Home Jack Middelburg Guestbook GP-races Daytona Toon Kannekens Diverse

 

TT-Assen 25-06-1983  

Jack Middelburg mooie 6e plaats

 

Uitslagen TT Assen

  80cc 125cc 250cc 500cc zijspan
1e Eugenio Lazzarini Angel Nieto Carlos Lavado Kenny Roberts Rolf Biland
+ Kurt Waltisperg
2e Stefan Dörflinger Ricardo Tormo Iván Palazzese Takazumi Katayama Werner Schwärzel
+ Andreas Huber
3e Ricardo Tormo Bruno Kneubühler Hervé Guilleux Freddie Spencer Masato Kumano
+ Kunio Takeshima
4e Claudio Lusuardi Gerhard Waibel Jean-Louis Guignabodet Randy Mamola Trevor Ireson
+ Donnie Williams
5e Hagen Klein Johnny Wickström Martin Wimmer Eddie Lawson Pentti Niinivaara
+ Vesa Bienek
6e Theo Timmer Hans Müller Thierry Espié Jack Middelburg Theo van Kempen
+ Geral de Haas
7e Rainer Kunz Eugenio Lazzarini Didier de Radiguès Marc Fontan Martin Kooy
+ Raimond vd Groep
8e Reiner Scheidhauer Pierluigi Aldrovandi Christian Estrosi Boet van Dulmen Wolfgang Stropek
+ Hans-Peter Demling
9e Hans Spaan Jean-Claude Selini Jacques Cornu Raymond Roche Jos Modder
+ Erik De Groot
10e Jos van Dongen Fausto Gresini Donnie McLeod Mark Salle Amedeo Zini
+ Guido Sala

 

Beangstigend ongeval Franco Uncini
WK Favorieten niet te kloppen

De Dutch T.T. 1983 was er één van contrasten, waarin roem en pech hand in hand gingen. Kenny Roberts behaalde zijn fel begeerde 500 cc T.T.-zege, waarop hij zes jaar lang heeft moeten wachten. De Yamahafabrieksrijder was in de wolken met zijn succes, dat hij voor de ogen van 140.000 toeschouwers extra luister bijzette met een ereronde plus bijbehorende wheelies. Op datzelfde moment echter, vocht wereldkampioen Franco Uncini (tevens winnaar van de T.T. van 1982) voor zijn leven, want een bijzonder noodlottige valpartij, waarbij de Italiaan de helm van zijn hoofd werd gereden, hield alle betrokkenen in een angstgreep. Crashes en machinepech drukten hun stempel op de Grand Prix van Nederland, die werd gedomineerd door de  buitenlanders. Geen hoofdrol voor mensen als Streuer/Schnieders, George Looijesteijn of Hans Spaan, maar wel voor Biland/Waltisperg (driewielers), Eugenio Lazzarini (50 cc) en Angel Nieto (125 cc), die allen hun klassen als winnaar beëindigden. De verwachte felle strijd in de kwartliterklasse bleef uit, want de eerste plaats ging soeverein naar Carlos Lavado, ondanks bandenproblemen. Jack Middelburg (6e) en Boet van Dulmen (8e) reden naar vermogen in de 500 cc klasse en mogen op een uitstekende T.T. terugkijken, terwijl Freddie Spencer (3e) zijn voorsprong in het klassement zag slinken. Theo van Kempen en Gerald de Haas hielden de Nederlandse eer hoog in de zijspanklasse door als zesde te finishen voor het Kova-team. De Formule-1 klasse tenslotte, leverde een verdiende zege op voor Rob McElnea (Suzuki), die titelverdediger Joey Dunlop duidelijk de baas was. Het debuut van deze klasse op het circuit van Drenthe werd door de duizenden bezoekers duidelijk geapprecieerd en daarmee ook gerechtvaardigd.

