|
"Regent het bij jullie altijd stenen"
vroeg één van de Gallina-mensen ons tijdens de wolkbreuk, die
van een tot dusver gezapige TT één der meest sensationele zou
maken. Voor wedstrijdleider Jaap Timmer vormde het afbreken van
de wedstrijd geen punt van discussie: alleen hij besloot om aan
de levensgevaarlijke situatie met rasse spoed een eind te maken
en in de zevende ronde begon starterkamprechter Frans Vos met
het afvlaggen van de rijders, kort nadat eerst Kenny Roberts,
vervolgens Graeme Crosby en tenslotte Freddie Spencer in een
wolk van spuitend water de baan onvrijwillig verlaten hadden,
gelukkig allen zonder kleerscheuren. De 141.000 toeschouwers
(een nieuw record) vonden het allemaal prachtig. Tweemaal kijken
voor één geld! Dat paste helemaal niet in het teken van deze
tijd: bezuinigen en inleveren.
Inleveren moesten echter wel de rijders! Want
aangezien het aantal afgelegde ronden te weinig was om de
wedstrijd geldend te verklaren, kwam er een tweede start. De
race werd volgens de FIM-reglementen opgesplitst in een
twee-manches-systeem met puntentelling. Bepalend voor het eerste
wedstrijdgedeelte was de volgorde van doorkomst in de
voorlaatste ronde, de zesde dus. Daarin had King Kenny de kop,
gevolgd door Uncini, Sheene, Middelburg, Spencer, Mamola, Crosby
en Van Dulmen. De uitslag van de eerste race was derhalve idem
dito: één
punt voor Roberts, 2 punten voor Uncini, 3 punten voor Sheene, 4
punten voor Middelburg etc. Dat het manche systeem zeer ongunstig zou
werken voor de Nederlandse toppers had toen nog niemand door,
maar dat zou spoedig duidelijk worden. Jack Middelburg - voor de
rest van het seizoen op een XR40 van het Britse Suzuki team - zou
alleen via een overwinning in het tweede deel van de race nog
een redelijke kans op de eindoverwinning hebben (4 + 1 =
5), terwijl hij eigenlijk aan de leiding ging
toen de race werd afgevlagd. Roberts, Uncini
en Sheene stonden er natuurlijk veel beter voor, terwijl Roberts
gevallen was en eigenlijk niet eens meer mocht starten.
Half
miljoen
Boet van Dulmen kon de eindzege, met 8 punten
uit de eerste manche, helemaal wel vergeten, maar Boet toonde
zich ontzettend blij met zijn winst op andere fronten".
Boet: ,,Niet te geloven dat ik zo'n OW60 aan het begin van dit
seizoen alleen maar kon kopen voor een half miljoen. En nu krijg
ik er gewoon één!
Ik heb wel GP's waar ik minder verdien!" Achtergrond
van 't hele gebeuren is dat King Kenny een hartig woordje
gewisseld heeft met de Yamaha fabriek. Ik krijg van jullie niet
genoeg steun!" mopperde Kenny, daarbij doelend op zowel het
vermogen in zijn nieuwe V4, als het feit dat geen van de andere
Yamaha OW60 rijders (Sheene, Crosby en Fontan) hem steun
verlenen in zijn WK-kopduel met Franco Uncini. Sheene, Crosby en
Fontan kijken wel uit. Zij moesten deze winter allen een half
miljoen gulden neertellen om aan fabrieksmateriaal te kunnen
komen en rijden derhalve uitsluitend voor hun eigen kansen. Boet
dus in dienst van King Kenny. Voorlopig alleen in Assen en
Francorchamps, maar als het aan Roberts ligt ook de rest van het
seizoen. Boet: ,,Het probleem is nu nog onderdelen. Op hulp van
Sheene, Crosby of Fontan hoef ik niet te rekenen. Die hebben
alleen maar last van me. Maar Kenny zegt wel wat te kunnen doen.
Als ik hem kan helpen, graag! Financieel maakt het natuurlijk
wel enig verschil of je op je eigen fietsen moet rijden en de
onderdelen moet kopen, of dat je ze gratis van de fabriek
krijgt. Bovendien voel ik dat deze fiets mogelijkheden biedt.
Tja, en wat de Cagiva betreft: naar Italië ga ik voorlopig maar
niet. Dat wordt dit jaar niks meer".
