot die bewuste 11e ronde, toen de
Barclay-combinatie stil viel. De twee Assenaren leken snel over de
teleurstelling heen te zijn. Het leek er zelfs op, dat ze toch met de
pechduivel rekening hadden gehouden. Bernard nadat hij zich eerst tien
minuten op de wc van de camper had opgesloten om zijn teleurstelling te
verwerken: ,,Nee, ik had er echt op gerekend dat we dit keer zouden
winnen". En vervolgens tegen Egbert, terwijl hij hem een klap op de
schouder gaf: ,,Kom Streuertje, volgend jaar dan maar". Terwijl Egbert
Streuer en Bernard Schnieders op het circuit stil vielen, zakte er in de
Barclay VIP-room een toren - nog niet gevulde - champagneglazen in en
namen Alan Michel en Jean-Marc Fresc de leiding. De Fransen, die
afgelopen seizoen nog zoveel pech hadden, hielden ondanks de hitte hun
hoofd koel en pakten een verdiende overwinning. De tweede plek ging
onaangevochten naar Steve Webster en Tony Hewitt. De derde plaats was
verrassend voor Masato Kumano en Helmut Diehl, die daarvoor helemaal uit
het middenveld kwamen. De tweeling Markus en Urs Egloff moesten de derde
plaats inruilen voor een vierde, omdat hun banden te heet werden.
Abbott/Biggs, Barton/Rösinger werden respectievelijk vijfde en zesde.
Nadat Steinhausen/Hiller ook nu weer in kansrijke positie door pech
werden geveld, gingen Derek Jones en Brian Ayres tijdens hun inhaalrace
spectaculair in de fout. Beide Engelsen gingen over de kop en kwamen
onder het span terecht. Gelukkig mankeerden ze niets. Buiten Egbert
Streuer en Bernard Schnieders hadden ook Theo van Kempen en Geral de
Haas zich veel van deze TT voorgesteld. Maar ook zij kregen, op een
voortreffelijke vierde plaats liggend, de pechduivel op bezoek. Met een
defecte versnellingsbak verlieten ze het strijdtoneel. Direct na de
zijspanrace vertrok Rolf Biland's sponsor ,,Gig" Krauser teleurgesteld
naar huis. Opnieuw hadden zijn motoren, zowel in de 80cc als in de
zijspanklasse geen overwinning weten te boeken. Al op vrijdagavond had
Krauser aangekondigd, dat wanneer Biland de race niet zou uitrijden, het
team niet naar Francorchamps zou gaan. Na de race bleef Krauser bij zijn
beslissing. Dat houd dus in, dat we Biland niet in de Grote Prijs van
België aan het werk zullen zien. Hoewel hij zelf graag wil. ,,Ik hoop
dat hij van mening verandert. Maar Krauser vind, dat de motor eerst
perfect in orde moet zijn, zowel tijdens de trainingen als de race. Daar
heeft hij misschien wel gelijk in, maar ik heb ook verplichtingen
tegenover Rothmans. Als we niet gaan, zit het er dik in, dat mijn
sponsorcontract op de tocht komt te staan. Bovendien hebben we in Assen
wel de snelste ronde gereden. Misschien heeft dat nog invloed op
Krauser. Mocht dat niet het geval zijn, dan ga ik niet. Uiteindelijk is
hij mijn grootste sponsor".
 |
|
Egbert en Bernard |
|
©
foto Wout Meppelink |
Lawson, geen excuses
Op het moment dat vrijdagavond de eerste bezoekers een plaatsje langs de
Veenslang zochten, spraken wij met Eddie Lawson. ,,Alles loopt perfect.
Ik zal zondermeer voor de eerste plaats gaan rijden". Dit voornemen brak
hem al in de eerste ronde op. Wat gebeurde er precies? ,,Ik heb veel te
snel gewild. Geen excuses, het was mijn eigen schuld. Ik lag ongeveer
tiende en wilde in die bocht enkele rijders eruit remmen. Ik kwam in het
gras en had de machine volledig onder controle. Ik heb toen te veel gas
gegeven om weer op de baan te komen. Ik houd niet echt van Assen. De
baan heeft een schitterende lay-out, maar is voor de 500cc te smal.
