Home Jack Middelburg Guestbook GP-races Daytona Toon Kannekens Diverse

 

2e "manche" 500cc Jack Middelburg voor Barry Sheene

TT-Assen 27-06-1982  

 

 

Uitslagen TT Assen 1982

  50cc 125cc 250cc 500cc zijspan
1e Stefan Dörflinger Angel Nieto Anton Mang Franco Uncini Biland/Waltisperg
2e Eugenio Lazzarini Eugenio Lazzarini Jean-Louis Tournadre Kenny Roberts Michel/Burkhard
3e Ricardo Tormo Pierluigi Aldrovandi Jeffrey Sayle Barry Sheene Schwärzel/Huber
4e Giuseppe Ascareggi Hans Müller Jean-Louis Guignabodet Graeme Crosby Thomas/Fresc
5e Hans-Jürgen Hummel Ricardo Tormo Patrick Fernandez Randy Mamola Streuer/Schnieders
6e Claudio Lusuardi Iván Palazzese Graeme McGregor Boet van Dulmen Taylor/Johansson
7e Theo Timmer Jean-Claude Selini Martin Wimmer Kork Ballington Bingham/Bingham
8e Reiner Scheidhauer Hugo Vignetti Roland Freymond Takazumi Katayama Giesemann/Riedel
9e Hans Spaan Gerhard Waibel Thierry Espié Marc Fontan Berger/Berger
10e Paul Rimmelzwaan Johnny Wickström Gabriel Grabia Raymond Roche Monnin/Kalauch

 

 

Ivan Palazzese en Ricardo Tormo

 

"Regent het bij jullie altijd stenen" vroeg één van de Gallina-mensen ons tijdens de wolkbreuk, die van een tot dusver gezapige TT één der meest sensationele zou maken. Voor wedstrijdleider Jaap Timmer vormde het afbreken van de wedstrijd geen punt van discussie: alleen hij besloot om aan de levensgevaarlijke situatie met rasse spoed een eind te maken en in de zevende ronde begon starterkamprechter Frans Vos met het afvlaggen van de rijders, kort nadat eerst Kenny Roberts, vervolgens Graeme Crosby en tenslotte Freddie Spencer in een wolk van spuitend water de baan onvrijwillig verlaten hadden, gelukkig allen zonder kleerscheuren. De 141.000 toeschouwers (een nieuw record) vonden het allemaal prachtig. Tweemaal kijken voor één geld! Dat paste helemaal niet in het teken van deze tijd: bezuinigen en inleveren.

Inleveren moesten echter wel de rijders! Want aangezien het aantal afgelegde ronden te weinig was om de wedstrijd geldend te verklaren, kwam er een tweede start. De race werd volgens de FIM-reglementen opgesplitst in een twee-manches-systeem met puntentelling. Bepalend voor het eerste wedstrijdgedeelte was de volgorde van doorkomst in de voorlaatste ronde, de zesde dus. Daarin had King Kenny de kop, gevolgd door Uncini, Sheene, Middelburg, Spencer, Mamola, Crosby en Van Dulmen. De uitslag van de eerste race was derhalve idem dito: één punt voor Roberts, 2 punten voor Uncini, 3 punten voor Sheene, 4 punten voor Middelburg etc. Dat het manche systeem zeer ongunstig zou werken voor de Nederlandse toppers had toen nog niemand door, maar dat zou spoedig duidelijk worden. Jack Middelburg - voor de rest van het seizoen op een XR40 van het Britse Suzuki team - zou alleen via een overwinning in het tweede deel van de race nog een redelijke kans op de eindoverwin­ning hebben (4 + 1 = 5), terwijl hij eigenlijk aan de leiding ging toen de race werd afgevlagd. Roberts, Uncini en Sheene stonden er natuurlijk veel beter voor, terwijl Roberts gevallen was en eigenlijk niet eens meer mocht starten.  

