Home Jack Middelburg Guestbook GP-races Daytona Toon Kannekens Diverse

 

     

1991

De Britten, die eind '80er jaren, Daytona links hadden laten leggen, evenals de rest van Europa, waren weer terug in '91 en zij waren meer dan ooit voordien, er op gebrand om de Daytona 200 te winnen. De leden van het MCN-team, de naam dankend aan het grootste motorrijdersweekblad van Groot-Brittannië, ‘Motor Cycle Newsworld’ waren vast van plan om de ‘trophy’ mee naar huis te nemen. Wat was er mooier om dat dit in de 50ste editie van de klassieker te doen. De ploeg van het, uit vijf rijders bestaande MCN-team en hun supporters, zwaaiden in hun gedachten na de race al met de “Union Jack” om de overwinning te vieren. De Britse coureurs hadden, in Daytona, een traditie van, goed presteren, maar geen geluk. Grand Prix topper Niall MacKenzie, dacht in 1990 al dat hij een grote kans op de overwinning had, tot hij en Jamie James uit Louisiane in botsing kwamen in de allereerste bocht van de 1990 200-editie. MacKenzie vond dat James, op zijn Ferracci Ducati, de schuldige partij was, terwijl James zei dat het gebrek aan ervaring, van MacKenzie, in de  Internationale Speedweek van Daytona de oorzaak van de dubbele valpartij was. Wie de schuldige was, doet er niet meer toe, MacKenzie's gebroken sleutelbeen, was nu een jaar later weer geheeld, en in plaats van op een Yamaha zou de 29 jaar oude Schot aan boord van een 750cc RC30 Honda  deelnemen. Deze splinternieuw ontwikkelde “fiets” was hem door Honda UK ter beschikking gesteld. Terwijl Daytona zijn 50ste Daytona 200 vierde, was het voor Niall MacKenzie, tien jaar geleden (1981) dat hij met racen begon. Sindsdien had hij aan vele Grand Prix deelgenomen, zowel op 250cc, 350cc en 500cc motoren met een overvloed aan succes. In 1990 had hij, ondanks het missen van het begin van het seizoen in de 500cc, nog genoeg punten gescoord om vierde in de eindstand van het wereldkampioenschap in de halveliterklasse te worden, nadat hij de plaats had ingenomen van de geblesseerde Kevin Magee, in het ‘Lucky Strike Suzuki team' naast Kevin Schwantz. Helaas was dat niet genoeg voor hem, om een plaats in het 1991 team te krijgen en de inspanningen om een andere fabrieksteamplaats te vinden draaiden op niets uit, zodat er na een vierjarige carrière, in de klasse 500cc, een einde kwam aan zijn Grand Prix optredens. Maar MacKenzie kan ook heel goed met de grote viertakten overweg en het zou zomaar kunnen dat de coureur uit Schotland, een einde aan de pech, van de Britten, in de Daytona 200 zou maken.

Carl Fogarty kwam een flink eind verder, dan MacKenzie, in de Daytona 200 van 1990. Hij reed met de leiders in de race en leek een sterke kans te maken op de winst, totdat ook hij besloot het Daytona circuit van zeer dichtbij te inspecteren. Hij raakte niet geblesseerd, maar was wel zeer woedend. De 24 jarige racer uit Blackburn, Lancashire was al in het bezit van drie TT Formule 1 wereldtitels, 1988, '89 en '90, en dit maakte Fogarty tot één van de grootste kanshebbers in Florida. Vorig jaar, zou Carl Fogarty, zijn geluk eigenlijk gaan beproeven in het 500cc wereldkampioenschap, dankzij Serge Rosset. Dan verbaasde hij vriend en vijand, door een reis naar Phillip Island, Australië, voor de Grand Prix aldaar, te annuleren en in plaats daarvan een Superbike race te gaan rijden. Dit betekende dus het einde van zijn Grand Prix carrière. De plannen van Fogarty voor 1991 liggen wederom in de serie van het Superbikekampioenschap, rijdend voor Honda UK met Niall MacKenzie als teammaat. Fogarty kwam niet naar Daytona voor de zonneschijn en het strand, maar om te winnen en iedereen wie hem vorig jaar aan het werk had gezien, wist dat dit geen geintje was. Het derde lid van het Britse Honda trio was Steve Hislop. Hij was nooit in Daytona geweest, maar dat betekende niet dat hij kansloos was voor de overwinning. Hislop was wereldberoemd in motorkringen, door de snelste man te zijn die ooit het bergparcours op het Eiland Man had gereden. Zet de uit Schotland afkomstige coureur op een circuit dat tussen vangrails, bakstenen muren, lantaarnpalen en andere onwrikbare voorwerpen voert en hij is briljant. Maar dat betekent niet, dat hij op een normaal circuit niet ook erg hard kan gaan. Hij won in 1990, zeven van de Britse 250cc races. Hij versloeg daarbij ook zijn teammaat Alan Carter. De lange, 29 jaar oude Schot, voegde ook de titel van de Grand Prix van Macao, in november 1990, aan zijn het groeiende lijst van successen toe.

