|
1989

Soms komen dromen uit. John Ashmead, een lokale favoriet uit
Florida, greep de mooiste overwinning uit zijn racecarrière
door zondag 12 maart de Daytona 200 op zijn naam te schrijven. Maar de
25-jarige coureur wilde het pas
geloven toen hij op het erepodium een cheque van 16.000 dollar in zijn
handen kreeg gedrukt.
In 1989, was de Suzuki GSXR750 de machine om te
verslaan. Na lang gewacht te hebben op een Daytona overwinning, hoopte
Suzuki om een winnende serie neer te zetten. Tijdens de kwalificatie
leek het alsof hun kansen vrij goed waren. De snelste zes coureurs,
Doug Polen, Scott Russell, David Sadowski, Jamie James, Gary
Goodfellow en Martin Wimmer, bereden allen een Suzuki. De snelste tijd
van Doug Polen, niet een record, was meer dan een seconde sneller dan
die van de nummer twee. Het zou echter niet de dag van Suzuki worden,
want al de rijders kwamen problemen tegen gedurende de race.
|
|
1989:
Gary Goodfellow (#11, vlak voor zijn crash), Richard Arnaiz (#27),
John Asmead (#37) en David Sadowski (#25) |
Ashmead
was in de 200 mijls-superbikerace één van de vijf koplopers gedurende de
incidentrijke race, maar in de slotfase was hij de man die zijn vier jaar oude
Honda VFR750 naar de eerste plaats wist te sturen, ook al was hij blijkens zijn
reactie na afloop daarvan
zelf niet op de hoogte. Na het beëindigen van de 57 ronden had Ashmead een
voorsprong van 22 seconden op Jamie James een 27-jarige rijder uit Louisiana,
die een fabrieks Yoshimura-Suzuki bemande. Ondanks deze tweede plaats was het
verder een slechte dag voor het Yoshimura-team, dat zo hoopvol aan de Daytona
200-Miler begon. De uit Texas afkomstige Doug Polen had zijn Yoshimura-Suzuki
naar "pole-position" weten te sturen gedurende de kwalificatieraces.
Doug Polen nam in de tweede ronde de leiding, maar halfweg de race moest hij
opgeven vanwege olielekkage. Dit bracht
Sadowski voor het eerst aan de leiding op zijn Vance & Hines Suzuki, maar
hij had hier slechts van zeer korte duur plezier van, alvorens zijn koppeling
het begaf. De Suzuki fans hadden toen nog maar één GSXR750 die zij konden
toejuichen, die van Jamie James. James, wiens eerste Daytona 200, in 1988,
slechts 16 ronden had geduurd, reed een prima race aan de kop van het veld voor
Rich Arnaiz en John Ashmead. Arnaiz ging later onderuit en dit gaf Ashmead een
prima tweede plaats.
Al bij de start had het Yoshimura-team een gevoelige klap moeten
incasseren, toen hun nieuwe man, Scott Russell,
van achteren werd getorpedeerd, toen zijn machine blokkeerde.
Mark Bougas,
was degene die achterop Russell reed en voor hem was de race over, nadat hij bij
de aanrijding diverse botjes in zijn hand brak. Voor het eerst in de
Daytona-geschiedenis werd de start afgebroken en opnieuw gedaan. Scott Russell
kon na enig sleutelwerk zijn startplaats weer innemen, maar zijn machine bleek
al behoorlijk tweedehands te zijn.
In de race bleek al snel dat niet alle schade gerepareerd was en door een
verbogen kettinggeleider moest Russell, die afkomstig is uit Georgia, al vroeg
opgeven toen de ketting er afliep. Met twee Yoshimura-Suzukirijders
langs de kant, leek de kans op succes voor het Yoshimurateam minimaal, maar
gelukkig slaagde de derde rijder erin zich in de kijker te rijden, hoewel ook
hij niet aan de pechduivel zou ontsnappen. Jamie James lag 20 van de 57 ronden
aan de leiding, maar toen begon ook voor hem de ellende. De motor begon over te
slaan en nadat een extra benzinestop daarin geen verbetering had gebracht en de
ontsteking steeds meer begon op te spelen, slaagde John Ashmead er in de
koppositie over te nemen. "Met een goed lopende motor had ik hem misschien
kunnen pakken. Maar nu had ik geen schijn van kans. Maar ik ken John goed en ik
ben blij dat hij gewonnen heeft", aldus Jamie James.
John
Ashmead zag zijn startnummer (#37) weliswaar na
afloop
van de race levensgroot op het elektrische scorebord staan, maar
meende zelf dat dit wel een vergissing zou zijn. Voor alle zekerheid
reed hij toch maar naar "Victory Lane", waar hij opgewacht werd door
een juichende pitbemanning. De overwinning kwam dan ook als een totale
verrassing. Een privécoureur, op een vier jaar oude Honda, die de
fabrieksteams met hun jonge topcoureurs versloeg. Het zou ook de
laatste keer zijn dat een privérijder de 200 zou winnen. Ashmead
verdiende er een contract bij Kawasaki mee, maar 1990 werd een
rampseizoen met vele ongelukken, blessures en mechanische problemen.
Het contract zou ook niet verlengd worden. Hij werd nog wel vijfde op
de fabrieksmotor in de Daytona 200 van 1990, hij zou totaal 20 keer
(tussen 1983 en 2003) deelnemen aan deze schitterende race en staat
heden ten dage nog hoog in de top tien van coureurs die de meeste
kilometers in de 200 hebben afgelegen. De derde plaats in de 200 in
1989 was voor Kevin Rentzell,
nadat deze zich in de natte trainingen als negentiende had
gekwalificeerd. "Dit is de eerste keer dat ik Daytona zonder
motorische problemen heb kunnen uitrijden", vertelde Rentzell na
afloop, die ook blij verrast was met zijn derde plaats omdat hij het, wegens
ziekte van zijn helper, gedurende de race zonder pitsignalen had
moeten stellen.
