Home Jack Middelburg Guestbook GP-races Daytona Toon Kannekens Diverse

 

 

 

1994 

   

                                                    

1994, Troy Corser, tijdens zijn debuut in Daytona, op weg naar een tweede plaats.

© Don Emde Productions

In de weken voor de Daytona 200 van 1994, begon de interesse voor de race flink te groeien, aangezien het één van de meest concurrerende races in de historie van Daytona zou kunnen gaan worden. De deelname aan de 53ste uitvoering van de 200 zou bestaan uit zes verschillende fabrieksteams, een startlijst waarop de namen van vijf Daytona 200 winnaars, vijf USA Superbikekampioenen, vier wereldkampioenen, twee ‘A.M.A. Grand National’ en de regerende Duitse en Australische Superbike kampioenen prijkten. 1994 was ook de terugkeer van Harley-Davidson naar het wegracen. De gloednieuwe Harley-Davidson VR1000 zou zijn première in de 200 maken, bereden door de Daytona winnaar van 1991, Miguel Duhamel. Pascal Picotte, op de Fast by (Eraldo) Ferracci Ducati 955, pakte de snelste trainingstijd, die zijn plek op de grid voor de 200 veilig stelde. Hij behaalde ook een nieuw baanrecord met een tijd van 1:50.068. Scott Russell, op de Muzzy Kawasaki ZX-7R, kwalificeerde zich op de tweede plek met een tijd van 1:50.386. Picotte won ook zijn kwalificatierace (Arai Twin 50) voor het derde jaar in een rij. In de tweede race, was Russell goed op weg naar de overwinning, toen een lager in zijn achterwiel vastliep en daarbij de ketting brak. Hij kon de race niet finishen, en moest zodoende van een tweeënzestigste startplaats vertrekken. De Australische Superbikekampioen uit Wollongong, Troy Corser, eveneens als Picotte aan boord van een Fast by Ferracci Ducati, won de tweede kwalificatieheat. De voorste startrij was dus nu als volgt: Pascal Picotte op de pole, naast hem Troy Corser, dan tweevoudig winnaar van de 200 Eddie Lawson in het zadel van de fabrieks Yamaha YZF750 en Doug Polen, die zijn Honda debuut op de Camel Honda RVF750 maakte. Twee eerdere 200 winnaars stonden in de tweede startgroep; Scott Russell op rij 16, en Miguel Duhamel op rij 17. Toen de groene vlag viel, was het Doug Polen die aan de leiding ging, gevolgd door Lawson, Corser en Picotte. Toen het veld de ‘west horseshoe’ inging, slaagde Lawson erin om de kop over te nemen van Polen, maar even later werd hij gepasseerd door Corser, in zijn eerste race in Daytona. In de vijfde ronde waren Polen en Picotte op Corser en Lawson ingelopen en nu vochten deze vier rijders voor de leiding. Op dit punt was Russell net de top tien binnengereden. Hij had 53 coureurs in slechts zes ronden ingehaald. In ronde 10 was het Corser aan de kop, vlak voor Lawson en Polen, met daarachter Picotte en op een paar seconden gevolgd door Jamie James op zijn Vance & Hines Yamaha, die het jaar ervoor door Eddie Lawson naar de overwinning was gereden. Jamie James kon toen door een blessure niet deelnemen en zijn plaats werd toen ingenomen door Lawson. Scott Russell begon ondertussen het gat op de kopgroep te sluiten, toen hij in ronde 16 in de pits verdween voor een tankbeurt. Lawson volgde dit voorbeeld, voor benzine en een achterband twee ronden later, terwijl hij op dat moment drie seconden achter Corser reed. In dezelfde ronde viel de hoop van het Harley-Davidson in duigen, omdat Duhamel uit de race verdween, toen de motor van zijn Harley het begaf. Corser was nog vooraan het veld, met een voorsprong van 10 seconden op Russell, die nu tweede lag. Het duo werd gevolgd door Jamie James en Doug Polen, die voor de derde plaats streden, met Pascal Picotte en Fred Merkel in vijfde en zesde positie en Eddie Lawson op de zevende plaats. In ronde 25 zorgde een afgelopen ketting ervoor dat de Ducati van Picotte aan de kant werd gedwongen. Hij sprong van de fiets en herstelde het goed genoeg om naar de pits terug te kunnen keren, en daar zorgde het team ervoor dat hij weer aan de race kon deelnemen. Echter lag hij tegen die tijd een ronde achter en was hij kansloos voor de overwinning. Corser had een aanzienlijk voorsprong op Russell tot doorkomst 30, toen de race door een afschuwelijke valpartij van de Duitser Bernard Schick werd opgeschrikt en gestopt. Schick reed 275 km/u, toen zijn voorband explodeerde, waarschijnlijk door een gebroken spaak. De valpartij die hierop volgde slingerde hem honderd meter vliegend en stuiterend over de baan, recht voor de belangrijkste en grootste tribune. Het ongelooflijke was dat Schick vrijwel niets mankeerde. Toen de race opnieuw begon, was het opnieuw Polen die de leiding pakte, maar Russell slaagde erin om hem al snel te passeren. Russell behield de leiding tot ronde 36, toen Corser hem bij de ‘International Horseshoe’ voorbij ging. Russell ging met nog 10 ronden te gaan nogmaals de pits in en Corser volgde twee ronden later. Nu ging Lawson aan de leiding, met slechts acht ronden te gaan, maar hij moest voor meer brandstof de pits in. Dit maakte dat Russell nogmaals aan de kop kwam, negen seconden voor Corser, die weer een 11 seconden voorsprong op Lawson had. In de weinige ronden die er nog te gaan waren, slaagde Troy Corser erin om het gat met Russell te verkleinen, maar net niet genoeg. Russell eiste de zwart-wit geblokte vlag op met een marge van slechts drie seconden op Corser, met Lawson op de derde plek. Doug Polen werd vierde en Jamie James vijfde. Scott Russell had zijn tweede Daytona 200 overwinning te pakken, na de race te zijn aangevangen vanaf de 16e startrij!

