|
0ndanks
het feit dat Stefan Dörflinger op de eerste startrij werd omgeven door
drie fanatieke Derbi coureurs, wist hij al in Le Mans de 80 cc
wereldtitel binnen te halen. Freddie Spencer nadert, na weer een
dubbeloverwinning, met rasse schreden de titel in de 250 en 500 cc
klasse. In de 125 cc is, mede door een misrekening bij Garelli, de
strijd nog volledig open en Bernard Schnieders riep hetzelfde over de
zijspanklasse. Samen met Egbert Streuer domineerde hij op superieure
wijze de vijfde zijspan Grand Prix race.

In
het draaiboek van Egbert Streuer en Bernard Schnieders voor de Grote
Prijs van Frankrijk kwam alleen na de trainingen een fout aan het licht.
Een grote fout, want bij de traditionele motorinspectie ontdekte het
Barclay team dat er een gebroken veertje van een oliekeerring in een van
de cilinders terecht was gekomen. Zo moesten Streuer & Co. tot diep
in de nacht aan de slag om de aangerichte schade te herstellen. Ondanks
dit euvel realiseerden de Assenaren met 1.39.45 verreweg de snelste trainingstijd
en konden vol vertrouwen de race tegemoet zien. Normaal gesproken leek
niemand in staat om ook maar bij hen in de buurt te komen. Ook Rolf
Biland niet. Diens Krauser motor had duidelijk te weinig vermogen.
Bovendien kreeg ook de Zwitser in de laatste training een grote tegenslag
te verwerken. In de krachtbron ging een krukaslager aan diggelen. Na de
warming-up training kon Egbert Streuer reeds melden, dat de nachtelijke
operatie was geslaagd en de zaak optimaal liep. In het kamp van Biland
was men minder gerust. De bange vermoedens kwamen uit, want na dertien ronden
kwamen Rolf Biland en Kurt Waltisperg - op dat moment derde - niet meer
door. Een gebroken drijfstang bleek de oorzaak te zijn. Zo verspeelden
de Zwitsers niet alleen belangrijke punten, maar ook de leiding in de
strijd om de wereldtitel. Die kwam namelijk opnieuw in handen van Werner
Schwärzel en Fritz Buck. Deze "heelhouders bij uitstek" zagen
ook nu weer de finish en wel op de tweede plaats. Maar ook dit Duitse
duo had in Le Mans niets tegen Egbert Streuer en Bernard Schnieders in
te brengen. De Assenaren wonnen onbedreigd. In het wereldkampioenschap
klommen ze naar de tweede
plaats en naderden
Schwärzel/Buck
tot op drie punten (61-58).
"Geen enkel probleem gehad", meldde een gelukkige Egbert
Streuer nadat hij zijn tweede GPzege van dit jaar had behaald.
"In het begin heb ik de zaken even aangekeken. Nadat Biland twee
rondjes op kop had gereden ben ik hem gepasseerd en heb toen een ronde
goed gasgegeven. Toen ik hierna omkeek, bleek dat er al een heel gat was
geslagen". Rustig rijdend om de banden te sparen konden Egbert en
Bernard de voorsprong alleen maar vergroten. Met hun favoriete Grand
Prix voor de boeg, die van Engeland op het circuit van Silverstone,
hebben de titelhouders alle kansen weer volledig in eigen handen
gekregen. Toch houdt Bernard Schnieders een slag om de arm:
"Natuurlijk zijn wij favoriet voor Silverstone, maar Schwärzel
gaat daarentegen altijd goed in Zweden. Bovendien kan er altijd iets
kapot gaan en heeft Biland theoretisch ook nog kansen.'" Gezien de
wijze waarop de Assenaren de laatste twee GP's hebben weten te winnen,
lijkt alleen de pechduivel hen van een tweede wereldtitel af te kunnen
houden. De derde plaats in Le Mans ging naar het duo Masato Kumano/
Helmut Diehl, die daarmee voor het eerst sinds lange tijd weer eens op
het podium stonden. Grootste pechvogels waren (natuurlijk) Alain Michel
en JeanMarc Frese. De Fransen brachten voor eigen publiek de tweede
trainingstijd op de klokken, maar moesten in de race reeds na twee
ronden de pits opzoeken. Een gedesillusioneerde Michel: "Sta ik in
de nacht voor de wedstrijd nog krukassen voor Egbert en Rolf te persen,
zeg ik tegen m'n vrouw, let maar op morgen vliegt de onze ons om de
oren. Dat is het hele seizoen al zo. Nu, het was dan wel niet de krukas
maar de koppeling." Ook Theo van Kempen en Bally de Haas
kwamen niet uit de hoek waar de klappen vielen. Dit keer zorgden
versnellingsbakproblemen ervoor, dat ze op vijf ronden als laatsten
eindigden. Hein van Drie/lan Colquhoun werden geconfronteerd met een
kapitale vastloper terwijl de tweetallen Martin Kooy/Raimond van der
Groep en Jos Modder/Martin van 't Klooster met een elfde respectievelijk
twaalfde plaats net buiten de puntenrangen belandden.
