Home Jack Middelburg Guestbook GP-races Daytona Toon Kannekens Diverse

Michel Rougerie

Michel Rougerie winnaar 250cc, 1975, in Finland.

Michel Rougerie ( geboren op 21-04-1950, overleden tijdens de GP van Joegoslavië tijdens de 350cc klasse op 31-05-1981) begon op zijn 18de jaar met racen en drie jaar later veroverde hij zijn eerste nationale titel in de 500cc klasse. Waarna hij nog diverse nationale titels voor zich opeiste. Dat hij motorcoureur wilde worden, wist Michel al toen hij 14 was en hij van z'n vader zijn eerste brommer kreeg. Twee jaar later reeds stond de eerste "echte" motorfiets op de stoep voor huize Rougerie in Rosny-sous-Bois. Pa Roucherie heeft nooit geprobeerd zijn zoon die liefde voor motoren uit het hoofd te praten. Integendeel, pa maakte Michel al vroeg vertrouwd met de technische aspecten en stak ook later nog de handen flink uit de mouwen, als de nood aan de man was. Rougerie senior maakte dan ook weinig bezwaren, toen Michel in 1976 zijn elektronicastudie voortijdig beëindigde om coureur te worden. "Naar die school ging ik sowieso alleen maar om mijn ouders een plezier te doen", bekende Michel. Hij zette vervolgens de eerste stappen op de ladder van zijn carrière door een baantje aan te nemen als monteur bij Japauto. In Rosny-sous-Bois, waar Rougerie met zijn motoren heel wat kon uitspoken zonder dat de buren zich druk maakten, woonde bovendien Sid Stacy, Rougeries monteur, die jaren geleden al werkte aan de fabrieks-Honda's van Jim Redman. Evenals Redman was ook Sid Zuid-Afrikaan. Voordat hij bij Michel in dienst kwam, sleutelde hij voor zijn landgenoot Kork Ballington, nadat hij daarvoor gewerkt had voor Takazumi Katayama ("een nachtmerrie!", volgens Stacy) en voor Giacomo Agostini. "Maar bij Yamaha wilden ze toen ineens allemaal Japanse monteurs", verklaarde Sid, die al sinds zijn 17e levensjaar sleutelaar van beroep was. 

De carrière van Michel Rougerie begon sensationeel tijdens zijn debuut in het jaar 1969. Een jaar eerder had hij zijn rijbewijs behaald; vervolgens had hij in het voorjaar van '69 zijn eerste wegraces verreden en daarna won hij (samen met Daniel Urdich) op een Honda, als een donderslag bij heldere hemel de Bol d'Or! Er volgden drie nationale kampioenstitels, daarna een veelbelovend eerste seizoen in de Grand Prix-racerij en in 1975 een fabrieks­contract met Harley-Davidson. Rougerie bewees dat de Italianen een goede keus hadden gedaan, door achter zijn teamgenoot Walter Villa als tweede te eindigen in het 250 cc wereldkampioenschap.  

Het succes leek Michel ook in 1976 toe te lachen, toen hij evenals Philippe Coulon en Bruno Kneubühler een aantrekkelijk aanbod kreeg van de oliemaatschappij Elf. Maar interne strubbelingen en een ondermaatse teamleiding waren niet bevorderlijk voor dat succes, en het team viel weldra uit elkaar. Het "enige" wat Rougerie aan het seizoen '76 had overgehouden, waren een vierde plaats op de eindranglijst van de Formule 750 FIM-Cup (6e in Daytona, 2e in Imola en 1e in Jarama) en twee vierde plaatsen in de 500cc Grands Prix (Salzburg en Francorchamps). Daarbij kwam ook nog een verkeersongeval in de buurt van Parijs met als gevolg een gecompliceerde beenbreuk die hem midden in het wedstrijdseizoen een lange periode van gedwongen rust bezorgde. Doordat Elf z'n wedstrijdbudget voor 1977 sterk inkromp, kwam Michel begin 1977 min of meer op straat te staan. Twee 500cc Suzuki's en twee 750cc Yamaha's, prachtig rood-oranje-geel gespoten in zebramotief, stonden klaar voor het seizoen, maar er was geen cent meer beschikbaar voor de meest noodzakelijke uitgaven. Het was om wanhopig te worden. Rougerie stond op het punt, de hele Grand Prix-racerij de rug toe te keren en een aanbod van Honda voor de endurance­races aan te nemen, toen zich  ineens een kans voordeed.

