|
Egbert Streuer en Bernard Schnieders hebben op het
supersnelle circuit van Silverstone laten zien, dat zij de
wereldtitel in de driewielerklasse dubbel en dwars verdienen.
Onder een enorme druk wisten zij zich in een twintig ronden
durend rechtstreeks duel met Rolf Biland/Kurt Waltisperg
schitterend staande te houden. Sterker nog, de Assenaren
troefden hun Zwitserse collegae keihard af, in "de mooiste
race uit onze carrière", zoals Bernard het spektakelstuk
omschreef. Naast onze landgenoten liet ook
Christian Sarron zien, dat de wereldtitel in de 250 cc alleen
voor hem bestemd is. Na een bijzonder slechte start vocht de
Fransman zich naar de eerste plaats. Bij de 125 cc'ers boekte
Angel Nieto zijn negenentachtigste GP-overwinning en kon
daardoor voor de dertiende maal in zijn carrière als
wereldkampioen worden gehuldigd. Eddie Lawson kwam heel dicht
bij zijn eerste 500 cc kroon. Niet alleen door z'n tweede plaats
achter Randy Mamola, maar nog meer door het feit dat Freddie
Spencer vanwege een gebroken sleutelbeen verstek moest laten
gaan.
 |
|
© foto Hans
van Loozenoord |
Ondanks het feit dat de (afgeplakte) Barclay combinatie
achter de gele Krauser banaan van Rolf Biland en Kurt Waltisperg
de tweede trainingstijd had weten te realiseren, was men in het
Streuerkamp na de trainingen niet helemaal gerust. "Het
nieuwe blok loopt goed, maar mist iets. Iets
loopt wat stroef", aldus Egbert Streuer, die liever nog
wat meer ronden getraind had, maar het vele hemelvocht
verhinderde dit. De regen was er ook de oorzaak van, dat er niet
vanaf poleposition gestart kon worden. Vooral Bernard vond dit
erg jammer. De Assenaren hadden namelijk in de laatste training
nog even voor een snelle stunt willen zorgen. Bij nader inzien zouden alle zorgen
overbodig blijken te zijn. Egbert Streuer's tactiek voor deze
sleutelwedstrijd was eenvoudig: als het enigszins mogelijk was,
winnen! De aanval is nou eenmaal de beste verdediging. En er
moest worden aangevallen, want ook Rolf Biland en Kurt
Waltisperg wilden dolgraag op Silverstone winnen. Daarop ontspon
zich een twintig ronden durend keihard, maar fair gevecht tussen
de twee snelste tweetallen: Streuer/Schnieders en
Biland/Waltisperg. Een strijd - welke we
niet snel zullen vergeten -
die
tenslotte met drietiende seconde verschil in het voordeel van de
Nederlanders werd beslist. Daarmee een unieke hattrick Engelse
GP-overwinningen voltooiend. Een gelukkige Egbert Streuer na
afloop: "Wij zijn elkaar zeker meer dan twintig keer
gepasseerd. Ik hoopte in de slotronde achter Biland te zitten om
in de laatste bocht toe te kunnen slaan. Ik wist dat het kon,
daar is de baan breed genoeg voor." Deze tactiek ging
echter niet op, want al in de voorlaatste ronde kwamen de
Nederlanders op kop met de Zwitsers in hun kielzog. Nogmaals
Egbert: "Ik had het vermoeden, dat Biland hetzelfde wilde
doen, maar toen ik iets weg wist te lopen, dacht ik, dan maar
van kop af aan naar de finish." Ook deze strategie bleek succesvol.
Biland kwam er niet meer langs. De sportieve verliezer:
"Egbert is op dit circuit niet te houden. Hij en zijn span
zijn sterker in snelle rechtse bochten. Het was een mooi duel.
Ik houd er wel van." Ook Bernard Schnieders had van het
gevecht genoten. Niet alleen door de winst, maar ook door de
wijze waarop de strijd werd uitgevochten. "Je weet dat Rolf
geen rare dingen doet. Wij doen dat ook niet. Ondanks de
rivaliteit heb je vertrouwen in elkaar." Dan was er nog
iets wat de bakkenist erg veel deugd deed: "Nu kunnen ze
niet meer zeggen, dat wij alleen maar kunnen winnen als Biland
uitvalt!"
