|
Wie herinnert zich niet de TT van
Assen? Egbert Streuer
en Bernard Schnieders hadden zo graag met een overwinning de kroon op
hun werk gezet. Het mislukte en zelfs de grootste optimist gaf eigenlijk
geen cent meer voor de prolongatie van de wereldtitel. Alleen Egbert en
Bernard bleven in een goede afloop geloven. "De stopwatch
levert steeds weer het bewijs dat wij de snelsten zijn", riepen de
Assenaren voortdurend. "Het zit gewoon tegen", was een veel
gebruikte uitdrukking van de heren. En ziedaar, een
rotsvast geloof in eigen kunnen bracht hun opnieuw de wereldtitel in de
zijspanklasse. Heel motorrijdend Nederland, maar ook fietsers,
automobilisten en wandelaars worden maandag 19 augustus uitgenodigd voer
een grandioze happening in Assen. Konden Egbert en Bernard niet na afloop
van de TT worden gehuldigd, nou dan doen ze het in Assen gewoon aan het
eind van het seizoen. O ja, Freddie Spencer werd in Zweden de nieuwe
wereldkampioen in de 500 cc.
De uitgangspositie van Egbert Streuer en Bernard
Schnieders voor de Zweedse Grand Prix was precies tegengesteld aan die
van verleden jaar. Toen kon er op heel
houden worden gereden, nu moest er worden aangevallen. Dit alles om
hetzelfde doel te bereiken: de wereldtitel. Gezien de stand
gold er voor de Assenaren maar één ding: winnen. Verschillende factoren
in ogenschouw nemend, leek dat niet bepaald een gemakkelijke
opgave. Ten eerste hadden Egbert en Bernard nog nooit goed hun draai op
het bochtige Zweedse circuit weten te vinden, dit
in tegenstelling tot hun grootste concurrenten, Werner Schwärzel/Fritz
Buck. Bovendien was er dan nog het duo Rolf Biland/Kurt Waltisperg. De
Zwitsers, die de afgelopen vier jaar in Anderstorp wisten te winnen,
hadden theoretisch gezien ook nog kansen op de wereldtitel, maar mede
door het afgelasten van de Engelse GP waren deze nihil geworden. Zo
waren zij de grote onzekere factor in de strijd Streuer - Schwärzel. Ondanks alles was Egbert Streuer toch hoopvol
gestemd: "Onder druk gaat het altijd het beste!" De
trainingen, die zonder veel problemen verliepen, leken Streuer's
voorspelling te bevestigen. Voor Schwärzel/Buck, maar achter Biland/Waltisperg pakte het
Barclay-duo de tweede startplaats. Egbert en Bernard hadden voor de race
een grote wens: een
droge baan. Die leek in eerste instantie niet in vervulling te gaan,
maar gelukkig keerde het tij in Nederlands voordeel en in de namiddag
brak er in Anderstorp zowaar een zonnetje door. De directe invloed van
Rolf Biland en Kurt Waltisperg in de titelstrijd werd al tijdens de
start flink gereduceerd toen de Zwitsers in het middenveld vertrokken.
Daarentegen lagen Schwärzel/Buck
aan de leiding met in hun kielzog Streuer/Schnieders. Maar in de vierde
van de drieëntwintig te verrijden ronden nam het span met startnummer
één onder gejuich van een grote schare Nederlandse supporters de noodzakelijke koppositie over. Tot het
vallen van de finishvlag kwam de overwinning van Egbert en Bernard niet
meer in gevaar en werd de prolongatie van wereldtitel een feit!
