|
199 1

De
Britten, die eind '80er jaren, Daytona links hadden laten leggen,
evenals de rest van Europa, waren weer terug in '91 en zij waren meer
dan ooit voordien, er op gebrand om de Daytona 200 te winnen. De leden
van het MCN-team, de naam dankend aan het grootste motorrijdersweekblad
van Groot-Brittannië, ‘Motor
Cycle Newsworld’ waren vast
van plan om de ‘trophy’ mee naar huis te nemen. Wat was er mooier om
dat dit in de 50ste editie van de klassieker te doen. De ploeg van het,
uit vijf rijders bestaande MCN-team en hun supporters, zwaaiden in hun
gedachten na de race al met de “Union Jack” om de overwinning te
vieren. De Britse coureurs hadden, in Daytona, een traditie van, goed
presteren, maar geen geluk. Grand
Prix topper Niall MacKenzie, dacht in 1990 al dat hij een grote kans op
de overwinning had, tot hij en Jamie James uit Louisiane in botsing
kwamen in de allereerste bocht van de 1990 200-editie. MacKenzie vond
dat James, op zijn Ferracci Ducati, de schuldige partij was, terwijl
James zei dat het gebrek aan ervaring, van MacKenzie, in de Internationale
Speedweek van Daytona de oorzaak van de dubbele valpartij was. Wie de
schuldige was, doet er niet meer toe, MacKenzie's gebroken sleutelbeen,
was nu een jaar later weer geheeld, en in plaats van op een Yamaha zou
de 29 jaar oude Schot aan boord van een 750cc RC30 Honda deelnemen.
Deze splinternieuw ontwikkelde “fiets” was hem door Honda UK ter beschikking gesteld. Terwijl Daytona zijn 50ste Daytona
200 vierde, was het voor Niall MacKenzie, tien jaar geleden (1981) dat
hij met racen begon. Sindsdien had hij aan vele Grand Prix deelgenomen,
zowel op 250cc, 350cc en 500cc motoren met een overvloed aan succes. In
1990 had hij, ondanks het missen van het begin van het seizoen in de
500cc, nog genoeg punten gescoord om vierde in de eindstand van het
wereldkampioenschap in de halveliterklasse te worden, nadat hij de
plaats had ingenomen van de geblesseerde Kevin Magee, in het ‘Lucky Strike Suzuki team' naast
Kevin Schwantz. Helaas was dat niet genoeg voor hem, om een plaats in
het 1991 team te krijgen en de inspanningen om een andere
fabrieksteamplaats te vinden draaiden op niets uit, zodat er na een
vierjarige carrière, in de klasse 500cc, een einde kwam aan zijn Grand
Prix optredens. Maar MacKenzie kan ook heel goed met de grote viertakten
overweg en het zou zomaar kunnen dat de coureur uit Schotland, een einde
aan de pech, van de Britten, in de Daytona 200 zou maken.
Carl Fogarty
kwam een flink eind verder, dan MacKenzie, in de Daytona 200 van 1990.
Hij reed met de leiders in de race en leek een sterke kans te maken op
de winst, totdat ook hij besloot het Daytona circuit van zeer dichtbij
te inspecteren. Hij raakte niet geblesseerd, maar was wel zeer woedend.
De 24 jarige racer uit Blackburn, Lancashire was al in het bezit van
drie TT Formule 1 wereldtitels, 1988, '89 en '90, en dit maakte Fogarty
tot één van de grootste kanshebbers in Florida. Vorig jaar, zou Carl
Fogarty, zijn geluk eigenlijk gaan beproeven in het 500cc
wereldkampioenschap, dankzij Serge Rosset. Dan verbaasde hij vriend en
vijand, door een reis naar Phillip Island, Australië, voor de Grand
Prix aldaar, te annuleren en in plaats daarvan een Superbike race te
gaan rijden. Dit betekende dus het einde van zijn Grand Prix carrière.