Grand
Prix 250cc piloot Martin Wimmer (dit jaar in Daytona één van de
weinige gerenommeerde Europese coureurs) zag een ereplaats aan
zijn
neus voorbij gaan doordat de remmen van zijn Suzuki (geleend van een
Amerikaans Superbiketeam) te heet werden. Driemaal moest Wimmer
rechtdoor en deze escapades kostten zoveel tijd dat Wimmer
uiteindelijk slechts zesde werd, nadat hij in de laatste ronde nog
door de Amerikaan Mike Harth van de vijfde plaats werd verdrongen.
|
 |
|
Pitsstop
Doug Polen, zou later, aan de leiding liggend, uitvallen door olielekkage. |
De
zeer verrassende winnaar, John Ashmead. |
"Ik
was vijf jaar niet meer in Daytona geweest, maar de Daytona Speedweek
leek mij dit jaar een prima voorbereiding voor de Grand Prix in
Japan", zei Wimmer, die zich op een vrijwel standaard Suzuki GSX-R750 als zesde
had weten te kwalificeren en daardoor vanaf de tweede startrij mocht
vertrekken. Zijn start mislukte echter
volkomen en pas toen
de "pace-car" de race na een valpartij in de chicane vijf
ronden lang neutraliseerde, wist Wimmer aansluiting te krijgen bij de
koplopers. Bij de valpartij in de chicane, veroorzaakt door een
oliespoor van de machine van Kathleen Coburn, waren vier rijders
betrokken. De man met de meeste pech was de Canadees Gary Goodfellow,
die wegens een gebroken arm, gebroken ribben en een gebroken been een
tweede plaats verloren zag gaan. Weer werd de race d.m.v.
de "pace-car"
getemporiseerd en na vijf ronden achter de auto, kon de race dus
weer verder. De 200 mijls Superbikerace zat vol pech en drama's,
maar niet voor de onbekende winnaar John Ashmead, die als
privérijder een droom in vervulling zag gaan.
|
 |
|
John
Kocinski (hier tijdens de 250cc race in actie), winnaar 250cc expert race en van de Supersport 600. |
Voor John Kocinski, de beschermeling van Kenny Roberts, betekende de
Daytona Speedweek een prima seizoenstart. Kocinski won zowel de 250cc
race (foto's links en rechts) over 100 mijl als de 600cc Supersportrace, beide op Yamaha. Kocinski
wist de 600cc Supersports race op zijn
sloffen te winnen,
ondanks het feit dat hij vanuit de tweede startgroep moest vertrekken,
een tijdstraf die hij opgelegd kreeg omdat hij in de kwalificatierace
vanaf een verkeerde startplaats was vertrokken. Maar John Kocinski won
de 10 ronden durende race met gemak. Wat de tijdstraf betreft had hij
de rest van het veld wel een halve ronde voorsprong kunnen gunnen,
want dan nog zou hij deze race gewonnen hebben.
De
leiding in de 600cc race was eerst in handen van teamgenoot Thomas
Stevens, totdat John Kocinski orde op zaken kwam stellen. Stevens was
daarna zo onverstandig om bij Kocinski te willen blijven, wat hem op
een valpartij kwam te staan. In de 250cc race kreeg Kocinski met
heftige tegenstand te maken van de door Randy Mamola gesponsorde
Richard Oliver, die in eerste instantie de 100-Miler aanvoerde.
Nadat Kocinski de leiding
overgenomen had, bleef Oliver hem flink op de huid zitten, om zich pas
laat in de race gewonnen te geven. Oliver had op zijn beurt weer een
royale voorsprong op Richard Moore, Don Greene, Daniel Coe en de Brit
Alan Carter. Laatstgenoemde maakte in de laatste ronde een foutje, waardoor
hij van de derde naar de zesde plaats terugviel en een ereplaats op
het podium verloren zag gaan. De mooiste
close-finish viel te zien in de op vrijdag verreden Battle
of the Twins. De Australiër Paul Lewis en de Amerikaan Dale Quarterly
deden elkaar geen meter kado en het duo kwam zij aan zij naar de
finish gestormd. Quarterly won met slechts een (Ducati) wiellengte
voorsprong....
 |
 |
|
 |
| 1989:
John Kocinski winnaar van de 250cc
race en de 600cc Supersportrace |
Victory
Lane, Richard Oliver (2e), John Kocinski (1e) en Richard Moore (3e) |
|
|
|
UITSLAG
(alleen eerste 20) DAYTONA 200 1989
 John
Ashmead |
|
|
| |
Rijder |
Land |
Merk |
Aantal
ronden |
|
|
1 |
Josh
Ashmead |
USA |
Honda |
57 |
|
2 |
Jamie
James |
USA |
Suzuki |
57 |
|
3 |
Kevin
Rentzell |
USA |
Suzuki |
57 |
|
4 |
Ottis
Lance |
USA |
Suzuki |
57 |
|
5 |
Mike
Harth |
USA |
Suzuki |
57 |
|
6 |
Martin Wimmer |
West-Duitsland |
Suzuki |
57 |
|
7 |
Keith
Pinkstaff |
USA |
Suzuki |
57 |
|
8 |
Rich
Schlachter |
USA |
Honda |
57 |
|
9 |
Charles
Pittman |
USA
|
Suzuki |
57 |
|
10 |
Jay
Springsteen |
USA |
Yamaha |
56 |
|
11 |
John
Eidenberger |
USA |
Suzuki |
56 |
|
12 |
Deiter
Lane |
USA |
Suzuki |
56 |
|
13 |
Eric
Moe |
USA |
Suzuki |
56 |
|
14 |
Ricky
Orlando |
USA |
Suzuki |
56 |
|
15 |
Paul
Schwemmer |
USA |
Honda |
56 |
|
16 |
Randy
Texter |
USA |
Suzuki |
56 |
|
17 |
Dave
Kieffer |
USA |
Honda |
56 |
|
18 |
Kye
Gunn |
USA |
Suzuki |
55 |
|
19 |
Steve
Morehead |
USA |
Suzuki |
55 |
|
20 |
Tommy
Sloan |
USA |
Yamaha |
55 |
|
UITSLAG DAYTONA
100 mile expert 250cc 1989 |
|
 |
| |
Rijder |
Land |
Merk |
|
1 |
John
Kockinski |
USA |
Yamaha |
|
2 |
Richard
Olivier |
USA |
Yamaha |
|
3 |
Richard
Moore |
USA |
Yamaha |
|
4 |
Don
Greene |
USA |
Yamaha |
|
5 |
Daniel
Coe |
USA |
Yamaha |
|
6 |
Alan
Carter |
Engeland |
Aprilia |
|
7 |
Chris
d'Alusio |
USA |
Yamaha |
|
8 |
Miguel
Duhamel |
Canada |
Aprilia |
|
UITSLAG Battle
Of The Twins 1989 |
|
|
| |
Rijder |
Land |
Merk |
|
1 |
Dale
Quaterly |
USA |
Ducati |
|
2 |
Paul
Lewis |
Australië |
Honda |
|
3 |
James
Adamo |
USA |
Ducati |
|
4 |
Randy
Shamuall |
USA |
Ducati |
|
5 |
John
Long |
USA |
Ducati |
|
6 |
André
Bernard |
Frankrijk |
Ducati |
|
7 |
Herbert
Enzinger |
West-Duitsland |
BMW |
|
8 |
Pablo
Real |
USA |
Ducati |
|
9 |
David
Kieffer |
USA |
Ducati |
|
10 |
David
Emde |
USA |
BMW |
 |
In
1989 werd er een nieuw stadion in Daytona geopend voor de
shorttrack races.
