Home Jack Middelburg Guestbook GP-races Daytona Toon Kannekens Diverse

 

 

1979 GP Engeland, Silverstone 12-08-1979

1979_Silverstone_Patrick_Fernandez_01.jpg (79758 bytes) 1979_Silverstone_Virginio_Ferrari_00.jpg (70975 bytes) 1979_Silverstone_Wil_Hartog_03.jpg (60109 bytes) 1979_Silverstone_Takazumi_Katayama_Honda_viertakt.jpg (52770 bytes) 1979_Silverstone_de_nieuwe_Honda-NR-500_viertakt_van_Mick_Grant_02.jpg (84392 bytes)
1979_Silverstone_Johnny_cecotto_02.jpg (78380 bytes) 1979_Silverstone_Kenny_Roberts_10.JPG (89006 bytes)

 

klasse 1e 2e 3e

125 cc

Angel Nieto

Gert Bender Guy Bertin

250 cc

Kork Ballington

Randy Mamola

Anton Mang

350 cc

Kork Ballington

Greg Hansford

Jeffrey Sayle

500 cc

Kenny Roberts

Barry Sheene

Wil Hartog

zijspannen

Rolf Biland

Jock Taylor

Dick Greasley

 

 

En weer sprak Nederland een woordje mee. Wil Hartog zorgde in de 500 cc race voor grote opwinding onder de circa 1000 Nederlandse supporters door 10 ronden lang aan de leiding te gaan om uiteindelijk als derde te finishen, terwijl Boet van Dulmen een schitterende vijfde plaats in de wacht sleepte, op slechts geringe achterstand achter winnaar Roberts, tweede man Sheene (die op de streep een wiellengte te kort kwam), derde man Hartog en de wat teleurstellende Ferrari. In de 250 en 350 cc zorgde Klaas Hernamdt weer voor verbluffend goed stuurwerk, terwijl bij de zijspannen Egbert Streuer-Johan van de Kaap en Cees Smit-Charles Vroegop de Nederlandse eer hoog hielden. In de 250 cc klasse stelde Kork Ballington de wereldtitel veilig, terwijl Kenny Roberts in de 500 cc nog slechts 1 puntje van de wereldtitel verwijderd is. De toppers zorgden tenslotte ook nog voor een andere sensatie: de geboorte van de professionele rijdersorganisatie "World Series Motorcycle Racing Ltd.", waarover elders in dit nummer meer informatie.

Trainingen

Jack in de training voor zijn ernstige ongeval door een vastloper

De trainingen verliepen voor de Nederlanders bepaald niet zorgeloos. Vrijdagmiddag betrapten we Wil Hartog, zorgelijk kijkend, in de pits. "Het vermogen is beter dan ooit en ik heb geprobeerd zo hard mogelijk te gaan. Maar Kenny is niettemin bijna 2 seconden sneller. Ik weet niet waar ik die vandaan moet toveren!" Maar zaterdag draaide de Witte Reus weer als vanouds; hetgeen resulteerde in de derde trainingstijd achter Kenny Roberts en Johnny Cecotto, die beiden op de eerste trainingsdag al het ronderecord hadden verbeterd. Ferrari, Sheene, Takai, Sarron en Rossi maakten verder de eerste startrij vol. Voor Boet en Jack bracht de training slechts kommer en kwel. Boet had vrijdag af te rekenen met een vastloper en een kapotte krukas, terwijl Jack een drijfstang door het carter naar buiten zag komen. Zaterdag in de laatste training sloeg de pechduivel echter pas goed toe in het Middelburgkamp. Alles leek goed te gaan - Jack stond achter Boet als elfde op de startlijst -, maar toen klapte ook het tweede blok. Opnieuw kwam er een drijfstang dwars door het blok naar buiten, ditmaal echter met fatale afloop. Het achterwiel blokkeerde onverwachts, Jack vloog de baan uit met hoge snelheid en ruïneerde niet alleen zijn fiets (alles bij elkaar zo'n 20 mille schade), maar ook zichzelf. In het ziekenhuis constateerde men enkele gebroken middenhandsbeentjes, een gescheurd scheenbeen en een lichte hersenschudding. "M'n hele seizoen naar de knoppen" foeterde Jack verbitterd over zoveel pech. "Zoiets moet mij natuurlijk weer treffen. Volgens de Britse artsen ben ik hiermee minstens 6 tot 8 weken zoet, dus dat betekent de laatste GP's missen en een aantal lucratieve F­750 races in het buitenland. Misschien dat Dr. Derweduwen er maandag nog wat aan kan doen", aldus Jack, die zondagmiddag door manager Jan Muis op het vliegtuig werd gezet (de blessure zou Jack de rest van zijn carrière parten blijven spelen en hem volgens mij van nog veel meer mooie dingen afhouden, GP)

