|
|
|
1994,
Troy Corser, tijdens zijn debuut in Daytona, op weg naar een
tweede plaats. |
|
©
Don Emde Productions |
In
de weken voor de Daytona 200 van 1994, begon de interesse voor de race
flink te groeien, aangezien het één van de meest concurrerende races
in de historie van Daytona zou kunnen gaan worden. De deelname aan de
53ste uitvoering van de 200 zou bestaan uit zes verschillende
fabrieksteams, een startlijst waarop de namen van vijf Daytona 200
winnaars, vijf USA Superbikekampioenen, vier wereldkampioenen, twee
‘A.M.A. Grand National’ en de regerende Duitse en Australische
Superbike kampioenen prijkten. 1994 was ook de terugkeer van
Harley-Davidson naar het wegracen. De gloednieuwe Harley-Davidson VR1000
zou zijn première in de 200 maken, bereden door de Daytona winnaar van
1991, Miguel Duhamel. Pascal Picotte, op de Fast by (Eraldo) Ferracci Ducati 955,
pakte de snelste trainingstijd, die zijn plek op de grid voor de 200
veilig stelde. Hij behaalde ook een nieuw baanrecord met een tijd van
1:50.068. Scott Russell, op de Muzzy Kawasaki ZX-7R, kwalificeerde zich
op de tweede plek met een tijd van 1:50.386. Picotte won ook zijn kwalificatierace (Arai
Twin 50) voor
het derde jaar in een rij. In de tweede race, was Russell goed op weg
naar de overwinning, toen een lager in zijn achterwiel vastliep en
daarbij de ketting brak. Hij kon de race niet finishen, en moest
zodoende van een tweeënzestigste startplaats vertrekken. De
Australische Superbikekampioen uit Wollongong, Troy Corser, eveneens als
Picotte aan boord van een Fast by Ferracci Ducati, won de tweede
kwalificatieheat. De voorste startrij was dus nu als volgt: Pascal
Picotte op de pole, naast hem Troy Corser, dan tweevoudig winnaar van de
200 Eddie Lawson in het zadel van de fabrieks Yamaha YZF750 en Doug Polen,
die zijn Honda debuut op de Camel Honda RVF750 maakte. Twee eerdere 200
winnaars stonden in de tweede startgroep; Scott Russell op rij 16, en
Miguel Duhamel op rij 17. Toen de groene vlag viel, was het Doug Polen
die aan de leiding ging, gevolgd door Lawson, Corser en Picotte. Toen
het veld de ‘west horseshoe’ inging, slaagde Lawson erin om de kop
over te nemen van Polen, maar even later werd hij gepasseerd door Corser, in zijn eerste race in Daytona. In de vijfde ronde waren Polen
en Picotte op Corser en Lawson ingelopen en nu vochten deze vier
rijders voor de leiding. Op dit punt was Russell net de top tien
binnengereden. Hij had 53 coureurs in slechts zes ronden ingehaald. In
ronde 10 was het Corser aan de kop, vlak voor Lawson en Polen, met
daarachter Picotte en op een paar seconden gevolgd door Jamie James op
zijn Vance & Hines Yamaha, die het jaar ervoor door Eddie Lawson
naar de overwinning was gereden. Jamie James kon toen door een blessure
niet deelnemen en zijn plaats werd toen ingenomen door Lawson. Scott
Russell begon ondertussen het gat op de kopgroep te sluiten, toen hij in
ronde 16 in de pits verdween voor een tankbeurt. Lawson volgde dit
voorbeeld, voor benzine en een achterband twee ronden later, terwijl hij
op dat moment drie seconden achter Corser reed. In dezelfde ronde
viel de hoop van het Harley-Davidson in duigen, omdat Duhamel uit de
race verdween, toen de motor van zijn Harley het begaf. Corser was nog
vooraan het veld, met een voorsprong van 10 seconden op Russell, die nu
tweede lag. Het duo werd gevolgd door Jamie James en Doug Polen, die
voor de derde plaats streden, met Pascal Picotte en Fred Merkel in vijfde
en zesde positie en Eddie Lawson op de zevende plaats. In ronde 25
zorgde een afgelopen ketting ervoor dat de Ducati van Picotte aan de
kant werd gedwongen. Hij sprong van de fiets en herstelde het goed
genoeg om naar de pits terug te kunnen keren, en daar zorgde het team
ervoor dat hij weer aan de race kon deelnemen. Echter lag hij tegen die
tijd een ronde achter en was hij kansloos voor de overwinning. Corser
had een aanzienlijk voorsprong op Russell tot doorkomst 30, toen de race
door een afschuwelijke valpartij van de Duitser Bernard Schick werd
opgeschrikt en gestopt. Schick reed 275 km/u, toen zijn voorband
explodeerde, waarschijnlijk door een gebroken spaak. De valpartij die
hierop volgde slingerde hem honderd meter vliegend en stuiterend over de
baan, recht voor de belangrijkste en grootste tribune. Het ongelooflijke
was dat Schick vrijwel niets mankeerde. Toen de race opnieuw begon, was
het opnieuw Polen die de leiding pakte, maar Russell slaagde erin om hem
al snel te passeren. Russell behield de leiding tot ronde 36, toen
Corser hem bij de ‘International Horseshoe’ voorbij ging. Russell
ging met nog 10 ronden te gaan nogmaals de pits in en Corser volgde twee
ronden later. Nu ging Lawson aan de leiding, met slechts acht ronden te
gaan, maar hij moest voor meer brandstof de
pits in. Dit maakte dat Russell nogmaals aan de kop kwam, negen seconden
voor Corser, die weer een 11 seconden voorsprong op Lawson had. In de
weinige ronden die er nog te gaan waren, slaagde Troy Corser erin om het
gat met Russell te verkleinen, maar net niet genoeg. Russell eiste de
zwart-wit geblokte vlag op met een marge van slechts drie seconden op
Corser, met Lawson op de derde plek. Doug Polen werd vierde en Jamie
James vijfde. Scott Russell had zijn tweede Daytona 200 overwinning te pakken, na de
race te zijn aangevangen vanaf de 16e startrij!
Troy
Corser wist dit jaar de eerste niet Amerikaan te worden, die het A.M.A.
Superbike kampioenschap in Amerika op zijn naam schreef.
|
|
1994,
Scott Russell |

