|
|
|
|
|
|
|
|
|
Amerikaanse
topcoureurs 1975,
tijdens de Transatlantic Races (Engelse-Amerikaanse Matchraces).
v.l.n.r. Phil McDonald, Steve McLaughlin, David Aldana, Gene
Romero, Kenny Roberts, Steve Baker,
Randy Cleek (reserve),
Don Castro, en Pat Hennen. Er staat vele jaren
Daytona-ervaring op deze foto, 3 winnaars en andere
podiumplaatsen. Ook "number One's" zijn hier
vertegenwoordigd (Gene Romero, Kenny Roberts).
28 maart - Brands Hatch 30
maart - Mallory Park 31
maart - Oulton Park 1e Manche 2e
Manche 1e Manche 2e
Manche 1e Manche 2e
Manche Afgelast
door regen en sneeuw Afgelast
door regen en sneeuw 1- Kenny Roberts 1- Kenny Roberts 1- Kenny Roberts 1- Stan Woods USA-Engeland
uitslag 278 tegen 243.
A.M.A.
(American Motorcyclist Association) winnaars 1976 1.
Jay Springsteen (7) 2. Gary Scott
3. Kenny Roberts 4. Steve Eklund 5.
Randy
Cleek 6.
Ted
Boody 7. Rex Beauchamp 8. Hank Scott 9. Rick Hocking 10. Gene Romero
De strijd dit jaar ging tot het eind tussen Springsteen, Gary Scott
en Kenny Roberts. Er werd maar liefst in 28 competitieronden gestreden
voor de felbegeerde "Number One". Jay Springsteen was dit jaar
fabrieksrijder bij Harley -Davidson (reed alleen dirttrack), Kenny bij
Yamaha (uiteraard) en Gary Scott (oud-fabriekscoureur H-D), reed
privé met H-D in de dirttracks en Yamaha in de wegraces. 1976, Jay
Springsteen met 19 jaar jongste kampioen, tot dat moment, ooit.
197 Het
gevecht om Amerika's meest begeerde trofee in de
motorsport, de nummer één plaat, was in 1976 heet
en fel. Het hele seizoen duelleerden Gary Scott (titelverdediger),
Kenny Roberts (Amerika's ‘Number One’ in '73 en '74) op het
scherp van de snede, maar het was de 19-jarige nieuwkomer Jay
Springsteen, die in de drie laatste en beslissende races om het
AMA-kampioenschap de grote triomfator werd. De beslissende
veldslagen, een wegrace in Riverside
en dirttrackraces in San Jose en Los Angeles (Ascot),
waren beslissend en een verbeten
strijd. Waarom werd er zo hard gevochten? Een
simpele vraag en een simpel antwoord: Omdat het Amerikaanse
kampioenschap, ook bekend als de Camel Pro Series,
het
meest veeleisende en daardoor ook het meest prestigieuze
kampioenschap ter wereld is. Zonder enige twijfel vereist het
Amerikaanse kampioenschap een grote mate van veelzijdigheid en de
rijder, die uiteindelijk de Nummer Een plaat op zijn machines mag
schroeven, heeft bewezen in meerdere takken van motorsport de
beste te zijn of tot de allerbesten te behoren. Behalve roem en
glorie levert de nummer één plaat ook een berg inkomsten op
(zo'n 100.000 dollar per seizoen in 1976).
1976,
"King" Kenny Roberts". Hel
Amerikaanse kampioenschap werd bevochten in 5 verschillende
takken van motorsport met 5 verschillende machines.
