Home Jack Middelburg Guestbook GP-races Daytona Toon Kannekens Diverse

 

1989

                

Soms komen dromen uit. John Ashmead, een lokale favoriet uit Florida, greep de mooiste overwinning uit zijn racecarrière door zondag 12 maart de Daytona 200 op zijn naam te schrijven. Maar de 25-jarige coureur wilde het pas geloven toen hij op het erepodium een cheque van 16.000 dollar in zijn handen kreeg gedrukt.

In 1989, was de Suzuki GSXR750 de machine om te verslaan. Na lang gewacht te hebben op een Daytona overwinning, hoopte Suzuki om een winnende serie neer te zetten. Tijdens de kwalificatie leek het alsof hun kansen vrij goed waren. De snelste zes coureurs, Doug Polen, Scott Russell, David Sadowski, Jamie James, Gary Goodfellow en Martin Wimmer, bereden allen een Suzuki. De snelste tijd van Doug Polen, niet een record, was meer dan een seconde sneller dan die van de nummer twee. Het zou echter niet de dag van Suzuki worden, want al de rijders kwamen problemen tegen gedurende de race.

1989: Gary Goodfellow (#11, vlak voor zijn crash), Richard Arnaiz (#27), John Asmead (#37) en David Sadowski (#25) 

Ashmead was in de 200 mijls-superbikerace één van de vijf koplopers gedurende de incidentrijke race, maar in de slotfase was hij de man die zijn vier jaar oude Honda VFR750 naar de eerste plaats wist te sturen, ook al was hij blijkens zijn reactie na afloop daarvan zelf niet op de hoogte. Na het beëindigen van de 57 ronden had Ashmead een voorsprong van 22 seconden op Jamie James een 27-jarige rijder uit Louisiana, die een fabrieks Yoshimura-Suzuki bemande. Ondanks deze tweede plaats was het verder een slechte dag voor het Yoshimura-team, dat zo hoopvol aan de Daytona 200-Miler begon. De uit Texas afkomstige Doug Polen had zijn Yoshimura-Suzuki naar "pole-position" weten te sturen gedurende de kwalificatieraces. Doug Polen nam in de tweede ronde de leiding, maar halfweg de race moest hij opgeven vanwege olielekkage. Dit bracht Sadowski voor het eerst aan de leiding op zijn Vance & Hines Suzuki, maar hij had hier slechts van zeer korte duur plezier van, alvorens zijn koppeling het begaf. De Suzuki fans hadden toen nog maar één GSXR750 die zij konden toejuichen, die van Jamie James. James, wiens eerste Daytona 200, in 1988, slechts 16 ronden had geduurd, reed een prima race aan de kop van het veld voor Rich Arnaiz en John Ashmead. Arnaiz ging later onderuit en dit gaf Ashmead een prima tweede plaats. Al bij de start had het Yoshimura-team een gevoelige klap moeten incasseren, toen hun nieuwe man, Scott Russell, van achteren werd getorpedeerd, toen zijn machine blokkeerde. Mark Bougas, was degene die achterop Russell reed en voor hem was de race over, nadat hij bij de aanrijding diverse botjes in zijn hand brak. Voor het eerst in de Daytona-geschiedenis werd de start afgebroken en opnieuw gedaan. Scott Russell kon na enig sleutelwerk zijn startplaats weer innemen, maar zijn machine bleek al  behoorlijk tweedehands te zijn. In de race bleek al snel dat niet alle schade gerepareerd was en door een verbogen kettinggeleider moest Russell, die afkomstig is uit Georgia, al vroeg opgeven toen de ketting er afliep. Met twee Yoshimura-Suzukirijders langs de kant, leek de kans op succes voor het Yoshimura­team minimaal, maar gelukkig slaagde de derde rijder erin zich in de kijker te rijden, hoewel ook hij niet aan de pechduivel zou ontsnappen. Jamie James lag 20 van de 57 ronden aan de leiding, maar toen begon ook voor hem de ellende. De motor begon over te slaan en nadat een extra benzinestop daarin geen verbetering had gebracht en de ontsteking steeds meer begon op te spelen, slaagde John Ashmead er in de koppositie over te nemen. "Met een goed lopende motor had ik hem misschien kunnen pakken. Maar nu had ik geen schijn van kans. Maar ik ken John goed en ik ben blij dat hij gewonnen heeft", aldus Jamie James. 

John Ashmead zag zijn startnummer (#37) weliswaar na afloop van de race levensgroot op het elektrische scorebord staan, maar meende zelf dat dit wel een vergissing zou zijn. Voor alle zekerheid reed hij toch maar naar "Victory Lane", waar hij opgewacht werd door een juichende pitbemanning. De overwinning kwam dan ook als een totale verrassing. Een privécoureur, op een vier jaar oude Honda, die de fabrieksteams met hun jonge topcoureurs versloeg. Het zou ook de laatste keer zijn dat een privérijder de 200 zou winnen. Ashmead verdiende er een contract bij Kawasaki mee, maar 1990 werd een rampseizoen met vele ongelukken, blessures en mechanische problemen. Het contract zou ook niet verlengd worden. Hij werd nog wel vijfde op de fabrieksmotor in de Daytona 200 van 1990, hij zou totaal 20 keer (tussen 1983 en 2003) deelnemen aan deze schitterende race en staat heden ten dage nog hoog in de top tien van coureurs die de meeste kilometers in de 200 hebben afgelegen. De derde plaats in de 200 in 1989 was voor Kevin Rentzell, nadat deze zich in de natte trainingen als negentiende had gekwalificeerd. "Dit is de eerste keer dat ik Daytona zonder motorische problemen heb kunnen uitrijden", vertelde Rentzell na afloop, die ook blij verrast was met zijn derde plaats omdat hij het, wegens ziekte van zijn helper, gedurende de race zonder pitsignalen had moeten stellen. Grand Prix 250cc piloot Martin Wimmer (dit jaar in Daytona één van de weinige gerenommeerde Europese coureurs) zag een ereplaats aan zijn neus voorbij gaan doordat de remmen van zijn Suzuki (geleend van een Amerikaans Superbiketeam) te heet werden. Driemaal moest Wimmer rechtdoor en deze escapades kostten zoveel tijd dat Wimmer uiteindelijk slechts zesde werd, nadat hij in de laatste ronde nog door de Amerikaan Mike Harth van de vijfde plaats werd verdrongen.