Honda debuut blamage

 Katayama op de NR 500

Naar schatting 100.000 toeschouwers zagen reikhalzend uit naar het debuut van de Honda NR500 racers. Maar Takazumi Katayama en Mick Grant hadden het zo mogelijk nog moeilijker dan Jack en Boet. Katayama was tijdens enkele testdagen op Donnington Park hard ten val gekomen met de revolutionaire machine, die nog vol kinderziektes blijkt te zitten. In een haastig uit Nederland overgevlogen nieuwe overall begon Katayama aan de training, maar zowel hij als Grant moesten voortdurend de pits op zoeken voor reparaties. Mick Grant zou zaterdag door een olielekkage bijna ten val komen. Eén en ander versterkte het zelfvertrouwen van de Honda-coureurs uiteraard niet en Katayama wist zich via een 39e trainingstijd maar net te plaatsen, terwijl Grant zondag alleen maar mocht starten vanwege het feit, dat er enkele rijders niet op kwamen dagen (Jack Middelburg o.a.) en Grant zijn derde reserveplaats in mocht ruilen voor een echte startplaats. Het Honda-debuut zou echter desastreus verlopen. Beide Honda's sloegen moeizaam aan - Grant moest zelfs meerdere malen duwen - zodat noch Katayama, noch Grant ook maar de geringste hoop op een middenmootklassering mochten hebben. 

Op het razendsnelle Silverstone (Kenny's racegemiddelde bedroeg ruim 184 km/uur) kwamen de geclaimde voordelen van de NR 500 in het geheel niet tot uiting. Volgens Honda hebben de machines een uitermate laag zwaartepunt, zijn ze licht en handelbaar en zou de pk/gewichtsverhouding zodanig zijn, dat ze de sterkere Yamaha's en Suzuki's partij zouden kunnen geven. Daar bleek echter in de trainingen bitter weinig van. Beide machines hadden stuurproblemen, er waren voortdurend olielekkages en het acceleratievermogen van de NR 500 schoot schromelijk te kort. Mick Grant betreurde achteraf dat hij van start gegaan was, want al in de eerste bocht schoof de machine onderuit door olielekkage. Steve Parrish zou een ronde later over hetzelfde oliespoor de hekken induiken. Het vermogen van Katayama's machine was dermate teleurstellend dat hij besloot om na een ronde de pijp aan Maarten te geven. Graziano Rossi, die in de eerder verreden 250 cc race in leidende positie ten val gekomen was, gaf er na 2 ronden ook de brui aan, hoewel hij bij de start goed weg gekomen was. De race had vanaf het begin een regelmatig verloop. Hartog, Sheene en Roberts knokten vanaf het begin om de eerste 3 plaatsen. Ferrari en Boet van Dulmen zaten bij de start er goed bij, maar moesten door te rijk staande motoren na enkele ronden een gaatje laten vallen. Roberts zorgde op de startlijn nog voor de nodige opwinding toen hij uit de opwarmronde terugkwam met de achterband geheel onder de olie. "Ik geloof dat het uit de ontluchting van de versnellingsbak kwam" zei Kenny na afloop. "Ik had de hoop al opgegeven te kunnen starten, maar het team speelde het opnieuw klaar. Door de olie op de achterband moest ik het drie rondjes kalm aan doen. Daarna was de band schoon en kon ik pas goed partij geven". Kenny verdrong in de vierde ronde Sheene van de tweede plaats, die echter onmiddellijk terugsloeg en de tweede plaats heroverde. In de negende ronde was het weer Kenny, die twee ronden later doorstootte naar de kop. Sheene ging drie ronden later over Hartog heen en samen met Kenny liep hij weg van Hartog. Daarna volgde een schitterend duel om de eerste plaats tussen Sheene en Roberts. In de 15e, 16e en 21e ronde lag Barry aan de leiding, in de overige ronden lag Kenny op kop. In de slotfase kwam Hartog verrassend sterk terug. De Witte Reus reed een gat van circa 100 meter dicht en zat in de 24e ronde plotseling weer aan het wiel van het Amerikaans-Britse duo. Toen ging het tempo weer omhoog voor de beslissende slotronden. Wil moest opnieuw een gaatje laten vallen, terwijl Roberts alle mogelijke moeite deed Sheene van zich al te schudden. Die beet zich echter verwoed vast in de Amerikaan en in de laatste ronde zorgde hij bijna voor sensatie door Kenny aan de buitenzijde - en op het gras - bijna te kloppen. "Ik dacht dat ik genoeg voorsprong had" riep Kenny later verbaasd, toen hij de close-finish op video terug zag. "Ik heb je nooit zien komen!" Maar Barry was er wel degelijk en kwam op de streep slechts een wiellengte te kort. Barry's troostprijs: een nieuw absoluut ronderecord voor Silverstone van 1.29,98 of wel 188.46 km/uur.

