|
Slechts in de laatste twee ronden waren Egbert Streuer en
Bernard Schnieders bereid een tipje van hun vermogens aan de concurrenten
te tonen. "Eigenlijk had ik ook in de laatste ronde
toe kunnen slaan. Ik wist tijdens de race dat ik zeker drie seconden per
rondje sneller kon," vertelde Streuer direct na afloop van de race.
Het zijn niet alleen zijn rijkunst en de vele pk's, maar ook zijn stoïcijns
optreden, dat zijn tegenstanders slechts een ijdele hoop mogen
koesteren op een Grand
Prix overwinning. De Assenaren waren
niet alleen heer en meester op de Nürburgring. Eddie Lawson, Carlos
Lavado en Luca Cadalora wonnen op overtuigende wijze hun races. Echt
spannend was de wijze waarop Manuel Herreros, Stefan Dörflinger wist te
verslaan.
Zijspannen
 |
|
Egbert
en Bernard vieren feest, met links Biland/Waltisperg, rechts
Abbott/Smith & Jones |
|
©
foto Wout Meppelink |
Rivaal Rolf Biland had dan wel de snelste trainingstijd
op de klokken gebracht en Egbert en Bernard hadden vanwege een gebroken
gaskabel slechts drie rondjes gereden in de laatste tijdtraining, van
enige paniek was absoluut geen sprake in het Barclay kamp. "Biland
kan die tijd nooit de hele race vasthouden, terwijl wij nog heel veel
over hebben," luidde het trainingsverhaal van Bernard Schnieders.
Biland beaamde deze conclusie. "Ik heb die tijd met speciale banden
kunnen zetten. Dat doe ik om mijn grens te kunnen bepalen. Overigens zal
de bandenkeuze een zeer belangrijke rol gaan spelen tijdens de
race."
Biland/Waltisperg hadden kopstart. In
de derde ronde nestelden de titelverdedigers zich aan het achterwiel van
de Zwitsers. Het was duidelijk te zien dat Streuer absoluut geen moeite
had het tempo van de Krauser-LCR te volgen. "Wij deden onze
uiterste best om achter hem te blijven, ondanks dat wij later konden
remmen, de bochten korter namen en sneller accelereerden. Wat heb je
eraan om meteen al het achterste van je tong te laten zien," was
het tactische verhaal. Onder het zeventigduizend koppige publiek groeide
de spanning naar de afloop. Vooral toen Biland bij de passage van
achterblijvers tientallen meters voorsprong kon nemen. Bij het ingaan
van de vierentwintigste ronde bleef Streuer iets langer achter de
stroomlijn liggen, draaide de gaskraan echt even open en liet Biland
binnen twee ronden zes seconden achter zich. De eerste Grand Prix
overwinning was een feit en het is nog maar de vraag of de concurrenten in de overige zeven GP's onder normale omstandigheden een kans maken
tegen Egbert Streuer en Bernard Schnieders. Op ruime achterstand leek
Steve Webster zonder enige tegenstand naar een derde plaats te koersen.
Door machinepech kwamen Webster en Hewitt, waarvan veel wordt
verwacht dit seizoen, niet verder dan de elfde ronde. De derde plaats
werd vervolgens fel bestreden door Michel/Fresc, Abbot/Smith, de
gebroeders Egloff en Steinhausen/Hiller. Aan de kop van deze groep
liggend moest Steinhausen met pech de strijd staken. Alain Michel kon tegen
het eind van de race zijn achtervolgers van zich afschudden, maar moest
driehonderd meter voor de finish lijdzaam toezien hoe Abbott, Zurbrügg
en Jones hem eenvoudig konden passeren. Met een rokend zijspanwiel ging
hij als zesde over de finish. Later bleek de ophanging van het
zijspanwiel te zijn gebroken. Theo van Kempen en Geral de Haas reden een
onopvallende race. "De motor liep prima, maar ik ging zelf voor
geen meter. Een negende plaats is teleurstellend, maar als het niet
gaat, gaat het niet," was de eerlijke verklaring van Theo van
Kempen.
