|
In
de 80cc zorgde Pier Paolo Bianchi voor een Italiaans-Hollands
succes door de Huvo-Casal in de slotfase verrassend naar de zege
te rijden. Hans Spaan (vierde) en Willem Heykoop (zesde) maakten
het Nederlandse succes compleet. In de 125cc, die al op zaterdag
verreden werd voor half lege tribunes, zorgden Angel Nieto en
Eugenio Lazzarini voor een fraai gevecht, dat door de oude
meester gewonnen werd. In de 250cc viel wereldkampioen Carlos
Lavado in de eindfase van de race van zijn Yamaha, waardoor de
23-jarige Italiaan Fausto Ricci in zijn eerste GP direct een
zege scoorde. In de 500cc gaf Boet van Dulmen het goede
voorbeeld aan zijn leerling Rob Punt door een zevende plaats te
pakken. Punt stuurde zich beheerst naar de achttiende plek in
het ijzersterke deelnemersveld.
 |
| 80cc:
Stefan Dörflinger aan de leiding |
In
de trainingen demonstreerde Van Dulmen al in goede vorm te zijn,
ondanks een ingetapte enkel, gekneusde ribben en een afgebroken
voortand, de zichtbare gevolgen van het drama in Tolbert. Mentaal
leek hij zijn valpartij goed verwerkt te hebben, want met een
tiende tijd meldde hij zich direct al als kanshebber op WK-punten.
,,De motor loopt erg goed, maar ik zal ook een 16 inch radiaal
achterband moeten gaan gebruiken. Bij Michelin staat de
ontwikkeling van de 18 inch banden stil, zodat die net iets minder
zijn. Als testrijder kan ik die nieuwe 16 inch banden nu ook
krijgen, alleen zal Gerrit (Veldscholten) een bredere achtervork
moeten maken", aldus Van Dulmen. Rub Punt deed het in Misano
beter dan iedereen had durven hopen. Met een 23e plaats
kwalificeerde hij zich zonder problemen. Diverse malen was hij
tijdens de trainingen in het kielzog van Boet te vinden, terwijl
ook Gerrit Veldscholten hem met raad en daad terzijde stond. Er is
geen twijfel mogelijk: Rob Punt grijpt zijn kans met beide handen
aan. In de race stuurde hij zich naar een 18e plaats. ,,Ik wilde
de koplopers bij het dubbelen vooral niet in de weg zitten. Maar
toen ik voor Spencer aan de kant ging, kwam de concurrentie gelijk
mee. Dat kostte me twee, drie plaatsen. Maar ik wil niets forceren
en rustig opbouwen. Als ik goed ga krijg ik van Michelin dezelfde
banden als Boet nu heeft. Dat scheelt weer 1 á 2 seconden per
ronde", aldus Rob. Boet van Dulmen had het overigens niet
gemakkelijk in de race, want halfweg verloor hij bij een omkijkmanoeuvre
naar Rob Punt zijn helmvizier. Boet en Rob kwamen beiden goed weg
bij de start. Na de eerste schermutselingen kwam Van Dulmen als 9e
door, terwijl Punt achter Virginio Ferrari de twaalfde
plaats bezette, na de vierde ronde. In feite was de strijd om de
kop snel beslist. Aanvankelijk zorgde Reinhold Roth met zijn door
Helmuth Fath getunede Honda voor enige opschudding door brutaal de
kop te pakken, gevolgd door Ron Haslam en Didier De Radiguès.
Freddie Spencer en Eddie Lawson kwamen halfweg de eerste ronde in
5e en 6e positie door, heel wat beter dan de mannen van het
HB-Suzuki team. Franco Uncini kwam slecht weg en voor hij zich
door het fileverkeer had geworsteld, was de kop onbereikbaar
geworden. In de 6e ronde was hij pas gevorderd tot de twaalfde
plaats. Zijn teamgenoot Sergio Pellandini verging het nog
slechter. Vijfhonderd meter na de start gleed de nog koude
voorband weg en belandde Pellandini in de wei. Een fraaie
inhaalrace bracht hem niet verder dan een veertiende plaats.
 |
 |
|
Sergio
Pellandini onderuit |
Haslam
en Spencer verdrongen Roth al snel van de eerste plaats. ,,In het
begin vergde ik teveel van mijn banden. Daardoor moest ik
tenslotte veel prijs geven" straalde de Duitser na afloop.
