|
Een recordaantal van niet minder dan 135.000
toeschouwers was afgelopen zaterdag getuige van de 49e Dutch
TT, waarin de 500 cc klasse het absolute hoogtepunt vormde met
de Italiaan Virginio Ferrari in een heldenrol. Op miraculeuze
wijze kon hij in de laatste ronde van de 500 cc race Barry
Sheene naar het tweede plan verwijzen om zijn eerste Grand Prix
van dit jaar voor Suzuki te winnen en aangezien Kenny Roberts
niet verder zou komen dan een achtste plek moest de
wereldkampioen zijn eerste positie in het klassement prijsgeven
aan Virginio, die nu een voorsprong van zes punten heeft
opgebouwd. Misschien had het merendeel der aanwezigen wel op een
Nederlandse zege (lees: Wil Hartog) gerekend en was de
teleurstelling op de tribunes duidelijk merkbaar toen onze nationale troef zijn eerste
positie uit handen moest geven om ten slotte als derde te
eindigen, doch de wijze waarop hij tien punten wist binnen te
slepen, was bewonderenswaardig. De prestaties van Den Boet en
Jack Middelburg deden echter niets onder voor die van hun
landgenootfabrieksrijder, want Van Dulmen (4e) vlamde op een
manier, waarbij ieder zinnig mens zich steeds meer gaat
afvragen waarom hij nog geen fabrieksfiets tot zijn beschikking
heeft, terwijl Jack (7e) zijn briljante vijfde plaats
door een afgebroken schakelas moest prijsgeven. Zoals zo vaak in
Assen kenden de meeste categorieën duidelijk afgetekende
winnaars en moest de spanning in de regionen vlak achter de top
worden gezocht. In maar liefst drie klassen moesten de koplopers
hun posities inleveren, hetgeen het trieste lot was van
Ballington (350 cc), Tormo (50 cc) en Schwärzel/Huber (zijspanklasse).
Gregg Hansford was de onbetwiste winnaar van de 350 cc klasse,
waarmee de Australiër de spanning om de wereldtitel deed
toenemen. De kwartliterklasse viel ten prooi aan Morbidelli
fabriekscoureur Graziano Rossi, die van start tot finish de
lange meute aanvoerde en niet alleen de zee van toeschouwers van
zijn kunnen deed genieten, maar de concurrentie goed duidelijk
maakte, dat zijn overwinning, een week eerder in Joegoslavië,
niet op een vergissing berustte. Angel Nieto maakte er helaas in
Assen een monotone 125 cc wedstrijd van door risicoloos met zijn
Minarelli naar de zege te snellen, voor Ricardo Tormo, die de
nieuwe Bultaco de eerste punten schonk. Domme pech was het lot
van Henk van Kessel, die zich in de 50 cc klasse tot de sterkste
Nederlander ontpopte, maar achter de rug van Eugenio Lazzarini
zijn duel om de tweede plaats door een defecte accu moest
stopzetten, waardoor Peter Looijesteijn onze beste landsman
werd met een vierde plek. De zijspanklasse ten
slotte, gaf weer het vertrouwde beeld van een optocht te zien,
waarin Rolf Biland en Kurt Waltisperg van de pech van Schwärzel
profiteerden, maar Steinhausen/ Arthur door hun tweede plaats
hun positie in klassement aanzienlijk verstevigden. Egbert
Streuer en Johan v.d. Kaap vergaarden een welverdiende kostbare
zesde plaats.
De training: arme Estrosi
Het leek wel een wedstrijddag met zoveel
toeschouwers reeds op woensdagmiddag op de tribunes! Menig
organisator zou zijn handjes dichtknijpen als zijn evenement op
zondag zoveel toeschouwers langs zijn kassa zou zien trekken.
