Home Jack Middelburg Guestbook GP-races Daytona Toon Kannekens Diverse

 

1978, programma

 

 

Deelnemers 37th Daytona 200. In het rood de trainingsplaats, alleen de eerste 80 krijgen een start.

2. Kenny Roberts (USA) 1e 3. Gene Romero (USA) 11e 5. Gary Scott (USA) 24e 6. Erik Buell (USA) 17e
7. Gill Martin (USA) 43e 9. Gary Nixon (USA) 15e 10. Dave Aldana (USA) 7e 11. Steve Eklund (USA) 23e
13. Jessie Byars (USA) 31e 15. Kurt Liebmann (USA) 73e 18. Conrad Urbanowski (USA) 56e 25. Phil McDonald (USA) 34e
26. Randy Mamola (USA) 22e 27. Skip Aksland (USA) 4e 30. Dale Singleton (USA) 5e 32. Steve Baker (USA) 3e
33. Gregg Bonelli (USA) 66e 34. Wes Cooley (USA) 14e 36. John Long (USA) 10e 37. James Allen (CAN) 12e
40. Ron Mass (USA) 29e 41. Kurt Lenz (USA) 36e 42. Steve Morehead (USA) 19e 43. Mike Baldwin (USA) 6e
45. Kent Rockwell (USA)   47. Harry Cone (USA) 26e 48. Richard Schlachter  32e 49. Alan Barbic (USA) 20e
52. Bruce Hammer (USA) 21e 55. Hap Eaton (USA) 72e 56. David Emde (USA) 9e 61. Robert Wakefield (USA) 45e
63. Gary Blackman (USA) 41e 64. Avrum Gudelsky (USA) 49e 65. Rudy Galindo (USA) 74e 68. Al Philips (USA)  
74. Ted Henter (USA) 38e 75. Kevin Stafford (USA) 30e 76. Richard Chambers (USA) 46e 78. John Fuchs (USA) 39e
80. Ken Botham (CAN)   81. Jerry Cheney (USA)   83. Steve McLaughlin (USA) 25e 84. Dick Kilgroe (USA)  
85. Mark Leslie (USA)   86. Torello Tacchi (USA) 75e 87. Harry Klinzmann (USA) 50e 88. Roberto Pietri (USA) 44e
89. Mike Baeder (USA) 71e 93. Hurley Wilvert jr. (USA)   97. Ron Pierce (USA) 8e 98. Frits v/d Veen (CAN) 63e
101. Hal Coleman (USA) 62e 105. John Clark (USA) 33e 117. Frank Mrazek (CAN) 48e 120. Henry DeGouw (USA) 37e
123. Stan Friduss (USA)   133. Dan Sorensen (CAN)   141. John Samways (USA) 52e 146. Bruce Lind (USA) 35e
158. Bruce Maus (USA) 67e 161. Will Harding (USA)   167. James Metrando (USA)   168. William Betz (USA) 68e
175. Jim Dunn (USA) 61e 184. Steven Pearce (CAN)   192. David Schlosser (USA)   197. Burns Moore (USA) 77e
236. Dwight Lyon jr. (USA) 47e 258. William Brown (USA)   302. Gregg Hansford (AUS) 16e 303. Patrick Pons (F)  
305. Johnny Cecotto (Ven) 2e 306. Werner Nenning (A)   310. Izumi Sugimoto (J)   312. Gerhard Vogt (D) 64e
313. Joey Dunlop (N-Ier) 40e 317. Jack Buytaert (B)   318. Gérard Melly (CH)   323. Barry Woodland (GB) 59e
325. Ron Bron 28e 327. Boet van Dulmen 27e 329. Steven Michel (B) 55e 335. Michel Frutschi (CH) 42e
338. Tom Herron (N-Ier)   339. Sandy Cowan (CAN) 65e 342. John Eastveld (CAN) 69e 348. Christian Sarron (F)  
351. Christian Le Liard (F)   355. Michael Trimby (GB) 53e 359. Sadao Asami (J) 13e 368. Bernard Fau (F)  
369. Jack Middelburg 18e 374. Malcolm McPherson (CAN)   382. Mike Duncan (CAN) 58e 383. Jannes van 't Ende   
389. James Gervais (CAN) 51e 392. Alain Vail (F)  

Totaal 98 deelnemers aan de kwalificaties tegen 117 in 1977. 

                               

Ook dit seizoen (1978) werd dus weer geopend met de spectaculaire 200 miles races op Daytona Beach in Amerika. In tegenstelling tot vorig jaar telde Daytona niet meer mee voor het F750 wereldkampioenschap, dit betekende dat diverse Europese toppers de race aan zich voorbij lieten gaan. Ook werd de 200 mijler weer in één stuk verreden en niet zoals in 1977 in twee manches (werd er uiteindelijk één, door regenoverlast). Het opdelen in twee manches was gedaan vanwege de bandenproblemen. Nu was er echter de nieuwe regel dat er restrictors (soort snelheidsbegrenzer in de carburateur) gemonteerd moesten worden. Deze regel diende twee doelen. Eerst, zouden deze restrictors, theoretisch, de machines vertragen en zouden hierdoor de bandenproblemen verminderen. Het andere doel was een paar andere merken terug in de race te brengen, aangezien het nu een Yamaha show was. Het Nederlandse Daytona-team bestond dit jaar uit: Jack Middelburg, Rob Bron en Boet van Dulmen. Marcel Ankoné was inmiddels, teleurgesteld in zijn afgelopen seizoen, gestopt met de wegracerij. Tijdens de trainingen liep het loopvlak van Jack zijn achterwiel eraf en dit gebeurde precies op het moment dat hij in de beroemde kombaan, deze had een hellingspercentage van 31%, hing. In de volgende training trokken zijn voorremschijven krom, dit door de enorme warmteontwikkeling bij het afremmen. Dit gebeurde ook met een tweede stel schijven. Al met al geen prettig idee als je met die enorme snelheden je rondjes zit te rijden. Het tijdrijden werd over twee dagen verspreid. Jack reed de eerste dag naar een keurige 13e plaats. De tweede dag stond er in tegenstelling tot de eerste vrijwel geen wind en vijf coureurs doken onder de tijd van Jack, die die dag niet meer mocht rijden. Hij mocht echter met zijn 18e tijd wel in de eerste startgroep vertrekken. Tijdens de race reed Jack gestaag naar voren en in de 10e ronde had hij de 10e plaats te pakken. Tot hij bij het uitkomen van de kombaan van voren een klapband kreeg, en dit met een snelheid van dik 250 km/p.u.! Wonder boven wonder kwam hij daarbij niet ten val, maar een zekere plaats bij de eerste 10 was helaas verloren gegaan. Ook dit jaar bracht Daytona hem dus geen geluk. 

 

Steve Baker ging dit jaar, 1978, voor een soort race-unicum zorgen. Hij had voor Daytona van Yamaha Motor Canada een fabrieks-Yamaha gekregen. Knecht van twee meesters? "Ach, ik ga dit jaar voor het Nava-Olio Fiatteam in de 500cc en de 750cc klasse rijden. En dat team is mijn meester, als je het zo noemen wilt. Dat ik via hun en mijn connecties fabrieksmachines van zowel Suzuki als Yamaha kan krijgen, is natuurlijk prachtig. Maar ik sta bij geen van beide fabrieken onder contract. Natuurlijk zouden ze bij Suzuki liever zien dat ik ook in de 750cc-klasse op hun merk zou rijden, maar ze hebben gewoon geen goede machine voor dat werk." Overigens kreeg Steve de fabrieks-Yamaha alleen maar voor Daytona; de rest van het seizoen zou hij het op een standaard Yamaha moeten doen (dit werd uiteindelijk een standaard Suzuki). Maar met zijn uitstekende technische kennis en de hulp van zijn Amerikaanse monteur Waldo Wilcox, moest hij in staat zijn z'n wereldtitel goed te verdedigen. Helaas voor Steve, zou de titel dit jaar niet naar hem maar naar Johnny Cecotto gaan. De kampioen van de F750 in 1977 en de nummer twee in het WK 500cc raakte uiteindelijk aan het eind van dat seizoen, 1978, zwaar gewond tijdens een ongeval in Mosport, Canada. Die crash leverde hem een gebroken arm en verbrijzelde linkerbeen op. Het been verbrijzelde hij voor de derde keer en spoedig daarna, besliste Baker om zich uit het racen terug te trekken. Na zijn carrière bleef Baker betrokken bij het motorrijden. Hij kocht nl. een motorzaak in zijn geboorteplaats, Bellingham, Washington

STARTOPSTELLING 200 MILER

 
1e Kenny Roberts 2.05.21
2e Johnny Cecotto 2.06.15
3e Steve Baker 2.06.49
4e Skip Aksland 2.06.76
5e Dale Singleton 2.08.14
6e Michael Baldwin 2.09.67
7e Dave Aldana 2.10.04
8e Ron Pierce 2.10.30
9e David Emde 2.10.69
10e John Long 2.10.98
11e Gene Romero 2.11.78
12e James Allen 2.11.85
13e Sadao Asami 2.11.95
14e Wes Cooley 2.12.29
15e Gary Nixon 2.12.65
16e Gregg Hansford 2.12.81
17e Erik Buell 2.13.01
18e Jack Middelburg 2.13.29
19e Steve Morehead 2.13.38
20e Allan Barbie 2.14.01
27e Boet van Dulmen 2.15.25
28e Rob Bron 2.15.40

 

Gregg Hansford (#302), Richard Chambers (#76), Gary Nixon (#9), John Long (#36), Randy Mamola (#26)

 

Gregg Hansford aan de start

Mi(ke)chael Baldwin

Daytona 1978 start met Dale Singleton (#30), John Long (#36), Steve Baker (#32),  Kenny Roberts (#2) vlak voor Skip Aksland, Gary Nixon (#9).

 

 Daytona 1978, Jack Middelburg (369) voor Boet van Dulmen (327) en Steve Eklund (11)

 

Start Daytona 200, met o.a. Steve Baker (#32), Steve McCaughlin (#83), Ron Pierce (#97), Sadao Asami (#359), Jack Middelburg (#369), Johnny Cecotto (#305) en Kenny Roberts (#2).

