|
Daytona USA, jaren '80, hoe bonter, hoe mooier, hoe gekker, hoe
beter. Dit was de trend in Amerika voor de vermaarde 200-mijlsrace. Het
was in Europa niet voor te stellen, maar elke helper en monteur, die
zondag tijdens de hardste motorwedstrijd ter wereld vergeet een wit pak
of overall aan te trekken wordt teruggestuurd! Zondag was na het vallen
van de startvlag al snel het wit niet meer te zien vanwege de olie, vet
en benzine, maar men moest wel in het wit gekleed zijn bij aanvang van
de race! Typisch Amerikaans, deze maatregel. De 200 mijl van Daytona is
niet alleen de officieuze opening van het internationale raceseizoen,
maar ook een uniek fenomeen, waar elke Amerikaanse coureur alles voor
doet om een keer aan te mogen deelnemen. Anekdote: Twee motorcoureurs uit het
op 7000 kilometer afstand liggende Alaska waren verliefd geworden op
hetzelfde meisje, dat met hun avances geen raad wist, omdat zij
eigenlijk van beide "mannen" evenveel hield. Daarom velde de tante
resoluut een soort Salomon's oordeel. Wie de moed kon opbrengen deel te
nemen aan de gevaarlijke wedstrijd in Daytona was een kerel en mocht met
haar trouwen. Door de Amerikaanse organisator werd dit voorval dankbaar aangegrepen om het tweetal, nog boezemvrienden ook, zeer opvallend aan het publiek voor te stellen tijdens de traditionele
presentatie van de debutanten. Het was te zien dat de rijders zich
voor schut gezet voelden, maar dat telt niet in Amerika. Entertainment.
Het hoort bij de motorsport in dit land. De show op de wedstrijddag
is ook tot in de puntjes verzorgd. Alles hoort erbij: de
Baptistendominee, die voor de race op het podium luid biddend God's zege afsmeekt, de zanger, die
alleen en zonder begeleiding de ‘Stars en Stripes’, het
volkslied zingt, “Joels Horsemen", de ruiters van de profeet
Joel, die op machtige Harley's het stadion binnendenderen om in stijl
het evangelie te gaan verkondigen aan de 80.000 toeschouwers. Amerikaanser kan het niet.
Boet van Dulmen werd tijdens de training de schrik van zijn leven, toen
hij in de kombaan werd verrast door twee hippies (ja, het waren de
beginjaren 80) die voor hem plots de kombaan overstaken. Zij bleken een
weddenschap te hebben afgesloten dat ze tegen de steile wand aan konden
klimmen, tussen twee rijders door!
De jaren '70
hadden de Daytonafans verwend met schitterende races, evenals was het
een periode van ongelofelijke ontwikkelingen m.b.t. de motoren. Hoe interessant de ontwikkeling echter ook was, de race was een parade van
Yamaha geworden. Terwijl enkele andere fabrikanten nog slechts een paar
fabrieksrijders naar Daytona stuurden, was het startveld hoofdzakelijk
samengesteld uit Yamaha's in de afgelopen jaren. In 1980 introduceerde
AMA een reeks nieuwe regels om meer merken terug aan de start te
krijgen. Het nieuwe formaat, dat Formule 1 genoemd werd, liet drie types
van machines toe. De bestaande tweetakt 750cc konden blijven met de
restrictors (begrenzers) in de carburateurs. Toegevoegd aan het veld
werden de kleinere tweetakts tot 500cc zonder restrictors, en viertakts
tot 1025cc. Het nieuwe formaat opende dus de deur voor twee extra types
machines die in de 200-miler mee konden doen. Door de 500cc tweetakts
toe te staan, zonder restrictors, konden de "exotische"
machines van het Grand Prix-circus nu hier in Daytona voor het eerst
deelnemen. Aan de andere kant, waren de grote viertakts die in de
international Endurance (lange-afstandrijden) werden gebruikt ook
legaal. Kenny Roberts was ook terug in Daytona voor de race van 1980.
Volledig hersteld van de verwondingen die hij in 1979 had opgelopen,
werd Roberts als een zekerheid beschouwd om zijn tweede 200-mijl
overwinning te boeken. Hij kwalificeerde 'op pole" voor de race met
een snelste tijd van 183.10 km/u, bijna 5 km/u sneller dan de snelste
tijd van Dale Singleton in 1979. Ook verbeterde hij zijn eigen
baanrecord met bijna 3 seconden. Om de onzekerheid van zijn concurrenten
nog groter te maken, werd zijn Yamaha OW31 op 296 km/u geklokt op het
rechte eind tijdens de kwalificatie. Het vaste team van Roberts,
Kel Carruthers, Nobby Clark en Trevor Tilbury konden meer dan tevreden
zijn. Nog iemand anders dook onder dat bestaande baanrecord, Freddie
Spencer, die zijn zilverkleurige, door Erv Kanemoto (ex-tuner van Gary
Nixon, die in 1980 gestopt was met racen), geprepareerde Yamaha slecht iets meer dan een seconde langzamer
over het 6.219 meter lange circuit had gestuurd. Er hadden zich dit jaar
117 rijders gemeld, voor "the main event" de Daytona 200 en er
moesten er dus 37 afvallen voor de race, aangezien er maar 80 mochten
starten. Op maandag was in een zeer koud en winderig Daytona begonnen
met de trainingen en donderdag en vrijdag stonden in het teken van de
kwalificatie. Voor de Daytona 200 ging het uitsluitend om de tijd,
terwijl er voor de andere klassen eerst de tijden geklokt werden, waarna
er per klasse in twee series beslist werd wie er aan de hoofdwedstrijden
mocht deelnemen. De 80 rijders in de 200 werden opgedeeld in twee groepen
van dertig en één groep van twintig. De kwalificatie werd in groepen van 20
coureurs afgewerkt. Op basis van resultaten in voorgaande jaren en de officiële
trainingstijden van de eerste dagen werd de sterkte van de groepen
bepaald waar je je in moest kwalificeren. De rijders van ongeveer
gelijke sterkte kwamen bij elkaar in een groep. Zoals bijna jaarlijks
was er nu ook weer van alles mis met de tijdwaarneming in Daytona.
Hierbij werden vele fouten gemaakt en waren er ook vaak felle discussies
en teleurstellingen. Dat hadden die Amerikanen erg slecht voor elkaar in
die tijd! Voor het eerst in de geschiedenis van de 200 mijlen van
Daytona deed er een vrouw mee. Dat was Gina Bovaird die in de
kwalificatie tot een tijd kwam goed genoeg voor de 42ste startplaats.
Haar monteur was haar echtgenoot, Tom, die maar was gaan sleutelen,
nadat Gina hem een paar keer had verslagen op het circuit. Tijdens de
race ging ze helaas onderuit, met haar splinternieuwe Yamaha 500cc, en
werd ze met een gebroken vinger afgevoerd.
Door de jaren heen was al het
moois in Daytona niet alleen op de baan te zien, maar ook op het strand
en op
straat, maar vooral op het strand, daar rijden de meest vreemdsoortige voertuigen rond. Ja, ook op het strand, want
dat is in Daytona toegestaan, mits je er maar voor zorgt dat je niet
sneller rijdt dan 10 mijl/uur. Het is net of je tijdens het spitsuur in
Amsterdam rijdt, zo druk is het op het strand. Nagenoeg geen enkele
motor verkeert in originele staat. Andere buddy's, veelal voorzien van
een "sissybar" (rugsteun), zijn favoriet. Maar ook grote
toerschermen en koffersets worden veel verkocht.
Voor wie dat nog niet genoeg, is blijft de mogelijkheid over, iets aan
de tank te doen. Dat blijft vaak niet beperkt tot de montage van een
andere (kleinere) tank, maar meestal wordt de tank erg fraai bespoten.
Je ziet er ware schilderijen. De echte enthousiast gaat nog verder en
bouwt zelf iets. Dat mondt veelal uit in een trike, een driewieler
waarvan de beide achterste wielen naast elkaar staan. Als achterstuk
wordt wel een halve Kever gebruikt. Er was ook iemand die een badkuip
nam en er een toilet achter bouwde... Hoogtepunt voor alle chopperisten
(en dat zijn er in Daytona erg veel) is de show op zaterdag
georganiseerd door 'Big Daddy Rat'. De parade trekt tienduizenden
motoren naar Daytona Beach. Het was de achtste keer dat de
"Custom Chopper Show" gehouden werd in 1980. Helaas viel de
show samen met de 250cc race en de Supercross, zodat velen de show
moesten missen. In twaalf verschillende categorieën werden prijzen uitgeloofd voor de mooiste bouwsels. Op het strand was het ook aangenaam
vertoeven. Het fijne weer (afgezien van de eerste dagen), de gezellige
drukte, de mooie motoren en trikes, de meisjes die graag willen poseren
voor een foto, de striptease van sommige meisjes, dat alles maakt een
verblijf op het strand meer dan de moeite waard.
 Tot
aan de jaren zeventig speelde Harley-Davidson een vooraanstaande
rol in de Amerikaanse wegrace. In 1980 deed Harley niets meer aan
wegrace, omdat daarin voor hen totaal geen eer was te behalen met de
V-twins. Wel toonaangevend was HD op de dirttrack, zowel op de banen van
een mijl als op die van een halve mijl. Om wat meer aandacht te trekken
voor het enig overgebleven Amerikaanse motormerk organiseerde HD in
Florida in de dagen voorafgaande aan de Daytona 200 de AMF
Harley-Davidson Dirt Track Series. Dat was een serie van acht
wedstrijden van zowel dirttrack als shorttrack. Vijf van de acht races
werden in Daytona of naaste omgeving verreden. De
dirttrack is een imposant schouwspel. De zware Harley's produceren een
machtig mooi geluid. De motoren zijn vrijwel gelijkwaardig en dat levert
veelal spannende heats op. Op de halve mijlsbaan van Barberville werd de
snelste ronde gereden door Randy Goss in 19,918 seconde, wat neerkomt op
een gemiddelde snelheid van bijna 145 km/u! Tussen alle Harley's is zo
nu en dan ook wel eens een andere motor te ontdekken, zoals Triumph,
Kawasaki, Yamaha, Honda en zelfs nog een Ducati. Bij de Experts wordt
nagenoeg uitsluitend met Harley's gereden, maar de Juniors rijden voor
ongeveer de helft op een ander merk. De Novices (beginnende rijders)
moeten het doen met 250cc motoren. Dezelfde motoren worden ook gebruikt
voor de shorttrack. Vier avonden kon men in het Memorial Stadium in
Daytona genieten van veel sensatie bij de shorttrack. Dat heeft wel iets
weg van speedway, maar in plaats van vier starters komen er tien man aan
de start. Slechts zelden komen er tien aan de finish.... Veel van de
valpartijen lopen goed af, maar zo nu en dan komt er iemand met de
betonnen omheining in aanraking. Zo'n val eindigt meestal in het
ziekenhuis. Juist omdat een val zulke nare gevolgen kan hebben, moeten
de rijders hun motoren volledig onder controle hebben. In de shorttrack
leren ze erg veel. Dat blijkt wel als ze gaan meedoen aan wegraces. Al
de toppers van de shorttrack doen het ook goed op het asfalt. Al na
enkele races blijken ze voorin mee te kunnen komen. "Wegrace",
zegt Ted Boody Jr., "is helemaal niet moeilijk. Je moet gewoon iets
later remmen voor de bocht en iets eerder gas geven als je de bocht
uitkomt! Dat is alles". Dat Boody de kunst van het wegracen nog
niet helemaal verstaat bleek tijdens de Daytona 200, want in de chicane
trok hij z'n Yamaha onderuit. Ted Boody (1958-1988) was een shorttrack-
en dirttrackspecialist in Amerika, hij kwam om het leven tijdens een
autorace op 'Ascot Raceway'.
 |
 |
 |
|
Freddie
Spencer 200 mijls race |
Eddie
Lawson winnaar 100 mijls race |
Patrick
Pons, 3e in Daytona 1979, wereldkampioen F750 1979 en nu op weg
naar de winst in Daytona. |