Het bleek nog maar een voorproefje te zijn, want tienduizenden
mensen volgden degenen van het eerste uur, waarmee maar
weer eens ondubbelzinnig wordt aangetoond dat de belangstelling
voor het ,,sportevenement no. 1 in Nederland" alleen maar
stijgende is, hetgeen uiteraard gedeeltelijk op rekening
geschreven mag worden door de rol die de vaderlandse coureurs,
met name in de 500 cc klasse, dit seizoen vertolken.
Eén deelnemer was reeds voor zijn komst naar
Assen uitgeschakeld en dat was Jon Ekerold, een van de grootste
kanshebbers in de 350 cc categorie. De Zuid-Afrikaan
was in Joegoslavië hard
ten val gekomen en pas na terugkomst in Nederland werd een
bovenbeenbreuk (vlak boven de knie)
geconstateerd,
waardoor Jon noodgedwongen een pauze moest in lassen, nadat
hij in het ziekenhuis van Almelo was geopereerd. De pechvogel
hoopt in Zweden weer van start te gaan.
Christian Estrosi maakte al op woensdagmiddag
een harde klap toen zijn Kawasaki te stevig vastliep en de
Fransman bij het uitkomen van de Ramshoek bleef liggen. Hopelijk
is hij reeds op dit moment naar zijn woonplaats Nice vervoerd om
aldaar te kunnen genezen van een breuk van een borstwervel.
Zijspanrijder Fred Draaisma moest de eerste trainingsdag missen,
doordat hij thuis door zijn bouvier was gebeten en helaas kon
hij zich in een later stadium met zijn gezwollen hand niet
kwalificeren. In de 50 cc klasse bleken Tormo en Lazzarini veel
sneller dan de overige concurrenten, waarvan Looijesteijn wel met
de Ufo trainde, doch in de race met zijn Kreidler zou starten,
omdat het vermogen van de Ufo wel op de proefbank maar niet op
de weg aanwezig was. Kneubühler zette de rapste tijd in de 125
cc klasse, maar aangezien hij daarvoor drie seconden meer nodig
had dan het bestaande wedstrijdrecord, stond er nog wat te
gebeuren. Maar liefst drie Kawasaki's vulden, met onderling
gering verschil, de eerste startrij in de kwartliterklasse,
terwijl Villa met de Venemotos-Yamaha de overgebleven plaats
in bezit nam. Klaas Hernamdt kende grote problemen in de
training en moest op een natte baan zijn tijd zetten, waardoor
hij als reserve stond genoteerd. Gregg Hansford dook in de 350
cc klasse onder het ronderecord (als trainingsronde uiteraard
niet tellend), maar opvallend was de dertiende tijd van Willem Zoet, terwijl Jack
Middelburg zijn start had overgedragen aan Mar Schouten om
zich beter op de 500 cc te kunnen concentreren. Carlos Lavado,
die zich nog als een manke voortbeweegt, kwam niet aan zijn
tijd en dat gold ook voor Paolo Pileri, die met een vreselijk
slingerende RTM buiten de prijzen viel.
Met een tijd van 2.55.9 zette de als een
scheermes sturende Kenny Roberts (die het gas er bij de
Veenslang
akelig lang op hield) de concurrentie aan het denken, maar Cecotto, Coulon (dit jaar weer helemaal in zijn oude doen) en Sheene doken
onder het bestaande record van 2.57.4, terwijl Hartog eindelijk
met tevredenheid de wijzigingen aan het '79-frame mocht
constateren en op de tweede startrij naast de verrassende Jack
Middelburg (zelfde tijd) mocht plaatsnemen. Den Boet kende
grote problemen en moest met behulp van geleende zuigers van
Philippe Coulon en Max Wiener zijn reservemotor laten opbouwen, waarmee hij
eerst een vastloper moest overleven om pas later de tiende
tijd te zetten. De teruggebouwde OW 31 Yamaha van Dave Potter kreeg een gebroken
krukas, waardoor de Brit zich niet kon kwalificeren. Bij de
zijspannen (groep B2-a) waren alle bekende heren voorin te
vinden met Schwärzel als favoriet. Biland reed met zijn
Schmid-TIM, Michel met een Windle, en Smit met een
eigenbouw-span.
