Home Jack Middelburg Guestbook GP-races Daytona Toon Kannekens Diverse

 

 

1976

Programma

 

Er hadden zich in 1976 130 coureurs voor 80 plaatsen ingeschreven. De belangrijkste deelnemers staan hieronder met startnummer:

  • 1 Gary Scott, YAMAHA

  • 2 Kenny Roberts, YAMAHA

  • 3 Gene Romero, YAMAHA

  • 5 Johnny Cecotto, YAMAHA

  • 6 John Newbold, SUZUKI

  • 7 Barry Sheene, SUZUKI

  • 9 Gary Nixon, KAWASAKI

  • 10 Giacomo Agostini, YAMAHA

  • 17 Yvon Duhamel, KAWASAKI

  • 18 Conrad Urbanowski, YAMAHA

  • 24 Gary Fisher. YAMAHA

  • 27 Skip Aksland, YAMAHA

  • 29 Randy Cleek, YAMAHA

  • 32 Steve Baker, YAMAHA

  • 35 Wes Cooley, YAMAHA

  • 38 Phil Read, YAMAHA

  • 39 Hurley Wilvert, YAMAHA

  • 40 Pat Hennen, SUZUKI

  • 42 Francis Hollebecq, YAMAHA

  • 47 Jean Philip Orban, YAMAHA

  • 50 John Long, YAMAHA

  • 51 Pat Evans, YAMAHA

  • 52 Kevin Stafford, YAMAHA

  • 57 Christian Estrosi, SUZUKI

  • 72 Mike Kidd, KAWASAKI

  • 83 Steve McLaughlin, YAMAHA

Steve Baker

Gary Nixon

Gary Fisher

Yvon Duhamel

Christian Estrosi

Hideo Kanaya

  • 97 Ron Pierce, KAWASAKI

  • 135 Patrick Pons, YAMAHA

  • 118 Steve Manship, YAMAHA

  • 122 Dale Singleton, YAMAHA

  • 135 Patrick Pons, YAMAHA

  • 137 Gérard Choukroun, YAMAHA

  • 316 Ron Haslam, YAMAHA

  • 319 John Dodds, YAMAHA

  • 322 Jan Kostwinder, YAMAHA

  • 324 Gregg Hansford, KAWASAKI

  • 325 Rob Bron YAMAHA

  • 326 Marcel Ankoné, SUZUKI

  • 327 Boet van Dulmen, YAMAHA

  • 328 Wil Hartog, SUZUKI

  • 329 Piet vd Wal, YAMAHA

  • 332 Alain Vial, YAMAHA

  • 333 Alex George, SUZUKI

  • 339 Pentti Korhonen YAMAHA

  • 341 Philippe Coulon; YAMAHA

  • 342 Dave Potter, YAMAHA

  • 345 Dieter Braun, YAMAHA

  • 346 Kenny Blake, YAMAHA

  • 349 Takazumi Katayama, YAMAHA

  • 350 Bruno Kneubühler, YAMAHA

  • 354 Michel Rougerie

  • 351 Hideo Kanaya, YAMAHA

  • 385 Warren Willing, YAMAHA

Marcel Ankoné

Kenny Roberts

Gene Romero

Pat Hennen

Ron Pierce

John Newbold

 

Dieter Braun

Alain Vial

Phil Read

Philippe Coulon

Gregg Hansford

Gérard Choukroun

 

1976 Daytona, Steve Baker & Kenny Roberts.

 

 

1976 Barry Sheene terug in Daytona, om te trainen voor de 200 mijl, na zijn zware ongeval in 1975.

1976 Gene Romero in Daytona.

Voorbeschouwing 1976: Na lange besprekingen en twijfels ging het er op lijken dat alle ingeschreven coureurs present zouden zijn op de 35e editie van de Daytona 200. Allereerst Ago, die had geprobeerd, met alle middelen, om aan de organisatoren duidelijk te maken, dat hij een startpremie wilde. Maar aangezien deze nooit aan niemand gegeven is/wordt, hadden zij een negatief antwoord gegeven. Agostini besloot daarna om overal te schreeuwen dat hij niet komen zou, zodat de organisatie geen publiciteit met zijn naam kon maken. Johnny Cecotto dan, hoewel geblesseerd aan de enkel vanaf de F750 van Assen 1975, had Johnny aan de organisatoren een bericht gestuurd dat hij toch zou komen. Hij zou in de trainingen bekijken of hij wel in de race van start zou gaan, hij had zich overigens ook in de 250cc klasse ingeschreven. A.M.A. kampioen Gary Scott, de opvolger van Kenny Roberts, zou uiteraard, evenals Kenny aanwezig zijn.  Don Vesco, kampioenenmaker in de racewereld, zou twee motoren prepareren: één voor Phil Read (7-voudig werledkampioen) en één voor Gene Romero (winnaar van de 200 mijlen van de laatste editie). Read, wilde zeer graag winst in Daytona zien te verwezenlijken. Vervolgens zou hij met deze speciaal geprepareerde motor in Europa aan de slag gaan in F750 wedstrijden. Gene Romero, zou de officiële rijder voor Vesco tijdens het A.M.A. seizoen zijn. Voor de dirttrack beschikte hij over een Harley-Davidson, gesponsord door de befaamde Amerikaanse stuntman Evel Knievel (1938-2007). Romero zou in Europa alleen aan de start van de Anglo-American wedstrijden in Groot-Brittanië deelnemen. Suzuki-GB zou nog slechts nog Engelse coureurs in dienst nemen om te trachten de titel van Daytona te pakken. Barry Sheene, die in de uitgave van 1975 hard ten val was gekomen, zou dit jaar de leider van de stal zijn met een 1976-er model. Maar men mocht ook de rijders John Newbold**(1952-1982) en John Williams*(1946-1978) niet onderschatten, die eveneens over de fabrieksmachines van Suzuki, maar dan van 1975, zouden beschikken. Yamaha kwam uiteraard ook weer met een heel legertje fabrieksmachines naar de speedweek, om hun titel wederom te verdedigen. Hun namen: Kenny Roberts en Hideo Kanaya (Yamaha-USA), Steve Baker (Yamaha-Canada), Baker kwam uit Washington State, in het noord-westen van de USA, vlak bij de Canadese grens, vandaar dat hij al als junior in het Yamaha Canada team was opgenomen, Agostini (team Ago) en Johnny Cecotto (Venemotos).

*   John Williams kwam om het leven in augustus 1978 tijdens de "North West 200", een traditionele wegrace in Noord-Ierland (Ulster). Hij lag in de race achter Tom Herron, die later, in 1979, op hetzelfde circuit ook zou verongelukken.

** John Newbold kwam evenals Williams om het leven, tijdens de "North West 200", in mei 1982, op exact hetzelfde circuit en plaats waar in 1979 de Ierse topper Tom Herron om het leven was gekomen. 

John Newbold training Daytona '76 

John Williams

In oktober 1975 was er voor de Amerikaanse Suzuki-fabrieksrijders slecht nieuws gekomen uit Japan. De fabriek hefte het Amerikaanse team op en wilden dat alle motoren naar Engeland verscheept werden, de coureurs werden bedankt voor bewezen diensten en de monteurs ontslagen. Gary Nixon, officiële rijder van Suzuki in '74 en '75, had nog voorgesteld om zijn 750cc, die hij wilde gebruiken voor de race op Daytona, af te kopen en tevens de drie andere motoren die hij ter beschikking had. Gary had 10000 dollar voor "zijn" materieel geboden. Suzuki-Japan weigerde echter alle medewering. Nixon ontdekte enkele weken later dat zijn motoren in Groot-Brittannië werden gebruikt. Saillant detail: deze machines waren zeer speciaal geprepareerd, door Erv Kanemoto, voor de bijzondere rijstijl van Nixon. De paar Britse coureurs die ze hebben geprobeerd, hebben ze als zeer gevaarlijk en... onbruikbaar bestempeld! Gary zou uiteindelijk op een Kawasaki aan de race deelnemen en tweede worden, mede door het goede sleutelwerk van zijn tuner Erv Kanemoto! Teamgenoten van Nixon: Ron Pierce en Mike Kidd en voor Kawasaki Canada: Yvon Duhamel. 

 Yvon Duhamel (winnaar 250cc in 1968 & 1969 en vader van 5-voudig 200 mijl winnaar Miguel Duhamel).

 

 

De laatste had overigens nooit in de Daytona race van 1976 mogen deelnemen. Yvon Duhamel, Canadees van geboorte, was buiten een goede wegrenner, die wel erg veel risico nam en er daardoor erg vaak naast lag, een zeer begenadigd sneeuwmobielracer. Hierin won hij vele kampioenschappen, maar twee maanden voor Daytona had hij zijn knie gebroken en die zat tijdens de Daytona Speedweek nog in het gips en hij mocht van de artsen absoluut niet deelnemen. Hij brak echter, vlak voor de speedweek, eigenhandig het gips eraf en vloog naar Florida. Hij moest door de monteurs op en af zijn Kawasaki worden getild en hij kon bijna niet lopen. In de race viel hij uiteindelijk, met een gebroken uitlaatpijp en afgelopen ketting, uit.

 

Gary Scott

1977, Gary Scott

Gary Scott "The number One" van 1975 wilde na het winnen van de A.M.A. titel een loonsverhoging van de Harley-Davidson fabriek in Milwaukee. Die weigerde echter, het resultaat hiervan was een scheiding. Scott reed geen fabrieks Harley meer en Harley-Davidson kon niet meer de naam van “Number One” voor zijn publiciteit gebruiken in 1976! De plaats van Gary bij Harley werd ingenomen door Greg Sassaman. Gary Scott zou tenslotte aan de 200 mijlen, in 1977, met een concurrerende Yamaha deelnemen. Gary Scott was overigens een veelbesproken figuur in de motorsport. Gary Scott zou in 1976 vergeefs proberen zijn verloren “Number One” titel te heroveren (werd overgenomen door Jay Springsteen). Niet veel mensen waren er rauwig om dat het hem niet zou lukken, echt populair was Gary niet. Het waren er nooit veel, de vrienden van Gary. In 1976 had hij er nog wel een paar, Hank Scott, de altijd somber kijkende jongere broer van Gary, die zelf eveneens wedstrijden reed, Carl Patrick, de mecanicien die Gary's dirttrack-Harley's aan het lopen hield; en George E. Murray die met zijn GEM-team Scott's Yamaha wegracers financierde, bouwde en onderhield. Niemand van dit trio zou in 1977 nog een vriend/supporter van Gary zijn. Een van de laatsten die hem in de steek liet was broer Hank die door Gary werd geveld in een kort maar hevig vuistgevecht tussen beide broers, dat zich afspeelde in Reading, Pennsylvania en dat eindigde met Hank op de grond en Gary bovenop hem. "Ik ben alleen maar op hem gaan zitten om te voorkomen dat hij me sloeg", legde Gary uit. Hij vervolgde dat Hank kwaad was "op de hele wereld" nadat Shell Thuet (befaamd racer, sponsor en tuner) die hem jarenlang had gesponsord, zijn activiteiten had gestaakt, en dat hij zijn woede koelde op Gary. Hoe dan ook, Hank en Gary praatten niet meer met elkaar. Het uit elkaar gaan van Gary en zijn monteur Carl Patrick, die in 1976 zo fantastisch veel werk zou verzetten, verliep minder hevig, er werd niet geslagen, maar was er niet minder definitief om.

Gary Scott, met nummer 1 in 1976, zijnde AMA kampioen

"Patrick", legde Scott uit, "had het ineens niet meer in zijn vingers; zijn slordige werk was er de oorzaak van dat ik een paar motorblokken in de poeier heb gedraaid". De ironie wilde, dat de breuk tussen Gary en Carl Patrick werd gevolgd door het samengaan van Patrick en Hank. De man die Gary Scott in 1976 sponsorde bij diens wegrace-activiteiten, George Murray; brak met Gary in april 1977. Murray had afspraken gemaakt met een andere schokbrekerfabrikant dan de firma die Scott op de dirttracks sponsorde, maar Gary wilde persé de naam van die firma op de wegracers die Murray's eigendom waren. Murray weigerde. Sedert Murray geen machines meer beschikbaar stelde, waren Scott's resultaten in wegraces nog slechter dan voor die tijd. En dat was al bar slecht. Maar hij had nu dan ook niemand meer die hem hielp. Tijdens een wedstrijd in Sears Point, waar Gary voor een verkeerd type rubber koos en in de openingsronden een achterband in rook liet opgaan, moest zijn vrouw Donna zich een ongeluk duwen om de Yamaha 750 van manlief aan de praat te krijgen. Scott, de Amerikaanse Nummer Één van 1975 die de meest illustrerende carrière in de geschiedenis van de Amerikaanse racerij leek te gaan maken met zijn tweede plaatsen in 1972, ‘73 en ‘74. Maar hij voerde ook een groot deel van zijn gevechten buiten de circuits. Zo sloeg hij Harley-Davidson monteur Bill Werner in elkaar en ging met Yamaha's stermecanicien Kel Carruthers op de vuist. In datzelfde enerverende jaar kreeg Scott ruzie met Kenny Roberts, Mike Kidd, Bill Eves en diverse andere toprijders. Scott zou nog jaren daarna doorgaan met ruziezoeken, maar ook met winnen, want racen dat kon hij als de beste! 

Gary Scott, nogmaals met nummer 1 in 1976, zijnde AMA kampioen, nummer 2 is Kenny Roberts, voorop Ted Boody en Steve Eklund met no: 74.

