|
Nederlandse coureurs reden in Hockenheim niet
minder dan vijfentwintig punten voor het wereldkampioenschap bij
elkaar. Boet van Dulmen werd op zijn sloffen vierde in de
fantastische 500 cc race, George Looijesteijn pakte de vijfde
plaats in de 50 cc klasse, Henk van Kessel bracht in de 125 cc
wedstrijd de geheel in Nederland gebouwde 125 cc EGA-tandemtwin als zesde over de eindstreep, Peter Looijesteijn
finishte na een bloedstollend massagevecht als achtste in de 350
cc klasse en Jack Middelburg was met eveneens een achtste plaats
de beste privérijder in de 500 cc categorie.
Jack
Middelburg op weg naar een prachtige 8e plaats als 1e privécoureur
De
500 cc race in Hockenheim zou voor Kenny Roberts de beslissing
moeten brengen: zou de nieuwe Yamaha met roterende inlaten zijn
opgewassen tegen de oppermachtige Suzuki-fabrieksracers van Mamola,
Lucchinelli en Crosby, of zou Kenny al in het begin van het
seizoen 1981 z'n titelkansen op z'n buik kunnen schrijven? Een
week tevoren in Salzburg waren de kwaliteiten van de
"roterende" Yamaha niet uit de verf gekomen omdat
Roberts bij een trainingsval de fiets middendoor reed, waarna het
speciale motorblok provisorisch in een oud frame moe$t worden
gehangen, wat de stuurkwaliteiten uiteraard niet ten goede kwam.
Maar in Hockenheim was bij Yamaha alles zoals 't wezen moest: de
roterende fabrieksmachine was van een nieuw rijwielgedeelte
voorzien en Kenny Roberts draaide de snelste trainingstijd. Even
opmerkelijk was overigens de vierde tijd die Boet van Dulmen had
laten noteren. Boet beschikt nu over een machine die gelijk is aan
de fiets waarop Roberts vorig jaar zijn derde wereldtitel behaalde
en waar ook Barry Sheene mee reed. Bij de start zorgde Kork
Ballington, die dit jaar voor het eerst als fabrieksrijder in de
500 cc klasse uitkomt, voor een verrassing door als eerste te
vertrekken. Kork wist zijn concurrenten bijna een ronde achter
zich te houden, maar toen verremde hij zich, zodat hij de hele
meute voor moest laten gaan en pas als
laatste weer op pad kon gaan. Bij de eerste
doorkomst reden Roberts, Crosby en Mamola praktisch naast elkaar,
op korte afstand gevolgd door Jack Middelburg (!), Lucchinelli,
Uncini en Boet, die na een matige start als een stoomwals naar
voren was gekomen. Hartog, die ook in de trainingen al massa's
ellende had beleefd met slecht lopend en slecht sturend,
materiaal, bezette op dat moment de 20e plaats terwijl Henk de
Vries in de slotgroep meedraaide. Lucchinelli en Van Dulmen
werkten zich in de volgende ronden langs Middelburg en vonden
aansluiting bij de kopgroep. Hartog klom, dankzij z'n rijderskapaciteitenen
ondanks zijn onwillige machine, elke ronde een plaatsje op en Henk
de Vries had zich in het kielzog genesteld van Ballington, die
vanaf de laatste plaats aan een comeback bezig was. Kenny Roberts
voerde nog steeds de kopgroep aan, maar hij stond onder een
geweldige druk van Lucchinelli en Mamola. Boet was Crosby voorbij
gegaan en hield beheerst de vierde plaats in handen, terwijl Jack
in de clinch lag met Michel Frutschi en Barry Sheene, die allebei
op net zo'n semi-fabrieks-Yamaha reden als Boet, en met Suzukitestrijder
Hiroyuki Kawasaki. Jack ging in de slotfase een keer rechtuit
waardoor hij de aansluiting met zijn tegenstanders verloor. Hij
wist echter zo snel de strijd te hervatten, dat dit akkefietje hem
geen plaatsen kostte, maar hij was wel de aansluiting met de 3 fabrieksrijders kwijt.