Ook
Middelburg
Ook Jack Middelburg heeft zijn Suzuki XR40
hoofdzakelijk ter beschikking om steun te geven aan Franco
Uncini. Boet en Jack zullen dus de tweede viool moeten spelen
achter respectievelijk Kenny Roberts en Franco Uncini, maar dat
is voor beiden geen probleem. Mijn seizoen is toch kapot"
zegt Jack. ..Ik denk nu al aan volgend jaar. Als ik Suzuki nu
goed kan helpen, krijg ik misschien in '83 volwaardige
fabriekssteun!" Ook Boet speelt in de strijd om de
wereldtitel geen rol van betekenis meer. Misschien kan ik nog
een GP pakken. Als Kenny uitvalt, mag ik voluit gaan en moet ik
proberen de Suzuki's zo ver mogelijk naar achteren te rijden.
Dat is niet alleen belangrijk voor Kenny, maar ook voor de
merkentitel."
Eerste
manche: Jack Middelburg zorgt voor vuurwerk

Start
1e manche, Jack (4), Barry Sheene
(7), Randy Mamola (2), Franco Uncini (10), Kenny Roberts (3),
Freddie Spencer (12), Takazumi Katayama (15), Boet van Dulmen
(6), Guy Bertin (27) en Andreas Hofmann (38).
Hoewel aan de horizon de eerste donkere wolken
zich samenpakten, vertrokken alle 36 starters op slicks. Ook
laatste man Rinus van Kasteren, die als eerste reserverijder
toch kon starten omdat "Kojak" Guido Paci donderdag
crashte en vanaf zijn kale schedel tot aan zijn middel in het
gips gezet werd vanwege een gebroken sleutelbeen. Uncini,
Sheene, Middelburg en Roberts kwamen als eerste weg. Jon Ekerold
was duidelijk minder fortuinlijk en vertrok als laatste. Roberts
pakte in de eerste ronde het initiatief, gevolgd door Uncini,
Sheene, Middelburg, een herboren Randy Mamola, Ballington,
Spencer, Katayama, Pellandini en Marc Fontan, het Franse lieverdje.
Jack vervulde de opdracht van de fabriek uitstekend. In de
tweede ronde schoof hij voor Sheene en begon het Roberts lastig
te maken door zijn XR40 links en rechts naast de
"King" te prikken. Uncini demonstreerde echter dat hij
ook heel goed zijn boontjes kon doppen en pakte vanaf de tweede
ronde de leiding. In de derde ronde rukte Jack op naar de tweede
plaats en begon de koppositie van Uncini vakkundig af te
schermen. Uit de donkere wolken vielen inmiddels de eerste
regendruppels en binnen enkele ronden goot het vooral in de
zuidelijke lus met bakken uit de hemel. De kopmannen bleven op het stroeve asfalt van
Assen (waar het water snel van de baan loopt door de verkanting)
angstwekkend snel doorjagen op hun slicks. Te hard, ondervonden
eerst Roberts, toen Crosby en tenslotte (in de achtste ronde)
Freddie Spencer, die ten val kwam in de snelle S-bocht na start
en finish en als een soort speedboot de Bedeldijk af schoof.
Wedstrijdleider Jaap Timmer vond het kort na de val van Roberts
en Crosby in de zesde ronde welletjes. In de zevende ronde kreeg
Marc Fontan als eerste de vlag, nadat Jack Middelburg als
koploper al gepasseerd was, met (letterlijk) in zijn kielzog
Uncini, Sheene, Spencer (die 300 meter verder ten val zou
komen), Boet van Dulmen en Mamola. Daarna verwarring alom.
Rijders en managers steken koortsachtig de hoofden bij elkaar.
Niemand weet precies wat er gebeuren gaat. Wedstrijdleider Jaap
Timmer brengt opheldering door kort en bondig de FIMcode samen
te vatten voor de microfoon van omroeper Jan de Rooy: " De
startvolgorde voor de tweede race wordt bepaald aan de hand van
de stand in de voorlaatste (zesde) ronde, de tweede race duurt
net zo lang totdat het oorspronkelijk vastgestelde aantal ronden
gereden is (16 min 6 is 10 ronden), en er dient in de tweede
race met dezelfde machine gereden te worden. Dat betekende dus
koortsachtig sleutelen in de boxen bij Yamaha, Marlboro en
Honda. Maar het lukte allemaal. Aangezien het weer snel
opklaarde, bleef iedereen op slicks staan. Alleen voor Fast
Freddie had zijn schuiver vervelende consequenties. Pas bij het signaal één minuut ontdekte hij dat de stuurdemper
was afgebroken en dat de gaskabel bleef haken.
