 |
De
Italiaan Virginio Ferrari, geboren 29-10-1952,
in San Pellegrino,
was klein begonnen. Hij reed zijn eerste race in
1972, op een 50 cc Minarelli. Maar al in hetzelfde jaar kwam hij
met een 750 cc Honda uit in produktieraces en vervolgens werd
hij door de Patonkonstrukteur Giuseppe Pattoni ontdekt. Pattoni
stelde zijn 500 cc viertakt Paton ter beschikking aan Ferrari.
Die maakte met deze machine in 1976 zijn GP-debuut in Mugello.
Op zijn "thuis-circuit" maakte Ferrari direct een zeer
goede indruk, hij pakte de derde plaats achter Barry Sheene en
Phil Read. Hij was uiteraard de grote bazen van Suzuki-ltalië
opgevallen. Ze stelden Roberto Gallina voor, het veelbelovende
jonge talent in zijn renstal op te nemen. Gallina liet zich dat
geen tweemaal zeggen en haalde Ferrari naast Marco Lucchinelli
in de "Squadra Gallina". Vijfde in Imatra, eerste op
de Nürburgring: in de training zat Ferrari altijd voorin. Maar
destijds was Lucchinelli nog Gallina's favoriete rijder; Ferrari
kreeg pas een voorkeursbehandeling, nadat "Lucky" was
overgestapt naar het Life-team. Hij maakte dus
in 1976 indruk door als GP-nieuweling tijdens de training op de
Nürburgring de pole-position te veroveren, daarom stelde Suzuki
hem voor de laatste GP op dezelfde Nürburgring,
in 1978 een fabrieksmachine
ter beschikking, waardoor hij voor 1979 een fabriekscontract zou
krijgen. In 1978 was Virginio Ferrari slechts in drie van de elf
Grand Prix aan de finish gekomen; de snelle Italiaan deed zijn
naam van brokkenpiloot dat jaar alle eer aan, ook al waren de
meeste uitvallen te wijten aan mechanische defecten. Hoewel
Virginio dus in 1978 in de eindstand voor het 500 cc
wereldkampioenschap niet verder kwam dat de 11e plaats, werd hij toch als fabrieksrijder
gekozen door de Suzukifabriek.
Dit kwam voornamelijk omdat hij de laatste GP op de Nürburgring
wist te winnen voor Yamaha-azen Johnny Cecotto en Kenny Roberts
en hierdoor stelde Suzuki het merkenkampioenschap veilig. Het
was dus een beloning voor zijn werk in deze laatste GP. Hij was
op dat moment nog niet verder gekomen dan een 6e en
een 10e plek. Hij had in 1978 de beschikking gekregen
over de oude “fiets” van Barry Sheene en halverwege het
seizoen kwamen ze erachter dat het frame krom was. Ook na het
vernieuwen van het frame, was er niet veel verbetering met het
de afgedankte fiets tegen de vier nieuwe fabrieks-Suzuki’s van
Sheene, Hartog, Baker en Rougerie. En dan kwamen daar nog de
Yamaha’s van Cecotto, Roberts en Katayama bij. Kun je nagaan
wat de echte privé-rijders zoals Jack voor moeite
hadden om deze bij te houden. Vanwege zijn waaghalzerige
rijstijl viel Ferrari overigens bij Agostini in ongenade. Deze
had geen hoge pet op van Ferrari en zei dat hij zijn nek eerder
zou breken dan dat hij een doorbraak zou maken. In
1979 maakte hij plotseling wereldkampioen Kenny Roberts het
leven zuur en was hij de fabrieksrijder, waarop het Suzuki-team
al haar hoop had gevestigd. Eén crash van het seizoen 1978 vond
overigens plaats op het Franse circuit van Nogaro, waar Virginio
in 1979 wederom onderuit ging, tijdens de Formule 750 race in
Nogaro werd Virginio van de sokken gereden door een jonge Franse
coureur, wat hem een gebroken pols opleverde. Hij zou er echter
geen GP door missen. Gelukkig voor hem, want de eerstvolgende GP
was tijdens de TT van Assen, die hij in een heroïsch duel met
Barry Sheene zou winnen, het was zijn tweede 500cc overwinning,
en zo zou later blijken ook zijn laatste. Na zijn winst in Assen
ging Virginio fier aan de leiding in de tussenstand, maar hij
zou daarna 3 GP's op rij niet scoren, waardoor Kenny Roberts hem
voorbij ging. In de laatste GP op Le Mans, had Virginio nog een
klein kansje om wereldkampioen te worden, maar dan moest hij
winnen en Roberts moest uitvallen. Het verliep echter anders,
Ferrari kwam zwaar ten val en door
tijdig ingrijpen van de arts Costa, werd zijn leven gered en kon
zijn arm behouden worden! Ik heb dit voorval van redelijk
dichtbij meegemaakt en het zag er niet fraai uit.