Troy Corser wist dit jaar de eerste niet Amerikaan te worden, die het A.M.A. Superbike kampioenschap in Amerika op zijn naam schreef. 

1994, Scott Russell 

 

                                 

UITSLAG (alleen eerste 20) DAYTONA 200 1994

Eddie Lawson

Eddie Lawson, Scott Russell en Troy Corser in Victory Lane

  Troy Corser Australië Ducati
3 Eddie Lawson USA Yamaha
4 Doug Polen USA Honda
5 Jamie James USA Yamaha
6 Steve Crevier Canada Kawasaki
7 Mike Smith USA Honda
8 Thomas Stevens USA Suzuki
9 Kevin Magee Australië Honda
10 Dale Quaterley USA Kawasaki
11 Pascal Picotte Canada Ducati
12 Colin Edwards USA Yamaha
13 Takahiro Sohwa Japan Kawasaki
14 Andrew Stroud Nieuw-Zeeland Yamaha
15 Ricky Graham USA Honda
16 Roger Bennett Schotland Kawasaki
17 Lee Pullan Engeland Yamaha
18 Michel Simeon België Suzuki
19 Tom Kipp USA Suzuki
20 Marc Smith USA Kawasaki

 

1995

 

Scott Russel ontvangt uit de handen van John Graham, directeur van de Daytona Speedweek, zijn tweede Rolex Daytona award voor de snelste trainingstijd in 1995. In 1993 had hij ook deze award al gewonnen, tijdens de eerste uitreiking van het horloge. Er waren twee stuks trainingen in de "Arai Helmets Qualifying', van elk een uur. De enige die dit "kleinood" ook in zijn bezit had was Thomas Stevens die hem in 1994 won.

 

1993, Start 200 mijlen met v.l.n.r. Colin Edwards, Carl Fogarty, Troy Corser en  Scott Russell (#4)

Ook in 1995 had men weer eens een nieuwe regel bedacht. Dit jaar werd de startpositie voor de 200 bepaald door twee kwalificerende trainingen op donderdag en vrijdag, in plaats van n.a.v. de resultaten in de kwalificatieraces (Arai Twin 50), zoals die in de afgelopen jaren (1991-1994) in werking waren gesteld. Het kwalificeren begon op de donderdag met de voorste rij, terwijl de rest van het kwalificatieveld op de vrijdag plaats vond. Tijdens de training van de donderdag, won de tweevoudig Daytona 200 winnaar, Scott Russell, de pole en reed een nieuw record van 1:49.852 (187.72 km/u). Op de voorste startrij van de 200, werd Russell, op zijn Muzzy Kawasaki, vergezeld door Troy Corser op de ‘Promotor’ Ducati, wereldkampioen Superbike, de Engelsman Carl Fogarty, op de fabrieks-Ducati en Colin Edwards op een Vance & van Hines Yamaha. Bij het begin van de race greep Edwards de kop en werd gevolgd door Troy Corser, Scott Russell en Miguel Duhamel (in 1995 reed zijn vader, Yvon, in de BMW legends klasse en zijn oudere broer, Mario, in de H-D 883cc klasse in Daytona). Bij de tweede doorkomst, ging Russell onderuit in de ‘International Horseshoe’, en Corser moest hard in de remmen om te vermijden dat hij over hem heen reed. Miguel Duhamel, op een Honda RC45 van 'Smokin Joe', stuurde prachtig om de ravage heen en slaagde erin om de leiding van Colin Edwards over te nemen. De fiets van Russell was niet beschadigd en hij keerde snel in de race terug, en reed of er niets gebeurd was. Echter lag hij nu achteraan in het drukke veld, 40 seconden achter de leiders. In de vierde ronde, zorgde een valpartij, waar de Harley-Davidson rijder Doug Chandler en de Schot Roger Bennett bij betrokken waren, ervoor dat de pacecar uit moest rukken.