Eindelijk lukte het hem in Daytona, Kenny Roberts, hij had alles al gewonnen wat er te winnen viel in Amerika, behalve het belangrijkste wegrace-evenement, de Daytona 200. Pech of een andere topper (Agostini in 1974, Baker in 1977) waren hem net elke keer de baas en dat zes jaar op rij. De 250cc, 100 mijlsrace had hij wel al gewonnen, maar dat was niet waar het echt om ging in Daytona. Nu lukte het dan wel en hij liet zijn extra klasse zien door iedereen, inclusief nummer twee, Johnny Cecotto, op één ronde achterstand of meer te rijden. Even was er nog Steve Baker, de winnaar van vorig jaar geweest. Deze zette vanaf de 45e ronde een enorme eindspurt in en pakte elke ronde 2 seconden terug op Kenny, maar vier ronden voor het einde, toen het verschil nog vrij klein was tussen de twee Amerikanen, gaf de Yamaha van Steve er de brui aan. Terug naar de training: op de eerste trainingsdag toonden alle Hollanders zich zeer optimistisch. Rob Bron, Jack Middelburg en Boet van Dulmen draaiden hun trainingsronden zonder problemen. Tenminste, tot de laatste training, want toen werd Jack onaangenaam verrast door een achterband die er de brui aan gaf. Dit gebeurde midden in de kombaan, oftewel op het snelste deel van de baan. Nadat hij gestopt was, na heel wat geslinger, bleek het loopvlak gedeeltelijk weg te zijn, de halve band was weg! Bandenproblemen zouden die week nog meermalen de kop opsteken. Degene die hier het grootste slachtoffer van werd, was de Canadees Malcolm McPherson. Hier lag het niet aan de band, maar aan zijn monteur, deze had het voorspatbord vervangen en hiervoor klinknagels gebruikt. Deze waren echter zolang dat ze de band raakten, door de snelheid zet de band nl. op. Malcolm kwam tijdens de training op dinsdag hierdoor zwaar ten val en werd zwaar gewond naar het ziekenhuis afgevoerd. Officieus liet Boet een trainingstijd van 2.14 noteren en Jack was nog sneller met 2.13.5, maar had veel meer problemen. Door de enorme warmte-ontwikkeling bij het afremmen, van de hoge snelheden die in Daytona bereikt worden, trokken de beide voorschijven van Jack's Yamaha krom. Een van de schijven vertoonde zelfs een scheur. Ook een tweede set schijven vertoonden na een paar snelle ronden dezelfde problemen. Rob Bron, die in het verleden meerdere malen heeft laten zien dat hij weet hoe je een Yamaha op moet voeren, draaide met een officieuze tijd van 2.12 de snelste ronde in het Nederlandse kamp. Boze tongen fluisterden, dat Rob zijn motor niet had voorzien van de vermogenbeperkende restrictors en de besnorde Mokummer reageerde: "Natuurlijk heb ik die dingen er niet inzitten. Da's nergens goed voor!" Boet reageerde eveneens: "Nee hoor, die Bron heeft er niets ingestopt. Hij komt iedere hoek uit met het voorwiel in de lucht en dat doet zo'n ding echt niet met restrictors". Beide heren lieten echter duidelijk merken, dat ze wel een verslaggever in de maling wilden nemen, maar niet de AMA-officials. Met andere woorden: Bron's machine voldeed wel aan de eisen, maar was gewoon erg snel gemaakt. Met restrictors! Maar kennelijk was Rob's aandacht voor het motorblok ten koste gegaan van de preparatie van het rijwielgedeelte, want tijdens de laatste training op dinsdag brak één van de zelf gemaakte clip-ons bij het stuur af. Een val was het onvermijdelijk gevolg, maar gelukkig was de schade beperkt en na de vrije woensdag, waarop geen trainingen plaats vonden, was Bron donderdagmorgen weer van de partij. Hij had echter niet zo hard hoeven te werken, want  van rijden kwam er die dag niets. Het water viel met bakken uit de hemel. Op vrijdag, de dag waarop de kwalificatieritten voor de startopstelling zouden plaats vinden, was het gelukkig droog, maar een harde wind bezorgde de rijders nogal wat problemen. Niet alleen werden de topsnelheden door de tegenwind in de kombaan gedrukt, maar ook het stuurwerk werd er niet gemakkelijker door. Kenny Roberts, die zoals gewoonlijk in een perfecte stijl rondcirkelde, toonde zich met een tijd van 2.05,21 de snelste, op bijna een volle seconde gevolgd door tweede man, Johnny Cecotto, die 2.06,15 op de klokken bracht. Snelste Nederlander was Jack Middelburg, die met 2.13,29 de dertiende plaats bezette, terwijl Boet en Rob met respectievelijk 2.15,25 en 2.15,40 achttiende en negentiende waren. Dat veranderde echter toen degenen, die vrijdag geen kwalificatie hadden kunnen rijden, op zaterdag alsnog gelegenheid kregen. De wind was nu geheel afwezig en dat leverde ruw geschat een seconde winst op. Door de betere tijden van de zaterdagrijders vond er een verschuiving in de posities plaats. Een vijftal renners wist zich alsnog voor Jack Middelburg te plaatsen, zodat die van de dertiende naar de achttiende plaats verhuisde. "Jammer dat ik ook niet vandaag nog een keer kon tijdrijden", aldus Jack, "maar ja, dan was ik waarschijnlijk weer dertiende geworden en ik vind het helemaal niet jammer, dat ik die plaats kwijt ben. Dertien vind ik zo'n raar getal. Ik ben echt niet bijgelovig, maar dat zag ik toch niet zitten!" Boet verhuisde van de 18e naar de 28e plaats. Zowel Boet als Jack hadden in de trainingen ook veel last van de aluminium kopbouten, die afbraken als luciferhoutjes. De bandenstrijd (zoals altijd in Daytona) was een grote teleurstelling voor Dunlop, geen van de toppers zou op het Britse merk starten, terwijl ze nog wel zoveel geld in de ontwikkeling had gestoken de afgelopen winter. Gary Nixon en Dale Singleton hadden ook divers testwerk voor de fabriek uit Birmingham gedaan, maar Nixon koos zelf voor Michelin. Evenals Jack, Boet en Johnny Cecotto, de rest van de toppers stond op Goodyearbanden.

wpe14.jpg (15477 bytes) wpe17.jpg (16554 bytes) wpe19.jpg (13357 bytes) Dayton38.jpg (12912 bytes)

Johnny Cecotto voor Skip Aksland 

Gregg Hansford voor Sadao Asami en Gene Romero

250cc: Randy Mamola voor Toni Mang

Johnny Cecotto, Ron Pierce & Gary Nixon

Sleutelbeen

Rob Bron zal deze zaterdag waarschijnlijk zo vlug mogelijk willen vergeten. Hij vertrok 's morgens vroeg voor een paar trainingsronden, maar ter hoogte van de chicane liep de motor plotseling vast. Rob kwam ten val toen de snelheid nog maar een kilometer of tien bedroeg, maar hij kwam zo ongelukkig terecht, dat hij zijn sleutelbeen op niet minder dan 3 plaatsen brak. In plaats van met de 200 mijlsrace, maakte Rob kennis met het ziekenhuis van Daytona. Niet helemaal wat hij er van verwacht had dus. Rob vloog maandag na de race direct terug naar België, waar hij zich meldde bij dr. Derweduwen.

Vierde startrij voor Jack

wpe16.jpg (15467 bytes)

Sadao Asami (#359) en Steve Eklund.

wpe18.jpg (41256 bytes)

Pitsstop Skip Aksland.

Bij de start stond Jack Middelburg op de vierde startrij, waar ook Gregg Hansford vertoefde. Twee rijen verder naar achteren, op de 6e startrij dus, stond Boet van Dulmen. Beiden dus in de eerste startgroep van 30 man van de totaal drie startgroepen van 80 coureurs. Na het vallen van de startvlag bleek Kenny Roberts het snelst in de spurt naar bocht nummer één, richting binnencircuit. Bij de eerste doorkomst luidde de volgorde: Kenny Roberts, Steve Baker, Skip Aksland, Johnny Cecotto en Ron Pierce. Jack en Boet volgden met een groepje andere rijders op niet al te grote afstand. Het was jammer voor de toeschouwers, maar hierin zou de eerste twintig ronden geen verandering meer komen. Het publiek kwam echter op een andere manier aan haar trekken, want in de tweede ronde zorgde Jessie Byars voor vuurwerk toen hij op de hairpin in het binnenste deel van het circuit kwam aanstuiven met vlammetjes die om zijn zitvlak waaierden. Jessie parkeerde zijn machine tegen de strobalen en maakte dat hij wegkwam. Dat was maar goed ook, want enkele seconden later explodeerde de benzinetank, en ging de fiets in vlammen op en uiteraard ook de strobalen. Het duurde maar liefst 9 minuten eer de eerste brandblusser op het vuur werd gericht. Tussen haakjes, Jessies rijnummer was 13… Al na drie ronden begon Kenny Roberts de eerste achterblijvers te lappen, waardoor het wedstrijdverloop er niet bepaald overzichtelijker op werd. Jack Middelburg bezette op dat moment de tiende plaats en Boet volgde in Jack's kielzog. Aan deze veelbelovende situatie kwam echter in de 11e ronde een abrupt einde toen Jack een klapper kreeg van zijn voorband. "Een ronde eerder voelde ik al dat het voorwiel onbalans vertoonde. Ik dacht eigenlijk dat het balanceerlood weg was, maar in werkelijkheid was ik een halve meter loopvlak kwijt", aldus Jack. Dat bleek dan ook wel toen de voorband een ronde later ineens plat ging, juist bij het uitkomen van de kombaan. Wonder boven wonder kwam Jack daarbij niet ten val! Hij had het aan zijn koelbloedigheid en stuurmanskunsten te danken dat hij er zo vanaf was gekomen, vooral gezien de snelheid op dat punt van meer dan 250 km/u. Ook mocht hij de vijf coureurs die achter hem zaten dankbaar zijn, dat ze hem wisten te ontwijken. De Nederlandse afvaardiging had dus bepaald geen gebrek aan pech. Na Rob Bron's sleutelbeenbreuk en Jack's twee uit elkaar geklapte banden, bleef alleen Boet nog over om de eer te redden en gelukkig bleef Van Dulmen gevrijwaard van de problemen, waardoor Jack en Rob voortijdig werden uitgeschakeld. Toen Boet in de 14e ronde na zijn eerste, slechts 6 seconden durende tankstop weer in de baan kwam, bezette hij nog altijd de elfde plaats. De volgorde in de race op dat moment was: 1. Roberts, 2. Baker, 3. Aksland, 4. Cecotto, 5. Pierce, 6. Hansford, 7. Asami, 8. Romero, 9. Cone, 10. Cooley en 11. Van Dulmen. 

Gene Romero (#3), winnaar van 1975, in 1979 op weg naar een 8e plaats, gevolgd door John Long (20e).

