|
“Jumping Jack" Middelburg heeft het geflikt,
onze kennis aan superlatieven schiet tekort
om te omschrijven hoe de 28-jarige kassenbouwer uit Honselersdijk
de 125.090 toeschouwers buiten zinnen bracht door op magistrale
wijze de 500cc race te domineren. Alleen al de manier waarop
Middelburg de lakens in de "Koningsklasse" uitdeelde
was niet te overtreffen, want de complete wegrace-elite,
inclusief wereldkampioen Kenny Roberts, moest diep buigen voor
de prestatie van Jack, die in de derde ronde de leiding nam om deze niet meer af te staan. Het circuit van Drenthe, het motorwalhalla van Nederland, trilde op de
toch niet ranke grondvesten en vond een ontlading aan het
einde van de zestiende ronde toen Middelburg, samen met zijn
meestermonteur Adri van de Broeke, op de schouders werden
genomen, om onder begeleiding van de bekende Nederlandse
overwinningsgezangen, naar het podium gedragen te worden. Wie
had zich een mooiere jubileum-TT kunnen voorstellen? Door de
unieke prestatie van Jack zou je bijna voorbij gaan aan de
verrichtingen van zo'n tweehonderd andere coureurs zonder wie
mensen als Middelburg niet kunnen schitteren. Was daar niet
een grandioze vierde plaats van Den Boet in de 500 cc klasse,
de tweede IMN-coureur en stalmaat van de overwinnaar, en een
zwaar bevochten en welverdiende negende plaats van Henk de
Vries? Champagne verdienen deze mannen en dat gaat ook op voor
Egbert Streuer en Johan v.d. Kaap, die in de zijspanklasse opnieuw een vierde plaats veroverden, waar zij nu zo'n beetje patent op hebben aangevraagd. Hans Spaan
greep zijn eerste WKpunten in de 50 cc klasse met zijn
fraaie vierde plaats, terwijl Theo Timmer (6) en
Henk van Kessel (7) hun duit in het zakje deden. Laatstgenoemde
deed het nog eens dunnetjes over in de 125 cc klasse met een
achtste plek en ook Anton Straver mocht tevreden zijn met een
punt voor de wereldtitel in deze categorie.

Naast de zege van Middelburg, die na alle
problemen best als verrassing omschreven mag worden, had deze
50-ste TT nog enkele surprises in petto, want de Venezolaan
Carlos Lavado behaalde zijn eerste triomf in Europa in de
kwartliterklasse, terwijl Mang met een derde plaats
rechtstreeks op de wereldtitel schijnt af te stevenen. Jon
Ekerold vervulde dezelfde rol als Jack, maar dan in de 350 cc
categorie, waarin niemand de Zuid-Afrikaan van repliek kon
dienen en zijn grootste concurrent, Johnny Cecotto, zelfs tot
de uitvallers behoorde. Angel Nieto maakte iets goed op 125 cc
WK-koploper Bianchi, door de volle vijftien punten te pakken
en in de 50 cc klasse verkleinde Ricardo Tormo de afstand tot
Lazzarini, die evenwel als derde finishte en daardoor zijn
kansen op de titel behoudt, omdat er nog slechts twee ronden
te verrijden zijn. Bij de zijspannen kraaide het
Schots-Zweedse duo Jock Taylor-Benga Johansson victorie, ondanks de
aandringende combinatie van Michel/Burkhard, die de later
uitgevallen Biland/Waltisperg hadden teruggewezen.
De
trainingsdagen: successen aangekondigd
Doordat de meeste coureurs het weekend voor de
TT geen wedstrijd op hun programma hadden staan, was het
rennerskwartier van het circuit van Drenthe al vroeg in de
week goed gevuld. De accommodatie was met vele vierkante
meters (richting Strubben) uitgebreid om aan de dikke
motorhomes, vrachtwagens en andere voertuigen plaats te bieden
en ook waren er extra douches en toiletten geplaatst. Onder de
snelste machines ter wereld bevonden zich enkele nieuwe en
gewijzigde telgen. De IMN-Yamaha's van Boet en Jack waren
stevig aangepakt, want beide coureurs waren de abominabele
stuureigenschappen beu. Nico Bakker wist binnen onvoorstelbaar
korte tijd twee nieuwe frames te construeren. De S-bocht in de
bovenste buizenpartij was vervangen door, een flauw verlopende
kromming, de standaard voorvork moest plaatsmaken voor een
Suzuki-exemplaar met een brug tussen de vorkpoten en hoewel
beide Nederlanders ook met een door Bakker verstevigd en
aangepast standaardframe trainden, kozen beiden voor dit
nieuwe kader, waarvan het gewicht een kilo hoger lag. De
monteurs van Kenny Roberts rolden de nieuwe 500cc
fabrieks-Yamaha in de baan, waarmee de Amerikaan, net als Jack
Middelburg, op de Salzburgring had getraind. Geheimzinnigheid
was troef, want het blok werd angstvallig onder grote lappen
beschermhoezen verborgen gehouden.
