|
En weer sprak Nederland een woordje mee. Wil Hartog
zorgde in de 500 cc race voor grote opwinding onder de circa
1000 Nederlandse supporters door 10 ronden lang aan de leiding
te gaan om uiteindelijk als derde te finishen, terwijl Boet van
Dulmen een schitterende vijfde plaats in de wacht sleepte, op
slechts geringe achterstand achter winnaar Roberts, tweede man
Sheene (die op de streep een wiellengte te kort kwam), derde man
Hartog en de wat teleurstellende Ferrari. In de 250 en 350 cc
zorgde Klaas Hernamdt weer voor
verbluffend goed stuurwerk, terwijl bij de zijspannen Egbert
Streuer-Johan van de Kaap en Cees Smit-Charles Vroegop de
Nederlandse eer hoog hielden. In de 250 cc klasse stelde Kork
Ballington de wereldtitel veilig, terwijl Kenny Roberts in de
500 cc nog slechts 1 puntje van de wereldtitel verwijderd is. De
toppers zorgden tenslotte ook nog voor een andere sensatie: de
geboorte van de professionele rijdersorganisatie "World
Series Motorcycle Racing Ltd.", waarover elders in dit
nummer meer informatie.
Trainingen

Jack
in de training voor zijn ernstige ongeval door een vastloper
De trainingen verliepen voor de Nederlanders
bepaald niet zorgeloos. Vrijdagmiddag betrapten we Wil Hartog,
zorgelijk kijkend, in de pits. "Het vermogen is beter dan
ooit en ik heb geprobeerd zo hard mogelijk te gaan. Maar Kenny
is niettemin bijna 2 seconden sneller. Ik weet niet waar ik die
vandaan moet toveren!" Maar zaterdag draaide de Witte Reus
weer als vanouds; hetgeen resulteerde in de derde trainingstijd
achter Kenny Roberts en Johnny Cecotto, die beiden op de eerste
trainingsdag al het ronderecord hadden verbeterd. Ferrari,
Sheene, Takai, Sarron en Rossi maakten verder de eerste startrij
vol. Voor Boet en Jack bracht de training slechts kommer en
kwel. Boet had vrijdag af te rekenen met een vastloper en een
kapotte krukas, terwijl Jack een drijfstang door het carter naar
buiten zag komen. Zaterdag in de laatste training sloeg de
pechduivel echter pas goed toe in het Middelburgkamp. Alles leek
goed te gaan - Jack stond achter Boet als elfde op de startlijst
-, maar toen klapte ook het tweede blok. Opnieuw kwam er een drijfstang
dwars door het blok naar buiten, ditmaal echter met fatale
afloop. Het achterwiel blokkeerde onverwachts, Jack vloog de
baan uit met hoge snelheid en ruïneerde niet alleen zijn fiets
(alles bij elkaar zo'n 20 mille schade), maar ook zichzelf. In
het ziekenhuis constateerde men enkele gebroken
middenhandsbeentjes, een gescheurd scheenbeen en een lichte
hersenschudding. "M'n hele seizoen naar de knoppen" foeterde
Jack verbitterd over zoveel pech. "Zoiets moet mij
natuurlijk weer treffen. Volgens de Britse artsen ben ik hiermee
minstens 6 tot 8 weken zoet, dus dat betekent de laatste GP's
missen en een aantal lucratieve F750 races in het buitenland.
Misschien dat Dr. Derweduwen er maandag nog wat aan kan
doen", aldus Jack, die zondagmiddag door manager Jan Muis
op het vliegtuig werd gezet (de blessure zou Jack de rest van
zijn carrière parten blijven spelen en hem
volgens mij van nog veel meer mooie dingen afhouden, GP)
Honda
debuut blamage