Door hun overwinning deelden Egbert en
Bernard een gevoelige tik uit aan hun grootste concurrenten in
de strijd om de wereldtitel, de tweetallen Werner Schwärzel/Andreas
Huber en Alain Michel/Jean-Marc Fresc. De Duitsers reden in
Silverstone onverwacht sterk. Ze zaten samen met het Engelse duo
Mick Barton/Simon Birchall zelfs vele ronden vlak achter de
koplopers. Nadat de Britten door een kapotte versnellingsbak het
veld hadden moeten ruimen, moest ook Schwärzel lossen om
tenslotte als derde te eindigen. Zijn commentaar: "Dit was
meer dan ik verwacht had. Bovendien hebben wij nog steeds kans
op de wereldtitel." Voor Alain Michel en de jarige
Jean-Marc Fresc werd Silverstone een desillusie. Door een
foutieve bandenkeuze (te harde compound) kwamen ze niet verder
dan de vierde plaats. Daarbij hadden ze nog het geluk, dat de
voor hen liggende Engelse duo's Webster/Hewitt en Abbott/Smith
met respectievelijk een vastloper en een kapot big-end moesten
uitvallen. Wel wisten, Michel en Fresc, Derek Jones en Brian
Ayres na een fraai gevecht achter zich te houden. Theo van
Kempen (weer hersteld van z'n in Francorchamps opgelopen
sleutelbeenbreuk) en Bally de Haas belandden uiteindelijk op de
negende plaats, wat hen twee WK-punten opleverde. Het laatste
puntje leek naar Hein van Drie en zijn Schotse invaller
passagier Iain Colquhoun te gaan, totdat het nieuwbakken duo
vlak voor de finish geraakt werd door de Zwitsers
Progin/Hunziker. Na een hevige klap viel de lichamelijke schade
mee, maar was de materiële schade met name voor Van Drie erg
groot, zo groot zelfs dat de tijd te kort was om de zaak te
repareren voor de Zweedse GP. Voor Jos Modder en Martin van 't
Klooster was deze Britse GP al na een ronde ten einde, toen hun
Yamaha motor het begaf. Ondanks het grote succes viel er in
Silverstone nog geen last van Egbert Streuer's schouders:
"Dat gebeurt pas in Anderstorp. En alleen als we
wereldkampioen worden." Met andere woorden, de zaak moet
heel blijven!
125cc Van gebroken stuur tot
wereldtitel
Een enorme paniek ontstond er nadat de
coureurs in de 125 cc van hun opwarmronde terug kwamen. Toen
Angel Nieto zich op de zevende startplaats had opgesteld, hield
hij plotseling de clipon in zijn rechterhand. Zonder zich maar
een tel te bedenken duwde hij zijn machine in de handen van een
Spaanse journalist en rende het rennerskwartier in. Bij toeval
lag er in de Garelli vrachtwagen een losse clip-on, omdat men de
avond tevoren een voorvork had gewisseld. Voordat Nieto terug
was had de bejaarde wedstrijdleider Vernon Cooper het bord van
drie minuten al in de hoogte gehouden. Dankzij de inzet van ex
GP-coureur Chas Mortimer kreeg het Garelliteam toch
gelegenheid het euvel te verhelpen. Henk van Kessel kon alles
van zeer nabij meemaken, want hij stond op een vierde
startplaats. Na de start vormde zich een kopgroep bestaande uit
Auinger, Nieto, Gresini en Lazzarini. Selini reed op een vijfde
plaats en werd opgejaagd door Kneubühler, Cadalora, Perez,
Vitali, Liegeois en Henk van Kessel. Door een schuiver
verspeelde Henk zijn kansen op een goede klassering. Halverwege
de race bezweek Auinger onder de druk van Nieto en ging
onderuit. Lazzarini moest in dezelfde ronde met een kapotte
ontsteking naar de kant. Angel Nieto reed vervolgens zonder grappen of grollen naar
zijn zesde achtereenvolgende GPoverwinning van dit seizoen.
