Home Jack Middelburg Guestbook GP-races Daytona Toon Kannekens Diverse

 

1974 - 1979: De Yamaha periode

In 1974, na zijn overstap van MV-Augusta naar het team Yamaha, won Giacomo Agostini Daytona. Het is ook vanaf Daytona 1974 dat de slickband zijn intrede doet in de racerij. Goodyear komt als eerste met een slick op de markt. Een slick is een profielloze band voor wedstrijden met motorfietsen en auto's. Een slick kan alleen worden gebruikt tijdens droog weer, omdat er geen waterafvoer mogelijk is. In de Verenigde Staten wordt vrijwel nooit tijdens regen geracet, waardoor vrijwel altijd slicks gebruikt worden. Onder natte omstandigheden worden intermediates (half glad/half profiel) of regenbanden gebruikt.

De grote favorieten in 1974, Giacomo Agostini en Kenny Roberts.

 

Ook in Nederland gingen laaiend enthousiaste verhalen over de Daytona Speedweek door een enkeling die er geweest was. Reisbureau Neckermann Vliegreizen en chartermaatschappij Transavia, werden in 1974 geconfronteerd met bijna 200 aanvragen voor een motorsportvakantie in Daytona. De grote animators achter de horde motorfanaten waren medewerkers van Moto '73 en Telesport. In een bijzonder moeilijke periode (energiecrisis) besloten de directieleden van Moto '73 en Telesport om gezamenlijk een motorsportreis te organiseren naar Daytona. Via Neckermann werd de reis verder geregeld en eind februari 1974 stapten ruim 180 racefans in het vliegtuig, dat hen naar motormekka Daytona vervoerde. Onder de passagiers: het Moto '73/Telesport Daytona team, bestaande uit Wil Hartog met een 350cc Yamaha, Jan Kostwinder met een gloednieuwe Yamaha TZ 700 viercilinder, en voor Rob Bron (1943 - 5 oktober 2009) stond zo'n zelfde machine op hem te wachten in Amerika, waar hij hem had besteld aangezien ze daar veel goedkoper waren. Voor het eerst in de geschiedenis van de Nederlandse motorsport zetten bijna tweehonderd Nederlandse supporters voet op Amerikaanse bodem en daar keek men zelfs in Amerika op zijn zachtst gezegd vreemd van op, want men kan zich maar slecht voorstellen dat die drie sportlieden zo'n schare supporters meesleepten over de oceaan.

Start 1974: Don Castro (11) aan de leiding voor o.a. Giacomo Agostini (10), Hideo Kanaya (73), Paul Smart (33), Kenny Roberts (1) en daar tussen in Teuvo Länsivuori.

Don Castro, Gary Nixon en Yvon Duhamel

1974: Dick Mann (12e plaats), winnaar in 1970 & 1971

In Amerika stelt men dat het de "vliegende" Fin Jarno Saarinen is geweest, die de 200 Mijl in Europa een enorme populariteit heeft gegeven met zijn overwinning van 1973. Ook zegt men dat het Jarno was, die de deur voor de Europeanen uitnodigend heeft open gezet. Misschien heeft men nog gelijk ook, want in 1973 stonden er 109 rijders aan de start, waarvan er 25 een niet-Amerikaans paspoort hadden, tegen 38 in 1974. In '73 kwamen de deelnemers uit negen landen, terwijl in '74 coureurs naar Florida kwamen uit 13 landen. De organisatie was er terecht trots op dat zoveel rijders van overzee naar Daytona waren gekomen en dat hun wedstrijd zo'n grote belangstelling trok, vooral in Europa. Met uitzondering van Jan Kostwinder (hij reed al eerder in Daytona) hadden de Nederlandse jongens nogal wat moeite met de baan. Rob Bron vertelde o.a. dat vooral de kombaan voor hem (de eerste keren dat hij erin ging) een ware hel was. "Plat op de tank slinger je die kom in en waar je ook kijkt, overal zie je asfalt. Onder je, boven je, opzij waar je ook ziet, alles is zwart". Eenmaal in de race deed ons team het echter geweldig. 

Ook Giacomo Agostini, 29 jaar, dertienvoudig wereldkampioen was voor het eerst in Daytona aanwezig. Uiteraard was de naam Agostini bekend in Amerikaanse motorsportkringen en misschien kon hij ook wel leuk motorrijden, maar tegen de grote Amerikanen zou hij het toch wel af moeten leggen.  Yamaha huurde voor een paar dagen de baan af om de nieuwe aanwinsten - Ago en de viercilinder TZ 700 - te testen. Toen men tijdens die training de Italiaan aan het werk zag, kregen de Amerikanen het toch wel een beetje benauwd. Na Jarno Saarinen kon Agostini wel weer eens roet in het Amerikaanse motoreten gooien.  

 Rob Bron voor Kenny Roberts

Wil Hartog en Mike Kidd #(72)

Ondanks twee opeenvolgende 1-2-3 victories in de 200 mijlrace, zag Yamaha Motor Company wel in dat het slechts een kwestie van tijd was vóór Suzuki en Kawasaki  met hun zware 750cc machines de races naar hun hand zouden gaan zetten. De mensen van Yamaha wisten dat er snel iets gedaan moest worden, vandaar dat ze al in het seizoen 1973 aan de ontwikkeling van een zware machine begonnen waren. De motor was een 700cc viercilinder, waarvoor er eerst twee 350cc's naast elkaar waren gezet voor de ontwikkeling van één zware motor. In 1974, verscheen een menigte van 60.000 toeschouwers in Daytona om de aangekondigde slag tussen Yamaha, Suzuki en Kawasaki te zien. Alle drie de merken brachten ware toppers in het zadel van hun machines. Yamaha, dat Jarno Saarinen in 1973 had verloren, bracht 13-voudig wereldkampioen Giacomo Agostini voor het eerst aan de start in Daytona. Zij hadden, tevens de nieuwe A.M.A. kampioen, Kenny Roberts tot hun beschikking, evenals Hideo Kanaya uit Japan. Verder hadden ze nog een team van andere topcoureurs op de nieuwe 700'ccs geplaatst. Suzuki zette hier niemand minder dan de Grand Prix topper Barry Sheene tegenover, die samen met Gary Nixon, Paul Smart, Cliff Carr en de Japanner Ken Araoka voor een tegenwicht moest zorgen ten opzichte van de Yamahasterren.

Yvon Duhamel bij Kawasaki in 1975.

Kawasaki ging met slechts drie coureurs het gevecht aan, maar niet de minsten, Yvon Duhamel, Art Baumann en Californiër Hurley Wilvert. Na de training was Paul Smart met zijn Suzuki de snelste man, gevolgd door Hideo Kanaya en op de derde plaats stond niemand minder dan het Amerikaanse motoridool Kenny Roberts voor de gevreesde Agostini, die op 0,11 seconden gevolgd werd door de tweede Amerikaan Gary Nixon op Suzuki. Volgens de Amerikanen moest het toch gek gaan, als Roberts en Nixon - Daytonakenners bij uitstek - niet in staat waren Ago/Yamaha te verslaan. Maar er waren nog meer redenen, waarom de Amerikanen in het voordeel waren t.o.v. Ago. De superkampioen had nl. nog nimmer een race op een tweetaktmachine gereden. Wel was hij 13-voudig wereldkampioen, maar deze kampioenschappen verdiende hij uitsluitend op de MV Agusta machines en dat waren viertakten. Agostini was net dat jaar (1974) overgestapt naar Yamaha. De reden hiervoor was dat Ago graag ook wedstrijden in Amerika wilde rijden en MV Augusta daar geen bruikbare machine voor had. Echter ook de wat mindere resultaten de laatste jaren speelden een grote rol. Hij benaderde zelf Yamaha en nadat die eerst ongelovig hadden gereageerd, maar toen eenmaal doorhadden dat het hem ernst was, was de deal snel rond. De Amerikanen zetten hun geld echter bijna allemaal op Kenny Roberts. Maar de ontgoocheling voor Kenny's supporters zou groot worden.