Half miljoen

Boet van Dulmen kon de eindzege, met 8 punten uit de eerste manche, helemaal wel vergeten, maar Boet toonde zich ontzettend blij met zijn winst op andere fronten". Boet: ,,Niet te geloven dat ik zo'n OW60 aan het begin van dit seizoen alleen maar kon kopen voor een half miljoen. En nu krijg ik er gewoon één! Ik heb wel GP's waar ik minder verdien!" Achtergrond van 't hele gebeuren is dat King Kenny een hartig woordje gewisseld heeft met de Yamaha fabriek. Ik krijg van jullie niet genoeg steun!" mopperde Kenny, daarbij doelend op zowel het vermogen in zijn nieuwe V4, als het feit dat geen van de andere Yamaha OW60 rijders (Sheene, Crosby en Fontan) hem steun verlenen in zijn WK-kopduel met Franco Uncini. Sheene, Crosby en Fontan kijken wel uit. Zij moesten deze winter allen een half miljoen gulden neertellen om aan fabrieksmateriaal te kunnen komen en rijden derhalve uitsluitend voor hun eigen kansen. Boet dus in dienst van King Kenny. Voorlopig alleen in Assen en Francorchamps, maar als het aan Roberts ligt ook de rest van het seizoen. Boet: ,,Het probleem is nu nog onderdelen. Op hulp van Sheene, Crosby of Fontan hoef ik niet te rekenen. Die hebben alleen maar last van me. Maar Kenny zegt wel wat te kunnen doen. Als ik hem kan helpen, graag! Financieel maakt het natuurlijk wel enig verschil of je op je eigen fietsen moet rijden en de onderdelen moet kopen, of dat je ze gratis van de fabriek krijgt. Bovendien voel ik dat deze fiets mogelijkheden biedt. Tja, en wat de Cagiva betreft: naar Italië ga ik voorlopig maar niet. Dat wordt dit jaar niks meer".

Ook Middelburg

Ook Jack Middelburg heeft zijn Suzuki XR40 hoofdzakelijk ter beschikking om steun te geven aan Franco Uncini. Boet en Jack zullen dus de tweede viool moeten spelen achter respectievelijk Kenny Roberts en Franco Uncini, maar dat is voor beiden geen probleem. Mijn seizoen is toch kapot" zegt Jack. ..Ik denk nu al aan volgend jaar. Als ik Suzuki nu goed kan helpen, krijg ik misschien in '83 volwaardige fabriekssteun!" Ook Boet speelt in de strijd om de wereldtitel geen rol van betekenis meer. Misschien kan ik nog een GP pakken. Als Kenny uitvalt, mag ik voluit gaan en moet ik proberen de Suzuki's zo ver mogelijk naar achteren te rijden. Dat is niet alleen belangrijk voor Kenny, maar ook voor de merkentitel."

Eerste manche: Jack Middelburg zorgt voor vuurwerk

Start 1e manche, Jack (4), Barry Sheene (7), Randy Mamola (2), Franco Uncini (10), Kenny Roberts (3), Freddie Spencer (12), Takazumi Katayama (15), Boet van Dulmen (6), Guy Bertin (27) en Andreas Hofmann (38).

