|
De Dutch T.T. 1983 was er één van contrasten,
waarin roem en pech hand in hand gingen. Kenny Roberts behaalde zijn fel
begeerde 500 cc T.T.-zege, waarop hij zes jaar lang heeft moeten
wachten. De Yamahafabrieksrijder was in de wolken met zijn succes, dat
hij voor de ogen van 140.000 toeschouwers extra luister bijzette met een
ereronde plus bijbehorende wheelies. Op datzelfde moment echter, vocht
wereldkampioen Franco Uncini (tevens winnaar van de T.T. van 1982) voor
zijn leven, want een bijzonder noodlottige valpartij, waarbij de
Italiaan de helm van zijn hoofd werd gereden, hield alle betrokkenen in
een angstgreep. Crashes en machinepech drukten hun stempel op de Grand
Prix van Nederland, die werd gedomineerd door de
buitenlanders.
Geen hoofdrol voor mensen als
Streuer/Schnieders, George Looijesteijn of Hans Spaan, maar wel voor
Biland/Waltisperg (driewielers), Eugenio Lazzarini (50 cc) en Angel
Nieto (125 cc), die allen hun klassen als winnaar beëindigden. De
verwachte felle strijd in de kwartliterklasse bleef uit, want de eerste
plaats ging soeverein naar Carlos Lavado, ondanks bandenproblemen. Jack
Middelburg (6e) en Boet van Dulmen (8e) reden naar vermogen in de 500 cc
klasse en mogen op een uitstekende T.T. terugkijken, terwijl Freddie
Spencer (3e) zijn voorsprong in het klassement zag slinken. Theo van
Kempen en Gerald de Haas hielden de Nederlandse eer hoog in de
zijspanklasse door als zesde te finishen voor het Kova-team. De
Formule-1 klasse tenslotte, leverde een verdiende zege op voor Rob
McElnea (Suzuki), die titelverdediger Joey Dunlop duidelijk de baas was.
Het debuut van deze klasse op het circuit van Drenthe werd door de
duizenden bezoekers duidelijk geapprecieerd en daarmee ook
gerechtvaardigd.
50cc:
Dörflinger
te afwachtend
Nadat een vijftal politieagenten even voor tien
uur een koppel eenden uit een vijvertje bij de Veenslang wisten te
verjagen, kon de opwarmingsronde van de 50 cc beginnen. Donderdags
schepte een 125 cc coureur namelijk één van de overstekende
waggelaars, die op het vanuit het rennerskwartier in het water gegooide
brood afkwamen. De in de arm genomen eendenvanger had ze echter naar
rustiger vaarwater gebracht, maar tijdens voedertijd op de racedag
verschenen ze op die ene na weer allemaal op het appèl. De renners
trokken zich er allemaal niets van aan en na het vallen van de startvlag
was het snelste trainer Stefan Dörflinger die meteen de leiding nam,
gevolgd door de altijd snel startende George Looijesteijn, Klein,
Lusuardi en Rimmelzwaan. Beide Garelli-coureurs Lazzarini en Tormo
kwamen samen met Theo Timmer en Hans Spaan minder goed uit de
startblokken, en het was frappant dat de 38-jarige Lazzarini meteen bij
de eerste doorkomst al de tweede plaats bezette. Klein, Rimmelzwaan en
Looijesteijn heten nu de achtervolgers, maar in de vierde ronde sloeg
het noodlot voor de nummer 3 op de ranglijst al toe. Geheel
gedesillusioneerd kwam George Looijesteijn sputterend de pits binnen
rijden. 'Hij liep vast', hakkelde hij, zijn tranen bedwingend. De
Nederlandse hoop werd nu gevestigd op Paul Rimmelzwaan, die de avond
tevoren evenals Hans Spaan zijn machine nog op de testbank uitprobeerde.
Kort achter Lusuardi voelde Paul de hete adem van Hagen Klein in z'n
nek, gedrieën in strijd om de vierde plaats, want Ricardo Tormo was al
binnen twee ronden van een dertiende naar een derde plek weten op te
klimmen. Voor Paul Rimmelzwaan sloeg echter ook het noodlot toe. 'In de
tweede ronde begaf de temperatuurmeter het al, waardoor ik niet bemerkte
dat mijn blok veel te heet werd', verkondigde de Leidschendammer na
afloop. 'Tot overmaat van ramp verloor ik ook nog water, met als gevolg
dat mijn net aangeschafte cilinder helemaal veruïneerd is. Had ik het
kunnen constateren, dan had ik 'm wel aan de kant gezet en zo mijn
cilinder gespaard', vervolgde Paul, die in de Joegoslavische GP een
halve ronde voor de finish al een zesde plaats verloren had zien gaan
toen zijn achteras brak. Eugenio Lazzarini had intussen de koppositie
van Stefan Dörflinger in de vierde ronde overgenomen en sloeg zelfs een
klein gat. Door middel van een nieuw ronderecord, dat maar liefst vijf
seconden sneller was dan zijn snelste trainingstijd, hervond de
Zwitserse laborant de aansluiting, maar voorbij Lazza kwam hij niet
meer. Theo Timmer, die voor 't eerst van het seizoen zonder problemen de
trainingen doorkwam, draaide
goed.