Boet worstelde zich langzaam, maar zeker naar voren en na de tweede tankstop, die uitliep tot 10 seconden omdat een nerveuze Michelin-man nog niet klaar was met het inspecteren van de voorband, draaide Boet als achtste vlak achter Gene Romero de baan weer op. Romero's motor verloor echter vermogen, zodat Boet gemakkelijk kon opklimmen naar de zevende plaats achter Gregg Hansford, zo'n beetje de enige niet Yamaharijder. Het zag er evenwel niet naar uit, dat er nog meer winst zou kunnen worden behaald, want de mannen voor Den Boet draaiden met de regelmaat van een klok hun rondjes en de tussenafstanden waren enorm. Er was echter één uitzondering. Steve Baker had al die tijd kans gezien om Kenny Roberts in het oog te houden en na zijn tweede pitstop zette Stevie alles op alles. Omstreeks de 45e ronde had hij de slag goed te pakken en hij liep niet minder dan 2 seconden per ronde in op de duidelijk op safe rijdende Roberts. Baker vergde echter te veel van zijn Yamaha en in de 48e ronde begaf een krukaslager het. Roberts kwam hierdoor helemaal vrij te rijden, tenminste in theorie. Want op de baan reed hij pal achter Cecotto, die op zijn beurt weer Gregg Hansford voor zich had. Met nog twee ronden te gaan zette Roberts de aanval op Cecotto in en hoewel deze er absoluut niets voor voelde om gelapt te worden, had hij tegen Kenny's meesterschap geen verweer. Kenny Roberts, de man die nog nooit de 200 Mijler had gewonnen, ging over de finish met een voorsprong van een hele ronde plus 5 seconden op Johnny Cecotto. Ook Skip Aksland en Ron Pierce, die als derde en vierde over de streep kwamen, voltooiden evenals Cecotto 51 van de in totaal 52 ronden. De rest van het veld werd op twee of meer ronden achterstand gereden door Roberts. Gregg Hansford werd vijfde en de zesde plaats was voor Boet van Dulmen, die zijn zeer regelmatig gereden wedstrijd niet alleen beloond zag met de hoogste klassering die ooit door een Nederlander op Daytona werd behaald, maar die tevens als eerste privé-rijder finishte achter de fabrieksmachines van Roberts, Cecotto en Hansford en de semi-fabrieksmachines van Aksland (Carruthers Yamaha) en Pierce (Bob Work Yamaha). Na afloop van de race diende Gene Romero, die achter Boet en de Japanner Asami de achtste positie had toe bedeeld gekregen, een protest in omdat hij meende recht te hebben op Boet's zesde plaats. Boet wist na de twee uur durende uitputtingsslag zelf niet precies te zeggen of Romero's protest terecht of ten onrechte was. Hij meende weliswaar Romero achter zich te hebben gelaten, maar door de tankstops was de rangorde enigszins onoverzichtelijk geworden. De wedstrijdleiding wist het echter wel: twee uur na het vallen van de finishvlag  maakte zij bekend "de zesde plaats is voor Mister Van Dulmen". Zonde voor "onze" Jack, want hij had laten zien dat hij zeker bij de eerste vijf had kunnen eindigen!

Uitslag Daytona 200; 1. Kenny Roberts, USA, Yamaha, 1.51.24,7 = 174 km/uur (nieuw record);. 2. Johnny Cecotto, VZ, Yamaha, op 1 ronde; 3. Skip Aksland, USA, Yamaha; 4. Ron Pierce, CAN, Yamaha; 5. Gregg Hansford, AUS, Kawasaki, op 2 ronden; 6. Boet van Dulmen, NL, Yamaha; 7. Sadao Asami, JAP, Yamaha; 8. Gene Romero, USA, Yamaha; 9. Gary Scott, USA, Yamaha; 10. Dave Aldana, USA, Yamaha; 11. Robert Wakefield, USA, Yamaha, op 3 ronden; 12. Bruce Lind, USA, Yamaha; 13. Richard Chambers, USA, Yamaha; 14. Phil McDonald, USA, Yamaha; 15. Hap Eaton, USA, Yamaha; 16. Richard Schlachter, Yamaha; 17. James Gervais, Yamaha; 18. Harry Klinzmann, Yamaha; 19. Conrad Urbanowski, Yamaha; 20. John long, Yamaha.

Prijzengeld: Kenny Roberts, $ 14.020; 2. Johnny Cecotto, $ 8200,-; 3. Skip Aksland, $ 5575,-; 4. Pierce, $ 4625,-; 5. Gregg Hansford, $ 3890,-; 6. Boet van Dulmen, $ 3150,-; 7. Sadao Asami, $ 2885,-; 8. Gene Romero, $ 2545,-; 9. Gary Scott, $ 2280,-; 10. Dave Aldana, $ 2080,-.

 

 

Top tuner en ex-topcoureur  Kel Carruthers en zijn pupil Kenny Roberts

Kel Carruthers tuner van Roberts hier nog zorgelijk kijkend. Jack Middelburg Boet van Dulmen

 

Een jonge Amerikaanse coureur met een bleek, ingevallen smoeltje en korte, achterovergekamde haren merkte op: '"Agostini heeft niet gewonnen; hij is alleen maar eerste geworden. En dat heeft hij niet te danken aan zijn kwaliteiten, maar aan mijn pech!". Het knulletje dat zich met deze uitermate verwaande uitspraak de woede van vrijwel elke Europeaan op de hals haalde, heette Kenny Roberts. Goed, die knaap van Roberts scheen inderdaad redelijk goed te kunnen motorrijden, maar wie was hij om zichzelf beter te achten dan ons aller Ago? We weten het nu. Sedert die eigenwijze opmerking in 1974 heeft Kenny getoond dat hij niet alleen met de mond, maar ook met het gashandle uitstekend overweg kan. Een Daytona-overwinning zat er echter nooit in; na Agostini werden ook Gene Romero, Johnny Cecotto en Steve Baker eerste "dankzij de pech van Roberts". En toen, op 12 maart 1978, kwam er een eind aan die pech. Kenny Roberts, die na zijn twee Amerikaanse "Grand National"-kampioenschappen een begrip is en dan ook kortweg "KR" genoemd wordt, nam direkt bij de start van de 37e Daytonarace de kop in handen en reed moeiteloos naar de overwinning. Steve Baker, die vorig jaar deze wedstrijd won en die algemeen wordt beschouwd als de beste USA-coureur na Roberts, bezette 47 van de 52 ronden de tweede plaats maar blies zijn motor op in zijn poging om dichterbij Roberts te komen. Door Stevie's uitvallen kwam de tweede plaats in handen van Johnny Cecotto, de winnaar van 1976. Maar hoewel over het algemeen de tweede man in een race de koploper achtervolgt, was het ditmaal juist andersom. In de één na laatste ronde werd Cecotto gelapt, misschien wel voor de eerste keer in zijn carrière. En in de slotronde voegde KR aan zijn volle ronde voorsprong nog eens 5 seconden toe. Slechts éénmaal eerder in de 37-jarige historie van de Daytona 200 presteerde een rijder het, al zijn mededingers te lappen. Bovendien vestigde Roberts een nieuw wedstrijdrecord door 52 ronden lang met een gemiddelde (!) snelheid van 174 km per uur rond te cirkelen.  

                                               

Totaaluitslag en trainingsposities DAYTONA 200 1978 

Kenny Roberts voor Steve Baker

  Start Rijder Land Merk   Start Rijder Land Merk
1. 1e Kenny Roberts USA Yamaha 35. 61e Steve Pears Canada Yamaha
2. 2e Johnny Cecotto Venezuela Yamaha 36. 67e Bruce Maus USA Yamaha
3. 4e Skip Aksland USA Yamaha 37. 66e Gregg Bonelli USA Yamaha
4. 8e Ron Pierce USA Yamaha 38. 21e Bruce Hammer USA Yamaha
5. 16e Gregg Hansford Australië Kawasaki 39. 55e Steve Michel België Yamaha
6. 27e Boet van Dulmen Nederland Yamaha 40. 52e John Samways USA Yamaha
7. 13e Sadao Asami Japan Yamaha 41. 37e Henry DeGouw USA Yamaha
8. 11e Gene Romero USA Yamaha 42. 75e Torello Tacchi USA Suzuki
9. 24e Gary Scott USA Yamaha 43. 23e Steve Eklund USA Yamaha
10. 7e Dave Aldana USA Yamaha 44. 9e Dave Emde USA Yamaha
11. 45e Robert Wakefield USA Yamaha 45. 17e Erik Buell USA Yamaha
12. 35e Bruce Lind USA Yamaha 46. 14e Wes Cooley USA Yamaha
13. 46e Richard Chambers USA Yamaha 47. 40e Joey Dunlop Noord-Ierland Yamaha
14. 34e Phil McDonald USA Yamaha 48. 20e Alan Barbic USA Yamaha
15. 72e Hap Eaton USA Yamaha 49. 43e Gill Martin USA Yamaha
16. 32e Richard Schlachter USA Yamaha 50. 69e John Eastveld Canada Ducati
17. 51e James Servais Canada Yamaha 51. 26e Harry Cone USA Yamaha
18. 50e Harry Klinzmann USA Yamaha 52. 65e Sandy Cowan Canada Yamaha
19. 56e Conrad Urbanowski USA Yamaha 53. 44e Roberto Pietri USA Yamaha
20. 10e John Long USA Yamaha 54. 62e Hal Coleman USA Yamaha
21. 58e Mike Duncan Canada Yamaha 55. 77e Burns Moore USA Yamaha
22. 3e Steve Baker USA Yamaha 56. 33e John Clark USA Yamaha
23. 42e Michel Frutschi Zwitserland Yamaha 57. 6e Mike Baldwin USA Yamaha
24. 59e Barry Woodland USA Yamaha 58. 18e Jack Middelburg Nederland Yamaha
25. 64e Gerhard Vogt Duitsland Yamaha 59. 49e Avrum Gudelsky USA Yamaha
26. 73e Kurt Liebmann USA Yamaha 60. 22e Randy Mamola USA Yamaha
27. 71e Mike Baeder USA Yamaha 61. 30e Kevin Stafford USA Yamaha
28. 38e Ted Henter USA Yamaha 62. 63e Frits v/d Veen Canada Yamaha
29. 39e John Fuchs USA Honda 63. 47e Dwight Lyon USA Yamaha
30. 53e Michael Trimby Engeland Yamaha 64. 41e Gary Blackman USA Yamaha
31. 19e Steve Morehead USA Yamaha 65. 15e Gary Nixon USA Yamaha
32. 5e Dale Singleton USA Yamaha 66 25e Steve McLaughlin USA Yamaha
33. 68e William Betz USA ?? 67. 48e Frank Mrazek Canada Yamaha
34. 74e Rudy Galindo USA Yamaha 68. 12e James Allen Canada Yamaha

 

