|
De
tactiek had moeten zijn: Op de vierde plaats gaan rijden en na
het laatste rechte
eind Michel en Schwärzel
pakken," analyseerde
Egbert Streuer zijn optreden op het circuit van Paul Ricard. Met
een derde plaats gaan de Assenaren echter nog steeds fier aan de
leiding in het WK-tussenklassement. Rolf Biland scoorde het
maximaal aantal punten, evenals Freddie Spencer. Na een
schitterende race zag Anton Mang na bijna twee jaar weer als
eerste de zwart-wit geblokte vlag in de 250 cc. Angel Nieto was
zoals gebruikelijk de snelste bij de 125 cc' ers. Minder goed
verging het Boet van Dulmen. Een gebroken bout van de
achterwielvering veroorzaakte een zware crash en Boet brak
hierbij een middenhandsbeentje en blesseerde zijn arm.
Streuer
en Schnieders toch tevreden
"Michel
had geluk dat er een achterblijver in de weg zat, want in de
laatste twee rechtse bochten kon ik hem hebben. Hij kon er
net langs en daardoor wist hij een gat te slaan van vijftig
meter. Het probleem was dat ik bij het accelereren net iets te
kort kwam. Steeds weer kwam ik in de bochten voor Michel en Schwärzel,
maar op het lange rechte eind vlogen ze me toch weer voorbij. Ik
snap niet dat Michel en Schwärzel
zo goed samen konden werken in de race, want ze hebben een
behoorlijke hekel aan elkaar. Door in elkaars slipstream te
rijden, trokken ze elkaar op en konden ze bij me blijven.
Toch zijn we blij
met de derde plaats, want we moeten natuurlijk wel blijven
scoren. We zijn echt niet bang voor ze, want we sturen gewoon
sneller dan zij. Maar zoals de motor nu loopt zal het
op Assen moeilijk
worden om te winnen. Ook daar kunnen we het gemis aan
acceleratie niet helemaal door sturen wegwerken. Maar op Silverstone,
met al die snelle bochten, pakken we normaal gesproken
iedereen", vertelde Egbert Streuer, nadat hij samen met
Rolf Biland en Alain Michel was gehuldigd. Op de vraag of Biland
te snel voor hem was, antwoordde Egbert:"Biland zit
natuurlijk ook niet stil en hij kan meer risico's nemen. Hij
draait zeker 500 toeren meer dan wij. Wij nemen dat risico niet,
want we mogen natuurlijk niet uitvallen." De Asser combinatie
gaat na dit resultaat met veertig. punten aan de leiding. Alain
Michel heeft zijn achterstand teruggebracht tot acht punten en
Werner Schwärzel
heeft nu een achterstand van twaalf punten. Niet alleen aan de
kop was het spannend. Halverwege de race was een peloton ontstaan
onder aanvoering van de matig gestarte Theo van Kempen, gevolgd
door Derk Bayley, Derk Jones en Masalo Kumano. "We hadden
snel de aansluiting gevonden en toen begon het feest. Slipstreamen,
uitremmen, dwarsstaan, alles gebeurde. Er werd keihard gereden,
maar ook netjes. Mooi hoor. Ik heb genoten," zei Theo van
Kempen. Op de vraag waarom hij vijf ronden voor tijd plotseling
niet als vijfde, maar als negende doorkwam, antwoordde
Theo:"Ik verremde mij bij de chicane, zodat de hele groep
voorbij kon komen. Jones en Bayley sloegen meteen een gat, wat
we niet meer goed konden maken. We zijn echter weer dik tevreden
met een zevende plaats. We hebben punten en dus ook weer munten.
De trainingen hebben geld genoeg gekost. Mijn reserveblok is
gescheurd en tijdens het proefdraaien ging het buitenlager van
de krukas kapot. We hebben de race met een carter van Streuer moeten
rijden. Ik hoop voor de TT nog een sponsor te vinden, want
anders komt het niet goed." Hein van Drie vertrok als
voorlaatste en bleef op een veertiende plaats steken. "Door
een lekke benzineslang kon ik er niet meer bij komen." Jos
Modder passeerde als zestiende de finish.
