Home Jack Middelburg Guestbook GP-races Daytona Toon Kannekens Diverse

 

1980 GP Nederland, TT Assen 28-06-1980

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
1980_TT-Assen_05_Jack_eenzame_hoogte_deze_dag_05_.jpg (85267 bytes) 1980_TT-Assen_500cc_Barry_Sheene_01_.jpg (80161 bytes) 1980_TT-Assen_500cc_Barry_Sheene_voor_Philippe_Coulon_01_.jpg (100785 bytes) 1980_TT-Assen_500cc_Jack_03_.jpg (103663 bytes) 1980_TT-Assen_500cc_Jack_06_.jpg (99274 bytes) 1980_TT-Assen_500cc_Kenny_Roberts_.jpg (85710 bytes)
1980_TT-Assen_03_Jack_eenzame_hoogte_deze_dag_03_.jpg (104576 bytes) 1980_TT-Assen_01_Hartog_voor_Pons_Rossi_Sheene_Boet_01.jpg (107175 bytes) 1980_TT-Assen_01_Randy_Mamola_voor_Kenny_Roberts_en_Johnny_Cecotto_.jpg (103798 bytes) 1980_TT-Assen_500cc_Wil_Hartog_voor_Patrick_Pons_01_.jpg (106141 bytes) 1980_TT-Assen_01_Barry_Sheene_01_.jpg (91846 bytes) 1980_TT-Assen_01_Boet_Uncini_Cecotto_01_.jpg (90784 bytes)
klasse 1e 2e 3e

50 cc

Ricardo Tormo

Stefan Dörflinger

Eugenio Lazzarini

125 cc

Angel Nieto

Guy Bertin Loris Reggiani

250 cc

Carlos Lavado Eric Saul Anton Mang

350 cc

Jon Ekerold

Patrick Fernandez

Anton Mang

500 cc

Jack Middelburg Graziano Rossi Franco Uncini

zijspannen

Jock Taylor

Alain Michel

Derek Jones

 

Jumping Jack werd Winning Jack in Asser TT Ongelooflijk succes van Middelburg. Ontknoping met heel veel macht.

 

JACK’S 500 JACKPOT

  © foto Henk Keulemans 

“Jumping Jack" Middelburg heeft het geflikt, onze kennis aan superlatieven schiet tekort om te omschrijven hoe de 28-jarige kassenbouwer uit Honselersdijk de 125.090 toeschouwers buiten zinnen bracht door op magistrale wijze de 500cc race te domineren. Alleen al de manier waarop Middelburg de lakens in de "Koningsklasse" uitdeelde was niet te overtreffen, want de complete wegrace-elite, inclusief wereldkampioen Kenny Roberts, moest diep buigen voor de prestatie van Jack, die in de derde ronde de leiding nam om deze niet meer af te staan. Het circuit van Drenthe, het motorwalhalla van Nederland, trilde op de toch niet ranke grondvesten en vond een ontlading aan het einde van de zestiende ronde toen Middelburg, samen met zijn meestermonteur Adri van de Broeke, op de schouders werden genomen, om onder begeleiding van de bekende Nederlandse overwinningsgezangen, naar het podium gedragen te worden. Wie had zich een mooiere jubileum-TT kunnen voorstellen? Door de unieke prestatie van Jack zou je bijna voorbij gaan aan de verrichtingen van zo'n tweehonderd andere coureurs zonder wie mensen als Middelburg niet kunnen schitteren. Was daar niet een grandioze vierde plaats van Den Boet in de 500 cc klasse, de tweede IMN-coureur en stalmaat van de overwinnaar, en een zwaar bevochten en welverdiende negende plaats van Henk de Vries? Champagne verdienen deze mannen en dat gaat ook op voor Egbert Streuer en Johan v.d. Kaap, die in de zijspanklasse opnieuw een vierde plaats veroverden, waar zij nu zo'n beetje patent op hebben aangevraagd. Hans Spaan greep zijn eerste WK­punten in de 50 cc klasse met zijn fraaie vierde plaats, terwijl Theo Timmer (6) en Henk van Kessel (7) hun duit in het zakje deden. Laatstgenoemde deed het nog eens dunnetjes over in de 125 cc klasse met een achtste plek en ook Anton Straver mocht tevreden zijn met een punt voor de wereldtitel in deze categorie.