 50cc: Dörflinger te afwachtend

Nadat een vijftal politieagenten even voor tien uur een koppel eenden uit een vijvertje bij de Veenslang wisten te verjagen, kon de opwarmingsronde van de 50 cc beginnen. Donderdags schepte een 125 cc coureur namelijk één van de overstekende waggelaars, die op het vanuit het rennerskwartier in het water gegooide brood afkwamen. De in de arm genomen eendenvanger had ze echter naar rustiger vaarwater gebracht, maar tijdens voedertijd op de racedag verschenen ze op die ene na weer allemaal op het appèl. De renners trokken zich er allemaal niets van aan en na het vallen van de startvlag was het snelste trainer Stefan Dörflinger die meteen de leiding nam, gevolgd door de altijd snel startende George Looijesteijn, Klein, Lusuardi en Rimmelzwaan. Beide Garelli-coureurs Lazzarini en Tormo kwamen samen met Theo Timmer en Hans Spaan minder goed uit de startblokken, en het was frappant dat de 38-jarige Lazzarini meteen bij de eerste doorkomst al de tweede plaats bezette. Klein, Rimmelzwaan en Looijesteijn heten nu de achtervolgers, maar in de vierde ronde sloeg het noodlot voor de nummer 3 op de ranglijst al toe. Geheel gedesillusioneerd kwam George Looijesteijn sputterend de pits binnen rijden. 'Hij liep vast', hakkelde hij, zijn tranen bedwingend. De Nederlandse hoop werd nu gevestigd op Paul Rimmelzwaan, die de avond tevoren evenals Hans Spaan zijn machine nog op de testbank uitprobeerde. Kort achter Lusuardi voelde Paul de hete adem van Hagen Klein in z'n nek, gedrieën in strijd om de vierde plaats, want Ricardo Tormo was al binnen twee ronden van een dertiende naar een derde plek weten op te klimmen. Voor Paul Rimmelzwaan sloeg echter ook het noodlot toe. 'In de tweede ronde begaf de temperatuurmeter het al, waardoor ik niet bemerkte dat mijn blok veel te heet werd', verkondigde de Leidschendammer na afloop. 'Tot overmaat van ramp verloor ik ook nog water, met als gevolg dat mijn net aangeschafte cilinder helemaal veruïneerd is. Had ik het kunnen constateren, dan had ik 'm wel aan de kant gezet en zo mijn cilinder gespaard', vervolgde Paul, die in de Joegoslavische GP een halve ronde voor de finish al een zesde plaats verloren had zien gaan toen zijn achteras brak. Eugenio Lazzarini had intussen de koppositie van Stefan Dörflinger in de vierde ronde overgenomen en sloeg zelfs een klein gat. Door middel van een nieuw ronderecord, dat maar liefst vijf seconden sneller was dan zijn snelste trainingstijd, hervond de Zwitserse laborant de aansluiting, maar voorbij Lazza kwam hij niet meer. Theo Timmer, die voor 't eerst van het seizoen zonder problemen de trainingen doorkwam, draaide goed. Gestaag rukte hij op van een elfde naar een zesde positie, en passant mannen als Spaan, Scheidhauer en Kunz voorbij stevenend. 'Mijn machine bleef eindelijk heel, maar met 't sturen gaat het nog niet helemaal zoals ik zou willen', aldus Theo, die evenals vorig jaar beste Nederlander op de Drentse hei wist te worden. Hans Spaan reed een eenzame race, waarbij meerdere van zijn collegae die hij in Joegoslavië achter wist te houden nu voorbij moest laten gaan. 'Op de testbank gaf m'n blok vrijdagavond meer vermogen dan ooit tevoren, maar nu bleek de ontsteking van mijn machine kapot te zijn, waardoor hij de laatste duizend toeren miste', vertelde Hans na afloop. Hij toonde zich evenwel gelukkig met de twee behaalde WK-punten die hem toch nog steeds op de vierde plaats houden. Jos van Dongen scoorde met Hans in zicht weer een fraai punt, waarbij het opvallend is dat Jos het afgelopen seizoen nog niet een keer is uitgevallen. 'Ik ga ook steeds beter rijden voor mijn gevoel', antwoordde Jos, die zijn naaste concurrent in de race Gerhard Bauer met een kapotte ontsteking naar de kant zag gaan. Bauer trainde echter maar een vijftal rondjes. Donderdags moest hij namelijk nog een examen afleggen in de mechanica, met welke uitslag hij overigens meer geluk hoopt te hebben. In het Garelli-kamp toonde men zich zeer gelukkig met de overwinning van de kleine man uit Pesaro. 'Als Stefan meteen van meet af aan was doorgestoomd, dan had ik nog moeten zien of ik er bijgekomen zou zijn', waren de veelzeggende woorden van Eugenio, die nu samen met de regerend wereldkampioen met 69 punten bovenaan de ranglijst prijkt. 'Hij reed veel te afwachtend en liet me ook zo bij hem aan zijn achterwiel komen. Daarna begon hij een vreemde tactiek te hanteren van vroeg remmen, waarschijnlijk om me te misleiden. Toen hij dat voor de derde keer deed bij de Bedeldijk vond ik het welletjes en ik schoot hem voorbij, met de intentie om meteen een gat te slaan', raasde de Garelli-coureur verder. Dat was hem gelukt en met de race op het heuvelachtige circuit met veel chicanes in Imola voor de boeg, zal het toch een moeilijke aangelegenheid worden voor Dörflinger om de titel in de wacht te gaan slepen. De vaderlandse 50 cc debutanten op het Asser circuit hadden met vrij veel pech te kampen, Hans Koopman viel al in de vierde ronde uit met een lekke cilinderkop, terwijl Anton Gevers, die ook slechts vijf trainingsrondjes had kunnen voltooien, een ronde later uitviel. Bertus Grinwis, die het op het moment vrij goed doet in de 80 cc klasse, moest zelfs een blok lenen. Van Hans Spaan kreeg hij de krachtbron te leen, terwijl de firma Van Dongen met een uitlaat op de proppen kwam. Jammer was het alleen dat de uitlaat in de race tot twee keer aan toe losraakte, waardoor Bertus moest opgeven. De derde debutant in deze klasse, Bert Smit, had het stevig aan de stok met Rini Vrijdag, die hij in een rondenlang durend duel enkele meters voor wist te blijven en als vijftiende over de finish wist te komen. Wim de Jong completeerde de Nederlandse afvaardiging met een twintigste plaats, maar Wim, die aanvankelijk niet voor een start in aanmerking kwam, mocht pas donderdag met trainen beginnen, toen er al twee sessies geweest waren. Veel uit te proberen viel er niet voor hem, iets wat voor Ricardo Tormo overigens niets uitmaakte. Ook hij trainde slechts twee keer, maar de tweede machine van Garelli kwam ook slecht van start, en met het halve kilowatje minder aan boord en volop schakelproblemen verging, het de Spanjaard overigens niet slecht. De in Assen altijd pech ondervindende George Looijesteijn, die er in de trainingen met de 125 cc EGA erg hard afging, behoudt de derde plaats in het wereldkampioenschap, nu met vijf punten voorsprong op Spaan. 