Hoewel aan de horizon de eerste donkere wolken zich samenpakten, vertrokken alle 36 starters op slicks. Ook laatste man Rinus van Kasteren, die als eerste reserverijder toch kon starten omdat "Kojak" Guido Paci donder­dag crashte en vanaf zijn kale schedel tot aan zijn middel in het gips gezet werd vanwege een gebroken sleutelbeen. Uncini, Sheene, Middelburg en Roberts kwamen als eerste weg. Jon Ekerold was duidelijk minder fortuinlijk en vertrok als laatste. Roberts pakte in de eerste ronde het initiatief, gevolgd door Uncini, Sheene, Middelburg, een herboren Randy Mamola, Ballington, Spencer, Katayama, Pellandini en Marc Fontan, het Franse lieverdje. Jack vervulde de opdracht van de fabriek uitstekend. In de tweede ronde schoof hij voor Sheene en begon het Roberts lastig te maken door zijn XR40 links en rechts naast de "King" te prikken. Uncini demonstreerde echter dat hij ook heel goed zijn boontjes kon doppen en pakte vanaf de tweede ronde de leiding. In de derde ronde rukte Jack op naar de tweede plaats en begon de koppositie van Uncini vakkundig af te schermen. Uit de donkere wolken vielen inmiddels de eerste regendruppels en binnen enkele ronden goot het vooral in de zuidelijke lus met bakken uit de hemel. De kopmannen bleven op het stroeve asfalt van Assen (waar het water snel van de baan loopt door de verkanting) angstwekkend snel doorjagen op hun slicks. Te hard, ondervonden eerst Roberts, toen Crosby en tenslotte (in de achtste ronde) Freddie Spencer, die ten val kwam in de snelle S-bocht na start en finish en als een soort speedboot de Bedeldijk af schoof. Wedstrijdleider Jaap Timmer vond het kort na de val van Roberts en Crosby in de zesde ronde welletjes. In de zevende ronde kreeg Marc Fontan als eerste de vlag, nadat Jack Middelburg als koploper al gepasseerd was, met (letterlijk) in zijn kielzog Uncini, Sheene, Spencer (die 300 meter verder ten val zou komen), Boet van Dulmen en Mamola. Daarna verwarring alom. Rijders en managers steken koortsachtig de hoofden bij elkaar. Niemand weet precies wat er gebeuren gaat. Wedstrijdleider Jaap Timmer brengt opheldering door kort en bondig de FIM­code samen te vatten voor de microfoon van omroeper Jan de Rooy: " De startvolgorde voor de tweede race wordt bepaald aan de hand van de stand in de voorlaatste (zesde) ronde, de tweede race duurt net zo lang totdat het oorspronkelijk vastgestelde aantal ronden gereden is (16 min 6 is 10 ronden), en er dient in de tweede race met dezelfde machine gereden te worden. Dat betekende dus koortsachtig sleutelen in de boxen bij Yamaha, Marlboro en Honda. Maar het lukte allemaal. Aangezien het weer snel opklaarde, bleef iedereen op slicks staan. Alleen voor Fast Freddie had zijn schuiver vervelende consequenties. Pas bij het signaal één minuut ontdekte hij dat de stuurdemper was afgebroken en dat de gaskabel bleef haken. Ontmoedigd schoof hij de NS500 aan de kant. Ook Roberts keek somber naar beneden. Met ijzerdraad hadden de monteurs nog snel de linker uitlaat aan het kontje vast moeten knopen. "Als dat maar houdt?" zag je hem denken.. Kopstart voor Jack Middelburg, Sheene en Pellandini joegen als eersten de Bedeldijk op, nadat om circa kwart voor vijf eindelijk groen licht gegeven kon worden. Bij de eerste doorkomst zat Jack nog steeds aan de leiding, gevolgd door Sheene, Uncini, Mamola, Ballington, Roberts; Pellandini, Crosby, Boet van Dulmen, Katayama, Fontan en Marco Lucchinelli. Voor de regerend wereldkampioen was de race in de tweede ronde al afgelopen. Een fout in de toerenteller zorgde voor storing in het elektrische gedeelte en de machine begon plotseling op twee cilinders te lopen. Einde verhaal.

1e ronde 2e manche, Jack aan de leiding voor Barry Sheene (7), Randy Mamola (2), Franco Uncini (10), Kork Ballington, Sergio Pellandini (20), Kenny Roberts (3), Graeme Crosby (5), Takazumi Katayama (15), Marc Fontan (9), Marco Lucchinelli (1), Boet van Dulmen (6). 

Einde verhaal ook voor Jack Middelburg, die te gretig gas gaf en in Mandeveen het achterwiel onderuit trok. Helaas voor Jack, want hij had de show gemaakt en moest nu het strijdtoneel verlaten. Sheene zag het allemaal voor zijn ogen gebeuren, maar leek niet erg onder de indruk. Sheene kwam dankzij Jack's val alleen op kop te zitten. Uncini poogde in eerste instantie naar hem toe te komen, wat ook aardig lukte, maar besloot na in Mandeveen ook "dwars" gestaan te hebben (op exact dezelfde plaats als Jack) het iets kalmer aan te doen, omdat hij toch voor WK-rivaal Roberts zat, die zijn handen vol had aan Mamola en Crosby. Maar in de zevende ronde kwam Vrouwe Fortuna de Italiaan te hulp. Barry ging bijna onderuit bij De Bult toen hij het achterwiel onderuit trok. Sheene moest al z'n ervaring in de strijd gooien om de machine op te vangen, maar het stuur sloeg zo gemeen van links naar rechts dat Barry met zijn schouder de stroomlijnruit molde en de vork tordeerde. Barry moest noodgedwongen het tempo laten dalen en in de achtste ronde was het Uncini, die aan de leiding ging. Ook de slechts 53 kg wegende Italiaan kroop in de laatste ronde nog door het oog van de naald toen de achterremverankering brak. De remklauw werd kompleet van de schijf gerukt, maar gelukkig blokkeerde het achterwiel niet. Crosby en Roberts wisten zich ook nog voorbij de ongelukkige Sheene te werken, waarna Crozz nog angstig dicht in de buurt van Uncini wist te komen. "Fortuna, fortuna!" riep teammanager Roberto Gallina opgelucht, nadat hij de ravage in het achterwiel van zijn pupil aanschouwd had... Crosby bleek geenszins van plan zijn merkgenoot Roberts te helpen en pakte de tweede plaats. Roberts eindigde op 4 seconden achter de Nieuw-Zeelander, terwijl Sheene op zijn beurt 6,5 seconde toe moest geven op Roberts. Boet van Dulmen zorgde met een vijfde plaats (en een zesde plaats in het totaalklassement) voor de nodige vreugde op de taluds. Na Van Dulmen kwam Henk de Vries als tweede Nederlander over de meet. Henk legde voor de tweede manche een " intermediate" om het voorwiel en kreeg van die beslissing tijdens de race erg veel spijt. Looijesteijn en Van Kasteren reden de race beiden uit en waren met dat resultaat op zich zeer tevreden. Bobo van Eijk en "good old" Dick Alblas wisten zich helaas niet te kwalificeren. 

