|
1974
- 1979: De Yamaha periode

In 1974, na zijn overstap van MV-Augusta
naar het team Yamaha, won
Giacomo Agostini Daytona. Het is ook vanaf Daytona 1974 dat de slickband zijn
intrede doet in de racerij. Goodyear komt als eerste met een slick op de
markt.
Een slick is een profielloze band voor wedstrijden met motorfietsen en auto's.
Een slick kan alleen worden gebruikt tijdens droog
weer, omdat er geen waterafvoer mogelijk is. In de Verenigde Staten wordt
vrijwel nooit tijdens regen geracet, waardoor vrijwel altijd slicks gebruikt
worden. Onder natte omstandigheden worden intermediates (half glad/half profiel)
of regenbanden gebruikt.
|
De
grote favorieten in 1974, Giacomo Agostini en Kenny Roberts. |

Ook in Nederland gingen
laaiend enthousiaste verhalen over de Daytona Speedweek door een
enkeling die er geweest was. Reisbureau Neckermann Vliegreizen en chartermaatschappij
Transavia, werden in 1974 geconfronteerd met bijna 200 aanvragen voor
een motorsportvakantie in Daytona. De grote animators achter de horde motorfanaten
waren medewerkers van Moto '73 en Telesport. In een bijzonder moeilijke
periode (energiecrisis) besloten de directieleden van Moto '73 en
Telesport om gezamenlijk een motorsportreis te organiseren naar Daytona.
Via Neckermann werd de reis verder geregeld en eind februari 1974
stapten ruim 180 racefans in het vliegtuig, dat hen naar motormekka
Daytona vervoerde. Onder de passagiers: het Moto '73/Telesport Daytona
team, bestaande uit Wil Hartog met een 350cc Yamaha, Jan Kostwinder met
een gloednieuwe Yamaha TZ 700 viercilinder, en voor Rob
Bron (1943 - † 5
oktober 2009) stond
zo'n zelfde machine op hem te wachten in Amerika, waar hij hem had
besteld aangezien ze daar veel goedkoper waren. Voor het eerst in de
geschiedenis van de Nederlandse motorsport zetten bijna
tweehonderd Nederlandse
supporters voet op Amerikaanse bodem en daar keek men zelfs in Amerika
op zijn zachtst gezegd vreemd van op, want men kan zich maar slecht
voorstellen dat die drie sportlieden zo'n schare supporters meesleepten
over de oceaan.
|
 |
 |
|
Start 1974: Don Castro (11)
aan de leiding voor o.a. Giacomo Agostini (10), Hideo Kanaya (73), Paul
Smart (33), Kenny Roberts (1) en daar tussen in Teuvo Länsivuori. |
Don Castro, Gary Nixon en
Yvon Duhamel |
1974:
Dick Mann (12e plaats), winnaar in 1970 & 1971 |
In Amerika stelt men dat het de
"vliegende" Fin Jarno Saarinen is geweest, die de 200 Mijl in Europa een
enorme populariteit heeft gegeven met zijn overwinning van 1973. Ook
zegt men dat het Jarno was, die de deur voor de Europeanen uitnodigend
heeft open gezet. Misschien heeft men nog gelijk ook, want in 1973
stonden er 109 rijders aan de start, waarvan er 25 een niet-Amerikaans
paspoort hadden, tegen 38 in 1974. In '73 kwamen de deelnemers uit negen
landen, terwijl in '74 coureurs naar Florida kwamen uit 13 landen. De
organisatie was er terecht trots op dat zoveel rijders van overzee naar
Daytona waren gekomen en dat hun wedstrijd zo'n grote belangstelling
trok, vooral in Europa. Met uitzondering van Jan Kostwinder (hij reed al
eerder in Daytona) hadden de Nederlandse jongens nogal wat moeite met de
baan. Rob Bron vertelde o.a. dat vooral de kombaan voor hem (de eerste
keren dat hij erin ging) een ware hel was. "Plat op de tank slinger
je die kom in en waar je ook kijkt, overal zie je asfalt. Onder je,
boven je, opzij waar je ook ziet, alles is zwart". Eenmaal in de race deed
ons team het echter geweldig.
Ook Giacomo Agostini, 29
jaar, dertienvoudig wereldkampioen was voor het eerst in Daytona aanwezig.
Uiteraard was de naam Agostini bekend in Amerikaanse motorsportkringen
en misschien kon hij ook wel leuk motorrijden, maar tegen de grote
Amerikanen zou hij het toch wel af moeten leggen. Yamaha huurde
voor een paar dagen de baan af om de nieuwe aanwinsten - Ago en de
viercilinder TZ 700 - te testen. Toen men tijdens die training de
Italiaan aan het werk zag, kregen de Amerikanen het toch wel een beetje
benauwd. Na Jarno Saarinen kon Agostini wel weer eens roet in het Amerikaanse motoreten
gooien.
|
|
|
|
Rob
Bron voor Kenny Roberts
|
|
Wil Hartog en Mike
Kidd #(72)
|
Ondanks twee
opeenvolgende 1-2-3 victories in de 200 mijlrace, zag Yamaha Motor
Company wel in dat het
slechts een kwestie van tijd was vóór Suzuki en Kawasaki met
hun zware 750cc machines de races naar hun hand zouden gaan zetten.
De mensen
van Yamaha wisten dat er snel iets gedaan moest worden, vandaar dat ze
al in het seizoen 1973 aan de ontwikkeling van een zware machine
begonnen waren. De motor was een 700cc viercilinder, waarvoor er eerst
twee 350cc's naast elkaar waren gezet voor de ontwikkeling van één
zware motor. In 1974, verscheen een menigte van 60.000 toeschouwers in
Daytona om de aangekondigde slag tussen Yamaha, Suzuki en Kawasaki te
zien. Alle drie de merken brachten ware toppers in het zadel van hun machines.
Yamaha, dat Jarno Saarinen in 1973 had verloren, bracht 13-voudig
wereldkampioen Giacomo Agostini voor het eerst aan de start in Daytona.
Zij hadden, tevens de nieuwe A.M.A. kampioen, Kenny Roberts tot hun
beschikking, evenals Hideo Kanaya uit Japan. Verder hadden ze nog een
team van andere topcoureurs op de nieuwe 700'ccs geplaatst.
Suzuki
zette hier niemand minder dan de Grand Prix topper Barry Sheene
tegenover, die samen met Gary Nixon, Paul Smart, Cliff Carr en de
Japanner Ken Araoka voor een tegenwicht moest zorgen ten opzichte van de
Yamahasterren.
 |
|
Yvon Duhamel
bij Kawasaki in 1975. |
Kawasaki ging met slechts drie coureurs het gevecht aan, maar niet de
minsten, Yvon Duhamel, Art Baumann en Californiër Hurley Wilvert. Na de training was Paul Smart met zijn Suzuki de
snelste man, gevolgd door Hideo Kanaya en op de derde plaats stond
niemand minder dan het Amerikaanse motoridool Kenny Roberts voor de
gevreesde Agostini, die op 0,11 seconden gevolgd werd door de tweede
Amerikaan Gary Nixon op Suzuki. Volgens de Amerikanen moest het toch
gek gaan, als Roberts en Nixon - Daytonakenners bij uitstek - niet in
staat waren Ago/Yamaha te verslaan. Maar er waren nog meer redenen,
waarom de Amerikanen in het voordeel waren t.o.v. Ago. De superkampioen
had nl. nog nimmer een race op een tweetaktmachine gereden. Wel was hij
13-voudig wereldkampioen, maar deze kampioenschappen verdiende hij
uitsluitend op de MV Agusta machines en dat waren viertakten. Agostini
was net dat jaar (1974) overgestapt naar Yamaha. De reden
hiervoor was dat Ago graag ook wedstrijden in
Amerika wilde rijden en MV Augusta daar geen bruikbare machine voor had. Echter
ook de wat mindere resultaten de laatste jaren speelden een grote rol.
Hij benaderde zelf Yamaha en nadat die eerst ongelovig hadden
gereageerd, maar toen eenmaal doorhadden dat het hem ernst was, was de deal snel
rond. De Amerikanen zetten hun geld echter bijna allemaal
op Kenny Roberts. Maar de ontgoocheling voor Kenny's supporters zou
groot worden.
 |
 |
|
|
Harley
Davidson coureurs Gary Scott en Mark Bralsford. |
Dale Wylie (24), Rudi
Galindo (131), Rob Bron (46), Ken Araoka (41), Ronald Toombs (34) en
Mike Ninci (95). |
Barry
Sheene buitenom teamgenoot Cliff Carr.
|
|
|
 |
|
1974: Wil Hartog voor Dave
Aldana. |
Gary
Nixon met in zijn slipstream Barry Sheene. |
Rob
Bron voor Wil Hartog. |
Tijdens de kwalificatieronden (men rijdt in
Daytona
een opwarmronde met een snelle ronde er achteraan en die laatste geldt
dan voor de startpositie) was het Paul Smart die een tijd zette van
2.08,06 (bijna 174 km/h). Met deze tijd was hij de snelste uit de
kwalificatie, hetgeen hem en zijn monteur elk 500 Dollar opleverde. Ga
hard in de States en je verdient altijd geld. In vroegere jaren waren
het steeds de machines met de grote cilinderinhouden geweest, die de
race wonnen. Totdat Don Emde en Jarno Saarinen respectievelijk. in '72 en '73 de
zaak aanveegden met 350cc machines. In '74 leek ook dat tijdperk
weer voorbij te zijn. Alleen al het Japanse merk Yamaha was
vertegenwoordigd met maar liefst 55 TZ 700-machines. En dan te bedenken,
dat zo'n fiets in Europa altijd nog meer dan 20.000 gulden (9.000 euro)
kostte. In Amerika echter was hij al te koop voor $4000
(indertijd ongeveer 4000 euro), vandaar het grote aantal. Op de eerste twee startrijen (totaal 10 starters)
stonden maar liefst vijf TZ's 700; Suzuki volgde met vier en Kawasaki
met slechts één machine. De mannen van die eerste rij waren: Smart,
Kanaya, Roberts, Sheene en Ago, met achter hen de rest van het veld van
80 man. In dit veld ook onze jongens op plaats 40 (Wil Hartog),
64 (Rob Bron) en plaats 80 (Jan Kostwinder). Het veld van 80 rijders werd in
drie groepen verdeeld, welke met tussenpozen van 10 seconden werden
gestart. De Nederlanders zaten in groep drie. Ook Wil Hartog was er, met
zijn 350cc Yamaha, achtergekomen dat het tijdperk van deze machine,
waarop in 1972 en 1973 nog gewonnen werd, niet meer mee kon tegen het
grote geweld van de zware Formule-750 motoren. Hartog draaide met zijn,
door Karel Zegers perfect geprepareerde Yamaha, tijden die net zo snel
of sneller waren dan de tijden van Jarno Saarinen, de winnaar van vorig
jaar, op dezelfde machine. Toch moest hij elke ronde, tijdens de race, 8
á 9 seconden toegeven op de 750cc kanonnen uit de kopgroep, die vooral
door hun enorme acceleratie, zoveel sneller waren.
Agostini had vanaf het
vallen van de vlag de koppositie ingenomen, maar in de eerste bocht was het Don
Castro die de Italiaan verraste en zijn Yamaha binnendoor stuurde.
Voor Don was de vreugde echter van korte duur, want Ago had in de
volgende bocht de kop alweer overgenomen, vier ronden lang teamgenoot
Hideo Kanaya met zich meeslepend in de slipstream, tot deze zich in een
snelle linkerbocht verstuurde en viel. De Japanner moest met een
gebroken voet en vele fracturen naar het hospitaal worden vervoerd, Ago
alleen aan de leiding van de race achterlatend, maar daar zal hij op dat
moment niet meer aan gedacht hebben.
Ago ging dus nog steeds aan de leiding, dicht op
de hielen gezeten door Don Castro, Gary Nixon, Yvon Duhamel, Barry
Sheene en Kenny Roberts. Dit vijftal had de schuiver van Kanaya vlak voor
zich zien gebeuren, maar aan de heren kon geen moment worden gemerkt dat
zij ook maar enigszins onder de indruk waren van het gebeuren. Met name
Roberts was het minst geschrokken en rukte in een rush op van de zesde,
naar de tweede plaats onder luide bijval van het Amerikaanse publiek. Na
verloop van tijd, begonnen Sheene, Nixon en Roberts in te lopen op
Agostini en in de 10e ronde wisten ze hem te achterhalen. Dit
viertal pakte een flinke voorsprong op de achtervolgers op de
helft van de race.
De tactiek van Agostini was geweest: eerst zo hard mogelijk ertussenuit en dan
kijken wat er nog aan het wiel hangt. In de tiende ronde vond de maestro
dat hij wel had gezien, hoe de kaarten lagen en zakte terug naar de
vierde plaats. Ondertussen had hij flink wat bij elkaar gereden aan
prijzengeld, elke ronde aan kop over de finish bracht nl. 100 dollar op.
Hij zou er uiteindelijk van de 47, 25 als eerste de finish passeren. Suzuki-piloten Barry Sheene en Gary Nixon werden nu belast met het
zware kopwerk, terwijl Roberts de derde plaats bezette. De strijd om de koppositie was een waar
titanengevecht,
waarin Nixon en Roberts elkaar regelmatig afwisselden en beurtelings de premies voor de koppositie incasseerden. De race was nu bijna op de
helft en diverse rijders werden naar de pits geroepen om brandstof in te nemen. De eersten die binnen reden waren Teuvo
Länsivuori, Yvon Duhamel en
Roberts. Twee ronden later kwamen Gene Romero en Barry Sheene tanken en weer twee
ronden later gaf Nixon de leiding weer over aan Ago omdat zijn Suzuki
hoognodig benzine moest bijtanken.
De vreugde was voor Ago van korte duur, want een
ronde later was ook hij aan de beurt om een pitstop te maken. Nadat de meeste rijders de geplande stop
gemaakt
hadden (half race), was de stand als volgt: Roberts (Yamaha), Nixon (Suzuki),
Agostini (Yamaha), Duhamel (Kawasaki), Don Castro (Yamaha), Hurley Wilvert
(met de tweede Kawasaki) en Länsivuori (Yamaha). De Suzukicoureur, Barry Sheene die
aanvankelijk goed aan de kop had meegedraaid, maakte een fout waardoor
hij ver terug viel en ook zijn zwager Paul Smart zakte steeds verder terug. Een tweede
probleem voor de Suzuki-mannen was het vulsysteem, waarmee de tanks gevuld
werden. Zowel Barry als
Paul verloren bij het tanken kostbare seconden. Hun stop duurde ruim 15
seconden tegen die van de concurrentie slechts 5 tot 8 seconden.
 |
 |
 |
 |
|
 |
|
Van
boven naar beneden: Familie Länsivuori, Kenny Roberts, Gary
Nixon, Suzuki Nixon, Gene Romero, Kenny Roberts |
|

