Home Jack Middelburg Guestbook GP-races Daytona Toon Kannekens Diverse

   

Daytona 1980.

 

 

start van de 1e groep

1980: start van de 1e groep met o.a.: Wes Cooley (34), Boet van Dulmen (327), Richard Schlachter (48), Dale Singleton (30), Patrick Pons (303), Freddie Spencer (8), Graeme Crosby (316) en Kenny Roberts (2).

 

Daytona USA, jaren '80, hoe bonter, hoe mooier, hoe gekker, hoe beter. Dit was de trend in Amerika voor de vermaarde 200-mijlsrace. Het was in Europa niet voor te stellen, maar elke helper en monteur, die zondag tijdens de hardste motorwedstrijd ter wereld vergeet een wit pak of overall aan te trekken wordt teruggestuurd! Zondag was na het vallen van de startvlag al snel het wit niet meer te zien vanwege de olie, vet en benzine, maar men moest wel in het wit gekleed zijn bij aanvang van de race! Typisch Amerikaans, deze maatregel. De 200 mijl van Daytona is niet alleen de officieuze opening van het internationale raceseizoen, maar ook een uniek fenomeen, waar elke Amerikaanse coureur alles voor doet om een keer aan te mogen deelnemen. Anekdote: Twee motorcoureurs uit het op 7000 kilometer afstand liggende Alaska waren verliefd geworden op hetzelfde meisje, dat met hun avances geen raad wist, omdat zij eigenlijk van beide "mannen" evenveel hield. Daarom velde de tante resoluut een soort Salomon's oordeel. Wie de moed kon opbrengen deel te nemen aan de gevaarlijke wedstrijd in Daytona was een kerel en mocht met haar trouwen. Door de Amerikaanse organisator werd dit voorval dankbaar aangegrepen om het tweetal, nog boezemvrienden ook, zeer opvallend aan het publiek voor te stellen tijdens de traditionele presentatie van de debutanten. Het was te zien dat de rijders zich voor schut gezet voelden, maar dat telt niet in Amerika. Entertainment. Het hoort bij de motorsport in dit land. De show op de wedstrijddag is ook tot in de puntjes verzorgd. Alles hoort erbij: de Baptistendominee, die voor de race op het podium luid biddend God's zege afsmeekt, de zanger, die alleen en zonder begeleiding de ‘Stars en Stripes’, het volkslied zingt, “Joels Horsemen", de ruiters van de profeet Joel, die op machtige Harley's het stadion binnendenderen om in stijl het evangelie te gaan verkondigen aan de 80.000 toeschouwers. Amerikaanser kan het niet. Boet van Dulmen werd tijdens de training de schrik van zijn leven, toen hij in de kombaan werd verrast door twee hippies (ja, het waren de beginjaren 80) die voor hem plots de kombaan overstaken. Zij bleken een weddenschap te hebben afgesloten dat ze tegen de steile wand aan konden klimmen, tussen twee rijders door!

De jaren '70 hadden de Daytonafans verwend met schitterende races, evenals was het een periode van ongelofelijke ontwikkelingen m.b.t. de motoren. Hoe interessant de ontwikkeling echter ook was, de race was een parade van Yamaha geworden. Terwijl enkele andere fabrikanten nog slechts een paar fabrieksrijders naar Daytona stuurden, was het startveld hoofdzakelijk samengesteld uit Yamaha's in de afgelopen jaren. In 1980 introduceerde AMA een reeks nieuwe regels om meer merken terug aan de start te krijgen. Het nieuwe formaat, dat Formule 1 genoemd werd, liet drie types van machines toe. De bestaande tweetakt 750cc konden blijven met de restrictors (begrenzers) in de carburateurs. Toegevoegd aan het veld werden de kleinere tweetakts tot 500cc zonder restrictors, en viertakts tot 1025cc. Het nieuwe formaat opende dus de deur voor twee extra types machines die in de 200-miler mee konden doen. Door de 500cc tweetakts toe te staan, zonder restrictors, konden de "exotische" machines van het Grand Prix-circus nu hier in Daytona voor het eerst deelnemen. Aan de andere kant, waren de grote viertakts die in de international Endurance (lange-afstandrijden) werden gebruikt ook legaal. Kenny Roberts was ook terug in Daytona voor de race van 1980. Volledig hersteld van de verwondingen die hij in 1979 had opgelopen, werd Roberts als een zekerheid beschouwd om zijn tweede 200-mijl overwinning te boeken. Hij kwalificeerde 'op pole" voor de race met een snelste tijd van 183.10 km/u, bijna 5 km/u sneller dan de snelste tijd van Dale Singleton in 1979. Ook verbeterde hij zijn eigen baanrecord met bijna 3 seconden. Om de onzekerheid van zijn concurrenten nog groter te maken, werd zijn Yamaha OW31 op 296 km/u geklokt op het rechte eind tijdens de kwalificatie. Het vaste team van Roberts, Kel Carruthers, Nobby Clark en Trevor Tilbury konden meer dan tevreden zijn. Nog iemand anders dook onder dat bestaande baanrecord, Freddie Spencer, die zijn zilverkleurige, door Erv Kanemoto (ex-tuner van Gary Nixon, die in 1980 gestopt was met racen), geprepareerde Yamaha slecht iets meer dan een seconde langzamer over het 6.219 meter lange circuit had gestuurd. Er hadden zich dit jaar 117 rijders gemeld, voor "the main event" de Daytona 200 en er moesten er dus 37 afvallen voor de race, aangezien er maar 80 mochten starten. Op maandag was in een zeer koud en winderig Daytona begonnen met de trainingen en donderdag en vrijdag stonden in het teken van de kwalificatie. Voor de Daytona 200 ging het uitsluitend om de tijd, terwijl er voor de andere klassen eerst de tijden geklokt werden, waarna er per klasse in twee series beslist werd wie er aan de hoofdwedstrijden mocht deelnemen. De 80 rijders in de 200 werden opgedeeld in twee groepen van dertig en één groep van twintig. De kwalificatie werd in groepen van 20 coureurs afgewerkt. Op basis van resultaten in voorgaande jaren en de officiële trainingstijden van de eerste dagen werd de sterkte van de groepen bepaald waar je je in moest kwalificeren. De rijders van ongeveer gelijke sterkte kwamen bij elkaar in een groep. Zoals bijna jaarlijks was er nu ook weer van alles mis met de tijdwaarneming in Daytona. Hierbij werden vele fouten gemaakt en waren er ook vaak felle discussies en teleurstellingen. Dat hadden die Amerikanen erg slecht voor elkaar in die tijd! Voor het eerst in de geschiedenis van de 200 mijlen van Daytona deed er een vrouw mee. Dat was Gina Bovaird die in de kwalificatie tot een tijd kwam goed genoeg voor de 42ste startplaats. Haar monteur was haar echtgenoot, Tom, die maar was gaan sleutelen, nadat Gina hem een paar keer had verslagen op het circuit. Tijdens de race ging ze helaas onderuit, met haar splinternieuwe Yamaha 500cc, en werd ze met een gebroken vinger afgevoerd. 

Door de jaren heen was al het moois in Daytona niet alleen op de baan te zien, maar ook op het strand en op straat, maar vooral op het strand, daar rijden de meest vreemdsoortige voertuigen rond. Ja, ook op het strand, want dat is in Daytona toegestaan, mits je er maar voor zorgt dat je niet sneller rijdt dan 10 mijl/uur. Het is net of je tijdens het spitsuur in Amsterdam rijdt, zo druk is het op het strand. Nagenoeg geen enkele motor verkeert in originele staat. Andere buddy's, veelal voorzien van een "sissybar" (rugsteun), zijn favoriet. Maar ook grote toerschermen en koffersets worden veel verkocht. Voor wie dat nog niet genoeg, is blijft de mogelijkheid over, iets aan de tank te doen. Dat blijft vaak niet beperkt tot de montage van een andere (kleinere) tank, maar meestal wordt de tank erg fraai bespoten. Je ziet er ware schilderijen. De echte enthousiast gaat nog verder en bouwt zelf iets. Dat mondt veelal uit in een trike, een driewieler waarvan de beide achterste wielen naast elkaar staan. Als achterstuk wordt wel een halve Kever gebruikt. Er was ook iemand die een badkuip nam en er een toilet achter bouwde... Hoogtepunt voor alle chopperisten (en dat zijn er in Daytona erg veel) is de show op zaterdag georganiseerd door 'Big Daddy Rat'. De parade trekt tienduizenden motoren naar Daytona Beach. Het was de achtste keer dat de "Custom Chopper Show" gehouden werd in 1980. Helaas viel de show samen met de 250cc race en de Supercross, zodat velen de show moesten missen. In twaalf verschillende categorieën werden prijzen uitgeloofd voor de mooiste bouwsels. Op het strand was het ook aangenaam vertoeven. Het fijne weer (afgezien van de eerste dagen), de gezellige drukte, de mooie motoren en trikes, de meisjes die graag willen poseren voor een foto, de striptease van sommige meisjes, dat alles maakt een verblijf op het strand meer dan de moeite waard.