Ontmoedigd schoof hij de NS500 aan de kant. Ook Roberts
keek somber naar beneden. Met ijzerdraad hadden de monteurs nog
snel de linker uitlaat aan het kontje vast moeten knopen.
"Als dat maar houdt?" zag je hem denken.. Kopstart
voor Jack Middelburg, Sheene en Pellandini joegen als eersten de
Bedeldijk op, nadat om circa kwart voor vijf eindelijk groen
licht gegeven kon worden. Bij de eerste doorkomst zat Jack nog
steeds aan de leiding, gevolgd door Sheene, Uncini, Mamola,
Ballington, Roberts; Pellandini, Crosby, Boet van Dulmen,
Katayama, Fontan en Marco Lucchinelli. Voor de regerend
wereldkampioen was de race in de tweede ronde al afgelopen. Een
fout in de toerenteller zorgde voor storing in het elektrische
gedeelte en de machine begon plotseling op twee cilinders te lopen.
Einde verhaal.

1e
ronde 2e manche, Jack aan de leiding voor Barry Sheene
(7), Randy Mamola (2), Franco Uncini (10), Kork Ballington,
Sergio Pellandini (20), Kenny Roberts (3), Graeme Crosby (5),
Takazumi Katayama (15), Marc Fontan (9), Marco Lucchinelli (1),
Boet van Dulmen (6).
Einde verhaal ook voor Jack Middelburg, die te gretig gas gaf
en in Mandeveen het achterwiel onderuit trok. Helaas voor Jack,
want hij had de show gemaakt en moest nu het strijdtoneel
verlaten. Sheene zag het allemaal voor zijn ogen gebeuren, maar
leek niet erg onder de indruk. Sheene kwam dankzij Jack's val
alleen op kop te zitten. Uncini poogde in eerste instantie naar hem toe te komen, wat ook aardig
lukte, maar besloot na in Mandeveen
ook "dwars" gestaan te hebben (op exact dezelfde
plaats als Jack) het iets kalmer aan te doen, omdat hij toch
voor WK-rivaal Roberts zat, die zijn handen vol had aan Mamola
en Crosby. Maar in de zevende ronde kwam Vrouwe Fortuna de
Italiaan te hulp. Barry ging bijna onderuit bij De Bult toen hij
het achterwiel onderuit trok. Sheene moest al z'n ervaring in de
strijd gooien om de machine op te vangen, maar het stuur sloeg
zo gemeen van links naar rechts dat Barry met zijn schouder de
stroomlijnruit molde en de vork tordeerde. Barry moest
noodgedwongen het tempo laten dalen en in de achtste ronde was
het Uncini, die aan de leiding ging. Ook de slechts 53 kg
wegende Italiaan kroop in de laatste ronde nog door het oog van
de naald toen de achterremverankering brak. De remklauw werd kompleet
van de schijf gerukt, maar gelukkig blokkeerde het achterwiel
niet. Crosby en Roberts wisten zich ook nog voorbij de
ongelukkige Sheene te werken, waarna Crozz nog angstig dicht in
de buurt van Uncini wist te komen. "Fortuna, fortuna!"
riep teammanager Roberto Gallina opgelucht, nadat hij de ravage
in het achterwiel van zijn pupil aanschouwd had... Crosby
bleek geenszins van plan zijn merkgenoot Roberts te helpen en
pakte de tweede plaats. Roberts eindigde op 4 seconden achter de
Nieuw-Zeelander, terwijl Sheene op zijn beurt 6,5 seconde toe
moest geven op Roberts. Boet van Dulmen zorgde met een vijfde plaats
(en een zesde plaats in het totaalklassement) voor de nodige
vreugde op de taluds. Na Van Dulmen kwam Henk de Vries als
tweede Nederlander over de meet. Henk legde voor de tweede
manche een " intermediate" om het voorwiel en kreeg
van die beslissing tijdens de race erg veel spijt. Looijesteijn
en Van Kasteren reden de race beiden uit en waren met dat
resultaat op zich zeer tevreden. Bobo van Eijk en "good old"
Dick Alblas wisten zich helaas niet te kwalificeren.
