|
Dat
riep een dolgelukkige
Freddie Spencer nadat hij op magnifieke wijze de 250 cc race had
gewonnen op het circuit van Mugello. Een uur eerder was hij ook al
gehuldigd als winnaar in de halveliterklasse. Een huzarenstuk wat Jarno
Saarinen in 1973 op de Salzburgring voor de laatste maal in de racehistorie
had uitgehaald. Na het debacle in Hockenheim sloeg Derbi in de 80 cc
hard terug. Jorge Martinez zegevierde, met zijn teammaat Manuel Herreros
op de tweede plaats. In de 125 cc afvalrace bleef routinier Pier Paolo
Bianchi als snelste op de been. Voor de Nederlanders was de oogst mager.
Alleen Paul Rimmelzwaan scoorde zes punten, het hoogste aantal in zijn carrière.
Spencers
dubbele overwinning
Voor
de aanvang van het seizoen kwamen Freddie Spencer en zijn werkgever
Honda met de verrassende mededeling dat zij op twee fronten wilden
toeslaan. Volgens insiders een onmogelijke opgave vandaag de dag. In de
eerste drie GP's zat een dubbele overwinning er nog niet in, maar in
Mugello sloeg de combinatie Spencer - Honda keihard toe. Juist onder
zware omstandigheden, zoals de hitte, het bochtige circuit en het
ongunstige tijdschema, moest de concurrentie diep, heel diep, buigen
voor Spencer. Zaterdagmiddag na de laatste training wierp Eddie Lawson
eigenlijk al de handdoek in de ring. "Op dit moment kom ik ruim
tien kilometer topsnelheid tekort, waardoor ik niet eens in de
slipstream van Freddie kan blijven. Mijn machine is nagenoeg hetzelfde
als bij de eerste GP, terwijl Freddie ieder weekend een nieuw blok
krijgt toegeschoven en al twee keer een vernieuwd
frame heeft gebruikt. De race-afdeling van Yamaha kan de ontwikkelingen
bij Honda niet bijhouden." Freddie nam in de tweede ronde de
leiding, sloeg in enkele ronden een gat van zeven á acht seconden en consolideerde
dit. Zodra de regerend wereldkampioen iets in leek te lopen, draaide
Spencer even de gaskraan verder open. De strijd om de derde plaats
bracht het publiek op de banken. Het werd je Rothmans/Gauloises blauw
voor de ogen. Gardner, Mamola, Haslam en Sarron demonstreerden in een
keihard gevecht wat er allemaal mogelijk is met een 500 cc machine. Dat
iedereen op de been bleef mag een klein wonder genoemd worden, want
zwiepers, bijna-crashes, gewaagde inhaalmanoeuvres en het betere driftwerk
waren meer regel dan uitzondering. Ron Haslam haakte na een stuurfout
als eerste af. Later in de race gingen Gardner en Mamola keihard door,
terwijl Sarron zich beperkte tot het blijven volgen. "Mijn
achterband was te zacht om nog langer voor de derde plaats mee te
vechten". Een algemeen
probleem in Mugello, waar Gardner zich helemaal niets van aantrok en
Mamola in de laatste ronden definitief los reed. De geblesseerde Raymond
Roche, hij was in de training hard onderuit gegaan, vocht een fraai duel
uit met publiekslieveling Franco Uncini. Ondanks een pijnlijke en dikke
enkel won Roche. Achter de eenzaam strijdende McElnea en De Radigues
zagen we weer een ouderwets vechtende Boet van Dulmen. "Inderdaad,
het gaat steeds beter en dus wordt het weer tijd om echt mee te knokken.
Baldwin had echter iets meer vermogen onderin en Biliotti was zo aan het
rammen dat ik het in de laatste twee ronden wel best vond, temeer omdat
er voorin geen fabrieksrijders uitvielen en er dit keer dus geen WK
puntje in zat." Henk van der Mark manifesteerde zich goed, maar was
zelf enigszins teleurgesteld. "Gezien de trainingstijd (18e) had ik
op meer gerekend dan een achttiende plaats. In de opwarmronde werd mijn
motor echter al veel te warm door een te kleine radiateur. Bovendien ging ik slecht van start en kampte ik met een te
zachte achterband."