Tot aan de jaren zeventig speelde Harley-Davidson een vooraanstaande rol in de Amerikaanse wegrace. In 1980 deed Harley niets meer aan wegrace, omdat daarin voor hen totaal geen eer was te behalen met de V-twins. Wel toonaangevend was HD op de dirttrack, zowel op de banen van een mijl als op die van een halve mijl. Om wat meer aandacht te trekken voor het enig overgebleven Amerikaanse motormerk organiseerde HD in Florida in de dagen voorafgaande aan de Daytona 200 de AMF Harley-Davidson Dirt Track Series. Dat was een serie van acht wedstrijden van zowel dirttrack als shorttrack. Vijf van de acht races werden in Daytona of naaste omgeving verreden. De dirttrack is een imposant schouwspel. De zware Harley's produceren een machtig mooi geluid. De motoren zijn vrijwel gelijkwaardig en dat levert veelal spannende heats op. Op de halve mijlsbaan van Barberville werd de snelste ronde gereden door Randy Goss in 19,918 seconde, wat neerkomt op een gemiddelde snelheid van bijna 145 km/u! Tussen alle Harley's is zo nu en dan ook wel eens een andere motor te ontdekken, zoals Triumph, Kawasaki, Yamaha, Honda en zelfs nog een Ducati. Bij de Experts wordt nagenoeg uitsluitend met Harley's gereden, maar de Juniors rijden voor ongeveer de helft op een ander merk. De Novices (beginnende rijders) moeten het doen met 250cc motoren. Dezelfde motoren worden ook gebruikt voor de shorttrack. Vier avonden kon men in het Memorial Stadium in Daytona genieten van veel sensatie bij de shorttrack. Dat heeft wel iets weg van speedway, maar in plaats van vier starters komen er tien man aan de start. Slechts zelden komen er tien aan de finish.... Veel van de valpartijen lopen goed af, maar zo nu en dan komt er iemand met de betonnen omheining in aanraking. Zo'n val eindigt meestal in het ziekenhuis. Juist omdat een val zulke nare gevolgen kan hebben, moeten de rijders hun motoren volledig onder controle hebben. In de shorttrack leren ze erg veel. Dat blijkt wel als ze gaan meedoen aan wegraces. Al de toppers van de shorttrack doen het ook goed op het asfalt. Al na enkele races blijken ze voorin mee te kunnen komen. "Wegrace", zegt Ted Boody Jr., "is helemaal niet moeilijk. Je moet gewoon iets later remmen voor de bocht en iets eerder gas geven als je de bocht uitkomt! Dat is alles". Dat Boody de kunst van het wegracen nog niet helemaal verstaat bleek tijdens de Daytona 200, want in de chicane trok hij z'n Yamaha onderuit. Ted Boody (1958-1988) was een shorttrack- en dirttrackspecialist in Amerika, hij kwam om het leven tijdens een autorace op 'Ascot Raceway'.

Freddie Spencer 200 mijls race

Eddie Lawson winnaar 100 mijls race

Patrick Pons, 3e in Daytona 1979, wereldkampioen F750 1979 en nu op weg naar de winst in Daytona.

 

Kenny Roberts balend langs de kant, na één ronde, terwijl zijn team de Yamaha nog proberen te repareren, echter tevergeefs.

© Don Emde Productions

Toen de start van de 39e editie daar was, stond er één eenzame viertakt op de voorste rij, een Yoshimura Suzuki die door Wes Cooley werd bereden. De Yoshimura Suzuki hadden in de trainingen vele problemen gehad en maar liefst 7 motoren "opgeblazen". Cooley ging er als een raket vandoor toen de vlag viel en leidde de eerste ronde. Dit was de eerste viertakt in de geschiedenis die in Daytona een ronde leidde, sinds Phil Read in 1972. Cooley viel later uit door een defecte koppakking. Richard Schlachter, vierde trainingstijd, viel ook al snel uit met een verbrande koppeling en Christian Sarron met een defecte versnellingsbak. Aan het einde van de eerste ronde, was één zeer belangrijke coureur er niet meer bij: Roberts. Hij ging rechtstreeks naar de pits met vastzittende gasschuiven. Zijn team probeerde om het probleem te verhelpen, maar dit lukte niet en Kenny Roberts was uit de race. Dit was een ongelofelijke gebeurtenis aangezien het gesprek van de raceweek was geweest, "wie gaat tweede worden?" Een overwinning van Roberts stond reeds vast was de mening van de meeste mensen. Ondertussen in de 1e ronde nam Graeme Crosby de leiding van Cooley over, maar moest, na een ronde op kop te hebben gelegen, het gras in door een remfout die hem ver terugwierp. Met Roberts uit de race, nam Freddie Spencer uit Shreveport (Louisiane) de kop op een Yamaha TZ750. Spencer reed  ongelooflijk snel en bouwde weldra een 10 seconden voorsprong op Gene Romero, de regerend Formule 750 kampioen Patrick Pons en Skip Aksland op. Spencer bleef verschrikkelijk hard gaan en had uiteindelijk iedereen tot de 8ste plaats op een ronde gezet, toen het begon te regenen en te hagelen. De rode vlag ging onmiddellijk uit en de race werd gestopt in de 10de raceronde, waarbij de 9e ronde als finishronde zou tellen. Die finishplaats werd je nieuwe startplaats en er werd geen rekening gehouden met de onderlinge verschillen. Na een onderbreking van 2,5 uur hervatte men de race met Spencer direct weer op het niveau van het moment dat de race werd afgevlagd. De winnaar van 1975, Gene Romero dook de strobalen in, liggend op een 3e plaats, zijn voorbeeld werd een paar ronden later gevolgd door Eddie Lawson (foto rechts), die een dag eerder de 250cc op zijn naam had gezet. Diverse coureurs zouden later in de race hun slechte voorbeeld volgen. Echter na de race werd duidelijk dat er in de betreffende bocht een oliespoor lag, waar o.a. Romero, Lawson, John Bettencourt en Neil Tuxworth de controle over hun machine zouden verliezen. In ronde 20, had Freddie Spencer de leiding vast in handen met 17 seconden voorsprong. Maar het noodlot sloeg toe voor de jonge Daytona "rookie" in ronde 39. De krukas van zijn machine brak en hij was uit de race. Zonde om dit tijdens je eerste 200 mijlsrace mee te moeten maken. Spencer was ongenaakbaar gebleken, maar greep naast de hoofdprijs. Tranen met tuiten huilde de net een paar weken daarvoor 18 jaar geworden Spencer, die een welverdiende overwinning aan zijn neus voorbij zag gaan. Hij zag ook een derde bezoek aan "victory lane" aan zich voorbij gaan, na een 2e plaats in zowel de Superbike als in de 250cc race. Patrick Pons uit Frankrijk kwam hierdoor aan de leiding, met een voorsprong van 10 seconden op Skip Aksland, Boet van Dulmen en de verdedigende kampioen, Dale Singleton. Onbetwist reed Pons vanaf dat moment rechtstreeks naar de overwinning. Grote vraag was wie het podium zouden completeren. Er hadden uiteindelijk nog zes coureurs kans op het podium, Skip Aksland, Dale Singleton, Graeme Crosby, Marc Fontan, Boet van Dulmen en John Long. Dit was nog niet duidelijk, omdat iedereen twee maal moest binnenkomen om te tanken en men niet allemaal in dezelfde ronde tankten en de posities hierdoor nogal eens wisselden. Crosby en Long haalden door pech uiteindelijk beiden de finish niet. Uiteindelijk was het Singleton die zich naar de tweede plaats had gevochten. Van Dulmen werd zeer knap derde. De eerste viertakt, Dave Aldana, kwam als zesde over de finish, gevolgd door de kopman van het Hondateam, Ron Pierce. Bizar: net als toen Jarno Saarinen in 1973 de Daytona 200 won en later dat jaar om het leven kwam tijdens een race, overkwam dit ook de winnaar van 1980. Op 12 Augustus 1980, bezweek Patrick Pons aan diverse hoofdverwondingen die hij twee dagen eerder na een valpartij in de Britse Grand Prix had opgelopen....... Nog niet bewust daarvan in maart 1980 was het de Marseillaise die na de wedstrijd werd gespeeld om de overwinnaar te kronen. Patrick Pons, houder van de wereldtitel in de F750cc klasse. Patrick, na de race, zonder dat hij het nog kon geloven dat hij had gewonnen zei: "Ik heb Daytona gewonnen... ik ben doodeenvoudig fantastisch..." 

Pitsstop Dave Aldana.