Het was bekend, dat beide buitenste cilinders 80 graden waren
gedraaid, waardoor nu de carburateurs naar voren waren gericht
en de uitlaatpoorten naar achteren wezen. Over het hoe en
waarom braken vele mensen zich het hoofd en een bekende tuner
fluisterde ons de volgende reden in: Het grote probleem van de
fabrieks-Yamaha van Roberts (en ook dat van bijna alle
standaard-Yamaha's) is de oplopende temperatuur van de olie in
de monoshock-demper, waardoor deze aan dempingverlies gaat
lijden en de machine slecht bestuurbaar maakt. Door de
uitlaten nu met een andere kromming vanaf de cilinders naar
achteren te laten lopen, wordt de warmte van de linker
uitlaat, die achter het cilinderblok langsliep om aan de
juiste lengte te komen maar ook vlak onder de monoshocker lag,
beter afgevoerd en niet direct door het veerelement opgenomen.
Het enige wat de toeschouwers direct konden constateren, was
een compleet nieuw geluid, dat deed denken aan de 350 cc
driepitter Yamaha van enkele jaren geleden. Roberts zette met
zijn gewijzigde fiets "slechts" de vijfde
trainingstijd achter tweede man Coulon, Mamola en Lucchinelli.
De pole-position werd op donderdag veroverd door Jack
Middelburg, die de klokken op 2.55.5 liet stilstaan, maar daar
snel aan toevoegde, dat de Michelin-slick, waarmee deze tijd
was gedraaid, na vier ronden helemaal op was, zodat voor de
race een hardere compound gekozen moest worden. Ondanks een
nog niet geheel genezen schouderkwetsuur, zette Den Boet de
tiende tijd, terwijl Wil Hartog een twaalfde startpositie
innam. De Witte Reus klaagde over zijn gemis aan
wedstrijdritme, omdat hij na zijn rugblessure in Spanje een
tijdje uit de roulatie was geweest. Het Riemersma-Nimag Team
had vanuit Japan weer een fabrieks-Suzuki met een demper
gekregen en hoewel Hartog eerder had beweerd liever niet met
zo'n monoshocker te rijden, ging het hier om een nieuw frame,
zodat daar toch mee gereden (of getest) werd, met medewerking
van enkele technici van Aragosta, die hun dempers ook op
"gewone" fabrieksfietsen monteerden. Sheene was weer
terug na zijn crash in Frankrijk, maar hij vertelde dat hij
zijn stuur eigenlijk alleen maar met de rechterhand goed kon
vasthouden, omdat zijn gedeeltelijk ingekorte pink aan de
linkerhand zoveel pijn veroorzaakte dat van grip geen sprake
was en zeker met het koppelen alle controle ontbrak. Barry
zette de zestiende tijd en werd op de vierde startrij
geflankeerd door Willem "Stimorol" Zoet en Henk de
Vries, die niet minder dan dertien buitenlanders achter zich
lieten. Daarbij niet meegerekend waren de tien jongens die
zich niet konden kwalificeren, waaronder de Japanse testrijder
Iwasaki (ook met een monogedempte Suzuki) en de Nederlanders
Dick Alblas en Henk Twikler. Eerstgenoemde zag de bui al op
woensdag hangen en maakte melding van een vervelende
griepaanval: Alblas: "Erg hinderlijk en juist in Assen
moet je in optimale conditie zijn".
Mang
twee keer snelste
In de 350 cc klasse mocht het Bimota-trio Johnny
Cecotto, Jon Ekerold en Patrick Fernandez wel plaatsnemen op
de eerste startrij, maar moesten ze de Kawasaki-piloot Anton
Mang de snelste tijd gunnen, want de Duitser dook zelfs onder
het wedstrijd-ronderecord van Walter Villa. Alle Nederlanders,
Mar Schouten, Rini van Kasteren en Klaas Hernamdt konden zich
netjes kwalificeren, met de Fries net op de laatste rij.