Lekker knokken, ja gezellig:
Christian Sarron (#6), Ron Haslam (#5), Randy Mamola (#2) en Wayne Gardner
(#7).
Freddie Spencer liet zich uitgebreid
huldigen, friste zich even op, trok een schone overall aan en zette
een droge helm op, om vervolgens plaats te nemen op de tweede
startplaats in de 250 cc klasse. Martin Wimmer stond op pole-position,
maar deze bedreiging voor Spencer was al in de eerste ronde
verdwenen. "Tijdens de opwarmronde heb ik de fout gemaakt om de
koppeling te lang vast te houden, waardoor deze verbrandde."
Spencer maakte het zichzelf lastig door slecht van start te gaan. Na
de eerste ronde kwam Fausto Ricci als eerste door, met Carlos Lavado
op een tweede plaats en Freddie Spencer zat in twaalfde positie. In de
vijfde ronde konden we Spencer al als derde noteren. Vier ronden later
passeerde hij Ricci en reed vervolgens heel beheerst naar Lavado.
Eenmaal aan het achterwiel van Lavado leek Spencer even op adem te
komen. Drie ronden lang bleef hij in de slipstream van Carlos hangen.
In de zeventiende ronde sloeg de met nummer negentien rijdende Spencer
toe en reed zomaar drie seconden bij Lavado weg. Deze vertelde na
afloop: "Ik probeerde direct een flink gat te slaan om uit de
greep van Spencer te kunnen blijven. Helaas, zijn Honda is veel
sneller, waardoor hij mij toch nog te pakken kreeg." Achter Ricci
knokten Reggiani, Mang en Cardus om de vierde plaats. Cardus nam
teveel risico en ging onderuit (voet gebroken), Reggiani en Mang
gingen onverminderd door. Op een fantastische manier kwam Loris
Reggiani in de laatste bocht voor start en finish onder Mang door en
pakte de vierde plaats. De resterende WK punten werden verdeeld
onder Freymond, Cornu, Roth, Carter en Bolle, die de gehele race als
een zwerm bijen rond gingen. Tot de uitvallers behoorde August
Auinger, die met een defecte accu zijn vijfde trainingstijd niet kon
verdedigen. Miguel Reyes, in Spanje en Hockenheim zevende, kwam tijdens de race ten val en
brak daarbij zijn sleutelbeen.
80 cc: Derbi slaat terug

Jorge
Martinez aan de leiding, o.a. #15. Paul Rimmelzwaan en #11. Henk van
Kessel volgen.
Evenals in Hockenheim slaagde Theo Timmer erin
om in het begin van de 80 cc race de leiding
te nemen. Helaas niet
voor lang, want de Huvo-Casal rijder is nou eenmaal niet opgewassen
tegen Jorge Martinez en Stefan Dörflinger, die over duidelijk
sneller materiaal beschikken. Maar Timmer had er zin in en was volop
in de slag om de derde plaats met Gerhard Waibel, Gerd Kafka, Bruno
Casanova en Ian McConnachie. Kafka riskeerde iets teveel en ging
onderuit. Halverwege de race volgde Theo Timmer, op dat moment derde,
dit slechte voorbeeld. "Ik ging iets te hard. Ik moest corrigeren
en kwam met m'n laars tussen de voetsteun en het asfalt.
Mijn fiets liep op het rechte eind een stuk langzamer. Daarom
probeerde ik in het bochtige gedeelte weg te komen. Jammer!",
aldus Theo, die zoals gewoonlijk weer snel lachen kon. Aan de kop van
het veld besliste Martinez het duel met Dörflinger in zijn voordeel.
