|
|
|
Jack |
"Holderdebolder,
er loopt een koe op zolder". Aan dat schone lied zal Jack
Middelburg wellicht gedacht hebben, toen hij holderdebolder van het
circuit aftolde, in de derde bocht na de start. Daarmee kwam direct een
eind aan de Nederlandse illusie, dat er ook in België een Nederlandse
zege weggelegd zou zijn. Jack raakte betrokken bij een massale
valpartij, veroorzaakt door Patrick Fernandez, waarbij alle betrokkenen
erger schrokken dan gewond raakten. De Nederlandse eer werd in België
hoog gehouden door Hans Spaan (vierde), Peter Looijesteijn (zesde), Wil
Hartog (vijfde), Boet van Dulmen (negende) en Egbert Streuer/Johan van
de Kaap (zesde).
|
50
cc: Stefan
Dörflinger
pakt eerste GP-zege
|
De
50 cc draaide op een teleurstelling uit voor twee rijders: Ricardo Tormo
kwam met een overslaande motor (lege accu) uit de eerste ronde terug,
terwijl Henk van Kessel in de zesde ronde een schitterende derde plaats
uit handen moest geven doordat de motor van zijn Pentax-Kreidler kookte.
Voor Theo Timmer was de race al eerder afgelopen toen hij in de vijfde
ronde in de chicane aan de achterzijde van de pits onderuit ging en een
sleutelbeen brak. Hans Spaan bleef daarmee onze belangrijkste
vertegenwoordiger en hij stelde de circa 25.000 Nederlanders in Zolder
(totaal bezocht door een kleine 40.000 man) niet teleur. Komend vanaf
een elfde plaats, stuurde hij zijn Van Veen Kreidler gestaag naar voren,
worstelde zich langs Gerhard Waibel en Rolf Blätter, pakte Otto
Machinek en ging vervolgens in
duel met Hans Hummel om de vierde plaats, een duel wat Spaan met enkele
meters verschil in zijn voordeel wist te beslissen. Bertus Grinwis bleef
met een uiteindelijke elfde plaats net buiten de WK-punten. Via een
snelle start had Stefan Dörflinger zich direct op kop genesteld. De
pech van Tormo kwam Dörflinger goed uit, want eindelijk kon hij eens
echt gas geven en hoefde hij niet langer tweede man te spelen achter
Tormo. Wolfgang Muller en Yves Dupont (weer fit na zijn blessure) namen
aanvankelijk de tweede en derde positie in, waar zij al snel bedreigd
werden door Eugenio Lazzarini, die slecht gestart was, maar in
sneltreinvaart door het veld daverde. In de vijfde ronde zat hij al
tweede en begon hij aan zijn taak een kleine 300 meter achterstand goed
te moeten maken. Dat leek aanvankelijk te lukken, mede doordat Dörflinger
zijn machine af en toe oversloeg. Maar kleiner dan 200 meter werd het
gat nooit en in de slotfase bedroeg Lazzarini's achterstand ruim 13
seconden. De derde plaats was voor Yves Dupont, die nadat Wolfgang
Muller in de twaalfde ronde in de pits verdwenen was, onbedreigd naar 10
WK-punten stoomde.
|
125
cc: Nieto klopt Bertin op de streep; fraaie zesde plaats voor
Peter Looijesteijn
|
 |
|
Training
125cc Peter Looijesteijn (l) in gesprek met de Zwitser Hansi Müller |
De 125 cc begon
direct veelbelovend voor de Nederlanders dankzij de uitstekende start
van Peter Looijesteijn, die kennelijk niet al te zeer geschrokken was
van zijn buiteling in de eerder verreden 250 cc race (oorzaak: een
doorgesleten remleiding). Peter dook achter koploper Hans Müller als
tweede de eerste bocht in, om na een volle ronde als
derde terug te keren bij start en finish: Hans Müller kon zich vier
ronden op kop handhaven, toen trokken Guy Bertin en Angel Nieto als
werkelijke favorieten de zaken recht. Het bleef een voortdurend
stuivertje wisselen aan kop tussen Bertin en Nieto, waarbij Loris
Reggiani en Müller van enige afstand mochten toezien. Bertin was tot de
18e ronde steeds kopman op de finish, maar daarna nam Nieto zijn
beslissende "jump". Hij liep een tiental meters weg bij Bertin,
die echter in de slotfase toch weer naderbij krabbelde en met nauwelijks
waarneembaar verschil achter Nieto over de streep flitste. Reggiani
greep een eenzame derde plaats, nadat hij Müller afgeschud had. Müller
liet zich in de slotfase
nog verrassen door Bianchi, die de gehele race wanhopig poogde vanaf de
vijfde plaats bij de kopgroep te komen, maar daarin niet slaagde. Wel gaf hij Müller drie
ronden voor het elnd het nakijken, waarmee hij 8 WK-punten veroverde. In
de WK-stand voert Bianchi het veld nog steeds aan met 58 punten, gevolgd
door Bertin en Nieto, beiden met 51 punten. Reggianl
is met 48 punten ook nog steeds niet kansloos. De Nederlandse kolonie
stond echter meer op de kop voor het fraaie duel, dat Peter Looijesteijn
de gehele race lang uitvocht met Gianpaolo Marchetti. Als wielrenners
drongen de heren elkaar voortdurend de kop op, om maar niet te hoeven
tonen op welke punten van het circuit ze zich het beste thuis voelden.
