8










|
Randy
Mamola geboren op 10-11-1959 in Santa-Clara Californie, was heel
erg geliefd bij elk motorsportpubliek, dit om zijn spectaculaire
manier van rijden en vooral ook om de vele wheelies die hij
maakte. Randy werd maar liefst 4x 2e in de eindstand van het
wereldkampioenschap, maar wereldkampioen werd hij nooit. De
motorcarrière van Randy Mamola begon toevallig. Zijn vader,
kind van Italiaanse immigranten, en moeder, van Portugese
afkomst, kochten een Honda 50cc mini-bike voor hem. Samen met
zus Sharron ging de hele familie naar een oefenveldje, waar
Randy direct zijn kwaliteiten liet zien. Al snel terroriseerde
Randy de 50, 100 en 125cc dirt-track klasse. Zo erg zelfs, dat
hij jaren voor tijd gepromoveerd werd tot junior en later zelfs
tot seniorrijder. Hij won alles. De krant meldde in 1975 zelfs
dat Mamola eindelijk verslagen was, toen hij een keer verloor.
Randy had echter een heel groot probleem, hij wilde maar niet
groeien, in 1974 was hij nog steeds kleiner dan 1.20 meter, ook
al was hij inmiddels 15 jaar. Ook in 1974 ontmoette hij Jim
Doyle, Doyle was een Pan Am piloot die zelf geracet had, maar op
Daytona beide benen had gebroken en niet goed meer liep. Doyle
had Kenny Roberts op zijn motoren laten racen, maar toen hij in
contact kwam met Randy, werd deze zijn nieuwe oogappel. Randy
kon op dat moment een normale jeugd wel vergeten, Doyle zijn
obsessie was het wereldkampioenschap. Hij was er in Japan achter
gekomen, dat nummer één in het Amerikaanse AMA kampioenschap
erg leuk was, maar je werd pas voor vol aangezien als je
wereldkampioen in de GP racerij was. Om te beginnen zou hij
Randy in Nieuw-Zeeland de Marlborough series laten rijden (1974),
daarna weer in 1975 om hem zo tegen een internationaal
wegraceveld te kunnen testen. Dat ging best. Randy zou acht van
de veertien races gaan winnen. Omdat hij pas 15 was, moest hij
wel eerst in Nieuw-Zeeland zijn rijbewijs halen, anders mocht
hij niet meedoen. De pers in Nieuw-Zeeland moest zich verbijten,
het aardige knulletje bleek een winnaar te zijn en daar had
eigenlijk niemand op gerekend. In Amerika was wegrace echter nog
steeds vrijwel onbekend. Daarom was de volgende stap om Randy
in Imola en in de Transatlantic serie aan de start te krijgen.
Het kostte een fortuin om het hele team daar te krijgen en de
teleurstelling was dan ook zeer groot dat ze ondanks
bevestigingen geen start konden krijgen. Want hij mocht dan meer
dan 400 senior overwinningen in Amerika hebben gehaald, in
Europa moet je nu eenmaal minimaal zestien zijn om in een
wegrace te mogen starten. Toch leerden ze van de reis, ze zagen
de tegenstanders en de
enorme menigten die hier naar een Grand Prix kwamen
kijken. Het jaar daarop was Randy oud genoeg, toen al was zijn
reputatie zo groot dat de organisatie in Imola zich garant
stelde voor de 5000 dollar voor de terugreis. Sponsors genoeg
waaruit Bimota en het Belgische Zago team overbleven. Randy
startte in 1979 met een Bimota in de 250cc en 350cc klasse. Na
een paar hele goeie resultaten (2x tweede na 3 races) in de
kwartliterklasse, ontstonden er flinke problemen in het team,
waarop Doyle zijn rijder meenam en op zoek moest naar een andere
machine. De rest van het jaar reed hij voor het Belgische
Zago-team (Belgische Yamaha-importeur) in de 250cc en 500cc
klasse. In de laatste klasse wist hij aan het eind van het
seizoen maar liefst 2x tweede te worden! Wie dat jaar heeft
meegemaakt herinnert zich ongetwijfeld het optreden en de
rijstijl van Mamola. Hij was bijna onzichtbaar, zover hing hij
naast de machine! Maar wat belangrijker was; hij ontdekte dat
veel van de gevestigde sterren helemaal niet zo hard door een
bocht gingen. Hij kwam er ook achter dat het vrijwel onmogelijk
is om de echte fabrieksmachines en hun teams te kloppen. En er
waren zo veel getalenteerde nieuwe rijders, dat zijn kans op een
fabrieksfiets erg klein was. Maar Randy had geluk. Barry Sheene
was weggevallen en Suzuki GB was van plan om Mike Baldwin
daarvoor in de plaats te nemen. Jim Doyle wist echter dat
Baldwin in een onbelangrijke wedstrijd in Amerika was gevallen.