50 cc: Dörflinger oppermachtig

Het feest op de Drentse hei begon al om 10.00 uur, een kwartier eerder dan in voorgaande jaren. Op dat moment moesten nog vele tienduizenden van de 141.000 toeschouwers een plaatsje zoeken op de tribunes of taluds, want vanwege het slechte weer had kennelijk iedereen besloten om laat van huis te gaan. De race verliep geheel volgens het beeld van de trainingen. Voor twee Nederlandse favorieten was de race vrijwel direct afgelopen. George Looijesteijn stopte in de vijfde ronde met onstekingsproblemen, repareerde, reed nog een rondje en kwam in de zevende ronde definitief de pits binnen. Henk van Kessel kwam slechts tot de tweede ronde, toen gaf het big-end de geest. Theo Timmer had een slechte start en kon die in de race ook niet meer goed maken doordat de Bultaco te weinig vermogen leverde."Het ding loopt niet zoals aan het begin van het seizoen. Ik weet niet waar ik de fout moet zoeken". Een zevende plaats werd uiteindelijk zijn deel. Snelste trainingsman, Stefan Dörflinger, liet er geen twijfel over bestaan dat hij op de snelste fiets zat. Stefan stuurde zijn Van Veen Kreidler zonder problemen op de zege af en wat Eugenio Lazzarini ook probeerde, hij kwam er met de Garelli niet bij. "De Kreidler is duidelijk sneller" aldus de kleine Italiaan. "We hebben minstens nog drie weken nodig om wat extra ontwikkelingswerk te doen, maar daarvoor ontbreekt nu helaas de tijd. Misschien dat ik één van de laatste GP's kan winnen!" De race eindigde verder in een optocht. Titelverdediger Ricardo Tormo had een slechte start, maar vocht zich bekwaam terug naar de derde plaats. Achter zijn rug zorgden Rainer Kunz, Theo Timmer, Guiseppe Ascareggi en Hans Hummel voor enige schermutselingen, maar ook dat was maar van korte duur toen Ascareggi zich definitief meester maakte van de vierde plaats en Rainer Kunz in de zevende ronde in de fout ging in de Geert Timmerbocht. Dat het niet echt hard ging, bleek ook uit de tijden. Het racegemiddelde van Dörflinger lag belangrijk onder dat van 1981, terwijl ook het ronderecord niet bedreigd werd. In 1981 kwam Dörflinger aan 3.27,63. Nu was zijn snelste ronde 3.31,19. 

125 cc: Garelli dubbel

Angel Nieto (#1) voor August Auinger (#6), Pier-Paolo Bianchi (#3), Eugenio Lazzarini (#2), Pier-Luigi Aldrovandi (#16) en Hans Müller (#4).