50cc: Vuurwerk om 2e plaats
Eugenio Lazzarini
winnaar 50cc, Peter Looijesteijn beste Nederlander (4e)
Een lange rij bumper aan bumper schuivende
auto’s was nog in de verte zichtbaar terwijl het snerpende
geluid van dertig 50cc machientjes, om even over tienen, aan hun
opwarmronde begonnen van de eerste wedstrijd. Na 2 bloedhete en
een natte trainingsdag ,
hadden de weergoden een compromis gevonden en onder een
halfbewolkte hemel sprong om 1 0.15 uur
het licht op groen. Al na één ronde
waren de favorieten Ricardo Tormo en Eugenio Lazzarini, resp.
op de Bultaco en de Van Veen Kreidler met een behoorlijke
voorsprong doorgekomen op Waibel, Blatter, Looijensteijn,
Plisson
en Van Kessel, terwijl Stefan Dörflinger maar matig was gestart.
Tormo liet er geen gras over groeien dat hij veruit de snelste
was en ach, Lazzarini kon best een verdedigende houding
aannemen, omdat Ricardo eigenlijk voor de wereldtitel geen bedreiging meer is. Na drie ronden had de Spanjaard een voorsprong van 12,3 seconden op zijn
rivaal, doch Tormo legde zijn fietsje in de vierde ronde neer en
Lazzarini had zodoende alle ruimte om op z'n dooie akkertje
de in totaal negen ronden tot een puntrijk einde te brengen. De
spanning kwam echter uit de tweede lijn, waarin Blatter, Plisson,
Van Kessel en Looijesteijn wiel aan wiel over de
piste gleden, waarbij laatstgenoemde moest afhaken. Dörflinger
en Waibel waren al door pech uit de strijd verdwenen. Henk van
Kessel had zijn zinnen gezet op die tweede plaats en met zijn
berekenende instelling kon hij tot de laatste ronde wachten,
ware het niet, dat voor de ogen van alle toeschouwers op de
hoofdtribune de NGKX-16 de laatste klap gaf (oorzaak: een
onwillige accu) en Henk volkomen gedesillusioneerd de pits in
moest. Had hij zijn reputatie als ex-wereldkampioen niet voor
honderd procent waar gemaakt? Wij vonden van wel, maar Plisson
en Blatter drukten onze ogen op de realiteit, toen zij de
kostbare punten, met de ABF-rijder als eerste (nog altijd
dertien seconden achter Lazzarini) opsnoepten. Gelukkig nam
Looijesteijn nu genoegen met zijn vierde plaats. Hij werd gevolgd
door Müller, Klein, Hutteau en een drietal Nederlanders te
weten
Theo van Geffen, Theo Timmer en Gerrit Strikker, die zich keurig
in de punten hadden gereden. Jammer dat Floor Maasland dit
niet mocht beleven, want de kleine doch stevige piloot verspeelde door een val een prachtige negende plaats in de
laatste ronde.