|
|
De 200 mijls race,
Kenny Roberts (#1), Barry Sheene (#7), Gary Nixon (#9) en
Giacomo Agostini (#10) en wat achterblijvers |
 |
 |
 |
|
Gene
Romero |
Kel
Carruthers op de machine van Romero |
750cc
Kawasaki |
1974 was de tijd van "‘Den Uyl
is in den olie. In den olie is Den Uyl". De ouderen onder ons weten
nog wel wat dit is. Dit is een fragment uit een liedje van Vader Abraham
(Pierre Kartner) over Joop den Uyl (1919-1987). Het verwijst naar de
autoloze zondagen, die het gevolg waren van de oliecrisis. Het
toenmalige kabinet koos in 1973 in de Israëlisch-Arabische oorlog de
kant van Israël, waarna Nederland te maken kreeg met een olieboycot van
de Arabische landen. Om het olieverbruik te verminderen riep Den Uyl
autoloze zondagen uit, wat hem de kritiek opleverde van de autolobby.
Ook de Daytona Speedweek had met deze boycot te maken. De race was dus
ook al van 200 mijl naar 180 mijl ingekort op dringend verzoek van de
Amerikaanse regering, die met hetzelfde ongemak zaten als het
Nederlandse kabinet, waar Den Uyl dus minister-president van was. Elke
coureur in Daytona kreeg ook maar 57 liter ter beschikking en mocht je
meer nodig hebben dan moest je dat maar buiten het circuit zien te
krijgen.
 |
|
1974
Gary Nixon (9)
en Barry
Sheene (7) |
Roberts,
die vroeg in de race een scheur in zijn uitlaatpijp had opgelopen, begon
langzaam de aansluiting te missen, maar zat op een comfortabele derde
plaats. Het leek er nu op
dat het een strijd tot de finish zou worden tussen Agostini en Nixon. Het veld was op driekwart van de race al behoorlijk
uitgedund. Zoals gewoonlijk begon ook deze 200 Mijl een ware
slijtageslag te worden. De extreem hoge snelheid en de abnormaal hoge
temperatuur hadden al menig slachtoffer gemaakt. In de 30e ronde was de
stand als volgt: Nixon aan de leiding, Ago tweede, gevolgd door Roberts,
Wilvert, Länsivuori, Romero, Castro en Long. Het was een gevecht van de bovenste plank,
waarin de twee vedetten aan de leiding tot op de bodem van hun kunnen gingen.
Aangezien de race het
eindstadium inging, maakte Gary Nixon zijn laatste benzinestop in de 34e
ronde. Bij zijn terugkeer op de baan, lag hij echter ver achter Agostini.
Deze had echter nog niet zijn laatste stop gemaakt. Nixon reed zeer hard
om de leider te achterhalen en lag slechts 12 seconden achter, toen hij
in ronde 37 onderuitging. Gary ging iets te ver en voelde de Suzuki bij het ingaan
van de kombaan onder zich weg glijden. Een hoogstaand wegraceduel
eindigde zo op zeer onverwachte wijze. De
daaropvolgende ronde, kwam Agostini binnen voor zijn laatste tankbeurt. Giacomo Agostini had nu niets anders
te doen dan datgene, wat van hem kon worden verwacht: de voorsprong
consolideren en de race winnen. Door het uitvallen van Nixon was Roberts opgeschoven naar de tweede plaats en de opvallend goed
rijdende Hurley Wilvert met de Kawasaki naar de derde. Dit was
buitengewoon knap, want tijdens de trainingen was Wilvert van zijn
machine gevallen, waarbij hij een lichte hersenschudding en een
"gat in zijn geheugen" had opgelopen. Hij wist na het ongeval
absoluut niet meer hoe hij in Daytona was gekomen... Bij het vallen van de
vlag voor Roberts had deze op Ago een achterstand van 43 seconden en een
voorsprong van maar enkele seconden op de Kawasaki.
Ago wilde uiteraard zijn nieuwe werkgever, Yamaha, er van overtuigen,
dat zij aan hem geen miskoop hadden en één uur en 45 minuten later was het
bewijs geleverd; Giacomo Agostini was nog steeds een topper, ook op een
ander merk dan MV. In recordtijd
had hij de met 20 mijl ingekorte race, na verzoek van de regering (vanwege de
oliecrisis) in een
weergaloze stijl op zijn naam geschreven. Met een gemiddelde snelheid
van bijna 170 km/h had hij de Yamaha TZ 700 over de baan gejaagd en werd
daarmee de tweede Europese coureur die in Daytona de winst
pakte. Tevens was het de derde overwinning op rij voor Yamaha, na
Don Emde in 1972 en Jarno Saarinen in 1973. Om het feestje compleet te
maken won Don Castro de 50 mijls "Lightweight" race voor Kenny
Roberts (weer 2e) en Gary Nixon, alle drie op Yamaha (250cc). De eerste
tien aankomende deden dit overigens op een 250cc Yamaha. Agostini zou
overigens niet meer op zijn Daytona-winnaar in actie komen. Aan de
finish stond de Fransman Patrick Pons (uitgevallen in de race) al klaar,
met $5000, om de snelle en krachtige Yamaha in ontvangst te nemen. Voor
dit bedrag was Yamaha verplicht om de racer aan Pons, de eerste bieder,
te verkopen. Dit was een A.M.A. regel, die ingesteld was om de
ontwikkeling van speciale, dure fabrieksmachines tegen te gaan. Yamaha
deed via Kel Carruthers nog wel een tegenbod, maar het lot besliste in
het voordeel van Patrick Pons...
 |
|
|
1974 Nederlandse Daytona-team Jan Kostwinder, Rob Bron en Wil Hartog. |
 |
|
Pierre
Karsmakers |
|
|
Wil
Hartog, A.M.A. "Number One" Kenny Roberts & Rob
Bron, op de fiets, in Amsterdam, begin 1974. |
De rijders van ons nationale team, Kostwinder en
Bron, waren bepaald niet de gelukkigste coureurs van de 80 gestarte. Ze
hadden zich wel alle drie weten te plaatsen tussen de 116 coureurs die
aan de trainingen deel hadden genomen. Rob Bron had de training gebruikt
om aan zijn nieuwe machine te wennen. Na tien ronden in de race ging hij
Wil Hartog voorbij om de positie van beste Nederlander in te nemen. En tot zeven ronden
voor het einde had Rob nog een bijzonder goed
uitzicht, om zich bij de eerste 20 aankomenden te klasseren. Toen sloeg in
de 40e ronde de bekende pechduivel toe. Een zwakke schakel in de
ketting kon de rukken van de 130 pk niet langer weerstaan en brak. Rob
later hierover: "Zo'n rotschakeltje van een knaak moet zonodig
kapot gaan en de race van je leven, waar zoveel mensen zich voor hebben
ingespannen in één klap naar de knoppen helpen. Voor hen vind ik het nog het
ergste!" Ook Jan Kostwinder zat het bepaald tegen. Nadat in de
training regelmatig de expansie-uitlaten van zijn TZ 700 scheurden,
moest hij in de race de fiets met een lekke achterband aan de kant
zetten.
Wil Hartog ging het heel wat beter af. Al in de
training had de Abbekerker bewezen, dat zijn 350cc Riemersma/Yamaha
één der snelste was die ooit op Daytona gereden had. Met tijden, waarmee
Jarno Saarinen in '73 winnaar werd, draaide Wil zijn trainingsronden.
Wel moest hij op de TZ-machines met de dubbele cilinderinhoud per
ronde zo'n acht seconden toegeven, maar de met enorm veel zorg door
Karel Zegers getunede machine bleek een brok betrouwbaarheid. Aldus
ging Wil vol vertrouwen de wedstrijd in. Een wedstrijd waarin de Witte
Reus vriend en vijand verraste en met rondjes tussen de 2.17 en 2.18 een
zeer constante wedstrijd reed met een 27e plaats als resultaat. Er was
nog meer Nederlands succes, want er werden ook motorcross wedstrijden
gereden tijdens de speedweek. De 250cc wedstrijd werd gewonnen door de
"Nederlandse Amerikaan" Pierre Karsmakers. De 500cc wedstrijd
werd overigens gewonnen door de befaamde Belg Roger Decoster.
Castro,
Kanaya, Duhamel, Nixon, Länsivuori