Kampioenskandidaten moesten hun veelzijdigheid bewijzen in
wegraces (waaronder de beroemde Daytona 200), 3 soorten dirttrack
races op 1-mijls-, ½-mijls- en ¼-mijlsbanen, en tenslotte in zogenaamde TTdirttrack
races op kronkelende banen met linkse en rechtse bochten en
spectaculaire springbulten. Jay Springsteen, met zijn 19 jaar
nooit eerder kampioen, Gary Scott, titelverdediger, en ex ‘Number
One’ Kenny Roberts, toonden het gehele seizoen een
verbijsterende veelzijdigheid. Met nog slechts drie races voor de
boeg, hadden zij aan het eind van het seizoen alle drie nog kans
op de Nummer Een plaat. Lijstaanvoerder na 25 felbevochten races
was Jay Springsteen. Jay won vijf kampioensraces ("nationals"
geheten in Amerika), waarvan drie op een 1-mijl baan en twee op een
½-mijl baan. Slechts 19 jaar oud, was hij dit jaar teamcaptain
van de Harley Davidson fabrieksploeg. De 24-jarige Gary Scott, een
meer voorzichtige rijder dan Springsteen, had tot dusver slechts 2
dirttracks gewonnen, maar daarnaast talrijke tweede, vierde en
vijfde plaatsen gescoord. In 1975 maakte hij deel uit van de
Harley-Davidson fabrieksploeg, maar dit jaar reed hij op
privé-basis H-D's in dirttracks en Yamaha's in wegraces. Scott's
ambitie was dit jaar, nadat Harley Davidson eind vorig jaar zijn
financiële eisen niet kon of wilde honoreren, de eerste
privérijder te worden, die zonder fabriekssteun het Amerikaanse
kampioenschap veroverde. De derde kampioenskandidaat was tenslotte
Kenny Roberts, ongetwijfeld nog steeds 's-werelds snelste dirt- en
wegracer. Evenals vorig jaar had hij echter ook dit seizoen veel
mechanische tegenslag met zijn fabrieks-Yamaha's. In 7 maanden
tijd wist Kenny slechts 3 races te winnen van de tot dusver
verreden 25. In het Amerikaanse kampioenschap, van 1976, leveren
de eerste 14 plaatsen kampioenspunten op en wel volgens het
schema: 20-16-13-11-10-9-8-7-6-5-4-3-2-1. Na 25 verreden
wedstrijden moest het kampioenschap uiteindelijk beslist worden in
de resterende drie, allen wedstrijden in het zonnige Californië.
De
eerste van de drie beslissende races was op 26 september in San
Jose bij Los Angeles, een bijna legendarische 1-mijl
dirttrackrace, welke tweemaal per jaar gehouden werd en
evenveel prestige had als de Daytona 200. Die middag stond alles
in San Jose in het teken van snelheid, snelheid en nog meer
snelheid. Goodyear verstrekte talrijke exemplaren van haar nieuwe,
60 dollar kostende, band, breder en meer grip biedend dan elke
andere dirttrack band voordien, en alle bestaande San Jose
baanrecords werden die middag verpulverd. Jay Springsteen werd die
middag "chefexecuteur". Hij begon zijn optreden met een
nieuw, duizelingwekkend kwalificatierecord van 96.904 mijl/uur.
Vervolgens verpulverde hij in zijn heatrace het oude racerecord
over 10 ronden met maar liefst 16 seconden. En na afloop bleek hij
zo fris als een hoentje! Terwijl Springsteen in San Jose zo snel
was, zaten Scott en Roberts elkaar in de haren in hun
kwalificatieheat om de derde en vierde plaats, waarbij geen van
beiden erg snel was. Roberts, die naar San Jose gekomen was in de
wetenschap "Ik moet hier winnen!", was na afloop zo
onzeker, dat hij maar liefst 5 monteurs aan het werk zette om snel
een nieuw blok in zijn fabrieks Yamaha te bouwen. Scott
daarentegen, leek even onaangedaan als altijd.
In San Jose zorgde Scott voor een zeer bijzondere
teamgenoot. Hij stelde zijn reservefiets ter beschikking aan de
eerste vrouwelijke expert, Diane Cox. De 19-jarige brunette
slaagde er evenwel niet in zich te klasseren voor de finale over
25 mijl. Diane vergooide die kans in de Trophy finale over 12
ronden, waarin zij hevig duelleerde met koploper Pee Wee Gleason.
In de laatste bocht ging zij echter over de schreef en crashte
zonder nare gevolgen. Zij had winnaar Gleason echter zo opgejaagd.
dat hij een nieuw racerecord vestigde over 12 ronden. In de 25
mijl lange finale moest Scott het dus zonder steun stellen van de
19-jarige Diane.