F1: Rob McElnea schittert 

Formule I: Joey Dunlop Rob McElnea

Na de in totaal twee uur en tien minuten aan trainingen, prijkte de Engelse grijze eminentie Mick Grant bovenaan de trainingslijst, op de voet gevolgd door de Ier Joey Dunlop op de Honda 850 V4 en Grant's veel jongere Suzuki teammaat Rob McElnea. Het was de vorig jaar van Suzuki overgehaalde Roger Marshall die de eerste startrij completeerde, waarmee we tevens de eerste vier mannen in de tussenstand van het Formule 1 wereldkampioenschap in de juiste volgorde op een rijtje hadden staan. 'Rocket' Ron Haslam kreeg van Honda Racing Corporation geen toestemming voor inschrijving aan de tweede editie na de race op het eiland Man. 'Ron's inbreng in de 500 cc klasse werd belangrijker geacht', aldus Honda Brittain teammanager Gerald Davison, die graag een extra machine had geprepareerd voor zijn ex-pupil. Later bleek Ron helemaal niet van start te kunnen gaan, want de in Joegoslavië opgelopen armblessure speelde hem zoveel parten dat hij zelfs van de 500 cc race moest afzien. De felle Zeeuw Mark van der Endt had tijdens de vrijdagmorgentraining een enorm snelle tijd op de klokken weten te zetten, waarmee hij tot een zevende tijd kwam, goed voor een start vanaf de tweede startrij. Gerard Flameling en Henk van der Mark waren een ietsje langzamer, maar wisten zich ook nog bij de eerste tien te scharen. De nationale 500 cc kampioen Johnny Willemsen uit Terneuzen kwalificeerde zich echter niet. De sympathieke Terneuzenaar had vorige week woensdag pas de Harris Kawasaki bij RD-Motoren uit het Belgische Aalten kunnen ophalen. Na tal van afstellingproblemen, waarmee de eerste twee trainingen al verloren gingen, kon hij feitelijk donderdagmiddag pas met het echte trainen beginnen. Resultaatwas een tijd van drie minuut vierentwintig, waarmee Johnny net buiten de 15% tijdslimiet viel. Na het vallen van de startvlag was het een volop wheeliende Joey Dunlop die kopstart voor zijn rekening nam, voor McElnea, Grant en Wayne Gardner. De regerend wereldkampioen liep zelfs een twintigtal meters weg bij zijn naaste belagers, met Henk van der Mark als snelst startende Nederlander. Terwijl Coleman-Suzuki rijder Dave Hiscock de race na zijn val in de laatste training vanaf de zijlijn moest aanschouwen, zetten zijn merkgenoten McElnea en Grant de achtervolging in op de ontketende Ier. Acht ronden lang wist Dunlop de koppositie te behouden, maar daarna moest hij hoofdzakelijk door de cc-overmacht van Suzuki (zij reden met 998 cc machines en Honda met 850 cc, W.L.) de 23-jarige Engelsman voor laten. Ook de geroutineerde Mick Grant, die op Assen in de wedstrijden al meerdere malen het astalt opzocht, zette de aanval in op Dunlop. Het publiek genoot met volle teugen van geweld van de sonor brommende viertakten tot 1000 cc. Henk van der Mark lag samen met Gerard Flameling in de strijd om de laatste paar WK-punten, en na Kevin Wrettom voorbij te zijn gestoken wisselden de beide landgenoten continue van plaats op de negende en tiende plaats. Intussen was Horeon-rijder Fred Damme al onderuit gegaan, hetgeen zich aanvankelijk onschuldig liet aanzien. Fred had bij het oprapen van zijn machine toch aardig wat last van zijn rechtervoet en zocht wijselijk de pitsstraat op. Teleurgesteld en met een pijnlijke voet kwam hij zelfs daar nog ten val, toen op het gladde rooster zijn voorwiel wegslipte, wat eigenlijk voor de grootste schade aan de machine zorgde. Later bleek dat Fred een gebroken middenvoetsbeentje aan zijn eerste val had overgehouden, dat hem niet al te lang buiten de lijnen zal houden. Voor de meetellende Endurance-race op Jarama (10 juli) zal dat misschien wat moeilijk worden, hoewel de op de Nürburgring gevallen Dick van Logchem van hetzelfde team goed aan de beterende hand is. De Roadrunner Kawasaki van Dirk Brand sloeg bij de start al slecht aan, en hij kwam dan ook na een ronde al binnen, waar men constateerde dat er een bougiedop losgetrild was. Drie rondjes later viel Dirk definitief uit, toen de machine op drie cilinders bleef lopen. Wayne Gardner bezette intussen de vierde plek, zo'n honderd meter voor zijn teammaat Roger Marshall, die het enorm met Trevor Nation aan de stok had. 'Digger' Gardner, die op het eiland Man niet van de partij was omdat hij het circuit te gevaarlijk vond, wachtte constant achteromkijkend op Marshall, om deze te helpen bij het lossen van Nation. De teamtactiek lukte en Nation koos eieren voor zijn geld, zoals hij na afloop van de wedstrijd zei. Met nog vier ronden voor de boeg sloeg ook het noodlot toe voor de andere Roadrunner-coureur. Henk van der Mark had zich rondenlang met Gerard Flameling bezig gehouden, maar zag zijn twee punten verloren gaan toen een zuiger verbrandde en er een stuk van door het carter naar buiten gekomen was. 'Hij blijft maar liefiteerde van het uitvallen van Kawasaki­merkgenoot Van der Mark en reed 'saf te willen houden, maar ook hij blies zijn motor op en kwam een fiks oliespoor achterlatend de pits binnenrijden. Rob McElnea perste er in de voorlaatste ronde nog een ronderecord uit en zag zich niet meer bedreigd door Dunlop. Achter hem werd het Honda-spel vervolmaakt, door Gardner en Marshall, want de Australiër liet zijn teammaat Marshall, die wel op Man van start was gegaan en daar vierde werd, voorgaan. Met deze uitslag erbij bracht hij zijn conto op 18 punten en bezet nu de derde plaats achter Dunlop (27 punten) en McElnea (25). Van het uitvallen van Grant profiteerde Mark van der Endt ook nog mee. Mark werd nog net niet gelapt en toonde zich met een punt op zak zeer verguld. Mile Pajic vocht lange tijd vlak achter de groene machine van teammaat Van der Endt, maar toen zijn derde en vierde versnelling de geest hadden gegeven zakte hij terug naar een zestiende plaats. 'Het heeft me wel een paar kromme kleppen gekost', zei Mile na afloop, 'maar ik heb hem toch maar uitgereden met de wetenschap dat je dan weer wat extra's aan prijzengeld in de wacht kan slepen.' De 34-jarige verpleegster uit Zutphen, Gerry van Rooyen, reed op haar Honda VF 750 F strak naar een negentiende plaats. 