1995, Doug Chandler's (#10) ongeluk met Roger Bennett  © foto's  Manfred Mothes

Anthony Gobert had inmiddels de leiding van de race op zich genomen, maar toen de pacecar de baan verliet, liet hij zich verrassen en werd hij door Troy Corser, Carl Fogarty, Colin Edwards en Miguel Duhamel gepasseerd. Na zijn valpartij, had Russell het verschil tussen zichzelf en de leiders naar 12,8 seconden teruggebracht. In ronde 10 pakte Fogarty de leiding, maar deze werd twee ronden later opnieuw overgenomen door Corser. Corser hield het ook twee ronden vol, toen de motor van zijn Ducati vastliep en zijn dag in Daytona beëindigde. Fogarty was de eerste van de leiders die een pitsstop maakte, maar hij deed dit een ronde vroeger dan verwacht. Zijn pitbemanning was nog niet klaar voor hem, en de daardoor zeer langdurige stop zette hem terug in de race naar een vijftiende plaats. In ronde 18 was Russell erin geslaagd om dwars door het veld naar voren te rijden en lag nu in derde positie. Een ronde later nam hij zelfs de leiding. Edwards maakte in de 20e ronde een pitsstop en kwam in vijfde positie terug in de race, achter de kopgroep van Russell, Smith, James en Gobert. Russell en Smith maakten een ronde later hun stop, hiermee de leiding gevend aan Jamie James. Russell was snel terug op de tweede plek, hierbij door Gobert, Edwards, Fogarty, Smith, Tom Kipp en Doug Polen gevolgd. Na doorkomst 24 nam Russell de leiding over van Jamie James, die kort daarop onderuit en uit de race verdween. Wederom een ongeluk, twee ronden later, nam nogmaals drie rijders uit de top-10 uit de strijd, Marc Smith crashte in bocht zes, waarna zijn Ducati over de baan verder gleed, hierbij Steve Crevier ook meenemend. Mike Hale zat vlak achter het duo, en was niet bij machte om de valpartijen te vermijden en ging eveneens onderuit. Hale was de enige rijder van de drie die zijn machine weer aan de praat kreeg, zonder veel schade en de race kon vervolgen en op een twaalfde plaats wist te finishen. 

Valpartij Steven Crevier (Kawasaki) en Mike Hale  © foto's  Manfred Mothes

Nadat al de leiders hun pitsstops hadden gemaakt, was het nog steeds Scott Russell aan de leiding, gevolgd door de Australiër Anthony Gobert, Colin Edwards, Carl Fogarty, Tom Kipp, Thomas Stevens en Doug Polen. Een valpartij in de 50e ronde nam Gobert uit de race en een onverwachte stop van Edwards, toe te schrijven aan een defecte achterband, presenteerde de tweede plaats aan Carl Fogarty. Edwards kwam terug in de race, na zijn bandenwissel, in vierde positie en slaagde erin om Doug Polen en Thomas Stevens, die om de derde plaats vochten, weer voorbij te gaan. Stevens nam daarna opnieuw de derde plaats van Colin over, met nog enkel twee ronden te gaan in de race. Russell haalde zonder verdere problemen de finish, met 53.747 seconden voorsprong op Carl Fogarty. Stevens hield de derde plaats vast, met Edwards op de vierde plaats voor Doug Polen in vijfde en Tom Kipp in zesde positie. Scott Russell won zijn derde Daytona 200 met een gemiddelde snelheid van 173.53 km/u. Zijn 1995 winst plaatste hem in de geschiedenisboeken tussen vier Daytona 200 legendes, die dit ook hadden gepresteerd, Brad Andres, Dick Klamfoth, Roger Reiman en Kenny Roberts.   

Valpartij van Scott Russel  in de tweede ronde, en dan nog de race winnend af sluiten! Michael Smith (#68), Mike Hale (#24), Tom Kipp (#16) en Steve Crevier (#14) passeren hem, maar zullen hem weer terugzien!

Scott Russel ontvangt uit de handen van Roger Weston, directeur van Arai Helmet (sponsor Daytona 200), de overwinningsbokaal van 1995.

