|
Egbert
Streuer

|
Egbert
Streuer (geboren 01-02-1954) is Nederlands bekendste en
onbetwist de meest succesvolle zijspancoureur, zijn eerste GP reed
hij in 1978 op de Salzburgring, toen nog samen met bakkenist
Johan vd Kaap. Zij, beiden afkomstig uit Assen, begonnen samen
in 1975 met de zijspansport. Dit kwam eigenlijk door, Nederlands
kampioen 1976 en 77, Jaap Geerts. Ook al een Assenaar, deze
wilde een nieuwe combinatie aanschaffen, maar moest eerst zijn
oude kwijt. En dat lukte dus, hij verkocht hem aan Streuer/v.d
Kaap. Dit leverde in 1975 een zesde plaats op in de eindstand in
het Nederlands kampioenschap. Hun eerste Nederlandse titel pakten ze in 1978 en
prolongeerden die in 1979, Egbert zou er nog diverse op zijn
conto bijschrijven in de jaren die komen gingen.
In 1978 rijden
ze hun eerste GP-seizoen en in de laatste GP in Tsjecho-Slowakije
pakken ze hun eerste puntje. Als V/d Kaap er halverwege 1980 mee
stopt, stapt Boy Brouwer bij Egbert in het bakkie. Een 4e plaats
in de eindstand van het WK is al een aardige opmars en de
laatste GP in Duitsland brengt de eerste podiumplek (3e).
Kampioen dat jaar wordt het Finse olijke duo; Jock
Taylor & Benga Johansson.
Jock Taylor zal in 1982 om het leven komen in de Finse (thuis)
GP. In 1981
zakt Egbert weer iets terug, nl. naar een 8e plaats in de
eindstand, maar dat heeft ook te maken met de vele bakkenisten
die hij dat jaar "gebruikt", Kenneth Williams (GB),
Jouko Leppänen (Fin), Charles Vroegop en dan Bernard
Schnieders en de laatste betekend de sleutel naar het begin van de triomftocht! 1982 brengt
de eerste overwinning op het circuit van Silverstone! Samen met bakkenist Bernard
Schnieders (01-02-1958) werd Egbert wereldkampioen in 1984, 1985
& 1986. In de vijf daarop volgende jaren stond hij in de
eindklassering steeds in de top drie. Schnieders was een echte
motorfanaat, persoonlijk deed hij aan motorcross, grasbaanrace en
speedway. De zijspanklasse maakte in die tijd nog volop deel uit
van het Grand-Prixcircus en er was redelijk veel concurrentie.
De zijspanklasse werd niet tijdens elke GP verreden, maar
ongeveer 75% van de circuits liet ze toe. Egbert Streuers voornaamste rivalen waren Rolf Biland, de meest succesvolle
zijspancoureur aller tijden uit Zwitserland, die meestal met
Kurt Waltisperg in “het bakkie” reed. Verder Steve Webster
uit Engeland, ook meervoudig wereldkampioen en de Fransman Alain
Michel. In totaal behaalde Streuer 22 Grand Prix
overwinningen, waarvan 15 met Bernard Schnieders.
