Home Jack Middelburg Guestbook GP-races Daytona Toon Kannekens Diverse

 

Dick Mann winnaar 200 mijls race 1970.

 

1970 - 1971: Het begin van het Superbike tijdperk

Het Japanse tijdperk deed vanaf 1970 zijn intrede pas echt. Eind zestiger jaren, hadden de Japanse en Britse motorfietsfabrikanten hun assortiment flink uitgebreid. Er waren vele nieuwe modellen op de markt gebracht en dan vooral in de 750cc modellen, die zowel twee, drie en zelfs viercilindermotoren tot hun beschikking hadden. Het probleem voor deze fabrikanten was, voor zover dat het racen betrof, de bestaande regels van de A.M.A. m.b.t. motoren tot 500cc met zgn. kopklepmotoren. Zoals de naam al laat vermoeden, bevinden de kleppen bij kopklepmotoren (OHV - OverHead Valve) zich boven de verbrandingskamer, in het dak van de cilinderkop. Het OHV-design laat een vlottere inlaat van het brandstofmengsel toe, plus een snellere en meer complete uitlaat. Die verhoogde verbrandingsefficiëntie maakt op zijn beurt een hogere drukverhouding mogelijk. Op die manier kan men een grotere vermogensafgifte bereiken en de opbouw van koolstoffen tegengaan. Het OHV-ontwerp zorgt ook voor een uitstekend thermisch evenwicht, dat bijdraagt tot een beperkte cilindervervorming, een lager olieverbruik en een langere levensduur voor de motor.

AMA besloot om deze regeling te wijzigen die serieus racen mogelijk ging maken. Voortaan, tot groot plezier van het merendeel van de wereldmotorfabrikanten, mocht men elke machine gebruiken, die een motorvermogen tot 750cc had, ongeacht het type kleppen. Deze regelverandering heeft waarschijnlijk de grootste invloed ooit gehad op de motorsport, aangezien het dus de weg vrijmaakte om vrijwel elk groot type motorfiets op de markt in de Verenigde Staten te lanceren. Het eerste gevolg, op dat moment, was de inbreng van de machtigste machine in die tijd, de Honda CB 750. Buiten twee grote snelheidsspecialisten - Ralph Bryans en Tommy Robb, vroegere Grand-Prix coureurs, resp. uit Schotland en Ierland - en een Engelsman, Bill Smith, besloot Honda om vertrouwen in een zesendertig jarige coureur te hebben, Dick Mann, die reeds vijftien keer deelgenomen had aan de race van Daytona. In 1970 startte er ook wat de coureurs betreft een nieuwe fase. De A.M.A. en de F.I.M. (Federation Internationale de Motocyclisme) kwamen overeen, dat zij onderling rijders zouden gaan uitwisselen. Dit was tot 1970 door bepaalde reglementen aan beide zijden niet mogelijk geweest. Een van de eerste coureurs die van deze mogelijkheid gebruik maakte, was de wereldkampioen van 1969 in de 250 cc, Kel(vin) Carruthers, die met zijn hele familie de oceaan overstak om in Amerika wat dollars te gaan verdienen met racen. De Engelse fabrieken probeerden ook om het verloren terrein goed te maken, door met vernieuwd materiaal aan de 200 Mijlen mee te doen. De nieuwe regelverandering werkte ook ten het gunste van het Britse BSA en Triumph. Gedistribueerd, in de V.S., door ‘Birmingham Small Arms Company’, dachten deze twee merken alle noodzakelijke ingrediënten terug te hebben om een nieuwe winnaar te krijgen. Eerst bouwden zij, een beperkt aantal, volledige nieuwe racemachines die op hun nieuwe 3-cilinder 750cc wegfiets was gebaseerd, in een rode (BSA) en in een blauwe versie (Triumph). In het BSA-team zaten Jim Rice en David Aldana. Voor de zekerheid overtuigde BSA Mike Hailwood om zijn rentree te maken en er eveneens één te berijden. De Engelsman Hailwood, was een vroegere wereldkampioen en door velen gezien als de beste motorfietscoureur aller tijden. Ook de Australische topper, Jack Findlay (1935-2007), was aanwezig, maar hij zou na acht ronden zijn Yamaha al aan de kant zetten. Triumph contracteerde Gary Nixon, Gene Romero en Don Castro als officiële berijders, plus Percy Tait van de Triumph-fabriek in Engeland. Harley, van zijn kant, had weinig tegenover dit geweld te stellen. Bij de kwalificatie, was het Gene Romero, die succesvol op jacht was geweest naar de pole-position. Hij werd gevolgd door Mike Hailwood en Gary Nixon en Hondarijder Dick Mann stond vierde. Verdedigend Daytona kampioen, Cal Rayborn, stond pas op de 21ste positie met zijn Harley. 