|
 |
|

|
|
 |
|
Yvon
Duhamel achter Gary Nixon |
Jan
Kostwinder & Wil Hartog |
Rob
Bron & Paul Smart |
|
 |
 |
|
 |
|
Rob
Bron & Ken Araoka |
Cross
winnaars: 250cc Pierre Karsmakers en 500cc Roger Decoster |
"Victory
Lane", Roberts, Ago & Wilbert |
Supertuner Don
Vesco aan de slag met de machine van Dick Mann |

1974
Daytona Suzuki
team:
Ken
Araoka (7e), Paul Smart (9e), Cliff Carr (11e), Gary Nixon (42e)
& Barry Sheene.
|
|
Barry
Sheene & Yvon Duhamel (winnaar 250cc in 1968 & 1969 en vader van
5-voudig 200 mijl winnaar Miguel Duhamel). |
|
Barry Sheene
& Paul Smart
|

 |
Gary
Nixon & Barry Sheene
|
|
|
`
|
|
Dutch
Daytona-team pa & Jan Kostwinder, Wil Hartog, tuner
Jos Schurgers, Rob Bron en zijn monteur Ferry Brouwer. |
|
|
|
Yamaha
teammaats Hideo Kanaya
en Agostini
in gesprek. |
|

|
| Kenny
Roberts, Cliff Carr (26) en Conrad Urbanowski (28) in de strijd voor
resp. de 2e, 11e en 22e plaats. Dat is een van de mooie dingen van
lange afstandsraces. |
 |
|
Yamaha TZ700 |
|
|
|
UITSLAG
DAYTONA 200 1974
|
| 1 |
Giacomo
Agostini |
Italië |
Yamaha |
prijzengeld
Hfl. 40.500,- |
| 2 |
Kenny
Roberts |
USA |
Yamaha |
prijzengeld
Hfl. 21.750 |
| 3 |
Hurley
Wilvert |
USA |
Kawasaki |
prijzengeld
Hfl. 13.000,- |
| 4 |
Don
Castro |
USA |
Yamaha |
 |
|
Snelvulsysteem
brandstof, 24
liter in 4 seconden! |