Hoewel Streuer
en Schnieders al op bijna alle circuits triomfen hadden gevierd,
wilde het aanvankelijk maar niet lukken om de TT van Assen, nota
bene in hun eigen woonplaats, te winnen. Een overwinning op
Assen werd op een gegeven moment belangrijker dan de
wereldtitel. In 1987 gingen ze eindelijk als eerste over de
finish in hun thuis-GP. Streuer herhaalde dit kunststukje in
1991 (met Peter Brown), nadat Bernard Schnieders begin 1989, na de
eerste GP van
Amerika, plotseling stopte. Zijn plaats werd in eerste instantie ingenomen door
Geral de Haas, wat twee vice-wereldkampioenschappen opleverde in 1989 en 1990. Met De
Haas won Streuer nog vijf GP's. Geral "Bally" de Haas
maakte zijn debuut tijdens de Duitse GP van 1989 en na jarenlang
actief te zijn geweest met Theo van Kempen, mocht hij nu gelijk
voor het eerst van zijn leven plaatsnemen op het erepodium. Nog
niet op de hoogste trede, maar één trede lager, wat hij in zijn
tweede GP in Oostenrijk nogmaals mocht herhalen. Na nog enige
podiumplaatsen mocht Geral zijn 1e overwinning vieren tijdens de
Belgische GP op Francorchamps. Tegen het einde van het seizoen 1990 wordt De Haas vervangen door Scott Whiteside,
die het seizoen afmaakt. Het nieuwe seizoen besloot Egbert
de overstap van Yamaha naar Krauser te maken en hij moet op zoek naar een
nieuwe bakkenist. Geral de Haas wilde zelf weg, omdat Egbert in
1991 met twee bakkenisten wilde gaan rijden, één voor de
GP's en één voor de NK races. Harry Hoofsteenge voor de
nationale en De Haas voor de internationale wedstrijden. Dit zag
Geral de Haas niet zitten en
stapte daarom op. In 1991 begon Egbert met Harry Hofsteenge,
maar die rolde in zijn 1e GP (USA, Laguna Seca) uit de bak! Vervolgens
was de Amerikaan Pete Essaff bereidt om in te vallen tijdens deze
Amerikaanse GP. Op Hockenheim viel Hofsteenge nogmaals uit de
bak en vroeg Egbert wederom Pete Essaff om in te vallen.
Uiteindelijk liep deze samenwerking na een paar races ook op
niets uit, omdat Essaff niet kon aangeven als er problemen waren
met het zijspan. En deze problemen bleken er wel te zijn,
aangezien het chassis niet goed in balans was. En wederom moest
er in dit jaar een nieuwe bakkenist komen en dat werd de ervaren
Engelsman Peter Brown, die in het verleden jarenlang met Derek
Jones had gereden. Samen met Peter Brown wint Egbert nog 2
GP's, waaronder voor de tweede maal de TT van Assen in 1991. Egbert
werd overigens met Hofsteenge wel Nederlands kampioen in 1991,
ondanks zijn twee buitelingen in de GP's. In 1992 is Streuer bezig zelf een nieuw
motorblok te bouwen voor zijn zijspan (Stredor), maar heeft door gebrek
aan sponsorgeld niet de gelegenheid om die goed te ontwikkelen.
Ook door alle slechte ontwikkelingen in de zijspanracerij
besluit hij begin 1993 om dan maar te stoppen. Nu blijkt dat
zijn laatste race die van september 1992 tijdens de superbike in
Assen te zijn, dan zijn de zijspannen dus al verbannen uit de GP
racerij en mogen hun races niet meer tijdens de top GP's
verrijden. Zijn laatste race weet Streuer toch nog te winnen, dus zo
neemt hij waardig afscheid van de racerij met een overwinning en
dan nog wel in zijn eigen stad. Streuer
stond niet alleen bekend als een snel en veilig coureur, maar
ook als een begenadigd technicus. Met zijn grote baard was hij
een opvallende verschijning in het rennerskwartier, hoewel hij
liever bescheiden op de achtergrond bleef. De
resultaten van Egbert zijn heel erg goed te noemen: Wereldkampioen
in '84,'85 en '86, vice-wereldkampioen in '83,'87,'89,'90. GP
overwinningen: 22 stuks, podiumplaatsen: 56 en Nederlands kampioen:
11x.
Bernard
Schnieders overleed op 21-10-2005, op 47-jarige leeftijd, aan
een slopende ziekte. Bernard had het motorsportwereldje geheel
de rug toegekeerd na zijn plotselinge stoppen begin 1989.
Onderstaand vind je een interview dat hij vlak na zijn stoppen
gaf aan Toon Kannekens.
| AFSCHEID
ZONDER TRANEN

Acht
jaar lang voerde hij halsbrekende toeren uit boven het
derde wiel, terwijl zijn stuurman met hoge snelheid van succes
naar succes denderde. Egbert Streuer en Bernard
Schnieders groeiden uit tot het koningskoppel in de
internationale zijspanracerij en brachten de hele
motorbevolking van ons land in Assen op de been.
