Home Jack Middelburg Guestbook GP-races Daytona Toon Kannekens Diverse

 

 

1980 GP België, Zolder 06-07-1980

 500cc, Randy Mamola wint zijn 1e GP, voor Marco Lucchinelli

 

1980_Zolder_GP_250cc_02_.jpg (91056 bytes) 1980_Zolder_GP_250cc_05_.jpg (93891 bytes) 1980_Zolder_GP_500cc_Randy_Mamola_03_.JPG (64274 bytes)
1980_Zolder_GP_250cc_01_.jpg (91346 bytes) 1980_Zolder_GP_500cc_Randy_Mamola_02_.JPG (93461 bytes)
 
klasse 1e 2e 3e

50 cc

Stefan Dörflinger

Eugenio Lazzarini

Yves Dupont

125 cc

Angel Nieto

Guy Bertin Loris Reggiani

250 cc

Anton Mang

Gianpaolo Marchetti

Patrick Fernandez

500 cc

Randy Mamola Marco Lucchinelli Kenny Roberts

zijspannen

Jock Taylor

Alain Michel

Rolf Biland

 

 

Holderdebolder op Zolder

Jack

 "Holderdebolder, er loopt een koe op zolder". Aan dat schone lied zal Jack Middelburg wellicht gedacht hebben, toen hij holderdebolder van het circuit aftolde, in de derde bocht na de start. Daarmee kwam direct een eind aan de Nederlandse illusie, dat er ook in België een Nederlandse zege weggelegd zou zijn. Jack raakte betrokken bij een massale valpartij, veroorzaakt door Patrick Fernandez, waarbij alle betrokkenen erger schrokken dan gewond raakten. De Nederlandse eer werd in België hoog gehouden door Hans Spaan (vierde), Peter Looijesteijn (zesde), Wil Hartog (vijfde), Boet van Dulmen (negende) en Egbert Streuer/Johan van de Kaap (zesde). 

50 cc: Stefan Dörflinger pakt eerste GP-zege

De 50 cc draaide op een teleurstelling uit voor twee rijders: Ricardo Tormo kwam met een overslaande motor (lege accu) uit de eerste ronde terug, terwijl Henk van Kessel in de zesde ronde een schitterende derde plaats uit handen moest geven doordat de motor van zijn Pentax-Kreidler kookte. Voor Theo Timmer was de race al eerder afgelopen toen hij in de vijfde ronde in de chicane aan de achterzijde van de pits onderuit ging en een sleutelbeen brak. Hans Spaan bleef daarmee onze belangrijkste vertegenwoordiger en hij stelde de circa 25.000 Nederlanders in Zolder (totaal bezocht door een kleine 40.000 man) niet teleur. Komend vanaf een elfde plaats, stuurde hij zijn Van Veen Kreidler gestaag naar voren, worstelde zich langs Gerhard Waibel en Rolf Blätter, pakte Otto Machinek en ging vervolgens in duel met Hans Hummel om de vierde plaats, een duel wat Spaan met enkele meters verschil in zijn voordeel wist te beslissen. Bertus Grinwis bleef met een uiteindelijke elfde plaats net buiten de WK-punten. Via een snelle start had Stefan Dörflinger zich direct op kop genesteld. De pech van Tormo kwam Dörflinger goed uit, want eindelijk kon hij eens echt gas geven en hoefde hij niet langer tweede man te spelen achter Tormo. Wolfgang Muller en Yves Dupont (weer fit na zijn blessure) namen aanvankelijk de tweede en derde positie in, waar zij al snel bedreigd werden door Eugenio Lazzarini, die slecht gestart was, maar in sneltreinvaart door het veld daverde. In de vijfde ronde zat hij al tweede en begon hij aan zijn taak een kleine 300 meter achterstand goed te moeten maken. Dat leek aanvankelijk te lukken, mede doordat Dörflinger zijn machine af en toe oversloeg. Maar kleiner dan 200 meter werd het gat nooit en in de slotfase bedroeg Lazzarini's achterstand ruim 13 seconden. De derde plaats was voor Yves Dupont, die nadat Wolfgang Muller in de twaalfde ronde in de pits verdwenen was, onbedreigd naar 10 WK-punten stoomde. 