Datzelfde deed dit trio in de kwartliterklasse, nu echter in
gezelschap van Peter Looijesteijn. Wederom was Schouten de
snelste en er had voor hem misschien wel meer ingezeten als
hij op de reservefabrieks-MBA van Marchetti had kunnen
trainen. Jammer genoeg moest Mar dit unieke aanbod van de hand
wijzen, zodat alle pogingen van. "contactenlegger"
Jan Huberts tevergeefs waren geweest. Ondanks de snelste
trainingstijd van de ervaren rot Toni Mang, lijken enkele
nieuwelingen de aansluiting een beetje te krijgen, want mannen
als Cornu, Toffolo en Sibille stonden in de hoogste regionen
genoteerd. De 125cc-trainingslijst werd aangevoerd door
Motobecane fabrieksrijder Guy Bertin, maar hij werd gevolgd
door Kneubühler, Bianchi, Nieto en Müller, zodat alle
prominenten in de hoogste regionen vertegenwoordigd waren. Van
Kessel toonde zich de beste Nederlander met een van Jan Eggens
geleende MBA, i.p.v. zijn eigenbouw Condor. Ook Peter
Looijesteijn, Peter van Niel, Anton Straver, Jan Huberts en
Cees van Dongen, stonden op de definitieve startlijst. Helaas
gold dat niet voor Martin van Soest, die tijdens de eerste
training het gips van zijn in Joegoslavië geblesseerde voet
moest laten verwijderen, tijdens de tweede sessie een gebroken
bobinekabel kreeg, in de derde training een big-end naar de
Filistijnen reed en bij de laatste gelegenheid een natte baan
trof. Jammer, maar het leven op GP-niveau gaat niet over
rozen, Martin weet dat en is vastbesloten om dit weekend in
Zolder terug te komen.
In de lichtste categorie had Hans Spaan de
beschikking gekregen over een snel fabrieksblokje en maakte de
man uit Castricum het in hem gestelde vertrouwen waar door
achter de vedetten Tormo en Dörflinger de derde tijd te
realiseren voor Lazzarini. Van Kessel en Timmer stonden als
vaste GP-mannen op de tweede rij, maar ook Van Dongen,
Humphrey Siegel, Jan Welvaarts en Bertus Grinwis stonden zo
goed opgesteld dat ze twaalf (of meer) buitenlanders achter
zich lieten. Dan was er tenslotte de zijspanklasse, waarin
Derek Jones en Brian Ayres met hun oude span - het gebrek aan financiële middelen speelt
deze Britse combinatie parten - de pole-positie mochten
innemen voor Michel/Burkhard en niemand minder dan Egbert
Streuer en Johan v.d. Kaap, die in de nachtelijke uren
ontzettend veel sleutelwerk moesten verzetten om hun
Yamaha-LCR goed voor elkaar te krijgen. Taylor/Johansson (met
een nieuw TZ 500 blok) en Biland/Waltisperg namen de tweede
startrij in beslag. Cees Smit reed in Assen met Erik de Groot en
draaide met deze, voor hem, nieuwe bakkenist een elfde tijd.
Helaas vielen Fred Draaisma en Jan Oostwouder buiten de
kwalificatie, grotendeels veroorzaakt door een schuiver in een
van de trainingen, die echter geen nadelige gevolgen voor de
gezondheidstoestand van beide piloten had. Een belangrijke rol
tijdens de drie trainingsdagen werd gespeeld door het weer,
dat uitblonk door wisselvalligheid en, na later bleek, een
voorbode zou zijn van de omstandigheden tijdens de
wedstrijddag. Door de regen op vrijdagmorgen, konden de tijden
van de voorgaande dagen niet meer worden verbeterd. Wat wel
werd verbeterd was het toeschouwersaantal tijdens de
trainingen, want met een recorddonderdag van bijna
dertigduizend mensen, werd het totaal gebracht op 45.000
trainingsfans!
50
cc: Tormo wint, maar is dat voldoende?
De lucht zag bijna zwart, toen de 50 cc coureurs,
met een vertraging van een kwartier (veroorzaakt door een
verontreinigd stuk circuit dat schoongemaakt moest worden)
naar de startlijn werden geroepen. 125.000
paar ogen werden scherp gesteld op de piste en
de eerste coureur die men mocht aanschouwen was Ricardo Tormo,
die zijn fabrieks-Kreidler als eerste aan de praat kreeg en
met een voorsprong voor de mensenzee langs kwam. Zijn
achtervolgers bestonden uit Timmer, Spaan, Dörflinger, Van
Kessel en Hummel, terwijl Lazzarini pas als achtste voorbij
kwam en daarmee zijn reputatie als zwakke starter eer aan
deed. Een kortstondige regenbui begeleidde het snerpende geweld,
waarin Tormo de toon aanvoerde en zijn belagers op afstand
reed. Jacques Hutteau legde zijn ABF al in de eerste ronde in het gras, terwijl de situatie in de kop van het
klassement aan duidelijkheid won. De Spanjaard controleerde de
race en werd rugdekking gegeven door teamgenoot Dörflinger,
die ruime voorsprong verkreeg op grootste rivaal Lazzarini,
die na enkele ronden tot de derde plaats was doorgestoten.