Natuurlijk ben ik enorm teleurgesteld, ik val eigenlijk nooit, maar in
Assen zit het me bepaald niet mee. Ik zal nog wel enige dagen last
hebben van deze tegenvaller, maar in de loop van de week ben ik wel weer
zover om in Francorchamps sterk terug te komen," luidde de verklaring
van Eddie Lawson, die in eerste instantie totaal niet aanspreekbaar was.
Wayne Gardner ontdekte pas na de finish dat Lawson gevallen was. ,,Ik
heb in de tweede ronde de leiding genomen en onmiddellijk geprobeerd om
weg te komen. Ik heb slechts één
keer achterom gekeken en zag toen iemand in het rood achter me rijden.
Ik dacht dat het Lawson was". Later liet Wayne weten dat zijn 2e
GP-overwinning veel belangrijker voor hem is dan de overwinning in
Spanje. ,,Ik heb natuurlijk slechter herinneringen aan Assen. In 1983
had ik een bijzonder ongelukkig GP-debuut op dit circuit. Miljoenen
mensen hebben toen gezien wat er gebeurd is. Als Franco Uncini niet
volledig was hersteld had ik echt nooit meer gereden. De crash is nooit
meer uit mijn gedachten geweest. Deze overwinning is alleen daarom al
enorm belangrijk voor mij. Bovendien is Assen de beste Grand Prix om te
winnen i.v.m. de enorme publieke belangstelling en deze GP heeft een
bijzondere publicitaire waarde". In het begin van de race werd Gardner
gevolgd door Raymond Roche, Rob McElnea, Randy Mamola, Ron Haslam en
Mike Baldwin. McElnea leek de sterkste van deze groep. Hij wist
zich los te rijden. In de 6e ronde was het echter Mamola die de tweede
positie innam en op jacht ging naar Gardner. Het gat van ruim 3 seconden
werd per ronde enkele tientallen van een seconde kleiner, maar Gardner
zag het gevaar tijdig en wist zijn voorsprong verder uit te bouwen.
Inmiddels was het deelnemersveld drastisch geslonken. In de tweede ronde
waren Lewis, Fischer, Yatsushiro en Schwantz onderuit gegaan. Zij
krabbelden wel weer overeind, maar parkeerden hun machines even later
toch in de pits. Alleen Kevin Schwantz ging door, maar moest
uiteindelijk in de twaalfde ronde ook met machinepech naar de pits. In
de 5e ronde trok Gustav Reiner zijn machine bij Ossebroeken onderuit.
,,Wat duurde het lang voor de baancommissarissen de brandblussers hadden
gevonden. Mijn machine is voor de helft uitgebrand. Een enorme schade en
die Honda's zijn toch al zo verrekte duur".
In de 6e ronde gingen Dave Petersen en Massimo Messere samen onderuit.
Petersen liep daarbij een schouderbreuk op. Met nog 8 ronden te gaan was
het duidelijk dat Wayne Gardner voor niemand te achterhalen was. Randy
Mamola zonder problemen tweede zou worden en dat Rob McElnea een riant
uitzicht had op de derde plaats. Mike Baldwin gaf zich echter niet
zomaar gewonnen, want tegen het eind van de race maakte hij vele meters
goed op McElnea. ,,Bij het ingaan van de laatste ronde had ik nog
voldoende voorsprong op Baldwin om hem achter mij te houden. Het ging
echter niet gemakkelijk, omdat mijn voetsteun deels was afgebroken. In
de laatste ronde reed ik een meeuw aan. Dat beest sloeg te pletter op
mijn radiateur, waardoor mijn motor te heet werd en vermogen verloor.