Direct na het vallen van de finishvlag stormde overwinnaar Angel Nieto woedend op zijn als tweede geëindigde teamgenoot Eugenio Lazzarini af en slingerde hem een mengeling van Spaans/ltaliaanse woorden naar het hoofd. Gedurende de race had Nieto al enige malen aan Lazarini getoond, dat hij het met de gang van zaken niet eens was. Na de race werd duidelijk wat hem dwars zat: Eugenio reed naar zijn zin te hard! "Waanzinnig om het zo te doen. Je neemt zo onnodige risico's en wij zijn toch oppermachtig", luide Angel's commentaar nadat hij in 76e Grand Prix overwinning had geboekt. Lazzarini haalde zijn schouders op. Nadat hij de snelste trainingstijd had genoteerd, wilde de kleine Italiaan natuurlijk ook winnen. Zover kwam het dus niet, of beter gezegd mocht het niet komen. Nieto stelde in de negende ronde orde op zaken door via het (ongewild!) rijden van een fantastisch ronderecord van 3.05,9, de ontvluchte Lazzarini te achterhalen en te passeren. Tot aan de finish moest de Italiaan daarop in de slipstream van de "maestro" blijven! Tot genoemde negende ronde had het Garelli duo gezelschap geduld van Pierpaolo Bianchi, August Auinger, Hans Müller en Pier-Luigi Aldrovandi. Als zo vaak had Nieto het drukker met regisseren dan met racen en zat meer achterom dan vooruit te kijken. Zowel Bianchi als Auinger mochten op kop rijden en het leek erop, dat dit duo zou gaan uitmaken, wie de derde plaats op het podium mocht innemen. In de twaalfde ronde kreeg de oud-wereldkampioen het een stuk gemakkelijker toen de arme Oostenrijkse privé-rijder voor de zoveelste keer in dit seizoen een goede klassering door machinepech de mist in zag gaan. Bianchi kon hier maar kort van profiteren, want in de laatste ronde kwam ook zijn Sanvenero vroegtijdig tot stilstand. Zo ging het brons uiteindelijk naar de weer sterk rijdende Pierluigi Aldrovandi. De Europees kampioen klom door deze prestatie naar een tweede plaats - ver achter Nieto - in de strijd om de wereldtitel. Hans Müller werd vierde voor de aanstormende Ricardo Tormo, die zich na een slechte start had weten op te werken. Ivan Palazzese zat in het begin van de strijd ook in de kopgroep, maar de Venezuelaan besloot na enkele hachelijke situaties op "safe" te gaan en pakte de zesde plaats. Jean-Claude Selini, Hugo Vignetti, Gerhard Waibel en Johnny Wickström maakten het eerste tiental vol. Van de negen Nederlanders die aan de 125 cc training mochten deelnemen, moest Boy van Erp zich afmelden, omdat zijn been nog niet volledig genezen was. Van de overigen slaagde alleen George Looijesteijn er niet in om zich te kwalificeren (krukasproblemen bij de EGA). Anton Straver plaatste zich met de 36e tijd op het nippertje en daar was hij na z'n lange gedwongen rustpauze erg blij mee. Nog meer vreugde was er bij de MBA-rijder na de race, want met een zeventiende plaats was hij beste Nederlander en moest zodoende op het podium verschijnen. Anton: "Nee, dat heb ik niet durven dromen. Ik rem nog erg vroeg, want ik wil niets forceren. Het gaat toch boven verwachting goed. In de race draaide ik constant rondjes van 3.20,0 en viel tegen het einde niet terug." De Nederlandse kampioen 125 cc van 1981 dankte zijn plaats op het schavot mede aan het feit, dat de nieuwe titelhouder in deze klasse, Henk van Kessel, zijn MBA met een uitgelopen big-­end aan de kant moest schuiven. Dat was voor hem na de 50 cc de tweede keer op deze dag. Henk, twaalfde in de training, reed even in de WK-punt rangen maar zakte langzamerhand terug. Tenslotte viel - in de achtste ronde op de vijftiende plaats liggend - het doek definitief voor hem. Theo Timmer (20e), Kees van der Ven (21e), Hans Spaan (22e) en Jan Huberts (24e) reden de race in de achterhoede uit. Jan Huberts was hiermee laatste. Toch was hij blij de finish te zien in zijn laatste race. Na een 25-jarige raceloopbaan en 21 jaar TT's werd ook hij op het podium terecht in de bloemetjes gezet! 