 Harley Davidson coureurs Gary Scott en Mark Bralsford.

Dale Wylie (24), Rudi Galindo (131), Rob Bron (46), Ken Araoka (41), Ronald Toombs (34) en Mike Ninci (95).

 Barry Sheene buitenom teamgenoot Cliff Carr.

1974: Wil Hartog voor Dave Aldana.

Gary Nixon met in zijn slipstream Barry Sheene.

 Rob Bron voor Wil Hartog.

Tijdens de kwalificatieronden (men rijdt in Daytona een opwarmronde met een snelle ronde er achteraan en die laatste geldt dan voor de startpositie) was het Paul Smart die een tijd zette van 2.08,06 (bijna 174 km/h). Met deze tijd was hij de snelste uit de kwalificatie, hetgeen hem en zijn monteur elk 500 Dollar opleverde. Ga hard in de States en je verdient altijd geld. In vroegere jaren waren het steeds de machines met de grote cilinderinhouden geweest, die de race wonnen. Totdat Don Emde en Jarno Saarinen respectievelijk. in '72 en '73 de zaak aanveegden met 350cc machines. In '74 leek ook dat tijdperk weer voorbij te zijn. Alleen al het Japanse merk Yamaha was vertegenwoordigd met maar liefst 55 TZ 700-machines. En dan te bedenken, dat zo'n fiets in Europa altijd nog meer dan 20.000 gulden (9.000 euro) kostte. In Amerika echter was hij al te koop voor $4000 (indertijd ongeveer 4000 euro), vandaar het grote aantal. Op de eerste twee startrijen (totaal 10 starters) stonden maar liefst vijf TZ's 700; Suzuki volgde met vier en Kawasaki met slechts één machine. De mannen van die eerste rij waren: Smart, Kanaya, Roberts, Sheene en Ago, met achter hen de rest van het veld van 80 man. In dit veld ook onze jongens op plaats 40 (Wil Hartog), 64 (Rob Bron) en plaats 80 (Jan Kostwinder). Het veld van 80 rijders werd in drie groepen verdeeld, welke met tussenpozen van 10 seconden werden gestart. De Nederlanders zaten in groep drie. Ook Wil Hartog was er, met zijn 350cc Yamaha, achtergekomen dat het tijdperk van deze machine, waarop in 1972 en 1973 nog gewonnen werd, niet meer mee kon tegen het grote geweld van de zware Formule-750 motoren. Hartog draaide met zijn, door Karel Zegers perfect geprepareerde Yamaha, tijden die net zo snel of sneller waren dan de tijden van Jarno Saarinen, de winnaar van vorig jaar, op dezelfde machine. Toch moest hij elke ronde, tijdens de race, 8 á 9 seconden toegeven op de 750cc kanonnen uit de kopgroep, die vooral door hun enorme acceleratie, zoveel sneller waren.

 

1974__.jpg (56756 bytes)Agostini had vanaf het vallen van de vlag de koppositie ingenomen, maar in de eerste bocht was het Don Castro die de Italiaan verraste en zijn Yamaha binnendoor stuurde. Voor Don was de vreugde echter van korte duur, want Ago had in de volgende bocht de kop alweer overgenomen, vier ronden lang teamgenoot Hideo Kanaya met zich meeslepend in de slipstream, tot deze zich in een snelle linkerbocht verstuurde en viel. De Japanner moest met een gebroken voet en vele fracturen naar het hospitaal worden vervoerd, Ago alleen aan de leiding van de race achterlatend, maar daar zal hij op dat moment niet meer aan gedacht hebben. Ago ging dus nog steeds aan de leiding, dicht op de hielen gezeten door Don Castro, Gary Nixon, Yvon Duhamel, Barry Sheene en Kenny Roberts. Dit vijftal had de schuiver van Kanaya vlak voor zich zien gebeuren, maar aan de heren kon geen moment worden gemerkt dat zij ook maar enigszins onder de indruk waren van het gebeuren. Met name Roberts was het minst geschrokken en rukte in een rush op van de zesde, naar de tweede plaats onder luide bijval van het Amerikaanse publiek. Na verloop van tijd, begonnen Sheene, Nixon en Roberts in te lopen op Agostini en in de 10e ronde wisten ze hem te achterhalen. Dit viertal pakte een flinke voorsprong op de achtervolgers op de helft van de race. De tactiek van Agostini was geweest: eerst zo hard mogelijk ertussenuit en dan kijken wat er nog aan het wiel hangt. In de tiende ronde vond de maestro dat hij wel had gezien, hoe de kaarten lagen en zakte terug naar de vierde plaats. Ondertussen had hij flink wat bij elkaar gereden aan prijzengeld, elke ronde aan kop over de finish bracht nl. 100 dollar op. Hij zou er uiteindelijk van de 47, 25 als eerste de finish passeren. Suzuki-piloten Barry Sheene en Gary Nixon werden nu belast met het zware kopwerk, terwijl Roberts de derde plaats bezette. De strijd om de koppositie was een waar titanengevecht, waarin Nixon en Roberts elkaar regelmatig afwisselden en beurtelings de premies voor de koppositie incasseerden. De race was nu bijna op de helft en diverse rijders werden naar de pits geroepen om brandstof in te nemen. De eersten die binnen reden waren Teuvo Länsivuori, Yvon Duhamel en Roberts. Twee ronden later kwamen Gene Romero en Barry Sheene tanken en weer twee ronden later gaf Nixon de leiding weer over aan Ago omdat zijn Suzuki hoognodig benzine moest bijtanken. De vreugde was voor Ago van korte duur, want een ronde later was ook hij aan de beurt om een pitstop te maken. Nadat de meeste rijders de geplande stop gemaakt hadden (half race), was de stand als volgt: Roberts (Yamaha), Nixon (Suzuki), Agostini (Yamaha), Duhamel (Kawasaki), Don Castro (Yamaha), Hurley Wilvert (met de tweede Kawasaki) en Länsivuori (Yamaha). De Suzukicoureur, Barry Sheene die aanvankelijk goed aan de kop had meegedraaid, maakte een fout waardoor hij ver terug viel en ook zijn zwager Paul Smart zakte steeds verder terug. Een tweede probleem voor de Suzuki-mannen was het vulsysteem, waarmee de tanks gevuld werden. Zowel Barry als Paul verloren bij het tanken kostbare seconden. Hun stop duurde ruim 15 seconden tegen die van de concurrentie slechts 5 tot 8 seconden.

Van boven naar beneden: Familie Länsivuori, Kenny Roberts, Gary Nixon, Suzuki Nixon, Gene Romero, Kenny Roberts

De 200 mijls race,  Kenny Roberts (#1), Barry Sheene (#7),  Gary Nixon (#9) en  Giacomo Agostini (#10) en wat achterblijvers

Gene Romero

Kel Carruthers op de machine van Romero 750cc Kawasaki

 

 

1974 was de tijd van "Den Uyl is in den olie. In den olie is Den Uyl". De ouderen onder ons weten nog wel wat dit is. Dit is een fragment uit een liedje van Vader Abraham (Pierre Kartner) over Joop den Uyl (1919-1987). Het verwijst naar de autoloze zondagen, die het gevolg waren van de oliecrisis. Het toenmalige kabinet koos in 1973 in de Israëlisch-Arabische oorlog de kant van Israël, waarna Nederland te maken kreeg met een olieboycot van de Arabische landen. Om het olieverbruik te verminderen riep Den Uyl autoloze zondagen uit, wat hem de kritiek opleverde van de autolobby. Ook de Daytona Speedweek had met deze boycot te maken. De race was dus ook al van 200 mijl naar 180 mijl ingekort op dringend verzoek van de Amerikaanse regering, die met hetzelfde ongemak zaten als het Nederlandse kabinet, waar Den Uyl dus minister-president van was. Elke coureur in Daytona kreeg ook maar 57 liter ter beschikking en mocht je meer nodig hebben dan moest je dat maar buiten het circuit zien te krijgen.