350cc: Greg Hansford leidt in afvalrace

De
350cc klasse, vaak een spektakel op de Drentse heide, werd dit
jaar gekenmerkt door een groot aantal uitvallers. Waren er bij de
Grote Prijs van Italië slechts 9 deelnemers die tot de finish
konden reiken, in Assen brachten ook slechts 13 van de in totaal
30 coureurs, de wedstrijd ten einde. Gregg Hansford had als snelste
trainer ook een goeie start, maar het was zijn grote rivaal Kork
Ballington die als eerste vanuit de Strubben de Veenslang te lijf
ging. Veel verder zou de Zuid-Afrikaan niet komen, want een
vastloper veruïneerde al in de eerste ronde zijn kansen op een
zege. Kawa-collega Hansford kwam nu als eerste uit de Geert Timmer
bocht, op korte afstand gevolgd door Mang, Korhonen, Chevallier,
Villa, Frutschi, Fernandez en Struijk, een geweldige kluit dicht op
elkaar en naast elkaar sturende privé-mannen, die voor een machtig
spektakel gingen zorgen, want het rommelde behoorlijk! Jammer
genoeg
bleek niemand partij te wezen voor Gregg Hansford, want die bouwde
in alle rust (in hoeverre je daar met die snelheden nog van kunt
spreken, want de drieminutengrens werd maar net niet
doorbroken!) een grote voorsprong op. Toni Mang hield, na een voor
zijn doen uitstekende start, de tweede plaats in handen, terwijl
Korhonen en Frutschi
gezelschap gekregen van de oprukkende Patrick Fernandez. Willem
Zoet reed op dat moment al op een veertiende plek, terwijl Freymond al in de eerste
ronde door machinepech moest opgeven, later gevolgd door Hubin,
Saul, Nurmi, Pons, North en Soussan, waardoor het regiment al
tot een bataljon werd teruggebracht. Hansford cirkelde aan de
leiding en nam voor de pits rustig de tijd om op het door Neville Doyle uitgestoken bord te lezen, dat zijn voorsprong
groeiende was. Mang kreeg het terecht benauwd, want Fernandez was
met zijn prachtige stijl bezig het gat te dichten en in de achtste
ronde zat hij aan het wiel van de Duitser, terwijl Villa en
Frutschi omkeken naar Sadao Asami, die snode plannen had.
Plotseling kwam het trieste bericht dat Zoet (11e) ten val was
gekomen en de man uit Ophemert bleek naast de nodige
schaafwonden een handblessure te hebben opgelopen, waardoor
tevens zijn start in de 500 cc klasse op spijtige wijze voorbij
was. Ook Mar Schouten stopte (aan de pits) en zowel Victor Palomo en
Barry Ditchburn gingen, zonder ernstige gevolgen, onderuit.
Fernandez had Mang te grazen genomen, maar zijn achterstand op
Hansford bedroeg meer dan twintig seconden, zodat er beslist niet meer in zat.
Walter Villa, de oude rot die dit jaar mits zijn fiets in goede
doen verkeert zo razendsnel van zich af kan bijten, besloot om een
eindsprint in te zetten en verdrong Mang van de derde plaats. Met
nog drie ronden
te gaan kwam Sadao Asami de pits binnen rollen om met een
geweldig nijdige trap tegen zijn tweewielige vijand uiting te
geven aan zijn ongenoegen over een lekke band die hem van een
zesde plaats (minimaal) beroofde. Graham McGregor, de opkomende
man uit Australië die in Assen voor de eerste keer een GP mocht
rijden, maakte zijn belofte helemaal waar door na een schuiver in
de training (gladde band) vanaf de
één na
laatste startrij door te
stoten naar een zesde plek, na een racelang duel met landgenoot
Jeff Sayle. Pennti Korhonen zag door een onwillige machine zijn
aanvankelijk zo goede klassering teloor gaan en finishte als
achtste. Klaas Hernamdt werd tenslotte de enige en tevens snelste
Nederlander met zijn twaalfde plaats.
125cc:
Te weinig tijd voor show
Misschien
wilde Angel Nieto in de 125cc klasse alle risico's vermijden of
was hij bevreesd voor zijn oude stalgenoot en rivaal Ricardo Tormo?