Boet van Dulmen Johnny Cecotto voor Gary Scott
Kevin Stafford voor Randy Mamola

Kenny Roberts en Ron Pierce

,En die restrictors dan?", vraagt u. Tja. Het doel van de carburateur-restrictors, die dit jaar voor het eerst verplicht waren, was niet op de eerste plaats het drukken van de snelheden, al zou KR zonder die dingen ongetwijfeld nog sneller hebben gereden (of opnieuw met pech zijn uitgevallen), maar het heel houden van de banden. En in die opzet is men inderdaad geslaagd, al zal Jack Middelburg het daar beslist niet mee eens zijn. Een feit is in elk geval, dat de achterbanden van Roberts' en Cecotto's Yamaha's het best nog een paar ronden langer hadden kunnen volhouden. Dat bij Jack al op de eerste trainingsdag, toen er nog helemaal niet hard werd gereden, al na een ronde of tien het halve loopvlak van de achterband vloog, en dat op de wedstrijddag in de 11e ronde de voorband sneuvelde, kan dan ook geen gevolg zijn van teveel motorvermogen, maar stomweg van een productiefout. Overigens: hebt u wel eens eerder gehoord van een coureur die in een wedstrijd een klapband vóór kreeg en toch het zaakje overeind hield? "Als je maar niet gaat remmen, dan lukt het wel", vertelde Jack na afloop. Niet alleen Jack Middelburg, maar ook Boet van Dulmen, die het tijdens de eerste trainingsdagen rustig aan deed alvorens hij in de race zeer regelmatig als eerste Europeaan en beste privérijder de zesde plaats veroverde, maakte zich kopzorgen over zijn banden. "Die jongens van Goodyear zijn hier de hele winter hun nieuwe slicks aan het testen geweest", vertelde Boet's monteur vlak voor de start. "Hun banden zijn helemaal afgestemd op deze omstandigheden en deze baan. Als wij ook Goodyears hadden laten monteren, waren onze trainingstijden vast en zeker beter geweest dan ze nu zijn. Maar ja, deze race is 'n éénmalig gebeuren; hij telt niet meer mee voor het wereldkampioenschap. Het hele verdere seizoen moeten we het hebben van de Michelin-service. We moeten die mensen dus niet op hun tenen gaan staan; daarom rijdt Boet hier ook maar met Michelins." Jack reed overigens ook op de Michelins! De restrictors zorgden ook voor veel problemen. Veel pech was er voor Dave Aldana, evenals Kevin Stafford, gesponsord door Paul Dahmen, een Nederlander die 17 jaar geleden naar Amerika emigreerde en die nu in het Californische San Diego een motorzaak heeft naast die van Don Vesco. Paul, die tussen haakjes beter Nederlands spreekt dan sommige mensen die nauwelijks een week in de Verenigde Staten hebben doorgebracht, toonde zich zeer hulpvaardig en steunde de Nederlandse rijders met waardevolle afsteladviezen. Tegelijk met de GoodYear-testritten van de afgelopen winter vonden ook de restrictortests plaats. De AMA stelde in samenwerking met testrijder Kenny Roberts en tuner Kel Carruthers vast in welke mate de inlaatkanalen van de viercilinder Yamaha's geknepen moesten worden om het vermogen zover te beperken, dat de bandenproblemen van voorgaande jaren achterwege zouden blijven (weet u nog dat Cecotto in '76 won op een achterband die tot op het canvas was versleten, nadat KR met een lekke band was uitgevallen?). Het resultaat van die wintertests was niet alleen dat nu de banden heel bleven, maar ook dat Carruthers (en enkele anderen) hun motoren optimaal aan die restrictors hadden kunnen aanpassen. Conclusie: dat de restrictorbepaling een misgreep is geweest. Goed, de banden zijn dit jaar heel gebleven, maar het aantal vastlopers door afstellingsproblemen was formidabel.

100 Miler sensationeel

Start van de 250cc Gregg Hansford, voor o.a. Gary Nixon en Ron Pierce

 

                                   

Deelnemers met startnummer DAYTONA 100 mile expert 250cc 1978 

Startnr: Rijder Startnr: Rijder Startnr: Rijder
1   Jay Springsteen 98   Frits van der Veen 207   Miles Baldwin
9   Gary Nixon 99   Dan Warren 208   James Gervais
13   Jessie Byars 101   Hal Coleman 212   Francisco Fuentes
17   Hugh Humble 102   Clifton NG-A-Kien 216   John Bettencourt
18   Conrad Urbanowski 103   Jim Arnold 217   Pierre Beullac
19   David Garoutte 104   Ron Stefanko 224   William Labrie
25   Phil McDonald 112   Mark Jones 233   Bruce Sass
26   Randy Mamola 113   Jerry Wood 241   Gary Collins
36   John Long 115   Bernie McHugh 258   William Brown
39   Van Salt 116   Waldemar Karpynec 270   Larry Legarra
56   David Emde 119   Eddie Lawson 302   Gregg Hansford
57   John Gleason 128   Errol Tenpow 309   Christian Dubuisson
64   Avrum Gudelsky 140   John Gidney 313   Joey Dunlop
65   Rudy Galindo 146   Bruce Lind 323   Barry Woodland
66   Edgar Ingram 149   Ken Stephens 340   Anton Mang
74   Ted Henter 169   Vincent Kutis 345   Mauro Corradini
76   Richard Chambers 182   Frank McTaggert 350   Heiner Kocher
89   Mike Beader 185   James Woolsey 375   Walter Hoffman
91   Graig Morris 189   William Hornblower 382   Mike Duncan
95   Scott Pearson 192   David Schlosser 391   Eduardo Aleman
97   Ron Pierce 197   Burns Moore ??   Pat Hennen

250cc: Mark Jones voor Randy Mamola

Met Ron Pierce, Randy Mamola, Gary Nixon, Gregg Hansford, Anton Mang en Mike Baldwin op de voorste plaatsen in het startveld, beloofde de 250cc 100 mijlsrace al bij voorbaat spannend te worden. En spannend werd het! De "pole-position" werd ingenomen door de Canadees Ron Pierce op de Bob Work Yamaha, waarmee Steve Baker vorig jaar de kwartliterrace in Daytona won. Tweede in de training was de piepjonge Randy Mamola, de 17-jarige pupil van Kenny Roberts, die niet alleen beschikt over een machine en rijstijl die identiek zijn aan die van Kenny, maar tevens gezegend is met een enorme hoeveelheid talent. Naast Randy stond tot ieders verbazing de veteraan Gary Nixon, die zich kennelijk niet al te veel van zijn valpartij in een der kwalificatieraces had aangetrokken op het moment dat hij de leiding overnam van Hansford en Pierce in een bocht waar zojuist een lading regen was gevallen. Verrassend was ook de vijfde startplaats van de West-Duitse Kawasaki-rijder Anton Mang, die voor Kawasaki Duitsland op de gifgroene tandemtwins rijdt. Bij de start was Pierce het snelst weg, op de voet gevolgd door Randy Mamola. Pierce vergaloppeerde zich echter al dadelijk in het binnencircuit en keerde als derde terug uit de eerste ronde, voorafgegaan door Hansford en Nixon. Nixon bleek ernstige moeilijkheden aan boord te hebben en zette direct na het passeren van start en finish zijn machine aan de kant. Pierce had vervolgens nog twee ronden nodig om de aansluiting met Hansford te herstellen, maar daarna werd er door het Canadees-Australische duo fantastisch geknokt om de kop. Achter de koplopers speelde zich een al even enerverende strijd af om de derde plaats. De vechtjassen waren Anton Mang, Randy Mamola, Mike Baldwin, John Long en Ted Henter. Nadat Pierce en Hansford ronden lang stuivertje hadden gewisseld, wist de Australiër zich in een negende ronde iets los te rijden, maar twee ronden later was Pierce weer present, pal aan Hansford's achterwiel. Het tweetal werd op inmiddels aanzienlijke afstand gevolgd door Randy Mamola, die kans gezien had zijn belagers te lossen. Anton Mang, die vierde lag, had het aan de stok met Mike Baldwin, die op zijn beurt door Long en Henter werd belaagd.

Mang wist dankzij de superieure acceleratie van zijn Kawasaki in te lopen op Mamola, die het verschil in vermogen tussen de Kawasaki tandemtwin en zijn eigen, toch ook niet langzame Carruthers Yamaha trachtte te compenseren door snel stuurwerk op het binnencircuit. Op kop duurde de strijd onverminderd voort. Met nog twee ronden voor de boeg was het nog steeds niet duidelijk wie als eerste over de finish zou gaan. Hansford en Pierce reden vrijwel constant naast elkaar, maar met nog een ronde te gaan was Pierce ineens zoek. Zodoende ging Hansford met niet minder dan 34 seconden voorsprong over de streep, gevolgd door een fotofinish van Randy Mamola en Anton Mang, die het keer op keer probeerde, maar het op de streep met minimaal verschil moest afleggen tegen de stuurmanskunsten van de 17-jarige Mamola. Op grote afstand hierachter finishten Ted Henter en John Long eveneens vrijwel naast elkaar, terwijl Amerika's 'Number One', Jay Springsteen, op zijn niet al te snelle Harley Davidson, keurig zesde werd, ondanks het feit, dat deze dirttracktroef zich op het asfalt duidelijk minder op zijn gemak voelt dan op de spekgladde dirttracks. Winnaar Gregg Hansford keerde van zijn ereronde terug met een duopassagier: de onfortuinlijke Ron Pierce, die samen met Hansford voor een fantastische race had gezorgd, maar in de laatste ronde stil viel met een lege tank.

Ron Pierce nog voor Gregg Hansford in de 250cc

 

UITSLAG en trainingsposities DAYTONA 100 mile expert 250cc 1978 

 

  Start Rijder Land Merk   Start Rijder Land Merk
1. 4e Gregg Hansford Australië Kawasaki 32. 48e Clifton NG-A-Kien Canada Yamaha
2. 2e Randy Mamola USA Yamaha 33. 44e Ron Stefanko USA Yamaha
3. 5e Anton Mang Duitsland Kawasaki 34. 57e Christian Dubuisson Frankrijk Yamaha
4. 7e Pat Hennen USA Yamaha 35. 47e Heiner Kocher Duitsland Yamaha
5. 9e John Long USA Yamaha 36. 31e Walter Hoffman Duitsland Yamaha
6. 12e Jay Springsteen USA H-D 37. 43e Frits van der Veen Canada Yamaha
7. 40e Bruce Sass USA Yamaha 38. 61e Bernie McHugh USA Yamaha
8. 19e Joey Dunlop Ierland Yamaha 39. 15e Mike Beader USA Yamaha
9. 50e Hal Coleman USA Yamaha 40. 22e Bruce Lind USA Yamaha
10. 60e Frank McTaggert USA Yamaha 41. 33e John Gleason USA Yamaha
11. 24e Scott Pearson USA Yamaha 42. 52e Vincent Kutis USA H-D
12. 6e Miles Baldwin Canada Yamaha 43. 23e Dan Warren USA Yamaha
13. 21e Hugh Humble USA Yamaha 44. 41e Pierre Beullac Canada Yamaha
14. 17e Eddie Lawson Canada Yamaha 45. 45e Ken Stephens USA Yamaha
15. 56e Jessie Byars USA Yamaha 46. 42e John Gidney USA Yamaha
16. 8e Mark Jones USA Yamaha 47. 58e Rudy Galindo USA Yamaha
17. 16e Van Salt USA Yamaha 48. 46e Edgar Ingram USA H-D
18. 30e Eduardo Aleman Venezuela Yamaha 49. 27e James Woolsey USA Yamaha
19. 28e Larry Legarra USA Yamaha 50. 11e Conrad Urbanowski USA Urban
20. 14e David Garoutte USA Yamaha 51. 35e John Bettencourt USA Yamaha
21. 20e Graig Morris USA Yamaha 52. 39e David Schlosser USA Yamaha
22. 13e David Emde USA Yamaha 53. 29e Burns Moore USA Yamaha
23. 25e William Hornblower Canada Yamaha 54. 18e Barry Woodland Engeland Yamaha
24. 32e Mike Duncan Canada Yamaha 55. 36e Jerry Wood USA Yamaha
25. 53e Waldemar Karpynec USA Yamaha 56. 10e Richard Chambers USA Yamaha
26. 26e Jim Arnold Canada Yamaha 57. 3e Gary Nixon USA Yamaha
27. 1e Ron Pierce USA Yamaha 58. 62e William Labrie USA H-B
28. 54e Phil McDonald USA Yamaha 59. 34e Mauro Corradini Columbia Yamaha
29. 37e James Gervais Canada Yamaha 60. 49e Avrum Gudelsky USA Yamaha
30. 38e Gary Collins Canada Yamaha 61. 55e Francisco Fuentes USA Yamaha
31. 51e Errol Tenpow Canada Yamaha 62. 59e William Brown USA Yamaha