 |
|
Kenny Roberts balend langs
de kant, na één ronde, terwijl zijn team de Yamaha nog proberen te
repareren, echter tevergeefs. ©
Don Emde Productions |
Toen de start van de 39e editie daar was, stond er één eenzame viertakt op de voorste rij, een Yoshimura
Suzuki die door Wes Cooley werd bereden. De Yoshimura
Suzuki hadden in de trainingen vele problemen gehad en maar liefst 7
motoren "opgeblazen". Cooley ging er als een raket
vandoor toen de vlag viel en leidde de eerste ronde. Dit was de eerste
viertakt in de geschiedenis die in Daytona een ronde leidde, sinds Phil
Read in 1972. Cooley viel later uit door een defecte koppakking.
Richard Schlachter, vierde trainingstijd, viel ook al snel uit met een
verbrande koppeling en Christian Sarron met een defecte versnellingsbak.
Aan
het einde van de eerste ronde, was één zeer belangrijke coureur er
niet meer bij: Roberts. Hij ging rechtstreeks naar de pits met vastzittende
gasschuiven. Zijn team probeerde om het probleem te verhelpen,
maar dit lukte niet en Kenny Roberts was uit de race. Dit was een
ongelofelijke gebeurtenis aangezien het gesprek van de raceweek was
geweest, "wie gaat tweede worden?" Een overwinning van Roberts
stond reeds vast was de mening van de meeste mensen. Ondertussen in de
1e ronde nam Graeme Crosby de leiding van Cooley over, maar moest, na
een ronde op kop te hebben gelegen, het gras in door een remfout die hem
ver terugwierp. Met Roberts uit de
race, nam Freddie Spencer uit Shreveport (Louisiane) de kop op een Yamaha TZ750.
Spencer reed ongelooflijk snel en bouwde weldra een 10 seconden
voorsprong op Gene Romero, de regerend Formule 750 kampioen Patrick Pons
en Skip Aksland op. Spencer bleef verschrikkelijk hard gaan en had
uiteindelijk iedereen tot de 8ste plaats op een ronde gezet, toen het
begon te regenen en te hagelen. De rode vlag ging onmiddellijk uit en de
race werd gestopt in de 10de raceronde, waarbij de 9e ronde als
finishronde zou tellen. Die finishplaats werd je nieuwe startplaats en
er werd geen rekening gehouden met de onderlinge verschillen. Na een onderbreking van 2,5 uur
hervatte men de race met Spencer direct weer op het niveau van het
moment dat de race werd afgevlagd. De winnaar van 1975, Gene Romero dook
de strobalen in, liggend op een 3e plaats, zijn voorbeeld werd een paar
ronden later gevolgd door Eddie Lawson (foto rechts), die een dag eerder de 250cc op
zijn naam had gezet.
Diverse coureurs zouden later in de race hun
slechte voorbeeld volgen. Echter na de race werd duidelijk dat er in de
betreffende
bocht een oliespoor lag, waar o.a. Romero, Lawson, John
Bettencourt en Neil Tuxworth de controle over hun machine zouden
verliezen. In ronde 20, had Freddie
Spencer de leiding vast in handen met 17 seconden voorsprong. Maar het
noodlot sloeg toe voor de jonge Daytona "rookie" in ronde 39.
De krukas van zijn machine brak en hij was uit de race. Zonde om dit
tijdens je eerste 200 mijlsrace mee te moeten maken. Spencer was
ongenaakbaar gebleken, maar greep naast de hoofdprijs. Tranen met tuiten
huilde de net een paar weken daarvoor 18 jaar geworden Spencer, die een
welverdiende overwinning aan zijn neus voorbij zag gaan. Hij zag ook een
derde bezoek aan "victory lane" aan zich voorbij gaan, na een
2e plaats in zowel de Superbike als in de 250cc race. Patrick Pons
uit Frankrijk kwam hierdoor aan de leiding, met een voorsprong van 10
seconden op Skip Aksland, Boet van Dulmen en de verdedigende kampioen,
Dale Singleton. Onbetwist reed Pons vanaf dat moment rechtstreeks naar de
overwinning. Grote vraag was wie het podium zouden completeren. Er
hadden uiteindelijk nog zes coureurs kans op het podium, Skip Aksland,
Dale Singleton, Graeme Crosby, Marc Fontan, Boet van Dulmen en John
Long. Dit was nog niet duidelijk, omdat iedereen twee maal moest
binnenkomen om te tanken en men niet allemaal in dezelfde ronde tankten
en de posities hierdoor nogal eens wisselden. Crosby en Long haalden
door pech uiteindelijk beiden de finish niet. Uiteindelijk was het
Singleton die zich naar de tweede plaats had
gevochten. Van Dulmen werd zeer knap derde. De eerste viertakt, Dave
Aldana, kwam als zesde over de finish, gevolgd door de kopman van het
Hondateam, Ron Pierce. Bizar: net als toen Jarno Saarinen in 1973 de Daytona 200 won en
later dat jaar om het leven kwam tijdens een race, overkwam dit ook de
winnaar van 1980. Op 12 Augustus 1980, bezweek Patrick Pons aan diverse hoofdverwondingen die
hij twee dagen eerder na een valpartij in de Britse Grand Prix had
opgelopen....... Nog niet bewust daarvan in maart 1980 was het de Marseillaise
die na de wedstrijd werd gespeeld
om de overwinnaar te kronen. Patrick Pons, houder van de wereldtitel in de
F750cc klasse. Patrick, na de race, zonder dat hij het nog kon geloven dat hij
had gewonnen zei: "Ik heb Daytona gewonnen... ik ben doodeenvoudig
fantastisch..."
Pitsstop
Dave Aldana. |
|
|
|
Dale Singleton (#30), Skip Aksland (#27) en Boet van Dulmen. |
|
 |

|
 |
|
1980, Patrick in Daytona met
maat Christian Sarron |
Patrick Pons winnaar Daytona 200, Dale Singleton (2e) en Boet van Dulmen
(3e) |
|

|
|
|
|
|
|
|
|
|
Patrick Pons (boven)
en landgenoot Marc Fontan (onder). |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De
smaakmaker van Daytona 1980, was de 18 jaar oude Freddie Spencer. In 1978
(16 jaar) won
hij de 250cc race bij de beginnelingen en in 1979 werd hij 2e in de
"experts" 250cc, 100 mijl race achter routinier Skip Aksland. In 1980
kwam hij uit in 3 klassen. Hij stond ook 2x op de 1e startrij:
Superbikes (1e), 200 mijls (2e) en 250cc (3e). Twee keer wist hij dus
ook het podium te halen: Superbikes en 250cc 2e. De 200 mijls race had
hij zonder de mechanische pech op zeker gewonnen. Freddie was een
uitzonderlijk talent, die het motorracen met de paplepel in was gegeven.
Zijn ouders hadden in Shreveport een kruidenierszaak en zijn vader, Fred,
en een oudere broer lieten Freddie al op 6-jarige leeftijd deelnemen aan
dirttrackraces. Op 11-jarige leeftijd zat hij voor het eerst op een
wegracer, en tot zijn 15e reed hij zowel dirttrack als wegrcaces, eer
hij zich op de wegrace zou gaan toeleggen. In 1979 won het de
Amerikaanse 250cc titel, voor rivaal Eddie Lawson. Dit jaar vochten
Honda, Yamaha en Kawasaki om zijn gunsten, uiteindelijk zou hij voor
Honda kiezen en daar veel furore mee maken.
|
|
|
|
|
|
|
|
|