125cc: 31.Helmut Lichtenberg voor Jan Huberts en Hans Spaan 

 

Angel Nieto voor Eugenio Lazzarini (onder)

 

 350 cc: Helaas de laatste keer

Voor de laatste maal sprong het licht in Assen op groen voor de rijders in de 350 cc. De FIM heeft besloten dat deze klasse na dit seizoen moet verdwijnen. Hoe men ook over deze beslissing denkt, feit is dat juist in deze klasse altijd volop strijd en spektakel is te zien. Ook nu bleek de race van de eerste tot de laatste ronde uiterst spannend. Vorig jaar konden onze landgenoten nog de nodige WK-punten bij elkaar rijden. Helaas was de kans daarop dit jaar al aan het eind van de Bedeldijk verkeken. "Ik heb altijd een prima start, maar dan is de druk erg groot in de eerste ronde. Ik had dan ook besloten om het bij de start rustig aan te doen. Na één stap pakte mijn Yamaha al, maar bewust bleef ik net achter de snelsten hangen. In de eerste haakse hoek probeerde Lavado zijn matige start goed te maken. Bij het insturen zat hij al te dringen. Bij het uitkomen trok hij zijn machine onderuit en nam mij in zijn val mee", was het relaas van een uiterst teleurgestelde Mar Schouten. Didier de Radiguès had de concurrentie in de training wellicht zand in de ogen gestrooid met een derde trainingstijd, want hij sloeg in de eerste ronde meteen al een gat. Fernandez; Matteoni, North, McGregor en Mang waren de eerste achtervolgers. Baldé voegde zich, na een matige start, snel tussen de achtervolgers. De leider van het klassement om de wereldtitel, De Radiguès, leek op een simpele overwinning af te stevenen, maar de onstuimige Belg had iets te veel haast. In de zevende ronde ging hij hard onderuit. Met een gebroken sleutelbeen en zonder WK-punten lijkt de laatste wereldtitel in de 350 cc aan zijn neus voorbij te gaan. Titelverdediger Mang ging daarop aan de leiding, op afstand gevolgd door Baldé en North. Patrick Fernandez duelleerde met Massimo Matteoni. Christian Sarron was van helemaal achteraan in het veld opgeschoven naar een negende plaats. Met nog zes ronden te gaan kreeg Mang gezelschap van Baldé en North. De posities wisselden voortdurend. Even leek het erop dat de bijzonder sterk rijdende Alan North van de rivaliteit tussen Baldé en Mang kon profiteren. "Ik kon ze gemakkelijk volgen. Vooral bij het remmen passeerde ik ze gemakkelijk, maar bij het uitaccelereren pakten ze me steeds weer terug. De Kawasaki's hebben iets meer vermogen onderin, zodat het weinig zin had het steeds maar weer te proberen", aldus Alan North. Baldé sloeg in de voorlaatste ronde definitief een gaatje. "Na de strubbelingen in Nogaro was de sfeer tussen Mang en mij niet zo best. Met deze overwinning heb ik bewezen dat ik Mang in een direct gevecht kan verslaan", aldus een zeer tevreden Baldé, die op het erepodium de hartelijke felicitaties van Mang graag in ontvangst nam. Alan North was dolgelukkig met zijn derde plaats: "Eindelijk weer helemaal voorin. Vorig jaar voelde ik mij al sterk, maar domme pech maakte steeds weer aan alle illusies een eind. Het is een fantastisch gevoel na al die pechjaren weer helemaal voorin te zitten. Na het uitvallen van Matteoni reed Fernandez op grote afstand onbedreigd naar de vierde plaats en pakte hiermee zijn eerste WK-punten in de 350 cc. Sarron beëindigde zijn opmars met een vijfde plaats, na een fel gevecht met Gustav Reiner. De overige WK-punten gingen naar Saul, Head, Bolle en Eskalinen. Peter Looijesteijn en Dick van Logchem moesten met pech de race vroegtijdig staken.