Pitsstop Doug Polen, zou later, aan de leiding liggend, uitvallen door olielekkage. De zeer verrassende winnaar, John Ashmead.

"Ik was vijf jaar niet meer in Daytona geweest, maar de Daytona Speedweek leek mij dit jaar een prima voorbereiding voor de Grand Prix in Japan", zei Wimmer, die zich op een vrijwel standaard Suzuki GSX-R750 als zesde had weten te kwalificeren en daardoor vanaf de tweede startrij mocht vertrekken. Zijn start mislukte echter volkomen en pas toen de "pace-car" de race na een valpartij in de chicane vijf ronden lang neutraliseerde, wist Wimmer aansluiting te krijgen bij de koplopers. Bij de valpartij in de chicane, veroorzaakt door een oliespoor van de machine van Kathleen Coburn, waren vier rijders betrokken. De man met de meeste pech was de Canadees Gary Goodfellow, die wegens een gebroken arm, gebroken ribben en een gebroken been een tweede plaats verloren zag gaan. Weer werd de race d.m.v. de "pace-car" getemporiseerd en na vijf ronden achter de auto, kon de race dus weer verder. De 200 mijls Superbikerace zat vol pech en drama's, maar niet voor de onbekende winnaar John Ashmead, die als privérijder een droom in vervulling zag gaan.  

John Kocinski (hier tijdens de 250cc race in actie), winnaar 250cc expert race en van de Supersport 600.

Voor John Kocinski, de beschermeling van Kenny Roberts, betekende de Daytona Speedweek een prima seizoenstart. Kocinski won zowel de 250cc race (foto's links en rechts) over 100 mijl als de 600cc Supersportrace, beide op Yamaha. Kocinski wist de 600cc Supersports race op zijn sloffen te winnen, ondanks het feit dat hij vanuit de tweede startgroep moest vertrekken, een tijdstraf die hij opgelegd kreeg omdat hij in de kwalificatierace vanaf een verkeerde startplaats was vertrokken. Maar John Kocinski won de 10 ronden durende race met gemak. Wat de tijdstraf betreft had hij de rest van het veld wel een halve ronde voorsprong kunnen gunnen, want dan nog zou hij deze race gewonnen hebben.

De leiding in de 600cc race was eerst in handen van teamgenoot Thomas Stevens, totdat John Kocinski orde op zaken kwam stellen. Stevens was daarna zo onverstandig om bij Kocinski te wil­len blijven, wat hem op een valpartij kwam te staan. In de 250cc race kreeg Kocinski met heftige tegenstand te maken van de door Randy Mamola gesponsorde Richard Oliver, die in eerste instantie de 100-Miler aanvoerde. Nadat Kocinski de leiding overgenomen had, bleef Oliver hem flink op de huid zitten, om zich pas laat in de race gewonnen te geven. Oliver had op zijn beurt weer een royale voorsprong op Richard Moore, Don Greene, Daniel Coe en de Brit Alan Carter. Laatstgenoemde maakte in de laatste ronde een foutje, waardoor hij van de derde naar de zesde plaats terugviel en een ereplaats op het podium verloren zag gaan. De mooiste close-finish viel te zien in de op vrijdag verreden Battle of the Twins. De Australiër Paul Lewis en de Amerikaan Dale Quarterly deden elkaar geen meter kado en het duo kwam zij aan zij naar de finish gestormd. Quarterly won met slechts een (Ducati) wiellengte voorsprong....  

 
1989: John Kocinski winnaar van de 250cc race en de 600cc Supersportrace Victory Lane, Richard Oliver (2e), John Kocinski (1e) en Richard Moore (3e)  

 

UITSLAG (alleen eerste 20) DAYTONA 200 1989

John Ashmead

 

  Rijder Land Merk Aantal ronden
1 Josh Ashmead USA Honda 57
2 Jamie James USA Suzuki 57
3 Kevin Rentzell USA Suzuki 57
4 Ottis Lance USA Suzuki 57
5 Mike Harth USA Suzuki 57
6 Martin Wimmer West-Duitsland Suzuki 57
7 Keith Pinkstaff USA Suzuki 57
8 Rich Schlachter USA Honda 57
9 Charles Pittman USA Suzuki 57
10 Jay Springsteen USA Yamaha 56
11 John Eidenberger USA Suzuki 56
12 Deiter Lane USA Suzuki 56
13 Eric Moe USA Suzuki 56
14 Ricky Orlando USA Suzuki 56
15 Paul Schwemmer USA Honda 56
16 Randy Texter USA Suzuki 56
17 Dave Kieffer USA Honda 56
18 Kye Gunn USA Suzuki 55
19 Steve Morehead USA Suzuki 55
20 Tommy Sloan USA Yamaha 55

 