 

Naast de zege van Middelburg, die na alle problemen best als verrassing omschreven mag worden, had deze 50-ste TT nog enkele surprises in petto, want de Venezolaan Carlos Lavado behaalde zijn eerste triomf in Europa in de kwartliterklasse, terwijl Mang met een derde plaats rechtstreeks op de wereldtitel schijnt af te stevenen. Jon Ekerold vervulde dezelfde rol als Jack, maar dan in de 350 cc categorie, waarin niemand de Zuid-Afrikaan van repliek kon dienen en zijn grootste concurrent, Johnny Cecotto, zelfs tot de uitvallers behoorde. Angel Nieto maakte iets goed op 125 cc WK-koploper Bianchi, door de volle vijftien punten te pakken en in de 50 cc klasse verkleinde Ricardo Tormo de afstand tot Lazzarini, die evenwel als derde finishte en daardoor zijn kansen op de titel behoudt, omdat er nog slechts twee ronden te verrijden zijn. Bij de zijspannen kraaide het Schots-Zweedse duo Jock Taylor-Benga Johansson victorie, ondanks de aandringende combinatie van Michel/Burkhard, die de later uitgevallen Biland/Waltisperg hadden teruggewezen.

 De trainingsdagen: successen aangekondigd

Doordat de meeste coureurs het weekend voor de TT geen wedstrijd op hun programma hadden staan, was het rennerskwartier van het circuit van Drenthe al vroeg in de week goed gevuld. De accommodatie was met vele vierkante meters (richting Strubben) uitgebreid om aan de dikke motorhomes, vrachtwagens en andere voertuigen plaats te bieden en ook waren er extra douches en toiletten geplaatst. Onder de snelste machines ter wereld bevonden zich enkele nieuwe en gewijzigde telgen. De IMN-Yamaha's van Boet en Jack waren stevig aangepakt, want beide coureurs waren de abominabele stuureigenschappen beu. Nico Bakker wist binnen onvoorstelbaar korte tijd twee nieuwe frames te construeren. De S-bocht in de bovenste buizenpartij was vervangen door, een flauw verlopende kromming, de standaard voorvork moest plaatsmaken voor een Suzuki-exemplaar met een brug tussen de vorkpoten en hoewel beide Nederlanders ook met een door Bakker verstevigd en aangepast standaardframe trainden, kozen beiden voor dit nieuwe kader, waarvan het gewicht een kilo hoger lag. De monteurs van Kenny Roberts rolden de nieuwe 500cc fabrieks-Yamaha in de baan, waarmee de Amerikaan, net als Jack Middelburg, op de Salzburgring had getraind. Geheimzinnigheid was troef, want het blok werd angstvallig onder grote lappen beschermhoezen verborgen gehouden. Het was bekend, dat beide buitenste cilinders 80 graden waren gedraaid, waardoor nu de carburateurs naar voren waren gericht en de uitlaatpoorten naar achteren wezen. Over het hoe en waarom braken vele mensen zich het hoofd en een bekende tuner fluisterde ons de volgende reden in: Het grote probleem van de fabrieks-Yamaha van Roberts (en ook dat van bijna alle standaard-Yamaha's) is de oplopende temperatuur van de olie in de monoshock-demper, waardoor deze aan dempingverlies gaat lijden en de machine slecht bestuurbaar maakt. Door de uitlaten nu met een andere kromming vanaf de cilinders naar achteren te laten lopen, wordt de warmte van de linker uitlaat, die achter het cilinderblok langsliep om aan de juiste lengte te komen maar ook vlak onder de monoshocker lag, beter afgevoerd en niet direct door het veerelement opgenomen. Het enige wat de toeschouwers direct konden constateren, was een compleet nieuw geluid, dat deed denken aan de 350 cc driepitter Yamaha van enkele jaren geleden. Roberts zette met zijn gewijzigde fiets "slechts" de vijfde trainingstijd achter tweede man Coulon, Mamola en Lucchinelli. De pole-position werd op donderdag veroverd door Jack Middelburg, die de klokken op 2.55.5 liet stilstaan, maar daar snel aan toevoegde, dat de Michelin-slick, waarmee deze tijd was gedraaid, na vier ronden helemaal op was, zodat voor de race een hardere compound gekozen moest worden. Ondanks een nog niet geheel genezen schouderkwetsuur, zette Den Boet de tiende tijd, terwijl Wil Hartog een twaalfde startpositie innam. De Witte Reus klaagde over zijn gemis aan wedstrijdritme, omdat hij na zijn rugblessure in Spanje een tijdje uit de roulatie was geweest. Het Riemersma-Nimag Team had vanuit Japan weer een fabrieks-Suzuki met een demper gekregen en hoewel Hartog eerder had beweerd liever niet met zo'n monoshocker te rijden, ging het hier om een nieuw frame, zodat daar toch mee gereden (of getest) werd, met medewerking van enkele technici van Aragosta, die hun dempers ook op "gewone" fabrieksfietsen monteerden. Sheene was weer terug na zijn crash in Frankrijk, maar hij vertelde dat hij zijn stuur eigenlijk alleen maar met de rechterhand goed kon vasthouden, omdat zijn gedeeltelijk ingekorte pink aan de linkerhand zoveel pijn veroorzaakte dat van grip geen sprake was en zeker met het koppelen alle controle ontbrak. Barry zette de zestiende tijd en werd op de vierde startrij geflankeerd door Willem "Stimorol" Zoet en Henk de Vries, die niet minder dan dertien buitenlanders achter zich lieten. Daarbij niet meegerekend waren de tien jongens die zich niet konden kwalificeren, waaronder de Japanse testrijder Iwasaki (ook met een monogedempte Suzuki) en de Nederlanders Dick Alblas en Henk Twikler. Eerstgenoemde zag de bui al op woensdag hangen en maakte melding van een vervelende griepaanval: Alblas: "Erg hinderlijk en juist in Assen moet je in optimale conditie zijn".