|
|
|
|
|
|
|
|
|
UITSLAG en
startopstelling DAYTONA 200
1980  |
| |
Start |
Rijder |
Land |
Merk |
| 1. |
6e |
Patrick
Pons |
Frankrijk |
Yamaha |
| 2. |
9e |
Dale
Singleton |
USA |
Yamaha |
| 3. |
3e |
Boet
van Dulmen |
Nederland |
Yamaha |
| 4. |
21e |
Skip
Aksland |
USA |
Yamaha |
| 5. |
12e |
Marc
Fontan |
Frankrijk |
Yamaha |
| 6. |
25e |
Dave
Aldana |
USA |
Suzuki |
| 7. |
22e |
Ron
Pierce |
Japan |
Honda |
| 8. |
40e |
Benny
del Monico |
USA |
Yamaha |
| 9. |
16e |
James
Adamo |
USA |
Yamaha |
| 10. |
20e |
Harry
Klinzmann |
USA |
Yamaha |
| 11. |
39e |
Frank
McTaggert |
USA |
Yamaha |
| 12. |
28e |
Barry
Woodland |
Engeland |
Suzuki |
| 13. |
24e |
Gary
Collins |
Canada |
Yamaha |
| 14. |
27e |
Richard
Chambers |
USA |
Yamaha |
| 15. |
43e |
Roberto
Pietri |
Italie |
Honda |
| 16. |
15e |
John
Long |
USA |
Yamaha |
| 17. |
36e |
John
Samways |
USA |
Yamaha |
| 18. |
41e |
Kurt
Liebmann |
USA |
Yamaha |
| |
Start |
Rijder |
Land |
Merk |
|
|
Start |
Rijder |
Land |
Merk |
| 19. |
8e |
Mark
Jones |
USA |
Yamaha |
|
49. |
64e |
Bill
Brown |
USA |
Yamaha |
| 20. |
37e |
Bruce
Paterson |
USA |
Yamaha |
|
50. |
31e |
Bruce
Lind |
USA |
Yamaha |
| 21. |
49e |
Dominique
Pernet |
Frankrijk |
Yamaha |
|
51. |
10e |
Graeme
Crosby |
Nieuw-Zeeland |
Suzuki |
| 22. |
18e |
Bruce
Hammer |
USA |
Yamaha |
|
52. |
59e |
Gerhard
Vogt |
Duitsland |
Suzuki |
| 23. |
56e |
Kimmo
Kopra |
Finland |
Yamaha |
|
53. |
50e |
Barry
Bordner |
USA |
Yamaha |
| 24. |
48e |
David
Schlosser |
USA |
Yamaha |
|
54. |
78e |
James
Woolsey |
USA |
Yamaha |
| 25. |
61e |
Henry
DeGouw |
USA |
Yamaha |
|
55. |
13e |
Eddie
Lawson |
USA |
Kawasaki |
| 26. |
62e |
James
Wells |
Engeland |
Kawasaki |
|
56. |
68e |
Malcolme
Tunstall |
USA |
Yamaha |
| 27. |
72e |
Cary
Andrews |
USA |
Honda |
|
57. |
76e |
Bert
Coleman |
USA |
Yamaha |
| 28. |
5e |
Wes
Cooley |
USA |
Suzuki |
|
58. |
7e |
Gene
Romero |
USA |
Yamaha |
| 29. |
60e |
Ken
Botham |
Canada |
Yamaha |
|
59. |
38e |
Cory
Ruppelt |
USA |
Yamaha |
| 30. |
54e |
Jan
Kostwinder |
Nederland |
Yamaha |
|
60. |
17e |
Gil
Martin |
USA |
Yamaha |
| 31. |
53e |
Kurt
Lenz |
USA |
Yamaha |
|
61. |
26e |
John
Bettencourt |
USA |
Yamaha |
| 32. |
58e |
Richard
Williamson |
USA |
Yamaha |
|
62. |
57e |
Derek
Huxley |
Engeland |
Cotton |
| 33. |
77e |
Kwong-King
Wong |
China |
Suzuki |
|
63. |
42e |
Gina
Bovaird |
USA |
Yamaha |
| 34. |
66e |
David
Emde |
USA |
Yamaha |
|
64. |
34e |
Edward
Powell |
USA |
Yamaha |
| 35. |
65e |
Derek
Chatterton |
Engeland |
Yamaha |
|
65. |
70e |
Markku
Matikainen |
Finland |
Yamaha |
| 36. |
47e |
Hap
Eaton |
USA |
Yamaha |
|
66. |
45e |
Joey
Dunlop |
Noord-Ierland |
Yamaha |
| 37. |
71e |
Rudy
Galindo |
USA |
Yamaha |
|
67. |
52e |
Donny
Robinson |
Noord-Ierland |
Yamaha |
| 38. |
14e |
Kevin
Stafford |
USA |
Yamaha |
|
68. |
79e |
Will
Harding |
USA |
Honda |
| 39. |
63e |
Tony
Nash |
Engeland |
Kawasaki |
|
69. |
4e |
Richard
Schlachter |
USA |
Yamaha |
| 40. |
74e |
Norm
Murphy |
Canada |
Suzuki |
|
70. |
75e |
Douglas
Randall |
Engeland |
Yamaha |
| 41. |
69e |
Chas
Mortimer |
Engeland |
Yamaha |
|
71. |
23e |
Harry
Cone |
USA |
Yamaha |
| 42. |
44e |
Hugh
Humble |
USA |
Kawasaki |
|
72. |
32e |
Nicky
Richichi |
USA |
Yamaha |
| 43. |
29e |
Dwight
Lyon jr. |
USA |
Yamaha |
|
73. |
55e |
Dwight
Roy |
USA |
Suzuki |
| 44. |
2e |
Freddie
Spencer |
USA |
Yamaha |
|
74. |
46e |
Dan
Warren |
USA |
Suzuki |
| 45. |
67e |
Neil
Tuxworth |
Engeland |
Yamaha |
|
75. |
1e |
Kenny
Roberts |
USA |
Yamaha |
| 46. |
51e |
William
Knott |
USA |
Yamaha |
|
76. |
30e |
Miles
Baldwin |
Canada |
Yamaha |
| 47. |
res. |
Oldrich
Schuttermeier |
Canada |
Yamaha |
|
77. |
res. |
Michael
Casey |
USA |
Kawasaki |
| 48. |
19e |
Ted
Boody |
USA |
Yamaha |
|
78. |
33e |
Masaki
Tokuno |
Japan |
Kawasaki |
|
Vier
motoren die het einde van de Daytona 200 in 1980 niet haalden: vooraan
de Kawasaki van Eddie Lawson met #21, daarachter de Yamaha's van Gene
Romero, Neil Tuxworth en John Bettencourt. Foto ernaast Pons en
Singleton op het podium. |
|
Begin
van de Daytona 200: Kevin Stafford (#175), Bruce Hammer (#52), Ron
Pierce (#97), Eddie Lawson (#21), Dominique Pernet (#301), Roberto
Pietri (#88) en Frank McTaggert (#82). |
 |
 |
|
1980,
100 mijls, 250cc race, "close racing" tussen Eddie Lawson,
Freddie Spencer en Anton Mang. Op de finish waren de verschillen nog
kleiner. |
|
|

|
Podium
250cc: Anton Mang (3e), die het wel ziet zitten
met de miss, Eddie Lawson (1e) en Freddie Spencer (2e) twee heel jonge
Amerikanen waar de motorsportwereld nog veel van zou horen en van genieten.
|
 |
|
Anton Mang,
3e in de 250cc op een chopper op Daytona Beach
|
|
Start
Superbike: Gregg
Hansford (302), Ron Pierce (97), Eddie Lawson (21) en Wes Cooley (34)
|
 |
 |
Uitslag
Superbike Daytona 1980:
- 1. Graeme Crosby
(Nzl)
- 2.
Freddie Spencer(USA)
- 3. Ron Pierce (USA)
- 4. Masaki Tokuno
(Japan)
- 5. Patrick Eagen (USA)
- 6. Dennis Smith (USA)
- 7. Harry Klinzmann
(USA)
- 8. Dwight Roy (USA)
- 9. Malcolm Tunstall
(USA)
- 10. James Adamo (USA)
|
 |
|
1980,
Begin
van de Superbike race, Freddie Spencer voor Wes Cooley |
|
Winnaar
Graeme Crosby |
 |
 |
|
Freddie Spencer
op weg naar de tweede plaats achter Crosby |
De
nummers drie en één in de Superbike, Ron Pierce en
Graeme Crosby. |
1981

