|
Eindelijk
zijn Egbert Streuer en Bernard Schnieders verlost van de pechduivel. In
Assen konden ze hun kunnen nog niet omzetten in een overwinning, maar op
de fraaie Ardennenomloop moest alles en iedereen diep buigen voor de
pure klasse van het Asser duo. Freddie Spencer zorgde opnieuw voor een
mijlpaal. Het Honda-wonder reed zowel in de 250 cc als de 500 cc klasse
alle ronden op kop. In de 125 cc maakte Fausto Gresini veel terrein goed
in de WK tussenstand door te winnen, terwijl koploper Bianchi niet
verder kwam dan een vijfde plaats.
Tijdens de eerste twee ronden van de
vrije training in Francorchamps was het even wennen voor Egbert Streuer.
"Na alle panische reacties in de laatste ronden te Assen was het
hier een hele opluchting om weer over goede remmen te beschikken."
Een verkeerde samenstelling van de remvoering bleek de boosdoener in
Assen geweest te zijn. In België had het Barclay team de zaken - dus
ook de remblokken - weer volledig onder controle en Egbert en Bernard
doken in de training maar liefst drie seconden onder hun tijd van
verleden jaar. Ze bezetten dan ook poleposition met 1,7 seconde
voorsprong op Rolf Biland en Kurt Waltisperg.
In de race gingen de Assenaren op een verstandige manier te
werk. Biland mocht de eerste vier ronden op kop rijden, waarna Egbert
Streuer het initiatief overnam. Er ontspon zich een fraai en spannend
gevecht tussen de twee snelste duo's op drie wielen. Een strijd die in
wezen ongelijk was, omdat de Nederlanders duidelijk de meerdere waren.
Maar dat kwam pas in de slotfase tot uiting. Een eindelijk weer eens
stralende Egbert: "Ik heb in het begin bewust rustig aan gedaan.
Wij hadden zachtere banden dan Biland gemonteerd en moesten dus oppassen
dat ze niet te snel zouden slijten. Daarom dacht ik, laat Biland het
werk maar doen en ging rustig achter hem zitten." Waarom nam je dan
toch in de vijfde ronde de leiding over? "Ik wist niet hoe hard
Schwärzel op de derde plaats reed en of hij in staat was om bij ons te
komen. Na twee ronden kopwerk kreeg ik vanuit de pits door dat onze voorsprong
op Na deze fraaie winst zien Egbert en
Bernard de toekomst vol vertrouwen tegemoet en zien ze ook een
prolongatie van de wereldtitel nog wel zitten. Bernard: "We staan
dan nog wel zeven punten achter op Biland, maar we weten dat we sneller
zijn." Met nog drie Grands Prix voor de boeg
is er inderdaad
nog van alles
mogelijk. Ondanks hun nederlaag namen
Biland/Waltisperg de leiding in de tussenstand van het wereldkampioenschap
over van de combinatie Schwärzel/Buck, die tot Francorchamps aan de
leiding hadden gestaan. De Duitsers kwamen in België niet verder dan de
derde plaats. Na alle pech in Assen gunde Biland zijn grote rivaal
Streuer het succes van harte: "Natuurlijk had ik liever zelf gewonnen,
maar Egbert heeft zeer verstandig gereden. Zijn motor liep een stuk
sneller. Ik kon niet harder. Ook al omdat ik tegen het einde met
schakelproblemen te kampen kreeg. Hoewel we tweede werden, was het een
mooie race." Kurt Waltisperg was het volledig met zijn stuurman
eens. Groot was de teleurstelling in het kamp van Alain Michel. De
kleine Fransman had zich zoveel van dit seizoen voorgesteld, maar zag
voor de derde achtereenvolgende keer de finish niet. De oorzaak was dit
keer een volledig aan flarden gereden achterband. Door dit euvel
belandden Michel/Fresc ook nog tegen de vangrail. Een diep in de put
zittende Michel: "Zoals het er nu naar uitziet, stop ik aan het
einde van dit seizoen. Het geld is op." Ook voor de overige
Nederlandse zijspannen verliep de GP van België niet al te positief.
Zaten er tijdens de TT naast Streuer/Schnieders nog drie combinaties in
de punten, in Francorchamps niet één. Theo van Kempen en Geral de Haas
vielen al na twee ronden uit door een gebroken zuiger. Van Kempen:
"Mijn hele seizoen is kapot. Ik denk, dat ik dit jaar alleen nog in
Le Mans rijd." Ook Jos Modder en Martin van 't Klooster vielen door
mechanische pech uit. Martin Kooy/ Raimond van de Groep werden
vijftiende, op de voet gevolgd door Hein van Orie/lan Colquhoun.