500cc
Eddie
Lawson in superieure vorm

Randy Mamola
op weg naar een 6e plaats
Het laatste kwartier van de tijdtraining op
zaterdagmiddag kreeg
plotseling het karakter van een race, toen Eddie
Lawson, Mike Baldwin en Randy Mamola elkaar hadden gevonden. Er ontstond
een waar gevecht om pole-position. Lawson verbeterde de tijd van 1.42,83
minuten, die hij na de tweede training met Wayne Gardner moest delen,
met ruim drietiende van een seconde. Vervolgens bleef hij achter Baldwin
en Mamola rijden, die niet in staat bleken deze tijd te verbeteren. In
de laatste trainingsronde zette Rob McElnea zijn tijd een seconde
scherper en kwam daarmee verrassend op de derde startplaats. Wayne
Gardner oefende zaterdagavond laat de duwstart. Vanwege zijn pijnlijke
knie mislukte dat steeds. De Hondatechnici gaven vervolgens de juiste
stand van de gashandel aan met een streepje, waarop de NSR 500 na een
stap aansloeg. Ook bij de officiële start werkte deze aanwijzing
voortreffelijk. Met een pijnstillende injectie in zijn linker knie
vertrok Gardner, samen met De Radiguès, Lawson, Roche en McElnea als
één van de eersten, achter de snelste starter Manfred Fischer. Het
tempo lag voor de Duitser natuurlijk veel te hoog. Hij finishte
uiteindelijk net buiten de punten. Eddie Lawson kwam na de eerste ronde
al met voorsprong door. In een bijzonder vloeiende stijl bouwde Lawson
een voorsprong op van dertien seconden. "Alles liep
opnieuw perfect. De start, de motor en de banden waren optimaal. Ik
heb geen enkel probleem gekend. Gelukkig had ik weinig last van een
verrekte spier in mijn bovenarm."De achtervolgende groep bestond uit
Gardner, Sarron, McElnea, De Radiguès en Baldwin. Wayne Gardner en Christian
Sarron schroefden het tempo dermate hoog op, dat McElnea en De Radiguès
moesten lossen. Halverwege de race had Gardner alle moeite om zich
tussen de Yamaha coureurs Baldwin en Sarron staande te houden.
Drie ronden voor de finish leek Sarron de definitieve aanval op de
tweede plaats te hebben ingezet. Hij sloeg een gat van enkele
tientallen
meters. Een ronde later kwam hij echter onnodig ten val, doordat hij
iets te abrupt de gaskraan open draaide. Met een enorme smak werd
hij van zijn machine geslingerd. Later bleek Sarron zijn middenvoet te
hebben gebroken. Wayne Gardner wist toch enigszins verrassend Baldwin
achter zich te houden. McElnea finishte op afstand als vierde,
gevolgd door een sterk rijdende Didier De Radiguès. Randy Mamola
werd als zesde afgevlagd. Een teleurstellende uitslag? "Misschien
wel, maar ik vind dit een rot circuit. Bovendien had ik een slechte
start. De volgende drie, vier GP's mag je veel meer van mij
verwachten, al zal het moeilijk worden om Eddie te kloppen. Hij is
erg goed in vorm en zijn team werkt natuurlijk al drie jaar samen met
Yamaha. Je kunt niet verwachten dat wij na drie GP's alle
mogelijkheden van deze machine al kennen." Achter Raymond Roche
werd van meet af aan een schitterend gevecht geleverd om de laatste
WK-punten, tussen Ron Haslam, Gustav Reiner en Dave Petersen. Zij
kwamen ook in deze volgorde over de streep. Boet van Dulmen en Henk van der Mark zaten aan het
achterwiel van de fel
vechtende Paul Lewis, Fabio Biliotti en Pierfrancesco Chili. "WK-punten
zaten er niet meer in, anders had ik het nog wel geprobeerd. Bovendien
is het echt oppassen geblazen met Lewis in je buurt. Als je hem
uitremt, laat hij gewoon zijn rem los, of dat nu wel of niet
kan," vertelde Boet van Dulmen, nadat hij als dertiende was
afgevlagd. Henk van der Mark finishte als vijftiende. Rob Punt
stuurde zijn slecht lopende Honda naar een twintigste plaats en Maarten
Duyzers werd als tweeëntwintigste genoteerd. Mile Pajic moest met nog
zes ronden te gaan de strijd staken.