 

               

UITSLAG DAYTONA Superbike Productierace 1978, eerste tien.

               

        Wes Cooley voor Steve McCaughlin en .....                          McCaughlin (Suzuki 1000) voor Cooley (Kawasaki 1000)

  Startpos. Rijder Land Merk
1. 34e Steve McCaughlin USA Suzuki
2. 2e Reg Pridmore USA Kawasaki
3. 3e John Long USA BMW
4. 41e Mike Baldwin USA Moto Guzzi
5. 6e William Addington USA Kawasaki
6. 8e David Emde USA Suzuki
7. 15e Kurt Liebmann USA Moto Guzzi
8. 13e Freddie Spencer USA Suzuki
9. 18e Richard Chambers USA Moto Guzzi
10. 16e Kurt Lenz USA Ducati

  

 
              

 

Nog wat foto's van de 200 mijlen van 1978:

Kenny Roberts op weg naar victory

Steve Baker voor Skip Aksland en Johnny Cecotto

   

Kenny Roberts met zijn protégee en bewonderaar, Jay Springsteen, die hier een T-shirt voor zijn "Meester" heeft laten maken m.b.t. de A.M.A. titel die Kenny had verloren. Steve Baker
Sadao Asami (7e) Valpartij Gary Nixon, na maar liefst 9 vastlopers in de trainingen

 

UITSLAG DAYTONA Novice 76-miler 1978, eerste tien van de 78 deelnemers

  Startpos. Rijder Land Merk
1. 1e Freddie Spencer USA Yamaha
2. 4e Dan Chivington USA Yamaha
3. 3e Alton Sharp jr. USA Yamaha
4. 17e Scott Shinn USA Yamaha
5. 9e Glen Shopper USA Yamaha
6. 5e Don Bailey USA Yamaha
7. 15e Mike Callahan USA Yamaha
8. 2e Steve Biganski USA Yamaha
9. 74e Mark Homchick USA Yamaha
10. 11e John Wincewica USA Yamaha

 

Mike Kidd Wes  Cooley Steve Eklund Dave Aldana Gary Scott Jack Middelburg Tom Herron

 

 

1979

 

Deelnemers, met startnummer, 38th Daytona 200. 

3 Gene Romero (USA) 51 Steve Mallonee (USA) 113 Jerry Wood (USA) 302 Gregg Hansford (AUS)

 

 

 

 

 

 

5 Gary Scott (USA) 52 Bruce Hammer (USA) 123 Stan Friduss (USA) 303 Patrick Pons (F)
7 Gill Martin (USA) 55 Hap Eaton (USA) 133 Dan Sorensen (CAN) 305 Johnny Cecotto (Ven)
10 Dave Aldana (USA) 61 Robert Wakefield (USA) 137 Darrell Lee (USA) 307 Mick Grant (GB)
12 Ted Boody (USA) 63 Erik Buell (USA) 141 John Samways (USA) 309 Ernie Coats (N-Ier)
15 Kurt Liebmann (USA) 65 Rudy Galindo (USA) 148 Bob Gutschow (USA) 312 Gerhard Vogt (D)
17 Hugh Humble (USA) 68 Al Philips (USA) 158 Bruce Maus (USA) 313 Joey Dunlop (N-Ier)
18 Conrad Urbanowski (USA) 75 Kevin Stafford (USA) 161 Will Harding (USA) 318 Gérard Melly (CH)
19 David Garoutte (USA) 76 Richard Chambers (USA) 163 Reg Pridmore (USA) 321 Jan Kostwinder
22 Tommy Byars jr. (USA) 78 Bruce Lind (USA) 168 William Betz (USA) 323 Barry Woodland (GB)
25 Phil McDonald (USA) 79 Henry DeGouw (USA) 175 Jim Dunn (USA) 327 Boet van Dulmen
27 Skip Aksland (USA) 80 Ken Botham (CAN) 178 Richard Williamson (USA) 330 Jackie Hughes (N-Ier)
30 Dale Singleton (USA) 82 Frank McTaggart (USA) 185 James Woolsey (USA) 331 Fernando Cammaert (Col)
31 Harry Klinzmann (USA) 83 Steve McLaughlin (USA) 192 David Schlosser (USA) 333 Alex George (GB)
33 James Gervais (CAN) 86 Torello Tacchi (USA) 207 Miles Baldwin (CAN) 335 Michel Frutschi (CH)
34 Wes Cooley (USA) 87 John Fuchs (USA) 216 John Bettencourt (USA) 342 John Eastveld (CAN)
36 John Long (USA) 88 Roberto Pietri (USA) 217 Pierre Beullac (CAN) 348 Christian Sarron (F)
39 Randy Mamola (USA) 89 Mike Baeder (USA) 232 Louis Hearty  (USA) 355 Michael Trimby (GB)
40 Ron Mass (USA) 97 Ron Pierce (USA) 235 Bruce Paterson (USA) 368 Bernard Fau (F)
41 Kurt Lenz (USA) 98 Frits v/d Veen (CAN) 236 Dwight Lyon jr. (USA) 382 Mike Duncan (CAN)
43 Mike Baldwin (USA) 101 Hal Coleman (USA) 239 Sandy Cowan (CAN) 384 Oldrich Schuttermeier jr. (CAN)
47 Harry Cone (USA) 105 John Clark (USA) 241 Gary Collins (CAN) 385 Oldrich Schuttermeier sr. (CAN)
48 Richard Schlachter (USA) 112 Mark Jones (USA) 258 William Brown (USA) 388 William Hornblower (CAN)

 

Start van de Daytona 200 in 1979: Ricahrd Schlachter (#48), Harry Cone (#47), achter Cone half verscholen, Randy Mamola, Boet van Dulmen (#327), Patrick Pons (#303), Dave Aldana (#10), Gene Romero (#3), Skip Aksland (#27), Dale Singleton (#30), Gary Scott (#5), Wes Cooley (#34), Mike Baldwin (#207), Christian Sarron (#348) en James Gervais (#33).

 

1979, Kenny Roberts in zijn corset

Onder normale omstandigheden, moet de winnaar van de Daytona 200 van het vorige jaar zijn kampioenschap het jaar daarop verdedigen. In 1979, was dit niet het geval. Kenny Roberts, die in zijn zevende poging in 1978 de 200 eindelijk had gewonnen, raakte vrij ernstig gewond, tijdens een test voor Yamaha in Japan. Hij was tijdens die testritten, op het Yamaha circuit in Iwata met 160 km/u in de vangrail gevlogen, toen hij zijn voorwiel onderuit trok. Hij had daar o.a. een ernstige rugblessure (gescheurde rugwervel) aan over gehouden. Verder nog wat “kleinere” verwondingen zoals verstuikte enkel en een gescheurde milt. Op het moment dat hij weer vervoerd mocht worden, vloog hij z.s.m. naar Amerika terug, dit was uiteraard geen pretje voor de geheel in een gipscorset verpakte wereldkampioen. Eerst moest hij zes uur per ambulance, voor hij de negen uur durende vliegreis kon aanvangen. Thuis aangekomen kreeg Kenny een open steuncorset aangemeten en begon direct met zijn revalidatie. Daytona kwam dus veel te vroeg voor hem en hij hoopte (en dat zou lukken) weer redelijk hersteld te zijn als het GP seizoen begon, om zijn wereldtitel in de halveliterklasse te kunnen verdedigen (zou ook lukken). Aangezien Jack Middelburg in Daytona de laatste twee jaar alleen maar pech had gehad, besloot hij deze race aan zich voorbij te laten gaan. Erg jammer, want er waren dit jaar zeker kansen op een podiumplaats geweest, zeker gezien het verloop van de race. De enige Nederlandse deelnemers dit jaar, waren Boet van Dulmen en Jan Kostwinder. Voormalige winnaars Steve Baker (geblesseerd aan zijn pols) en Johnny Cecotto (startgeld gevraagd, ondanks dat hij wist dat men dat in Daytona aan niemand gaf) waren eveneens niet aanwezig. Evenals Gregg Hansford, met een vierde en vijfde plaats en winst in de 250cc, ook geen kleine jongen op het circuit van Daytona. Hij vond dat Kawasaki geen competitieve machine voor hem had. 