Plotseling is een einde gekomen aan deze succesvolle samenwerking. Razendsnel doken de media boven op deze
scheiding, met verhalen waarin Bernard Schnieders als
zondebok voor het achterwege blijven van successen werd
aangewezen. Bernard Schnieders besloot geen enkel
interview meer af te geven. MOTO 73 tekende het laatste
verhaal op uit de mond van de scheidende bakkenist.
Niets in de gezellig ingerichte en fraai verbouwde
woning van Bernard Schnieders herinnert aan een glansrijke
sportcarrière met drie wereldtitels en 15
GP-overwinningen,
waaronder de Asser TT. "Daar ben ik te nuchter voor en
bovendien wordt hier in huis niet of nauwelijks over de
racerij gesproken. Ook mijn vrienden en kennissen hebben
geen enkele relatie met de motorsport," aldus Bernard.
Jouw plotselinge afscheid heeft nogal wat beroering teweeg gebracht. Kranten staan vol
met allerlei verwijten aan jouw adres. Je instelling zou
zijn veranderd, je motivatie is niet voldoende, kortom er
wordt letterlijk gesteld dat jij de zwakste schakel
in het geheel was.
"Egbert en ik balen zo ontzettend
van alles wat er geschreven is. iedereen probeert er een
wildwestverhaal van te maken, terwijl wij in goede
harmonie uit elkaar zijn gegaan. Bepaalde journalisten
maken van mij het pispaaltje en uitspraken van ons worden
totaal uit hun verband gerukt. Na de overwinning in Assen
zijn we beiden minder gemotiveerd geraakt. Door de mindere
resultaten was de sfeer in het team niet optimaal, maar verwijten zijn er nooit gemaakt. Mijn
instelling is ook veranderd. Vroeger keek ik nergens naar
en was niets mij te dol, maar er is natuurlijk meer in het
leven dan de motorsport. Dat heb ik mij de laatste jaren
goed gerealiseerd en daarom ben ik ook een bedrijf
begonnen om na mijn carrière iets achter de hand te
hebben. Egbert moet van de sport leven en dus zijn
prestaties en publiciteit belangrijk. Ik werd als
bakkenist per jaar ingehuurd en heb daarnaast gezorgd voor
een andere bron van inkomsten. Ik ben gewoon uitgekeken op
de motorsport. De laatste jaren is alles zo professioneel
geworden dat ik mij afvraag wat er nu belangrijker is:
racen of pr-werk. Conditioneel was ik optimaal voorbereid,
want ik loop zonder problemen een halve marathon, alleen
de motivatie is er gewoon niet meer."
"Maar waarom ben je dan aan het
seizoen begonnen?
"Je staat voor een nieuw seizoen en alles lijkt
technisch perfect in orde. Je wilt het dan toch nog weer
proberen, want je hebt als team altijd fijn samengewerkt.
Tijdens de trainingen ontdekte ik dat de motivatie er
echt niet meer was. En dan nog die ellende met dat vizier
in Laguna Seca. Ook vorig jaar is mij in Tsjecho-Slowakije
het vizier er afgevlogen. Ik ben niet gek: iemand die niet
begrijpt dat je daarom stopt, heeft volgens mij geen
verstand. Zes jaar geleden was ik misschien wel
doorgegaan, want aan het begin van je carrière ben je
blind en wil je ten koste van alles presteren. Later besef je pas
waarmee je bezig bent en ik ben er trots op
dat ik met een gezond lichaam mijn sportcarrière achter
me heb kunnen laten. Die instelling kan niemand mij
kwalijk nemen."
Vanaf 1981 bemande Bernard Schnieders de
bak van Egbert Streuer. Zonder naar woorden te zoeken,
schildert de 31-jarige Assenaar een terugblik
op zijn sportieve loopbaan.
"Ik had deze jaren absoluut niet willen
missen. Vooral die eerste tijd, toen we in een
caravannetje alle GP's afgingen, was beregezellig. Het was
een schitterende tijd. Alle GP's die we samen wonnen, die
TT-overwinning en het behalen van de laatste wereldtitel,
waarop niemand meer had gerekend. Dat vergeet je nooit
meer. Toen eenmaal de successen kwamen, werd het ook
steeds professioneler, waarbij allerlei prverplichtingen
een steeds grotere rol gingen spelen. Publiciteit werd zo
belangrijk als racen. In het begin vind je dat allemaal
prachtig, maar op den duur werd ik dat gedoe ontzettend
zat. Een fotootje hier, een interview daar, dan weer een
show en aan de sport zelf kwam je nauwelijks meer toe.