Daarachter volgde het kwartet Spaan, Van Kessel, Timmer en
Hummel, die voor de nodige spanning konden zorgen en geen
problemen kenden met Rolf Blatter, Wolfgang Müller en de
Oostenrijker Otto Machinek. Stefan Dörflinger kwam in de
slotfase vlak achter Tormo en ging er in de Geert-Timmerbocht
zelfs naast rijden, wat als gevolg had dat de Spanjaard vlak
voor de finish angstvallig naar links keek en bijna een
achterblijver tegen diens schenen reed! Lazzarini
consolideerde zijn derde plaats en zijn leiding in het WK,
maar achter zijn rug gebeurde nog het één en ander. Van
Kessel had zich eerst in de slipstream van Spaan vastgebeten,
maar zag de temperatuur van zijn koelwater veel te hoog
oplopen (oorzaak: een steen tegen de radiateur) en koos voor
zekerheid, met de hand aan de koppeling. Hummel en Timmer
bleven achter dreigen, doch konden Spaan niet van zijn succes
als beste Nederlander afhouden, terwijl Van Kessel nog als
zevende binnenkwam achter de Bultaco van zijn landsman.
Humphrey Siegel maakte een uitstekend TT-debuut met een
twaalfde plek achter de weer gestarte Hutteau, maar voor
Enrico Cereda, Jan Welvaarts en Cees van Dongen. Bertus
Grinwis viel in de laatste ronden nog terug van een zestiende
naar een achttiende plaats. Op het erepodium heerste later nog
wat onzekerheid en hilariteit, omdat het Spaanse
volkslied niet ten gehore werd gebracht. Een technische fout
belette Tormo om mee te kunnen zingen. Of de Spanjaard ook in
de toekomst zijn vrolijkheid over een wereldtitel kan uiten
moet worden betwijfeld, omdat Lazzarini nog steeds veertien
punten voorsprong heeft op hem en nog acht op Dörflinger. Met
nog twee ronden voor de boeg had men beter al in Joegoslavië
de Zwitser tot titelkandidaat kunnen promoveren, maar ja,
niets is zo makkelijk als na afloop zulke uitspraken lanceren.
In het WK staan Henk en Theo nu vierde respectievelijk vijfde.
350
cc: Ekerold vergroot titelkans

350cc
Anton Mang voor Patrick Fernandez
Een superfraaie start werd in de 350 cc klasse
op het asfalt gelegd door de Australiër Jeffrey Sayle en onze
eigen Mar Schouten, die notabene van een vijfde startrij naar
de tweede plaats doorstootte, Na één ronde moest hij echter
Sayle, Mang, Ekerold, Cecotto, Saul, Fernandez, Lavado en Baldé
de ruimte geven, terwijl Jacques Cornu miserabel uit de voeten
kwam. Na drie ronden had Jon Ekerold echter orde op zaken
gezet en liep de Zuid-Afrikaan op briljante wijze weg van zijn
belagers, Mang en Fernandez, die wel elkaar het leven zuur
maakten, met de Fransman steeds achter de Duitser, maar nooit
een echte bedreiging voor Jon konden vormen. Eric Saul dook
van zijn machine, kreeg applaus van het publiek en honoreerde
dat met dankbetuigingen en het uitdelen van handtekeningen aan
enkele toeschouwers op de hoofdtribune. Een wat onstuimige,
maar altijd vrolijke klant deze Saul, die tevens tot zijn
genoegen mocht constateren hoe Ekerold de race domineerde want
die is in het rennerskwartier één van zijn beste vrienden.