Gary Scott was één van de toppers in de A.M.A. titelstrijd tijdens de jaren '70. Hij won “The Number One” titel van de A.M.A. 1975, en was AMA Rookie van het Jaar in 1972. In Amerika stond het winnen gelijk aan kampioen zijn van het heelal, dat werd veel hoger aangeschreven als het Grand Prix wereldkampioenschap. Maar ja, Amerikanen zien altijd alles grootser en beter, dus... Het was wel veel moeilijker om de A.M.A. titel te winnen, veel meer wedstrijden, tegenstanders en beheersing van meerdere disciplines. Verder eindigde Gary twaalf opeenvolgende jaren in de top tien. Hij was tevens een uitstekende monteur, en zijn toptijd maakte hij door als privé-coureur. Nadat hij het Harley-Davidson fabrieksteam (zie boven) na het winnen van het kampioenschap in 1975 verliet, zou hij altijd als privé-coureur blijven rijden en nooit meer in dienst van een fabriek. Scott was geboren in San Gabriel, Californië, op 19 januari 1952. Gary en zijn jongere broer, Hank, begonnen al op jonge leeftijd met het racen op mini-fietsen. Hank zou ook een concurrent gaan worden van Gary  tijdens de jaren zeventig en  jaren tachtig. Toen Gary 13 was begon hij met wegracen en op zijn 17e won hij al zijn 1e kampioenschap in Californië. Op twintigjarige leeftijd nam hij voor het eerst deel aan het A.M.A. nationale kampioenschap van Amerika. Dat jaar deden tevens Kenny Roberts, Mark Brelsford en Mike Kidd voor het eerst mee en dat Gary “Rookie Of The Year” werd, zegt genoeg m.b.t. zijn kwaliteiten. Na zijn rookiejaar eindigde Scott de twee jaren daarna als tweede in het kampioenschap achter toekomstige wereldkampioen wegrace Kenny Roberts. In 1974, werd Scott in dienst genomen door het Harley-Davidson fabrieksteam. Hij won het kampioenschap in 1975  en versloeg dat jaar zijn grote rivaal Kenny Roberts en de nieuwe rookiesensatie Jay Springsteen. In 1977 zou de eindstand andersom zijn; Jay Springsteen, Gary Scott en Kenny Roberts. Scott werd ook berucht bij de fabrieken Harley-Davidson en Yamaha voor het claimen van vele racefietsen  na een gewonnen race. Het was in Amerika, zoals al eerder vermeld op de site, een recht om de winnende motor op te kunnen kopen, als je zelf ook aan die race had deelgenomen. Gary Scott bleef dus in de top tien bivakkeren al die jaren, alleen in 1981 had hij bijna nogmaals de titel gepakt. Hij kwam vijf punten te kort en moest deze titel aan Mike Kidd laten. In 1982 won hij zijn laatste race en zijn laatste jaar bij de bovenste tien was 1983. Scott stopte na het seizoen van 1985 en had toen deelgenomen aan 237 A.M.A. races, waarvan hij er negentien wist te winnen. In de Daytona 200 had Scott weinig geluk, zijn beste resultaat was in die van 1978, die hij als 9e beëindigde.

 

Michel Rougerie

Patrick Pons

De Fransen Patrick Pons (1952-1980) en Gérard Choukroun**(1954 - 1983) verdedigden dit jaar de kleuren van Gauloises in Daytona. Beiden rijdende op een 750cc Yamaha, hadden zij een goede kans zich te plaatsen. Pons had een voortreffelijke indruk achtergelaten in ‘74 en ’75. Beide keren een zeer goede positie bezettend, alvorens door mechanische problemen te moeten opgeven. Stal ELF stak zijn aardoliegeld in een Fransman en twee Zwitsers, Michel Rougerie, Philippe Coulon en Bruno Kneubühler. Michel zou voor de eerste keer in een officiële wedstrijd op een Yamaha rijden en het zou tegelijkertijd zijn eerste Daytona 200 zijn. Het inschrijven van de Fransen nam elk jaar toe na de eerste poging van Eric Offenstadt in 1972. Dit seizoen deden mee, buiten dus de al genoemde Rougerie, Pons en Choukroun, Alain Vial, Jean-Paul Boinet, Christian Estrosi en de Franstalige Belgische coureur Jean-Philippe Orban. Verder kwamen er uit de hele wereld vele privé toppers naar de kust van Florida. Vanuit Japan allereerst, Takazumi Katayama, van Nieuw-Zeeland/Australië John Boote, Warren Willing en Gregg Hansford (1952-1995*), vanuit Europa: Dieter Braun, Chas Mortimer, Rob Bron, Boet Van Dulmen, Will Hartog en natuurlijk de USA met toppers als Hurley Wilvert, Gary Fischer, Steve MacLaughlin, Steve Baker, Pat Hennen, Randy Cleek en vele anderen. 

 

* Gregg Hansford verloor zijn leven, op zondag 5 Maart 1995, tijdens een autorace in Phillip Island, Australië. Hij was in 1981 gestopt met wegracen en in 1984 begonnen met autoracen in zijn thuisland Australië. Hij verongelukte, toen hij in zijn Ford Mondeo van het circuit gleed, een muur raakte, terugstuiterde op de baan en voor een andere auto terechtkwam en deze hem vol in de zij raakte met meer dan 200 kilometer per uur. Gregg Hansford had geen enkele kans.......

** Gérard Choukroun kwam op 08-10-1983, op 29 jarige leeftijd, om het leven bij een verkeersongeluk. Hij was in 1979 gestopt met motorracen en naar de autosport overgestapt. Hij deed mee aan bijna alle klassen voor het wereldkampioenschap (250, 350 & 500cc) Later reed hij veel mee in lange-afstandraces en het F750 kampioenschap. Zijn beste resultaten, 500cc 1975: 7e in Zweden, 350cc 1975: 3e in Frankrijk, achter Cecotto en Agostini. 

Gérard Choukroun, Daytona 1976

1976

 

Kenny Roberts 

 Johnny Cecotto en Steve Baker

Barry Sheene & Yvon Duhamel (winnaar 250cc in 1968 & 1969 en vader van 5-voudig 200 mijl winnaar Miguel Duhamel).

 

1976 Kenny Roberts ontvangt cheque voor snelste kwalificatie.

1976 Kenny Roberts ontvangt de 'Camel Filters Trophy' voor de snelste kwalificatie.

De TZ750 Yamaha was nu absoluut de meest dominante machine in Daytona, en in de winter van ’75-’76 had de Yamaha-fabriek nog diverse belangrijke ontwikkelingen aan de machine doorgevoerd, die de prestaties nog verder moesten verbeteren. Vier speciale, nieuwe OW-31 racemachines werden, in 1976, aan de start gebracht van de Daytona Speedweek. Voor ieder van de vier belangrijkste internationale Yamaha-importeurs stond er zo’n machine ter beschikking. De importeur van de Verenigde Staten, had natuurlijk Kenny Roberts tot hun beschikking. Yamaha Motor Canada had Steve Baker op hun ter beschikking gestelde model, Yamaha Japan had Hideo Kanaya en Venemotos, de importeur van Venezuela, had Johnny Cecotto. Deze vier rijders verdeelden dan ook de eerste vier startplaatsen voor de Daytona 200. Dit was een bevestiging dat Yamaha de machines t.o.v. het 1975 model TZ750 had verbeterd. De Nederlandse deelnemers ondervonden nogal wat tegenslag in de trainingen. Marcel Ankoné moest tot twee keer toe zijn motorblok uit elkaar halen, i.v.m. eerst een defecte waterpomp en later een defecte versnellingsbak. In de race zou hij andermaal met pech te maken krijgen, ditmaal vanwege het feit dat de uitlaatuiteinden (dempers) verstopt gingen zitten, waardoor hij, uiteraard, erg veel vermogen verloor. Piet v/d Wal kreeg al snel in de training problemen met de waterpompaandrijving en mede door een koortsaanval op woensdag wist hij zich niet te plaatsen voor de race. Wil Hartog kwam niet verder dan de 60e trainingstijd en zijn probleem was het volgende: hij gaf aan dat hij in de training nogmaals een tweede kwalificatieronde wilde rijden. Dit diende gedaan te worden d.m.v. je hand opsteken. Wil stak zijn been uit, wat ook wel toegestaan was, maar niet werd gezien. Jan Kostwinder, zoals altijd als privé-coureur aanwezig, buiten het Nederlandse team, wist zich niet voor de race te kwalificeren. Boet van Dulmen had stuurproblemen, maar die werden zeer snel door Nico Bakker, de framebouwer, verholpen. Rob Bron was eigenlijk de enige Hollander waar de training probleemloos voor verliep.

Gary Nixon winnaar 1967 John Newbold Chas Mortimer Gary Scott Pat Hennen Alex George Pentti Korhonen

 

1976 start Daytona 200,  27. Skip Aksland, 9. Gary Nixon, 5. Johnny Cecotto, 351. Hideo Kanaya, 32. Steve Baker 2. Kenny Roberts, 135. Patrick Pons, 143. Mike Clark, 17. Yvon Duhamel.

Start van de eerste groep, Kenny Roberts en Pat Evans zijn al uit beeld. Pat Hennen (#40), Steve Baker (#32), Steve McLaughlin (#83), Johnny Cecotto (#5), Hideo Kanaya (#351), Gene Romero (#3), Gary Nixon (#9), Phil McDonald (#58) en Warren Willing (#385) zitten er goed bij.

 

 

Tegen het einde van de  eerste ronde: Pat Evans (#51) nog aan de leiding voor Kenny Roberts, Johnny Cecotto (#5), Steve Baker (#32), Hideo Kanaya (#351), Pat Hennen (#40) en Gary Nixon (#9).

 

 

 

De achtervolgers sluiten weer aan bij de koplopers, Pat Evans zal een bocht later, door een valpartij, de leiding verliezen.

 

 

Dringen in de middengroep: Alex George (#333), Wil Hartog (#328), Marcel Ankoné (#326), Pennti Korhonen (#339), John Dodds (#319), Ron Mass (#96).

 

 

 

 

 

Johnny Cecotto op weg naar een 1e plaats

Interview Johnny Cecotto

Tijdens de kwalificatie voor de wedstrijd van 1976, waren velen van mening dat dit zeker het jaar van Kenny Roberts zou worden. Hij had één van de Yamaha OW-31 modellen naar een nieuw kwalificatierecord gereden van 179.30 kilometer per uur en een topsnelheid geklokt, op het rechte eind, van meer dan 292 kilometer per uur. De toeschouwersaantallen in Daytona waren elk jaar gegroeid, de laatste jaren, en voor de 1976 editie werd een record gevestigd van meer dan 70.000 mensen. Op de racedag van de 200, zondag, zag het er somber uit vanwege de sterk wisselende weersomstandigheden. Als het zou gaan regenen, moest de race een volle week uitgesteld worden, tot zondag 14 maart. Ook de monteurs hadden zo hun kopzorgen, want hoe moet je de motoren afstellen. Wel of niet veranderen, de meesten lieten de afstelling zoals hij was na de zondagmorgentraining. AMA's Number One, Gary Scott, die zich naar de 25e tijd had getraind, verscheen niet aan de start, nadat hij op zaterdagmorgen een flinke smakker had gemaakt, waarbij hij enkele botjes in zijn hand had gebroken. Wel aan de start verscheen Barry Sheene, die zoveel last had van zijn geblesseerde knie, dat hij zaterdag nog naar een specialist in Miami was gevlogen voor behandeling van het gewricht. Zoals altijd was de start van de Daytona 200 de meest spectaculaire gebeurtenis in de motorsport. Het geweld waarmee de drie groepen (twee van 30 en één van 20 rijders) in een tijdbestek van twintig seconden van start ging, liet een onwisbare ervaring achter voor de toeschouwers. Ik heb het helaas zelf ook van alleen horen zeggen en zou/wil het echt wel eens zelf beleven. Johnny Cecotto ging het startveld, op zijn achterwiel vooruit, maar Pat Evans was degene die op het binnencircuit aan de leiding ging. Deze was echter iets te gretig, want het talent uit El Cajon, Californië, lag zijn Yamaha in de vierde bocht van het circuit te plat en ging onderuit, toen zijn voorwiel weggleed. De eerste premie, van $30, voor de eerste die de finishlijn passeerde, na de eerste doorkomst, ging naar Johnny Cecotto. De toeschouwers gingen er eens goed voor zitten. Bij het begin van de race zagen zij al snel de vier snelsten uit de trainingen weglopen bij de rest van het veld. De stand bij de vijfde doorkomst was als volgt: Roberts, Cecotto, Baker en Kanaya, op afstand gevolgd door de Australiër Gregg Hansford, Gary Nixon, Barry Sheene, Steve "Big Mouth" McLaughin, Gene Romero, Pat Hennen, Skip Aksland (foto links met #27) en Ron Pierce. Topper Phil Read, moest al na zes ronden naar de pits met mechanische problemen en zijn race was over. Ook Wil Hartog moest een bezoek aan de pits brengen, zijn motor liep nog maar op twee cilinders. Dit euvel werd snel verholpen, was een omlaag gevallen sproeiernaald in de middelste carburateur, maar in de 26e ronde moest Wil alsnog uit de race met koppelingsproblemen. De top vier bleven redelijk dicht bij elkaar, tot in ronde tien de motor van Baker volledig stil viel. Hij moest naar de kant, Cecotto, Roberts en Kanaya alleen latend, vechtend om één van de top Yamaha’s winnend over de streep te brengen. Dit uitvallen van Steve was later het geluk voor Kanaya, toen deze een nieuw achterwiel nodig had. Deze haalde men uit de Yamaha van Steve Baker. Hoewel Cecotto dicht achter hem lag, leek Kenny Roberts de race naar zich toe te trekken, feilloos sturend op zijn perfect lopende machine. De twee koplopers draaiden een zeer snel tempo, gezien het gemiddelde van 174 km/u. In de 15e ronde lag Roberts nog steeds op kop, nu met een klein gaatje naar Cecotto en op wat grotere afstand, Kanaya, Hansford, Nixon, Sheene, McLaughlin en Romero. Vlak voor de eerste pitsstops reed Johnny Cecotto het kleine gaatje dicht en dook in de 17e ronde als eerste de pits binnen, direct gevolgd door Kenny Roberts. De tankbeurt duurde 4 á 5 seconden en beiden stormden gelijktijdig weer de baan op. De daarop volgende ronden was het constant stuivertje wisselend voor de leiding. Hoe hard zij gingen bleek wel in de 31e ronde, toen ze niemand minder dan Barry Sheene op één ronde achterstand zetten. In de 34e ronde ging Cecotto voor zijn tweede tanking naar binnen, om na zeven seconden de race weer te hervatten. De ronde daarop nam hij de leiding weer over, toen Kenny ook voor zijn tweede stop naar binnen ging. Cecotto had na deze stops een gaatje van acht seconden naar Roberts geslagen, op grote achterstand daarachter Kanaya, Nixon, Sheene, McLaughlin en Pat Hennen, waarbij de laatste vier een zeer spannend duel uitvochten voor de vierde plaats, achter de drie ongenaakbare Yamaha's. Op driekwart van de race, begonnen Kanaya en Roberts bandenprobleem te ervaren. Roberts had de afgelopen vier jaren alleen maar “bad luck” ervaren op het Daytonacircuit en nu leek “de wet van Murphy” wederom van toepassing op zijn persoontje. Ondanks het feit dat zijn machine diverse malen weggleed op het wegdek, ging Roberts toch door. Hij kon door zijn problemen echter niet voorkomen dat Johnny Cecotto steeds verder bij hem weg liep. Uiteindelijk klapte de band, maar gelukkig voor Roberts, reed hij net in de langzame chicane, toen dit gebeurde. Hij raakte hierbij wel de zandzakken naast de baan, maar wist wonderbaarlijk genoeg in het zadel van zijn machine te blijven. Hij reed slingerend naar de pits voor een wielwissel, waar Kel Carruthers slechts drie minuten en 27 seconden voor nodig had, waarna hij de race hervatte, die hem een 9e plaats aan de finish zou opleveren. De Goodyear technici raakten bij het zien van de band van Roberts, waar eerst het loopvlak vanaf was gelopen, flink in paniek. Zij wilden dat de teams van Cecotto en Kanaya hun coureurs z.s.m. naar binnen haalden om hun banden te controleren. Kanaya was er inmiddels op de baan al opgewezen dat de stukken van zijn achterband vlogen, dus die kwam al de pits in voor controle. John Williams en Skip Aksland waren inmiddels beiden in de chicane ten val gekomen, zo ook Wes Cooley die in een strijd was gewikkeld met Rob Bron om de twintigste plaats. Ondertussen reed Rob Bron een perfecte race, zijn tankstops gingen respectievelijk in 15, 21 en 25 seconden en zijn rondetijden waren constant op hetzelfde niveau. Iets langer duurde zijn extra pitsstop, 28 seconden om precies te zijn, om zijn ketting te spannen. De plaats van beste Nederlander was dus uiterst verdiend. Met nog zeven rondes te gaan was de stand: Cecotto onbedreigd aan de leiding, met al op één ronde achterstand: Gary Nixon, Barry Sheene, Pat Hennen, Gene Romero en de sterk naar voren gekomen Michel Rougerie. Daarachter Randy Cleek, John Newbold en Patrick Pons. De laatste wist in een zeer sterk slotoffensief, Cleek en Rougerie nog te passeren. En aangezien de Suzuki-azen, Sheene en Newbold beiden vier ronden voor het eind uitvielen met een gebroken ketting, werd Patrick Pons nog vijfde en daarmee beste Europeaan. Johnny Cecotto, die de harten van de toeschouwers in 1975 had gestolen, met zijn spectaculaire race en een derde plaats, behield de rust om rustig de race uit te rijden en als eerste te finishen. Hij negeerde overigens wel diverse pitssignalen, om binnen te komen om zijn banden te controleren, dit had dus veel slechter voor Johnny af kunnen lopen... Toen hij veilig in de pits was aangekomen, merkte men op dat de canvas al door het rubber stak en het niet veel ronden meer geduurd zou hebben eer ook de achterband onder zijn Yamaha vandaan was geklapt. De tijdwaarneming klopte, zoals gewend in Amerika, van geen kanten, zoals dat zeer vaak was tijdens wedstrijden in "The USofA", daar konden ze nog wel wat van leren van de Europeanen. Racen konden ze echter wel zeker in Amerika, dat hoefde niemand ze meer te leren!