Katayama
op de NR 500
Naar schatting 100.000 toeschouwers zagen reikhalzend uit naar het debuut van de
Honda NR500 racers. Maar Takazumi Katayama en Mick Grant hadden
het zo mogelijk nog moeilijker dan Jack en Boet. Katayama was tijdens enkele testdagen op
Donnington Park hard ten val gekomen met de revolutionaire
machine, die nog vol kinderziektes blijkt te zitten. In een
haastig uit Nederland overgevlogen nieuwe overall begon Katayama
aan de training, maar zowel hij als Grant moesten voortdurend de
pits op zoeken voor reparaties. Mick Grant zou zaterdag door een
olielekkage bijna ten val komen. Eén en ander versterkte het zelfvertrouwen
van de Honda-coureurs uiteraard niet en Katayama wist zich via
een 39e trainingstijd maar net te plaatsen, terwijl Grant zondag
alleen maar mocht starten vanwege het feit, dat er enkele
rijders niet op kwamen dagen (Jack Middelburg o.a.) en Grant
zijn derde reserveplaats in mocht ruilen voor een echte
startplaats. Het Honda-debuut zou echter desastreus verlopen.
Beide Honda's sloegen moeizaam aan - Grant moest zelfs meerdere
malen duwen - zodat noch
Katayama, noch Grant ook maar de geringste hoop op een
middenmootklassering mochten hebben.