1979, Patrick Pons aan de leiding in Daytona met o.a. Gene Romero (3), Dave Aldana (10), Harry Cone (47) en de latere winnaar, Dale Singleton (30) in de achtervolging

De Daytona International Speedweek (dankzij shorttrack, shorttrack, motocross, junior en expert 100- en 200 mijlswegrace, productierace en betrouwbaarheidsritten, ook wel de Olympische Spelen van de motorsport genoemd) zou ook dit jaar, ondanks de absentie van diverse Europeaanse toppers en de winnaar van 1978, weer een mooie 200 te zien geven. Ook dit jaar waren er weer volop bandenproblemen. Het circuit was opnieuw geasfalteerd en diverse bandenproeven op het stroeve, vlakke wegdek, hadden uitgewezen dat de bandentemperatuur wel heel erg hoog opliep. Michelin had zelfs ervaren dat hun nieuwe brede slick totaal niet geschikt was voor de baan en had zich teruggetrokken. Dit betekende dat er alleen met Goodyearbanden gereden mocht worden en alle coureurs die met Michelins onder hun machine naar Florida waren gekomen, deze moesten demonteren. Dit gold ook voor Boet van Dulmen, die de maandagtraining verspeelde door zijn banden op zijn Yamaha TZ750 en de ex-Wil Hartog Suzuki RG500, te wisselen. De dinsdagtraining ging daarna door regen verloren. Tijdens de woensdagtraining liep de motor van zijn Yamaha vast, doordat ze verkeerde bougies hadden gemonteerd. Na een dag en een nacht sleutelen liep deze dan op donderdag wel als een speer. Vrijdagmorgen, om het verhaal compleet te maken, spatte er een steentje op van de baan, die in zijn carburateur werd gezogen. Zuiger en cilinder kapot en weer een flinke poos sleutelen...  Skip Aksland, die als derde, achter Roberts en Cecotto, was geëindigd in 1978, werd door Yamaha verkozen om de motorfiets van Kenny in de wedstrijd van 1979 te berijden. Skip was een vriend en beschermengel van Kenny. Tijdens de kwalificatie, was er een jonge rijder uit Dalton, Georgia, die zijn naam toevoegde aan het kleine aantal potentiële winnaars van de Daytona 200. Deze rijder was Dale Singleton en hij bereed een zeer snelle privé Yamaha TZ750. Singleton, die drie keer had deelgenomen aan de 200, maar nooit hoger dan vijftiende was geëindigd, bracht heel wat kleur aan de race. Aangezien hij overal vertelde dat hij zijn “privéleven”  doorbracht als varkensfokker (wat overigens niet zo was, zie elders op de site), had Singleton en de rest van het rennerskwartier heel wat pret met zijn varkens, die hij als huisdieren bij zich had en al de komische varkenstekeningen die op alles in zijn kamp geplakt waren. Terwijl hij buiten de baan veel lol trapte, deed Singleton dit niet toen het tijd was om zich te kwalificeren. Hij reed een ronde van 177.43 km/u, die hem de pole-positie opleverde, nog voor de fabrieks Yamaha, die door Skip Aksland werd bereden. De kwalificatie was overigens een grote aanfluiting. De tijdwaarneming, ja word eentonig, was weer eens een zooitje. In eerste instantie werd de Engelse TT-specialist Mick Grant op de pole geplaatst, met een snellere rondetijd op zijn 500cc machine, dan Kenny Roberts in 1976 had gereden, op zijn 750cc Yamaha, toen nog zonder snelheidsbegrenzer. Tweede, eveneens op een Suzuki RG500, stond de Nieuw-Zeelander Dennis Ireland. De vreugde voor beiden was echter van korte duur, toen de A.M.A. officials met een herziene lijst kwamen, waar Singleton voor Aksland op de plaatsen één en twee stonden. Mick Grant kwam nu op een 16e plaats en Ireland zelfs op een 58e startplaats te staan! De kwalificatie liep overigens voor het eerst meer via het Europese systeem. In het verleden mochten de coureurs ieder één rondje voluit gaan en dat was dan je kwalificatietijd. Elk klein foutje werd dan dus onverbiddelijk afgestraft. Nu kregen de coureurs, verdeeld in drie groepen, ieder een half uur om snelle ronden te rijden en je snelste ronde bepaalde dan je startopstelling. 

Start van de Daytona 200 in 1979: Dale Singleton (#30), Patrick Pons (#303), Dave Aldana (#10), Skip Aksland (#27), Boet van Dulmen (#327), Gene Romero (#3), Harry Cone (#47), Kevin Stafford (#75), achter Stafford half verscholen, Ron Pierce (#97), Randy Mamola (#39) en Gary Scott (#5).

Zondagmorgen zag het er nog even erg somber uit, nadat het de hele nacht had geregend, maar uiteindelijk werd het toch droog en kon de Daytona 200 zonder problemen van start gaan, weliswaar met een vertraging van twee uur, na een extra ingelaste training. Skip Aksland was achteraf niet (of juist wel) gelukkig met deze training, omdat zijn motor, tijdens het warmdraaien vastliep. Kel Carruthers moest toen nog even snel een ander motorblok monteren. Ook in de ander trainingen had Aksland over pech niet te klagen. Een gevallen rijder maaide hem onderuit en dit had tot gevolg dat zijn beste machine (eigenlijk van Roberts) volledig de vernieling in ging. Toen de race van start ging, was het Dale Singleton nog steeds pure ernst om te winnen, gezien hij direct de leiding nam. Hij werd gevolgd door Skip Aksland, “veteraan” Dave Aldana, de Fransman Patrick Pons, Ron Pierce en Boet Van Dulmen. Aksland, topfavoriet, moest al in de tweede ronde zijn Yamaha aan de kant zetten i.v.m. een defecte motor, die dus net daarvoor in een noodtempo was gemonteerd. Ex-Daytonawinnaar (1975) Gene Romero, kwam in de vijfde ronde in de pits met een gebroken krukas en "superstar in wording" Randy Mamola deed in de tiende ronde hetzelfde met een defecte versnellingsbak, terwijl hij net aan de kop van het veld lag. Wes Cooley verspeelde zijn kansen, door in de achtste ronde, van zijn motorfiets af te vallen. Zijn slechte voorbeeld werd later gevolgd door Kevin Stafford en Henry DeGouw. Intussen was Mike Baldwin vanaf de 80e startpositie, in de twaalfde ronde al opgerukt naar de achtste plaats. Boet van Dulmen moest na ongeveer 75 mijl de race verlaten door ontstekingsproblemen. Het duel voor de leiding ging uiteindelijk tussen twee coureurs, Singleton en Aldana. Ronde na ronde kwamen zij afwisselend aan de leiding voorbij start-finish, elk proberend uit te vinden hoe toe te slaan, als de laatste ronde daar was. Duidelijk was dat geen van beide coureurs zich los kon rijden van de ander, tenzij er iets zou gebeuren met één van de motorfietsen. Dan plotseling, bij het 170 mijlpunt in de race, gebeurde er iets. Dave Aldana, deelnemer aan zes eerdere 200's, viel uit met een opgeblazen motor. De grote strijd, die men verwachtte, tot aan de finish was helaas over, en de “varkensfokker” uit Georgia reed rustig op een overwinning af, met een waarde van $15.000. Dale was hiermee pas de tweede privécoureur (sinds Don Emde in 1972) die de overwinning pakte. Ron Pierce, reed zijn eerste 200 mijler in 1969. Hij reed toen lang aan de leiding, totdat hij onderuit ging door een plas benzine, die vlak voor hem door een andere valpartij was veroorzaakt. Nu, in 1979, reed hij een vlotte race om als tweede, zijn beste prestatie in 10 Daytona pogingen, te eindigen. Patrick Pons uit Frankrijk werd derde en Mike Baldwin vierde, van de laatste was dit een uitzonderlijke prestatie. Zijnde op voorhand één van de favorieten, maar hij was in de training zwaar ten val gekomen en had daardoor niet het noodzakelijke aantal kwalificatieronden kunnen rijden. Hij moest zodoende achteraan het startveld vertrekken, in de derde startgroep. De combinatie van de slechte startpositie en zijn pijnlijke fysieke problemen maakte dat de vierde plek van Baldwin een superprestatie was. Er kwam nog bij dat hij op een oude driecilinder Kawasaki reed, nota bene had Gregg Hansford afgezien van deelname, omdat hij geen vertrouwen in deze machine had. Zo beëindigde het jaren ’70 decennium, een periode van enorme technische ontwikkeling in de motorsport. De Yamaha Motor Company, had nauwelijks een verleden in Daytona toen het decennium begon, en had aan het einde acht overwinningen op rij.  

Daytona 200 in 1979: Patrick Pons (#303), Freddie Spencer (#8) voor Skip Aksland (verscholen), Dale Singleton (#30), Boet van Dulmen (#327), Graeme Crosby (#316) en John Long (#36).

 

Mike Baldwin, ondanks een sleutelbeenbreuk van de achterste naar de 4e plaats in de race van 1979 1979 Daytona: Randy Mamola

Christian Sarron (5e plaats)

 

Amerikaanse topcoureurs 1978, tijdens de Transatlantic Races (Engelse-Amerikaanse Matchraces). Achterste rij v.l.n.r. Mike Baldwin, Dale Singleton, Skip Aksland, Kenny Roberts, Bruce Hammer (reserve) en voorste rij:  David Emde*, Pat Hennen, David Aldana en Gene Romero.

24 maart - Brands Hatch

26 maart - Mallory Park

27 maart - Oulton Park

1e Manche

2e Manche 

1e Manche

2e Manche 

1e Manche

2e Manche 

01- Barry Sheene
02- Kenny Roberts
03- Pat Hennen
04- Barry Ditchburn  05- Ron Haslam        06- Dave Potter       07- Mick Grant         08- Skip Aksland       09- John Williams     10- Dave Aldana       11- Steve Manship    12- Roger Marshall   13- Gene Romero    14- David Emde       15- Dale Singleton   16- Mike Baldwin

01- Pat Hennen
02- Barry Sheene
03- Barry Ditchburn
04- Mick Grant        05- Skip Aksland       06- John Williams    07- Dave Potter       08- Ron Haslam       09- Roger Marshall 10- Gene Romero    11- Dale Singleton    12- Mike Baldwin     13- David Emde       14- Dave Aldana      15- Kenny Roberts   16- Steve Manship

01- Kenny Roberts
02- Pat Hennen
03- Barry Sheene
04- Dave Potter            05- Mick Grant             06- Roger Marshall       07- Ron Haslam           08- Gene Romero         09- Barry Ditchburn      10- Mike Baldwin         11- Dave Aldana          12- Steve Manship       13- Skip Aksland           14- John Williams          15- Dale Singleton        16- David Emde 

01- Pat Hennen
02- Kenny Roberts
03- Dave Potter         04- Barry Ditchburn  05- Gene Romero     06- Dave Aldana      07- Mike Baldwin      08- Mick Grant         09- Roger Marshall   10- John Williams     11- Skip Aksland       12- Dale Singleton    13- David Emde        14- Steve Manship   15- Barry Sheene      16- Ron Haslam 

01- Kenny Roberts
02- Pat Hennen          03- Dave Potter          04- Barry Ditchburn    05- Roger Marshall    06- Skip Aksland         07- Dave Aldana         08- Mike Baldwin        09- Ron Haslam          10- Steve Manship      11- John Williams        12- Dale Singleton       13- Barry Sheene        14- Mick Grant            15- David Emde           16- Gene Romero

01- Pat Hennen
02- Kenny Roberts
03-
Barry Sheene    04- Dave Aldana        05- Dave Potter        06- Roger Marshall    07- Mick Grant            08- Barry Ditchburn    09- John Williams     10- Mike Baldwin       11- Ron Haslam         12- Dale Singleton     13- Steve Manship    14- Gene Romero      15- David Emde        16-
Skip Aksland   

USA-Engeland uitslag 435 tegen 379.