Zodoende verspeelde ik toch nog mijn derde plaats," vertelde een
teleurgestelde Rob McElnea. Onopvallend, maar daarom nog niet minder
sterk, reed Christian Sarron, na een matige start, naar een vijfde
plaats. Ron Haslam wist de opvallend goed rijdende Roger Burnett maar
net achter zich te houden en Didier de Radiguès kwam niet verder dan de
negende plaats. Lange tijd leek Van Dulmen in zijn laatste TT ook nog
een WK-puntje te kunnen pakken, maar Juan Carriga en Marco Gentile
verwezen hem terug naar een 12e plaats. Mile Pajic (16e), Rob Punt (20e)
en Maarten Duyzers (uitgevallen) waren de ander Nederlanders in de
"koningsklasse".
250cc: Carlos Lavado, heer en meester
 |
|
Carlos Lavado |
Tijdens de trainingen riep Carlos Lavado al: ,, Als het zaterdag ook zo
lekker warm is, moet het voor mij mogelijk zijn op mijn favoriete
circuit mijn 16e GP-overwinning te behalen. De Yamaha loopt perfect en
ik ben altijd goed in vorm tijdens de TT van Assen". Dit bleek geen
grootspraak, want de altijd goed gehumeurde Lavado behaalde een
ogenschijnlijk eenvoudige overwinning in de kwartliterklasse. Toen het
licht op groen ging werd het onmiddellijk duidelijk dat Martin Wimmer
voor het nodige vuurwerk zou gaan zorgen. Zijn Yamaha toonde pas tekenen
van leven toen zeker driekwart van het deelnemersveld al was
vertrokken.
Wimmer kwam na de eerste ronde als twintigste door, drie plaatsen voor
zijn teamgenoot Tadahiko Taira. Anton Mang passeerde als 15e voor de
eerste maal de Hoofdtribune net achter de uitstekend gestarte Cees
Doorakkers. Achter Lavado reden Fausto Ricci, Alfonso "Sito" Pons en
Donnie McLeod. Jacques Cornu probeerde bij dit trio aan te sluiten. Na 7
ronden was Anton Mang zover opgerukt dat hij, in tegenstelling tot
Cornu, wel bij het genoemde trio kon aansluiten. Wimmer lag op dat
moment in viertiende positie en Taira kwam als negende door. Manfred
Herweh stond inmiddels met een slecht lopende machine in de pits, in
gezelschap van Carlos Cardus. Mar Schouten moest met kramp in zijn been
de strijd staken en Pierre Bolle was met maagklachten binnen gekomen.
Twee ronden later ging Fausto Ricci onderuit. Met nog zeven ronden te
gaan consolideerde Lavado zijn voorsprong van 8 seconden op Anton Mang,
Sito Pons en Donnie McLeod. De volgende groep gevormd door Cornu, Baldé,
Taira en Dominique Sarron kreeg gezelschap van Martin Wimmer, nadat deze
het ronderecord scherper had gesteld. Cees Doorakkers zakte terug naar
een zeventiende plaats en Gerard vd Wal lag aan de staart van het veld
de gehele race in de clinch met de Zwitser Luzi. Erg vriendelijk ging
het er daarbij niet aan toe. Men probeerde elkaar er constant uit te
remmen en Gerard vd Wal kwam zelfs een keer ver naast de baan terecht.
Achter Luzi werd hij als eenentwintigste afgevlagd. In de laatste fase
van de strijd wist alleen Wimmer zijn positie nog te verbeteren. Hij
werd als 5e afgevlagd achter Mang, Pons en McLeod. Taira werd 6e op
enige afstand gevolgd door Sarron, Cornu en Baldé. Reinhold Roth pakte
met de tiende plaats het laatste WK-puntje.
Formule I: meevaller voor Joey Dunlop
Voor volle tribunes won Joey Dunlop in een
recordtijd op donderdagavond de Formule 1 wedstrijd. Lange tijd leek een
sensatie in de lucht te hangen, omdat tot een paar ronden voor het einde
niet Dunlop, maar Suzuki rijder Neil Robinson aan de leiding ging. Hij
moest door pech afhaken. De Nederlanders kwamen er in het geheel niet
aan te pas.