Dit werd vergemakkelijkt doordat de Krauserrijder vermogen
verloor door een gescheurde uitlaat. Nadat de Spanjaard juichend over
de finish was gegaan, werd zijn vreugde, en die van het hele
Derbi-team, nog groter toen bleek dat ook de zeer slecht gestarte
Manuel Herreros Dörflinger nog had weten te achterhalen. Zo
revancheerden de Spanjaarden zich optimaal voor Hockenheim en hebben hun kansen op de
wereldtitel weer in eigen hand. Nadat Casanova en Waibel door machinepech geveld
waren, ging de vierde plaats naar Ian McConnachie. De jonge
Engelsman reed ook nu weer een sterke race op zijn Krauser
produktieracer. De vijfde positie werd ingenomen door Paul Rimmelzwaan,
die daarmee voor de beste Nederlandse prestatie
in deze GP zorgde. Natuurlijk was de Harmsenrijder erg gelukkig: "Het gaat
boven
verwachting. Ik sta nu niet alleen eerste in het NK, maar ben ook de
hoogst geklasseerde Nederlander in het WK."
Henk van Kessel zat lange tijd aan het
achterwiel van Rimmelzwaan, maar moest opgeven toen er problemen met
de benzinetoevoer optraden. Hans Koopman eindigde door een slecht
lopende motor (geen compressie meer) in de achterhoede.

Jorge
Martinez sloeg hard terug ten koste van Stefan Dörflinger, Gerhard Waibel en
Gert Kafka
125 cc: routinier Bianchi
Bij August Auinger blijft het een zaak van
vallen en opstaan. De winnaar van Hockenheim reed in Mugello, ondanks
een horde fanatieke Italiaanse thuisrijders, toch de snelste
trainingstijd. Maar zaterdags, enkele uren voor de 125 cc race, kwam
de Oostenrijker tijdens de laatste 250 cc training weer eens ten val. Desondanks wist hij in de 125 cc wedstrijd aan de leiding te
komen, totdat hij in de vijfde ronde opnieuw in de fout ging.
Hij
was echter niet de enige die dit deed in deze race. Een andere
favoriet,
Fausto Gresini, wist niet eens de eerste ronde te voltooien. De
gespannen Garelli rijder (hij kreeg door de zenuwen vlak voor de start een hevige
bloedneus) kon de
druk voor eigen publiek niet aan en ging in de bocht voor start en
finish onderuit. Op dat moment bedroeg zijn voorsprong reeds 200
meter. Pier Paolo Bianchi trok zich van alle ontwikkelingen weinig aan
en de routinier reed zonder problemen naar de zege. Achter zijn rug
speelde zich echter de nodige dramatische tonelen af. Domenico
Brigaglia viel al snel met machinepech uit en de slecht gestarte Ezio Gianola en Luca
Cadalora waren aan een
imposante inhaalrace bezig. Gianola bleef dit keer wel in het zadel
zitten en zag zijn inspanningen beloond met de tweede plaats. Cadalora
daarentegen vloog spectaculair van zijn MBA en bleef ook nu weer
puntloos. Bruno Kneubühler leek eveneens aanspraak op de eerste plaats
te maken, totdat hij langs de baan moest stoppen om een stuk plakband
uit een van de carburateurs te verwijderen. Uiteindelijk knokte de
Zwitser zich nog terug naar de vierde positie. Lange tijd zag het er naar uit, dat Guiseppe
Ascareggi achter Bianchi en Gianola de Italiaanse hattrick zou
voltooien. Een lege benzinetank gooide echter roet in het eten.
Zodoende werd de Belgische Italiaan Lucio Pietroniro derde. Anton
Straver zal deze GP het liefst erg snel
willen vergeten. Eerst kwam hij in de training twee keer ten val door
vastlopers. Ook in de race overkwam hem dit lot, zij het dat nu de vering de
oorzaak van alle
ellende was. Onder de prut en vooral in de put zittend keerde de
Nederlands kampioen in deze klasse terug naar het rennerskwartier.
Na de gang van zaken eens goed overdacht te hebben besloot de
doorzetter toch door te reizen naar Oostenrijk. Uiteindelijk moet er
na zoveel pech toch ook nog geluk bestaan. Al met al werd Boy van
Erp met een twaalfde plaats de best geklasseerde Nederlander in deze
"afvalrace".
|
Bertus Grinwis,
die zich in Mugello met z'n 80 cc Bultaco niet kwalificeerde,
hoopt in Raalte op een Krauser produktieracer van start te gaan.