Ferrari reed de gehele race op een veilige vierde plaats. Boet kon hem niet bedreigen, hoewel hij in de slotfase het verschil wist terug te brengen tot 50 meter. Ferrari was echter de grote verliezer. Roberts liep opnieuw verder bij hem weg en staat in het WK-500 nu 14 punten voor. Met alleen de GP in Frankrijk nog voor de boeg is Kenny dus vrijwel zeker van de titel. Sarron, Uncini en Rougerie (die zaterdag door Stan Woods uit de baan gereden werd en zijn fiets total-loss reed) streden lange tijd om de zesde plaats, die uiteindelijk voor de thans weer goed rijdende Sarron bleek. Cecotto en Takai moesten, ondanks hun goede trainingstijden, beiden met pech opgeven. Henk de Vries reed zich opnieuw betrouwbaar naar een middenveldklassering (achttiende). 

Biland niet te pakken.

Het raceprogramma ging van start met de conventionele zijspannen. Derek Jones, die in Zweden lange tijd op kop lag, zette de snelste trainingstijd voor Biland. Van de Nederlanders wist alleen het duo Streuer/Van de Kaap zich te kwalificeren. Boy Brouwer en Cees Smit haalden het net niet. De race opende hoopvol voor Jock Taylor, die vijf ronden aan de leiding ging, voordat Biland hem kwam aflossen. Taylor kwam daarna onder druk te staan van de slecht gestarte Dick Greasly, die halfweg de race naar de tweede plaats oprukte en zelfs een directe bedreiging werd voor Biland. Deze wist echter de aanval te pareren, terwijl Greasly zelf in de laatste ronde nog verslagen werd door Jock Taylor. Schwärzel en Steinhausen, die beiden door de rechtse bak gehandicapt waren op Silverstone, streden de gehele race om de vierde plaats. Walter Ohrmann en Gote Brodin deden hetzelfde om plaats zes. Ohrmann had het pleit al in zijn voordeel beslist, maar Brodin kreeg geen loon naar werken toen hij in de laatste ronde uitviel. Egbert Streuer en Johan v.d. Kaap kwamen door een slecht lopende motor (ze hadden zaterdag tevergeefs op nieuwe cilinders uit Assen zitten wachten) niet in de punten. De vijftiende plaats is feitelijk beneden hun stand. Pechvogels waren George O'Dell, die bij de start bleef staan, en trainingssnelste Derek Jones. Jones kwam met de start matig weg, vocht zich echter snel naar voren, maar moest in de achtste ronde opgeven op het moment dat hij al vijfde lag.

B2-B Cees Smit snel, maar pechvol.

De klasse B2-B van de zijspannen ontwikkelde zich tot een duel tussen Alain Michel en Bruno Holzer dat duurde totdat Holzer in de elfde ronde een korte pitstop maakte. Cees Smit en Charles Vroegop, die op een schitterende derde plaats lagen met in hun kielzog Yvan Trolliet, de Japanner Masato Kumano en Philippe Filek, kwamen daardoor zelfs even als tweede door, maar kort daarop kregen ze problemen en vielen in de zeventiende ronde uit.