De plannen van Fogarty voor 1991 liggen wederom in de serie van het
Superbikekampioenschap, rijdend voor Honda UK met Niall MacKenzie als
teammaat. Fogarty kwam niet naar Daytona voor de zonneschijn en het
strand, maar om te winnen en iedereen wie hem vorig jaar aan het werk
had gezien, wist dat dit geen geintje was. Het derde lid van het Britse
Honda trio was Steve Hislop. Hij was nooit in Daytona geweest, maar dat
betekende niet dat hij kansloos was voor de overwinning. Hislop was
wereldberoemd in motorkringen, door de snelste man te zijn die ooit het
bergparcours op het Eiland Man had gereden. Zet de uit Schotland
afkomstige coureur op een circuit dat tussen vangrails, bakstenen muren,
lantaarnpalen en andere onwrikbare voorwerpen voert
en hij is briljant. Maar dat betekent niet, dat hij op een
normaal circuit niet ook erg hard kan gaan. Hij won in 1990, zeven van
de Britse 250cc races. Hij versloeg daarbij ook zijn teammaat Alan
Carter. De lange, 29 jaar oude Schot, voegde ook de titel van de Grand
Prix van Macao, in november 1990, aan zijn het groeiende lijst van successen toe.
|
|
|
|
Niall
McKenzie (l) en Carl Fogarty
aan het "werk", tijdens de editie van 1990. |
|
Programma 1991 |
Verder was daar
nog een andere Schot in het Britse Team van ‘Motor Cycle News‘, Brian
Morrison. Het vorige seizoen, ondanks gebrek aan financiën, slaagde
Morrison, als privécoureur, erin om zestiende in het
wereldkampioenschap Superbike te worden. Ook de vijfde rijder van het
team, Rob McElnea, was
gedwongen, door gebrek aan een goed 500cc team aan het begin van het
seizoen van 1990, om de overstap naar de Superbike te maken, net als
MacKenzie, dit seizoen had moeten doen. Rob zou dat nu niet meer willen
veranderen. Hij eindigde als vijfde in het wereldkampioenschap op zijn
Loctite Yamaha en genoot van de races, de atmosfeer en de kameraadschap
in het kampioenschap van de “grote fietsen”. De enige klacht die hij
had, was dat de Yamaha’s niet zo snel als de oppositie waren. Maar
voor 1991 was er meer fabriekshulp beloofd aan de ploeg van manager
Steve Parrish. Rob was overigens liever professioneel golfspeler
geworden, maar als Steve Parrish hem van de golfbanen in Florida vandaan
wist te houden, dan maakte hij een goede kans om naar het podium in de
200 te rijden.
De winnaar van
de editie van 1990, Dave Sadowski uit New-England, was niet in staat
zijn titel te verdedigen door een blessure aan zijn rug, die hem aan de
kant hield. Zijn zadel bij het Vance & Hinces Yamahateam was nu
ingenomen door Jamie James, die in 1990, op een Ducati, niet door de
eerste bocht was gekomen, door een valpartij. Hij was in 1990 wel als
tweede geëindigd in de A.M.A. Grand National serie in de Superbike
klasse, achter Doug Chandler. De hoop van Kawasaki was gevestigd op
Scott Russell, uit Smryna, Georgia.
 |
|
1991
Start van de Daytona 200, met Tom Kipp (#16), Pascal Picotte
(#34), Scott Russell (#22), Niall MacKenzie (#102), Jamie James
(#2), Dave Leach (#103), Miguel Duhamel (#97), Robert Holden
(#90), Doug Polen (#23), Rueben McMurter (#24), Freddie Spencer
(#19), Thomas Stevens (#11). |
|
©
Don Emde Productions |
Aan het begin
van de Speedweek van 1991 leek alles erop dat Doug Polen de grote
favoriet was om de Daytona 200 te winnen dat jaar. Hij maakte de hoge
verwachtingen waar door de polepositie te pakken aan boord van zijn
snelle Ducati 888. Hij zette daarbij een nieuw record door het bestaande
record uit 1990 van Thomas Stevens te verpulveren. Met zijn Honda RC30,
zette Miguel Duhamel, achter Polen, de tweede kwalificatietijd. Duhamel,
zoon van de legendarische Canadese racer Yvon Duhamel, was op het
laatste ogenblik aan het startveld toegevoegd. Hij vulde de opengevallen
plaats op van de geblesseerde Randy Renfrow bij het Commonwealth Honda
Camelteam slechts één maand voor Daytona. Achter Duhamel zijn tweede
plaats in de kwalificatie maakten Jamie James op zijn Vance & Hines
Yamaha OW01, Scott Russell op de Muzzy Kawasaki ZX -7R, en de winnaar
van de Daytona 200, in 1985, Freddie Spencer (Two Brothers Racing Honda
RC30 ) en Mike Smith (Yoshimura Suzuki GSXR750) de eerste zes compleet.