UITSLAG DAYTONA 100 mile expert 250cc 1989

  Rijder Land Merk
1 John Kockinski USA Yamaha
2 Richard Olivier USA Yamaha
3 Richard Moore USA Yamaha
4 Don Greene USA Yamaha
5 Daniel Coe USA Yamaha
6 Alan Carter Engeland Aprilia
7 Chris d'Alusio USA Yamaha
8 Miguel Duhamel  Canada Aprilia

UITSLAG Battle Of The Twins 1989

 
  Rijder Land Merk
1 Dale Quaterly USA Ducati
2 Paul Lewis Australië Honda
3 James Adamo USA Ducati
4 Randy Shamuall USA Ducati
5 John Long USA Ducati
6 André Bernard Frankrijk Ducati
7 Herbert Enzinger West-Duitsland BMW
8 Pablo Real USA Ducati
9 David Kieffer USA Ducati
10 David Emde USA BMW

 

 In 1989 werd er een nieuw stadion in Daytona geopend voor de shorttrack races.

1990

Op het moment dat het decennium van de jaren '90 begon, bracht een belangrijke regelverandering een nieuwe kijk op Daytona. Volgens de oude regels, moest een machine een wettelijk straatmotorfiets zijn om mee te mogen doen aan de Daytona 200 van de A.M.A. Volgens de nieuwe regels, moest een motorfiets één van de productiemodellen van de fabrikant zijn, maar hoefde geen legale straatfiets meer te zijn. In Daytona kwamen nu voor de eerste keer 750cc Honda RC30'S, Kawasaki ZX-7 en Yamaha OW01’ s aan de start, alle motorfietsen die voor de Superbikeklasse van het wereldkampioenschap waren gebouwd. Kawasaki had veel vertrouwen in de nieuwe teammaat van Doug Chandler in het Muzzy-Kawasaki team van teammanager Rob Muzzy. Het in 1989 gevormde team van Muzzy had aan het einde van het seizoen al wat klinkende overwinningen gepakt, met Doug Chandler aan het stuur en nu met Russell erbij hadden ze alle vertrouwen in een goed afloop in de 200 race. David Sadowski en Thomas Stevens zaten in het zadel van de Yamaha OW01's van het nieuw gevormde Vince & Hines team, in de felle paars-gele kleuren. De Canadezen Miguel Duhamel en Steve Crevier waren teammaten bij het Yoshimura-Suzuki team op de 1989er GSXR750 modellen, die dat jaar bijna onverslaanbaar waren. Bij het begin van de race, “brulde” de eerste golf van machines naar de eerste bocht. In de bocht kwam de Engelse rijder Niall MacKenzie met zijn Ducati  in botsing met die van Jamie James, de A.M.A. Superbikekampioen van 1989. Beide rijders rolden over het asfalt, voor het volledige aanstormende veld van rijders. Sommigen konden uitwijken en rond het gevallen stel sturen, maar velen moesten het gras op, naast de baan. De uiteindelijke winnaar David Sadowski kwam zo dicht bij de gevallen motoren in de buurt dat het leer van zijn race-overall scheurde, toen hij contact met één van de motorfietsen maakte. Hij was één van degenen die het gras op moest om een aanrijding met de gevallen coureurs en de machines te vermijden, maar hij kon zijn machine weer in de juiste richting brengen om de race weer te vervolgen. In ronde twee, bracht een andere valpartij, voor het tweede jaar op rij, de “pace-car” in de baan. De auto vertraagde het veld voor een paar doorkomsten, terwijl het puin van de baan werd geruimd. Dit was ten gunste van Sadowski die heel wat tijd in het eerste race-incident had verloren. Op het moment dat de race weer verder kon, was David Sadowski aangesloten bij de leiders en nam na de “herstart” al snel de kop over, vechtend met mede-Yamaha rijder Thomas Stevens en de Honda’s van Randy Renfrow, Carl Fogerty en Jamie Whitham.

1990, Start van de 1e groep: Niall MacKenzie (#84), David Sadowski (#25), Thomas Stevens (#11),  Randy Renfrow (#5), Donald Jacks (#59), Doug Chandler (#10), Robert Holden (#29), Rick Kirk (#49), James Whitham (#115), Gary Goodfellow (#114)

Sadowski kon uiteindelijk weglopen van de kopgroep en bouwde een voorsprong van ongeveer vier seconden op. Stevens viel terug met motor- en bandenproblemen. Aangezien het einde naderde en de vermoeidheid en concentratie begon te tellen, gingen de beide Engelse coureurs, Carl Fogerty en Jamie Whitham, onderuit en was het slechts Randy Renfrow die overbleef om met Sadowski voor de overwinning te vechten. Tot twee keer toe werd de voorsprong die Sadowski had opgebouwd ten opzichte van Renfrow teniet gedaan door de “pace-car”, die twee keer in de baan moest komen na evenveel ongelukken. Dit zorgde ervoor dat er een moment kwam voor een sprint naar de finish, tussen Sadowski, Renfrow en Kawasakirijder Doug Chandler*. De race werd snel een tweecoureurs duel toen Chandler, die niet over de paardenkrachten van de andere twee kon beschikken, zich tevreden stelde met de derde plek. Het werd een heel spannend slot van de Daytona 200 met vele wisselingen op kop tussen de twee kemphanen. In de laatste ronde leidde Sadowski Renfrow door de chicane en sprintte naar de finishlijn, die hij 6/10 van een seconde eerder bereikte! 