Traditiegetrouw is de
donderdagavond de drukste
avond van de TT week. In het verleden kon men dan altijd trainingen van
de 500 cc en de zijspannen aanschouwen. Door het overgaan op een
Speedweek werd het tijdschema volledig veranderd. Nu
geen trainingen, maar een echte wedstrijd. De race was het aanzien meer
dan waard. De onderlinge verschillen waren betrekkelijk gering.
Bovendien vormden zich diverse groepjes. Voor het
Nederlandse publiek was het uiteraard jammer dat geen enkele Nederlander
een serieuze inbreng in het wedstrijdgebeuren had. Na de trainingen
mocht daar al nauwelijks op gerekend worden. Met drie geblesseerde
(Coster, Brand en Flameling) en twee niet gekwalificeerde rijders
(Benthem en Bemelman) was de Nederlandse inbreng gereduceerd tot slechts
drie rijders: De Vries, Smetsers en Van der
Endt.
Torenhoog favoriet voor de zege was viervoudig
wereldkampioen Joey Dunlop. Toch kwam hij niet tot de snelste tijd in de
trainingen. De beide Skoal Bandit Suzuki rijders Paul Iddon en Neil
Robinson waren juist iets sneller. Hoewel Marco Lucchinelli twee
seconden langzamer was dan Dunlop, had het Honda team wel enige angst
voor de Italiaan, van wie men zeker wist dat hij niet hoefde te tanken.
Dunlop moest dat in elk geval wel. Een verrassing op de eerste startrij
was de Zwitser Martin Decker, die in een poging een nog betere tijd te
maken in de laatste training moest bekopen
met een valpartij. Kevin Schwantz bracht met
zijn RG500 Suzuki de enige tweetakt op de eerste startrij. Schwantz was het snelst weg en passeerde bij de
eerste doorkomst als koploper, gevolgd door Dunlop, Iddon, Robinson,
Irons
en Andersson. Lang bleef de volgorde niet zo, want
een ronde later ging Dunlop aan de leiding. De Noord-Ier slaagde er niet
in duidelijk afstand te nemen van z'n achtervolger Robinson. Hij won per
ronde slechts enige tienden van seconden. Diens teamgenoot Paul Iddon
was door twee fouten, waarbij hij in het gras belandde, achterop
geraakt. Na 15 van de 25 ronden kwam Dunlop de pits
binnen om te tanken. Snel verdwenen er acht liter benzine in de tank,
maar door het afremmen, tanken en weer optrekken verloor hij toch
aanzienlijk
terrein. Zoveel, dat Robinson ruim op kop kwam.
Dunlop keek tegen een achterstand van tien seconden aan. Per ronde
maakte hij minder dan een halve seconde goed. De overwinning leek
verloren te gaan, totdat Robinson vier ronden voor het eind uitviel.
Robinson: "Bij het opgaan van de Veenslang sprong de ketting van het
tandwiel. Ik heb geprobeerd de ketting er weer om te leggen, maar dat
lukte niet. Het is me een raadsel waarom de ketting er af gelopen is";
En zo kreeg Dunlop toch nog de winst, al had hij daar niet meer op
gerekend: "Ik had me al neergelegd bij een tweede plaats, want het gat
was te groot om te dichten. Een leuke meevaller en het brengt een vijfde
titel binnen bereik".