Gestaag
rukte hij op van een elfde naar een zesde
positie, en passant mannen als Spaan, Scheidhauer en Kunz voorbij
stevenend. 'Mijn machine bleef eindelijk heel, maar met 't sturen gaat
het nog niet helemaal zoals ik zou willen', aldus Theo, die evenals
vorig jaar beste Nederlander op de Drentse hei wist te worden. Hans
Spaan reed
een
eenzame race, waarbij meerdere van zijn collegae die hij in Joegoslavië
achter wist te houden nu voorbij moest laten gaan. 'Op de testbank gaf
m'n blok vrijdagavond meer vermogen dan ooit tevoren, maar nu bleek de
ontsteking van mijn machine kapot te zijn, waardoor hij de laatste
duizend toeren miste', vertelde Hans na afloop. Hij toonde zich evenwel
gelukkig met de twee behaalde WK-punten die hem toch nog steeds op de
vierde plaats houden. Jos van Dongen scoorde met Hans in zicht weer een
fraai punt, waarbij het opvallend is dat Jos het afgelopen seizoen nog
niet een keer is uitgevallen. 'Ik ga ook steeds beter rijden voor mijn
gevoel', antwoordde Jos, die zijn naaste concurrent in de race Gerhard
Bauer met een kapotte ontsteking naar de kant zag gaan. Bauer trainde
echter maar een vijftal rondjes. Donderdags moest hij namelijk nog een
examen afleggen in de mechanica, met welke uitslag hij overigens meer
geluk
hoopt te hebben.
In het Garelli-kamp toonde men zich zeer
gelukkig met de overwinning van de kleine man uit Pesaro. 'Als Stefan
meteen van meet af aan was doorgestoomd, dan had ik nog moeten zien of
ik er bijgekomen zou zijn', waren de veelzeggende woorden van Eugenio,
die nu samen met de regerend wereldkampioen met 69 punten bovenaan de
ranglijst prijkt. 'Hij reed veel te afwachtend en liet me ook zo bij hem
aan zijn achterwiel komen. Daarna begon hij een vreemde tactiek te
hanteren van vroeg remmen, waarschijnlijk om me te misleiden. Toen hij
dat voor de derde keer deed bij de Bedeldijk vond ik het
welletjes en ik schoot hem voorbij, met de
intentie om meteen een gat te slaan', raasde de Garelli-coureur verder.
Dat was hem gelukt en met de race op het heuvelachtige circuit met veel
chicanes in Imola voor de boeg, zal het toch een moeilijke
aangelegenheid worden voor Dörflinger om de titel in de wacht te gaan
slepen. De vaderlandse 50 cc debutanten op het Asser circuit hadden met
vrij veel pech te kampen, Hans Koopman viel al in de vierde ronde uit
met een lekke cilinderkop, terwijl Anton Gevers, die ook slechts vijf
trainingsrondjes had kunnen voltooien, een ronde later uitviel. Bertus
Grinwis, die het op het moment vrij goed doet in de 80 cc klasse, moest
zelfs een blok lenen. Van Hans Spaan kreeg hij de krachtbron te leen,
terwijl de firma Van Dongen met een uitlaat op de proppen kwam. Jammer
was het alleen dat de uitlaat in de race tot twee keer aan toe
losraakte, waardoor Bertus moest opgeven. De derde debutant in deze
klasse, Bert Smit, had het stevig aan de stok met Rini Vrijdag, die hij
in een rondenlang durend duel enkele meters voor wist te blijven en als
vijftiende over de finish wist te komen. Wim de Jong completeerde de
Nederlandse afvaardiging met een twintigste plaats, maar Wim, die
aanvankelijk niet voor een start in aanmerking kwam, mocht pas donderdag
met trainen beginnen, toen er al twee sessies geweest waren. Veel uit te
proberen viel er niet voor hem, iets wat voor Ricardo Tormo overigens
niets uitmaakte. Ook hij trainde slechts twee keer, maar de tweede
machine van Garelli kwam ook slecht van start, en met het halve
kilowatje minder aan boord en volop schakelproblemen verging, het de
Spanjaard overigens niet slecht. De in Assen altijd pech ondervindende
George Looijesteijn, die er in de trainingen met de 125 cc EGA erg hard
afging, behoudt de derde plaats in het wereldkampioenschap, nu met vijf
punten voorsprong op Spaan.
F1:
Rob McElnea
schittert
 |
 |
|
Formule
I: Joey Dunlop |
Rob
McElnea |
Na de in totaal twee uur en tien minuten aan
trainingen, prijkte de Engelse grijze eminentie Mick Grant bovenaan de
trainingslijst, op de voet gevolgd door de Ier Joey Dunlop op de Honda
850 V4 en Grant's veel jongere Suzuki teammaat Rob McElnea. Het was de
vorig jaar van Suzuki overgehaalde Roger Marshall die de eerste startrij
completeerde, waarmee we tevens de eerste vier mannen in de tussenstand
van het Formule 1 wereldkampioenschap in de juiste volgorde op een
rijtje hadden staan. 'Rocket' Ron Haslam kreeg van Honda Racing Corporation geen
toestemming voor inschrijving aan de tweede editie na de race op het
eiland Man. 'Ron's inbreng in de 500 cc klasse werd belangrijker
geacht', aldus Honda Brittain teammanager Gerald Davison, die graag een
extra machine had geprepareerd voor zijn ex-pupil. Later bleek Ron
helemaal niet van start te kunnen gaan, want de in Joegoslavië
opgelopen armblessure speelde hem zoveel parten dat hij zelfs van de 500
cc race moest afzien. De felle Zeeuw Mark van der Endt had tijdens de
vrijdagmorgentraining een enorm snelle tijd op de klokken weten te
zetten, waarmee hij tot een zevende tijd kwam, goed voor een start vanaf
de tweede startrij. Gerard Flameling en Henk van der Mark waren een
ietsje langzamer, maar wisten zich ook nog bij de eerste tien te
scharen. De nationale 500 cc kampioen Johnny Willemsen uit Terneuzen
kwalificeerde zich echter niet. De sympathieke Terneuzenaar had vorige
week woensdag pas de Harris Kawasaki bij RD-Motoren uit het Belgische
Aalten kunnen ophalen. Na tal van afstellingproblemen, waarmee de eerste
twee trainingen al verloren gingen, kon hij feitelijk donderdagmiddag
pas met het echte trainen beginnen. Resultaatwas een tijd van drie
minuut vierentwintig, waarmee Johnny net buiten de 15% tijdslimiet viel.