Terecht, want een negende plaats en 2 WK-punten vormden zijn
beloning. In de derde ronde nam Spencer de leiding over van Haslam,
waarna de Amerikaan precies zo hard bleef rijden als nodig was om
Eddie Lawson op afstand te houden. In de 6e ronde ging Lawson over
Haslam heen naar de tweede plaats, waarna ook Eddie door een
onwillige achterband moest consolideren. Raymond Roche, die
evenals in Kyalami een fabrieksblok in de Hondatent mocht halen,
stuurde zich bekwaam naar de derde plaats, waarbij hij voortdurend
de hete adem van de verrassend sterk rijdende Wayne Gardner (de
man die Uncini in Assen raakte) in zijn nek voelde. Gardner na
afloop: ,,Toen ik kort na de start weer een HB-Suzuki zag vallen,
flitste het door me heen: toch niet weer!? Ik reed er angstvallig
om heen. Later bleek het Pellandini te zijn. Dit was m'n tweede GP,
dus je begrijpt dat ik ontzettend blij ben met deze vierde
plaats". Franco Uncini, die in de laatste ronde Ron Haslam
van de 5e plaats verdrong, liet door een kwinkslag blijken Wayne
Gardner niets kwalijk te nemen. ,,Veiligheidshalve ben ik deze
keer maar achter je gebleven!" lachte Franco.
 |
|
Wayne
Gardner |
Zeer
teleurstellend was opnieuw het rijden van Virginio Ferrari, die
ook in zijn thuis-GP geen indruk kon maken. ,,Wat die man op een
Yamaha V4 doet is niemand duidelijk" was de mening van veel
collega-coureurs. Ook teambaas Giacomo Agostini maakte zich
duidelijk zorgen over Ferrari, want in de training kwam hij
hoogstpersoonlijk kijken of Virginio - die in Italië niettemin
ongelofelijk populair is - het gas wel vroeg genoeg open draaide.
In de race werd hij achtste achter Van Dulmen. Reinhold Roth en
Massimo Broccoli, beiden op Honda productieracers, vlogen echter
pal achter hem over de streep en grepen de laatste WK-punten. Rob
McElnea, Didier De Radiguès, Gustav Reiner, Sergio Pellandini en
Gary Lingham, die respectivelijk de elfde tot en met de vijftiende
plaats bezetten, kregen allen een rondje lap aan de broek.
| Ron
Haslam moest na afloop van de race van zijn motorfiets
worden getild. Een zware griepaanval had hem tijdens de
race dermate gesloopt, dat hij de laatste twee ronden als
in een waas had afgelegd. Niet meer in staat om te lopen
werd hij in zijn motorhome gedragen. |
| Takazumi
Katayama was in Misano als toeschouwer aanwezig.
Voortdurend werd hij door Japanse wonderdokters met
allerlei vreemde instrumenten bestreken, om de boze
geesten uit zijn lichaam te verdrijven. ,,Sinds mijn val
in Imola vorig jaar, heb ik veel pijn in mijn rug. Over
vier weken hoop ik weer van de partij te zijn." |
125cc:
Nieto dicteert het spel
|
De
125cc race, die op zaterdag verreden werd, had een zeer spannend
wedstrijdverloop. Maurizio Vitali had de snelste trainingstijd
neergezet voor Eugenio Lazzarini, Luca Cadalora, Bruno Kneubühler
en Fausto Gresini. Van de Nederlanders plaatste Henk van Kessel
zich als 23e, terwijl Anton Straver (na de eerste training gemist
te hebben, omdat hij geen start had) zich als 26e kwalificeerde.
Ton Spek, die wel een startplaats had, moest onverrichter zake naar
huis terug. De tijdwaarneming had Spek aanvankelijk een 12e
trainingstijd toegekend, maar die tijd was zo snel dat Spek zelf
toegaf dat dit waarschijnlijk op een vergissing berustte. ,,Door
griep heb ik weinig kunnen trainen. Ik heb nog te weinig km's in
de benen. Ik denk dat ik eerst maar weer in de EK's begin en als
dat goed gaat nog een paar GP's probeer", aldus Ton Spek. In
de race viel Henk van Kessel na een goeie start helaas uit met
koppelingsproblemen. Anton Straver had een slechte start, maar
knokte zich ,,naar mijn eigen plek", zoals de 39-jarige
veteraan zei, in dit geval dus een 15e positie. Maurizio
Vitali pakte direct de kop, maar nadat Nieto zijn voorzichtige
start had goedgemaakt, sleepte hij Eugenio Lazzarini mee naar de
kop. Nieto had duidelijk een één-twee zege voor Garelli in zijn
hoofd, maar Vitali dacht daar anders over en bleek Lazzarini te
snel af. In de slotfase besloot Nieto er dan maar alleen vandoor
te gaan, hetgeen hem vrij makkelijk lukte. In de laatste ronde
reed hij bewust erg langzaam, waardoor het gat met Vitali op de
streep niet al te groot was. Lazzarini die na zijn zware val in
Imola '83 weer voor het eerst in het zadel zat, greep de derde
plaats. Om de vierde plaats werd lange tijd geknokt door Luca
Cadalora, Bruno Kneubühler, Fausto Gresini, Pier-Paolo Bianchi en
Stefano
Caracchi. Bianchi moest als eerste afhaken door technische
problemen (6e ronde), terwijl Gresini in de 15e ronde naar de kant
moest met pech. Bruno
Kneubühler moest in de slotfase Luca Cadalora en Stefano
Caracchi laten gaan, doordat hij vermogen verloor,
waarschijnlijk door een defect krukaslager. In de laatste bocht
wist Caracchi in een alles of niets poging naast Cadalora te
komen, om hem op de streep met één honderdste seconde te
kloppen.