Publicitair ben ik nooit te kort gekomen. Zeker niet
wanneer ik naar anderen kijk. Egbert heeft mij altijd
overal bij betrokken en de Nederlandse motorpers idem
dito. Shows en pr-aktiviteiten hebben we altijd samen
gedaan. Vooral bij een zijspancombinatie moet je een team
vormen en als alleen de stuurman alle aandacht krijgt,
ontstaat er ergernis. Egbert heeft dit goed ingeschat. Wij
hebben altijd een uitstekende verstandhouding gehad en
daarin lag ook de kracht van het duo Streuer/Schnieders.
Daarom waren wij ook goed te verkopen aan sponsors. We
hebben elkaar nooit iets verweten. In Jerez ('87)
bijvoorbeeld ben ik uit de bak gerold, maar daar is nooit
een kwaad woord over gevallen. We zijn altijd overtuigd
geweest van elkaars inzet. Angst? Nee, alleen in Jerez
voelde ik iets, omdat we matig voorbereid aan dat seizoen
begonnen. Na die val was alles echter verdwenen en bij de
volgende GP was de oude felheid weer helemaal terug.
Belangrijk is dat je na een crash geen pijn hebt. Pijn
maakt angstig. Op Hengelo ben ik ook nooit gek geweest.
Met 260 km/uur tussen die bomen door... Ik heb ook tegen
Egbert gezegd dat het dit jaar absoluut de laatste keer
voor mij was op die smalle landweggetjes. Daar heb je het
weer. Zeven jaar geleden wilde ik er wel met 360 km/ uur
door, maar ik heb een leuk bedrijf en een hele lieve
vrouw, dus bekijk het maar. Ik heb altijd van harde duels gehouden.
De gevechten met Biland en Webster op Silverstone en
Hockenheim waren fantastisch. Met Michel was het altijd
oppassen geblazen, want die wilde nog wel eens
rotstreken uithalen. Dat kon ik achteraf nog wel
waarderen ook, want als ik achter het stuur had gezeten,
had ik hetzelfde gedaan.
Een passagier bepaalt juist die
laatste seconde. Je neemt tijdens een race de beslissing
om op een bepaald punt te blijven liggen. Tijdens een
training heb je dat uitgeprobeerd en doordat je een
geweldige band met elkaar hebt, kun je zo'n beslissing
nemen.
De stuurman moet aanvoelen dat je dergelijke dingen gaat
doen. Toch heb ik nooit gegokt, want dat ligt niet in mijn
karakter. Dat blijkt ook uit mijn opstelling tijdens mijn carrière, want
ondanks alle successen in de racerij
heb ik altijd aan de toekomst gewerkt. Ik wilde iets
achter de hand hebben en hoefde niet bij Egbert op de
loonlijst. Dankzij de naamsbekendheid zijn een aantal
deuren op zakelijk gebied sneller voor mij open gegaan en
heb ik een gezond bedrijf op kunnen bouwen. Succes is natuurlijk
prachtig, maar
op het moment zelf besef je eigenlijk niet wat er allemaal
met je gebeurt. Achteraf blijkt ook dat je er niet echt
van genoten hebt. Ik kreeg altijd een geweldige kick van
het publiek in Assen. Al die mensen die bovenop de banken
stonden en zwaaiden met het programmaboekje, geweldig. Ik
werd daar bloedfanatiek van. Die overwinning in Assen was
iets fantastisch, maar toch hecht ik de meeste waarde aan
het behalen van de wereldtitels. Daarin verschilden
Egbert en ik. Hij vond het winnen van de TT het
belangrijkste.
Het absolute hoogtepunt in mijn carrière is de uitreiking van de Hans de Beaufort-beker
geweest. Ais zijspanpassagier kreeg ik de hoogste
motorsporterkenning in Nederland. Dat betekende heel veel
voor mij. Het is de kroon op mijn werk. En natuurlijk heb
ik door de racerij een fantastische vrouw mogen
ontmoeten."