Het werd een voortdurend spel van elkaar afbluffen, waarbij de
stroomlijnen elkaar diverse malen raakten. De beslissende "jump"
was echter voor Peter Looijesteijn, die daarmee een
fraaie zesde plaats veroverde. Henk van Kessel kwam in de 125 cc
evenmin aan de finish. In een veld van 40 man had hij zich in de
twaalfde ronde meester gemaakt van de 17e plaats, net achter Anton
Straver, die de race wel uit zou rijden ondanks talrijke problemen in
de training (vastloper en valpartij). Straver zou uiteindelijk zestiende
worden, maar Van Kessel moest in de veertiende ronde de pits opzoeken
met pech.
 |
|
125cc Peter
Looijesteijn |
 |
|
125cc
Anton Straver |
|
250
cc: Anton Mang dicht bij wereldtitel, Ballington grote afwezige
|
Kork Ballington
was evenals in Assen niet aanwezig. Door zijn operatie aan de dikke
darm is hij zo verzwakt, dat hij het niet verantwoord vond om in
Zolder aan te treden, mede doordat hij in het 250 cc wereldkampioenschap
toch geen kans meer heeft. Dat maakte het voor Anton Mang dit keer erg
gemakkelijk. Gianpaolo Marchetti mocht enkele ronden lang de illusie
koesteren, dat zijn fabrieks MBA even snel was als de Kawa van Mang,
maar na wat kat en muis gespeeld te hebben met Marchetti trok Mang er in
de zevende ronde definitief tussenuit en won met grote voorsprong.
Marchetti greep de tweede plaats, hoewel hij in
de slotfase bedreigd leek te worden door Carlos Lavado. De warmbloedige
Venezolaan ontplofte echter bijna toen in
de laatste ronde zijn motor plotseling de geest gaf en hij een zekere derde plaats verloren zag gaan. De derde plaats was nu
voor Patrick Fernandez, die liet zien ook met een kwartliter machine (in
België werd geen 350cc verreden) overweg te kunnen. Freymond greep de vierde
plaats, ondanks zijn pijnlijke schouder (een souvenir van Assen),
terwijl Jaques Bolle kort voor tijd een
hoopvolle klassering (zesde, later vijfde) door pech verloren zag
gaan. De Nederlanders speelden geen rol van betekenis. Peter
Looijesteijn (elfde in
de training) ging al snel de vanghekken in door een
defecte voorrem, terwijl Mar Schouten niet verder kwam dan een 21e plaats. Mar Schouten moet overigens weer zijn eigen
boontjes doppen. Aan een langdurig
sponsorcontract met Van Tilborg kwam na Assen een abrupt eind, zodat Mar nu alleen nog de beschikking heeft
over een 250 cc Yamaha.