 |
 |
| Ivan
Palazzese 28-05-1989 (250cc) en Ricardo Tormo
27-12-1998 (80cc) in gesprek. |
80cc:
Bianchi
verrast Dörflinger
|
De
titelstrijd in de 80cc zal dit jaar gaan tussen Stefan Dörflinger
(Zündapp), Ricardo Tormo (Derbi) en Pier-Paolo
Bianchi (Huvo-Casal). Dörflinger
lijkt - ondanks zijn nederlaag in Misano - toch de beste papieren
te hebben, want in pure snelheid is de Zündapp de Derbi en
Huvo-Casal (nog) de baas. Waarschijnlijk door een vastzittende
zuigerveer verloor de nieuwe monochoque Zündapp (het frame werd
gebouwd door Louis Christen van LCR)
wat
PK's, waardoor Bianchi het gat met Dörflinger dicht kon rijden. Dörflinger
werd in de slotfase bovendien geplaagd door zijn knie, souvenir
van een paar weken eerder gebeurde valpartij op Hockenheim.
Ricardo Tormo was toen echter al lang in het rennerskwartier
verdwenen. Na drie ronden als tweede man doorgekomen te zijn, gaf
de Derbi in de vierde ronde de geest. Tot halfweg de race leek de
80cc hierdoor te eindigen in een één-twee zege voor Zündapp,
want Europees kampioen Abold nam gretig de tweede plaats van Tormo
over. Halfweg de koers had Bianchi echter zijn matige start
goedgemaakt en zette hij eerst Abold en daarna Stefan Dörflinger
onder druk. Vier ronden voor het einde moest de regerend
wereldkampioen in de 50cc (die zich dit seizoen uitsluitend op de
80cc klasse concentreert) zich gewonnen geven, tot uitbundige
vreugde uiteraard van Jan Huberts, Jaap Voskamp en Jörg Möller
van het Huvo-kamp. Hans Spaan reed een uitmuntende race. Snel en
strak sturend greep hij een onbedreigde vierde plaats, ruim 15
seconden voor Gerhard Waibel (Seel Real), Willem Heykoop reed zich
beheerst en zonder risico's naar de zesde plaats. Theo Timmer en
George Looijesteijn vielen met een elfde en twaalfde plaats net
buiten de WK-punten. Een val in de training bezorgde Theo
overigens het nodige werk om zijn machine startklaar te krijgen.
Hans Koopman ging in de training eveneens plat. In de race kreeg
hij opnieuw problemen door benzine op zijn achterband, waardoor
hij het rustig aan moest doen. Jos van Dongen kwam door een slecht
lopende machine niet verder dan de 20e plaats, terwijl Paul
Rimmelzwaan in de eerste ronde al bleef steken met een vastgelopen
motor.
 |
| 80cc
podium: 2e. Stefan Dörflinger 1e en aan de
champagne, Pier-Paolo Bianchi 3e. Hubert Abold |
 |
| Monteur
van Pier-Paolo Bianchi, Frans Kannekens (ex-monteur van
Jack Middelburg en broer van Toon Kannekens) met de beker. |
250cc:
Fausto Ricci held van Italië
|
 |
| Regerend
wereldkampioen Carlos
Lavado aan de leiding voor Massimo Matteoni (#30) en de
verrassende winnaar Fausto Ricci (#22). Lavado en Matteoni
gingen beiden later onderuit. |
Het
kan niet lang meer duren of de kwartliterklasse zal in populariteit
de halveliterklasse evenaren en wellicht voorbij streven. Van de
eerste tot de laatste minuut stond de race bol van strijd en spektakel.