 |
| zijspannen
winnaars Streuer-Schnieders voor Schwärzel-Buck en Kumano Diehl |
80cc
Eénling sterker dan trio
 |
 |
|
Jorge
Martinez
|
Hans
Keulemans met Stefan Dörflinger
|
Jorge
Martinez
Met
hand en tand verdedigde Derbi de laatste kansen van Jorge Martinez op de
wereldtitel in de kleinste klasse. Met drie rijders, vier machines en
een legertje monteurs benutten de Spanjaarden elke mogelijkheid om in Le
Mans te kunnen trainen. Uiteindelijk werd hun grote concurrent,
Krausercoureur Stefan Dörflinger,
op de tweede startplaats omringd door drie vuurrode Derbi's: Jorge
Martinez, die op poleposition stond, Manuel Herreros en Angel Nieto.
Het Spaanse trio reed niet alleen hard, maar deed er ook van alles aan om
Dörflinger
zoveel mogelijk te intimideren. De Zwitser nam de aanvalsactie hoog op
en verklaarde daarom reeds voor de race: "Als ze zich niet sportief
gedragen, dien ik na afloop een protest tegen de Derbi zitjes in. Die
zijn volgens het reglement namelijk te hoog." Zo ver kwam het
echter niet. Nadat het licht op groen gesprongen was, nam Herreros,
tegen zijn gewoonte in, al snel de leiding. Tot grote schrik van alles
wat bij Derbi hoorde, vertrokken Nieto en Martinez als laatsten.
WK-kandidaat
Martinez hield zijn zenuwen niet in bedwang en stortte tijdens zijn
inhaalrace al in de derde ronde ter aarde. Zo hoefde Dörflinger
slechts als zevende te eindigen om verzekerd te zijn van de wereldtitel.
Het werd de Zwitser, op dat moment in tweede positie liggend, in de
vierde ronde nog gemakkelijker gemaakt, toen ook kopman Herreros
onderuit ging. De felle Spanjaarden hadden niet Dörflinger
maar zichzelf blijkbaar zenuwachtig gemaakt. Alleen oude rot Nieto bleef
overeind. En hoe. Zes ronden voor het einde nam hij de leiding over en
won zo zijn negentigste GP! De eerste in de 80 cc klasse. Of de oude
heer op een lichte fiets nog rijden kan. Stefan Dörflinger
vond het allemaal prima. Hij had aan de tweede plaats genoeg om zijn
vierde wereldtitel veilig te stellen. Dat de Krausercoureur aan het
einde van zijn (zenuwen) Latijn was, bleek direct na afloop. Met de helm
nog op het hoofd liet Stefan zijn tranen de vrije loop en kon tussen de
vele snikken door alleen maar zeggen: "Ik had nooit verwacht hier
al kampioen te worden." Niet alleen vanwege de leeftijden, Nieto
(38), Dörflinger (36),
leverde Henk van Kessel (39) keurig werk door als nummer drie het podium
te mogen bestijgen. De 50 cc wereldkampioen uit 1974 troefde daarvoor
Jean-Marc Velay en Gerhard Waibel geraffineerd af. "Nee, ik had
nooit meer verwacht om nog eens met Nieto op het podium te staan",
aldus een stralende Henk. Na de nodige schermutselingen gepleegd te
hebben zat Paul Rimmelzwaan met een zevende plaats opnieuw keurig in de
punten. Theo Timmer was met zijn tiende plaats niet erg tevreden. Dat
viel te begrijpen, want ondanks heel veel sleutelwerk, bleef het
vermogen van zijn Huvo-Casal beneden peil. Van de overige Nederlanders
behaalde Jos van Dongen een verdienstelijke
twaalfde plaats, terwijl Kees Besseling zijn eerste buitenlandse GP