 

Doug Chandler

*John Douglas Chandler (geboren 27 september 1965 in Salinas, Californië) verdiende een reputatie als één van de meest veelzijdige racers van de jaren '80 en jaren '90. Chandler is één van  de slechts vier rijders in de A.M.A. racegeschiedenis, die de 'Grand Slam' op zijn naam heeft gebracht, het zowel winnen van een race op de mijl, de halve-mijl, TT, shorttrack en wegrace, in één seizoen. Na succes in de motorcross stapte hij over naar het dirttrack racen, omdat zijn ouders crossen niets vonden, i.v.m. de vele rijders in de baan en de daarmee gepaard gaande ongelukken.... In 1983, zijn eerste jaar als prof, won hij, de prestigieuze A.M.A. Rookie van het Jaar titel. Hij was op dat moment pas 17 jaar oud en wist de derde race waar hij zich voor plaatste al te winnen, de 'Short Track National' in de 'Santa Fe Speedway in Hinsdale, Illinois, op 22 juli 1983. Hij kreeg al snel daarna een fabriekscontract aangeboden van Honda voor de shorttrack series en zou de komende jaren met veel succes deelnemen. Hij werd, in 1986 & 1987, in zijn shorttrack periode gesponsord door niemand minder dan Freddie Spencer. Zijn allereerste wegracewinst was in 1988, na zo nu en dan al wat ervaring te hebben opgedaan in het wegracegebeuren, in de Pro-Twins klasse in Ohio. Hij won de A.M.A. Superbiketitel in 1990 op een Kawasaki, in het team van Robert 'Rob' Muzzy, en wint ook twee races in het WK Superbikes. Eind 1990 moest Chandler een beslissing nemen wat te doen, Kawasaki bood hem een contract aan, om de 'World Superbike Championship' te gaan rijden, maar hij kreeg ook een aanbieding uit de Grand Prix racerij. Hij wist dat hij de potentie had om wereldkampioen in de Superbikes te worden, maar wilde graag het hoogste bereiken in de racerij en dat was toch de 500cc Grand Prix. In 1991 reisde Chandler dus naar Europa, om aan het Grand Prix “circus” te gaan deelnemen. Hij tekende een contract bij het Yamahateam van de vroegere wereldkampioen, Kenny Roberts, en beëindigde zijn eerste jaar op een negende plaats, in de eindstand van het wereldkampioenschap 500cc. Hij stapte het jaar erop over naar het Lucky Strike Suzuki team waar hij teamgenoot werd van Kevin Schwantz en nu was een vijfde plaats zijn deel in de eindstand met twee maal een tweede en twee maal een derde plaats. Chandler ging aan het einde van dat seizoen wederom over naar een ander merk, nl. Cagiva, bij het Cagiva Team Agostini, en hij begon het seizoen 1993 met een podiumplaats (3e), in Australië. Daarna kreeg hij problemen in het Cagivateam, die meer met zijn landgenoot John Kocinski, bezig waren. Hij lag ook regelmatig met Kocinski overhoop. Na het GP seizoen van 1994, waarin hij een tweede plaats scoorde achter wereldkampioen Michael Doohan, in Argentinië, verliet Chandler Europa en startte weer in het A.M.A. Superbikekampioenschap op een Harley-Davidson. Na een minder succesvol jaar, brak o.a. zijn sleutelbeen in de eerste race in de Daytona 200, bij Harley-Davidson, ging hij terug naar het Muzzy team, waar hij in zijn beginjaren onder contract had gestaan en won de A.M.A. Superbiketitel in 1996 (7 podiumfinishes in 10 races) en 1997. Hierdoor voegde hij zich bij Fred Merkel en Reg Pridmore als drievoudig A.M.A. kampioen bij de Superbikes. De 1996 titel won hij voor Superbike topper en regerend kampioen Miguel Duhamel, in de Daytona 200 werd Chandler vijfde, hij had deze race graag een keer op zijn naam gebracht, maar dit lukte helaas voor hem niet. Wel won hij twee maal in de Supersportklasses. Ondanks een zware crash in het WK  Superbike, in 1998, in Laguna Seca, werd hij tweede in de eindstand achter Ben Bostrom, in het A.M.A. Superbike kampioenschap. Hij deed ook mee aan de nieuwe serie races, in de Pro Honda Oils 600 SuperSport, waarin hij zes wedstrijden wist te winnen en eveneens tweede werd in de eindstand. In 2000 werd Doug o.a. derde in de Daytona 200 en tweede in Daytona in de Pro Honda Oils 600 SuperSport. Chandler bleef bij Kawasaki tot 2002, waarna hij in 2003, met een Ducati, zijn laatste seizoen reed. Chandler bleef na zijn actieve carrière nog regelmatig meedoen aan amateur-races en geeft cursussen in motorrijden. Hij heeft o.a. een dochter, Rainey, die hij naar zijn raceheld Wayne Rainey heeft vernoemd. Hij won totaal twaalf 'Grand National' races in de A.M.A. Superbikeklasse, waarmee hij in de top-10 staat.

