 |
Wayne
Rainey, geboren 23-10-1960,
in Downey,
Californië. Op 6-jarige leeftijd kreeg hij zijn 1e
mini-bike. Begon met motorcross en dirt track en wegrace, zoals
alle Amerikaanse toppers op 9-jarige leeftijd. Op 15 jarige
leeftijd stapte hij over op een 125cc Yamaha en won alles wat er
te winnen viel in de wijde omtrek. Toen hij 16 jaar was, in
1976, maakte hij de overstap naar het AMA-kampioenschap. Zestien
jaar was de minimum leeftijd. Het was een schok voor de tengere
Rainey, dat hij plots niet alles meer won in de dirttrack en
F750 waar hij in uit kwam. Hij was gewend om alles te winnen en
nu was er plots flinke tegenstand. Dat resulteerde in zijn
eerste
seizoen in een blessure, na een val en ook dat was hem nog nooit
overkomen. Hij zou de daarop volgende jaren wel een top 10
rijder zijn, maar het winnen was over! Op 21 jarige leeftijd
stopte Wayne gefrustreerd, door het uitblijven van resultaten
wilde hij overstappen naar de wegrace. Dankzij Eddie Lawson, die
bij Kawasaki overstapte naar de Superbike, die een goed woordje
voor Wayne deed bij Kawasaki, kon Rainey bij Kawasaki aan de
slag en vond de overwinningen en het plezier weer terug.
Aangezien hij het goed deed met de 250cc, werd hem een contract
aangeboden om samen met Lawson in de Superbikes deel te nemen
met een 1000cc Kawa. Dit pakte hij met beide handen aan, hoewel
Eddie Lawson kampioen werd in 1982, deed Rainey het met een
derde
plaats in de eindrangschikking helemaal niet verkeerd, met zijn
tengere gestalte op de zware machine. In 1983 stapte Lawson dus
over naar de GP-racerij en kreeg Rainey, een ervaren rot naast
zich in de Kawasakistal, Mike
Cooley, samen bereden ze de nieuwe 750cc Kawa in het
Superbike-kampioenschap van 1983. Wayne won 6 van de races en
werd de opvolger van Lawson, als winnaar van het
AMA-Superbikekampioenschap. Er was echter wel een
teleurstelling, Kawasaki trok zich aan het eind van het seizoen
terug uit de racerij en Wayne zat zonder machine. Maar de
“redding” was nabij, Kenny Roberts die dus gestopt was met
de actieve racerij, begon een eigen renstal als
teameigenaar/manager, met privé-Yamaha’s en bood Wayne Rainey
een kans om met een 250cc de GP’s te gaan rijden in 1984.
Samen met de Brit Alan Carter ging Wayne dus op een Marlboro
gesponsorde Yamaha 250cc tweecilinder het circuit op. Echter de
Yamaha’s waren niet concurrerend in deze klasse. Zelfs de
beroemde teammanager Roberts kreeg het niet voor elkaar, dat ze
in Japan betere onderdelen voor de machines gingen maken. Rainey
eindigde op een achtste plaats in de eindstand, met één
podiumplaats, een derde plek in Misano, een circuit wat
hem 9 jaar later niet zo goed zou bevallen…..
Gefrustreerd
keerde Wayne aan het eind van het seizoen 1984, terug naar
Amerika, waar hij besloot deel te gaan nemen aan het AMA Formula
One championship op een Honda RS500 en met een 250cc aan het AMA
Formula Two championship. Alhoewel hij voor beide titels een
favorietenrol had in het begin van het seizoen kwam hij niet
verder dan een 8e plaats (2x winst) in de “Formula
One” en een 3e (ondanks 5x winst) in de “Formula
Two”.
In
1986 werden de AMA-Superbike en AMA-Formule one samengevoegd
onder de naam “Camel
Pro Series”. Met een Honda VFR reed hij de Superbikeklasse en
met zijn Honda 500RS de F1 klasse, in de zwaarste klasse pakte
hij 6 uit 9 en met de 500, 1 uit 9. Beide klassen gecombineerd
maakten hem kampioen, omdat hij in de F1 klasse tweede werd,
ondanks maar 1 overwinning, maar er reden er erg veel mee, dus
vele rijders die de punten verdeelden.