 |
|
250cc
Mar Schouten (48) achter no: 39, Alan North |
|
500
cc: Randy Mamola wint eerste GP; Wil Hartog terug van weggeweest |
 |
|
Openingsronde
500cc, Randy Mamola voor Marco Lucchinelli |
|
|
Wil
Hartog |
Randy Mamola en
Graeme Crosby waren het rapste weg in de 500cc, waarin na veel geharrewar
uiteindelijk 30 man mocht vertrekken. Het reglement sprak in alle
klassen over 40 rijders, maar dat vonden de toprijders en de
internationale jury toch wel een
tikkeltje veel op het korte, bochtige circuit van Zolder. Ondanks
protesten van o.a. Zwitserse zijde hakte FIM-Sportcommissie-voorzitter
Jaap Timmer de knoop door en besliste dat niet meer dan 30 rijders van
start
konden gaan. Een en ander
geheel en al met instemming van de toprijders, die via een
handtekeningactie (van o.a. Roberts, Lucchinelli, Mamola, Middelburg
etc.) er bij de Internationale jury op aangedrongen hadden slechts 30
rijders te laten rijden (hetgeen overigens een niet gekwalificeerde rijder de opmerking ontlokte: "als
Kenny geen last wil hebben van achterblijvers moet hij speedway gaan
rijden. Dan zitten er maar vier rijders in de baan").
Door matige trainingstijden
was de hoop op een Nederlandse zege al tevoren op een laag pitje gezet.
Wil Hartog stond er met 1.42,34 (10e) het beste voor, terwijl Boet en
Jack met respectievelijk 1.43,64 en 1.43,84 een 15e en 16e plaats innamen.
Willem Zoet stelde met 1.44,11 en een 19e plaats niet teleur.
Hoe juist de
beslissing was om niet meer dan 30 rijders te laten starten, bleek al in
de eerste ronde toen zich in
de derde bocht na de start de eerder gememoreerde valpartij voordeed,
waardoor Fernandez, Middelburg, Bonera en Mattikainen uit de strijd
verdwenen. Door pech en valpartijen dunde het veld trouwens snel uit. In
de vijfde ronde verdrong Rossi teamgenoot Lucchinelli van de tweede
plaats, maar ging daarbij iets al te enthousiast de hoek om, waardoor
hij crashte. Lucchinelli moest het gras in
en verloor zeven kostbare seconden, die hij echter op fantastische wijze
goed wist te maken.
Michel Rougerie verdween in
de eerste ronde met pech in de pits, in de derde ronde gevolgd door
Frank Gross. In de zevende ronde stopten ook "Fast Freddie"
Spencer en Dale Singleton. In de dertiende ronde moest ook Alain Nies
een pitstop maken, terwijl Jeff Sayle in de 21e ronde door een
crash van het strijdtoneel verdween.
Aan kop kon Randy Mamola zich
zonder moeite handhaven. Alleen in
de beginfase werd hij bedreigd door Marco Lucchinelli en Graziano Rossi,
waaraan echter een eind kwam door de crash van Rossi. Kenny Roberts, die
ook in
Zolder met zijn nieuwe machine reed, schoof hierdoor op naar de tweede
plaats, waar hij zich tot de veertiende ronde wist te handhaven. Toen
nam Marco Lucchinelli deze positie weer in, na een schitterend gereden
inhaalrace, waarvan ook Hartog en Crosby profiteerden, want dit tweetal
liet zich door Lucchinelli naar Roberts toetrekken. Crosby wist zelfs
voorbij Kenny te komen, die echter een spelletje met de Australiër
speelde. "Mamola en Lucchinelli reden geweldig, die kon ik niet
meer pakken, temeer daar opnieuw de monoshock niet voor 100 procent mee
wilde doen", zei Kenny na afloop. De slimme Amerikaan concentreerde
zich daarom op uitrijden op de derde plaats om toch zoveel mogelijk
WK-punten te scoren.
 |
|
Graziano
Rossi voor Kenny Roberts |
Wil Hartog poogde in
de slotfase nog bij Kenny te komen, totdat hij het spel van de regerende
wereldkampioen door kreeg en besloot zich met de vijfde plaats tevreden
te stellen.
Uncini en Coulon hadden het
vrijwel de gehele race met elkaar aan de stok over de zesde plaats,
waarbij Uncini de sterkste bleek. In de laatste ronde maakte Coulon nog
de domme fout onderuit te gaan, waarbij hij enkele ribben en een hand
brak. Bernard Fau deed hetzelfde een ronde eerder, waardoor hij zijn
achtste plaats verspeelde aan de onderling heftig knokkende Patrick Pons
en Boet van Dulmen, zodat dit tweetal in de slotfase plotseling toch nog
in de WK-punten terecht kwam. Fau herstartte en werd nog tiende.
Carlo Perugini profiteerde
eveneens dankbaar van de valpartijen van Fau en Coulon. Daardoor mocht
hij zijn oorspronkelijke negende plaats in de slotfase inruilen voor een
zevende en 4 WK-punten.