Doyle belde de voormalige Kawasaki rijder
direct op en Baldwin was zo vriendelijk om Doyle bij
Suzuki te introduceren, hoewel Randy ook een Yamaha contract kon
krijgen. Hoewel in het algemeen de Yamaha racer toen als de
betere machine werd gezien, prefereerde Doyle voor Randy Suzuki,
omdat Mamola bij Yamaha altijd achter Roberts had moeten
finishen. Eerst waren vooral de Britse fans teleurgesteld. Een
Amerikaan in plaats van Sheene en dan nog in een Engels team
ook! Maar die houding sloeg snel om. Randy reed met zoveel
plezier, dat het gewoon oversloeg op de toeschouwers. Wanneer
Mamola een wheelie maakt met 250 kilometer per uur en dan ook
nog vriendelijk naar het publiek zwaait, moet dat gewoon goed
overkomen. Zijn
resultaten in 1980 waren zo goed
dat hij voor het volgende jaar financieel geborgen was. Dat bleek ook wel uit de speciaal voor hem gebouwde
motorhome van 110.000 dollar, het huisje in de bergen van Lake
Tahoe van 150.000 dollar en auto’s ter waarde van nog
eens 100.000 dollar. In de daarop volgende jaren zou hij met 4
verschillende merken fabrieksmachines de wereld (bijna)
veroveren. Vier keer werd hij vice-wereldkampioen achter
illustere namen, Kenny Roberts, Marco Lucchinelli, Eddie Lawson
en Wayne Gardner. Helaas stapte hij in 1988 over naar Cagiva,
want toen was zijn carrière over, maar niet het spektakel! In
1992 kwam hij, na een jaar gestopt te zijn, nog een keer terug
op een privé-Yamaha en stopte aan het einde van dat seizoen op
33 jarige leeftijd. Topper!
Randy
Mamola won 13 GP's, werd 22x 2e en 19x 3e in de 500cc klasse.
| Eindstand |
klasse |
jaar |
merk
motor |
punten |
aantal
winst |
| 4e |
250cc |
1979 |
Bimota
& Yamaha |
64 |
(3x
2e) |
| 8e |
500cc |
1979 |
Suzuki |
29 |
(2x
2e) |
| 2e |
500cc |
1980 |
Suzuki |
72 |
2x |
| 2e |
500cc |
1981 |
Suzuki |
94 |
2x |
| 6e |
500cc |
1982 |
Suzuki |
65 |
1x |
| 3e |
500cc |
1983 |
Suzuki |
89 |
(2x
2e)(3x 3e) |
| 2e |
500cc |
1984 |
Honda |
111 |
3x |
| 6e |
500cc |
1985 |
Honda |
72 |
1x |
| 3e |
500cc |
1986 |
Yamaha |
105 |
1x |
| 2e |
500cc |
1987 |
Yamaha |
158 |
3x |
| 12e |
500cc |
1988 |
Cagiva |
58 |
(1x
3e) |
| 18e |
500cc |
1989 |
Cagiva |
33 |
- |
| 13e |
500cc |
1990 |
Cagiva |
55 |
- |
| 10e |
500cc |
1992 |
Yamaha |
45 |
- |
|
|