|
Na de "plot" in Assen waren Egbert
Streuer en Bernard Schnieders binnen een uur alweer in gedachten bezig
met de volgende Grand Prix. Vol zelfvertrouwen begon het Barclay-team
aan het karwei in Francorchamps. Driehonderd meter voor de eerste
doorkomst van La Source hoorde Streuer "krrrrr". Opnieuw had
de pechduivel genadeloos toegeslagen. Gelaten incasseerden de
wereldkampioenen ook deze tegenslag. "Met nog vier GP's te gaan;
moeten wij de opgelopen achterstand van 12 punten zondermeer goed kunnen
maken. " Brigaglia en Webster/Hewitt proefden voor de eerste maal
het zoet van een GP overwinning en Randy Mamola stond na ruim een jaar
weer op de hoogste trede van het erepodium.
De trainingen konden onder
ideale weersomstandigheden worden afgewerkt en ook de warming-up werd
nog op een droge piste verreden. Daarna begon het te regenen, waardoor
de afstelling en de bandenkeuze slechts op de gok bepaald konden worden.
De slechte weersomstandigheden en de natte baan zorgden dan ook voor
enorme verrassingen. Vele valpartijen, uitvallers en slecht lopende machines bepaalden het
verloop van de races.
500cc
Mamola
watervlug
 |
|
Kevin
Schwantz (boven) en Raymond Roche (onder). |
 |
De hairpin La Source is na de 500 cc race
uitgegroeid tot de Stekkenwal van Assen. Kevin Schwantz ging daar in de
opwarmronde al onderuit, maar ging toch met een van pijn vertrokken
gezicht van start. Nadat hij als tiende was afgevlagd, constateerde de
medische dienst een gebroken sleutelbeen. Van de toprijders ging Ron
Haslam met de ELF 3 in de vierde ronde onderuit. Paul Lewis volgde drie
ronden later. De baanposten hadden hun bezems nog niet weggezet of
Raymond Roche vloog met de kostbare Honda viercilinder van de baan. De
machine reed vervolgens geheel zelfstandig door en kwam via de vangrail
in een groepje toeschouwers tot stilstand. In de dertiende ronde remde
Mike Baldwin zich als laatste topper in La Source onderuit. Randy Mamola
trok zich van al het puinruimen niets aan. Hij leidde van start tot
finish. "Ik heb ruim een jaar (Assen '85) op een GP zege moeten
wachten. Het is een heerlijk gevoel om weer als eerste te worden
gehuldigd." Eddie Lawson werd onbedreigd als tweede afgevlagd.
"Ik heb geen enkel risico genomen," was zijn commentaar. Na
een matige start knokte regenspecialist Christian Sarron zich naar de
derde plaats. "Mijn machine liep na de start een tijdje op twee
cilinders. Waarschijnlijk veroorzaakt door het vele water. Door al het
opspattende water heb ik pas laat de aanval in kunnen zetten. Ik heb
gewacht tot de rijders voor mij op enige afstand van elkaar reden. Toen
ik na de crash van Baldwin in derde positie lag, heb ik geen enkel risico
meer genomen." Didier De Radiguès kwam in de beginfase als vierde
door, maar moest wegens bandenproblemen Wayne Gardner, Rob McElnea en
Pier-Francesco Chili voor laten gaan. Met name Pier Francesco Chili
leverde met een geblesseerde voet een uitstekende prestatie. Krimpend
van de pijn moest hij na de finish van zijn Suzuki worden gedragen. De
ACHTSTE plaats van Mile Pajic moet met hoofdletters worden geschreven.
Zeer beheerst stuurde Mile zijn Honda vanaf de start over de spekgladde
piste. "Ik ben in de beginfase jammer genoeg door Schwantz van de
baan gereden. Hoe ik op de been ben gebleven weet ik niet, maar de
schrik zat er toch wel even in. Waarom het de laatste tijd zo goed met
mij gaat? Wij gaan als vrienden naar de race. Er wordt niet meer gezeurd
en als coureur heb ik veel meer over de motor te vertellen. Er rust
helemaal geen druk meer op mij, waardoor ik lekker ontspannen aan de
race kan beginnen. Niet dat het allemaal vanzelf gaat, want we werken op
een wankele financiële basis. Gelukkig levert een achtste plaats weer
genoeg op om naar Paul Ricard af te reizen." Boet van Dulmen was
niet zo zeer te spreken over zijn negende plaats als wel het rijden van
Kevin Schwantz. "Onvoorstelbaar wat die makker onderweg allemaal
uithaalt. Hij is werkelijk nergens bang voor. Als je achter zo'n cowboy
zit bedenk je je echt wel even voordat je hem probeert uit te remmen,
tenminste op mijn leeftijd. Een paar jaar geleden had ik daar geen
enkele moeite mee, maar in dit stadium liggen mijn grenzen heel
duidelijk dichter bij huis. Ik heb mij tijdens de trainingen al verbaasd
over het feit dat die ontwikkeling zo snel gaat. Ik reed bijna vier
seconden langzamer dan vorig jaar." Evenals Burnett en Garriga
moest Maarten Duyzers met water in de carburateurs naar de pits.