wpe3.jpg (65211 bytes)

 Niall McKenzie (l) en Carl Fogarty aan het "werk", tijdens de editie van 1990.

 Programma 1991

Verder was daar nog een andere Schot in het Britse Team van ‘Motor Cycle News‘, Brian Morrison. Het vorige seizoen, ondanks gebrek aan financiën, slaagde Morrison, als privécoureur, erin om zestiende in het wereldkampioenschap Superbike te worden. Ook de vijfde rijder van het team, Rob McElnea, was gedwongen, door gebrek aan een goed 500cc team aan het begin van het seizoen van 1990, om de overstap naar de Superbike te maken, net als MacKenzie, dit seizoen had moeten doen. Rob zou dat nu niet meer willen veranderen. Hij eindigde als vijfde in het wereldkampioenschap op zijn Loctite Yamaha en genoot van de races, de atmosfeer en de kameraadschap in het kampioenschap van de “grote fietsen”. De enige klacht die hij had, was dat de Yamaha’s niet zo snel als de oppositie waren. Maar voor 1991 was er meer fabriekshulp beloofd aan de ploeg van manager Steve Parrish. Rob was overigens liever professioneel golfspeler geworden, maar als Steve Parrish hem van de golfbanen in Florida vandaan wist te houden, dan maakte hij een goede kans om naar het podium in de 200 te rijden.

De winnaar van de editie van 1990, Dave Sadowski uit New-England, was niet in staat zijn titel te verdedigen door een blessure aan zijn rug, die hem aan de kant hield. Zijn zadel bij het Vance & Hinces Yamahateam was nu ingenomen door Jamie James, die in 1990, op een Ducati, niet door de eerste bocht was gekomen, door een valpartij. Hij was in 1990 wel als tweede geëindigd in de A.M.A. Grand National serie in de Superbike klasse, achter Doug Chandler. De hoop van Kawasaki was gevestigd op Scott Russell, uit Smryna, Georgia.

1991 Start van de Daytona 200, met Tom Kipp (#16), Pascal Picotte (#34), Scott Russell (#22), Niall MacKenzie (#102), Jamie James (#2), Dave Leach (#103), Miguel Duhamel (#97), Robert Holden (#90), Doug Polen (#23), Rueben McMurter (#24), Freddie Spencer (#19), Thomas Stevens (#11).