Zijspannen:
Biland/Waltisperg 1e en Streuer/Schnieders 3e

Henk
van Kessel tiende
"Ik
ging met de gedachte naar Paul Ricard dat mijn fiets niet snel
genoeg was. We hebben in de trainingen echter weinig problemen
gekend en alles rustig kunnen opbouwen. Een dertiende trainingstijd
was al hoopgevend. De race ging lekker en met een tiende plaats
ben ik dik tevreden," aldus Henk van Kessel. Aan kop was
August Auinger niet van zins zich zomaar door het Garelli-trio
Nieto, Lazzarini en Gresini naar de vierde plaats te laten
dringen. Steeds weer nam de Oostenrijker het initiatief. Angel
Nieto sleurde echter zijn teamgenoten keer op keer naar en langs
Auinger. Tegen het eind van de race moest Fausto Gresini lossen.
Nieto won voor de 87e maal een Grand Prix. Eugenio Lazzarini
finishte als tweede, en August Auinger werd derde. De Zwitsers
Bruno Kneubühler en Hans Müller knokten om de vijfde plaats.
Zij kregen halverwege de race gezelschap van de achteruit het
veld komende Italiaan Ezio Gianola. De Zwitsers moesten de
Italiaan zelfs laten gaan, maar in de laatste ronde maakte
Gianola een fout en zakte terug naar een elfde plaats. Kneubühler
wist Müller achter zich te houden. Vilali finishte eenzaam als
zevende. De Fin Johnny Wickström passeerde met twee seconden
voorsprong op de Belg Lucio Pietroniro de finishvlag.
125cc:
winnaar Angel Nieto
 
Anton
Mang
als vanouds
In
Hockenheim, september '82, proefde Anton
Mang voor de
laatste keer het zoet der overwinning in de 250 cc klasse. Na
een mislukt seizoen in de halveliterklasse verscheen hij dit
seizoen weer met een kwartliter op de circuits. In de tot nu toe
verreden GP's scoorde Mang steeds WK punten. Op het 5,8
kilometer lange circuit van Paul Ricard haalde de voormalig
wereldkampioen fantastisch uit. De eerste twee ronden
voerde
Thierry Espié op een Chevallier het veld aan, maar in de derde
ronde nam Mang de leiding over. Enkele ronden later leek Mang,
met in zijn kielzog Carlos Cardus, afstand te nemen, maar een
remfout bracht een hergroepering tot stand. Uiteindelijk trok
Anton Mang toch aan het langste eind en finishte voor Carlos
Lavado en Manfred Herweh als eerste. Thierry Espié greep net
naast het podium.
 |
|
250cc:
Manfred Herweh (7) Anton Mang (3) Christian
Sarron (2) Thierry Espié (5) en Sito Pons (30) |
 |
|
250cc:
teammanger Kenny Roberts met Wayne Rainey (6e plaats) |
Duel
Spencer - Lawson bleef weer uit

Start
500cc: Raymond
Roche (11) en Eddie Lawson rijden al, terwijl Virginio Ferrari
(18) en Freddie Spencer nog duwen.
Wie
is er nu eigenlijk de sterkste? Het antwoord op deze vraag kan
alleen in een rechtstreeks duel gegeven worden. Ook in het
zuiden van Frankrijk bleef het duel Spencer-Lawson uit. Freddie
Spencer, toch weer op de V4, nam na enige schermutselingen met
Raymond Roche en Randy Mamola, al in de derde ronde van de in
totaal te verrijden eenentwintig ronden de leiding. Zonder enige
tegenstand kon Spencer weer 15 WK-punten bijschrijven. Na de
race troffen we een zeer spraakzame Eddie Lawson aan. "Ik
ben zeer tevreden met de tweede plaats. In de opwarmronde hield
mijn machine een paar keer in. Tijdens de race gebeurde dat ook.