 

 

 

1974  Gary Nixon (9) en Barry Sheene (7)

 

Roberts, die vroeg in de race een scheur in zijn uitlaatpijp had opgelopen, begon langzaam de aansluiting te missen, maar zat op een comfortabele derde plaats. Het  leek er nu op dat het een strijd tot de finish zou worden tussen Agostini en Nixon. Het veld was op driekwart van de race al behoorlijk uitgedund. Zoals gewoonlijk begon ook deze 200 Mijl een ware slijtageslag te worden. De extreem hoge snelheid en de abnormaal hoge temperatuur hadden al menig slachtoffer gemaakt. In de 30e ronde was de stand als volgt: Nixon aan de leiding, Ago tweede, gevolgd door Roberts, Wilvert, Länsivuori, Romero, Castro en Long. Het was een gevecht van de bovenste plank, waarin de twee vedetten aan de leiding tot op de bodem van hun kunnen gingen. Aangezien de race het eindstadium inging, maakte Gary Nixon zijn laatste benzinestop in de 34e ronde. Bij zijn terugkeer op de baan, lag hij echter ver achter Agostini. Deze had echter nog niet zijn laatste stop gemaakt. Nixon reed zeer hard om de leider te achterhalen en lag slechts 12 seconden achter, toen hij in ronde 37 onderuitging. Gary ging iets te ver en voelde de Suzuki bij het ingaan van de kombaan onder zich weg glijden. Een hoogstaand wegraceduel eindigde zo op zeer onverwachte wijze. De daaropvolgende ronde, kwam Agostini binnen voor zijn laatste tankbeurt. Giacomo Agostini had nu niets anders te doen dan datgene, wat van hem kon worden verwacht: de voorsprong consolideren en de race winnen. Door het uitvallen van Nixon was Roberts opgeschoven naar de tweede plaats en de opvallend goed rijdende Hurley Wilvert met de Kawasaki naar de derde. Dit was buitengewoon knap, want tijdens de trainingen was Wilvert van zijn machine gevallen, waarbij hij een lichte hersenschudding en een "gat in zijn geheugen" had opgelopen. Hij wist na het ongeval absoluut niet meer hoe hij in Daytona was gekomen... Bij het vallen van de vlag voor Roberts had deze op Ago een achterstand van 43 seconden en een voorsprong van maar enkele seconden op de Kawasaki. Ago wilde uiteraard zijn nieuwe werkgever, Yamaha, er van overtuigen, dat zij aan hem geen miskoop hadden en één uur en 45 minuten later was het bewijs geleverd; Giacomo Agostini was nog steeds een topper, ook op een ander merk dan MV. In recordtijd had hij de met 20 mijl ingekorte race, na verzoek van de regering (vanwege de oliecrisis) in een weergaloze stijl op zijn naam geschreven. Met een gemiddelde snelheid van bijna 170 km/h had hij de Yamaha TZ 700 over de baan gejaagd en werd daarmee de tweede Europese coureur die in Daytona de winst pakte. Tevens was het de derde overwinning op rij voor Yamaha, na Don Emde in 1972 en Jarno Saarinen in 1973. Om het feestje compleet te maken won Don Castro de 50 mijls "Lightweight" race voor Kenny Roberts (weer 2e) en Gary Nixon, alle drie op Yamaha (250cc). De eerste tien aankomende deden dit overigens op een 250cc Yamaha. Agostini zou overigens niet meer op zijn Daytona-winnaar in actie komen. Aan de finish stond de Fransman Patrick Pons (uitgevallen in de race) al klaar, met $5000, om de snelle en krachtige Yamaha in ontvangst te nemen. Voor dit bedrag was Yamaha verplicht om de racer aan Pons, de eerste bieder, te verkopen. Dit was een A.M.A. regel, die ingesteld was om de ontwikkeling van speciale, dure fabrieksmachines tegen te gaan. Yamaha deed via Kel Carruthers nog wel een tegenbod, maar het lot besliste in het voordeel van Patrick Pons... 

1974_daytona-team_Kostwinder_Bron_Hartog.jpg (94977 bytes)

1974 Nederlandse Daytona-team Jan Kostwinder, Rob Bron en Wil Hartog.

Pierre Karsmakers

Wil Hartog, A.M.A. "Number One" Kenny Roberts & Rob Bron, op de fiets, in Amsterdam, begin 1974.

De rijders van ons nationale team, Kostwinder en Bron, waren bepaald niet de gelukkigste coureurs van de 80 gestarte. Ze hadden zich wel alle drie weten te plaatsen tussen de 116 coureurs die aan de trainingen deel hadden genomen. Rob Bron had de training gebruikt om aan zijn nieuwe machine te wennen. Na tien ronden in de race ging hij Wil Hartog voorbij om de positie van beste Nederlander in te nemen. En tot zeven ronden voor het einde had Rob nog een bijzonder goed uitzicht, om zich bij de eerste 20 aankomenden te klasseren. Toen sloeg in de 40e ronde de bekende pechduivel toe. Een zwakke schakel in de ketting kon de rukken van de 130 pk niet langer weerstaan en brak. Rob later hierover: "Zo'n rotschakeltje van een knaak moet zonodig kapot gaan en de race van je leven, waar zoveel mensen zich voor hebben ingespannen in één klap naar de knoppen helpen. Voor hen vind ik het nog het ergste!" Ook Jan Kostwinder zat het bepaald tegen. Nadat in de training regelmatig de expansie-uitlaten van zijn TZ 700 scheurden, moest hij in de race de fiets met een lekke achterband aan de kant zetten. Wil Hartog ging het heel wat beter af. Al in de training had de Abbekerker bewezen, dat zijn 350cc Riemersma/Yamaha één der snelste was die ooit op Daytona gereden had. Met tijden, waarmee Jarno Saarinen in '73 winnaar werd, draaide Wil zijn trainingsronden. Wel moest hij op de TZ-machines met de dubbele cilinderinhoud per ronde zo'n acht seconden toegeven, maar de met enorm veel zorg door Karel Zegers getunede machine bleek een brok betrouwbaarheid. Aldus ging Wil vol vertrouwen de wedstrijd in. Een wedstrijd waarin de Witte Reus vriend en vijand verraste en met rondjes tussen de 2.17 en 2.18 een zeer constante wedstrijd reed met een 27e plaats als resultaat. Er was nog meer Nederlands succes, want er werden ook motorcross wedstrijden gereden tijdens de speedweek. De 250cc wedstrijd werd gewonnen door de "Nederlandse Amerikaan" Pierre Karsmakers. De 500cc wedstrijd werd overigens gewonnen door de befaamde Belg Roger Decoster. 

Castro, Kanaya, Duhamel, Nixon, Länsivuori

1974_Daytona_Jan_Kostwinder.jpg (46530 bytes) 1974_Daytona_Rob_Bron.jpg (45623 bytes)

1974_Daytona_Wil_Hartog.jpg (46157 bytes)

Yvon Duhamel achter Gary Nixon

Jan Kostwinder & Wil Hartog

 Rob Bron & Paul Smart

 Rob Bron & Ken Araoka

 Cross winnaars: 250cc Pierre Karsmakers en 500cc Roger Decoster

"Victory Lane", Roberts, Ago & Wilbert

Supertuner Don Vesco aan de slag met de machine van Dick Mann

1974 winnaar Giacomo Agostini

 

1974 Yamaha rijders

Ago

 

1974 Daytona Suzuki team: Ken Araoka (7e), Paul Smart (9e), Cliff Carr (11e), Gary Nixon (42e) & Barry Sheene.

Barry Sheene & Yvon Duhamel (winnaar 250cc in 1968 & 1969 en vader van 5-voudig 200 mijl winnaar Miguel Duhamel).

Barry Sheene & Paul Smart

1974_Barry_Sheene_en_Gary_Nixon_Daytona_.jpg (75861 bytes)

Gary Nixon & Barry Sheene

`

Dutch  Daytona-team pa & Jan Kostwinder,  Wil Hartog, tuner Jos Schurgers, Rob Bron en zijn monteur Ferry Brouwer.