Dale Singleton (#30), Skip Aksland (#27) en Boet van Dulmen.

1980, Patrick in Daytona met maat Christian Sarron 

Patrick Pons winnaar Daytona 200, Dale Singleton (2e) en Boet van Dulmen (3e)

 

Patrick Pons (boven) en landgenoot Marc Fontan (onder).

De smaakmaker van Daytona 1980, was de 18 jaar oude Freddie Spencer. In 1978 (16 jaar) won hij de 250cc race bij de beginnelingen en in 1979 werd hij 2e in de "experts" 250cc, 100 mijl race achter routinier Skip Aksland. In 1980 kwam hij uit in 3 klassen. Hij stond ook 2x op de 1e startrij: Superbikes (1e), 200 mijls (2e) en 250cc (3e). Twee keer wist hij dus ook het podium te halen: Superbikes en 250cc 2e. De 200 mijls race had hij zonder de mechanische pech op zeker gewonnen. Freddie was een uitzonderlijk talent, die het motorracen met de paplepel in was gegeven. Zijn ouders hadden in Shreveport een kruidenierszaak en zijn vader, Fred, en een oudere broer lieten Freddie al op 6-jarige leeftijd deelnemen aan dirttrackraces. Op 11-jarige leeftijd zat hij voor het eerst op een wegracer, en tot zijn 15e reed hij zowel dirttrack als wegrcaces, eer hij zich op de wegrace zou gaan toeleggen. In 1979 won het de Amerikaanse 250cc titel, voor rivaal Eddie Lawson. Dit jaar vochten Honda, Yamaha en Kawasaki om zijn gunsten, uiteindelijk zou hij voor Honda kiezen en daar veel furore mee maken.

UITSLAG en startopstelling DAYTONA 200 1980 

  Start Rijder Land Merk
1. 6e Patrick Pons Frankrijk Yamaha
2. 9e Dale Singleton USA Yamaha
3. 3e Boet van Dulmen Nederland Yamaha
4. 21e Skip Aksland USA Yamaha
5. 12e Marc Fontan Frankrijk Yamaha
6. 25e Dave Aldana USA Suzuki
7. 22e Ron Pierce Japan Honda
8. 40e Benny del Monico USA Yamaha
9. 16e James Adamo USA Yamaha
10. 20e Harry Klinzmann USA Yamaha
11. 39e Frank McTaggert USA Yamaha
12. 28e Barry Woodland Engeland Suzuki
13. 24e Gary Collins Canada Yamaha
14. 27e Richard Chambers USA Yamaha
15. 43e Roberto Pietri Italie Honda
16. 15e John Long USA Yamaha
17. 36e John Samways USA Yamaha
18. 41e Kurt Liebmann USA Yamaha

 

 

  Start Rijder Land Merk   Start Rijder Land Merk
19. 8e Mark Jones USA Yamaha 49. 64e Bill Brown USA Yamaha
20. 37e Bruce Paterson USA Yamaha 50. 31e Bruce Lind USA Yamaha
21. 49e Dominique Pernet Frankrijk Yamaha 51. 10e Graeme Crosby Nieuw-Zeeland Suzuki
22. 18e Bruce Hammer USA Yamaha 52. 59e Gerhard Vogt Duitsland Suzuki
23. 56e Kimmo Kopra Finland Yamaha 53. 50e Barry Bordner USA Yamaha
24. 48e David Schlosser USA Yamaha 54. 78e James Woolsey USA Yamaha
25. 61e Henry DeGouw USA Yamaha 55. 13e Eddie Lawson USA Kawasaki
26. 62e James Wells Engeland Kawasaki 56. 68e Malcolme Tunstall USA Yamaha
27. 72e Cary Andrews USA Honda 57. 76e Bert Coleman USA Yamaha
28. 5e Wes Cooley USA Suzuki 58. 7e Gene Romero USA Yamaha
29. 60e Ken Botham Canada Yamaha 59. 38e Cory Ruppelt USA Yamaha
30. 54e Jan Kostwinder Nederland Yamaha 60. 17e Gil Martin USA Yamaha
31. 53e Kurt Lenz USA Yamaha 61. 26e John Bettencourt USA Yamaha
32. 58e Richard Williamson USA Yamaha 62. 57e Derek Huxley Engeland Cotton
33. 77e Kwong-King Wong China Suzuki 63. 42e Gina Bovaird USA Yamaha
34. 66e David Emde USA Yamaha 64. 34e Edward Powell USA Yamaha
35. 65e Derek Chatterton Engeland Yamaha 65. 70e Markku Matikainen Finland Yamaha
36. 47e Hap Eaton USA Yamaha 66. 45e Joey Dunlop Noord-Ierland Yamaha
37. 71e Rudy Galindo USA Yamaha 67. 52e Donny Robinson Noord-Ierland Yamaha
38. 14e Kevin Stafford USA Yamaha 68. 79e Will Harding USA Honda
39. 63e Tony Nash Engeland Kawasaki 69. 4e Richard Schlachter USA Yamaha
40. 74e Norm Murphy Canada Suzuki 70. 75e Douglas Randall Engeland Yamaha
41. 69e Chas Mortimer Engeland Yamaha 71. 23e Harry Cone USA Yamaha
42. 44e Hugh Humble USA Kawasaki 72. 32e Nicky Richichi USA Yamaha
43. 29e Dwight Lyon jr. USA Yamaha 73. 55e Dwight Roy USA Suzuki
44. 2e Freddie Spencer USA Yamaha 74. 46e Dan Warren USA Suzuki
45. 67e Neil Tuxworth Engeland Yamaha 75. 1e Kenny Roberts USA Yamaha
46. 51e William Knott USA Yamaha 76. 30e Miles Baldwin Canada Yamaha
47. res. Oldrich Schuttermeier Canada Yamaha 77. res. Michael Casey USA Kawasaki
48. 19e Ted Boody USA Yamaha 78. 33e Masaki Tokuno Japan Kawasaki

 

Vier motoren die het einde van de Daytona 200 in 1980 niet haalden: vooraan de Kawasaki van Eddie Lawson met #21, daarachter de Yamaha's van Gene Romero, Neil Tuxworth en John Bettencourt. Foto ernaast Pons en Singleton op het podium.

Begin van de Daytona 200: Kevin Stafford (#175), Bruce Hammer (#52), Ron Pierce (#97), Eddie Lawson (#21), Dominique Pernet (#301), Roberto Pietri (#88) en Frank McTaggert (#82).

 

1980, 100 mijls, 250cc race, "close racing" tussen Eddie Lawson, Freddie Spencer en Anton Mang. Op de finish waren de verschillen nog kleiner.

Podium 250cc:  Anton Mang (3e), die het wel ziet zitten met de miss, Eddie Lawson (1e) en Freddie Spencer (2e) twee heel jonge Amerikanen waar de motorsportwereld nog veel van zou horen en van genieten.

wpe3C.jpg (23500 bytes)

 

 

Anton Mang, 3e in de 250cc op een chopper op Daytona Beach

 

Start Superbike: Gregg Hansford (302), Ron Pierce (97), Eddie Lawson (21) en Wes Cooley (34)

 

Uitslag Superbike Daytona 1980:

  • 1. Graeme Crosby (Nzl)
  • 2. Freddie Spencer(USA)
  • 3. Ron Pierce (USA)
  • 4. Masaki Tokuno (Japan)
  • 5. Patrick Eagen (USA)
  • 6. Dennis Smith (USA)
  • 7. Harry Klinzmann (USA)
  • 8. Dwight Roy (USA)
  • 9. Malcolm Tunstall (USA)
  • 10. James Adamo (USA)

 

1980, Begin van de Superbike race, Freddie Spencer voor Wes Cooley

Winnaar Graeme Crosby 

 

Freddie Spencer op weg naar de tweede plaats achter Crosby

De nummers drie en één in de Superbike, Ron Pierce en Graeme Crosby.

 

 

1981

Kenny Roberts was belust op revanche, na de desastreus verlopen Daytona 200 van 1980. Hij stond toen na één ronde al weer aan de kant. Hij zou in 1980 slechts 1x op zijn 750cc Yamaha stappen en dat was tijdens Daytona. Zijn twee 750cc fietsen hadden bijna een jaar rust gehouden in hun stalling in het Nederlandse Uithoorn. Ze werden enige weken voor de Daytona Speedweek vanuit Amsterdam, Schiphol ingevlogen, waar ze door Carruthers, Clark en Tilbury werden geprepareerd voor de 200 miles race. De vraag was of de fabrieksviertakten het dit jaar tegen de tweetakt Yamaha van Roberts op konden nemen. De Nieuw-Zeelander Graeme Crosby geloofde daar in ieder geval heilig in. Hij had het volste vertrouwen in de Suzuki waarop hij de competitie aan zou gaan. Ook de fabriek had er vertrouwen in, want ze verboden hun GP fabriekscoureur, Randy Mamola, om met zijn tweetakt RG500 machine deel te nemen aan de Daytona 200. Ze wilden geen concurrentie vanuit eigen stal. Ze zetten al hun geld op AMA Superbikekampioen Wes Cooley en Graeme Crosby. 