De toekomst zal het moeten uitwijzen. Jean-Louis Guignabodet
maakte in ieder geval een wereldstart en kwam ook als 1e door de
Veenslang met op zijn hielen de belangrijkste kanshebbers voor
de bloemen. In de eerste ronden ging er duidelijk iets mis en
later kreeg een ieder te horen dat zowel Theo van Geffen als Per
Carlsson en Juup Bosman bij het uitkomen van de Ruskenhoek van de
baan waren geraakt. Terwijl een ongevalswagen de plek des onheils
opzocht, was het angstaanjagend om te zien hoe snel de 125cc
coureurs het kritieke punt voorbij
stoven, terwijl de bochtencommissarissen de strobalen weer
groepeerden. Van Geffen bleek met een gebroken been en sleutelbeen
het zwaarst getroffen slachtoffer. Bosman kon later in de kwartliterrace
weer starten en "Bam" Carlsson had een
lichte hersenschudding. Guignabodet moest al snel zijn
koppositie aan Ricaro Tormo uit handen geven, maar de
Bultaco-coureur kon slechts vijf ronden in de slipstream van Nieto
blijven, die hem in de derde ronde was gepasseerd. De
Minarelli-coureur
was blijkbaar voornemens om zijn zevende overwinning in successie
te gaan vieren, want volkomen oppermachtig kon hij zijn superieure
rijstijl botvieren op de bijkans oerbetrouwbare Minarelli en de
voltallige concurrentie zag hem pas bij de finishvlag weer. Tormo bleef tweede, terwijl Massimiani,
Espié, Bender en Kneubühler
om de derde plaats knokten. In de één
na laatste ronde was het
pleit voor Thierry beslecht en voor de tweede achtereenvolgende
keer kwam hij in Assen ten val, waarbij zowel zijn heup als een
enkel op pijnlijke wijze uit de kom schoten. Massimiani schudde
Bender van zich af, die op zijn beurt Kneubühler en Dörflinger
naar een vijfde resp. zesde plaats verwees. Henk van Kessel kon
zijn pech in de 50 cc klasse compenseren door met een
fraaie negende plaats niet alleen beste Nederlander te worden,
maar daarnaast met de Condor twee WK-punten te incasseren. Peter
Looijesteijn verloor in de
laatste ronde door een schuiver een tiende plaats. Opvallend was
het rijden van Martin van Soest. De Hagenaar vierde zijn
eerste optreden met een elfde plaats, hetgeen rustig als een prachtige klassering in dit selecte
gezelschap bestempeld mag worden. Auinger, Plisson, Lazzarini en
Müller behoorden allen tot de uitvallers en ook de
andere Nederlanders, met uitzondering van Peter van Niel, kwamen
niet aan de finish.
250cc: En dat is twee voor Rossi

Winnaar
250cc Graziano Rossi (boven) en de nrs. 2 en 3 Greg Hansford en
Kork Ballingon (beneden)

Het
kwartlitergebeuren heeft met de komst van Graziano Rossi een
andere dimensie gekregen. De Italiaan schitterde vorige week al in
Joegoslavië en wat voor de baas geldt, is in dit geval ook van
toepassing op de machine, want de Morbidelli kon aan alle
kwellingen het hoofd bieden. De witte machine, met de uitlaten
netjes in het witte kontje verpakt, stond pas op de 2e startrij,
doch dat vormde voor Rossi geen beletsel om al in de 1e ronde
bij de Veenslang op spectaculaire wijze, onder het "oei-geroep"
van alle liefhebbers van het betere stuurwerk die vaak bij die
slinger van bochten zijn te vinden, zijn motor langs de Kawasaki
van wereldkampioen Kork Ballington te sturen. Een witte rug en
een lange paardestaart onder uit de helm, was alles wat de
concurrentie nog van Rossi terug zag. Zij konden zich schikken
met een tweede plaats, waarvoor zich twee liefhebbers hadden
aangediend: Ballington en Hansford. Het duo trok stevig van leer
en bouwde een aanzienlijke voorsprong op t.a.v. de rest van het
veld. Mang volgde op een respectabele afstand en had daarbij
alle moeite om enkele vervaarlijke speedwobbles in bedwang te
houden. Ook om de vijfde plaats bestond een duchtige onenigheid
en wel tussen beide landslieden Jean-Francois Baldé op de
Sidemn-Kawasaki en Patrick Fernandez met de Yamaha. Achter deze
Franse ruggen bleef het weer een tijdje stil en volgden Randy
Mamola, Vic Soussan, Roland Freymond Walter Villa en de
Oostenrijker (en ex-EK winnaar bergklimkampioenschap) Edid
Stollinger. Hoewel in deze kwartliterklasse veel meer coureurs
aan de finish zouden komen dan in de 350 cc race, waren er ook
afvallers. De letterlijke betekenis van het woord was van
toepassing op Alan North, toen hij buitenom een mannetje of drie
wilde pakken. Hij kwam zo ongelukkig ten val dat dit een
polsfractuur ten gevolge had en juist voor Alan, die langzaam
maar zeker op weg was zijn oude vorm te hervinden, moet de Asser
TT een erg grote teleurstelling hebben betekend. Ook Paolo
Pileri kwam met zijn MBA ten val, terwijl Korhonen en Willem-Jan
Nooteboom door machinepech moesten opgeven. Bert Struijk remde
zijn Yamaha gracieus onderuit voor de Geert Timmerbocht en op
zijn achterwerk beproefde Bert de glijvastheid van het asfalt.