50
cc: Dörflinger oppermachtig
Het feest op de Drentse hei begon al om 10.00
uur, een kwartier eerder dan in voorgaande jaren. Op dat moment
moesten nog vele tienduizenden van de 141.000 toeschouwers een
plaatsje zoeken op de tribunes of taluds, want vanwege het
slechte weer had kennelijk iedereen besloten om laat van huis te
gaan. De race verliep geheel volgens het beeld van de
trainingen. Voor twee Nederlandse favorieten
was de race vrijwel direct afgelopen. George
Looijesteijn stopte in de vijfde ronde met onstekingsproblemen,
repareerde, reed nog een rondje en kwam in de zevende ronde
definitief de pits binnen. Henk van Kessel kwam slechts tot de
tweede ronde, toen gaf het big-end de geest. Theo Timmer had een slechte start en kon die in
de race ook niet meer goed maken doordat de Bultaco te weinig
vermogen leverde."Het ding loopt niet zoals aan het begin
van het seizoen. Ik weet niet waar ik de fout moet zoeken".
Een zevende plaats werd uiteindelijk zijn deel. Snelste
trainingsman, Stefan Dörflinger, liet er geen twijfel over
bestaan dat hij op de snelste fiets zat. Stefan stuurde zijn Van
Veen Kreidler zonder problemen op de zege af en wat Eugenio
Lazzarini ook probeerde, hij kwam er met de Garelli niet bij.
"De Kreidler is duidelijk sneller" aldus de kleine
Italiaan. "We hebben minstens nog drie weken nodig om wat
extra ontwikkelingswerk te doen, maar daarvoor ontbreekt nu
helaas de tijd. Misschien dat ik één van de laatste GP's kan winnen!" De race
eindigde verder in een optocht. Titelverdediger Ricardo Tormo
had een slechte start, maar vocht zich bekwaam terug naar de
derde plaats. Achter zijn rug zorgden Rainer Kunz, Theo Timmer,
Guiseppe Ascareggi en Hans Hummel voor enige schermutselingen,
maar ook dat was maar van korte duur toen Ascareggi zich
definitief meester maakte van de vierde plaats en Rainer Kunz in
de zevende ronde
in de fout ging in de Geert Timmerbocht. Dat het
niet echt hard ging, bleek ook uit de tijden. Het racegemiddelde
van Dörflinger lag belangrijk onder dat van 1981, terwijl ook
het ronderecord niet
bedreigd werd. In 1981 kwam Dörflinger aan 3.27,63. Nu was zijn
snelste ronde 3.31,19.
125
cc: Garelli dubbel
 |
|
Angel
Nieto (#1) voor August Auinger (#6), Pier-Paolo Bianchi (#3), Eugenio Lazzarini
(#2), Pier-Luigi Aldrovandi (#16) en Hans Müller (#4).
|
Direct na het vallen van de finishvlag stormde
overwinnaar Angel Nieto woedend op zijn als tweede geëindigde
teamgenoot Eugenio Lazzarini af en slingerde hem een mengeling
van Spaans/ltaliaanse woorden naar het hoofd. Gedurende de race
had Nieto al enige malen aan Lazarini getoond, dat hij het met
de gang van zaken niet eens was. Na de race werd duidelijk wat
hem dwars zat: Eugenio reed naar zijn zin te hard!
"Waanzinnig om het zo te doen. Je neemt zo onnodige
risico's en wij zijn toch oppermachtig", luide Angel's
commentaar nadat hij in 76e Grand Prix overwinning had geboekt.
Lazzarini haalde zijn schouders op. Nadat hij de snelste trainingstijd
had genoteerd, wilde de kleine Italiaan natuurlijk ook winnen.
Zover kwam het dus niet, of beter gezegd mocht het niet komen.