De Rotterdammer heeft de dure, maar snelle machine kunnen
aanschaffen dankzij sponsoring van John Bestebreurtje. Deze oud
500 cc coureur runt tegenwoordig een bingo party centrum in de
Maasstad.
0-0-0-0-0
Roberto Gallina,
gaf Sito Pons toestemming om met de reserve
Suzuki van Wolfgang von Muralt te trainen. Hierbij ging het speciaal
om het Nico Bakker frame. Pons reed na 3 ronden dezelfde tijden
die hij na twintig ronden met de fabrieksfiets realiseerde. Gallina: "We
mogen van Japan alleen maar in de training een Bakker frame uitproberen." In
de race ging de Spanjaard overigens
onderuit.
0-0-0-0-0
Takazumi Katayama kon wegens een bij een val in de training opgelopen handblessure
niet in de race van start gaan. De tweede
man uit de 500 cc training, Raymond Roche, kon dat wel ondanks het
feit, dat hij na het zetten van z'n snelle tijd, bij een harde
schuiver een voet zwaar blesseerde. Rob McElnea bleef bij een
valpartij ongedeerd, maar kon z'n pak op de schroothoop gooien. Ook
de Japanse testrijder van Yamaha, Tadahiko Taira, die dit seizoen
voor het eerst aan een GP deelnam, ging in de training onderuit.
0-0-0-0-0
Tegenslagen blijven zich
ophopen voor Hans Spaan. Tijdens de derde
training liep er een busje uit het schakelmechanisme van zijn
Huvo-Casal. Hierdoor kwam er olie op de achterband en
Hans ging hard onderuit. Met een gebroken heup en twee dikke
enkels keerde hij terug naar Nederland. Vanuit het Rode Kruis
Ziekenhuis te Beverwijk liet Hans weten: "Het seizoen is naar de
knoppen. De doktoren praten over ongeveer twee maanden. Gelukkig zit ik
in een fijn team, waar men iemand niet gauw laat vallen.
We waren op de goede weg, maar helaas. volgend jaar maar weer
proberen."
0-0-0-0-0
Voor het eerst in dit seizoen had Freddie Spencer tijdens een Grand
Prix zijn vriendin Sarie aan zijn zijde. Deze beeldschone
verschijning werd onlangs vierde bij de Miss Amerika verkiezingen.

0-0-0-0-0
Het seizoen verloopt voor de meeste Europese merken tot nu
toe niet bepaald vlekkeloos. Cagiva was ook in haar thuis GP nog niet
klaar met het kopiëren van de Yamaha OW-76. Zo konden de "Tifosi" hun helden Virginio
Ferrari en Marco Lucchinelli niet toejuichen. Pernod was eveneens
absent. Zelfs constructeur Alain
Chevallier constateerde dat in opperste
verbazing. "Ik ben naar Mugello gekomen met de Honda driecilinder voor Randy Mamola en wachtte tevergeefs op het Pernod-team.
Hoe het precies verder gaat, weet ik nog.
Het lijkt erop dat voor het in 1980 ambitieus opgezette Franse
250 cc project het einde dan toch definitief nadert. Bij Parisienne
heeft een wisseling plaats gevonden. Pierre Bolle bemant nu de creatie
van Jörg Möller
en Jacques Cornu rijdt op
de 250 cc Honda. Jörg Möller verklaarde
de wijziging:. "Cornu is
na zijn verkeersongeluk nog steeds niet de oude. Hij moet
zich te veel op het rijden concentreren en kan zodoende weinig over de
technische gang van zaken vertellen. Om zo daar te gaan had weinig
zin. Ik stond op het punt om thuis te blijven. Als team hebben we toen
deze beslissing genomen."In de race werd Cornu zevende en Bolle
tiende... Een grijnzende Cornu: "Let op, nog even en de oude Cornu
is weer helemaal fit. Het ging dit weekend erg goed, ik ben heel
tevreden. De afstelling van de Honda kan nog beter." |
Jacques
Cornu
Pierre Bolle
|