 

Na zijn spectaculaire, van achteruit het startveld, overwinning in 1994, was de ongelooflijke rit van Russell in 1995 nog indrukwekkender. Vroeg in de race gevallen, hierdoor achterin het veld weer opnieuw moeten beginnen, en er alsnog in slagen om zich terug te vechten naar een overwinning van de 54e editie van de befaamde race. Dit is eigenlijk onmogelijk!

Scott Russel (#4), Carl Fogarty (#99), Troy Corser (#1) en Colin Edwards (#45)

Podium Daytona 200: Thomas Stevens, Scott Russel en Carl Fogarty

1995, Daytona 200 winnaar Scott Russel

© foto's  Manfred Mothes

 

Fred Merkel, met zijn trofee van winnaar in de Supersport 750 klasse in 1995. 1995, Daytona 200, Thomas Stevens Daytona 200, 3e plaats

© foto's  Manfred Mothes

 

Scott Russel (#4), Carl Fogarty (#99), Troy Corser (#1) en Colin Edwards (#45), Miguel Duhamel (#17)

1995, Daytona 200, Colin Edwards

Colin Edwards (Houston, Texas, 27 februari 1974) is een verdienstelijk motorcoureur, die al in verschillende takken van motorsport mooie resultaten heeft behaald. Op 3-jarige leeftijd, zette zijn Australische vader, Colin Edwards sr. (zelf amateurracer), hem op een minibike, en Edwards reed zijn eerste motocrossrace op de leeftijd van vier. Colin's bijnaam is de "Texas Tornado" en dit zegt alles over zijn manier van racen. Colin Edwards startte zijn carrière als een veelbelovend motorcrosser en won hiermee de 80 cc US National Championship. Op 16-jarige leeftijd stapte hij over van motorcross naar het wegracen. De jongeling won elk evenement waaraan hij meedeed in zijn eerste jaar op een 600 Honda, RC30 Honda en een TZ250 Yamaha en bleef ongeslagen in zijn amateurcarrière. Edwards werd professional in het begin van het seizoen van 1992. In zijn eerste professionele seizoen (1992), reed Edwards in de Nationale A.M.A. serie in de 250cc klasse. Hij won vijf van de negen races en de nationale titel voor nummer twee Kenny Roberts Jr. In 1993 en 1994 reed Edwards op een Yamaha in de AMA Superbike serie, hij werd resp. zesde en vijde in de eindstand in die jaren. In 1995 werd Edwards een fabriekscontract door Yamaha aangeboden in de Superbikeklasse in het wereldkampioenschap. Zijn resultaten in 1995 waren teleurstellend, aangezien Edwards veel moeite had om zich aan te passen en hij mistte ook nog de laatste twee races, nadat zijn teammaat, Yasutomo Nagai, om het leven kwam na een crash op het circuit van Assen. In 1996 ging het al een stuk beter en hij werd zesde in de eindstand van het WK Superbikes. In 1996, pakte Edwards, samen met Noriyuki Haga, zijn eerste internationale overwinning. In Suzuka wonnen zij de prestigieuze '8 Uren van Suzuka'. Edwards zou deze 8 Uren nog twee keer winnen; in 2001 met Valentino Rossi en in 2002 met, de in 2003 tijdens de Grand Prix van Japan, verongelukte Daijiro Kato. 1997 was een teleurstellend jaar voor Edwards, daar hij door een blessure uitgeschakeld werd en werd vervangen in het Yamaha Superbiketeam. Gelukkig kreeg Colin Edwards het jaar daarna een contract van Honda en hij beëindigde 1998 als vijfde, en pakte zijn eerste internationale solo-overwinning op het circuit van Brands Hatch in Engeland. 1999 werd een topjaar voor Colin, hij won diverse races en eindigde tweede achter kampioen Carl Fogarty. 2000 werd zijn jaar, hij pakte de titel op zijn nieuwe Honda VTR-1000 SP1/RC51. Troy Bayliss was hem in het seizoen van 2001 te snel af, maar Colin won de titel van Bayliss in 2002 spectaculair terug, in de laatste race van het jaar. 2003 is het jaar dat hij overstapt naar de MotoGP bij het Aprilia team aan het stuur van de RS3 Cube, dit wordt echter geen succes. Het volgende jaar klopt het Honda Telefonica team bij Colin aan en hij pakt zijn eerste podium in Donington Park. Edwards beëindigd het seizoen van 2004 in een vijfde positie, de hoogste positie van een coureur, die van de Superbike over was gestapt naar de MotoGP, ooit. 2005 eindigd Edwards als vierde, rijdend voor Yamaha als teammaat van de wereldkampioen Valentino Rossi. Zijn beste resultaat in 2005 was een tweede positie in Laguna Seca, USA, achter landgenoot Nicky Hayden. 2006 mag Colin Edwards het nogmaals proberen met Yamaha (fabrieksteam) met teamgenoot en wereldkampioen Valentino Rossi an dat zal ook in 2007 zou zijn. Tot dusver, wacht Colin Edwards nog steeds op zijn eerste Grand Prix overwinning.