|
| 5 |
Teuvo
Länsivuori |
Finland |
Yamaha |
| 6 |
Gene
Romero |
USA |
Yamaha |
| 7 |
Ken
Araoka |
Japan |
Suzuki |
| 8 |
Steve
McLaughin |
USA |
Yamaha |
| 9 |
Paul
Smart |
USA |
Suzuki |
| 10 |
Akiyasu
Motohashi |
Japan |
Yamaha |
| 11 |
Cliff
Carr |
USA |
Suzuki |
| 12 |
Dick Mann |
USA |
Yamaha |
| 13 |
Gary
Fisher |
USA |
Yamaha |
| 14 |
Christian
Bourgeois |
Frankrijk |
Yamaha |
| 15 |
Jean-Paul
Boinet |
Frankrijk |
Yamaha |
| 16 |
Dennis
Varnes |
USA |
Yamaha |
| 17 |
Michael
Clarke |
USA |
Yamaha |
| 18 |
Marty
Lunde |
USA |
Yamaha |
| 19 |
Harry
Cone |
USA |
Yamaha |
| 20 |
Phil
McDonald |
USA |
Yamaha |
| 21 |
Fred
Guttner |
West-Duitsland |
Yamaha |
| 22 |
Conrad
Urbanowski |
USA |
Yamaha |
| 23 |
Mike
Ninci |
USA |
Yamaha |
| 24 |
Len Finch |
Canada |
Yamaha |
| 25 |
Robert
Winters |
USA |
Yamaha |
| 26 |
Doug
Libby |
USA |
Yamaha |
| 27 |
Wil
Hartog |
Nederland |
Yamaha |
| 28 |
Eugene
Brown |
USA |
Yamaha |
| 29 |
Dave
Smith |
USA |
Yamaha |
| 30 |
Tom
Rockwood |
USA |
Yamaha |
| 31 |
Dennis
Purdie |
USA |
Yamaha |
| 32 |
Scott
Brelsford |
USA |
Harley-Davidson |
| 33 |
Greg
Hansford |
Australië |
Yamaha |
| 34 |
Alex
George |
Schotland |
Yamaha |
| 35 |
Johnny
Cecotto |
Venezuela |
Yamaha |
| 36 |
Phil
Hoslam |
Engeland |
Yamaha |
| 37 |
Reg
Pridmore |
USA |
BMW |
| 38 |
Peter
Williams |
Engeland |
Norton |
| 39 |
Jim Evans |
USA |
Yamaha |
| 40 |
Mike Kidd |
USA |
Triumph |
| 41 |
James
Metrando |
USA |
Yamaha |
| 42 |
Gary
Nixon |
USA |
Suzuki |
| 43 |
Rob Bron |
Nederland |
Yamaha |
| 44 |
John Long |
USA |
Yamaha |
| 45 |
Pat
Mahoney |
Engeland |
Yamaha |
| 46 |
Jan
Kostwinder |
Nederland |
Yamaha |
Enige bekende
coureurs die de finish niet haalden (waren er totaal 34): Barry Sheene,
Yvon Duhamel, Don Castro, Patrick Pons, Christian Leon, Walter Villa,
Chas Mortimer en Mick Grant.
 |
|
|
Bovenste
foto : winnaar 1967, Gary Nixon
2e
foto: winnaar 1970 & 1971, Dick Mann
3e
foto: winnaar 1974, Giacomo Agostini
4e
foto: winnaar 1972, Don Emde

|
 |
 |
|
Kenny Roberts |
Wil Hartog |
|
|
 |
|
Wil Hartog |
 |
|
Wil Hartog |
|
|
Met dank aan Brian
Kostwinder |
1975
 |
|
1975
programmaboekje |
 

 |
 |
 |
|
1975
Marcel Ankoné |
Marcel
Ankoné voor Philippe Coulon en Johnny Cecotto (96) |
Rob
Bron |
 |
|
Zware
crash Barry Sheene in 1975 |
|

|
|
Barry
in het ziekenhuis in Amerika na zijn zware val. |
|

|
|
|
Daytona
is HET circuit voor problemen met de banden. Nergens is het zo moeilijk om het
juiste schoeisel voor motoren te vinden. De kracht, snelheid en druk
veroorzaken vooral in de kombaan heel veel slijtage aan het rubber en met de
lengte van de race, tellen al deze factoren mee om tot de zwaarste race voor de
banden te komen. Terwijl men in de fabrieken met de motoren de meest zware en
intensieve proeven tracht na te bootsen, blijft het in de praktijk zeer
moeilijk. Bij Goodyear geloofde men dat ze zowel het juiste rubber als de goede
maat van de band hadden gevonden. Kenny Roberts met Yamaha had in februari in
Ontario en Daytona uitvoerig getest om een juiste keuze te maken. Een
bevredigende uitslag was het resultaat. Men dacht bij Yamaha klaar te zijn voor
de klassieker onder de klassiekers. Ook Dunlop had lange tests uitgevoerd in Ontario en
Daytona met Barry Sheene (1950-2003), Dave Aldana en Teuvo Länsivuori in
december 1974. Net als Goodyear, heeft de Britse fabrikant uitvoerige duurtests
op zijn band uitgevoerd in de fabriek. Om niet op de rest achter te blijven,
had het Franse Michelin eveneens langdurig zijn rubber getest op het circuit van
Paul Ricard met Patrick Pons (1952-1980, verongelukt circuit Silverstone) en
Olivier Chevallier (1949-1980, verongelukt circuit Paul Ricard).
Olivier Chevallier
De specialisten van alle bandenfabrikanten reisden
dan ook met een tevreden gevoel af naar Daytona. Maar aldaar bleek maar weer dat
Daytona zijn eigen ideeën er op na houdt en daar was Dunlop het slachtoffer van
en uiteraard de coureurs die voor dit merk hadden gekozen. Het
begint op de vrijdag voor de officiële trainingen: tijdens een open training
valt Barry Sheene op "het rechte stuk" van de baan, tevens het snelste
stuk. Met 280 km/h. komt Sheene na vijf ronden ritme te hebben opgedaan, de
finishlijn voorbij, wanneer zijn achterwiel blokkeert. Hij probeert alles om de
Suzuki onder controle te krijgen maar dit was onbegonnen werk.
Barry
kwam 200 meter verder op
het asfalt pas tot stilstand. Hij hield daar enige zeer
zware blessures aan over, o.a. een dijbeenbreuk, zware schaafwonden en
kwetsuren aan 7 ruggenwervels. De eerste gedachte na het ongeval gaat
uit naar een vastloper. Maar na het
demonteren en uit elkaar halen van het motorblok blijkt hier niets
mee aan de hand te zijn. Na alles
onderzocht te hebben en geen mankementen te hebben ontdekt komt
men uiteindelijk bij de banden uit. Uiteindelijk gaat men ervan
uit dat het rubber zich heeft uitgezet en dat de band is klem
gelopen. Helemaal 100% is dit echter niet hard te maken. Dit
zal later echter het eerste incident blijken te zijn wat zich
voordoet met de Dunlop band en wanneer Yvon Duhamel, de Hollander
Henk Klaassen en Jim Evans tijdens de eerste officiële trainingen
van maandag, hetzelfde overkomen, denkt men meteen aan de banden.
Uiteindelijk besluit Dunlop zich terug te trekken en moeten de
coureurs die voor dit merk hadden gekozen op zoek naar een andere
leverancier en dat valt niet mee enige dagen voor de grote race.
Er waren in de trainingsweek ook verder nog vele problemen om op
te lossen. Agostini had het ene na het andere probleem met zijn
Yamaha, men kon vooral niet genoeg snelheid "vinden",
maar ook met de remmen en carburatie waren er volop problemen.
Kawasaki had volop problemen met het uitlaatsysteem en met de carburatie. Yvon
Duhamel dacht er zelfs aan om met het model '74 te gaan rijden om
te zien of dat niet beter zou gaan. Suzuki had het
probleem dat hun "aas" Barry Sheene letterlijk en
figuurlijk was weggevallen. De contracten van Paul Smart en Chris
Carr waren niet verlengd en met het verdwijnen van Sheene waren
enkel nog Teuvo Länsivuori, Gary Nixon, Dave Aldana en Hurley
Wilvert met het nieuwe fabrieksmodel van 1975 uitgerust. Pat
Hennen beholp zich met een 1974 model, evenals Stan Woods. Een
Nederlandse stal beschikte eveneens over Suzuki: Marcel Ankoné
had een model 1975, Van Dulmen en Bron het oude 1974 model.
Het
verwonderlijkst na afloop van de officiële trainingen was het feit dat de privé-coureurs
zich konden mengen tussen de
rijders van de diverse fabrieken, hetgeen de afgelopen jaren niet het geval was.
De jonge coureurs Johnny Cecotto en Steve Baker waren de verrassing van de
eerste sessies en bevestigden dat door zich van een plaats op de eerste startrij
te veroveren. Cecotto en Baker hadden wel de beschikking
over echte 750cc Yamaha’s,
geleverd door de importeurs van Venezuela en Canada. Ook de bezitters van 700
Yamaha’s verrasten, Ron Pierce en Steve MacLaughlin waren ook erg snel
geweest. Pierce zijn motor was erg goed geprepareerd door Kevin Cameron, de
vroegere monteur van Cliff Carr bij Kawasaki en Suzuki, een topper op dit
gebied.
Yamahatoppers
Kenny Roberts en Gene Romero
voor Pat
Hennen (#80). |
|