|
UITSLAG
(alleen eerste 20) DAYTONA 200 1994 |
|
Eddie
Lawson
|
|
Eddie
Lawson,
Scott Russell en Troy Corser in Victory Lane |
| |
Troy
Corser |
Australië |
Ducati |
|
3 |
Eddie
Lawson |
USA |
Yamaha |
|
4 |
Doug
Polen
|
USA |
Honda |
|
5 |
Jamie
James |
USA |
Yamaha |
|
6 |
Steve Crevier |
Canada |
Kawasaki |
|
7 |
Mike
Smith |
USA |
Honda |
|
8 |
Thomas
Stevens |
USA |
Suzuki |
|
9 |
Kevin
Magee |
Australië |
Honda |
|
10 |
Dale Quaterley |
USA |
Kawasaki |
|
11 |
Pascal
Picotte |
Canada |
Ducati |
|
12 |
Colin
Edwards |
USA |
Yamaha |
|
13 |
Takahiro
Sohwa |
Japan |
Kawasaki |
|
14 |
Andrew
Stroud |
Nieuw-Zeeland |
Yamaha |
|
15 |
Ricky
Graham |
USA |
Honda |
|
16 |
Roger
Bennett |
Schotland |
Kawasaki |
|
17 |
Lee
Pullan |
Engeland |
Yamaha |
|
18 |
Michel
Simeon |
België |
Suzuki |
|
19 |
Tom
Kipp |
USA |
Suzuki |
|
20 |
Marc
Smith |
USA |
Kawasaki |
1995


|
Scott Russel
ontvangt uit de handen van John Graham, directeur van de Daytona
Speedweek, zijn tweede Rolex Daytona award voor de snelste trainingstijd
in 1995. In 1993 had hij ook deze award al gewonnen, tijdens de eerste
uitreiking van het horloge. Er waren twee stuks trainingen in de "Arai
Helmets Qualifying', van elk een uur. De enige die dit
"kleinood" ook in zijn bezit had was Thomas Stevens die hem in
1994 won. |
|
|
|
|
1993,
Start
200 mijlen met v.l.n.r. Colin Edwards, Carl Fogarty, Troy Corser
en Scott Russell (#4) |
Ook
in 1995 had men weer eens een nieuwe regel bedacht. Dit jaar werd de
startpositie voor de 200 bepaald door twee kwalificerende trainingen
op donderdag en vrijdag, in plaats van n.a.v. de resultaten in de
kwalificatieraces (Arai Twin 50), zoals die in
de afgelopen jaren (1991-1994) in werking waren gesteld. Het kwalificeren begon op
de donderdag met de voorste rij, terwijl de rest van het
kwalificatieveld op de vrijdag plaats vond. Tijdens de training van de
donderdag, won de tweevoudig Daytona 200 winnaar, Scott Russell, de
pole en reed een nieuw record van 1:49.852 (187.72 km/u). Op de
voorste startrij van de 200, werd Russell, op zijn Muzzy Kawasaki,
vergezeld door Troy Corser op de ‘Promotor’ Ducati, wereldkampioen
Superbike, de Engelsman Carl Fogarty, op de fabrieks-Ducati en Colin
Edwards op een Vance & van Hines Yamaha. Bij het begin van de race
greep Edwards de kop en werd gevolgd door Troy Corser, Scott Russell
en Miguel Duhamel (in 1995 reed zijn vader, Yvon, in de BMW legends
klasse en zijn oudere broer, Mario, in de H-D 883cc klasse in Daytona). Bij de tweede doorkomst, ging Russell onderuit in
de ‘International
Horseshoe’,
en Corser moest hard in de remmen om te vermijden dat hij over hem
heen reed. Miguel Duhamel, op een Honda RC45 van 'Smokin Joe', stuurde
prachtig om de ravage heen en slaagde erin om de leiding van Colin
Edwards over te nemen. De fiets van Russell was niet beschadigd en hij
keerde snel in de race terug, en reed of er niets gebeurd was. Echter
lag hij nu achteraan in het drukke veld, 40 seconden achter de
leiders. In de vierde ronde, zorgde een valpartij, waar de
Harley-Davidson rijder Doug Chandler en de Schot Roger Bennett bij
betrokken waren, ervoor dat de pacecar uit moest rukken.
Anthony Gobert had inmiddels de leiding van de race op zich genomen, maar toen
de pacecar de baan verliet, liet hij zich verrassen en werd hij door
Troy Corser, Carl Fogarty, Colin Edwards en Miguel Duhamel gepasseerd.
Na zijn valpartij, had Russell het verschil tussen zichzelf en de
leiders naar 12,8 seconden teruggebracht. In ronde 10 pakte Fogarty de
leiding, maar deze werd twee ronden later opnieuw overgenomen door
Corser. Corser hield het ook twee ronden vol, toen de motor van zijn
Ducati vastliep en zijn dag in Daytona beëindigde. Fogarty was de
eerste van de leiders die een pitsstop maakte, maar hij deed dit een
ronde vroeger dan verwacht. Zijn pitbemanning was nog niet klaar voor
hem, en de daardoor zeer langdurige stop zette hem terug in de race
naar een vijftiende plaats. In ronde 18 was Russell erin geslaagd om
dwars door het veld naar voren te rijden en lag nu in derde positie.
Een ronde later nam hij zelfs de leiding. Edwards maakte in de 20e
ronde een pitsstop en kwam in vijfde positie terug in de race, achter
de kopgroep van Russell, Smith, James en Gobert. Russell en Smith
maakten een ronde later hun stop, hiermee de leiding gevend aan Jamie
James. Russell was snel terug op de tweede plek, hierbij door Gobert,
Edwards, Fogarty, Smith, Tom Kipp en Doug Polen gevolgd. Na doorkomst
24 nam Russell de leiding over van Jamie James, die kort daarop
onderuit en uit de race verdween. Wederom een ongeluk, twee ronden later,
nam nogmaals drie rijders uit de top-10 uit de strijd, Marc Smith
crashte in bocht zes, waarna zijn Ducati over de baan verder gleed, hierbij Steve
Crevier ook meenemend. Mike Hale zat vlak achter het duo, en was niet
bij machte om de valpartijen te vermijden en ging eveneens onderuit. Hale was de enige rijder van de drie die zijn machine weer aan de
praat kreeg, zonder veel schade en de race kon vervolgen en op een
twaalfde plaats wist te finishen.
|