Heb je er veel voor moeten doen en
laten?
"Ja, als passagier moet je fysiek
erg sterk zijn en oppassen dat je niet te zwaar wordt. Ik
heb veel honger moeten lijden. Gemiddeld trainde ik
vijftien uur per week. Hardlopen en krachttraining kostten
veel energie, dus ik had altijd honger, maar ik was
voortdurend gebonden aan een streng dieet. Daar baal je
natuurlijk wel eens van. Voortdurend stond ik onder
medische controle en was ik onder begeleiding op zoek
naar de juiste voedingsstoffen."
Verwacht je dat Streuer opnieuw succes
zal hebben?
"Hij is zeker nog niet over zijn
hoogtepunt heen. Hij stuurt nog net zo hard als enkele
jaren terug, alleen is er geen technische voorsprong
meer. In de jaren dat we wereldkampioen werden, hadden
we technisch juist wel een voorsprong. "
Is Geral de Haas een juiste keuze als
passagier?
"Niemand is onvervangbaar en
Geral heeft natuurlijk al veel ervaring. Hij is
aanzienlijk lichter, dus met name bij het accelereren zal
dat zeker voordelen opleveren. Een nadeel is misschien
dat hij minder druk op de wielen kan brengen, waardoor er
meer rubber zal worden verbruikt."
Zien we jou nog terug op de circuits?
"Nee, voorlopig zoek ik rust. Ik
ben uitgekeken op de motorsport. Hinä en ik liepen vorige
week door Assen. Het leek wel alsof David Bowie en Tina
Turner door de stad liepen. Ik hoop dat al dat gedoe nu
echt afgelopen is. Dit is mijn laatste interview geweest.
Men moet mij nu gewoon lekker met rust laten."
|
|
| |
Egbert
Streuer |
|
Bernard Schnieders |
| 1e
race |
1975 |
|
1981 |
| 1e
GP |
1978
Salzburgring |
|
1981
Salzburgring |
| GP-zeges |
22 |
|
15 |
| GP-podium |
56 |
|
33 |
| laatste
race |
1992
Assen |
|
1988
Brno |
| titels |
3x
wereldtitel, 11x nationaal |
|
3x
wereldtitel, 6x nationaal |
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
1986,
Egbert en Bernard |
|
©
foto Wout Meppelink |
|
 |
| 1982 Silverstone, Egbert Streuer en Bernard
Schnieders tijdens de training (boven ©
Henk
Oeben) en onder na het winnen
van de Grote prijs van Engeland. |
 |
 |
| 1984 De zijspantop bij
elkaar, Egbert Streuer en Bernard
Schnieders op de voorgrond, wijzen naar de no:1 plaat van
Biland die zij dat jaar willen winnen en wat ook zal lukken. |
|
De
TT overwinning in 1987 |
|
|
|
De 7e TT van Egbert Streuer en Bernard
Schnieders, die sedert 1981 samen een overwinning in Assen
najagen, bracht hun eindelijk geluk! Ondanks hun drie
wereldtitels en 14 Grand Prix zeges wisten zij nooit hun
thuis-GP te winnen. Aan die obsessie kwam zaterdag 27 juni
1987 om zeven voor zeven een eind. Het lange wachten werd
eindelijk beloond, niet alleen voor Egbert en Bernard, maar
ook voor het uitzinnige publiek, dat - ondanks het barre weer - als één man bleef wachten op deze
thuiszege, de apotheose van een unieke TT.
Eindelijk!
Hans Klaassens hing over
het hek voor de pits en
keek naar de grond. Zojuist had de monteur met het rondebord
de laatste stand aangegeven en met handgebaren tot kalmte
gemaand. Egbert Streuer en Bernard Schnieders waren aan de
laatste twee ronden van de Asser TT begonnen. De voorsprong
was aanzienlijk. Twee jaar geleden speelde zich op het Asser
circuit precies hetzelfde tafereel af. Toen gooiden kapotte
remmen alsnog roet in het eten. Wat kon er nu nog gebeuren? De
spanning was van het gezicht van de sleutelaar af te lezen.