© Don Emde Productions

Aan het begin van de Speedweek van 1991 leek alles erop dat Doug Polen de grote favoriet was om de Daytona 200 te winnen dat jaar. Hij maakte de hoge verwachtingen waar door de polepositie te pakken aan boord van zijn snelle Ducati 888. Hij zette daarbij een nieuw record door het bestaande record uit 1990 van Thomas Stevens te verpulveren. Met zijn Honda RC30, zette Miguel Duhamel, achter Polen, de tweede kwalificatietijd. Duhamel, zoon van de legendarische Canadese racer Yvon Duhamel, was op het laatste ogenblik aan het startveld toegevoegd. Hij vulde de opengevallen plaats op van de geblesseerde Randy Renfrow bij het Commonwealth Honda Camelteam slechts één maand voor Daytona. Achter Duhamel zijn tweede plaats in de kwalificatie maakten Jamie James op zijn Vance & Hines Yamaha OW01, Scott Russell op de Muzzy Kawasaki ZX -7R, en de winnaar van de Daytona 200, in 1985, Freddie Spencer (Two Brothers Racing Honda RC30 ) en Mike Smith (Yoshimura Suzuki GSXR750) de eerste zes compleet. Wederom werd er in 1991 een nieuwigheid aan de race toegevoegd. De zgn. ‘Arai Twin 50s’, die de definitieve startopstelling zou bepalen. Gebaseerd op de kwalificatietijden, werd het veld verdeeld in twee groepen voor een 50-mijls heatrace. Het startveld voor de 200 werd bepaald n.a.v. je plaatsing  in deze twee races. Doug Polen won de eerste race en Scott Russell eiste de winst op in de tweede. In het begin van de race in de 200 zag men de uit Georgia afkomstige Scott Russell, de leiding nemen, dicht gevolgd door privérijder Tom Kipp en de Canadese Yamaha-coureur Pascal Picotte. Tegen het eind van de eerste ronde bracht een valpartij, in bocht vier, de pacecar in de baan, voor wat zijn eerste van drie “optredens” tijdens deze dag zou zijn. De voor de race favoriet geachte Doug Polen was uit de race na slechts één enkele doorkomst. Dit was toe te schrijven aan een afgelopen ketting. Russell leidde het veld achter de tempoauto voor drie doorkomsten rond het 3.56-mile circuit, aangezien de baan moest worden schoongemaakt. Op het moment dat de pacecar de baan verliet, nam Tom Kipp, op zijn Yamaha OW01, de kop over van Duhamel. Tot ronde 10, toen nam Rich Arnaiz op een Honda RC30 de leiding over, om na twee ronden door Jamie James gepasseerd te worden. Kipp ging in de 14e ronde  voor het eerst de pits in en zijn racedag beëindigde kort daarna door een opgeblazen koppakking. Freddie Spencer, die in de kopgroep had meegereden, moest ook daarna al spoedig de pits in met een slippende koppeling. James leidde de race tot ronde 19, toen hij een geplande pitsstop maakte. Dit gaf Duhamel de leiding terug, aangezien James in negende positie in de race terugkwam. In ronde 20 blies de motor van Pascal Picotte zijn Yamaha op. Dit maakte dat hij Doug Polen, Tom Kipp en Freddie Spencer in de pits kon gaan vergezellen om de race vandaar uit verder te kunnen volgen. Tegen die tijd, had Duhamel een 12 seconden voorsprong opgebouwd op Scott Russell. Russell werd weer gevolgd door Rich Arnaiz, Jamie James, Thomas Stevens en Dale Quarterley op de plaatsen drie t/m zes. Een olielekkage bracht opnieuw de pacecar in de baan tijdens de 30e ronde die de rest van de koplopers toestond om het gat met Miguel Duhamel te dichten. James nam nu de tweede plek over, met achter hem Russell, Arnaiz en Stevens. Vlak na de periode achter de pacecar, toen men het nog rustig aan moest doen, gingen Duhamel en Russell de pits in voor benzine en banden in de 33e ronde en een ronde later deed Rich Arnaiz hetzelfde. Na zijn stop reed Duhamel terug naar de kop van het veld en pakte snel weer een voorsprong. Russell was opnieuw tweede voor Stevens, Quarterley, Arnaiz en James. In ronde 44 was de derde en laatste verschijning van de tempoauto (na een valpartij van Carl Fogarty) die nogmaals een einde maakte aan de voorsprong van Duhamel. De pacecar leidde het veld tot ronde 51, waarna Scott Russell een pitsstop maakte, die hem een plaats bij de eerste drie kostte. Wederom pakte Duhamel een flinke voorsprong op de rest van het veld en liet Stevens en James achter, om voor de tweede plaats te strijden. Duhamel reed nu onbedreigd en niet meer gestoord door wat dan ook naar de overwinning. Miguel Duhamel, 23 jaar oud, geboren in Quebec, Canada, had de Daytona 200 tijdens zijn eerste poging gewonnen. Hij deed wat zijn vader in de jaren ’70 tevergeefs had geprobeerd. Zijn overwinning in 1991 was slechts het begin van vele grote successen in Daytona, zo zou achteraf blijken. Jamie James werd tweede voor Thomas Stevens, Arnaiz vierde en Scott Russell vijfde.