Na het vallen van de startvlag
was het een volop wheeliende Joey Dunlop die kopstart voor zijn rekening
nam, voor McElnea, Grant en Wayne Gardner. De regerend wereldkampioen
liep zelfs een twintigtal meters weg bij zijn naaste belagers, met Henk
van der Mark als snelst startende Nederlander. Terwijl Coleman-Suzuki
rijder Dave Hiscock de race na zijn val in de laatste training vanaf de
zijlijn moest aanschouwen, zetten zijn merkgenoten McElnea en Grant de
achtervolging in op
de ontketende Ier. Acht ronden lang wist Dunlop de koppositie te
behouden, maar daarna moest hij hoofdzakelijk door de cc-overmacht van
Suzuki (zij reden met 998 cc machines en Honda met 850 cc, W.L.) de
23-jarige Engelsman voor laten. Ook de geroutineerde Mick Grant, die op
Assen in de wedstrijden al meerdere malen het astalt opzocht, zette de
aanval in op Dunlop. Het publiek genoot met volle teugen van geweld van
de sonor brommende viertakten tot 1000 cc. Henk van der Mark lag samen
met Gerard Flameling in de strijd om de laatste paar WK-punten, en na
Kevin Wrettom voorbij te zijn gestoken wisselden de beide landgenoten
continue van plaats op de negende en tiende plaats. Intussen was
Horeon-rijder Fred Damme al onderuit gegaan, hetgeen zich aanvankelijk
onschuldig liet aanzien. Fred had bij het oprapen van zijn machine toch
aardig wat last van zijn rechtervoet en zocht wijselijk de pitsstraat op.
Teleurgesteld en met een pijnlijke voet kwam hij zelfs daar nog ten val,
toen op het gladde rooster zijn voorwiel wegslipte, wat eigenlijk voor
de grootste schade aan de machine zorgde. Later bleek dat Fred een
gebroken middenvoetsbeentje aan zijn eerste val had overgehouden, dat
hem niet al te lang buiten de lijnen zal houden. Voor de meetellende
Endurance-race op Jarama (10 juli) zal dat misschien wat moeilijk
worden, hoewel de op de Nürburgring gevallen Dick van Logchem van
hetzelfde team goed aan de beterende hand is. De Roadrunner Kawasaki van
Dirk Brand sloeg bij de start al slecht aan, en hij kwam dan ook na een
ronde al binnen, waar men constateerde dat er een bougiedop losgetrild
was. Drie rondjes later viel Dirk definitief uit, toen de machine op
drie cilinders bleef lopen. Wayne Gardner bezette intussen de vierde
plek, zo'n honderd meter voor zijn teammaat Roger Marshall, die het
enorm met Trevor Nation aan de stok had. 'Digger' Gardner, die op het
eiland Man niet van de partij was omdat hij het circuit te gevaarlijk
vond, wachtte constant achteromkijkend op Marshall, om deze te helpen
bij het lossen van Nation. De teamtactiek lukte en Nation koos eieren
voor zijn geld, zoals hij na afloop van de wedstrijd zei. Met nog vier
ronden voor de boeg sloeg ook het noodlot toe voor de andere
Roadrunner-coureur. Henk van der Mark had zich rondenlang met Gerard
Flameling bezig gehouden, maar zag zijn twee punten verloren gaan toen
een zuiger verbrandde en er een stuk
van door het carter naar
buiten gekomen was. 'Hij blijft maar liefiteerde van het uitvallen
van Kawasakimerkgenoot Van der Mark en reed 'saf te willen houden,
maar ook hij blies zijn motor op en kwam een fiks oliespoor achterlatend
de pits binnenrijden. Rob McElnea perste er in de voorlaatste ronde nog
een ronderecord uit en zag zich niet meer bedreigd door Dunlop. Achter
hem werd het Honda-spel vervolmaakt, door Gardner en Marshall, want de Australiër
liet zijn teammaat Marshall, die wel op Man van start was gegaan en daar
vierde werd, voorgaan. Met deze uitslag erbij bracht hij zijn conto op
18 punten en bezet nu de derde plaats achter Dunlop (27 punten) en
McElnea (25). Van het uitvallen van Grant profiteerde Mark van der Endt
ook nog mee. Mark werd nog net niet gelapt en toonde zich met een punt
op zak zeer verguld. Mile Pajic vocht lange tijd vlak achter de groene
machine van teammaat Van der Endt, maar toen zijn derde en vierde
versnelling de geest hadden gegeven zakte hij terug naar een zestiende
plaats. 'Het heeft me wel een paar kromme kleppen gekost', zei Mile na
afloop, 'maar ik heb hem toch maar uitgereden met de wetenschap dat je
dan weer wat extra's aan prijzengeld in de wacht kan slepen.' De
34-jarige verpleegster uit Zutphen, Gerry van Rooyen, reed op haar Honda
VF 750 F strak naar een negentiende plaats.
Pechvolle
Streuer-show
Een tweede trainingstijd achter Biland/Waltisperg,
rechtvaardigde alle optimistische verwachtingen omtrent het Nederlandse
koningskoppel Streuer-Schnieders. Toch was er een 'maar' aan verbonden,
want tijdens de vrijdagochtendtraining was een zuigerveer gebroken en
aangezien er op zaterdag geen warm-up plaats zou vinden, moest men met
een niet op het circuit beproefde machine in de baan verschijnen. De zijspanmatadoren
werden trouwens tijdens hun laatste kwalificatiemogelijkheid onaangenaam
verrast door een wolkbreuk, die zijn weerga niet kende. De regen
kletterde neer op het Drentse asfalt en werd even later vergezeld door
hagelstenen, bijna als duiveneieren zo groot. Terwijl een enkeling
(zoals Michel) nog een verdwaalde poging ondernam om regenbanden te
testen, zochten de overigen een veilig onderkomen en verschenen pas weer
op het toneel toen de kust veilig was. Aan een verbetering van de
rondetijd viel natuurlijk niet meer te denken, zodat de startopstelling
definitief vaststond. Van Drie/Van Dis lieten de zevende tijd noteren en
met Van Kempen/De Haas (10e), Kooij/V.d. Groep (11e) en Modder/De Groot
(18e) was de Nederlandse brigade sterk vertegenwoordigd. Voor de eerste
maal stond de zijspanklasse niet als laatste evenement geprogrammeerd en
als derde race, vlak voor de pauze ging het veld van twintig spannen van
quitte. Voor de grootste vaderlandse kanshebbers werd die eerste ronde
een kleine ramp. Vlak achter Biland/Waltisperg (kopstart) zat men in het
voorste gelid, toen eerst de machine van Hein van Drie/Willem van Dis
bij het uitkomen van de Veenslang vastliep. Ontroostbaar waren ze, de
mannen uit Voorthuizen, die dit seizoen al zoveel machinepech
ondervonden hadden en nu ook voor eigen publiek geen vuist konden maken.