|
 |
|
Valpartij
Steven Crevier (Kawasaki) en Mike Hale
©
foto's
Manfred Mothes |
Nadat
al de leiders hun pitsstops hadden gemaakt, was het nog steeds Scott
Russell aan de leiding, gevolgd door de Australiër Anthony Gobert,
Colin Edwards, Carl Fogarty, Tom Kipp, Thomas Stevens en Doug Polen.
Een valpartij in de 50e ronde nam Gobert uit de race en
een onverwachte stop van Edwards, toe te schrijven aan een defecte
achterband, presenteerde de tweede plaats aan Carl Fogarty. Edwards
kwam terug in de race, na zijn bandenwissel, in vierde positie en
slaagde erin om Doug Polen en Thomas Stevens, die om de derde plaats
vochten, weer voorbij te gaan. Stevens nam daarna opnieuw de derde
plaats van Colin over, met nog enkel twee ronden te gaan in de race.
Russell haalde zonder verdere problemen de finish, met 53.747 seconden
voorsprong op Carl Fogarty. Stevens hield de derde plaats vast, met
Edwards op de vierde plaats voor Doug Polen in vijfde en Tom Kipp in
zesde positie. Scott Russell won zijn derde Daytona 200 met een
gemiddelde snelheid van 173.53 km/u. Zijn 1995 winst plaatste hem in
de geschiedenisboeken tussen vier Daytona 200 legendes, die dit ook
hadden gepresteerd, Brad Andres, Dick Klamfoth, Roger Reiman en Kenny
Roberts.
 |
|
Valpartij
van Scott Russel in de tweede ronde, en dan
nog de race winnend af sluiten! Michael Smith (#68), Mike Hale (#24),
Tom Kipp (#16) en Steve Crevier (#14) passeren hem, maar zullen hem weer
terugzien! |
|
|
|
Scott Russel
ontvangt uit de handen van Roger Weston, directeur van Arai Helmet
(sponsor Daytona 200), de overwinningsbokaal van 1995. |
Na zijn spectaculaire, van achteruit het startveld, overwinning in 1994,
was de ongelooflijke rit van Russell in 1995 nog indrukwekkender.
Vroeg in de race gevallen, hierdoor achterin het veld weer opnieuw
moeten beginnen, en er alsnog in slagen om zich terug te vechten naar
een overwinning van de 54e editie van de befaamde race. Dit is eigenlijk onmogelijk!
 |
 |
Scott
Russel
(#4),
Carl Fogarty (#99), Troy Corser (#1) en Colin Edwards (#45)