Nieto stelde in de negende ronde orde op zaken door via het
(ongewild!) rijden van een fantastisch ronderecord van 3.05,9,
de ontvluchte Lazzarini te achterhalen en te passeren. Tot aan
de finish moest de Italiaan daarop in de slipstream van de
"maestro" blijven! Tot genoemde negende ronde had het
Garelli duo gezelschap geduld van Pierpaolo Bianchi, August
Auinger, Hans Müller en Pier-Luigi Aldrovandi. Als zo vaak had
Nieto het drukker met regisseren dan met racen en zat meer
achterom dan vooruit te kijken. Zowel Bianchi als Auinger mochten op kop rijden en het leek erop,
dat dit duo zou gaan uitmaken, wie de derde plaats op het podium
mocht innemen. In de twaalfde ronde kreeg de oud-wereldkampioen
het een stuk gemakkelijker toen de arme Oostenrijkse privé-rijder
voor de zoveelste keer in dit seizoen een goede klassering door
machinepech de mist in zag gaan. Bianchi kon hier maar kort van
profiteren, want in de laatste ronde kwam ook zijn Sanvenero
vroegtijdig tot stilstand. Zo ging het brons uiteindelijk naar
de weer sterk rijdende Pierluigi Aldrovandi. De Europees
kampioen klom door deze prestatie naar een tweede plaats - ver
achter Nieto - in de strijd om de wereldtitel. Hans Müller werd
vierde voor de aanstormende Ricardo Tormo, die zich na een
slechte start had weten op te werken. Ivan Palazzese zat in het
begin van de strijd ook in de kopgroep, maar de
Venezuelaan besloot na enkele hachelijke situaties op
"safe" te gaan en pakte de zesde plaats. Jean-Claude
Selini, Hugo Vignetti, Gerhard Waibel en Johnny Wickström
maakten het eerste tiental vol. Van de negen Nederlanders die
aan de 125 cc training mochten deelnemen, moest Boy van Erp zich
afmelden, omdat zijn been nog niet volledig genezen was. Van de
overigen slaagde alleen George Looijesteijn er niet in om zich
te kwalificeren (krukasproblemen bij de EGA). Anton Straver
plaatste zich met de 36e tijd op het nippertje en daar was hij
na z'n lange gedwongen rustpauze erg blij mee. Nog meer vreugde
was er bij de MBA-rijder na de race, want met een zeventiende
plaats was hij beste Nederlander en moest zodoende op het podium
verschijnen. Anton: "Nee, dat heb ik niet durven dromen. Ik
rem nog erg vroeg, want ik wil niets forceren. Het gaat toch
boven verwachting goed. In de race draaide ik constant rondjes
van 3.20,0 en viel tegen het einde niet terug." De
Nederlandse kampioen 125 cc van 1981 dankte zijn plaats op het
schavot mede aan het feit, dat de nieuwe titelhouder in deze
klasse, Henk van Kessel, zijn MBA met een uitgelopen big-end
aan de kant moest schuiven. Dat was voor hem na de 50 cc de
tweede keer op deze dag. Henk, twaalfde in de training, reed
even in de WK-punt rangen maar zakte langzamerhand terug.
Tenslotte viel - in de achtste ronde op de vijftiende plaats
liggend - het doek definitief voor hem. Theo Timmer (20e), Kees
van der Ven (21e), Hans Spaan (22e) en Jan Huberts (24e) reden
de race in de achterhoede uit. Jan Huberts was hiermee laatste.
Toch was hij blij de finish te zien in zijn laatste race. Na een
25-jarige raceloopbaan en 21 jaar TT's werd ook hij op het
podium terecht in de bloemetjes gezet!