|
|
Yamaha topteam
Agostini aan
het werk: Nobby Clark (achter de Yamaha), Iain MacKay (rechts) en Vince
French (rechts gehurkt). |
Yamaha had de capaciteit van de viercilindermotor naar
de maximumgrens van 750cc geüpdate. De race voor de overwinning zou een
strijd worden tussen
de diverse Yamaharacers uit de hele wereld. Suzuki
leek slechts als enige een kans te hebben om de drie op een rij
overwinning van Yamaha te kunnen doorbreken. Die kans werd steeds
kleiner naarmate de raceweek vorderde. Eerst werd de veteraan, Gary
Nixon, uitgeschakeld met fysieke problemen. Gary was tijdens het testen
in Japan tijdens de de wintermaanden hard gevallen. Hij had metalen
platen in zijn arm en de wonden daarvan waren in Daytona nog niet
volledig geheeld. De fysieke inspanning om de Suzuki machine in bedwang
te houden zorgden ervoor dat enkele van deze platen los kwamen te
zitten. Dit betekende einde oefening voor de "oude rot". Daar
kwam dus het zware ongeval van Barry Sheene nog bij.
 |
|
Zondagmiddag
9 maart 1975, 13.15 uur. Het geweld barst los. (foto 1) Op kop
Teuvo Länsivuori (#8), voor Gene Romero (#3), Kenny Roberts
(#1) en Giacomo Agostini (#4). (foto 2) De tweede startgroep met
op kop Phil McDonald (#58), Doug Libby (#40), Mike Devlin (#77)
en Kenny Blake (#60), rechts op de foto verschijnt Marcel
Ankoné (#28). |
 |
|
(foto
3) Het tweede deel van de tweede startgroep: James Allan (#16),
Walt Foster (#57), Larry Bleil (#71) en Conrad Urbanowski (#18),
(foto 4) Derde startgroep, van 20 man, vertrekt, Mike Ninci
(#15), Jeff March (#44), Peter Chancey (#55), Reg Pridmore (#63)
en Robert Wakefield (#78), rechtsachter Rob Bron en Van Dulmen. |
 |
|
Teuvo Länsivuori (#8) aan de leiding voor o.a. Gene Romero (#3), Kenny Roberts
(#1), Giacomo Agostini (#4), Dave Aldana (#10), Pat Hennen (#80)
verscholen achter Romero en Länsivuori, Pat Evans (#51), Mike Clarke
(#52). Achter Kenny Roberts ook nog Steve Baker en Steve McLaughlin. |
|
Het 1975 wegraceseizoen werd dus weer geopend met de
spectaculaire races op Daytona Beach in Amerika. In totaal werden er 8
verschillende klassen verreden en 2 motorcrossraces. Kenny Roberts had op
zaterdag al de 100 miles race voor junioren op zijn naam gebracht en was
samen met de winnaar van 1974 de hoogst genoteerde bij de bookmakers,
maar het zou allemaal anders lopen. Vrijdag kwam Barry Sheene met een
snelheid van ongeveer 280 km/u hard ten val en kwam 200 meter verder op
het asfalt pas tot stilstand. Hij hield daar enige zeer
zware blessures aan over, o.a. een dijbeenbreuk, zware schaafwonden en
kwetsuren aan 7 ruggenwervels. Het bizarre was dat Barry in zijn
microfoon een microfoontje had, waarmee de Engelse TV een
live-uitzending van zijn training deed! Vele Britten maakten dus live
het ongeluk mee via de TV. De
Nederlander Henk Klaassens (Texas-Henkie genoemd), geen topper, kwam op dezelfde plek en manier ten val, maar
bracht het er een stuk beter van af. Bij beide liep overigens het
loopvlak van hun Dunlop-band eraf... Dit deed Dunlop besluiten om zich
terug te trekken en toen moesten alle Dunlop-rijders dus
plotseling bij Goodyear en Michelin gaan bedelen voor een set
banden. Het Nederlandse Daytona-team, bestond dit jaar uit: Wil
Hartog, Rob Bron, Marcel Ankoné en Boet van Dulmen, trokken zeer veel bekijks in hun goudkleurige overalls. Verder
dus de genoemde Henk Klaasens en de volslanke Jan Kostwinder. Wil
Hartog had zeer snel getraind (25e, 1e startgroep), maar in de laatste
training voor de race liep zijn motor vast. Als een speer werden er
nieuwe zuigers en cilinders gemonteerd, maar in de 2e ronde van de race
gebeurde helaas hetzelfde. Marcel Ankoné, trainde prima, maar was één
van de Dunlop coureurs, dus even voor nieuwe banden zorgen. Met zijn 31e
tijd stond hij net buiten de 1e startgroep. Rob Bron had een training
vol ellende en er moest o.a. even een krukas vervangen worden. Hij zou
samen met Kostwinder en Van Dulmen vanuit de 3e startgroep moeten
vertrekken. Uiteindelijk viel hij al snel uit met gescheurde uitlaten.
Kenny Roberts ging van pole van start, voor Teuvo Länsivuori, het super
aankomend talent uit Venezuela, Johnny Cecotto, Gene Romero (USA) en nog
een aanstormend talent Steve Baker (USA). Degene die de show zou gaan
stelen was de zeer jonge Johnny Cecotto. Bij het begin van de 200 nam een groep Yamaha rijders plaats aan de kop van het
veld. Teuvo Länsivuori uit Finland, Steve Baker, verdedigend kampioen Giacomo
Agostini uit Italië, en de Amerikanen Gene Romero, Steve McLaughlin en Kenny
Roberts. Degene die de kopgroep had gemist was Johnny Cecotto uit Venezuela. Na
zich op de eerste rij gekwalificeerd te hebben, als derde om precies te zijn,
ontdekte hij vlak voor de start een radiateurlekkage en zijn motor sloeg af. Zijn team kreeg de waterlekkage wel
gerepareerd, maar Johnny moest wel achteraan het veld beginnen. Volgens de reglementen moest hij de startlijn
verlaten en na reparatie achterin de 3e groep van start gaan. In
ronde vier bewoog, de snelste in de training Kenny Roberts, zich voorbij de
andere concurrenten en nam de leiding alleen in handen. In een paar ronden tijd
bouwde Roberts daarna een 15 seconden voorsprong op naar de man in tweede
positie, Länsivuori. Ongelooflijk, maar Johnny Cecotto was op dat moment in de
race al op een 10e plaats aangekomen, na dus pas als 80e, in de derde groep van
start te zijn gegaan, echter wel een minuut achter Roberts. Teuvo Länsivuori reed op
dat moment samen met Kenny Roberts op kop, gevolgd door Agostini. Deze
werd weer gevolgd door o.a. Steve McLaughlin, Steve Baker en Gene Romero. In
ronde 12 kreeg Kenny Roberts een koppelingsprobleem en moest, een paar ronden
later, voor reparatie naar de pits. Länsivuori was nu opnieuw de leider, na
zijn kopstart, van de race. Hij werd door McLaughlin, Agostini, Baker en Romero
gevolgd. Roberts liet ondertussen
tijdens zijn gedwongen stop zijn motor afslaan en kreeg hem helaas niet meer
aan de praat, waardoor Teuvo alleen aan de leiding kwam te liggen. Deze
had echter de pech dat een ronde na zijn tankstop zijn ketting vreemde
kuren begon te vertonen en hij weer de pits op moest zoeken. Na een
reparatie van 2 minuten begon hij een inhaalrace, die hem een
valpartij opleverde, waarna zijn hoop op een Finse overwinning ten einde was.
Johnny Cecotto had er ondertussen nog
steeds flink de gang in en in de 15e ronde had hij zich al
van een 80e plaats naar de 6e toegestreden!
 |
 |
|
 |
|
1975
tankstops Gene Romero |
Barry
Sheene in gedachten |
Kenny
Roberts voor Johnny Cecotto |
Gene
Romero & Kenny Roberts |
Gene
Romero
|