Podium
Daytona 200: Thomas Stevens, Scott Russel en Carl Fogarty |
 |
 |
| 1995,
Daytona
200 winnaar Scott Russel |
|
©
foto's
Manfred Mothes |
|
|
 |
|
|
| Fred Merkel,
met zijn trofee van winnaar in de Supersport 750 klasse in 1995. |
1995, Daytona
200, Thomas
Stevens |
Daytona 200,
3e plaats |
|
©
foto's
Manfred Mothes |
 |
 |
Scott
Russel (#4), Carl Fogarty (#99), Troy Corser (#1) en Colin
Edwards (#45),
Miguel Duhamel (#17)

|

|
|
1995,
Daytona 200,
Colin Edwards
|
|
Colin
Edwards (Houston, Texas, 27 februari 1974) is een verdienstelijk
motorcoureur, die al in verschillende takken van motorsport
mooie resultaten heeft behaald. Op 3-jarige leeftijd, zette zijn
Australische vader, Colin Edwards sr. (zelf amateurracer), hem
op een minibike, en Edwards reed zijn eerste motocrossrace op de
leeftijd van vier.
Colin's bijnaam is de "Texas Tornado" en dit zegt
alles over zijn manier van racen. Colin
Edwards startte zijn carrière als een veelbelovend motorcrosser
en won hiermee de 80 cc US National Championship. Op 16-jarige
leeftijd stapte hij over van motorcross naar het wegracen. De
jongeling won elk evenement waaraan hij meedeed in zijn eerste
jaar op een 600 Honda, RC30 Honda en een TZ250 Yamaha en bleef
ongeslagen in zijn amateurcarrière. Edwards werd professional
in het begin van het seizoen van 1992. In zijn eerste professionele seizoen
(1992), reed Edwards in de Nationale A.M.A. serie in de 250cc
klasse. Hij won vijf van de negen races en de nationale titel
voor nummer twee Kenny Roberts Jr. In 1993 en 1994 reed
Edwards op een Yamaha in de AMA Superbike serie, hij werd resp. zesde en vijde in de
eindstand in die jaren. In 1995 werd Edwards een
fabriekscontract door Yamaha aangeboden in de Superbikeklasse in
het wereldkampioenschap. Zijn resultaten in 1995 waren
teleurstellend, aangezien Edwards veel moeite had om zich aan te passen en hij mistte ook
nog de laatste twee races, nadat zijn teammaat, Yasutomo Nagai,
om het leven kwam na een crash op het circuit van Assen. In 1996 ging het al
een stuk beter en hij werd
zesde in de eindstand van het WK Superbikes. In 1996, pakte
Edwards, samen met Noriyuki Haga, zijn eerste internationale
overwinning. In Suzuka wonnen zij de prestigieuze '8
Uren van Suzuka'. Edwards zou deze 8 Uren nog twee keer winnen;
in 2001 met Valentino Rossi en in 2002 met, de in 2003 tijdens
de Grand Prix van Japan, verongelukte Daijiro Kato. 1997 was een
teleurstellend jaar voor Edwards, daar hij door een blessure
uitgeschakeld werd en werd vervangen in het Yamaha Superbiketeam. Gelukkig kreeg Colin Edwards het jaar
daarna een contract van Honda en hij beëindigde 1998 als vijfde, en pakte zijn eerste internationale solo-overwinning
op het circuit van Brands Hatch in Engeland. 1999 werd een
topjaar voor Colin, hij won diverse races en eindigde tweede
achter kampioen Carl Fogarty. 2000 werd zijn jaar, hij pakte de
titel op zijn nieuwe Honda VTR-1000 SP1/RC51. Troy Bayliss was
hem in het seizoen van 2001 te snel af, maar Colin won de titel
van Bayliss in 2002 spectaculair terug, in de laatste race van
het jaar.
2003 is het
jaar dat hij overstapt naar de MotoGP bij het Aprilia team aan het
stuur van de RS3 Cube, dit wordt echter geen succes. Het
volgende jaar klopt het Honda Telefonica team bij Colin aan en
hij pakt zijn eerste podium in Donington Park. Edwards beëindigd
het seizoen van 2004 in een vijfde positie, de hoogste positie
van een coureur, die van de Superbike over was gestapt naar de
MotoGP, ooit. 2005 eindigd
Edwards als vierde, rijdend voor Yamaha als teammaat van de
wereldkampioen Valentino Rossi. Zijn beste resultaat in 2005 was
een tweede positie in Laguna Seca, USA, achter landgenoot Nicky
Hayden. 2006 mag Colin Edwards het nogmaals proberen met Yamaha
(fabrieksteam) met teamgenoot en wereldkampioen Valentino Rossi
an dat zal ook in 2007 zou zijn. Tot dusver, wacht Colin Edwards
nog steeds op zijn eerste Grand Prix overwinning.
|
|
|
|
©
foto's
Manfred Mothes |
|
 |