Sayle consolideerde zijn vierde plaats, terwijl titelkandidaat
Cecotto zijn kansen gedeeltelijk ruïneerde doordat hij een
pitstop moest maken en later zelfs uitviel. Cornu klom nog op
naar een zesde plaats ten koste van Baldé, Espié en McGregor,
maar achter Cecotto's Venemotos teamgenoot Lavado. De laatste
ronde bracht nog spanning, want terwijl Jon Ekerold allang met
beide handen omhoog de finishvlag van Frans Vos was
gepasseerd, remde Fernandez iets later dan Mang en stak de
Fransman zijn Yamaha naast de Kawa van Toni om als tweede te
eindigen en zijn eerste punten van 1980 te incasseren. De
Nederlanders konden helaas geen rol van betekenis spelen, want
Mar Schouten kon geen goed schoeisel krijgen en moest met zijn
trainingsband rijden, zodat hij na een pitstop gemaakt te
hebben, een ronde later definitief stopte. Lang leek het er op dat
Rinus van Kasteren nu beste Nederlander werd, maar hij verloor
in de slotfase nog een paar plaatsen, die werden ingenomen
door Klaas Hernamdt en Murray Sayle, die de Fries nog op de
finish van een zestiende plaats
beroofde. De sterke Italiaan Matteoni kwam zonder zware
gevolgen ten val en verspeelde daardoor een twaalfde plaats en
uitzicht op een betere positie.
125
cc: Toch weer die sluwe vos
Gezien de nog steeds druilerige weersgesteldheid
was het terecht, dat de 125 cc piloten de slickbanden in het
rennerskwartier achterlieten. De soms rillende toeschouwers
konden een race met een beetje spanning om de eerste plaats
wel gebruiken en in de wetenschap dat dit juist in de 125 cc
klasse bij de voorgaande GP's het geval was geweest, waren de
verwachtingen hoog gespannen. De kopstart was verrassend
genoeg voor Gianpaolo Marchetti met de fabrieks-MBA voor
Bertin, Nieto en Bianchi, zodat alle favorieten onder een
hoedje gevangen konden worden. Het feest was echter van korte
duur, want in de derde ronde nam de Minarelli-coureur de
leiding over, met aanvankelijk Bertin in zijn slipstream, doch
de Fransman moest geleidelijk lossen. Ook Marchetti kon het
tempo niet volgen, terwijl Bianchi zijn handen vol kreeg aan
Harald Bartol, wiens MBA eindelijk goed marcheerde. Twee
coureurs waren, onder alle bedrijven in de kop door, bezig aan
een mooie inhaalrace: Loris Reggiani (na één ronde
vijftiende) en Ricardo Tormo (twintigste), die de plaats van
Rapolani had ingenomen, omdat hij zelf eerste reserve stond.
De Nederlanders Van Kessel, Straver en Looijesteyn hadden
elkaar al snel gevonden en reden vele rondjes als aan een
touwtje met in hun gezelschap de Fin Matti Kinnunen. Barry
Smith bezette tot en met de achtste ronde de tiende plaats,
maar kwam toen ten val en was meteen de zwaarst getroffen
ongeluksvogel van het hele GP-gebeuren met
een gebroken been. In de voorste gelederen leek
het er even op, dat Bertin in de buurt van Nieto ging komen,
maar toen de Spanjaard daar lucht van kreeg ging de kraan van
zijn monocoque-Minarelli wat verder open om met een voorsprong
van veertien seconden op de Fransman te finishen. De derde
plaats ging volkomen verdiend naar Loris Reggiani, die totaal
geen rekening schijnt te houden met gevestigde namen, want
WK-koploper Bianchi en Bartol moesten de kleine krullenkop
laten gaan. Tormo klom nog op naar de zesde plaats voor Kneubühler
en de sterke Henk van Kessel, terwijl Anton Straver (heel knap
tiende) en een met remproblemen kampende Peter Looijesteijn,
twee ronden voor het einde hun meerdere moesten erkennen in
Matti Kinnunen. Veel rijders kwamen in deze race ten val,
waaronder Pallazese, Fagerer, Auinger, Müller en Dörflinger.
Het merendeel ging in de laatste bocht in de fout. Verder was
er nog pech voor Marchetti die door een vastlopende machine
een derde plaats verloor en Lazzarini, die de finish niet
haalde. Jan Huberts koerste als laatste coureur in dezelfde
ronde als de winnaar (13e) over de streep, terwijl Peter van
Niel vijftiende en Cees van Dongen achttiende werd. Voor Cees
was het de laatste raceronde uit zijn lange geschiedenis en
hij werd na de finish (toch netjes in twee TT-klassen
uitgereden!) door Jaap Timmer in de bloemetjes gezet en
middels een toespraak gehuldigd. Hij en Cees Brouwer moesten
de ovaties van het publiek delen met Mike Hailwood, die
ondertussen enkele rondjes met een oude fabrieks-Honda reed en
nostalgische viertaktklanken met 16.000 t/m
tevoorschijn toverde.