Yamaha teammaats Hideo Kanaya en Agostini in gesprek.

Kenny Roberts, Cliff Carr (26) en Conrad Urbanowski (28) in de strijd voor resp. de 2e, 11e en 22e plaats. Dat is een van de mooie dingen van lange afstandsraces.

Yamaha TZ700

UITSLAG DAYTONA 200 1974 

1 Giacomo Agostini Italië Yamaha prijzengeld Hfl. 40.500,-
2 Kenny Roberts USA Yamaha prijzengeld Hfl. 21.750
3 Hurley Wilvert USA Kawasaki prijzengeld Hfl. 13.000,-
4 Don Castro USA Yamaha

Snelvulsysteem brandstof,  24 liter in 4 seconden!

 

5 Teuvo Länsivuori Finland Yamaha
6 Gene Romero USA Yamaha
7 Ken Araoka Japan Suzuki
8 Steve McLaughin USA Yamaha
9 Paul Smart USA Suzuki
10 Akiyasu Motohashi Japan Yamaha
11 Cliff Carr USA Suzuki
12 Dick Mann USA Yamaha
13 Gary Fisher USA Yamaha
14 Christian Bourgeois Frankrijk Yamaha
15 Jean-Paul Boinet Frankrijk Yamaha
16 Dennis Varnes USA Yamaha
17 Michael Clarke USA Yamaha
18 Marty Lunde USA Yamaha
19 Harry Cone USA Yamaha
20 Phil McDonald USA Yamaha
21 Fred Guttner West-Duitsland Yamaha
22 Conrad Urbanowski USA Yamaha
23 Mike Ninci USA Yamaha
24 Len Finch Canada Yamaha
25 Robert Winters USA Yamaha
26 Doug Libby USA Yamaha
27 Wil Hartog Nederland Yamaha
28 Eugene Brown USA Yamaha
29 Dave Smith USA Yamaha
30 Tom Rockwood USA Yamaha
31 Dennis Purdie USA Yamaha
32 Scott Brelsford USA Harley-Davidson
33 Greg Hansford Australië Yamaha
34 Alex George Schotland Yamaha
35 Johnny Cecotto Venezuela Yamaha
36 Phil Hoslam Engeland Yamaha
37 Reg Pridmore USA BMW
38 Peter Williams Engeland Norton
39 Jim Evans USA Yamaha
40 Mike Kidd USA Triumph
41 James Metrando USA Yamaha
42 Gary Nixon USA Suzuki
43 Rob Bron Nederland Yamaha
44 John Long USA Yamaha
45 Pat Mahoney Engeland Yamaha
46 Jan Kostwinder Nederland Yamaha

Enige bekende coureurs die de finish niet haalden (waren er totaal 34): Barry Sheene, Yvon Duhamel, Don Castro, Patrick Pons, Christian Leon, Walter Villa, Chas Mortimer en Mick Grant.

Bovenste foto : winnaar 1967, Gary Nixon

2e foto: winnaar 1970 & 1971, Dick Mann

3e foto: winnaar 1974, Giacomo Agostini

4e foto: winnaar 1972, Don Emde

 

 

 

Kenny Roberts

Wil Hartog

 

Wil Hartog

Wil Hartog

Met dank aan Brian Kostwinder

 

 

 

1975

      

                                        1975 programmaboekje

 

Hollanders die in 1975 deelnamen aan de Daytona races.

Rob, Boet en Marcel aan het trainen voor Daytona met schaatsgrootheid Ard Schenk, meervoudig Olympisch en wereldkampioen in die tijd.

1975 Marcel Ankoné

Marcel Ankoné voor Philippe Coulon en Johnny Cecotto (96)

 Rob Bron

Zware crash Barry Sheene in 1975

Barry in het ziekenhuis in Amerika na zijn zware val.

Daytona is HET circuit voor problemen met de banden. Nergens is het zo moeilijk om het juiste schoeisel voor motoren te vinden. De kracht, snelheid en druk veroorzaken vooral in de kombaan heel veel slijtage aan het rubber en met de lengte van de race, tellen al deze factoren mee om tot de zwaarste race voor de banden te komen. Terwijl men in de fabrieken met de motoren de meest zware en intensieve proeven tracht na te bootsen, blijft het in de praktijk zeer moeilijk. Bij Goodyear geloofde men dat ze zowel het juiste rubber als de goede maat van de band hadden gevonden. Kenny Roberts met Yamaha had in februari in Ontario en Daytona uitvoerig getest om een juiste keuze te maken. Een bevredigende uitslag was het resultaat. Men dacht bij Yamaha klaar te zijn voor de klassieker onder de klassiekers. Ook Dunlop had lange tests uitgevoerd in Ontario en Daytona met Barry Sheene (1950-2003), Dave Aldana en Teuvo Länsivuori in december 1974. Net als Goodyear, heeft de Britse fabrikant uitvoerige duurtests op zijn band uitgevoerd in de fabriek. Om niet op de rest achter te blijven, had het Franse Michelin eveneens langdurig zijn rubber getest op het circuit van Paul Ricard met Patrick Pons (1952-1980, verongelukt circuit Silverstone) en Olivier Chevallier (1949-1980, verongelukt circuit Paul Ricard). 

                                                                                                                                            Olivier Chevallier

De specialisten van alle bandenfabrikanten reisden dan ook met een tevreden gevoel af naar Daytona. Maar aldaar bleek maar weer dat Daytona zijn eigen ideeën er op na houdt en daar was Dunlop het slachtoffer van en uiteraard de coureurs die voor dit merk hadden gekozen. Het begint op de vrijdag voor de officiële trainingen: tijdens een open training valt Barry Sheene op "het rechte stuk" van de baan, tevens het snelste stuk. Met 280 km/h. komt Sheene na vijf ronden ritme te hebben opgedaan, de finishlijn voorbij, wanneer zijn achterwiel blokkeert. Hij probeert alles om de Suzuki onder controle te krijgen maar dit was onbegonnen werk. Barry kwam 200 meter verder op het asfalt pas tot stilstand. Hij hield daar enige zeer zware blessures aan over, o.a. een dijbeenbreuk, zware schaafwonden en kwetsuren aan 7 ruggenwervels. De eerste gedachte na het ongeval gaat uit naar een vastloper. Maar na het demonteren en uit elkaar halen van het motorblok blijkt hier niets mee aan de hand te zijn. Na alles onderzocht te hebben en geen mankementen te hebben ontdekt komt men uiteindelijk bij de banden uit. Uiteindelijk gaat men ervan uit dat het rubber zich heeft uitgezet en dat de band is klem gelopen. Helemaal 100% is dit echter niet hard te maken. Dit zal later echter het eerste incident blijken te zijn wat zich voordoet met de Dunlop band en wanneer Yvon Duhamel, de Hollander Henk Klaassen en Jim Evans tijdens de eerste officiële trainingen van maandag, hetzelfde overkomen, denkt men meteen aan de banden. Uiteindelijk besluit Dunlop zich terug te trekken en moeten de coureurs die voor dit merk hadden gekozen op zoek naar een andere leverancier en dat valt niet mee enige dagen voor de grote race. Er waren in de trainingsweek ook verder nog vele problemen om op te lossen. Agostini had het ene na het andere probleem met zijn Yamaha, men kon vooral niet genoeg snelheid "vinden", maar ook met de remmen en carburatie waren er volop problemen. Kawasaki had volop problemen met het uitlaatsysteem en met de carburatie. Yvon Duhamel dacht er zelfs aan om met het model '74 te gaan rijden om te zien of dat niet beter zou gaan. Suzuki had het probleem dat hun "aas" Barry Sheene letterlijk en figuurlijk was weggevallen. De contracten van Paul Smart en Chris Carr waren niet verlengd en met het verdwijnen van Sheene waren enkel nog Teuvo Länsivuori, Gary Nixon, Dave Aldana en Hurley Wilvert met het nieuwe fabrieksmodel van 1975 uitgerust. Pat Hennen beholp zich met een 1974 model, evenals Stan Woods. Een Nederlandse stal beschikte eveneens over Suzuki: Marcel Ankoné had een model 1975, Van Dulmen en Bron het oude 1974 model. Het verwonderlijkst na afloop van de officiële trainingen was het feit dat de privé-coureurs zich  konden mengen tussen de rijders van de diverse fabrieken, hetgeen de afgelopen jaren niet het geval was. De jonge coureurs Johnny Cecotto en Steve Baker waren de verrassing van de eerste sessies en bevestigden dat door zich van een plaats op de eerste startrij te veroveren. Cecotto en Baker hadden wel de beschikking over echte 750cc Yamaha’s, geleverd door de importeurs van Venezuela en Canada. Ook de bezitters van 700 Yamaha’s verrasten, Ron Pierce en Steve MacLaughlin waren ook erg snel geweest. Pierce zijn motor was erg goed geprepareerd door Kevin Cameron, de vroegere monteur van Cliff Carr bij Kawasaki en Suzuki, een topper op dit gebied. 