In
1987 wilde hij zich alleen op de Superbike richten, die races
waren op dat moment de allerbelangrijkste in Amerika. Hij wilde
persé deze titel nog 1 maal pakken, om daarna zijn rentree te
maken in de GP-racerij. Er was echter één man het niet eens
met Rainey’s wens, dit was Kevin Schwantz, die sinds 1985, dus
vanaf de terugkeer van Rainey naar Amerika, tegen hem had
geracet, maar nu zou Schwantz een gooi gaan doen naar de
Superbikekroon met een Suzuki. Ze bevochten de strijd zowel
binnen als buiten het circuit. Wayne Rainey begon zeer sterk aan
het seizoen en won de eerste 3 races op rij, waarna Kevin
Schwantz terugsloeg door 5 van de resterende 6 races te winnen.
Toch werd Rainey kampioen, omdat hij deed wat hij ook later in
zijn GP carrière zou doen, nl. punten verzamelen. Kun je niet
winnen, pak dan in ieder geval zoveel punten als mogelijk.
Schwantz was heel anders en zou dat ook later als GP-rijder
zijn. Altijd proberen te winnen, tegen elke prijs, geen
concessies doen en dan eindig je nog wel eens naast de baan en
hebt dan helemaal geen punten…. Vrienden waren het al lang
niet meer en nu zouden ze beiden de overstap gaan maken naar de
meest aansprekende races ter wereld, dé 500cc GP’s!
De
timing was perfect om in 1988 terug te keren in de GP-racerij,
aangezien Kenny Roberts nu teammanager was van het 500cc
Yamahafabrieksteam en Rainey graag terug wilde hebben in zijn
door Lucky-Strike gesponsorde team. Rainey wilde zich bewijzen
en niet de op een fabrieks-Suzuki 500 debuterende Schwantz in
het voetlicht laten staan. Het was ook het weerzien met
“concollega” Eddie Lawson op een Marlboro-Yamaha. De
2-voudig wereldkampioen moest ook verslagen worden. Evenals De
Honda’s van Wayne Gardner en coming-man Michael Doohan. De
teammaat van Rainey werd Kevin Magee, die het in 1987 nogal goed
had gedaan. De Amerikanen Randy Mamola en Mike Baldwin werden
bedankt door Roberts vanwege bewezen diensten. Kenny Roberts nam
dus wel een gok door 2 onervaren jongens op “zijn” fietsen
te zetten.
Groot
was overal de verbazing toen Kevin Schwantz direct zijn debuut
GP won in Japan, de 1e GP van het seizoen 1988! De eerste
die van Roberts nieuwelingen een GP won, was niet Rainey, maar
Magee, die de 3e GP won. Daarna ging de strijd om de
titel tussen Gardner en Lawson, met een flink puntenscorende
Rainey op een derde plaats. Het duurde tot de 12e GP eer hij
zijn eerste victorie boekte, op Donington Park,
Engeland. Uiteindelijk ging de titel dus naar Lawson, maar
Rainey liet zien dat hij het in zich had om “number one” te
worden. Hij werd derde in de eindstand, ruim vóór
teammaat Magee (5e) en Schwantz (8e).
1989
– Lawson vs. Rainey, deel I: Wayne Gardner viel ver terug in
1989, slechts 1x winst en de titelstrijd ging nu tussen de 2
Amerikaanse matadoren, zo nu en dan even verstoord door Kevin
Schwantz, die wel 5 overwinningen (Lawson 4x, Rainey 3x) pakte,
maar geen rol van betekenis speelde in het WK, omdat hij óf
won, óf er vaak afging, hij kon bijna geen tussenweg. Het was
erg verrassend dat Lawson overstapte van Yamaha naar Honda en
hij zou het vertrouwen van de laatste niet beschamen, want de
eerste
confrontatie tussen hem en Rainey werd in zijn voordeel beslist
en zo was daar de vierde wereldtitel in 7 jaar GP racen.
Rainey zou overigens altijd trouw blijven aan zijn teammanager
en landgenoot Kenny Roberts.
1990
– Lawson vs. Rainey, deel II:
Wederom
verrassend was de overstap van Lawson terug naar Yamaha, na 1
jaar! Zeker gezien het feit dat hij Rainey’s teammaat werd bij
het Roberts-Marlboro team. Het werd het meest teleurstellende
jaar voor Lawson. Zevende in de eindstand, zonder overwinning en
zijn teammaat die wereldkampioen werd, met maar liefst 7
overwinningen! Het was ook erg dom of dapper, of beiden, om over
te stappen naar een team wat volledig opgebouwd is om je rivaal.