Wegrace overwinningen Doug Chandler

1999

Loudon, Nh

Kawasaki

Superbike

1999

Lexington, Oh

Kawasaki

Superbike

1999

Fountain, Co

Kawasaki

Superbike

1997

Monterey, Ca

Kawasaki

Superbike

1996

Monterey, Ca

Kawasaki

Superbike

1996

Las Vegas

Kawasaki

Superbike

1990

Loudon, Nh

Kawasaki

Superbike

1990

Elkhart Lake, Wi

Kawasaki

Superbike

1990

Miami, Fl

Kawasaki

Superbike

1990

Lexington, Oh

Kawasaki

Superbike

1989

Lexington, Oh

Kawasaki

Superbike

1989

Topeka, Ks

Kawasaki

Superbike

 

1998

Phoenix, Az

Kawasaki

600 Supersport

1998

Daytona Beach, Fl

Kawasaki

600 Supersport

1998

Monterey, Ca

Kawasaki

600 Supersport

1998

Elkhart Lake, Wi

Kawasaki

600 Supersport

1998

Loudon, Nh

Kawasaki

600 Supersport

1998

Monterey, Ca

Kawasaki

600 Supersport

1990

Daytona Beach, Fl

Kawasaki

750 Supersport

1990

Loudon, Nh

Kawasaki

750 Supersport

1990

Elkhart Lake, Wi

Kawasaki

750 Supersport

1990

Rosamond, Ca

Kawasaki

750 Supersport

1989

Lexington, Oh

Kawasaki

750 Supersport

 

UITSLAG DAYTONA 200 1990

Podium 1990, v.l.n.r. Randy Renfrow (2e), David Sadowski (1e) en Doug Chandler (3e)

  Rijder Land Merk Aantal ronden
1 David Sadowski USA Yamaha 57
2 Randy Renfrow USA Honda 57
3 Doug Chandler USA Kawasaki 57
4 Donald Jacks USA Yamaha 57
5 Josh Ashmead USA Kawasaki 57
6 Mark Chin USA Yamaha 57
7 Tom Kipp USA Yamaha 57
8 Jay Springsteen USA Suzuki 57
9 Jacques Guenette jr. Canada Yamaha 57
10 Ottis Lance USA Suzuki 57
11 Dake Quaterly USA Honda 56
12 Bill Loomis USA Suzuki 56
13 Thomas Stevens USA Yamaha 56
14 Rick Kirk USA Suzuki 56
15 Esko Kuparinen Finland Honda 56
16 Jeff Harder USA Yamaha 56
17 Paul Schwemmer USA Suzuki 56
18 Dave Kieffer USA Honda 55
19 Robert Holden Engeland Honda 55
20 Mark Foster USA Yamaha 55
21 David Leich Engeland Yamaha 55
22 Christian Gardner USA Yamaha 55
23 Steve Morehead USA Suzuki 55
24 Tod Hebert USA Suzuki 54
25 William Beesch USA Suzuki 54
26 Ray Yoder Jr. USA Suzuki 54
27 John Long USA Kawasaki 54
28 Tommy Sloan USA Yamaha 54
29 Gary Goodfellow Canada Suzuki 54
30 Mike Karm USA Suzuki 54
31 Warren Elliot USA Ducati 54
32 Britt Turkington USA Suzuki 54
33 Don Estep USA Yamaha 54
34 Craig Gleason USA Suzuki 54
35 Randy Texter USA Suzuki 53
36 Oldrich Schmuttermeier Canada Suzuki 53
37 Mike Walsh Canada Suzuki 53
38 Frank Kinsey USA Yamaha 53
39 Richard Moore USA Kawasaki 53
40 Kurt Liebmann USA Ducati 53
41 Geoffrey Wilson USA Suzuki 53
42 Larry Gruen USA Suzuki 53
43 John Cox USA Suzuki 52
44 Phil Pummeil USA Honda 52
45 Skaro Miroslav Joegoslavië Suzuki 52
46 Stephen Decamp USA Kawasaki 51
47 Andu McGladbery Engeland Honda 50
48 Scott Russell USA Kawasaki 49
49 John Jacob USA Yamaha 49
50 Tony Rauseo USA Honda 48
51 Eric Moe USA Suzuki 47
52 Alfred Schachtner Duitsland Yamaha 47
53 James Whitham Engeland Honda 44
54 Carl Fogarty Engeland Honda 36
55 John Ross Jr. USA Suzuki 36
56 Rodney Farris USA Suzuki 35
57 John Hopperstad USA Yamaha 30
58 Michael Lehning USA Suzuki 27
59 Paul Zieschang USA Suzuki 27
60 Kurt Hall USA Suzuki 22
61 Fritz Kling USA Yamaha 20
62 Mark Heiser USA UNK 19
63 Rick Shaw USA Yamaha 19
64 Mark Bougas USA Suzuki 16
65 Paul Vogel USA Kawasaki 16
66 Jose Soares Neto USA Suzuki 13
67 Mike Smith USA Suzuki 12
68 Mike Harth USA Suzuki 7
69 Jim Sabin USA Yamaha 6
70 Michael Martin USA Suzuki 5
71 Don Vance Canada Suzuki 2
72 Rueben McMurter Canada Honda 1
73 Jamie James USA Ducati 0
74 Niall MacKenzie Engeland Yamaha 0
75 Ben Beasly USA Yamaha 0
76 Jesus Pineda Mexico Suzuki 0
77 James Adams USA Ducati 0
78 Scott Stump USA Honda 0
79 Darrell Clingerman USA Yamaha 0
80 Denisio Casarini USA Suzuki 0

1990, Niall McKenzie (l) en Carl Fogarty, beiden zouden ten val komen tijdens deze editie. 