De finale werd een klapper: 18 van Amerika's beste
dirttrackers stormden in gesloten formatie en met donderend geweld
over de ovaalvormige piste met Springsteen op kop, Scott als
tweede en Kenny Roberts "begraven in het
spitsuurverkeer". In een lange, ademstokkende spurt spoot
Kenny uit de meute naar voren naar de derde plaats. Er volgde een
adembenemende race, zelfs volgens de hoge kwaliteitsstandaard van
San Jose. De kop bestond uit Jay Springsteen, Rex Beauchamp
(beiden op Harley), Alex Jorgensen (op zijn fameuze 14 jaar oude
Norton), Kenny Roberts (Yamaha), Gary Scott (Harley), Steve Eklund
(Harley), Ted Boody (Harley) en een buitengewoon vechtlustige Gene
Romero. Maar de 29-jarige veteraan (voor Amerikaanse begrippen) en
vroeger eveneens drager van de nummer één plaat kwam
uiteindelijk in het heetst van de strijd ten val. Romero's val had
bijna fatale gevolgen voor Springsteen. Diens fiets raakte het
voorwiel van Romero's machine en Jay's Harley steigerde
vervaarlijk omhoog. De teenager moest twee versnellingen omlaag
voordat hij zijn fiets weer onder controle kreeg. Die controle
behield hij ook over zich zelf, ijskoud herstelde hij de
aansluiting, terwijl de race langzaam tekening begon te krijgen.
Jorgensen viel weg met een lekke koppakking, Beauchamp kon het
tempo niet bijbenen en viel terug, Boody maakte te veel
snelheidsvretende schuivers en de Yamaha van Kenny Roberts kreeg
bandenproblemen, waardoor Kenny gas terug moest nemen. Hierdoor
bleef Springsteen over als koploper met achter zich Scott en
Eklund, die met elkaar in de slag gingen om de tweede plaats. In
de gladde, laatste bocht bleek Scott de snelste en pakte hij met
gering verschil de tweede plaats. Springsteen's verdiende zege
leverde hem 20 kampioenspunten op en een totaal van 281 punten.
Scott volgde op de ranglijst met 16 punten achterstand, maar Kenny
Roberts, die slechts als vijfde finishte, keek tegen een
achterstand aan van 39 punten. "Dat gooit Kenny uit de
titelstrijd, is het niet?" vroeg Scott. Het antwoord was nee,
niet helemaal, al was zijn kans minimaal. Scott had zich echter
beter zorgen kunnen maken over Springsteen, die in San Jose zijn
derde achtereenvolgende kampioensrace won, daarmee zijn totaal op
zes brengend.
De volgende race, een wegwedstrijd op Riverside,
bekeek Jay Springsteen op een comfortabele plaats op de tribune.
Het toekijken ging niet van harte bij de 19-jarige Jay, die echter
als dirttrackspecialist geen startvergunning heeft voor wegraces;
afgezien hiervan zou Harley-Davidson hem trouwens ook geen
geschikte machine ter beschikking hebben kunnen stellen, want zo
onverslaanbaar als de Harley V-twins waren op de dirttrackbanen, zo
slecht konden zij mee komen op de wegracecircuits. De
toekijkende Springsteen liet zich niet uit over wat hij zag op het
wegracecircuit, maar wat er gebeurde was in elk geval niet
schadelijk voor zijn positie op de ranglijst. Kenny Roberts won de
weinig interessante race van Japanner Takazumi Katayama met een
racegemiddelde van 101 mijl/uur. Zijn voorsprong van 6 seconden
was hardbevochten, want Kenny moest na enige tijd gas terugnemen
om zijn oververhitte banden af te laten koelen. Aan het eind van
de 75 mijl lange race zorgde Randy Cleek voor enige spanning toen
hij Ron Pierce te grazen nam en van de vierde plaats verdrong. Pat
Evans greep een onbedreigde derde plaats. Gary Scott had in
Riverside bepaald niet zijn dag. Hij maakte een tactische blunder
door niet tijdig gereed te zijn voor de start van de heatrace,
liep daardoor tegen een protest aan wat betreft zijn 11e plaats en
raakte tenslotte bijna in een knokpartij verwikkeld met Kel
Carruthers van het Yamaha team, nadat hij Kenny's winnende
motorblok ( met ontsteking en carburateurs, zonder uitlaten)
geclaimd had voor $ 4000. De tactische blunder was, dat Scott's
monteurs diens fiets niet tijdig gereed hadden voor de start van
de kwalificatierace. Toen de startvlag viel, was men nog steeds
bezig een band te verwisselen. Voordat hij door de technische
keuring was, hadden zijn concurrenten bijna een ronde voltooid.