Achter de rug van Dunlop speelde zich in de
slotronden een fel gevecht af om de tweede plaats tussen Schwantz en
Iddon. De Brit had gestadig zijn achterstand door zijn beide foutjes
goed weten te maken en kwam na een tankstop van Schwantz (zijn tweetakt
gebruikte meer benzine dan de viertakt van Iddon) ruim voor de
Amerikaan, die tot het eind fel bleef doorvechten. In de slotronde kwam
Schwantz voor Iddon en werd zodoende tweede. Schwantz voelde zich goed
thuis in Assen, al moest hij in het begin
wel even wennen aan de breedte van de baan, maar dat geldt voor vele
debutanten in Assen, die gewend zijn te racen op gecombineerde auto- en
motorcircuits. Paul Iddon was niet zozeer teleurgesteld, maar
nog veel meer kwaad op zichzelf: "Ik heb twee stomme fouten gemaakt. Die
hebben me de overwinning gekost. In de training was ik al sneller dan
Dunlop. Bovendien wist ik dat hij moest tanken, iets wat voor onze
Suzuki's niet nodig is. Wij vertrekken met een volle tank en houden nog
zo'n vier liter benzine over. Op zich is een derde plaats natuurlijk wel
goed, maar er had hier zoveel meer voor mij in kunnen zitten". Temidden
van alle watergekoelde Japanse viercilinders wist Marco Lucchinelli zich
prima staande te houden met zijn luchtgekoelde Ducati twin. De
voormalige 500 cc wereldkampioen werd zevende. Lucky: "Ik heb een fijne
race gereden. Helaas komen we een beetje snelheid tekort ". De in de
training zo verrassende Zwitser Martin Decker stopte al na een paar
ronden. Hij ondervond te veel last van zijn rechtervoet, die hij 's
morgens bij een val blesseerde. In de race gingen drie rijders onderuit.
Onafhankelijk van elkaar rolden Mauro Ricci, Henrik Ottesen en Richard
Scott in de Ossebroeken van hun motoren. Keith Huewen bracht zijn Suzuki
al na drie ronden de pits in met overstroomde carburateurs. Het
Nederlandse trio had geen enkel uitzicht op WK punten. Aanvankelijk
bezette Henk de Vries de beste positie, maar zijn Yamaha begon steeds
slechter te lopen ("De band en, de vering en de ontsteking gaven
problemen. Daarna ging het met mezelf ook steeds slechter") en in de
laatste
ronde kwam hij tot stilstand
door een defecte ontsteking. Beste Nederlander werd nu zijn JVR
teamgenoot Peter Smetsers met een zestiende plaats. Smetsers: "Daar heb
ik hard voor moeten werken. De bandenkeuze was enigszins een gok, omdat
ik de laatste training niet heb kunnen rijden vanwege een kapotte
koppeling. De keuze is vrij aardig gelukt. Ik wist dat een plaats bij de
eerste tien mogelijk was, maar bij de start raakte ik enorm achterop.
Bij een rijder voor mij spoot water uit de motor, waardoor ik met natte
banden moest vertrekken. Ik rij verder nog vier WK wedstrijden, Spanje,
Portugal, lerland en Finland. Aan stratencircuits heb ik absoluut geen
hekel". Kees van der Endt, op een nagenoeg standaard Suzuki, kwam veel
snelheid tekort en eindigde als laatste.
 |
 |
 |
 |
|
Joey Dunlop |
Henk de Vries |
| |
 |
 |
|
|
Marco Lucchinelli |
Paul Iddon |
80cc: Ian McConnachie te gehaast
Vierenveertig coureurs deden mee aan
de trainingen in het gevecht om 36 startplaatsen. Onder de acht
afvallers bevonden zich geen Nederlanders, maar wel de Belg Serge Julin,
die ruim 2 seconden te langzaam was. Pas in de slotminuten van de
laatste trainingssessie reed Jorge Martinez zich naar de beste
startpositie. In de derde training had hij zijn toppositie moeten
overdoen aan Stefan Dörflinger, die toen 0.36 seconde sneller was.
Beiden persten er op het eind nog een snellere tijd uit, waarbij
Martinez slechts 0.21 seconde sneller was. Verder op de 1e startrij Ian
McConnachie, Hans Spaan en Manuel Herreros. Spaan was aanmerkelijk
sneller dan de andere Nederlanders. Rond Spaan speelde zich heel wat
tumult af vlak voor de start. Teruggekeerd van de opwarmronde ontdekte
monteur Theo Schermer een spijker in de achterband. Spaan: ,,Hij trok de
spijker uit de band en die liep direct leeg. Ik dacht dat ik de race wel
kon vergeten. In minder dan 3 minuten zou het nieuwe achterwiel, dat uit
de bus gehaald moest worden, erin gezet moeten worden. De bus zat op
slot en in de paniek was men vergeten de sleutel uit de pits mee te
nemen. Dus eerst nog een keer op en neer alvorens er een nieuw wiel was.