De strijd om de eerste plaats duurde
tot en met de laatste ronde. Roberts scheen een gering
overwicht te hebben dankzij de snelheid en de acceleratie van zijn
nieuwe roterende fiets, maar Mamola en Lucchinelli bleven hem het
leven zuur maken. Vooral Lucchinelli verdrong Roberts diverse
malen op een hondsbrutale manier van de kop, maar bij het uitkomen
van de laatste bocht voor de finish zette Kenny het gas nog eens
wagenwijd open, zodat hij met 0,44 seconden voorsprong als winnaar over de
finish ging. Mamola en Lucchinelli volgden met een wielbreedte
verschil op de tweede en derde plaats. Boet had in de laatste
ronde iedereen de zenuwen bezorgd door langzaam rijdend de
tribunes te passeren. Was zijn motor niet meer in orde?zonder
veel moeite bij de kopgroep blijven, maar er zat
geen kans in, dat ik één van die jongens had kunnen passeren.
Daarom heb ik me een beetje laten afzakken. Waarom zou ik risico's
nemen?" De tweede
Nederlander die de eindstreep passeerde, was Jack Middelburg die
op enige afstand van Frutschi, Sheene en Kawasaki als achtste werd
afgevlagd. Jack werd met die klassering de beste privérijder in
deze klasse. Wil Hartog finishte op een voor hem zeer
teleurstellende 14e plaats en Henk de Vries werd netjes 20e.
"Voor mijn doen is dat wel goed", aldus Henk'. "Ik
kon niet harder. Tegen het eind draaide ik wel lekker, maar in het
begin van elke wedstrijd, vlak na de start, verlies ik veel te
veel. Op zulke momenten gaat het mij echt te ruig. Die lui lijken
wel gek.
Wil Hartog's commentaar bestond
slechts uit één woord. "Hopeloos", verklaarde de Witte Reus mismoedig.
Podium
500cc, Mamola (2e), Roberts (1e) en Lucchinelli (3e)
50
cc: George in de punten
Daags tevoren was in Hockenheim reeds de 50 cc
wedstrijd verreden. Theo Timmer had in die race de beste start,
terwijl George Looijesteijn in Theo's kielzog als tweede op pad
ging. Ze waren echter geen van beiden opgewassen tegen de
superieure Van Veen Kreidler van Stefan Dörflinger, die na de
eerste ronde de kop had overgenomen en al met een behoorlijke
voorsprong start en finish passeerde. Ricardo Tormo was gestart op
de Bultaco, waarmee hij in 1978 wereldkampioen was geworden, en
die nu weer van stal is gehaald. Maar al na een ronde parkeerde
hij de slecht lopende machine in de pits. De Bultaco van Theo
Timmer deed evenmin wat-ie had moeten doen: met een gat in de
zuiger werd Theo uitgeschakeld. Hij was overigens niet de enige
Nederlandse pechvogel, want Henk van Kessel werd door een
vastloper buitenspel gezet. Voor George Looijesteijn verliepen de
zaken voorspoediger. In de beginfase van de race had hij terrein
moeten prijsgeven, maar vervolgens begon hij de verspeelde
plaatsen te heroveren. De Duitsers Rapczynski en Bauer waren het
daar niet mee eens, maar George zag toch kans, deze heren van zich
af te schudden en als vijfde te finishen. Tegen die tijd was
winnaar Dörflinger al lang en breed binnen. Stefan was in de
openingsronden per ronde niet minder dan acht seconden uitgelopen
op zijn achtervolgers Rolf Blatter en Hans Hummel. Tegen het eind
van de wedstrijd nam Dörflinger er zijn gemak van, zodat hij elke
ronde nog "slechts" zes seconden aan zijn toch al
gigantische voorsprong toevoegde.
Rolf Blatter was op dat moment al door machinepech
uitgeschakeld; Hans Hummel ging met een achterstand van meer dan
een minuut als tweede over de eindstreep. De tweede Nederlander
die in deze race de finish haalde, was Jos van Dongen die 15e
werd.