Yamahatoppers Kenny Roberts en Gene Romero voor Pat Hennen (#80).

 

Yamaha topteam Agostini aan het werk: Nobby Clark (achter de Yamaha), Iain MacKay (rechts) en Vince French (rechts gehurkt).

 

 

Yamaha had de capaciteit van de viercilindermotor naar de maximumgrens van 750cc geüpdate. De race voor de overwinning zou een strijd worden tussen de diverse Yamaharacers uit de hele wereld. Suzuki leek slechts als enige een kans te hebben om de drie op een rij overwinning van Yamaha te kunnen doorbreken. Die kans werd steeds kleiner naarmate de raceweek vorderde. Eerst werd de veteraan, Gary Nixon, uitgeschakeld met fysieke problemen. Gary was tijdens het testen in Japan tijdens de de wintermaanden hard gevallen. Hij had metalen platen in zijn arm en de wonden daarvan waren in Daytona nog niet volledig geheeld. De fysieke inspanning om de Suzuki machine in bedwang te houden zorgden ervoor dat enkele van deze platen los kwamen te zitten. Dit betekende einde oefening voor de "oude rot". Daar kwam dus het zware ongeval van Barry Sheene nog bij. 

Zondagmiddag 9 maart 1975, 13.15 uur. Het geweld barst los. (foto 1) Op kop Teuvo Länsivuori (#8), voor Gene Romero (#3), Kenny Roberts (#1) en Giacomo Agostini (#4). (foto 2) De tweede startgroep met op kop Phil McDonald (#58), Doug Libby (#40), Mike Devlin (#77) en Kenny Blake (#60), rechts op de foto verschijnt Marcel Ankoné (#28).

(foto 3) Het tweede deel van de tweede startgroep: James Allan (#16), Walt Foster (#57), Larry Bleil (#71) en Conrad Urbanowski (#18), (foto 4) Derde startgroep, van 20 man, vertrekt, Mike Ninci (#15), Jeff March (#44), Peter Chancey (#55), Reg Pridmore (#63) en Robert Wakefield (#78), rechtsachter Rob Bron en Van Dulmen.

 

Teuvo Länsivuori (#8) aan de leiding voor o.a. Gene Romero (#3), Kenny Roberts (#1), Giacomo Agostini (#4), Dave Aldana (#10), Pat Hennen (#80) verscholen achter Romero en Länsivuori, Pat Evans (#51), Mike Clarke (#52). Achter Kenny Roberts ook nog Steve Baker en Steve McLaughlin.

 

Het 1975 wegraceseizoen werd dus weer geopend met de spectaculaire races op Daytona Beach in Amerika. In totaal werden er 8 verschillende klassen verreden en 2 motorcrossraces. Kenny Roberts had op zaterdag al de 100 miles race voor junioren op zijn naam gebracht en was samen met de winnaar van 1974 de hoogst genoteerde bij de bookmakers, maar het zou allemaal anders lopen. Vrijdag kwam Barry Sheene met een snelheid van ongeveer 280 km/u hard ten val en kwam 200 meter verder op het asfalt pas tot stilstand. Hij hield daar enige zeer zware blessures aan over, o.a. een dijbeenbreuk, zware schaafwonden en kwetsuren aan 7 ruggenwervels. Het bizarre was dat Barry in zijn microfoon een microfoontje had, waarmee de Engelse TV een live-uitzending van zijn training deed! Vele Britten maakten dus live het ongeluk mee via de TV. De Nederlander Henk Klaassens (Texas-Henkie genoemd), geen topper, kwam op dezelfde plek en manier ten val, maar bracht het er een stuk beter van af. Bij beide liep overigens het loopvlak van hun Dunlop-band eraf... Dit deed Dunlop besluiten om zich terug te trekken en toen moesten alle Dunlop-rijders dus plotseling bij Goodyear en Michelin gaan bedelen voor een set banden. Het Nederlandse Daytona-team, bestond dit jaar uit: Wil Hartog, Rob Bron, Marcel Ankoné en Boet van Dulmen, trokken zeer veel bekijks in hun goudkleurige overalls. Verder dus de genoemde Henk Klaasens en de volslanke Jan Kostwinder. Wil Hartog had zeer snel getraind (25e, 1e startgroep), maar in de laatste training voor de race liep zijn motor vast. Als een speer werden er nieuwe zuigers en cilinders gemonteerd, maar in de 2e ronde van de race gebeurde helaas hetzelfde. Marcel Ankoné, trainde prima, maar was één van de Dunlop coureurs, dus even voor nieuwe banden zorgen. Met zijn 31e tijd stond hij net buiten de 1e startgroep. Rob Bron had een training vol ellende en er moest o.a. even een krukas vervangen worden. Hij zou samen met Kostwinder en Van Dulmen vanuit de 3e startgroep moeten vertrekken. Uiteindelijk viel hij al snel uit met gescheurde uitlaten. Kenny Roberts ging van pole van start, voor Teuvo Länsivuori, het super aankomend talent uit Venezuela, Johnny Cecotto, Gene Romero (USA) en nog een aanstormend talent Steve Baker (USA). Degene die de show zou gaan stelen was de zeer jonge Johnny Cecotto. Bij het begin van de 200 nam een groep Yamaha rijders plaats aan de kop van het veld. Teuvo Länsivuori uit Finland, Steve Baker, verdedigend kampioen Giacomo Agostini uit Italië, en de Amerikanen Gene Romero, Steve McLaughlin en Kenny Roberts. Degene die de kopgroep had gemist was Johnny Cecotto uit Venezuela. Na zich op de eerste rij gekwalificeerd te hebben, als derde om precies te zijn, ontdekte hij vlak voor de start een radiateurlekkage en zijn motor sloeg af. Zijn team kreeg de waterlekkage wel gerepareerd, maar Johnny moest wel achteraan het veld beginnen. Volgens de reglementen moest hij de startlijn verlaten en na reparatie achterin de 3e groep van start gaan. In ronde vier bewoog, de snelste in de training Kenny Roberts, zich voorbij de andere concurrenten en nam de leiding alleen in handen. In een paar ronden tijd bouwde Roberts daarna een 15 seconden voorsprong op naar de man in tweede positie, Länsivuori. Ongelooflijk, maar Johnny Cecotto was op dat moment in de race al op een 10e plaats aangekomen, na dus pas als 80e, in de derde groep van start te zijn gegaan, echter wel een minuut achter Roberts. Teuvo Länsivuori reed op dat moment samen met Kenny Roberts op kop, gevolgd door Agostini. Deze werd weer gevolgd door o.a. Steve McLaughlin, Steve Baker en Gene Romero. In ronde 12 kreeg Kenny Roberts een koppelingsprobleem en moest, een paar ronden later, voor reparatie naar de pits. Länsivuori was nu opnieuw de leider, na zijn kopstart, van de race. Hij werd door McLaughlin, Agostini, Baker en Romero gevolgd. Roberts liet ondertussen tijdens zijn gedwongen stop zijn motor afslaan en kreeg hem helaas niet meer aan de praat, waardoor Teuvo alleen aan de leiding kwam te liggen. Deze had echter de pech dat een ronde na zijn tankstop zijn ketting vreemde kuren begon te vertonen en hij weer de pits op moest zoeken. Na een reparatie van 2 minuten begon hij een inhaalrace, die hem een valpartij opleverde, waarna zijn hoop op een Finse overwinning ten einde was. Johnny Cecotto had er ondertussen nog steeds flink de gang in en in de 15e ronde had hij zich al van een 80e plaats naar de 6e toegestreden! 