|
1990

Op het moment dat
het decennium van de jaren '90 begon, bracht een belangrijke
regelverandering een nieuwe kijk op Daytona. Volgens de oude regels,
moest een machine een wettelijk straatmotorfiets zijn om mee te mogen
doen aan de Daytona 200 van de A.M.A. Volgens de nieuwe regels, moest
een motorfiets één van de productiemodellen van de fabrikant zijn,
maar hoefde geen legale straatfiets meer te zijn.
In Daytona kwamen nu voor de eerste keer 750cc Honda RC30'S,
Kawasaki ZX-7 en Yamaha OW01’ s aan de start, alle motorfietsen die
voor de Superbikeklasse van het wereldkampioenschap waren gebouwd.
Kawasaki had veel vertrouwen in
de nieuwe teammaat van Doug
Chandler in het Muzzy-Kawasaki team van teammanager Rob Muzzy. Het in
1989 gevormde team van Muzzy had aan het einde van het seizoen al wat
klinkende overwinningen gepakt, met Doug Chandler aan het stuur en nu
met Russell erbij hadden ze alle vertrouwen in een goed afloop in de 200
race. David Sadowski en Thomas Stevens zaten in het zadel van de Yamaha
OW01's van het nieuw gevormde Vince & Hines team, in de felle
paars-gele kleuren. De
Canadezen Miguel Duhamel en Steve Crevier waren teammaten bij het
Yoshimura-Suzuki team op de 1989er GSXR750 modellen, die dat jaar
bijna onverslaanbaar waren. Bij
het begin van de race, “brulde” de eerste golf van machines naar
de eerste bocht. In de bocht kwam de Engelse rijder Niall MacKenzie
met zijn Ducati in
botsing met die van Jamie James, de A.M.A. Superbikekampioen van 1989. Beide
rijders rolden over het asfalt, voor het volledige aanstormende veld
van rijders. Sommigen konden uitwijken en rond het gevallen stel
sturen, maar velen moesten het gras op, naast de baan. De
uiteindelijke winnaar David Sadowski kwam zo dicht bij de gevallen
motoren in de buurt dat het leer van zijn race-overall scheurde, toen
hij contact met één van de motorfietsen maakte. Hij was één van
degenen die het gras op moest om een aanrijding met de gevallen
coureurs en de machines te vermijden, maar hij kon zijn machine weer
in de juiste richting brengen om de race weer te vervolgen. In ronde
twee, bracht een andere valpartij, voor het tweede jaar op rij, de
“pace-car” in de baan. De auto vertraagde het veld voor een paar
doorkomsten, terwijl het puin van de baan werd geruimd. Dit was ten
gunste van Sadowski die heel wat tijd in het eerste race-incident had
verloren. Op het moment dat de race weer verder kon, was David
Sadowski aangesloten bij de leiders en nam na de “herstart” al
snel de kop over, vechtend met mede-Yamaha rijder Thomas Stevens en de
Honda’s van Randy Renfrow, Carl Fogerty en Jamie Whitham.
 |
|
1990,
Start van de 1e
groep: Niall MacKenzie (#84), David Sadowski (#25), Thomas Stevens
(#11), Randy Renfrow (#5), Donald Jacks (#59), Doug Chandler
(#10), Robert Holden (#29), Rick Kirk (#49), James Whitham (#115),
Gary Goodfellow (#114) |
Sadowski kon uiteindelijk
weglopen van de kopgroep en bouwde een voorsprong van ongeveer vier seconden op.
Stevens viel terug met motor- en bandenproblemen. Aangezien het einde naderde en
de vermoeidheid en concentratie begon te tellen, gingen de beide Engelse
coureurs, Carl Fogerty en Jamie Whitham, onderuit en was het slechts Randy
Renfrow die overbleef om met Sadowski voor de overwinning te vechten. Tot twee
keer toe werd de voorsprong die Sadowski had opgebouwd ten opzichte van Renfrow
teniet gedaan door de “pace-car”, die twee keer in de baan moest komen na
evenveel ongelukken. Dit zorgde ervoor dat er een moment kwam voor een sprint
naar de finish, tussen Sadowski, Renfrow en Kawasakirijder Doug Chandler*. De
race werd snel een tweecoureurs duel toen Chandler, die niet over de
paardenkrachten van de andere twee kon beschikken, zich tevreden stelde met de
derde plek. Het werd een heel spannend slot van de Daytona 200 met vele
wisselingen op kop tussen de twee kemphanen. In de laatste ronde leidde Sadowski
Renfrow door de chicane en sprintte naar de finishlijn, die hij 6/10 van een
seconde eerder bereikte!
|
Doug Chandler |
|
*John Douglas Chandler (geboren 27 september 1965 in Salinas, Californië) verdiende een reputatie als één van de
meest veelzijdige racers van de jaren '80 en jaren '90. Chandler
is één van de
slechts vier rijders in de A.M.A. racegeschiedenis, die de 'Grand Slam' op zijn naam heeft gebracht, het
zowel winnen van een race op de mijl, de halve-mijl, TT,
shorttrack en wegrace, in één seizoen. Na succes in de
motorcross stapte hij over naar het dirttrack racen, omdat zijn
ouders crossen niets vonden, i.v.m. de vele rijders in de baan
en de daarmee gepaard gaande ongelukken.... In 1983, zijn eerste
jaar als prof, won hij, de prestigieuze A.M.A. Rookie van het
Jaar titel. Hij was op dat moment pas 17 jaar oud en wist de
derde race waar hij zich voor plaatste al te winnen, de 'Short Track National'
in
de
'Santa Fe Speedway in Hinsdale, Illinois, op 22 juli 1983.