Willem Zoet moest zijn
meerdere erkennen in Raymond Roche en Maurizio Massimiami, ondanks een
knap gereden race, welke hem een veertiende plaats opleverde.
|
Zijspannen:
Jock Taylor nieuwe Britse hoop
|
Jock Taylor en Bengt
Johansson bepaalden het gezicht van de zijspanklasse. Weliswaar mochten
Cees Smit en Jaap de Groot als trainingssnelsten de "pole-position"
innemen, maar zelfs Cees Smit was ervan overtuigd dat dit een fout van
de tijdwaarneming was. De race ontwikkelde zich al snel tot een duel
tussen Jock Taylor/Bengt Johansson en Alain Michel/Michael Burkhard. De
heren deden zo weinig voor elkaar onder dat er een remfoutje van Taylor
voor nodig was om een gat van hooguit 30 meter te kunnen dichtrijden.
Dat foutje maakte Taylor in de zeventiende ronde. Michel ging drie
ronden aan de leiding, maar moest zich vier ronden voor het eind weer
gewonnen geven aan de Brit, die thans een voorsprong heelt van 12
WK-punten op titelverdediger Rolf Biland/Kurt Waltisperg. Biland reed
een sensationele race. Na een matige start had hij Derek Jones en Rolf
Steinhausen al snel te grazen en koerste hij op de derde plaats achter
Michel en Taylor, die hij echter absoluut niet kon bedreigen. Dat bleek
later mede veroorzaakt te worden door schakelproblemen. In de negende
ronde maakte Biland een razendsnelle pitstop, rukte de laars van zijn
rechtervoet en scheurde de pitstraat weer uit, waarna hij zich -
letterlijk op een laars en een sok - voorbij Yvan Trolliet/Denis Vernet,
Egbert Streuer/Johan v.d. Kaap, Werner Schwärzel/Andreas
Huber en Derek Jones/Brian Ayres knokte.
Egbert Streuer en Johan v.d.
Kaap poogden in de beginfase voorbij Werner Schwärzel
te komen naar de vijfde plaats. Schwärzel
maakte zich echter nogal "breed" en na enkele riskante
momenten besloot Streuer op "safe" te gaan voor de zesde
plaats.
Cees Smit en Jaap de Groot
knokten in de beginfase lekker mee op een elfde plaats, totdat zij
echter in de vijftiende
ronde in de fout gingen door een gescheurde remschijf van het
zijspanwiel en hun machine nogal hardhandig tegen de vangrail
parkeerden.
Uitslagen:
50 cc:
1. Stefan Dörflinger (CH), Van Veen Kreidler, 37.59,39
=121.163 km/uur; 2. Eugenio Lazzarini (I), Iprem-Kreidler, op 13,06 sec.;
3. Yves Dupont (F), ABF, op 43,33 sec.; 4. Hans Spaan (NL), Van Veen
Kreidler, op 56,17 sec.; 5. Hans Hummel (A), Kreidler, op 56,41 sec.; 6.
Wolfgang Müller (D), Kreidler,
op 1.10,48 sec.; 7. Gerhard Waibel (D),
Kreidler, op 1.10,81 sec.; 8. Rolf Blätter (CH), Kreidler, op
1.15,45 sec.; 9. Otto Machinek (A), Kreidler, op 1.17,83 sec.; 10.
Jacques Hutteau (F), ABF, 2.03,77 sec.; 11. Bertus Grinwis (NL),
Kreidler, op één ronde; 20. Chris Baert (B), Kreidler.
125 cc: 1. Angel Nieto (E), Minarelli, 46.45,92 = 136.704
km/uur; 2. Guy
Bertin (F), Motobecane, op 0,27 sec.; 3. Loris Reggiani (I), Minarelli,
op 28,45 sec.; 4. Pierpaolo
Bianchi (I): MBA, op 32,48 sec.; 5. Hans Müller (CH), MBA, op 33,91
sec.; 6. Peter Looijensteijn (NL), MBA, op 53,94 sec.; 7. Giampaolo
Marchetti (I), MBA, op 54,92 sec.; 8. Bruno Kneubühler (CH), MBA, op
59,27 sec.; 9. Ricardo Tormo (E), van Veen Kreidler, op 1.03,31 sec.;
10. Jean-Claude
Sellini (F),Morbidelli, op 1.16,08 sec.; 16. Anton Straver (NL), MBA;
21. Martin van Soest (NL), Interband MBA
250 cc: 1. Anton Mang (D), Kawasaki, 49.54,03 = 143.489 km/uur;
2. Giampaolo
Marchetti (I), Yamaha, op 41,57 sec.; 3. Patrick Fernandez (F), Yamaha,
op 56,7 sec.; 4. Roland Freymond (CH), Morbidelli, op 58,41 sec.; 5.
