|
|
|
Uitslagen
Nürburgring |
| |
80cc |
125cc |
250cc |
500cc |
zijspan |
| 1e |
Stefan
Dörflinger |
Angel Nieto |
Christian
Sarron |
Freddie
Spencer |
Streuer/Schnieders |
| 2e |
Pierpaolo
Bianchi |
Luca
Cadalora |
Martin
Wimmer |
Eddie Lawson |
Michel/Fresc |
| 3e |
Gerhard
Waibel |
Eugenio Lazzarini |
Manfred
Herweh |
Randy
Mamola |
Webster/Hewitt |
| 4e |
Hubert
Abold |
Fausto
Gresini |
Anton
Mang |
Ron Haslam |
Schwärzel/Huber |
| 5e |
Willem
Heykoop |
August
Auinger |
Carlos
Lavado |
Raymond
Roche |
Abbott/Smith |
| 6e |
George
Looijesteijn |
Jean-Claude
Selini |
Wayne
Rainey |
Franco
Uncini |
Kumano/Diehl |
| 7e |
Serge
Julin |
Giuseppe
Ascareggi |
Alan
Carter |
Virginio
Ferrari |
Zurbrügg/Zurbrügg |
| 8e |
Zdravko
Matulja |
Johnny
Wickström |
Jacques
Cornu |
Keith
Huewen |
Van
Drie/Van Dis |
| 9e |
Reinhard
Koberstein |
Bruno
Kneubühler |
Thierry
Espié |
Boet
van Dulmen |
Van
Kempen/De Haas |
| 10e |
Bernd
Rossbach |
Lucio
Pietroniro |
Jean-Michel
Mattioli |
Barry
Sheene |
Bingham/Bingham |
|
|
0p de fraaie, maar
weinig sfeervolle Nürburgring sloegen Egbert Streuer en Bernard Schnieders
andermaal keihard toe. De Assenaren haalden in een tijdsbestek van acht
dagen voor de tweede keer de volle buit binnen. Bij de 500cc'ers zagen
we Freddie Spencer in z'n oude doen. Hij veegde het veld aan... op een
driecilinder Honda! Tot grote
teleurstelling van het Duitse publiek was Christian Sarron
bij de kwartliters in de laatste bocht net iets sluwer dan
"ihre" Martin Wimmer en Manfred Herweh samen. In de lichtste
klassen stonden twee bekenden in het midden bij de huldiging. Stefan Dörflinger
won vrij gemakkelijk de 80 cc race en Angel Nieto was bij de 125 cc' ers
dit keer niet alleen de sterkste, maar ook de slimste! "Dat is dan 30 - 0", merkte Egbert
Streuer droog op, toen hij uit z'n afgeplakte Barclay combinatie was
gestapt. "Het ging nu eigenlijk nog gemakkelijker dan afgelopen
week." Inderdaad, daarmee bevestigde Egbert dat Bernard en hij ook
bij de tweede confrontatie met Rolf Biland en Kurt Waltisperg niets
hadden hoeven vrezen. Hoewel de Zwitsers tijdens de training op het
laatste moment de pole-position van de Nederlanders hadden weten af te
snoepen, was Streuer zo zeker van zijn zaak, dat hij de "warmingup"
training liet lopen, omdat de baan nat was. "Biland kan dat tempo
maar enkele ronden volhouden", luidde de voorspelling van Egbert.
Hij zou gelijk krijgen.
In de race waren we tot het einde van de
twaalfde ronde getuige van wat we wel de "Stoïcijnse
Streuer/Schnieders strategie" kunnen noemen: het kleven aan het achterwiel van de LCR van Biland/Waltisperg.
Toen werd eigenlijk toch nog wel onverwacht het initiatief overgenomen.