Wederom werd er in 1991 een nieuwigheid aan de race toegevoegd. De zgn.
‘Arai Twin 50s’, die de definitieve startopstelling zou bepalen.
Gebaseerd op de kwalificatietijden, werd het veld verdeeld in twee
groepen voor een 50-mijls heatrace. Het startveld voor de 200 werd bepaald n.a.v. je plaatsing
in deze twee races. Doug Polen won de eerste race en Scott
Russell eiste de winst op in de tweede. In het begin van de race in de
200 zag men de uit Georgia afkomstige Scott Russell, de leiding nemen, dicht gevolgd door privérijder Tom Kipp en
de Canadese Yamaha-coureur Pascal Picotte. Tegen het eind van de eerste
ronde bracht een valpartij, in bocht vier, de pacecar in de baan, voor
wat zijn eerste van drie “optredens” tijdens deze dag zou zijn. De
voor de race favoriet geachte Doug Polen was uit de race na slechts één
enkele doorkomst. Dit was toe te schrijven aan een afgelopen ketting.
Russell leidde het veld achter de tempoauto voor drie doorkomsten rond
het 3.56-mile circuit, aangezien de baan moest worden schoongemaakt. Op
het moment dat de pacecar de baan verliet, nam Tom Kipp, op zijn Yamaha
OW01, de kop over van Duhamel. Tot ronde 10, toen nam Rich Arnaiz op een
Honda RC30 de leiding over, om na twee ronden door Jamie James
gepasseerd te worden. Kipp ging in de 14e ronde
voor het eerst de pits in en zijn racedag beëindigde kort daarna
door een opgeblazen koppakking. Freddie Spencer, die in de kopgroep had
meegereden, moest ook
daarna al spoedig de pits in met een slippende koppeling. James leidde
de race tot ronde 19, toen hij een geplande pitsstop maakte. Dit gaf
Duhamel de leiding terug, aangezien James in negende positie in de race
terugkwam. In ronde 20 blies de motor van Pascal Picotte zijn Yamaha
op. Dit maakte dat hij Doug Polen, Tom Kipp en Freddie Spencer in de
pits kon gaan vergezellen om de race vandaar uit verder te kunnen
volgen. Tegen die tijd, had Duhamel een 12 seconden voorsprong opgebouwd
op Scott Russell. Russell werd weer gevolgd door Rich Arnaiz, Jamie
James, Thomas Stevens en Dale Quarterley op de plaatsen drie t/m zes.
Een olielekkage bracht opnieuw de pacecar in de baan tijdens de
30e ronde die de rest van de koplopers toestond om het gat met Miguel Duhamel te dichten. James nam nu de tweede plek over, met achter hem
Russell, Arnaiz en Stevens. Vlak na de periode achter de pacecar, toen
men het nog rustig aan moest doen, gingen Duhamel en Russell de pits in
voor benzine en banden in de 33e ronde en een ronde later deed Rich
Arnaiz hetzelfde. Na zijn stop reed Duhamel terug naar de kop van het
veld en pakte snel weer een voorsprong. Russell was opnieuw tweede voor
Stevens, Quarterley, Arnaiz en James. In ronde 44 was de derde en
laatste verschijning van de tempoauto (na een valpartij van Carl
Fogarty) die nogmaals een einde maakte aan de voorsprong van Duhamel. De
pacecar leidde het veld tot ronde 51, waarna Scott Russell een pitsstop
maakte, die hem een plaats bij de eerste drie kostte. Wederom pakte
Duhamel een flinke voorsprong op de rest van het veld en liet Stevens en
James achter, om voor de tweede plaats te strijden. Duhamel reed nu
onbedreigd en niet meer gestoord door wat dan ook naar de overwinning.