Rainey maakte er echter geen probleem van en Kenny Roberts had
zijn “dreamteam”. Eddie Lawson zou in de tweede GP in
Amerika een crash maken, wat hem zeer weinig overkwam, en zijn
voet breken, wat hem tot halverwege het seizoen buitenspel
zette. Hij maakte zijn rentree pas in Assen en toen had Rainey
al 4 overwinningen en 3 tweede plaatsen gescoord, tegen “zero
points” voor Lawson. Uiteindelijk zou Rainey met 7 overwinningen
en 255 punten zijn 1e wereldtitel
pakken, voor rivaal Kevin Schwantz met 5 overwinningen en 188
punten.
1991,
Wayne Rainey zijn nieuwe teammaat dit jaar was zijn landgenoot
John Kocinski, de opvolger van Eddie Lawson. Kocinski was in
1990 wereldkampioen geworden in de 250cc klasse. Kocinski had
weinig ontzag voor zijn teammaat en wilde zelf voor de titel
gaan, echter in hun thuis GP, nam Rainey de leiding en een hard
jagende Kocinski crashte in zijn poging hem te achterhalen.
Vanaf dat moment ging de titelstrijd tussen Rainey en Doohan. De
scherprechter was de TT van Assen, zoals zo vaak, Doohan ging
onderuit en zou altijd een hekel aan Assen blijven houden. Wayne
werd met 1 punt! verschil wederom wereldkampioen voor de nieuwe
“ACE” op Honda, Australiër Michael Doohan. 240-239
eindstand, Rainey 6x winst, Doohan 3x winst, 3e Kevin
Schwantz 5x winst. Rainey brak tijdens de laatste GP in Maleisië
nog wel zijn been, maar de titel kon hem niet meer ontgaan en
met hem en Kevin Schwantz geblesseerd aan de kant, won zijn
teamgenoot John Kocinski zijn 1e GP in de
500cc.
Puntentelling
(vanaf 1988): 1e
: 20, 2e
: 17, 3e
: 15, 4e
: 13, 5e
: 11, 6e
: 10, 7e
t/m 15e : 9 t/m 1.
Puntentelling
(1992): 1e
: 20, 2e
: 15, 3e
: 12, 4e
: 10, 5e
: 8, 6e
: 6, 7e
t/m 10e : 4 t/m 1
Vanaf
1993 was het wéér anders, begon men bij 25 en kregen 15
coureurs punten, vanaf het begin van de wegracerij tot 1988 was
het hoogste puntenaantal 15, en kregen alleen de eerste 10
coureurs punten.
|
1
|
Wayne
Rainey
|
USA
|
Yamaha
YZR
|
240
|
15
|
20
|
20
|
15
|
7
|
17
|
17
|
20
|
17
|
20
|
17
|
20
|
20
|
15
|
-
|
1-Roberts- Marlboro
|
|
2
|
Michael
Doohan
|
AUS
|
Honda
NSR
|
239
|
17
|
17
|
17
|
20
|
20
|
15
|
20
|
17
|
val
|
17
|
15
|
15
|
17
|
17
|
15
|
3-HRC-
Rothmans
|
|
3
|
Kevin
Schwantz
|
USA
|
Suzuki
RGV
|
204
|
20
|
11
|
15
|
-
|
9
|
20
|
15
|
13
|
20
|
13
|
20
|
17
|
11
|
20
|
-
|
34-Suzuki-Lucky
Strike
|
1992,
John Kocinski bleef de teammaat van Wayne, de laatste had nog
wel veel problemen met zijn geblesseerde been en het zou tot de
zesde GP duren voor hij zijn 1e overwinning
boekte dit jaar. En dit terwijl Mike Doohan de eerste
vier GP’s op zijn naam bracht. Na een val in Duitsland op
Hockenheim, waar Rainey diverse ribben brak, gaf niemand meer
iets voor zijn titelkansen. Echter Doohan kwam wéér ten val in
Assen, brak zijn been en zijn seizoen was zo goed als over. Hij
zou zeker wereldkampioen geworden zijn als dit niet was gebeurd.
Hij moest 3 GP’s missen, reed de 1 na laatste GP, maar buiten
de punten en had toen voor de laatste GP in Zuid-Afrika nog
steeds de leiding met 2 punten. Rainey werd op gemak
vierde en Doohan kwam niet verder dan de zesde plaats en zo
scheelde het slechts 4 pnt, maar nu in Rainey zijn voordeel.