afsloot als zestiende. Aad Wijsman (gebroken zuigerveer) en
Hans Koopman (defecte koppeling) haalden de finish niet. Opvallend was
wederom het optreden van Ian McConnachie. De jonge Engelsman raakte in
het begin van de race door een vastloper naast de baan, maar kreeg zijn
Krauser toch weer aan de praat. Hij wist zelfs op te klimmen tot de
derde plaats, totdat vlak voor het einde de motor opnieuw vast liep en
hij zo slechts negende werd. Omdat het merkenkampioenschap in de 80 cc
tijdens de laatste GP van dit seizoen beslist gaat worden, krijgt
McConnachie in Misano waarschijnlijk de beschikking over een fabrieks
Krauser. Asser TT winnaar Gerd Kafka moest zich in Le Mans tevreden
stellen met de achtste plaats, maar klom wel naar de derde positie in
het wereldkampioenschap.

80cc
Hans Koopman in de pits (no5: Gerhard Waibel).
125cc
Foutieve Garelli dubbelzege
Lange
tijd werd in de 125 cc race weer eens het bekende Nieto/Lazzarini
spelletje gespeeld. Alleen werd het toneelstuk nu opgevoerd door het duo
Gresini/Gianola. De Garelli tandem was oppermachtig en reed als aan een
touwtje over het Bugatti circuit. Gezien de WK-stand lag het in de
bedoeling dat Fausto Gresini als eerste de finish zou passeren. Dat was
volgens teammanager Eugenio Lazzarini tenminste de afspraak. Maar wat
gebeurde er? In tegenstelling tot vele andere circuits liggen in Le Mans
start en finish niet op dezelfde lijn. Op deze roemruchte baan valt de
beslissing direct na de laatste bocht en hier gebaarde de in de laatste
ronde op kop liggende Ezio Gianola aan Fausto Gresini "Ga jij maar
voor", denkende dat de eindstreep honderd meter verder lag. Maar in
werkelijkheid was de tweede Garelli coureur de echte finish reeds
gepasseerd met 0,22 seconden voorsprong op Gresini! Na de uitloopronde
werden de totaal overblufte Italiaantjes op hun fout gewezen en werd de
feeststemming even gedempt. Niet-winnaar Gresini haalde z'n schouders op
en was allang blij, dat hij de leiding in het wereldkampioenschap van
Bianchi had overgenomen. Daarentegen was Lazzarini niet echt gelukkig.
Volgens zijn zeggen had hij zijn pupillen voor de race op de
finishsituatie gewezen. Maar daar leek het, gezien hun reactie toen ze
het nieuws vernamen, totaal niet op. Derhalve een unieke dubbelzege.
Bruno Kneubühler reed de gehele race op een eenzame derde plaats,
terwijl Dominico Brigaglia en Pier Paolo Bianchi na matige starts sterk
naar voren kwamen en respectievelijk vierde en vijfde werden. Bianchi
verloor door dit resultaat zijn eerste plaats in de titelstrijd. De MBA
rijder ziet de toekomst met zijn eigen machine blijkbaar donker in. Direct
na afloop vroeg hij namelijk aan Kneubühler of die z'n snelle MBA blok
niet wilde verkopen. Voor de als een raket gestarte Anton Straver was de
race al in de eerste ronde afgelopen toen hij inreed op een
misschakelende Alex Bedford. Een afgebroken benzinekraan zorgde ervoor,
dat de snelste Nederlander in deze klasse tot toekijken werd gedwongen.
Zo zag hij ook onder andere, dat Boy van Erp tweeëntwintigste werd.