* David Emde (1958-2003) was de zoon van Floyd (winnaar van de 200 in 1948) en de broer van Don (winnaar van de 200 in 1972). Hij was de 1977 wegracekampioen bij de AMA in de 250cc en overleed op zondagochtend 14 september 2003, nabij San Diego, toen hij met vrienden in de bergen aan het motorrijden was en van de weg afraakte. Hij overleefde de valpartij niet. Na zijn het racecarrière, werkte David in de motorfietshandel en hij reed nog met veel plezier motor in de weekenden. Hij had van 1977 t/m 1982, zes keer deelgenomen aan de Daytona 200, maar niet het succes van zijn broer en vader kunnen evenaren. Zijn beste resultaat was een 19e plaats in 1982. Hij reed ook altijd de 250cc 100 mijls race en diverse malen de Superbikerace. David liet een zoontje, Bryan Floyd Emde, achter... 

 

1977 250cc GRAND PRIX

Datum

Circuit

Winnaar

 

12 maart

Daytona Beach, Florida

Steve Baker, Bellingham, Washington

 

19 maart

Harrisburg, North Carolina

Kenny Roberts, Modesto, California

 

18 juni

Loudon, New Hampshire

Gary Nixon, Cockeysville, Maryland

 

16 juli

Sonoma, California

Skip Aksland, Manteca, California

 

20 Augustus

Mt. Pocono, Pennsylvania

David Emde, National City, California

 

10 september

Monterey, California

Gregg Hansord, Australië

 

1 oktober

Riverside, California

David Emde, National City, California

 

 

 

 

 

1977 250cc GRAND PRIX einduitslag

Positie

Naam, Plaats

Punten

 

1

David Emde, National City, California

79

 

2

Randy Mamola, Santa Clara, California

56

 

3

Gary Nixon, Cockeysville, Maryland

52

 

4

Richard Schlachter, Old Lyme, Connecticut

46

 

5

Mike Baldwin, Darien, Connecticut

45

 

6

Wes Cooley, Mission Viejo, California

39

 

7

John Long, Miami, Florida

30

 

8

David Schlosser, Pittsburgh, Pennsylvania

27

 

9

Jim Allen, Racine, QU, Canada

23

 

10

Steve Eklund, San Jose, California

22

 

 

 

 

De eerste drie van de Superbike race in Daytona 1977. David Emde (2e), Cook Neilson (1e) en Wes Cooley (3e)
© Motorcycle Hall of Fame Museum

Beste resultaten David Emde in de A.M.A. kampioenschappen

1976 250cc (4 races) geen winst 4e in kampioenschap, Kenny Roberts winnaar
1977 250cc (7 races) 2x winst 1e in kampioenschap voor Randy Mamola & Gary Nixon
1978 250cc (6 races) 1x winst 3e in kampioenschap achter Randy Mamola & John Long
1978 Formule I (6 races) geen winst 6e in kampioenschap, Mike Baldwin winnaar
1979 Formule I (4 races) geen winst 7e in kampioenschap, Richard Schlachter winnaar
1979 Superbike (4 races) geen winst 8e in kampioenschap, Wes Cooley winnaar
1982 250cc (11 races) 2x winst 6e in kampioenschap, Gary MacDonald winnaar
1983 250cc (14 races) 3x winst 2e in kampioenschap achter Randy Renfrow
1983 BOTT (11 races) geen winst 8e in kampioenschap, James Adamo winnaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 1979 waren de bezoekersaantallen van de Daytona 200 teruggelopen naar 20.000 voor de wedstrijd, tegen 60.000 enkele jaren eerder. Het weer had hier ook wel zijn invloed op, maar in 1978 waren de aantallen ook al teruggelopen. Daytona zelf vaarde er nog wel bij, maar de bezoekers paradeerden meer over het strand, Volusia Avenue en door de stad, als dat ze de fameuze 200 bezochten. De Amerikanen lieten zich nog wel zien bij de motorcross (35.000) en de shorttrackraces, waar ze meer affiniteit mee hadden in die tijd. Dit had ook te maken met het feit dat vele wereldcoryfeeën ontbraken, hetzij door blessures, maar vooral ook doordat Daytonabaas Bill France Jr. bleef weigeren om startgeld te betalen. De 200 werd daardoor niet echt meer gezien als de grote openingsklassieker van het seizoen, maar France leek daar niet wakker van te liggen. hij maakte zich niet zo druk. omdat de grote succesformule van de Speedweek, de grote diversiteit aan races en shows was en dan het vakantiesfeertje er omheen. Kwamen de mensen niet voor het een dan wel voor het ander. Mensen kwamen er toch wel. Verder lag France zijn hart toch meer bij de autoraces (trokken nog wel veel toeschouwers) als bij de motorraces. Ondanks dit besloot de organisatie toch de opzet richting 1980 te gaan veranderen. Men besloot de grote 1000cc viertaktmotoren, de Superbike productieracers, die tot nu toe in een aparte klasse reden, toe te gaan voegen aan de Daytona 200, om het op te nemen tegen de 750cc Yamaha's. Dat was de enige manier om de overige fabrieken weer te interesseren voor de 200. Een zege in de Daytona 200 werd nog altijd gezien als een verkoopmagneet voor de productiemachines, dus zouden Honda, Kawasaki en Suzuki zich ook weer tot het uiterste inspannen om een competitieve motor aan de start te brengen. Ook veel rijders geloofden in deze superklasse, die nu beheerst werd door 'Pops' Yoshimura-Suzuki's (zie beneden). Deze viertakten gingen inmiddels al bijna net zo hard het circuit rond als de 750cc machines en dat geluid van die viertakten! Prachtig! Yoshimura verkocht in die tijd, aan iedereen die $5000 op tafel legde een blok, met voor in die tijd heel veel, 130 pk. Het gewicht van deze productieracers was nog wel een probleem, men mocht uitsluitend andere banden (slicks) monteren en de vering veranderen. het rijwielgedeelte moest verder helemaal standaard blijven. Verder dacht men er aan om onkostenvergoedingen aan de coureurs te gaan betalen. Het credo bleef echter: nooit startgelden, men moest maar werken voor de grote prijzenpot. 

 

Dale Singleton Dale Singleton geeft zijn mascotte de fles Skip Aksland Kevin Stafford (#75) en Henry DeGouw (#79), gaan samen de strobalen in.
 

Dale Singleton (27-08-1955 - 01-09-1985) uit Dalton in Georgia, de winnaar van de Daytona 200 in 1979, zou in 1980 voor het eerst gaan deelnemen aan de Grand Prix. Hij had een nieuwe Yamaha 500TZ productieracer besteld en deze direct door laten sturen naar Frankrijk, waar hij zijn "uitvalshoek" voor het Grand Prix seizoen zou maken. Hij werd door een collega de "Flying Pig Farmer" genoemd. Hierdoor en door het feit dat hij na een overwinning een big mee het podium opnam, werd er door de media het verhaal gebracht en doorverteld dat Singleton en varkensfokker was. De familie van zijn vriendin hadden wel een fokkerij. Het biggetje, Elmer, die hij bij zich had op het podium in Daytona versterkte het varkensfokkerverhaal. Het was echter een mythe verzonnen door de media en in leven gehouden door de media en Singleton zelf. Als coureur was hij ook nationaal nog geen grootheid, maar de overwinning in 1979 veranderde dat plots en was hij iemand waar men rekening mee moest houden. Hij was er van overtuigd geraakt, door de overwinning in Florida, dat hij wereldkampioen kon worden en daarom gaf hij zogenaamd zijn varkensfokkerijbestaan op om zich fulltime met het racen te gaan bezighouden. Big Elmer zou er in Europa niet bij zijn, want deze was inmiddels niet meer te tillen en/of waarschijnlijk al ergens op een bord beland. Zijn plaats was ingenomen door Elmer II, maar die zou Dale in Europa niet een podium op hoeven te tillen, daar kwam hij nooit op terecht. De in 1980, 26 jarige, Singleton zou er in het Grand Prix racen niet aan te pas komen, wel zou hij een ook zeer bewonderenswaardige 2e plaats pakken in de Daytona 200. Hij zou ook vele internationale races in Nederland rijden. Wel zou hij in 1981 het Amerikaanse kampioenschap op zijn naam brengen en nogmaals als privé-coureur Daytona winnen. Twee maal de grote fabrieken verslaan was zeker geen kinderachtige daad. Zeker niet gezien het feit dat hij zelf zijn machines prepareerde en opbouwde en perfect kon aanpassen aan het Daytonacircuit. Na het seizoen 1982 stopte Dale met de wegrace om zich op het NASCAR autoracen te storten. De carrière van Singleton kwam plotseling tot een eind, toen hij tijdens een privé-vliegtuigongeluk, terugkomend van een stockcarrace, in 1985 het leven verloor. Hij werd slechts 29 jaar oud. 

UITSLAG DAYTONA 200 1979 

Dale Singleton met mascotte, het biggetje Elmer, viert zijn overwinning in 1979.

  Grid Rijder Land Merk Aantal ronden
1 1e Dale Singleton USA Yamaha 52
2 7e Ron Pierce USA Yamaha 52
3 8e Patrick Pons Frankrijk Yamaha 52
4   Mike Baldwin USA Kawasaki 52
5 Christian Sarron Frankrijk Yamaha 52
6 John Long USA Yamaha 51
7 Bob Wakefield USA Yamaha 51
8 14e Bruce Patterson USA Yamaha 51
9 16e Mick Grant Engeland Suzuki 51
10   Ron Mass USA Yamaha 51
11 18e Phil McDonald USA Yamaha 51
12   Bruce Lind USA Yamaha 50
13 Mark Jones USA Yamaha 50
14 20e Corey Ruppel USA Yamaha 50
15 13e Gary Scott USA Yamaha 50
16 10e Harry Cone Jr. USA Yamaha 50
17   Dave Schlosser USA Yamaha 49
18 Gerhard Vogt West-Duitsland Yamaha 49
19 Gary Collins Canada Yamaha 49
20 Kurt Liebmann USA Yamaha 49
21 15e Richard Schlachter USA Yamaha
22   Hap Eaton USA Yamaha
23 Ted Boody USA Yamaha
24 Michel Trimby Engeland Yamaha
25 Barry Woodland Engeland Yamaha

Ron Pierce, Dale Singleton en Patrick Pons 1979.

 

Dave Aldana met Dale Singleton in de training. Onderstaande foto's beiden in de race. Randy Mamola in 1979 aan de leiding van de Daytona 200 en met pech langs de kant.

 

© Don Emde Productions (onderste twee foto's)

 

Dale Singleton

 

Patrick Pons, winnaar 1980 Michel Rougerie Christian Sarron  John Dodds

 

 

250cc, 100 Miler prachtig gevecht

Deelnemers, met startnummer, 250cc. 