Miguel Duhamel, 23 jaar oud, geboren in Quebec, Canada, had de Daytona
200 tijdens zijn eerste poging gewonnen. Hij deed wat zijn vader in de
jaren ’70 tevergeefs had geprobeerd. Zijn overwinning in 1991 was
slechts het begin van vele grote successen in Daytona, zo zou achteraf
blijken. Jamie James werd tweede voor Thomas Stevens, Arnaiz vierde en
Scott Russell vijfde.
|
UITSLAG
(alleen eerste 20) DAYTONA 200 1991  |
|
Victory
Lane 1991: Thomas
Stevens, Miguel Duhamel en Jamie James |
| |
Rijder |
Land |
Merk |
|
1 |
Miguel
Duhamel |
Canada |
Honda |
|
2 |
Jamie
James |
USA |
Yamaha |
|
3 |
Thomas
Stevens |
USA |
Yamaha |
|
4 |
Rich
Arnaiz |
USA |
Honda |
|
5 |
Scott
Russell |
USA |
Kawasaki |
|
6 |
Dale
Quaterley |
USA |
Honda |
|
7 |
Rueben
McMurter |
Canada |
Honda |
|
8 |
Niall
MacKenzie |
Engeland |
Honda |
|
9 |
Mark
Chin |
USA |
Kawasaki |
|
10 |
Steve
Hislop |
Schotland |
Honda |
|
11 |
David
Leach |
Noord-Ierland |
Yamaha |
|
12 |
Britt
Turkington |
USA |
Suzuki |
|
13 |
Jacques
Guenette |
Canada |
Kawasaki |
|
14 |
Mike
Harth |
USA |
Yamaha |
|
15 |
Robert
Holden |
Nieuw-Zeeland |
Yamaha |
|
16 |
Tommy
Lynch |
USA |
Suzuki |
|
17 |
John
Hopperstad |
USA |
Yamaha |
|
18 |
Wes
Cooley |
USA |
Honda |
|
19 |
Mark
Foster |
USA |
Yamaha |
|
20 |
Rick
Shaw |
USA |
Yamaha |
|

|
|
Yvon
Duhamel feliciteerd zijn zoon
Miguel
met zijn eerste 200 winst |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
| Chris
Carr |
Ricky
Graham |
Doug
Chandler |
Rodney
Farris |
Craig
Estelle |
Scott
Stump |
John
Long |
Scott
Russell |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
| Robbie
Petersen |
Jon
Cornwell |
Tod
Hebert |
Thomas
Stevens |
John
Ashmead |
Steve
Aseltine |
Randy
Renfrow |
Gary
Goodfellow |
199 2

In 1992 pakte Doug
Polen opnieuw de polepositie voor de 200, Polen, op zijn Ducati 888, die
hij in een prachtige tijd van 1:50.388 kwalificeerde, hiermee zijn eigen
ronderecord van het jaar ervoor met bijna drie seconden verbeterend. Scott Russell, op de Muzzy Kawasaki ZX-7R, kwalificeerde zich achter
Doug Polen met een tijd van 1:50.743. Door een regelverandering, zouden
de snelste vier rijders van de kwalificatie op de woensdag hun posities
voor de 200 veilig stellen. De rest van het veld plaatste zich volgens
hun finish in de ‘Ami Twin 50’ (kwalificatieraces ingevoerd in 1991)
races op vrijdag. Naast Polen en
Russell, gingen de andere twee plekken op de voorste rij naar Takahiro
Sohwa en Shoichi Tsukamoto, beide bereden een Kawasaki ZX-7R voor de
Kawasakifabriek in Japan. Nadat de ‘Ami Twin 50’ races waren verreden,
werd de tweede startrij gevormd door Jamie James op de Vance & Hines
Yamaha, de Canadees Pascal Picotte op de ‘Fast Ferracci’ Ducati
(teamgenoot van Doug Polen), Mike Smith op de Commonwealth Camel Honda
en John Reynolds op Kawasaki. De titelverdediger van 1991, Miguel