Pier-Francesco
Chili
125cc
Brigaglia profiteert
De felle broederstrijd tussen Fausto Gresini en
Luca Cadalora werd deze keer in de kiem gesmoord. Luca Cadalora kreeg
zijn machine slechts moeizaam aan de praat, maakte vervolgens na de
eerste ronde een pitstop (tankontluchting) en ging in de vierde ronde
onderuit. Boy van Erp was een ronde eerder op dezelfde plaats (La
Source) gevallen. Regenrijder August Auinger werd ook al vroeg in de
race uitgeschakeld. Ditmaal niet door een schuiver, maar een defecte
ontsteking was de reden van zijn opgave. Een euvel waarmee ook Bruno
Kneubühler te kampen kreeg. Het tempo aan de kop werd in de beginfase
bepaald door Bianchi met Gresini, Perez, Pietroniro, Brigaglia en
Liegeois in zijn spoor. Met nog acht ronden te gaan nam Domenico
Brigaglia de leiding over. Even leek Ezio Gianola hem te kunnen
bedreigen. Op schitterende wijze trotseerde hij de elementen en stuurde
zijn MBA in enkele ronden van een tiende naar een tweede plaats. Een
remfoutje wierp hem echter weer terug naar een zesde plaats, net voor
Bianchi, die ook al een keer rechtdoor was gegaan. "Ik heb gewonnen
vanwege een perfecte motor. Ook de weersomstandigheden waren bepaald
niet in mijn nadeel," vertelde Brigaglia na zijn eerste Grand Prix
zege. De verrassende nummer twee, Lucio Pietroniro, voelde zich als een
vis in het water. "De regen is natuurlijk in ons voordeel geweest.
Het verschil in vermogen valt onder dergelijke omstandigheden volledig
weg. Ik heb vanaf de start voorin mee kunnen strijden." Olivier
Liegeois maakte met een vijfde plaats, achter Willy Perez en Fausto
Gresini, het Belgische succes kompleet. "Ik had zelfs op het
ere-podium kunnen komen, maar mijn motor hield bij het uitkomen van
langzame bochten weleens in. Desondanks ben ik dik tevreden. In Assen
kon ik mij niet kwalificeren wegens stuurproblemen. Ik heb van Docshop
een nieuw frame gekregen en dat stuurt perfect." Uit het
Nederlandse kamp viel ook een tevreden stemgeluid te horen. "Ik ben
erg onzeker aan deze GP begonnen. In Assen was mijn versnellingsbak vast
gegaan en ik kon de oorzaak niet vinden. Na elke training heb ik mijn
motor grondig gecontroleerd en nog wat zaken veranderd. In de laatste
training was alles weer honderd procent in orde. Met een dertiende
plaats ben ik zeer tevreden, " aldus Anton Straver. Ton Spek
finishte als twintigste, net even voor Jan Eggens.
250cc
Uit- en afvallers

Anton
Mang
"De regen vormt geen extra probleem.