Kenny Roberts was belust
op revanche, na de desastreus verlopen Daytona 200 van 1980. Hij stond
toen na één ronde al weer aan de kant. Hij zou in 1980 slechts 1x op
zijn 750cc Yamaha stappen en dat was tijdens Daytona. Zijn twee 750cc
fietsen hadden bijna een jaar rust gehouden in hun stalling in het
Nederlandse Uithoorn. Ze werden enige weken voor de Daytona Speedweek
vanuit Amsterdam, Schiphol ingevlogen, waar ze door Carruthers, Clark en
Tilbury werden geprepareerd voor de 200 miles race. De vraag was of de fabrieksviertakten
het dit jaar tegen de tweetakt Yamaha van Roberts op konden nemen. De Nieuw-Zeelander
Graeme Crosby geloofde daar in ieder geval heilig in. Hij had het volste
vertrouwen in de Suzuki waarop hij de competitie aan zou gaan. Ook de
fabriek had er vertrouwen in, want ze verboden hun GP fabriekscoureur,
Randy Mamola, om met zijn tweetakt RG500 machine deel te nemen aan de Daytona 200. Ze wilden geen concurrentie vanuit eigen stal. Ze zetten al
hun geld op AMA Superbikekampioen Wes Cooley en Graeme Crosby.
|

|
|
1981,
team Honda: Freddie Spencer, Mike Spencer (geen familie van Freddie)
& Roberto Pietri met de Honda CB750F, 1023 cc |
Freddie
Spencer, die na zijn debuutjaar 1980, nu op een viertakt CB750F Honda zou
starten, had er iets minder vertrouwen in. Hij verwachte dat de Honda
zeker 2 of 3 seconden sneller zou zijn dan in 1980, maar dat was dan nog
steeds 2 seconden langzamer als de tijden van Roberts. Eddie Lawson, de
toprijder van Kawasaki, geloofde er helemaal niet in en besloot niet aan
de Daytona 200 deel te nemen, maar alleen aan de 250cc en de
Superbikerace. Het verschil tussen de "Formule I" viertakten en
de Superbike was overigens: de Superbike machines waren rechtstreeks
afgeleid van de straatmachines. Er mocht niet veel verandert worden,
behalve aan de banden en de vering. Het motorblok mocht opgeboord en
opgevoerd worden tot maximaal 1025cc. Aan de "Formule I"
viertakten mocht zoveel gesleuteld worden als men maar wilde, maar er gold
ook wel een maximaal van 1025cc. Maar een ander frame of iets dergelijks
was geen enkel probleem. Verdere viertaktrijders dit jaar waren, de door
Honda-GB aan de kant gezette Mick Grant, op een Yoshimura
Suzuki. Verder was Moriwaki de superioriteit van Yoshimura met Suzuki
meer dan zat, dus hadden ze een sterk duo ingehuurd, nl. Australiër Wayne
Gardner en de Brit Roger Marshall. Saillant detail hiervan was, dat
Moriwaki de schoonzoon was van (Pops) Yoshimura, ik weet niet of
schoonpapa de plannen van Moriwaki echt kon waarderen. De machines van
Moriwaki waren uitgerust met Kawasaki motoren. De tweetakt 750 machines
zouden indertijd op sterven na dood zijn, doordat het vermogen kunstmatig
geknepen werd door zgn. "restrictors" die de carburateurdoorvoer
knepen, maar vele coureurs zweerden er nog bij. Om maar een paar grote
namen te noemen: Dale Singleton, Harry Klinzmann, Gene Romero en Richard
Schlachter. Het knijpen van het vermogen was een verplichting, maar ook de
500cc Grand Prix machines hadden zonder deze "restrictors" nog
moeite genoeg om aan de tijden van de Yamaha TZ750 te komen. Dale
Singleton, de winnaar van 1979 en de nummer 2 van 1980, kwam dit jaar naar
Daytona met een "vers geluksbiggetje", Elmer de derde (Elmer the
3th). Verder had Kenny Roberts een team opgericht, het Kenny Roberts/Mert
Lawill Racing Team, en daarbij Mike Kidd ingelijfd, een zeer ervaren
dirttrackcoureur die ook goed overweg kon met een wegracer en graag van de
gelegenheid gebruik wilde maken om punten te scoren voor het AMA prof kampioenschap, waar hij een gooi naar wilde doen. Hij bereed in Daytona de
TZ750 van de geblesseerde Skip Aksland. "King" Kenny zou hem
begeleiden, maar dat dat ook geen reden tot succes hoeft te zijn ondervond
Kidd tijdens de kwalificatieronden, als hij rechtdoor gaat in de chicane
en twee ruggenwervels breekt... (Voor de 250cc klasse had het Kenny Roberts/Mert
Lawill Racing Team overigens ook een sterke troef in handen, nl. het 17
jarige supertalent Jim Filice). Vanuit Canada kwamen twee jonge getalenteerde
rijders, waarvan men ook veel verwachtte en die zomaar naar een plek bij
de eerste tien konden rijden. Ook Nederland was dit jaar erg goed
vertegenwoordigd door Jack Middelburg, had de editie van 1980 door een
blessure niet kunnen deelnemen en Boet van Dulmen die in 1980 derde was
geworden. Beide waren zeker als kanshebbers gezien om als het een beetje
mee zou zitten naar het podium te kunnen rijden. Jack zou dit kunnen doen met
zijn RG500 Suzuki. Frankrijk had ook niet de minste coureurs
"afgevaardigd", nl. het Sonauto Gauloises team met als rijders
Christian Sarron en Endurance wereldkampioen Marc Fontan. Beide zouden op
een 750cc Yamaha uitkomen, waar hun landgenoot
Patrick Pons een jaar eerder de wedstrijd mee won. Of Sarron een rol van
betekenis kon spelen viel nog te bezien. Daytona werd zijn eerste race sinds
mei 1980, toen hij geblesseerd geraakt was tijdens de Spaanse Grand Prix.
De grote vraag dit jaar was weer: "wie van de andere 79 starters zou
Kenny Roberts kunnen aftroeven?".

Graeme
Crosby (#316), Dave Aldana (#40), Kevin Stafford (#35), James Adamo (#26),
Marc
Fontan (#399), Kenny Roberts
(#2), Wayne
Gardner (#310)
|

|
|
|
|
1981,
Kenny Roberts, Marc Fontan & Wayne Gardner |
Dale
Singleton 2e maal winnaar Daytona voor
tweede finisher Marc Fontan...... |
en
andersom |
|