Pechvolle Streuer-show

Een tweede trainingstijd achter Biland/Waltisperg, rechtvaardigde alle optimistische verwachtingen omtrent het Nederlandse koningskoppel Streuer-Schnieders. Toch was er een 'maar' aan verbonden, want tijdens de vrijdagochtendtraining was een zuigerveer gebroken en aangezien er op zaterdag geen warm-up plaats zou vinden, moest men met een niet op het circuit beproefde machine in de baan verschijnen. De zijspanmatadoren werden trouwens tijdens hun laatste kwalificatiemogelijkheid onaangenaam verrast door een wolkbreuk, die zijn weerga niet kende. De regen kletterde neer op het Drentse asfalt en werd even later vergezeld door hagelstenen, bijna als duiveneieren zo groot. Terwijl een enkeling (zoals Michel) nog een verdwaalde poging ondernam om regenbanden te testen, zochten de overigen een veilig onderkomen en verschenen pas weer op het toneel toen de kust veilig was. Aan een verbetering van de rondetijd viel natuurlijk niet meer te denken, zodat de startopstelling definitief vaststond. Van Drie/Van Dis lieten de zevende tijd noteren en met Van Kempen/De Haas (10e), Kooij/V.d. Groep (11e) en Modder/De Groot (18e) was de Nederlandse brigade sterk vertegenwoordigd. Voor de eerste maal stond de zijspanklasse niet als laatste evenement geprogrammeerd en als derde race, vlak voor de pauze ging het veld van twintig spannen van quitte. Voor de grootste vaderlandse kanshebbers werd die eerste ronde een kleine ramp. Vlak achter Biland/Waltisperg (kopstart) zat men in het voorste gelid, toen eerst de machine van Hein van Drie/Willem van Dis bij het uitkomen van de Veenslang vastliep. Ontroostbaar waren ze, de mannen uit Voorthuizen, die dit seizoen al zoveel machinepech ondervonden hadden en nu ook voor eigen publiek geen vuist konden maken. De tegenslag werd nog groter in het Nederlandse kamp, want terwijl Streuer/Schnieders hun Zwitserse rivalen op de hielen zaten, stokte de benzinetoevoer in de zuidelijke lus van het circuit. Weg alle kansen op een ereplaats en - voor de wedstrijd - weg, alle spanning. Biland denderde voor start en finish langs, gevolgd door Schwärzel/Huber, Van Kempen/De Haas (uitstekende start) en Kumano/Takashima. Egbert en Bernard tilden de kuip van de LCR en probeerden de benzinepomp tot leven te brengen, wat inderdaad lukte. Met een onmogelijke achterstand vertrok de Barclay­combinatie weer om in de zesde doorgang de pits in te duiken om een slippende koppeling te laten verhelpen. Onder gejuich van de menigte op de tribunes ging men er opnieuw tegenaan, net op het moment dat Biland, met een comfortabele voorsprong op Schwärzel en Kumano, die ondertussen V. Kempen was gepasseerd, het rechte stuk kwam oprijden. Gevoel voor publiciteit en spel kan beide spannen niet worden ontzegd, want terwijl iedereen wist dat de Nederlanders met een ronde achterstand met de koplopers knokten, maakten zij er een mooie show van. Het leek wel of de zijspanklok vijf jaar werd teruggedraaid, want de ene na de andere uitvaller meldde zich. Michel verliet het perk met een uitgebrande koppeling, die hij op het startveld na de opwarmronde reeds had vervangen. Huber, Jones, Wrathall en Barton kwamen stuk voor stuk niet verder dan de tweede ronde en het veld was daarmee zo aanzienlijk uitgedund, dat er kansen waren voor iedereen die maar door bleef rijden. Van Kempen/De Haas kwamen onder druk te staan van Ireson/Williams, die ze moesten laten gaan, evenals de Finnen Niinivaara/ Bienek. Martin Kooij en Raimond v.d. Groep reden met hun conventionele span een zeer constante race, die ze als zevende zouden beëindigen. Aan de kop van het veld werd het schijngevecht net zo lang volgehouden, totdat de motor van de beige-bruine combinatie definitief vastliep. Uiterst jammer, niet alleen voor het getoonde doorzettingsvermogen van onze sterkste mannen in deze discipline, maar tevens voor de paar punten die nog in het verschiet lagen, want slechts elf duo's behaalden de finish, waarbij twee met meer dan een ronde achterstand. Rolf Biland was na afloop van de monotone wedstrijd zeer duidelijk: 'Waarom zou ik niet met Egbert samen aan kop blijven rijden? Iedereen weet dat hij een ronde achterstand heeft, maar het is voor het publiek veel mooier dan een optocht'. Theo van Kempen was in de wolken: 'Wij komen nog wat ervaring tekort, maar dat tempo was voor ons geen veertien ronden vol te houden. We hebben het in ieder geval geprobeerd.' Door al deze ontwikkelingen kwamen ook twee WK-punten bij Jos Modder en Erik de Groot terecht. Een fijne beloning voor de dappere doorzetters, die dit jaar al een paar keer de kwalificatie bij een GP hadden gemist. Tenslotte nog een epiloog van Martin Kooij, de man die in 1977 voor het laatst in Assen had gereden en er daarna vier jaar volledig uit was geweest: 'Wij hebben nog steeds geen toezegging voor een start in Francorchamps, maar met vier punten voor het WK stijgen die kansen wel. Voorlopig blijven wij met ons oude span rijden. Ik ben zelf op de constructeurvergadering geweest en de mal voor een nieuwe combinatie is al bijna klaar. Misschien dat we aan het einde van dit jaar de eerste proefritten met onze moderne machine kunnen maken'. De 37­jarige zijspanenthousiast zit nog vol ideeën en hem kennende zullen die, worden uitgewerkt ook.