1981, team Honda: Freddie Spencer, Mike Spencer (geen familie van Freddie) & Roberto Pietri met de Honda CB750F, 1023 cc

Freddie Spencer, die na zijn debuutjaar 1980, nu op een viertakt CB750F Honda zou starten, had er iets minder vertrouwen in. Hij verwachte dat de Honda zeker 2 of 3 seconden sneller zou zijn dan in 1980, maar dat was dan nog steeds 2 seconden langzamer als de tijden van Roberts. Eddie Lawson, de toprijder van Kawasaki, geloofde er helemaal niet in en besloot niet aan de Daytona 200 deel te nemen, maar alleen aan de 250cc en de Superbikerace. Het verschil tussen de "Formule I" viertakten en de Superbike was overigens: de Superbike machines waren rechtstreeks afgeleid van de straatmachines. Er mocht niet veel verandert worden, behalve aan de banden en de vering. Het motorblok mocht opgeboord en opgevoerd worden tot maximaal 1025cc.  Aan de "Formule I" viertakten mocht zoveel gesleuteld worden als men maar wilde, maar er gold ook wel een maximaal van 1025cc. Maar een ander frame of iets dergelijks was geen enkel probleem. Verdere viertaktrijders dit jaar waren, de door Honda-GB aan de kant gezette Mick Grant, op een Yoshimura Suzuki. Verder was Moriwaki de superioriteit van Yoshimura met Suzuki meer dan zat, dus hadden ze een sterk duo ingehuurd, nl. Australiër Wayne Gardner en de Brit Roger Marshall. Saillant detail hiervan was, dat Moriwaki de schoonzoon was van (Pops) Yoshimura, ik weet niet of schoonpapa de plannen van Moriwaki echt kon waarderen. De machines van Moriwaki waren uitgerust met Kawasaki motoren. De tweetakt 750 machines zouden indertijd op sterven na dood zijn, doordat het vermogen kunstmatig geknepen werd door zgn. "restrictors" die de carburateurdoorvoer knepen, maar vele coureurs zweerden er nog bij. Om maar een paar grote namen te noemen: Dale Singleton, Harry Klinzmann, Gene Romero en Richard Schlachter. Het knijpen van het vermogen was een verplichting, maar ook de 500cc Grand Prix machines hadden zonder deze "restrictors" nog moeite genoeg om aan de tijden van de Yamaha TZ750 te komen. Dale Singleton, de winnaar van 1979 en de nummer 2 van 1980, kwam dit jaar naar Daytona met een "vers geluksbiggetje", Elmer de derde (Elmer the 3th). Verder had Kenny Roberts een team opgericht, het Kenny Roberts/Mert Lawill Racing Team, en daarbij Mike Kidd ingelijfd, een zeer ervaren dirttrackcoureur die ook goed overweg kon met een wegracer en graag van de gelegenheid gebruik wilde maken om punten te scoren voor het AMA prof kampioenschap, waar hij een gooi naar wilde doen. Hij bereed in Daytona de TZ750 van de geblesseerde Skip Aksland. "King" Kenny zou hem begeleiden, maar dat dat ook geen reden tot succes hoeft te zijn ondervond Kidd tijdens de kwalificatieronden, als hij rechtdoor gaat in de chicane en twee ruggenwervels breekt...  (Voor de 250cc klasse had het Kenny Roberts/Mert Lawill Racing Team overigens ook een sterke troef in handen, nl. het 17 jarige supertalent Jim Filice). Vanuit Canada kwamen twee jonge getalenteerde rijders, waarvan men ook veel verwachtte en die zomaar naar een plek bij de eerste tien konden rijden.  Ook Nederland was dit jaar erg goed vertegenwoordigd door Jack Middelburg, had de editie van 1980 door een blessure niet kunnen deelnemen en Boet van Dulmen die in 1980 derde was geworden. Beide waren zeker als kanshebbers gezien om als het een beetje mee zou zitten naar het podium te kunnen rijden. Jack zou dit kunnen doen met zijn RG500 Suzuki. Frankrijk had ook niet de minste coureurs "afgevaardigd", nl. het Sonauto Gauloises team met als rijders Christian Sarron en Endurance wereldkampioen Marc Fontan. Beide zouden op een 750cc Yamaha uitkomen, waar hun landgenoot Patrick Pons een jaar eerder de wedstrijd mee won. Of Sarron een rol van betekenis kon spelen viel nog te bezien. Daytona werd zijn eerste race sinds mei 1980, toen hij geblesseerd geraakt was tijdens de Spaanse Grand Prix. De grote vraag dit jaar was weer: "wie van de andere 79 starters zou Kenny Roberts kunnen aftroeven?". 

Graeme Crosby (#316), Dave Aldana (#40), Kevin Stafford (#35), James Adamo (#26), Marc Fontan (#399), Kenny Roberts (#2), Wayne Gardner (#310)

1981, Kenny Roberts, Marc Fontan & Wayne Gardner

Dale Singleton 2e maal winnaar Daytona voor tweede finisher Marc Fontan......

en andersom

Richard Schlachter (#48)

Wes Cooley en Graeme Crosby

Freddie Spencer in gesprek met Wes Cooley

Mick Grant in vuur en vlam

Kevin Stafford, Dale Singleton &  James Adamo

Freddie Spencer

 

Deelnemers 40th Daytona 200. Alleen de snelste 80 krijgen een start.

3. Gene Romero (USA) 63. Erik Buell (USA) 150. Bert Coleman (USA) 266. Malcolme Tunstall (USA)
6. Dave Busby (USA) 64. Fred Winters (USA) 158. Bruce Maus (USA) 304. Kimmo Kopra (SF)
7. Randy Mamola (USA) 65. Kurt Liebmann (USA) 159. Bernd Koegler (USA) 305. Tommy Crawford (GB)
8. John Long (USA) 66. Gary Collins (CAN) 160. Mark Legarra (USA) 306. Peter Walker (AUS)
10. Billy Labrie (USA) 69. Gennady Liubimsky (USA) 161. Wil Harding (USA) 308. Ernst Gschwender (D)
11. Carter Alsop (USA) 72. Mike Kidd (USA) 168. Gregg Smrz (USA) 309. Ken Hamilton (AUS)
13. Cory Ruppelt (USA) 75. Alan Ward (USA) 170. Norm Murphy (CAN) 310. Wayne Gardner (AUS)
15. Martin Morrison (USA) 76. Richard Chambers (USA) 177. Carry Andrew (USA) 311. Donny Robinson (N-Ier)
19. Freddie Spencer (USA) 77. Panagiotis Maroulis (USA) 190. John Glover (USA) 314. Pieter Blaauwboer 
20. William Knott (USA) 78. Bruce Lind (USA) 191. Chuck Parme (USA) 315. Roger Marshall (GB)
22. Miles Baldwin (CAN) 79. Henry DeGouw (USA) 197. Kirk Guay (USA) 316. Graeme Crosby (Nzl)
24. Arthur Chambers (USA) 80. Ken Botham (USA) 202. Scott Strachan (CAN) 318. Heiner Jungemeier (D)
25. Nicky Richichi (USA) 82. Frank McTaggart (USA) 207. Stephen Foote (USA) 318. Martin Wimmer (D)
26. James Adamo (USA) 84. Dan Guglielmo (USA) 212. Francisco Fuentes (USA) 326. Marty Lunde (GB)
29. Gill Martin (USA) 85. James Woolsey (USA) 213. Michael Casey (USA) 327. Boet van Dulmen
30. Dale Singleton (USA) 86. Hal Coleman (USA) 216. Jeffrey Umrysz (USA) 328. Conor McGinn (IER)
31. Harry Klinzmann (USA) 88. Roberto Pietri (USA) 217. Joe Davidson (USA) 330. Jacky Hughes (N-Ier)
33. Steve Gervais (CAN) 90. Dan Chivington (USA) 218. Nicholas Gately (USA) 331. Werner Hilbk (D)
34. Wes Cooley (USA) 91. John Samways (USA) 219. Wendy Epstein (USA) 333. Alex George (GB)
35. Kevin Stafford (USA) 94. Mark Homchick (USA) 220. Jim Young (USA) 348. Christian Sarron (F)
36. Benny del Monico (USA) 95. Gina Bovaird (USA) 221. Alan Lane (USA) 349. Jack Middelburg
45. Kurt Lenz (USA) 99. Rusty Sharp (USA) 222. Kerry Bryant (USA) 350. Bernie Summers (AUS)
46. Davis Schlosser (USA) 103. Mike Landrum (USA) 223. Rick Shaw (USA) 352. Barry Smith (AUS)
47. Harry Cone (USA) 104. Norman Smyser (USA) 239. Donald Georger (USA) 359. Sadao Asami (J)
48. Richard Schlachter (USA) 107. Arthur Kowitz (USA) 246. Russell Bigley (USA) 365. Graham Godward (GB)
50. John Bettencourt (USA) 114. Joe Patton (USA) 249. Doug Brauneck (USA) 367. Philippe Chaltin (B)
52. Bruce Hammer (USA) 115. David Hoyle (USA) 252. Dieter Guttner (USA) 368. Bernard Fau (F)
54. Dwight Lyon (USA) 123. Stan Friduss (USA) 254. John Nelson (USA) 371. Frits v/d Veen (CAN)
56. David Emde (USA) 124. Joe Winston (USA) 255. Steven Baron (USA) 379. John Mulligan (CAN)
60. Steve Epstein (USA) 129. Michael Herzing (USA) 258. William Brown (USA) 384. Oldrich Schuttermeier jr. (CAN)
61. Hap Eaton (USA) 135. Edward Powell (USA) 261. Vincent Hill (USA) 387. Oldrich Schuttermeier sr. (CAN)

Ongeveer 125 deelnemers dit jaar, waarvan Jack de 7e snelste tijd realiseerde..