|
 |
|
|
|
Richard
Schlachter (#48) |
Wes
Cooley en Graeme Crosby |
|
Freddie
Spencer in gesprek met Wes Cooley |
 |
 |
 |
|
Mick
Grant in vuur en vlam |
Kevin Stafford,
Dale Singleton & James Adamo
|
Freddie
Spencer |
|
Deelnemers
40th Daytona 200. Alleen de snelste 80 krijgen een start. |
| 3. |
Gene Romero (USA) |
63. |
Erik Buell (USA) |
150. |
Bert
Coleman (USA) |
266. |
Malcolme
Tunstall (USA) |
| 6. |
Dave
Busby (USA) |
64. |
Fred Winters (USA) |
158. |
Bruce Maus (USA) |
304. |
Kimmo Kopra (SF) |
| 7. |
Randy Mamola (USA) |
65. |
Kurt Liebmann
(USA) |
159. |
Bernd Koegler
(USA) |
305. |
Tommy Crawford (GB) |
| 8. |
John Long (USA) |
66. |
Gary Collins (CAN) |
160. |
Mark Legarra (USA) |
306. |
Peter Walker (AUS) |
| 10. |
Billy Labrie (USA) |
69. |
Gennady Liubimsky
(USA) |
161. |
Wil Harding (USA) |
308. |
Ernst Gschwender (D) |
| 11. |
Carter Alsop (USA) |
72. |
Mike Kidd (USA) |
168. |
Gregg Smrz (USA) |
309. |
Ken Hamilton (AUS) |
| 13. |
Cory Ruppelt (USA) |
75. |
Alan Ward (USA) |
170. |
Norm Murphy (CAN) |
310. |
Wayne Gardner (AUS) |
| 15. |
Martin Morrison
(USA) |
76. |
Richard Chambers
(USA) |
177. |
Carry Andrew (USA) |
311. |
Donny Robinson (N-Ier) |
| 19. |
Freddie Spencer
(USA) |
77. |
Panagiotis
Maroulis (USA) |
190. |
John Glover (USA) |
314. |
Pieter Blaauwboer |
| 20. |
William Knott
(USA) |
78. |
Bruce Lind (USA) |
191. |
Chuck Parme (USA) |
315. |
Roger Marshall (GB) |
| 22. |
Miles Baldwin (CAN) |
79. |
Henry DeGouw (USA) |
197. |
Kirk Guay (USA) |
316. |
Graeme Crosby (Nzl) |
| 24. |
Arthur Chambers
(USA) |
80. |
Ken Botham (USA) |
202. |
Scott Strachan (CAN) |
318. |
Heiner Jungemeier
(D) |
| 25. |
Nicky
Richichi (USA) |
82. |
Frank McTaggart
(USA) |
207. |
Stephen Foote
(USA) |
318. |
Martin
Wimmer (D) |
| 26. |
James
Adamo (USA) |
84. |
Dan Guglielmo
(USA) |
212. |
Francisco Fuentes
(USA) |
326. |
Marty Lunde (GB) |
| 29. |
Gill Martin (USA) |
85. |
James Woolsey
(USA) |
213. |
Michael Casey
(USA) |
327. |
Boet van Dulmen |
| 30. |
Dale Singleton
(USA) |
86. |
Hal
Coleman (USA) |
216. |
Jeffrey Umrysz
(USA) |
328. |
Conor McGinn (IER) |
| 31. |
Harry Klinzmann
(USA) |
88. |
Roberto Pietri
(USA) |
217. |
Joe Davidson (USA) |
330. |
Jacky Hughes (N-Ier) |
| 33. |
Steve
Gervais (CAN) |
90. |
Dan
Chivington (USA) |
218. |
Nicholas Gately
(USA) |
331. |
Werner Hilbk (D) |
| 34. |
Wes Cooley (USA) |
91. |
John Samways (USA) |
219. |
Wendy Epstein
(USA) |
333. |
Alex George (GB) |
| 35. |
Kevin Stafford
(USA) |
94. |
Mark Homchick
(USA) |
220. |
Jim Young (USA) |
348. |
Christian Sarron
(F) |
| 36. |
Benny
del Monico (USA) |
95. |
Gina Bovaird (USA) |
221. |
Alan
Lane (USA) |
349. |
Jack
Middelburg |
| 45. |
Kurt Lenz (USA) |
99. |
Rusty
Sharp (USA) |
222. |
Kerry
Bryant (USA) |
350. |
Bernie Summers (AUS) |
| 46. |
Davis Schlosser
(USA) |
103. |
Mike Landrum (USA) |
223. |
Rick Shaw (USA) |
352. |
Barry Smith (AUS) |
| 47. |
Harry Cone (USA) |
104. |
Norman Smyser
(USA) |
239. |
Donald Georger
(USA) |
359. |
Sadao Asami (J) |
| 48. |
Richard Schlachter
(USA) |
107. |
Arthur
Kowitz (USA) |
246. |
Russell Bigley
(USA) |
365. |
Graham Godward (GB) |
| 50. |
John Bettencourt
(USA) |
114. |
Joe Patton (USA) |
249. |
Doug Brauneck
(USA) |
367. |
Philippe Chaltin
(B) |
| 52. |
Bruce Hammer (USA) |
115. |
David Hoyle (USA) |
252. |
Dieter Guttner
(USA) |
368. |
Bernard Fau (F) |
| 54. |
Dwight Lyon (USA) |
123. |
Stan Friduss (USA) |
254. |
John Nelson (USA) |
371. |
Frits v/d Veen (CAN) |
| 56. |
David Emde (USA) |
124. |
Joe Winston (USA) |
255. |
Steven Baron (USA) |
379. |
John Mulligan (CAN) |
| 60. |
Steve Epstein
(USA) |
129. |
Michael Herzing
(USA) |
258. |
William Brown
(USA) |
384. |
Oldrich
Schuttermeier jr. (CAN) |
| 61. |
Hap
Eaton (USA) |
135. |
Edward Powell
(USA) |
261. |
Vincent
Hill (USA) |
387. |
Oldrich
Schuttermeier sr. (CAN) |
|
Ongeveer
125 deelnemers dit jaar, waarvan Jack de 7e snelste tijd
realiseerde.. |
399. |
Marc Fontan (F) |
 |
Christian
Sarron
|
 |
|
© foto
Arthur Thill |
 Begin
maart reisde Jack voor de derde keer in zijn carrière af naar Daytona voor
de 200 miles race. Er hadden zich 130 rijders ingeschreven en er mochten
er 80 van start gaan. Het was een mooie kans voor Jack om zijn nieuwe
produktie-Suzuki (de RG6) uit te testen. In de training kwam Jack voor
problemen te staan. In de eerste training kreeg hij te maken met een
vastloper, door een defecte bougie. Tijdens de tweede training was hij er
ook onnodig vanaf gestapt, doordat hij te lang op zijn toerenteller zat
te kijken. Hij was bezig om de gearing te testen, waardoor hij te laat
remde, zonder verdere gevolgen gelukkig, maar als je maar één motor hebt
kan het zo maar gebeurd zijn. Hij miste door de vastloper in de 1e
kwalificatie een plaats bij de eerste twintig en kwam zodoende op een 21e
startplaats terecht, terwijl zijn uiteindelijke tijd wel goed genoeg was
voor een plaats bij de eerste tien starters, nl. 7e snelste. Tijdens deze
eerste
kwalificatie werd er nl. om de eerste 20 startplaatsen gereden. Bij de
tweede
kwalificatie om de resterende 60. Jack zette dus tijdens de 2e
kwalificatie de zevende totaaltijd neer, wat neerkwam op de 21e startplaats.
De eerste plaats die nog te vergeven was. Hierdoor miste hij bij de start de
aansluiting bij de kopgroep. Jack reed een voortreffelijke race en
eindigde als negende, als eerste met een 500cc machine, in de 750cc race en als
tweede Europeaan (Marc Fontan werd tweede). En die 750cc motoren waren/zijn toch
echt wel wat sneller dan de 500cc motoren en om ze bij te houden moest
Jack vreselijk sturen. En aangezien het om een zeer lange wedstrijd
ging, had hij geen zin om zich gelijk helemaal leeg te rijden. Normaal
deed Jack uiteraard ook mee op een 750cc "fiets", maar hij
wilde zijn nieuwe Suzuki uitproberen. De winnaar van 1980, Patrick Pons,
was in 1980 tijdens de Britse GP op Silverstone om het leven gekomen en
kon dus zijn titel niet meer verdedigen. Dale Singleton (†), die er
tijdens het 500cc GP seizoen normaal niet aan te pas kwam, won voor de
2e maal de 200 mijl wedstrijd, na 1979, voor Marc Fontan en Richard
Schlachter. Later waren er wat onduidelijkheden over Jack's
eindpositie, het werd 8e en het werd weer 9e en 12e en weer 9e. De
tijdwaarneming was erbarmelijk. Christian Sarron die crashte en daarna
door Jack werd gepasseerd, werd ook nog even voor Jack in de einduitslag
geplaatst. Het was een flink rommeltje en de wedstrijdleiding liet zien
dat ze niet bij machte waren om een race met voor velen een twee tankstopstrategie en een duur van 2 uur, goed te kunnen volgen.
Richard Schlachter , Dale
Singleton &
Marc
Fontan |
Dale
Singleton, Marc Fontan & Richard Schlachter |
Tijdens
tankstop van Cory Ruppelt spuit de benzine om zijn oren en door de
pits. Hierdoor kon de pitsstop van Singleton niet doorgaan en moest
hij een ronde extra buiten blijven, wat hem de winst had kunnen
kosten!
|
Freddie
Spencer aan de leiding |
 |
Op zondag, de racedag, scheen de zon, dit
in tegenstelling tot de laatste drie jaren, toen regen voor vele problemen
zorgde. De zon had zich ook al de hele week tijdens de trainingen niet
onbetuigd gelaten. Ondanks dit kreeg de organisatie het niet voor elkaar om de
trainingen op tijd te laten beginnen. Bijna alle trainingen begonnen te laat,
dit lag waarschijnlijk ook wel aan de vele races die er verreden werden in de
Speedweek. Naast de bekende evenementen als de Daytona 200, de Superbikerace,
de 250cc race, de Supercross en de "novicerace" (nieuwelingen),
waren er dit jaar ook voor het eerst een veteranenrace en een "Battle Of
The Twins", oftewel een BOTT-race, een wedstrijd waarin alleen
tweecilinders mochten deelnemen. De drie Nederlandse deelnemers, Jack
Middelburg, Jan Kostwinder en Boet van Dulmen, waren al vroeg in Daytona gearriveerd,
zodat ze direct op maandag al aan de trainingen konden deelnemen. Tenminste,
dit gold uiteindelijk niet voor Kostwinder, die nog op onderdelen voor de
versnellingsbak van zijn Yamaha moest wachten. Hij was inmiddels voor de
tiende keer aanwezig in Daytona, Van Dulmen voor de zevende keer en voor Jack
was het pas de derde keer. De beide eerdere optredens brachten Jack dus niet
veel geluk, ondanks heel goed rijden. In 1977 vloog er een steentje door zijn
radiateur en in 1978 viel hij uit met een klapband.
Ondanks uitgebreid testwerk van Goodyear op
Daytona, bleven de banden een probleem op het circuit van Daytona. Omdat alleen Goodyear, van de
bandenmerken, nog testwerk deed op Daytona, was iedereen verplicht om op
Goodyear te rijden. Voor de trainingen kon men speciale trainingsbanden kopen,
dit nog voor een aanzienlijk bedrag. De Nederlanders vonden dat wel best, want
of je nu van de eerste of tweede startrij mocht vertrekken, dat maakt voor een
200 mijls race niet uit. De eerste plaats was toch niet haalbaar (Roberts) en
een tweede trainingstijd leverde $300 op. De trainingsbanden waren veel
duurder!
 |
|
Winnaar
Dale Singleton tijdens een pitsstop |
 |
|
Jack
Middelburg snelste 500cc in een veld van 750cc machines. |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
| Malcolme
Tunstall |
Miles
Baldwin |
Richard
Schlachter |
Wes
Cooley |
Bruce
Hammer |
Kevin
Stafford |
Kurt
Lenz |
Richard
Chambers |
Kwalificatie
In de vrije
trainingen van maandag en dinsdag was al gebleken dat de 500cc Suzuki van
Jack Middelburg tot de snelste motoren in Daytona behoorde. Voor hem
werden ongeveer dezelfde tijden geklokt als Boet van Dulmen op zijn 750cc
machine. Vol verwachting werd daarom uitgekeken naar de
kwalificatietraining van donderdag. De snelste twintig rijders konden zich
die dag verzekeren van een startplaats voor zondag. De eventuele snellere
tijden van anderen op vrijdag konden daarin geen verandering brengen. In
de tijdtraining van vrijdag moest worden gereden om de plaatsen 21 tot 80.
Voor
Jack Middelburg werd donderdag een grote teleurstelling, want hij kon geen
tijd zetten. Een van de bougies begaf het al meteen. Dat resulteerde in
een kapotte zuiger en een beschadigde cilinder. Dat betekende geen
tijd voor Jack en werk voor Albert Siegers, zijn monteur. Met
Boet van Dulmen ging het in de kwalificatie uitstekend. Zijn beste tijd
van 2.08,558 bleek goed te zijn voor de achtste startplaats. Vorig jaar
was Boet met dezelfde motor ruim een seconde sneller. Omdat het nogal
behoorlijk waaide kwamen de motoren minder vlot op topsnelheid. Ook
Kenny Roberts bleef meer dan een seconde boven zijn tijd van 1980, maar
z'n 2.03,998 was toch goed voor de eerste plaats. De drievoudig
wereldkampioen
zette de overige rijders op grote achterstand, want Dale Singleton
klasseerde zich als tweede met 2.06,161.
Daarna
volgden de viertakten van Freddie Spencer, Wes Cooley en Graeme Crosby.
Dat Jack Middelburg zonder pech ook een plaats voorin gehad zou hebben
bewees hij op vrijdag. Toen liet hij 2.07,467 voor zich klokken, goed
voor de zevende tijd. Door de in Daytona gevolgde procedure werd het
voor Jack echter de 21e startplaats.
Jan
Kostwinder maakte een tijd van 2.20,787. Hij was zo'n vier seconden
langzamer dan verleden jaar. Met een 72e plaats kon hij zich nog juist
voor de race plaatsen.
In
totaal 23 rijders wisten zich niet te plaatsen voor de race.
| Startopstelling |
| 1 |
Kenny Roberts |
2.03.998 |
 |
| 2 |
Dale Singleton |
2.06.161 |
| 3 |
Freddie Spencer |
2.06.890 |
| 4 |
Wes Cooley |
2.07.195 |
| 5 |
Graeme Crosby |
2.07.344 |
| 6 |
Richard Schlachter |
2.07.440 |
| 7 |
Marc Fontan |
2.07.778 |
| 8 |
Boet van Dulmen |
2.08.558 |
| 9 |
Dave Aldana |
2.09.037 |
| 21 |
Jack Middelburg |
2.07.467 |
| 72 |
Jan Kostwinder |
2.20.787 |