Hij kreeg al snel daarna een fabriekscontract aangeboden van
Honda voor de shorttrack series en zou de komende jaren met veel
succes deelnemen. Hij werd, in 1986 & 1987, in zijn shorttrack
periode gesponsord door niemand minder dan Freddie Spencer. Zijn allereerste wegracewinst was in 1988, na zo nu
en dan al wat ervaring te hebben opgedaan in het
wegracegebeuren, in de Pro-Twins klasse in Ohio. Hij won de
A.M.A. Superbiketitel in 1990 op een Kawasaki, in het team van Robert 'Rob' Muzzy,
en wint ook twee races in het WK Superbikes. Eind
1990 moest Chandler een beslissing nemen wat te doen, Kawasaki
bood hem een contract aan, om de 'World Superbike Championship'
te gaan rijden, maar hij kreeg ook een aanbieding uit de Grand
Prix racerij. Hij wist dat hij de potentie had om wereldkampioen
in de Superbikes te worden, maar wilde graag het hoogste
bereiken in de racerij en dat was toch de 500cc Grand Prix. In 1991 reisde Chandler dus naar Europa, om aan het
Grand Prix “circus” te gaan deelnemen. Hij tekende een
contract bij het Yamahateam van de vroegere wereldkampioen,
Kenny Roberts, en beëindigde zijn eerste jaar op een negende
plaats,
in de eindstand van het wereldkampioenschap 500cc. Hij
stapte het jaar erop over naar het Lucky Strike Suzuki
team waar hij teamgenoot werd van Kevin
Schwantz en nu was een vijfde plaats zijn deel in de
eindstand met twee maal een tweede en twee maal een derde
plaats. Chandler ging
aan het einde van dat seizoen wederom over naar een ander merk,
nl. Cagiva, bij het Cagiva Team
Agostini,
en hij begon het seizoen 1993 met een podiumplaats (3e),
in Australië. Daarna kreeg hij problemen in het Cagivateam, die
meer met zijn landgenoot
John Kocinski, bezig waren. Hij lag ook regelmatig met Kocinski
overhoop. Na het GP seizoen van 1994, waarin hij een tweede
plaats scoorde achter wereldkampioen Michael Doohan, in Argentinië,
verliet Chandler Europa en startte weer in het A.M.A.
Superbikekampioenschap op een Harley-Davidson. Na een minder
succesvol jaar, brak o.a. zijn sleutelbeen in de eerste race in
de Daytona 200, bij Harley-Davidson, ging hij terug naar het
Muzzy team, waar hij in zijn beginjaren onder contract had
gestaan en won de A.M.A. Superbiketitel in 1996 (7
podiumfinishes in 10 races) en 1997. Hierdoor voegde hij zich
bij Fred Merkel en Reg Pridmore als drievoudig A.M.A. kampioen
bij de Superbikes. De 1996 titel won hij voor Superbike topper en
regerend kampioen Miguel Duhamel,
in de Daytona 200 werd Chandler vijfde, hij had deze race graag
een keer op zijn naam gebracht, maar dit lukte helaas voor hem
niet. Wel won hij twee maal in de Supersportklasses. Ondanks een zware crash in het WK
Superbike, in 1998, in Laguna Seca, werd hij tweede in
de eindstand achter Ben Bostrom, in het A.M.A.
Superbike kampioenschap. Hij deed ook mee aan de nieuwe serie races, in de Pro
Honda Oils 600 SuperSport, waarin hij zes wedstrijden wist te
winnen en eveneens tweede werd in de eindstand. In 2000 werd
Doug o.a. derde in de Daytona 200 en tweede in Daytona in de Pro
Honda Oils 600 SuperSport. Chandler bleef bij Kawasaki tot 2002, waarna
hij in 2003, met een Ducati, zijn laatste seizoen reed. Chandler
bleef na zijn actieve carrière nog regelmatig meedoen aan
amateur-races en geeft cursussen in motorrijden. Hij heeft o.a.
een dochter, Rainey, die hij naar zijn raceheld Wayne Rainey
heeft vernoemd. Hij won totaal twaalf 'Grand National' races in
de A.M.A. Superbikeklasse, waarmee hij in de top-10 staat.
|
| Wegrace
overwinningen Doug Chandler |
 |
|
1999
|
Loudon, Nh
|
Kawasaki
|
Superbike
|
|
1999
|
Lexington, Oh
|
Kawasaki
|
Superbike
|
|
1999
|
Fountain, Co
|
Kawasaki
|
Superbike
|
|
1997
|
Monterey, Ca
|
Kawasaki
|
Superbike
|
|
1996
|
Monterey, Ca
|
Kawasaki
|
Superbike
|
|
1996
|
Las Vegas
|
Kawasaki
|
Superbike
|
|
1990
|
Loudon, Nh
|
Kawasaki
|
Superbike
|
|
1990
|
Elkhart Lake, Wi
|
Kawasaki
|
Superbike
|
|
1990
|
Miami, Fl
|
Kawasaki
|
Superbike
|
|
1990
|
Lexington, Oh
|
Kawasaki
|
Superbike
|
|
1989
|
Lexington, Oh
|
Kawasaki
|
Superbike
|
|
1989
|
Topeka, Ks
|
Kawasaki
|
Superbike
|
| |
|
1998
|
Phoenix, Az
|
Kawasaki
|
600 Supersport
|
|
1998
|
Daytona Beach, Fl
|
Kawasaki
|
600 Supersport
|
|
1998
|
Monterey, Ca
|
Kawasaki
|
600 Supersport
|
|
1998
|
Elkhart Lake, Wi
|
Kawasaki
|
600 Supersport
|
|
1998
|
Loudon, Nh
|
Kawasaki
|
600 Supersport
|
|
1998
|
Monterey, Ca
|
Kawasaki
|
600 Supersport
|
|
1990
|
Daytona Beach, Fl
|
Kawasaki
|
750 Supersport
|
|
1990
|
Loudon, Nh
|
Kawasaki
|
750 Supersport
|
|
1990
|
Elkhart Lake, Wi
|
Kawasaki
|
750 Supersport
|
|
1990
|
Rosamond, Ca
|
Kawasaki
|
750 Supersport
|
|
1989
|
Lexington, Oh
|
Kawasaki
|
750 Supersport
|
|
|
UITSLAG DAYTONA 200 1990
 |
|
|
|
|
Podium 1990, v.l.n.r.