399. Marc Fontan (F)

 

Christian Sarron

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Jack Middelburg

 

© foto Arthur Thill

 

Begin maart reisde Jack voor de derde keer in zijn carrière af naar Daytona voor de 200 miles race. Er hadden zich 130 rijders ingeschreven en er mochten er 80 van start gaan. Het was een mooie kans voor Jack om zijn nieuwe produktie-Suzuki (de RG6) uit te testen. In de training kwam Jack voor problemen te staan. In de eerste training kreeg hij te maken met een vastloper, door een defecte bougie. Tijdens de tweede training was hij er ook onnodig vanaf gestapt, doordat hij te lang op zijn toerenteller zat te kijken. Hij was bezig om de gearing te testen, waardoor hij te laat remde, zonder verdere gevolgen gelukkig, maar als je maar één motor hebt kan het zo maar gebeurd zijn. Hij miste door de vastloper in de 1e kwalificatie een plaats bij de eerste twintig en kwam zodoende op een 21e startplaats terecht, terwijl zijn uiteindelijke tijd wel goed genoeg was voor een plaats bij de eerste tien starters, nl. 7e snelste. Tijdens deze eerste kwalificatie werd er nl. om de eerste 20 startplaatsen gereden. Bij de tweede kwalificatie om de resterende 60. Jack zette dus tijdens de 2e kwalificatie de zevende totaaltijd neer, wat neerkwam op de 21e startplaats. De eerste plaats die nog te vergeven was. Hierdoor miste hij bij de start de aansluiting bij de kopgroep. Jack reed een voortreffelijke race en eindigde als negende, als eerste met een 500cc machine, in de 750cc race en als tweede Europeaan (Marc Fontan werd tweede). En die 750cc motoren waren/zijn toch echt wel wat sneller dan de 500cc motoren en om ze bij te houden moest Jack vreselijk sturen. En aangezien het om een zeer lange wedstrijd ging, had hij geen zin om zich gelijk helemaal leeg te rijden. Normaal deed Jack uiteraard ook mee op een 750cc "fiets", maar hij wilde zijn nieuwe Suzuki uitproberen. De winnaar van 1980, Patrick Pons, was in 1980 tijdens de Britse GP op Silverstone om het leven gekomen en kon dus zijn titel niet meer verdedigen. Dale Singleton (†), die er tijdens het 500cc GP seizoen normaal niet aan te pas kwam, won voor de 2e maal de 200 mijl wedstrijd, na 1979, voor Marc Fontan en Richard Schlachter. Later waren er wat onduidelijkheden over Jack's eindpositie, het werd 8e en het werd weer 9e en 12e en weer 9e. De tijdwaarneming was erbarmelijk. Christian Sarron die crashte en daarna door Jack werd gepasseerd, werd ook nog even voor Jack in de einduitslag geplaatst. Het was een flink rommeltje en de wedstrijdleiding liet zien dat ze niet bij machte waren om een race met voor velen een twee tankstopstrategie en een duur van 2 uur, goed te kunnen volgen.

Richard Schlachter , Dale Singleton & Marc Fontan

Dale Singleton, Marc Fontan & Richard Schlachter

Tijdens tankstop van Cory Ruppelt spuit de benzine om zijn oren en door de pits. Hierdoor kon de pitsstop van Singleton niet doorgaan en moest hij een ronde extra buiten blijven, wat hem de winst had kunnen kosten!

Freddie Spencer aan de leiding

Op zondag, de racedag, scheen de zon, dit in tegenstelling tot de laatste drie jaren, toen regen voor vele problemen zorgde. De zon had zich ook al de hele week tijdens de trainingen niet onbetuigd gelaten. Ondanks dit kreeg de organisatie het niet voor elkaar om de trainingen op tijd te laten beginnen. Bijna alle trainingen begonnen te laat, dit lag waarschijnlijk ook wel aan de vele races die er verreden werden in de Speedweek. Naast de bekende evenementen als de Daytona 200, de Superbikerace, de 250cc race, de Supercross en de "novicerace" (nieuwelingen), waren er dit jaar ook voor het eerst een veteranenrace en een "Battle Of The Twins", oftewel een BOTT-race, een wedstrijd waarin alleen tweecilinders mochten deelnemen. De drie Nederlandse deelnemers, Jack Middelburg, Jan Kostwinder en Boet van Dulmen, waren al vroeg in Daytona gearriveerd, zodat ze direct op maandag al aan de trainingen konden deelnemen. Tenminste, dit gold uiteindelijk niet voor Kostwinder, die nog op onderdelen voor de versnellingsbak van zijn Yamaha moest wachten. Hij was inmiddels voor de tiende keer aanwezig in Daytona, Van Dulmen voor de zevende keer en voor Jack was het pas de derde keer. De beide eerdere optredens brachten Jack dus niet veel geluk, ondanks heel goed rijden. In 1977 vloog er een steentje door zijn radiateur en in 1978 viel hij uit met een klapband. 

Ondanks uitgebreid testwerk van Goodyear op Daytona, bleven de banden een probleem op het circuit van Daytona. Omdat alleen Goodyear, van de bandenmerken, nog testwerk deed op Daytona, was iedereen verplicht om op Goodyear te rijden. Voor de trainingen kon men speciale trainingsbanden kopen, dit nog voor een aanzienlijk bedrag. De Nederlanders vonden dat wel best, want of je nu van de eerste of tweede startrij mocht vertrekken, dat maakt voor een 200 mijls race niet uit. De eerste plaats was toch niet haalbaar (Roberts) en een tweede trainingstijd leverde $300 op. De trainingsbanden waren veel duurder! 

Winnaar Dale Singleton tijdens een pitsstop

Jack Middelburg snelste 500cc in een veld van 750cc machines.

Malcolme Tunstall Miles Baldwin Richard Schlachter Wes Cooley Bruce Hammer Kevin Stafford Kurt Lenz Richard Chambers

Kwalificatie

In de vrije trainingen van maandag en dinsdag was al gebleken dat de 500cc Suzuki van Jack Middelburg tot de snelste motoren in Daytona behoorde. Voor hem werden ongeveer dezelfde tijden geklokt als Boet van Dulmen op zijn 750cc machine. Vol verwachting werd daarom uitgekeken naar de kwalificatietraining van donderdag. De snelste twintig rijders konden zich die dag verzekeren van een startplaats voor zondag. De eventuele snellere tijden van anderen op vrijdag konden daarin geen verandering brengen. In de tijdtraining van vrijdag moest worden gereden om de plaatsen 21 tot 80. Voor Jack Middelburg werd donderdag een grote teleurstelling, want hij kon geen tijd zetten. Een van de bougies begaf het al meteen. Dat resulteerde in een kapotte zuiger en een beschadigde cilinder. Dat betekende geen tijd voor Jack en werk voor Albert Siegers, zijn monteur. Met Boet van Dulmen ging het in de kwalificatie uitstekend. Zijn beste tijd van 2.08,558 bleek goed te zijn voor de achtste startplaats. Vorig jaar was Boet met dezelfde motor ruim een seconde sneller. Omdat het nogal behoorlijk waaide kwamen de motoren minder vlot op topsnelheid. Ook Kenny Roberts bleef meer dan een seconde boven zijn tijd van 1980, maar z'n 2.03,998 was toch goed voor de eerste plaats. De drievoudig wereldkampioen zette de overige rijders op grote achterstand, want Dale Singleton klasseerde zich als tweede met 2.06,161. Daarna volgden de viertakten van Freddie Spencer, Wes Cooley en Graeme Crosby. Dat Jack Middelburg zonder pech ook een plaats voorin gehad zou hebben bewees hij op vrijdag. Toen liet hij 2.07,467 voor zich klokken, goed voor de zevende tijd. Door de in Daytona gevolgde procedure werd het voor Jack echter de 21e startplaats. Jan Kostwinder maakte een tijd van 2.20,787. Hij was zo'n vier seconden langzamer dan verleden jaar. Met een 72e plaats kon hij zich nog juist voor de race plaatsen. In totaal 23 rijders wisten zich niet te plaatsen voor de race.

