Home Jack Middelburg Guestbook GP-races Daytona Toon Kannekens Diverse

1982

                                     

Daytona had Jack nog nooit erg veel geluk gebracht en zou dat ook nu niet doen. De trainingen gingen prima. Op maandag bouwde hij het rustig op en na 29 rondjes was zijn tijd van 2.20 naar 2.06 gebracht. De volgende dag reed hij nog 35 ronden en bracht zijn tijd naar 2.04.5. Op woensdag constateerde Albert Siegers een gescheurd frame. Bij het elektrisch lassen werd waarschijnlijk de ontsteking ontregeld en donderdag tijdens de kwalificatie liep de Suzuki-Gamma erg slecht. Doordat Jack toch probeerde om een goeie kwalificatietijd neer te zetten i.p.v. te stoppen, trok hij zijn achterwiel onderuit en scheurde bij de val een botje in zijn voet, waar hij wel mee had kunnen rijden. Aangezien hij pas drie van de verplichte vijf rondjes had afgelegd, kwalificeerde hij zich niet voor de race. De AMA-officials waren hier onverbiddelijk in. Erg zonde, want de tijd in de training had hem al op een zevende startplek gebracht. Jack trainde in totaal 64 ronden, oftewel 390.4 km. Het gemiddelde benzineverbruik bedroeg 1.1 liter per ronde (6.178 km.), oftewel 1 op 5.6. De eerste teleurstelling van het seizoen was daar! Randy Mamola overigens reed tijdens de trainingen een fabrieks-Suzuki helemaal plat en deed hetzelfde in de eerste ronde van de race. Daar zal men in Japan ook niet vrolijk van geworden zijn! De vorige berijder van Jack zijn motoren, Graeme Crosby, won de 200 miles race op een 750cc Yamaha voor Freddie Spencer, het Amerikaanse wonderkind op 2 wielen. De top 5 werd compleet gemaakt met de Amerikanen Roberto Pietri, Mike Baldwin en Dale Singleton. 

1982, Poserende Jack Middelburg, voor de "Buck's Gun Rack" op de Volusia Avenue in Daytona Beach.

 

Suzuki Jack Middelburg

Freddie Spencer winnaar 1985 Gary Scott Dale Singleton Dave Emde Ted Boody Henry Degouw Roberto Pietri Hal Coleman

 

Jack Middelburg

Jack Middelburg draaide moeiteloos in de trainingen rondetijden van 2.04,5, maar ging in de kwalificatie onderuit en blesseerde zijn voet

 

Daytona 200

Deelnemers 41th Daytona 200. Alleen de snelste 80 krijgen een start.

2. Kenny Roberts (USA) 62. William Knott (USA) 147. Curtis Maddox (USA) 255. Pierre Beullac (CAN)
44. Hugh Humble (USA) 63. Doug Brauneck (USA) 149. Ken Stephens (USA) 256. Marty Roth (CAN)
6. Dave Busby (USA) 64. Fred Winters (USA) 150. Bert Coleman (USA) 258. Bill Brown (USA)
7. Randy Mamola (USA) 65. Kurt Liebmann (USA) 151. Geoffrey Hoffman (USA) 259. Ronald Miller (USA)
8. John Long (USA) 67. David Greene (USA) 154. Leland Hancock (USA) 261. Vincent Hill (USA)
10. David Emde (USA) 71. David Roper (USA) 159. Bernd Koegler (USA) 266. Malcolme Tunstall (USA)
11. Benny Del Monico (USA) 72. Kurt Lenz (USA) 160. Doug Chancey (USA) 277. Gary Hensley (USA)
15. Martin Morrison (USA) 73. Erik Buell (USA) 161. Will Harding (USA) 281. Francesco Fabiano (USA)
17. Jimmy Filice (USA) 74. Al Philips (USA) 163. Mark Jones (USA) 304. Marco Lucchinelli (I)
18. Nobuhiro Nakamura (USA) 76. Richard Chambers (USA) 164. Wayne Canale (USA) 305. Con Law (GB)
19. Freddie Spencer (USA) 79. Henry DeGouw (USA) 165. George Wallace (USA) 306. Stefan Pejer (S)
21. Eddie Lawson (USA) 80. Ken Botham (USA) 167. Jeff Heino (USA) 307. Graeme Crosby (Nzl)
22. Miles Baldwin (CAN) 81. Stephen Foote (USA) 168. Greg Smrz (USA) 308. Ernst Gschwender (D)
25. Nicky Richichi (USA) 82. Frank McTaggart (USA) 170. Norm Murphy (CAN) 310. Kiyotaka Sakai (J)
26. James Adamo (USA) 86. Hal Coleman (USA) 174. Omer Norton III (USA) 314. Jim French (Can)
30. Dale Singleton (USA) 88. Roberto Pietri (USA) 183. Donald McAuliffe (USA) 318. Martin Wimmer (D)
31. Harry Klinzmann (USA) 90. Dan Chivington (USA) 193. Doug Polen (USA) 319. Christian Cremer (B)
32. Mark Homchick (USA) 94. Martin Hall (USA) 202. Uri Bergbaum (USA) 320. Graham Young (N-Ier)
33. Steve Gervais (CAN) 95. Gina Bovaird (USA) 203. Lang Hindle (CAN) 325. James Elbon jr. (GB)
34. Wes Cooley (USA) 96. Harry Vanderlinden (USA) 204. Bill Beneker (USA) 327. Boet van Dulmen
35. Kevin Stafford (USA) 99. Rusty Sharp (USA) 212. Francisco Fuentes (USA) 328. Ikuo Kusama (J)
36. Jeff Umrysz (USA) 103. Mike Landrum (USA) 213. Michael Casey (USA) 331. Thierry Espié (F)
37. Thad Wolff (USA) 104. Norman Smyser (USA) 215. R.J. Gamble jr. (USA) 334. Hubert Rigal (F)
38. Steve Wise (USA) 105. Joel Samick (USA) 219. Wendy Epstein (USA) 335. Takumi Ito (J)
39. Davis Schlosser (USA) 107. Arthur Kowitz (USA) 220. Jim Young (USA) 336. Christian Estrosi (F)
40. David Aldana (USA) 108. David Cheek (USA) 223. Rick Shaw (USA) 337. Steve Parrish (GB)
42. Andrea Weck (USA) 113. Jerry Wood (USA) 234. John Williams (USA) 340. Terry Hutton (GB)
43. Mike Baldwin (USA) 114. Joe Patton (USA) 239. Donald Georger (USA) 341. Brent Jones (Nzl)
47. Harry Cone (USA) 115. David Hoyle (USA) 241. R.V. Brockie (USA) 342. Jack Middelburg
48. Richard Schlachter (USA) 121. Clive Ng-A-Kien (USA) 244. George Morin (CAN) 346. Antonio Jorgeneto (BR)
50. John Bettencourt (USA) 125. Joseph Osowski (USA) 246. Russell Bigley (USA) 348. Christian Sarron (F)
52. Bruce Hammer (USA) 131. Rueben McMurter (USA) 247. Patrick O'Leary (USA) 350. Christain Summer (AUS)
57. Alan Ward (USA) 139. Larry Shorts (USA) 249. Stephen Simmons (CAN) 384. Oldrich Schuttermeier (CAN)
59. Steve Baron (USA) 140. John Woo (USA) 252. Dieter Guttner (USA) 399. Marc Fontan (F)
61. Hap Eaton (USA) 143. Doug Lantz (USA) 254. John Nelson (USA)

?

David Parsons (USA)

 

Christian Sarron aan het sjouwen met zijn tankinstallatie.

 

 

 
 

'Bookmakers' pole Daytona1982.  Jack 15 tegen 1 dollar.

 

 

Voorafgaand aan de editie van de 1982er Daytona 200, was het resultaat zeer moeilijk te voorspellen. Ten eerste, na het uitvallen, in het vorige jaar, van Kenny Roberts, liet zien dat zelfs de fabrieksteams kwetsbaar zijn door mechanische problemen. Ten tweede, de grote viertakten werden elk jaar sneller en betrouwbaarder. Ieder zag de vooruitgang die de fabrieks Honda en het team van Yoshimura Suzuki boekten. De waarde van een Daytona overwinning, was voor de fabrikanten zeer duidelijk. Yamaha wilde uiteraard daarom zijn kroon niet verliezen, en men had besloten dat Kenny Roberts iets beters moest hebben dan de machine die hem twee jaar achtereen in de steek had gelaten. Vandaar dat zijn zeer betrouwbare 500cc viercilinder OW60 Grand Prix racer aan de start van de 200 werd gebracht. Honda toonde aan dat zij Yamaha niet zonder slag of stoot de titel wilden laten binnenhalen. Zij voorzagen Freddie Spencer en Mike Baldwin van speciaal handgebouwde 1024cc FWS V-fours, de enige twee op dat moment bestaande machines. Kawasaki en Suzuki, de twee belangrijkste motorfietsfabrikanten die nog nooit de 200-miler hadden gewonnen, kwamen ook aan in Daytona met concurrerende machines. Kawasaki had zijn nieuwe ster Eddie Lawson ingezet op een Grand Prix KR500 machine, terwijl Suzuki Randy Mamola op hun recentste 500cc GP wegracer aan de start bracht.

Start van de race, op kop Roberto Pietri (88) voor Freddie Spencer, Eddie Lawson (21), Kenny Roberts (2), Mike Baldwin (43), Wes Cooley (34), Dan Chivington (90) en Dale Singleton.

 Mike Baldwin in de 200 mijls race (l) en de Superbike race (binnendoor bij Vincent Hill)
© Motorcycle Hall of Fame Museum

De 41e Daytona 200 mijlsrace, die aangekondigd werd als de eerste grote krachtmeting van 1982 tussen de grote Japanse merken, zou uiteindelijk op een teleurstelling uitlopen voor Yamaha (Roberts) en Suzuki (Mamola). Ook de Kawasaki KR500 van Eddie Lawson haalde de eindstreep niet, terwijl de Honda NS500 driecilinder uitblonk door afwezigheid, evenals wereldkampioen Marco Lucchinelli. Toch werd Honda de grote winnaar in Daytona. Ze reed in de 100 mijls superbikeversie, van de CB750 Supersport, naar een 1-2-3 zege voor Honda, terwijl ditzelfde drietal met de nieuwe V-4 in de Daytona 200 de tweede, derde en vierde plaats opeiste achter de verrassende winnaar, de Nieuw-Zeelander Graeme Crosby. Crosby, die een drie jaar oude Yamaha TZ750 fabrieksfiets van Kenny Roberts bereed, verdrong halfweg de race Eddie Lawson van de leiding toen deze problemen kreeg met zijn versnellingsbak. Crosby zorgde aldus voor de elfde achtereenvolgende overwinning voor Yamaha. Spencer en Baldwin zouden wellicht de speciaal voor Daytona gebouwde 1024 cc FSR V­4 Honda racers naar een eerste plaats hebben kunnen racen, als ze met de 165 kilogram zware en150 pk sterke monsters geen bandenproblemen gekregen zouden hebben, waardoor ze beiden tweemaal de pits in moesten voor een bandenwissel. Suzuki was de grote verliezer in Daytona. Randy Mamola kwam al in de eerste bocht na de start ten val, nadat hij eerder in de week tijdens de kwalificatie ook al een 1982 fabrieks-500 tot schroot gereden had. Met rondetijden van 2.04 tijdens de vrije trainingen leek niet alleen een kwalificatie in de hoogste regionen, maar tevens een goed uitzicht op eremetaal voor Jack Middelburg in het verschiet te liggen. Helaas mocht het niet zo zijn. Tijdens de uitgestelde kwalificatie voor de eerste twintig startplaatsen (de regen was toen al spelbreker, trok de Ergon-coureur zijn Suzuki onderuit bij het uitkomen van het infield en werd hij van zijn machine geslingerd. Aanvankelijk leek een voetblessure niet zo ernstig, maar later in de avond ging Jack zekerheidshalve naar het ziekenhuis, waar men een gescheurd middenvoetsbeentje constateerde. De zwelling in zijn voet nam af en Jack, dacht erover om toch weer mee te rijden. Hij had echter slechts drie ronden gereden en de overige tijdtrainingen gemist, waardoor hij buitenspel stond. Pogingen van teammanager Martin Ogborne, vonden geen weerklank bij de onverbiddelijke A.M.A.-officials en de Nederlander kon zijn biezen pakken. 'Erg jammer dat het zo gelopen is. Ik had die fout niet moeten maken. De motor liep niet zo goed als de dag ervoor en ik probeerde nu in de bochten veel goed te maken', aldus Jack die inderdaad zo’n zes seconden langzamer werd geklokt dan een dag eerder. Zonder enig risico had ik een rondje van 2.03 kunnen draaien', constateerde Middenburg, die vorig jaar in Daytona door een vastloper een plaats bij de eerste twintig aan zijn neus voorbij zag gaan. Een trieste affaire, die helaas weer beklemtoont hoe hard, competitief en zakelijk de wegracewereld is. Een klein foutje kan een hele operatie, waar ook ter wereld, de grond inboren. Kenny Roberts, die via een nieuw ronderecord van 2.01,8 in de kwalificatie de pole­position (voor de 3e keer op rij) opeiste, moest in de tiende ronde met een krukasdefect opgeven. Daytona bracht King Kenny weinig geluk. Tot dusver wist hij slechts driemaal de zege te grijpen: de 200 Miler in 1978 en de 250cc 100 mijlsraces in 1975 en 1976. Kenny moest het in Florida overigens zonder twee verdienstelijke medewerkers doen. Kel Carruthers vertrok overhaast naar Australië, vanwege droevige familie-omstandigheden, zijn vader was overleden. En Trevor Tilbury sleutelde vanaf 1982 bij het Marlboro-Agostini Team. De winnaar van de laatste editie, Dale Singleton, was uiteraard ook weer aanwezig, hij was overigens een rechtszaak begonnen tegen Yamaha. Deze hadden na zijn overwinningen in Daytona van 1979 en 1981 een poster uitgebracht met Singleton erop. Deze had daar geen toestemming voor gegeven en was een privérijder, die zijn onderdelen bij Yamaha gewoon moest betalen. Hij eiste, op de Amerikaanse manier, dan ook vele miljoenen dollars van de fabriek.