 |
|
Start
van de 1e groep van 30 rijders, 34. Wes Cooley (USA) heeft
kopstart voor o.a. 19. Freddie Spencer (USA), 2. Kenny Roberts
(USA), 316. Graeme Crosby (Aus), 40. Dave Aldana, 327. Boet van
Dulmen, 30. Dale Singleton (USA), 310. Wayne Gardner (Aus) voor
Christian Sarron (Fr), 26. James Adamo (USA), 31. Harry
Klinzmann (USA), 35. Kevin Stafford (USA), 304. Kimmo Kopra, 94.
Mark homchick, 64. Fred Winters, 315. Roger Marshall, 45. Kurt
Lenz. Jack rechts
achteraan (349), nog voor een duwende 48. Richard Schlachter
(USA). |
In
1981, was de toename van het aantal viertaktmotoren in de 200-miler
duidelijk merkbaar, mede doordat er drie coureurs, Wes Cooley, Freddie Spencer
en Graeme Crosby, zich met hun viertakten op de eerste rij hadden gekwalificeerd.
Roberts, echter, was de snelste trainer voor de vijfde keer in de afgelopen zeven
jaar. Zijn Yamaha 750 leek zeker in staat te zijn om hem
aan zijn tweede overwinning in Daytona te helpen. Na het spelen en massaal
meezingen, door het publiek, van het Amerikaanse volkslied kon het startsein
worden gegeven. Toen de startvlag viel,
toonden alle drie de viertaktmachines op de voorste rij hun grote sprintvermogen
en leidden de rest van het veld in de eerste ronde. De Amerikaan Gill Martin en
de Canadees Steve Gervais kwamen niet eens van start, door mechanische
problemen. Bij de eerste doorkomst,
lag Spencer, die nu voor de
Honda fabriek reed, de Suzuki's van Cooley en Crosby. In ronde twee was Roberts
al weer terug in de pits, met een vastzittend gasmechanisme, hetzelfde probleem dat
hem een jaar geleden ook al overkomen was, toen
zou het veroorzaakt zijn door zand. Nu werd de volgende reden opgegeven door
Nobby Clark: "Toen we naar de start gingen werden de motoren voor de
laatste keer door de keurmeesters van de AMA bekeken. Er werd speciaal gelet
op de restrictors in de carburateurs. De controleur draaide het gas dicht,
terwijl de schuifmaat nog in de carburateur zat. Daardoor is de gaskabel
geknikt. Als dat gebeurd is kan het gas niet opnieuw afgesloten worden".
Het is wat vreemd dat de Yamaha van Roberts daar bij de start dan geen last
van had, maar het euvel zich pas openbaarde in de tweede ronde. Toen moest
Roberts op volle snelheid een eind door het gras, omdat het gas open bleef
staan. Roberts mag zo langzamerhand wel de grootste pechvogel van Daytona
genoemd worden, want afgezien van z'n overwinning in 1978 heeft de race in
Florida hem niets anders dan teleurstellingen bezorgd. Ook in financieel
opzicht zal Roberts met weinig plezier terugdenken aan Daytona. Hij verdiende
slechts 500 dollar, de premie voor het realiseren van de snelste
trainingstijd.
Dus Roberts was uit de race, voor
het tweede jaar op een rij. Voor de beste motorfiets, en coureur, duurde
de race wederom niet meer dan zestien kilometer. Voor de start was al
opgemerkt dat de Daytona 200 best een leuke race zou kunnen worden na het
uitvallen van Roberts. Die verwachting kwam geheel uit, want de race was het
aankijken beslist waard. Koploper was nu dus "Fast" Freddie Spencer.
Hij werd gevolgd door het Yoshimura-Suzuki duo Wes Cooley en Graeme Crosby.
Drie viertakten op kop. Zou er dan voor het eerst sinds 1971 (Dick Mann op BSA)
een viertakt kunnen winnen? Van dit trio verdween Graeme Crosby al na zes
ronden in de pits. Het schakelmechanisme van de Suzuki liet het afweten. Er
werd een nieuw schakelpedaal gemonteerd, maar na een ronde rijden gaf Crosby
op. De fout lag bij de versnellingsbak en niet bij het schakelpedaal. Na vier
ronden kwam Van Dulmen binnen met een te warme motor. Bij inspectie bleek een
plug niet helemaal goed aangedraald te zijn, waardoor er water uit het
koelsysteem kon verdwijnen. Er werd water bijgevuld en met een verlies van
twee ronden ging Boet weer op pad. Na nog eens vier ronden te hebben gereden
stopte hij definitief met een nog steeds erg warme motor. Jack Middelburg was
slecht gestart en zijn motor liep in de eerste ronden ronduit slecht, wat hem
vele plaatsen terugwierp in de race. Na verloop van tijd begon hij veel
snellere ronden te draaien en op te klimmen in het veld. Freddie Spencer
volgde een verschrikkelijk hoog tempo. Hij liep weg van de snellere tweetakten.
In de zesde ronde had Freddie Spencer
een voorsprong van
10 seconden op Wes Cooley en Richard Schlachter, uit Connecticut, die zich
naar de tweede plaats had geknokt, nadat hij door problemen bij de start,
slecht was weggekomen. Met Roberts uit de race, was Schlachter nu de
belangrijkste Yamaha troef in de race en hij probeerde om de hoop van de
fabriek op tien race-overwinningen, op rij, levend te houden. Wes Cooley spaarde zijn
motor enigszins door Spencer niet te volgen en enige tweetakten voor te laten
gaan. Terwijl Spencer
aan de leiding bleef, op zijn viertakt Honda, kreeg de
Yoshimura-Suzuki van Wes Cooley problemen en hij viel verder terug. De tweetakt
Yamaha's van Schlachter en 1979 winnaar Dale Singleton bleven jagen op de
koppositie van Spencer, maar konden
niet op tegen de jonge koploper uit Louisiane. Dan, helaas, voor het tweede jaar
op rij, viel Freddie Spencer uit met een opgeblazen motor. Bij het ingaan van de
16e ronde (de race duurde 52 ronden), brak er een drijfstang van zijn Honda RS 1000 en Spencer reed langzaam terug naar de
pits en parkeerde zijn
motorfiets. Een
ronde eerder hadden de problemen zich al aangekondigd. Na een tankstop
(Spencer tankte eerder dan de tweetakten) wilde de Honda moeilijk aanslaan en
kwam langzaam op toeren. Dat was het begin van het einde voor Spencer, die een jaar geleden dus ook
al in leidende positie moest opgeven.
Door het wegvallen van Spencer kwam Schlachter op kop. Het verschil met Singleton
was gering, maar liep op doordat Singleton bij zijn eerste tankstop doorreed,
omdat er in de pits naast die van hem erg veel benzine was gemorst (bij Cory
Ruppelt). "Ik
ben maar doorgereden", vertelde Dale. "Een gemakkelijke ronde was het niet, want ik had niet precies gezien waar geknoeid was met benzine,
Het had best gebeurd kunnen zijn bij mijn pits. Mijn concentratie was
behoorlijk weg. Gelukkig merkte ik een ronde later dat bij mijn helpers alles
dik in orde was en ik haalde de pits net met mijn laatste restje
benzine". Op dat punt had Richard Schlachter een flinke voorsprong op
Dale Singleton en Marc Fontan uit Frankrijk,
alle drie bereden zij overigens een Yamaha. Schlachter,
ondanks dat hij bijna onderuit ging halverwege de race, bouwde een
voorsprong op en leidde de volgende 20 ronden, tot hij toch door Dale Singleton werd
gepasseerd. Richard Schlachter had wel een hele mooie race gereden
tot op dat moment, maar begon nu steeds langzamer rond te gaan. Na de race bleek, dat
zijn tweede en derde versnelling niet meer werkten, waardoor het bijna
onmogelijk voor hem was, om het
bochtige binnenterrein door te komen.
Schlachter: "De tankdop sloot niet helemaal goed af,
zodat ik benzine op m'n vizier kreeg. Bovendien verloor ik de eerste en de
tweede versnelling", De tweede plaats moest Schlachter al spoedig
overdoen aan Marc Fontan. De wereldkampioen Endurance van 1980 en opvolger van
Patrick Pons In het Sonauto-Gauloises team miste bij het tanken zijn pits. Hij reed zeker
twintig meter te ver en zwaaide toen, moest nog stoppen voor een aankomende
rijder en verspeelde zeker twintig seconden. Datzelfde kwam hij op de finish
tekort ten opzichte van Singleton. Zonder dit tijdverlies zou Fontan, die in
1980 vijfde werd, mogelijk voor een tweede Franse overwinning gezorgd kunnen
hebben in de Daytona 200. Met nog een tien ronden te gaan probeerde Fontan wel
het gat te dichten, maar realiseerde zich dat het ondoenlijk was en stelde
zich tevreden met de tweede plaats. Singleton en Fontan waren nu de twee
voorste coureurs op het circuit. Schlachter wist toch nog zijn derde
plaats vast te houden. Zij passeerden de finishlijn zodoende als volgt;
Singleton, Fontan en Schlachter. Zo gaf privécoureur Dale Singleton Yamaha
zijn tiende overwinning op een rij en een achtste maal de 1-2-3 in Daytona.
Een race van 200 mijl duurt uiteraard erg lang en je hebt dus ook de tijd een
slechte start goed te maken. Dit gold uiteraard Jack Middelburg, die steeds
sneller rondkoerste en het niet kon laten om Dale Singleton er twee keer uit
te remmen, toen die hem een lap achterstand bezorgde ("ik moest even laten
zien dat ik er nog was"), waarna de Nederlander op korte afstand van
Singleton de race als negende beëindigde. De finish kwam voor de "varkensboer"
juist op tijd, want de voorband van z'n Yamaha was nagenoeg versleten.
"Dat de band iets minder werd had ik tijdens de laatste ronden wel
gemerkt, maar dat het zo slecht zou zijn had ik niet vermoed", vertelde
Singleton in Victory Lane. Voor de tweede maal werd
Dale Singleton dus winnaar van de Daytona 200. Dat betekende na afloop bij de
huldiging het zo langzamerhand vertrouwde beeld van een klein varkentje dat
fel schreeuwend tussen de mensen door scharrelde. David
Aldana, die dit jaar samen met Mike Baldwin voor Honda-France zal deelnemen
aan het WK Endurance, reed een regelmatige wedstrijd en eindigde als vierde.
Een serieuze kandidaat voor de vijfde plaats leek Christian Sarron te zijn.
Sarron reed z'n eerste wedstrijd sinds hij verleden jaar In de Spaanse GP z'n
hand brak. In de slotfase kreeg hij te kampen met een weigerende
voorrem en knalde daardoor in de chicane in de strobalen. Hij kon verder
rijden, maar zakte af naar de tiende plaats. Nog in dezelfde ronde als de
winnaar werden de Amerikanen Dan Chivington en Kevin Stafford geklasseerd. Op één
ronde volgden James Adamo en Mark Homchick (beiden Amerikanen). Jack
Middelburg en Christian Sarron maakten de top tien vol. De Australiër Wayne
Gardner; in oktober in eigen land winnaar van de Castrol
6 uren race op een Honda CB 1100 R, bracht de eerste viertakt
over de finish. Met z'n Moriwaki-Kawasaki legde hij beslag op de elfde plaats.
 |
Wayne Gardner