De tegenslag werd nog groter in het Nederlandse kamp, want terwijl
Streuer/Schnieders hun Zwitserse rivalen op de hielen zaten, stokte de
benzinetoevoer in de zuidelijke lus van het circuit. Weg alle kansen op
een ereplaats en - voor de wedstrijd - weg, alle spanning. Biland
denderde voor start en finish langs, gevolgd door Schwärzel/Huber, Van
Kempen/De Haas (uitstekende start) en Kumano/Takashima. Egbert en
Bernard tilden de kuip van de LCR en probeerden de benzinepomp tot leven
te brengen, wat inderdaad lukte. Met een onmogelijke achterstand vertrok
de Barclaycombinatie weer om in de zesde doorgang de pits in te duiken
om een slippende koppeling te laten verhelpen. Onder gejuich van de
menigte op de tribunes ging men er opnieuw tegenaan, net op het moment
dat Biland, met een comfortabele voorsprong op Schwärzel en Kumano, die
ondertussen V. Kempen was gepasseerd, het rechte stuk kwam oprijden.
Gevoel voor publiciteit en spel kan beide spannen niet worden
ontzegd, want terwijl iedereen wist dat de Nederlanders met een ronde
achterstand met de koplopers knokten, maakten zij er een mooie show van.
Het leek wel of de zijspanklok vijf jaar werd teruggedraaid, want de ene
na de andere uitvaller meldde zich. Michel verliet het perk met een
uitgebrande koppeling, die hij op het startveld na de opwarmronde reeds
had vervangen. Huber, Jones, Wrathall en Barton kwamen stuk voor stuk
niet verder dan de tweede ronde en het veld was daarmee zo aanzienlijk
uitgedund, dat er kansen waren voor iedereen die maar door bleef rijden.
Van Kempen/De Haas kwamen onder druk te staan van Ireson/Williams, die
ze moesten laten gaan, evenals de Finnen Niinivaara/ Bienek. Martin
Kooij en Raimond v.d. Groep reden met hun conventionele span een zeer
constante race, die ze als zevende zouden beëindigen. Aan de kop van
het veld werd het schijngevecht net zo lang volgehouden, totdat de motor
van de beige-bruine combinatie definitief vastliep. Uiterst jammer, niet
alleen voor het getoonde doorzettingsvermogen van onze sterkste mannen
in deze discipline, maar tevens voor de paar punten die nog in het
verschiet lagen, want slechts elf duo's behaalden de finish, waarbij
twee met meer dan een ronde achterstand. Rolf Biland was na afloop van
de monotone wedstrijd zeer duidelijk: 'Waarom zou ik niet met Egbert
samen aan kop blijven rijden? Iedereen weet dat hij een ronde
achterstand heeft, maar het is voor het publiek veel mooier dan een
optocht'. Theo van Kempen was in de wolken: 'Wij komen nog wat ervaring
tekort, maar dat tempo was voor ons
geen
veertien ronden vol te houden. We hebben het in ieder geval geprobeerd.'
Door al deze ontwikkelingen kwamen ook twee WK-punten bij Jos Modder en
Erik de Groot terecht. Een fijne beloning voor de dappere doorzetters,
die dit jaar al een paar keer de kwalificatie bij een GP hadden gemist.
Tenslotte nog een epiloog van Martin Kooij, de man die in 1977 voor het
laatst in
Assen had gereden en er daarna vier jaar volledig uit was geweest:
'Wij hebben nog steeds geen toezegging voor een start in Francorchamps,
maar met vier punten voor het WK stijgen die kansen wel. Voorlopig
blijven wij met ons oude span rijden. Ik ben zelf op de constructeurvergadering
geweest en de mal voor een nieuwe combinatie is al bijna klaar.
Misschien dat we aan het einde van dit jaar de eerste proefritten met
onze moderne machine kunnen maken'. De 37jarige zijspanenthousiast zit
nog vol ideeën en hem kennende zullen die, worden uitgewerkt ook.
250cc
Carlos
grandioos ondanks capriolen
 |
|
Carlos
Lavado op weg naar zijn overwinning in de 250cc klasse |
 |
 |
|
250cc:
Roland Freymond en Paolo Ferretti |
Tony
Head |
Carlos Lavado liep grappend en grollend, hand in
hand met zijn verloofde op vrijdagmiddag door het rennerskwartier. De
Venezolaan had niet de allures, maar wel het zelfvertrouwen van een
vedette en met recht, want tijdens de trainingsdagen had hij de
voltallige concurrentie gedeclasseerd. Niet minder dan 1,6 seconde was
het gat dat hij met tweede man Christian Sarron had geslagen en zoiets
was dit jaar in de kwartliterklasse
nog niet voorgekomen. De onderlinge verschillen achter dit tweetal waren
minder groot, hetgeen later door het wedstrijdverloop bekrachtigd zou
worden. Alan Carter debuteerde in Assen met een uitstekende vijfde
kwalificatie achter Cornu en Guilleux, maar voor Patrick Fernandez, die
liet horen: 'Voorlopig rij ik met Yamaha. Het is een standaardmachine,
zo uit het krat. Ik heb geen andere keuze, want de Bartol levert teveel
problemen op. Het kost me alleen maar tijd en dat kun je je in deze
klasse in de GP's niet permitteren'. Het Bartolproject is door Patrick
niet afgeschreven, maar hij wil de Oostenrijkse machine pas weer
bemannen als de stuur- en motorproblemen zijn opgelost. Door
een ander waarschijnlijk . . . De Chevallier-machines stonden alle
wat verder naar achteren op het startveld, dan we normaliter gewend
zijn. De Tricolores hadden wel voldoende topsnelheid, maar te weinig
acceleratie en zoiets wreekt zich op een circuit als Assen. Bovendien
blijken deze problemen stevig te knagen aan het zelfvertrouwen van De
Radiguès. Peter Looijesteijn (21e) plaatste zich als beste
Nederlander met de Waddon, terwijl Mar Schouten (27e) van zijn machine
was gedoken. De andere twee Nederlanders Ruud v.d. Dussen en Gerard v.d.