|
 |
 |
|
|
1995,
Daytona 200, Freddie
Spencer
|
|
|
Na
het winnen van het USA
Nationale Kampioenschap 250cc in 1978, tekende Freddie Spencer
(20-12-1961, Shreveport, Louisiana) een contract bij Honda in Amerika
voor hun Superbike-team. Hij bereikte internationale bekendheid in de
“Trans-Atlantic Match races”, die elk jaar werden gehouden tussen
een Brits en een Amerikaans team, van 1980, toen hij twee manches won.
Daarbij versloeg hij de wereldkampioenen Kenny Roberts (1978, 1979 &
1980) en Barry Sheene (1976 & 1977). In 1981, verdeelde hij zijn
tijd tussen de AMA Superbike races en de Grand Prix races. Honda was op
dat moment bezig om een competitieve Grand Prix 500cc racer te
ontwikkelen. In 1982, was de Honda competitief en won Spencer zijn
eerste Grand Prix, in Spa Francorchamps, België. Hij had die race
overigens wel het geluk dat de Nederlander, Jack Middelburg, uitviel met
mechanische problemen… In 1983, won Spencer zijn eerste
wereldkampioenschap in de 500cc, op dat moment de jongste coureur in de
geschiedenis, die dat voor elkaar had gekregen. Hij pakte dat jaar,
evenals Kenny Roberts, zes overwinningen. Hij won de titel met twee
punten voorsprong op Roberts. In 1984, ontwikkelde Honda wederom een
volledig nieuwe V4 NSR-500. Kleine problemen met de Honda en blessures,
na valpartijen, belemmerden Spencer om zijn 500cc kroon te verdedigen en
hij werd “slechts” vierde in het kampioenschap, ondanks dat hij nog
erin slaagde om 5 keer te winnen dat jaar. 1985 werd een historisch jaar
voor Spencer. Hij begon het seizoen met het winnen van de prestigieuze
Daytona 200, met inbegrip van de 250cc en Superbike klassen. Dit maakt
hem de enige coureur die alle drie de belangrijke races in Daytona in
één enkel jaar weet te winnen. Freddie Spencer nam tevens deel aan
twee wegracetitels dat jaar en wist ze beide te winnen, zowel in de 250cc als in de 500cc klasse. Hij is ook hierin de enige rijder
in de geschiedenis die deze prestatie wist te verwezenlijken.
Na
1985 werd het niets meer met het voormalig wonderkind en hij zou nooit
meer een Grand Prix weten te winnen. In 1986 reed hij alleen de GP van
Spanje en zette halverwege de race (lag wel op kop), zijn motor in de
pits. Hij had last van een ontstoken peesontsteking in zijn pols. De
rest van het seizoen kwam hij niet meer in actie. Hij had een beetje
meer van Jack's hardheid moeten hebben denk ik. In 1987 blesseerde hij
zich op Daytona, zou daarna telkens zijn rentree maken en stelde dat dan
weer uit, tot ergernis van de Honda-fabriek, maakte uiteindelijk zijn
rentree in Joegoslavië en brak toen een sleutelbeen. Hij kwam weer
terug in Engeland en zette daar zijn motor aan de kant met een
geblokkeerde achterrem, volgens hem dan, want zijn monteurs hebben,
volgens zeggen, nooit iets kunnen vinden. Daarna reed hij, met
wisselende resultaten nog 3 GP's, maar kwam in de laatste weer ten val.
De laatste 2 races liet hij toen weer aan zich voorbij gaan. Hij stopte,
kwam weer terug in 1989, bij het Agostini-Yamahateam, maar werd daar na
diverse ruzies en matige prestaties ontslagen, waarna hij het nog even
op Honda probeerde, maar dat werd ook niets meer. Jaren later kwam hij
plotseling bij het Yamaha-France team van Christian Sarron op de
proppen, maar ook dit eindigde in een teleurstelling. Hij probeerde het
ook nog in 1995 in de Superbikeklasse, maar daarin reed hij “zijn”
Daytona 200 in de achterhoede. Ook toen was het nog niet het einde van
“Heintje Davids”, hij kwam nogmaals terug in de races voor het
Nationale Kampioenschap Superbike van de Verenigde Staten, maar daarna
ging zijn carrière toch echt als een nachtkaars uit. Freddie had een
fenomeen geweest als hij nooit meer na 1985 op de motor gestapt was. Nu
was hij 'slechts' voor een paar jaar een héle grote coureur. Spencer
woont nu in Las Vegas, Nevada waar hij een zeer succesvolle
motorfietsschool heeft.
|
|
|
|
©
foto's
Manfred Mothes |
|
|
 |
 |
|
| 1995,
Daytona 200,
Troy
Corser |
|
©
foto's
Manfred Mothes |
|
 |
| 1995,
Daytona 200,
Dave Sadowski |
|
©
foto's
Manfred Mothes |
|
1995,
Daytona 200, John
Kocinski
|
John Kocinski (geboren 20 Maart 1967 in Little Rock, Arkansas) won in
1990 de Grand Prix wegracetitel in de 250cc klasse en de Superbiketitel
in 1997. Op zeventienjarige leeftijd, was Kocinski reeds fabriekscoureur
bij Yamaha in de AMA “Championship Cup” Hij won het Nationale
Kampioenschap van de AMA, de “NUMBER ONE” titel van 1987 t/m 1989.
Hij won ook de race in de Supersport klasse van 1989 in Daytona,
startende van een drieënvijftigste plek in een deelnemersveld van
tachtig rijders! In zijn eerste Grand Prix jaar, 1988, pakte hij de
polepositie bij de 250cc in de USA Grand Prix en eindigde de race op de
vijfde plaats. Hij zou ook vijfde worden bij de Japanse 250cc Grand Prix dat jaar. 1989 was zijn debuutjaar in het wereldkampioenschap 500cc.
In 1990, won hij op een Roberts Yamaha TZ250, in zijn eerste volledig
Grand Prix seizoen, de 250cc
titel. Hij stapte daarna volledig over naar de 500cc klasse en eindigde
de volgende twee jaar resp. als vierde en derde in het
wereldkampioenschap. Kocinski begon 1993 weer in de 250cc klasse, op een
Suzuki deze keer. Hij was de allereerste die een Suzuki naar het podium
toe reed in de 250cc klasse. Hij scoorde een tweede plaats in de
Australische Grand Prix en een derde plek
in de TT van Assen. Assen zou zijn laatste GP in de
kwartliterklasse zijn, want halverwege het seizoen stapte John weer over
naar de 500cc, na een ruzie met het Suzuki-team. Hij won, met een 500cc
Cagiva de GP in Laguna Seca, USA en werd tiende in het eindklassement
met slechts vier optredens. Hij opende het seizoen 1994 met winst in
Australië en beëindigde het seizoen op een derde plaats totaal. Nadat Cagiva zich uit de Grand Prix terugtrok,
begon John Kocinski een totaal andere profsport. Hij wilde professioneel
waterskier worden, maar besloot om in 1996 toch weer te gaan racen. Hij stapte over van de Grand Prix racerij naar het
Superbikewereldkampioenschap op een Ducati. De Amerikaan won bijna de titel in
zijn eerste jaar, ondanks wederom een ruzie met zijn team.
Kocinski
stapte over naar Honda in 1997 en won de titel met negen keer winst en
nog zeven podiums, keerde weer terug naar het 500cc
wereldkampioenschap in 1998 en 1999 in het team van Erv Kanemoto maar
slaagde er niet in om een race te winnen. Hij deed in 2000 nog mee in
het USA kampioenschap van de AMA, en deed de daaropvolgende twee jaar
testwerk voor Yamaha, alvorens zich terug te trekken uit de racerij.
Daarna werd hij projectontwikkelaar in Beverly Hills, Californië. |
 |
 |
|
1995,
Daytona 200, John
Kocinski
|
|
©
foto's
Manfred Mothes |
|
Carl Fogarty (geboren 1 Juli 1965, Blackburn, Lancashire) is meest
succesvolle rijder in de Superbikeklasse. Fogarty, door zijn fans 'Foggy' genoemd pakt in zijn carrière 59 overwinningen en vier
wereldkampioenschappen (1994, 1995, 1998 en 1999) als rijder voor het Ducati fabrieksteam. Op zijn Ducati eindigde Fogarty als tweede, in 1995, in de Daytona 200.
Scott Russell, die viel in de eerste ronde, kon de race hervatten en
wint toch nog de wedstrijd voor Fogarty. Fogarty diende nog wel protest
in, omdat hij vond dat Russell, dankzij de pacecar, weer bij hem aan had
kunnen sluiten. Het protest werd niet ontvankelijk verklaard.
Fogarty werd in 2000 gedwongen zich uit de racerij terug te trekken,
nadat hij in een race op Philip Island achter op een achterblijver
klapte en daaraan veel verwondingen overhield, met inbegrip van een
ernstige schouderblessure, die niet goed genoeg heelde om weer te gaan
racen.
Hij heeft nog een poosje als race-manager in de Superbike gewerkt, maar
dat leverde geen aansprekende resultaten op. Carl Fogarty was een
persoon die veel controverse opriep in het rennerskwartier bij andere
coureurs. Hij had een ongezouten mening en dat leverde hem met een hoop
personen problemen op, maar dit maakte hem ook een kleurrijk persoon.
|
 |
 1995,
Daytona 200, Carl
Fogarty
|
|
|
|
|
© foto's
Manfred Mothes |
|