 Mang twee keer snelste

In de 350 cc klasse mocht het Bimota-trio Johnny Cecotto, Jon Ekerold en Patrick Fernandez wel plaatsnemen op de eerste startrij, maar moesten ze de Kawasaki-piloot Anton Mang de snelste tijd gunnen, want de Duitser dook zelfs onder het wedstrijd-ronderecord van Walter Villa. Alle Nederlanders, Mar Schouten, Rini van Kasteren en Klaas Hernamdt konden zich netjes kwalificeren, met de Fries net op de laatste rij. Datzelfde deed dit trio in de kwartliterklasse, nu echter in gezelschap van Peter Looijesteijn. Wederom was Schouten de snelste en er had voor hem misschien wel meer ingezeten als hij op de reservefabrieks-MBA van Marchetti had kunnen trainen. Jammer genoeg moest Mar dit unieke aanbod van de hand wijzen, zodat alle pogingen van. "contactenlegger" Jan Huberts tevergeefs waren geweest. Ondanks de snelste trainingstijd van de ervaren rot Toni Mang, lijken enkele nieuwelingen de aansluiting een beetje te krijgen, want mannen als Cornu, Toffolo en Sibille stonden in de hoogste regionen genoteerd. De 125cc-trainingslijst werd aangevoerd door Motobecane fabrieksrijder Guy Bertin, maar hij werd gevolgd door Kneubühler, Bianchi, Nieto en Müller, zodat alle prominenten in de hoogste regionen vertegenwoordigd waren. Van Kessel toonde zich de beste Nederlander met een van Jan Eggens geleende MBA, i.p.v. zijn eigenbouw Condor. Ook Peter Looijesteijn, Peter van Niel, Anton Straver, Jan Huberts en Cees van Dongen, stonden op de definitieve startlijst. Helaas gold dat niet voor Martin van Soest, die tijdens de eerste training het gips van zijn in Joegoslavië geblesseerde voet moest laten verwijderen, tijdens de tweede sessie een gebroken bobinekabel kreeg, in de derde training een big-end naar de Filistijnen reed en bij de laatste gelegenheid een natte baan trof. Jammer, maar het leven op GP-niveau gaat niet over rozen, Martin weet dat en is vastbesloten om dit weekend in Zolder terug te komen.

In de lichtste categorie had Hans Spaan de beschikking gekregen over een snel fabrieksblokje en maakte de man uit Castricum het in hem gestelde vertrouwen waar door achter de vedetten Tormo en Dörflinger de derde tijd te realiseren voor Lazzarini. Van Kessel en Timmer stonden als vaste GP-mannen op de tweede rij, maar ook Van Dongen, Humphrey Siegel, Jan Welvaarts en Bertus Grinwis stonden zo goed opgesteld dat ze twaalf (of meer) buitenlanders achter zich lieten. Dan was er tenslotte de zijspanklasse, waarin Derek Jones en Brian Ayres met hun oude span - het gebrek aan financiële middelen speelt deze Britse combinatie parten - de pole-positie mochten innemen voor Michel/Burkhard en niemand minder dan Egbert Streuer en Johan v.d. Kaap, die in de nachtelijke uren ontzettend veel sleutelwerk moesten verzetten om hun Yamaha-LCR goed voor elkaar te krijgen. Taylor/Johansson (met een nieuw TZ 500 blok) en Biland/Waltisperg namen de tweede startrij in beslag. Cees Smit reed in Assen met Erik de Groot en draaide met deze, voor hem, nieuwe bakkenist een elfde tijd. Helaas vielen Fred Draaisma en Jan Oostwouder buiten de kwalificatie, grotendeels veroorzaakt door een schuiver in een van de trainingen, die echter geen nadelige gevolgen voor de gezondheidstoestand van beide piloten had. Een belangrijke rol tijdens de drie trainingsdagen werd gespeeld door het weer, dat uitblonk door wisselvalligheid en, na later bleek, een voorbode zou zijn van de omstandigheden tijdens de wedstrijddag. Door de regen op vrijdagmorgen, konden de tijden van de voorgaande dagen niet meer worden verbeterd. Wat wel werd verbeterd was het toeschouwersaantal tijdens de trainingen, want met een recorddonderdag van bijna dertigduizend mensen, werd het totaal gebracht op 45.000 trainingsfans! 