Wayne zijn trilogie was compleet, de coureur die bijna nooit
viel, bijna altijd uitreed, pakte overtuigend zijn derde
titel op rij, dit was een evenaring van de prestatie van zijn teammanager, Roberts, die dit van 1978 t/m 1980 had gepresteerd.
|
|
1
|
Wayne
Rainey
|
USA
|
Yamaha
YZR
|
140
|
-
|
15
|
15
|
15
|
val |
20
|
val |
-
|
8
|
20
|
15
|
20
|
12
|
1-Marlboro
Team Roberts
|
|
2
|
Michael
Doohan
|
AUS
|
Honda
NSR
|
136
|
20
|
20
|
20
|
20
|
15
|
15
|
20
|
val
|
-
|
-
|
-
|
-
|
6
|
2-Rothmans
Honda Team
|
|
3
|
John
Kocinski
|
USA
|
Yamaha
YZR
|
102
|
-
|
val
|
-
|
8
|
12
|
8
|
8
|
15
|
4
|
12
|
-
|
15
|
20
|
4-Marlboro
Team Roberts
|
|
4
|
Kevin
Schwantz
|
USA
|
Suzuki
RGV
|
99
|
12
|
10
|
-
|
10
|
20
|
10
|
15
|
-
|
10
|
-
|
-
|
4
|
8
|
34-Lucky
Strike Suzuki
|
1993,
John Kocinski ging terug naar de 250cc en Luca Cadalora werd de
nieuwe teamgenoot van Rainey. GP Italië, twaalfde GP van
het seizoen, 5 september in Misano: tussenstand WK, Kevin
Schwantz – Wayne Rainey, 203-214 punten, beiden 4
overwinningen. De tiende ronde in Misano, Cadalora leidt zijn
teammaat Rainey in de race, dan gaat Rainey uit een bocht komend
iets te vroeg op het gas. Wayne
kan zijn Yamaha niet houden en maakt een crash, een van de
zeldzame in zijn carrière, niet eens zo vreselijk hard, maar
hij glijd met een flinke vaart het grint in, maakt diverse
salto's, raakt zijn machine nog een keer en uiteindelijk houd
hij er een dwarslaesie aan over...Zijn rug is in het
middengedeelte diverse malen gebroken en men moet nog flink
vechten voor zijn leven. Kevin Schwantz wint uiteindelijk zijn
enige wereldkampioenschap, voor Mike Doohan zijn 5
achtereenvolgende titels pakt, tot hij na een val in Jerez in
1999, moet stoppen met de motorsport.
1994,
Kenny Roberts vormt voor zijn verlamde maat Wayne Rainey een
250cc Yamaha racingteam, met o.a. zijn eigen zoon Kenny Roberts
jr. als rijder en zo ontstaat, voor de in een rolstoel zittende
Rainey, het Marlboro Team Rainey. Het wordt
een teleurstellend jaar voor Wayne, met Kenny Roberts jr
het grootste deel van het jaar geblesseerd. In 1985 zet Wayne
zijn zinnen op een 500cc team en als dit niet lukt contracteert hij wel alvast de wilde Japanner, Norick Abe en stalt die bij
Kenny Roberts. Zelf gaat hij verder met de 250cc, met Tetsuya
Harada en Kenny Roberts jr. Harada wint 1x een GP, wordt
2e in de eindstand, maar het is het jaar van Max Biaggi. 1996 brengt hem toch
een 500cc Yamaha, waar hij Loris Capirossi opzet. Hij blijft ook
met Harada in de 250cc. Loris Capirossi wordt 10e in het WK,
maar wint wel de laatste GP in Australië, dankzij
het feit dat Repsol-teammaten Álex
Crivillé en Michael Doohan elkaar uit de race rijden. Ook
Harada wint 1x een GP. Loris
Capirossi verlaat het team voor het seizoen 1997 en ook Marlboro
verlaat Rainey. Nu kan hij echter wel eindelijk met Norick Abe aan de start
verschijnen in de 500cc met Spanjaard Sete Gibernau als 2e
rijder. Zij worden respectievelijk 7e en 13e in de titelstrijd.
Gibernau verhuisd in 1998 naar Honda, Abe blijft en krijgt een
nieuwe teammaat in de persoon van crosser Jean-Michel Bayle, ze worden 6e en 16e dit
seizoen. Wayne heeft er geen plezier meer in en trekt zich
volledig terug uit de racerij.
Het
zou tot 2004 duren eer Yamaha weer een wereldkampioen in de
500cc zou hebben, op dat moment overigens al de MotoGP,
Valentino Rossi. Wayne
trok zich terug bij zijn familie in Californië
en heeft een
speciaal ontwikkelde kart, zodat hij toch nog kan genieten van
snelheid. Deze kart was een geschenk van voormalig rivaal en
vriend...Eddie Lawson.
|