Wal konden zich niet bij de beste 36 rijders rangschikken. V.d. Dussen:
'Uit iedere bocht vliegen ze je links en rechts voorbij. Ik kom teveel
vermogen tekort en dat is op GP-niveau niet goed te maken'. Bij debutant
V.d. Wal vormde de achtervering het struikelblok, want toen deze dempingproblemen
waren geklaard ontbrak de tijd om in de resterende trainingen toe te
slaan. Volgende keer beter! Direct na de pauze vergaarden de matadoren
van 's-werelds meest spannende klasse zich voor hun start. Beide tandemtwins,
respectievelijk de Kawasaki van Guilleux en de Rotax van Herweh sloegen
het snelst aan en het was de Duitser die de leiding in handen nam en
deze tot de eerste doorkomst kon vasthouden, gevolgd door Guilleux,
Espié, Carter, Baldé, Cornu, Estrosi en Bertin. Pas op de veertiende
plaats bevond zich Lavado, maar zijn machine laat zich nu eenmaal niet
eenvoudig starten en aangezien het veld toch niet ver uiteen wordt
getrokken in de 250 cc categorie kun je een mindere start best
compenseren door een paar goed inhaalmanoeuvres. Dan moet zo'n start
natuurlijk niet zo belabberd zijn als die van Sarron, Wimmer en
Fernandez, want dan is een plaats in de kopgroep niet meer haalbaar.
Beide Fransen gingen onderuit, evenals hun landgenoot Rapicault.
Fernandez was er met een handfractuur het ergst aan toe, maar voor het
Sonauto Team was het debacle compleet. De puntloze titelverdediger
Tournadre zat met een sleutelbeenbreuk thuis en de overige twee rijders
voltooiden niet eens de eerste drie ronden! De compacte kopgroep trok
zich van deze pechvogels niets aan en denderde over de piste in hoog
tempo om met Espié als eerste man de tweede ronde in te gaan. Alan
Carter zou het zo ver niet schoppen, Want in de Geert Timmer-bocht zette
hij het gas veel te bruusk open, hetgeen resulteerde in buiteling
'nummer zoveel' van dit seizoen. Carlos Lavado probeerde op diverse
punten van het circuit de concurrentie af te troeven. Hij profiteerde
wel van het surplus aan acceleratie van de Venemotos-Yamaha, maar moest
zijn late remmen twee keer bekopen met een kleine omweg. Toch zou hij
erbij komen, want nadat Guilleux een ronde lang het veld mocht
aanvoeren, was het de beurt aan de kleine vechtjas uit Caracas, die direct
nadat hij de eerste plaats had overgenomen ook iets bij zijn rivalen
wegliep. Dat gebeurde in de vijfde ronde en vanaf dat moment was alleen
het gevecht om de tweede plaats nog interessant, hoewel Guilleux, Baldé
en de ondertussen aangesloten Palazzese bijna om de lauwerkrans verder
mochten knokken, want Lavado kwam een keer zo verschrikkelijk dwars te
staan, dat iedereen 's avonds bij de televisiebeelden dacht, dat zijn
rol uitgespeeld was. De manier waarop hij bij een wegbrekend achterwiel
binnen een fractie van een seconde kon tegensturen, was fenomenabel,
maar niet geheel van geluk ontbloot. Laten we niet vergeten, dat een
wereldkampioen in spé een bepaalde portie mazzel moet meekrijgen, want
anders wordt hij het niet. In de zesde, van de in totaal vijftien, ronde
maakte Manfred Herweh het te bont en belandde in het gras, waarmee het
duel om de tweede plaats nu aankwam op Baldé en Palazzese, met kort
daarachter Guilleux en Bertin, die echter in de laatste ronde met zijn
MBA bleef steken. Guignabodet reed uitstekend op de vijfde plaats op
enkele seconden gevolgd door Espié, De Radiguès en Martin Wimmer, die
vanaf de één-na-laatste plaats was doorgestoten in de hoogste
regionen. De beslissing om de twaalf punten viel in de Ramshoek. Herve
Guilleux zag beide kemphanen vanaf de eerste rang, want hij keek ze in
de rug bij de dubbele bocht: 'Toen Baldé door die snelle bocht reed,
stuurde Palazzese zijn machine bij het uitkomen er links half naast.
Meteen daarna volgt de linkerbocht en toen Jean-Francois zijn motor er
in wilde leggen zat Palazzese daar al en kon hij alleen maar rechtdoor;.