500cc
Meedogenloos optreden Spencer
De GP racerij in de twee populairste klasses
gaat gebukt onder het regiem van Freddie Spencer. Immers, op zijn
favoriete circuit boekte Spencer voor de derde maal dit seizoen een
dubbele zege en kon voor de zoveelste maal in zijn carrière weer een
persoonlijk record laten optekenen. In beide races kwam hij namelijk alle
ronden als eerste door. Freddie's optreden was niet alleen weergaloos,
maar ook meedogenloos. De concurrentie werd in twee ronden op veilige
afstand gezet en afhankelijk van de pitssignalen werd de gaskraan verder
open gedraaid. Het is allemaal schitterend om te zien, maar het publiek
wil meer dan alleen een one-man show. Fluiten en boegeroep zijn de
alleszins verklaarbare reacties van de toeschouwers. Terwijl de hevig
transpirerende tegenstanders zich naar een verfrissing snellen, vertelde
een nauwelijks verhitte Spencer na afloop van de 500cc race zijn verhaal: ,De tactiek was
zo snel mogelijk een voorsprong nemen en deze consolideren. Nadat het
gat zeven á acht seconden was, was het niet meer nodig harder te gaan.
Ik had slechts één probleem, maar dat gold voor iedereen. De grip van
de banden was niet optimaal." Achter Spencer viel gelukkig toch nog
het één en ander te beleven. Eddie Lawson en Christian Sarron vochten
op hun Yamaha's een spannend duel uit om de tweede plaats. In de
twaalfde ronde viel de beslissing. Sarron: ,Ik raakte even buiten de
baan. Bovendien kreeg ik in dezelfde ronde problemen met de ontsteking,
waardoor ik tweeduizend toeren minder kon draaien. Toch ben ik tevreden,
want ik sta weer derde in de WK-stand." Lawson probeerde nog wel
dichter bij Spencer te komen, maar het gat werd niet kleiner dan vijf seconden.
"Bij de start miste ik al de aansluiting en dan wordt het erg moeilijk
om nog bij Spencer te komen." Wayne Gardner kwam na de eerste ronde als
achtste door, maar de Australiër, helemaal niet bang voor "bijna
schuivers" werkte zich op spectaculaire wijze op naar de vierde
plaats. Haslam,
Mamola, Roche en De Radiguès waren de leden van de
achtervolgende groep. De Radiguès moest als eerste lossen, hij finishte
als zevende en Mamola ging in de veertiende ronde onderuit. Met een
flink geschaafde vinger vertelde hij na afloop: "Ik remde mijzelf
onderuit." Haslam moest tegen het eind van de race gas terug nemen
om de grip op het asfalt te kunnen behouden, waardoor Roche toch nog
vrij gemakkelijk vijfde werd. Grootste pechvogel was Dave Petersen.
"Ik kon Katayama goed volgen en zag zeker kansen om hem in de
laatste ronde te verslaan. Helaas kwam ik in de laatste ronde zonder
benzine te staan en dat terwijl ik al een liter extra had
meegenomen," vertelde de Zuid-Afrikaan ons diep ongelukkig. Boet
van Dulmen werd negende, ondanks het feit dat hij met meerdere problemen
af moest rekenen. "Toen Baldwin mij voorbij wilde trok ik bijna de
machine onderuit. Later stuiterde mijn voorvork nogal, waardoor ik
Gustav Reiner niet van mij af kon schudden. Gustav was eigenlijk het
grootste probleem. Of ik nu rondjes reed van 2.33 of 2.36 maakte niets
uit, Gustav volgde gewoon blindelings. Je kunt het beste maar achter hem
blijven zitten en in de laatste ronde toeslaan." De overige
Nederlanders kwamen ook allemaal aan de finish. Henk van der Mark werd
achttiende. Rob Punt, zonder de technische steun van Willy van Wanrooy
werd twintigste, op afstand gevolgd door Mile Pajic. Maarten Duyzers
bracht zijn stokoude Suzuki als zevenentwintigste over de streep. Onder
de 500 cc coureurs is hier en daar vrij veel frustratie merkbaar. Mamola
begrijpt niet waarom hij niet op een viercilinder mag rijden. Hij bracht
dit probleem als volgt onder woorden: "Eigenlijk kent de 500 cc
twee kompetities. Eén voor de viercilinder rijders Spencer, Lawson, Sarron
en Roche. En een voor de driecilinderrijders Haslam, Gardner, Katayama
en mijn persoontje.

500cc
Franco Uncini (13e) en Ron Haslam (6e)
250cc
Het
wordt ééntonig
Bij de tweede doorkomst van de kwartliterrace
riep een Nederlandse fotograaf: "Camera's inpakken maar. Pakkende
duels om de eerste plaats vinden tegenwoordig alleen in de eerste ronde
plaats." Spencer had alweer een gat van drie seconden geslagen op
zijn achtervolgers Anton Mang en Carlos Lavado. Met nog vier races te
gaan heeft Spencer inmiddels al een voorsprong van maar liefst 34 punten
op Mang, die met een derde plaats achter Lavado best tevreden was.