1975_Romero_Daytona.jpg (36507 bytes)
1975  tankstops Gene Romero

Barry Sheene in gedachten

Kenny Roberts voor Johnny Cecotto

Gene Romero & Kenny Roberts 

Gene Romero 

  

Bovenste foto's: 2x Steve Baker, onder: Olivier Chevallier voor Philippe Coulon, Gene Romero, Jean-Philippe Orban (#89) en Robert Wakefiled (#78).

     Gene Romero        

Kenny Roberts

Steve McLaughlin, Californië, kwam nu aan de leiding en bouwde een voorsprong op van ongeveer 12 seconden. Komende van de vierde plaats, begon Gene Romero zich naar voren te begeven, tegen het middelpunt van de race. Na het voorbijgaan aan zowel Agostini als Baker, begon Romero zijn achterstand op de eerste plaats zienderogen te verkleinen, tot hij verschil had teruggebracht tot ongeveer drie seconden. Halverwege de race was de stand nu aan kop: Steve McCaughlin, Gene Romero, Ago, Steve Baker en Johnny Cecotto. McLaughlin die, nu de druk begon te voelen van Romero, probeerde om het tempo te verhogen en dit werd hem fataal, toen hij in de 30ste ronde onderuitging. Hij kon de race wel weer hervatten en zijn machine op een 6e plek aan de finish brengen. Gene Romero nam nu de kop over en moest deze alleen nog een keer afstaan tijdens een tankstop aan Baker. Hierna nam hij de leiding weer over en werd de verrassende winnaar van de 1975 editie van Daytona. Helemaal verassend was het eigenlijk nu ook weer niet, want Romero was al 2x op het podium geëindigd, twee maal werd hij tweede achter Dick Mann, nl. in 1970 en 1971. Gene zou in totaal 14x deelnemen aan de Daytona 200 tussen 1967 en 1980, hij zou daarbij negen maal in de top-10 eindigen. Steve Baker pakte achter Gene de 2e plaats, terwijl een paar ronden voor het einde Johnny Cecotto, Ago van het podium verdreef, waarna de laatste nog verder terug zou vallen tot een 9e plek. Marcel Ankoné behaalde een prima 20e plaats. 

Australiër Warren Willing (#85) en twee keer Steve McLaughlin (#83)

Teuvo Länsivuori (#8), Kenny Roberts (#1), Kenny Roberts voor Giacomo Agostini (#4) Gene Romero )#3) en Steve McLaughlin.

 

Boven: Steve Baker voor Giacomo Agostini en onder Steve McLaughlin voor Baker en Romero.

Olivier Chevallier op weg naar een 29e plaats.

Diverse 1975 Daytona

  • De Duitse topcoureur Dieter Braun was zonder motor in Daytona gearriveerd, maar kon van iemand een Yamaha 700 lenen. Hij wist zich hier echter niet mee te kwalificeren voor de race.

  • Gary Nixon was er hard af gegaan in de trainingen, maar had zich wel als 29e in de 1e startgroep gekwalificeerd. Hij besloot toch niet aan de race deel te nemen door een armblessure.

  • Gary Scott wist zich niet voor de race te plaatsen met zijn oude Harley-Davidson, die was ook niet meer competitief.

  • De Nederlander Henk Klaasssen (Texas-Henkie genoemd) ging er erg hard vanaf met 270 km/h. Hij had wonderlijk genoeg niets gebroken, "alleen" maar diepe brandwonden zo'n beetje overal op het lichaam.

  • De Engelsman Cha(s)rlie Mortimer vond vlak voor Daytona een zeer belangrijke sponsor, Saromé, een fabrikant van Japanse wegwerpaanstekers, die hem jarenlang zou sponsoren. Ook Jack Middelburg zou Saromé enige jaren later als co-sponsor krijgen.

1975 Daytona-team: Wil Hartog, Rob Bron, Boet van Dulmen en Marcel Ankoné, trokken veel bekijks met de gouden motorpakken.

Teuvo Länsivuori

Johnny Cecotto (onder & boven)

 

 

 

"De Claimregel"

Het was in Amerika de gewoonte dat de winnende motor van een race, na de wedstrijd verkocht moest worden aan een andere deelnemer aan de race. Deze regel was vele jaren eerder door de A.M.A. ingevoerd om ook de privécoureurs aan onderdelen, techniek e.d. te kunnen laten komen, waar ze normaal geen toegang tot hadden. De fabrieken waren hier uiteraard nooit erg blij mee, maar de "gewone jongens" wel. Zij konden vaak voor niet te veel, tussen de $1500 á $3500, een prachtig stuk techniek kopen. Daar Yamaha in 1975, vier splinternieuw ontwikkelde OW31 machines naar Daytona bracht en die niet aan een ieder zomaar wilde meegeven, maakten zij nogal wat problemen m.b.t. de claimregel. Buiten de techniek, die de fabriek niet op straat wilde gooien, kostten deze machientjes ook maar even $40.000. De fabriek hadden met deze Yamaha's een flinke voorsprong genomen op de andere fabrieken, maar waren uiteraard ook in de Grand Prix e.d. ver in het voordeel t.o.v. de vele privérijders dat komende seizoen. Na veel geharrewar besloot de organisatie, de claimregel in 1975 te schrappen. Hij zou echter niet alleen geschrapt worden, maar ook nooit meer worden ingevoerd. Dit maakte het voor alle fabrieken mogelijk om met de meest speciale racemachines in het vervolg naar Daytona, de start van het wegraceseizoen, te komen. 

       Gene Romero

Kenny Roberts

 

 Dave Aldana met een wel erg apart motorpak.

 

Dave Aldana hier met het skelet op zijn overall in actie tijdens de zwaarste klasse (van totaal 8 + 2 races in de motorcross) de produktierace op een Kawasaki. Hij werd voor dit lugubere "grapje" bijna gestraft door de A.M.A.

       Steve Baker

 

Philippe Coulon (#12) uit Zwitserland, Jean-Philipe Orban (#89) uit België en Len Fitch (#62) uit Canada. Respectievelijk 25e, 44e en 15e in de Daytona editie van 1975.

De Amerikanen Mike Ninci (#15), 39e en Randy Cleek (#29) 55e.

 

Steve Baker voor Steve McCaughlin & Gene Romero

Teuvo Länsivuori voor Kenny Roberts

 Mick Grant

Giacomo Agostini (4), Steve Baker (32), Steve McLaughlin (#83) en Don Castro (#11).

AMA kampioen Kenny Roberts, voor Larry Bleil, die zijn snelste trainingstijd niet in een finish kon omzetten.