Egbert: "Ze werden steeds langzamer en ik dacht, nu er langs anders
komen de achtervolgers alleen maar dichterbij." En Bernard vult
aan: "Als Biland uit zou vallen zouden de mensen tenminste niet
meer kunnen zeggen dat wij alleen maar wonnen, omdat Biland
uitviel." Als het daarom te doen was, was het goed bekeken, want na
de zeventiende ronde zochten de Zwitsers inderdaad de pits op. Biland:
"Waarschijnlijk is er een zuiger kapot, maar ik was toch niet in
staat om Streuer te houden. Die is te snel op het ogenblik. Bovendien
kregen wij problemen met de banden." Maar er was nog iets.
"Het startnummer één heeft me nog nooit geluk gebracht. Het is
"Der Eggi" echter gegund", liet de sportieve verliezer
weten. Voor achtervolgers hoefden Egbert en Bernard niet bang te zijn.
Zeker niet nadat Werner Schwärzel en Andreas Huber in de zevende ronde
een pitsstop moesten maken om het achterwiel, lekke band, te
wisselen. Dat gebeurde in een razend tempo en na een fantastische
inhaalrace finishten de Duitse routiniers toch nog op de vierde plaats.
Daardoor bleven ze ook tweede in de stand om het wereldkampioenschap,
hoewel ze die positie nu moeten delen met Michel/Fresc. Dit Franse duo
eindigde namelijk als tweede op de "Ring". Nadat de combinaties
Bayley/Dixon en Jones/Ayres (vijfde en zesde in de training) al vroeg in
de race door vastlopers waren uitgevallen, zorgden Stephen Webster en
Tony Hewitt er toch voor, dat er een Engels duo op het schavot kwam te
staan. Evenals in Oostenrijk, maar nu in omgekeerde volgorde, zaten Hein
van Drie/Willem van Dis (achtste) en Theo van Kempen/ Geral de Haas
(negende) in de punten. Van Drie was dik tevreden, Theo van Kempen iets
minder. En dat was te begrijpen, want hij moest een vijfde plaats prijs
geven door zijn in Salzburg opgelopen handblessure (brandwonden).
"Toch mag ik eigenlijk niet klagen," aldus de
Ringelberg-coureur. "Eerst zag het er naar uit dat we zelfs
helemaal niet zouden kunnen rijden. Dan is dit toch mooi meegenomen. Nu
eerst de zaak laten genezen en dan er weer tegen aan." Nadat de
passagier in de training bij hoge snelheid uit de bak was gevallen,
bleef het duo Jos Modder/Martin van 't Klooster tijdens de race wel intact.
Deze samenwerking leverde voor de vierde Nederlandse combinatie de
dertiende plaats op.
 |
|
Begin
van de race: Rolf Biland leid voor Egbert
Streuer en Werner Schwärzel |
 |
|
Zijspannen
(v.l.n.r) Bernard Schnieders, Tony Hewitt en Egbert Streuer |
|
|
80cc:
Bianchi beperkt de schade
 |
| 80cc
start met o.a. , Hubert Abold (20), George Looijesteijn (5),
Bertus Grinwis (54), Stefan Dörflinger (1), Hans Koopman (53),
Gerhard Waibel (30), Hans Müller (57), Bernd Rossbach, Thomas
Engl (40) en Willem Heykoop (26). |
Ondanks de derde trainingstijd had Huvo-manager
Jan Huberts voor de start van de 80 cc race weinig vertrouwen in de
kansen van "zijn" Pier-Paolo Bianchi. "Als hij op het
podium komt, zal het me meevallen." Nou de Italiaan kwam er op en
zelfs op de tweede trede. En dat ondanks een slechte start. Z'n scherpe
sturen maakte echter veel goed. Zowel Bianchi als Dörflinger hadden het geluk, dat de snelste man uit de
training, Jorge Martinez, vooraan liggend in de elfde ronde uitviel.