Randy Renfrow (2e), David Sadowski (1e) en Doug Chandler (3e)
|
| |
Rijder |
Land |
Merk |
Aantal
ronden |
|
1 |
David
Sadowski |
USA |
Yamaha |
57 |
|
2 |
Randy
Renfrow |
USA |
Honda |
57 |
|
3 |
Doug
Chandler |
USA |
Kawasaki |
57 |
|
4 |
Donald
Jacks |
USA |
Yamaha |
57 |
|
5 |
Josh
Ashmead |
USA |
Kawasaki |
57 |
|
6 |
Mark
Chin |
USA |
Yamaha |
57 |
|
7 |
Tom
Kipp |
USA |
Yamaha |
57 |
|
8 |
Jay
Springsteen |
USA |
Suzuki |
57 |
|
9 |
Jacques
Guenette jr. |
Canada
|
Yamaha |
57 |
|
10 |
Ottis
Lance |
USA |
Suzuki |
57 |
|
11 |
Dake
Quaterly |
USA |
Honda |
56 |
|
12 |
Bill
Loomis |
USA |
Suzuki |
56 |
|
13 |
Thomas
Stevens |
USA |
Yamaha |
56 |
|
14 |
Rick
Kirk |
USA |
Suzuki |
56 |
|
15 |
Esko
Kuparinen |
Finland |
Honda |
56 |
|
16 |
Jeff
Harder |
USA |
Yamaha |
56 |
|
17 |
Paul
Schwemmer |
USA |
Suzuki |
56 |
|
18 |
Dave
Kieffer |
USA |
Honda |
55 |
|
19 |
Robert
Holden |
Engeland |
Honda |
55 |
|
20 |
Mark
Foster |
USA |
Yamaha |
55 |
|
21 |
David
Leich |
Engeland |
Yamaha |
55 |
|
22 |
Christian
Gardner |
USA |
Yamaha |
55 |
|
23 |
Steve
Morehead |
USA |
Suzuki |
55 |
|
24 |
Tod
Hebert |
USA |
Suzuki |
54 |
|
25 |
William
Beesch |
USA |
Suzuki |
54 |
|
26 |
Ray
Yoder Jr. |
USA |
Suzuki |
54 |
|
27 |
John
Long |
USA |
Kawasaki |
54 |
|
28 |
Tommy
Sloan |
USA |
Yamaha |
54 |
|
29 |
Gary
Goodfellow |
Canada
|
Suzuki |
54 |
|
30 |
Mike
Karm |
USA |
Suzuki |
54 |
|
31 |
Warren
Elliot |
USA |
Ducati |
54 |
|
32 |
Britt
Turkington |
USA |
Suzuki |
54 |
|
33 |
Don
Estep |
USA |
Yamaha |
54 |
|
34 |
Craig
Gleason |
USA |
Suzuki |
54 |
|
35 |
Randy
Texter |
USA |
Suzuki |
53 |
|
36 |
Oldrich
Schmuttermeier |
Canada |
Suzuki |
53 |
|
37 |
Mike
Walsh |
Canada |
Suzuki |
53 |
|
38 |
Frank
Kinsey |
USA |
Yamaha |
53 |
|
39 |
Richard
Moore |
USA |
Kawasaki |
53 |
|
40 |
Kurt
Liebmann |
USA |
Ducati |
53 |
|
41 |
Geoffrey
Wilson |
USA |
Suzuki |
53 |
|
42 |
Larry
Gruen |
USA |
Suzuki |
53 |
|
43 |
John
Cox |
USA |
Suzuki |
52 |
|
44 |
Phil
Pummeil |
USA |
Honda |
52 |
|
45 |
Skaro
Miroslav |
Joegoslavië |
Suzuki |
52 |
|
46 |
Stephen
Decamp |
USA |
Kawasaki |
51 |
|
47 |
Andu
McGladbery |
Engeland |
Honda |
50 |
|
48 |
Scott
Russell |
USA |
Kawasaki |
49 |
|
49 |
John
Jacob |
USA
|
Yamaha |
49 |
|
50 |
Tony
Rauseo |
USA |
Honda |
48 |
|
51 |
Eric
Moe |
USA |
Suzuki |
47 |
|
52 |
Alfred
Schachtner |
Duitsland |
Yamaha |
47 |
|
53 |
James
Whitham |
Engeland |
Honda |
44 |
|
54 |
Carl
Fogarty |
Engeland |
Honda |
36 |
|
55 |
John
Ross Jr. |
USA |
Suzuki |
36 |
|
56 |
Rodney
Farris |
USA |
Suzuki |
35 |
|
57 |
John
Hopperstad |
USA |
Yamaha |
30 |
|
58 |
Michael
Lehning |
USA |
Suzuki |
27 |
|
59 |
Paul
Zieschang |
USA |
Suzuki |
27 |
|
60 |
Kurt
Hall |
USA |
Suzuki |
22 |
|
61 |
Fritz
Kling |
USA |
Yamaha |
20 |
|
62 |
Mark
Heiser |
USA |
UNK |
19 |
|
63 |
Rick
Shaw |
USA |
Yamaha |
19 |
|
64 |
Mark
Bougas |
USA |
Suzuki |
16 |
|
65 |
Paul
Vogel |
USA |
Kawasaki |
16 |
|
66 |
Jose
Soares Neto |
USA |
Suzuki |
13 |
|
67 |
Mike
Smith |
USA |
Suzuki |
12 |
|
68 |
Mike
Harth |
USA |
Suzuki |
7 |
|
69 |
Jim
Sabin |
USA
|
Yamaha |
6 |
|
70 |
Michael
Martin |
USA |
Suzuki |
5 |
|
71 |
Don
Vance |
Canada |
Suzuki |
2 |
|
72 |
Rueben
McMurter |
Canada |
Honda |
1 |
|
73 |
Jamie
James |
USA |
Ducati |
0 |
|
74 |
Niall
MacKenzie |
Engeland |
Yamaha |
0 |
|
75 |
Ben
Beasly |
USA |
Yamaha |
0 |
|
76 |
Jesus
Pineda |
Mexico |
Suzuki |
0 |
|
77 |
James
Adams |
USA |
Ducati |
0 |
|
78 |
Scott
Stump |
USA |
Honda |
0 |
|
79 |
Darrell
Clingerman |
USA |
Yamaha |
0 |
|
80 |
Denisio
Casarini |
USA |
Suzuki |
0 |
|
|
1990,
Niall McKenzie (l)
en Carl Fogarty, beiden zouden ten val komen tijdens deze
editie. |
|
|
Nogmaals Podium 1990,
v.l.n.r.