7 Gil Martin (USA) 76 Richard Chambers (USA) 148 Bob Gutschow (USA) 258 William Brown (USA)
8 Freddie Spencer (USA) 78 Bruce Lind (USA) 149 Ken Stephens (USA) 302 Gregg Hansford (AUS)
17 Hugh Humble (USA) 80 Ken Botham (CAN) 154 William Addington (USA) 309 Ernie Coats (N-Ier)
18 Conrad Urbanowski (USA) 82 Frank McTaggart (USA) 155 Peter Chancey (CAN) 311 Peter Balaz (Tjech)
19 David Garoutte (USA) 89 Mike Baeder (USA) 158 Bruce Maus (USA) 312 Gerhard Vogt (D)
21 Eddie Lawson (USA) 91 Craig Morris (USA) 161 Will Harding (USA) 313 Joey Dunlop (N-Ier)
22 Tommy Byars jr. (USA) 97 Ron Pierce (USA) 175 Jim Dunn (USA) 321 Jan Kostwinder
27 Skip Aksland (USA) 99 Dan Warren (USA) 185 Mark Woolsey (USA) 323 Barry Woodland (GB)
28 Dan Chivington (USA) 101 Hal Coleman (USA) 199 Ronald Hollmeier (USA) 330 Jackie Hughes (N-Ier)
31 Harry Klinzmann (USA) 102 Clifton NG-A-Kien 207 Miles Baldwin (CAN) 333 Alex George (GB)
36 John Long (USA) 103 Jim Arnold (CAN) 212 Francisco Fuentes (USA) 337 Harald Merkl (D)
39 Randy Mamola (USA) 107 Scott Settino (USA) 216 John Bettencourt (USA) 340 Anton Mang (D)
42 Steve Morehead (USA) 109 Gary Horton (USA) 217 Pierre Beullac (CAN) 345 Mauro Corradini (Col)
43 Mike Baldwin (USA) 112 Mark Jones (USA) 225 Larry Bishop (USA) 382 Mike Duncan (CAN)
48 Richard Schlachter (USA) 113 Jerry Wood (USA) 226 Jack Robaczewski (CAN) 384 Oldrich Schuttermeier jr. (CAN)
53 Nicky Richichi (USA) 123 Stan Friduss (USA) 228 Robert Genereux (CAN) 387 Oldrich Schuttermeier sr. (CAN)
55 Hap Eaton (USA) 125 Keith Code (USA) 230 Frank Steinhausen (CAN) 388 William Hornblower (CAN)
60 Steve Epstein (USA) 128 Errol Tenpow (CAN) 236 Dwight Lyon jr. (USA) 391 Eduardo Aleman (VEN)
62 James Adamo (USA) 137 Darrell Lee (USA) 237 Robb Cooper (CAN) 393 Brendan McKenna (GB)
65 Rudy Galindo (USA) 141 John Samways (USA) 238 Art Coker (CAN) 394 Hartmut Topehlen (D)
66 Ed Ingram (USA) 144 Glen Shopper (USA) 239 Sandy Cowan (CAN) 395 Hans Müller (CH)
69 Gennady Liumbimsky (USA) 146 David Roper (USA) 240 Robert Sutherland (CAN) 396 Roland Kopf (D)
72 Rusty Sharp (USA) 147 Steven Biganski (USA) 241 Gary Collins (CAN) 398 Tony Wood (CAN)

 

250cc, de 17-jarige Freddie Spencer voor Skip Aksland en Randy Mamola (#39)   Skip Aksland
250cc, Randy Mamola voor Skip Aksland en Freddie Spencer.  Randy Mamola

 

De 250cc race, over 100 mijl, werd beheerst door het prachtige duel tussen Randy Mamola, Skip Aksland en "Rookie of the year 1978" Freddie Spencer (als junior verloor hij in 1978 geen enkele race). In het begin van het duel reed het trio wiel aan wiel over het circuit, waarbij de leiding telkens aan een ander overging. Mamola moest helaas op een derde van de race afhaken, met voorremproblemen aan zijn Bimota-Yamaha (waar hij ook dit jaar zijn eerste Grand Prix in Europa mee reed). Desondanks bleef hij zo hard gaan dat de vierde man, Toni Mang (foto rechts tijdens de Daytona race in '79) op een fabrieks-Kawa niet in zijn buurt kon komen. Mang werd wel de meest succesvolle Kawasaki-rijder, want zowel Kork Ballington als Mike Baldwin, moesten in een vroeg stadium al de race verlaten. Uiteindelijk werd de race en prooi voor Aksland voor Spencer. De laatste had net wat meer last van de achterblijvers in het slot van de race, zal ook wel een gebrek aan ervaring zijn geweest.

 

UITSLAG DAYTONA 100 mile expert 250cc 1979 

1979, Skip Aksland (#27) en Freddie Spencer (#8) in de 100 mijls race

 

  Rijder Land
1 Skip Aksland USA
2 Freddie Spencer USA
3 Randy Mamola USA
4 Anton Mang West-Duitsland
5 Gennady Liubimsky USA
6 Rusty Sharp USA
7 Eddie Lawson USA
8 Hal Coleman USA
9 Tommy Byars USA
10 Barry Woodland Engeland

 

Superbike-productierace

 Harry Klinzmann (#31) voor Reg Pridmore

 Wes Cooley

Deze race werd gewonnen door Ron Pierce op zijn Yoshimura-Suzuki, met ruime voorsprong op Wes Cooley en Dave Emde, beiden op een zelfde Suzuki. Deze waren allen geprepareerd door Pops Yoshimura, de expert op dat gebied. Cooley en Pierce hadden samen lang om de leiding gevochten, totdat Cooley problemen met zijn remmen kreeg en daar zelfs nog even voor naar de pits moest. Later in de wedstrijd zou Pierce bijna crashen, nadat hij met zijn knie hard met het asfalt in aanraking kwam. Hij kon zijn machine echter nog net in bedwang houden. Dave Emde (broer van Don) werd uiteindelijk derde.

Freddie Spencer in de Superbikeklasse

 

Pops Yoshimura

Yoshimura in 1979

Hideo "Pops" Yoshimura (7 Oktober 1922 - 29 Maart 1995) was een motorfietstuner, eigenaar van een wegraceteam en een fabrikant van speciale motoraccessoires. Van het tunen van motoren was indertijd nog niet veel bekend en hij deed dit veelal met zijn inspiratie en kennis in techniek. Hij was een van de grondleggers van het Superbike racen en tuner van het Amerikaanse Suzuki fabrieksteam. 'Pops' was geboren in Fukuoka City in Japan. Yoshimura werd in de Tweede Wereldoorlog in het Japanse leger tot vliegtuigenwerktuigkundige opgeleid, nadat hij was opgeroepen in het leger en een parachute-ongeluk had gehad. Het opleidingsongeval zal waarschijnlijk een van de beste dingen geweest zijn die hem in zijn leven is overkomen. Na de oorlog, begon hij motorfietsen te tunen voor Amerikaanse militairen die in Japan werden geplaatst en in 1954, opende hij zijn eerste winkel, in een kleine garage vlakbij het centrum van Tokyo, samen met zijn vrouw, Naoe, en kinderen (zoon Fujio en dochter Namiko) die hem hielpen. Hij kreeg al spoedig een bijnaam en die luidde: "God Hand". In 1971, verhuisde hij zijn zaken naar Los Angeles aan het begin van het vier cilinder Superbike tijdperk, de naam van zijn bedrijf; Yoshimura R&D of America. En het bedrijf in Japan: Yoshimura Japan Co. Ltd. Hij kreeg een hele goede reputatie als uitstekende bekend staande motorfietstuner. De jarenlange ervaring maakten de naam "Yoshimura" beroemd, deze stond voor kwaliteit en prestaties. In 1976 introduceerde de A.M.A. een raceklasse voor productiemachines en Yoshimura vestigde naam door snelle betrouwbare Kawasaki racers te tunen. In 1978 schakelde hij over op Suzuki en begon races te winnen. Steve McLaughlin won de Superbike race van Daytona in 1978, terwijl Wes Cooley en Mike Baldwin de prestigieuze Suzuka 8 Uurs race in Japan wonnen.  

Met Wes Cooley als coureur, won Yoshimura het nationale kampioenschap van de A.M.A. Superbikes in 1979 en 1980. Yoshimura had een perfecte relatie met Suzuki en uiteindelijk werd zijn team het officiële Suzuki fabrieksteam in de Verenigde Staten. Naast het winnen van talrijke A.M.A. titels in de Superbike, heeft het team ook diverse kampioenschappen in de Japanse Kampioenschappen Superbike gewonnen en in het wereldkampioenschap Superbike. 'Pops' bedrijf was zeer succesvol als één van werelds grootste fabrikanten van frames, uitlaten en veel andere snelle onderdelen voor sportmotoren, en van tijd tot tijd brengt men ook eigen modellen uit, die wel gebaseerd zijn op Japanse sportmotoren. Dit was ook mede te danken aan Pops zoon, die hetzelfde zakelijke instinct van zijn vader had geërfd. Pops keerde later terug naar Japan om daar de zaken te regelen. Hij liet de boel in Amerika aan zijn zoon over. Uiteraard vloog hij regelmatig nog even naar een race heen en weer. 'Pops' Yoshimura stierf in 1995 aan kanker. Zijn zoon, Fujio, is nu (2007) directeur van het bedrijf, dat nu nog veel succes in de Superbike klasse van de A.M.A. heeft met rijder Mat Mladin, die zes kampioenschappen in zeven jaar wint en drie keer de Daytona 200. Suehiro "Nabe" Watanabe is nu hoofd van Yoshimura R&D of America en Don Sakakura werd manager van het raceteam. Enkele van de coureurs die mede door "Pops" vele successen hebben behaald en die andersom ook voor succes voor hem zorgden: Dave Aldana, Wes Cooley, Steve Crevier, Graeme Crosby, Miguel Duhamel, Yvon Duhamel, Dave Emde, Scott Gray, Jamie Hacking, Steve Mcglaughlin, Fred Merkel, Mat Mladin, Pascal Picotte, Ron Pierce, Doug Polen, Jason Pridmore, Steve Rapp, Scott Russell, Dave Sadowski, Kevin Schwantz, Rodney Smith, Ben Spies, Jay Springsteen, Thomas Stevens, Aaron Yates, Tommy Hayden.  

       

Linkse foto : 1975 Winnaar Gene Romero

2e foto: winnaar 1978, 1983 & 1984, Kenny Roberts

3e foto: winnaar 1979 & 1981, Dale Singleton

 

A.M.A. Pro rijders van 1979: Jay Springsteen (#1), Gene Romero (#3), Gary Scott (#5), Erik Buell (#6), Gill Martin (#7), Gary Nixon (#9), Steve Eklund (#11) en Dave Aldana (#10).

Deel 9, Daytona 1980-1981

HOME

©opyright 2007 Gerard van der Pot.