1970 Start van de Daytona 200, met op de eerste rij v.r.n.l., volgens startopstelling: pole voor Gene Romero (#3), Mike Halwood (#50), Gary Nixon (#9), Dick Mann (#2) en Kel Carruthers (#75). Op de tweede rij o.a. met # 81: Don Castro.

© Don Emde Productions

 

Toen de 200 mijl van start ging, toonde Dick Mann de menigte van 29.000 toeschouwers aan dat hij veel paardenkrachten tot zijn beschikking had. Mann leidde de meute de eerste ronde, maar vlak op zijn staart zaten Gary Nixon, Mike Hailwood, Kel Carruthers, Cal Rayborn (verrassend) en Ron Grant. Deze groep bleef samen in het vroege stadium van de race, vaak wisselend van plaats. De eerste van de leiders die uitviel met motorproblemen was Hailwood. Zijn nieuwe driecilinder BSA raakte oververhit en dit euvel zorgde er voor dat Hailwood in ronde acht, langs de kant kwam te staan, met een defecte zuiger. Na de tiende doorkomst plaatste Ron Grant zijn 500cc Suzuki aan de leiding. Na een paar ronden begon hij een redelijk afstand tussen zichzelf en Gary Nixon te creëren. In de 25ste ronde, kwam Cal Rayborn naar de pits met een verbrande klep, waardoor zijn derde overwinning op rij, letterlijk en figuurlijk, in rook opging. Na ook het uitvallen van Gary Nixon en Ron Grant, was het de veteraan Dick Mann die na vijftien jaar van tegenspoed, op de eerste plaats van de 200 Mijlen van Daytona terecht kwam, op de enige fabrieks-Honda die nog in de baan was. Hij werd op enige afstand gevolgd door Gene Romero. Tegen het einde van de race, moest Mann zijn tempo flink laten zakken, aangezien zijn machine kuren begon te vertonen. Gene Romero, die zich na een slippertje in de eerste ronde, flink naar voren had gestreden tot de tweede plaats, kreeg uit de Triumph-pits een seintje om de jacht op Dick Mann te openen. Hij liep dan ook flink in op de kopman, maar kwam aan de finish toch nog 10 seconden te kort. Don Castro, een jonge coureur uit Californië, werd derde op een fabrieks Triumph. 

 

 

Dick Mann aan de leiding

1970, Dick Mann (#2) krijgt de zwart-wit geblokte vlag voor zijn overwinning.

Victory Lane in 1970: Gene Romero (2e), Dick Mann (1e) en Don Castro (3e)

© Don Emde Productions (zwart-wit)

 

UITSLAG (alleen eerste 20) DAYTONA 200 1970       

  Rijder Land Merk
1 Dick Mann (foto boven) USA Honda
2 Gene Romero USA Triumph
3 Don Castro USA Triumph
4 Yvon Duhamel Canada Yamaha
5 Geoff Perry Nieuw-Zeeland Suzuki
6 Walt Fulton III USA Harley-Davidson
7 Ginger Molloy Nieuw-Zeeland Kawasaki
8 Buddy Elmore USA Triumph
9 Royal Sherbet USA Kawasaki
10 Dusty Coppage USA Yamaha
11 Al Gaskill USA Yamaha
12 Dave Aldana USA BSA
13 Larry Stone USA Kawasaki
14 Rick Deane USA Yamaha
15 Mert Lawwill USA Harley-Davidson
16 Robert Bulmer USA Yamaha
17 Leonard Fortune USA Triumph
18 Larry Darr USA Harley-Davidson
19 Keith Mashburn USA Yamaha
20 Ken Molyneux Canada Yamaha

 

1971

1971: "line up"

1971 BSA fabrieksteam: v.l.n.r. Don Emde, Mike Hailwood, Dick Mann, David Aldana en Jim Rice (4 Amerikanen en 1 Brit). 1971 Triumph fabrieksteam: v.l.n.r. Gene Romero, Don Castro, Tom Rockwood, Gary Nixon en Paul Smart (4 Amerikanen en 1 Brit).
1971 BSA fabrieksteam: Jim Rice (#2), David Aldana (#3), Dick Mann (#4), Mike Hailwood (#20), Don Emde (#25). Op de achtergrond het Harley-team.
1971 Start o.a. Jim Rice (#2), Don Emde (#25), Gary Nixon (#10), Mark Brelsford (#7), Don Castro (#5), Cal Rayborn (#14), Gary Fisher (#110) en trainingssnelste Paul Smart (#12).