Randy Renfrow (2e), David Sadowski (1e) en Doug Chandler (3e)
©
Don Emde Productions
|
De internationale 'lightweight' Daytona 250cc race
was, sinds de invoering in 1963, bijna altijd een zeer spannende en dramatische
race geweest en de editie van 1990, de 28e, was daar geen uitzondering op. Zeker
in 1990 was het een internationale race, aangezien er in Victory Lane rijders
stonden uit Amerika, Japan en Zuid-Afrika. Rich Oliver uit Pittsburg won de race
met 10 seconden voorsprong op nummer twee, Keji Tamura. De teamgenoot van de 25
jarige Oliver, bij het team van Kenny Roberts, Gary Cowan, was halverwege de
race, toen hij aan de leiding lag, erg hard onderuit gegaan, dus de gevoelens
van de winnaar waren erg dubbel. Enerzijds de mooie overwinning, maar anderzijds
de toestand van zijn teammaat. Hij had het zelf ook niet gemakkelijk gehad
tijdens de speedweek, want tijdens de training op dinsdag was hij zelf ook twee
keer hard van zijn Yamaha gevallen en had zelfs overwogen om het vliegtuig naar
huis te nemen.

|
UITSLAG DAYTONA
250cc 1990, 100 mijls race
 |
|
|
| |
Rijder |
Land |
Merk |
Aantal
ronden |
|
1 |
Richard
Oliver |
USA |
Yamaha |
18 |
|
2 |
Keiji
Tamura |
Japan |
Yamaha |
18 |
|
3 |
Robbie
Petersen |
Zimbabwe |
Yamaha |
18 |
|
4 |
Bernhard
Schick |
Duitsland |
APR |
18 |
|
5 |
Chris
D'Aluisio |
USA |
Yamaha |
18 |
|
6 |
Doug
Brauneck |
USA |
Yamaha |
18 |
|
7 |
Daniel
Coe |
USA |
Yamaha |
18 |
|
8 |
Effie
Laycock |
Ierland |
Yamaha |
18 |
|
9 |
Al
Salaverria |
USA
|
Yamaha |
18 |
|
10 |
Luis
Lavado |
Venezuela |
Yamaha |
18 |
|
11 |
Jonathan
Cornwell |
Canada |
Yamaha |
18 |
|
12 |
Harald
Eckl |
Duitsland |
Aprilia |
18 |
|
13 |
Nick
Ienatsch |
USA |
Yamaha |
18 |
|
14 |
Mark
Drucker |
USA |
Yamaha |
18 |
|
15 |
Clifton
Bigoney |
USA |
Yamaha |
18 |
|
16 |
Joe
Cole |
USA |
Yamaha |
18 |
|
17 |
Martin
Miller |
USA |
Yamaha |
18 |
|
18 |
Scott
Zampach |
USA |
Yamaha |
18 |
|
19 |
Johnny
Rea |
Noord-Ierland |
Yamaha |
18 |
|
20 |
Don
Greene |
USA |
Yamaha |
18 |
|
21 |
Alain
Dua |
Frankrijk |
Honda |
18 |
|
22 |
Lee
Shierts |
USA |
Yamaha |
18 |
|
23 |
Jeff
Farmer |
USA |
Yamaha |
18 |
|
24 |
Greg
Esser |
USA |
Yamaha |
18 |
|
25 |
Pat
O'Leary |
USA |
Yamaha |
18 |
|
26 |
Eduardo
Aleman |
Venezuela |
Yamaha |
18 |
|
27 |
Tom
Paris |
USA |
Yamaha |
18 |
|
28 |
Johnny
Wickström |
Finland |
Yamaha |
18 |
|
29 |
Willim
Himmelsbach |
USA
|
Yamaha |
18 |
|
30 |
Andrew
Trevitt |
Canada |
Yamaha |
18 |
|
31 |
Rick
Tripodi |
USA |
Yamaha |
18 |
|
32 |
Maih
Stief |
Duitsland |
Honda |
17 |
|
33 |
Jim
Bonner |
USA |
Yamaha |
17 |
|
34 |
John
France |
USA |
Honda |
17 |
|
35 |
Donn
Lewis |
USA |
Yamaha |
17 |
|
36 |
Jeffrey
Johnson |
USA |
Yamaha |
17 |
|
37 |
Perry
Melneciuc |
USA |
Yamaha |
17 |
|
38 |
Robert
DeWitt |
USA |
Yamaha |
17 |
|
39 |
Mika
Jokinen |
Finland |
Honda |
17 |
|
40 |
David
Avery |
USA |
Yamaha |
17 |
|
41 |
John
Bickle |
Canada |
Honda |
17 |
|
42 |
Eric
Ritter |
USA |
Rotax |
16 |
|
43 |
Christopher
Ellis |
Canada |
Rotax |
16 |
|
44 |
Lawrence
Hanion |
USA |
Honda |
16 |
|
45 |
Esko
Kuparinen |
Finland |
Suzuki |
14 |
|
46 |
Jose
Sojo |
Venezuela |
Yamaha |
14 |
|
47 |
Vance
Specht |
USA |
Yamaha |
12 |
|
48 |
Mark
Schubert |
USA |
Yamaha |
10 |
|
49 |
James
Ronan |
USA
|
Yamaha |
9 |
|
50 |
Peter
Kovacs |
USA |
Yamaha |
9 |
|
51 |
Billy
Graef |
USA |
Yamaha |
5 |
|
52 |
Gary
Cowan |
USA |
Yamaha |
4 |
|
53 |
Andy
Leisner |
USA |
Aprilia |
4 |
|
54 |
Natahn
Donchew |
USA |
Yamaha |
4 |
|
55 |
Rick
Newman |
USA |
Yamaha |
4 |
|
56 |
Darrell
Cooney |
Canada |
SPN |
3 |
|
57 |
Jeffrey
Vos |
Nederland |
Rotax |
2 |
|
58 |
Frank
Kelmentich |
USA |
Yamaha |
1 |
|
59 |
Mark
Robinson |
USA |
RMC |
1 |
Buiten het professionele
racen waren er tijdens de Internationale Speedway in Daytona, sinds
1981, ook "veteranenraces" en races op oude motoren in het programma opgenomen. Deze hadden elk
jaar een hele grote aantrekkingskracht
voor alle soorten rijders en machines. De fascinatie breidt zich
elk jaar verder uit naar allerlei coureurs die een oude motor tot hun
beschikking hebben. Deze klassen trokken ook vele ex-(top)coureurs uit
de wegrace, ook uit Japan, Australië en Europa. In 1990, waren er al 360
inschrijvingen voor de klassieke races in de American Historic Racing Motorcycle Association's (AHRMA). Het hoogste aantal sinds de eerste editie