Gelukkig werd de start wat uitgesteld - ik had geluk dat de race in
Nederland was - en ik bleef geconcentreerd. De start verliep goed".
Spaan vertrok vlot. Alleen Pier-Paolo
Bianchi, Wilco Zeelenberg, Martinez en Kunz waren nog iets sneller weg.
Van hen kwam Zeelenberg niet ver, want al in de 1e ronde kreeg hij pech.
Ook de Zwitser Dünki en de pas 16-jarige Alexander Barros (rijd heden
ten dage, 2005, nog steeds mee in de MotoGP), die er hard van afvloog,
haalden de eerste doorkomst niet. Bianchi hield het langer vol, maar na
zeven ronden wilde zijn motor niet meer voluit draaien en moest de
Italiaan naar de kant. Hij was toen al afgezakt naar de twaalfde plaats.
Voor Theo Timmer kwam het einde al na drie ronden: ,,Al vanaf het begin
loopt de motor niet goed. Er is veel vermogen zoek". Vanaf de eerste
doorkomst ging Martinez aan de leiding, op afstand gevolgd door eerst
teamgenoot Manuel Herroros en later Ian McConnachie, die slecht van
start was gekomen. De Brit vloog door het hele veld en maakte het
Martinez bijzonder moeilijk. Twee rondren voor het einde werd Martinez
van de leiding verdrongen, Ian McConnachie ging voluit door, zonder
achterom te kijken. Dat had hij beter wel kunnen doen, want dan had hij
gezien dat Jorge Martinez zich snel tevreden stelde met de tweede
plaats. De Spanjaard deed geen enkele moeite om de kop terug te pakken.
Martinez werd echter toch winnaar, omdat McConnachie in de laatste ronde
onderuit schoof. Daarbij brak een electrische leiding en was McConnachie
uitgeschakeld. ,,Wat voelde ik me op dat moment beroerd. Ik had mijn
eerste GP kunnen winnen, maar helaas, ik moet nog wel wat leren.
Daarvoor heb ik de tijd, want ik ben pas 21. Ik zal ooit nog wel eens
een perfecte coureur worden. We weten sinds vandaag dat we de beste
motor hebben. Ik heb hier gereden met een eigen frame met daarin een
fabrieksblok. De sfeer in het team heeft niet geleden onder mijn val. En
nu maar hopen dat Silverstone beter verloopt. Voor eigen publiek hoop ik
me goed in de kijker te rijden". Winnaar Marinez die toegaf dat hij zich
had verzoend met de tweede plaats, blikte ook al even vooruit naar
Silverstone: ,,Daar zal Ian ongetwijfeld nog sterker rijden dan hier.
Dat zal een moeilijke race worden voor mij". Hans Spaan die de halve
race als vierde doorkwam, schoof door de val van Ian McConnachie op naar
de derde plaats en zorgde daarmee voor de beste Nederlandse prestatie
van de dag. ,,De vervangende band was een ietsje te zacht. Daardoor kon
ik het tempo van Herreros niet helemaal volgen. Ik heb hem laten gaan.
tegen het eind heb ik wel weer even flink gas gegeven, omdat Angel Nieto
en Stefan Dörflinger dichter bij me kwamen. Het is sneu voor McConnachie
dat hij is gevallen. Hij rijdt misschien het hardst van allemaal, maar
hij weet niet van ophouden". Spaan was de enige Nederlander in de top
tien. Henk van Kessel eindigde als elfde. In de eerste ronde moest hij
in de Stekkenwal, door een andere rijder gedwongen, rechtdoor en kon als
laatste de race vervolgen. Jos van Dongen stopte vanwege een defecte
koppeling. Voor de lichtste klasse breken rustige weken aan. Pas over
een maand is de volgende GP. Dan maken de 80cc-ers hun debuut op het
snelle circuit van Silverstone.