250 cc: Toch weer  Mang

start 250cc

Bij de start van de 250 cc waren voorin het startveld enkele kale plekken te vinden. De snelste man in de training, Didier de Radiguès, lag nog in het ziekenhuis, na zijn val in de 350 cc. Ook Lavado ontbrak. Men had Carlos na lang zoeken eindelijk te pakken en ook hij was op weg naar het ziekenhuis. Na zijn val in de 350 cc "ontsnapte" hij aan het medisch centrum, waar men tijdens de training ook al twee gekneusde ribben bij hem had geconstateerd. Lavado wilde ten koste van alles in de 250 cc van start gaan, maar veel pijn en enig speurwerk der medici maakten dit onmogelijk. Naast de gekneusde ribben constateerde men ook nog een nierbeschadiging. Mar Schouten voelde zich na de crash in de 350 cc niet fit. Na een onderzoek in het ziekenhuis bleef hij de rest van de dag met hoofdpijn in zijn caravan. De kwartliterrace boeide evenals de 350 cc. Jean-Louis Guignabodet voerde het veld op zijn gif­groene Kawasaki vijf ronden aan, maar moest toen de verrassende Jeffrey Sayle op zijn Armstrong-Rotax voor laten gaan. Ook Thierry Espié, in het zadel van de Pernod, leek zich eindelijk eens met de strijd voorin te kunnen bemoeien. Naarmate de race vorderde viel Espié terug van een vierde naar een negende plaats. Anton Mang was na een bijzonder slechte start als een scheermes door het veld gevlogen en kwam halverwege de race op een derde plaats even op adem. De verrassing van dit seizoen, Jean-Louis Tournadre, had eveneens een slechte start. Toen de 23-jarige Fransman echter het achterwiel van Mang te pakken had, sloeg de vlam pas goed in de pan. Er ontstond een schitterende strijd om de ereplaatsen. Guignabodet gaf zich als eerste gewonnen en zakte terug naar een vierde plaats. Jeffrey Sayle capituleerde pas in de laatste ronde. Eerst moest hij Mang en in de Timmerbocht ook nog Tournadre voor laten gaan. De 1.80 meter lange Fransman verklaarde later: "Assen is een moeilijk circuit. Vooral de vering van mijn motorfiets kan ik maar niet goed afgesteld krijgen. We hebben voor de race gewoon gegokt. Dit is nu al de derde Grand Prix dat ik helemaal van achteren moet komen. Ais ik een normale start had gehad, waren de vijftien punten voor mij geweest." Fernandez finishte als vijfde. McGregor wist van een achttiende plaats op te klimmen naar een zesde. Freymond zakte in de laatste ronde van een mooie zesde plaats terug naar een achtste achter Martin Wimmer. Dick van Logchem zag zijn 250 cc Grand Prix debuut beloond met een eenentwintigste plaats.

250cc: Martin Wimmer voor Jacques Cornu 

 

250cc: Jean-Francois Baldé voor Thierry Espié 

Zijspannen: Driemaal Krauser!