 

125 cc: Nieto klopt Bertin op de streep; fraaie zesde plaats voor Peter Looijesteijn

 

Training 125cc Peter Looijesteijn (l) in gesprek met de Zwitser Hansi Müller

De 125 cc begon direct veelbelovend voor de Nederlanders dankzij de uitstekende start van Peter Looijesteijn, die kennelijk niet al te zeer geschrokken was van zijn buiteling in de eerder verreden 250 cc race (oorzaak: een doorgesleten remleiding). Peter dook achter koploper Hans Müller als tweede de eerste bocht in, om na een volle ronde als derde terug te keren bij start en finish: Hans Müller kon zich vier ronden op kop handhaven, toen trokken Guy Bertin en Angel Nieto als werkelijke favorieten de zaken recht. Het bleef een voortdurend stuivertje wisselen aan kop tussen Bertin en Nieto, waarbij Loris Reggiani en Müller van enige afstand mochten toezien. Bertin was tot de 18e ronde steeds kopman op de finish, maar daarna nam Nieto zijn beslissende "jump". Hij liep een tiental meters weg bij Bertin, die echter in de slotfase toch weer naderbij krabbelde en met nauwelijks waarneembaar verschil achter Nieto over de streep flitste. Reggiani greep een eenzame derde plaats, nadat hij Müller afgeschud had. Müller  liet zich in de slotfase nog verrassen door Bianchi, die de gehele race wanhopig poogde vanaf de vijfde plaats bij de kopgroep te komen, maar daarin niet slaagde. Wel gaf hij Müller drie ronden voor het elnd het nakijken, waarmee hij 8 WK-punten veroverde. In de WK-stand voert Bianchi het veld nog steeds aan met 58 punten, gevolgd door Bertin en Nieto, beiden met 51 punten. Reggianl is met 48 punten ook nog steeds niet kansloos. De Nederlandse kolonie stond echter meer op de kop voor het fraaie duel, dat Peter Looijesteijn de gehele race lang uitvocht met Gianpaolo Marchetti. Als wielrenners drongen de heren elkaar voortdurend de kop op, om maar niet te hoeven tonen op welke punten van het circuit ze zich het beste thuis voelden. Het werd een voortdurend spel van elkaar afbluffen, waarbij de stroomlijnen elkaar diverse malen raakten. De beslissende "jump" was echter voor Peter Looijesteijn, die daarmee een fraaie zesde plaats veroverde. Henk van Kessel kwam in de 125 cc evenmin aan de finish. In een veld van 40 man had hij zich in de twaalfde ronde meester gemaakt van de 17e plaats, net achter Anton Straver, die de race wel uit zou rijden ondanks talrijke problemen in de training (vastloper en valpartij). Straver zou uiteindelijk zestiende worden, maar Van Kessel moest in de veertiende ronde de pits opzoeken met pech. 

 

 125cc Peter Looijesteijn 

 

 125cc Anton Straver 

 

250 cc: Anton Mang dicht bij wereldtitel, Ballington grote afwezige

Kork Ballington was evenals in Assen niet aanwezig. Door zijn operatie aan de dikke darm is hij zo verzwakt, dat hij het niet verantwoord vond om in Zolder aan te treden, mede doordat hij in het 250 cc wereldkampioenschap toch geen kans meer heeft. Dat maakte het voor Anton Mang dit keer erg gemakkelijk. Gianpaolo Marchetti mocht enkele ronden lang de illusie koesteren, dat zijn fabrieks MBA even snel was als de Kawa van Mang, maar na wat kat en muis gespeeld te hebben met Marchetti trok Mang er in de zevende ronde definitief tussenuit en won met grote voorsprong. Marchetti greep de tweede plaats, hoewel hij in de slotfase bedreigd leek te worden door Carlos Lavado. De warmbloedige Venezolaan ontplofte echter bijna toen in de laatste ronde zijn motor plotseling de geest gaf en hij een zekere derde plaats verloren zag gaan. De derde plaats was nu voor Patrick Fernandez, die liet zien ook met een kwartliter machine (in België werd geen 350cc verreden) overweg te kunnen. Freymond greep de vierde plaats, ondanks zijn pijnlijke schouder (een souvenir van Assen), terwijl Jaques Bolle kort voor tijd een hoopvolle klassering (zesde, later vijfde) door pech verloren zag gaan. De Nederlanders speelden geen rol van betekenis. Peter Looijesteijn (elfde in de training) ging al snel de vanghekken in door een defecte voorrem, terwijl Mar Schouten niet verder kwam dan een 21e plaats. Mar Schouten moet overigens weer zijn eigen boontjes doppen. Aan een langdurig sponsorcontract met Van Tilborg kwam na Assen een abrupt eind, zodat Mar nu alleen nog de beschikking heeft over een 250 cc Yamaha. 