Duhamel, was niet aanwezig, aangezien hij een contract had getekend bij Yamaha-France-Banco, in de 500cc Grand Prix racerij. Zoals zovelen voor
en na hem, kwam hij er achter dat de 500cc racerij heel wat anders was
dan welke discipline of klasse dan ook. Hij sprokkelde hier en daar wat
puntjes bijeen, maar kwam niet verder dan een 12e plaats in de
eindstand. Hij zou dan ook na een jaar weer terugkeren naar de
Amerikaanse racerij. Terug naar de 200 van 1992. Toen de groene vlag op zondag viel, was
het Russell die het veld in de eerste draai aanvoerde. Polen was een
paar fietslengten achter hem, dicht gevolgd door Shoichi Tsukamoto,
Pascal Picotte, Jamie James, Mike Smith, Takahiro Sohwa en de 1990 Daytona 200 winnaar, David Sadowski. Na
de derde doorkomst zat Polen dicht op de hielen van Russell en de twee
begonnen samen een flinke voorsprong op de rest van het veld te nemen.
Derde plaats rijder, Sohwa, zat al meer dan zes seconden achter het duo,
met James, Smith, Picotte, Guenette, Sadowski en Steve Crevier een paar
lengten daar weer achter. De regerende Superbike kampioen Thomas Stevens
(Muzzy teammaat bij Kawasaki van Russell) vocht zich door het veld naar
voren. Stevens was pas van de 15de startrij vertrokken, nadat hij tijdens de ‘Ami
Twin 50’ races op vrijdag ten
val was gekomen. Russell en Polen hielden samen de leiding tot de 18e
ronde, toen Russell zijn eerste van de twee geplande pitsstops maakte.
Tijdens het bijtanken raakte het snelvulsysteem defect, daarbij Russell
en zijn fiets doorwekend met benzine. Polen maakte zijn eerste stop één
ronde later, hiermee de leiding aan Pascal Picotte overhandigend.
Picotte leidde tot ronde 24, toen hij ook voor brandstof en een nieuwe
achterband naar binnen moest. Hij keerde terug op de baan, slechts voor
korte tijd, om daarna onderuit te gaan. Polen was terug aan de leiding,
met dicht daarachter Scott Russell. In ronde 34 maakte Russell opnieuw
een stop voor meer brandstof en een nieuwe achterband, maar behield zijn
tweede plaats (en bleef een stuk droger dan de eerste keer!). Polen
maakte ook zijn tweede stop met een 50 seconden voorsprong op Russell en
toen hij terug op de baan kwam, had hij nog 10 seconden daarvan over.
Russell liep snel op Polen in en met nog 12 ronden te gaan in de race,
begonnen de twee met één van de mooiste gevechten die men in Daytona
ooit had gezien. Russell en Polen namen afwisselend de kop, maar Doug
Polen leidde in de laatste ronde toen zij uit de chicane kwamen. Polen
pakte een kleine voorsprong en het leek alsof hij op weg was naar de
overwinning. Russell maakte echter gebruik van een paar achterblijvers
en sloot opnieuw bij Polen aan. Op het moment dat de twee “fietsen”
naar de finishlijn brulden, kwam Russell in de slipstream van Polen en
spoot hem voorbij, om de 51ste uitvoering van de Daytona 200 te winnen,
met slechts 0.182 van een seconde voorsprong.