Een ook nu weer buitengewoon rustige, maar
duidelijk gelukkige Egbert Streuer: "Ja, ik ben blij! Het was een
probleemloze wedstrijd. Zeker nadat we Werner Schwärzel voorbij waren gegaan. Vanaf dat moment heb ik
me tijdens de race namelijk volledig op hem gericht. Via de pitssignalen
van Hans Klaasssens wist ik, dat de voorsprong alleen maar groeide. Ik
vond Schwärzel niet zo sterk rijden als in de training. Hij
stond duidelijk onder druk." Een eventuele bedreiging van Biland/Waltisperg
viel in de achtste ronde weg, toen dit Rothmansduo met een defecte versnellingsbak de pits op moest zoeken. De Zwitsers waren op dat moment
reeds op de derde plaats aangeland. "En daar was ik ook
gebleven", aldus Rolf Biland, die zich niet met de strijd om de
wereldtitel tussen Streuer en Schwärzel wilde bemoeien. Vanaf de kant keek Biland
daarna uiterst tevreden toe hoe Egbert en Bernard de zege en zo de titel
pakten. Werner Schwärzel toonde zich na afloop een sportief verliezer:
"Ook in deze race heb ik niet gepokerd. We zijn op zeker gegaan en
hebben onder andere hardere banden dan Egbert gekozen. Egbert en Bernard
hebben hier goed gereden en zijn terecht kampioen."
Met dat laatste zal iedereen het eens zijn.
Tegenslagen in het begin van het seizoen zorgden ervoor dat de Assenaren
pas op het laatste moment hun titel konden prolongeren. "Maar ook
na de TT heb ik erin geloofd. Je kunt pas niet meer winnen, als je
verloren hebt. Gelukkig heb ik gelijk gekregen." Daarmee drukte een
zielsgelukkige Bernard Schnieders de instelling van de oude en nieuwe
wereldkampioenen op juiste wijze uit.

In Anderstorp stonden buiten Streuer/Schnieders
en Schwärzel/Buck, Steve Webster en Tony Hewitt als derden
op het podium. Door dit resultaat en het niet kunnen starten van de
gebroeders Zurbrügg verzekerden de talentvolle Engelsen zich van de
vierde plaats in de WK-eindstand, Alain Michel/Jean-Marc Fresc zagen in
Zweden eindelijk weer eens een finishvlag. Ze werden vierde voor Rolf
Steinhausen/Bruno Hiller. Door de successen van Egbert Streuer en
Bernard Schnieders kwamen de goede prestaties van Theo van Kempen/Geral
de Haas en Hein van Drie/lan Colquhoun een beetje in de schaduw te
staan, maar deze duo's werden respectievelijk zesde en zevende. De
gebroeders Egloff en Kumano/Diehl zagen hoge klasseringen de mist ingaan
door crashes, die gelukkig goed afliepen.
100%
voor Spencer
|
|
Freddie
Spencer pakt zijn tweede titel in 1985 |
|
©
foto Wout Meppelink |
Erv Kanemoto, de stille kracht achter Freddie
Spencer, liep zondagochtend voortdurend heen en weer tussen het
kampement van Spencer en de racepiste. "Wordt het nu droog, of
blijft de baan nat en hoelang nog?" Spencer zat er niet zo mee.
Uiterst relaxed wachtte hij op het moment dat de 500 cc zou worden
opgeroepen. Een Grand Prix zonder kwartliter perikelen deed Spencer
zichtbaar goed en het verschil op Eddie Lawson bedroeg maar liefst twintig
punten. Voor de tweede wereldtitel hoefde dus feitelijk niet echt hard
gereden te worden. Deze laatste gedachte komt echter nooit bij Spencer op.
Ron Haslam demonstreerde zijn bekende start, maar in de tweede ronde
ging de absoluut snelste man in het huidige Grand Prix circuit alweer
aan de leiding. Het tempo werd nog enkele ronden hoog gehouden, zodat de
concurrenten alleen nog maar voor de troostprijzen konden vechten.
"Ik heb de laatste jaren niet meer zo'n gemakkelijke race gereden.