Niemand heeft zich tijdens de trainingen op deze weersomstandigheden
kunnen voorbereiden," vertelde Carlos Lavado een uur voor de start
van de kwartliterrace. Al bij de eerste doorkomst in La Source ging
Lavado onderuit en Giacomo Agostini moest er aan te pas komen om de
totaal onthutste Carlos van de baan te halen. Na de race was hij weer
enigszins voor rede vatbaar. "De schade valt gelukkig mee. Mang en
Wimmer behalen geen punten. Alleen het verschil op Sito Pons wordt toch
wel erg klein." De Spanjaard had een goede start en bouwde gestaag
aan een veilige marge op zijn achtervolgers. "Ik ben in de eerste
ronde met de nodige risico's naar de eerste plaats gereden. Toen ik
vanuit de pits door kreeg dat Lavado weg was en Mang en Wimmer in de
achterhoede zaten, heb ik heel ontspannen gereden. Wie weet wat er dit
seizoen nog allemaal mogelijk is, nu het verschil op Lavado nog slechts
tien punten bedraagt." Tot ieders verrassing konden Mang en Wimmer
geen vuist maken. "Ik reed met een totaal verkeerde afstelling en
kwam daardoor vijfhonderd toeren tekort," luidde het excuus van
Martin Wimmer. Anton Mang bepaalde zich, nadat hij enige malen
gevaarlijk dwars had gestaan, tot uitrijden. De beide Duitsers finishten
achter elkaar als zeventiende en achttiende. Tot de bekendste uitvallers
behoorden Stéphane Mertens en Jean Francois Baldé (crash), Loris
Reggiani (afstellingsproblemen), Manfred Herweh (beslagen vizier) en
Pierre Bolle (te koude motor). Fausto Ricci lag aanvankelijk op een
vijfde plaats, maar moest vanwege een beslagen vizier het tempo laten
zakken en kwam daarna niet verder dan een elfde plaats. Achter Sito Pons
was Donnie McLeod de enige coureur die serieus voor de eerste plaats in
de aanval ging. "Ik wist het verschil tot vier seconden terug te
brengen, maar toen kwam ik bij het uitkomen van La Source zo dwars te
staan, dat ik maar voor de tweede plaats heb gekozen." Jacques
Cornu knokte zich ten koste van Alan Carter naar de derde plaats, die in
de voorlaatste ronde ook Dominique Sarron nog voorbij zag komen. Sarron
kwam op de streep slechts enkele meters tekort om ook Cornu nog van de
derde plaats te verdringen. Cees Doorakkers hield zich goed staande en
finishte net achter Anton Mang als negentiende.
Geen
paniek
"Het is nog nooit zonder problemen gegaan
en als het allemaal normaal verloopt hoeven wij voor niemand bang te
zijn," vertelde Bernard Schnieders nadat de pechduivel opnieuw had
toegeslagen. "We lagen al zeker honderd meter voor op Steve Webster
toen ik bij het terugschakelen voor de chicane "krrr" hoorde.
Even dacht ik aan de ketting, maar bij het opschakelen was alleen de
eerste versnelling nog voorhanden. De versnellingsbak moet vol liggen
met afgebroken tanden. Met nog vier GP's te gaan is het zeker mogelijk
om twaalf punten achterstand goed te maken, maar ik moet wel op jacht
naar materiaal," liet Egbert Streuer weten. Theo van Kempen kwam
vanwege een defecte ontsteking ook niet verder dan de eerste ronde.
Steve Webster reed na de eerste doorkomst fier aan de leiding en boekte
zijn eerste Grand Prix overwinning. Alain Michel consolideerde zijn
tweede plaats. "Toen ik vanuit de pits vernam dat Streuer uit de
race was, heb ik geen risico's meer genomen." Good-old Rolf
Steinhausen stuurde zijn knalgele span met grof geweld naar de derde
plaats. Het echte vuurwerk kwam deze race toch weer van Rolf Biland.
"In de eerste ronde heb ik mij verremd." Vanuit de achterhoede
stuurde hij zijn Krauser-LCR naar de vierde plaats. "Als ik die
fout niet had gemaakt, had ik met één hand op mijn rug de race
gewonnen." Het enige overgebleven Nederlandse span in de race, Cor
van Reeuwijk en Hans Blaauw, zagen hun positie in de middenmoot verloren
gaan door een pirouette bij het uitkomen van La Source. Zij konden de
race vervolgen, maar als gevolg van een beslagen bril moest stuurman Van
Reeuwijk met een open vizier zijn weg door de neervallende regen
proberen te vinden. Een negentiende plaats in zijn eerste Grand Prix was
zeker geen slecht resultaat gezien de genoemde omstandigheden.
Helaas hield de Belgische organisatie zich niet
aan de aanbeveling om het programma voor 17.00 uur af te werken. De
zijspanklasse ging pas om 17.40 uur van start, waardoor met name radio
en tv in de problemen kwamen en vele bezoekers voortijdig het circuit
verlieten om toch enigszins op tijd in hun bed te kunnen kruipen. |