|
|

|
|
1995,
Daytona 200, Nick Ienatsch |
|
|
|
|
1995,
Daytona 200, Ricky Orlando |
|

|
 |
|
1995,
Daytona 200,
Shane
Turpin |
|
©
foto's
Manfred Mothes
|
|

|
|
1995,
Daytona 200,
Dave
Sadowski |
|

|
|
1995,
Daytona 200,
Doug Polen |
|

|
|
1995,
Daytona 200,
Gerald
Rothman |
 |
|
1995,
Daytona 200,
Ian Duffus,
UK |
 |
|
1995,
Daytona 200,
Jeffrey
Sneyd |
|
©
foto's
Manfred Mothes
|
|

|
|

|
 |
|
1995,
Daytona 200,
Doug
Chandler |
|

|
|
1995,
Daytona ,
Tripp Nobles |
|
|
|
1995,
Daytona 200,
Scott
Zampach |
|
©
foto's
Manfred Mothes
|
 |
 |
 |
 |
|
1995,
Daytona ,
Dave Aldana |
1995,
Daytona 200,
Mike Smith |
1995,
Daytona 200,
Neil Hodgson,
UK |
1995,
Daytona 200,
Richard Oliver |
 |
 |
 |
 |
|
1995,
Daytona
200,
Pascal Picotte, Canada |
1995,
Daytona
Supersport,
Pascal Picotte, Canada |
1995,
Daytona
Supersport,
Owen Weichel, Canada |
1995, Daytona
Supersport,
Scott Russell
|
|
©
foto's
Manfred Mothes
|
|
 |
 |
 |