 

Nogmaals Podium 1990, v.l.n.r. Randy Renfrow (2e), David Sadowski (1e) en Doug Chandler (3e)

© Don Emde Productions

     

De internationale 'lightweight' Daytona 250cc race was, sinds de invoering in 1963, bijna altijd een zeer spannende en dramatische race geweest en de editie van 1990, de 28e, was daar geen uitzondering op. Zeker in 1990 was het een internationale race, aangezien er in Victory Lane rijders stonden uit Amerika, Japan en Zuid-Afrika. Rich Oliver uit Pittsburg won de race met 10 seconden voorsprong op nummer twee, Keji Tamura. De teamgenoot van de 25 jarige Oliver, bij het team van Kenny Roberts, Gary Cowan, was halverwege de race, toen hij aan de leiding lag, erg hard onderuit gegaan, dus de gevoelens van de winnaar waren erg dubbel. Enerzijds de mooie overwinning, maar anderzijds de toestand van zijn teammaat. Hij had het zelf ook niet gemakkelijk gehad tijdens de speedweek, want tijdens de training op dinsdag was hij zelf ook twee keer hard van zijn Yamaha gevallen en had zelfs overwogen om het vliegtuig naar huis te nemen. 

UITSLAG DAYTONA 250cc 1990, 100 mijls race

  Rijder Land Merk Aantal ronden
1 Richard Oliver USA Yamaha 18
2 Keiji Tamura Japan Yamaha 18
3 Robbie Petersen Zimbabwe Yamaha 18
4 Bernhard Schick Duitsland APR 18
5 Chris D'Aluisio USA Yamaha 18
6 Doug Brauneck USA Yamaha 18
7 Daniel Coe USA Yamaha 18
8 Effie Laycock Ierland Yamaha 18
9 Al Salaverria USA Yamaha 18
10 Luis Lavado Venezuela Yamaha 18
11 Jonathan Cornwell Canada Yamaha 18
12 Harald Eckl Duitsland Aprilia 18
13 Nick Ienatsch USA Yamaha 18
14 Mark Drucker USA Yamaha 18
15 Clifton Bigoney USA Yamaha 18
16 Joe Cole USA Yamaha 18
17 Martin Miller USA Yamaha 18
18 Scott Zampach USA Yamaha 18
19 Johnny Rea Noord-Ierland Yamaha 18
20 Don Greene USA Yamaha 18
21 Alain Dua Frankrijk Honda 18
22 Lee Shierts USA Yamaha 18
23 Jeff Farmer USA Yamaha 18
24 Greg Esser USA Yamaha 18
25 Pat O'Leary USA Yamaha 18
26 Eduardo Aleman Venezuela Yamaha 18
27 Tom Paris USA Yamaha 18
28 Johnny Wickström Finland Yamaha 18
29 Willim Himmelsbach USA Yamaha 18
30 Andrew Trevitt Canada Yamaha 18
31 Rick Tripodi USA Yamaha 18
32 Maih Stief Duitsland Honda 17
33 Jim Bonner USA Yamaha 17
34 John France USA Honda 17
35 Donn Lewis USA Yamaha 17
36 Jeffrey Johnson USA Yamaha 17
37 Perry Melneciuc USA Yamaha 17
38 Robert DeWitt USA Yamaha 17
39 Mika Jokinen Finland Honda 17
40 David Avery USA Yamaha 17
41 John Bickle Canada Honda 17
42 Eric Ritter USA Rotax 16
43 Christopher Ellis Canada Rotax 16
44 Lawrence Hanion USA Honda 16
45 Esko Kuparinen Finland Suzuki 14
46 Jose Sojo Venezuela Yamaha 14
47 Vance Specht USA Yamaha 12
48 Mark Schubert USA Yamaha 10
49 James Ronan USA Yamaha 9
50 Peter Kovacs USA Yamaha 9
51 Billy Graef USA Yamaha 5
52 Gary Cowan USA Yamaha 4
53 Andy Leisner USA Aprilia 4
54 Natahn Donchew USA Yamaha 4
55 Rick Newman USA Yamaha 4
56 Darrell Cooney Canada SPN 3
57 Jeffrey Vos Nederland Rotax 2
58 Frank Kelmentich USA Yamaha 1
59 Mark Robinson USA RMC 1

Buiten het professionele racen waren er tijdens de Internationale Speedway in Daytona, sinds 1981, ook "veteranenraces" en races op oude motoren in het programma opgenomen. Deze hadden elk jaar een hele grote aantrekkingskracht voor alle soorten rijders en machines. De fascinatie breidt zich elk jaar verder uit naar allerlei coureurs die een oude motor tot hun beschikking hebben. Deze klassen trokken ook vele ex-(top)coureurs uit de wegrace, ook uit Japan, Australië en Europa. In 1990, waren er al 360 inschrijvingen voor de klassieke races in de American Historic Racing Motorcycle Association's (AHRMA). Het hoogste aantal sinds de eerste editie in 1981 en dit zou zich door de jaren heen nog gaan verdubbelen. De nostalgische gezichten, de geluiden en de geuren tijdens de ‘Classics Day’ zijn uiterst populair bij de toeschouwers van de Camel Speedweek. Buiten de races, die op het scherpst van de snede worden uitgevochten, en de honderden machines van voor 1972, weet men nooit wat precies te verwachten in Daytona. Men komt altijd wel weer met iets nieuws om de toeschouwers te amuseren. De eerste AHRMA gebeurtenis van het jaar, voor de ‘national-championship Historic Cup Series’, in Daytona, is sinds de invoering, vaak een graadmeter van wat er in het seizoen moet komen. Er werd in zeer veel klassen gestreden, 'class C', '500 premier', 'pre 1940', '200, 250, 350, 500 en 750 GP', 'classic 60', etc. In totaal 13 klassen, die door de jaren heen steeds weer werden uitgebreid met o.a. Battle Of The Twins Races (Formule 1, 2 en 3, vintage, open, tweetakt), BMW race of legends (1992 - 1997), SOS (Sound Of Singles - Formule 1, 2 en 3), Sound of Thunder en BEARS races. De 13 klassen in 1990 werden verdeeld in 4 categorieën, Grand Prix, Formula, Sportsman en Classic. Elk daarvan correspondeert met een zeker tijdperk en type motor. Eerst werden de machines gegroepeerd in een tijdperk: voor de Tweede Wereldoorlog, na WO-II tot de vroege jaren '50, dan tot eind jaren '60 en uiteindelijk tot midjaren '70. Dan was er de verdeling naar type: Grand Prix motoren, standaardmotoren e.d. Daarna werd de verdeling gemaakt naar het aantal cc's. Het aantal races zou door de jaren heen dus flink gaan groeien, evenals het aantal deelnemers en racedagen. Je moest er uiteindelijk flink voor gestudeerd hebben om de indeling te kunnen maken (en volgen). Uiteindelijk zou men uitkomen op 18 klassen.