 |
|
1992,
Scott Russell troeft Doug Polen met minimaal verschil af op de
finishlijn. |
|
©
Don Emde Productions |
Kawasaki en Scott Russell
pakten hiermee hun allereerste Daytona 200 overwinning. Alle andere drie
grote Japanse fabrieken (Honda, Yamaha en Suzuki) hadden dit inmiddels al
gepresteerd, behalve de in 1949 opgerichte motorenafdeling van Kawasaki Heavy
Industries (producent van vliegtuigen, treinen, schepen en vanaf '49 ook
motoren). Nu was dat ook een feit. De derde plaats ging
naar Mike Smith, die deze in zijn schoot geworpen kreeg, nadat in ronde
48 een beschadigd uitlaatsysteem de dag voor Jamie James in Daytona had
beëindigd. Smith was de enige coureur die geen ronde gelapt was door
Russell en Polen. Thomas Stevens had zich op een schitterende wijze naar
de vierde plaats gevochten vanuit het achterveld, maar was jammer genoeg
in de laatste overlapping onderuit gegaan. Nu werd David Sadowski
vierde, Steve Crevier vijfde en Tsukamoto zesde. James Adamo, die
slechts eenmaal een pitsstop had gemaakt, nam de zevende plek voor zijn rekening en Stevens, na zijn valpartij in de laatste
ronde, werd als achtste genoteerd. Scott Russell voltooide de race in
een nieuw record van 1 uur en 50 minuten, met een gemiddelde snelheid
van 178.07 km/u.
Het was voor Russell, zo bleek later, de eerste stap om "Mister Daytona"
te worden.
|
UITSLAG
(alleen eerste 20) DAYTONA 200 1992 |
| |
Rijder |
Land |
Merk |
|
1 |
Scott
Russell |
USA |
Kawasaki |
|
2 |
Doug Polen
|
USA |
Ducati |
|
3 |
Mike Smith |
USA |
Honda |
|
4 |
David Sadowski |
USA |
Suzuki |
|
5 |
Steve Crevier |
Canada |
Honda |
|
6 |
Shoichi Tsukamoto |
Japan |
Kawasaki |
|
7 |
James
Adamo |
USA |
Ducati |
|
8 |
Thomas
Stevens |
USA |
Kawasaki |
|
9 |
Larry Schwarzbach |
USA |
Yamaha |
|
10 |
Scott Zampach |
USA |
Yamaha |
|
11 |
Mark
Chin |
USA |
Yamaha |
|
12 |
Christian Gardner |
USA |
Yamaha |
|
13 |
Eric Moe |
USA |
Honda |
|
14 |
John
Hopperstad |
USA |
Yamaha
|
|
15 |
Michael Taylor |
Canada |
Kawasaki |
|
16 |
Tripp Nobles |
USA |
Kawasaki |
|
17 |
Jay Springsteen |
USA |
Kawasaki |
|
18 |
David
Leach |
Noord-Ierland |
Yamaha |
|
19 |
Adriano Narducci |
Italië |
Ducati |
|
20 |
Philip McCallen |
Noord-Ierland |
Honda |
199 3
 |
|
 |
|
1993,
David Sadowski, winnaar in 1990 |
|
|
|
1993,
Eddie Lawson voor Scott Russell |
In de week naar de racedag toe, van de 1993-er
Daytona 200, zag het er naar uit alsof Scott Russell zijn tweede
overwinning op een rij zou gaan winnen. Russell, aan boord van de Muzzy
Kawasaki ZXR750, pakte niet alleen de pole, maar zette ook een nieuw
kwalificatierecord met een tijd van 1:50.194 neer. Hiermee het bestaande
record van Doug Polen, van het jaar ervoor, verbeterend. Russell won ook
zijn kwalificatierace (de Twin 50 race), voor Mike Smith op de tweede
plaats, met een voorsprong van maar liefst 22.147 seconden. Er was
echter ook een grote verrassing in Daytona te noteren, de terugkeer naar
de circuits van de vroegere wereldkampioen 500cc en 1986 Daytona 200
winnaar, Eddie Lawson. Voorafgaand aan Daytona, had Lawson zich
officieel uit de racerij teruggetrokken, maar kon de aanbieding van
Vance & Hines, om de open plek, door de geblesseerde Jamie James,