Kenny Roberts passeert Alex George

Barry Sheene achtervolgt Gary Nixon

 

Patrick Pons (#135) en Tommy Byars (#59) hebben samen een uitstapje gemaakt.

Pitsstop Roberts

Pitsstop Cecotto

Gene Romero voor Patrick Pons (beiden Daytona winnaars, in 1976 resp. 4e en 5e)

Michel Rougerie (6e)

Kenny Roberts

Gene Romero & Pat Hennen

Gary Scott

Johnny Cecotto steekt tong achter in keel van kiss-miss

Het nieuwe circuit in 1976, zoals het tot 1984 werd gebruikt.

Uiteindelijk had slechts één van de vier, $40.000 kostende, OW-31’s probleemloos de race voltooid. Het enorme vermogen van de nieuw geprepareerd en lichtere Yamaha's, ten opzichte van 1975, zorgde ervoor dat de banden het niet aankonden. Zowel Roberts als Kanaya hadden een nieuw achterwiel moeten laten monteren tijdens de race en ondanks dit euvel bracht ze dit nog een 9e en 7e plaats aan de finish. Gary Nixon, die van zijn verwondingen van eind 1974 (ongeluk in Japan) was genezen, reed snel en vlot naar een tweede plaats, op een Kawasaki, die was gebouwd en geprepareerd door Irv Kanemoto. Hij gebruikte onder zijn Kawa dezelfde banden als het Yamaha OW31 viertal, maar aan zijn banden was na de race niet zo veel te merken. Hij wees ook op het enorme pk verschil tussen zijn machine en die van Yamaha. Als de Yamaha's uit de chicane wegtrokken, gingen ze spinnend de kombaan in, daarbij een zwarte streep op het wegdek achterlatend. De Californiër Pat Hennen reed een grootse race, om derde op zijn Suzuki te eindigen. Cecotto bracht het racegemiddelde naar een nieuw record van 175 km/u over de 200-mijlen en verdiende $18.000 voor zijn inspanningen. De Europese rijders waren niet zo best uit "de verf" gekomen dit jaar en alhoewel men in die tijd in Europa dacht dat alleen zij hard konden gaan op een motorfiets, had men wel ontdekt dat men ook in Noord- en Zuid-Amerika en Australië erg hard ging. En dit zouden ze de komende tijd ook in het Grand Prix racen wel gaan merken. De beste Europeanen waren nu de Fransen Patrick Pons en Michel Rougerie, resp. op een vijfde en zesde plaats. De Europese topcoureus Agostini, Teuvo Länsivuori, Mick Grant en Barry Ditchburn hadden vanwege financiële redenen verstek laten gaan en het GB-fabrieks-Suzukiteam, met Barry Sheene en de John's, Newbold en Williams, was teleurstellend. Zij hadden nog wel een week voor de Speedweek het circuit afgehuurd voor privétrainingen, maar dat had niet echt geholpen m.b.t. de betrouwbaarheid van de machines. Sheene deed in de race nog wel voorin mee, maar had in de trainingen heel wat problemen te overwinnen, een Suzuki die niet aan de Yamaha's kon tippen en verder had hij last van een knieblessure, die hij had opgelopen aan het eind van vorig seizoen. En elke keer als hij met een gangetje van 270 km. per uur de plek passeerde, waar hij vorig jaar zo hard van zijn machine was gestuiterd, gaf dit ook mentaal een flinke optater. 

1968 Mitsuo Itoh

1973 Paul Smart

1973 Geoff Perry na een pitsstop.

Barry Sheene

Ook dit jaar kon de Suzuki fabriek het dus weer niet waarmaken. Pat Hennen was op zijn privé-Suzuki nog wel derde geworden en kreeg mede hierdoor een contract bij de fabriek aangeboden. Later in het seizoen won hij als eerste Amerikaan een Grand Prix (Finland, Imatra) in de 500cc klasse, eveneens op zijn privémachine en werd daarna dus voor 1977 in het fabrieksteam opgenomen. Dit nam echter niet weg dat de Daytona 200 nog steeds niet door een Suzuki gewonnen was, terwijl ze dat zo graag wilden. Vanaf 1968 had de fabriek zich dit ten doel gesteld. In '73, '74 en '75 waren ze zeer competitief en pakten zelfs pole-position (Art Bauman, Paul Smart en nogmaals Paul Smart). In 1968 waren het Dick Hammer en de Japanner Mitsuo Itoh die het moesten gaan doen, maar werden de splinternieuwe Suzuki's niet goedgekeurd door de A.M.A. en moest men met andere (oudere) machines deelnemen. Itoh werd daarmee nog negende in de race en Hammer besloot vlak voor de race nog over te stappen op een Triumph, waarmee hij gediskwalificeerd werd, vanwege het feit dat hij er niet mee getraind had. Een jaar later werd de Engelsman Ron Grant weliswaar tweede in de 200, maar werd wel op één ronde achterstand gereden door winnaar Cal Rayborn. In 1970 pakte de Nieuwzeelander Geoff Perry een vijfde plek en Ron Grant werd 38e nadat hij zonder benzine was komen te staan. In 1972 kwam Suzuki terug met een prima machine, waar ze 16 maanden mee bezig waren geweest om te ontwikkelen. Jody Nicholas, Geoff Perry en Art Bauman waren de coureurs. Art Bauman pakte dus pole voor Nicholas en de machines waren supersnel en hadden zeer veel vermogen, maar dit konden de banden niet aan. Bauman, knokkend aan de leiding, viel uit met machineproblemen en Nicholas zijn achterband liep eraf. Perry werd nog wel 14e, door het "rustig" aan te doen en zo zijn banden te sparen. In 1973 kwam de Britse 'ace' Paul Smart, de zwager van Barry Sheene, naar Daytona om het op de fabrieksmateriaal van Suzuki te gaan proberen. Hij pakte poleposition en zijn teamgenoten Geoff Perry en Ron Grant de derde en vijfde tijd. Echter ook dit jaar stond "Vrouwe Fortuna" niet aan de kant van de Suzuki's. Na 24 ronden viel Smart uit met ontstekingsproblemen, Perry hield het 27 ronden vol en Grant het langste met 31 ronden. Paul Smart greep het jaar erop wederom de snelste trainingstijd. Dit was overigens de derde keer dat hij dit presteerde, want ook in 1971 had hij de snelste tijd neergezet, maar toen op een Triumph. Barry Sheene pakte de derde tijd en wederom leek het of Suzuki een gooi naar de overwinning zou gaan doen. Ook Cliff Carr, Gary Nixon en Ken Araoka verschenen aan de start met het fabrieksmateriaal van Suzuki. Smart kreeg het niet voor elkaar om hoger dan negende te eindigen, Sheene viel al snel in de race uit, terwijl hij in de kopgroep zat, Nixon ging onderuit terwijl hij met de latere winnaar Agostini in gevecht was. In 1975 had men de hoop gevestigd op de toenmalige Grand Prix toppers Barry Sheene en Teuvo Länsivuori. Barry Sheene kwam echter in de training zeer hard ten val en was uitgeschakeld en de als tweede gekwalificeerde Länsivuori viel, evenals de andere fabrieksrijders van Suzuki, uit met kettingproblemen, evenals dus het Engelse trio in 1976. Men had dus geluk dat Pat Hennen op zijn privémachine een "eigen" kettingspanner gebruikte en zo op het podium kwam dat jaar. De jaren erna werden er geen aansprekende resultaten meer behaald door de fabriek, men bleef zelfs enige jaren weg, ook niet in de beginjaren '80 met topper Randy Mamola. Men moest uiteindelijk tot 1988 wachten eer men de eerste overwinning in de Daytona 200 zou pakken. En wel door Kevin Schwantz. Er stonden zelfs twee Suzukirijders dat jaar op het podium. Doug Polen werd tweede, na in 1987, eveneens op een Suzuki al derde geworden te zijn achter teamgenoot Tsujimoto (tweede) en de winnaar op Honda, Wayne Rainey. In 2000, 2001 en 2004 won Mat Mladin, nog drie keer de titel voor Suzuki.

Door de vele bandenproblemen in 1976, gingen er na de race al stemmen op, om de race voortaan in twee manches te laten rijden, of een verplichte bandenwissel toe te passen. Dit laatste riep al een hoop tegenstand op, omdat het voor nog meer drukte en dus gevaar in de pitsstraat zou gaan zorgen. Verder zou het race nog onoverzichtelijker maken. Dit was altijd al een probleem door de vele tankstops. Hierdoor zou de race in 1977 in twee manches verreden gaan worden.

 

Christian Estrosi

Bandenpech Roberts

Harry Hunt, monteur Pat Hennen

Alex George (14e plaats)

HET gevecht van 1976, Yamaha-kanonnen, Roberts & Cecotto

Rob Bron (20e plaats)

Gary Nixon, weer helemaal terug met zijn tweede plaats, nadat hij ruim een jaar uit de roulatie was geweest na een ongeval.

 

 

Phil Read

Gevecht achter de kopgroep tussen: Gene Romero (#3), Skip Aksland (#27), Gregg Hansford (#324) met vlak daarachter Wes Cooley, John Newbold (#6) voor Phil McDonald en Barry Sheene, Phil Read (#38) en Yvon Duhamel (#17)

Kenny Roberts met cheftuner Kel Carruthers

De Kawasaki van Gary Nixon, met cheftuner Erv Kanemoto in het zadel.

Rob Bron voor Wes Cooley

Val/stuiterpartij Wes Cooley

Valpartij Skip Aksland, achter de ruggen van Romero, Sheene en McLaughlin

 

Kenny Roberts winnaar 250cc, 100 mijls race

1976, 200 mijls race winnaar Johnny Cecotto

 

Nederlands Daytona-team 1976 (boven naar beneden): Boet van Dulmen, Piet vd Wal, Marcel Ankoné, Rob Bron, Wil Hartog.

Het seizoen werd wederom geopend met de spectaculaire races op Daytona Beach in Amerika. Tijdens deze uitvoering bleek dat de Europese rijders de komende tijden zware tegenstand van de Amerikanen, Australiërs en Zuid-Amerikanen zouden gaan krijgen. Men dacht in Europa de motorsport uit te hebben gevonden, maar er zat zeer zware concurrentie voor in de Grand-Prix racerij aan te komen. Er waren ook diverse Europese grootheden die de overtocht door diverse redenen aan zich voorbij lieten gaan dit jaar, zoals Teuvo Länsivuori, Giacomo Agostini, Barry Ditchburn en Mick Grant. De nieuwe 750 cc fabrieks Suzuki's van Barry Sheene en zijn nieuwe Engelse teamleden John Williams en John Newbold (zouden beiden om het leven komen tijdens motorraces) kwamen ook al niet uit de verf en kwamen veel vermogen te kort t.o.v. de Yamaha's van Johnny Cecotto, Hideo Kanaya, Kenny Roberts en Steve Baker. Het extra vermogen van de Yamaha's zorgde er wel voor dat ze tegen het eind van de race een pitsstop moesten maken om een nieuwe achterband te monteren! Het loopvlak van de Goodyear banden was gewoon tot aan het canvas weggesleten. De Nederlanders hadden met veel problemen in de trainingen af te rekenen. De startopstelling was als volgt: 1. Kenny Roberts, 2. Steve Baker, 3. Hideo Kanaya, 4. Johnny Cecotto, 5. Skip Aksland, 6. Pat Hennen, 16. Barry Sheene, 17. Van Dulmen, 40. Rob Bron, 41. Marcel Ankoné, 60. Wil Hartog. Jan Kostwinder en Piet v/d Wal wisten zich niet te plaatsen voor de race, zij vielen buiten de snelste 80 trainers. Het zou weer een adembenemende start worden. 