Bovenste
foto's: 2x Steve Baker, onder: Olivier Chevallier voor Philippe Coulon, Gene
Romero, Jean-Philippe Orban (#89) en Robert Wakefiled (#78). |
Gene
Romero
Kenny
Roberts |
Steve
McLaughlin, Californië, kwam nu aan de leiding
en bouwde een voorsprong op van ongeveer 12 seconden. Komende van
de vierde plaats, begon Gene Romero zich naar voren te begeven, tegen
het middelpunt van de race. Na het voorbijgaan aan zowel Agostini als
Baker, begon Romero zijn achterstand op de eerste plaats zienderogen te
verkleinen, tot hij verschil had teruggebracht tot ongeveer drie
seconden. Halverwege de race was de stand nu aan kop: Steve
McCaughlin, Gene Romero, Ago, Steve Baker en Johnny Cecotto. McLaughlin die, nu de druk begon te voelen van Romero, probeerde om het
tempo te verhogen en dit werd hem fataal, toen hij in de 30ste ronde
onderuitging. Hij kon de race wel weer
hervatten en zijn machine op een 6e plek aan de finish brengen. Gene Romero nam nu de kop over en moest deze alleen nog een keer
afstaan tijdens een tankstop aan Baker. Hierna nam hij de leiding weer
over en werd de verrassende winnaar van de 1975 editie van Daytona.
Helemaal verassend was het eigenlijk nu ook weer niet, want Romero
was al 2x op het podium geëindigd, twee maal werd hij tweede achter Dick
Mann, nl. in 1970 en 1971. Gene zou in totaal 14x deelnemen aan de
Daytona 200 tussen 1967 en 1980, hij zou daarbij negen maal in de
top-10
eindigen. Steve Baker pakte achter Gene de 2e plaats, terwijl een paar ronden voor
het einde Johnny Cecotto, Ago van het podium verdreef, waarna de laatste
nog verder terug zou vallen tot een 9e plek. Marcel Ankoné behaalde een
prima 20e plaats.
 |
 |
|
Australiër
Warren Willing (#85) en twee keer Steve McLaughlin (#83) |
Teuvo Länsivuori
(#8), Kenny Roberts
(#1), Kenny Roberts voor Giacomo Agostini (#4) Gene Romero )#3)
en Steve McLaughlin. |
 |
|
 |
|
Boven:
Steve Baker voor Giacomo Agostini en onder Steve
McLaughlin voor Baker en Romero. |
|
Olivier
Chevallier op weg naar een 29e plaats. |
Diverse 1975
Daytona
-
De
Duitse topcoureur Dieter Braun was zonder motor in Daytona
gearriveerd, maar kon van iemand een Yamaha 700 lenen. Hij wist zich
hier echter niet mee te kwalificeren voor de race.
-
Gary
Nixon was er hard af gegaan in de trainingen, maar had zich wel als
29e in de 1e startgroep gekwalificeerd. Hij besloot toch niet aan de
race deel te nemen door een armblessure.
-
Gary
Scott wist zich niet voor de race te plaatsen met zijn oude
Harley-Davidson, die was ook niet meer competitief.
-
De
Nederlander Henk Klaasssen (Texas-Henkie
genoemd) ging
er erg hard vanaf met 270 km/h. Hij had wonderlijk genoeg niets
gebroken, "alleen" maar diepe brandwonden zo'n beetje
overal op het lichaam.
-
De
Engelsman Cha(s)rlie Mortimer vond vlak voor Daytona een zeer
belangrijke sponsor, Saromé, een fabrikant van Japanse
wegwerpaanstekers, die hem jarenlang zou sponsoren. Ook Jack
Middelburg zou Saromé enige jaren later als co-sponsor krijgen.
1975
Daytona-team: Wil Hartog, Rob Bron, Boet van Dulmen en Marcel
Ankoné, trokken veel bekijks met de gouden motorpakken.
|
|
Teuvo
Länsivuori
|
|
 |
Johnny
Cecotto (onder & boven) |
|
"De Claimregel"
Het was in Amerika de gewoonte
dat de winnende motor van een race, na de wedstrijd verkocht moest worden aan
een andere deelnemer aan de race. Deze regel was vele jaren eerder door de
A.M.A. ingevoerd om ook de privécoureurs aan onderdelen, techniek e.d. te
kunnen laten komen, waar ze normaal geen toegang tot hadden. De fabrieken waren
hier uiteraard nooit erg blij mee, maar de "gewone jongens" wel. Zij
konden vaak voor niet te veel, tussen de $1500 á $3500, een prachtig stuk
techniek kopen. Daar Yamaha in 1975, vier splinternieuw ontwikkelde OW31
machines naar Daytona bracht en die niet aan een ieder zomaar wilde meegeven,
maakten zij nogal wat problemen m.b.t. de claimregel. Buiten de techniek, die de
fabriek niet op straat wilde gooien, kostten deze machientjes ook maar even
$40.000. De fabriek hadden met deze Yamaha's een flinke voorsprong genomen op de
andere fabrieken, maar waren uiteraard ook in de Grand Prix e.d. ver in het
voordeel t.o.v. de vele privérijders dat komende seizoen. Na veel geharrewar
besloot de organisatie, de claimregel in 1975 te schrappen. Hij zou echter niet
alleen geschrapt worden, maar ook nooit meer worden ingevoerd. Dit maakte het voor alle
fabrieken mogelijk om met de meest speciale racemachines in het vervolg naar
Daytona, de start van het wegraceseizoen, te komen.
|
Gene Romero |
Kenny
Roberts |

Dave
Aldana met een wel erg apart motorpak.
|

Dave Aldana hier met het skelet op zijn overall in actie tijdens
de zwaarste klasse (van totaal 8 + 2 races in de motorcross) de
produktierace op een Kawasaki. Hij werd voor dit lugubere
"grapje" bijna gestraft door de A.M.A. |
|
Steve Baker
|
 |
|
 |
|
Philippe
Coulon (#12) uit Zwitserland, Jean-Philipe Orban (#89)
uit België en Len Fitch (#62) uit Canada.
Respectievelijk 25e, 44e en 15e in de Daytona editie van
1975. |
|
De
Amerikanen Mike Ninci (#15), 39e en Randy Cleek (#29) 55e. |
 |
|
Steve
Baker voor Steve McCaughlin & Gene Romero |
|

|
|
Teuvo
Länsivuori
voor Kenny Roberts |
|
|
Mick
Grant
|
 |
|
Giacomo Agostini (4),
Steve Baker (32), Steve McLaughlin (#83) en Don Castro (#11). |
 |
|
AMA
kampioen Kenny Roberts, voor Larry Bleil, die zijn snelste trainingstijd
niet in een finish kon omzetten. |
|

|
|
Teuvo Länsivuori |
 |
|
Valpartij
Teuvo Länsivuori |
|
UITSLAG DAYTONA 200 1975 |
|
|
| |
Rijder |
Land |
Merk |
Aantal
ronden |
Trainingsplaats |
| 1 |
Gene
Romero |
USA |
Yamaha |
52
|
4e |
| 2 |
Steve
Baker |
USA |
Yamaha |
52
|
5e |
| 3 |
Johnny
Cecotto |
Venezuela |
Yamaha |
52
|
3e |
| 4 |
Giacomo
Agostini |
Italië |
Yamaha |
52
|
9e |
| 5 |
Warren
Willing |
Australië |
Yamaha |
52 |
12e |
| 6 |
Steve
McCaughlin |
USA |
Yamaha |
52 |
7e |
| 7 |
Hirdyuki
Kawasaki |
Japan |
Yamaha |
52 |
14e |
| 8 |
Ron
Pierce |
USA |
Yamaha |
52 |
6e |
| 9 |
Don
Castro |
USA |
Yamaha |
51 |
11e |
| 10 |
Harry
Cone |
USA |
Yamaha |
51 |
|
| 11 |
Tommy
Byars |
USA |
Yamaha |
51 |
20e |
| 12 |
James
Allen |
Canada |
Yamaha |
50 |
|
| 13 |
Larry
Bleil |
USA |
Yamaha |
50 |
|
| 14 |
Cliff
Carr |
USA |
Yamaha |
50 |
|
| 15 |
Len
Fitch |
Canada |
Yamaha |
50 |
|
| 16 |
Roger
Marshall |
Engeland |
Yamaha |
50 |
|
| 17 |
Jim
Dunn |
USA |
Harley-Davidson |
50 |
|
| 18 |
Phil
Gurner |
Engeland |
Yamaha |
50 |
|
| 19 |
Billy
Labrie |
USA |
Yamaha |
50 |
22e |
| 20 |
Marcel
Ankoné |
Nederland |
Suzuki |
50 |
|
| 21 |
Doug
Teague |
USA |
Yamaha |
50 |
|
| 22 |
Robert
Wakefield |
USA |
Yamaha |
49 |
|
| 23 |
Boet
van Dulmen |
Nederland |
Suzuki |
49 |
|
| 24 |
Conrad
Urbanowski |
USA |
Yamaha |
49 |
|
| 25 |
Philippe
Coulon |
Zwitserland |
Yamaha |
49 |
|
| 26 |
Wes
Cooley |
USA |
Yamaha |
48 |
Johnny Cecotto |
| 27 |
Dave
Aldana |
USA |
Suzuki |
48 |
| 28 |
George
Miller |
USA |
Yamaha |
48 |
| 29 |
Olivier
Chevallier |
Frankrijk |
Yamaha |
47 |
| 30 |
Mike
Trimby |
Engeland |
Yamaha |
47 |
| 31 |
Reg
Pridmore |
USA |
BMW |
47 |
| 32 |
Siegfried
Guttner |
West-Duitsland |
Yamaha |
47 |
| 33 |
Bill
Smith |
Engeland |
Yamaha |
46 |
| 34 |
Pat
Mahoney |
Engeland |
Yamaha |
46 |
| 35 |
Rudy
Galindo |
USA |
Yamaha |
45 |
| 36 |
Walt
Foster |
USA |
Yamaha |
44 |
| 37 |
Piers
Forester |
Engeland |
Yamaha |
43 |
| 38 |
Pat
Hennen |
USA |
Suzuki |
40 |
8e |
| 39 |
Mike
Ninci |
USA |
Yamaha |
38
|
|
| 40 |
Kenny
Blake |
Australië |
Yamaha |
37 |
30e |
| 41 |
Barry
Ditchburn |
Engeland |
Kawasaki |
32
|
|
| 42 |
Stan
Woods |
Engeland |
Suzuki |
30 |
|
| 43 |
Dennis
Purdie |
USA |
Yamaha |
28 |
|
| 44 |
Jean-Philippe
Orban |
België |
Yamaha |
28 |
|
| 45 |
Teuvo
Länsivuori |
Finland |
Suzuki |
26 |
2e |
| 46 |
Eugène
Brown |
USA |
Yamaha |
25 |
|
| 47 |
Peter
Grove |
Engeland |
Yamaha |
24 |
|
| 48 |
Jan
Kostwinder |
Nederland |
Yamaha |
24 |
|
| 49 |
Hurley
Wilvert |
USA |
Suzuki |
23 |
15e |
| 50 |
Phil
McDonald |
USA |
Yamaha |
23 |
|
| 51 |
Kenny
Roberts |
USA |
Yamaha |
17 |
1e |
| 52 |
Rob
Bron |
Nederland |
Yamaha |
16 |
|
| 53 |
Mike
Clark |
USA |
Yamaha |
16 |
21e |
| 54 |
Jean-Paul
Boinet |
Frankrijk |
Yamaha |
15 |
24e |
| 55 |
Randy
Cleek |
USA |
Yamaha |
15 |
13e |
| 56 |
Doug
Libby |
USA |
Yamaha |
15 |
28e |
| 57 |
Pat
Evans |
USA |
Yamaha |
14 |
23e |
| 58 |
Takao
Abe |
Japan |
Kawasaki |
13 |
10e |
| 59 |
Kurt
Liebmann |
USA |
BMW |
13 |
|
| 60 |
Yvon
Duhamel |
Canada |
Kawasaki |
11 |
17e |
| 61 |
Mick
Grant |
Engeland |
Kawasaki |
10 |
26e |
| 62 |
Mike
Devlin |
USA |
Yamaha |
10 |
|
| 63 |
Charles
Mortimer |
Engeland |
Yamaha |
9 |
|
| 64 |
John
Long |
USA |
Yamaha |
9 |
2e |
| 65 |
Andreas
Georgeades |
Canada |
Yamaha |
6 |
|
| |
Wil
Hartog |
Nederland |
Yamaha |
2 |
25e |
| Patrick
Pons |
Frankrijk |
Yamaha |
2 |
19e |