UITSLAG (alleen eerste 20) DAYTONA 200 1991 

Victory Lane 1991: Thomas Stevens, Miguel Duhamel en Jamie James

  Rijder Land Merk
1 Miguel Duhamel Canada Honda
2 Jamie James USA Yamaha
3 Thomas Stevens USA Yamaha
4 Rich Arnaiz USA Honda
5 Scott Russell USA Kawasaki
6 Dale Quaterley USA Honda
7 Rueben McMurter Canada Honda
8 Niall MacKenzie Engeland Honda
9 Mark Chin USA Kawasaki
10 Steve Hislop Schotland Honda
11 David Leach Noord-Ierland Yamaha
12 Britt Turkington USA Suzuki
13 Jacques Guenette Canada Kawasaki
14 Mike Harth USA Yamaha
15 Robert Holden Nieuw-Zeeland Yamaha
16 Tommy Lynch USA Suzuki
17 John Hopperstad USA Yamaha
18 Wes Cooley USA Honda
19 Mark Foster USA Yamaha
20 Rick Shaw USA Yamaha

Yvon Duhamel feliciteerd zijn zoon Miguel met zijn eerste 200 winst

 

Chris Carr Ricky Graham Doug Chandler Rodney Farris Craig Estelle Scott Stump John Long Scott Russell
Robbie Petersen Jon Cornwell Tod Hebert Thomas Stevens John Ashmead Steve Aseltine Randy Renfrow Gary Goodfellow

 

1992

   

 

In 1992 pakte Doug Polen opnieuw de polepositie voor de 200, Polen, op zijn Ducati 888, die hij in een prachtige tijd van 1:50.388 kwalificeerde, hiermee zijn eigen ronderecord van het jaar ervoor met bijna drie seconden verbeterend. Scott Russell, op de Muzzy Kawasaki ZX-7R, kwalificeerde zich achter Doug Polen met een tijd van 1:50.743. Door een regelverandering, zouden de snelste vier rijders van de kwalificatie op de woensdag hun posities voor de 200 veilig stellen. De rest van het veld plaatste zich volgens hun finish in de ‘Ami Twin 50’ (kwalificatieraces ingevoerd in 1991) races op vrijdag. Naast Polen en Russell, gingen de andere twee plekken op de voorste rij naar Takahiro Sohwa en Shoichi Tsukamoto, beide bereden een Kawasaki ZX-7R voor de Kawasakifabriek in Japan. Nadat de ‘Ami Twin 50’ races waren verreden, werd de tweede startrij gevormd door Jamie James op de Vance & Hines Yamaha, de Canadees Pascal Picotte op de ‘Fast Ferracci’ Ducati (teamgenoot van Doug Polen), Mike Smith op de Commonwealth Camel Honda en John Reynolds op Kawasaki. De titelverdediger van 1991, Miguel Duhamel, was niet aanwezig, aangezien hij een contract had getekend bij Yamaha-France-Banco, in de 500cc Grand Prix racerij. Zoals zovelen voor en na hem, kwam hij er achter dat de 500cc racerij heel wat anders was dan welke discipline of klasse dan ook. Hij sprokkelde hier en daar wat puntjes bijeen, maar kwam niet verder dan een 12e plaats in de eindstand. Hij zou dan ook na een jaar weer terugkeren naar de Amerikaanse racerij. Terug naar de 200 van 1992. Toen de groene vlag op zondag viel, was het Russell die het veld in de eerste draai aanvoerde. Polen was een paar fietslengten achter hem, dicht gevolgd door Shoichi Tsukamoto, Pascal Picotte, Jamie James, Mike Smith, Takahiro Sohwa en de 1990 Daytona 200 winnaar, David Sadowski. Na de derde doorkomst zat Polen dicht op de hielen van Russell en de twee begonnen samen een flinke voorsprong op de rest van het veld te nemen. Derde plaats rijder, Sohwa, zat al meer dan zes seconden achter het duo, met James, Smith, Picotte, Guenette, Sadowski en Steve Crevier een paar lengten daar weer achter. De regerende Superbike kampioen Thomas Stevens (Muzzy teammaat bij Kawasaki van Russell) vocht zich door het veld naar voren. Stevens was pas van de 15de startrij vertrokken, nadat hij tijdens de ‘Ami Twin 50’ races op vrijdag ten val was gekomen. Russell en Polen hielden samen de leiding tot de 18e ronde, toen Russell zijn eerste van de twee geplande pitsstops maakte. Tijdens het bijtanken raakte het snelvulsysteem defect, daarbij Russell en zijn fiets doorwekend met benzine. Polen maakte zijn eerste stop één ronde later, hiermee de leiding aan Pascal Picotte overhandigend. Picotte leidde tot ronde 24, toen hij ook voor brandstof en een nieuwe achterband naar binnen moest. Hij keerde terug op de baan, slechts voor korte tijd, om daarna onderuit te gaan. Polen was terug aan de leiding, met dicht daarachter Scott Russell. In ronde 34 maakte Russell opnieuw een stop voor meer brandstof en een nieuwe achterband, maar behield zijn tweede plaats (en bleef een stuk droger dan de eerste keer!). Polen maakte ook zijn tweede stop met een 50 seconden voorsprong op Russell en toen hij terug op de baan kwam, had hij nog 10 seconden daarvan over. Russell liep snel op Polen in en met nog 12 ronden te gaan in de race, begonnen de twee met één van de mooiste gevechten die men in Daytona ooit had gezien. Russell en Polen namen afwisselend de kop, maar Doug Polen leidde in de laatste ronde toen zij uit de chicane kwamen. Polen pakte een kleine voorsprong en het leek alsof hij op weg was naar de overwinning. Russell maakte echter gebruik van een paar achterblijvers en sloot opnieuw bij Polen aan. Op het moment dat de twee “fietsen” naar de finishlijn brulden, kwam Russell in de slipstream van Polen en spoot hem voorbij, om de 51ste uitvoering van de Daytona 200 te winnen, met slechts 0.182 van een seconde voorsprong.