 

Begin van de 1982 race, Daytonakombaan met Freddie Spencer, Mike Baldwin, Kenny Roberts, Roberto Pietri en Eddie Lawson.

De slijtage aan Randy Mamola's overall nam in Daytona bedenkelijke vormen aan. In de race kwam de Suzuki-fabrieksrijder dus al na 300 meter ten val. De schuldvraag kreeg zijn vroegere teamgenoot Graeme Crosby in de schoenen geschoven. "Als Randy al in de eerste bocht de race wil winnen, kan ik hem niet van dienst zijn" gaf Crosby als commentaar, die met een drie jaar oude fabrieks-Yamaha TZ750 de Daytona 200 op zijn naam schreef. Florida, de "State of sunshine", deed zondag 7 maart 1982, deze reputatie weinig eer aan. Wegens hevige regenval en stormachtige wind moest de start van de Daytona 200 bijna vier uur uitgesteld worden. Daarvoor had het al heftige discussies gegeven over de vraag of de race naar maandag verschoven moest worden omdat het motorsportreglement van de AMA racen op natte banen verbiedt. Kenny Roberts: "Op kombanen zoals Daytona kun je niet met regenbanden rijden. De kombaan is snel droog, terwijl de binnenbaan nat blijft. De regenbanden zouden in de kombaan zo heet worden, dat er stukken rubber van het loopvlak zouden vliegen". De bandenfirma's Goodyear, Dunlop en Michelin hadden daarom geen regenbanden bij zich. Toen de baan rond drie uur op begon te drogen, pleitte Mike Baldwin voor een zo spoedig mogelijke start van de Daytona 200. "Je moet weliswaar een paar rondjes rustig aan doen" meende hij, "maar met 80 fietsen in de baan is de ideale lijn zo droog gereden". Kenny Roberts - voor de tiende maal in Daytona - was meer bevreesd voor de sterke rukwinden dan voor de regen. "Met deze erg lichte Grand Prix vijfhonderds kan een rukwind in de kombaan zo het voorwiel onderuit halen. De hemel sta je bij als je met 290 km/uur onderuit gaat!". Zijn nieuwe fabrieks Yamaha OW60 zorgde nog voor andere kopzorgen voor de 3-voudige ex-wereldkampioen. "De 500 GP-fiets heeft een te zwakke koppeling voor Daytona" verklapte Roberts. "In de GP's heb je de koppeling nauwelijks nodig. Hier in Daytona moet-ie bestand zijn tegen een koppelingsstart en twee tankstops. Ik zal erg voorzichtig moeten zijn".

1982, Marc Fontan Marc Fontan en landgenoot Christian Sarron (348)

     

 

Spencer, Pietri en Lawson.

Jim Filice.

 

2-voudig Daytona winnaar Dale Singleton (5e in 1982) Pitsstop Eddie Lawson
Eddie Lawson
Pietri, Spencer, Lawson, Baldwin en Roberts Crosby Wes Cooley, Eddie Lawson & Graeme Crosby

 

wpeF.jpg (19819 bytes)

David Schlosser & Gregg Smrz

wpe11.jpg (19183 bytes)

Eddie Lawson kreeg met totaal andere problemen te maken. "Mijn KR500 is nog van '81. De waanzinnig lange wielbasis veroorzaakte in de kombaan een zo hoge temperatuur van de achterband, dat ik er na 20 ronden een eitje op kon bakken". Zowel Roberts als Lawson voerden de race korte tijd aan, doch beiden moesten voortijdig opgeven. Roberts streed met de beide Honda-rijders Spencer en Baldwin hardnekkig en verbeten om de leiding, eer hij in de tiende ronde met een kapotte krukas op moest geven. "Het was helemaal niet zo gemakkelijk om in de slipstream van de beide Honda's te blijven" verzekerde King Kenny na afloop. "Mijn 500 had heel wat meer last van de tegenwind dan de 1024 cc Honda's, die een stamp vermogen hebben. Maar met remmen kon ik elke keer veel goed maken, want mijn fiets is minstens 40 kilo lichter dan de FSR". Toen Roberts na 15 ronden vanuit de pits zijn merkgenoot Graeme Crosby op zijn oude TZ750 langs zag jagen, merkte hij verwonderd op: "Crosby weet niet wat hem overkomt, want langer dan 15 ronden heeft dat ding het in Daytona nog nooit vol gehouden." In de voorgaande jaren gaf de fiets - tweemaal met Kenny Roberts en éénmaal met Skip Aksland - al na drie ronden de geest. Aangezien Baldwin in de tiende en Spencer in de dertiende ronde voor een bandenwissel in de pits kwamen, schoof de aanvankelijk vierde liggende Eddie Lawson naar de kop. Maar ook voor hem bleek de zege (nog) niet weggelegd. Halfweg de race gaf de vierde versnelling niet meer thuis, terwijl bovendien de ketting over de tanden sprong. Rond deze tijd stond Randy Mamola al in gewone kleding naar de race te kijken. Hij had het klaargespeeld om de 200 mijls­race al na 300 meter te beëindigen, uitgerekend in de bocht waar hij drie dagen eerder ook al onderuit gegaan was. "Verdomme! Ik heb binnen een week twee overalls versleten" gromde de vice-wereldkampioen. "Deze val heb ik aan Crosby te danken, de zak. 'Hij zat aan de buitenkant naast me en raakte mij. Ik moest de machine gewoon plat leggen. Terwijl ik het gras inschoof zag ik dat hij zich omdraaide en als ik me niet vergis, zag ik hem ook nog vol leedvermaak grijnzen!" Wat Ed Mamola, Randy's vader, na dit voorval te melden had aan het adres van Crosby, kan niet aan papier toevertrouwd worden. De meeste verwensingen waren kompleet nieuw. "Ik breng dat stuk ongeluk om.", hij kan mijn jongen alleen verslaan door hem van zijn fiets te rijden. Dat heeft verdomme toch niets meer met sport te maken!" Crosby moest er na afloop meesmuilend om lachen. "Het was Randy's eigen schuld. Ik heb alleen een klap gevoeld en pas in de tweede ronde gezien wie daarvan de oorzaak was. Dit zijn dezelfde verhalen als na Silverstone vorig jaar. Mamola zal toch echt aan moeten nemen dat ik niet vanuit Nieuw-Zeeland de halve wereld rond vlieg om hier in de eerste bocht al een botsing te riskeren". Bij de overwinning van Graeme Crosby zijn de volgende kanttekeningen te plaatsen. Het was Crosby's allereerste race op een 750cc Yamaha, de vijfde overwinning voor een niet Amerikaan in de Daytona 200, de elfde achtereenvolgende overwinning voor Yamaha en de eerste zege voor het splinternieuwe Marlboro-Agostini team. Giacomo Agostini, die in 1974 zelf de Daytona 200 won, schonk het volledige prijzengeld aan Crosby. "Ik ben zelf lang genoeg coureur geweest om te weten dat het prijzengeld aan de coureur toekomt en niet aan het team. Natuurlijk was ik in 1974 gelukkiger met mijn overwinning, maar als teamchef vind ik de zege van Crosby even belangrijk".

 

Benny Del Monico Steve Eklund Ron Pierce Hap Eaton Randy Mamola Kurt Liebman Nicholas Richichi Kenny Roberts

 

Freddie Spencer

Kenny Roberts voor Mike Baldwin

      

 

Roberto Pietri een prachtige derde plaats

Mike Baldwin, die achter Pietri de vierde plaats pakte (de schatrijke Venezolaan Pietri reed overigens geen V-4), kon na afloop zijn teleurstelling nauwelijks verbergen. "Ik kon het zelfs nauwelijks geloven toen ik al in de achtste ronde in de kombaan bijna onderuit ging. Dat overkwam me nog tweemaal en toen ik me omdraaide zag ik op meerdere plaatsen het witte karkas al door het rubber van de band steken." Baldwin reed ontgoocheld de pitstraat binnen, stond hoofdschuddend in de Honda-pits, maar werd door een heel regiment Japanse monteurs al weer na een halve minuut met een nieuwe Michelin achterband de baan opgestuurd. Het iets hardere rubbermengsel hield het ditmaal 17 ronden uit, maar opnieuw moest Baldwin naar de pits om een nieuw achterwiel te laten steken. "Ik kreeg elke keer een iets harder rubbermengsel. Met de laatste band had ik wel een 24 uursrace kunnen rijden. Voor een zo foutieve bandenkeus zijn er geen excuses!" Baldwin mocht overigens blij zijn dat zijn V-4 de eindstreep haalde, want twee ronden voor het eind begon de motor afschuwelijk over te slaan en hield er in de laatste ronde zelfs helemaal mee op. Met afgeslagen motor wist Baldwin de eindstreep nog net te halen. Na de race staken de Hondatechnici de hoofden bij elkaar, terwijl de Michelin bandentechnici als geslagen honden rondliepen. Het zou niet verbazen als het rood-wit-blauwe team weer op Dunlop overgaat, op welk bandenmerk dit jaar ook Kenny Roberts vertrouwt. Spencer hield zich met zijn commentaar op de vlakte. "Wellicht heeft men niet verwacht dat wij zulke snelle rondetijden zouden draaien. Op de racedag was het bovendien wat kouder, zodat het verantwoord leek met wat zachtere rubbermengsels te experimenteren" zei "Fast Freddie". Volledigheidshalve moet nog opgemerkt worden dat Richard Schlachter, die in de 35e ronde de tweede plaats bezette achter Crosby, het veld moest ruimen  door een vastloper, dat Wes Cooley in de tiende ronde zijn vierde Suzuki-blok opblies binnen een week tijd, dat Martin Wimmer motorproblemen kreeg en dat het complete Gauloises Team al binnen vijf ronden uit de race was. Marc Fontan bleef in de tweede ronde steken door zand in de carburateurs, terwijl Christian Sarron door een kapotte krukas de strijd moest staken. Ook voor Hubert Rigal duurde de race slechts kort: in de negende ronde stopte hij met een vastzittende achterrem.

In de slotfase van de race liep Freddie Spencer overigens nog flink in op koploper Crosby, maar diens voorsprong van circa 20 seconden in de 42e ronde was voldoende om tot en met de 52e ronde uit handen van de jagende Honda-coureur te blijven. Commentaar van Crosby na afloop: "Als de Honda's geen bandenproblemen gehad zouden hebben, was ik hoogstens tweede of derde geworden". Crosby zou overigens niet aan de Superbike race mee doen, aangezien Yamaha geen type machine voor deze races had. 