Hans kon zijn zenuwen ook niet afreageren op een door hem zo
fel begeerd sigaartje, omdat roken in de pits nu eenmaal
verboden is. Zelfs voor de monteur van Egbert Streuer. Het
publiek op de tribunes maakte echter aan alle onzekerheid een
eind toen het wild enthousiast van de banken omhoog schoot: de
Lucky-Strike combinatie naderde voor de laatste keer de Geert
Timmerbocht. Bernard Schnieders zwaaide voor het eerst even
vanuit de bak. Later zou hij zeggen "Dat
was de eerste keer dat ik dit deed, omdat ik toen wist dat we
zelfs nog duwend konden winnen!" Onder een orkaan van
gejuich bracht Egbert de machine aan het eind van de
pitsstraat tot stilstand. Hans Klaassens rende samen met Rinus
van Kasteren, de tweede monteur, naar hun coureurs toe.
Eindelijk was het gelukt: een zege in eigen huis, in de Asser
TT. Het feesten kon beginnen. Dit jaar rustte er toch minder druk op de
schouders van Egbert en Bernard dan een jaar geleden. Toen
waren ze de absolute favorieten. Hun overmacht was tot dan erg
groot geweest. Alleen pech kon hun van de overwinning afhouden
en dat gebeurde dus ook....
Nu lagen de kaarten totaal anders. De technische
voorsprong was verdwenen. De concurrentie stond op gelijke
hoogte. Dat kwam vooral tot uiting in de GP van Oostenrijk.
Egbert verwachtte een dergelijk gevecht ook in Assen. Als het
tenminste droog zou zijn. Hij was niet de enige, want ook Rolf
Biland, Steve Webster en Alain Michel waren die mening
toegedaan. De trainingen verliepen voor Egbert en Bernard goed
en niet goed. Weliswaar werd tijdens de derde sessie met een
frisse krachtbron de snelste tijd neergezet, maar Rolf Biland
antwoordde binnen enkele minuten. De 2.19.04 van
Streuer/Schnieders werd verpulverd en Biland/Waltisperg lieten
de chronometers op 2.18,11 stilstaan! Pats, dat stond! Maar
er zat een bekend addertje onder het gras: de Zwitsers
waren op erg zachte banden onderweg geweest. In de laatste
training werden de tijden niet meer scherper gesteld. Bij
Biland ging de waterpomp stuk en bij de Nederlandse machine functioneerde
de experimentele ontsteking niet meer naar behoren. De avond
voor de TT besloten Egbert & Co op safe te gaan door de originele
ontsteking te monteren. Hoewel Egbert Streuer geen specifieke
regenrijder is, kwam het hem dit keer goed uit, dat het
hemelwater voor en vooral tijdens de zijspanrace in grote
hoeveelheden op de Drentse heide neerviel. "De Yokohama-banden
zijn op een kletsnatte baan verreweg de beste. Alleen als het
half om half is, zijn we in het nadeel", aldus Egbert na
afloop."Zo hielden we voor deze race alleen Rolf Biland
als grote concurrent over, want hij beschikte over het gelijke
materiaal." Nadat het startlicht op groen was gesprongen,
bestond er voor de Assenaren eigenlijk helemaal geen concurrentie
meer. Via een fantastische start nestelden zij zich direct op
kop en lagen na een ronde al drie seconden voor op het duo
Steve Webster/Tony Hewitt. Egbert: ,,0e start was nu heel erg
belangrijk. Je hebt een veel beter zicht, loopt minder risico's
en kunt direct doorgaan." Via een perfect opgebouwde
race, in het begin werden er maar liefst drie seconden per
ronde gepakt, werd eindelijk die TT overwinning bereikt. Om
daar uitzicht op te houden had Egbert Streuer zijn helmvizier
voorzien van een soort ruitenwisser en die werkte prima,
"Ja, als ik dat ding niet had gehad, was het vast weer
niet gelukt." In tegenstelling tot de voorgaande jaren
hadden Egbert en Bernard onderweg geen rare geluiden gehoord.