1992, Scott Russell troeft Doug Polen met minimaal verschil af op de finishlijn.

© Don Emde Productions

Kawasaki en Scott Russell pakten hiermee hun allereerste Daytona 200 overwinning. Alle andere drie grote Japanse fabrieken (Honda, Yamaha en Suzuki) hadden dit inmiddels al gepresteerd, behalve de in 1949 opgerichte motorenafdeling van Kawasaki Heavy Industries (producent van vliegtuigen, treinen, schepen en vanaf '49 ook motoren). Nu was dat ook een feit. De derde plaats ging naar Mike Smith, die deze in zijn schoot geworpen kreeg, nadat in ronde 48 een beschadigd uitlaatsysteem de dag voor Jamie James in Daytona had beëindigd. Smith was de enige coureur die geen ronde gelapt was door Russell en Polen. Thomas Stevens had zich op een schitterende wijze naar de vierde plaats gevochten vanuit het achterveld, maar was jammer genoeg in de laatste overlapping onderuit gegaan. Nu werd David Sadowski vierde, Steve Crevier vijfde en Tsukamoto zesde. James Adamo, die slechts eenmaal een pitsstop had gemaakt, nam de zevende plek voor zijn rekening en Stevens, na zijn valpartij in de laatste ronde, werd als achtste genoteerd. Scott Russell voltooide de race in een nieuw record van 1 uur en 50 minuten, met een gemiddelde snelheid van 178.07 km/u. Het was voor Russell, zo bleek later, de eerste stap om "Mister Daytona" te worden.

UITSLAG (alleen eerste 20) DAYTONA 200 1992       

  Rijder Land Merk
1 Scott Russell USA Kawasaki
2 Doug Polen USA Ducati
3 Mike Smith USA Honda
4 David Sadowski USA Suzuki
5 Steve Crevier Canada Honda
6 Shoichi Tsukamoto Japan Kawasaki
7 James Adamo USA Ducati
8 Thomas Stevens USA Kawasaki
9 Larry Schwarzbach USA Yamaha
10 Scott Zampach USA Yamaha
11 Mark Chin USA Yamaha
12 Christian Gardner USA Yamaha
13 Eric Moe USA Honda
14 John Hopperstad USA Yamaha
15 Michael Taylor Canada Kawasaki
16 Tripp Nobles USA Kawasaki
17 Jay Springsteen USA Kawasaki
18 David Leach Noord-Ierland Yamaha
19 Adriano Narducci Italië Ducati
20 Philip McCallen Noord-Ierland Honda