|
|
 |
|
Henk
Klaassen ook een Dunlop slachtoffer.
|
Giacomo
Agostini
|
Hirdyuki
Kawasaki (7e plaats) voor Don Castro. |
|
 |

|
 |
|
Johnny
Cecotto |
Johnny
Cecotto,
Gene Romero & Steve Baker. |
Teuvo
Länsivuori |
|
|
|
Johnny
Cecotto
op weg naar
derde plaats. |
Johnny
Cecotto,
Gene Romero & Steve Baker
in Victory Lane. |

|
100 mile expert 250cc 1975,
winnaar Kenny Roberts
|
|
 
|
 |
|
UITSLAG
(eerste 30) DAYTONA 100 mile expert 250cc 1975 |
|

|
| |
Rijder |
Land |
Merk |
| 1 |
Kenny
Roberts |
USA |
Yamaha |
| 2 |
Gary
Scott |
USA |
Harley-Davidson |
| 3 |
Steve
Baker |
USA |
Yamaha |
| 4 |
Doug
Teague |
USA |
Yamaha |
| 5 |
Don
Castro |
USA |
Yamaha |
| 6 |
Mike
Devlin |
USA |
Yamaha |
| 7 |
Tommy
Byars |
USA |
Yamaha |
| 8 |
John
Long |
USA |
Yamaha |
| 9 |
Greg
Sassaman |
USA |
Harley-Davidson |
| 10 |
Bruce
Lind |
USA |
Yamaha |
| 11 |
Murray
Hoffman |
USA |
Yamaha |
| 12 |
Richard
Fuller |
USA |
Yamaha |
| 13 |
Ron
Pierce |
USA |
Harley-Davidson
|
| 14 |
Wes
Cooley |
USA |
Yamaha |
| 15 |
Brian
Henderson |
Canada |
Yamaha |
| 16 |
Conrad
Urbanowski |
USA |
Yamaha |
| 17 |
Kurt
Lenz |
USA |
Yamaha |
| 18 |
Richard
Chambers |
USA |
Yamaha |
| 19 |
Bill
Payne |
USA |
Yamaha |
| 20 |
Ken
Brunswick |
USA |
Yamaha |
| 21 |
Ed
Eaton |
USA |
Yamaha |
| 22 |
Whitney
Blakeslee |
USA |
Yamaha |
| 23 |
Mike
Ninci |
USA |
Yamaha |
| 24 |
Jim
Arnold |
Canada |
Yamaha |
| 25 |
Fernando
Cammaert |
USA |
Yamaha |
| 26 |
Richard
Seifried |
USA |
Yamaha |
| 27 |
Mike
Clark |
USA |
Yamaha |
| 28 |
Bob
Rectenwald |
USA |
Yamaha |
| 29 |
Ed
Hansen |
USA |
Yamaha |
| 30 |
Ken
Botham |
USA |
Yamaha |
|

|
| 250cc:
Bob Endicott (#31), Bruce Townsend (#137), Greg Sassaman (#85). |
 |
1. Kenny
Roberts aan de leiding in de eerste bocht van de 250cc race,
voor o.a. Don Castro (#11), Steve Baker (#32), Gary Fisher (#21),
Doug Teague (#49), Mike Devlin (#77), Ron Pierce (#97), Richard
Chambers (#76), John Long (#56), Mike Clark (#52).
2. Kenny
Roberts voor Steve Baker Mike Devlin, Doug Teague en Gary Fisher.
3. Gary Fisher
voor o.a. Mike Clark (#52).
4. John Long
(#56) en Jim Dunn (#75).
5. Gary Scott
(tweede) voor Steve Baker (derde).
|
|
UITSLAG 100
mile junior 250cc 1975
Skip
Aksland,
toekomstig topper in Amerika, hier in 1975 tijdens de 100 mijls
juniorenrace, op weg naar een vierde plaats. |
|

|
| |
Rijder |
Land |
Merk |
|
1 |
Gary
Blackman |
USA |
Yamaha |
|
2 |
Dale
Singleton |
USA |
Yamaha |
|
3 |
Scott
Erickson |
USA |
Yamaha |
|
4 |
Skip
Aksland |
USA |
Yamaha |
|
5 |
Murray
Hoffman |
USA |
Yamaha |
|
6 |
Bill
Peters |
USA |
Yamaha |
|
7 |
Bruce
Lind |
USA |
Yamaha |
|
8 |
Cory
Ruppelt |
USA |
Yamaha |
|
9 |
Whitney
Blakeslee |
USA |
Yamaha |
|
10 |
Robert
Rectenwald |
USA |
Yamaha |
|
Winnaar
Gary
Blackman |
 |
|
UITSLAG DAYTONA
Superbike 1975 |
|
Dave Aldana
|
| |
Rijder |
Land |
Merk |
|
1 |
Dave
Aldana |
USA |
Suzuki |
|
2 |
Bob
Endicott |
USA |
Yamaha |
|
3 |
Yvon
Duhamel |
Canada |
Kawasaki |
|
4 |
Reg
Pridmore |
USA |
BMW |
|
5 |
Rodney
B Pink |
USA |
Harley-Davidson
|
|
6 |
Kurt
Liebmann |
USA |
BMW |
|
7 |
Ron
Pierce |
USA |
BMW |
|
8 |
John
Hoffman |
USA |
BMW |
|
9 |
Dale
Alexander |
USA |
Kawasaki |
|
10 |
Jim
Dunn |
USA |
Harley-Davidson
|
|
UITSLAG DAYTONA
76 miles novice (nieuwelingen) 1975 |
|