Door het uitvallen van Lazzarini kon de inmiddels 37-jarige
Spanjaard voor de dertiende maal in zijn carrière als
wereldkampioen worden gehuldigd.
Door het sterke rijden van Bruno Kneubühler
was het peloton inmiddels uit elkaar gevallen en samen met
Selini opende hij de jacht op Gresini. Deze wist de Zwitser
achter zich te houden, maar moest de Fransman op het ere-podium
voor zich dulden. Van het achtervolgende trio was Vitali de
snelste, met in zijn slipstream Cadalora en Liegeois. Anton Straver
reed een bijzonder sterke race, maar met een elfde plaats bleef
hij helaas net buiten de WK-punten.
250cc Manfred Herweh: alles of niets
Wilde Manfred Herweh uitzicht op de
wereldtitel houden, dan moest er vóór Sarron gefinisht worden.
Na de trainingen was de Duitser maar liefst een seconde sneller
dan Sarron, die de tweede trainingstijd had gerealiseerd. De
Belg Stéphane Mertens was een seconde langzamer dan Sarron,
maar stond daarmee wel op een zestiende startplaats. Eens temeer
een bewijs hoe gering de krachtsverschillen in de 250 cc zijn,
maar ook hoe snel de Rotax van Herweh is. Overigens is het
rijwielgedeelte van zijn machine een Nederlands product. Nico
Bakker bouwde het frame en de uitlaten en White Power zorgde
voor de demping. Ook voor de start van deze race ontstond de
nodige paniek. Na de opwarmronde ontdekte JeanMichel Mattioli
namelijk dat hij met een lege tank aan de start stond. Gelukkig
was de gevulde tank snel gevonden. Herweh, Sarron en Alan Carter
kwamen na de start zeer slecht weg, maar de Duitser had zich al
na drie ronden in de kopgroep gemanifesteerd. Sarron sloot
enkele ronden later aan. Het was ongelooflijk boeiend om te zien
hoe Lavado, Herweh, Sarron, Wimmer, Baldé, Cardus, Pons, Watts
en Espié elkaar geen centimeter kado gaven. Vooral Andy Watts
maakte er iets heel moois van. In zijn tweede GP (in Assen
debuteerde hij met een negende plaats) passeerde hij de
topmannen in de kwartliter klasse buitenom alsof het dagelijks
werk was. Wat er in de laatste twee ronden allemaal gebeurde was
bijna niet meer te volgen. Alle leden van de kopgroep hebben wel
even aan de leiding gereden, alleen Carlos Cardus en Thierry
Espié kwamen niet meer in het stuk voor, omdat zij met
machinepech de strijd moesten staken. In de laatste ronde
ondernam Manfred Herweh een alles of niets poging. "Ik zag
een kans om te winnen. Wilde ik wereldkampioen worden, dan moest
ik die kans waarnemen. Ik heb daarbij iets teveel gegokt en ben
onderuit gegaan", vertelde Herweh na afloop. De overwinning
ging nu naar Sarron, die ook al op de laatste ronde gegokt had:
"Ik wist dat ik op bepaalde punten sneller was, maar dat
wilde ik pas op het laatste moment laten zien. Het lukte en
Herweh maakte het voor mij zelfs nog gemakkelijk". Andy Watts werd tot zijn eigen verbazing als tweede
afgevlagd. "Ik was al tevreden met een vierde plaats, maar
door de schuiver van Herweh gebeurde er van alles en lag ik
plotseling tweede." Carlos Lavado ging als derde over de
eindstreep. Jean-Francois Baldé, Martin Wimmer en Patrick Pons waren de laatste leden van de kopgroep, die over de finish kwamen. Harald Eckl en
Jean-Michel Mattioli waren uit een groot peloton ontsnapt en
werden als zevende en achtste afgevlagd. Cornu, Fukuda (slechte
start), Mang en Besendörfer vlogen binnen drietiende van een seconde
over de streep. Roland Freymond reed op de gewijzigde
produktieracer van Honda. Veel succes was er niet voor hem
weggelegd. Halverwege de race moest hij de strijd met
machinepech staken.
 |
|
Christian Sarron, Andy Watts en Carlos Lavado |
|
© foto Hans
van Loozenoord |
500cc Mamola wint met viercilinder
Raymond Roche werkte tijdens de
training keihard aan zijn eerste GP-overwinning. "Ik voel
mij, ondanks een pijnlijke rib, sterk genoeg om voluit te gaan.