© foto's  Manfred Mothes

 

1995, Daytona 200, Freddie Spencer

Na het winnen van het  USA Nationale Kampioenschap 250cc in 1978, tekende Freddie Spencer (20-12-1961, Shreveport, Louisiana) een contract bij Honda in Amerika voor hun Superbike-team. Hij bereikte internationale bekendheid in de “Trans-Atlantic Match races”, die elk jaar werden gehouden tussen een Brits en een Amerikaans team, van 1980, toen hij twee manches won. Daarbij versloeg hij de wereldkampioenen Kenny Roberts (1978, 1979 & 1980) en Barry Sheene (1976 & 1977). In 1981, verdeelde hij zijn tijd tussen de AMA Superbike races en de Grand Prix races. Honda was op dat moment bezig om een competitieve Grand Prix 500cc racer te ontwikkelen. In 1982, was de Honda competitief en won Spencer zijn eerste Grand Prix, in Spa Francorchamps, België. Hij had die race overigens wel het geluk dat de Nederlander, Jack Middelburg, uitviel met mechanische problemen… In 1983, won Spencer zijn eerste wereldkampioenschap in de 500cc, op dat moment de jongste coureur in de geschiedenis, die dat voor elkaar had gekregen. Hij pakte dat jaar, evenals Kenny Roberts, zes overwinningen. Hij won de titel met twee punten voorsprong op Roberts. In 1984, ontwikkelde Honda wederom een volledig nieuwe V4 NSR-500. Kleine problemen met de Honda en blessures, na valpartijen, belemmerden Spencer om zijn 500cc kroon te verdedigen en hij werd “slechts” vierde in het kampioenschap, ondanks dat hij nog erin slaagde om 5 keer te winnen dat jaar. 1985 werd een historisch jaar voor Spencer. Hij begon het seizoen met het winnen van de prestigieuze Daytona 200, met inbegrip van de 250cc en Superbike klassen. Dit maakt hem de enige coureur die alle drie de belangrijke races in Daytona in één enkel jaar weet te winnen. Freddie Spencer nam tevens deel aan twee wegracetitels dat jaar en wist ze beide te winnen, zowel in de 250cc als in de 500cc klasse. Hij is ook hierin de enige rijder in de geschiedenis die deze prestatie wist te verwezenlijken.

Na 1985 werd het niets meer met het voormalig wonderkind en hij zou nooit meer een Grand Prix weten te winnen. In 1986 reed hij alleen de GP van Spanje en zette halverwege de race (lag wel op kop), zijn motor in de pits. Hij had last van een ontstoken peesontsteking in zijn pols. De rest van het seizoen kwam hij niet meer in actie. Hij had een beetje meer van Jack's hardheid moeten hebben denk ik. In 1987 blesseerde hij zich op Daytona, zou daarna telkens zijn rentree maken en stelde dat dan weer uit, tot ergernis van de Honda-fabriek, maakte uiteindelijk zijn rentree in Joegoslavië en brak toen een sleutelbeen. Hij kwam weer terug in Engeland en zette daar zijn motor aan de kant met een geblokkeerde achterrem, volgens hem dan, want zijn monteurs hebben, volgens zeggen, nooit iets kunnen vinden. Daarna reed hij, met wisselende resultaten nog 3 GP's, maar kwam in de laatste weer ten val. De laatste 2 races liet hij toen weer aan zich voorbij gaan. Hij stopte, kwam weer terug in 1989, bij het Agostini-Yamahateam, maar werd daar na diverse ruzies en matige prestaties ontslagen, waarna hij het nog even op Honda probeerde, maar dat werd ook niets meer. Jaren later kwam hij plotseling bij het Yamaha-France team van Christian Sarron op de proppen, maar ook dit eindigde in een teleurstelling. Hij probeerde het ook nog in 1995 in de Superbikeklasse, maar daarin reed hij “zijn” Daytona 200 in de achterhoede. Ook toen was het nog niet het einde van “Heintje Davids”, hij kwam nogmaals terug in de races voor het Nationale Kampioenschap Superbike van de Verenigde Staten, maar daarna ging zijn carrière toch echt als een nachtkaars uit. Freddie had een fenomeen geweest als hij nooit meer na 1985 op de motor gestapt was. Nu was hij 'slechts' voor een paar jaar een héle grote coureur. Spencer woont nu in Las Vegas, Nevada waar hij een zeer succesvolle motorfietsschool heeft.