Hij kreeg voor 1980 geen fabrieks Suzuki's meer, na in 1979 2e geworden
te zijn in de strijd om de wereldtitel, voornamelijk omdat hij getekend
had voor de World Series en weigerde om nog verder in de FIM Grand Prix
te rijden. Hierdoor werd hij door Roberto Gallina ontslagen (zijn plaats
werd ingenomen door de terugkerende Marco Lucchinelli) en Gallina zorgde ervoor dat hij
bijna nergens meer aan de bak kon komen. In 1982 werd hij door HB echter
wel weer aan een fabrieks-Suzuki geholpen, tot grote ergernis
van Gallina, maar door vele valpartijen en blessures, kwam hij
niet verder dan 1x een derde plek. Dit was voor Gallina erg
plezierig, aangezien hij de wereldkampioen van dat jaar, Franco
Uncini, in huis had. Virginio probeerde het ook nog met Cagiva fabrieksmachines, maar dat liep op niets uit. Hij
heeft ook nog even meegedaan aan autoraces in een Lancia Stratos, waarin
hij best succesvol was. Hij besloot dan maar over te stappen naar de Formule I TT,
toen verder succes in de 500 cc
uitbleef. Direct in zijn 1e seizoen in de Superbikes werd hij verrassend winnaar van de TT
(Tourist Trophy) met een Yamaha, dit was verrassend, want de laatste jaren maakte
Honda daar de dienst uit met de legendarische Joey Dunlop (5x winnaar op
rij).
In 1987, het jaar dat Virginio kampioen werd,
met een Bimota (foto's links en rechts) werd de race op
Assen op donderdagavond gereden. Een schitterend gezicht en de
tribunes zaten overvol. Deze race was de 2e overwinning van het
seizoen voor Virginio. De volgende race was in Noord-Ierland op
het 12 km. lange circuit van Dundrod. Tijdens zeer slecht weer
liet de organisatie de race toch van start gaan op het zeer
gevaarlijke circuit, het kostte de Duitser Klaus Klein het
leven. Hij kwam door aquaplaning al in de 1e ronde ten val. En
Ferrari? Die zat thuis, nadat hij op donderdag het circuit had
gezien, verdween hij direct weer naar huis.... Hij werd
uiteindelijk met drie overwinningen winnaar van het kampioenschap
voor Joey Dunlop.
De TT races
waren afgeleid van de races op het Eiland Man, het beruchte 66 km. lange
circuit in Groot-Brittannië, waar meer dan 100 coureurs het leven
lieten. Hier werd in 1976 voor het laatst om de wereldtitel gereden,
daarna werd er een wereldkampioenschap TT opgezet in Brittanië, waar
bijna geen Europeanen aan deel namen. Na 1987, het jaar dat Ferrari dus
won, werd het wereldkampioenschap Superbike geboren, zoals we dat nu ook
nog kennen. In de maand september doet dit 'circus' ons land aan en
wordt de Nederlandse 'GP' op Assen verreden. Dit zijn meestal spectaculaire
races over 2 manches. Begin jaren tachtig werd er
onder alle coureurs een verkiezing gehouden, wie zij de beste coureur vonden. Virginio's nummer 1 was Jack, omdat zoals hij zei:
,als je in een bocht zit en denkt nu kan er niemand langs en je kijkt
opzij, dan zit Jack naast je!' Na zijn actieve racecarrière is Virginio
ook nog teammanager geweest bij Ducati en Bimota in de
Superbikeseries waarin hij anno 2005 nog steeds actief is.

| Eindstand |
klasse |
jaar |
merk
motor |
punten |
aantal
winst |
| 21e |
500cc |
1976 |
Suzuki |
10 |
(1x
3e) |
| 12e |
500cc |
1977 |
Suzuki |
21 |
(1x
2e) |
| 11e |
500cc |
1978 |
Suzuki |
22 |
1x |
| 2e |
500cc |
1979 |
Suzuki |
89 |
1x |
| 16e |
750cc |
1979 |
Suzuki |
27 |
1x |
| - |
500cc |
1981 |
Cagiva |
- |
- |
| 11e |
500cc |
1982 |
Suzuki |
25 |
(1x
2e) |
| - |
500cc |
1983 |
Cagiva |
- |
- |
| 10e |
500cc |
1984 |
Yamaha |
22 |
- |
| 13e |
250cc |
1986 |
Honda |
14 |
- |
|