|
 |
 |
 |
|
Tankstop
Marc Fontan |
Dale Singleton |

|

|
|
 |
|
Dale Singleton
winnaar Daytona 200, 1981
met z'n mascotte "Elmer
III" het biggetje.
|
|
|
UITSLAG DAYTONA 200
1981 |
|
|
|
|
| |
Rijder |
Land |
Merk |
Aantal ronden |
|
|
Rijder |
Land |
Merk |
Aantal ronden |
|
1 |
Dale
Singleton |
USA |
Yamaha |
52
|
41 |
Arthur
Kowitz |
USA |
Kawasaki |
40 |
|
2 |
Marc
Fontan |
Frankrijk |
Yamaha |
52
|
42 |
Norm
Murphy |
Canada |
Suzuki |
36 |
|
3 |
Richard Schlachter |
USA |
Yamaha |
52 |
43 |
Steve
Biganski |
USA |
Yamaha |
35 |
|
4 |
Dave Aldana
|
USA |
Yamaha |
52 |
44 |
Philippe
Chaltin |
België |
Yamaha |
33 |
|
5 |
Dan
Chivington |
USA |
Honda |
52 |
45 |
Frank
McTaggart |
USA |
Yamaha |
29 |
|
6 |
Kevin
Stafford |
USA |
Yamaha |
52 |
46 |
Cory
Ruppelt |
USA |
Yamaha |
26 |
|
7 |
James
Adamo |
USA |
Yamaha |
51 |
47 |
Ernst
Gschwender |
West-Duitsland |
Yamaha |
25 |
|
8 |
Mark
Homchick |
USA |
Yamaha |
51 |
48 |
Wes
Cooley |
USA |
Suzuki |
24 |
|
9 |
Jack
Middelburg |
Nederland |
Suzuki |
51 |
49 |
Malcolme
Tunstall |
USA |
Ducati |
24 |
|
10 |
Christian
Sarron |
Frankrijk |
Yamaha |
51 |
50 |
Mick
Grant |
Engeland |
Suzuki |
23 |
|
11 |
Wayne
Gardner |
Australië |
Kawasaki |
51 |
51 |
Kimmo
Kopra |
Finland |
Yamaha |
22 |
|
12 |
Nicki
Richichi |
USA |
Yamaha |
50 |
52 |
Rich
Williamson |
USA |
Yamaha |
22 |
|
13 |
Roger
Marshall |
Engeland |
Kawasaki |
50 |
53 |
Miles
Baldwin |
Canada |
Yamaha |
21 |
|
14 |
Harry
Cone |
USA |
Yamaha |
50 |
54 |
Carry
Andrew |
USA |
Kawasaki |
21 |
|
15 |
Hap
Eaton |
USA |
Yamaha |
50 |
55 |
Alan
Ward |
USA |
Yamaha |
21 |
|
16 |
Bruce
Lind |
USA |
Yamaha |
50 |
56 |
Freddie
Spencer |
USA |
Kawasaki |
16 |
|
17 |
Hal Coleman
|
USA |
Yamaha |
50 |
57 |
Fred
Winters |
USA |
Yamaha |
14 |
|
18 |
Kurt Lentz
|
USA |
Yamaha |
50 |
58 |
William
Knott |
USA |
Yamaha |
12 |
|
19 |
Doug Brauneck
|
USA |
Yamaha |
50 |
59 |
Gary
Collins |
Canada |
Yamaha |
11 |
|
20 |
David Emde
|
USA |
Kawasaki |
49 |
60 |
John
Long |
USA |
Yamaha |
11 |
|
21 |
Marty Lunde
|
Engeland |
Kawasaki |
49 |
61 |
Boet
van Dulmen |
Nederland |
Yamaha |
8 |
|
22 |
Harry Klinzmann
|
USA |
Yamaha |
49 |
62 |
Rick
Shaw |
USA |
Yamaha |
7 |
|
23 |
Dwight Lyon
|
USA |
Yamaha |
49 |
63 |
Graeme
Crosby |
Nieuw-Zeeland |
Suzuki |
7 |
|
24 |
Edward Powell
|
USA |
Yamaha |
48 |
64 |
Steve
Epstein |
USA |
Yamaha |
7 |
|
25 |
Kurt Liebmann
|
USA |
Yamaha |
48 |
65 |
Richard
Chambers |
USA |
Yamaha |
6 |
|
26 |
Stephen Foote
|
USA |
Yamaha |
48 |
66 |
Lang
Hindle |
Canada |
Kawasaki |
6 |
|
27 |
Martin Wimmer
|
West-Duitsland
|
Yamaha |
48 |
67 |
Kerry
Bryant |
USA |
Kawasaki |
6 |
|
28 |
William Brown |
USA |
Yamaha |
47 |
68 |
Thad
Wolff |
USA |
Suzuki |
5 |
|
29 |
Joe Potton
|
USA |
Honda |
47 |
69 |
Dave
Busby |
USA |
Kawasaki |
5 |
|
30 |
Ken Botham
|
Canada |
Yamaha |
47 |
70 |
Jeffrey
Umrysz |
USA |
Yamaha |
5 |
|
31 |
Kurt Wanner
|
USA |
Yamaha |
47 |
71 |
Stephen
Baron |
USA |
Yamaha |
5 |
|
32 |
Jan Kostwinder
|
Nederland |
Yamaha |
47 |
72 |
Benny
Del Monico |
USA |
Yamaha |
3 |
|
33 |
Bruce Hammer
|
USA |
Yamaha |
47 |
73 |
Kenny
Roberts |
USA |
Yamaha |
2 |
|
34 |
Jim Young |
USA |
Yamaha |
46 |
74 |
Kirk
Guay |
USA |
Suzuki |
2 |
|
35 |
Henry DeGouw |
USA |
Yamaha |
46 |
75 |
John
Samways |
USA |
Yamaha |
1 |
|
36 |
Larry Shorts |
USA |
Honda |
46 |
76 |
David
Schlosser |
USA |
Yamaha |
1 |
|
37 |
Gina Bovaird |
USA |
Yamaha |
46 |
77 |
John
Bettencourt |
USA |
Yamaha |
1 |
|
38 |
Rueben McMurter |
Canada |
Kawasaki |
46 |
78 |
Martin
Morrison |
USA |
Yamaha |
1 |
|
39 |
Frits van der Veen |
Canada |
Yamaha |
45 |
79 |
Gil
Martin |
USA |
Yamaha |
niet
gestart |
|
40 |
Errol Tenpow |
Canada |
Yamaha |
43 |
80 |
Steve
Gervais |
Canada |
Yamaha |
niet gestart |
|