|
|
| 1995,
Daytona 200, Miguel Duhamel, Canada
onderste
foto links (met beker) is uit de supersport klasse op Daytona |
|
©
foto's
Manfred Mothes |
|
|
|
1995,
Daytona, Chris Carr, Harley Davidson
Chris
Carr, van 6-05-1967, was een toonaangevende coureur in het
Nationale Kampioenschap van de AMA dirt- en shorttrack in de
beginjaren van het nieuwe millennium. Hij was een hele goeie
short- en dirttrack coureur. Tot aan het seizoen 2005, had de
Californiër, uit Stockton, zeven nationale kampioenschappen
gewonnen en stond tweede in de nationale lijst aller tijden van de
AMA. Als zesjarig ventje werd Chris, als zoon van een amateurracer,
al op een 38cc Moto Villa racer gezet. Het racen was hem dus,
zoals heel veel Amerikaanse coureurs, met de paplepel ingegeven.
In zijn vroege jaren reed hij voor Harley-Davidson als
fabrieksrijder, maar hij bereikte het meeste succes als privé
teameigenaar. In zijn jeugd, ten tijde dat hij zelf ging racen zag
hij Kenny Roberts als zijn held. Tegen de tijd dat hij 17 was, had
Carr talrijke Noordelijk Californië wedstrijden en nationale
amateur kampioenschappen gewonnen en in 1985, werd Carr prof. Hij
eindigde dat seizoen al als zevende in het kampioenschap en werd
AMA Rookie van het Jaar. De jaren daarna klom hij steeds wat op de
raceladder en won hij ook al enkele races. In 1988 werd hij derde
in het kampioenschap. Hij werd in 1989 Harley-Davidson
fabrieksrijder, waarna hij in 1992 ”The Number One” werd. In
1995 kreeg hij de mogelijk om in het AMA Superbike Kampioenschap
mee te doen als rijder van het Harley-Davidson fabrieksteam. Dat
jaar deed hij tevens mee aan de kampioenschappen Nationaal AMA
Superbike en werd ook nog derde in de nationale
shorttrackeindstand, ondanks dat hij zich voornamelijk
concentreerde op het wegracen. De VR1000 Superbike van
Harley-Davidson was
niet opgewassen tegen zijn concurrentie, door een gebrek aan
pk’s, toch deed Carr het niet slecht als wegracer. Hij won
de titel “AMA Superbike Rookie” van het Jaar in 1995 en zijn
beste resultaat in de Superbike kwam in 1996, toen hij een vijfde
plaats pakte, op de fabrieks Harley, op het circuit van Sears
Point in Sonoma, Californië. In 1998 ging hij zich weer volledig
op het dirt- en shorttrack kampioenschap storten en in 1999, als
privé-coureur greep hij het kampioenschap, om dat van 2001 t/m
2005 volledig te domineren! In 2006 zou Carr, samen met Denis
Manning, het wereldsnelheidsrecord, op de zoutvlakten van
Bonneville pakken, met een recordsnelheid van 564.57 km/u.
http://www.chriscarr.com/ |
|
©
foto's
Manfred Mothes |
 |
Mike Hale
14
december
1973
Dallas, Texas
|
|
 |
| winnaar
Scott Russel |
1995,
Daytona, Fred Merkel |
|
©
foto's
Manfred Mothes |
| DAYTONA
INTERNATIONAL SPEEDWAY, DAYTONA BEACH, FLORIDA - 12
MAART 1995 |
| AMA
54e DAYTONA 200