50 cc: Tormo wint, maar is dat voldoende? 

De lucht zag bijna zwart, toen de 50 cc coureurs, met een vertraging van een kwartier (veroorzaakt door een verontreinigd stuk circuit dat schoongemaakt moest worden) naar de startlijn werden geroepen. 125.000 paar ogen werden scherp gesteld op de piste en de eerste coureur die men mocht aanschouwen was Ricardo Tormo, die zijn fabrieks-Kreidler als eerste aan de praat kreeg en met een voorsprong voor de mensenzee langs kwam. Zijn achtervolgers bestonden uit Timmer, Spaan, Dörflinger, Van Kessel en Hummel, terwijl Lazzarini pas als achtste voorbij kwam en daarmee zijn reputatie als zwakke starter eer aan deed. Een kortstondi­ge regenbui begeleidde het snerpende ge­weld, waarin Tormo de toon aanvoerde en zijn belagers op afstand reed. Jacques Hutteau legde zijn ABF al in de eerste ronde in het gras, terwijl de situatie in de kop van het klassement aan duidelijkheid won. De Spanjaard controleerde de race en werd rugdekking gegeven door teamgenoot Dörflinger, die ruime voorsprong verkreeg op grootste rivaal Lazzarini, die na enkele ronden tot de derde plaats was doorgestoten. Daarachter volgde het kwartet Spaan, Van Kessel, Timmer en Hummel, die voor de nodige spanning konden zorgen en geen problemen kenden met Rolf Blatter, Wolfgang Müller en de Oostenrijker Otto Machinek. Stefan Dörflinger kwam in de slotfase vlak achter Tormo en ging er in de Geert-Timmerbocht zelfs naast rijden, wat als gevolg had dat de Spanjaard vlak voor de finish angstvallig naar links keek en bijna een achterblijver tegen diens schenen reed! Lazzarini consolideerde zijn derde plaats en zijn leiding in het WK, maar achter zijn rug gebeurde nog het één en ander. Van Kessel had zich eerst in de slipstream van Spaan vastgebeten, maar zag de temperatuur van zijn koelwater veel te hoog oplopen (oorzaak: een steen tegen de radiateur) en koos voor zekerheid, met de hand aan de koppeling. Hummel en Timmer bleven achter dreigen, doch konden Spaan niet van zijn succes als beste Nederlander afhouden, terwijl Van Kessel nog als zevende binnenkwam achter de Bultaco van zijn landsman. Humphrey Siegel maakte een uitstekend TT-debuut met een twaalfde plek achter de weer gestarte Hutteau, maar voor Enrico Cereda, Jan Welvaarts en Cees van Dongen. Bertus Grinwis viel in de laatste ronden nog terug van een zestiende naar een achttiende plaats. Op het erepodium heerste later nog wat onzekerheid en hilariteit, omdat het Spaanse volkslied niet ten gehore werd gebracht. Een technische fout belette Tormo om mee te kunnen zingen. Of de Spanjaard ook in de toekomst zijn vrolijkheid over een wereldtitel kan uiten moet worden betwijfeld, omdat Lazzarini nog steeds veertien punten voorsprong heeft op hem en nog acht op Dörflinger. Met nog twee ronden voor de boeg had men beter al in Joegoslavië de Zwitser tot titelkandidaat kunnen promoveren, maar ja, niets is zo makkelijk als na afloop zulke uitspraken lanceren. In het WK staan Henk en Theo nu vierde respectievelijk vijfde. 