in 1981 en dit zou zich door de jaren heen nog gaan verdubbelen. De nostalgische gezichten, de geluiden en de geuren tijdens de
‘Classics Day’ zijn uiterst populair bij de
toeschouwers van de Camel Speedweek. Buiten de races, die op het
scherpst van de snede worden uitgevochten, en de honderden machines van
voor 1972, weet men nooit wat precies te verwachten in Daytona. Men komt
altijd wel weer met iets nieuws om de toeschouwers te amuseren. De
eerste AHRMA gebeurtenis van het jaar, voor de ‘national-championship
Historic Cup Series’, in Daytona, is sinds de invoering, vaak een
graadmeter van wat er in het seizoen moet komen. Er werd in zeer veel klassen gestreden, 'class
C', '500 premier', 'pre 1940', '200, 250, 350, 500 en 750 GP', 'classic
60', etc. In totaal 13 klassen, die door de jaren heen steeds weer
werden uitgebreid met o.a. Battle Of The Twins Races (Formule 1, 2 en 3,
vintage, open, tweetakt), BMW race of legends (1992 - 1997), SOS (Sound
Of Singles - Formule 1, 2 en 3), Sound of Thunder en BEARS races. De 13
klassen in 1990 werden verdeeld in 4 categorieën,
Grand Prix, Formula, Sportsman en Classic. Elk daarvan correspondeert
met een zeker tijdperk en type motor. Eerst werden de machines
gegroepeerd in een tijdperk: voor de Tweede Wereldoorlog, na WO-II tot
de vroege jaren '50, dan tot eind jaren '60 en uiteindelijk tot midjaren
'70. Dan was er de verdeling naar type: Grand Prix motoren,
standaardmotoren e.d. Daarna werd de verdeling gemaakt naar het aantal
cc's. Het aantal races zou door de jaren
heen dus flink gaan groeien, evenals het aantal deelnemers en
racedagen. Je moest er uiteindelijk flink voor gestudeerd hebben om
de indeling te kunnen maken (en volgen). Uiteindelijk zou men uitkomen
op 18 klassen.
Sinds
1955 werd ook het dirttrack racen aan het programma toegevoegd. Deze werden
verreden in het Daytona Beach's Memorial Stadium. In 1989 werd dit stadion
afgebroken i.v.m. de noodzaak voor meer parkeergelegenheid. Het dirttrack racen
werd verplaatst naar het Daytona
Beach's Municipal Stadium, waar 10.000 toeschouwers de diverse en vele races
tijdens de Daytona Speedweek konden volgen. Er werden diverse races verreden met
diverse finales op verschillende dagen.
 |
|
|
Buck Brigance
winnaar Daytona shorttrack 1957 |
|
|
 |
|
Daytona shorttrack
winnaars, Roger Reiman (#55) in 1965, Dick Mann (#64) in 1962, 1964,1967
en 1969 en Carroll Resweber (#1) A.M.A. Grand National winnaar in 1958
t/m 1961. |
|
 |
 |
 |
|
Miss
Camel Pro Series, sinds 1990: Paige Thomas (22 jaar). |
1990:
Paige Thomas met Dan Ingram, winnaar van de Camel Pro Daytona dirttrack
serie. |
en met
Jay Springsteen, shorttrack winnaar Daytona 1990. |
In
1990 opende de A.M.A. (American Motorcyclist Assocation) een publiek museum, de
'Motorcycle Hall Of Fame'. In dit museum werden allerlei artikelen
tentoongesteld uit de Amerikaanse motorsporthistorie en dus ook zeer veel over
de meest bekende race in Amerika, de Daytona 200. Ook werden er vele coureurs,
uit alle categorieën van de motorfietsracerij en andere mensen, o.a.
ontwerpers, oprichters, organisatoren en technici, die veel voor de motorsport
hadden betekend "opgenomen" in de 'Hall Of Fame'. Ik heb toestemming
gehad van deze organisatie om enkele foto's te gebruiken voor mijn site.

De Geschiedenis van
de A.M.A.
(American
Motorcyclist Assocation)
De Geschiedenis van de
A.M.A., opgericht in 1924, heeft zijn wortels voor een groot deel in twee
organisaties die aan de bond, de ‘Federation of American Motorcyclists’ (FAM)
en de ‘Motorcycle and Allied Trades Association’ (M&ATA). De F.A.M. was
oorspronkelijk de ‘New York Motorcycle Club’, waarvan de leden begin 1903 de
behoefte hadden aan een nationale motorrijderorganisatie. Eveneens was er een wet
in de stad New York, die registratie van motorfietsen vereiste, dit was mede een
impuls om de F.A.M. op te richten. Op 7 september 1903, werd de F.A.M. officieel
opgericht tijdens een vergadering met 93 enthousiastelingen in een clubhuis in
Brooklyn. De vergadering werd voorgezeten door George H. Perry. Een bijzondere deelnemer was George M. Hendee van de ‘Indian Motorcycle
Company’, een van de twee oprichters, samen met Carl Oscar Hedström, van het
motormerk Indian. Hij bracht 109 leden uit New England binnen. Tijdens het 16-jarige bestaan, bekwam de F.A.M. 8.247 leden in 1915.