Sinds 1955 werd ook het dirttrack racen aan het programma toegevoegd. Deze werden verreden in het Daytona Beach's Memorial Stadium. In 1989 werd dit stadion afgebroken i.v.m. de noodzaak voor meer parkeergelegenheid. Het dirttrack racen werd verplaatst naar het Daytona Beach's Municipal Stadium, waar 10.000 toeschouwers de diverse en vele races tijdens de Daytona Speedweek konden volgen. Er werden diverse races verreden met diverse finales op verschillende dagen.

 

Buck Brigance winnaar Daytona shorttrack 1957

 

Daytona shorttrack winnaars, Roger Reiman (#55) in 1965, Dick Mann (#64) in 1962, 1964,1967 en 1969 en Carroll Resweber (#1) A.M.A. Grand National winnaar in 1958 t/m 1961.

 

Miss Camel Pro Series, sinds 1990: Paige Thomas (22 jaar).

1990: Paige Thomas met Dan Ingram, winnaar van de Camel Pro Daytona dirttrack serie.

en met Jay Springsteen, shorttrack winnaar Daytona 1990.

 

In 1990 opende de A.M.A. (American Motorcyclist Assocation) een publiek museum, de 'Motorcycle Hall Of Fame'. In dit museum werden allerlei artikelen tentoongesteld uit de Amerikaanse motorsporthistorie en dus ook zeer veel over de meest bekende race in Amerika, de Daytona 200. Ook werden er vele coureurs, uit alle categorieën van de motorfietsracerij en andere mensen, o.a. ontwerpers, oprichters, organisatoren en technici, die veel voor de motorsport hadden betekend "opgenomen" in de 'Hall Of Fame'. Ik heb toestemming gehad van deze organisatie om enkele foto's te gebruiken voor mijn site.

 

De Geschiedenis van de A.M.A. 

(American Motorcyclist Assocation)

De Geschiedenis van de A.M.A., opgericht in 1924, heeft zijn wortels voor een groot deel in twee organisaties die aan de bond, de ‘Federation of American Motorcyclists’ (FAM) en de ‘Motorcycle and Allied Trades Association’ (M&ATA). De F.A.M. was oorspronkelijk de ‘New York Motorcycle Club’, waarvan de leden begin 1903 de behoefte hadden aan een nationale motorrijderorganisatie. Eveneens was er een wet in de stad New York, die registratie van motorfietsen vereiste, dit was mede een impuls om de F.A.M. op te richten. Op 7 september 1903, werd de F.A.M. officieel opgericht tijdens een vergadering met 93 enthousiastelingen in een clubhuis in Brooklyn. De vergadering werd voorgezeten door George H. Perry. Een bijzondere deelnemer was George M. Hendee van de ‘Indian Motorcycle Company’, een van de twee oprichters, samen met Carl Oscar Hedström, van het motormerk Indian. Hij bracht 109 leden uit New England binnen. Tijdens het 16-jarige bestaan, bekwam de F.A.M. 8.247 leden in 1915. Door de Eerste Wereldoorlog verloor men vele leden en de organisatie stopte in 1919. De M&ATA ontstond een aantal jaren na de F.A.M., naar aanleiding van een toenemende groei en gezondheid van de Amerikaanse motorfietsindustrie. Hierdoor ontstonden er verscheidene handelsverenigingen. De eerste was de ‘Motorcycle Manufacturers Association’, in 1908, dit was een vereniging van motorfietsfabrikanten. Deze vertegenwoordigden en regelden de zaken van de motorfietsfabrikanten, de onderdelenleveranciers en de verkopers. In 1916 ontstond een gelijkwaardige organisatie, de M&ATA. Toen de ontbrekende leden uiteindelijk het einde van de F.A.M. betekenden, was de M&ATA zijn tegenhanger kwijt, die de belangen van de rijders vertegenwoordigde. Zodoende begon de M&ATA motorclubs op te richten en motorfietsactiviteiten te ondersteunen. Zo groeide de M&ATA zeer hard door de jaren heen. Vele leden vonden echter dat er een aparte vereniging moest komen voor de rijders. Uiteindelijk resulteerde dit in 1924 in de oprichting van de A.M.A. De ‘American Motorcycle Association’ werd officieel opgericht op 15 mei van dat jaar. De M&ATA ging later samen met de scooter vereniging en werd de MS&ATA. Vandaag de dag, na nogmaals te zijn samengegaan, heet het de ‘Motorcycle Industry Council’ (MIC), maar dit ter zijde. In 1920 was de M&ATA begonnen met de zgn. Gypsy Tour, diverse type races door heel Amerika. Vanaf 1925 nam de A.M.A. dit over en zorgde voor een flinke uitbreiding van de raceactiviteiten. Tijdens dat jaar, werden er 56 races georganiseerd en werden er 14 nationale kampioenschappen toegekend. De kampioenschappen betroffen races over diverse afstanden en motorfietsen van 500cc tot 1000cc, evenals zijspannen. In die vroege jaren, werd de eerste stijl van racen in de V.S. een Klasse A, een formule die fabrikanten toestond om eenmalige exotische racemachines te bouwen. Aan deze formule, spendeerden de fabrieksteams grote sommen geld voor de ontwikkeling van de motoren en huurden de beste rijders in, zoals Jim Davis en Joe Petrali, om de kampioenschappen binnen te halen. In de vroege jaren '30, werden deze dure fabrieksteams geschrapt, als resultaat van de Grote Depressie. Om deze tendens, van overheersing van de races door de grote fabrieken, met hun geld tegen te gaan, werd eind 1933 door het A.M.A. competitie Comité een klasse C gecreëerd. Deze klasse C maakte het gebruik van 750cc zijklep- en 500cc bovenklepmotoren mogelijk, gebaseerd op productiemachines. Er werden slechts kleine wijzigingen toegestaan, en de brandstof was slechts beperkt tot het gebruik van gewone benzine. Deze nieuwe klasse werd niet onmiddellijk enthousiast onthaald door de racers en hard-core toeschouwers, die gewend waren aan de klasse A.