In Assen had ik een kans op mijn eerste GP-zege, maar dat
mislukte jammer genoeg. Ik denk dat ik op dit circuit ook een
goede kans maak." Hij realiseerde de snelste trainingstijd,
maar in de race pakte het even anders uit voor de kleine
Fransman. Ron Haslam ging weer als eerste van start, gevolgd
door Didier De Radiguès. Mamola, Lawson, Roche en Sheene kregen
in de zesde ronde aansluiting bij het leidende tweetal. Twee
ronden later was het met de aspiraties van Roche gedaan. Een
gebroken achtertandwiel van zijn fabrieks-Honda dwong hem tot
overgave. Woedend smeet hij zijn machine in het gras en zijn
helm onderging hetzelfde lot. "Verdorie, ik had deze race
kunnen winnen", was de reactie van de geëmotioneerde
Roche. Lawson en Mamola namen vervolgens de leiding over en
sloegen al snel een gat. Haslam en De Radiguès bleven bij
elkaar en Barry Sheene moest lossen. Hij werd al spoedig
ingehaald door Virginio Ferrari en Wayne Gardner. Leandro
Becheroni had inmiddels zijn machine na een schuiver in vlammen
zien opgaan. De achtervolgende groep bestond uit McElnea, Lewis,
Van Dulmen en Le Liard. In het verdere verloop van de race
wisten Uncini en de weer teruggekeerde Katayama zich bij deze
groep aan te sluiten. Later ging Paul Lewis, die duidelijk te
gek deed, onderuit. Aan de kop hadden Lawson en Mamola te kampen
met achterblijvers, wat het duel tussen deze coureurs danig
verstoorde. Randy Mamola won voor de tweede maal in zijn carrière
de GP van Silverstone (in 1980 werd hij ook als eerste
gehuldigd). "Silverstone is mijn favoriete circuit. Ik
voelde mij goed en de viercilinder voldeed aan de verwachtingen.
Overigens heeft Honda mij helemaal vrij gelaten in mijn keuze.
De viercilinder is stabieler en accelereert beter dan de
driecilinder." Op de vraag of hij zijn late seizoenstart
niet betreurt, antwoordde Mamola: "Inderdaad. Als ik de
eerste twee GP's ook had gereden, was de wereldtitel wellicht
haalbaar geweest." Eddie Lawson was zoals gewoonlijk niet
erg spraakzaam: ,,I hope to keep going and keep finishing."
Ron Haslam werd op een driecilinder derde. Didier De Radiguès
had na afloop wat moeite om zijn emoties te verbergen.
"Eindelijk had ik de beschikking over een fabrieksblok en
het ging geweldig goed. In de laatste ronde brak de ketting.
Daar sta je dan met lege handen.,," Ferrari liet
zich met een vierde plaats eindelijk ook eens voorin zien. Barry
Sheene werd vijfde. Wayne Gardner kon maar net Rob McElnea en
Takazumi Katayama voor blijven. Franco Uncini bleef achter
Marshall en Le Liard net buiten de punten. Boet van Dulmen kwam
freewheelend over de finish. "Al in de vierde ronde voelde
ik de ketting een paar maal over het achtertandwiel slippen.
Later in de race gebeurde dat steeds vaker, waardoor ik niet bij
McElnea kon blijven. Toen ik eenmaal buiten de punten raakte
heb ik het gas dichtgedraaid, omdat ik ook bang was dat de bak
vast zou gaan." Later bleek dat Boet een kapotte
achtervorklager had.
Henk van de Mark moest met een defecte ontsteking de
strijd staken. Rob Punt finishte als drieëntwintigste, gevolgd
door Mile Pajic die hiermee zijn (te) zware debuut als SNRT
coureur in een GP tot een goed einde wist te brengen. |