125cc: Machtsstrijd bij Garelli
Na de trainingen van de 125cc klasse vroegen we aan team Italia/Garelli
manager Eugenio Lazzarini, wat hij zijn beide pupillen Luca Cadalora en
Fausto Gresini voor de race had opgedragen. ,,Niets, want daar is de
situatie te gecompliceerd voor", aldus de kleine ex-coureur. ,,Ik hoop,
dat beiden hun verstand gebruiken en dat ze alle twee heel over de
finish komen. Voor mij maakt het geen verschil, wie er wint. Maar ze
moeten niet alleen naar elkaar kijken, want dan kan August Auinger nog
wel eens profiteren". Daar had Lazzarini gelijk in, want de lange
Oostenrijker was er in de laatste training in geslaagd om zich tussen de
twee Garelli's te schuiven. In de race zocht genoemd trio elkaar direct
op. De beide Garelli-coureurs afwisselend op kop, met de eenzame Auinger
op het vinkentouw. In plaats van rustig achter de Italiaantjes aan te
rijden zocht de Oostenrijker het gevecht. Hij trachtte de snelheid van
zijn Bartol-MBA uit te buiten, maar dat bleek een verkeerde tactiek te
zijn. In de zevende ronde schoof Auinger - op dat moment achter de
Garelli's liggend - bij de Stekkenwal onderuit. Daarmee sneuvelde op
deze TT-dag de derde favoriet in deze venijnige haakse bocht. Na het
wegvallen van Auinger groeide de strijd om de macht bij Garelli naar een
climax. Nadat Gresini en Cadalora elkaar vele malen gepasseerd waren,
moest de laatste ronde de beslissing brengen. Cadalora wekte de indruk
Gresini voor te laten gaan, maar sloeg in de snelle bochten voor de
Ramshoek genadeloos toe. Via een vlijmscherpe passeermanouvre schoot
Cadalora de nummer één voorbij en wist hem tot de finish voor te
blijven. Zo boekte Luca Cadalora niet alleen zijn 3e GP-zege op rij, hij
deelde Gresini tevens een flinke mentale tik uit. Bovendien vergrote de
tweede rijder uit de Garellistal zijn voorsprong in de stand van het
wereldkampioenschap. Na een matige start vocht Ezio Gianola zich naar
een onbedreigde derde plaats. Achter zijn rug vielen nogal wat
kanshebbers op WK-punten uit door machinepech. Pier-Paolo Bianchi zag na
de 80cc voor de tweede keer deze dag de finish niet, omdat zijn motor
hem vroegtijdig in de steek liet. Alfred Waibel zag zich van een vijfde
plaats beroofd toen zijn Real op één cilinder begon te lopen. De MBA van
Jussi Hautaniemi liep vast en Lucio Pietroniro moest naar de kant
vanwege een kapotte versnellingsbak. De tweede sterke Belg in de 125cc
klasse, Olivier Liegeois, wist zich na een pijnlijke valpartij in de
training niet voor de race te kwalificeren. Het gevecht om de vierde
plaats woedde tussen Dominico Brigaglia en Bruno Kneubühler.
Uiteindelijk trok de Ducados rijder in de laatste ronde aan het langste
eind en zorgde er zo voor, dat de eerste vier plaatsen weer eens in
Italiaanse handen kwamen. Johnny Wickström werd zesde, terwijl Paolo
Casoli in de laatste ronde Thierry Feuz van de zevende plaats wist te
verdringen. Gastone Grassetti, ja al weer een Italiaan, werd negende en
het laatste puntje behorende bij de tiende plaats ging naar Angel Nieto.
Zo lijkt de multikampioen dan toch wel op zijn retour te zijn. In de
laatste fase van deze interessante race werd Nieto zelfs door een
,,good-old-collega", Anton Straver in de rug gekeken. Het leek erop dat
de constant rijdende ,,grijze eminentie" zich zelfs van het laatste
puntje zou gaan meester maken. Hij liep nl. zienderogen in op Nieto.