250cc Mar Schouten (48) achter no: 39, Alan North

 

500 cc: Randy Mamola wint eerste GP; Wil Hartog terug van weggeweest 

Openingsronde 500cc, Randy Mamola voor Marco Lucchinelli

Wil Hartog

Randy Mamola en Graeme Crosby waren het rapste weg in de 500cc, waarin na veel geharrewar uiteindelijk 30 man mocht vertrekken. Het reglement sprak in alle klassen over 40 rijders, maar dat vonden de toprijders en de internationale jury toch wel een tikkeltje veel op het korte, bochtige circuit van Zolder. Ondanks protesten van o.a. Zwitserse zijde hakte FIM-Sportcommissie-voorzitter Jaap Timmer de knoop door en besliste dat niet meer dan 30 rijders van start konden gaan. Een en ander geheel en al met instemming van de toprijders, die via een handtekeningactie (van o.a. Roberts, Lucchinelli, Mamola, Middelburg etc.) er bij de Internationale jury op aangedrongen hadden slechts 30 rijders te laten rijden (hetgeen overigens een niet gekwalificeerde rijder de opmerking ontlokte: "als Kenny geen last wil hebben van achterblijvers moet hij speedway gaan rijden. Dan zitten er maar vier rijders in de baan"). Door matige trainingstijden was de hoop op een Nederlandse zege al tevoren op een laag pitje gezet. Wil Hartog stond er met 1.42,34 (10e) het beste voor, terwijl Boet en Jack met respectievelijk 1.43,64 en 1.43,84 een 15e en 16e plaats innamen. Willem Zoet stelde met 1.44,11 en een 19e plaats niet teleur.

Hoe juist de beslissing was om niet meer dan 30 rijders te laten starten, bleek al in de eerste ronde toen zich in de derde bocht na de start de eerder gememoreerde valpartij voordeed, waardoor Fernandez, Middelburg, Bonera en Mattikainen uit de strijd verdwenen. Door pech en valpartijen dunde het veld trouwens snel uit. In de vijfde ronde verdrong Rossi teamgenoot Lucchinelli van de tweede plaats, maar ging daarbij iets al te enthousiast de hoek om, waardoor hij crashte. Lucchinelli moest het gras in en verloor zeven kostbare seconden, die hij echter op fantastische wijze goed wist te maken. Michel Rougerie verdween in de eerste ronde met pech in de pits, in de derde ronde gevolgd door Frank Gross. In de zevende ronde stopten ook "Fast Freddie" Spencer en Dale Singleton. In de dertiende ronde moest ook Alain Nies een pitstop maken, terwijl Jeff Sayle in de 21e ronde door een crash van het strijdtoneel verdween. Aan kop kon Randy Mamola zich zonder moeite handhaven. Alleen in de beginfase werd hij bedreigd door Marco Lucchinelli en Graziano Rossi, waaraan echter een eind kwam door de crash van Rossi. Kenny Roberts, die ook in Zolder met zijn nieuwe machine reed, schoof hierdoor op naar de tweede plaats, waar hij zich tot de veertiende ronde wist te handhaven. Toen nam Marco Lucchinelli deze positie weer in, na een schitterend gereden inhaalrace, waarvan ook Hartog en Crosby profiteerden, want dit tweetal liet zich door Lucchinelli naar Roberts toetrekken. Crosby wist zelfs voorbij Kenny te komen, die echter een spelletje met de Australiër speelde. "Mamola en Lucchinelli reden geweldig, die kon ik niet meer pakken, temeer daar opnieuw de monoshock niet voor 100 procent mee wilde doen", zei Kenny na afloop. De slimme Amerikaan concentreerde zich daarom op uitrijden op de derde plaats om toch zoveel mogelijk WK-punten te scoren.

Graziano Rossi voor Kenny Roberts

Wil Hartog poogde in de slotfase nog bij Kenny te komen, totdat hij het spel van de regerende wereldkampioen door kreeg en besloot zich met de vijfde plaats tevreden te stellen. Uncini en Coulon hadden het vrijwel de gehele race met elkaar aan de stok over de zesde plaats, waarbij Uncini de sterkste bleek. In de laatste ronde maakte Coulon nog de domme fout onderuit te gaan, waarbij hij enkele ribben en een hand brak. Bernard Fau deed hetzelfde een ronde eerder, waardoor hij zijn achtste plaats verspeelde aan de onderling heftig knokkende Patrick Pons en Boet van Dulmen, zodat dit tweetal in de slotfase plotseling toch nog in de WK-punten terecht kwam. Fau herstartte en werd nog tiende. Carlo Perugini profiteerde eveneens dankbaar van de valpartijen van Fau en Coulon. Daardoor mocht hij zijn oorspronkelijke negende plaats in de slotfase inruilen voor een zevende en 4 WK-punten. Willem Zoet moest zijn meerdere erkennen in Raymond Roche en Maurizio Massimiami, ondanks een knap gereden race, welke hem een veertiende plaats opleverde.