"Mechanische problemen," was het spaarzame commentaar uit het
Derbi kamp. Zo kon Stefan Dörflinger gemakkelijk voor de tweede keer in successie de
zege in de kleinste categorie voor zich opeisen. Het enige wat hem dwars
zat, was het feit, dat stalgenoot Hubert Abold niet verder wist te komen
dan de vierde plaats en zodoende geen punten van Bianchi afpikte. Dat
deed ook Massa-Seel coureur Gerhard Waibel niet. "Ik stond verkeerd
gegeared en was zodoende niet in staat om Bianchi achter me te
houden." Hoewel Dörflinger de Huvo-coureur nu op vier punten genaderd is,
ziet Jan Huberts de toekomst met vertrouwen tegemoet. "De laatste
twee circuits waren in ons nadeel en voor Assen komt Jorg Möller nog
een week aan onze motoren werken." Omdat Hans Spaan dit keer iets
te fanatiek stuurde en onderuit ging, werd Willem Heykoop met een vijfde
plaats de best geklasseerde Nederlander in deze klasse. Ais zesde
eindigde George Looijesteijn, die met zijn prestatie wel blij, maar niet
tevreden was. "Ik kwam in de race niet meer aan de tijden uit de
training," liet hij weten. Hans Müller moest zijn Sachs met
ontstekingspech aan de kant zetten. Bertus Grinwis viel met een elfde
plaats net buiten de punten, terwijl Paul Rimmelzwaan zijn eigenbouw als
dertiende over de streep bracht. Bert Smit en Jos van Dongen eindigden
in de achterhoede. Drie landgenoten werden door pech tot vroegtijdig
toekijken veroordeeld: Hans Koopman (vastloper), Theo Timmer (koppeling)
en Eico Rispens. In onderstaande uitslagtabel is goed te
zien hoeveel Nederlandse coureurs er indertijd in de lichtste klasse
meededen. En dan zeker als het om de GP's in de buurlanden ging (GP).
|
Totale
uitslag 80cc |
| 1e |
Stefan
Dörflinger |
18e |
Thomas
Engl |
| 2e |
Pierpaolo
Bianchi |
19e |
Jos
van Dongen |
| 3e |
Gerhard
Waibel |
Niet
gefinishte coureurs: |
| 4e |
Hubert
Abold |
20e |
Mika
Sakari Komu |
| 5e |
Willem
Heykoop |
21e |
Hans
Müller |
| 6e |
George
Looijesteijn |
22e |
Jorge
Martinez |
| 7e |
Serge
Julin |
23e |
Hans
Spaan |
| 8e |
Zdravko
Matulja |
24e |
Eico
Rispens |
| 9e |
Reinhard
Koberstein |
25e |
Gerhard
Bauer |
| 10e |
Bernd
Rossbach |
26e |
Theo
Timmer |
| 11e |
Bertus
Grinwis |
27e |
Reiner
Scheidhauer |
| 12e |
Otto
Machinek |
28e |
Hans
Koopman |
| 13e |
Paul
Rimmelzwaan |
29e |
Hans
Hummel |
| 14e |
Tony
Smith |
30e |
Reiner
Koster |
| 15e |
Chris
Baert |
31e |
Inge
Arends |
| 16e |
Johann
Auer |
32e |
Kasimir
Rapcynski |
| 17e |
Bert
Smit |
33e |
Günther
Schirnhofer |
|
|
125cc:
Nieto omzeilt teamorders
 |
| Begin
125cc met o.a.: Muarizio Vitali (4), Fausto Gresini (8), Hans
Müller (5), Luca Cadalora (22), Eugenio Lazzarini (3), Bruno
Kneubühler (2), Helmut Lichtenberg (66), Johnny Wickström (6),
Jean-Claude Selini (12), Domenico Bragaglia (57) en Henk van
Kessel (26). |
Zondagmorgen vroeg
kreeg Angel Nieto van de Garelli-direktie te horen, dat
Eugenio Lazzarini in Duitsland maar eens moest winnen. Dit vanwege het feit
dat de Italiaanse pers nou eenmaal liever een landgenoot ziet zegevieren
dan een Spanjaard. Bovendien levert dat voor Garelli meer publiciteit op.