Scott reed enkele ronden en stopte toen in de pits; in de race
moest hij hierdoor vanaf de laatste rij vertrekken. Vanuit 37e
positie haalde Scott in de 75 mijl lange race 26 rijders in en
finishte als 11e, waarmee hij slechts 4 punten voor het
kampioenschap verdiende. Vervolgens diende Roberts teamgenoot Skip
Aksland een protest in tegen Scott's elfde plaats, waarbij
aangevoerd werd, dat Scott in het geheel niet had mogen starten
aangezien hij de heatrace gemist had. Scott nam wraak door Kenny's
motorblok te claimen (elke deelnemer kan de motor van de eerste
drie aankomende machines volgens het AMA-reglement), hetgeen voor
$ 4000 een koopje betekende. Aksland's protest werd afgewezen,
waarop het Yamaha-team appèl aantekende tegen de gehele gang van
zaken, welk beroep behandeld werd op de dag voordat de 28e en
laatste kampioensrace op Ascot plaats vond. Een 6 man sterke jury
besloot dat Scott recht had op de motor en op zijn 4 verdiende
kampioenspunten en dat was dat!
1976,
Kenny Roberts wint wegrace in Riversite, voor Pat Evans &
Takazumi Katayama. Tellend
voor de A.M.A. Number One titel. Dit meevallertje voor Scott veranderde echter niets
aan diens achterstand op Jay Springsteen, die de ranglijst
aanvoerde met 281 punten tegen 269 voor Scott. Een bijna
onmogelijke achterstand voor Scott, die indien hij zijn nummer Een plaat wilde behouden in ieder geval moest winnen, terwijl
Springsteen in dat geval niet bij de eerste zeven mocht finishen.
Kenny Roberts positie was nog hopelozer. Hoewel Kenny 20 punten
gescoord had in Riverside, keek hij nog altijd tegen een
achterstand aan van 19 punten. Dat betekende, dat Springsteen zich
slechts voor de finale hoefde te kwalificeren om Roberts voorgoed
buiten spel te zetten. Voor Springsteen had Ascot dus een
makkelijke wedstrijd moeten worden, maar aangezien hij het gehele
seizoen nog niets voor niets gekregen had, moest hij ook in Ascot
vechten voor wat hij waard was. De ene tegenslag volgde op de
ander. Het begon met het oplopen van een verkoudheid, hetgeen zijn
ademhaling bemoeilijkte, vooral met een integraalhelm op. De
favoriet geachte troonopvolger liep in elk geval zaterdag flink te
snuiven, toen hij zijn teamgenoot Rex Beauchamp naar de baan
volgde voor het rijden van enkele trainingsronden. 1976: Doug
Sehl (#45), Eddie Wirth (#77) en Larry Cooper (#79). 1976:
Dave Aldana tijdens de halve mijl in Oklahoma
City, Oklahoma A.M.A.
(American Motorcyclist Association) winnaars 1977 1.
Jay Springsteen (6) 2.
Ted
Boody 3. Gary Scott 4. Kenny Roberts 5. Steve Eklund 6.
Corky
Keener 7.
Mike
Kidd 8. Hank Scott 9. Skip Aksland 10.
Garth
Brow
Programmablad MT
Pocono, Pennsylvania (PA) 1977
Programmablad San
Jose, Californië (CA) 1977
Programmablad Sonoma,
Californië (CA) 1977 Gary Scott Jay
Springsteen, voor de tweede maal "Number One" in
1977.
A.M.A.
(American Motorcyclist Association) winnaars 1978 1.
Jay Springsteen (6)
2. Steve Eklund 3. Hank Scott 4.
Ted
Boody 5.
Garth
Brow 6.
Gary
Scott 7.
Steve
Morehead 8.
Corky
Keener 9.
Skip
Aksland 10.
Mike
Kidd
Programmablad Sonoma,
Californië (CA) 1978
Programmablad MT
Pocono, Pennsylvania (PA) 1978
1978,
Dale Singleton,
tijdens de wegrace in Loudon.