 

 

Zijspannen: Jock Taylor nieuwe Britse hoop

Jock Taylor en Bengt Johansson bepaalden het gezicht van de zijspanklasse. Weliswaar mochten Cees Smit en Jaap de Groot als trainingssnelsten de "pole-position" innemen, maar zelfs Cees Smit was ervan overtuigd dat dit een fout van de tijdwaarneming was. De race ontwikkelde zich al snel tot een duel tussen Jock Taylor/Bengt Johansson en Alain Michel/Michael Burkhard. De heren deden zo weinig voor elkaar onder dat er een remfoutje van Taylor voor nodig was om een gat van hooguit 30 meter te kunnen dichtrijden. Dat foutje maakte Taylor in de zeventiende ronde. Michel ging drie ronden aan de leiding, maar moest zich vier ronden voor het eind weer gewonnen geven aan de Brit, die thans een voorsprong heelt van 12 WK-punten op titelverdediger Rolf Biland/Kurt Waltisperg. Biland reed een sensationele race. Na een matige start had hij Derek Jones en Rolf Steinhausen al snel te grazen en koerste hij op de derde plaats achter Michel en Taylor, die hij echter absoluut niet kon bedreigen. Dat bleek later mede veroorzaakt te worden door schakelproblemen. In de negende ronde maakte Biland een razendsnelle pitstop, rukte de laars van zijn rechtervoet en scheurde de pitstraat weer uit, waarna hij zich - letterlijk op een laars en een sok - voorbij Yvan Trolliet/Denis Vernet, Egbert Streuer/Johan v.d. Kaap, Werner Schwärzel/Andreas Huber en Derek Jones/Brian Ayres knokte. Egbert Streuer en Johan v.d. Kaap poogden in de beginfase voorbij Werner Schwärzel te komen naar de vijfde plaats. Schwärzel maakte zich echter nogal "breed" en na enkele riskante momenten besloot Streuer op "safe" te gaan voor de zesde plaats. Cees Smit en Jaap de Groot knokten in de beginfase lekker mee op een elfde plaats, totdat zij echter in de vijftiende ronde in de fout gingen door een gescheurde remschijf van het zijspanwiel en hun machine nogal hardhandig tegen de vangrail parkeerden.

 

Uitslagen:

50 cc: 1. Stefan Dörflinger (CH), Van Veen Kreidler, 37.59,39 =121.163 km/uur; 2. Eugenio Lazzarini (I), Iprem-Kreidler, op 13,06 sec.; 3. Yves Dupont (F), ABF, op 43,33 sec.; 4. Hans Spaan (NL), Van Veen Kreidler, op 56,17 sec.; 5. Hans Hummel (A), Kreidler, op 56,41 sec.; 6. Wolfgang Müller (D), Kreidler, op 1.10,48 sec.; 7. Gerhard Waibel (D), Kreidler, op 1.10,81 sec.; 8. Rolf Blätter (CH), Kreidler, op 1.15,45 sec.; 9. Otto Machinek (A), Kreidler, op 1.17,83 sec.; 10. Jacques Hutteau (F), ABF, 2.03,77 sec.; 11. Bertus Grinwis (NL), Kreidler, op één ronde; 20. Chris Baert (B), Kreidler.

125 cc: 1. Angel Nieto (E), Minarelli, 46.45,92 = 136.704 km/uur; 2. Guy Bertin (F), Motobecane, op 0,27 sec.; 3. Loris Reggiani (I), Minarelli, op 28,45 sec.; 4. Pierpaolo Bianchi (I): MBA, op 32,48 sec.; 5. Hans Müller (CH), MBA, op 33,91 sec.; 6. Peter Looijensteijn (NL), MBA, op 53,94 sec.; 7. Giampaolo Marchetti (I), MBA, op 54,92 sec.; 8. Bruno Kneubühler (CH), MBA, op 59,27 sec.; 9. Ricardo Tormo (E), van Veen Kreidler, op 1.03,31 sec.; 10. Jean-Claude Sellini (F),Morbidelli, op 1.16,08 sec.; 16. Anton Straver (NL), MBA; 21. Martin van Soest (NL), Interband MBA