350 cc: Ekerold vergroot titelkans 

350cc Anton Mang voor Patrick Fernandez

Een superfraaie start werd in de 350 cc klasse op het asfalt gelegd door de Australiër Jeffrey Sayle en onze eigen Mar Schouten, die notabene van een vijfde startrij naar de tweede plaats doorstootte, Na één ronde moest hij echter Sayle, Mang, Ekerold, Cecotto, Saul, Fernandez, Lavado en Baldé de ruimte geven, terwijl Jacques Cornu miserabel uit de voeten kwam. Na drie ronden had Jon Ekerold echter orde op zaken gezet en liep de Zuid-Afrikaan op briljante wijze weg van zijn belagers, Mang en Fernandez, die wel elkaar het leven zuur maakten, met de Fransman steeds achter de Duitser, maar nooit een echte bedreiging voor Jon konden vormen. Eric Saul dook van zijn machine, kreeg applaus van het publiek en honoreerde dat met dankbetuigingen en het uitdelen van handtekeningen aan enkele toeschouwers op de hoofdtribune. Een wat onstuimige, maar altijd vrolijke klant deze Saul, die tevens tot zijn genoegen mocht constateren hoe Ekerold de race domineerde want die is in het rennerskwartier één van zijn beste vrienden. Sayle consolideerde zijn vierde plaats, terwijl titelkandidaat Cecotto zijn kansen gedeeltelijk ruïneerde doordat hij een pitstop moest maken en later zelfs uitviel. Cornu klom nog op naar een zesde plaats ten koste van Baldé, Espié en McGregor, maar achter Cecotto's Venemotos teamgenoot Lavado. De laatste ronde bracht nog spanning, want terwijl Jon Ekerold allang met beide handen omhoog de finishvlag van Frans Vos was gepasseerd, remde Fernandez iets later dan Mang en stak de Fransman zijn Yamaha naast de Kawa van Toni om als tweede te eindigen en zijn eerste punten van 1980 te incasseren. De Nederlanders konden helaas geen rol van betekenis spelen, want Mar Schouten kon geen goed schoeisel krijgen en moest met zijn trainingsband rijden, zodat hij na een pitstop gemaakt te hebben, een ronde later definitief stopte. Lang leek het er op dat Rinus van Kasteren nu beste Nederlander werd, maar hij verloor in de slotfase nog een paar plaatsen, die werden ingenomen door Klaas Hernamdt en Murray Sayle, die de Fries nog op de finish van een zestiende plaats beroofde. De sterke Italiaan Matteoni kwam zonder zware gevolgen ten val en verspeelde daardoor een twaalfde plaats en uitzicht op een betere positie.

 125 cc: Toch weer die sluwe vos  

Gezien de nog steeds druilerige weersgesteldheid was het terecht, dat de 125 cc piloten de slickbanden in het rennerskwartier achterlieten. De soms rillende toeschouwers konden een race met een beetje spanning om de eerste plaats wel gebruiken en in de wetenschap dat dit juist in de 125 cc klasse bij de voorgaande GP's het geval was geweest, waren de verwachtingen hoog gespannen. De kopstart was verrassend genoeg voor Gianpaolo Marchetti met de fabrieks-MBA voor Bertin, Nieto en Bianchi, zodat alle favorieten onder een hoedje gevangen konden worden. Het feest was echter van korte duur, want in de derde ronde nam de Minarelli-coureur de leiding over, met aanvankelijk Bertin in zijn slipstream, doch de Fransman moest geleidelijk lossen. Ook Marchetti kon het tempo niet volgen, terwijl Bianchi zijn handen vol kreeg aan Harald Bartol, wiens MBA eindelijk goed marcheerde. Twee coureurs waren, onder alle bedrijven in de kop door, bezig aan een mooie inhaalrace: Loris Reggiani (na één ronde vijftiende) en Ricardo Tormo (twintigste), die de plaats van Rapolani had ingenomen, omdat hij zelf eerste reserve stond. De Nederlanders Van Kessel, Straver en Looijesteyn hadden elkaar al snel gevonden en reden vele rondjes als aan een touwtje met in hun gezelschap de Fin Matti Kinnunen. Barry Smith bezette tot en met de achtste ronde de tiende plaats, maar kwam toen ten val en was meteen de zwaarst getroffen ongeluksvogel van het hele GP-gebeuren met een gebroken been. In de voorste gelederen leek het er even op, dat Bertin in de buurt van Nieto ging komen, maar toen de Spanjaard daar lucht van kreeg ging de kraan van zijn monocoque-Minarelli wat verder open om met een voorsprong van veertien seconden op de Fransman te finishen. De derde plaats ging volkomen verdiend naar Loris Reggiani, die totaal geen rekening schijnt te houden met gevestigde namen, want WK-koploper Bianchi en Bartol moesten de kleine krullenkop laten gaan. Tormo klom nog op naar de zesde plaats voor Kneubühler en de sterke Henk van Kessel, terwijl Anton Straver (heel knap tiende) en een met remproblemen kampende Peter Looijesteijn, twee ronden voor het einde hun meerdere moesten erkennen in Matti Kinnunen. Veel rijders kwamen in deze race ten val, waaronder Pallazese, Fagerer, Auinger, Müller en Dörflinger. Het merendeel ging in de laatste bocht in de fout. Verder was er nog pech voor Marchetti die door een vastlopende machine een derde plaats verloor en Lazzarini, die de finish niet haalde. Jan Huberts koerste als laatste coureur in dezelfde ronde als de winnaar (13e) over de streep, terwijl Peter van Niel vijftiende en Cees van Dongen achttiende werd. Voor Cees was het de laatste raceronde uit zijn lange geschiedenis en hij werd na de finish (toch netjes in twee TT-klassen uitgereden!) door Jaap Timmer in de bloemetjes gezet en middels een toespraak gehuldigd. Hij en Cees Brouwer moesten de ovaties van het publiek delen met Mike Hailwood, die ondertussen enkele rondjes met een oude fabrieks-Honda reed en nostalgische viertaktklanken met 16.000 t/m tevoorschijn toverde. 