Door deze tamelijk riskante manoeuvre van de teamgenoot van Lavado - er
was immers maar plaats voor één motor - moest Baldé met 200 km/u het
gras in en hij werd een flink eind door de lucht geslingerd, hetgeen
resulteerde in een knieblessure. Met zijn been in het gips, was Jean-Francois later nauwelijks aanspreekbaar. Wimmer, ongemerkt één
van de helden van de 250 cc klasse, verschalkte in de laatste ronde
zowel Thierry Espié als Didier de Radiguès en eindigde achter
Guignabodet als vijfde. Estrosi, weer terug op de Pernod, greep drie
punten voor Jacques Cornu en Donnie McLeod. Espié was erg
teleurgesteld, omdat een nieuwe knellende overall zijn bloedsomloop
stremde en hij rustig aan moest doen. Alan North bleef met een elfde
plaats net buiten de punten, maar hij kon gelukkig rijden, want een
motie van de PSP, ondersteund door de PPR (en later bij stemming ook
door de PvdA) om de Zuid-Afrikaan alsnog een startverbod op te leggen
ondanks het WVC-advies - haalde het in de
Tweede Kamer niet, hetgeen als een overwinning voor de sport uitgelegd
kan worden.
Doordat Mar Schouten met pech
uitviel (en misschien pas weer wedstrijden wil gaan rijden als zijn MBA
wat meer betrouwbaarheid meebrengt), werd Peter Looijesteijn de enige
Nederlander die de finish haalde (18e).
 
250cc:
Boven Herve Guilleux voor Patrick Fernandez en onder Herve Guilleux
achter Jean-Francois Baldé
500cc
Kenny
nog bijna gepakt
Op woensdagavond, na de eerste trainingsdag,
ging een clubje coureurs, onder aanvoering van rijders-vertegenwoordiger
Franco Uncini (en verder Mamola, Baldé, Kneubühler, Spaan en Schwärzel)
het TT-circuit van Assen rond om de nodige veranderingen te adviseren.
Sommige greppels werden gedempt en in totaal twee vrachtwagens met
strobalen waren nodig om de piste naar de wensen van de coureurs
veiliger te maken. Jaap Timmer: 'Alles is met ons bespreekbaar en als
het mogelijk is doen we natuurlijk moeite om het alle partijen naar de
zin te maken. Het is trouwens niet gemakkelijk om aan strobalen te komen
en dat grapje kostte nog Hfl. 12.000,-'. Rijdersvertrouwensman Mike Trimby
was zeer te spreken over de houding van de Stichting Circuit van
Drenthe: 'Iedereen was erg behulpzaam en ze hebben zelfs meer balen
geplaatst dan waarom wij gevraagd hadden'.
Zo werd ook het meertje
door twee rijen stro afgeschermd.
 |
|
Jack
voor Marc Fontan |
|
 |
|
Marc Fontan |
 |
 |
|
Jack |
Takazumi
Katayama |
 |
 |
|
Eddie
Lawson |
Jack |
 |
 |
|
Kenny
Roberts |
Takazumi
Katayama |
 |
 |
|
Roger
Marshall voor Wayne Gardner |
Kenny
Roberts en Randy Mamola |
 |
|
Boet
van Dulmen, Randy Mamola, Franco Uncini en Jack |
Suzuki kwam met twee nieuwe motoren naar Assen.
Het rijwielgedeelte was vooral bij de swingarm gewijzigd, terwijl het
blok was uitgerust met een klep, die in de uitlaat van de cilinder was
gemonteerd. Vergelijkt u het maar met een power-valve, al is hier sprake
van een exemplaar dat een geheel vormt met de cilinderkop, omdat het
totaal is ingebouwd. Toch draaide Mamola zijn vierde trainingstijd met
de krachtbron van de Gamma 4, die was ingebouwd in het nieuwe frame.
Kenny Roberts was vast voornemens om op startplaats nr. 1 te komen en
aangezien Spencer hem donderdagmiddag had afgetroefd en 's avonds niet
in de baan verscheen, maakte de Yamaha-rijder van de gelegenheid gebruik
om een droomtijd van 2.48,52 op de klokken te brengen en dat terwijl de
ideale lijn wel droog was, maar op sommige plekken wel degelijk water
lag. Katayama moest op de derde plaats al 1,7 seconde op de kopman
toegeven, maar 'Fast Freddie' was slechts 0,07 seconde langzamer. Boet
van Dulmen (8e) mocht zich gelukkig prijzen dat hij nog zou kunnen
rijden, want hij trok zijn machine heel fel onderuit bij het uitkomen
van de Strubben: 'Ik lette teveel op Lawson en Gardner, die net voor me
reden. Daardoor hield ik m'n eigen toerental niet geconcentreerd genoeg
in de gaten en daar lag ik'. Den Boet kon zich bij de arts vervoegen om
zijn gekwetste rug en enkel te laten bekijken, terwijl Nico Bakker zich
over het beschadigde frame boog. Jack Middelburg, net als Boet in fraaie
Barclay kleuren present, klasseerde zich met de Honda als negende. De
overige Nederlanders kwamen in dit geweld uiteraard veel te kort, maar
klasseerden zich allemaal voor de grote race. Gustav Reiner moest na een
val een heupblessure incasseren en was uitgeschakeld, terwijl Ron Haslam
door zijn escapade in Rijeka niet van de partij was. Jon Ekerold (25e)
reed met een van Den Boet gekochte Suzuki, terwijl Cagiva in Italië was
gebleven, dus ook Ferrari. Diens landgenoot Lucchinelli bakte ze wel
zeer bruin door de woensdagtraining te missen. Ook in Joegoslavië was
Marco de laatste van het Honda-kamp die arriveerde en het schijnt hem
aan ambities te ontbreken. Bij de start van de' Koningsklasse' hield
iedereen de adem in, want het was bekend dat de viercilinder Yamaha's
maar moeilijk in werking te krijgen
zijn,
wat direct door Roberts en Lawson werd
bevestigd, want
zij kwamen pas als achtste, respectievelijk dertiende door na één
ronde.
Spencer,
Middelburg, Uncini en Mamola produceerden een raketstart en aan het eind
van de Bedeldijk was de volgorde: Spencer, Katayama, Uncini, Roche,
Mamola, Middelburg, Lawson en Gardner, die in Assen zijn eerste Grand
Prix reed. Na het voltooien van de eerste ronde was er
aan kop niet veel veranderd, maar Roberts was inmiddels opgestoomd naar
de achtste plaats, aan het wiel van
Jack
Middelburg.