250cc
Viva Lavado
,,Je ziet het, ook als je dertig bent kun je nog
een Grand Prix winnen," was de eerste reactie van Carlos Lavado.
In de tweede ronde had hij de leiding genomen in de 250 cc race. Op
magnifieke wijze bouwde hij een voorsprong op van maximaal dertien
seconden.
"Dit is de mooiste dag van mijn leven. Deze overwinning en de leiding in de WK-tussenstand
op
mijn verjaardag....
Het is niet
te geloven,"sprak Carlos Lavado met tranen in
zijn ogen.
Achter Lavado vormde zich in de beginfase van de
race een groep van zes rijders, bestaande uit Ricci, Bolle, Cornu, Cardus,
MacLeod en Wimmer. Anton Mang had een slechte start. "Ik had deze keer net zo'n slechte start als Martin Wimmer
in de voorgaande GP's heeft gehad. Pas in de negende ronde kon ik
bij Martin aansluiten, maar toen was Lavado voor ons al onbereikbaar
geworden." Zestien ronden lang was het stuivertje wisselen tussen
de beide favorieten. "Ik heb genoten van deze race. Voor mijn
doen was ik goed weg. Het was een hard maar eerlijk gevecht tussen
Toni en mij om de tweede plaats," aldus Martin Wimmer nadat hij
als derde was gehuldigd.
Het gevecht om de resterende WK-punten werd
naarmate de race vorderde steeds boeiender. In eerste instantie leken
Fausto Ricci en Pierre Bolle met z'n tweeën op weg te zijn naar de
vierde plaats. Zij kregen in een later stadium gezelschap van de
alweer sterk rijdende Jean Francois Baldé en ook Jacques Cornu,
Donnie McLeod en Carlos Cardus konden weer aansluiten. Baldé finishte
op een Honda uiteindelijk als vierde, gevolgd door Ricci, ook op een
Honda NSR 250 en Bolle op de Parisienne. Vijf seconden later werden
Cornu (Honda RS 250) en McLeod (Armstrong Rotax) afgevlagd. Carlos
Cardus had hen eigenlijk voor moeten gaan, maar in de laatste bocht
voor start en finish ging hij onderuit. Hij haalde de eindstreep nog
wel, maar zag ook Taira, Carter, Sarron en Foray nog voorbij komen.
Cees Doorakkers kwam een seconde tekort om zich te kunnen
kwalificeren.
 |
|
Anton
Mang voor Donnie McLeod
|
80cc
Ian McConnachie bijzonder snel
 |
|
80cc
Stefan Dörflinger achtervolgd winnaar Manuel Herreros
|
 |
|
80cc
Hans Spaan op weg naar een mooie 6e plaats.
|
Het kan niet lang meer duren of Ian McConnachie
zal zijn eerste Grand Prix overwinning gaan behalen. De sympathieke
Engelsman heeft niet alleen een schitterende stijl, maar is
bovendien een enorme vechtjas, die helaas nog door pech wordt
achtervolgd.
Ook op de Nürburgring werd hij gedwongen een ongelooflijk knappe
inhaalrace te rijden. In de eerste bocht na start en finish gingen een
aantal rijders onderuit, waardoor McConnachie werd opgehouden en als
laatste coureur de eerste ronde verder af moest leggen. Ook Bert
Smit was bij deze valpartij betrokken, maar kon de race ook vervolgen.