 

Pech voor Wil Hartog

Binnen 20 seconden, drie groepen van totaal 80 coureurs die van de startgrid vertrokken! Dat zal toch een verwoestend geweld gegeven hebben. Na een schitterende race, met weer vele uitvallers en sensationele pitsstops, kwam Johnny Cecotto als 1e over de streep na 52 enerverende ronden, terwijl zijn uitlaat gescheurd en zijn achterband volledig versleten was. Lang was de race een gevecht tussen de Venezulaan en Kenny Roberts geweest, maar uiteindelijk wist hij de laatste van zich af te schudden in de 36e ronde. Hierna begon Kenny last te krijgen van zijn achterband en moest dus de pits opzoeken, nadat hij in de chicane de band lek reed en met meesterlijk stuurmanskunst toch nog in het zadel wist te blijven. In de pits wisten zijn monteurs in een snelle tijd van 3 minuut, 27 seconden een ander wiel te monteren. Bij Yamaha besloot men toen ook Kanaya binnen te laten komen en niet voor niets, ook hier zat weinig tot geen rubber meer op zijn loopvlak. Steve Baker was inmiddels uitgevallen en Cecotto nam dus het risico om door te rijden en niet voor niets. De 2e finisher was op meer dan een ronde achterstand, de Amerikaan Gary Nixon (AMA kampioen van 1975) op Kawasaki, 3e de Amerikaan Pat Hennen, 4e de winnaar van 1974 Gene Romero en 5e de Fransman Patrick Pons voor zijn landgenoot Michel Rougerie, de beiden die zo ongelukkig om het leven zouden komen in de jaren die volgden. Kenny Roberts werd uiteindelijk nog 9e en beste Nederlander was Rob Bron op een keurige 20e plek. De Suzuki fabrieksrijders Barry Sheene en John Newbold vielen beide 4 ronden voor tijd uit met een gebroken ketting terwijl ze ver vooraan in het veld zaten, Sheene inmiddels zelfs op een 3e plek. Kenny Roberts wist overigens nog wel de 250cc 100 miles race op zijn naam te brengen voor landgenoten Pat Hennen en Steve Baker.

Rob Bron

Marcel Ankoné

Boet van Dulmen voor Pat Hennen

 

   

 

Uitslag DAYTONA 200 1976

 

 

De 20-jarige Pat Evans, een goot Amerikaans talent, samen met zijn Nederlands-Amerikaanse sponsor, Paul Dahmen. Pat kwam in 1977 om het leven tijdens een ongeval in de F750 200 race op Imola. 

 

Barry Sheene & Johnny Cecotto

 

Barry Sheene 

Dieter Braun (51e)

 
  Rijder Land Merk Aantal ronden Trainings plaats
1 Johnny Cecotto Venezuela Yamaha 52 4e
2 Gary Nixon USA Kawasaki 51 10e
3 Pat Hennen USA Suzuki 51 6e
4 Gene Romero USA Yamaha 51 9e
5 Patrick Pons Frankrijk Yamaha 51 8e
6 Michel Rougerie Frankrijk Yamaha 51 26e
7 Hideo Kanaya Japan Yamaha 50 3e
8 Randy Cleek USA Yamaha 50 38e
9 Kenny Roberts USA Yamaha 50 1e
10 John Dodds Duitsland Yamaha 50 42e
11 Bob Endicott USA Yamaha 50 28e
12 Dennis Purdie USA Yamaha 50
13 Ken Blake Australië Yamaha 49 39e
14 Alex George Schotland Suzuki 49 47e
15 Walter Forster USA Yamaha 49 31e
16 Doug Libby USA Yamaha 49 49e
17 Len Fitch Canada Yamaha 49
18 Robert Wakefield USA Yamaha 49
19 Kevin Stafford Japan Yamaha 49
20 Rob Bron Nederland Yamaha 48 40e
21 Ed Hanson USA Yamaha 48
22 Dave Potter Engeland Yamaha 48 50e
23 Boet van Dulmen Nederland Yamaha 48 17e
24 Dale Singleton USA Yamaha 48
25 Ron Mass USA Yamaha 48
26 Christian Estrosi Frankrijk Yamaha 47
27 Steve Mallonee USA Yamaha 47
28 Richard Chambers USA Yamaha 47
29 Cory Rupplet USA Yamaha 47
30 Johnny Bengtsson Zweden Yamaha 47
31 Marcel Ankoné Nederland Suzuki 47 41e
32 Michael Trimby Engeland Yamaha 47
33 Henry DeGouw USA Yamaha 47
34 Barry Sheene Engeland Suzuki 46 16e
35 John Newbold Engeland Suzuki 46 27e
36 Yvon Duhamel Canada Kawasaki 46 23e
37 Bruce Townsend USA Yamaha 46
38 Bob Rectenwald USA Yamaha 46
39 John Long USA Yamaha 46 29e
40 Wes Cooley USA Yamaha 45 44e
41 Bruce Hammer USA Yamaha 45
42 George Miller USA Yamaha 45
43 Mike Clark USA Yamaha 44 13e
44 Steve McLaughlin USA Yamaha 41 12e
45 Brian Henderson Canada Yamaha 39 45e
46 Larry Bleil USA Yamaha 39
47 Gary Fisher USA Yamaha 39 33e
48 John Williams Engeland Suzuki 34 30e
49 Malcolm McPherson Canada Yamaha 34
50 Cliff Carr Engeland Yamaha 32 24e
51 Dieter Braun Duitsland Yamaha 29 36e
52 Bruce Lind USA Yamaha 29
53 Alain Vial Frankrijk Yamaha 27
54 Jimmy Morales Mexico Yamaha 27
55 Phil Read Engeland Yamaha 24 19e
56 John Fuchs USA Honda 24
57 Wil Hartog Nederland Suzuki 22 60e
58 Gregg Hansford Australië Kawasaki 20 11e
59 Bill Peters USA Yamaha 20 34e
60 Steve Manship Engeland Yamaha 19
61 Terry Hutton Engeland Yamaha 18 35e
62 Ted Henter USA Yamaha 17 43e
63 Gerard Choukroun Frankrijk Yamaha 16 37e
64 Richard Williamson USA Yamaha 16
65 Whitney Blakeslee USA Yamaha 14
66 Skip Aksland USA Yamaha 13 5e
67 Ron Pierce USA Kawasaki 12 18e
68 Tommy Byars USA Yamaha 12 14e
69 Robert Madden Australië Yamaha 12
70 Mike Devlin USA Yamaha 11 46e
71 Steve Baker USA Yamaha 9 2e
72 Stephen Klein Australië Yamaha 9
73 Allen Darbie USA Yamaha 7
74 Warren Willing Australië Yamaha 5 14e
75 Phil McDonald USA Yamaha 2 20e
76 Pennti Korhonen Finland Yamaha 2 48e
77 Gary Blackman USA Yamaha 1 32e
78 Philippe Coulon Zwitserland Yamaha 1 21e

 

De 250cc gaf ook een zeer spannend beeld te zien in de eerste vijftien van de zesentwintig ronden. De strijd ging tussen Kenny Roberts, Steve Baker en Pat Hennen, die elkaar geen centimeter toegaven. Vooral Pat Hennen was zeer goed op dreef, wat hij later in de week, met een derde plaats in de Daytona 200 ook wel zou laten zien. Pas in de 17e ronde wist Roberts een gat te slaan, vooral omdat hij beter gebruik maakte van de achterblijvers. Ron Pierce, die de snelste kwalificatietijd had gereden, lag bijna de hele wedstrijd op de vierde plaats, tot hij tegen het einde van de race ten val kwam. Hij liep geen blessure op, zodat hij ook nog in de 200 mijls race zou kunnen starten. De Nederlandse kleuren, in deze race werden verdedigd door Marcel Ankoné en Jan Kostwinder, meer dan een respectievelijk 33e en 44e plaats zat er niet in, tussen de 80 gestarte deelnemers. 

 

UITSLAG DAYTONA 100 mile expert 250cc 1976 

Start 250cc, met Ron Pierce (#97), Gary Nixon (#9) en Kenny Roberts (#2)

1e kolom = uitslag, 2e startnummer.

    Rijder Land Merk
1 2 Kenny Roberts USA Yamaha
2 40 Pat Hennen USA Yamaha
3 32 Steve Baker USA Yamaha
4 351 Hideo Kanaya Japan Yamaha
5 48 Doug Teague USA Yamaha
6 58 Phil McDonald USA Yamaha
7 52 Kevin Stafford USA Yamaha
8 59 Tommy Byars USA Yamaha
9 63 Mike Devlin USA Yamaha
10 337 Harald Merkl Duitsland Yamaha
11 192 David Emde USA Yamaha
12 207 Miles Baldwin Canada Yamaha
13 118 Richard Schlachter USA Yamaha
14 170 Mike Beader USA Yamaha
15 14 Hank Scott USA Yamaha
16 249 Rudy Galindo USA Yamaha
17 143 Mike Clarke USA Yamaha
18 24 Gary Fisher USA Yamaha
19 50 John Long USA Yamaha
20 101 Hal Coleman USA Yamaha
21 21 Greg Sassaman USA H-D
22 385 Warren Willing Australië Yamaha
23 154 Mike Bufkin USA Yamaha
24 338 Tom Herron Noord-Ierland Yamaha
25 301 Harold Bartol Oostenrijk Yamaha
26 42 Steve Morehead USA Yamaha
27 127 Dannis Lamb USA Yamaha
28 186 Mike Baldwin USA Yamaha
29 161 Will Harding USA Yamaha
30 71 Richard Chambers USA Yamaha
31 160 Alan Barbic USA Yamaha
32 18 Conrad Urbanowski USA H-D
33 326 Marcel Ankoné Nederland Yamaha
34 22 William Payne USA Yamaha
35 187 Richard Smith USA Yamaha
36 182 Frank McTaggart USA Yamaha
37 43 Ken Brunswick USA Yamaha
38 145 Ted Bay USA Yamaha
39 169 Vincent Kutis USA H-D
40 70 Jim Arnold Canada Yamaha
41 353 Santiago Gonzales Venezuela Yamaha
42 222 Ron Stefanko USA Yamaha
43 315 Terry Hutton Engeland Yamaha
44 322 Jan Kostwinder Nederland Yamaha
45 149 Avrem Gudelsky USA Yamaha
46 236 Dwight Lyon USA Yamaha
47 199 Ron Hollmeier USA H-D
48 123 Stan Friduss USA Yamaha
49 352 Carlos Cortez Venezuela Yamaha
50 137 Scott Seegers USA Yamaha
51 312 Gerhard Vogt Duitsland Yamaha
52 79 Dan McWhorter USA Yamaha
53 144 Richard Clutts USA Yamaha
54 146 Bruce Lind USA Yamaha
55 30 Jim Arnold Canada Yamaha
56 97 Ron Pierce USA Kawasaki
57 245 Larry Koop USA Yamaha
58 135 Anthony Angioletti USA Yamaha
59 35 Wes Cooley USA Yamaha
60 93 Brian Henderson Canada Yamaha
61 111 Hap Eaton USA Yamaha
62 324 Gregg Hansford Australië Kawasaki
63 344 Pierre Soulas Frankrijk Yamaha
64 53 Ted Henter USA Yamaha
65 47 Dana Dandeneau USA Yamaha
66 175 Jim Dunn USA H-D
67 136 Robert Sutherland Canada Yamaha
68 114 Gary Blackman USA Yamaha
69 7 Gil Martin USA Yamaha
70 343 Anton Mang Duitsland Yamaha
71 151 Wayne Hucke USA Yamaha
72 171 Robert Murray USA Yamaha
73 156 Ted Davidson USA Yamaha
74 82 Allan Engel USA Kawasaki
75 9 Gary Nixon USA Kawasaki
76 174 David Ingram USA H-D
77 126 John Eastwell Canada Yamaha
78 25 Jay Springsteen USA H-D
79 112 Steve Schaefer USA Kawasaki
80 27 Skip Aksland USA Yamaha

UITSLAG Superbike 1976 

Reg Pridmore (#163) en Steve McLaughin (#83)

1e kolom = uitslag, 2e startnummer.

    Rijder Land Merk
1 83 Steve McLaughin USA BMW
2 163 Reg Pridmore USA BMW
3 31 Cook Neilson USA Ducati
4 35 Wes Cooley USA Kawasaki
5 186 Mike Baldwin USA Norton
6 75 Kurt Lenz USA Kawasaki
7 250 Terry Thomson USA Kawasaki
8 95 Kurt Liebmann USA Ducati
9 109 Art Kowitz USA Kawasaki
10 157 Fred Walti USA Kawasaki
11 161 Will Harding USA Kawasaki
12 50 John Long USA Norton
13 102 John Samways USA Laverda
14 147 Gerald Whithouse USA Yamaha
15 24 Gary Fisher USA BMW
16 256 Marc Mancini USA Yamaha
17 123 Stan Friduss USA Yamaha
18 65 Al Philips USA Ducati
19 352 Dieter Guttner USA Mogu
20 253 Larry Wilcox USA Kawasaki
21 126 John Eastveld USA Ducati
22 88 Roberto Pietri USA Yamaha
23 39 Hurley Wilvert USA Kawasaki
  53 Ted Henter USA Laverda
17 Yvon Duhamel Canada Kawasaki
41 Bob Pope USA Ducati

 

 

Steve McLaughin winnaar Superbike

Superbike

250cc Steve Baker (3e).

 

250cc: Steve Morehead voor Mike Baldwin. Morehead werd uiteindelijk 26e en Baldwin 28e.

1976, begin van de 250cc race.

 

Mike Clarke (#143) voor o.a. Carlos Cortez (#352) uit Venezuela.

250cc: de twee Amerikaanse toppers, Steve Baker & Kenny Roberts.

 

1976, Johnny Cecotto met geschaafde kuip en gat in uitlaat op weg naar Victory lane. 

Steve Baker

Miss Camel Pro Series: Lynn Griffis

 

1976, Johnny Cecotto tijdens het 'Victory Diner'. De huldiging voor zijn zege in de 200.