Bernard: "Dit was weer zo'n race die heel lang duurde. Je
moest oppassen niet je concentratie te verliezen." En
Egberts probleem: "Ik moest tegen het einde ook weer niet
te langzaam gaan rijden, want dan had je kans dat de motor vet
zou slaan." Dit alles gebeurde dus niet en voor een
hossende en zingende menigte ("Ole, ole, ole, ole, we are
the champions") kon Jaap Timmer dan eindelijk aan DE
huldiging beginnen. Steve Webster en Tony Hewitt vonden het
allemaal prachtig. Niet alleen vanwege het hele spektakel,
maar vooral door hun tweede plaats. "Het was niet
mogelijk om bij Egbert te blijven. Het zicht was slecht en
onze motor sloeg soms over. Het was de eerste keer, dat wij
met de Krauser in de regen reden. Ik ben tevreden met twaalf
punten", aldus Steve Webster. Minder content was Alain
Michel, die na een imponerende inhaalrace van de twaalfde naar
derde plaats was gekomen. "Na de warming-up ronde zette
Egbert zijn machine te ver naar rechts. Ik heb gevraagd iets
op te schuiven, maar dat gebeurde niet. Ik vind het jammer. Zo
kon ik er niet langs en moest dus eigenlijk twee keer starten.
Ik heb geen protest ingediend om het feest niet te verstoren,
maar ik zal het er met Egbert nog wel eens over hebben."
Rolf Biland kwam niet verder dan een teleurstellende vierde
plaats. "Volgens de code hebben wij met hetzelfde type.
band als Egbert gereden, maar ik heb het idee, dat die van ons
veel harder was. Bovendien duurde het erg lang, voordat ik
langs Rolf Steinhausen kon komen. De moeilijkheid was zijn
rechtse bak." Zo goed de Speedweek voor Egbert Streuer en
Bernard Schnieders verliep, zo slecht verliep het allemaal
voor hun teammaten Theo van Kempen en Geral de Haas. Dit
tweetal had ook de beschikking over de nieuwe membraanmotor,
maar met andere carburateurs. Het vinden van de juiste
afstelling vergde veel tijd en vooral slaap. Theo van Kempen
sleutelde zo'n beetje drie dagen en nachten aan één stuk. Tot overmaat van ramp bleek voor de derde
training ook nog een cilinderkop gescheurd te zijn, zodat die
training de mist in ging. Ver in de schaduw van Egbert en
Bernard pakten Theo en Geral op het allerlaatste moment het
laatste WK-puntje in deze historische race. Theo: "We
gingen Kumano nog voorbij. Die protesteerde, omdat we bij een
gele vlag zouden hebben ingehaald. Ik heb echter geen vlag
gezien." |
| Eindstand |
jaar |
merk
motor |
punten |
aantal
winst |
|
|
|
|
|
| 28e |
1978 |
Yamaha |
1 |
- |
| 9e |
1979 |
Yamaha |
17 |
- |
| 4e |
1980 |
LCR/Yamaha |
52 |
- |
| 8e |
1981 |
LCR/Yamaha |
24 |
- |
| 4e |
1982 |
LCR/Yamaha |
47.5 |
1x |
| 2e |
1983 |
LCR/Yamaha |
72 |
2x |
| 1e |
1984 |
LCR/Yamaha |
75 |
3x |
| 1e |
1985 |
LCR/Yamaha |
73 |
3x |
| 1e |
1986 |
LCR/Yamaha |
75 |
5x |
| 2e |
1987 |
LCR/Yamaha |
75 |
1x |
| Vanaf
1988 nieuwe puntentelling, meer punten, ook meer GP's |
| 3e |
1988 |
LCR/Yamaha |
97 |
(3x
2e) (1x 3e) |
| 2e |
1989 |
LCR/Yamaha |
136 |
2x |
| 2e |
1990 |
LCR/Yamaha |
167 |
3x |
| 3e |
1991 |
LCR/Krauser |
134 |
1x |
| 4e |
1992 |
LCR/Stredor |
57 |
1x |
 |
|
1986
TT start zijspanklasse, pole voor Streuer-Schnieders |
 |
|
1987
Lucky-Strike-team Randy Mamola (500cc) Mike Baldwin (500cc)
teammanger Kenny Roberts Theo van Kempen-Geral de Haas en
Egbert Streuer-Bernard Schnieders (beiden zijspan) |
|