|
|
McWorther,
Dandeneau en Guild |
| |
Rijder |
Land |
Merk |
|
1 |
Dana
Dandeneau |
USA |
Yamaha |
|
2 |
Cliff
Guild |
USA |
Yamaha |
|
3 |
Dan
McWhorter |
USA |
Yamaha |
|
4 |
Robert
Barton |
USA |
Yamaha |
|
5 |
Ted
Davidson |
USA |
Yamaha |
|
6 |
Hal
Coleman |
USA |
Yamaha |
|
7 |
Michael
Bufkin |
USA |
Yamaha |
|
8 |
David
Emde |
USA |
Yamaha |
|
9 |
Norman
Fraijo |
USA |
Yamaha |
|
10 |
Chuck
Killen |
USA |
Yamaha |
 |
 |
 |
| Gene
Romero winnaar Daytona 200 |
Gary
Blackman winnaar 100 mijls junioren race. Gary won er ook nog
$1870 mee. |
Dana
Dandeneau winnaar 76 miles novice race. |
| 1975,
Uitreiking bekers op het jaarlijkse traditionele Daytona Victory diner |
 |
|
Er
werden ook zogenaamde "Sportmans" races verreden in
Daytona. Dit betrof races in diverse inhoudsklassen. Op de
bovenste foto het podium van de races van 101-125cc machines.
De winnaar (in het midden) is de nog maar 14-jarige Freddie
Spencer, die nog vele triomfen zou gaan vieren in de toekomst.
Naast hem Henning Christensen en Steve Reynolds (2e).
Winnaar
Jess Huggins wordt gefeliciteerd in Vicory Lane na zijn
overwinning in de 201-250cc race.
Top
3 van de 251-360cc klasse, de broer van Don Emde, Dave als
winnaar met nummer 192 en Timmy Cartwright (#13) als tweede en
rechts Cyrill Gibb uit Canada. |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
| Gary
Scott |
winnaar 1976
Johnny Cecotto |
Wil
Hartog |
John
Dodds |
winnaar
1974
Giacomo Agostini |
winnaar 1975
Gene Romero |
Teuvo
Länsivuori |
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |
| Hank
Scott |
Rex Beauchamp |
Mert
Lawwill |
Cliff
"Corky" Keener |
Greg
Sassaman |
Yvon Duhamel |
Hurley Wilvert |
|
verhaal uit de fanclubbladen van
Jack Middelburg 1975 |
|
"maart
1975, reisverslag van Willem "de Briet" van zijn 1e
reis naar Daytona" |
|
Hiermede
zal ik proberen één en ander over mijn reis naar Daytona op
papier te zetten. Dit is dan vooral interessant voor diegene,
die ook eens zo een reis willen maken. Ik heb de reis alleen
gemaakt; dus niet met een reisgezelschap, waarmee Harrij (de
monteur) mee op stap is geweest. Het voordeel als je op jezelf
gaat is, dat je de kans hebt om langer weg te blijven. In dit
geval was het een tiendaagse reis van het dagblad ‘De
Telegraaf’. Bovendien ben je veel vrijer om te gaan en te
staan waar je wilt. Als je echt iets van Florida wilt zien is
tien dagen echt te kort. Je moet er tenminste 14 dagen voor uit
trekken. Het mooiste is natuurlijk, als je met meer dan één
persoon gaat; alles wordt dan veel goedkoper. B.v. een auto
huren kost 15 dollar per dag en of je genoemd bedrag nu alleen
moet betalen of je deelt dit bedrag door 4 of 5 personen, dat
scheelt nogal wat. Met het bespreken van hotelaccommodatie is
het idem zo gesteld. In het hotel waar ik sliep, kostte een vierpersoonskamer
300 dollar
per maand en of je dit bedrag nu alleen betaald of met 4 man. Er
is nog een andere mogelijkheid van reizen en dat is wel de
allermooiste. Je vliegt per charter
naar New York en
huurt daar een
vijfpersoons caravanbus en rijdt daarmee naar
Daytona. Voordat
je daar dan
aankomt heb je alvast
wat gezien van Amerika. Heus, er zijn mogelijkheden te over om
op de plaats van bestemming te komen. De grootste moeilijkheid
is echter of je drie weken achter elkaar vakantie kunt krijgen,
want dat is m.i. toch wel het mooiste. Ik ben van Luxemburg
naar de Bahama's
gevlogen. Daar
ben ik een paar dagen rond blijven hangen en toen ben ik
doorgevlogen naar Miami. Toen volgde een busreis van 9 uren naar
Daytona. Dit was dan een kort verslag van mijn reis en de
mogelijkheden, die er zijn. Nu zal ik trachten wat van Daytona
en zijn races bij elkaar te schrijven. Toen ik er tien dagen
was, kwam het eerste vliegtuig uit Holland aan met o.a. aan
boord Harrij Klaus, reeds eerder even genoemd. Degene, die nog
niet weet wie Harrij is, zal ik even uit de droom helpen. Deze
man is de rechterhand en monteur
van Jack. Ook Boet
van Dulmen zat
in dat vliegtuig en al gauw werden wij aan elkaar voorgesteld.
Dit was voor mij vanzelfsprekend zeer interessant want hij was
de man, die mij een “pits-kaart" kon bezorgen. En Boet
zorgde daar prompt voor. Zelf
heb ik niet
veel verstand van al dat technische
gedoe; Harrij daarentegen kon zijn hart ophalen en heeft er heel
wat bijgeleerd. Met Boet en een fabrieksmonteur heeft hij een
hele dag zitten sleutelen bij de Suzuki-stal. Niet onvermeld mag
blijven, dat die Jappen ons Hollanders nog geholpen hebben aan
allerlei onderdelen.
Over
de uitslag van
de races hoef ik jullie uiteraard
niet veel meer te
vertellen; daar is al genoeg
over geschreven. Een
paar maal zijn wij
op bezoek
geweest bij Texas
Henky na zijn verschrikkelijke val bij de training. Hij had veel
pijn, maar ondanks dat had hij het toch in zijn hoofd gezet om in
een rolstoel naar de
races te komen
kijken. Dan moet
je toch wel keihard zijn! Ik
zou nog veel meer over Florida kunnen
vertellen, maar het beste lijkt me, dat als Jack daar rijdt, we
er met z'n allen maar eens een kijkje gaan nemen!!
Wim
Middelburg.
|
|

1975,
Olivier Chevallier (#88), Philippe Coulon (#12) en de eerste Belg die
ooit aan de Daytona 200 meedeed Jean-Philippe Orban (#89).
|
 |
1974
Nederlandse
Daytona-team Marcel Ankoné
met vrouw, Wil Hartog en Irene & Rob Bron.
|
|
|
Johnny
Cecotto ,
Gene Romero & Steve Baker. |
|

Winnaar Gene Romero was geboren op 22-05-1947
in Martinez op de grens tussen Mexico en Californië. Als
16-jarige deed hij voor het eerst mee aan amateur
crosswedstrijden. Zijn successen waren in dat jaar al zodanig dat
hij een jaar later, in 1964, al prof werd. In 1966 veroverde
"Burrito", zoals zijn bijnaam in de Amerikaanse
motorsportwereld luide, voldoende punten om tot de
"experts" toe te treden, tevens kreeg hij dat naam de
titel 'Rookie of the year' oftewel de beste nieuweling van dat
jaar. Het was zo in Amerika, je werd eerst "novice"
(nieuweling), als je dan in je eerste jaar genoeg punten scoorde, werd je
"expert". Lukte dit niet, dan moest je het jaar erop het dubbele
aantal punten behalen om te promoveren. Gene was geen natuurtalent, maar door hard werken en goed
luisteren wist hij snel hogerop te komen. Het contract dat hij van
Yamaha kreeg was ook een fantastisch geschenk. Vooral Kel
Carruthers was voor Gene van grote betekenis, hij bracht hem erg
veel bij in het wegracegebeuren. Hierdoor werden zijn wegraceresultaten stukken beter, want Romero was voor Carruthers hem ging
begeleiden, beter thuis op het dirttrackcircuit. Het hoogtepunt
was uiteraard de overwinning in de Daytona 200 race dit jaar. Hij
deed al mee vanaf 1967 met deze befaamde race en was al twee keer
als 2e over de finish gekomen. Ook was Gene in 1970 al een keer
"Number One" geweest, oftewel de winnaar van het
Amerikaanse kampioenschap, waarin hij elk jaar wel in de top tien
was terug te vinden. Met de overwinning in 1975 kon Gene $17.485
bijschrijven op zijn rekening. Steve Baker met zijn tweede plaats
$8.745 en Johnny Cecotto $5.775. De als dertigste gefinishte, Mike
Trimby, uit Engeland ontving het laatste prijzengeld, nl. $200. Degene
die in de eerste ronde op kop doorkwam ontving in 1975, 5000 dollar,
nummer twee, $3000, nummer drie, 1.300 en zo aftellend. Dit was
eveneens in de tweede ronde het geval. Daarna lag er aan de finish
voor de winnaar $15.000, tweede: $9.000, derde: 5.500 en aftellend.
Het totale prijzengeld, voor de 200, want elke race had prijzengeld,
dit jaar was $65.000.
|
 |
|
1975
Steve Baker |
1975
Kenny Roberts,
Mitchell (vice-president van General Motors) en Giacomo Agostini. |
Deel
6a, A.M.A. Geschiedenis
1947 - 1974
HOME
|