 

Suzuki Randy Mamola Marc Fontan Yamaha Christian Sarron
Stefan Pejer (#306) uit Zweden (donateur diverse foto's op mijn site). Stefan Pejer (#306) en Donald McAuliffe Start 200, Crosby, Lawson, Spencer, Baldwin, Roberts

© Stefan Pejer www.pejer.com

 

Daytona 200, niet de race van Randy Mamola...

en ook niet van Kenny

Eddie Lawson op zijn Kawasaki

Graeme Crosby voor Roberto Pietri en Dave Schlösser

Graeme Crosby winnaar 200 mijls race 1982

      
Champagnedoop van Crosby van Pietri en Spencer (rechts)

                                  

 

Roberto Pietri, Graeme Crosby & Freddie Spencer in Victory Lane.
 

UITSLAG DAYTONA 200 1982

  Rijder Land Merk Aantal ronden Trainingsplaats
1 Graeme Crosby Nieuw-Zeeland Yamaha 52 5e
2 Freddie Spencer USA Honda 52 3e
3 Roberto Pietri Venezuela Honda 52 9e
4 Mike Baldwin USA Yamaha 52 2e
5 Dale Singleton USA Yamaha 51 10e
6 Steve Gervais Canada Yamaha 51 15e
7 Steve Wise USA Honda 51 21e
8 Thad Wolff USA Suzuki 51 11e
9 Jimmy Filice USA Yamaha 51 13e
10 Nicki Richichi USA Yamaha 51 16e
11 Bruce Hammer USA Suzuki 51 32e
12 Greg Smrz USA Yamaha 51 41e
13 David Cheek USA Yamaha 51 59e
14 Dave Schloser USA Yamaha 51 27e
15 Kurt Liebmann USA Yamaha 50 44e
16 Jim Young USA Yamaha 51 62e
17 Jeff Heino USA Suzuki 47 34e
18 James Adamo USA Ducati 47 57e
19 David Emde USA Yamaha 47 64e
20 Wayne Canale USA Yamaha 47 69e
21 Hap Eaton USA Yamaha 46 23e
22 Malcolm Tunstall USA Ducati 46 67e
23 James Elbon, jr. Engeland Honda 46 reserve
24 Lang Hindle Canada Kawasaki 45 53e
25 Dieter Guttner USA Yamaha 45 reserve
26 Ken Stephens USA Ducati 45 78e
27 Bernd Koegler USA Honda 44 63e
28 Joel Samick USA Suzuki 44 65e
29 Uri Bergbaum USA Suzuki 41 20e
30 Martin Morrison USA Yamaha 41 72e
31 Jeff Umrysz USA Yamaha 39 40e
32 Harry Cone USA Yamaha 37 28e
33 Omer Norton III USA Suzuki 36 60e

UITSLAG DAYTONA 200 1982

  Rijder Land Merk Aantal ronden Trainings plaats
34 Richard Schlachter USA Yamaha 34 17e
35 Doug Brauneck USA Yamaha 34 14e
36 Ronald Miller USA Suzuki 33 80e
37 Norm Murphy Canada Suzuki 33 49e
38 Joe Patton USA Honda 31 50e
39 Harry Klinzmann USA Yamaha 30 31e
40 Eddie Lawson USA Kawasaki 29 4e
41 Frank McTaggert USA Yamaha 29 19e
42 Leland Hancock USA Yamaha 26 68e
43 Marty Roth Canada Kawasaki 21 71e
44 R.J. Gamble jr. USA Kawasaki 16 reserve
45 Russell Bigley USA Yamaha 15 reserve
46 George Morin Canada Suzuki 14 58e
47 Wes Cooley USA Suzuki 13 8e
48 Patrick O'Leary USA Yamaha 12 54e
49 Benny Del Monico USA Yamaha 12 70e
50 Stefan Pejer Zweden Yamaha 12 55e
51 Rusty Sharp USA Yamaha 11 47e
52 Kenny Roberts USA Yamaha 8 1e
53 Dave Aldana USA Yamaha 8 25e
54 Richard Chambers USA Yamaha 8 36e
55 Donald McAuliffe USA Yamaha 8 75e
56 Alan Ward USA Yamaha 6 33e
57 Doug Lantz USA Ducati 6 74e
58 Gina Bovaird USA Suzuki 5 39e
59 Arther Kowitz USA Kawasaki 5 51e
60 Dan Chivington USA Yamaha 4 12e
61 Christian Sarron Frankrijk Yamaha 4 42e
62 Hubert Rigal Frankrijk Yamaha 4 48e
63 Rueben McMurter Canada Kawasaki 4 56e
64 Kurt Lenz USA Yamaha 3 43e
65 John Bettencourt USA Yamaha 3 26e
66 Hal Coleman USA Harley 2 reserve
67 R.V. Brockie USA Suzuki 2 reserve
68 David Hoyle USA Kawasaki 2 reserve
69 Mark Honchick USA Yamaha 1 22e
70 Miles Baldwin USA Yamaha 1 29e
71 Michael Casey USA Kawasaki 1 76e
72 Martin Wimmer Duitsland Yamaha 1 38e
73 Hugh Humble USA Yamaha 1 46e
74 Randy Mamola USA Suzuki 1 6e
75 Steve Baron USA Yamaha 1 18e
76 David Roper USA Yamaha 1 reserve
77 Joseph Osowski USA Suzuki 1 79e
78 Larry Shorts USA Honda 1 reserve
79 Stephen Simmons Canada Yamaha 1 30e
80 Marc Fontan Frankrijk Yamaha 1 7e

 

Niet gestarte coureurs i.v.m. blessures:

  Rijder Land Merk Trainings plaats
-- Bernie Summers USA Yamaha 24e
-- William Knott USA Yamaha 35e
-- Doug Polen USA Honda 37e
-- Harry Vanderlinden USA Suzuki 45e
-- Henry DeGouw USA Yamaha 52e
-- Bobbie Goodin USA Suzuki 61e
-- Ernie Kicklighter USA Kawasaki 66e
-- Doug Chancey USA Kawasaki 73e
-- Ikuo Kusama Japan Honda 77e
 

Foto's: Kenny Roberts, Freddie Spencer en Marc Fontan.

 

 

100 mijls Superbike: 1-2-3 voor Honda  

   

linker foto: Podium & startopstelling Superbike, met op de voorste startrij: Roberto Pietri (#88), Steve Wise (#38), Eddie Lawson (#21) en Mike Baldwin (#43). Nog net te zien Doug Polen, op de tweede rij.

rechter foto: Freddie Spencer (#19), op de tweede rij: Harry Klinzmann (#31), Wayne Rainey (#60), Wes Cooley (#34). Verder nog te zien o.a.: Arthur Kowitz (#107), Joe Patton (#114), Richard Chambers (#76) en Rueben McMurter (#131).

 

Start Superbike 

 

Een mooi groepje Amerikaanse racetoppers aan het begin van de race: Roberto Pietri (#88), Eddie Lawson (#21), Mike Baldwin (#43), Wes Cooley, Wayne Rainey (#60) en Thad Wolff (#37).

'Met een budget van $ 1.000.000 voor 1982 heeft Honda America diep in de buidel getast. Via racesuccessen hoopt men in Amerika het marktaandeel (nog) verder te vergroten. Mike Baldwin staat bij Honpa America op de loonlijst voor $ 50.000 plus overwinningspremies. Dat kan aardig aantikken, want Eddie Lawson, die Kawasaki de Superbiketitel bezorgde in 1981, pakte naast een jaarsalaris van $ 100.000 ook nog eens zo'n $ 25.000 aan bonussen. Dat Honda Japan niet voor niets een kwartmiljoen dollar ($ 250.000) aan "Fast Freddie" Spencer betaalt, maakte de 20-jarige coureur duidelijk in de Superbike en in de Daytona 200. Op de 1.024cc versie van de Honda CB750, de lijnmotor dus, reed Spencer de sterren van de hemel. Met deze opgevoerde straatfietsen (het frame en het motorcarter moeten standaard zijn, een stroomlijn of stuurkuip mag alleen als dit seriematig is) reden Spencer en Baldwin in de kwalificatie respectievelijk tijden van 2.04,5 en 2.05,3. Daarmee zouden ze in de belangrijke Daytona 200 op de tweede startrij gestaan hebben! Ook de tijden van Eddie Lawson (Kawasaki), Steve Wise (die zijn Honda crosser verwisselde voor een Superbike) en Roberto Pietri (Honda) mochten er zijn: resp. 2.07,3 voor Lawson, 2.07,5 voor Wise en 2.07,7 voor Pietri.

Aangezien er vrijdagmiddag 5 maart plotseling regenwolken opdoken aan de horizon, werd de Superbike race 25 minuten eerder gestart dan gepland stond. De Amerikanen hebben, zoals bekend, watervrees. Zodra het regent leggen zij net als de bouwvakkers onmiddellijk de troffel terzijde. Door vroeger te starten hoopte men tenminste de helft van de race verreden te hebben, voordat de bui zou los barsten. Maar ondanks de dreigende lucht en de vervaarlijke bliksemflitsen, bleef het droog tot 3 minuten na afloop. Maar toen gingen de sluizen ook echt open! Wat er ook open ging was het gas. Mike Baldwin pakte bij de start de leiding, die hij echter in de vijfde ronde af moest staan aan zijn teamgenoot en favoriet Freddie Spencer. Met blokkerende wielen en rokende banden vlogen deze heren al snel ver voor de rest van het veld uit. Na zeven ronden had Spencer de kop definitief in handen, op enige afstand gevolgd door Baldwin, die op zijn beurt weer de nodige afstand genomen had van Pietri, Lawson, crosser Steve Wise (die zijn eerste wegrace reed), Wes Cooley, dirttracker Wayne Rainey (Kawasaki) en Tedd Wolff (Suzuki). Door een remfout zou Steve Wise in de tiende ronde wat terug vallen, terwijl hij door olie op de baan in de dertiende ronde nog een keer rechtdoor moest. Maar met een uiteindelijke achtste plaats deed dit "wonderkind" het toch heel aardig. Superbikekampioen Eddie Lawson had in de trainingen al door gekregen dat zijn Kawa het qua snelheid af moest leggen tegen de vier fabrieks Honda's. "Ik had hooguit vijfde kunnen worden" zei Lawson na afloop. "Ik hoopte erop dat het zou gaan regenen en stelde daarom mijn tankstop uit. Dat brak mij in de laatste ronde op, want ik kwam precies een halve liter te kort". 

Steve Wise

Spencer tankte wel en deed dit zo snel, dat hij kans zag vlak voor Pietri en Lawson weer in de race te komen zonder de leiding verloren te hebben. Doordat Pietri en Baldwin vervolgens ook wat sap gingen halen, kwam Lawson op een comfortabele tweede plaats te liggen. Baldwin: "Ik maakte me aanvankelijk niet ongerust, maar toen Lawson zijn tankstop ondanks pitsignalen steeds maar uitstelde, ging bij mij een lichtje branden. De vervloekte kerel probeerde zonder tanken over te komen!" Met 3 seconden voorsprong ging Lawson de laatste ronde in. Baldwin liep snel in, maar halfweg de laatste ronde hielp de pechduivel hem een handje toen de Kawa van Lawson hortend en stotend zonder benzine tot stilstand kwam. Roberto Pietri greep hierdoor de derde plaats, zodat het een fraaie 1-2-3 zege voor Honda werd. Wes Cooley pakte met de Yoshimura Suzuki slechts de vierde plaats, maar toonde zich desondanks tevreden. "Yoshimura heeft bij het ontwerpen van nieuwe zuigers een fout gemaakt. Daardoor gingen in de training drie blokken in de soep. Tenslotte hebben we maar een '81-er blok uit de krat gehaald. Daarom ben ik niet ontevreden. De Superbike titel is nog lang niet verloren, want Spencer gaat naar Europa en Lawson scoorde helemaal geen punten". Twee sterren reden in Daytona hun eerste Superbike race: de eerder genoemde Steve Wise en dirttrack-rijder Wayne Rainey, die zijn Kawasaki naar een vijfde plaats stuurde. Freddie Spencers winnende tijd over de 100 mijl was 55.29,4, een gemiddelde van 108.796 mijl (175.052 km/uur).  