Teuvo Länsivuori

Valpartij Teuvo Länsivuori

UITSLAG DAYTONA 200 1975 

  Rijder Land Merk Aantal   ronden Trainingsplaats
1 Gene Romero USA Yamaha 52 4e
2 Steve Baker USA Yamaha 52 5e
3 Johnny Cecotto Venezuela Yamaha 52 3e
4 Giacomo Agostini Italië Yamaha 52 9e
5 Warren Willing Australië Yamaha 52 12e
6 Steve McCaughlin USA Yamaha 52 7e
7 Hirdyuki Kawasaki Japan Yamaha 52 14e
8 Ron Pierce USA Yamaha 52 6e
9 Don Castro USA Yamaha 51 11e
10 Harry Cone USA Yamaha 51
11 Tommy Byars USA Yamaha 51 20e
12 James Allen Canada Yamaha 50
13 Larry Bleil USA Yamaha 50
14 Cliff Carr USA Yamaha 50
15 Len Fitch Canada Yamaha 50
16 Roger Marshall Engeland Yamaha 50
17 Jim Dunn USA Harley-Davidson 50
18 Phil Gurner Engeland Yamaha 50
19 Billy Labrie USA Yamaha 50 22e
20 Marcel Ankoné Nederland Suzuki 50
21 Doug Teague USA Yamaha 50
22 Robert Wakefield USA Yamaha 49
23 Boet van Dulmen Nederland Suzuki 49
24 Conrad Urbanowski USA Yamaha 49
25 Philippe Coulon Zwitserland Yamaha 49
26 Wes Cooley USA Yamaha 48

Johnny Cecotto

27 Dave Aldana USA Suzuki 48
28 George Miller USA Yamaha 48
29 Olivier Chevallier Frankrijk Yamaha 47
30 Mike Trimby Engeland Yamaha 47
31 Reg Pridmore USA BMW 47
32 Siegfried Guttner West-Duitsland Yamaha 47
33 Bill Smith Engeland Yamaha 46
34 Pat Mahoney Engeland Yamaha 46
35 Rudy Galindo USA Yamaha 45
36 Walt Foster USA Yamaha 44
37 Piers Forester Engeland Yamaha 43
38 Pat Hennen USA Suzuki 40 8e
39 Mike Ninci USA Yamaha 38
40 Kenny Blake Australië Yamaha 37 30e
41 Barry Ditchburn Engeland Kawasaki 32
42 Stan Woods Engeland Suzuki 30
43 Dennis Purdie USA Yamaha 28
44 Jean-Philippe Orban België Yamaha 28
45 Teuvo Länsivuori Finland Suzuki 26 2e
46 Eugène Brown USA Yamaha 25
47 Peter Grove Engeland Yamaha 24
48 Jan Kostwinder Nederland Yamaha 24
49 Hurley Wilvert USA Suzuki 23 15e
50 Phil McDonald USA Yamaha 23
51 Kenny Roberts USA Yamaha 17 1e
52 Rob Bron Nederland Yamaha 16
53 Mike Clark USA Yamaha 16 21e
54 Jean-Paul Boinet Frankrijk Yamaha 15 24e
55 Randy Cleek USA Yamaha 15 13e
56 Doug Libby USA Yamaha 15 28e
57 Pat Evans USA Yamaha 14 23e
58 Takao Abe Japan Kawasaki 13 10e
59 Kurt Liebmann USA BMW 13
60 Yvon Duhamel Canada Kawasaki 11 17e
61 Mick Grant Engeland Kawasaki 10 26e
62 Mike Devlin USA Yamaha 10
63 Charles Mortimer Engeland Yamaha 9
64 John Long USA Yamaha 9 2e
65 Andreas Georgeades Canada Yamaha 6
  Wil Hartog Nederland Yamaha 2 25e
Patrick Pons Frankrijk Yamaha 2 19e

 

       

 

  
Henk Klaassen ook een Dunlop slachtoffer. Giacomo Agostini Hirdyuki Kawasaki (7e plaats) voor Don Castro.

Johnny Cecotto

Johnny Cecotto, Gene Romero & Steve Baker.

Teuvo Länsivuori

 

Johnny Cecotto op weg naar derde plaats.

Johnny Cecotto, Gene Romero & Steve Baker in Victory Lane.

  

 

 

 100 mile expert 250cc 1975, winnaar Kenny Roberts 

 

 

 

 

UITSLAG (eerste 30) DAYTONA 100 mile expert 250cc 1975 

  Rijder Land Merk
1 Kenny Roberts USA Yamaha
2 Gary Scott USA Harley-Davidson
3 Steve Baker USA Yamaha
4 Doug Teague USA Yamaha
5 Don Castro USA Yamaha
6 Mike Devlin USA Yamaha
7 Tommy Byars USA Yamaha
8 John Long USA Yamaha
9 Greg Sassaman USA Harley-Davidson
10 Bruce Lind USA Yamaha
11 Murray Hoffman USA Yamaha
12 Richard Fuller USA Yamaha
13 Ron Pierce USA Harley-Davidson
14 Wes Cooley USA Yamaha
15 Brian Henderson Canada Yamaha
16 Conrad Urbanowski USA Yamaha
17 Kurt Lenz USA Yamaha
18 Richard Chambers USA Yamaha
19 Bill Payne USA Yamaha
20 Ken Brunswick USA Yamaha
21 Ed Eaton USA Yamaha
22 Whitney Blakeslee USA Yamaha
23 Mike Ninci USA Yamaha
24 Jim Arnold Canada Yamaha
25 Fernando Cammaert USA Yamaha
26 Richard Seifried USA Yamaha
27 Mike Clark USA Yamaha
28 Bob Rectenwald USA Yamaha
29 Ed Hansen USA Yamaha
30 Ken Botham USA Yamaha

250cc: Bob Endicott (#31), Bruce Townsend (#137), Greg Sassaman (#85).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1. Kenny Roberts aan de leiding in de eerste bocht van de 250cc race, voor o.a. Don Castro (#11), Steve Baker (#32), Gary Fisher (#21), Doug Teague (#49), Mike Devlin (#77), Ron Pierce (#97), Richard Chambers (#76), John Long (#56), Mike Clark (#52).

2. Kenny Roberts voor Steve Baker Mike Devlin, Doug Teague en Gary Fisher.

3. Gary Fisher voor o.a. Mike Clark (#52).

4. John Long (#56) en Jim Dunn (#75).

5. Gary Scott (tweede) voor Steve Baker (derde).

 

 

 

 

UITSLAG 100 mile junior 250cc 1975  Skip Aksland, toekomstig topper in Amerika, hier in 1975 tijdens de 100 mijls juniorenrace, op weg naar een vierde plaats.

  Rijder Land Merk
1 Gary Blackman USA Yamaha
2 Dale Singleton USA Yamaha
3 Scott Erickson USA Yamaha
4 Skip Aksland USA Yamaha
5 Murray Hoffman USA Yamaha
6 Bill Peters USA Yamaha
7 Bruce Lind USA Yamaha
8 Cory Ruppelt USA Yamaha
9 Whitney Blakeslee USA Yamaha
10 Robert Rectenwald USA Yamaha

Winnaar Gary Blackman

UITSLAG DAYTONA Superbike 1975 

Dave Aldana

  Rijder Land Merk
1 Dave Aldana USA Suzuki
2 Bob Endicott USA Yamaha
3 Yvon Duhamel Canada Kawasaki
4 Reg Pridmore USA BMW
5 Rodney B Pink USA Harley-Davidson
6 Kurt Liebmann USA BMW
7 Ron Pierce USA BMW
8 John Hoffman USA BMW
9 Dale Alexander USA Kawasaki
10 Jim Dunn USA Harley-Davidson

 

UITSLAG DAYTONA 76 miles novice (nieuwelingen) 1975 

McWorther, Dandeneau en Guild

  Rijder Land Merk
1 Dana Dandeneau USA Yamaha
2 Cliff Guild USA Yamaha
3 Dan McWhorter USA Yamaha
4 Robert Barton USA Yamaha
5 Ted Davidson USA Yamaha
6 Hal Coleman USA Yamaha
7 Michael Bufkin USA Yamaha
8 David Emde USA Yamaha
9 Norman Fraijo USA Yamaha
10 Chuck Killen USA Yamaha

 

Gene Romero winnaar Daytona 200 Gary Blackman winnaar 100 mijls junioren race. Gary won er ook nog $1870 mee. Dana Dandeneau winnaar 76 miles novice race.
1975, Uitreiking bekers op het jaarlijkse traditionele Daytona Victory diner

 

Er werden ook zogenaamde "Sportmans" races verreden in Daytona. Dit betrof races in diverse inhoudsklassen. Op de bovenste foto het podium van de races van 101-125cc machines. De winnaar (in het midden) is de nog maar 14-jarige Freddie Spencer, die nog vele triomfen zou gaan vieren in de toekomst. Naast hem Henning Christensen en Steve Reynolds (2e). 