in hun team op te vullen niet weerstaan. Wederom was er een
regelverandering in Daytona, in 1993 plaatste slechts de polepositie
zich rechtstreeks voor de race en de andere kwalificerende tijden
moesten uit de kwalificatieraces komen. Eddie Lawson op de Vance &
Hines Yamaha OW01, kon geen kwalificatietijd neerzetten door
motorproblemen tijdens de ochtendtraining en moest achteraan in zijn
kwalificatieheat starten. Hij vocht zich door het pak naar voren om als
derde te eindigen, waardoor hij verzekerd was van een goede startpositie
voor de 200. In het begin van de 52ste uitvoering van de Daytona 200
zagen de toeschouwers Russell de koppositie innemen, voor de rest van
het startveld van 70 coureurs. Hij bouwde, in de eerste kilometers, al
heel snel een voorsprong op voor Pascal Picotte (die de tweede Twin 50
race had gewonnen), Nieuw-Zeelander Aaron
Slight, Eddie Lawson, Jacques Guenette uit Canada, de 1991 Daytona 200
winnaar Miguel Duhamel, eveneens uit Canada en Brian Morrison uit
Schotland. Eddie Lawson wilde Russell niet te ver weg laten rijden en
tegen het einde van de eerste ronde had hij hem bijgehaald. Doug Polen
en Colin Edwards waren ondertussen bezig om hun slechte startpositie,
resp. vanaf de rijen 12 en 16, goed te maken. Bij de derde doorkomst lag
Polen al in vijftiende en Edwards in achttiende positie. Voor het eerst
nam Lawson, in de vierde ronde de leiding over, en hij en Russell
begonnen beduidend van de rest van het veld weg te lopen. De Fransman
Raymond Roche op een Ducati was in derde positie, gevolgd door Duhamel,
en de Yoshimura Suzuki’s van Akira Yanagawa en Steve Crevier. Een
grote tragedie sloeg toe tijdens de zevende ronde toen de A.M.A.
wegraceveteraan James (Jimmy) Adamo zwaar ten val en om het leven kwam.
De ooggetuigenverslagen vertelden dat Adamo de controle over zijn Ducati
verloor en tegen de buitenste muur in bocht zes klapte. De crash van
Adamo bracht de pacecar uit, en op het moment dat het veld begon te
vertragen, had Russell de leiding van Lawson overgenomen, gevolgd door
Slight, Roche, Duhamel, Yanagawa, Stevens en Polen. Toen de race na vijf
ronden achter de pacecar werd hervat, werd Stevens snel geëlimineerd
uit de kopgroep toen hij in de chicane onderuit ging. Russell en Lawson
waren nog steeds de leiders, met Duhamel nu in derde positie. Na de 16e
doorkomst was Duhamel teruggezakt en de slag voor de derde plaats ging
nu tussen Aaron Slight en Yanagawa, met Polen in vijfde postie op het
vinkentouw. In ronde 17 maakte Russell zijn eerste stop, hiermee de
leiding gevend aan Lawson, die deze hield tot ook hij in ronde 21 zijn
pitsstop maakte. Na gestart te zijn vanaf de 12de rij, was Polen nu in
de leiding, met Raymond Roche en Tom Kipp in tweede en derde positie. In
de 25e ronde, werd Polen gedwongen om een niet geplande stop te maken voor
een nieuwe band. De stop duurde langer dan voorzien en Polen keerde, net
binnen de top-10 in het veld terug, daarmee zijn kansen voor een
overwinning in de Daytona 200 vergooiend. In dezelfde ronde was Colin
Edwards plotseling uit de race, dit door mechanische problemen. Russell
was nu terug in de leiding, gevolgd door Roche, Slight en Lawson. Lawson