© foto's  Manfred Mothes

 

 

1995, Daytona 200, Troy Corser

© foto's  Manfred Mothes

1995, Daytona 200, Dave Sadowski

© foto's  Manfred Mothes

 

 

 

1995, Daytona 200, Steve Crevier, Canada

onderste foto is uit de supersport klasse op Daytona

© foto's  Manfred Mothes

 

 

1995, Daytona 200, John Kocinski

John Kocinski (geboren 20 Maart 1967 in Little Rock, Arkansas) won in 1990 de Grand Prix wegracetitel in de 250cc klasse en de Superbiketitel in 1997. Op zeventienjarige leeftijd, was Kocinski reeds fabriekscoureur bij Yamaha in de AMA “Championship Cup” Hij won het Nationale Kampioenschap van de AMA, de “NUMBER ONE” titel van 1987 t/m 1989. Hij won ook de race in de Supersport klasse van 1989 in Daytona, startende van een drieënvijftigste plek in een deelnemersveld van tachtig rijders! In zijn eerste Grand Prix jaar, 1988, pakte hij de polepositie bij de 250cc in de USA Grand Prix en eindigde de race op de vijfde plaats. Hij zou ook vijfde worden bij de Japanse 250cc Grand Prix dat jaar. 1989 was zijn debuutjaar in het wereldkampioenschap 500cc. In 1990, won hij op een Roberts Yamaha TZ250, in zijn eerste volledig Grand Prix seizoen, de 250cc titel. Hij stapte daarna volledig over naar de 500cc klasse en eindigde de volgende twee jaar resp. als vierde en derde in het wereldkampioenschap. Kocinski begon 1993 weer in de 250cc klasse, op een Suzuki deze keer. Hij was de allereerste die een Suzuki naar het podium toe reed in de 250cc klasse. Hij scoorde een tweede plaats in de Australische Grand Prix en een derde plek  in de TT van Assen. Assen zou zijn laatste GP in de kwartliterklasse zijn, want halverwege het seizoen stapte John weer over naar de 500cc, na een ruzie met het Suzuki-team. Hij won, met een 500cc Cagiva de GP in Laguna Seca, USA en werd tiende in het eindklassement met slechts vier optredens. Hij opende het seizoen 1994 met winst in Australië en beëindigde het seizoen op een derde plaats totaal. Nadat Cagiva zich uit de Grand Prix terugtrok, begon John Kocinski een totaal andere profsport. Hij wilde professioneel waterskier worden, maar besloot om in 1996 toch weer te gaan racen. Hij stapte over van de Grand Prix racerij naar het Superbikewereldkampioenschap op een Ducati. De Amerikaan won bijna de titel in zijn eerste jaar, ondanks wederom een ruzie met zijn team. Kocinski stapte over naar Honda in 1997 en won de titel met negen keer winst en nog zeven podiums, keerde weer terug naar het 500cc wereldkampioenschap in 1998 en 1999 in het team van Erv Kanemoto maar slaagde er niet in om een race te winnen. Hij deed in 2000 nog mee in het USA kampioenschap van de AMA, en deed de daaropvolgende twee jaar testwerk voor Yamaha, alvorens zich terug te trekken uit de racerij. Daarna werd hij projectontwikkelaar in Beverly Hills, Californië.

1995, Daytona 200, John Kocinski

© foto's  Manfred Mothes

 

Carl Fogarty (geboren 1 Juli 1965, Blackburn, Lancashire) is meest succesvolle rijder in de Superbikeklasse. Fogarty, door zijn fans 'Foggy' genoemd pakt in zijn carrière 59 overwinningen en vier wereldkampioenschappen (1994, 1995, 1998 en 1999) als rijder voor het Ducati fabrieksteam. Op zijn Ducati eindigde Fogarty als tweede, in 1995, in de Daytona 200. Scott Russell, die viel in de eerste ronde, kon de race hervatten en wint toch nog de wedstrijd voor Fogarty. Fogarty diende nog wel protest in, omdat hij vond dat Russell, dankzij de pacecar, weer bij hem aan had kunnen sluiten. Het protest werd niet ontvankelijk verklaard. Fogarty werd in 2000 gedwongen zich uit de racerij terug te trekken, nadat hij in een race op Philip Island achter op een achterblijver klapte en daaraan veel verwondingen overhield, met inbegrip van een ernstige schouderblessure, die niet goed genoeg heelde om weer te gaan racen. Hij heeft nog een poosje als race-manager in de Superbike gewerkt, maar dat leverde geen aansprekende resultaten op. Carl Fogarty was een persoon die veel controverse opriep in het rennerskwartier bij andere coureurs. Hij had een ongezouten mening en dat leverde hem met een hoop personen problemen op, maar dit maakte hem ook een kleurrijk persoon.  