Amerikaanse
topcoureurs 1978, tijdens de Transatlantic Races (Engelse-Amerikaanse
Matchraces). achterste rij v.l.n.r. Mike Baldwin,
Dale Singleton, Skip Aksland, Kenny Roberts, Bruce Hammer
(reserve), en
voorste rij: David Emde, Pat Hennen, David Aldana en Gene
Romero.
A.M.A.
(American Motorcyclist Association) winnaars 1979 1. Steve Eklund (3)
(1955-1991)
2.
Jay Springsteen 3. Randy Goss 4.
Steve
Morehead 5.
Mike
Kidd 6.
Gary
Scott 7. Hank Scott 8. Rick Hocking 9.
Scott
Parker 10.
Corky
Keener
Steve Eklund was geboren op, 20 Juni
1955. Op 17 juni 1990, raakte Eklund in coma, na een
race-ongeval in Albuquerque, New Mexico op de mijlrace aldaar.
Eklund bleef meer dan 15 maanden in coma, alvorens hij op 26
september 1991 stierf. Tijdens zijn 14-jarige profcarrière, won Eklund
17 Grote Nationale races van de A.M.A. Hij was geen wegracer,
maar won verder in alle disciplines.
Programmablad Sonoma,
Californië (CA) 1979 A.M.A.
(American Motorcyclist Association) winnaars 1980 1.
Randy Goss (1)
2.
Hank Scott 3.
Ricky Graham 4.
Gary Scott 5.
Mike Kidd 6.
Billy Labrie 7.
Steve Morehead 8.
Scott Pearson 9.
Scott Parker 10.
Steve Eklund
Programmablad Elkhart
Lake, Wisconsin (WI) 1980
Programmablad MT
Pocono, Pennsylvania (PA) 1980
A.M.A.
(American Motorcyclist Association) winnaars 1981 1. Mike
Kidd (2)
2.
Gary Scott 3.
Randy Goss 4.
Hank Scott 5.
Scott Pearson 6.
Terry Poovey 6.
Alex Jorgenson 8.
Jay Springsteen 9.
Steve Eklund 10.
Steve Morehead
Programmablad Elkhart
Lake, Wisconsin (WI) 1981
Programmablad MT
Pocono, Pennsylvania (PA) 1981
Programmablad San Jose, Californië (CA) 1981
In
1981 verschenen er twee reuze toppers bij de profs, na beiden bij de
amateurs en nieuwelingen al van alles te hebben gewonnen, nl. Randy
Mamola en Freddie Spencer. Randy had in 1978 al de titel bij de A.M.A.
in de 250cc klasse op zijn naam gebracht. Hij had zich ook in de Grand
Prix en de rest van Europa al flink laten gelden (250cc en 500cc) en
zelfs al zijn eerste Grand Prix in de 500cc gewonnen. Hij had nog niet
veel bij de A.M.A. Grand Nationals opgetreden, maar in 1981 was dit wel
zo nu en dan in te plannen, in de korte zomerperiode, als er in Europa
niet geracet werd. Hij won in 1981 de wegrace op Monterey en zou dit in
1983 en 1985 herhalen. In zijn carrière zou hij helaas nooit
wereldkampioen worden, hij was de Joop Zoetemelk van de 500cc in zijn
tijd, altijd net niet. Hij won met zijn spectaculaire rijstijl, wat hem
erg geliefd maakte bij de toeschouwers, wel dertien 500cc Grand Prix. Freddie
Spencer won zijn eerste A.M.A. race bij de profs in 1979, dit betrof een
250cc A.M.A. wedstrijd. Hij won diverse 250cc, Superbike en A.M.A.
National Championship races en werd uiteraard wereldkampioen 500cc in
1983 en 1985 en tevens wereldkampioen in de kwartliterklasse in
1985.
1981, Freddie Spencer in de mijls race in Du
Quoin, Illinois, die gewonnen werd door Mike Kidd. Freddie won dit jaar de
wegraces in Elkhart
Lake, Wisconsin en Peoria, Illinois. ©
Motorcycle
Hall of Fame Museum
A.M.A.
(American Motorcyclist Association) winnaars 1982 1.
Ricky Graham (4) (1958-1998)
2.
Jay Springsteen 3.
Randy Goss 4.
Terry Poovey 5.
Scott Parker 6.
Alex Jorgenson 7.
Gary Scott 8.
Bubba Shobert 9.