125cc Anton Straver voor Stefan Dörflinger 

250 cc: Lavado profiteert rustig 

In de kwartliterrace, het eerste evenement na de pauze, zagen de duizenden op de tribunes en taluds eindelijk iets van spanning en de sensatie. Met een straatlengte voorsprong kwam namelijk Roland Freymond uit de eerste ronde tevoorschijn en sierlijk dook hij de Timmerbocht in om bij het uitkomen op iets minder sierlijke wijze van zijn Ad Majora-Morbidelli geslingerd te worden! Gelukkig bleven de gevolgen voor de kleine Zwitser tot een schaafwond op zijn elleboog beperkt. De koploper heette nu Jacques Cornu met daarachter, Saul, Pazzaglia, Sibille, Mang en (weer zo'n goed begin) Mar Schouten. Na de tweede ronde nam Pazzaglia, de teamgenoot van Freymond die op het laatste moment aan de deelnemerslijst was toegevoegd, de leiding over om twee ronden later met een vastloper uit te vallen. Over pech gesproken! De Zwitser Cornu lag weer eerste doch kreeg snel gezelschap van Carlos Lavado, die vanaf de negende positie omhoog was gestoten. Daarachter zaten Sibille, Saul, Mang en Espié, die wat onenigheid hadden over de plaatsverdeling. ln het hele veld werd bard geknokt o.a. door De Radiguès, Delaby, Horton en Hernamdt, die echter niet konden verhinderen, dat Toffolo, Hyvärinen en Baldé op onderlinge afstand vooraf gingen naar de vijfde t/m zevende plek. Van Kasteren klom uitstekend op van de zeventiende naar de elfde plaats doch kwam toen bij Mandeveen ten val. Hij kreeg echter in die bocht gezelschap van Schouten, North en Sibille! In het voorste gelid had Lavado de leiding van Cornu overgenomen, doch die volgde hem als een schaduw om drie ronden voor het einde ten val te komen, de motor weer op te pakken en als twaalfde te eindigen! Het kan verkeren en dat moet de besnorde Venezolaan Lavado ook hebben gedacht, want hij hield zijn hoofd koel (iets dat hij vroeger absoluut niet kon) en greep zijn grootste Europese succes in Assen. Saul en Mang hadden echter nog een leuke finish in petto. Zo leuk dat ze op de finish slechts 0,7 seconden uit elkaar lagen. De Duitser was hoogst tevreden met zijn derde plaats en vond het niet nodig om risico's te nemen. Erg jammer was het, dat Klaas Hernamdt in de laatste ronde nog vier plaatsen verspeelde en daardoor met een elfde klassering net buiten de punten viel.

 500 cc: Middelburgs genoegdoening; Roberts obsessie!