Door het uitlopen van het programma besloot de wedstrijdleiding de zijspanrace van veertien naar twaalf ronden terug te bren­gen. Het zat echter niet mee, want vlak voor het startsignaal deed Pluvius wederom onverwacht zijn werk en het hemelwater vermengd met dikke hagelstenen kwam met bakken uit de lucht vallen. Het vertrek werd uitgesteld en de combinaties, die allemaal op slicks stonden, konden worden voorzien van regenbanden. Toen dit voor elkaar was, kon er nog geen groenlicht worden aangegeven, omdat een deel van het publiek meende via de baan huiswaarts te moeten keren. Opvallend was trouwens hoeveel toeschouwers er tot het einde bleven. Hun geduld werd nog langer op de proef gesteld, omdat het weer inmiddels was gaan opklaren en de meeste rijders opnieuw banden gingen wisselen. Dit tot grote vertwijfeling van de wedstrijdleiding. Ondanks het vele water kwam echter alles nog in kannen en kruiken. Om half zeven kon het licht definitief op groen springen. Het duo Jo van de Ven/Tonnie Troeven had daar helaas niet veel meer aan; omdat ze tijdens de opwarmronde in de Veenslang uit de bocht waren gevlogen. Daardoor was de Nederlandse deelname gehalveerd, omdat donderdag tijdens de training Piet Huyberts en Willem van Dis al werden uitgeschakeld. Ze raakten van de baan en Huyberts brak bij deze crash een pols. Heel wat beter stonden Egbert Streuer en Bernard Schnieders er voor. Het Lucky Strike duo noteerde zelfs de tweede trainingstijd en stonden zo tussen Rolf Biland/Kurt Waltisperg en Alain Michel/Michael Burkard op de eerste startrij. De tijd die de regerende wereldkampioenen hadden laten afdrukken was fenomenaal: 2.55,98 min.! "En het kan nog harder," was Rolfs commentaar. Hij schreef de snelle vooruitgang mede toe aan de voordelen die de nieuwe stroomlijnneus - met duidelijke Formule I kenmerken - brengt. Voor de race kozen van de topcoureurs alleen Biland en Derek Jones niet voor slickbanden. De LCR van Biland stond op intermediums, die van Jones op regenbanden. En nadat eindelijk het veld vertrokken was, buitten deze twee combinaties de natte baan goed uit. Bij de eerste doorkomst lagen ze op de eerste en tweede plaats. Egbert Streuer en Bernard Schnieders waren weliswaar als tweede de Bedeldijk opgestormd, ze lagen na een ronde zesde op de hielen gezeten door de slecht gestarte Alain Michel. Derek Jones en Brian Ayres moesten hun jacht op Biland/Waltisperg al na twee ronden opgeven, omdat ze met een vastgelopen motor de pits op moesten zoeken. De baan droogde minder snel op, dan menigeen verwacht had en dat was een kolfje naar de hand, beter gezegd band, van Rolf Biland. Samen met Kurt Waltisperg had hij na drie ronden al een voorsprong van 22 seconden (!) opgebouwd op het naar voren gekomen duo Michel/Burkard. Het wegdek bleef nat en zo wonnen de Zwitsers dan ook met een straatlengte voorsprong voor de Frans/Duitse combinatie. Omdat Trevor Ireson en Don William met hun conventioneel gebouwde span door pech uitvielen - ze lagen zelfs even tweede - ontbrandde er een langdurige strijd om de derde plaats tussen Werner Schwärzel/ Andreas Huber en de verrassend sterk rijdende Fransen Patrick Thomas/Jean-Marc Fresc. Uiteindelijk beslisten de geroutineerde Duitsers dit gevecht in hun voordeel en kwamen op de streep nog vlakbij Michel/Burkard. Daarmee leverde Assen wat de eerste drie betreft de gelijke uitslag op als de Oostenrijkse GP: een drievoudige Krauser overwinning. Thomas/Fresc werden vierde, maar dit gebeurde pas, nadat ze Egbert Streuer en Bernard Schnieders in de laatste ronde in de Geert Timmerbocht eruit hadden geremd. De Assenaren waren namelijk in de laatste ronden zienderogen op de Fransen ingelopen en ze zelfs gepasseerd. Wat ging er mis? Een uiterst teleurgestelde Egbert Streuer: "Flauw ben ik ervan. We hadden makkelijk tweede kunnen worden. Na een halve ronde kon ik al niets meer zien, omdat het vizier van m'n helm besloeg. Het zicht was minimaal. Ik reed op de witte strepen en af en toe schrok ik me te barsten, omdat ik ze kwijt was. Omdat er niemand voor ons reed, kon ik me nergens anders op richten. Toen die Fransen voor ons opdoemden ging het gelijk een stuk sneller." En dat blijkt ook uit de tijden, want in de tiende ronde reden Egbert en Bernard de snelste ronde van de race. Toch raakten ze die vierde plaats nog kwijt. Nogmaals Egbert: "Op dat moment kon ik totaal niets meer zien. Bovendien was ik er al zo flauw van en wilde geen enkel risico nemen." In ieder geval toonde het Lucky Strike duo aan met de voorsten mee te kunnen komen en dat geeft hoop voor de toekomst. Jock Taylor en Benga Johansson kwamen in Assen voor het eerst met de nieuwe Windle aan de start. De oud-wereldkampioenen, die tijdens het rijden gebruik maken van een intercom, moesten nog duidelijk aan het span wennen. Ze werden zesde nadat de Japanners Masato Kumano en Kunio Takashima in de snelle linkerbocht voor de Timmerbocht op een reuze manier in de fout waren gegaan. Passagier Takashima liep bij deze schuiver een dubbele beenbreuk op. Bovendien werd de LCR zwaar beschadigd. Donkere tijden voor het toch al door geldzorgen geplaagde duo. Weinig geluk was er ook weggelegd voor Hein van Drie en Martin van 't Klooster. De Nederlandse titelhouders lieten tijdens de trainingen een uitstekende indruk achter (twaalfde) en leken makkelijk naar hun eerste WK-punten te rijden. Een lekke band maakte in de vierde ronde echter aan al hun inspiraties een einde. Ze lagen op dat moment op de negende plaats. Hoe groot hun overmacht op dit moment wel is, bewezen Rolf Biland en Kurt Waltisperg door enkele centimeters voor de finishvlag van kamprechter Frans Vos te stoppen, uit te stappen, op hun startnummer (1) te wijzen en de machine over de streep te duwen! Toen de laatste driewieler over de streep kwam, wees de klok kwart over zeven aan en er barstte weer een hoosbui los....... Aan een unieke TT was dan toch een einde gekomen. 

 

 

Raceverslag door Toon Kannekens, Henk Keulemans en Jan Boer (bron Moto 73)

©opyright 2006 Gerard van der Pot.