1995, Daytona 200, Carl Fogarty

 

 

© foto's  Manfred Mothes

 

1995, Daytona 200, Nick Ienatsch

1995, Daytona 200, Ricky Orlando

1995, Daytona 200, Shane Turpin

© foto's  Manfred Mothes

1995, Daytona 200, Dave Sadowski

1995, Daytona 200, Doug Polen

1995, Daytona 200, Gerald Rothman

1995, Daytona 200, Ian Duffus, UK

1995, Daytona 200, Jeffrey Sneyd

© foto's  Manfred Mothes

1995, Daytona 200, Doug Chandler

1995, Daytona, Tripp Nobles

1995, Daytona 200, Scott Zampach

© foto's  Manfred Mothes

 

 

 

 

 

1995, Daytona, Dave Aldana

1995, Daytona 200, Mike Smith

1995, Daytona 200, Neil Hodgson, UK

1995, Daytona 200, Richard Oliver

1995, Daytona 200, Pascal Picotte, Canada

1995, Daytona Supersport, Pascal Picotte, Canada

1995, Daytona Supersport, Owen Weichel, Canada

1995, Daytona Supersport, Scott Russell

© foto's  Manfred Mothes

 

1995, Daytona 200, Miguel Duhamel, Canada

onderste foto links (met beker) is uit de supersport klasse op Daytona

© foto's  Manfred Mothes

 

1995, Daytona, Chris Carr, Harley Davidson

Chris Carr, van 6-05-1967, was een toonaangevende coureur in het Nationale Kampioenschap van de AMA dirt- en shorttrack in de beginjaren van het nieuwe millennium. Hij was een hele goeie short- en dirttrack coureur. Tot aan het seizoen 2005, had de Californiër, uit Stockton, zeven nationale kampioenschappen gewonnen en stond tweede in de nationale lijst aller tijden van de AMA. Als zesjarig ventje werd Chris, als zoon van een amateurracer, al op een 38cc Moto Villa racer gezet. Het racen was hem dus, zoals heel veel Amerikaanse coureurs, met de paplepel ingegeven. In zijn vroege jaren reed hij voor Harley-Davidson als fabrieksrijder, maar hij bereikte het meeste succes als privé teameigenaar. In zijn jeugd, ten tijde dat hij zelf ging racen zag hij Kenny Roberts als zijn held. Tegen de tijd dat hij 17 was, had Carr talrijke Noordelijk Californië wedstrijden en nationale amateur kampioenschappen gewonnen en in 1985, werd Carr prof. Hij eindigde dat seizoen al als zevende in het kampioenschap en werd AMA Rookie van het Jaar. De jaren daarna klom hij steeds wat op de raceladder en won hij ook al enkele races. In 1988 werd hij derde in het kampioenschap. Hij werd in 1989 Harley-Davidson fabrieksrijder, waarna hij in 1992 ”The Number One” werd. In 1995 kreeg hij de mogelijk om in het AMA Superbike Kampioenschap mee te doen als rijder van het Harley-Davidson fabrieksteam. Dat jaar deed hij tevens mee aan de kampioenschappen Nationaal AMA Superbike en werd ook nog derde in de nationale shorttrackeindstand, ondanks dat hij zich voornamelijk concentreerde op het wegracen. De VR1000 Superbike van Harley-Davidson was niet opgewassen tegen zijn concurrentie, door een gebrek aan pk’s, toch deed Carr het niet slecht als wegracer. Hij won de titel “AMA Superbike Rookie” van het Jaar in 1995 en zijn beste resultaat in de Superbike kwam in 1996, toen hij een vijfde plaats pakte, op de fabrieks Harley, op het circuit van Sears Point in Sonoma, Californië. In 1998 ging hij zich weer volledig op het dirt- en shorttrack kampioenschap storten en in 1999, als privé-coureur greep hij het kampioenschap, om dat van 2001 t/m 2005 volledig te domineren! In 2006 zou Carr, samen met Denis Manning, het wereldsnelheidsrecord, op de zoutvlakten van Bonneville pakken, met een recordsnelheid van 564.57 km/u.

http://www.chriscarr.com/

© foto's  Manfred Mothes

Mike Hale

14 december 1973
 Dallas, Texas

 

winnaar Scott Russel 1995, Daytona, Fred Merkel

© foto's  Manfred Mothes

 

 

 

 

 