Bovendien was het gelukkig droog, waardoor het allemaal nog eenvoudiger
ging", verklaarde de nieuwe wereldkampioen. Eddie Lawson kwam dus helemaal
niet voor de eerste plaats in aanmerking. Sterker nog, hij werd zelfs
nog in de twintigste, van de te verrijden dertig ronden van de tweede
plaats verdrongen door Wayne Gardner. De reden hiervan was echter
duidelijk zichtbaar. Bij het accelereren gleed de Marlboro-coureur alle kanten op. "Wij hadden voor een te zachte compound
gekozen." Toch werd Lawson als tweede gehuldigd. Gardner
bleef halverwege de laatste ronde steken. Een lege benzinetank maakte
wel een bijzonder knullig einde aan zijn sterk optreden. Bovendien
duikelde hij twee plaatsen in de WK-stand! De start van Christian Sarron mislukte weer
eens. Als een raket schoot hij echter door het deelnemersveld, daarbij
regelmatig de nodige risico's nemende. In de tiende ronde meldde hij
zich al op de vijfde plaats en zijn onstuimige rijstijl veranderde op
dat moment in een bedaard optreden. "Het had verder geen zin om risico's
te nemen. Ron Haslam lag al te ver voor om hem nog serieus te
kunnen bedreigen." Randy Mamola schudde uiteindelijk Didier De
Radiguès van zich af. Raymond Roche, ook op een te zacht compound
vertrokken, werd tegen het eind van de race voorbij gestoken door de
nieuwbakken Amerikaans kampioen Mike Baldwin. De laatste WK punten
gingen naar Thierry Espié en Massimo Messere. In het Nederlandse kamp werd 's morgens voor de
start nog volop aan mens en machine gewerkt. Masseur Joop Andriessen was
speciaal over gekomen om de vele pijnlijke plekken van Rob Punt af te
tapen en bij Boet van Dulmen werd nog keihard gesleuteld. "Een
cilinder is gescheurd. We rijden nu met een samengeraapt zootje. Als
het regent weet ik de afstelling wel, maar nu de lucht opklaart ben ik
absoluut kansloos." De zon scheen zelfs, dus Boet moest genoegen
nemen
met een veertiende plaats. Rob Punt kwam enkele tellen later over de
streep als vijftiende. Opvallend was ook dit keer weer het optreden van
Maarten Duyzers. De doorzetter bij uitstek wist zich opnieuw te
kwalificeren en bracht zijn hoog bejaarde Suzuki als achttiende over
de streep. Tijdens de race deed zich nog een vervelend
incident voor. Franco Uncini maakte bij het uitaccelereren een klein
foutje, probeerde te corrigeren, maar een windvlaag deed hem over zijn
machine duikelen. Aanvankelijk zag het er allemaal niet zo mooi uit,
maar later in de middag kon de wereldkampioen van '82 zich alweer
zonder steun van anderen redden. Ook Rob McElnea (zwaar gekwetste enkel)
en Gustav Reiner gingen onderuit.
Mamola in duel met
De Radiguès en Roche, waarvan ook fraaie beelden op TV verschenen via de
boardcamera van Mamola
Gresini: geen loon naar werken
Meest teleurgestelde coureur na de 125 cc race
was ongetwijfeld Fausto Gresini. De jeugdige Italiaan reed, hoewel
August Auinger hem de gehele race op enkele meters als een schaduw
volgde, een foutloze wedstrijd totdat twee bochten voor het einde het
noodlot toesloeg. "M'n motor begon toen op één cilinder te
lopen", aldus een zwaar gedesillusioneerde Garelli kopman na
afloop. In het zicht van de haven werd Gresini niet alleen door
August Auinger gepakt, maar ook nog door Pier-Paolo Bianchi. Winnaar
Auinger: "Ik was allang blij met de tweede plaats!" Ook
Bianchi was best tevreden, omdat hij op het laatste moment geen vijf
punten - en zo de WK-leiding - aan Gresini verloor, maar er juist twee
wist uit te lopen. Met nog één Grand Prix voor de boeg, die van San
Marino welke nu definitief op 1 september op het circuit van Misano
wordt verreden, heeft Bianchi een voorsprong van vijf punten op Gresini.