Startopstelling
1 Kenny Roberts 2.03.998
2 Dale Singleton 2.06.161
3 Freddie Spencer 2.06.890
4 Wes Cooley 2.07.195
5 Graeme Crosby 2.07.344
6 Richard Schlachter 2.07.440
7 Marc Fontan 2.07.778
8 Boet van Dulmen 2.08.558
9 Dave Aldana 2.09.037
21 Jack Middelburg 2.07.467
72 Jan Kostwinder 2.20.787

 

Start van de 1e groep van 30 rijders, 34. Wes Cooley (USA) heeft kopstart voor o.a. 19. Freddie Spencer (USA), 2. Kenny Roberts (USA), 316. Graeme Crosby (Aus), 40. Dave Aldana, 327. Boet van Dulmen, 30. Dale Singleton (USA), 310. Wayne Gardner (Aus) voor Christian Sarron (Fr), 26. James Adamo (USA), 31. Harry Klinzmann (USA), 35. Kevin Stafford (USA), 304. Kimmo Kopra, 94. Mark homchick, 64. Fred Winters, 315. Roger Marshall, 45. Kurt Lenz. Jack rechts achteraan (349), nog voor een duwende 48. Richard Schlachter (USA).

In 1981, was de toename van het aantal viertaktmotoren in de 200-miler duidelijk merkbaar, mede doordat er drie coureurs, Wes Cooley, Freddie Spencer en Graeme Crosby, zich met hun viertakten op de eerste rij hadden gekwalificeerd. Roberts, echter, was de snelste trainer voor de vijfde keer in de afgelopen zeven jaar. Zijn Yamaha 750 leek zeker in staat te zijn om hem aan zijn tweede overwinning in Daytona te helpen. Na het spelen en massaal meezingen, door het publiek, van het Amerikaanse volkslied kon het startsein worden gegeven. Toen de startvlag viel, toonden alle drie de viertaktmachines op de voorste rij hun grote sprintvermogen en leidden de rest van het veld in de eerste ronde. De Amerikaan Gill Martin en de Canadees Steve Gervais kwamen niet eens van start, door mechanische problemen. Bij de eerste doorkomst, lag Spencer, die nu voor de Honda fabriek reed, de Suzuki's van Cooley en Crosby. In ronde twee was Roberts al weer terug in de pits, met een vastzittend gasmechanisme, hetzelfde probleem dat hem een jaar geleden ook al overkomen was, toen zou het veroorzaakt zijn door zand. Nu werd de volgende reden opgegeven door Nobby Clark: "Toen we naar de start gingen werden de motoren voor de laatste keer door de keur­meesters van de AMA bekeken. Er werd speciaal gelet op de restrictors in de carburateurs. De controleur draaide het gas dicht, terwijl de schuifmaat nog in de carburateur zat. Daardoor is de gaskabel geknikt. Als dat gebeurd is kan het gas niet opnieuw afgesloten worden". Het is wat vreemd dat de Yamaha van Roberts daar bij de start dan geen last van had, maar het euvel zich pas openbaarde in de tweede ronde. Toen moest Roberts op volle snelheid een eind door het gras, omdat het gas open bleef staan. Roberts mag zo langzamerhand wel de grootste pechvogel van Daytona genoemd worden, want afgezien van z'n overwinning in 1978 heeft de race in Florida hem niets anders dan teleurstellingen bezorgd. Ook in financieel opzicht zal Roberts met weinig plezier terugdenken aan Daytona. Hij verdiende slechts 500 dollar, de premie voor het realiseren van de snelste trainingstijd.  

Dus Roberts was uit de race, voor het tweede jaar op een rij. Voor de beste motorfiets, en coureur, duurde de race wederom niet meer dan zestien kilometer. Voor de start was al opgemerkt dat de Daytona 200 best een leuke race zou kunnen worden na het uitvallen van Roberts. Die verwachting kwam geheel uit, want de race was het aankijken beslist waard. Koploper was nu dus "Fast" Freddie Spencer. Hij werd gevolgd door het Yoshimura-Suzuki duo Wes Cooley en Graeme Crosby. Drie viertakten op kop. Zou er dan voor het eerst sinds 1971 (Dick Mann op BSA) een viertakt kunnen winnen? Van dit trio verdween Graeme Crosby al na zes ronden in de pits. Het schakelmechanisme van de Suzuki liet het afweten. Er werd een nieuw schakelpedaal gemonteerd, maar na een ronde rijden gaf Crosby op. De fout lag bij de versnellingsbak en niet bij het schakelpedaal. Na vier ronden kwam Van Dulmen binnen met een te warme motor. Bij inspectie bleek een plug niet helemaal goed aangedraald te zijn, waardoor er water uit het koelsysteem kon verdwijnen. Er werd water bijgevuld en met een verlies van twee ronden ging Boet weer op pad. Na nog eens vier ronden te hebben gereden stopte hij definitief met een nog steeds erg warme motor. Jack Middelburg was slecht gestart en zijn motor liep in de eerste ronden ronduit slecht, wat hem vele plaatsen terugwierp in de race. Na verloop van tijd begon hij veel snellere ronden te draaien en op te klimmen in het veld. Freddie Spencer volgde een verschrikkelijk hoog tempo. Hij liep weg van de snellere tweetakten. In de zesde ronde had Freddie Spencer een voorsprong van 10 seconden op Wes Cooley en Richard Schlachter, uit Connecticut, die zich naar de tweede plaats had geknokt, nadat hij door problemen bij de start, slecht was weggekomen. Met Roberts uit de race, was Schlachter nu de belangrijkste Yamaha troef in de race en hij probeerde om de hoop van de fabriek op tien race-overwinningen, op rij, levend te houden. Wes Cooley spaarde zijn motor enigszins door Spencer niet te volgen en enige tweetakten voor te laten gaan. Terwijl Spencer aan de leiding bleef, op zijn viertakt Honda, kreeg de Yoshimura-Suzuki van Wes Cooley problemen en hij viel verder terug. De tweetakt Yamaha's van Schlachter en 1979 winnaar Dale Singleton bleven jagen op de koppositie van Spencer, maar konden niet op tegen de jonge koploper uit Louisiane. Dan, helaas, voor het tweede jaar op rij, viel Freddie Spencer uit met een opgeblazen motor. Bij het ingaan van de 16e ronde (de race duurde 52 ronden), brak er een drijfstang van zijn Honda RS 1000 en Spencer reed langzaam terug naar de pits en parkeerde zijn motorfiets. Een ronde eerder hadden de problemen zich al aangekondigd. Na een tankstop (Spencer tankte eerder dan de tweetakten) wilde de Honda moeilijk aanslaan en kwam langzaam op toeren. Dat was het begin van het einde voor Spencer, die een jaar geleden dus ook al in leidende positie moest opgeven. Door het wegvallen van Spencer kwam Schlachter op kop. Het verschil met Singleton was gering, maar liep op doordat Singleton bij zijn eerste tankstop doorreed, omdat er in de pits naast die van hem erg veel benzine was gemorst (bij Cory Ruppelt). "Ik ben maar doorgereden", vertelde Dale. "Een gemakkelijke ronde was het niet, want ik had niet precies gezien waar geknoeid was met benzine, Het had best gebeurd kunnen zijn bij mijn pits. Mijn concentratie was behoorlijk weg. Gelukkig merkte ik een ronde later dat bij mijn helpers alles dik in orde was en ik haalde de pits net met mijn laatste restje benzine". Op dat punt had Richard Schlachter een flinke voorsprong op Dale Singleton en Marc Fontan uit Frankrijk, alle drie bereden zij overigens een Yamaha. Schlachter, ondanks dat hij bijna onderuit ging halverwege de race, bouwde een voorsprong op en leidde de volgende 20 ronden, tot hij toch door Dale Singleton werd gepasseerd. Richard Schlachter had wel een hele mooie race gereden tot op dat moment, maar begon nu steeds langzamer rond te gaan. Na de race bleek, dat zijn tweede en derde versnelling niet meer werkten, waardoor het bijna onmogelijk voor hem was, om het bochtige binnenterrein door te komen. Schlachter: "De tankdop sloot niet helemaal goed af, zodat ik benzine op m'n vizier kreeg. Bovendien verloor ik de eerste en de tweede versnelling", De tweede plaats moest Schlachter al spoedig overdoen aan Marc Fontan. De wereldkampioen Endurance van 1980 en opvolger van Patrick Pons In het Sonauto-Gauloises team miste bij het tanken zijn pits. Hij reed zeker twintig meter te ver en zwaaide toen, moest nog stoppen voor een aankomende rijder en verspeelde zeker twintig seconden. Datzelfde kwam hij op de finish tekort ten opzichte van Singleton. Zonder dit tijdverlies zou Fontan, die in 1980 vijfde werd, mogelijk voor een tweede Franse overwinning gezorgd kunnen hebben in de Daytona 200. Met nog een tien ronden te gaan probeerde Fontan wel het gat te dichten, maar realiseerde zich dat het ondoenlijk was en stelde zich tevreden met de tweede plaats. Singleton en Fontan waren nu de twee voorste coureurs op het circuit. Schlachter wist toch nog zijn derde plaats vast te houden. Zij passeerden de finishlijn zodoende als volgt; Singleton, Fontan en Schlachter. Zo gaf privécoureur Dale Singleton Yamaha zijn tiende overwinning op een rij en een achtste maal de 1-2-3 in Daytona. Een race van 200 mijl duurt uiteraard erg lang en je hebt dus ook de tijd een slechte start goed te maken. Dit gold uiteraard Jack Middelburg, die steeds sneller rondkoerste en het niet kon laten om Dale Singleton er twee keer uit te remmen, toen die hem een lap achterstand bezorgde ("ik moest even laten zien dat ik er nog was"), waarna de Nederlander op korte afstand van Singleton de race als negende beëindigde. De finish kwam voor de "varkensboer" juist op tijd, want de voorband van z'n Yamaha was nagenoeg versleten. "Dat de band iets minder werd had ik tijdens de laatste ronden wel gemerkt, maar dat het zo slecht zou zijn had ik niet vermoed", vertelde Singleton in Victory Lane. Voor de tweede maal werd Dale Singleton dus winnaar van de Daytona 200. Dat betekende na afloop bij de huldiging het zo langzamerhand vertrouwde beeld van een klein varkentje dat fel schreeuwend tussen de mensen door scharrelde. David Aldana, die dit jaar samen met Mike Baldwin voor Honda-­France zal deelnemen aan het WK Endurance, reed een regelmatige wedstrijd en eindigde als vierde. Een serieuze kandidaat voor de vijfde plaats leek Christian Sarron te zijn. Sarron reed z'n eerste wedstrijd sinds hij verleden jaar In de Spaanse GP z'n hand brak. In de slotfase kreeg hij te kampen met een weigerende voorrem en knalde daardoor in de chicane in de strobalen. Hij kon verder rijden, maar zakte af naar de tiende plaats. Nog in dezelfde ronde als de winnaar werden de Amerikanen Dan Chivington en Kevin Stafford geklasseerd. Op één ronde volgden James Adamo en Mark Homchick (beiden Amerikanen). Jack Middelburg en Christian Sarron maakten de top tien vol. De Australiër Wayne Gardner; in oktober in eigen land winnaar van de Castrol 6 uren race op een Honda CB 1100 R, bracht de eerste viertakt over de finish. Met z'n Moriwaki-Kawasaki legde hij beslag op de elfde plaats.  