Tja, het sfeertje van 36 stuks 500 cc machines die naar de start worden gebracht kun je alleen maar navertellen als je het éénmaal gezien hebt. Je hart gaat automatisch een versnelling hoger en verspringt nog een tandje als je weet, dat voor de eerste maal in de geschiedenis een Nederlander de snelste plaats in de halveliterklasse in Assen heeft gerealiseerd. De gezondheid krijgt nog een extra opdoffer als je weet dat de man in kwestie eigenlijk zijn motorfiets nauwelijks kan aanduwen! De zenuwen gierden een ieder door de keel toen het licht op rood sprong en via het oranje signaal op groen. Mamola en Roberts schoten vol accelererend weg, terwijl Middelburg nog stond te duwen en alle toeschouwers vreesden dat zijn kansen verkeken waren. Reikhalzend werd naar de Strubbenbocht uitgekeken, waar de wereldkampioen langs Mamola schoot en het heft in handen nam om ook als eerste voor de tribunes langs te denderen, met achter hem nog steeds Mamola, Cecotto, Rossi en . . . Middelburg, die bijna alles en iedereen voorbij was gewalst. Achter Jack zaten Pons, Den Boet, Lucchinelli, Katayama, Hartog, Perugini, Sheene en Uncini. Philippe Coulon was al uit de strijd t.g.v. een schuivertje. Na de tweede ronde kregen de zaken wat meer reliëf, want Jack was achter Roberts en Mamola op een derde plaats doorgekomen, terwijl ook Boet een plaats winst had geboekt. Hoe zou de situatie zich ontwikkelen? De baan was nog een beetje nat en sommige mensen stonden volledig op slicks en weer anderen op regenbanden of intermediates, of een combinatie daar van. Roberts stond op opgesneden slicks, Den Boet op een intermediate voor en een slick achter en Jack alleen op slicks. De derde ronde was fantastisch. De programmaboekjes gingen omhoog, de zon brak door en Middelburg had de leiding van Roberts overgenomen, die in deze omloop ook door Lucchinelli en Mamola werd gepasseerd. Nu begon het pas echt mooi te worden. "Jumping Jack" kreeg een ronde later weer Roberts in zijn kielzog, die met een van voren wegdribbelende fiets angstaanjagende toeren uithaalde om bij de Nederlander te blijven (wij weten niet of u 's avonds de televisiebeelden nog heeft gezien, maar een normaal mens had al zes keer naast die motorfiets gelegen). Roberts voelde later ook dat er iets niet lekker zat, want terwijl Jack Middelburg zijn voorsprong op tweede man Rossi ging vergroten en de toeschouwers steeds verder omhoog kwamen, zakte Kenny terug naar de zevende plaats om met een bloedgang naar de pits te verdwijnen. Razendsnel werd het voorwiel verwisseld, maar toen de Amerikaan weer vertrok had hij een achterstand op de tiende man van meer dan anderhalve minuut en dat was teveel. Met een wheelie nam hij afscheid van Assen en het moet voor hem een obsessie zijn, dat hij hier niet kan winnen. Voor de Nederlandse fans was het allang best, want hun favoriet was één concurrent armer en zou er nog een paar kwijtraken, want Lucchinelli was eerder al in de pits geweest om zijn beslagen vizier dat door het schoonmaken was afgebroken, te verwisselen voor een zonnebril van één van zijn monteurs, doch dit bleek een te donkere affaire te worden. Lucky gaf de pijp aan Maarten. Wie dat niet deed was Wil Hartog, hoewel niemand hem dat kwalijk genomen zou hebben, want, na later bleek, was er een probleem met de ontsteking ontstaan (die stond te laat) terwijl de stereogedempte Suzuki ook op regenbanden stond. De Middelburg-show werd ondertussen van een steeds hoger gehalte en monteur Adri v.d. Broeke kon steeds gunstiger pitsignalen uithangen. De voorsprong liep namelijk uit via negen seconden naar elf en zou nog verder groeien, terwijl Jack tijdens het rijden (dat kon ook goed worden nagezien bij Studio Sport) bij het uitkomen van de bochten nog voldoende reserves over had, waarmee duidelijk werd dat hij nog lang niet op de grens van zijn kunnen ging. Achter de ranke rug van de man uit Honselersdijk werd door de andere Nederlanders ook een gave prestatie gezet, want Den Boet had het zwaar aan de stok met Cecotto, die zich maar niet gewonnen wilde geven. Mamola, evenals Lucchinelli ook met een Nava helm, had hetzelfde probleem als de Italiaan en door een beslagen vizier door het zware ademen (R.M.: ,,Ik moest erg hard werken in het begin van de race en in de laatste paar ronden") werd hij een paar plaatsen teruggeslagen om later met iets meer zicht via de snelste ronde weer terug te komen. Henk de Vries kwam in de eerste ronde nog als zestiende door, maar zou, naarmate de race vorderde, steeds verder omhoog klimmen om ten slotte met Graeme Crosby om de negende plaats te knokken, nadat men eerst Patrick Pons was gepasseerd. Vanaf een dertiende plaats banjerde éne Franco Uncini naar voren. De man, die vorig jaar als beste privé-rijder in het WK was geëindigd, maakte zich helemaal waar door een paar ronden voor het einde zelfs Rossi de tweede plaats afhandig te maken. Alle ogen waren op dat moment echter gericht op Jack, die met een ruime voorsprong de laatste ronde indook. Zou de motor heel blijven? Lag er nergens een plasje olie? Kan een achterblijver geen gekke beweging maken? Nagels werden afgekloven, sigaretten trilden zenuwachtig tussen de lippen en knipperende ogen tuurden naar de Geert Timmer-bocht. De mensenmassa kwam overeind en de armen gingen omhoog: Jumping Jack Middelburg had het, voor velen, onmogelijke verricht en de 500 cc TT gewonnen, waarmee hij de prestatie van Hartog had geëvenaard, zijn eerste GP had gewonnen en hoogstpersoonlijk een einde had gemaakt aan een serie van lichamelijke en materiele tegenslag. Nog was de spanning niet voorbij, want Cecotto ging Boet en Mamola vooraf in de laatste ronde en weer kon men juichen, want Den Boet, was Cecotto gepasseerd en werd achter Rossi, die op datzelfde moment Uncini aftroefde, vierde voor Mamola, die op zijn beurt achter Boet ook Cecotto had achterhaald. Wat een laatste ronde! Fernandez, Crosby, een prachtig sturende Henk de Vries, en Pons completeerden het eerste tiental, terwijl Willem Zoet met zijn twaalfde plek buiten de punten viel. Middelburg en V.d. Broeke gingen op de schouders en gelukkig was Hans Valster zo attent om een fles champagne naar het podium te brengen, zodat na het Wilhelmus de zege op passende wijze gevierd kon worden.