Binnen het oppermachtige Garelli-team is de laatste weken niet alles
koek en ei meer. Dit kwam o.a. tot uiting in een interview dat Lazzarini
aan een krant gaf. Bovendien vertrok team manager Michele Verrini en
werd opgevolgd door Roberto Patrignani. Nieto haalde na het horen van de
opdracht z'n schouders op en vestigde zijn hoop op Maurizio Vitali, de
MBA-rijder, die in de training het snelste geweest was. Indien Lazzarini
hem namelijk niet zou kunnen voorblijven, dan mocht Nieto wel volgas
geven om zo toch de overwinning voor Garelli veilig te stellen.
Onmiddellijk na het vallen van de startvlag leek Nieto's vlieger op te
gaan. Vitali nam de leiding en liep weg. De beide Garelli's gingen in de
achtervolging, waarbij de Spanjaard het initiatief aan Lazzarini liet.
Toen de voorsprong van Vitali desondanks groter werd, besloot Nieto het
gat alleen dicht te rijden. In de zesde ronde kon de wereldkampioen
echter zijn pogingen staken, omdat Vitali weer eens van zijn machine was
gedoken. Zo kwamen de beide Garelli's weer "broederlijk" aan
de leiding met de nummer 3 meestal voor de nummer 1. De kaarten leken
geschud, totdat tegen het einde van de race een hevig knokkende groep bestaande
uit Luca Cadalora, Fausto Gresini en August Auinger (Hans Müller was
door een kapotte krukas uit deze groep verdwenen) aansluiting bij de
koplopers kreeg. Bij elke doorkomst gebaarde Angel Nieto volop naar z'n
pits: "Wat nu? Want inmiddels was Lazzarini gepasseerd door
Cadalora en leek niet in staat te kunnen winnen. Als eerste en achterom
kijkende kwam Nieto de laatste bocht uit. Lazzarini lag derde, dus kon
de Spanjaard de gaskraan open draaien en z'n 86e GP-zege boeken. Een
vette knipoog maakte na afloop duidelijk, dat Angel het allemaal wel
prima vond, Hij had gewonnen en z'n voorsprong in het
wereldkampioenschap met vijf punten vergroot!
Lazzarini had niets te vertellen. Opvallend punt
was wel, dat de kleine Italiaan in de laatste ronde de snelste ronde van
de race reed en desondanks niet in staat was geweest om uit de greep van
het achtervolgende trio te blijven. Gresini en Auinger finishten in deze
race als vierde en vijfde. Op grote afstand vlogen Jean-Claude Selini,
Guiseppe Ascareggi en Johnny Wickström binnen een seconde over de
streep. Een opnieuw tegenvallende Bruno Kneubühler moest zich tevreden
stellen met de negende plaats. Henk van Kessel kreeg in de laatste ronde
letterlijk en figuurlijk een grote klap te verwerken. "In een
vijfde versnellingsbocht stond Brigaglia plotseling dwars voor me, Ik
kon hem niet meer ontwijken en klapte er volop in." Henk kwam er
nagenoeg zonder kleerscheuren vanaf, maar zijn machine - en ook die van
de Italiaan - was zwaar beschadigd. Boy van Erp werd verdienstelijk
vijftiende.