Graham Geddes (AUS), Yamaha, op 1.10,26 sec.; 6. Clive Horton (GB),
Cotton, op 1.14,79; 7. Jacques Cornu (CH), Yamaha, op 1.48,46; 8. Jean
Louis Guignabodet (F), Kawasaki, op 1.48,56 sec.; 9. Sauro Pazzaglia
(I), Morbidelli, op 1.26,18 sec.; 10. Eero Hyvärinen (SF), Yamaha, op
1.31,96 sec.; 13. Olivier Liegeois (B), Yamaha; 14. Marc
Toffolo (B), Bimoto; 18. Rene Delaby (B): Yamaha; 20. Didier de Radiguès
(B), Yamaha; 21. Mar Schouten (NL), Yamaha.
500 cc: 1. Randy Mamola (USA), Suzuki, 51.07,21 = 150.07 km/uur; 2. Marco
Lucchinelli (I), Suzuki, op 12.40 sec.; 5. Kenny Roberts (USA), Yamaha,
op 31.14 sec.; 4. Graeme
Crosby (AUS), Suzuki, op 34.93 sec.; 5: Wil Hartog (NL), Suzuki, op
40.75 sec.; 6. Franco Uncini (I) op
56.26 sec.; 7. Carlo Perugini (I), Suzuki, op 1.26.33 sec.; 8. Patrick Pons (F), Yamaha, op 1.32.30 sec.; 9. Boet van
Dulmen (NL), Yamaha, op 1.32.46 sec.; 10. Bernard Fau (F), Suzuki, op
1.45.59 sec.; 14. Willem Zoet (NL) Suzuki.
 |
|
Graeme
Crosby achter
Kenny Roberts |
Zijspannen: 1. Jock Taylor/Bengt Johansson (GB), Yamaha, 45.03,39 =
141.784 km/uur; 2. Alain Michel/Michael Burkland (F), Yamaha, op 13.90
sec.; 3. Rolf Biland/Kurt
Waltisperg (CH), LCR, op 47.16; 4. Derek Jones/Brain Ayres (GB), Yamaha,
op 1.07,00 sec.; 5. Werner Schwärzel/Andreas Huber (D), Yamaha, op
1.36.18 sec.; 6. Egbert Streuer/Johan v.d. Kaap (NL), Yamaha, op 1.45.72
sec.; 7. Rolf Steinhausen/Kenny
Arthur (D), Bartol, op 1 ronde; 8. Trever Ireson/Clive Pollington (GB),
Yamaha, op 1 ronde; 9. George O'Dell/Bill Boldison (GB), Yamaha, op 1
ronde; 10. John Barker/Nich Cutmore (GB), op 1 ronde.
 |
|
© foto's Fermino
Fraternali |
 |
WK-tussenstand
50 cc: 1. Lazzarini 62 punten; 2. Dörflinger 57; 3. Tormo 36; 4.
Van Kessel 34; 5. Hummel 21; 6. Dupont en Hutteau 18; 8. Timmer 17; 9.
Spaan 16; 10. Blatter 14.
125 cc: 1.
Bianchi 58 punten; 2. Bertin en Nieto 51; 4. Reggiani 48; 5. Kneubühler
35; 6. Müller 30; 7. Pallazzese en Smith 17; 9. Tormo 13; 10.
Looijesteijn 11.
250 cc: 1. Mang 79 punten; 2. Espié 36; 3. Ballington 30; 4. Baldé
en Lavado 29; 6. Marchetti 28; 7. Saul 24; 8. Freymond 22; 9. Cornu 20; 10. Pazzaglia 12.
500 cc: 1.
Roberts 55 punten; 2. Mamola 43; 3. Lucchinelli 34; 4. Uncini 31; 5.
Rossi 30; 6. Cecotto 20; 7. Katayama 18; 8. Crosby 17; 9. Middelburg 15;
10. Perugini 11; 11. Van Dulmen en Sheene 10.
|