McConnachie vloog weer door het deelnemersveld, realiseerde daarbij de
snelste ronde en finishte slechts zestiende seconde achter Stefan
Dörflinger als derde. Nadat Jorge Martinez in de zevende ronde de
eerste plaats met een defecte ontsteking af moest geven, kreeg
Stefan Dörflinger het met de tweede Derbi coureur Manuel Herreros
aan de stok. De bepaald niet bang uitgevallen Herreros maakte
Dörflinger het leven behoorlijk zuur. "Deze man rijdt als een
wilde," klaagde de Zwitser na afloop. Herreros had bij het
passeren van achterblijvers in de laatste fase van de strijd de
regerend wereldkampioen van zich af weten te schudden. Dörflinger klaagde na afloop ook nog over een slecht verende machine.
Met de overwinning van Herreros wordt het voor
de teamleiding van Derbi een moeilijke zaak om een kopman aan te
wijzen. De voorkeur gaat uit naar Martinez, maar die staat met
zevenentwintig punten op een derde plaats, terwijl Herreros de
leiding heeft in de WK-tussenstand. Angel Nieto kwam niet verder dan een vierde
plaats. Hans Spaan lag in de beginfase in derde positie, zakte
vervolgens terug naar de vijfde plaats. In de laatste ronde werd Hans
nog door Gerhard Waibel voorbij gestoken. Henk van Kessel reed een
eenzame race op een achtste plaats. Theo Timmer was na de race nog
woedend op Rainer Kunz, die hem in de achtste ronde onderuit had
gereden. Hans Koopman werd als negentiende geklasseerd, Jos
van Dongen als tweeëntwintigste en Aad Wijsman als zesentwintigste.
Bert Smit leek zich na zijn valpartij uitstekend op te werken naar
een plaats in de middenmoot, maar zijn BZ Minarelli begon steeds
slechter te lopen. Als voorlaatste werd Smit afgevlagd. Opvallend was
het relaas van zowel Bert Smit als Jos van Dongen. "Wat opvalt is
dat de middenmoot in de 80 cc klasse veel sterker is geworden. Als je
vorig jaar zeven seconden achter de snelste man stond, was je zeker
van een drie-vierentwintigste startplaats. Je mag nu al blij zijn dat
je met zo'n achterstand nog mag starten."
125cc
Geen stalorders in team-Italia
In de stijl van Angel Nieto speelde Luca
Cadalora het spel in de 125 cc klasse. Gebarend en wijzend naar zijn
teamgenoot Fausto Gresini dirigeerde hij tot halverwege de
wedstrijd het verloop aan de kop. De afstand tot de achtervolgers was
inmiddels zo groot, dat Gresini het verder maar alleen moest klaren.
Met dertien seconden voorsprong behaalde Cadalora een schitterende
Grand Prix overwinning.
August Auinger lag de eerste zes ronden riant op de
derde plaats. Moest vervolgens een pitstop maken en raakte daardoor op
een ronde achterstand. Bruno Kneubühler en Ezio Gianola duelleerden de gehele
race om de derde plaats. De laatste honderd meter moest Kneubühler met
een
muisstille machine afleggen. Hij had in het
heetst van de strijd teveel benzine verbruikt. Gianola greep de tien
WK-punten. Angel Nieto kwam in het stuk niet voor. Een slecht lopende
machine deed hem in de tiende ronde besluiten de race als toeschouwer
verder te volgen. Achter Thierry
Feuz en Willy Perez finishte Olivier Liegeois
als zevende, na een fel gevecht met Paolo Casoli, Johnny Wickström en
Alfred Waibel.
Van de Nederlanders wist alleen Jan Eggens zich
te kwalificeren. Hij finishte als vierentwintigste. Ton Spek werd in de
trainingen twee maal geconfronteerd met een kapotte krukas. "Ik heb
er niet meer bij me."
|