 |
125cc:
31.Helmut Lichtenberg voor Jan Huberts en Hans Spaan
|
 |
|
Angel
Nieto voor Eugenio Lazzarini (onder)
|
350
cc: Helaas de laatste keer
Voor de laatste maal sprong het licht in Assen
op groen voor de rijders in de 350 cc. De FIM heeft besloten dat
deze klasse na dit seizoen moet verdwijnen. Hoe men ook over
deze beslissing denkt, feit is dat juist in deze klasse altijd
volop strijd en spektakel is te zien. Ook nu bleek de race van
de eerste tot de laatste ronde uiterst spannend. Vorig jaar
konden onze landgenoten nog de nodige WK-punten bij elkaar
rijden. Helaas was de kans daarop dit jaar al aan het eind van
de Bedeldijk verkeken. "Ik heb altijd een prima start, maar
dan is de druk erg groot in de eerste ronde. Ik had dan ook
besloten om het bij de start rustig aan te doen. Na één stap pakte mijn Yamaha al, maar bewust bleef ik
net achter de snelsten hangen. In de eerste haakse hoek
probeerde Lavado zijn matige start goed te maken. Bij het
insturen zat hij al te dringen. Bij het uitkomen trok hij zijn
machine onderuit en nam mij in zijn val mee", was het
relaas van een uiterst teleurgestelde Mar Schouten. Didier de
Radiguès had de concurrentie in de training wellicht zand in de
ogen gestrooid met een derde trainingstijd, want hij sloeg in de
eerste ronde meteen al
een gat. Fernandez; Matteoni, North, McGregor en Mang
waren de eerste achtervolgers. Baldé voegde zich, na een matige
start, snel tussen de achtervolgers. De leider van het
klassement om de wereldtitel, De Radiguès, leek op een simpele
overwinning af te stevenen, maar de onstuimige Belg had iets te
veel haast. In de zevende ronde ging hij hard onderuit. Met een
gebroken sleutelbeen
en zonder WK-punten lijkt de laatste wereldtitel in de 350 cc
aan zijn neus voorbij te gaan. Titelverdediger Mang ging daarop
aan de leiding, op afstand gevolgd door Baldé en North. Patrick
Fernandez duelleerde met Massimo Matteoni. Christian Sarron was
van helemaal achteraan in het veld opgeschoven naar een negende
plaats. Met nog zes ronden te gaan kreeg Mang gezelschap van
Baldé en North. De posities wisselden voortdurend. Even leek
het erop dat de bijzonder sterk rijdende Alan North van de
rivaliteit tussen Baldé en Mang kon profiteren. "Ik kon ze
gemakkelijk volgen. Vooral bij het remmen passeerde ik ze
gemakkelijk, maar bij het uitaccelereren pakten ze me steeds
weer terug. De Kawasaki's hebben iets meer vermogen onderin,
zodat het weinig zin had het steeds maar weer te proberen",
aldus Alan North. Baldé
sloeg in de voorlaatste ronde definitief een gaatje. "Na de
strubbelingen in Nogaro was de sfeer tussen Mang en mij niet zo
best. Met deze overwinning heb ik bewezen dat ik Mang in een
direct gevecht kan verslaan", aldus een zeer tevreden Baldé,
die op het erepodium de hartelijke felicitaties van Mang graag
in ontvangst nam. Alan North was dolgelukkig met zijn derde
plaats: "Eindelijk weer helemaal voorin. Vorig jaar voelde
ik mij al sterk, maar domme pech maakte steeds weer aan alle
illusies een eind. Het is een fantastisch gevoel na al die
pechjaren weer helemaal voorin te zitten. Na het uitvallen van
Matteoni reed Fernandez op grote afstand onbedreigd naar de
vierde plaats en pakte hiermee zijn eerste WK-punten in de 350
cc. Sarron beëindigde zijn opmars met een vijfde plaats, na een fel gevecht
met Gustav Reiner. De overige WK-punten gingen naar Saul, Head,
Bolle en Eskalinen. Peter Looijesteijn en Dick van Logchem
moesten met pech de race vroegtijdig staken.
250
cc: Toch weer Mang

start
250cc
Bij de start van de 250 cc waren voorin het
startveld enkele kale plekken te vinden. De snelste man in de
training, Didier de Radiguès, lag nog in het ziekenhuis, na
zijn val in de 350 cc. Ook Lavado ontbrak. Men had Carlos na
lang zoeken eindelijk te pakken en ook hij was op weg naar het
ziekenhuis. Na zijn val in de 350 cc "ontsnapte" hij
aan het medisch centrum, waar men tijdens de training ook al
twee gekneusde ribben bij hem had geconstateerd. Lavado wilde
ten koste van alles in de 250 cc van start gaan, maar veel pijn
en enig speurwerk der medici maakten dit onmogelijk. Naast de
gekneusde ribben constateerde men ook nog een nierbeschadiging.
Mar Schouten voelde zich na de crash in de 350 cc niet fit. Na
een onderzoek in het ziekenhuis bleef hij de rest van de dag met
hoofdpijn in zijn caravan. De kwartliterrace boeide evenals de
350 cc. Jean-Louis Guignabodet voerde het veld op zijn gifgroene
Kawasaki vijf ronden aan, maar moest toen de verrassende Jeffrey
Sayle op zijn Armstrong-Rotax voor laten gaan. Ook Thierry Espié,
in het zadel van de Pernod, leek zich eindelijk eens met de
strijd voorin te kunnen bemoeien. Naarmate de race vorderde viel
Espié terug van een vierde naar een negende plaats. Anton Mang
was na een bijzonder
slechte start als een scheermes door het veld gevlogen en kwam
halverwege de race op een derde plaats even op adem. De
verrassing van dit seizoen, Jean-Louis Tournadre, had eveneens
een slechte start. Toen de 23-jarige Fransman echter het
achterwiel van Mang te pakken had, sloeg de vlam pas goed in de
pan. Er ontstond een schitterende strijd om de ereplaatsen.