            

Wayne Gardner

 

                             

 

Tankstop Marc Fontan

 Dale Singleton

Dale Singleton winnaar Daytona 200, 1981 met z'n mascotte "Elmer III" het biggetje.

 

 

 

 

UITSLAG DAYTONA 200 1981

  Rijder Land Merk Aantal   ronden   Rijder Land Merk Aantal   ronden
1 Dale Singleton USA Yamaha 52 41 Arthur Kowitz  USA Kawasaki 40
2 Marc Fontan Frankrijk Yamaha 52 42 Norm Murphy Canada Suzuki 36
3 Richard Schlachter USA Yamaha 52 43 Steve Biganski USA Yamaha 35
4 Dave Aldana USA Yamaha 52 44 Philippe Chaltin België Yamaha 33
5 Dan Chivington USA Honda 52 45 Frank McTaggart USA Yamaha 29
6 Kevin Stafford USA Yamaha 52 46 Cory Ruppelt USA Yamaha 26
7 James Adamo USA Yamaha 51 47 Ernst Gschwender West-Duitsland Yamaha 25
8 Mark Homchick USA Yamaha 51 48 Wes Cooley USA Suzuki 24
9 Jack Middelburg Nederland Suzuki 51 49 Malcolme Tunstall USA Ducati 24
10 Christian Sarron Frankrijk Yamaha 51 50 Mick Grant Engeland Suzuki 23
11 Wayne Gardner Australië Kawasaki 51 51 Kimmo Kopra Finland Yamaha 22
12 Nicki Richichi USA Yamaha 50 52 Rich Williamson USA Yamaha 22
13 Roger Marshall Engeland Kawasaki 50 53 Miles Baldwin Canada Yamaha 21
14 Harry Cone USA Yamaha 50 54 Carry Andrew USA Kawasaki 21
15 Hap Eaton USA Yamaha 50 55 Alan Ward USA Yamaha 21
16 Bruce Lind USA Yamaha 50 56 Freddie Spencer USA Kawasaki 16
17 Hal Coleman USA Yamaha 50 57 Fred Winters USA Yamaha 14
18 Kurt Lentz USA Yamaha 50 58 William Knott USA Yamaha 12
19 Doug Brauneck USA Yamaha 50 59 Gary Collins Canada Yamaha 11
20 David Emde USA Kawasaki 49 60 John Long USA Yamaha 11
21 Marty Lunde Engeland Kawasaki 49 61 Boet van Dulmen Nederland Yamaha 8
22 Harry Klinzmann USA Yamaha 49 62 Rick Shaw USA Yamaha 7
23 Dwight Lyon USA Yamaha 49 63 Graeme Crosby Nieuw-Zeeland Suzuki 7
24 Edward Powell USA Yamaha 48 64 Steve Epstein USA Yamaha 7
25 Kurt Liebmann USA Yamaha 48 65 Richard Chambers USA Yamaha 6
26 Stephen Foote USA Yamaha 48 66 Lang Hindle Canada Kawasaki 6
27 Martin Wimmer West-Duitsland Yamaha 48 67 Kerry Bryant USA Kawasaki 6
28 William Brown USA Yamaha 47 68 Thad Wolff USA Suzuki 5
29 Joe Potton USA Honda 47 69 Dave Busby USA Kawasaki 5
30 Ken Botham Canada Yamaha 47 70 Jeffrey Umrysz USA Yamaha 5
31 Kurt Wanner USA Yamaha 47 71 Stephen Baron USA Yamaha 5
32 Jan Kostwinder Nederland Yamaha 47 72 Benny Del Monico USA Yamaha 3
33 Bruce Hammer USA Yamaha 47 73 Kenny Roberts USA Yamaha 2
34 Jim Young USA Yamaha 46 74 Kirk Guay USA Suzuki 2
35 Henry DeGouw USA Yamaha 46 75 John Samways USA Yamaha 1
36 Larry Shorts USA Honda 46 76 David Schlosser USA Yamaha 1
37 Gina Bovaird USA Yamaha 46 77 John Bettencourt USA Yamaha 1
38 Rueben McMurter Canada Kawasaki 46 78 Martin Morrison USA Yamaha 1
39 Frits van der Veen Canada Yamaha 45 79 Gil Martin USA Yamaha niet gestart
40 Errol Tenpow Canada Yamaha 43 80 Steve Gervais Canada Yamaha niet gestart

 

 

wpe1F.jpg (12091 bytes)                             Dayton55.jpg (21369 bytes)

 

 

Superbikerace

De superbikerace, die door velen als het meest spectaculaire en sensationele onderdeel van de 'speedweek' wordt beschouwd, heeft in Daytona alle verwachtingen volop waargemaakt. Deze klasse, die wordt gekenmerkt door een handjevol toprijders, direct gesteund door Suzuki, Honda en Kawasaki, laat de toeschouwers zien wat je allemaal met een zeer ver opgevoerde straatfiets op slickbanden kan doen en dat is onvoorstelbaar veel. In de training werd al duidelijk, dat er een close race verwacht mocht worden, want Greame Crosby, de winnaar van vorig jaar, maakte ondanks een klein schuivertje een tijd die op de duizendste seconde overeen kwam met die van zijn Yoshimura-Suzuki teamgenoot Wes Cooley, de man die onder protest van Kawasaki de Amerikaanse titel in 1980 van Eddie Lawson afsnoepte. 'Fast Freddie' Spencer volgde dit duo met de derde tijd voor Eddie Lawson en Wayne Gardner, de talentvolle Australiër en winnaar van de Castrol zes uren race, die werd ingeschreven door Moriwaki-Kawasaki.

wpe18.jpg (32029 bytes)
wpe1A.jpg (31290 bytes)

De Honda van Freddie Spencer vat vlam.