|
Totale
uitslag 125cc |
| 1e |
Angel Nieto |
Niet
gefinishte coureurs: |
| 2e |
Luca
Cadalora |
22e |
Domenico
Brigaglia |
| 3e |
Eugenio Lazzarini |
23e |
Henk
van Kessel |
| 4e |
Fausto
Gresini |
24e |
Willi
Hupperich |
| 5e |
August
Auinger |
25e |
Pablo
Cambertini |
| 6e |
Jean-Claude
Selini |
26e |
Stefan
Schmitt |
| 7e |
Giuseppe
Ascareggi |
27e |
Mike
Leitner |
| 8e |
Johnny
Wickström |
28e |
Willy
Perez |
| 9e |
Bruno
Kneubühler |
29e |
Tony
Smith |
| 10e |
Lucio
Pietroniro |
30e |
Hans
Müller |
| 11e |
Olivier
Liegeois |
31e |
Thomas
Weickardt |
| 12e |
Stefanio
Caracchi |
32e |
Jacques
Hutteau |
| 13e |
Gerhard
Waibel |
33e |
Beat
Sidler |
| 14e |
Helmut
Lichtenberg |
34e |
Bady
Hassaine |
| 15e |
Boy
van Erp |
35e |
Chris
Baert |
| 16e |
Alojz
Pavlic |
36e |
Maurizio
Vittali |
| 17e |
Peter
Sommer |
37e |
Neil
Robinson |
| 18e |
Robert
Hmeljak |
38e |
Joe
Genoud |
| 19e |
Dirk
Hefeneger |
39e |
Tony
Head |
| 20e |
Peter
Balaz |
40e |
Ezio
Gianola |
| 21e |
Horst
Elsenheimer |
41e |
Wilhelm Lücke |
| |
|
42e |
Thomas
Möller-Pedersen |
| |
|
43e |
Hubert
Abold |
|
|
250cc:
Christian Sarron loopt uit
Op het moment dat de coureurs in de 250 cc zich
voor de opwarmronde opstelden, zag het schoeisel van de machines er
zeer gevarieerd uit. Slicks, intermediates en regenbanden waren in het
rennerskwartier gemonteerd. Sarron besloot als eerste tot een
bandenwissel en koos daarbij voor slicks. Herweh, Wimmer en Lavado
volgden onmiddellijk zijn voorbeeld. Mattioli wachtte gelaten af, hij
was namelijk als enige op slicks uit het rennerskwartier vertrokken. Na
de opwarmronde koos Toni Mang alsnog voor slicks, terwijl Alan Carter en
Wayne Rainey op intermediates bleven staan. Nadat het licht op groen was
gesprongen vertrokken vijfenveertig rijders voor hun race over
vijfentwintig ronden, met Martin Wimmer aan de leiding. Na zeven ronden
werd duidelijk hoe de kaarten lagen. Aan de kop gingen Herweh, Wimmer en
Sarron. Op afstand volgden Lavado, Espié en Carter. Deze groep werd
gevolgd door de slecht gestarte Rainey, Cornu en Mang. "Ik moest de
eerste paar ronden rustig aan doen, omdat ik na de opwarmronde pas voor
slicks had gekozen. Jammer, want de kopgroep was nu te ver
uitgelopen", vertelde Mang na afloop van de race. Doordat Espié in
de tweede groep moest lossen, vormde hij een ideale springplank voor het
trio onder leiding van Rainey. Er vond dan ook een hergroepering plaats
tussen de tweede en derde groep. Aan de kop volgde de ene uitlooppoging
de andere op. Vooral toen het leidende trio te kampen kreeg met
achterblijvers zette met name Wimmer alles in het werk om weg te komen.
"In de twintigste ronde leek het erop dat ik Sarron en Herweh
gelost had en ik verheugde mij al een beetje op de overwinning. Toch
kwamen ze weer aan mijn achterwiel", verklaarde Wimmer toch
tevreden na afloop van de race. Sarron ging niet in de aanval, maar
wachtte beheerst op zijn kans. Bij het ingaan van de laatste ronde
passeerde Herweh zijn landgenoot en tikte hem daarbij enthousiast op
zijn rug. Bij de voorlaatste bocht ging Herweh ontzettend laat in de
remmen. Het ging allemaal goed, maar het bleek voor niets te zijn.
"Mijn achterband was versleten. Ik wist dat ik in de laatste bocht
voorzichtig moest zijn, wilde ik over de finish komen", vertelde
Herweh nadat hij als derde werd afgevlagd. Sarron koos in die laatste
bocht de ideale lijn en ging zegevierend over de finish, met Wimmer in
zijn spoor. "Dit is een van mijn mooiste overwinningen. Herweh en
Wimmer reden erg sterk, maar ook fair," verklaarde Sarron na
afloop. Het achtervolgend peloton was inmiddels opnieuw uit elkaar gevallen.