Winnaar Jess Huggins wordt gefeliciteerd in Vicory Lane na zijn overwinning in de 201-250cc race.

Top 3 van de 251-360cc klasse, de broer van Don Emde, Dave als winnaar met nummer 192 en Timmy Cartwright (#13) als tweede en rechts Cyrill Gibb uit Canada.

 

Gary Scott winnaar 1976 Johnny Cecotto Wil Hartog John Dodds winnaar 1974 Giacomo Agostini winnaar 1975 Gene Romero Teuvo Länsivuori

 

Hank Scott Rex Beauchamp Mert Lawwill Cliff "Corky" Keener Greg Sassaman Yvon Duhamel Hurley Wilvert

 

 verhaal uit de fanclubbladen van Jack Middelburg 1975

"maart 1975, reisverslag van Willem "de Briet" van zijn 1e reis naar Daytona"

 

Hiermede zal ik proberen één en ander over mijn reis naar Daytona op papier te zetten. Dit is dan vooral interessant voor diegene, die ook eens zo een reis willen maken. Ik heb de reis alleen gemaakt; dus niet met een reisgezelschap, waarmee Harrij (de monteur) mee op stap is geweest. Het voordeel als je op jezelf gaat is, dat je de kans hebt om langer weg te blijven. In dit geval was het een tiendaagse reis van het dagblad ‘De Telegraaf’. Bovendien ben je veel vrijer om te gaan en te staan waar je wilt. Als je echt iets van Florida wilt zien is tien dagen echt te kort. Je moet er tenminste 14 dagen voor uit trekken. Het mooiste is natuurlijk, als je met meer dan één persoon gaat; alles wordt dan veel goedkoper. B.v. een auto huren kost 15 dollar per dag en of je genoemd bedrag nu alleen moet betalen of je deelt dit bedrag door 4 of 5 personen, dat scheelt nogal wat. Met het bespreken van hotelaccommodatie is het idem zo gesteld. In het hotel waar ik sliep, kostte een vierpersoonskamer 300 dollar per maand en of je dit bedrag nu alleen betaald of met 4 man. Er is nog een andere mogelijkheid van reizen en dat is wel de allermooiste. Je vliegt per charter naar New York en huurt daar een vijfpersoons caravanbus en rijdt daarmee naar Daytona. Voordat je daar dan aankomt heb je alvast wat gezien van Amerika. Heus, er zijn mogelijkheden te over om op de plaats van bestemming te komen. De grootste moeilijkheid is echter of je drie weken achter elkaar vakantie kunt krijgen, want dat is m.i. toch wel het mooiste. Ik ben van Luxemburg naar de Bahama's gevlogen. Daar ben ik een paar dagen rond blijven hangen en toen ben ik doorgevlogen naar Miami. Toen volgde een busreis van 9 uren naar Daytona. Dit was dan een kort verslag van mijn reis en de mogelijkheden, die er zijn. Nu zal ik trachten wat van Daytona en zijn races bij elkaar te schrijven. Toen ik er tien dagen was, kwam het eerste vliegtuig uit Holland aan met o.a. aan boord Harrij Klaus, reeds eerder even genoemd. Degene, die nog niet weet wie Harrij is, zal ik even uit de droom helpen. Deze man is de rechterhand en monteur van Jack. Ook Boet van Dulmen zat in dat vliegtuig en al gauw werden wij aan elkaar voorgesteld. Dit was voor mij vanzelfsprekend zeer interessant want hij was de man, die mij een “pits-kaart" kon bezorgen. En Boet zorgde daar prompt voor. Zelf heb ik niet veel verstand van al dat technische gedoe; Harrij daarentegen kon zijn hart ophalen en heeft er heel wat bijgeleerd. Met Boet en een fabrieksmonteur heeft hij een hele dag zitten sleutelen bij de Suzuki-stal. Niet onvermeld mag blijven, dat die Jappen ons Hollanders nog geholpen hebben aan allerlei onderdelen.

Over de uitslag van de races hoef ik jullie uiteraard niet veel meer te vertellen; daar is al genoeg over geschreven. Een paar maal zijn wij op bezoek geweest bij Texas Henky na zijn verschrikkelijke val bij de training. Hij had veel pijn, maar ondanks dat had hij het toch in zijn hoofd gezet om in een rolstoel naar de races te komen kijken. Dan moet je toch wel keihard zijn! Ik zou nog veel meer over Florida kunnen vertellen, maar het beste lijkt me, dat als Jack daar rijdt, we er met z'n allen maar eens een kijkje gaan nemen!!

Wim Middelburg.

 

1975, Olivier Chevallier (#88), Philippe Coulon (#12) en de eerste Belg die ooit aan de Daytona 200 meedeed Jean-Philippe Orban (#89).

 

1974 Nederlandse Daytona-team Marcel Ankoné met vrouw, Wil Hartog en Irene & Rob Bron.

Johnny Cecotto, Gene Romero & Steve Baker.

                                        

Winnaar Gene Romero was geboren op 22-05-1947 in Martinez op de grens tussen Mexico en Californië. Als 16-jarige deed hij voor het eerst mee aan amateur crosswedstrijden. Zijn successen waren in dat jaar al zodanig dat hij een jaar later, in 1964, al prof werd. In 1966 veroverde "Burrito", zoals zijn bijnaam in de Amerikaanse motorsportwereld luide, voldoende punten om tot de "experts" toe te treden, tevens kreeg hij dat naam de titel 'Rookie of the year' oftewel de beste nieuweling van dat jaar. Het was zo in Amerika, je werd eerst "novice" (nieuweling), als je dan in je eerste jaar genoeg punten scoorde, werd je "expert". Lukte dit niet, dan moest je het jaar erop het dubbele aantal punten behalen om te promoveren. Gene was geen natuurtalent, maar door hard werken en goed luisteren wist hij snel hogerop te komen. Het contract dat hij van Yamaha kreeg was ook een fantastisch geschenk. Vooral Kel Carruthers was voor Gene van grote betekenis, hij bracht hem erg veel bij in het wegracegebeuren. Hierdoor werden zijn wegraceresultaten stukken beter, want Romero was voor Carruthers hem ging begeleiden, beter thuis op het dirttrackcircuit. Het hoogtepunt was uiteraard de overwinning in de Daytona 200 race dit jaar. Hij deed al mee vanaf 1967 met deze befaamde race en was al twee keer als 2e over de finish gekomen. Ook was Gene in 1970 al een keer "Number One" geweest, oftewel de winnaar van het Amerikaanse kampioenschap, waarin hij elk jaar wel in de top tien was terug te vinden. Met de overwinning in 1975 kon Gene $17.485 bijschrijven op zijn rekening. Steve Baker met zijn tweede plaats $8.745 en Johnny Cecotto $5.775. De als dertigste gefinishte, Mike Trimby, uit Engeland ontving het laatste prijzengeld, nl. $200. Degene die in de eerste ronde op kop doorkwam ontving in 1975, 5000 dollar, nummer twee, $3000, nummer drie, 1.300 en zo aftellend. Dit was eveneens in de tweede ronde het geval. Daarna lag er aan de finish voor de winnaar $15.000, tweede: $9.000, derde: 5.500 en aftellend. Het totale prijzengeld, voor de 200, want elke race had prijzengeld, dit jaar was $65.000.

 

1975 Steve Baker

1975 Kenny Roberts, Mitchell (vice-president van General Motors) en Giacomo Agostini.

Deel 6a, A.M.A. Geschiedenis 1947 - 1974

HOME

©opyright 2006 Gerard van der Pot.