 250cc Carlos grandioos ondanks capriolen 

Carlos Lavado op weg naar zijn overwinning in de 250cc klasse

250cc: Roland Freymond en Paolo Ferretti Tony Head

Carlos Lavado liep grappend en grollend, hand in hand met zijn verloofde op vrijdagmiddag door het rennerskwartier. De Venezolaan had niet de allures, maar wel het zelfvertrouwen van een vedette en met recht, want tijdens de trainingsdagen had hij de voltallige concurrentie gedeclasseerd. Niet minder dan 1,6 seconde was het gat dat hij met tweede man Christian Sarron had geslagen en zoiets was dit jaar in de kwartliter­klasse nog niet voorgekomen. De onderlinge verschillen achter dit tweetal waren minder groot, hetgeen later door het wedstrijdverloop bekrachtigd zou worden. Alan Carter debuteerde in Assen met een uitstekende vijfde kwalificatie achter Cornu en Guilleux, maar voor Patrick Fernandez, die liet horen: 'Voorlopig rij ik met Yamaha. Het is een standaardmachine, zo uit het krat. Ik heb geen andere keuze, want de Bartol levert teveel problemen op. Het kost me alleen maar tijd en dat kun je je in deze klasse in de GP's niet permitteren'. Het Bartolproject is door Patrick niet afgeschreven, maar hij wil de Oostenrijkse machine pas weer bemannen als de stuur- en motorproblemen zijn opgelost. Door een ander waarschijnlijk . . . De Chevallier-machines stonden alle wat verder naar achteren op het startveld, dan we normaliter gewend zijn. De Tricolores hadden wel voldoende topsnelheid, maar te weinig acceleratie en zoiets wreekt zich op een circuit als Assen. Bovendien blijken deze problemen stevig te knagen aan het zelfvertrouwen van De Radiguès. Peter Looijesteijn (21e) plaatste zich als beste Nederlander met de Waddon, terwijl Mar Schouten (27e) van zijn machine was gedoken. De andere twee Nederlanders Ruud v.d. Dussen en Gerard v.d. Wal konden zich niet bij de beste 36 rijders rangschikken. V.d. Dussen: 'Uit iedere bocht vliegen ze je links en rechts voorbij. Ik kom teveel vermogen tekort en dat is op GP-niveau niet goed te maken'. Bij debutant V.d. Wal vormde de achtervering het struikelblok, want toen deze dempingproblemen waren geklaard ontbrak de tijd om in de resterende trainingen toe te slaan. Volgende keer beter! Direct na de pauze vergaarden de matadoren van 's-werelds meest spannende klasse zich voor hun start. Beide tandemtwins, respectievelijk de Kawasaki van Guilleux en de Rotax van Herweh sloegen het snelst aan en het was de Duitser die de leiding in handen nam en deze tot de eerste doorkomst kon vasthouden, gevolgd door Guilleux, Espié, Carter, Baldé, Cornu, Estrosi en Bertin. Pas op de veertiende plaats bevond zich Lavado, maar zijn machine laat zich nu eenmaal niet eenvoudig starten en aangezien het veld toch niet ver uiteen wordt getrokken in de 250 cc categorie kun je een mindere start best compenseren door een paar goed inhaalmanoeuvres. Dan moet zo'n start natuurlijk niet zo belabberd zijn als die van Sarron, Wimmer en Fernandez, want dan is een plaats in de kopgroep niet meer haalbaar. Beide Fransen gingen onderuit, evenals hun landgenoot Rapicault. Fernandez was er met een handfractuur het ergst aan toe, maar voor het Sonauto Team was het debacle compleet. De puntloze titelverdediger Tournadre zat met een sleutelbeenbreuk thuis en de overige twee rijders voltooiden niet eens de eerste drie ronden! De compacte kopgroep trok zich van deze pechvogels niets aan en denderde over de piste in hoog tempo om met Espié als eerste man de tweede ronde in te gaan. Alan Carter zou het zo ver niet schoppen, Want in de Geert Timmer-bocht zette hij het gas veel te bruusk open, hetgeen resulteerde in buiteling 'nummer zoveel' van dit seizoen. Carlos Lavado probeerde op diverse punten van het circuit de concurrentie af te troeven. Hij profiteerde wel van het surplus aan acceleratie van de Venemotos-Yamaha, maar moest zijn late remmen twee keer bekopen met een kleine omweg. Toch zou hij erbij komen, want nadat Guilleux een ronde lang het veld mocht aanvoeren, was het de beurt aan de kleine vechtjas uit Caracas, die direct nadat hij de eerste plaats had overgenomen ook iets bij zijn rivalen wegliep. Dat gebeurde in de vijfde ronde en vanaf dat moment was alleen het gevecht om de tweede plaats nog interessant, hoewel Guilleux, Baldé en de ondertussen aangesloten Palazzese bijna om de lauwerkrans verder mochten knokken, want Lavado kwam een keer zo verschrikkelijk dwars te staan, dat iedereen 's avonds bij de televisiebeelden dacht, dat zijn rol uitgespeeld was. De manier waarop hij bij een wegbrekend achterwiel binnen een fractie van een seconde kon tegensturen, was fenomenabel, maar niet geheel van geluk ontbloot. Laten we niet vergeten, dat een wereldkampioen in spé een bepaalde portie mazzel moet meekrijgen, want anders wordt hij het niet. In de zesde, van de in totaal vijftien, ronde maakte Manfred Herweh het te bont en belandde in het gras, waarmee het duel om de tweede plaats nu aankwam op Baldé en Palazzese, met kort daarachter Guilleux en Bertin, die echter in de laatste ronde met zijn MBA bleef steken. Guignabodet reed uitstekend op de vijfde plaats op enkele seconden gevolgd door Espié, De Radiguès en Martin Wimmer, die vanaf de één-na-laatste plaats was doorgestoten in de hoogste regionen. De beslissing om de twaalf punten viel in de Ramshoek. Herve Guilleux zag beide kemphanen vanaf de eerste rang, want hij keek ze in de rug bij de dubbele bocht: 'Toen Baldé door die snelle bocht reed, stuurde Palazzese zijn machine bij het uitkomen er links half naast. Meteen daarna volgt de linkerbocht en toen Jean-Francois zijn motor er in wilde leggen zat Palazzese daar al en kon hij alleen maar rechtdoor;. Door deze tamelijk riskante manoeuvre van de teamgenoot van Lavado - er was immers maar plaats voor één motor - moest Baldé met 200 km/u het gras in en hij werd een flink eind door de lucht geslingerd, hetgeen resulteerde in een knieblessure. Met zijn been in het gips, was Jean-Francois later nauwelijks aanspreekbaar. Wimmer, ongemerkt één van de helden van de 250 cc klasse, verschalkte in de laatste ronde zowel Thierry Espié als Didier de Radiguès en eindigde achter Guignabodet als vijfde. Estrosi, weer terug op de Pernod, greep drie punten voor Jacques Cornu en Donnie McLeod. Espié was erg teleurgesteld, omdat een nieuwe knellende overall zijn bloedsomloop stremde en hij rustig aan moest doen. Alan North bleef met een elfde plaats net buiten de punten, maar hij kon gelukkig rijden, want een motie van de PSP, ondersteund door de PPR (en later bij stemming ook door de PvdA) om de Zuid-Afrikaan alsnog een startverbod op te leggen ­ondanks het WVC-advies - haalde het in de Tweede Kamer niet, hetgeen als een overwinning voor de sport uitgelegd kan worden. Doordat Mar Schouten met pech uitviel (en misschien pas weer wedstrijden wil gaan rijden als zijn MBA wat meer betrouwbaarheid meebrengt), werd Peter Looijesteijn de enige Nederlander die de finish haalde (18e).