Boy
van Erp
500cc
Sarron valt aan en d'r af
De trainingen verliepen bepaald niet vlekkeloos
voor Freddie Spencer. Nadat hij in de tweede training maar liefst acht
verschillende type banden had getest verklaarde Freddie: "Op dit
hobbelige circuit krijg ik het vermogen niet op het asfalt. Het
achterwiel spint voortdurend." Zaterdagochtend trainde Spencer dan
ook met de driecilinder. Nadat de stuurhelften op de juiste plaats waren
gezet, realiseerde Spencer het rondje daarop al een tijd van 1.34,2 min.
Verder kwam hij niet omdat een krukaslager stuk liep. Mede door de
gebrekkige onderdelenvoorziening voor de driecilinders werd de
viercilinder de enige keuze voor Honda’s eerste man. Christian Sarron
en Eddie Lawson wisten de afstand tot Spencer binnen drietiende van een seconde
te houden. De afstand na de eerste ronde van de race was beduidend
groter. De kopgroep bestond uit Haslam, Mamola, Spencer en Gardner.
Achter De Radiguès en Samin kwam Sarron als eerste niet-Hondarijder als
achtste door. Eddie Lawson noteerden we als voorlaatste. "Ik ben te
vroeg op de machine gesprongen. Toch heb ik bewezen hoe sterk ik ben. Er
blijven nog drie GP's over om mijn wereldtitel met succes te
verdedigen", vertelde hij na een fantastische inhaalrace. Als een
raket vloog de wereldkampioen door het deelnemersveld en werd
uiteindelijk als vierde afgevlagd. Ook Christian Sarron maakte binnen
enkele ronden vele honderden meters goed op de Rothmans Armada. In de
vijfde ronde passeerde hij Mamola en twee ronden later had hij Haslam te
pakken. Wayne Gardner bleef zonder veel problemen aan het achterwiel van koploper Spencer.
"Ik had de race zelfs kunnen winnen, maar een gat in de achterband
maakte aan alles een eind", was zijn commentaar nadat hij in de
veertiende ronde de pits had opgezocht. Spencer kreeg niet de
gelegenheid om er alleen van door te gaan. Sarron opende de aanval en
nam binnen een ronde de plaats van Gardner over, zei het niet voor lange
tijd. "Het verbaasde mij dat ik zo snel bij Spencer kon aansluiten.
Bij het passeren van achterblijvers wilde ik niet teveel terrein prijs
geven. Freddie passeerde en ik moest van mijn lijn om hetzelfde te doen. Ik moest daarop iets te
hard remmen, waardoor mijn voorwiel weg brak," was de Sarronsverklaring
voor zijn schuiver in de zestiende ronde. Het Franse publiek vond echter
snel een nieuw idool. Raymond Roche had de aanval geopend. Eerst
passeerde hij Haslam en vier ronden voor tijd moest ook Mamola zijn
tweede plaats aan de ontketende Roche prijsgeven. Samin was de enige
coureur uit het Johnson Elf team, die de finish wist te halen. Didier DeRadiguès moest met een gebroken
ketting, de strijd staken en Le Liard parkeerde de experimentele Elf 2
met motorische problemen in de pits. Rob McElnea kampte al in de opwarmronde
met een defecte ontsteking en Franco Uncini maakte een overbodige
pitstop. "Ik dacht, dat de vering of het frame kapot was, maar het
bleek de uitlaat te zijn. Domme pech, want er had zeker een vijfde
plaats ingezeten." Boet van Dulmen ging onderuit. "Bij het
remmen raakte Gentile mij, waardoor ik de rem even los moest
laten. Ik reed daarop bij Hyvärinen binnen en wij kwamen ten val. Dat
is nu al de vijfde keer dat ik in de Franse GP's onderuit ben
gegaan", meldde Boet zonder noemenswaardig letsel. Rob Punt redde
de Nederlandse eer met een veertiende plaats. Overigens kwamen er maar
vierendertig coureurs aan de start, waarvan er slechts achttien de
finish haalden en maar zes coureurs finishten in dezelfde ronde als
winnaar Freddie Spencer.