Dan liep de motor weer op drie, dan weer op vier cilinders. Met
Freddie om de eerste plaats strijden was dus helaas niet
mogelijk. Het was zaak om de machine heel te houden en in
Randy's slipstream te blijven. Dat lukte en zes ronden voor tijd
nam ik het besluit om Randy in de laatste ronde bij het ingaan
van de bocht voor start en finish te verrassen. Ook dat
lukte." Op de vraag wat er met zijn Yamaha aan de hand was,
antwoordde Lawson: "Wij vermoeden dat we te rijk hebben
gesmeerd. Ferrari had namelijk met dezelfde problemen te
kampen." Raymond Roche kwam, tot grote teleurstelling van
het dertigduizend koppige publiek, met een defecte power-valve
in de vijfde ronde de pits binnen. Ron Haslam reed een eenzame
race op de vierde plaats. Achter Didier de Radiguès en Virginio
Ferrari knokten Broccoli, McElnea en Boet van Dulmen om de
zevende plaats. In de zesde ronde sloeg het noodlot echter toe.
Boet was in, een snelle rechtse bocht verschrikkelijk hard
onderuit gegaan. "Ik zag plotseling een rookwolk en daarna
vloog Boet door de lucht. In een fractie van een seconde nam ik
de beslissing om de grintbak in te sturen, anders had ik Boet
geraakt," vertelde Rob McElnea met een van pijn vertrokken
gezicht en een knie die zienderogen dikker werd. Gerrit
Veldscholten, de monteur van Boet, ontdekte al snel de oorzaak
van de crash. "De bevestigingsbout van de achterwielswingarm
is afgebroken. De machine zakt dan op de achterband en in een
bocht waar je ongeveer 240 km per uur rijdt, heb je dan geen
enkele kans." Boet verscheen laat op de avond weer op het
rennerskwartier, nadat hij het ziekenhuis van Toulon tegen de
zin van de doktoren in had verlaten. Hij kon zich niets meer van
de crash herinneren, maar toen hem alles was verteld reageerde
hij met de woorden:"Wat ben ik blij dat McElnea achter mij
reed. Deze man heeft enorm veel ervaring en dat is mijn geluk
geweest. Dat die bout gebroken is kon niemand voorzien. Het is
origineel fabrieksmateriaal." Het Toshiba team kreeg nog
een tegenslag te verwerken. Rob Punt moest met een gebroken
inlaatschijf in de tiende ronde de pits in. Virginio Ferrari
reed op een zwaar rokende en knallende motor de race uit op een
kansloze positie, dit zeer tegen de zin van Agostini, die van
mening was dat hij beter binnen had kunnen komen. Na de crash
van Boet knokten Broccoli, Roth, Sheene en Pellandini om de
zesde plaats. Hierbij werd zo hard gereden dat De Radiguès
tegen het eind van de race ook in deze groep terecht kwam en
Pellandini moest lossen. In de laatste ronde nam Roth teveel
risico en ging onderuit. Razendsnel pakte hij zijn Honda weer op
en wist toch nog als achtste te finishen. Barry Sheene werd
vijfde, gevolgd door De Radiguès en Broccoli. Pellandini werd
negende. De enige
overgebleven Nederlander, Henk van der Mark, ging ook in zijn
tweede Grand Prix erg sterk. "Ik verprutste mijn start. Ik
liet de koppeling te vroeg los, waardoor ik nog een keer moest
gaan duwen. Als één van de laatsten ben ik vertrokken. Ik had
niet gedacht nog een dertiende plaats te kunnen pakken,"
vertelde Henk. In Joegoslavië is hij niet van de partij, omdat
hij zich voor moet bereiden op de WK-endurance op 24 juni in het
Oostenrijkse Zeltweg.
 |
|
500cc,
Gustav Reiner (32), Barry Sheene (7)
Reinhold Roth (26) |
|