250cc: Boven Herve Guilleux voor Patrick Fernandez en onder Herve Guilleux achter Jean-Francois Baldé

 

500cc Kenny nog bijna gepakt

Op woensdagavond, na de eerste trainingsdag, ging een clubje coureurs, onder aanvoering van rijders-vertegenwoordiger Franco Uncini (en verder Mamola, Baldé, Kneubühler, Spaan en Schwärzel) het TT-circuit van Assen rond om de nodige veranderingen te adviseren. Sommige greppels werden gedempt en in totaal twee vrachtwagens met strobalen waren nodig om de piste naar de wensen van de coureurs veiliger te maken. Jaap Timmer: 'Alles is met ons bespreekbaar en als het mogelijk is doen we natuurlijk moeite om het alle partijen naar de zin te maken. Het is trouwens niet gemakkelijk om aan strobalen te komen en dat grapje kostte nog Hfl. 12.000,-'. Rijdersvertrouwensman Mike Trimby was zeer te spreken over de houding van de Stichting Circuit van Drenthe: 'Iedereen was erg behulpzaam en ze hebben zelfs meer balen geplaatst dan waarom wij gevraagd hadden'. Zo werd ook het meertje door twee rijen stro afgeschermd.

Jack voor Marc Fontan

Marc Fontan

 Jack Takazumi Katayama
Eddie Lawson Jack
Kenny Roberts Takazumi Katayama
Roger Marshall voor Wayne Gardner Kenny Roberts en Randy Mamola
Boet van Dulmen, Randy Mamola, Franco Uncini en Jack