Op het razendsnelle
Silverstone (Kenny's racegemiddelde bedroeg ruim 184 km/uur) kwamen de
geclaimde voordelen van de NR 500 in het geheel niet tot uiting.
Volgens Honda hebben de machines een uitermate laag zwaartepunt,
zijn ze licht en handelbaar en zou de pk/gewichtsverhouding
zodanig zijn, dat ze de sterkere Yamaha's en Suzuki's partij
zouden kunnen geven. Daar bleek echter in de trainingen bitter
weinig van. Beide machines hadden stuurproblemen, er waren
voortdurend olielekkages en het acceleratievermogen van de NR
500 schoot schromelijk te kort. Mick Grant betreurde achteraf
dat hij van start gegaan was, want al in de eerste bocht schoof
de machine onderuit door olielekkage. Steve Parrish zou een
ronde later over hetzelfde oliespoor de hekken induiken. Het
vermogen van Katayama's machine was dermate teleurstellend dat
hij besloot om na een ronde de pijp aan Maarten te geven.
Graziano Rossi, die in de eerder verreden 250 cc race in
leidende positie ten val gekomen was, gaf er na 2 ronden ook de
brui aan, hoewel hij bij de start goed weg gekomen was. De race
had vanaf het begin een regelmatig verloop. Hartog, Sheene en
Roberts knokten vanaf het begin om de eerste 3 plaatsen. Ferrari
en Boet van Dulmen zaten bij de start er goed bij, maar moesten
door te rijk staande motoren na enkele ronden een gaatje laten
vallen. Roberts zorgde op de startlijn nog voor de nodige
opwinding toen hij uit de opwarmronde terugkwam met de
achterband geheel onder de olie. "Ik geloof dat het uit de
ontluchting van de versnellingsbak kwam" zei Kenny na afloop.
"Ik had de hoop al opgegeven te kunnen starten, maar het
team speelde het opnieuw klaar. Door de olie op de achterband
moest ik het drie rondjes kalm aan doen. Daarna was de band
schoon en kon ik pas goed partij geven". Kenny verdrong in
de vierde ronde Sheene van de tweede plaats, die echter
onmiddellijk terugsloeg en de tweede plaats heroverde. In de
negende ronde was het weer Kenny, die twee ronden later
doorstootte naar de kop. Sheene ging drie ronden later over
Hartog heen en samen met Kenny liep hij weg van Hartog. Daarna
volgde een schitterend duel om de eerste plaats tussen Sheene en
Roberts. In de 15e, 16e en 21e ronde lag Barry aan de leiding,
in de overige ronden lag Kenny op kop. In de slotfase kwam
Hartog verrassend sterk terug. De Witte Reus reed een gat van
circa 100 meter dicht en zat in de 24e ronde plotseling weer aan
het wiel van het Amerikaans-Britse duo. Toen ging het tempo weer
omhoog voor de beslissende slotronden. Wil moest opnieuw een
gaatje laten vallen, terwijl Roberts alle mogelijke moeite deed
Sheene van zich al te schudden. Die beet zich echter verwoed
vast in de Amerikaan en in de laatste ronde zorgde hij bijna
voor sensatie door Kenny aan de buitenzijde
-
en
op het gras - bijna te kloppen. "Ik dacht dat ik
genoeg voorsprong had" riep Kenny later verbaasd, toen hij
de close-finish op video terug zag. "Ik heb je nooit zien
komen!" Maar Barry was er wel degelijk en kwam op de streep
slechts een wiellengte te kort. Barry's troostprijs: een nieuw
absoluut ronderecord voor Silverstone van 1.29,98 of wel 188.46
km/uur.
Ferrari reed de gehele race op een veilige
vierde plaats. Boet kon hem niet bedreigen, hoewel hij in de
slotfase het verschil wist terug te brengen tot 50 meter. Ferrari
was echter de grote verliezer. Roberts liep opnieuw verder bij
hem weg en staat in het WK-500 nu 14 punten voor. Met alleen de
GP in Frankrijk nog voor de boeg is Kenny dus vrijwel zeker van
de titel. Sarron, Uncini en Rougerie (die zaterdag door Stan
Woods uit de baan gereden werd en zijn fiets total-loss reed)
streden lange tijd om de zesde plaats, die uiteindelijk voor de
thans weer goed rijdende Sarron bleek. Cecotto en Takai moesten,
ondanks hun goede trainingstijden, beiden met pech opgeven. Henk
de Vries reed zich opnieuw betrouwbaar naar een
middenveldklassering (achttiende).
Biland
niet te pakken.
Het raceprogramma ging van start met de conventionele
zijspannen. Derek Jones, die in Zweden lange tijd op kop lag,
zette de snelste trainingstijd voor Biland. Van de Nederlanders
wist alleen het duo Streuer/Van de Kaap zich te kwalificeren.
Boy Brouwer en Cees Smit haalden het net niet. De race opende
hoopvol voor Jock Taylor, die vijf ronden aan de leiding ging,
voordat Biland hem kwam aflossen. Taylor kwam daarna onder druk
te staan van de slecht gestarte Dick Greasly, die halfweg de
race naar de tweede plaats oprukte en zelfs een directe
bedreiging werd voor Biland. Deze wist echter de aanval te
pareren, terwijl Greasly zelf in de laatste ronde nog verslagen
werd door Jock Taylor. Schwärzel en Steinhausen, die beiden
door de rechtse bak gehandicapt waren op Silverstone, streden de
gehele race om de vierde plaats. Walter Ohrmann en Gote Brodin
deden hetzelfde om plaats zes. Ohrmann had het pleit al in zijn
voordeel beslist, maar Brodin kreeg geen loon naar werken toen
hij in de laatste ronde uitviel. Egbert Streuer en Johan v.d.
Kaap kwamen door een slecht lopende motor (ze hadden zaterdag
tevergeefs op nieuwe cilinders uit Assen zitten wachten) niet in
de punten. De vijftiende plaats is feitelijk beneden hun stand.
Pechvogels waren George O'Dell, die bij de start bleef staan, en
trainingssnelste Derek Jones. Jones kwam met de start matig weg,
vocht zich echter snel naar voren, maar moest in de achtste
ronde opgeven op het moment dat hij al vijfde lag.
B2-B
Cees Smit snel, maar pechvol.
De klasse B2-B van de zijspannen ontwikkelde
zich tot een duel tussen Alain Michel en Bruno Holzer dat duurde
totdat Holzer in de elfde ronde een korte pitstop maakte. Cees
Smit en Charles Vroegop, die op een schitterende derde plaats
lagen met in hun kielzog Yvan Trolliet, de Japanner Masato
Kumano en Philippe Filek, kwamen daardoor zelfs even als tweede
door, maar kort daarop kregen ze problemen en vielen in de zeventiende
ronde uit.
Ballington
250 cc wereldkampioen.