Guignabodet gaf zich als eerste gewonnen en zakte terug naar een
vierde plaats. Jeffrey Sayle capituleerde pas in de laatste
ronde. Eerst moest hij Mang en in de Timmerbocht ook nog
Tournadre voor laten gaan. De 1.80 meter lange Fransman
verklaarde later: "Assen is een moeilijk circuit. Vooral de
vering van mijn motorfiets kan ik maar niet goed afgesteld
krijgen. We hebben voor de race gewoon gegokt. Dit is nu al de
derde Grand Prix dat ik helemaal van achteren moet komen. Ais ik
een normale start had gehad, waren de vijftien punten voor mij
geweest." Fernandez finishte als vijfde. McGregor wist van
een achttiende plaats op te klimmen naar een zesde. Freymond
zakte in de laatste ronde van een mooie zesde plaats terug naar
een achtste achter Martin Wimmer. Dick van Logchem zag zijn 250
cc Grand Prix debuut beloond met een eenentwintigste plaats.
 |
250cc:
Martin Wimmer voor Jacques Cornu
|
 |
250cc:
Jean-Francois Baldé voor Thierry Espié
|
Zijspannen:
Driemaal
Krauser!
Door het uitlopen van het programma besloot de
wedstrijdleiding de zijspanrace van veertien naar twaalf ronden
terug te brengen.
Het zat echter niet mee, want vlak voor het
startsignaal deed Pluvius wederom onverwacht zijn werk en het
hemelwater vermengd met dikke hagelstenen kwam met bakken uit de
lucht vallen. Het vertrek werd uitgesteld en de combinaties, die
allemaal op slicks stonden, konden worden voorzien van
regenbanden. Toen dit voor elkaar was, kon er nog geen
groenlicht worden aangegeven, omdat een deel van het publiek
meende via de baan huiswaarts te moeten keren. Opvallend was
trouwens hoeveel toeschouwers er tot het einde bleven. Hun
geduld werd nog langer op de proef gesteld, omdat het weer
inmiddels was gaan opklaren en de meeste rijders opnieuw banden
gingen wisselen. Dit tot grote vertwijfeling van de
wedstrijdleiding. Ondanks het vele water kwam echter alles nog
in kannen en kruiken. Om half zeven kon het licht definitief op
groen springen. Het duo Jo van de Ven/Tonnie Troeven had daar
helaas niet veel meer aan; omdat ze tijdens de opwarmronde in de
Veenslang uit de bocht waren gevlogen. Daardoor was de
Nederlandse deelname gehalveerd, omdat donderdag tijdens de
training Piet Huyberts en Willem van Dis al werden
uitgeschakeld. Ze raakten van de baan en Huyberts brak bij deze
crash een pols. Heel wat beter stonden Egbert Streuer en Bernard
Schnieders er voor. Het Lucky Strike duo noteerde
zelfs de tweede trainingstijd en stonden zo tussen Rolf Biland/Kurt
Waltisperg en Alain Michel/Michael Burkard op de eerste startrij.