 Ballington 250 cc wereldkampioen. 

250 cc Patrick Fernandez (boven) en Graziano Rossi (beneden) uitgevallen

250 cc Anton Mang (boven) en Kork Ballington (beneden) respectievelijk 3e en 1e

Ballington, Rossi en Mamola waren de snelste "qualifiers" in de 250 cc klasse. Terecht zoals de race uitwees. Rossi vertrok onmiddellijk op kop en ging de eerste ronden zo snel dat hij een 100 meter voorsprong op Ballington kon nemen, hoewel de Morbidelli af en toe gevaarlijk wegbrak. Het leek Rossi echter allemaal niets uit te maken, tot de laatste ronde echter. . . . Ballington gaf werkelijk alles, maar kon slechts metertje voor metertje terug krabbelen. Rossi zou ongetwijfeld gewonnen hebben als hij niet zo onverstandig geweest was er in de laatste ronde af te vallen, waardoor Kork Ballington toch nog verrassend als eerste over de streep kwam en tevens wereldkampioen werd. Het gevecht om de derde plaats (later de tweede) was adembenemend. Mang, Mamola, Asami, McGregor en Freymond vochten de gehele race als leeuwen, waarbij dan de één dan de ander in het voordeel was. Mamola en Mang grepen uiteindelijk de tweede en de derde plaats. Hans Müller lag lang op een veilige zevende plaats, maar moest door een overslaande motor opgeven. Chevallier en Stollinger werden hierdoor zesde en zevende. Rini van Kasteren en Klaas Hernamdt streden in het middenveld schitterend mee. Van Kasteren leek met een zestiende plaats beste Nederlander te worden, maar in de slotfase verdween hij plotseling uit de strijd. Eric Saul, Michel Frutschi en Patrick Fernandez - in Silverstone nog lijstaanvoerder in de 350 cc - waren in de training het snelst, maar dit drietal kwam niet op het erepodium. Saul kreeg in de derde ronde pech, Fernandez kreeg in de zesde ronde problemen aan boord (hij lag toen tweede), terwijl Frutschi niet hoger reikte dan de vierde plaats. De race werd vanaf de start geleid door Graeme McGregor, die zeer verrassend tien ronden op kop wist te blijven. Toen legde de Australiër zijn fiets iets te plat, het voorwiel schoof weg en uit was McGregor's droom. De gezamenlijke aanvalsdrift van Ballington, Hansford, Frutschi en Jeff Sayle was hem kennelijk iets te machtig. Ballington wist uiteindelijk, zij het met moeite, een dertigtal meters voorsprong te nemen op Hansford en Sayle, die op hun beurt Frutschi weer het nakijken gaven. Michel Rougerie en Roland Freymond werden het in de laatste meters pas eens over de vijfde plaats, waarbij Freymond het snelst bleek. Klaas Hernamdt vocht in deze race een schitterend gevecht uit met Asami, Ake Grahn en Graham Young. Klaas troefde zijn rivalen in de laatste ronde keurig af, maar eindigde met een elfde plaats, niet zo bar ver achter Alan North en Jon Ekerold, net buiten de WK­punten.

Ballington winnaar 250 cc voor Randy Mamola

Overwinningsronde Kork Ballington

foto's onder links Randy Mamola (2e) en rechts Anton Mang (3e)

125 cc:

Nieto helemaal terug.

Het lopen ging nog niet zo best, maar racen des te beter. Op het razendsnelle Silverstone wist Angel Nieto de concurrentie - bestaande uit Guy Bertin (op de fabrieks Motobecane) en Gert Bender - niet los te rijden, maar op de streep zat Nieto er wel voor! Bender werd schitterend tweede. De race werd aanvankelijk aangevoerd door Bartol, die echter in de achtste ronde met pech te kampen kreeg. Van de vier Nederlanders deed Peter Looijesteijn het met een dertiende plaats het beste. Anton Straver en Martin van Soest eindigden als zestiende en achttiende, op zich prima prestaties, maar de concurrentie was ditmaal te sterk en te talrijk. Jan Huberts viel halfweg de race uit met pech, evenals Kees v.d. Ven.

 

Raceverslag door Toon Kannekens   (bron Moto 73)

©opyright 2006 Gerard van der Pot.