1976, Kenny Roberts tijdens het 'Victory Diner'.  De huldiging voor zijn pole in de 200 en zijn zege in de 250cc.

 

Uitslag DAYTONA Novice 76-miler 1976

 
 
  Rijder Land Merk Aantal ronden Startno:
1 Ed Ingram USA Yamaha 20 258
2 Harry Klinzmann USA Yamaha 20 2
3 Tom Berry USA Yamaha 20 30
4 Van Salt USA Yamaha 20 161
5 Bernie McHugh USA Yamaha 20 35
6 Waldemar Karpynec USA Yamaha 20 279
7 Joseph Ronay USA Yamaha 20 186
8 Jackie Mitchell USA Yamaha 20 66
9 Dane Stewart USA Yamaha 20 163
10 James Vialovos USA Yamaha 20 134
11 Stanley Jabczanka USA Yamaha 20 312
12 George Taylor USA Yamaha 20 237
13 Mark Legarra USA Yamaha 20 160
14 Quentin Hogan USA Yamaha 20 244
15 Scott Shinn USA Yamaha 20 339
16 Mike Schotthoefer USA Yamaha 20 123
17 Don Mankie USA Yamaha 20 76
18 Mitch Landry USA Yamaha 20 370
 
 

 

19 William Himmelsbach USA Yamaha 20 239
20 Mark Matzinger USA Yamaha 20 210
21 Chris Christensen USA Yamaha 20 119
22 Jim Jandebeur USA Yamaha 20 246
23 Nelson Lavelle USA Yamaha 20 141
24 Brad Stankey USA Yamaha 20 84
25 Wendell Tisdale USA Yamaha 19 205
26 Dieter Guttner USA Yamaha 19 252
27 David Peterson USA Yamaha 19 217
28 Larry Johnston USA Yamaha 19 255
29 Jack Obaczewski Canada Yamaha 19 149
30 Mark Jones USA Yamaha 19 116
31 Horace Skiles USA Yamaha 19 233
32 Wenk Jacobs Canada Yamaha 19 169
33 Bruce Niels USA Yamaha 19 178
34 Jerry Smith USA Yamaha 19 265
35 Thomas Chaddock USA Yamaha 19 245
36 Jerry Wood USA Yamaha 19 97
37 Robert Foxworth USA Yamaha 19 180
38 Dave Schlosser USA Yamaha 19 284
39 Martin Morrison USA Yamaha 19 409
40 Carter Fisher USA Yamaha 19 146
41 John Neslon USA Yamaha 19 243
42 Joseph Zeigler USA Yamaha 19 36
43 Stephen Backlaman USA Yamaha 19 366
44 Bert Coleman USA Yamaha 19 216
45 David Old USA Yamaha 19 171
46 Richard Sexton USA Yamaha 19 48
47 Bob Foster USA Yamaha 19 65
48 Ken Woodworth USA Yamaha 18 281
49 Ezik Haskell USA Yamaha 18 80
50 Carl Otto USA Yamaha 18 132
51 Frank Cunningham USA Yamaha 18 416
52 Kirk Gustafson USA Yamaha 18 121
53 Richard Bonelli USA Yamaha 18 264
54 Francesco Fabiano USA Yamaha 18 267
55 Tom Trierweiler USA Yamaha 17 229
56 Vincent Hill USA Kawasaki 17 166
57 Eric Meczko USA Yamaha 17 148
58 Marvin Hagle USA Yamaha 17 185
59 Gene Varney USA Yamaha 17 220
60 Bennett Buchacher USA Yamaha 17 190
61 David Craft USA Yamaha 16 138
62 Dennis Briggs USA Yamaha 16 37
63 David Bennett USA Yamaha 12 153
64 Bruce Teague USA Yamaha 11 196
65 George Weidensall USA Yamaha 11 287
66 Dan Warren USA Yamaha 10 228
67 Michael Terry USA Yamaha 8 225
68 Dan Bond USA Yamaha 7 191
69 Robert Byars USA Yamaha 6 199
70 Joseph Speed USA Honda 6 214
71 James Woolsey USA Yamaha 6 249
72 James O'Hara USA Yamaha 6 278
73 William Vickery USA Yamaha 3 183
74 Mike Landrum USA Yamaha 3 201
75 Larry Legarra USA Yamaha 3 270
76 Theodore Boody USA Yamaha 3 184
77 Robert Barton USA Yamaha 3 112

 

 

 

1977

 

 

Programma 1977

                 

Het seizoen 1977 werd dus weer geopend met de spectaculaire races op Daytona Beach in Amerika. Het Nederlandse Daytona-team bestond dit jaar uit: Jack Middelburg (jawel, trad toe tot de elite), Wil Hartog, Rob Bron, Marcel Ankoné en Henk van Kessel (100 miles-race). Jack was dolgelukkig met de uitnodiging, maar had gezegd eerst de kat eens uit de boom te gaan kijken. Dit was dus de gesponsorde, door Moto73, de Telegraaf en Neckermann, ploeg en verder deden er nog een negental Nederlandse rijders mee dit jaar. Tenminste deze probeerden zich te kwalificeren. Vlak voor de kwalificatieronden brak er een krukas in de machine van Jack. Na intensief sleutelen van Adri vd Broecke en Hans Valstar kregen ze de motor vlak voor de kwalificatie waarin Jack van start moest nog in orde. Ondanks deze druk wist Jack zich nog als 51e te kwalificeren, wat een plaats in de 2e groep opleverde. Helaas viel Jack uit, tijdens deze race in 1977, met motorpech. In de 15e ronde vloog er een steen door zijn radiateur en de Yamaha verloor zijn water. Jack had zich in die 15 ronden op schitterende wijze al van een 51e naar een 28e plek in de race geknokt. De race met vele tijdwaarnemingfouten werd uiteindelijk glansrijk gewonnen door Steve Baker voor Kenny Roberts. De race werd dit jaar, door de vele bandenproblemen van 1976, voor het eerst in 2 manches verreden, maar men zou daar in 1978 weer op terugkomen. 

 

Deelnemers 36th Daytona 200. In het rood de trainingsplaats, alleen de eerste 80 krijgen een start.

2. Kenny Roberts (USA) 2e 3. Gene Romero (USA) 8e 5. Gary Scott (USA) 18e 8. James Allen (USA) 46e
9. Gary Nixon (USA)   12. Malcolm McPherson (USA) 77e 13. Tommy Byars (USA) 34e 15. Phil McDonald (USA) 53e
18. Conrad Urbanowski (USA)   20. Harry Cone (USA) 47e 23. Larry Koop (USA) Res. 25. David Emde (USA) 29e
27. Skip Aksland (USA) 15e 29. Randy Cleek (USA)** 14e 30. Jim Arnold (USA)   32. Steve Baker (USA) 1e
33. Wes Cooley (USA) 43e 36. John Long (USA) 38e 37. Ed Hansen (USA)   43. Ken Brunswick (USA)  
49. Steve Mallonee (USA) 67e 51. Pat Evans (USA)* 13e 52. Kevin Stafford (USA) 37e 53. Ted Henter (USA)  
54. Mike Clark (USA) 11e 55. Hap Eaton (USA) 61e 57. Pee Wee Gleason (USA)   61. Bob Wakefield (USA)  
62. Bob Rectenwald (USA) 42e 64. Al Phillips (USA)   65. Rudy Galindo (USA) 44e 66. Larry Bleil (USA) 80e
71. Richard Chambers (USA) 70e 72. Mike Kidd (USA) 58e 75. Kurt Lenz (USA)   81. Jerry Cheney (USA)  
83. Steve McLaughlin (USA) 32e 86. Torello Tacchi (USA) 78e 92. Richard Seifried (USA)   93. Brian Henderson (USA)  
95. Kurt Liebmann (USA) 66e 96. Ron Mass (USA) 49e 97. Ron Pierce (USA) 7e 101. Hal Coleman (USA)  
104. William Betz (USA)   105. John Clark (USA) 79e 114. Gary Blackman (USA) 76e 118. Richard Schlachter (USA)  
120. Henry DeGouw (USA) 69e 122. Dale Singleton (USA) 21e 123. Stan Friduss (USA)   139. Robert Coy (USA)  
140. Doug Libby (USA) 63e 146. Bruce Lind (USA) Res. 148. Bruce Hammer (USA) 60e 149. Avrum Gudelsky (USA) 73e
150. Vince Mead (USA)   152. Cory Ruppelt (USA) 56e 156. Ted Davidson (USA)   160. Alan Barbic (USA) 68e
161. Will Harding (USA) 75e 164. Whitney Blakeslee (USA)   167. James Metrando (USA) 71e 170. Mike Baeder (USA) 28e
171. Robert Murray (USA) 41e 175. Jim Dunn (USA)   179. Gregg Bonelli (USA) 72e 186. Mike Baldwin (USA) 40e
301. Victor Palomo (ES) 22e 302. Gregg Hansford (AUS) 6e 303. Patrick Pons (F) 5e 304. Marco Lucchinelli (I) 25e
305. Johnny Cecotto (Ven) 4e 308. Teuvo Länsivuori (SF) 12e 311. Piers Forester (GB) 74e 312. Gerhard Vogt (D) Res.
314. Hans-Günter Schöne (D)   315. Terry Hutton (GB)   316. Ron Haslam (GB) 39e 319. John Dodds (AUS) 33e
320. Bill Smith (GB) 59e 321. Jan Kostwinder    322. Murray Sayle (AUS) 50e 324. Peter Davies (GB) 35e
325. Ron Bron 45e 326. Marcel Ankoné 23e 327. Boet van Dulmen 10e 328. Wil Hartog 31e
333. Alex George (GB)   337. Harald Merkl (D) 55e 338. Tom Herron (N-Ier) 62e 341. Philippe Coulon (CH) 9e
348. Christian Sarron (F) 20e 349. Takazumi Katayama (J) 26e 354. Michel Rougerie (F) 17e 355. Michael Trimby (GB) 57e
356. Mel Farrar (GB)   357. Christian Estrosi (F) 24e 358. Alfredo Acosta (Ven)   359. Sadao Asami (J) 19e
360. Peter Balaz (Tsjech)   363. Jean-Paul Boinet (F) 52e 364. Gianfranco Bonera (I) 48e 365. Virginio Ferrari (I) 16e
366. Giovanni Perrone (I)   367. Philippe Chaltin (B)   368. Bernard Fau (F) 54e 369. Jack Middelburg 51e
370. Karl Schade (D)   377. Jean-Philippe Orban (B) 36e 385. Warren Willing (AUS) 3e 386. Jack Findlay (AUS)  
389. Eric Mooser (CH)   306. Jimmy Morales (Mex) 27e 68. Paul McLachlin (USA) 30e 307. Hervé Repout (B) 65e
88. Roberto Pietri (USA) Res.

Totaal 117 deelnemers aan de kwalificaties.    Res.= reserverijders die wel mochten starten, 

 omdat degenen met de zwart gekleurde trainingsposities door blessures e.d. uiteindelijk niet van start konden gaan.

 

Johnny Cecotto met tankstop tijdens zijn 3e 200 mijlen van Daytona (uitgevallen).

1977, pitsstop van winnaar Steve Baker

Kenny Roberts (2e)

Steve Baker winnaar Daytona 200 

Gregg Hansford (4e)

Enige verhalen uit de fanclubbladen van Jack Middelburg van 1976

"november/december 1976, nieuws dat Jack in Daytona rijdt in 1977"

Van de bestuurstafel.  

Het doet ons plezier U officieel te kunnen mededelen, dat Jack in het voorjaar 1977 in Daytona U.S.A. zal rijden. Weliswaar gaat hij er heen als privé-rijder doch met een aanmoediging van MOTO'73 die het vervoer van de machines voor zijn rekening neemt en bovendien een premiebedrag van hfl. 1000.- (450 euro) beschikbaar stelt. Uiteraard draagt men ook zorg voor de nodige publiciteit. Ook een zeer belangrijk pluspunt. Maar hier zijn we er nog niet mee. De heer Ben .v.d.Meer, ons allen welbekend, schonk bij het horen van dit heugelijke nieuws spontaanHfl. 2000.- (900 euro) en suggereerde een Daytona-fonds te stichten. Deze suggestie wordt door het bestuur gaarne overgenomen. Wij stellen ons voor de gelden die voor "het grote doel" binnen komen op een aparte rekening in de administratie te boeken en streng gescheiden te houden van de overige financiële verantwoording van de fanclub. Bovendien zullen wij maandelijks de stand van dit fonds in het fanclubblad bekend maken. De eerste aandragers, Moto'73 en de heer V.d.Meer dus, willen wij namens bestuur en fanclub heel hartelijk bedankt voor uw goede gave

Vrijdag 10 december 1976

 De Telegraaf

IJZEREN MANNEN NAAR DAYTONA

Nixon en Middelburg kijken niet op een paar breuken.

Gary Nixon en Jack Middelburg. Twee motorcoureurs die dromen van Daytona. Gary, de 35-jarige Amerikaanse "veteraan" en Jack, de 24-jarige Nederlandse nieuwkomer. Een wereld van verschil, maar beiden bezeten van het idee om er straks bij te zijn in de fameuze 200 miles race, het hoogtepunt van de Daytona-Speedweek waarin op ijsracen na alle takken van motorsport worden bedreven. Nixon en Middelburg hebben nog een ding gemeen: beiden staan bekend als "IJzeren Man". Waarmee gedoeld wordt op de hoeveelheden hoogwaardig metaal die, na keiharde valpartijen, bij reparaties van gebroken armen, benen, polsen en sleutelbenen, werden gebruikt. Bij de meeste coureurs jaagt zo'n crash de schrik er wel in. Niet echter bij mannen als Gary en Jack. Als ze niet vallen, winnen ze en dat vallen wordt door hen dan ook voornamelijk gezien als een hinderlijke onderbreking van de opmars naar de top. Zo brak de Amerikaan bij een trainingsongeval in Japan beide armen en benen en nog wat kleiner spul. Hij leek afgeschreven voor de sport, maar een half jaar later was hij er weer bij, toen uit de hele wereld de topcoureurs naar Daytona stroomden. Terwijl hij tijdens de oefenronden door de kombaan bulderde, bleken echter de 120 p.k. van zijn fabrieks Suzuki te sterk voor de breuken in zijn pols die dan ook opnieuw scheurden. Eind 1975 probeerde hij andermaal een comeback in de “Ontario 200 Champion Classic". Hij viel in de training, liep een gescheurd sleutelbeen op, liet zich een steunverband aanmeten, trainde opnieuw, crashte nogmaals, liet het steunverband wat steviger aanleggen en startte in de race. Bijna met succes, want op het moment dat zijn geteisterde Suzuki de geest gaf, lag hij zelfs op de derde plaats.