Helaas sloeg ook voor Anton het noodlot toe op..... de Stekkenwal. Met
nog anderhalve ronde te gaan sloeg zijn motor namelijk in deze bocht
vast en gleed hij onderuit. Zo ging de bos bloemen met het lint ,,Beste
Nederlander", evenals vorig jaar naar Jan Eggens. De Assenaar bracht
zijn LCR-EGA als vijftiende over de streep. Ton Spek werd na een
pitsstop, om een gebroken uitlaatveer te vervangen, tweeëntwintigste.
 |
|
125cc gevecht om de overwinning tussen Fausto Gresini (#1), August
Auinger (#3) en Luca Cadalora |
 |
 |
 |
 |
|
Fausto Gresini (#1), August
Auinger (#3) en Luca Cadalora. |
Ezio Gianola (#4),
Domenico Brigaglia (#6), Pierpaolo Bianchi (#2) & Alfred
Waibel (#12). |
Ezio Gianola |
| |
 |
 |
|
|
Fausto Gresini (#1), Luca
Cadalora (#22) & August Auinger. |
Angel Nieto (#16), Gastone
Grassetti & Paolo Casoli. |
|
Voor aanvang van de races en tijdens
de pauze werd het publiek getrakteerd op een optreden van de
Sterrekiekers uit Franeker, de band die tijdens de
Elfstedentocht zorgde voor veel sfeer in Franeker.
0-0-0-0-0-0
Uit het feit dat de Suzuki testrijder Masuri
Mizutani rechtstreeks door de fabriek was ingeschreven maakten
vele insiders op dat de lang verwachte Suzuki V4 zijn debuut in
Assen zou maken. " Groot was de teleurstelling bij
bijvoorbeeld Dave Petersen toen Mizutani met een ouderwetse
roterende Suzuki op het circuit verscheen. "Langzamerhand ga ik
geloven dat de V4 dit seizoen helemaal niet meer komt, " was
zijn reactie.
0-0-0-0-0-0
Boet van Dulmen en Gustav Reiner kregen zes
speciale cilinders van HRC aangeboden. Bepaald gelukkig waren
beide coureurs niet met de bijbehorende factuur. De prijs per
cilinder bedroeg ruim drieduizend gulden. "Bovendien schieten
wij met alleen een stel cilinders niets op, " was hun reactie.
0-0-0-0-0-0
De vriendin van Randy Mamola moest tijdens de
trainingen met een acute blindedarmontsteking worden opgenomen
in het ziekenhuis.
0-0-0-0-0-0
Wilco Zeelenberg, Mar Schouten, Hennie Boerman
en Cor van Reeuwijk/Hans Blaauw kregen naar aanleiding van hun
prestaties in het EK alsnog een startbewijs voor de TT. Helaas
verliep hun Grand Prix optreden niet succesvol. Cor van Reeuwijk
en Hennie Boerman konden zich niet kwalificeren. Wilco
Zeelenberg en Mar Schouten gingen wel van start, maar haalden de
finish niet.
0-0-0-0-0-0
In vergelijking met andere circuits, die veelal
ook gebruikt worden voor autoraces, is Assen nogal aan de smalle
kant. Tijdens de prijsuitreiking liet Toni Mang weten dat de
baan best wat breder gemaakt zou mogen worden: "Van het geld dat
verleden jaar overgebleven is, is het rennerskwartier verhard.
Als jullie ook nu weer iets overhouden, besteed dat dan aan
verbreding van het circuit. Dat is in het belang van de
veiligheid. Maar maak er beslist geen autocircuit van, want op
vangrails zitten we niet te wachten. " Jaap Timmer over een
verbreding van het circuit: "Vanuit de autowereld wordt aandrang
op ons uitgeoefend de baan breder te maken, zodat er ook met
auto's gereden kan worden. Dat willen wij niet. De mogelijkheden
om de baan breder te maken zijn ruimschoots aanwezig."
0-0-0-0-0-0
Na afloop van de
prijsuitreiking van de Formule 1 race op donderdagavond keerde
Joey Dunlop samen met Neil Robinson en een viertal monteurs per
auto naar het circuit terug. De achter het stuur zittende
monteur raakte de controle over de auto kwijt en men eindigde
bij de Madijk in de berm. Een monteur liep daarbij een gebroken
kaak op. |

Agostini rondje op een historische MV-Augusta
|