Laatstgenoemde kan nog wereldkampioen worden als hij weet te winnen
en zijn grote rivaal geen tweede wordt. Zo kan Ezio Gianola misschien
dan toch nog wat voor zijn teammaat terug doen. Gianola
werd na een voorzichtig gereden race in Anderstorp vierde voor de ook
nu weer sterk acterende Jussi Hautaniemi. Deze Fin heeft zich
ondertussen ontpopt als één
van de betere natweer rijders. En dat
is gezien het tegenwoordige weerbeeld een groot voordeel! Domenico Brigaglia had het geluk, dat een
andere Fin, Johnny Wickström, een pitsstop moest maken om een
losgeschoten bougiekabel vast te zetten. Zij werden respectievelijk zesde en zevende. Giuseppe Ascareggi ging als achtste over de streep,
gevolgd door onze zuiderburen Olivier Liegeois en de weer herstelde
Lucio Pietroniro. Jean-Claude Selini en Bruno Kneubühler kwamen
door pech dit maal niet tot het scoren van punten. Anton Straver moest vroegtijdig
naar de kant door een uitgelopen big-end.
Anton Mang nu de snelste
Carlos Lavado realiseerde met de nieuwe
V2-Yamaha, waarvan de zuigers gelijktijdig op en neer gaan, de snelste
trainingstijd, maar na een matige start kwam hij na de eerste ronde
slechts als vijfde door. De ronde daarop noteerden wij hem als derde
en bij de volgende doorkomst zat de Zuid-Amerikaan al aan het achterwiel
van de leidende Anton Mang. "Lavado eiste teveel van zijn banden,
dus ik heb hem rustig laten passeren om hem enkele ronden later weer
terug te pakken", verklaarde Anton Mang, die de kwartliterrace
toch eigenlijk vrij gemakkelijk op zijn naam wist te brengen. Fausto
Ricci lag probleemloos op de derde plaats en scoorde daarmee voor de
vierde maal dit seizoen tien WK-punten. Manfred Herweh, opgerukt naar de
vierde plaats, ging, evenals in de training, in de gemene linkerbocht
bij de pits onderuit. Achter Alan Carter
manifesteerde Jacques Cornu zich opvallend goed. "Met deze
vijfde plaats heb ik laten zien dat ik weer helemaal op het oude
niveau terug ben. Ik voel mij weer net zo sterk als in '84." Zijn
teamgenoot Pierre Bolle werd ruim anderhalve seconde later afgevlagd.
Opvallend was het succes van het
Silverstone Armstrong team. Voor het eerst dit seizoen zaten beide
rijders in de punten. Donnie McLeod werd zevende en Niall
Mackenzie tiende.

1985
Armstrong-team 250cc Donnie McLeod en Niall MacKenzie
Mike Baldwin moest vanwege het Amerikaans
kampioenschap drie GP's dit seizoen laten lopen, maar bezet momenteel
toch een elfde plaats in de WK-tussenstand. En dat nog wel met een privé-Honda, waarop geen sticker van een sponsor te bekennen is.
"Ik hoop dat Honda Amerika mij volgend jaar als fabrieksrijder in
de Amerikaanse competitie kan gebruiken. Als dat niet het geval is kom
ik naar Europa voor de GP's. Ik doe in ieder geval of het één of het
ander."
De trainingen in Zweden
verliepen niet zonder de nodige valpartijen. Reinhold Roth, Manfred
Herweh, Christian
Sarron, Rob Punt, Anton Straver, Boet van Dulmen en Pier-Paolo Bianchi behoorden onder anderen tot
de ongelukkigen. Luca Cadalora (125 cc) en het zijspanduo Zurbrügg/Zurbrügg
werden door een schuiver in de warming-up training
zelfs voor de race uitgeschakeld.
|