125cc:
EGA
veelbelovend

125cc:
1. Pier-Paolo Bianchi 3. Angel Nieto

125cc
start: 5. Müller 6. Reggiani 12.
Dörflinger 1. Bianchi 3. Nieto
De
125 cc wedstrijd leek een herhaling te worden van de races in
Argentinië en Oostenrijk. Angel Nieto en Loris Reggiani waren met
hun Minarelli's oppermachtig. Ze maakten er ditmaal helemaal een
potje van: Reggiani ging in een schijngevecht om de eerste plaats
zogenaamd in de clinch met Stefan Dörflinger, terwijl Nieto zich
kon veroorloven om terug te zakken naar de vijfde positie, van
waaruit hij "een leuk uitzicht" (zijn eigen woorden) had
op de gebeurtenissen voor hem. Na vijf ronden stoeien vonden de
heren het echter welletjes. Nieto stootte in een keer door van de
vijfde naar de eerste positie en wenkte Reggiani, dat-ie moest
meekomen. Het tweetal leek op de derde achtereenvolgende
dubbelzege af te stevenen, maar halverwege de race kwam Reggiani
in de chicane ten val toen een achterblijver een onverwachte
manoeuvre maakte. Nieto finishte zodoende in z'n eentje met een
voorsprong van 11 seconden op Dörflinger. Een opzienbarende
prestatie leverde Henk van Kessel met de Nederlandse
EGA-tandentwin. Het fraaie machientje begint
steeds
beter te lopen en in combinatie met Henk's onmiskenbare
stuurmanscapaciteiten leverde dat een keurige zesde plaats op. De
overige Nederlanders die in deze klasse de eindstreep passeerden,
waren Anton Straver (16e), Jan Huberts (18e) en Theo Timmer (22e).
250
cc: Makkie voor Mang
De
250 cc wedstrijd werd een uitstapje voor regerend wereldkampioen
Anton Mang. Roland Freymond had met zijn Ad Majora weliswaar de
snelste start, maar Mang reed Roland "zomaar even"
voorbij en bouwde vervolgens een enorme voorsprong
op. Gedurende de eerste zes ronden liep "der Toni" drie
seconden per ronde uit. Maar dat was nou ook weer niet nodig en
daarom drukte hij vervolgens het tempo enigszins, zodat hij in de
volgende tien ronden slechts anderhalve seconde per ronde
toevoegde aan zijn voorsprong. Zodoende finishte hij 33 seconden voor
tweede man Carlos Lavado.
Aanvankelijk zag het er naar uit, dat niet
Lavado maar Fernandez die tweede plaats zou opeisen. Maar Patrick
verspeelde zijn kansen toen hij in de Sachskurve (vergelijkbaar
met de Strubben in Assen) onderuit gleed.

Patrick
Fernandez onderuit
Freymond finishte op geruime afstand achter
Lavado als derde. Om de vierde plaats werd een geweldige veldslag
geleverd door Edi Stöllinger, Paolo Feretti, Richard Schlachter,
Angel Nieto, Bruno Kneubühler en Jean-Francois Baldé.
Aanvankelijk werd deze groep aangevoerd door Baldé, maar in het
verloop van de race werd er zo vaak stuivertje gewisseld dat
iedereen wel een keer op kop reed. Vooral Angel Nieto ging als een
jojo op en neer tussen de vierde en de negende plaats. Eenmaal
stak hij zelfs zo brutaal in de Sachskurve bij Baldé binnendoor,
dat de arme JeanFrancois met machine en al van de grond werd
getild! Baldé bleef in het zadel, en dat was maar goed ook met al
die concurrenten pal achter en naast hem, maar hij was wel dermate
aangeslagen dat hij bij de volgende doorkomst was teruggevallen
tot de staart van het groepje. Feretti won uiteindelijk het
massagevecht om de vierde plaats, terwijl Nieto vijfde werd,
gevolgd door Schlachter, Stöllinger, Kneubühler en Baldé. Voor
de Nederlanders was er in de kwartliterklasse geen eer te behalen.