Anton Mang ging in de slag met Lavado en besliste de strijd in zijn
voordeel. Rainey werd als vijfde afgevlagd. "Ik kon het tempo niet
helemaal meer volgen omdat ik voor intermediates had gekozen. Op slicks
was ik zeker verder gekomen". Alan Carter had dezelfde keuze
gemaakt, maar wist Cornu toch achter zich te houden. Thierry Espié
pakte de negende plaats en Mattioli eindigde als tiende. Mar Schouten
finishte als drieëntwintigste. Sarron bouwde door deze overwinning zijn
voorsprong in de tussenstand voor de wereldtitel verder uit, temeer daar
zijn naaste belager Alfonso Pons al vroeg in de race het strijdperk had
verlaten.
|
Totale
uitslag 250cc |
| 1e |
Christian
Sarron |
24e |
Martin
Füg |
| 2e |
Martin
Wimmer |
25e |
Karl-Thomas
Grässel
|
| 3e |
Manfred
Herweh |
26e |
Vincenzo
Cascino |
| 4e |
Anton
Mang |
27e |
David
Floyd Busby |
| 5e |
Carlos
Lavado |
Niet
gefinishte coureurs: |
| 6e |
Wayne
Rainey |
28e |
Jean-Francois
Baldé |
| 7e |
Alan
Carter |
29e |
Fausto
Ricci |
| 8e |
Jacques
Cornu |
30e |
Harald
Eckl |
| 9e |
Thierry
Espié |
31e |
Bodo
Schmidt |
| 10e |
Jean-Michel
Mattioli |
32e |
Richard
Hubin |
| 11e |
Loris
Reggiani |
33e |
Gabriel
Gabria |
| 12e |
Mario
Rademeyer |
34e |
Graham
Young |
| 13e |
Teruo
Fukuda |
35e |
Roland
Freymond |
| 14e |
Hervé Guilleux |
36e |
Donnie
Robinson |
| 15e |
Guy
Bertin |
37e |
Sito
Pons |
| 16e |
Massimo
Matteoni |
38e |
Patrick
Fernandez |
| 17e |
Davide
Tardozzi |
39e |
Donnie
McLeod |
| 18e |
Manfred
Oblinger |
40e |
Ivan
Palazzese |
| 19e |
Eilert
Lundstedt |
41e |
Jean-Louis
Guignabodet |
| 20e |
Bruno Lüscher |
42e |
Tony
Head |
| 21e |
Siegfrid
Minich |
43e |
Jacques
Bolle |
| 22e |
Stéphane Mertens |
44e |
Hans
Becker |
| 23e |
Mar
Schouten |
45e |
Michel
Simeon |
|
|
500cc:
Freddie Spencer met driecilinder ook snel
In de vrije training op zondagmorgen probeerde
Freddie Spencer nog even de Honda V4, maar hij besloot toch met de oude
driecilinder de race te rijden. "Ik moet deze race winnen, en neem
daarom
geen risico met de V4". De strijd om de eerste plaats is snel verteld.
Haslam was zoals gebruikelijk als eerste weg, maar in de tweede ronde
had Spencer de leiding al in handen. Een ronde later was Eddie Lawson
Randy Mamola en Ron Haslam voorbij en de kaarten waren wat de koppositie
betreft geschud. Even leek het er op dat Lawson de jacht op Spencer had
geopend. "De kans dat ik Freddie zou pakken was snel verkeken. Door
een achterblijver raakte ik van de baan en kon maar net op de been
blijven. Ik verloor hierbij zeker negen seconden".
 |
|
500cc:
Eddie Lawson "slippertje" |
Mamola finishte als derde, op ruime afstand
gevolgd door Haslam. Raymond Roche reed een eenzame race op de vijfde
plaats. De verrassing uit de training, Rob McElnea, was in de derde
ronde onderuit gegaan.
 |
|
val
Rob McElnea (eigen foto) |
De strijd om de zesde plaats kreeg een bijzonder
interessant verloop. Ferrari, De Radiguès, Huewen, Sheene, Van Dulmen
en Uncini gaven elkaar geen meter kado. Virginio Ferrari wist uit deze
groep te ontsnappen en de slecht gestarte Reinhold Roth kreeg
aansluiting. Franco Uncini kroop elke ronde een plaats naar voren. Toen
hij aan de leiding van de groep kwam ging de voormalige wereldkampioen
zo sterk door dat hij zelfs Ferrari nog wist te pakken. Didier de Radiguès
deed er alles aan om zich in de groep te handhaven, maar ging hierbij te
geforceerd te werk. Zeven ronden voor tijd ging de Belg onderuit.
