| bestaat uit 5 pagina's |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
In de jaren dat Jack nationaal aan de weg begon te timmeren werd er uiteraard ook al internationaal flink gevochten op de Europese circuits. In die tijd blies Nederland ook nog een aardig woordje mee in de lichtste klasse, de 50cc, met wereldkampioenschappen voor Jan de Vries ('71 en '73) en Henk van Kessel ('74). De Vries behaalde in zijn carrière totaal 14 overwinningen in de lichtste klasse en Henk van Kessel 7 stuks. Helaas wisten ze beiden nooit hun eigen GP, de TT van Assen te winnen. De enigen die dit wel voor elkaar kregen, zijn:
* In 1968 waren Phil Read en Bill Ivy gelijk geëindigd in de 125cc klasse, zelfde aantal pnt., zelfde aantal overwinningen en 2e plaatsen. Indertijd had en men besloten dat degene die de snelste tijden aan het einde van de race had, de kampioen zou zijn. Dit werd Read, in 1972 overkwam het Jan de Vries met Angel Nieto en werd Nieto wereldkampioen. In eind jaren 60 en begin jaren 70 werd de dienst in de zwaardere klassen uitgemaakt door het Italiaanse merk MV-Agusta en dan vooral doordat ze ook de beste coureurs tot hun beschikking hadden, nl. veelvoudig wereldkampioen Giacomo Agostini en in mindere mate Phil Read. Zij hadden echter begin jaren 70 zware tegenstand gekregen, in de 250cc en 350cc, van de populaire Fin Jarno Saarinen en de Italiaan Renzo Pasolini. Deze 2 illustere rijders kwamen echter beide om tijdens de Grand Prix op Monza van 1973. Dit was in die tijd een grote aderlating voor de wegracerij. Phil Read had het WK-500cc gewonnen in 1973, terwijl Agostini dit van 1966 t/m 1972, 7 jaar achter elkaar had gedaan! Phil Read zou het WK in 1974 nogmaals winnen en Ago voor het laatst in 1975. Ago zou ook 7 jaar achter elkaar kampioen worden in de 350cc, nl. van 1968 t/m 1974. Phil Read won ook de titel in de 250cc klasse 4 maal op Yamaha. MV-Agusta was overigens deels eigendom van een heuse Italiaanse Graaf, Corrado Agusta. Echter de Italiaanse staat had 51% van de aandelen.
In 1973 was aan de andere kant van de oceaan een 22 jarige Amerikaan begonnen aan zijn motorsportopmars. Zijn naam: Kenny Roberts. Hij was kampioen geworden in het AMA kampioenschap. Voor het veroveren van deze titel moest je erg veelzijdig zijn. Je moest nl. uitblinken in verschillende vormen van motorsport. De competitie omvatte wedstrijden in diverse takken, met name, dirttrack races op 800m en 1600m banen (ovaalvormige harde zandbanen), shorttrack races, TT races (harde zandbanen met vele bochten en springschansen) en dan uiteraard wegraces. In 1970 begon Kenny mee te doen aan het nieuwelingen AMA kampioenschap en won dit direct. Daarna pakte hij een paar keer het junior kampioenschap en dus in 1973 het belangrijkste. Hij werd begeleidt door Kel Carruthers van Yamaha, die zelf ooit wereldkampioen in de 250cc klasse was geweest. Hij stoomde Kenny klaar voor het echte werk en daar zouden ze in Europa nog wel achter komen! Hij had evenals veel van zijn landgenoten (Wayne Rainey en vooral Eddie Lawson) en de Australiër Michael Doohan alleen een vervelend trekje en dat was dat hij een "hekel" aan het circuit van Assen had. Het was allemaal te smal, maar ja die Amerikanen en Aussies denken nu eenmaal dat alles groot moet zijn, om goed te zijn. Hij introduceerde in Europa het driften met het achterwiel, evenals de Amerikanen na hem, zoals Mamola, Spencer, Lawson, Rainey, om er een paar te noemen. De Amerikanen werden grootgebracht op dirt-track banen, waar ze het glijden door de bochten tot kunst verheven.
Jarno en Soili Saarinen (boven en onder)
Jarno was geboren in 1945 in Finland. Hij studeerde om een ingenieur te worden alvorens hij zich toelegde op ijsraces op de leeftijd van 20 jaar, voor hij overstapte naar de wegrace. Hij won zes Finse kampioenschappen wegraces op een 125cc Puch en 250cc en 350cc Yamaha's. Vanaf 1970 nam hij deel aan GP's op een 125cc Puch en 250cc Yamaha en maakte snel naam als veelbelovende jonge Fin. Het duurde niet lang alvorens hij "Vliegende Fin" genoemd werd. Door de Finnen werd hij "Paroni", baron, genoemd. In 1971 behaalde hij een 3e plaats in de eindstand van het 250cc wereldkampioenschap ondanks een slechte reeks in het begin van het seizoen. Voor 1972 kreeg hij steun van de Yamahafabriek en won het 250cc wereldkampioenschap. Hij bereed ook de nieuwe met water gekoelde Yamaha 350cc. Hij won diverse GP's in beide klassen door ook Agostini te verslaan. Hij hield er wel een vrij wilde rijstijl op na. In 1973 liet Jarno de 350cc klasse voor wat het was en stapte over naar de Koningsklasse. In Maart 1973 won hij Daytona op een 350cc Yamaha en herhaalde deze triomf in Imola in de 200 milesrace. In Frankrijk won Jarno de 500cc op de nieuwe Yamaha en gaf MV-Augusta hiermee het nakijken, ook won hij de 250cc race. In Oostenrijk won hij opnieuw de 250 en 500cc races. In Duitsland won hij de 250, maar viel uit in de halveliterklasse. Zes GP's gereden en 5 gewonnen!, maar toen was daar de volgende GP op Monza.....