125cc
Anton Straver voor Stefan Dörflinger
250
cc: Lavado profiteert rustig
In de kwartliterrace, het eerste evenement na de
pauze, zagen de duizenden op de tribunes en taluds eindelijk
iets van spanning en de sensatie. Met een straatlengte
voorsprong kwam namelijk Roland Freymond uit de eerste ronde
tevoorschijn en sierlijk dook hij de Timmerbocht in om bij het
uitkomen op iets minder sierlijke wijze van zijn Ad Majora-Morbidelli
geslingerd te worden! Gelukkig bleven de gevolgen voor de
kleine Zwitser tot een schaafwond op zijn elleboog beperkt. De
koploper heette nu Jacques Cornu met daarachter, Saul,
Pazzaglia, Sibille, Mang en (weer zo'n goed begin) Mar
Schouten. Na de tweede ronde nam Pazzaglia, de teamgenoot van
Freymond die op het laatste moment aan de deelnemerslijst was
toegevoegd, de leiding over om twee ronden later met een
vastloper uit te vallen. Over pech gesproken! De Zwitser Cornu
lag weer eerste doch kreeg snel gezelschap van Carlos Lavado, die vanaf de negende positie omhoog was
gestoten. Daarachter zaten Sibille, Saul, Mang en Espié, die
wat onenigheid hadden over de plaatsverdeling. ln het hele
veld werd bard geknokt o.a. door De Radiguès, Delaby, Horton
en Hernamdt, die echter niet konden verhinderen, dat Toffolo,
Hyvärinen en Baldé op onderlinge afstand vooraf gingen naar
de vijfde t/m zevende plek. Van
Kasteren klom uitstekend op van de zeventiende naar de elfde
plaats doch kwam toen bij Mandeveen ten val. Hij kreeg echter
in die bocht gezelschap van Schouten, North en Sibille! In het
voorste gelid had Lavado de leiding van Cornu overgenomen,
doch die volgde hem als een schaduw om drie ronden voor het
einde ten val te komen, de motor weer op te pakken en als
twaalfde te eindigen! Het kan verkeren en dat moet de besnorde
Venezolaan Lavado ook hebben gedacht, want hij hield zijn
hoofd koel (iets dat hij vroeger absoluut niet kon) en greep
zijn grootste Europese succes in Assen. Saul en Mang hadden
echter nog een leuke finish in petto. Zo leuk dat ze op de
finish slechts 0,7 seconden uit elkaar lagen. De Duitser was
hoogst tevreden met zijn derde plaats en vond het niet nodig
om risico's te nemen. Erg jammer was het, dat Klaas Hernamdt
in de laatste ronde nog vier plaatsen verspeelde en daardoor
met een elfde klassering net buiten de punten viel.
500
cc: Middelburgs genoegdoening; Roberts obsessie!
Tja, het sfeertje van 36 stuks 500 cc machines
die naar de start worden gebracht kun je alleen maar
navertellen als je het éénmaal gezien hebt. Je hart gaat
automatisch een versnelling hoger en verspringt nog een tandje
als je weet, dat voor de eerste maal in de geschiedenis een
Nederlander de snelste plaats in de halveliterklasse in Assen
heeft gerealiseerd. De gezondheid krijgt nog een extra
opdoffer als je weet dat de man in kwestie eigenlijk zijn
motorfiets nauwelijks kan aanduwen! De
zenuwen gierden een ieder door de keel toen het licht op rood
sprong en via het oranje signaal op groen. Mamola en Roberts
schoten vol accelererend weg, terwijl Middelburg nog stond te
duwen en alle toeschouwers vreesden dat zijn kansen verkeken
waren. Reikhalzend werd naar de Strubbenbocht uitgekeken, waar
de wereldkampioen langs Mamola schoot en het heft in handen
nam om ook als eerste voor de tribunes langs te denderen, met
achter hem nog steeds Mamola, Cecotto, Rossi en . . . Middelburg,
die bijna alles en iedereen voorbij was gewalst. Achter Jack zaten Pons, Den Boet,
Lucchinelli, Katayama, Hartog, Perugini, Sheene en Uncini.
Philippe Coulon was al uit de strijd t.g.v. een schuivertje.
Na de tweede ronde kregen de zaken wat meer reliëf, want Jack
was achter Roberts en Mamola op een derde plaats doorgekomen,
terwijl ook Boet een plaats winst had geboekt. Hoe zou de
situatie zich ontwikkelen? De baan was nog een beetje nat en
sommige mensen stonden volledig op slicks en weer anderen op
regenbanden of intermediates, of een combinatie daar van.