 

 De zijspanklasse: Patent voor Egbert en Johan 

Meestal stormen meteen na de 500 cc race al vele toeschouwers richting parkeerplaats, maar met het gegeven dat Egbert Streuer en Johan v.d. Kaap op de eerste startrij stonden, bleven er deze keer wat meer fans op de tribunes zitten. Jock Taylor had al na drie stappen zijn motor aan de praat, doch Alain Michel, die net voor hem stond ging het niet zo best af, zodat de Schot zich moest inhouden en Streuer/v.d. Kaap, die de weg voor zich vrij hadden als eerste de S-bocht indoken. De concurrentie was echter niet mis en beide Assenaren konden niet verhinderen dat de combinaties Taylor/Johansson en Michel/Burkhard de thuisrijders passeerden om later gevolgd te worden door wereldkampioenen Biland/Waltisperg. Taylor had een gat geslagen op zijn naaste belagers, waarvan Michel en Biland een duel aangingen om de derde plaats, terwijl Egbert en Johan het gebeuren vanaf de eerste rang mochten meemaken. Het gevaar kwam echter van achteren, want daar maakten trainingssnelsten Jones/Ayres hun slechte start goed, middels enkele rappe rondjes, die hen steeds dichter bij de Nederlanders brachten. Biland stopte aan de pits met versnellingsbakproblemen, waardoor onze sterkste mannen weer een plaatsje opschoven, maar twee ronden later ging Jones, bijgenaamd Crazy Horse, onze rood-witte combinatie voorbij. Michel maakte aan zijn pitbemanning duidelijk, dat hij de aanval op Taylor ging inzetten en voegde de daad bij het woord. Steeds dichter kroop de Fransman naar voren, verbrak het oude ronderecord van Biland met meer dan zeven seconden (!) en vond in de laatste omloop de aansluiting bij Taylor, die echter achterblijvers Huber/Gundel rap voorbij was. Dat gold niet voor Michel, die duidelijk werd opgehouden (tot twee keer toe) en bij de finish 2,3 seconden op Taylor/Johansson tekort kwam. De Fransman was tot razernij gebracht en met een slip van 180 graden zette hij de Seymaz stil om Huber even de waarheid te gaan vertellen. Door tussenkomst van een FIM-functionaris kon alles nog in goede banen worden geleid, maar volgde er wel een officieel protest van Michel. Jones verzekerde zich van de derde plaats, terwijl Streuer en v. d. Kaap acht punten naar huis (in dit geval niet ver) mochten nemen en dat was voor hen de derde keer in successie. Zij lieten daarmee vedetten als Schwärzel, Trolliet, Brodin en Holzer achter zich. Misschien hadden sommigen meer verwacht voor Assen, maar Egbert becommentarieerde: "Jones ging zo makkelijk, maar hij gaf later toe dat hij op de grens reed. Wij zijn wel tevreden. Vermogen hebben we genoeg, nu moeten we de combinatie nog iets beter bestuurbaar maken en iets meer ervaring opdoen". Een nuchtere visie van iemand, die zich niet zomaar een favorietenrol laat opdringen. Cees Smit reed de wedstrijd met Erik de Groot, zijn nieuwe bakkenist, keurig uit en dat moet op zich al netjes genoemd worden. Steinhausen behoorde tot de uitvallers en dat waren er maar weinig, want van de achttien combinaties (waarbij Vanneste al voor de start het veld moest ruimen) reden er maar liefst veertien de race uit, waarmee mag worden geïllustreerd dat de zijspanklasse de laatste jaren aan volwassenheid heeft gewonnen en daarmee heeft de prestatie van Streuer/v.d. Kaap nog meer waarde gekregen.

 

door Hans van Loozenoord (bron Motor)

©opyright 2006 Gerard van der Pot.