Steve Eklund 10.
Ted Boody Ricky
Graham was geboren op 26 december 1958. Hij kwam om het leven,
tijdens een brand in zijn huis op 22 januari 1998, hij was
slechts 29 jaar oud en nog steeds in de bloei van zijn
motorsportloopbaan. Hij won de A.M.A. Grand National
Championship drie keer, 1982, 1984 en in 1993. Alhoewel geen
wegracer, deed hij wel o.a. drie keer aan de Daytona 200 mee,
met in 1994, zijn beste prestatie, een 15e plaats. Hij won in
totaal 39 Grote Nationale races van de A.M.A.
1982,
Mike Baldwin onderweg naar de overwinning in de wegrace in MT
Pocono Pennsylvania. Datum Circuit Winnaar 7
maart Daytona
Beach, Florida Graeme
Crosby, Nieuw Zeeland 23 mei Elkhart
Lake, Wichigan Wes
Cooley, Yorba Linda, Californië 20
juni Loudon,
New Hampshire Mike
Baldwin, Darien, Connecticut 11
juli Monterey,
Californië Kenny
Roberts, Oakdale, Californië 8
augustus Mt.
Pocono, Pennsylvania Mike
Baldwin, Darien, Connecticut 22
augustus Sonoma,
Californië Mike
Baldwin, Darien, Connecticut A.M.A.
(American Motorcyclist Association) winnaars 1983 1.
Randy Goss (2) 2.
Ricky Graham 3.
Jay Springsteen 4.
Bubba Shobert 5.
Scott Parker 6.
Alex Jorgenson 7.
Ted Boody 8.
Jim Filice 9.
Gary Scott 10.
Mike Baldwin 10.
Steve Morehead
Programmablad Elkhart
Lake, Wisconsin (WI) 1983
1983, Monterey
(Laguna Seca), Kenny Roberts. 1983,
Randy Goss (#6) de a.s. AMA kampioen in gevecht met de nummer 1 van
1982, Ricky Graham (#1 dus) A.M.A.
(American Motorcyclist Association) winnaars 1984 1.
Ricky Graham (6) (1958-1998) 2.
Bubba Shobert 3.
Randy Goss 4.
Scott Parker 5.
Doug Chandler 6.
Ted Boody 7.
Alex Jorgenson 8.
Terry Poovey 9.
Hank Scott 10.
Mike Baldwin
Programmablad Elkhart
Lake, Wisconsin (WI) 1984 Amerikaanse
toppers: Kenny Roberts die toekijkt naar zijn pupillen (Grand Prix)
Wayne Rainey, Eddie Lawson en John Kocinski.
1984, Monterey (Laguna Seca). A.M.A.
(American Motorcyclist Association) winnaars 1985 1. Bubba
Shobert
(5) 2.
Ted Boody 3.
Scott Parker 4.
Doug Chandler 5.
Ricky Graham 6.
Scott Pearson 7.
Chris Carr 8.
Ronnie Jones 9.
Jay Springsteen 10.
Steve Morehead
Programmablad Elkhart
Lake, Wisconsin (WI) 1985 1974:
een pas vijftienjarige Randy Mamola, won 3 keer de Monterey (Laguna
Seca) race in de A.M.A. serie. A.M.A.
(American Motorcyclist Association) winnaars 1986 1. Bubba
Shobert
(9) 2.
Scott
Parker 3.
Doug
Chandler 4.
Chris
Carr 5.
Ricky
Graham 6.
Ronnie
Jones 7.
Ted Boody 8.
Hank
Scott 9.
Pete
Hames 10.
Steve
Eklund
Programmablad Elkhart
Lake, Wisconsin (WI) 1986
Vanaf 1986 telden de wegraces niet meer
mee voor het A.M.A. "number One" kampioenschap, nog wel voor
de individuele klassen, maar niet meer voor de Grote Titel. Alleen de
mijl, halve mijl, shorttrack en TT races telden nog voor het 'Grand
National Championship'.
1. Bubba
Shobert
(7)
2.
Scott
Parker 3.
Doug
Chandler 4.
Chris
Carr 5.
Ricky
Graham 6.
Ronnie
Jones 7.
Terry Poovey 8.
Scott
Pearson 9.
Alex
Jorgenson 10.
Steve
Morehead | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||