Het gevecht ontbrandde al in de trainingen. Op het circuit met de kleurrijke
naam Santamonica bleven maar liefst negen coureurs uit zes
verschillende landen binnen een halve seconde. De Fransman
Jean-Michel Mattioli realiseerde met zijn Yamaha-Chevalier de
snelste tijd van 1.25.32. Rotax rijder Manfred Herweh maakte
samen met Fausto Ricci, Carlos Lavado en Massimo Matteoni, allen
op Yamaha, de eerste startrij compleet. De winnaar van Kyalami,
Patrick Fernandez, kwam niet verder dan de 25e plaats. Het
Marlboro-team, onder leiding van Kenny Roberts, kampte met
allerlei problemen. Wayne Rainey werd in eerste instantie niet tot
de trainingen toegelaten. ,,In het programma werd ik als favoriet
genoemd, maar op de deelnemerslijst was ik niet te vinden.
Uiteindelijk heeft de jury gestemd en de uitslag van 8 voor en 5
tegen betekende voor mij alsnog een start", aldus de sympathieke
Amerikaan. De jury kwam na afloop van de trainingen opnieuw voor
het Marlboro team bijeen, naar aanleiding van een protest van
enkele Italiaanse coureurs. Rainey en Alan Carter zouden hun
trainingstijd op dezelfde machine hebben gerealiseerd, maar dat is
helemaal niet verboden, tenzij je de startnummers niet verandert.
Gelukkig ontdekte de jury dit ook, al moesten ze de regels nog
eens grondig bestuderen", lichtte Rainey toe. Tevens vertelde
hij waarom ze slechts één machine goed aan het draaien hadden.
,,Wij kunnen niet terugvallen op oude onderdelen. Bovendien hebben
we nog niet voldoende tijd gehad om alles te testen." Alan
Carter kwalificeerde zich niet. Zijn teamgenoot Wayne Rainey
realiseerde een 14e trainingstijd. Anton Mang en Pernod-rijder
Jean-Francois Baldé kwamen met hun Yamaha en Pernod niet verder
dan een plaats in de achterhoede. De race kreeg een zeer
spectaculaire ontknoping. Direct na de start ontstond een kopgroep
van 6 man, waaruit Martin Wimmer, Donnie McLeod en Jean-Michel
Mattioli na enkele ronden moesten lossen. Carlos Lavado werd fel
aangevallen door de Italianen Fausto Ricci en Massimo Matteoni.
Voortdurend prikten zij hun machines naast of voor die van de
regerend wereldkampioen. Christian Sarron was al vroeg uit de
race, doordat hij op dezelfde plaats als zijn teamgenoot Thierry
Rapicault onderuit was gegaan. Ivan Palazzese reed lange tijd op
een zevende plaats, maar een afgebroken schakelpaneel zette hem
aan de kant. De zeer slecht gestarte Rainey had zich halverwege de
race door het hele veld van rijders geworsteld naar een 7e plaats.
Daarachter zaten Cornu, Grässel en Bolle. De volgende groep
rijders werd aangevoerd door Mario Rademeyer met in zijn kielzog
de Duitsers Anton Mang en Manfred Herweh. Zes ronden voor tijd
werden de 60.000 Italianen helemaal dol. Lavado was in de fout
gegaan, waardoor Ricci en Matteoni aan de leiding kwamen. Een
ronde later kwam Matteoni ten val toen hij Sito Pons een ronde lap
wilde geven. Fausto Ricci werd in zijn eerste Gran-Prix als winnaar
afgevlagd. De pas 23-jarige debutant werd vorig jaar in het EK-team
van de Italiaanse bond opgenomen. De steun en begeleiding van de
FMI werpt dus duidelijk vruchten af. Martin Wimmer werd tweede en
vertelde na de race: ,,Mijn helm zat niet goed, waardoor ik Lavado
moest laten gaan. Zij gingen als gekken tekeer vooraan."
Wayne Rainey zorgde aan het eind van de race voor een regelrechte
sensatie. In de laatste 3 ronden reed hij van een zesde plaats
naar een derde. Op de vraag waarom hij zo slecht van start kwam
antwoordde hij: ,,Ik was voor de start zeer nerveus en mijn
gedachten zaten al helemaal bij de eerste bocht. Daardoor miste ik
de start. Een ding is zeker, geen organisatie kan mij meer
weigeren met zo'n resultaat." Jean-Michel Mattioli en Donnie
McLeod gingen bijna gelijktijdig onder de finishvlag door. Jacques
Cornu werd zesde. Rademeyer was dolgelukkig met zijn 8e plaats
achter Bolle. Herweh en Mang maakten de eerste tien vol. Na twee
GP's hebben al achttien rijders WK-punten. Eens temeer het bewijs
hoe spannend de 250cc klasse is.
|