|
|

Superbikerace
De
superbikerace, die door velen als het meest spectaculaire en sensationele
onderdeel van de 'speedweek' wordt beschouwd, heeft in Daytona alle
verwachtingen volop waargemaakt. Deze klasse, die wordt gekenmerkt door
een handjevol toprijders, direct gesteund door Suzuki, Honda en Kawasaki,
laat de toeschouwers zien wat je allemaal met een zeer ver opgevoerde
straatfiets op slickbanden kan doen en dat is onvoorstelbaar veel. In de
training werd al duidelijk, dat er een close race verwacht mocht worden,
want Greame Crosby, de winnaar van vorig jaar, maakte ondanks een klein
schuivertje een tijd die op de duizendste seconde overeen kwam met die van
zijn Yoshimura-Suzuki teamgenoot Wes Cooley, de man die onder protest van
Kawasaki de Amerikaanse titel in 1980 van Eddie Lawson afsnoepte. 'Fast
Freddie' Spencer volgde dit duo met de derde tijd voor Eddie Lawson en
Wayne Gardner, de talentvolle Australiër en winnaar van de Castrol zes
uren race, die werd ingeschreven door Moriwaki-Kawasaki.
 |
 |
|
De
Honda van Freddie Spencer vat vlam. |
Direct
na de start namen de Suzuki-boys Crosby en Cooley de Honda-topman Spencer
in de sandwich en gedrieën liepen ze weg van Lawson, wiens Kawa duidelijk
vermogen tekort kwam. Zelfs bij het uitkomen van lange bochten klommen de
huilende viercilinders makkelijk in de ketting en op het bochtige
binnenterrein hingen de coureurs naast hun machines met de verplicht
voorgeschreven hoge sturen, die het geheel een rodeo-achtig uiterlijk
gaven. Als aan een touwtje bleven de drie matadoren bij elkaar en
halverwege de wedstrijd zou daar verandering in kunnen komen tijdens de
tankstops of liever daarna. Spencer schoot als eerste de pitstraat in,
maar hij bleef opvallend lang weg. Wat was er gebeurd? Na het tanken vloog
de motor in brand en hoewel de Honda pitcrew met doeken de vuurzee tot
bedaren bracht, verloor Freddie kostbare seconden. Croz en Wes brachten
hun fietsen tegelijk in de pits en vertrokken zoals ze binnengekomen
waren: naast elkaar. Met een duidelijke voorsprong op Spencer begon men
aan de laatste fase van de race, die van de banden, motoren en coureurs het uiterste vergde. Met een
ongehoord hoog snelheidsverschil
vlogen Cooley en Crosby links en rechts tussen de achterblijvers door en
als het even kon passeerden ze elkaar ook nog. Terwijl Lawson zijn vierde
plaats met olielekkage moest prijsgeven aan Gardner, nam Cooley, met nog
drie ronden te gaan, de leiding van Crosby over en in deze posities
begonnen de blauwwitte Suzuki's hun laatste omloop. Met een plukje
achterblijvers in de kombaan bleek de finish niet eenvoudig, doch met een
verschil van minder dan een seconde ging de eer naar Wes, die zijn geluk
in victory-lane niet op kon en vertelde, dat hij eigenlijk als tweede man aan de laatste ronde wou beginnen om bij de
streep toe te slaan. Ach, zo ging het ook en de blonde
rijder uit Santa Ana had het wedstrijdrecord met niet minder dan
anderhalve minuut naar beneden gehaald.
|
UITSLAG
DAYTONA 6e Superbike productierace 1981 |

|
|

|
| |
Rijder |
Land |
Merk |
Aantal
ronden |
| 1 |
Wes
Cooley |
USA |
Suzuki |
26 |
| 2 |
Graeme
Crosby |
Nieuw-Zeeland |
Suzuki |
26 |
| 3 |
Freddie
Spencer |
USA |
Honda |
26 |
| 4 |
Wayne
Gardner |
Australië |
Kawasaki |
26 |
| 5 |
Michael
Spencer |
USA |
Honda |
26 |
| 6 |
Lang
Hindle |
USA |
Kawasaki |
25 |
| 7 |
Richard
Chambers |
USA |
Kawasaki |
24 |
| 8 |
David
Cheek |
USA |
Suzuki |
24 |
| 9 |
Kirk
Guay |
USA |
Suzuki |
24 |
| 10 |
Kurt
Liebman |
USA |
Honda |
24 |
Superbike
productie klasse, Graeme Crosby voor Eddie Lawson en Wes Cooley |
| 26 |
Randy
Renfrow |
USA |
Kawasaki |
22 |
|
| 30 |
Eddie
Lawson |
USA |
Kawasaki |
21 |
| 43 |
Reuben
McMurter |
USA |
Kawasaki |
7 |
| 48 |
David
Emde |
USA |
Kawasaki |
3 |
| 49 |
James
Adamo |
USA |
Ducati |
3 |
 |
 |
 |
 |
|
Wes Cooley
|
Superbike
Freddie Spencer voor Graeme Crosby |
Eddie Lawson
|
 |
 |
 |
|
|
Winnaar
Superbike Wes Cooley (34) , 19. Freddie Spencer (3e), 21. Eddie
Lawson, 316. Graeme Crosby (2e) |
Winnaar
100 miles race 250cc, Eddie Lawson (21) |
|

|
 |
 |
 |
|
Winnaar
Superbike Daytona 1981, Wes Cooley en nummer 2 Graeme
Crosby |
nummer
3, Freddie Spencer |
250cc
100 mijls race
De internationale 250cc race, die traditiegetrouw op
zaterdagmorgen werd verreden moest uitsluitsel brengen of de jonge Jim
Filice (die zijn vierde wegrace reed!) de protégee van Kenny Roberts en
Mert Lawwill, met zijn uiterst snelle productie-Yamaha, was opgewassen
tegen de Kawasaki's van de meer ervaren Eddie Lawson en uiteraard
wereldkampioen Toni Mang. Beide rijders uit het groene kamp traden aan
de start met een motor met aparte cilinders, zoals die vorig jaar door
Kork Ballington werd benut, ofschoon Eddie een ouder rijwielgedeelte tot
zijn beschikking had. Lawson, uiteraard gebrand op de overwinning nadat
hij in de Superbike race geen rol van betekenis had kunnen spelen, nam
bij de koppelingstart direct de leiding en sloeg een gat van meer dan
een seconde op Filice, terwijl Mang slecht weg kwam en enigszins
opgesloten raakte tussen de meute waaronder de Amerikaanse top en een
driemansteam uit Engeland op Armstrong machines (een Rotax blok in een
CCMframe) met Jeff Sayle, Steve Tonkin en Clive Horton, die deze
fietsen dit jaar ook in de GP's gaan inzetten. Lawson, die vorig jaar
zowel Mang als Spencer pas op de streep middels een foto-finish had
verslagen, wist een kleine voorsprong op de blauwgrijze Yamaha van
Filice vast te houden, terwijl Mang doorstootte naar de derde plaats
maar wel tegen een flinke achterstand aankeek. Achter de Duitser knokte
een groep van maar liefst acht rijders en het was een magnifiek gezicht
hoe zij als vliegen tegen de kombaan plakten en uit elkaars slipstream
schoten om een mannetje te pakken alvorens het binnencircuit op te gaan.
In de vijftiende van de in totaal 26 ronden had de kleine
Jimmy het gat met Lawson gedicht en kon hij zelfs de leiding overnemen,
met de groene Kawa letterlijk in het kielzog. De race naderde nu het
beslissende stadium, want nadat de koppositie nog een keer van eigenaar
wisselde ging het duo eendrachtig aan de laatste twee ronden beginnen.
Terwijl het hele veld van achterblijvers nog een belangrijke rol kon
gaan spelen. Bovendien was het maar de vraag of de benzinevoorraad
toereikend was voor de kritieke afstand van 161 km.
In de laatste ronde bleek de ervaring van Lawson de doorslag
te geven, want hij bleek sneller en gewiekster bij het inhalen van de
achterblijvers en toen hij als kopman voor de laatste keer de kombaan op
reed was de afstand te groot voor Filice om het in de laatste kilometers
nog goed te maken en moest hij genoegen nemen met een nog altijd
fantastische tweede plaats. De achttien jaar jonge Jimmy zal dit jaar
samen met teamgenoot Mike Kidd een gooi doen naar het AMA kampioenschap
zodat de kans niet erg groot is dat we hem spoedig in Europa in actie
zullen zien, hoewel men probeert om hem voor een of meer races naar
Engeland te krijgen, waar een serie wedstrijden met Yamaha RD 350 LC
motoren wordt georganiseerd. Maak de borst in Europa maar nat als dit
mannetje GP's gaat rijden. Zijn talent is angstwekkend groot. Toni Mang
kwam als derde over de streep en de Duitser, die door de fameuze
omroeper 'Roxy Rockwood' als Europa's nummer één werd betiteld had het
weer net niet gemaakt in Daytona. De zege die hij zo graag aan zijn toch
al behoorlijke lijst had willen toevoegen, kon hij niet bevechten omdat
een losse achteras zijn Kawa slecht en in de slotfase zelfs bijna
onbestuurbaar maakte. De vierde plek werd op de finishlijn ingepikt door
Craig Morris, die Jeff Sayle verschalkte. Eerder was de snelle Belg
Didier de Radiguès over een olievlek geslipt en dat kostte hem een
zekere vierde plaats.
 |
 |
|
250cc Eddie Lawson, op jacht naar Jim Filice |
Winnaar
250cc 100 mijlsrace, Eddie Lawson, feliciteerd de nog jongere
Jim Filice met zijn 2e plaats. |
 |
|
Winnaar
250cc 100 mijlsrace, Eddie Lawson, op zijn 19e verjaardag. |
|
UITSLAG DAYTONA
19e 100 mile expert 250cc 1981 |

|
|
Anton Mang
|
| |
Rijder |
Land |
Aantal
ronden |
|
1 |
Eddie
Lawson |
USA |
26 |
|
2 |
Jim
Filice |
USA |
26 |
|
3 |
Anton
Mang |
West-Duitsland |
26 |
|
4 |
W.
Craig Morris |
USA |
26 |
|
5 |
Jeff
Sayle |
Australië |
26 |
|
6 |
John
Long |
USA |
26 |
|
7 |
Eduardo
Aleman |
Venezuela |
26 |
|
8 |
Bruce
Maus |
USA |
26 |
|
9 |
Stephen
Baron |
USA |
26 |
|
10 |
Alejandro
Aleman |
Venezuela |
25 |
Winnaar
Eddie Lawson krijgt de kussen, Anton Mang (l) & Jim Filice (r)
kijken toe. |
|
14 |
Didier
de Radiguès |
België |
25 |
|
|
36 |
Martin
Wimmer |
West-Duitsland |
23 |
 |
|
Ook
dit was/is Daytona |

|