Daarachter volgden Fontan, Huewen, Boet van Dulmen, Sheene, de
teruggevallen Lawson, de Brit Mark Salle en Marco Lucchinelli, die in de
derde ronde door een vastloper op moest geven (toch misschien te weinig
getraind Marco?).
Bij het uitkomen
van de haakse rechterbocht bij de Bedeldijk gebeurde het noodlottige
ongeval van Uncini. De Italiaan trok zijn Suzuki bijna onderuit,
corrigeerde snel, maar werd van de machine geslingerd. Samen met de
motor lag hij op de ideale lijn, maar terwijl hij naar de berm probeerde
te komen konden Kenny Roberts en Jack Middelburg hem net ontwijken door
razendsnel naar rechts te sturen, Wayne Gardner was door de korte
achterstand op Middelburg en Roberts het zicht ontnomen en de Australiër
stuurde naar links om Uncini te ontwijken, doch omdat Franco ook naar
links bewoog raakte hij met zijn hoofd de voorband van Gardner's motor.
Het gevolg was verschrikkelijk. De helm vloog van zijn hoofd en Franco
bleef buiten bewustzijn op de baan liggen. De andere rijders werden nu
door vlaggen gewaarschuwd en reden om de onheilsplek heen, waar snel
hulp werd geboden (hoewel sommige toeschouwers schreeuwden dat de
ambulance meteen de
baan op had moeten komen, doch die moet
toestemming krijgen van race-control). In minder dan drie minuten (één ronde dus) bevond Uncini zich al in een
ambulance, die hem eerst naar het ziekenhuis in Assen en daarna
naar het Academisch Ziekenhuis
in
Groningen vervoerde, Jaap Timmer: 'Het was zo'n ongelukkige valpartij
die overal had kunnen gebeuren. Niemand treft enige schuld. Doordat
het ongeluk bij de Bedeldijk gebeurde, kon
de ambulance direct het circuit verlaten', De diagnose van de specialist
in Groningen luidde: een hersenkneuzing, twee gebroken ribben en een
gebroken neusbotje plus een longbeschadiging. Volkomen overstuur
kwam
Wayne
Gardner het rennerskwartier binnen, ondersteund
door Roger Marshall. De Australiër
brak bij zijn val enkele knokkels, doch dat deerde hem niet. Wie tijdens
zijn GP-debuut buiten zijn schuld een andere coureur ernstig verwondt,
is nu eenmaal niet te troosten. De race om de mondiale titel werd
voortgezet door een aanvallende Kenny Roberts, die in de achtste ronde
Freddie Spencer
van de leiding verdrong en Katayama met zich
meetrok. 'Mijn banden waren te hard en de motor stuurde daardoor wat
stugger, waardoor ik het tempo niet kon bijbenen. Met een zachtere
compound waren ze echter al voor de finish versleten geweest. Katayama
rijdt met een smallere voorband en heeft zulke problemen minder snel',
aldus Spencer die als derde zou eindigen voor Mamola, die met een
volkomen onbestuurbare Suzuki de raarste capriolen moest uithalen om
erop te blijven. Beide Nederlandse toppers Middelburg en Van Dulmen
knokten met Fontan om de vijfde plaats (knap werk), maar moesten gedrieën
het hoofd buigen voor Eddie Lawson, die eenzaam naar de vijfde plaats
reed.
In
de vierde ronde voerde Jack een groepje aan van vijf man, bestaande uit
Jack zelf, Boet, Roche, Fontan en Lawson. Lawson bleek
te snel voor Jack, maar Fontan werd in een
rechtstreeks duel los gereden, waarbij Jack elke mm. van de wegbreedte
benutte. Te veel risico's
Jack? "Ben je gek! Natuurlijk moest ik op de grens rijden om Fontan
kwijt te raken. Maar ook Roberts rijdt op de grens om te kunnen winnen',
zei
de beste privé-rijder van de dag. Het
agressieve stuurwerk van Jack leverde een fantastische
zesde plaats op, 5 WKpunten en een
welkome aanvulling van de kas. Den Boet werd achtste. Met beide heren in de punten was het toch
een goede dag voor de tijdelijke teamgenoten. Met Roberts de hele
wedstrijd op korte
afstand
voor Katayama leek er voor de Amerikaan geen
vuiltje aan de lucht en met een daverende wheelie besloot hij zijn
eerste 500 cc TT-zege. Daarmee rekende hij buiten de waard, in dit geval
de slimme Katayama, die hem nog bijna voorbij stak op de finish.
'Oei,oei, dat scheelde weinig. Ik wist niet dat hij zo dicht achter me
zat', sprak Kenny die zeer verheugd was met dit lang uitgestelde succes.
Roche en Salle voltooiden het tiental, doordat Huewen zijn ene punt in
de laatste ronde verloor. Henk de Vries (13e) passeerde Rob Punt ook al
in die laatste ronde. Punt: 'Ik hield het bijna niet vol. Vergeet niet
dat ik nog nooit zo'n lange race heb gereden. Ook Rini van Kasteren (19e)
en Bobo van Eijk (22e) voltooiden de wedstrijd, maar dat gold niet voor
Ekerold, Guy en Sheene, die allemaal in de fout gingen.