Superbike Freddie Spencer Eddie Lawson (#21) en Andrea Weck

 

Spencer tussen George Morin en Rueben McMurter

  

Spencer over de finish

 

                                                                         

  Rijder Land Merk
21 Dennis Brown USA Suzuki
22 Bobbie Goodin USA Suzuki
23 Randall Smith USA Suzuki
24 David Kieffer USA Kawasaki
25 Joseph Mill III USA Ducati
26 Scott Butler USA Honda
27 Luther Wikle USA Honda
28 David Hoyle USA Kawasaki
29 Bernd Koegler USA Honda
30 Kevin Brocken USA Ducati
31 Charles Tuck USA Suzuki
32 James Elbon USA Honda
33 James Trampe USA Suzuki
34 James Knipp USA Honda
35 Kevin Blais USA Kawasaki
36 Berry Erale III USA Kawasaki
37 Andrea Weck USA Kawasaki
38 Robert Sellers USA BMW
39 Bill Beneker USA Suzuki
40 C.E. Pritz jr. USA Honda
41 Philippe Costezer USA Honda
42 Lang Hindle Canada Kawasaki
43 Dan Chivington USA Honda
44 Arthur Coker USA Kawasaki
45 Ken Botham USA Honda
46 Ed Mullineaux USA Ducati
47 Harry Klinzmann USA Kawasaki
48 Doug Polen USA Honda
49 R.J. Gamble USA Kawasaki
50 Gregg Smrz USA Honda

UITSLAG 100 mile Superbike 1982

Podium Superbike Roberto Pietri (2e), Freddie Spencer (1e) en Mike Baldwin (3e)

  Rijder Land Merk
1 Freddie Spencer USA Honda
2 Mike Baldwin USA Honda
3 Roberto Pietri Venezuela Honda
4 Wes Cooley USA Suzuki
5 Wayne Rainey USA Kawasaki
6 Eddie Lawson USA Kawasaki
7 Thad Wolff USA Suzuki
8 Steve Wise USA Honda
9 Arthur Kowitz USA Kawasaki
10 Rusty Sharp USA Honda
11 Richard Chambers USA Kawasaki
12 Norm Murphy Canada Suzuki
13 Joe Patton USA Honda
14 George Morin USA Suzuki
15 Omer Norton III USA Suzuki
16 Tony DeSimone USA Kawasaki
17 Michael Casey USA Kawasaki
18 Rueben McMurter Canada Kawasaki
19 Scott Chisholm Canada Honda
20 Ikuo Kusama Japan Honda
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Begin van de superbikerace: Roberto Pietri (#88), Mike Baldwin (#43), Wes Cooley (#34) voorin.

Podium Superbike Roberto Pietri (2e), Freddie Spencer (1e) en Mike Baldwin (3e)

 

 

 

250cc 100 mijlsrace: Richard Schlachter

Begin 250cc race: Sam McDonald (#29) en Jim Filice (#17), daarachter Martin Wimmer (#318), Richard Schlachter (#48) en Keith Kiyota (#53), verder o.a. Gill Martin (#46), Antionio Jorgeneto (#346), Tony Head (#315), Jurgen Schmid (#323), Alan Labrosse (#33), Donny Robinson (#311).

 Jim Filice (17), Martin Wimmer (318) & Sam McDonald (29)

wpe2F.jpg (33306 bytes)
Martin Wimmer voor  & Sam McDonald

250cc: Eduardo Aleman (Venezuela) vliegt over de strobalen en brengt Doug Kane (#14) daardoor in de problemen. Clive Ng-A-Kien (#121) ontspringt de dans. Met Doug Kane gebeurt van alles en ontmoet dan ook nog Martin Schubert (#35).

Door de afwezigheid van Eddie Lawson en Toni Mang op hun Kawasaki's, was het zo goed als zeker dat de 250cc klasse een Yamaha onderonsje zou gaan worden. De laatste twee jaar had Lawson de overwinning gepakt. Door noodweer, in de nacht voor de race (vrijdag op zaterdagnacht), was de baan flink ondergelopen en ging de race uiteindelijk met drie kwartier vertraging van start. Richard Schlachter en de West-Duitser Martin Wimmer waren nu de grote sterren in de 250cc race. Of liever gezegd: de Formule 2 race, want ook 400cc ééncilinder viertakten mochten hierin starten, tenminste als ze zich konden kwalificeren...... Geen één dus.. Martin Wimmer, de verrassing van 1981 in de 250cc Grand Prix races, wilde Daytona benutten voor een goede voorbereiding op het nieuwe seizoen. Hij had zich ook op een 350cc Yamaha voor de 200 mijls race, van een dag later, weten te kwalificeren op een 38e plaats, tussen al het zware geweld. De absolute favoriet, Jim Filici, fabrieksrijder voor Yamaha International America en beschermeling van Kenny Roberts, had zich na een slechte start al snel naar voren gevochten en pakte in de derde ronde al de leiding. Op het moment dat hij de kop pakte, parkeerde hij ook direct zijn geel-zwarte Yamha ondersteboven in het weiland en boos liep de kleine (1.56 m.) Amerikaan terug naar de pits. Op kop vormde zich hierna een trio rijders, Sam McDonald, Richard Schlachter en Martin Wimmer, die alle drie voor de overwinning in aanmerking kwamen. Helaas voor McDonald ging er een achterblijver de strobalen in en de strobalen stuiterden precies voor zijn voorwiel, toen hij net aan de leiding ging, waardoor hij niet ten val kwam, maar wel de aansluiting met zijn medekoplopers verloor. Richard Schlachter en Martin Wimmer knokten het hierna samen uit, waarbij de Amerikaan de race met een wiellengte verschil op zijn naam bracht. De Nederlander Bobbe v/d Broek wist zich via een 32e plaats (van de tachtig) voor de 100 miler te plaatsen, maar viel in de race uit met een defecte koppeling.

Martin Wimmer en Richard Schlachter, winnaar 250cc

Richard Schlachter plat door de bocht in de 250cc

 

 

Martin Wimmer

 

 

 

 

UITSLAG DAYTONA 100 mile expert 250cc 1982

Wimmer nog voor Schlachter 

  Rijder Land Merk
1 Richard Schlachter USA Yamaha
2 Martin Wimmer West-Duitsland Yamaha
3 Sam McDonald USA Yamaha
4 Tony Head Engeland Waddon
5 Alan Labrosse Canada Yamaha
6 John Glover USA Yamaha
7 Jurgen Schmid West-Duitsland Yamaha
8 Don Greene USA Yamaha
9 W. Graig Morris USA Yamaha
10 Hugh Humble USA Yamaha
11 Alejandro Aleman Venezuela Yamaha
12 Steve Baron USA Yamaha
13 Karl-Thomas Grässel West-Duitsland Yamaha
14 Gary Collins USA Yamaha

  Rijder Land Merk
15 Herbert Hauff West-Duitsland Yamaha
16 Bruce Maus USA Yamaha
17 Keith Kiyota USA Yamaha
18 Hal Coleman USA Yamaha
19 James Woolsey USA Yamaha
20 Clive Ng-A-Kien Canada Yamaha
21 Wendll Tinsdale USA Armstrong
22 Rhys Howard Canada Yamaha
23 Roger Mandonca Canada Yamaha
24 Dan Guglielmo USA Yamaha
25 Harald Eckl West-Duitsland Yamaha
26 Michael Elmore USA Yamaha
27 Dave Busby USA Yamaha
28 Joseph Sommers III USA Yamaha
29 Russell Paulk USA Yamaha
30 Daniel Geigner USA Yamaha
31 Robert Miller USA Kawasaki
32 Charles Brothers USA Yamaha
33 Kevin Brunson USA Armstrong
34 Oldrich Schuttermeier Canada Yamaha
35 Dominique Coudiere Frankrijk Yamaha
36 Garry Griffith USA Yamaha
37 George Nolan USA Yamaha
38 Con Law Ierland Waddon
39 Nobuhiro Nakamura USA Yamaha
40 Fred Merkel USA Yamaha
41 Christine Baur USA Yamaha
42 Jean Foray Frankrijk Honda
43 Mike Davidson USA Yamaha
44 Bobbe v/d Broek Nederland Yamaha
45 Rick Orlando USA Yamaha
46 John Williams USA Yamaha
47 David Greene USA Yamaha

 

 

Freddie Spencer winnaar 1985 Wes Cooley Richard Schlachter Dale Singleton winnaar 1979 & 1981 Mike Baldwin Nicky Richichi Roberto Pietri Ron Haslam

 

1983

Programmaboekje 1983

 

Deelnemers 42th Daytona 200 op 13 maart 1983. Alleen de snelste 80 krijgen een start.

2. Kenny Roberts (USA) 50. John Bettencourt (USA) 79. Henry DeGouw (USA) 119. David Bearden (USA)
6. Dave Busby (USA) 51. David Cheek (USA) 80. Thomas Pedzewick (USA) 121. Clive Ng-A-Kien (CAN)
10. Rusty Sharp (USA) 52. Luther Wikle (USA) 81. Larry Shorts (USA) 127. Alan Labrosse (CAN)
11. Roberto Pietri (USA) 53. Francis Mazur (USA) 82. Mike Harlow (USA) 147. Curtis Maddox (USA)
13. Jeff Heino (USA) 54. Dan Molan (USA) 83. Kerry Bryant (USA) 148. Fred Giaimo (USA)
16. Lynn Miller (USA) 55. Kurt Liebmann (USA) 84. Fred Merkel (USA) 149. Ken Stephens (USA)
17. Jimmy Filice (USA) 57. Alan Ward (USA) 85. Wendell Phillips (USA) 154. Leland Hancock (USA)
19. Freddie Spencer (USA) 58. Ed Mullineaux (USA) 86. Hal Coleman (USA) 180. Ken Botham (USA)
21. Eddie Lawson (USA) 59. Steve Baron (USA) 87. James Young (USA) 189. John Ashmead (USA)
22. Miles Baldwin (CAN) 60. Wayne Rainey (USA) 88. Mark Jones (USA) 191. Len Doggett (USA)
23. Norman Smyser (USA) 61. Hap Eaton (USA) 89. Dave Boggess (USA) 196. Eric Paloheimo (USA)
24. Rueben McMurter (USA) 62. William Knott (USA) 90. R.J. Gamble jr. (USA) 202. Uri Bergbaum (USA)
25. Nicky Richichi (USA) 63. Keith Kiyota (USA) 91. David Kieffer (USA) 212. Francisco Fuentes (USA)
26. James Adamo (USA) 64. Wayne Canale (USA) 92. Bill Beneker (USA) 223. Rick Shaw (USA)
28. Steve Wise (USA) 66. George Wallace (USA) 93. Doug Polen (USA) 224. Joe Lachniet (USA)
31. Harry Klinzmann (USA) 67. Mike Landrum (USA) 94. R.V. Brockie (USA) 231. Robert England (USA)
33. Steve Gervais (CAN) 68. Gregg Smrz (USA) 95. Martin Morrison (USA) 240. Jeff Hagan (USA)
34. Wes Cooley (USA) 69. Vincent Hill (USA) 96. John Nelson (USA) 258. Bill Brown (USA)
35. Doug Chancey (USA) 70. Steve Epstein (USA) 98. Richard Schlachter (USA) 266. Malcolme Tunstall (USA)
37. Thad Wolff (USA) 71. David Roper (USA) 99. Ron Sbordone (USA) 289. Bobby Goodin (USA)
40. David Aldana (USA 72. R.T. Hampton (USA) 101. Doug Libby (USA) 315. Tony Head (GB)
41. Carry Andrew (USA) 73. Erik Buell (USA) 102. Kurt Lenz (USA) 316. Ron Haslam (GB)
42. John Long (USA) 74. Bernd Koegler (USA) 107. Ricky Orlando (USA) 325. James Elbon (GB)
43. Mike Baldwin (USA) 75. Michael Elmore (USA) 109. John Cocklin (USA) 331. Alan Irwin (GB)
44. Marvin West (USA) 76. Richard Chambers (USA) 114. Paul Miles (USA) 341. Alfred Bajohr (D)
46. Doug Brauneck (USA) 77. Mike Cone (USA) 115. Russell Bigley (USA) 384. Oldrich Schuttermeier (CAN)
48. Bud Norton (USA) 78. Bruce Lind (USA) 118. Brian Sutton (USA)  

 

 

Start 200 mijl van 1983: Mike Baldwin (#43) vlak voor Ron Haslam, Kenny Roberts (#2), Freddie Spencer (#19), Eddie Lawson (#21), Wes Cooley (#34), Steve Wise (#28)

Eindelijk won Kenny Roberts weer de Daytona 200. En weer won Yamaha dus de belangrijkste race van het jaar in Amerika. Honda toonde haar superioriteit in de supercross en bij de Superbikes. Een week lang motorsport op buitengewoon hoog niveau. Allemaal aangevuld met een sfeer, die je zelf gevoeld moet hebben. Daytona is het trefpunt van de motorrijder. Voor racefans maar zeker ook voor de liefhebbers van cross, speedway, chopperfans en andere motorliefhebbers komen ook ogen te kort. Het is geen wonder, dat er ieder jaar zoveel Nederlanders naar Daytona gaan. Overigens was de winnaar van vorig jaar, Graeme Crosby, niet aanwezig in Daytona, omdat hij ruzie had gehad met het Marlboro-Yamahateam. Het was sowieso gedaan met de komst van de Europese en andere wereldtoppers naar Daytona.