passeerde al snel de twee coureurs voor hem naar de tweede plaats, 6,5
seconden achter Russell. In doorkomst 31 moest ook Lawson een niet
geplande pitsstop maken en vervolgde de race in vijfde positie. Twee
ronden later, maakte ook Russell een pitsstop die niet van tevoren
voorzien was en hervatte de strijd op een derde plek, maar kwam nog wel
voor Eddie Lawson terug op de baan. Miguel Duhamel was nu de koploper,
met Aaron Slight dicht achter hem en Russell op 7 seconden. In ronde 39
en 40 moesten resp. Duhamel en Slight de pits opzoeken om te tanken en
dit plaatste opnieuw Russell en Lawson op de eerste twee plaatsen in de
race, met Russell 3,56 seconden voor Lawson. Lawson dichtte snel het
gat en nam opnieuw de kop over in ronde 46. Twee ronden later werd Lawson gedwongen om opnieuw binnen te komen voor een andere band, maar
kwam nog terug in tweede positie. Doorkomst 49 gaf een enorme
voorsprong te zien van Russell, van 36 seconden, over Lawson, maar toen
moest ook hij voor een andere achterband zijn pitsteam bezoeken. Hij
slaagde erin om vanuit de pits nog in eerste positie te komen, maar het
gat tussen hem en Lawson was flink kleiner geworden. Aan het begin van
de laatste ronde, was Eddie Lawson juist aan het achterwiel van Russell
gekomen, terwijl het duo de chicane inging. Russell werd even opgehouden
door een achterblijver, en dit gaf Lawson de gelegenheid om hem te
passeren. Lawson slaagde erin om de leiding te behouden en nam de
zwart-wit geblokte vlag met een voorsprong van 0.051 van een seconde op
Scott Russell. Eddie Lawson pakte hiermee zijn tweede winst in de Daytona 200.
Het Muzzy Kawasakiteam leverde een uitzonderlijke prestatie, met het
eindigen van Russell als tweede, Duhamel als derde en Slight in de vierde
positie. De vijfde plek ging naar Doug Polen.
|
UITSLAG
(alleen eerste 20) DAYTONA 200 1993

|
|
Eddie
Lawson met de Vance & Hince Yamaha, op weg naar zijn 2e
Daytona 200 zege. |
| |
Rijder |
Land |
Merk |
|
1 |
Eddie
Lawson |
USA |
Yamaha
|
|
2 |
Scott
Russell |
USA |
Kawasaki |
|
3 |
Miguel
Duhamel |
Canada |
Kawasaki |
|
4 |
Aaron Slight |
Nieuw-Zeeland |
Kawasaki |
|
5 |
Doug
Polen
|
USA |
Ducati |
|
6 |
Tom Kipp |
USA |
Honda |
|
7 |
Dale
Quaterley
|
USA |
Kawasaki |
|
8 |
Mark Farmer |
Engeland |
Yamaha |
|
9 |
Jacques
Guenette |
Canada |
Yamaha |
|
10 |
Eddie Laycock |
Ierland |
Kawasaki |
|
11 |
Michael Barnes |
USA |
Yamaha |
|
12 |
Karl Truchsess |
Australië |
Kawasaki |
|
13 |
Jim Moodie |
Schotland |
Kawasaki |
|
14 |
Richard Moore |
USA |
Kawasaki |
|
15 |
Pablo Real |
USA |
Ducati |
|
16 |
Chuck Graves |
USA |
Suzuki |
|
17 |
Eric Moe
|
USA |
Honda
|
|
18 |
David Kieffer |
USA |
Ducati |
|
19 |
Andrew Daetherage |
USA |
Suzuki |
|
20 |
Rick
Shaw
|
USA |
Yamaha
|
 |
|
1993
Victory Lane: links, Miguel Duhamel (3e), Eddie Lawson (winnaar in
de midden) en Scott Russell (2e). |
|
©
Don Emde Productions |
|
|
(Special
thanks to Don Emde, winner of the 1972 Daytona 200, for using, abouth
30, photographs from his book, The
Daytona 200 1st edition untill 1991. He also made a 2nd edition up
to 2003 and is currently working on the 3rd edition.
Deel
15, Daytona 1994-1995
HOME |
|
©opyright 2007 - 2010 Gerard van der Pot. |
|