Met de regelmaat van de klok draaide Rossi zijn rondjes en toen
hij onder zichtbare vreugde na vijftien ronden de zwart-wit
geblokte vlag had gepasseerd, was meteen het oude
wedstrijdrecord van Walter Villa (1976) met meer dan een minuut
scherper gesteld. De toeschouwers konden nog een paar
verrassende rempogingen aanschouwen, want eerst gingen Hansford
en Ballington in de slag, waarbij de wereldkampioen met 0,1
seconde zijn meerdere in de Australiër moest bekennen en na de
finish van Mang, zou Fernandez er een nog spectaculairder
vertoning van maken door veel te laat, naast zijn opponent Baldé
te remmen en daarna maar wijselijk rechtdoor het gras in te
sturen en genoegen te nemen met de zesde plaats. Mamola pakte
een zevende plek voor Freymond, Villa en Soussan, terwijl Klaas
Hernamdt (die de plaats van Ditchburn als reserverijder kon
overnemen) opnieuw beste Nederland werd (18e).
500cc: Stalorders of niet?

500cc
start o.a. : Barry Sheene (7), Steve Parrish (12), Virginio
Ferrari (11), Graziano Rossi (18), Philippe Coulon (14), Henk de
Vries (42), Bernard Fau (26), Jack Middelburg (30), Dick Alblas
(39), Johnny Cecotto (4), Christian Sarron (24), Wil Hartog (3),
Franco Uncini (23) en Kenny Roberts (1).

Nog
op Italiaanse wijze, alle huldigingen op vriendelijke wijze, tot
zich laten komend kon Graziano Rossi gelijk aan boord klimmen van
zijn 500cc Morbidelli, die het tegen wat zwaarder geschut moest
opnemen. Hoe zwaar? Erg zwaar, want naast de absolute wereldtop,
tot aan de tanden gewapend met het beste fabrieksmateriaal,
stonden daar naast de Witte Reus nog twee Nederlandse mannen met
erg snode plannen, Jack Middelburg en Boet van Dulmen! Deze
onderlinge sportieve rivaliteit heeft dit jaar al tot aardige
confrontaties geleid en dan spreken we nog niet over de spanning
aan de top van het wereldklassement met Ferrari en Roberts in de
hoogste regionen en slechts gescheiden door een zestal punten in
het voordeel van de titelverdediger. Niet alleen bij de rijders,
maar ook bij de toeschouwers, officials, persmensen etc. was de
spanning overal voelbaar toen het hele clubje van de opwarmronde
naar het startveld terugkeerde om in formatie op het bevrijdende
groene licht te wachten. Zou Hartog vanaf de tweede rij de kop
kunnen
pakken? In Joegoslavië lukte dat toch ook? Nee, ondanks een
bliksemstart van Wil, was het Jack Middelburg die als een witte
flits naar de S-bocht schoot, terwijl Sheene half naast zijn
machine hangend nog een wheelie produceerde en achter Jack de
Bedeldijk opstuurde. Hartog ademde dit tweetal reeds in de nek en
aan de wuivende programmaboekjes te oordelen was het ook de
Witte Reus, die niet alleen als kopman richting zuidelijke lus ging, maar eveneens deze positie bij het
tijdwaarnemershuis
bezette, gevolgd door Sheene, Ferrari, Den Boet, Roberts,
Middelburg, Lucchinelli, Coulon en Parrish. Angstaanjagend hard joeg het
eerste zestal drie ronden achteréén in dezelfde volgorde over de
piste en bij het ingaan van de vierde omloop kwam er wat
duidelijkheid in de strijd. Ferrari verdrong Hartog van de
koppositie, terwijl een ronde later ook Sheene de Nederlander