Zondags, een week voor de beroemde 200 mijlsrace opent de speedweek in Barberville met de half mile speedway. 

Ricky Graham, "The Number One" van Amerika gevolgd door Ted Boody

Aan de start onder andere de nieuwe nummer één, Ricky Graham. Het is onvoorstelbaar, hoe hard men met zo'n dikke Harley kan speedwayen. De baan is betonhard en als het plotseling begint te regenen ook nog eens spiegelglad. Zodra het begint te regenen vliegen er meteen vier rijders de baan uit. Gelukkig duurt de bui niet lang. Meteen als de regen is opgehouden wordt de baan met een aantal auto's droog gereden en dan begint het feest opnieuw. De heats volgen elkaar in een snel tempo op. Wanneer er een heat begint stelt de volgende groep rijders zich alweer op naast de baan. Zodra de laatste rijder is afgevlagd staat de volgende groep alweer aan de start. De finale wordt gereden met een dubbel aantal rijders. Wanneer er zo'n twaalf rijders voorbij komen is dat geluid te vergelijken, met een snel voorbijtrekkend onweer. Ted Boody is de enige rijder die Rickey Graham nog enigszins partij kan geven. Snel nemen deze rijders afstand van de rest van het veld, Zodra de starter aangeeft dat er nog maar enige ronden gereden moeten worden, toont de nummer 1 wat hij waard is en wint gemakkelijk. Bij de huldiging is het een en al show en wordt er fel gevochten om de frisbees die door Graham in het publiek worden gegooid.

Op maandagmorgen behoort de training in de diverse klassen te moeten beginnen. Het regent echter de hele dag net zo hard als tijdens de 500 cc race in Assen afgelopen jaar. En in zo'n geval worden de machines niet eens uit de pits gehaald. Dinsdag kan er volop getraind worden en ook de volgende dagen bleef het weliswaar aan de koude kant, maar wel droog. Sensatie is er als Kenny Roberts de twee minutengrens doorbreekt: 1.59.751. Wanneer alle kwalifikatietrainingen achter de rug zijn blijkt dat niemand verder nog onder de twee minuten is gekomen. De nieuwe teammaat van Kenny, Eddie Lawson heeft de tweede tijd met 2.00.037. Dan volgt Freddie Spencer met 2.00.062. Dan komt Ron Haslam. De laatste plaats op de eerste startrij is voor Mike Baldwin met de viertakt Honda: 2.03.377. 

Terwijl op het circuit wordt getraind, wordt rond Barberville de Alligater Enduro verreden. Belust op leedvermaak komen de Nederlandse bezoekers bedrogen uit. Het is erg nat, en daarom wordt het zwaarste stuk uit de route gehaald. Het niveau komt daarom niet boven dat van een Nederlandse Enduro uit. Wel zijn er meer deelnemers, ruim 500. 's Avonds, als de poorten van de wedstrijdbaan gesloten zijn, rollen duizenden motoren door de straten van Daytona Beach. Speekweek betekent voor veel Amerikanen een weekje vakantie, net zoals zovele Nederlanders een hele week uittrekken voor de TT van Assen. 

Gedurende de hele week worden er ook nog verschillende nationale wedstrijden verreden waardoor het binnenterrein van de 6,23 kilometer lange baan volledig bedolven wordt onder campers en machines van nationale goden. Vrijdags beginnen de "grote" wedstrijden. Eerst de Battle Of The Twins (BOTT) en een uur later de Superbikes. Amerika tegen Europa, dat kan de kop zijn voor het gevecht van de tweecilinders. Harley bouwde voor Jay Springsteen een speciale machine om aan deze race te kunnen deelnemen. Harley Amerika heeft nooit eerder geraced en het is vijf jaar geleden dat Jay Springsteen met een kwartliter machine deelnam aan een wegrace. Hij viel toen uit, op een derde plaats liggend, met kapotte remmen. Springsteen moet het opnemen tegen een vloot Ducati's, onder aanvoering van de winnaar van verleden jaar, James Adamo. Ook Tony Rutter is van de partij. Op de eerste startrij staan twee Harley's en drie Ducati's. De eerste Japanse machine, een Yamaha TR1, staat in het middenveld van de eerste groep. Men start in vier groepen, waarbij de laagste bestaat uit standaard twins, zoals gloednieuwe BMW RBO ST's, een Yamaha XZ 550 S en een vloot nieuwe Harley's van het type XR 1000. Heel even mag James Adamo aan de overwinning ruiken, maar al snel neemt Springsteen de kop om verder gemakkelijk te winnen. Tony Rutter wint het gevecht om de derde plaats, dat hij voert met Malcolm Tunstall. De eerste Japanse machine eindigt op de zevende plaats.

 

 

BATTLE OF THE TWINS BATTLE OF THE TWINS

Winnaar Jay Springsteen op een Harley-Davidson

© foto's  Manfred Mothes

UITSLAG DAYTONA BOTT klasse 1983

Battle Of The Twins

Jay Springsteen met links Dick O'Brien van H-D.

  Rijder Land Merk
1 Jay Springsteen USA Harley-Davidson
2 James Adamo USA Ducati
3 Tony Rutter Engeland Ducati
4 Malcome Tunstall USA Ducati
5 Derek Batley USA BMW
6 Francis Mazur USA Moto Guzzi
7 James Young Canada Yamaha
8 Jon Minonno USA Triumph
9 R.V. Brockie USA Ducati
10 Bill Atkinson USA BMW

Superbikes

Met hagel schiet je altijd raak, moet Honda gedacht hebben, want ze zette een hele vloot machines in. Door de nieuwe klasse-indeling mag je van een (tijdelijke?) verarming spreken. De 1000 cc machine’s zijn verboden. Tenminste voor zover het multicilinders betreft. Tweecilinders mogen nog een cilinderinhoud hebben van 1000 cc, maar de rest is begrensd tot 750cc. Honda is al helemaal gereed om deze klasse te beheersen. Op de eerste startrij alleen maar Honda's met (v.l.n.r.) Mike Baldwin, Freddie Spencer, Steve Wise, Fred Merkel en David Aldana. Op de tweede rij staat Wayne Rainey (Kawasaki), James Adamo (Ducati), Roberto Pietri en Sam McDonald met Honda en Wes Cooley met de Kawasaki. Na de start pakken Spencer en Baldwin de kop. Daarachter (al vrij snel met een behoorlijke achterstand) strijden Wayne Rainey en David Aldana. Aldana zou volgens de doktoren nog tot april rust hebben moeten houden, maar toch startte de Amerikaan weer in Daytona, vergetend, dat hij er in oktober erg hard was gevallen. Al vrij snel verdwenen een aantal Honda rijders uit de race. Wise komt lopend naar de pits, McDonald brengt een machine binnen, die nog maar op drie cilinders loopt. "Flying" Freddy Merkel gaat letterlijk vliegen als hij in de chicane Pietri raakt. Ook Wes Cooley komt maar een paar ronden ver. Na krukasproblemen in de training ging ook nu het blok stuk. "Maar er komen nog genoeg wedstrijden", aldus de rossige Amerikaan, die dit jaar voornamelijk in Amerika zal racen. "De nieuwe machine van Kerker-Kawasaki is erg snel en ook erg goed handelbaar. Normaal gesproken moet ik voorin kunnen zitten." Door voor Kawasaki te kiezen is de kans klein dat we Cooley in Europa aan het werk zien. "Natuurlijk zou ik graag in de GP's van start gaan, net als Kenny, Freddie en zo. Maar ik moet dan wel een goed team achter me hebben en het mag geen afgang worden zoals bij Dale Singleton of Richard Schlachter. Dan kies ik liever voor Amerika, om daar het viertaktracen nog populairder te laten worden."

Na de benzinestops neemt Spencer een redelijke voorsprong. Bij de Honda van Mike Baldwin sluit de tankdop niet voldoende af. Bij het remmen regent het benzine. "Ik was daarom erg bang dat ik zoveel benzine zou verliezen, dat ik zou uitvallen. Ik heb daarom maar op zeker gereden. De cilinderinhoudsbeperking heeft het racen volgens mij een stuk aantrekkelijker gemaakt, omdat we erg dicht bij elkaar bleven." Uiteraard is Freddie Spencer erg blij met de overwinning. "Het is erg goed, om in het begin van het nieuwe GP seizoen te winnen. De nieuwe machines zijn erg goed. Snel en erg handelbaar." Dave Aldana wint het gevecht met de Kawa-piloot Rainey. John Bettencourt wordt vijfde op een ronde, voor Joey Mills, die een Ducati rijdt. De rest van het veld eindigt op twee of meerdere ronden achterstand. 

SUPERBIKE DAYTONA 1983 

Wayne Rainey (4e)

Wayne Rainey (4e), toekomstig 3-voudig wereldkampioen 500cc, (1990, 1991 en 1992)

Freddie Spencer

Steve Wise op een Honda VF750F

John Bettencourt

1e startrij: Dave Aldana, Fred Merkel, Steve Wise & Freddie Spencer

Wes Cooley (#34), Dave Aldana (#40) en Roberto Pietri (#11)

 Dave Aldana (#40) en Roberto Pietri (#11)

Freddie Spencer voor Mike Baldwin

Freddie Spencer

Valpartij Fred Merkel, terwijl Sam McDonald voorbij komt

© foto's  Manfred Mothes

 

UITSLAG 8th DAYTONA Superbike 100 klasse 1983 (eerste 20)

Don Emde (r) reikt de beker uit aan winnaar Freddie Spencer. De derde plaats was voor Dave Aldana (geheel links) en de tweede voor Mike Baldwin.

 

  Rijder Merk   Rijder Merk
1 Freddie Spencer Honda 11 Philippe Kostezer Honda
2 Mike Baldwin Honda 12 Kerry Bryant Kawasaki
3 Dave Aldana Honda 13 Larry Shorts Honda
4 Wayne Rainey Kawasaki 14 Bert Coleman Honda
5 John Bettencourt Honda 15 Yashuiko Gomibchi Honda
6 Joey Mills III Ducati 16 James Knipp Honda
7 Ricky Orlando Suzuki 17 Brian Sutton Honda
8 Lynn Miller Honda 18 R.J. Gamble jr. Honda
9 Rueben McMurter Kawasaki 19 Dan Nolan Suzuki
10 Glenn Barry Honda 20 Bernd Koegler Honda

 

250cc

De kleine Jim Filice had de snelste trainingstijd gemaakt In de kwartliterklasse. Jim reed dit jaar weer een privé machine, geprepareerd door Skip Askland, omdat Yamaha Amerika geen raceteam meer heeft. Naast hem staan op de eerste startlijn Randy Renfrow en Don Greene. Jürgen Schmidt uit Duitsland staat ook op de eerste startrij, maar hij zal niet zo kunnen vlammen als Martin Wimmer vorig jaar, die toen tweede werd. Na de opwarmronde rent de Duitser naar de pits om nog net voor het twee minuten bord terug te keren. De tijd, die dan nog rest, is te kort om de achterrem te repareren. Jim Filice pakt meteen kopstart, maar zal die plaats niet lang vast kunnen houden. Al in de tweede ronde neemt Antonio Jorgeneto de leiding over om dan uiteindelijk met meer dan een halve mi­nuut voorsprong als eerste te finishen. De taferelen na de finish herinneren aan de overwinning van Johnny Cecotto. De Zuid-Amerikaan (Brazilië) wordt door een groot aantal supporters op de schouders genomen en naar de huldigingsplaats (Victory Lane) gebracht. Even komt radiocommentator Roxy Rockwood in de problemen, omdat de Braziliaan alleen maar Spaans spreekt. Gelukkig zorgt een tolk ervoor dat de show kan doorgaan. Jim Filice wordt onbedreigd tweede. "Al na de eerste ronde merkte ik dat de versnellingsbak niet goed schakelde. Regelmatig zat ik naast de versnelling en maakte de motor veel teveel toeren." Eerder in de week werd Jim zevende bij de dirttrack. "Speedway blijft voorlopig het belangrijkst. Dat doe ik mijn hele leven al. Racen doe ik pas vier jaar en ik leer nog steeds." In de laatste ronde kon de Ier Con Law nog beslag leggen op de derde plaats, omdat Randy Renfrow onderuit ging. Na 10 van de 26 te verrijden ronden was de spanning uit de race. Gelukkig dat er nog genoeg spektakel was gepland voor de zaterdag.