De eerste nationale kampioenschaprace die onder de nieuwe regels van de klasse C werd verreden was op 22 februari 1934, in Jacksonville Florida. Bremen Sykes uit Savanne, Georgia, was de winnaar, hij volbracht de 200-mijls race in 3 uren, 39 minuten en 3 seconden op een Harley-Davidson. Het nationale kampioenschap verplaatste zich in 1937 naar Springfield, Illinois, waar hij zou blijven tot de oprichting van de ‘Grand National Series’ in 1954. Andere belangrijke races van deze klasse, in de eerste jaren, waren de Daytona 200, de beroemdste 200 in de V.S., en de Laconia 200 Classic in New Hampshire, die reeds een populaire jaarlijkse gebeurtenis was toen de Klasse C zijn entree maakte. Alle wedstrijden werden opgeschort tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar A.M.A. secretaris E.G. Smith zorgde, na de oorlog, er snel voor dat de wedstrijden werden voortgezet in 1946. Hij huurde een ex-motorfietsinstructeur van de marine in, Jules Horky, om het raceprogramma te verzorgen en leiden. Horky zou dit blijven doen tot zijn pensionering in 1974. De dirt-track racerij won steeds meer aan populariteit in die tijd, en zou de belangrijkste vorm van motorsport worden, voor toeschouwers en coureurs, in Amerika. Met de komst van de ‘A.M.A.‘Grand National Serie’ kwam deze vorm van de racerij op het hoogste niveau in de V.S. De serie bestond vier dirttack variaties - mijl, halve-mijl, shorttrack en TT steeplechase racen – dit kroonde samen met de wegrace de beste Grand National all-round coureur. De Grand National is één van de oudste series in de wereld, zijn 50ste verjaardag vierend in 2004. De unieke stijl van de Amerikaanse dirttrack zorgde ervoor dat de Amerikaanse coureurs op de hoogste niveaus in de wereld zouden gaan presteren tijdens de Grand Prix racerij vanaf de jaren '70 en in de jaren '80. Voorafgegaan door Steve Baker en Kenny Roberts, zouden de Amerikaanse rijders vele wereldtitels behalen, nl. 15 stuks tussen 1978 en 2006. 

In de late jaren '70, gaf de A.M.A. een afzonderlijke kampioenschapstatus aan de wegracerij en werd de Superbike de “Koningsklasse” in de Amerikaanse wegracerij, dit is de testgrond voor machines en rijders van zes motorfietsfabrikanten met hun fabrieksteams en vele privérijders. Ook off-road rijden werd enorm populair in Amerika aan het einde van de jaren '60. De ontwikkeling van lichtgewichtmotorfietsen resulteerde in groot enthousiasme voor Enduro racen (lange-afstand) en racen in de woestijn. In 1961, keurde de A.M.A. de regels goed, voor een nieuwe vorm van de racerij, nl. motorcross. Overgewaaid uit het naoorlogs Europa, werd ook deze sport razend populair in de V.S. en dan vooral zijn Amerikaanse variant, de A.M.A. Supercross. Sindsdien is het tot de derde belangrijkste, professionele vorm van motorsportracen in de V.S. uitgegroeid en trekt verreweg het meeste aantal toeschouwers van alle snelheidssporten in Amerika. De Amerikaanse motorcrosscoureurs bewezen zich steeds meer, op wereldniveau, sinds de jaren '80. Er werd winst geboekt in de Motorcross der Naties, het wereldkampioenschap voor teammotorcross, werd vanaf 1981 tot 1993, 13 jaar achter elkaar gewonnen, en steeds meer crossers vanuit de hele wereld trokken naar Amerika om aan de A.M.A. motorcross deel te nemen. Dit werd mede mogelijk gemaakt, doordat de internationale successen in de jaren ervoor hadden gezorgd dat de A.M.A. een goede relatie had opgebouwd met de F.I.M. (Federation Internationale de Motocyclisme), oftewel de wereldmotorbond. In oktober 1970 was de A.M.A. goedgekeurd als enige V.S. representatief door de F.I.M.

 

(Special thanks to Manfred Mothes Motorcycle Racing Heroes of the Past, for using photographs from the years 1983 untill 1996)

Deel 14, Daytona 1991-1993

HOME

©opyright 2007 - 2013 www.jumpingjack.nl