Door de Eerste
Wereldoorlog verloor men vele leden en de organisatie stopte in 1919. De M&ATA ontstond een aantal jaren na de F.A.M., naar aanleiding van
een toenemende groei en gezondheid van de Amerikaanse motorfietsindustrie. Hierdoor ontstonden er verscheidene
handelsverenigingen. De eerste was
de ‘Motorcycle Manufacturers Association’, in 1908, dit was een vereniging
van motorfietsfabrikanten. Deze vertegenwoordigden en regelden de zaken van de
motorfietsfabrikanten, de onderdelenleveranciers en de verkopers. In 1916 ontstond een gelijkwaardige organisatie, de M&ATA. Toen de ontbrekende leden uiteindelijk het einde van
de F.A.M. betekenden, was de M&ATA zijn tegenhanger kwijt, die de belangen
van de rijders vertegenwoordigde. Zodoende begon de M&ATA motorclubs op te
richten en motorfietsactiviteiten te ondersteunen. Zo groeide de M&ATA zeer
hard door de jaren heen. Vele leden vonden echter dat er een aparte vereniging
moest komen voor de rijders. Uiteindelijk resulteerde dit in 1924 in de
oprichting van de A.M.A. De ‘American Motorcycle Association’ werd officieel
opgericht op 15 mei van dat jaar. De M&ATA ging later samen met de scooter
vereniging en werd de MS&ATA. Vandaag de dag, na nogmaals te zijn
samengegaan, heet het de ‘Motorcycle Industry Council’ (MIC), maar dit ter
zijde. In 1920 was de M&ATA begonnen met de zgn. Gypsy Tour,
diverse type races door heel Amerika. Vanaf 1925 nam de A.M.A. dit over en
zorgde voor een flinke uitbreiding van de raceactiviteiten. Tijdens dat jaar,
werden er 56 races georganiseerd en werden er 14 nationale kampioenschappen
toegekend. De kampioenschappen betroffen races over diverse afstanden en motorfietsen van 500cc tot 1000cc, evenals zijspannen. In die vroege jaren,
werd de eerste stijl van racen in de V.S. een Klasse A, een formule die
fabrikanten toestond om eenmalige exotische racemachines te bouwen. Aan deze
formule, spendeerden de fabrieksteams grote sommen geld voor de ontwikkeling
van de motoren en huurden de beste rijders in, zoals Jim Davis en Joe Petrali,
om de kampioenschappen binnen te halen. In de vroege jaren '30, werden deze dure
fabrieksteams geschrapt, als resultaat van de Grote Depressie. Om deze tendens,
van overheersing van de races door de grote fabrieken, met hun geld tegen te
gaan, werd eind 1933 door het A.M.A. competitie Comité een klasse C gecreëerd.
Deze klasse C maakte het gebruik van 750cc zijklep- en 500cc bovenklepmotoren
mogelijk, gebaseerd op productiemachines. Er
werden slechts kleine wijzigingen toegestaan, en de brandstof was slechts
beperkt tot het gebruik van gewone benzine. Deze nieuwe klasse werd niet
onmiddellijk enthousiast onthaald door de racers en hard-core toeschouwers, die
gewend waren aan de klasse A.
De eerste nationale kampioenschaprace die onder de nieuwe regels van de klasse
C werd verreden was op 22 februari 1934, in Jacksonville Florida. Bremen Sykes
uit Savanne, Georgia, was de winnaar, hij volbracht de 200-mijls race in 3 uren,
39 minuten en 3 seconden op een Harley-Davidson. Het nationale kampioenschap
verplaatste zich in 1937 naar Springfield, Illinois, waar hij zou blijven tot de
oprichting van de ‘Grand National Series’ in 1954. Andere belangrijke races
van deze klasse, in de eerste jaren, waren de Daytona 200, de beroemdste 200 in
de V.S., en de Laconia 200 Classic in New Hampshire, die
reeds een populaire jaarlijkse gebeurtenis was toen de Klasse C zijn entree
maakte. Alle wedstrijden werden opgeschort tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar A.M.A. secretaris E.G. Smith zorgde, na de oorlog, er snel voor dat de
wedstrijden werden voortgezet in 1946. Hij huurde een ex-motorfietsinstructeur van de marine in, Jules Horky, om het raceprogramma te
verzorgen en leiden. Horky zou dit blijven doen tot zijn pensionering in 1974.
De dirt-track racerij won steeds meer aan populariteit in die tijd, en zou de
belangrijkste vorm van motorsport worden, voor toeschouwers en coureurs, in
Amerika. Met de komst van de ‘A.M.A.‘Grand National Serie’ kwam deze vorm
van de racerij op het hoogste niveau in de V.S. De serie bestond vier dirttack
variaties - mijl, halve-mijl, shorttrack en TT steeplechase racen – dit
kroonde samen met de wegrace de beste Grand National all-round coureur. De Grand
National is één van de oudste series in de wereld, zijn 50ste verjaardag
vierend in 2004. De unieke stijl van de Amerikaanse dirttrack zorgde ervoor dat
de Amerikaanse coureurs op de hoogste niveaus in de wereld zouden gaan presteren
tijdens de Grand Prix racerij vanaf de jaren '70 en in de jaren '80.
Voorafgegaan door Steve Baker en Kenny Roberts, zouden de Amerikaanse rijders
vele wereldtitels behalen, nl. 15 stuks tussen 1978 en 2006.
In de late jaren '70,
gaf de A.M.A. een afzonderlijke kampioenschapstatus aan de wegracerij en werd de Superbike
de “Koningsklasse” in de Amerikaanse wegracerij, dit is de testgrond voor
machines en rijders van zes motorfietsfabrikanten met hun fabrieksteams en vele
privérijders. Ook off-road rijden werd enorm populair in Amerika aan het einde
van de jaren '60. De ontwikkeling van lichtgewichtmotorfietsen resulteerde in
groot enthousiasme voor Enduro racen (lange-afstand) en racen in de woestijn. In
1961, keurde de A.M.A. de regels goed, voor een nieuwe vorm van de racerij, nl.
motorcross. Overgewaaid uit het naoorlogs Europa, werd ook deze sport razend
populair in de V.S. en dan vooral zijn Amerikaanse variant, de A.M.A.
Supercross. Sindsdien is het tot de derde belangrijkste, professionele vorm van
motorsportracen in de V.S. uitgegroeid en trekt verreweg het meeste aantal
toeschouwers van alle snelheidssporten in Amerika. De Amerikaanse
motorcrosscoureurs bewezen zich steeds meer, op wereldniveau, sinds de jaren
'80. Er werd winst geboekt in de Motorcross der Naties, het wereldkampioenschap
voor teammotorcross, werd vanaf 1981 tot 1993, 13 jaar achter elkaar gewonnen,
en steeds meer crossers vanuit de hele wereld trokken naar Amerika om aan de
A.M.A. motorcross deel te nemen. Dit werd mede mogelijk gemaakt, doordat de
internationale successen in de jaren ervoor hadden gezorgd dat de A.M.A. een
goede relatie had opgebouwd met de F.I.M. (Federation Internationale de
Motocyclisme), oftewel de wereldmotorbond. In oktober 1970 was de A.M.A. goedgekeurd als enige V.S. representatief door de F.I.M.
|