21e 250cc 100 MIJLS DAYTONA 1983

Jim Filice, protégé van Kenny Roberts (2e)

Nicky Richichi op een 250cc Armstrong-Rotax, eindigde in het grint en legt uit hoe het allemaal ontstaan was.

© foto's  Manfred Mothes

 

UITSLAG 21th DAYTONA 250cc klasse 1983 (eerste 20)

Start eerste groep 250cc race met o.a. #59. Steve Baron, #10. Dave Emde, #25. Nicky Richichi, #4, Hugh Humble, #106. Randy Renfrow, #306. Sergio Mendoza, #9. Don Greene, #17. Jim Filice, #97. Kevin Brunson, #305. Con Law, #29. Gary McDonald, #224. Joe Lachniet, #52. Tracy DeMuro.

  Rijder Merk   Rijder Merk
1 Antonio Jorgeneto Yamaha 11 Joe Lachniet Yamaha
2 Jim Filice Ehrlich 12 Randy Renfrow Yamaha
3 Con Law Yamaha 13 Bruce Maus Yamaha
4 Rhys Howard Yamaha 14 Steve Baron Yamaha
5 Russell Paulk Yamaha 15 Alan Ward Yamaha
6 Dave Busby Yamaha 16 Dave Emde Yamaha
7 Rusty Sharp Yamaha 17 Dan Guglielmo Yamaha
8 John Long Yamaha 18 Stanley Ming Yamaha
9 Hugh Humble Yamaha 19 David Geiger Yamaha
10 Don Greene Yamaha 20 Peter Trevitt Yamaha

Con Law, Antonio Jorgeneto en Jim Filice

 

Eindelijk weer Roberts

Mike Baldwin

De eens zo beroemde 200 mijls­race zal andere wegen moeten zoeken om het publiek te trekken. De formule, 750 cc tweetakten en 1026 cc zware viertakten, is verouderd. Er zijn nauwelijks meer machines voor deze klasse. Yamaha ontwierp nog wel een fiets op basis van de oude racer. Honda ging met vrijwel standaard GP-machines van start en Suzuki heeft geen geld om rijders en materiaal in te zetten voor deze race. Doordat de cilinderinhoud van de Superbike's tot 750 cc is beperkt, wordt ook het aanbod van de viertaktracers minder. Na de training bleek, dat het waarschijnlijk een tweetaktrace zou worden, met Kenny Roberts als de grote kanshebber. ,,Maar", vertelde Kenny, "pole position is wel leuk, maar daarmee alleen win je geen race". Dat heeft hij ook wel ervaren in de afgelopen jaren, toen Kenny in de training altijd de snelste was. Alleen in de race viel de Amerikaan dan meestal snel uit. In 1983, hadden de meeste mensen het opgegeven om het resultaat van de Daytona 200 vooraf te voorspellen. De afgelopen drie jaar, was op voorhand de enige zinnige weddenschap, winst voor Kenny Roberts geweest. Als hij niet won, dan zou de volgende voor de hand liggende weddenschap op één van de grote viertakten zijn. Drie jaar op rij, zouden deze weddenschappen geen resultaat opgeleverd hebben. Kenny Roberts kwam in Daytona dat jaar met een totaal andere machine, waarmee hij zijn pech in Daytona hoopte te doorbreken. Hij, en zijn nieuwe teammaat Eddie Lawson, reden op nieuwe Yamaha OW 69's, de 680cc versie van de 500cc machine die Roberts in 1982 had bereden. De in heldere gele en zwarte kleuren gespoten machines, waren absoluut de grote krachtpatsers om dat jaar de winst te pakken, maar dat had Roberts en velen met hem ook de afgelopen drie jaar gedacht... Het enige team dat met hun rondetijden in de buurt van  de Yamaha coureurs konden komen, waren de Honda rijders. Hun strategie, door twee verschillende types van machines in de race te gebruiken, moest hun de titel bezorgen. Freddie Spencer en de Engelsman Ron Haslam bereden tweetakt GP fietsen type NS500 (uitgeboord tot 540cc), terwijl Mike Baldwin en Steve Wise WSI 1000cc viertakten bereden. Bij de kwalificatie, plaatst Roberts zich wederom met de snelste tijd met een nieuw record van 187.20 km/u gemiddeld. Lawson en de vier fabrieks-Honda's zitten er dicht achter, zevende snelste, Wes Cooley, was bijna acht seconden langzamer dan Roberts.

Eddie Lawson maakt zijn racedebuut bij Yamaha. De jonge Amerikaan lijkt nauwelijks aanpassingsmoeilijkheden te hebben gezien zijn tweede trainingstijd. "De machine loopt goed. Het lijkt me trouwens leuk om weer in Europa te rijden. Dit is er een goede training voor". Bij de bookmakers stond Freddie Spencer ook hoog genoteerd, zeker na zijn zege bij de Superbikes. Freddie, 21 jaar, begon op 12-jarige leeftijd met de racerij en is van alle markten thuis. Hij heeft ook geen problemen om de ene keer een viertakt en dan weer met een tweetakt te rijden. "Het maakt me niet veel uit met welke machine ik rijd. Er is wel een klein verschil, maar ik kan me vrij gemakkelijk aanpassen. De Honda waar ik nu mee start is vrijwel gelijk aan de machine waarmee we in de GP's uitkomen. Ik denk, dat we met de NS 500 meer kans hebben om te winnen dan vorig jaar met de viertaktracer.

Start Daytona 200: Mike Baldwin (43), Ron Haslam (#316), Freddie Spencer (#19), Eddie Lawson (#21), Kenny Roberts (#2), Steve Wise (#28)

Interview Mike Baldwin door Gary Nixon, winnaar van de Daytona 200 in 1967

Pitsstop Mike Baldwin 

Steve Wise

Eddie Lawson

Mike Baldwin

© foto's  Manfred Mothes

Ron Haslam maakt zijn debuut in de tweetaktracerij. De Engelsman is blij met deze stap: ,,Ik wil graag GP's rijden". In de race komt Ron niet ver, omdat de machine na de eerste stop voor brandstof niet meer aanslaat. De motor was vastgelopen. Mike Baldwin staat als enige viertakt op de eerste startrij. De tweede viertakt in dit geweld, die in principe ook een kans op de overwinning heeft, wordt gereden door Wes Cooley. Wes is dit weekend echter weinig gelukkig. Na twee ronden gaat hij onderuit en breekt zijn sleutelbeen. Na een laatste training op zondagmorgen volgt de traditionele rijdersmeeting. Charly Watson maakt bekend dat dit de laatste keer is, dat hij wedstrijdleider is. Er worden nog wat grappen en grollen gemaakt terwijl Roberts staat te gapen. Hij lijkt blij te zijn dat z'n walkman weer op de oren gezet kan worden. Om half een vertrekken tachtig rijders voor de opwarmronde. Wanneer alle rijders op hun plaats staan volgt de koppelingsstart, in drie groepen. Wanneer het geluid na de start is verstomd kijkt iedereen naar de kombocht. Wie zal als eerste voorbij komen. Het geluid van de huilende viertakt hoort bij de Honda van Mike Baldwin. Zouden de viertakten het dit jaar dan toch redden? Achter Baldwin volgen Spencer, Haslam, Lawson en Roberts. Na twee ronden komt Spencer binnen. Zijn vizier van de helm zit niet goed. Hierdoor valt hij terug naar de tiende plaats. Een ronde later is er weer paniek. Roberts komt de pits binnen! Mag het dan weer niet lukken? Roberts had in het begin van de race rustig aangedaan en de kop binnen korte afstand gevolgd. Hij wilde het, na de problemen de afgelopen drie jaar, rustig aan opbouwen. In de kombaan voelt hij dan in de vierde ronde plots zijn achterwiel wegglijden met 290 km/u, vandaar zijn binnenkomst. Baldwin kan het op kop maar even volhouden. Eerst gaat Haslam hem voorbij en even later ook Lawson, die meteen doorstoot naar de koppositie. Roberts is na een korte stop, waarbij wat olie van de band is gehaald, weer vertrokken. Samen met Spencer boendert hij door het veld. Vlak voordat de eerste rijders moeten gaan tanken gaat Roberts in een ronde drie man voorbij en zit hij achter kopman Lawson. Nadat iedereen voor de eerste keer naar de pits is geweest ontstaat er aan de kop een gevecht tussen Roberts, Lawson en Spencer. Het lijkt erop dat de eerste GP niet in Zuid-Afrika, maar in Amerika van start is gegaan. Helaas duurt dit gevecht maar enkele ronden. Dan komt Spencer voorgoed naar de pits. De bak schakelde niet goed meer. Regelmatig miste ik de vijfde en zesde versnelling. Maar het was een mooie race. De Yamaha's waren iets sneller, maar ik kon toch goed volgen. Jammer". Daarna rolt de Yamahatrein Roberts-Lawson het hele veld op. Als aan 'n touwtje rijden de beide rijders bijna iedereen op een of meerdere ronden. Wanneer er eens wat achterblijvers in de weg zitten wisselen de posities wel eens, maar meestal heeft de meester de leerling op sleeptouw. Ook de tweede benzinestop verloopt perfect in het Yamaha-kamp. Eerst gaat Roberts tanken. Een ronde later komt Lawson binnen. Als Eddie de baan weer opkomt kan hij zo verder rijden in de slipstream van Roberts. Baldwin heeft behalve Roberts en Lawson ook de ex-crosser Steve Wise nog voorbij moeten laten. Kort daarna valt hij echter uit met een kapotte koppeling. Kort voordat Roberts voor de tweede keer Daytona gaat winnen moet er in de Yamahapits nog gesleuteld worden. Lawson komt binnen met een lekke achterband. De bandenwissel duurt een halve minuut, maar dat maakt voor de klassering niets uit. Al in de laatste ronde maakt Roberts lange wheelies. Er kan niets meer fout gaan. Na een ereronde laat de anders zo koele Amerikaan even zijn gevoel spreken. "Fantastisch, fantastisch, na al die jaren van pech. Natuurlijk was het een mooie race. Dit is het altijd als je wint. Ik hoop, dat het een goed jaar gaat worden". Eddie Lawson is ook erg blij. "Afgezien van die lekke band, ging het allemaal prima". Nadat Steve Wise bij de Superbikes met een kapotte ketting moest uitvallen kende hij nu geen problemen. Achter deze drie fabrieksrijders eindigt de Canadese privérijder Steve Gervais. Dave Aldana rijdt zijn Yamaha naar de vijfde plaats. Het publiek kan tevreden zijn. De beste won en als dat een Amerikaan is kan de stemming niet meer kapot. Daytona stroomt leeg. Duizenden motoren, rijdend of geparkeerd op een aanhangwagen verlaten het zonnige Florida. Maar volgend jaar komen ze allemaal terug. Dat staat vast.

Winnaar (voor de 2e maal) Kenny Roberts

 

Victory Lane: Kenny Roberts & Eddie Lawson

© bovenste drie foto's  Manfred Mothes

 

 

Dave Aldana (#40) Mike Baldwin
© Motorcycle Hall of Fame Museum

 

 1983, Kenny Roberts voor Eddie Lawson 

© Don Emde Productions

 

Mike Baldwin (#43) & Steve Wise (#28)

Steve Wise voor Freddie Spencer

 1983, voor de 2e keer winnaar,  Kenny Roberts, in gesprek met Eddie Lawson en rechts chefmonteur Kel Carruthers en Ago.