Direct na de start namen de Suzuki-boys Crosby en Cooley de Honda-topman Spencer in de sandwich en gedrieën liepen ze weg van Lawson, wiens Kawa duidelijk vermogen tekort kwam. Zelfs bij het uitkomen van lange bochten klommen de huilende viercilinders makkelijk in de ketting en op het bochtige binnenterrein hingen de coureurs naast hun machines met de verplicht voorgeschreven hoge sturen, die het geheel een rodeo-achtig uiterlijk gaven. Als aan een touwtje bleven de drie matadoren bij elkaar en halverwege de wedstrijd zou daar verandering in kunnen komen tijdens de tankstops of liever daarna. Spencer schoot als eerste de pitstraat in, maar hij bleef opvallend lang weg. Wat was er gebeurd? Na het tanken vloog de motor in brand en hoewel de Honda pitcrew met doeken de vuurzee tot bedaren bracht, verloor Freddie kostbare seconden. Croz en Wes brachten hun fietsen tegelijk in de pits en vertrokken zoals ze binnengekomen waren: naast elkaar. Met een duidelijke voorsprong op Spencer begon men aan de laatste fase van de race, die van de banden, motoren en coureurs het uiterste vergde. Met een ongehoord hoog snelheidsverschil vlogen Cooley en Crosby links en rechts tussen de achterblijvers door en als het even kon passeerden ze elkaar ook nog. Terwijl Lawson zijn vierde plaats met olielekkage moest prijsgeven aan Gardner, nam Cooley, met nog drie ronden te gaan, de leiding van Crosby over en in deze posities begonnen de blauw­witte Suzuki's hun laatste omloop. Met een plukje achterblijvers in de kombaan bleek de finish niet eenvoudig, doch met een verschil van minder dan een seconde ging de eer naar Wes, die zijn geluk in victory-lane niet op kon en vertelde, dat hij eigenlijk als tweede man aan de laatste ronde wou beginnen om bij de streep toe te slaan. Ach, zo ging het ook en de blonde rijder uit Santa Ana had het wedstrijdrecord met niet minder dan anderhalve minuut naar beneden gehaald.

UITSLAG DAYTONA 6e Superbike productierace 1981

  Rijder Land Merk Aantal ronden
1 Wes Cooley USA Suzuki 26
2 Graeme Crosby Nieuw-Zeeland Suzuki 26
3 Freddie Spencer USA Honda 26
4 Wayne Gardner Australië Kawasaki 26
5 Michael Spencer USA Honda 26
6 Lang Hindle USA Kawasaki 25
7 Richard Chambers USA Kawasaki 24
8 David Cheek USA Suzuki 24
9 Kirk Guay USA Suzuki 24
10 Kurt Liebman USA Honda 24

Superbike productie klasse, Graeme Crosby voor Eddie Lawson en Wes Cooley

26 Randy Renfrow USA Kawasaki 22
30 Eddie Lawson USA Kawasaki 21
43 Reuben McMurter USA Kawasaki 7
48 David Emde USA Kawasaki 3
49 James Adamo USA Ducati 3

 

Wes Cooley  Superbike Freddie Spencer voor Graeme Crosby  Eddie Lawson 

 

1981_Daytona_01_.jpg (84612 bytes) 1981_Daytona_18_.jpg (86791 bytes) 1981_Daytona_21_.jpg (55321 bytes)
Winnaar Superbike Wes Cooley (34) , 19. Freddie Spencer (3e), 21. Eddie Lawson, 316. Graeme Crosby (2e) Winnaar 100 miles race 250cc, Eddie Lawson (21) 

 

Winnaar Superbike Daytona 1981, Wes Cooley en nummer 2  Graeme Crosby 

nummer 3, Freddie Spencer

 

250cc 100 mijls race

De internationale 250cc race, die traditiegetrouw op zaterdagmorgen werd verreden moest uitsluitsel brengen of de jonge Jim Filice (die zijn vierde wegrace reed!) de protégee van Kenny Roberts en Mert Lawwill, met zijn uiterst snelle productie-Yamaha, was opgewassen tegen de Kawasaki's van de meer ervaren Eddie Lawson en uiteraard wereldkampioen Toni Mang. Beide rijders uit het groene kamp traden aan de start met een motor met aparte cilinders, zoals die vorig jaar door Kork Ballington werd benut, ofschoon Eddie een ouder rijwielgedeelte tot zijn beschikking had. Lawson, uiteraard gebrand op de overwinning nadat hij in de Superbike race geen rol van betekenis had kunnen spelen, nam bij de koppelingstart direct de leiding en sloeg een gat van meer dan een seconde op Filice, terwijl Mang slecht weg kwam en enigszins opgesloten raakte tussen de meute waaronder de Amerikaanse top en een driemansteam uit Engeland op Armstrong machines (een Rotax blok in een CCM­frame) met Jeff Sayle, Steve Tonkin en Clive Horton, die deze fietsen dit jaar ook in de GP's gaan inzetten. Lawson, die vorig jaar zowel Mang als Spencer pas op de streep middels een foto-finish had verslagen, wist een kleine voorsprong op de blauwgrijze Yamaha van Filice vast te houden, terwijl Mang doorstootte naar de derde plaats maar wel tegen een flinke achterstand aankeek. Achter de Duitser knokte een groep van maar liefst acht rijders en het was een magnifiek gezicht hoe zij als vliegen tegen de kombaan plakten en uit elkaars slipstream schoten om een mannetje te pakken alvorens het binnencircuit op te gaan. In de vijftiende van de in totaal 26 ronden had de kleine Jimmy het gat met Lawson gedicht en kon hij zelfs de leiding overnemen, met de groene Kawa letterlijk in het kielzog. De race naderde nu het beslissende stadium, want nadat de koppositie nog een keer van eigenaar wisselde ging het duo eendrachtig aan de laatste twee ronden beginnen. Terwijl het hele veld van achterblijvers nog een belangrijke rol kon gaan spelen. Bovendien was het maar de vraag of de benzinevoorraad toereikend was voor de kritieke afstand van 161 km. 

In de laatste ronde bleek de ervaring van Lawson de doorslag te geven, want hij bleek sneller en gewiekster bij het inhalen van de achterblijvers en toen hij als kopman voor de laatste keer de kombaan op reed was de afstand te groot voor Filice om het in de laatste kilometers nog goed te maken en moest hij genoegen nemen met een nog altijd fantastische tweede plaats. De achttien jaar jonge Jimmy zal dit jaar samen met teamgenoot Mike Kidd een gooi doen naar het AMA kampioenschap zodat de kans niet erg groot is dat we hem spoedig in Europa in actie zullen zien, hoewel men probeert om hem voor een of meer races naar Engeland te krijgen, waar een serie wedstrijden met Yamaha RD 350 LC motoren wordt georganiseerd. Maak de borst in Europa maar nat als dit mannetje GP's gaat rijden. Zijn talent is angstwekkend groot. Toni Mang kwam als derde over de streep en de Duitser, die door de fameuze omroeper 'Roxy Rockwood' als Europa's nummer één werd betiteld had het weer net niet gemaakt in Daytona. De zege die hij zo graag aan zijn toch al behoorlijke lijst had willen toevoegen, kon hij niet bevechten omdat een losse achteras zijn Kawa slecht en in de slotfase zelfs bijna onbestuurbaar maakte. De vierde plek werd op de finishlijn ingepikt door Craig Morris, die Jeff Sayle verschalkte. Eerder was de snelle Belg Didier de Radiguès over een olievlek geslipt en dat kostte hem een zekere vierde plaats.

 

  250cc  Eddie Lawson, op jacht naar Jim Filice

Winnaar 250cc 100 mijlsrace, Eddie Lawson, feliciteerd de nog jongere Jim Filice met zijn 2e plaats.

 

Winnaar 250cc 100 mijlsrace, Eddie Lawson, op zijn 19e verjaardag.

UITSLAG DAYTONA 19e 100 mile expert 250cc 1981

    

   Anton Mang

  Rijder Land Aantal ronden
1 Eddie Lawson USA 26
2 Jim Filice USA 26
3 Anton Mang West-Duitsland 26
4 W. Craig Morris USA 26
5 Jeff Sayle Australië 26
6 John Long USA 26
7 Eduardo Aleman Venezuela 26
8 Bruce Maus USA 26
9 Stephen Baron USA 26
10 Alejandro Aleman Venezuela 25

Winnaar Eddie Lawson krijgt de kussen, Anton Mang (l) & Jim Filice (r) kijken toe.

14 Didier de Radiguès België 25
36 Martin Wimmer West-Duitsland 23

 

Ook dit was/is Daytona

 

Deel 10, Daytona 1982-1984

HOME

©opyright 2007 Gerard van der Pot.