"De laatste ronden liep de motor afwisselend op één en twee
cilinders. Ik kon Lavado op die manier niet meer volgen en ik ben allang
blij dat ik de race uit kon rijden. Martin Wimmer kwam de laatste twee
ronden ook razendsnel naar voren." De strijd om de troostprijzen
ging aanvankelijk tussen Pierre Bolle, Stéphane Mertens, Carlos Cardus
en Jean-Francois Baldé. Martin Wimmer had een slechte start, maar reed
op sublieme wijze naar deze groep toe. In de achtste ronde dook hij
temidden van dit kwartet op en vier ronden later verliet hij de groep om
jacht te maken op zijn landgenoot Anton Mang. Cardus handhaafde zich op
de vijfde plaats. Mertens moest na een schuivertje de strijd staken en
ook Pierre Bolle kon voor de eerste maal dit seizoen de Parisienne niet
onder de zwart-wit geblokte vlag door sturen. Dat lukte wel Manfred
Herweh die voor de eerste maal dit jaar vijf WK punten wist te scoren.
Een knappe prestatie van de lang geblesseerde vice-wereldkampioen,
temeer omdat hij fel belaagd werd door Juan Garriga,
Dominique
Sarron en Alan Carter.
Baldé moest drie ronden voor tijd met een gebroken schakelpedaal
uitvallen. De race verliep voor Loris Reggiani dramatisch. Al in de
eerste ronde ging hij hard onderuit en liep daarbij een heupfractuur op.
Reinhold Roth en Hans Lindner kwamen in de tweede
ronde met elkaar in aanraking en vlogen uit de baan. Roth brak
een sleutelbeen en Lindner, in Oostenrijk
nog zesde, brak beide voeten. Mar Schouten was de enige Nederlandse
coureur die van start mocht gaan. Helaas
maar voor Korte duur, want na de vijfde ronde parkeerde hij zijn
Yamaha al met een defecte koppeling in de pits.
Cees Doorakkers was in de training gevallen
en na een bezoek aan de dokter kreeg hij toestemming om van start te
gaan, echter na 2 ronden kreeg hij de zwarte vlag en bleek dat hij zich
bij een verkeerde arts had gemeld. dit betekende dus einde race voor
hem.

Freddie
Spencer op weg naar de overwinning in de 250cc
125cc
Gresini niet te pakken
Het 125cc gebeuren in Spa werd volledig
gedomineerd door Fausto Gresini. De Garelli coureur was eerst verreweg
het snelste in de training en boekte in de race een start-finish zege.
Vanzelfsprekend was Fausto
na afloop erg tevreden: "Ik had niet verwacht dat het zo makkelijk
zou gaan. Jammer dat Gianola er niet bij was, want dan had die ook wat
punten van Bianchi af kunnen pakken." De leider in de tussenstand
van het wereldkampioenschap kwam
in Francorchamps niet verder
dan de vijfde plaats en zag zo zijn voorsprong op Gresini slinken tot
vijf punten. M'n motor heeft het hele weekend niet goed willen lopen.
Hij werd veel te heet," aldus Bianchi, die zijn teleurstelling
afreageerde door na de race tegen de cilinderinhoud van Gresini's
Garelli te protesteren. Ook hier haalde de MBA rijder bakzeil, want na controle
bleek, dat de Garelli kleiner dan 125 cc was! Na een kortstondig duel
toonde Bruno Kneubühler zich de meerdere van Lucio Pietroniro en werd
tweede. De Belg mocht voor eigen publiek als derde het podium bestijgen.
Nadat Jean-Claude Selini met schakelmoeilijkheden was uitgevallen,
pakte August Auinger de vierde plaats. Anton Straver knokte de gehele
race met Waibel, Olsson en Freuz en werd met een veertiende plaats de
beste Nederlander in deze klasse. Boy van Erp pakte de twintigste plek.
Ton Spek werd tweeëntwintigste. Gianola was in de vrije trainingen hard
ten val gekomen en liep hierbij een gescheurde kaak en diverse
verwondingen in zijn gezicht op. Teammanager Eugenio Lazzarini dacht er
even aan om Luca Cadalora op de fabrieks-Derbi te laten rijden, maar dit
hoefde al niet meer, want de jonge Italiaan ging ook onderuit en liep
hierbij inwendige kneuzingen op. Hein Vink en Jan Eggens wisten zich
niet te plaatsen.

125cc,
35.Alfred Waibel 29.Anton Straver 32.Thierry Feuz 46.Hakan
Olsson
Uitslagen:
125cc:
1.