 

1993

 

1993, David Sadowski, winnaar in 1990

 

 

1993, Eddie Lawson voor Scott Russell

In de week naar de racedag toe, van de 1993-er Daytona 200, zag het er naar uit alsof Scott Russell zijn tweede overwinning op een rij zou gaan winnen. Russell, aan boord van de Muzzy Kawasaki ZXR750, pakte niet alleen de pole, maar zette ook een nieuw kwalificatierecord met een tijd van 1:50.194 neer. Hiermee het bestaande record van Doug Polen, van het jaar ervoor, verbeterend. Russell won ook zijn kwalificatierace (de Twin 50 race), voor Mike Smith op de tweede plaats, met een voorsprong van maar liefst 22.147 seconden. Er was echter ook een grote verrassing in Daytona te noteren, de terugkeer naar de circuits van de vroegere wereldkampioen 500cc en 1986 Daytona 200 winnaar, Eddie Lawson. Voorafgaand aan Daytona, had Lawson zich officieel uit de racerij teruggetrokken, maar kon de aanbieding van Vance & Hines, om de open plek, door de geblesseerde Jamie James, in hun team op te vullen niet weerstaan. Wederom was er een regelverandering in Daytona, in 1993 plaatste slechts de polepositie zich rechtstreeks voor de race en de andere kwalificerende tijden moesten uit de kwalificatieraces komen. Eddie Lawson op de Vance & Hines Yamaha OW01, kon geen kwalificatietijd neerzetten door motorproblemen tijdens de ochtendtraining en moest achteraan in zijn kwalificatieheat starten. Hij vocht zich door het pak naar voren om als derde te eindigen, waardoor hij verzekerd was van een goede startpositie voor de 200. In het begin van de 52ste uitvoering van de Daytona 200 zagen de toeschouwers Russell de koppositie innemen, voor de rest van het startveld van 70 coureurs. Hij bouwde, in de eerste kilometers, al heel snel een voorsprong op voor Pascal Picotte (die de tweede Twin 50 race had gewonnen), Nieuw-Zeelander Aaron Slight, Eddie Lawson, Jacques Guenette uit Canada, de 1991 Daytona 200 winnaar Miguel Duhamel, eveneens uit Canada en Brian Morrison uit Schotland. Eddie Lawson wilde Russell niet te ver weg laten rijden en tegen het einde van de eerste ronde had hij hem bijgehaald. Doug Polen en Colin Edwards waren ondertussen bezig om hun slechte startpositie, resp. vanaf de rijen 12 en 16, goed te maken. Bij de derde doorkomst lag Polen al in vijftiende en Edwards in achttiende positie. Voor het eerst nam Lawson, in de vierde ronde de leiding over, en hij en Russell begonnen beduidend van de rest van het veld weg te lopen. De Fransman Raymond Roche op een Ducati was in derde positie, gevolgd door Duhamel, en de Yoshimura Suzuki’s van Akira Yanagawa en Steve Crevier. Een grote tragedie sloeg toe tijdens de zevende ronde toen de A.M.A. wegraceveteraan James (Jimmy) Adamo zwaar ten val en om het leven kwam. De ooggetuigenverslagen vertelden dat Adamo de controle over zijn Ducati verloor en tegen de buitenste muur in bocht zes klapte. De crash van Adamo bracht de pacecar uit, en op het moment dat het veld begon te vertragen, had Russell de leiding van Lawson overgenomen, gevolgd door Slight, Roche, Duhamel, Yanagawa, Stevens en Polen. Toen de race na vijf ronden achter de pacecar werd hervat, werd Stevens snel geëlimineerd uit de kopgroep toen hij in de chicane onderuit ging. Russell en Lawson waren nog steeds de leiders, met Duhamel nu in derde positie. Na de 16e doorkomst was Duhamel teruggezakt en de slag voor de derde plaats ging nu tussen Aaron Slight en Yanagawa, met Polen in vijfde postie op het vinkentouw. In ronde 17 maakte Russell zijn eerste stop, hiermee de leiding gevend aan Lawson, die deze hield tot ook hij in ronde 21 zijn pitsstop maakte. Na gestart te zijn vanaf de 12de rij, was Polen nu in de leiding, met Raymond Roche en Tom Kipp in tweede en derde positie. In de 25e ronde, werd Polen gedwongen om een niet geplande stop te maken voor een nieuwe band. De stop duurde langer dan voorzien en Polen keerde, net binnen de top-10 in het veld terug, daarmee zijn kansen voor een overwinning in de Daytona 200 vergooiend. In dezelfde ronde was Colin Edwards plotseling uit de race, dit door mechanische problemen. Russell was nu terug in de leiding, gevolgd door Roche, Slight en Lawson. Lawson passeerde al snel de twee coureurs voor hem naar de tweede plaats, 6,5 seconden achter Russell. In doorkomst 31 moest ook Lawson een niet geplande pitsstop maken en vervolgde de race in vijfde positie. Twee ronden later, maakte ook Russell een pitsstop die niet van tevoren voorzien was en hervatte de strijd op een derde plek, maar kwam nog wel voor Eddie Lawson terug op de baan. Miguel Duhamel was nu de koploper, met Aaron Slight dicht achter hem en Russell op 7 seconden. In ronde 39 en 40 moesten resp. Duhamel en Slight de pits opzoeken om te tanken en dit plaatste opnieuw Russell en Lawson op de eerste twee plaatsen in de race, met Russell 3,56 seconden voor Lawson. Lawson dichtte snel het gat en nam opnieuw de kop over in ronde 46. Twee ronden later werd Lawson gedwongen om opnieuw binnen te komen voor een andere band, maar kwam nog terug in tweede positie. Doorkomst 49 gaf een enorme voorsprong te zien van Russell, van 36 seconden, over Lawson, maar toen moest ook hij voor een andere achterband zijn pitsteam bezoeken. Hij slaagde erin om vanuit de pits nog in eerste positie te komen, maar het gat tussen hem en Lawson was flink kleiner geworden. Aan het begin van de laatste ronde, was Eddie Lawson juist aan het achterwiel van Russell gekomen, terwijl het duo de chicane inging. Russell werd even opgehouden door een achterblijver, en dit gaf Lawson de gelegenheid om hem te passeren. Lawson slaagde erin om de leiding te behouden en nam de zwart-wit geblokte vlag met een voorsprong van 0.051 van een seconde op Scott Russell. Eddie Lawson pakte hiermee zijn tweede winst in de Daytona 200. Het Muzzy Kawasakiteam leverde een uitzonderlijke prestatie, met het eindigen van Russell als tweede, Duhamel als derde en Slight in de vierde positie. De vijfde plek ging naar Doug Polen.