Zowel Klaas Hernamdt als Peter Looijesteijn moesten hun Rotaxen al
na een ronde aan de kant zetten met respectievelijk een vastloper
en een gesneuveld big-end.

Jean-Francois
Baldé

350
cc podium: Lavado (2e), Mang (1e) en Freymond (3e)
350
cc: favorieten onderuit
De 350 cc wedstrijd beloofde een uitermate
spannende aangelegenheid te gaan worden, aangezien wereldkampioen
Jon Ekerold, Anton Mang en Patrick Fernandez in de Oostenrijkse GP
al hadden laten zien dat ze niets voor elkaar onderdoen. Vanaf de
eerste ronde zaten Ekerold en Mang elkaar dan ook in de haren, op
korte afstand gevolgd door Fernandez en Graeme Geddes. In de
vierde ronde kwam daar echter drastisch verandering in, want
Fernandez stuurde te snel de chicane in en ging onderuit. Geddes
ging vervolgens op zijn plaats over de benzine die Fernandez over
het circuit had verspreid. En een ronde later was het feest
kompleet toen ook Ekerold ondersteboven ging op dezelfde
glibberige plek. Anton Mang kreeg daardoor ineens een voorsprong
van 14 seconden op Eric Saul die de tweede plaats in zijn schoot
kreeg geworpen. Mang bleef echter gasgeven en ging tenslotte met
52 seconden voorsprong over de finish. Evenals in de
kwartliterrace werd ook in de 350 cc wedstrijd een massagevecht
geleverd. De deelnemers waren in dit geval Feretti, Rodgers, Stöllinger, Eskelinen, Hoffmann en Peter Looijesteijn. Ook
nu werd er hevig stuivertje gewisseld, maar degene die tenslotte
aan het langste eind trok, was Peter Looijesteijn. Hij pakte een
keurige 8e plaats voor Stöllinger en Feretti. Peter was overigens de enige
Nederlander die in deze race finishte. Klaas Hernamdt moest een uur voor
de aanvang van de trainingen zijn startvergunning inleveren bij de
KNMV-afgevaardigde, die ze vervolgens doorgaf aan Rinus van
Kasteren. Rinus kon zich echter in Hockenheim niet waarmaken; drie
valpartijen tijdens de trainingen leverden hem de bijnaam Jumping Rinus op, en in de race bezette hij de
laatste plaats, totdat hij halverwege met motorpech opgaf.

350
cc: Peter Looijesteijn (8e)
Zijspannen:
fotofinish
Ook de zijspanrace werd gekenmerkt door een
onfris gegoochel met startvergunningen. Egbert Streuer kreeg
eveneens van de KNMV-afgevaardigde te horen dat zijn
startvergunning was ingetrokken. Daarmee was het duo Van de Ven de
enige Nederlandse combinatie in de driewielerklasse. Maar
uitgerekend zij gingen als laatste van start, en vervolgens
parkeerden ze na enkele ronden hun machine met slecht lopende
motor in de pits. De strijd om de kop speelde zich aanvankelijk af
tussen Biland en Taylor, terwijl na twee ronden ook Michel zich
ermee ging bemoeien. Voor Biland was de vreugde echter van korte
duur, want nadat hij drie ronden voorop had gereden, gaf de
krachtbron van zijn LCR-combinatie er de brui aan. Taylor en
Michel gingen vervolgens in de clinch om het bezit van de eerste
plaats, en dit fraaie gevecht duurde tot en met de slotronde. Maar
goed ook, want verder was er in deze wedstrijd totaal niets te
beleven. Michel forceerde in de laatste ronde een beslissing door
Taylor in de Sachskurve binnendoor te passeren. De Schotse
titelhouder probeerde in de laatste bocht voor de eindstreep nog
revanche te nemen, en hij ging letterlijk naast Michel over de
finish. De officials moesten het ontwikkelen van de finishfoto afwachten,
voordat ze konden vaststellen dat Michel winnaar was geworden. |