Het Italiaanse Diemme-team bood hem aan, de snelle 350 cc Morbidelli over te nemen van Mario Lega, die zich liever wilde concentreren op de kwartliter-klasse. "Mimile", zoals Rougerie door zijn vrienden genoemd werd, greep deze kans met beide handen aan, vooral omdat hij wist dat het in Lugo gevestigde Diemme-team al enkele jaren lang steeds over topmateriaal kon beschikken. Johnny Cecotto was in 1975 met een Diemme-Yamaha wereldkampioen 350cc geworden en na Johnny hadden ook Buscherini en Uncini in ditzelfde team goede prestaties geleverd. En inderdaad bleven de successen niet uit voor het team van manager Rino Melandri. Het hoogtepunt vormde de 350cc GP-zege in Spanje en de samenwerking resulteerde aan het eind van het jaar in de vierde plaats op de eindranglijst. Bovendien pakte Rougerie op zijn eigen Suzuki met slechts drie meetellende uitslagen de 13e plaats in de categorie 500cc.

Maar na het aflopen van Michel's contract met Diemme waren de vooruitzichten voor 1978 weer even somber als een jaar tevoren. Er was geen geld en Rougerie besloot zichzelf op een nogal ongewone manier aan de man te brengen. "Wie mij contracteert en me de financiële mogelijkheden á la Elf-1976, en machinemateriaal á la Diemme-1977 biedt, die krijgt van mij aan het eind van het seizoen een wereldkampioenschap als tegenprestatie" kondigde hij nogal eigenwijs aan. Maar er meldde zich geen enkele gegadigde, behalve Diemme. Rougerie en Melandri werden het eens en het was nu aan Rougerie om zijn belofte waar te maken. Wie de mollige, iets te zware en tamelijk klein uitgevallen Fransman met zijn pikzwarte krullenkop en zijn donkere huidskleur voor het eerst zag, zou hem kunnen houden voor een levensgenieter die een goed glas wijn en vrouwelijk gezelschap best weet te waarderen. Maar Michel beantwoordde niet helemaal aan het beeld van de typische Franse bon-vivant. Hij is een individualist met weinig gevoel voor gezelligheid. Hij wilde maar één ding en dat was wereldkampioen worden, maakte niet uit wat voor klasse, daar had hij alles voor over en hij was van zichzelf overtuigd dat hij het kon. Helaas voor hem pakte dat op een voorjaarsdag in 1981 totaal anders uit.........

Rougerie (net als Wil Hartog) werd halverwege 1978 plotseling, vanwege zijn prestaties, opgenomen in het Suzuki-GB fabrieksteam, om Barry Sheene aan zijn 3e wereldtitel te helpen. Tijdens de Belgische GP lag hij lang aan de leiding, maar redde het niet, vanwege een verkeerde bandenkeuze. uiteindelijk redde Sheene het niet, om de wereldtitel te continueren, en Rougerie verdween weer uit het fabrieksteam. Hartog mocht wel blijven, omdat hij geholpen had het merkenkampioenschap veilig te stellen. Daarna braken er magere jaren aan voor de kleine Fransman, tot aan het dodelijke ongeluk in Joegoslavië in mei 1981..

Eindstand klasse jaar merk motor punten aantal winst
39e 125cc 1972 Aermacchi 2 -
32e 350cc 1972 Aermacchi 2 -
5e 250cc 1973 Harley-Davidson 45 (2x 2e)
35e 350cc 1973 Harley-Davidson 4 -
31e 500cc 1973 Harley-Davidson 6 -
15e 750cc 1973 Harley-Davidson 6 -
9e 250cc 1974 Harley-Davidson 21 (1x 2e)
7e 350cc 1974 Harley-Davidson 25 (1x 3e)
16e 500cc 1974 Harley-Davidson 14 -
2e 250cc 1975 Harley-Davidson 91 2x
28e 500cc 1975 Harley-Davidson 4 -
15e 500cc 1976 Suzuki 16 -
4e 750cc 1976 Yamaha 40 1x
27e 250cc 1977 Yamaha 5 -
4e 350cc 1977 Yamaha 50 1x
13e 500cc 1977 Suzuki 21 (1x 3e)
6e 350cc 1978 Yamaha 47 (2x 3e)
10e 500cc 1978 Suzuki 23 -
17e 350cc 1979 Bimota/Yamaha 10 -
15e 500cc 1979 Suzuki 16 -
17e 500cc 1980 Suzuki 4 -
33e 350cc 1981 Yamaha 1

 

1979_Jarama_GP_Jack_achter_Michel_Rougerie_.JPG (101104 bytes) 1979_Jarama_GP_Jack_voor_Michel_Rougerie_.JPG (99357 bytes) 1979_Jarama_GP_Michel_Rougerie_.JPG (86510 bytes) 1980_TT-Assen_500cc_Michel_Rougerie_Wil_Hartog_en_Mick_Grant_00_.JPG (134843 bytes) 1980_TT-Assen_500cc_Michel_Rougerie_Wil_Hartog_en_Mick_Grant_01_.JPG (94878 bytes)