250
cc Patrick Fernandez (boven) en Graziano Rossi (beneden)
uitgevallen


250
cc Anton Mang (boven) en Kork Ballington (beneden) respectievelijk
3e en 1e

Ballington, Rossi en Mamola waren de snelste
"qualifiers" in de 250 cc klasse. Terecht zoals de race
uitwees. Rossi vertrok onmiddellijk op kop en ging de eerste
ronden zo snel dat hij een 100 meter voorsprong op Ballington kon
nemen, hoewel de Morbidelli af en toe gevaarlijk wegbrak. Het leek
Rossi echter allemaal niets uit te maken, tot de laatste ronde
echter. . . . Ballington gaf werkelijk alles, maar kon slechts
metertje voor metertje terug krabbelen. Rossi zou ongetwijfeld
gewonnen hebben als hij niet zo onverstandig geweest was er in de
laatste ronde af te vallen, waardoor Kork Ballington toch nog
verrassend als eerste over de streep kwam en tevens wereldkampioen
werd. Het gevecht om de derde
plaats (later de tweede) was adembenemend. Mang, Mamola, Asami,
McGregor en Freymond vochten de gehele race als leeuwen, waarbij
dan de één dan de ander in het voordeel was. Mamola en Mang
grepen uiteindelijk de tweede en de derde plaats. Hans Müller lag
lang op een veilige zevende plaats, maar moest door een
overslaande motor opgeven. Chevallier en Stollinger werden
hierdoor zesde en zevende. Rini van Kasteren en Klaas Hernamdt
streden in het middenveld schitterend mee. Van Kasteren leek met
een zestiende plaats beste Nederlander te worden, maar in de
slotfase verdween hij plotseling uit de strijd. Eric Saul, Michel
Frutschi en Patrick
Fernandez - in Silverstone nog lijstaanvoerder in de 350
cc - waren in de training het snelst, maar dit drietal kwam niet
op het erepodium. Saul kreeg in de derde ronde pech, Fernandez
kreeg in de zesde ronde problemen aan boord (hij lag toen tweede),
terwijl Frutschi niet hoger reikte dan de vierde plaats. De race
werd vanaf de start geleid door Graeme McGregor, die zeer
verrassend tien ronden op kop wist te blijven. Toen legde de Australiër
zijn fiets iets te plat, het voorwiel schoof weg en uit was
McGregor's droom. De gezamenlijke aanvalsdrift van Ballington,
Hansford, Frutschi en Jeff Sayle was hem kennelijk iets te
machtig. Ballington wist uiteindelijk, zij het met moeite, een
dertigtal meters voorsprong te nemen op Hansford en Sayle, die op
hun beurt Frutschi weer het nakijken gaven. Michel Rougerie en
Roland Freymond werden het in de laatste meters pas eens over de
vijfde plaats, waarbij Freymond het snelst bleek. Klaas Hernamdt
vocht in deze race een schitterend gevecht uit met Asami, Ake
Grahn en Graham Young. Klaas troefde zijn rivalen in de laatste
ronde keurig af, maar eindigde met een elfde plaats, niet zo bar
ver achter Alan North en Jon Ekerold, net buiten de WKpunten.
Ballington
winnaar 250 cc voor Randy Mamola

Overwinningsronde
Kork Ballington
foto's
onder links Randy Mamola (2e) en rechts Anton Mang (3e)
 
125 cc:
Nieto helemaal terug.
Het lopen ging nog niet zo best, maar racen des
te beter. Op het razendsnelle Silverstone wist Angel Nieto de concurrentie
- bestaande uit Guy Bertin (op de fabrieks
Motobecane) en Gert Bender - niet los te rijden, maar op de streep zat Nieto er wel voor! Bender
werd schitterend tweede. De race werd aanvankelijk aangevoerd door
Bartol, die echter in de achtste ronde met pech te kampen kreeg.
Van de vier Nederlanders deed
Peter Looijesteijn het met een dertiende plaats het beste. Anton
Straver en Martin van Soest eindigden als zestiende en achttiende,
op zich prima prestaties, maar de concurrentie was ditmaal te
sterk en te talrijk. Jan Huberts viel halfweg de race uit met
pech, evenals Kees v.d. Ven.
|