De tijd die de regerende wereldkampioenen hadden laten afdrukken
was fenomenaal: 2.55,98 min.! "En het kan nog harder,"
was Rolfs commentaar. Hij schreef de snelle vooruitgang mede toe
aan de voordelen die de nieuwe stroomlijnneus - met duidelijke
Formule I kenmerken - brengt. Voor de race kozen van de topcoureurs
alleen Biland en Derek Jones niet voor slickbanden. De LCR van
Biland stond op intermediums, die van Jones op regenbanden. En
nadat eindelijk het veld vertrokken was, buitten deze twee
combinaties de natte baan goed uit. Bij de eerste doorkomst
lagen ze op de eerste en tweede plaats. Egbert Streuer en
Bernard Schnieders waren weliswaar als tweede de Bedeldijk
opgestormd, ze lagen na een ronde zesde op de hielen gezeten
door de slecht gestarte Alain Michel. Derek Jones en Brian Ayres
moesten hun jacht op Biland/Waltisperg al na twee ronden
opgeven, omdat ze met een vastgelopen motor de pits op moesten
zoeken. De
baan droogde minder snel op, dan
menigeen verwacht had en dat was een kolfje naar de hand, beter
gezegd band, van Rolf Biland. Samen met Kurt Waltisperg had hij
na drie ronden al een voorsprong van 22 seconden (!) opgebouwd
op het naar voren gekomen duo Michel/Burkard. Het wegdek bleef
nat en zo wonnen de Zwitsers dan ook met een straatlengte
voorsprong voor de Frans/Duitse combinatie. Omdat Trevor Ireson
en Don William met hun conventioneel gebouwde span door pech uitvielen
- ze lagen zelfs even tweede - ontbrandde er een langdurige
strijd om de derde plaats tussen Werner Schwärzel/ Andreas
Huber en de verrassend sterk rijdende Fransen Patrick Thomas/Jean-Marc
Fresc. Uiteindelijk beslisten de geroutineerde Duitsers dit
gevecht in hun voordeel en kwamen op de streep nog
vlakbij Michel/Burkard. Daarmee leverde Assen wat de eerste drie
betreft de gelijke uitslag op als de Oostenrijkse GP: een
drievoudige Krauser overwinning. Thomas/Fresc werden vierde,
maar dit gebeurde pas, nadat ze Egbert Streuer en Bernard
Schnieders in de laatste ronde in de Geert Timmerbocht eruit
hadden geremd. De Assenaren waren namelijk in de laatste ronden
zienderogen op de Fransen ingelopen en ze zelfs gepasseerd. Wat
ging er mis? Een uiterst teleurgestelde Egbert Streuer:
"Flauw ben ik ervan. We hadden makkelijk tweede kunnen
worden. Na een halve ronde kon ik al niets meer zien, omdat het
vizier van m'n helm besloeg. Het zicht was minimaal. Ik reed op
de witte strepen en af en toe schrok ik me te barsten, omdat ik
ze kwijt was. Omdat er niemand voor ons reed, kon ik me nergens
anders op richten. Toen die Fransen voor ons opdoemden ging het
gelijk een stuk sneller." En dat blijkt ook uit de tijden,
want in de tiende ronde reden Egbert en Bernard de snelste ronde
van de race. Toch raakten ze die vierde plaats nog kwijt.
Nogmaals Egbert: "Op dat moment kon ik totaal niets meer
zien. Bovendien was ik er al zo flauw van en wilde geen enkel risico
nemen." In ieder geval toonde het Lucky Strike duo aan met
de voorsten mee te kunnen komen en dat geeft hoop voor de toekomst.
Jock Taylor en Benga Johansson kwamen in Assen
voor het eerst met de nieuwe Windle aan de start. De
oud-wereldkampioenen, die tijdens het rijden gebruik maken van
een intercom, moesten nog duidelijk aan het span wennen. Ze
werden zesde nadat de Japanners Masato Kumano en Kunio Takashima
in de snelle linkerbocht voor de Timmerbocht op een reuze manier
in de fout waren gegaan. Passagier Takashima liep bij deze
schuiver een dubbele beenbreuk op. Bovendien werd de LCR zwaar
beschadigd. Donkere tijden voor het toch al door geldzorgen
geplaagde duo. Weinig geluk was er ook weggelegd voor Hein van
Drie en Martin van 't Klooster. De Nederlandse titelhouders
lieten tijdens de trainingen een uitstekende indruk achter
(twaalfde) en leken makkelijk naar hun eerste WK-punten te
rijden. Een lekke band maakte in de vierde ronde echter aan al
hun inspiraties een einde. Ze lagen op dat moment op de negende
plaats. Hoe groot hun overmacht op dit moment wel is, bewezen
Rolf Biland en Kurt Waltisperg door enkele centimeters voor de
finishvlag van kamprechter Frans Vos te stoppen, uit te stappen,
op hun startnummer (1) te wijzen en de machine over de streep te
duwen! Toen de laatste driewieler over de streep kwam, wees de
klok kwart over zeven aan en er barstte weer een hoosbui
los....... Aan een unieke TT was dan toch een einde gekomen. |