 |
 |
 |
|
Barry
Sheene, Roger Marshall en Jack |
Randy
Mamola |
Takazumi
Katayama voor Jack |
|
|
|
 |
 |
 |
|
Kenny
Roberts |
Jack
Middelburg |
Freddie
Spencer |
|
|
|
125cc
Spaanse
coupe
 |
|
125cc
Bruno Kneubühler voor Angel Nieto |
Tijdens de vrijdagtraining wisten alleen de
beide Garelli-coureurs hun tijden nog te verbeteren, hetgeen Lazzarini
voor Kneubühler op de eerste plaats deed belanden en Angel Nieto mocht
vanaf de tweede startrij op de zevende plaats starten. De Zwitser Hansi
Müller en Pier Paolo Bianchi bezetten de andere posities op de eerste
startlinie en nadat de wind eindelijk voor een beetje extra verkoeling
zorgde was het Maurizio Vitali die meteen de koppositie voor zich
opeiste. De driftige Italiaan ging er meteen als een beest vandoor en
kwam in de eerste ronde meteen al slecht uit bij de Bedeldijk waar hij
helemaal rechtdoor moest. Als allerlaatste ging hij daarna weer de baan
op om in een enorme opmars in acht ronden tijd ruim vierentwintig
rijders voorbij te stevenen. Eugenio Lazzarini kreeg zijn machine echter
als allerlaatste aan de praat en kwam in de eerste ronde als 24e langs
start en finish. De kopgroep had zich inmiddels gevormd, en het bekende
zestal Kneubühler, Tormo, Nieto, Müller, Wickström en Auinger, nam
langzaam aan afstand van hun belagers. De Duitse Seel-rijder Gerhard
Waibel wist echter nog aansluiting bij de kopgroep te vinden. Als aan
een touwtje speelden de heren onder aanvoering van elfvoudig
wereldkampioen Nieto een voor het publiek magnifiek spel.
Achteromkijkend, aflossend als bij wielrennen en gebarend, scheerden
Tormo, Nieto en Kneubühler langs hun concurrenten in de kopgroep, die
hun handen vol hadden om het tempo bij te kunnen houden. Kneubi
verkondigde voor de aanvang van de race er meteen goed bij te willen
blijven en stopte zijn capriolen en bezette zes ronden lang de eerste
plaats. Willem Heykoop had het intussen hevig aan de stok met Fausto
Gresini, Stefan Dörflinger en Erich Klein om de zo begeerde laatste
WK-punten. Lazzarini was inmiddels als een bezetene opgeklommen naar een
elfde plaats en toen hij Heykoop voorbij kwam begaf terstond de
versnellingsbak van Willem's Sanvenero het. 'De bak begon enorm te
ratelen bij de Ossebroeken en ik dacht er wijs aan te doen om maar te
stoppen voordat mijn versnellingsbak vast zou lopen', vertelde de
Rotterdammer. Hans Spaan was inmiddels de pits al binnengereden. In de
trainingen kwam hij al twee keer met zijn MBA door een vastloper ten
val, en in de geleende cilinders van Chris Baert zat helemaal geen gang.
Kort daarop volgde Jan Eggens, die aanvankelijk nog zijn bougies
verwisselde maar zijn machine niet meer aan de praat kreeg. Vitali
nestelde zich ook tussen de uitvallers. 'Bij het enorm harde remmen voor
de Bedeldijk heb ik waarschijnlijk te hard op mijn motor afgeremd,
waarna hij steeds slechter begon te lopen. Daarna liep hij zelfs nog een
keer vast ook en toen was het helemaal over', aldus de 26-jarige coureur
Savignano, die zijn derde plaats in de tussenstand nu niet meer kon
verdedigen. Een fantastisch spektakel maakte Nieto er van,
traditiegetrouw veel omkijkend. Vanaf de achtste ronde nam hij de
leiding in handen, met dan weer Tormo en daarna weer Kneubühler in zijn
kielzog. Hansi Müller moest aflossen, en even later verdween ook Gustl
Auinger uit de voorste regionen. Hij zakte van een zesde naar een
zesentwintigste plaats terug en zette zijn op één cilinder lopende
machine zelfs even aan de kant. 'Ik kon niets ontdekken en ik probeerde
het toch maar weer. Hij bleef zowaar nog lopen ook, zij het dat het
toerental in z'n zes steeds instortte', aldus de dit jaar met pech
overstroomde Oostenrijker. Johnny Wickström kwam in zijn ijver om de
kopmannen bij te blijven zelfs ten val, maar wist toch weer snel op de
machine te springen, waarmee hij slechts één plaats verspeelde. Aan
kop was het Nieto, die Tormo in zijn kielzog voor Kneubühler over de
finish sleepte. Jubelend omarmden de beide Spanjaarden elkaar en Tormo
bedankte Nieto, die zo fraai voor hem als trekpaard had gefungeerd. 'Een
kleine wederdienst voor Ricardo', constateerde de 36-jarige garagehouder
uit Madrid na afloop. 'Cardo heeft ons met de 50 cc geholpen en nu was
het onze beurt voor hulp'. Kneubühler werd al met al de dupe van de
Spaanse coupe, maar de Zwitser was toch tevreden, mede gezien de
remproblemen die hij in de race had. Daarbij raakte zijn vizier helemaal
vet van de benzine die uit zijn tankoverloop sproeide bij het remmen.
Daar hadden Anton Straver en Willy Perez ook last van, want de in de
beginfase voor hen rijdende Boy van Erp had met eenzelfde probleem te
kampen. Henk van Kessel werd op zijn zevenendertigste verjaardag weer
eens beste Nederlander op een veertiende plaats. 'Ik ben blij dat ik het
vol heb weten te houden, want mijn polsen hielden het bijna niet meer',
zei Henk, die samen met Nieto, Tormo en Kneubühler de gemiddelde
leeftijd op het erepodium op bijna 35 jaar bracht. Lazzarini was niet
meer dichterbij weten te komen dan de zevende plek waarop hij in de
zesde ronde al beland was. 'Ik had Müller en later ook Wickström wel
in het vizier, maar de machine liep niet zo snel als in de training',
aldus Eugenio. Met Straver op een achttiende plaats en Van Erp voor Ton
Spek als 22e zagen we allemaal tevreden gezichten. Kees van der Ven reed
zijn eigen race en finishte beheerst op een zevenentwintigste plaats, na
constant twee plaatsen voor zijn aanstaande schoonzoon Martin van Soest
te rijden, die jammerlijk drie ronden voor de finish uitviel.
 |
 |
|
125cc:
Fausto Gresini voor Eugenio Lazzarini |
Pierluigi
Aldrovandi, Jean-Claude Selini en Stefan Dörflinger |
|