Haakse hoek

 Jack Middelburg merkte een half jaar geleden, terwijl hij in gewonnen positie lag, dat zijn voorrem het niet meer deed toen hij juist hard wilde afremmen voor een haakse hoek. In het ziekenhuis noteerde men vervolgens een hersenschudding, vier gebroken ribben, twee gekneusde nieren, een open beenbreuk, diverse inwendige kneuzingen en een gezicht dat nogal ontveld was.

Grapje

Na vier dagen liet hij zich na een meningsverschil met de doktoren naar een ander ziekenhuis vervoeren. Op weg daarheen maakte hij in samenwerking met de broeders van de ambulance die toevallig racefans waren, een grapje door zich even bij z'n schoonmoeder te laten binnendragen. Daarna nog even snel langs huis om de post van de supporters op te halen en na aankomst in het ziekenhuis direct weer kandidaat voor bloedtransfusie. Na vijftien dagen ook dat ziekenhuis weer verlaten, omdat hij het idee had dat er niet voldoende haast gemaakt werd met de genezing. Middelburg die een pijlsnelle Reekers Yamaha met Nico Bakker frame heeft klaar staan voor de grootste race ter wereld en Nixon die voor Daytona een Yamaha OW 31 bemachtigde, kondigen nu echter wel aan dat ze het wat rustiger aan zullen gaan doen. "Vallen houdt je zo op", zegt Middelburg die momenteel met vleesgrossier Willy Hobben in onderhandeling is over sponsoring voor het komende seizoen. "De mensen gaan op het laatste denken dat je er een gewoonte van maakt en mijn bedoeling is juist om kampioen te worden". Duizend Nederlanders gaan mee met de "IJzeren Man" en de rest van de Nederlandse Daytona selectie naar zonnig Florida om er veertien dagen in eerste klas hotels, pal aan de zilverwitte stranden, motortopsport met een grandioze vakantie te combineren.

 Ron Govaars

"november 1976, planning seizoen 1977"

Planning seizoen 1977.

 Het belangrijkste onderdeel van deze planning is uiteraard in eerste instantie om Jack in Daytona met het best mogelijk materiaal aan de start te brengen. Het ligt in de bedoeling, dat hij zal rijden met de 750cc Rekers Yamaha met een nieuw Nico Bakker frame. Over dit speciale frame hoort u dadelijk meer. Voor het overige hangt de planning 1977 voor een groot deel af van het door Jack in Amerika bereikte resultaat. Zelf heeft hij al te kennen gegeven een keer of wat te starten op Brands Hatch. Indien daartoe de mogelijkheid bestaat zal hij deelnemen aan zoveel mogelijk binnen­ en buitenlandse coursen. Hij is er zeer op gebrand komend seizoen tenminste in één klasse kampioen te worden, hetgeen voor zowel hemzelf als ook voor de fanclub een opsteker zou zijn. De 350cc fanclub Yamaha is verkocht voor Hfl. 7400.- (3360 euro). Een nieuwe Yamaha is reeds besteld. Ook deze zal zijn voorzien van een Bakker-frame: wat is er nu zo bijzonder aan dit nieuwe frame? In de eerste plaats is bedoeld frame vele kilo's lichter dan het conventioneel frame. Begrijpelijk heeft dit vele voordelen en bovendien is proefondervindelijk bewezen, dat een machine uitgerust met een dergelijk frame uitstekend stuurt. En daar wij als fans wensen, dat Jack met het best mogelijke materiaal wordt uitgerust, is de aanschaf zonder meer verantwoord. Laten we dit korte stukje planning besluiten met de hoop en de wens uit te spreken, dat Jack het komend seizoen bespaard mag blijven voor een zo'n grote dosis pech als het voorgaand seizoen hem is overkomen.            

Het Bestuur.

 

Jack Middelburg en Marcel Ankoné kijken somber toe tijdens de trainingen in Daytona, i.v.m. de regen. In Amerika werd er absoluut niet gereden als het regende. Achter Jack zit de Ierse topper Tom Herron, die in 1979 tijdens nationale races in Ulster om het leven zou komen.

Wil Hartog, Henk van Kessel, Rob Bron en Boet van Dulmen wachten ook tot het droog wordt.

Begin maart waagde Jack Middelburg de oversteek naar Amerika voor de fameuze 200 miles race van Daytona in Florida. Hier reed hij voor het eerst met zijn Yamaha OW31. De "bikeweek" wordt nog steeds gehouden, maar in de jaren 70/80 van de vorige eeuw maakten de Europese toppers tijdens deze week hun opwachting voor de 200 miles race. Nu is het weer een meer Amerikaans "onderonsje".

 

Jack Middelburg bezig aan een indrukwekkende inhaalrace, die hem van de 51e naar de 28e plaats zou brengen in vijftien rondes tijd. Helaas viel hij daarna uit, door een steen die door de radiateur schoot.  

Na, in 1976, slechts vier van de OW31’s ter beschikking te hebben gesteld, bouwde de ‘Yamaha Motor Company’ er 35 stuks voor de Daytona 200 van 1977. Deze werden, voor $5.195, verkocht aan diverse teams, dit was veel minder dan de $40.000 marktwaarde van deze juweeltjes van machines. Dit bedrag was wel  door de vier importeurs in 1976 betaald. Er was dus een grote beschikbaarheid van dit type, maar Roberts, Baker en Cecotto hadden een voordeel t.o.v. de rest. Hun fabrieksgesponsorde machines waren voorzien van een nieuwe aërodynamische stroomlijn en zitje, die deze machines een stuk gestroomlijnder maakten dan de in massaproductie gemaakte Yamaha’s. Deze nieuwe stroomlijn zorgde er echter wel voor dat al de warmte van het motorblok naar boven steeg, dus naar de coureur. Dit, met de toch al hoge temperaturen in Daytona, deden Steve Baker besluiten om zich drinken toe te dienen via een drinkfles met een plastic slangetje. Al tijdens de trainingsdagen werd duidelijk, dat de 36e uitgave, van de Daytona 200, een gevecht zou worden tussen de drie fabrieksfietsen van Yamaha, met Roberts, Baker en Cecotto aan het stuur. Met als gevaarlijke outsiders de Kawasaki's van de Australiërs Gregg Hansford en Murray Sayle. Ook de Australische 750cc kampioen, Warren Willing, op een Yamaha, zag men als een kanshebber. Willing was in zijn thuisland absolute top en ook in het F750 WK kon hij goed meekomen. Augustus 1979 kreeg hij een zwaar ongeluk in de North West 200 race in Ierland. Zijn been raakte hierbij zo zwaar beschadigd dat men hem wilde amputeren, maar na lang debateren met de artsen kreeg hij het voor elkaar dat ze zijn been spaarden. Het zou wel twee jaar duren voor hij weer redelijk kon lopen, maar zijn racecarriere was uiteraard voorbij. Hij legde zich daarna toe op sleutelen en hij zou o.a. monteur worden bij het Kenny Robert's Lucky Strike Team voor o.a. landgenoot Kevin Magee. Later was hij ook nog technisch adviseur bij o.a. het Yamaha Toshiba Dealer Team. 

 

Het Nederlandse team van 1977

Jack Middelburg

Wil Hartog voor Rob Bron & Johnny Cecotto

Marcel Ankoné

Boet van Dulmen

Valpartij Marcel Ankoné in de tweede ronde.

 

 

Kenny Roberts in gesprek met Jay Springsteen

Kenny aan het "werk"

Kenny tussen Christian Sarron (#348) en Richard Seifried.

 

Na de kwalificatie, had Roberts een snelste ronde van 179.68 km/u neergezet, een stuk sneller dan vorig jaar. Echter er was één rijder nog sneller, Steve Baker van Bellingham, Washington plaatste zijn Yamaha Motor Canada OW-31 op de polepositie met een snelheid van 179.76 km. per uur. De snelste tijd van Steve Baker was 2.04.64 tegen die van Roberts 2.04.75. De derde man was Warren Willing, maar zijn tijd van 2.08.16 stak schril af tegen die van de twee snelsten. Johnny Cecotto zijn tijd, van 2.08.80, was teleurstellend, maar plaatste hem nog wel op de vierde plaats. Baker was in 1975 als tweede geëindigd en reed sterk in 1976, alvorens hij met mechanische problemen uitviel. Zijn speedweek begon erg goed, toen hij dus zowel de “pole” pakte op donderdag, als ook de race in de 250cc klasse, op zaterdag won. Op de dag vóór de race van 1977, kondigde men op de rijdervergadering aan, dat de race, vanwege zorgen over de bandslijtage, in twee maal 100 mijl was gesplitst. Deze aankondiging werd met gemengde gevoelens aangehoord, aangezien sommigen het verstandig vonden om het risico van klapbanden te voorkomen, terwijl anderen vonden dat de race nu eenmaal altijd een 200 mijlsrace was geweest en geen twee “sprintraces" van 100 mijl. Men moest zelf de risico’s maar zorgvuldig inschatten, dat hoefde niet door hogerhand te worden beslist. Er werd veel heen en weer gepraat door organisatie (lees Bill France Jr., de eigenaar van de Daytona Speedway), de A.M.A. rijders en bandenfabrikanten. De bandenleveranciers konden/durfden ook geen van drieën, Michelin, Goodyear en Dunlop, te garanderen dat hun band het 200 mijl zou uithouden. 140 á 150 mijl was wel het maximum. Dunlop trok zich zelfs terug uit de bandenoorlog voor de Daytona 200 en concentreerde zich alleen nog op de 250cc race. De vermogens van de motoren waren inmiddels zo hoog geworden, dat de coureurs steeds meer om een band met veel grip gingen vragen. Veel grip kreeg men echter alleen d.m.v. een zachte rubbercompound (rubbersoort), maar de levensduur van een band rekken kon alleen d.m.v. een harde rubbercompound, dus....... Ondanks het feit dat veel rijders (vooral de privé-rijders, omdat deze veel minder vermogen hadden) het niet met de beslissing eens waren, ging de A.M.A. door met de splitsing van het raceprogramma op zondag. Dus 2 heats van 100 mijl, met daartussen een pauze van 55 minuten. Dit was dus hoofdzakelijk voor de fabriekscoureurs gedaan, zodat deze niet verplicht waren om een bandenstop te maken, tegenover de privé-rijders. De organisatie zag het ook niet zitten vanwege het risico, gezien het feit dat Cecotto in 1976 gewoon door bleef rijden, ondanks de vele pitssignalen om binnen te komen en deze heel veel geluk had gehad, dat zijn band er niet onder vandaan was geklapt. Michelin Amerika was overigens zo schaamteloos om na de persconferentie, waarin het besluit werd medegedeeld van de splitsing, een persbericht uit te geven, dat hun band het wel de volle 200 mijl zou uithouden, maar dat ze niet genoeg van die speciale banden had. Dit laatste klopte wel, men had er geen één! Dit persbericht deed Kenny Roberts de opmerking lanceren: dat is onmogelijk wat men zegt, maar als ze het willen bewijzen, dan mogen ze mijn reservemachine lenen en daarmee mee doen aan de race. Uiteraard ging er niemand op het aanbod in...

Jack_geniet_in_Daytona.jpg (88611 bytes)

Daytona  1977.jpg (81853 bytes)

Daytona 1977.jpg (98793 bytes)

  Jack MIDDELBURG voelt zich op zijn gemak in Daytona    

1977_Daytona_200_miles_Gary_Nixon_Boet_en_Jack_.jpg (84436 bytes) 1977_Daytona_200_miles_Jack's_750cc_Yamaha_.jpg (104205 bytes) 1977_Daytona_200_miles_Marcel_Ankone_Boet_en_Jack_.jpg (49752 bytes)
Training: Gary Nixon, Boet en Jack Jack's 750 Marcel Ankoné, Boet en Jack
1977_Daytona_200_miles_Adri_.jpg (83493 bytes) 1977_Daytona_200_miles_01_.jpg (39361 bytes) 1977_Daytona_200_miles_Johnny_Cecotto__.jpg (36210 bytes) 1977_Daytona_200_miles_Johnny_Cecotto_00_.jpg (38579 bytes)
Adri vd Broeke 
1977_Daytona_200_miles_Patrick_Pons_.jpg (35505 bytes) 1977_Daytona_200_miles_Pons_.jpg (43681 bytes)
1977_Daytona_200_miles_Gary_Nixon_.jpg (38634 bytes)
 Gary Nixon   Johnny Cecotto en Patrick Pons

 

Winnaar Steve Baker voor Kenny Roberts

 

Jack Middelburg pech in Daytona

Op zondagmorgen werd er voor de race nog een korte training ingelast voor het inrijden van de banden. Kenny Roberts en Gary Nixon, twee ex-Number Ones, beleefden weinig plezier aan deze training, want beiden bliezen hun motor op. Zoals later in de race zou blijken, zouden ze weinig plezier aan hun reserveblokken beleven. In het Nederlandse kamp daarentegen, heerste een goede sfeer. Bij Wil, Marcel en Boet waren totaal geen problemen. Bij Rob en Jack moest er nog wel flink gesleuteld worden voor de race. Aan de trainingen in Daytona begonnen altijd een dikke honderd coureurs. Er mochten er echter "maar" 80 aan de uiteindelijke race meedoen. Er werd gestart in 3 groepen, de eerste twee groepen bestonden uit 30 coureurs en de derde groep uit 20 coureurs. De groepen werden met tussenpozen van 5 seconden gestart. Eerst waren er trainingsdagen en daarna een kwalificatiedag. Vlak voor de kwalificatieronden brak er een krukas in de machine van Jack. Na intensief sleutelen van Adri en Hans Valstar kregen ze de motor vlak voor de kwalificatie, waarin Jack van start moest nog in orde. Ondanks deze druk wist Jack zich nog als 51e te kwalificeren, wat een plaats in de 2e groep opleverde. Helaas viel Jack uit, tijdens deze race in 1977, met motorpech. In de 15e ronde vloog er een steen door zijn radiateur en de Yamaha verloor zijn water. Jack had zich in die 15 ronden op schitterende wijze al van een 51e naar een 28e plek in de race geknokt. Motorpech kwam in die dagen heel wat meer voor dan met de huidige generatie racemotoren. Tegenwoordig zijn ze heel wat betrouwbaarder dan toen. Een kanjer dit jaar was de Amerikaan, Steve Baker, hij won de Daytona 200 dit jaar en zou ook tweede worden in het WK 500cc en eerste in het nieuwe F750 WK. Het F750cc WK zou helaas maar een kort leven beschoren zijn, na drie jaar werd het, zeer tot mijn spijt, weer afgeschaft, omdat het voor de fabrieken slecht te combineren was met het normale GP-circus. Steve Baker won dit alles op fabrieks-Yamaha's, door blessures hoorde je na 1977 helaas niet veel meer van hem. 