UITSLAG (alleen eerste 20) DAYTONA 200 1993       

Eddie Lawson met de Vance & Hince Yamaha, op weg naar zijn 2e Daytona 200 zege.

  Rijder Land Merk
1 Eddie Lawson USA Yamaha
2 Scott Russell USA Kawasaki
3 Miguel Duhamel Canada Kawasaki
4 Aaron Slight Nieuw-Zeeland Kawasaki
5 Doug Polen USA Ducati
6 Tom Kipp USA Honda
7 Dale Quaterley USA Kawasaki
8 Mark Farmer Engeland Yamaha
9 Jacques Guenette Canada Yamaha
10 Eddie Laycock Ierland Kawasaki
11 Michael Barnes USA Yamaha
12 Karl Truchsess Australië Kawasaki
13 Jim Moodie Schotland Kawasaki
14 Richard Moore USA Kawasaki
15 Pablo Real USA Ducati
16 Chuck Graves USA Suzuki
17 Eric Moe USA Honda
18 David Kieffer USA Ducati
19 Andrew Daetherage USA Suzuki
20 Rick Shaw USA Yamaha

 

1993 Victory Lane: links, Miguel Duhamel (3e), Eddie Lawson (winnaar in de midden) en Scott Russell (2e).

© Don Emde Productions

 

(Special thanks to Don Emde, winner of the 1972 Daytona 200, for using, abouth 30,  photographs from his book, The Daytona 200 1st edition untill 1991. He also made a 2nd edition up to 2003 and is currently working on the 3rd edition.

Deel 15, Daytona 1994-1995

HOME

©opyright 2007 - 2010 Gerard van der Pot.