Jarno (links) als winnaar van Daytona 200 in 1973, naast Kel Carruthers Het overlijden van
Jarno, samen met die van Renzo Pasolini in Monza op 20 Mei 1973 was een
grote tragedie die de motorrijderswereld schokte. Zelden ontving een
coureur zoveel adoratie en bereikte zo veel op het circuit in een
dergelijke korte tijd. ook al worden deze verhalen door de overlevering
steeds mooier en beter, maar Jarno was en is een echte racelegende.
Jarno stierf de dood van een held op het circuit.
Jarno reed 3,5 seizoen mee in de GP's en zijn spectaculaire rijstijl
maakte hem immens populair. De Italiaanse Grand Prix van 1973 verliep
dramatisch voor Jarno. Het circuit was al niet populair door zijn stalen
vangrails met hier en daar wat strobalen. In de 350cc verloor de motor
van Walter Villa een flinke hoeveelheid olie. Hij reed de pits in, maar
zijn mensen stuurden hem terug de baan op, omdat er nog maar 1 ronde te
rijden was. Hij reed de ene ronde nog om als 5e te finishen, maar had
een flink oliespoor op de baan achtergelaten. Een journalist,
Christian Lacombe zag de hoeveelheid olie op de baan en benaderde de
baanofficials om het schoon te maken. In plaats daarvan riepen zij de
politie en dreigden hem van het parcours te verwijderen. De coureur John
Dodds confronteerde de hoofdofficial met het oliespoor en werd ook
bedreigd met de politie. John waarschuwde zo veel mogelijk coureurs,
maar sprak niet met o.a. Jarno. Pasolini had zelf ook aan de 350cc
deelgenomen, maar wist niets van de olie op de baan. Het was
onvoorstelbaar dat iedereen van start ging aan de kwartliterrace, maar
er was in die tijd ook nog geen woordvoerder of iets dergelijks. Bijna
onmiddellijk gebeurde de ramp. Pasolini ging onderuit op de olie in de
eerste bocht en viel met fatale gevolgen. De volgende was Saarinen die
hem niet kon vermijden en ook viel. Hideo Kanaya miste de gevallen
rijders, maar knalde wel in de strobalen. Nog eens een dozijn coureurs
raakten verwikkeld in de ramp die voortvloeide uit de crashes. De
meesten raakten hierbij gewond. De organisatoren lieten nog twee ronden
rijden alvorens in te grijpen.......Jarno
Saarinen en Renzo Pasolini waren niet meer.......
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1974 Giacomo Agostini, 29
jaar, 13 voudig wereldkampioen op MV, stapte tot ieders verrassing in
1974 over naar Yamaha. De reden was dat Ago graag ook wedstrijden in
Amerika wilde rijden en MV daar geen bruikbare motor voor had. Echter
ook de wat mindere resultaten de laatste jaren speelden een grote rol.
Hij benaderde zelf Yamaha en nadat die eerst ongelovig hadden
gereageerd, maar toen eenmaal doorhadden dat het hem ernst was, was de deal snel
rond. Bij Yamaha zou hij steun krijgen van Teuvo 'Tepi' Länsivuori en John
Dodds in de 350cc en 500cc klasse. In de F750cc klasse zouden zijn
secondanten Chas Mortimer en Bruno Kneubühler worden. Ze namen het in
hem Italië heel erg kwalijk dat hij de Italiaanse fabriek 'in de steek'
liet. Zijn debuut in Amerika tijdens de Daytona 200 werd direct een
megasucces, voor het eerst aan de start in Amerika, voor het eerst op
een Yamaha 750 en dan direct winnen! Er waren 116 inschrijvingen en
zoals altijd konden er 'maar' 80 van start gaan in de race, in 2 groepen
van 30 en 1 groep van 20 coureurs.
Er werden in deze jaren ook wedstrijden verreden tussen Engelse en Amerikaanse teams. De zogenaamde TRANSATLANTIC races. Dit jaar vonden deze wedstrijden voor de 4e maal in successie plaats en wel in het paasweekend op de circuits van Brands Hatch, Mallory Park en Oulton Park. De Engelsen hadden de 3 voorgaande edities gewonnen, maar nu leek het erop dat de Amerikanen aan het langste eind zouden gaan trekken, want ze kwamen echt met een topteam naar Engeland. De teams bestonden uit 8 coureurs.
Op alle 3 de circuits werden 2 manches verreden. De uitslag op Brands Hatch was 145 - 127 GB - USA, het werd het weekend van Kenny Roberts, tijdens de 1e manche werd hij 2e achter Paul Smart en voor Barry Sheene en dit ondanks een gebarsten waterslang. Ook in de 2e manche werd hij 2e, dit keer achter Duhamel (eigenlijk een Canadees). Op Mallory Park won Kenny met machtsvertoon beide manches voor Barry Sheene. Bij de start op Oulton Park hadden de Amerikanen 36 punten achterstand die ze nog terug wisten te brengen tot slechts 14. GB - USA, 415 - 401 punten. De 1e manche won Sheene voor Roberts en de 2e was precies andersom. Individueel was de uitslag:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||