DAYTONA INTERNATIONAL SPEEDWAY, DAYTONA BEACH, FLORIDA -  12 MAART 1995
AMA 54e DAYTONA 200 

Pos Naam Land Merk Aantal ronden
1 Scott Russell USA Yamaha 57
2 Carl Fogarty Engeland Ducati 57
3 Thomas Stevens USA Suzuki 57
4 Colin Edwards USA Yamaha 57
5 Doug Polen USA Honda 57
6 Tom Kipp USA Yamaha 57
7 Yasutomo Nagai Japan Yamaha 57
8 Fred Merkel USA Suzuki 57
9 Donald Jacks USA Suzuki 57
10 Dale Quaterley USA Ducati 55
11 Eric Moe USA Kawasaki 55
12 Mike Hale USA Honda 55
13 Luis Aramoni Mexico Yamaha 55
14 Todd Harrington USA Kawasaki 54
15 Damian Weber USA Ducati 54
16 Neil Hodgson Engeland Ducati 53
17 Kurt Liebmann USA Ducati 53
18 Michael Fitzpatrick USA Yamaha 53
19 Kory Rooks USA Kawasaki 53
20 Charles Brank USA Suzuki 52
21 Jim Dickenson Canada Suzuki 52
22 Jeff Reeves USA Ducati 52
23 Bryan Bemisderfer USA Yamaha 52
24 Juha Berner Finland Yamaha 52
25 David Olin USA Suzuki 52
26 Ricky Orlando USA Kawasaki 52
27 Eddie Dimeglio USA Yamaha 52
28 David Sadowski USA Ducati 52
29 Daniel T. Lowry Jr. USA Suzuki 52
30 Chris Carr USA Harley-Davidson 51
31 Brett W. Ray USA Kawasaki 51
32 James Eberhart USA Kawasaki 51
33 Roger Hendricks USA Suzuki 51
34 Marc Smith USA Ducati 50
35 Nick Morehouse USA Yamaha 50
36 Patrick Weekley USA Yamaha 50
37 Anthony Gobert Australië Kawasaki 49
38 Emmet Nolan Ierland Yamaha 49
39 Angelo Nicholes USA Kawasaki 49
40 John Ashmead Nieuw-Zeeland Kawasaki 48
41 Bill Zearley USA Kawasaki 48
42 Charles Graves USA Suzuki 47
43 Takahiro Sohwa Japan Ducati 40
44 Rick Shaw USA Yamaha 38
45 Paul Schwemmer USA Honda 39
46 Scott Zampach USA Harley-Davidson 36
47 Keith Pinkstaff USA Kawasaki 35
48 John Spitulski USA Kawasaki 32
49 Steve Crevier Canada Kawasaki 26
50 Michael Smith USA Ducati 26
51 Mike Walsh USA Yamaha 26
52 James Milroy USA Kawasaki 25
53 Jamie James USA Yamaha 25
54 Pablo Real USA Ducati 25
55 Paul Netterstrom USA Kawasaki 24
56 Greg Gibson USA Yamaha 17
57 Miguel Duhamel Canada Honda 17
58 John Hopperstad USA Yamaha 15
59 Troy Corser Australië Ducati 14
60 Thorvald Saeby Noorwegen Kawasaki 12
61 Iain Duffus Schotland Yamaha 10
62 Shane Turpin USA Kawasaki 10
63 Lee Pullan Engeland Kawasaki 8
64 Jefferey Sneyd USA Kawasaki 8
65 David Porter USA Suzuki 7
66 Freddie Spencer USA Ducati 4
67 Don Canet USA Yamaha 4
68 Roger Bennett Schotland Kawasaki 4
69 Doug Chandler USA Harley-Davidson 4
70 Douglas Gross USA Ducati 1
71 Albert Charles USA Ducati 1
72 Stephen Decamp USA Kawasaki 1

 

 

 

 

 

 

 

 

1995, Freddie Spencer (#19), Carl Fogarty (#99), Troy Corser (#1) en Mike Smith

 

winnaar Scott Russel

Tom Kipp (6e)

Doug Chandler in de 4e ronde al onderuit met zijn Harley

Freddie Spencer voor Miguel Duhamel, beide uitgevallen

Anthony Gobert (37e)

Carl Fogarty (2e)

 

1995, de eerste keer, sinds de opening in 1959, dat de "omheining" van de baan een verfje krijgt.

 

Harley-Davidson bierblikjes, Daytona 1991, 1995 & 1998.

Harley-Davidson 50th-Daytona speld uit 1991 met verwijzing naar oorlog in Irak: operatie Desert Storm.

(Special thanks to Don Emde, winner of the 1972 Daytona 200, for using, abouth 30,  photographs from his book, The Daytona 200 1st edition untill 1991. He also made a 2nd edition up to 2003 and is currently working on the 3rd edition.

(Special thanks to Manfred Mothes Motorcycle Racing Heroes of the Past, for using photographs from the years 1983 untill 1996)

Deel 16, Daytona 1996-1997

HOME

©opyright 2007 - 2010 Gerard van der Pot.