voorbij stak. Waar bleef Roberts? De wereldkampioen, na de
training duidelijk favoriet, kon het tempo helemaal niet volgen,
terwijl zijn machine toch een gezond geluid produceerde. Datzelfde
gold voor zijn merkgenoot Jonny Cecotto, die zijn fiets in de
zevende ronde bij de monteurs inleverde. Lucchinelli was al uit de
strijd verdwenen evenals Piet v.d. Wal, Max Wiener, Bernard Fau
en Henk de Vries, terwijl Jörgen Steiner onderuit was geschoven. Sheene verbeterde in de derde
ronde het record, gevolgd door een verscherping door Ferrari,
waarna de Brit in de zesde ronde weer terugsloeg. Ferrari liep
weg bij Barry met een rondje van 2.54.5 en, terwijl Hartog
(remproblemen) terugzakte en een platter-dan-plat met zijn
reservefiets sturende Van Dulmen de derde plaats overnam. Jack Middelburg en
Philippe Coulon (met evenveel WK-punten op hun naam, hetgeen de strijd
nog hoger deed oplaaien) waren Roberts gepasseerd, terwijl ook
Sarron op de Amerikaan inliep. Na drie ronden op een derde plek te
hebben gekoerst, achtte Boet het wijselijk zijn materiaal te
sparen en profiteerde Hartog direct door, net als een week eerder,
opnieuw van plaats te wisselen, juist op het moment, dat Ferrari
snel werd ingelopen door Sheene, die een ieder wel eens wilde
tonen, dat hij zeker nog niet is uitgeteld. Teammanager Roberto
Gallina liet van schrik het bord uit zijn handen vallen, toen zijn
pupil, met nog twee ronden te gaan bijna naast Sheene voor hem
langs schoot. Waren er teamorders in het spel of niet? Ferrari
had de beste papieren voor een wereldtitel, maar Sheene moest zijn
fans tonen, dat hij dit jaar Roberts wou onttronen! De laatste
ronde werd een thriller, die veel van het aanvankelijke gebrek
aan spanning om de kop zou goedmaken. Bij de Ossebroeken was
Sheene de kopman, maar in de Strubben ging Ferrari hem buitenom
voorbij om nog geen kilometer verder bij het wegaccelereren uit
de Stekkenwal door een wheelie die leidersplaats weer te
verliezen aan de rood-zwarte combinatie. In de snelle rechterknik
voorbij het Meeuwenmeer (een niet geheel van risico ontblote
inhaalgelegenheid) hield Virginio het gas er iets langer op dan
zijn rivaal, die even terug moest terwijl hij zijn machine wilde
omgooien (vele toeschouwers konden dit beslissende moment
tijdens een herhaling op zondagavond via uitstekende NOS-beelden
nog eens aanschouwen). Een halve minuut later werd Ferrari voor de
pits door zijn landgenoten in de lucht gejonast, want hij maakte
geen fout meer en mocht zich winnaar noemen, voor Sheene, Hartog,
Den Boet, Coulon en Uncini. Waar was Jumping Jack gebleven? In de
dertiende ronde brak bij de Suzuki van de Nederlandse surprise
op GP-formaat het schakelasje en werd zijn heldenrol in de slotfase
een hel. Jack schakelde met de hand! Tot bloedens toe haalde hij
zijn vingers aan het scherpe onderdeel open, terwijl de motor af
en toe tot 12.000 t/m bij het misschakelen opliep. Zijn
bewonderenswaardig optreden bracht de Naaldwijker een zevende
plaats (daar heeft hij een abonnement op lijkt het wel), nog voor
Roberts, die het aan Sarron (duidelijk wel stalorders) had te