|
|
Pos |
Naam |
Land |
Merk |
Aantal
ronden |
| 1 |
Scott Russell
|
USA |
Yamaha |
57 |
| 2 |
Carl Fogarty
|
Engeland |
Ducati |
57 |
| 3 |
Thomas Stevens
|
USA |
Suzuki |
57 |
| 4 |
Colin Edwards
|
USA |
Yamaha |
57 |
| 5 |
Doug Polen |
USA |
Honda |
57 |
| 6 |
Tom Kipp |
USA |
Yamaha |
57 |
| 7 |
Yasutomo Nagai |
Japan |
Yamaha |
57 |
| 8 |
Fred Merkel |
USA |
Suzuki |
57 |
| 9 |
Donald Jacks |
USA |
Suzuki |
57 |
| 10 |
Dale Quaterley |
USA |
Ducati |
55 |
| 11 |
Eric Moe |
USA |
Kawasaki |
55 |
| 12 |
Mike Hale |
USA |
Honda |
55 |
| 13 |
Luis Aramoni |
Mexico |
Yamaha |
55 |
| 14 |
Todd Harrington |
USA |
Kawasaki |
54 |
| 15 |
Damian Weber |
USA |
Ducati |
54 |
| 16 |
Neil Hodgson |
Engeland |
Ducati |
53 |
| 17 |
Kurt Liebmann |
USA |
Ducati |
53 |
| 18 |
Michael Fitzpatrick |
USA |
Yamaha |
53 |
| 19 |
Kory Rooks |
USA |
Kawasaki |
53 |
| 20 |
Charles Brank |
USA |
Suzuki |
52 |
| 21 |
Jim Dickenson |
Canada |
Suzuki |
52 |
| 22 |
Jeff Reeves |
USA |
Ducati |
52 |
| 23 |
Bryan Bemisderfer |
USA |
Yamaha |
52 |
| 24 |
Juha Berner |
Finland |
Yamaha |
52 |
| 25 |
David Olin |
USA |
Suzuki |
52 |
| 26 |
Ricky Orlando |
USA |
Kawasaki |
52 |
| 27 |
Eddie Dimeglio |
USA |
Yamaha |
52 |
| 28 |
David Sadowski |
USA |
Ducati |
52 |
| 29 |
Daniel T. Lowry Jr. |
USA |
Suzuki |
52 |
| 30 |
Chris Carr |
USA |
Harley-Davidson |
51 |
| 31 |
Brett W. Ray |
USA |
Kawasaki |
51 |
| 32 |
James Eberhart |
USA |
Kawasaki |
51 |
| 33 |
Roger Hendricks |
USA |
Suzuki |
51 |
| 34 |
Marc Smith |
USA |
Ducati |
50 |
| 35 |
Nick Morehouse |
USA |
Yamaha |
50 |
| 36 |
Patrick Weekley |
USA |
Yamaha |
50 |
| 37 |
Anthony Gobert |
Australië |
Kawasaki |
49 |
| 38 |
Emmet Nolan |
Ierland |
Yamaha |
49 |
| 39 |
Angelo Nicholes |
USA |
Kawasaki |
49 |
| 40 |
John Ashmead |
Nieuw-Zeeland |
Kawasaki |
48 |
| 41 |
Bill Zearley |
USA |
Kawasaki |
48 |
| 42 |
Charles Graves |
USA |
Suzuki |
47 |
| 43 |
Takahiro Sohwa |
Japan |
Ducati
|
40 |
| 44 |
Rick Shaw |
USA |
Yamaha |
38 |
| 45 |
Paul Schwemmer |
USA |
Honda |
39 |
| 46 |
Scott Zampach |
USA |
Harley-Davidson |
36 |
| 47 |
Keith Pinkstaff |
USA |
Kawasaki |
35 |
| 48 |
John Spitulski |
USA |
Kawasaki |
32 |
| 49 |
Steve Crevier |
Canada |
Kawasaki |
26 |
| 50 |
Michael Smith |
USA |
Ducati
|
26 |
| 51 |
Mike Walsh |
USA |
Yamaha |
26 |
| 52 |
James Milroy |
USA |
Kawasaki |
25 |
| 53 |
Jamie James |
USA |
Yamaha |
25 |
| 54 |
Pablo Real |
USA |
Ducati |
25 |
| 55 |
Paul Netterstrom |
USA |
Kawasaki |
24 |
| 56 |
Greg Gibson |
USA |
Yamaha |
17 |
| 57 |
Miguel Duhamel |
Canada |
Honda |
17 |
| 58 |
John Hopperstad |
USA |
Yamaha |
15 |
| 59 |
Troy Corser |
Australië |
Ducati
|
14 |
| 60 |
Thorvald Saeby |
Noorwegen |
Kawasaki |
12 |
| 61 |
Iain Duffus |
Schotland |
Yamaha |
10 |
| 62 |
Shane Turpin |
USA |
Kawasaki |
10 |
| 63 |
Lee Pullan |
Engeland |
Kawasaki |
8 |
| 64 |
Jefferey Sneyd |
USA |
Kawasaki |
8 |
| 65 |
David Porter |
USA |
Suzuki |
7 |
| 66 |
Freddie Spencer |
USA |
Ducati |
4 |
| 67 |
Don Canet |
USA |
Yamaha |
4 |
| 68 |
Roger Bennett |
Schotland |
Kawasaki |
4 |
| 69 |
Doug Chandler |
USA |
Harley-Davidson |
4 |
| 70 |
Douglas Gross |
USA |
Ducati
|
1 |
| 71 |
Albert Charles |
USA |
Ducati
|
1 |
| 72 |
Stephen Decamp |
USA |
Kawasaki |
1 |

|
|
1995,
Freddie Spencer (#19), Carl Fogarty (#99), Troy Corser (#1) en
Mike Smith |
 |
 |
 |
|
|
winnaar
Scott Russel
|
Tom
Kipp (6e) |
Doug
Chandler in de 4e ronde al onderuit met zijn Harley |
 |
|
|
|
|
Freddie
Spencer voor Miguel Duhamel, beide uitgevallen |
Anthony Gobert
(37e) |
Carl
Fogarty (2e) |
|
|
1995,
de eerste keer, sinds de opening in 1959, dat de
"omheining" van de baan een verfje krijgt. |
|
Harley-Davidson
bierblikjes, Daytona 1991, 1995 & 1998. |
 |
Harley-Davidson
50th-Daytona speld uit 1991 met verwijzing naar oorlog in Irak:
operatie Desert Storm. |
 |
|
|
(Special
thanks to Don Emde, winner of the 1972 Daytona 200, for using, abouth
30, photographs from his book, The
Daytona 200 1st edition untill 1991. He also made a 2nd edition up
to 2003 and is currently working on the 3rd edition. (Special
thanks to Manfred
Mothes Motorcycle
Racing Heroes of the Past,
for using photographs from the years 1983 untill 1996)
Deel
16, Daytona 1996-1997
HOME |
|
©opyright 2007 - 2010 Gerard van der Pot. |
|