250 cc: 1. Anton Mang (D), Kawasaki, 49.54,03 = 143.489 km/uur; 2. Giampaolo Marchetti (I), Yamaha, op 41,57 sec.; 3. Patrick Fernandez (F), Yamaha, op 56,7 sec.; 4. Roland Freymond (CH), Morbidelli, op 58,41 sec.; 5. Graham Geddes (AUS), Yamaha, op 1.10,26 sec.; 6. Clive Horton (GB), Cotton, op 1.14,79; 7. Jacques Cornu (CH), Yamaha, op 1.48,46; 8. Jean Louis Guignabodet (F), Kawasaki, op 1.48,56 sec.; 9. Sauro Pazzaglia (I), Morbidelli, op 1.26,18 sec.; 10. Eero Hyvärinen (SF), Yamaha, op 1.31,96 sec.; 13. Olivier Liegeois (B), Yamaha; 14. Marc Toffolo (B), Bimoto; 18. Rene Delaby (B): Yamaha; 20. Didier de Radiguès (B), Yamaha; 21. Mar Schouten (NL), Yamaha.

500 cc: 1. Randy Mamola (USA), Suzuki, 51.07,21 = 150.07 km/uur; 2. Marco Lucchinelli (I), Suzuki, op 12.40 sec.; 5. Kenny Roberts (USA), Yamaha, op 31.14 sec.; 4. Graeme Crosby (AUS), Suzuki, op 34.93 sec.; 5: Wil Hartog (NL), Suzuki, op 40.75 sec.; 6. Franco Uncini (I) op 56.26 sec.; 7. Carlo Perugini (I), Suzuki, op 1.26.33 sec.; 8. Patrick Pons (F), Yamaha, op 1.32.30 sec.; 9. Boet van Dulmen (NL), Yamaha, op 1.32.46 sec.; 10. Bernard Fau (F), Suzuki, op 1.45.59 sec.; 14. Willem Zoet (NL) Suzuki.

Graeme Crosby achter Kenny Roberts

Zijspannen: 1. Jock Taylor/Bengt Johansson (GB), Ya­maha, 45.03,39 = 141.784 km/uur; 2. Alain Michel/Michael Burkland (F), Yamaha, op 13.90 sec.; 3. Rolf Biland/Kurt Waltisperg (CH), LCR, op 47.16; 4. Derek Jones/Brain Ayres (GB), Yamaha, op 1.07,00 sec.; 5. Werner Schwärzel/Andreas Huber (D), Yamaha, op 1.36.18 sec.; 6. Egbert Streuer/Johan v.d. Kaap (NL), Yamaha, op 1.45.72 sec.; 7. Rolf Steinhausen/Kenny Arthur (D), Bartol, op 1 ronde; 8. Trever Ireson/Clive Pollington (GB), Yamaha, op 1 ronde; 9. George O'Dell/Bill Boldison (GB), Yamaha, op 1 ronde; 10. John Barker/Nich Cutmore (GB), op 1 ronde. 

© foto's Fermino Fraternali

WK-tussenstand

50 cc: 1. Lazzarini 62 punten; 2. Dörflinger 57; 3. Tormo 36; 4. Van Kessel 34; 5. Hummel 21; 6. Dupont en Hutteau 18; 8. Tim­mer 17; 9. Spaan 16; 10. Blatter 14.

125 cc: 1. Bianchi 58 punten; 2. Bertin en Nieto 51; 4. Reggiani 48; 5. Kneubühler 35; 6. Müller 30; 7. Pallazzese en Smith 17; 9. Tormo 13; 10. Looijesteijn 11.

250 cc: 1. Mang 79 punten; 2. Es­pié 36; 3. Ballington 30; 4. Baldé en Lavado 29; 6. Marchetti 28; 7. Saul 24; 8. Freymond 22; 9. Cor­nu 20; 10. Pazzaglia 12.

500 cc: 1. Roberts 55 punten; 2. Mamola 43; 3. Lucchinelli 34; 4. Uncini 31; 5. Rossi 30; 6. Cecotto 20; 7. Katayama 18; 8. Crosby 17; 9. Middelburg 15; 10. Perugini 11; 11. Van Dulmen en Sheene 10.

Marco Lucchinelli

Verslag door Coen Verburg en Toon Kannekens (bron Moto '73)

Jack

©opyright 2006 Gerard van der Pot.