 

UITSLAG DAYTONA 200 13 maart 1983

  Startnr. Rijder Land Merk Ronden
1. 2 Kenny Roberts USA Yamaha 52
2. 21 Eddie Lawson USA Yamaha 52
3. 28 Steve Wise USA Honda 52
4. 33 Steve Gervais Canada Yamaha 50
5. 40 Dave Aldana USA Yamaha 50
6. 102 Kurt Lenz USA Yamaha 50
7. 61 Hap Eaton USA Yamaha 49
8. 42 John Long USA Yamaha 49
9. 10 Rusty Sharp USA Honda 49
10. 46 Doug Brauneck USA Yamaha 49
11. 62 William Knott USA Yamaha 49
12. 79 Henry DeGouw USA Yamaha 49
13. 31 Harry Klinzmann USA Yamaha 49
14. 6 Dave Busby USA Yamaha 48
15. 315 Tony Head Engeland Yamaha 48
16. 202 Uri Bergbaum USA Suzuki 48
17. 189 John Ashmead USA Kawasaki 47
18. 127 James Adamo USA Yamaha 47
19. 54 David Emde USA Suzuki 47
20. 59 Wayne Canale USA Yamaha 47
21. 306 Tony Rutter Engeland Ducati 47
22. 91 David Kieffer USA Kawasaki 47
23. 24 Rueben McMurter USA Kawasaki 46
24. 87 James Young USA Yamaha 46
25. 55 Kurt Liebmann USA Yamaha 46
26. 119 David Bearden USA Kawasaki 46
27. 37 Thad Wolff USA Suzuki 45
28. 101 Doug Libby USA Yamaha 45
29. 95 Martin Morrison USA Yamaha 45
30. 115 Russell Bigley USA Yamaha 45
31. 247 Patrick O'Leary USA Yamaha 45
32. 233 Rick Shaw USA Kawasaki 45
33. 341 Alfred Bajohr Duitsland Ducati 45
34. 58 Ed Mullineaux USA Kawasaki 45
35. 69 Vincent Hill USA Kawasaki 45
36. 88 Mark Jones USA Yamaha 45
37. 74 Bernd Koegler USA Honda 45
38. 94 R.V. Brockie USA Ducati 45
39. 180 Ken Bothan USA Honda 44
40. 67 Mike Landrum USA Honda 43
41. 44 Marvin West USA Kawasaki 42
42. 90 R.J. Gamble jr. USA Honda 42
43. 228 Chuck Tuck USA Honda 41
44. 147 Curtis Maddox USA Suzuki 41
45. 43 Mike Baldwin USA Honda 41
46. 11 Roberto Pietri USA Honda 38
47. 192 Tony DiSimone USA Kawasaki 38
48. 384 Otto Schuttermeier Canada Yamaha 33
49. 27 William Heintschel USA Suzuki 32
50. 35 Doug Chancey USA Kawasaki 30
51. 143 Dale Quarterly USA Kawasaki 27
52. 68 Gregg Smrz USA Yamaha 26
53. 85 Wendell Philips USA Kawasaki 24
54. 19 Freddie Spencer USA Honda 21
55. 121 Clive Ng-A-Kien Canada Yamaha 21
56. 258 Bill Brown USA Suzuki 18
57. 93 Doug Polen USA Honda 16
58. 316 Ron Haslam Engeland Honda 16
59. 76 Richard Chambers USA Yamaha 16
60. 18 Steve Bragg USA Yamaha 16
61. 296 William Syfan USA Kawasaki 16
62. 13 Jeff Heino USA Suzuki 16
63. 109 John Concklin USA Yamaha 12
64. 84 Fred Merkel USA Honda 12
65. 81 Larry Shorts USA Honda 7
66. 41 Carry Andrew USA Kawasaki 7
67. 25 Nicky Richichi USA Yamaha 7
68. 150 Burt Coleman USA Yamaha 7
69. 118 Brian Sutton USA Honda 6
70. 78 Bruce Lind USA Yamaha 6
71. 57 Alan Ward USA Yamaha 5
72. 266 Malcolme Tunstall USA Ducati 5
73. 107 Ricky Orlando USA Suzuki 3
74. 22 Miles Baldwin Canada Yamaha 2
75. 64 Wayne Canale USA Yamaha 2
76. 52 Luther Wikle USA Honda 2
77. 191 Len Doggett USA Yamaha 2
78. 80 Thomas Pedzewick USA Yamaha 2
79. 34 Wes Cooley USA Kawasaki 1
80. 26 James Adamo USA Ducati 0

1983 Podium 200 Steve Wise, Kenny Roberts en Eddie Lawson

 

1984

Start 200 mijl 1984: Eddie Lawson (#21) voor Randy Renfrow (#96), Doug Brauneck (#46), Wes Cooley (#34), Hap Eaton (#61), Mike Baldwin (#43) en Graeme Crosby (#305) zitten elkaar dwars (verscholen achter Baldwin Ron Haslam), Nicki Richichi (#25), Richard Schlachter (#93), Sam McDonald (#29), Kenny Roberts (#2), Freddie Spencer (#19), Kurt Lenz (#35).

Aan het begin van van het 1984 seizoen had Kenny Roberts goed nieuws en slecht nieuws voor zijn concurrentie. Hij trok zich uit de “full-time” racerij (goed nieuws) terug, maar hij zou Daytona nog één keer meedoen (slecht nieuws). Roberts deed voor de 12de keer, in zijn carrière, mee aan de Daytona 200, maar kwam slechts voor de 2de keer als verdedigend kampioen. Op zijn winnende 1983-er OW69 hoopte hij om zijn fabelachtige racecarrière met een overwinning in Daytona af te sluiten. Slechts twee rijders, Eddie Lawson en Freddie Spencer, hadden een realistische kans om met Roberts om de overwinning te strijden, maar anderen bleven hoopvol, dat alle drie deze coureurs uit zouden vallen, aangezien zij dit bij eerdere gelegenheden vaak hadden gedaan. Hoewel er voor alle klassen een ruime trainingsmogelijkheid is, waren zowel Yamaha als Honda al een week eerder aan het trainen. Kenny Roberts, Eddie Lawson en de Japanse testrijder Tadahiko Taira reden met de OW69, de 680cc versie van de 500cc GP racer. Ook Freddie Spencer verscheen met een GP racer op de baan, nl. de Honda NSR500, de viercilinder waarmee hij zijn wereldtitel moet verdedigen. Echt goede tijden werden er nog niet neergezet, want het was alle dagen nogal winderig. Door die wind waaide er bovendien veel zand op de baan, ook niet bevoordelijk voor snelle tijden. Spencer werd gehinderd door lichte problemen met de achtervering. De resultaten van de privétrainingen overtuigden Spencer en de mensen van Honda van de mogelijkheden van de viercilinder. De eveneens aanwezige NS500 driecilinder kwam tijdens de officiële trainingen niet in de baan. Eddie Lawson zat tijdens de trainingen behoorlijk in de problemen. Op maandagmorgen bracht hij zijn Yamaha binnen met een achterband waaraan een heel stuk loopvlak ontbrak. In de beslissende kwalificatietraining kreeg Lawson problemen met de koppeling. Slechts één ronde kon hij voluit rijden. Toch realiseerde hij de vijfde tijd. De beste tijd (1.59,201 = 188.097 km/u) werd gemaakt door Spencer, die Roberts duidelijk achter zich liet (2.01,110). Verder stonden op de eerste startrij; Ron Haslam (2.02,320), Mike Baldwin (2.02,582) en Eddie Lawson (2.03,364), de snelste viertakt was de Yoshimura Suzuki van Graeme Crosby (2.03,958), hij stond op de zesde plaats. Drie rijders waren extra gebrand op de overwinning. Roberts, omdat hij in de weinige races die hij dit jaar zou rijden, zo goed mogelijk wilde presteren. Spencer, omdat hij nog nooit de Daytona 200 had gewonnen en Lawson, omdat hij zichzelf graag een mooi cadeau wilde geven op de dag dat hij 26 werd. 

Na de weinig spannend verlopende races van de voorgaande dagen hoopte het publiek nu wel op een spannende wedstrijd. Die heeft men ook gekregen, want van het begin tot het einde was de race bijzonder boeiend. Het Yamahaduo Lawson/Roberts voerde zeven ronden het veld aan. Eerst was Lawson koploper, maar in de vierde ronde nam Roberts het heft in handen. Zestien ronden lang bleven de rijders vlak bij elkaar, op zeer korte afstand gevolgd door Freddie Spencer. Daarna veranderden de onderlinge posities, omdat Spencer als eerste de pits inging om te tanken. Het ging erg snel en omdat er geen banden gewisseld hoefden te worden, was het een zeer snelle pitsstop en verloor hij slechts enkele seconden. Lawson moest bij binnenkomst, even later, wel een andere achterband laten monteren. Dat nam nogal wat tijd in beslag en Lawson zakte af naar de vijfde plaats achter Roberts, Spencer, Crosby en Baldwin. De pitsstop van Roberts ging snel en zo kon hij aan de leiding blijven op enkele meters gevolgd door Spencer, die rustig zijn kans leek af te wachten om toe te slaan. Zover kwam het echter niet. Spencer slipte in de chicane over een olievlek en dat bezorgde hem enige angst, want in de volgende ronden nam hij telkens een beetje gas terug in de chicane. En zo geraakte Spencer steeds iets verder achter op Roberts, die dit niet deed. Toen Roberts in de 34e van de 52 ronden zijn tweede tankstop maakte, kreeg Spencer te kampen met moeilijkheden. Spencer: ,,Net als dinsdag in de training ging er een uitlaat kapot. De motor verloor zodoende vermogen. Bovendien moest ik bij mijn tweede tankstop de achterband vervangen. Kans om bij Kenny te komen had ik daarom niet. Als je een wedstrijd verliest kun je teleurgesteld zijn, maar het kan je ook motiveren om een volgende keer problemen te overwinnen. Dat laatste is met mij het geval. Dit was de vijfde keer dat ik aan de Daytona 200 meedeed. Voor het eerst heb ik hem uitgereden. Kenny oefende veel druk op mij uit. Soms moest ik tamelijk veel riskeren om hem te kunnen volgen. Op topsnelheid ontliepen onze motoren elkaar niets. Pas op het eind van de rechte stukken was de Yamaha een beetje sneller. Maar ja, dan is er al weer een bocht. Van een nieuwe motor had ik niet meer mogen verwachten. Men heeft wel kunnen zien dat deze motor betrouwbaar is, want 200 mijlen hier betekent twee GP's achter elkaar rijden wat de afstand aangaat."

Door de problemen van Spencer kon Roberts ver weglopen. Na de 52 ronden zat Spencer op 80 seconden achter Roberts. "In het begin van de race was het niet zo gemakkelijk voor mij. Met de volle tank was de handelbaarheid niet al te best. Telkenmale kwam ik slingerend uit de chicane. Het kostte me enige tijd om daaraan gewend te raken. Op papier zouden wij meer vermogen hebben dan de Honda, maar daar merkte ik niets van, omdat we het vermogen niet goed op de straat konden brengen", aldus Roberts over zijn race. De winnaar had nog meer te melden. Samen met Eddie Lawson zei hij het volgende: "Dit was de laatste keer dat Eddie en ik in Daytona hebben gereden. Er zitten veel te veel langzame rijders in de baan. Wij draaiden op top tegen de 300 km/uur, terwijl zij stukken langzamer zijn. Bovendien houden ze nergens rekening mee. Dat zal veranderd moeten worden. Gebeurt dat niet, dan neem ik volgend jaar begin maart vakantie'". De derde plaats ging naar Ron Haslam, de laatste rijder die het volledige aantal ronden aflegde. De Engelsman reed een wedstrijd zonder problemen. Met niet al te veel verwachtingen was hij van start gegaan: "Ik wist dat Roberts, Lawson en Spencer sneller waren. Ik heb me er daarom op geconcentreerd voor de anderen te blijven,". Lawson kreeg niet het presentje waar hij op gehoopt had. Tweemaal moest hij zijn achterband laten vervangen. Roberts verving zijn band niet. De technici van Dunlop verzekerden dat Lawson exact dezelfde banden had als Roberts. Door een andere manier van rijden of het elke ronde meepikken van een oneffenheid in de baan zou de snellere slijtage van de band verklaard worden. Lawson was behoorlijk onder de indruk van de Honda NSR 500 van Spencer: "Deze motor zal mij nog wel de nodige problemen in de GP's bezorgen." Richard Schlachler stond aanvankelijk niet in de uitslag, omdat hij een ronde te weinig van de rondetellers had gekregen. Schlachter: "Ik heb hetzelfde pak als Baldwin. Men heeft mij vermoedelijk een keer over het hoofd gezien," De tijdwaarnemers herstelden hun fout en zo werd Schlachter toch nog zesde, dicht achter Taira. Zeer ongelukkig was Mike Baldwin. Twee ronden voor het eind bleef hij staan met een lege tank. Lopend kwam hij over de finish. Dat betekende geen vierde maar een tiende plaats. Graeme Crosby werd vanaf het begin van de race gehinderd door een slecht werkende voorrem. In de slotfase miste hij een bocht en moest een eind door het gras. Dat kostte hem twee plaatsen.