Fausto Gresini (I), Garelli, 14 ronden in 39.17,63 (gemiddeld 148.359
km/uur); 2. Bruno Kneubühler (CH), LCR-Krauser, 39.32,92; 3. Lucio
Pietroniro (B), MBA, 39.36,34; 4. August Auinger (A), Castrol-MBA,
39.37,76; 5. Pier Paolo Bianchi (I), MBA, 39.39,33; 6. Willy Perez (RA),
Zanella, 39.52,30; 7. Domenico
Brigaglia (I), MBA, 39.53,44; 8. Olivier Liegeois (B), KLS, 39.55,70; 9.
Johnny Wickstrom (SF), MBA, 40.08,20; 10. Jussi
Hautaniemi (SF), MBA, 40.08,71; 11. Alfred
Waibel (D), Waibel-Spezial, 40.31,67; 12. Hakan Olsson (S), Starol,
40.32,54; 13. Thierry Feuz (CH), MBA, 40.32,76; 14. Anton
Straver (NL), Jong-MBA, 40.34,46; 15. Eric Gijsel (B), MBA; 20. Boy van
Erp (NL), MBA; 22. Ton Spek (NL), MBA.
Snelste
ronde: August Auinger, 2.45,36 = 151.088 km/uur.
250
cc: 1.
Freddie Spencer (USA), Honda, 16 ronden in 42.05,73 (gemiddeld 158.268
km/uur); 2. Carlos
Lavado (YV), Yamaha, 42.18,43; 3. Anton Mang (D), Honda, 42.23,12; 4. Martin
Wimmer (D), Yamaha, 42.45,69; 5. Carlos
Cardus (E), JJ-Cobas,
42.51,51; 6. Manfred Herweh (D), Real,
43.05,18; 7. Juan
Garriga (E), JJ-Cobas, 43.05,65; 8. Dominique Sarron (F), Honda,
43.06,51; 9. Alan Carter (GB), Honda, 43.06,73; 10. Patrick Igoa (F),
Honda, 43.21,29; 11. Jacques Cornu (CH), Honda; 12. Luis Reyes (E),
JJ-Cobas; 13. Siegfried
Minich (A), Yamaha; 14. August Auinger (A), Bartol; 15. Guy Bertin (F),
Malanca.
Snelste
ronde: Freddie Spencer, 2.36,12 = 160.030 km/uur.
500
cc: 1.
Freddie Spencer (USA), Honda, 20 ronden in 49.51,80 (gemiddeld 167.016
km/uur); 2. Eddie
Lawson (USA), Yamaha, 49.57,07; 3. Christian
Sarron (F), Yamaha, 50.28,09; 4. Wayne Gardner (AUS), Honda, 50.42,31;
5. Raymond Roche (F), Yamaha, 51.06,17; 6. Ron Haslam (GB), Honda,
51.17,75; 7. Didier de Radigues (B), Honda, 51.27,88; 8. Takazumi
Katayama (J), Honda, 51.30,14; 9. Boet van Dulmen (NL), Honda, 51.51,36;
10. Gustav Reiner (D), Honda, 51.52,46; 11. Mike
Baldwin (USA), Honda; 12. Thierry Espie (F), Chevallier; 13. Franco
Uncini (I), Suzuki; 14. Christian
Ie Liard (F), Honda; 15. Alfonso Pons (E), Suzuki; 18. Henk van der Mark
(NL), Honda; 20. Rob Punt (NL), Suzuki; 21. Mile
Pajic (NL), Honda; 27. Maarten
Duyzers (NL), Suzuki.
Snelste
ronde: Eddie Lawson, 2.28,35 = 168.412 km/uur.
Zijspannen:
1.
Streuer/Schnieders (NL), LCR-Yamaha, 16 ronden in 42.28,33 (gemiddeld
156.865 km/uur); 2. Biland/Waltisperg
(CH), Krauser, 42.44,05; 3. Schwarzel/Buck (D), LCR-Yamaha, 43.07,22; 4.
Abbott/Smith (GB), Ham-Yam, 44.02,26; 5. Kumano/Diehl (J-D),
Toshiba-Yamaha, 44.07,49; 6. Christinali/Fahrni
(CH), LCR-Yamaha, 44.08,70; 7. Egloff/Egloff
(CH), Yamaha, 44.11,18; 8. Bayley/Nixon (GB), LCR-Yamaha, 44.11,72; 9. Zurbrügg/Zurbrügg
(CH), LCR, 44.12,05; 10. Hügli/Schütz (CH), LCR, 44,32.59; 15. Kooy/v.d.
Groep (NL), Kova-Yamaha; 16. Van Drie/Colquhoun (NL-GB), LCR.
Snelste
ronde: Streuer/Schnieders, 2.36,05 = 160.102 km/uur.
|