Roberts stond op opgesneden slicks, Den Boet op een
intermediate voor en een slick achter en Jack alleen op slicks.
De derde ronde was fantastisch. De programmaboekjes gingen
omhoog, de zon brak door en Middelburg had de leiding van Roberts
overgenomen, die in deze omloop ook door Lucchinelli en Mamola
werd gepasseerd. Nu begon het pas echt mooi te worden.
"Jumping Jack" kreeg een ronde later weer
Roberts in zijn kielzog, die met een van voren wegdribbelende
fiets angstaanjagende toeren uithaalde om bij de Nederlander
te blijven (wij weten niet of u 's avonds de televisiebeelden
nog heeft gezien, maar een normaal mens had al zes keer naast
die motorfiets gelegen). Roberts voelde later ook dat er iets
niet lekker zat, want terwijl Jack Middelburg zijn voorsprong
op tweede man Rossi ging vergroten en de toeschouwers steeds
verder omhoog kwamen, zakte Kenny terug naar de zevende plaats
om met een bloedgang naar de pits te verdwijnen. Razendsnel
werd het voorwiel verwisseld, maar toen de Amerikaan weer
vertrok had hij een achterstand op de tiende man van meer dan
anderhalve minuut en dat was teveel. Met een wheelie nam hij
afscheid van Assen en het moet voor hem een obsessie zijn, dat
hij hier niet kan winnen. Voor de Nederlandse fans was het
allang best, want hun favoriet was één
concurrent armer en zou er nog een paar kwijtraken, want
Lucchinelli was eerder al in de pits geweest om zijn beslagen
vizier dat door het schoonmaken was afgebroken, te verwisselen
voor een zonnebril van één
van zijn monteurs, doch dit bleek
een te donkere affaire te worden. Lucky gaf de pijp aan
Maarten. Wie dat niet deed was Wil Hartog, hoewel niemand hem
dat kwalijk genomen zou hebben, want, na later bleek, was er
een probleem met de ontsteking ontstaan (die stond te laat)
terwijl de stereogedempte Suzuki ook op regenbanden stond. De
Middelburg-show werd ondertussen van een steeds hoger gehalte
en monteur Adri v.d. Broeke kon steeds gunstiger pitsignalen
uithangen. De voorsprong liep namelijk uit via negen seconden
naar elf en zou nog verder groeien, terwijl Jack tijdens het
rijden (dat kon ook goed worden nagezien bij Studio Sport) bij
het uitkomen van de bochten nog voldoende reserves over had,
waarmee duidelijk werd dat hij nog lang niet op de grens van
zijn kunnen ging. Achter de ranke rug van de man uit Honselersdijk
werd door de andere Nederlanders ook een gave prestatie gezet,
want Den Boet had het zwaar aan de stok met Cecotto, die zich
maar niet gewonnen wilde geven. Mamola, evenals Lucchinelli
ook met een Nava helm, had hetzelfde probleem als de Italiaan
en door een beslagen vizier door het zware ademen (R.M.: ,,Ik
moest erg hard werken in het begin van de race en in de
laatste paar ronden") werd hij een paar plaatsen
teruggeslagen om later met iets meer zicht via de snelste
ronde weer terug te komen. Henk de Vries kwam in de eerste
ronde nog als zestiende door, maar zou, naarmate de race
vorderde, steeds verder omhoog klimmen om ten slotte met
Graeme Crosby om de negende plaats te knokken, nadat men eerst
Patrick Pons was gepasseerd. Vanaf een dertiende plaats
banjerde éne Franco Uncini naar voren. De man, die vorig jaar
als beste privé-rijder in het WK was geëindigd, maakte zich helemaal
waar door een paar ronden voor het einde zelfs Rossi de tweede
plaats afhandig te maken. Alle ogen waren op dat moment echter gericht op
Jack, die met een ruime voorsprong de laatste ronde indook.