Victory Lane: Freddie Spencer, Kenny Roberts & Ron Haslam

De officials van de A.M.A. en van de Daytona Speedway zagen in dat de voorwaarden van de race verandert dienden te worden en dat ze een nieuwe energie injectie nodig hadden voor hun race naar de toekomst toe. Aangezien de Grand Prix machines, die door de fabriekscoureurs van Yamaha en Honda  bereden werden, steeds sterker werden, kwamen de toeschouwers in steeds kleinere aantallen. Ze hadden geen zin om enkel naar een race te kijken die door drie of vier rijders werd gedomineerd. Het racen van deze machines tegen een veld van aangepaste straatfietsen en ouderwetse TZ750'S was niet het antwoord, ook niet om veiligheidsredenen. Roberts zelf klaagde ook over het snelheidsverschil, aangezien hij 20 tot 30 seconden sneller was, per ronde, dan sommige van de rijders. De oplossing die de officials namen waren een nieuwe reeks regels waaronder o.a. het verbieden van de Grand Pric racers, dit veranderde de Daytona 200 in een Superbike race, te beginnen in 1985. Een andere verandering die voor 1985 werd gepland betrof het circuit. Dit hield in dat  het rennerskwartier danig vernieuwd zou worden en het binnencircuit werd geheel nieuw ontworpen, om een groter pitsgebied te maken. Deze verandering zou het circuit naar 3,56 mijl verkorten. Met het einde, in 1984, van Roberts zijn racecarrière en het gebruik van de Grand Prix machines, was er een eind gekomen aan een era (tijdperk). Kenny Roberts gaf aan zich wel met de motorsport bezig te zullen blijven houden. Roberts: "Ik heb mijn naam gegeven aan het 250 cc GP team, waarvoor Alan Carter en Wayne Rainey uitkomen. Ik ben geen manager van het team. Dat is Paul Butler, de voormalige PR-man van Yamaha Amstelveen. Bij een aantal wedstrijden zal ik aanwezig zijn om de rijders te helpen. Verder heb ik ze geholpen met het vinden van sponsoring. Over mijn eigen deelname aan wedstrijden kan ik nog niet veel zeggen. Het is zeer wel mogelijk dat ik aan de Match Races in Engeland deelneem. Verder staat Laguna Seca gepland. GP's staan niet meer op mijn programma.  

Harley-Davidson zorgde voor een verrassing in Daytona. Men presenteerde eigen bier. Tienduizend blikjes werden er gemaakt. Binnen een dag waren die uitverkocht. Later werden er nog 17.000 geleverd, maar ook die vonden snel hun bestemming.

UITSLAG van de 43e DAYTONA 200 11 maart 1984

 

  Rijder Land Merk Aantal ronden Trainings plaats

Roberts voor Spencer

1 Kenny Roberts USA Yamaha 52 2e
2 Freddie Spencer USA Honda 52 1e
3 Ron Haslam Engeland Honda 52 3e
4 Eddie Lawson USA Yamaha 51 5e
5 Tadahiko Taira Japan Yamaha 50 18e
6 Richard Schlachter USA Honda 50 12e
7 Graeme Crosby Nieuw-Zeeland Suzuki 50 6e
8 Wes Cooley USA Honda 50 10e
9 Nicki Richichi USA Yamaha 49 13e
10 John Long USA Yamaha 49 14e
11 Mike Baldwin USA Yamaha 49 4e
12 Steve Gervais Canada Suzuki 48 17e
13 Sam McDonald USA Honda 48 16e
14 Dan Chivington USA Yamaha 48 11e
15 Martin Wimmer West-Duitsland Yamaha 47 21e
16 John Bettencourt USA Yamaha 47 24e
17 Uri Bergbaum USA Suzuki 47 27e
18 Roberto Pietri Venezuela Honda 47 31e
19 Richard Chambers USA Yamaha 47 23e
20 Harry Klinzmann USA Suzuki 47 30e
21 Len Gambo USA Honda 46 40e
22 Hap Eaton USA Yamaha 46 19e
23 Pat Herndon USA Honda 46
24 David Old USA Suzuki 46
25 Mike Harth USA Honda 45
26 Michael Elmore USA Suzuki 45
27 Russell Bigley USA Spondon 45
28 David Kieffer USA Kawasaki 45
29 Bud Norton USA Suzuki 45
30 Gary Horton USA Honda 45
31 Miles Baldwin Canada Yamaha 44 8e
32 Wayne Canale USA Yamaha 44
33 Rich Shaw USA Honda 44
34 Peter Haefner West-Duitsland Yamaha 44
35 Tony DiSimone USA Kawasaki 44
36 Richard Oliver USA Kawasaki 44
37 Ken Stephens USA Honda 44
38 Fred Renz USA Kawasaki 43
39 Aaron Turner USA Kawasaki 43
40 Jamie Lawrence USA Yamaha 42 32e
41 Doug Brauneck USA Buell 41 7e
42 Carry Andrew USA Kawasaki 41
43 Joe Lachniet USA Yamaha 40
44 Pete Frost USA Yamaha 40
45 James Adamo USA Cagiva 39 38e
46 Jeff Heims USA Suzuki 37
47 Kurt Lenz USA Yamaha 36 22e
48 John Gray USA Honda 35
49 Scott Lyman USA Honda 32
50 Henry DeGouw USA Yamaha 31 28e
51 Vincent Hill USA Kawasaki 31
52 Lynn Miller USA Honda 26
53 Martin Morrison USA Yamaha 25
54 Jim Knipp USA Honda 25
55 Patrick O'Leary USA Yamaha 21
56 Doug Chancey USA Kawasaki 19
57 Fred Giaimo USA Kawasaki 19
58 John Ashmead USA Honda 18 35e
59 Philippe Kostezer USA Honda 18
60 Jim Young USA Yamaha 16 36e
61 Larry Shorts USA Honda 13
62 John Concklin USA Yamaha 11
63 Otto Schuttermeier Canada Yamaha 10
64 William Syfan USA Kawasaki 10
65 Art Robbins Canada Yamaha 8 25e
66 David Reed USA Yamaha 7
67 Dan Zlock USA Suzuki 6
68 Randy Renfrow USA Honda 5 9e
69 Dave Busby USA Honda 5 20e
70 William Knott USA Yamaha 2
71 Daniel Santerre Canada Yamaha 2
72 Greg Smrz USA Honda 1 15e
73 Douglas Libby USA Yamaha 1 33e
74 Yvon Duhamel Canada Honda 0
75 Luther Wikle USA Honda 0 29e
76 Dale Zlock USA Suzuki 0
77 Ricky Orlando USA Yamaha 0 37e
78 Steve Baron USA Yamaha 0 34e
79 Glenn Barry USA Honda 0 39e
80 Rueben McMurter Canada Kawasaki 0 26e

 

 

1984: John Ashmead (58e) en Lynn Miller (52e), in 1989 zou Ashmead zeer verrassend de 200 winnen. In de Superbike klasse waren ze 8e en 10e.

 

Superbike: Spencer te snel voor de rest

Tachtig rijders gingen er van start in de Superbike race. Zij reden in feite twee wedstrijden. De eerste wedstrijd telde één deelnemer: Freddie Spencer. De tweede wedstrijd was voor de overige 79 rijders. Van enige spanning omtrent de race was geen sprake. Daarvoor was Spencer veel te oppermachtig. De trainingstijden gaven al een duidelijke aanwijzing: Spencer was 3,3 seconden sneller dan zijn teamgenoot Fred Merkel, die ter onderscheiding van "Fast Freddie" maar "Flying Fred" wordt genoemd. De op de derde startplaats staande John Bettencourt was maar liefst zes seconden langzamer dan Spencer. Dat duidde er al op dat er geen spanning verwacht mocht worden. Zo kwam het helaas ook uit. Spencer reed zich al snel naar de eerste plaats en liep daarna elke ronde verder weg. Favoriet bij het merendeel van de rijders was de Honda VF 750 F, in de States ‘Interceptor’ genaamd. De uitslag maakt wel duidelijk hoe sterk de Honda's in het deelnemersveld van de Superbike race vertegenwoordigd waren: bij de eerste twintig zaten zeventien Honda's en verder een Cagiva (Ducati) en twee Kawasaki's. Honda heeft de afgelopen maanden hard gewerkt aan de eveneens op de VF 750 F gebaseerde motor. Dat leidde tot opmerkelijk snelle motoren. Fijn voor Honda natuurlijk, maar voor het verloop van de wedstrijd was dat jammer. Bij de start was Spencer niet als eerste weg. Verwonderlijk was dat niet, want hij was de enige die niet smokkelde bij de start. In Amerika wordt met draaiende motoren gestart en dan is het natuurlijk niet zo moeilijk om alvast iets naar voren te schuiven voor de startvlag valt. Spencer wachtte keurig af en dat gaf Fred Merkel, afkomstig uit Stockton (Californië) de gelegenheid de kop te pakken. Precies een ronde mocht hij het veld aanvoeren. Bij het insturen van het binnenterrein stak Spencer binnendoor bij zijn temgenoot en nam de leiding over. Dankzij zijn fantastische sturen en zijn geweldig lopende motor kon Spencer in enkele ronden al een leuke voorsprong opbouwen. Na vijf ronden zat Merkel al zeven seconden achter Spencer. Na tien ronden - de race over honderd mijl ging over 26 ronden - was de marge al twintig seconden. Derde man John Bettencourt zat toen al meer dan een halve minuut achter Spencer. Voor Merkel was de wedstrijd na twaalf ronden voorbij. Hij bracht zijn Honda met een opgeblazen motor terug in de pits. Ondanks zijn comfortabele voorsprong hield Spencer het tempo hoog. Op de finish was het verschil 79 seconden, dat wil zeggen meer dan een halve baan. Spencer na afloop bij de huldiging in Victory Lane: ,,De eerste ronde heb ik het bewust een beetje kalm aan gedaan. Ik heb geen enkel risico willen nemen. Waarom zou ik iets riskeren bij het ingaan van het binnenterrein. Het is altijd een drukte in de eerste bocht en dan kan er makkelijk iets fout gaan. Alles ging goed en ik heb drie ronden met Fred Merkel gereden. Daarna wilde ik wat meer ontspannen rijden en heb ik mijn eigen race gereden. Ontspannen rijden kun je het best doen als je op kop ligt en een ruime voorsprong hebt.," Voor Spencer was het de derde opeenvolgende zege bij de Superbikes. De rest van het jaar mogen de andere Amerikanen het uitvechten bij de Superbike races, want dit was de enige race voor Spencer. Voor hem zijn de GP's belangrijker. Voor een opmerkelijke prestatie zorgde James Adamo. Met zijn tot Cagiva omgedoopte Ducati wist hij tussen alle viercilinders als vijfde te eindigen. Adamo had het voordeel dat zijn Cagiva veel zuiniger is dan de viercilinders. Hij kon de wedstrijd rijden zonder te tanken. Alle andere rijders moesten een tankstop maken. Dat gaat weliswaar snel, maar levert altijd verlies op. Adamo was de enige rijder met een niet Japanse motor.

UITSLAG Bell Superbike 100 van 9 maart 1984

 
  Rijder Land Merk Ronden
1 Freddie Spencer USA Honda 26
2 Sam McDonald USA Honda 26
3 John Bettencourt USA Honda 26
4 Roberto Pietri Venezuela/USA Honda 26
5 James Adamo USA Cagiva 25
6 Reuben McMurter Canada Honda 25
7 Dale Quarterly USA Kawasaki 25
8 John Ashmead USA Honda 25
9 Pat Hernon USA Honda 25
10 Lynn Miller USA Honda 25
11 Luther Wikle USA Honda 25
12 Richard Chambers USA Honda 25
13 Len Gambo USA Honda 25
14 Philippe Kostezer USA Honda 25
15 Mike Harth USA Honda 24
16 Peter Lusby Canada Honda 24
17 John Long USA Honda 24
18 Gary Horton USA Honda 24
19 Richard Oliver USA Kawasaki 24
20 Rick Shaw USA Honda