 |
 |
| Christian
Sarron |
Wayne
Gardner |
 |
|
500
cc (boven) winnaar Freddie Spencer en (beneden) Raymond Roche
(2e) in Le Mans |
 |
250cc
Vijf ronden voor Toni Mang
Toni Mang en Freddie Spencer,
kwamen in de kwartliter race al in de eerste ronde met een flinke voorsprong op de
rest van het deelnemersveld door. De eerste vijf ronden passeerde Mang
als eerste de finishlijn, maar toen draaide Spencer even de gashandel
helemaal open, zette de snelste rondetijd neer en was meteen
onbereikbaar voor alles en iedereen. Fausto Ricci lag inmiddels met
voorsprong op de derde plaats, waarmee de kaarten voor de ereplaatsen al
erg vroeg in de race waren geschud. Het kwartet Lavado, Bolle, Herweh en
Cornu zorgden gelukkig voor het nodige spektakel in hun strijd om de
vierde plaats. Het betere stuurwerk kwam van Lavado en Bolle, maar
vooral Herweh beschikte over de meeste pk's. Cornu moest zich beperken
tot het blijven volgen. Herweh werd uiteindelijk als vierde afgevlagd en
liet ons weten zijn zinnen gezet te hebben op een overwinning in de GP
op het snelle circuit van Silverstone. Carlos Lavado maakte zich na
afloop van de race zo kwaad over het gebrek aan pk's dat hij zijn Yamaha
tegen de dichtstbijzijnde muur kwakte. "Wat heb ik aan een nieuw
frame, als er geen vermogen aan boord is", riep hij na het behalen
van de vijfde plaats. Pierre Bolle scoorde het beste Parisienne resultaat
tot nu toe met een zesde plaats. De laatste zes WK-punten moesten worden
verdeeld onder Baldé, Sarron, Reyes, Garriga en Cardus. Aanvankelijk
zat ook Alan Carter in deze groep, maar hij moest met mechanische problemen
afhaken. Overigens reed Carter op een uit tweederangs onderdelen
opgebouwde Honda. Bij een race op het circuit van Snellerton kwam hij
namelijk een week voor de GP van Frankrijk ten val en zijn machine
brandde geheel uit. Carlos Cardus verdween enkele ronden voor tijd in
het niemandsland, omdat zijn remmen alle dienst weigerden. Jean-Francois
Baldé, Dominique Sarron en Luis Reyes reden nog in de WK punten. Stéphan
Mertens zorgde in de laatste bocht voor start en finish enkele ronden
voor tijd nog voor de nodige paniek. Hij zette bij het uitkomen van de
bocht iets te vroeg het gas erop en vloog spectaculair door de lucht,
achtervolgd door zijn machine. Met een gebroken enkel en een opnieuw
beschadigde knieschijf moest hij van het asfalt worden gedragen. De
Nederlandse deelname reikte niet verder dan de trainingen. Cees
Doorakkers wist zich niet te kwalificeren.
 |
|
250
cc (boven) winnaar Freddie Spencer en (beneden) Carlos Lavado
(5e) in Le Mans tijdens de training. |
 |
Ton Spek kwam tijdens de tweede training
ongelukkig ten val en liep daarbij een scheurtje op in zijn
middenhandsbeenlje. "Gelukkig was de tijd uit de eerste training
voldoende voor een drieendertigste startplaats, zodat ik toch nog wat
geld krijg, waarmee ik de reis kan betalen. "Lucio Pietroniro liep
bij een schuiver een gebroken enkel op. In de 250 cc kwam Guy Bertin met
zijn Malanca ten val en brak daarbij zijn schouderblad en een arm.
Martin Wimmer ging als gevolg van een vastloper onderuit. Hij liep
daarbij een vleeswond en een gekneusde rechterpols op. Wimmer verscheen
voor de warming-up training weer op het circuit, maar na twee ronden gereden
te hebben, kwam hij krimpend van de pijn de pits binnen. "Dit gaat
niet. Als de race over twee ronden zou gaan, ging ik zonder meer van
start. "
Takazumi
Katayama gaf in Frankrijk aan dat hij aan het einde van het seizoen zou
stoppen met racen. Hij mistte de passie en ook de resultaten waren niet
goed meer en na de trainingen had hij besloten dat het mooi was geweest.

Takazumi
Katayama in 1984 en 1985
|