Zou de motor heel blijven? Lag er nergens een plasje olie? Kan
een achterblijver geen gekke beweging maken? Nagels werden
afgekloven, sigaretten trilden zenuwachtig tussen de lippen en
knipperende ogen tuurden naar de Geert Timmer-bocht. De
mensenmassa kwam overeind en de armen gingen omhoog: Jumping
Jack Middelburg had het, voor velen, onmogelijke verricht en
de 500 cc TT gewonnen, waarmee hij de prestatie van Hartog had
geëvenaard, zijn eerste GP had gewonnen en hoogstpersoonlijk
een einde had gemaakt aan een serie van lichamelijke en
materiele tegenslag. Nog was de spanning niet voorbij, want
Cecotto ging Boet en Mamola vooraf in de laatste ronde en weer
kon men juichen, want Den Boet, was Cecotto gepasseerd en werd
achter Rossi, die op datzelfde moment Uncini
aftroefde, vierde voor Mamola, die op zijn beurt achter Boet
ook Cecotto had achterhaald. Wat een laatste ronde! Fernandez,
Crosby, een prachtig sturende Henk de Vries, en Pons
completeerden het eerste tiental, terwijl Willem Zoet met zijn
twaalfde plek buiten de punten viel. Middelburg en V.d. Broeke
gingen op de schouders en gelukkig was Hans Valster zo attent
om een fles champagne naar het podium te brengen, zodat na het
Wilhelmus de zege op passende wijze gevierd kon worden.




De
zijspanklasse: Patent voor Egbert en Johan
Meestal stormen meteen na de 500 cc race al vele
toeschouwers richting parkeerplaats, maar met het gegeven dat
Egbert Streuer en Johan v.d. Kaap op de eerste startrij
stonden, bleven er deze keer wat meer fans op de tribunes
zitten. Jock Taylor had al na drie stappen zijn motor aan de
praat, doch Alain Michel, die net voor hem stond ging het niet
zo best af, zodat de Schot zich moest inhouden en Streuer/v.d.
Kaap, die de weg voor zich vrij hadden als eerste de S-bocht
indoken. De concurrentie was echter niet mis en beide
Assenaren konden niet verhinderen dat de combinaties
Taylor/Johansson en Michel/Burkhard de thuisrijders passeerden
om later gevolgd te worden door wereldkampioenen
Biland/Waltisperg. Taylor had een gat geslagen op zijn naaste
belagers, waarvan Michel en Biland een duel aangingen om de
derde plaats, terwijl Egbert en Johan het gebeuren vanaf de
eerste rang mochten meemaken. Het gevaar kwam echter van
achteren, want daar maakten trainingssnelsten Jones/Ayres hun
slechte start goed, middels enkele rappe rondjes, die hen
steeds dichter bij de Nederlanders brachten. Biland stopte aan
de pits met versnellingsbakproblemen, waardoor onze sterkste
mannen weer een plaatsje opschoven, maar twee ronden later
ging Jones, bijgenaamd Crazy Horse, onze rood-witte combinatie
voorbij. Michel maakte aan zijn pitbemanning duidelijk, dat
hij de aanval op Taylor ging inzetten en voegde de
daad bij het woord. Steeds dichter kroop de Fransman naar
voren, verbrak het oude ronderecord van Biland met meer dan
zeven seconden (!) en vond in de laatste omloop de aansluiting
bij Taylor, die echter achterblijvers Huber/Gundel rap voorbij
was. Dat gold niet voor Michel, die duidelijk werd opgehouden
(tot twee keer toe) en bij de finish 2,3 seconden op Taylor/Johansson
tekort kwam. De Fransman was tot razernij gebracht en met een
slip van 180 graden zette hij de Seymaz stil om Huber even de
waarheid te gaan vertellen. Door tussenkomst van een
FIM-functionaris kon alles nog in goede banen worden geleid, maar volgde er wel een officieel protest van
Michel. Jones verzekerde zich van de derde plaats, terwijl
Streuer en v. d. Kaap acht punten naar huis (in dit geval niet
ver) mochten nemen en dat was voor hen de derde keer in
successie. Zij lieten daarmee vedetten als Schwärzel,
Trolliet, Brodin en Holzer achter zich. Misschien hadden
sommigen meer verwacht voor Assen, maar Egbert becommentarieerde:
"Jones ging zo makkelijk, maar hij gaf later toe dat hij
op de grens reed. Wij zijn wel tevreden. Vermogen hebben we
genoeg, nu moeten we de combinatie nog iets beter bestuurbaar
maken en iets meer ervaring opdoen". Een nuchtere visie van
iemand, die zich niet zomaar een favorietenrol laat opdringen.
Cees Smit reed de wedstrijd met Erik de Groot, zijn nieuwe
bakkenist, keurig uit en dat moet op zich al netjes genoemd
worden. Steinhausen behoorde tot de uitvallers en dat waren er
maar weinig, want van de achttien combinaties (waarbij
Vanneste al voor de start het veld moest ruimen) reden er maar
liefst veertien de race uit, waarmee mag worden geïllustreerd
dat de zijspanklasse de laatste jaren aan volwassenheid heeft
gewonnen en daarmee heeft de prestatie van Streuer/v.d. Kaap
nog meer waarde gekregen.
|