Suzuki kwam met twee nieuwe motoren naar Assen. Het rijwielgedeelte was vooral bij de swingarm gewijzigd, terwijl het blok was uitgerust met een klep, die in de uitlaat van de cilinder was gemonteerd. Vergelijkt u het maar met een power-valve, al is hier sprake van een exemplaar dat een geheel vormt met de cilinderkop, omdat het totaal is ingebouwd. Toch draaide Mamola zijn vierde trainingstijd met de krachtbron van de Gamma 4, die was ingebouwd in het nieuwe frame. Kenny Roberts was vast voornemens om op startplaats nr. 1 te komen en aangezien Spencer hem donderdagmiddag had afgetroefd en 's avonds niet in de baan verscheen, maakte de Yamaha-rijder van de gelegenheid gebruik om een droomtijd van 2.48,52 op de klokken te brengen en dat terwijl de ideale lijn wel droog was, maar op sommige plekken wel degelijk water lag. Katayama moest op de derde plaats al 1,7 seconde op de kopman toegeven, maar 'Fast Freddie' was slechts 0,07 seconde langzamer. Boet van Dulmen (8e) mocht zich gelukkig prijzen dat hij nog zou kunnen rijden, want hij trok zijn machine heel fel onderuit bij het uitkomen van de Strubben: 'Ik lette teveel op Lawson en Gardner, die net voor me reden. Daardoor hield ik m'n eigen toerental niet geconcentreerd genoeg in de gaten en daar lag ik'. Den Boet kon zich bij de arts vervoegen om zijn gekwetste rug en enkel te laten bekijken, terwijl Nico Bakker zich over het beschadigde frame boog. Jack Middelburg, net als Boet in fraaie Barclay kleuren present, klasseerde zich met de Honda als negende. De overige Nederlanders kwamen in dit geweld uiteraard veel te kort, maar klasseerden zich allemaal voor de grote race. Gustav Reiner moest na een val een heupblessure incasseren en was uitgeschakeld, terwijl Ron Haslam door zijn escapade in Rijeka niet van de partij was. Jon Ekerold (25e) reed met een van Den Boet gekochte Suzuki, terwijl Cagiva in Italië was gebleven, dus ook Ferrari. Diens landgenoot Lucchinelli bakte ze wel zeer bruin door de woensdagtraining te missen. Ook in Joegoslavië was Marco de laatste van het Honda-kamp die arriveerde en het schijnt hem aan ambities te ontbreken. Bij de start van de' Koningsklasse' hield iedereen de adem in, want het was bekend dat de viercilinder Yamaha's maar moeilijk in werking te krijgen zijn, wat direct door Roberts en Lawson werd bevestigd, want zij kwamen pas als achtste, respectievelijk dertiende door na één ronde. Spencer, Middelburg, Uncini en Mamola produceerden een raketstart en aan het eind van de Bedeldijk was de volgorde: Spencer, Katayama, Uncini, Roche, Mamola, Middelburg, Lawson en Gardner, die in Assen zijn eerste Grand Prix reed. Na het voltooien van de eerste ronde was er aan kop niet veel veranderd, maar Roberts was inmiddels opgestoomd naar de achtste plaats, aan het wiel van Jack Middelburg. Daarachter volgden Fontan, Huewen, Boet van Dulmen, Sheene, de teruggevallen Lawson, de Brit Mark Salle en Marco Lucchinelli, die in de derde ronde door een vastloper op moest geven (toch misschien te weinig getraind Marco?). Bij het uitkomen van de haakse rechterbocht bij de Bedeldijk gebeurde het noodlottige ongeval van Uncini. De Italiaan trok zijn Suzuki bijna onderuit, corrigeerde snel, maar werd van de machine geslingerd. Samen met de motor lag hij op de ideale lijn, maar terwijl hij naar de berm probeerde te komen konden Kenny Roberts en Jack Middelburg hem net ontwijken door razendsnel naar rechts te sturen, Wayne Gardner was door de korte achterstand op Middelburg en Roberts het zicht ontnomen en de Australiër stuurde naar links om Uncini te ontwijken, doch omdat Franco ook naar links bewoog raakte hij met zijn hoofd de voorband van Gardner's motor. Het gevolg was verschrikkelijk. De helm vloog van zijn hoofd en Franco bleef buiten bewustzijn op de baan liggen. De andere rijders werden nu door vlaggen gewaarschuwd en reden om de onheilsplek heen, waar snel hulp werd geboden (hoewel sommige toeschouwers schreeuwden dat de ambulance meteen de baan op had moeten komen, doch die moet toestemming krijgen van race-control). In minder dan drie minuten (één ronde dus) bevond Uncini zich al in een ambulance, die hem eerst naar het ziekenhuis in Assen en daarna naar het Academisch Ziekenhuis in Groningen vervoerde, Jaap Timmer: 'Het was zo'n ongelukkige valpartij die overal had kunnen gebeuren. Niemand treft enige schuld. Doordat het ongeluk bij de Bedeldijk gebeurde, kon de ambulance direct het circuit verlaten', De diagnose van de specialist in Groningen luidde: een hersenkneuzing, twee gebroken ribben en een gebroken neusbotje plus een longbeschadiging. Volkomen overstuur kwam Wayne Gardner het rennerskwartier binnen, ondersteund door Roger Marshall. De Australiër brak bij zijn val enkele knokkels, doch dat deerde hem niet. Wie tijdens zijn GP-debuut buiten zijn schuld een andere coureur ernstig verwondt, is nu eenmaal niet te troosten. De race om de mondiale titel werd voortgezet door een aanvallende Kenny Roberts, die in de achtste ronde Freddie Spencer van de leiding verdrong en Katayama met zich meetrok. 'Mijn banden waren te hard en de motor stuurde daardoor wat stugger, waardoor ik het tempo niet kon bijbenen. Met een zachtere compound waren ze echter al voor de finish versleten geweest. Katayama rijdt met een smallere voorband en heeft zulke problemen minder snel', aldus Spencer die als derde zou eindigen voor Mamola, die met een volkomen onbestuurbare Suzuki de raarste capriolen moest uithalen om erop te blijven. Beide Nederlandse toppers Middelburg en Van Dulmen knokten met Fontan om de vijfde plaats (knap werk), maar moesten gedrieën het hoofd buigen voor Eddie Lawson, die eenzaam naar de vijfde plaats reed. In de vierde ronde voerde Jack een groepje aan van vijf man, bestaande uit Jack zelf, Boet, Roche, Fontan en Lawson. Lawson bleek te snel voor Jack, maar Fontan werd in een rechtstreeks duel los gereden, waarbij Jack elke mm. van de wegbreedte benutte. Te veel risico's Jack? "Ben je gek! Natuurlijk moest ik op de grens rijden om Fontan kwijt te raken. Maar ook Roberts rijdt op de grens om te kunnen winnen', zei de beste privé-rijder van de dag. Het agressieve stuurwerk van Jack leverde een fantastische zesde plaats op, 5 WK­punten en een welkome aanvulling van de kas. Den Boet werd achtste. Met beide heren in de punten was het toch een goede dag voor de tijdelijke teamgenoten. Met Roberts de hele wedstrijd op korte afstand voor Katayama leek er voor de Amerikaan geen vuiltje aan de lucht en met een daverende wheelie besloot hij zijn eerste 500 cc TT-zege. Daarmee rekende hij buiten de waard, in dit geval de slimme Katayama, die hem nog bijna voorbij stak op de finish. 'Oei,oei, dat scheelde weinig. Ik wist niet dat hij zo dicht achter me zat', sprak Kenny die zeer verheugd was met dit lang uitgestelde succes. Roche en Salle voltooiden het tiental, doordat Huewen zijn ene punt in de laatste ronde verloor. Henk de Vries (13e) passeerde Rob Punt ook al in die laatste ronde. Punt: 'Ik hield het bijna niet vol. Vergeet niet dat ik nog nooit zo'n lange race heb gereden. Ook Rini van Kasteren (19e) en Bobo van Eijk (22e) voltooiden de wedstrijd, maar dat gold niet voor Ekerold, Guy en Sheene, die allemaal in de fout gingen.

 

 

Barry Sheene, Roger Marshall en Jack Randy Mamola Takazumi Katayama voor Jack
Kenny Roberts Jack Middelburg Freddie Spencer

 125cc Spaanse coupe

125cc Bruno Kneubühler voor Angel Nieto

 