Zondag was dus de grote dag, er stonden slechts twee Kawasaki's (Gregg Hansford & Murray Sayle) en één Suzuki (Wil Hartog) aan de start in een verder door Yamaha gedomineerd veld! Voor en in het begin van de race vielen er helaas al diverse favorieten buiten de boot. Teuvo Länsivuori, was de grootste pechvogel, hij moest met griep in bed blijven. Johnny Cecotto, parkeerde na vier ronden zijn Yamaha in de pits, met een olielekkage. Verder kon Gianfranco Bonera zijn motor bij de start niet aan de praat krijgen en die van Tom Herron liep slechts op 2 cilinders en was dus ook uitgeschakeld. De Amerikaanse toppers Skip Aksland en Gary Scott, kwamen al na twee ronden binnen met beiden koppelingsproblemen en bij onze landgenoot Marcel Ankoné sprong de tankdop eraf, zodat bij het remmen de benzine uit de tank over zijn banden gutste. Dit had tot gevolg, dat hij in de tweede ronde hard onderuit ging en eer Virginio Ferrari zijn motor aan de praat had, waren de meesten al een paar keer voorbijgereden. 

Warren Willing

Fabrieks-Kawasaki Gregg Hansford

Terug naar het begin van het eerste 100-mijls deel, Kenny Roberts, belust op revanche nadat hij in de 250cc klasse met machinepech was uitgevallen, sprong direct naar de leiding, gevolgd door Steve Baker en Kawasaki-piloot Gregg Hansford. Hansford, Romero, Katayama en Cecotto vormden een groepje achter de twee koplopers. Bij de vijfde doorkomst had Baker, Roberts gepasseerd en begon weg te lopen op zijn Yamaha, door zeer hoge gemiddelden te draaien. Op dat moment had de Japanner, Takazumi Katayama, de derde plaats veroverd en die zou hij tot aan de finish niet meer uit handen geven. Om de vierde plaats werd flink geknokt door Hansford, Gene Romero en Patrick Pons. Zoals al eerder gememoreerd, sloeg de pechduivel voor Jack Middelburg, in de vorm van een steen, in de 15e ronde toe. Stenen kwamen er heel veel voor trouwens op het Daytonacircuit, echt glad was de baan niet. Vijf ronden later begaf de koppeling, van de nummer 5 in de uitslag van 1976, Patrick Pons het. Gelijktijdig verdween ook kanshebber, Steve McCauglin, met ontstekingsproblemen, naar de pits. De Spanjaard, Victor Palomo, leek zich bij de eerste tien te rijden, maar ook hij moest de strijd, met mechanische problemen, staken. Buiten de ronde, dat hij voor benzine binnenkwam, toen nam Roberts weer even de leiding over, tot het moment dat hij zelf moest tanken, had Steve Baker de leiding in handen, voor de rest van de 100 mijlsrace. Bij de finish had hij 28 seconden over op de man op de tweede plaats, Kenny Roberts, die een ongebruikelijk , “rustige” race had gereden. Takazumi Katayama, reed eveneens op een Yamaha, pakte de derde plaats. De 1977-er Daytona 200 was nu voor de helft verreden. Nadat de machines binnen waren gereden, om ze klaar te maken voor het tweede deel, gingen de hemelsluizen open. Een tropische regenbui maakte zich meester van Daytona, nadat ook al twee van de trainingsdagen met veel regen te maken hadden gekregen. Het regende vreselijk hard en er was geen idee wanneer c.q. of de race nog hervat kon worden. Na uren wachten werd besloten dat de eindstand van de eerste manche de definitieve werd en dat de tweede manche werd geannuleerd. Dit was mogelijk, aangezien de race voor 50% verreden was de minimale afstand om de race te beëindigen, volgens de FIM-reglementen. Zittend in de pits, onder een paraplu, werd Steve Baker de 200-mijls Daytona winnaar. Hij was dus snelste in de kwalificatie geweest, winnaar van zowel de Daytona "200", ook al was dit nu een Daytona 100, als van de 250cc race. Verder had Steve een nieuw kwalificatie- en racerecord neergezet en daar $19.000 aan overgehouden. Dit waren de feiten die de nieuwe Yamaha-ster op zondag 13 maart aan had laten tekenen. Hij veroverde ook de eerste 15 wereldkampioenschapspunten in het eerste officiële F750 kampioenschap. In de regen werden de eerste drie gehuldigd, zonder toeschouwers inmiddels, want die hadden een droog heenkomen gezocht. De meeste bezoekers komen overigens niet eens naar de wedstrijd toe, want die blijven op de boulevard en in de stad. Hier paraderen ze of het een lieve lust is. Alles en iedereen rijd met open brulpijpen in de rondte en de rest staat hiernaar te kijken c.q. naar te luisteren. Niemand komt op de motor naar Daytona, maar bijna iedereen heeft er wel een bij zich. Achter op hangertjes, in busjes, achter en op motorhomes, in vrachtwagens, op allerlei manieren worden ze vervoerd, behalve met de berijder aan het stuur. In het hotel kleed men zich om van een driedelig kostuum in een "Hells Angels" outfit compleet met Duitse helm en zonnebril, deze laatste het liefst met irritante spiegelglazen. En dan een paar dagen nonchalant kijkend rondtoeren en lopen in Daytona en over het strand. Kletsen over motoren, wedstrijdje bezoeken, biertje drinken en zonnen.

Ook dit jaar was zoals al gewend, de tijdwaarneming een ramp in Florida. Boet van Dulmen en Wil Hartog werden na de race als 8e en 16e gekwalificeerd, dit na een tweede herziene uitslag, maar een dag later werd dit nogmaals herroepen. Australiër Warren Willing (6e) en de Amerikaan Harry Cone (11e) werden nog in de einduitslag ertussen genoteerd en zo werd Boet 9e en Wil 18e. Willing was overigens in de eerste uitslag als zesde vermeld en daarna naar de 23e plaats teruggezet. Na protest werd het dus weer de zesde, hiervan dacht iedereen overigens wel dat dit de enige juiste was. 

Trainingsuitslag en 

Startopstelling DAYTONA 200 1977

 
  Rijder
1 Steve Baker
2 Kenny Roberts
3 Warren Willing
4 Johnny Cecotto
5 Patrick Pons
6 Gregg Hansford
7 Ron Pierce
8 Gene Romero
9 Philippe Coulon
10 Boet van Dulmen
11 Mike Clarke
12 Teuvo Länsivuori
13 Pat Evans *
14 Randy Cleek **
15 Skip Aksland
16 Virginio Ferrari
17 Michel Rougerie
18 Gary Scott
19 Sadao Asami
20 Christian Sarron
21 Dale Singleton
22 Victor Palomo
23 Marcel Ankoné
24 Christian Estrosi
25 Marco Lucchinelli
26 Takazumi Katayama
27 Jimmy Morales
28 Mike Baeder
29 David Emde
30 Paul McLachlin
31 Wil Hartog
32 Steve MacLaughin
33 John Dodds
34 Tommy Byars
35 Peter Davies
36 Jean-Philippe Orban
37 Kevin Stafford
38 John Long
39 Ron Haslam
40 Mike Baldwin
41 Robert Murray
42 Rob Rectenwald
43 Wes Cooley
44 Rudy Galindo
45 Rob Bron
46 James Allen
47 Harry Cone
48 Gianfranco Bonera
49 Ron Mass
50 Murray Sayle
51 Jack Middelburg
52 Jean-Paul Boinet
53 Phil McDonald
54 Bernard Fau
55 Harald Merkl
56 Cory Ruppelt
57 Michael Trimby
58 Mike Kidd
59 Bill Smith
60 Bruce Hammer
61 Hap Eaton
62 Tom Herron
63 Doug Libby
64 Bob Wakefield
65 Hervé Repout
66 Kurt Liebmann
67 Steve Mallonee
68 Alan Barbic
69 Henry DeGouw
70 Richard Chambers
71 James Metrando
72 Gregg Bonelli
73 Avrum Gudelsky
74 Piers Forester
75 Will Harding
76 Gary Blackman
77 Malcolm McPerson
78 Torello Tacchi
79 John Clark
80 Larry Bleil

  

Uitslag  (eerste 30 & prominenten) DAYTONA 200 1977 

  

 
  Rijder Land Merk Aantal   ronden
1 Steve Baker USA Yamaha 26
2 Kenny Roberts USA Yamaha 26
3 Takazumi Katayama Japan Yamaha 26
4 Gregg Hansford Australië Kawasaki 26
5 Gene Romero USA Yamaha 26
6 Warren Willing Australië Yamaha 26
7 Christian Sarron Frankrijk Yamaha 25
8 Pat Evans * USA Yamaha 25
9 Boet van Dulmen Nederland Yamaha 25
10 Randy Cleek ** USA Yamaha 25
11 Harry Cone USA Yamaha 25
12 Michel Rougerie Frankrijk Yamaha 25
13 Ron Haslam Engeland Yamaha 25
14 Christian Estrosi Frankrijk Yamaha 25
15 Philippe Coulon Zwitserland Yamaha 25
16 Jean-Paul Boinet België Yamaha 25
17 Dale Singleton USA Yamaha 25
18 Wil Hartog Nederland Suzuki 25
19 Mike Baldwin USA Yamaha 25
20 James Allen USA Yamaha 25
21 Phil McDonald USA Yamaha 25
22 Murray Sayle Australië Kawasaki 25
23 Marco Lucchinelli Italië Yamaha 25
24 Mike Kidd USA Yamaha 25
25 Bob Rectenwald USA Yamaha 25
26 Jean-Philippe Orban België Yamaha 25
27 Tommy Byars USA Yamaha 25
28 Virginio Ferrari Italië Yamaha 24
29 John Long USA Yamaha 24
30 Rob Bron Nederland Yamaha 24
32 John Dodds Australië Yamaha 24
48 Skip Aksland USA Yamaha 22
48 Ron Pierce USA Yamaha 22
55 Patrick Pons Frankrijk Yamaha 21
60 Victor Palomo Spanje Yamaha 19 (val)
66 Sadao Asami Japan Yamaha 7
67 Gary Scott USA Yamaha 5
68 Bernard Fau Frankrijk Yamaha 5
72 Steve MacLaughin USA Yamaha 2
77 Johnny Cecotto Venezuela Yamaha 0
78 Gianfranco Bonera Italië Yamaha 0
80 Tom Herron Ierland Yamaha 0

 

* Pat Evans (1955 - 1977) kwam een paar weken na de Daytona 200 om het leven na de F750cc 200 race op Imola, na een crash in de 1e manche. 

** Randy Cleek (1955 - 1977) kwam na dezelfde F750cc race op Imola om het leven, samen met 2 vrienden, tijdens een kettingbotsing op weg naar zijn hotel.

Winnaar Steve Baker hier in de training op weg naar pole.

 

Johnny Cecotto met vriendin.

Australiërs Gregg Hansford (4e) en Murray Sayle (20e).

Nog een Australiër, Warren Willing (6e).

Steve Baker

Boet van Dulmen

 

250cc

De regerende Italiaanse wereldkampioen, Walter Villa (1943-2002) stond direct na de start van de 100 mijls race in de 250cc klasse, al langs de kant van de baan. Hij trapte, bij het inschakelen van de versnelling, zijn schakelpookje kapot. Ook voor Kenny Roberts, was het zoals vaak op Daytona, weer geen geluk weggelegd. In de 12e van de in totaal 26 ronden, moest hij de pits opzoeken, met een defecte monoshock schokbreker, terwijl hij ruim aan de leiding ging. Gregg Hansford had de leiding de eerste ronde in handen, daarna stormde Roberts hem voorbij, om daarna verder en verder weg te lopen van de rest van het veld. Achter zijn rug ontwikkelde zich een prachtig duel, tussen Steve Baker, Gregg Hansford en de teamgenoot van Walter Villa bij Harley-Davidson, Franco Uncini. Helaas moest Uncini uitvallen met remproblemen en vier ronden voor tijd was het de beurt aan Hansford, toen hij met een lege tank kwam te staan. Takazumi Katayama pakte na het uitvallen van Hansford de tweede plaats en stond die niet meer af. Achter hem kwamen een heleboel jonge, onbekende  (in Europa) Amerikanen. Derde werd Richard Schlachter, die o.a. nog furore zou maken in het kwartliter GP gebeuren. Verder Jay Springsteen, de 19-jarige regerende "Number One", die zijn 6e! wegracewedstrijd reed op Daytona. Toen hij vorig jaar zijn titel behaalde, had hij nog nooit meegedaan aan een wegracewedstrijd, zijn punten verdiende hij allemaal met de dirt- en shorttrack. Hij lag tijdens de 250cc race van dit jaar in Daytona, heel lang op een vijfde plaats, totdat hij van zijn machine viel, door falende remmen. De Ier Tom Herron, werd eerste Europeaan, op een achtste plaats. Er waren nog nooit zoveel Nederlanders de oceaan overgestoken, en dat zou ook nooit meer gebeuren, als in 1977. Henk van Kessel werd beste Nederlander op een twintigste plaats. Harrie v/d Pol en Harrie v/d Kruijs gaven er voor de race de brui aan, nadat ze in de training diverse vastlopers te verduren hadden gekregen en geen financiën of middelen meer hadden om van start te kunnen gaan in de wedstrijd. Louis Weterings leek lange tijd beste Nederlander te worden, met een 17e plaats, totdat hij onderuit ging. Later zou hij ook nog gediskwalificeerd en uit de uitslag genomen worden, omdat hij te vroeg van start was gegaan. Louis had zich naar een plaats in de tweede startgroep getraind, stond daar ook, maar ging gelijk met de eerste groep van start. Rini van Kasteren en Jannes van 't Ende haalden beiden door een valpartij de finish niet, terwijl Jan Kostwinder als 31e finishte. De Engelse topper Chas Mortimer maakte een geweldige crash, waarbij zelfs zijn helm afschoot, maar het bleef gelukkig bij alleen ontvellingen. Overigens had Gary Nixon in de training van de 250cc, bij een valpartij, zijn pols op twee plaatsen gebroken, waardoor hij dus niet alleen de 250cc race, maar ook de 200 mijls race moest laten voor wat hij was.