danken, dat hij nog achtste werd. Parrish, die binnenkort op een
gewone RG 500 zal moeten starten, pakte het laatste punt, terwijl
Dick Alblas tot zijn tevredenheid nog zestiende werd. Ferrari
was overgelukkig, Hartog vond dat er meer had ingezeten ("de
reservefiets waarmee ik reed stuurde goed, maar heeft minder
acceleratie dan mijn GP-fiets"), Boet was met zijn "heelhouden
politiek" tevreden en Roberts zat zijn teleurstelling te
verbijten. "You loose some to win
some" was zijn commentaar. Hij wilde van geen excuses weten, maar andere bronnen wisten te melden,
dat er iets in de monoshock-demper was gebroken en dat men dat
tijdens de laatste "natte" training niet had ontdekt, De
strijd aan de kop is er alleen maar spannender om geworden.

Jack,
Rougerie, Hartog en Sarron
Hartog
voor Sheene


Wil
Hartog (3e) en Virginio Ferrari (1e)

Zijspannen: Dubbele anti-climax

Winnaars
zijspannen Rof Biland en Kurt Waltisperg voor Rolf
Steinhausen en Kenny Arthur
Iedereen was nog in de roes van de 500cc
klasse, toen de driewielers aan de start werden gerold voor de
afsluiter van het programma. Het zou een dikke anti-climax worden
en wel om verscheidene redenen. Trainingssnelsten Schwärzel en
Huber namen al in de 1e ronde een ruime voorsprong op de rest van
het veld met Steinhausen, Brodin, Venus, Taylor, Streuer, Zini en
Biland pas op een achtste plaats. Toen kwam de eerste
teleurstelling, want Michel/Collins kregen de zwarte vlag; Wat was
er gebeurd. Het duo was in de eerste ronde van de baan geraakt
en met hulp uit een greppel getild, waarna zij de reis hervatten,
zodat de kamprechter eerst wilde controleren of hun Windlespan
nog aan alle eisen voldeed. Grote teleurstelling en woede bij
beide manschappen, die na een rappe technische controle met een
grote achterstand hun race voort konden zetten. Nog groter was de tegenslag voor
Schwärzel,
die bij het ingaan van de vierde ronde zijn motor alle toeren zag
verliezen en zijn eerste plaats over deed aan Rolf Steinhausen,
die echter een ronde later Biland/Waltisperg met een bloedgang
voorbij zag stomen. De Zwitsers namen zo'n grote afstand van hun rivalen, dat de spanning
er meteen uit was, hoewel Jock Taylor en James Neil, Dick Greasly
en John Parkins nog passeerden, die op hun beurt de winnaar van de
Oostenrijkse GP Gate Brodin voorbij staken. Pech was er voor
Brouwer/Oostwouder die hun negende plaats door een crash
verspeelden, waarbij Boy een sleutelbeenfractuur en Jan een
polsbreuk opliep. Ook het duo Smit/Vroegop kreeg tegenslag in de
vorm van een defecte benzinepomp en hoewel de combinatie zeer
bewonderenswaardig na twee pitstops nog een poging waagde, moest
zij later definitief stoppen. De Assenaren Egbert Streuer/
Johan v.d. Kaap reden een keurige wedstrijd en mede door het
terugvallen van Venus/Bitterman in de laatste ronde konden zij een
fraaie zesde positie aan de finish in ontvangst nemen. Alain
Michel kreeg nog de voldoening van een tiende plek en een WK-punt,
maar de meeste toeschouwers waren toen reeds op weg naar een
lange file huiswaarts. Voor hen was de 49ste TT voorbij.
|