Tijdens de vrijdagtraining wisten alleen de beide Garelli-coureurs hun tijden nog te verbeteren, hetgeen Lazzarini voor Kneubühler op de eerste plaats deed belanden en Angel Nieto mocht vanaf de tweede startrij op de zevende plaats starten. De Zwitser Hansi Müller en Pier Paolo Bianchi bezetten de andere posities op de eerste startlinie en nadat de wind eindelijk voor een beetje extra verkoeling zorgde was het Maurizio Vitali die meteen de koppositie voor zich opeiste. De driftige Italiaan ging er meteen als een beest vandoor en kwam in de eerste ronde meteen al slecht uit bij de Bedeldijk waar hij helemaal rechtdoor moest. Als allerlaatste ging hij daarna weer de baan op om in een enorme opmars in acht ronden tijd ruim vierentwintig rijders voorbij te stevenen. Eugenio Lazzarini kreeg zijn machine echter als allerlaatste aan de praat en kwam in de eerste ronde als 24e langs start en finish. De kopgroep had zich inmiddels gevormd, en het bekende zestal Kneubühler, Tormo, Nieto, Müller, Wickström en Auinger, nam langzaam aan afstand van hun belagers. De Duitse Seel-rijder Gerhard Waibel wist echter nog aansluiting bij de kopgroep te vinden. Als aan een touwtje speelden de heren onder aanvoering van elfvoudig wereldkampioen Nieto een voor het publiek magnifiek spel. Achteromkijkend, aflossend als bij wielrennen en gebarend, scheerden Tormo, Nieto en Kneubühler langs hun concurrenten in de kopgroep, die hun handen vol hadden om het tempo bij te kunnen houden. Kneubi verkondigde voor de aanvang van de race er meteen goed bij te willen blijven en stopte zijn capriolen en bezette zes ronden lang de eerste plaats. Willem Heykoop had het intussen hevig aan de stok met Fausto Gresini, Stefan Dörflinger en Erich Klein om de zo begeerde laatste WK-punten. Lazzarini was inmiddels als een bezetene opgeklommen naar een elfde plaats en toen hij Heykoop voorbij kwam begaf terstond de versnellingsbak van Willem's Sanvenero het. 'De bak begon enorm te ratelen bij de Ossebroeken en ik dacht er wijs aan te doen om maar te stoppen voordat mijn versnellingsbak vast zou lopen', vertelde de Rotterdammer. Hans Spaan was inmiddels de pits al binnengereden. In de trainingen kwam hij al twee keer met zijn MBA door een vastloper ten val, en in de geleende cilinders van Chris Baert zat helemaal geen gang. Kort daarop volgde Jan Eggens, die aanvankelijk nog zijn bougies verwisselde maar zijn machine niet meer aan de praat kreeg. Vitali nestelde zich ook tussen de uitvallers. 'Bij het enorm harde remmen voor de Bedeldijk heb ik waarschijnlijk te hard op mijn motor afgeremd, waarna hij steeds slechter begon te lopen. Daarna liep hij zelfs nog een keer vast ook en toen was het helemaal over', aldus de 26-jarige coureur Savignano, die zijn derde plaats in de tussenstand nu niet meer kon verdedigen. Een fantastisch spektakel maakte Nieto er van, traditiegetrouw veel omkijkend. Vanaf de achtste ronde nam hij de leiding in handen, met dan weer Tormo en daarna weer Kneubühler in zijn kielzog. Hansi Müller moest aflossen, en even later verdween ook Gustl Auinger uit de voorste regionen. Hij zakte van een zesde naar een zesentwintigste plaats terug en zette zijn op één cilinder lopende machine zelfs even aan de kant. 'Ik kon niets ontdekken en ik probeerde het toch maar weer. Hij bleef zowaar nog lopen ook, zij het dat het toerental in z'n zes steeds instortte', aldus de dit jaar met pech overstroomde Oostenrijker. Johnny Wickström kwam in zijn ijver om de kopmannen bij te blijven zelfs ten val, maar wist toch weer snel op de machine te springen, waarmee hij slechts één plaats verspeelde. Aan kop was het Nieto, die Tormo in zijn kielzog voor Kneubühler over de finish sleepte. Jubelend omarmden de beide Spanjaarden elkaar en Tormo bedankte Nieto, die zo fraai voor hem als trekpaard had gefungeerd. 'Een kleine wederdienst voor Ricardo', constateerde de 36-jarige garagehouder uit Madrid na afloop. 'Cardo heeft ons met de 50 cc geholpen en nu was het onze beurt voor hulp'. Kneubühler werd al met al de dupe van de Spaanse coupe, maar de Zwitser was toch tevreden, mede gezien de remproblemen die hij in de race had. Daarbij raakte zijn vizier helemaal vet van de benzine die uit zijn tankoverloop sproeide bij het remmen. Daar hadden Anton Straver en Willy Perez ook last van, want de in de beginfase voor hen rijdende Boy van Erp had met eenzelfde probleem te kampen. Henk van Kessel werd op zijn zevenendertigste verjaardag weer eens beste Nederlander op een veertiende plaats. 'Ik ben blij dat ik het vol heb weten te houden, want mijn polsen hielden het bijna niet meer', zei Henk, die samen met Nieto, Tormo en Kneubühler de gemiddelde leeftijd op het erepodium op bijna 35 jaar bracht. Lazzarini was niet meer dichterbij weten te komen dan de zevende plek waarop hij in de zesde ronde al beland was. 'Ik had Müller en later ook Wickström wel in het vizier, maar de machine liep niet zo snel als in de training', aldus Eugenio. Met Straver op een achttiende plaats en Van Erp voor Ton Spek als 22e zagen we allemaal tevreden gezichten. Kees van der Ven reed zijn eigen race en finishte beheerst op een zevenentwintigste plaats, na constant twee plaatsen voor zijn aanstaande schoonzoon Martin van Soest te rijden, die jammerlijk drie ronden voor de finish uitviel.

125cc: Fausto Gresini voor Eugenio Lazzarini  Pierluigi Aldrovandi, Jean-Claude Selini en Stefan Dörflinger

 

© foto Manfred Mothes www.highsider.com

 

Jack voor Boet van Dulmen en Eddie Lawson © foto Hero Drent
Jack met opa Verduijn (pa voor Jack) in het rennerskwartier van Assen © foto Leo Vogelzang
 
500cc: 3. Freddie Spencer, 30. Jack, 10. Marc Fontan, 35. Raymond Roche.

250cc: 36. Hervé Guilleux (3e), 35.Thierry Espié (6e) voor Jean-Louis Guignabodet (4e), onder Carlos Lavado (winnaar) Boven: Rolf Biland/Kurt Waltisperg (winnaars zijspannen Eugenio Lazzarini (winnaar  80cc) en Rob McElnea (winnaar F1)
 

Raceverslag door Hans Van Loozenoord (bron Motor)

©opyright 2006 Gerard van der Pot.