Reinhold Roth knokte zich ook naar voren, maar volgde toen het slechte
voorbeeld van De Radiguès. Barry Sheene kon enkele ronden voor tijd het
tempo van Keith Huewen en Boet van Dulmen niet meer volgen. Nog nahijgend
van deze zware klus vertelde Boet: "Ik heb alles geprobeerd, maar
de motor liep onderin niet goed, Daarom kon ik Keith niet pakken. Ik heb
dit seizoen nog niet zo hard moeten werken als in deze race. We hebben
toch weer twee punten..." Sheene werd tiende. Rob Punt was eveneens
dik tevreden met zijn dertiende plaats. "Het gaat elke race steeds
beter. We bouwen het rustig op en ik hoef steeds minder prijs te geven".
SNRT-coureur Henk van der Mark (opvolger Jack Middelburg) keek met zijn
zeventiende plaats erg tevreden terug op zijn eerste GP-optreden.
"Niets forceren was mijn motto. Ik begon met rondjes van 1.50
minuten en tegen het eind van de race draaide ik 1.48". Op de vraag
of hij geen moeite had met de overstap van de Endurance naar de GP
antwoordde hij: "Nee, het eerste uur van een Endurance lijkt erg
veel op een GP. Ik had alleen moeite met de start. Met zo'n dertig man
tegelijk een bocht in vond ik even griezelig".
De vierde Nederlander, Henk de Vries, ging als vierentwintigste
over de finish.
 |
|
500cc:
Henk van der Mark zijn GP-debuut op de motor van Jack Middelburg
en met Jack zijn monteur voor 1984, Rini van Kasteren en manager
Jan Muis. |
|
Totale
uitslag 500cc |
| 1e |
Freddie
Spencer |
22e |
Chris
Guy |
| 2e |
Eddie Lawson |
23e |
Brett
Hudson |
| 3e |
Randy
Mamola |
24e |
Henk
de Vries |
| 4e |
Ron Haslam |
25e |
Manfred
Fischer |
| 5e |
Raymond
Roche |
26e |
Börge Nielsen |
| 6e |
Franco
Uncini |
27e |
Hartmut
Mueller |
| 7e |
Virginio
Ferrari |
28e |
Wolfgang
Schwarz |
| 8e |
Keith
Huewen |
29e |
Marco
Papa |
| 9e |
Boet
van Dulmen |
Niet
gefinishte coureurs: |
| 10e |
Barry
Sheene |
30e |
Reinhold
Roth |
| 11e |
Steve
Parrish |
31e |
Didier
de Radiguès |
| 12e |
Massimo
Broccoli |
32e |
Peter
Sjoström |
| 13e |
Rob
Punt |
33e |
Sergio
Pellandini |
| 14e |
Fabio
Biliotti |
34e |
Lothar
Spiegler |
| 15e |
Leandro
Becheroni |
35e |
Claude
Arcieso |
| 16e |
Lorenzo
Ghiselli |
36e |
Louis-Luc
Maisto |
| 17e |
Henk
vd Mark |
37e |
Rolf
Aljes |
| 18e |
Frank
Gross |
38e |
Wolfgang
von Muralt |
| 19e |
Christian
LeLiard |
39e |
Rob
McElnea |
| 20e |
Walter
Migliorati |
40e |
Gustav
Reiner |
| 21e |
Paolo
Ferretti |
41e |
Klaus
Klein |
|
|
Raceverslag
door Toon Kannekens (bron Moto 73) |
|
©opyright 2006 Gerard van der
Pot. |
|