 

Deelnemers (116) Daytona 250cc 1977 met startnummers.

1. Jay Springsteen (USA) H-D 65. Rudy Galindo (USA) Yam 175. Jim Dunn (USA) Yam 322. Murray Sayle (Aus) Yam
2. Kenny Roberts (USA) Yam 71. Richard Chambers (USA) Yam 179. Gregg Bonelli (USA) Yam 325. Rob Bron (NL) Yam
44. Doug Teague (USA) Yam 75. Kurt Lenz (USA) Yam 182. Frank McTaggert (USA) Yam 330. Siegfried Guttner (W-D) Yam
6. Erik Buell (USA) Yam 81. Jerry Cheney (USA) Yam 185. James Woolsey  (USA) Yam 331. Fernando Cammaert (Col) Yam
7. Randy Mamola (USA) Yam 83. Steve McLaughlin (USA) Yam 186. Mike Baldwin (USA) Yam 332. Octavio Echavarria (Col) Yam
8. James Allen (USA) Yam 87. Harry Klinzmann (USA) Yam 188. Jan Jolles (USA) Yam 334. Grunwald Harfmann (A) Yam
9. Gary Nixon (USA) Yam 93. Brian Henderson (Can) Yam 189. William Hornblower (Can) Yam 336. John Gilles (GB) Yam
11. Steve Eklund (USA) Yam 97. Ron Pierce (USA) Yam 192. Dave Schlosser (USA) Yam 337. Harald Merkl (W-D) Yam
12. Malcolm McPherson (Can) H-D 98. Fritz VanderVeen (Can) Yam 194. Chris Christensen (USA) Yam 338. Tom Herron (N-Ier) Yam
13. Tommy Byars (USA) Yam 99. Scott Pearson (USA) H-D 195. Thomas Crawford (USA) Yam 344. Pierre Soulas (F) Yam
15. Phil McDonald (USA) Yam 101. Hal Coleman (USA) Yam 197. Burns Moore (USA) Yam 347. Steve Kibble (GB) Yam
18. Conrad Urbanowski (USA) H-D 107. James Vialovos (USA) Yam 201. Al Hollingsworth (USA) H-D 349. Takazumi Katayama (J) Yam
19. David Garoutte (USA) Yam 115. Bernie McHugh (USA) Yam 202. Kent Rockwell (USA) Yam 359. Sadao Asami (J) Yam
20. Harry Cone (USA) Yam 117. Van Salt (USA) Yam 207. Miles Baldwin (Can) Yam 361. Harald Bartol (A) Yam
22. William Payne (USA) Yam 118. Richard Schlachter (USA) Yam 210. Bob Crossman (USA) Yam 372. Alain Thiebaut (B) Yam
25. David Emde(USA) Yam 123. Stan Friduss (USA) Yam 211. Jackie Mitchell (USA) Yam 373. Hans Schweiger (D) Yam
26. Randy Mamola (USA) Yam 139. Robert Coys (USA) Yam 212. Francisco Fuentes (Puerto Rico) Yam 374. Heiner Kocher (W-D) Yam
27. Skip Aksland (USA) Yam 142. Dane Stewart (USA) Yam 236. Dwight Lyon (USA) Yam 375. Walter Hoffman (W-D) Yam
30. Jim Arnold (CAN) Yam 143. Joseph Ronay (USA) Yam 244. Quintin Hogan (USA) Yam 376. Karl-Thomas Grässel (W-D) Yam
32. Steve Baker (USA) Yam 144. Richard Clutts (USA) Yam 258. Ed Ingram (USA) Yam 378. Louis Weterings (NL) Yam
33. Wes Cooley (USA) Yam 146. Bruce Lind (USA) Yam 301. Walter Villa (It) H-D 379. Harry v/d Pol (NL) Yam
36. John Long (USA) Yam 149. Avrum Gudelsky (USA) Yam 302. Gregg Hansford (Aus) Kaw 380. Harry v/d Kruijs (NL) Yam
42. Steve Morehead (USA) Yam 152. Corey Ruppelt (USA) Yam 308. Franco Uncini (It) H-D 381. Henk van Kessel (NL) Yam
43. Ken Brunswick (USA) Yam 159. Robert Barton (USA) Yam 312. Gerhard Vogt (W-D) Yam 382. Rinus van Kasteren (NL) Yam
47. Dana Dandeneau (USA) Yam 160. Alan Babic (USA) Yam 314. Hans-Günther Schöne (W-D) Yam 383. Jannes v/d Ende (NL) Yam
49. Steve Mallonee (USA) Yam 164. Whitney Blakeslee (USA) Yam 315. Terry Hutton (GB) Yam 384. Fred v/d Dolder (NL) Yam
52. Kevin Stafford (USA) Yam 170. Mike Baeder (USA) Yam 316. Ron Haslam (GB) Yam 387. Chas Mortimer (GB) Yam
53. Ted Henter (USA) H-D 171. Robert Murray (USA) Yam 319. John Dodds (Aus) Yam 388. Olivier Chevallier (F) Yam
54. Mike Clarke (USA) Yam 174. David Ingram (USA) H-D 321. Jan Kostwinder (NL) Yam 390. Michel Pradal (F) Yam
55. Hap Eaton (USA) Yam

Kenny Roberts voor Gregg Hansford, Franco Uncini  en Steve Baker.

 

Door Harrie van der Kruijs, 14-09-2007, over zijn deelname aan de Daytona 250cc

In de jaren `70 was dit evenement een begrip op de wegracekalender. In 1977 was er voor een paar 250cc rijders een mogelijkheid om te starten in het bijprogramma van de “grote race”. Rinus van Kasteren, Louis Weterings, Harrie van de Pol en ik konden tegen betrekkelijk geringe kosten naar dit motor “Walhalla”. De motorfiets ingekrat, gezamenlijk een vrachtwagentje en het spul naar Schiphol. Aangekomen aan de andere kant van de grote plas werden wij afgeleverd bij een hotel. Daar stond je de volgende morgen voor het hotel op je hoofd te krabben....waar zou dat circuit ergens liggen? Het bleek een 20tal kilometers verderop te liggen, in ieder geval niet binnen loopafstand. Een auto gehuurd en melden bij het secretariaat van dit gigantische gebeuren. Er waren enkele honderden deelnemers, want behalve het grote 750cc gebeuren was er de race in de 250cc, diverse andere nationale klassen en een grote crosswedstrijd. De communicatie verliep in verbasterd BrabantEngels en met handen en voeten, redelijk en vrij vlug stond ik ook weer buiten met een stapel in te vullen formulieren. Niet alles op de formulieren was even duidelijk maar geen nood, even aan een landgenoot met ervaring vragen. Daar werd je niet veel wijzer van, het enige wat den Boet (Van Dulmen GP) wist te melden was: kapotscheuren! Het is dus beslist niet zo dat in die jaren iedereen voor iedereen klaar stond maar dit terzijde. Het volgende probleem, en geen kleintje, de motor stond nog op het vliegveld. In het Hollandse kamp was er wel een vrachtwagentje maar niemand had tijd of zin om mee te rijden.… Rinus en ik liepen dan ook redelijk vertwijfeld rond, immers zonder motorfiets kon je geen kunsten vertonen! Na lang leuren, een Amerikaanse rijder gevonden die meegereden is, en de spullen op het vliegveld opgehaald. De machinekeuring, oei wat een rij, maar na een half uur aanschuiven toch aan de beurt....om weer achteraan te sluiten omdat de voetsteunen hol waren en de Amerikanen liever zagen dat ze massief waren. Lichtelijk paniek omdat de rij weer lang was en de trainingen zouden beginnen, maar uiteindelijk toch op tijd aan de start. Mijn Yamaha was normaal altijd redelijk standaard, alleen voor deze gelegenheid was het blok in Duitsland getund. Had ik beter niet kunnen doen...na een ronde of twee was het piep....vast! Uiteraard niet bij start/finish, maar achteraan het circuit, bij de befaamde kombaan. Hoezo conditie? Looppas naar de pits en sleutelen, aangezien niet of te weinig training betekende: niet rijden. Je moet je voorstellen dat je verschrikkelijke haast hebt, dat je in een pitbox zit die iets groter is als een ruime garagebox, met nog drie andere rijders, met vier kratten waarin de motoren zijn vervoerd, met gereedschap en onderdelen. Alle vier dezelfde problemen, vastlopers en dus sleutelen! Wat mijn gedachten zijn als ik tegenwoordig iemand in een megagaragebox zie zitten, op een comfortabele stoel, terwijl een aantal monteurs bezig zijn met de motorfiets en hij zijn voorhoofd dept met een aangereikt handdoekje, zeurend omdat de vering net niet optimaal is, laat zich raden! Terug naar de overvolle garagebox waar het in de kortste keren niet meer duidelijk was van wie welke gereedschapkist was en iedereen op hetzelfde moment sleuteltje tien moest hebben. Tot vechtpartijen is het niet gekomen maar de conversatie verliep niet altijd even vriendelijk. Reservecilinder gemonteerd, grotere sproeiers, en na een paar rondjes piep...vast! Harrie van de Pol, voor de jongeren onder ons, een rijder uit Helmond die helaas al in 1981 aan een ziekte is overleden, hield het allang voor bekeken en ging een zwembroek kopen. Achteraf is hij het slimste geweest, omdat hij er een mooie vakantie van heeft gemaakt, terwijl ik niet verder ben gekomen als wat rondjes rijden en wat rondjes hardlopen. Rinus van Kasteren is wel van start gegaan, maar kreeg de eerste ronde een Duitse rijder in zijn nek waardoor hij er vrij hard afkukelde. Weterings heeft wel een groot deel van de wedstrijd gereden en ook nog op een nette plaats totdat hij er afgevallen is. De KNMV had voor de begeleiding Harrie van Hout meegestuurd, alleen denk ik dat die al de eerste dagen de weg kwijtgeraakt is op het onmetelijke grote strand. Ik heb hem in ieder geval niet gezien, niet toen wij vervoer zochten, niet bij de inschrijving en niet in de pits. Wel was hij erg bruin toen wij terug vlogen. Om het compleet te maken was bij aankomst op Schiphol de krat met mijn motorfiets ook nog niet te vinden en heeft het twee dagen geduurd voordat een telefoontje kwam met de melding dat hij terecht was. Ook al blijkt het soms niet uit de verslagen en uitslagen, soms mankeert er niets aan de inzet en instelling, maar is het gewoon onmogelijk om resultaten te boeken.

Harrie van der Kruijs

 

1977_Daytona_Johnny_Cecotto_.jpg (45319 bytes) 1977_Daytona_Greg_Hansford_.jpg (41857 bytes) 1977_Daytona_Kenny_Roberts_.jpg (24983 bytes) 1977_Daytona_250cc_probleem_Voor_Roberts_.jpg (56412 bytes)
1977_Daytona_Sarron_en_Pons.jpg (25868 bytes) 1977_Daytona_Michel_Rougerie_.jpg (31760 bytes)

1977_Daytona_pitsstop_Philippe_Coulon_.jpg (56401 bytes)
1977_Daytona_Katayama_en_Estrosi_voor_Sarron_.jpg (47248 bytes)

 

Steve Baker en Kenny Roberts (onder) op weg naar het podium

 

UITSLAG DAYTONA 100 mile expert 250cc 1977  

1977: Eerste optreden van Randy Mamola op Daytona, tijdens de 250 100 mijls-race, volledig uitgedost als zijn grote voorbeeld, Kenny Roberts, kwam hij niet verder dan 9 ronden. Zijn leermeester reed er ook slechts 11.

 
  Rijder Land Merk Aantal   ronden
1 Steve Baker USA Yamaha 26
2 Takazumi Katayama Japan Yamaha 26
3 Richard Schlachter USA Yamaha 26
4 Harry Klinzmann USA Yamaha 26
5 Pierre Soulas Frankrijk Yamaha 26
6 Harald Merkl West-Duitsland Yamaha 26
7 Doug Teague USA Yamaha 25
8 Tom Herron Noord-Ierland Yamaha 25
9 Murray Sayle Australië Kawasaki 25
10 Dave Emde USA Yamaha 25
11 Harald Bartol Oostenrijk Yamaha 25
12 Mike Baldwin USA Yamaha 25
13 Harry Cone USA Yamaha 25
14 Mike Clark USA Yamaha 25
15 Steve Morehaed USA Yamaha 25
16 Richard Chambers USA Yamaha 25
17 John Gilles Engeland Yamaha 25
18 Hal Coleman USA Yamaha 25
19 Frank McTaggert USA Yamaha 25
20 Henk van Kessel Nederland Yamaha 25
21 John Long USA Yamaha 25
22 Walter Hoffman West-Duitsland Yamaha 25
23 Erik Buell USA Yamaha 25
24 Ron Haslam Engeland Yamaha 25
25 Brian Henderson Canada Yamaha 25
26 Alan Barbic USA Yamaha 24
27 Cory Ruppelt USA Yamaha 24
28 Heiner Kocher West-Duitsland Yamaha 24
29 Octavio Echavarria Colombia Yamaha 24
30 Bruce Lind USA Yamaha 24
31 Louis Weterings Nederland Yamaha 24 (gediskwalif)
32 Jan Kostwinder USA Yamaha 24
33 Jim Arnold Canada Yamaha 24
34 Dwight Lyon USA Yamaha 24
35 Fritz van der Veen Canada Yamaha 24
36 Terry Hutton Engeland Yamaha 24
37 Stan Friduss USA Yamaha 23
38 Alain Thiebaut België Yamaha 23
39 Robert Coy USA Yamaha 23
40 Steve Kibble USA Yamaha 23
41 Al Hollingsworth USA Harley-Davidson 23
42 Malcolm McPherson USA Yamaha 23
43 Gregg Hansford Australië Kawasaki 22
44 Jay Springsteen USA Harley-Davidson 21
45 Mike Bader USA Yamaha 21
46 Wes Cooley USA Yamaha 19
47 Mauro Corradini USA Yamaha 17
48 Chris Christensen</