© Don Emde Productions (zwart-wit foto's)

 

1971 Regerend A.M.A. "number One", Gene Romero in actie in Daytona.

1971 Triumph fabrieksteam: v.l.n.r. Gene Romero, Don Castro, Tom Rockwood, Gary Nixon en Paul Smart 

 

1971: Don Emde op de BSA, die Mike Hailwood in 1970 had bereden.

Don Emde voor Roger Reiman (3-voudig Daytona winnaar) 3e en 4e in 1971

In de wedstrijd van 1971, moest het merendeel van de favorieten vele grote technische problemen zien te overwinnen en na het uitvallen van Hailwood, Grant, Smart en Fisher, was het nogmaals Dick Mann, dit keer met een fabrieks-BSA, die als eerste eindigde. Deze overwinning in 1971 betekende het eind van de Britse overmacht. Vanaf het volgende jaar zou Yamaha, met te beginnen Don Emde, de zoon van de winnaar van 1948 Floyd Emde, een lange reeks volledig onbetwistbare overwinningen boeken. 1971 bracht de grootste fabrieksteaminvasie ooit in Daytona. Alle merken, behalve Honda de titelverdediger, waren aanwezig met een fabrieksteam. De ‘Birmingham Small Arms Company’ (BSA & Triumph) bracht al hun potentieel aan de start. De Daytona 200 race, was voor de verkoopcijfers voor een motorfabrikant zeer belangrijk geworden. Voor BSA was dit het vorige seizoen wel bewezen, daarom wilde/verwachtte het bedrijf grote resultaten van zijn  BSA- en Triumphteams. Mike Hailwood was opnieuw aanwezig aan het stuur van een BSA Rocket 3, zijn con-collega en landgenoot, op een fabrieks-Triumph was Paul Smart. De Amerikaanse teams van BSA bestonden uit Dick Mann, Dave Aldana, Jim Rice en Don Emde op BSA, terwijl Gene Romero, Gary Nixon, Don Castro en Tom Rockwood de Triumph’s zouden berijden. Vanwege een regelwijziging in 1971, werd met ingang van dit jaar de kwalificatie voor de race, verreden op het raceparcours in plaats van op het 2.5 mijlsovaal. De vorige jaargangen hadden de kwalificaties op een ander circuit plaatsgevonden dan waar de daadwerkelijke race op werd verreden. De snelste kwalificatie tijd ging naar Paul Smart (zwager Barry Sheene) op zijn nieuwe Triumph. Vlak achter hem kwamen twee Harley-coureurs, Rayborn en Mark Brelsford*. Vierde snelste was Don Emde, gevolgd door Mike Hailwood. Ieder van de vijf hoogst gekwalificeerde met meer dan 169 km/u.  Toen de vlag viel, ging het grote veld van rijders van start, met op de eerste plaats, “rookie” Gary Fisher uit Pennsylvania op zijn privé-Honda. Dicht erachter waren het Hailwood, Jody Nicholas, Roger Reiman, Cal Rayborn, Gene Romero, Dick Mann, Paul Smart en Jim Rice. 

Rusty Bradley † 1971

De volgende groep erachter bestond uit Don Emde, de Texaan Rusty Bradley (1949-1971), Kel Carruthers en Don Castro. Op het moment dat het veld afremt voor de eerste bocht, slaat het noodlot toe. Bradley, de veelbelovende “rookie” in Daytona, rijdt achterop Carruthers en valt. Kel Carruthers kan de race vervolgen, maar Bradley was niet zo gelukkig. Zijn val met een snelheid van boven de 160 km/u, midden in het veld, resulteerde in fataal hersenletsel. Rusty’s dood, de eerste in Daytona in de 200-mijlsrace sinds 1953, was een groot verlies voor de motorsport, evenals voor zijn familie en vrienden. Hij had de Daytona 100 mijlsrace voor amateurs in 1970 gewonnen en was reeds in dienst van de  Kawasakifabriek getreden. Bradley zou zeker een kandidaat voor de winst in Daytona de komende jaren zijn geweest... Gary Fisher’s leiding in de race duurde slechts een paar doorkomsten, totdat zijn Honda het begaf door een gebroken ketting. Terwijl de race verder ging, brak de kopgroep in twee groepen uiteen. Aan de leiding gingen Hailwood, Smart, Rayborn en Mann. Een paar seconden erachter kwamen Nicholas, Carruthers, Emde, Romero, Reiman en Gary Nixon. Hailwoods stijl had men in 1964 reeds bewonderd, maar toen Paul Smart de spectaculaire "kniebuitenboordstijl" etaleerde was het publiek laaiend enthousiast. Zulke mannen moest men meer aan het werk kunnen zien. Ze voerden gezamenlijk een prachtige show op, op de hielen gezeten door Dick Mann, die op een veilige afstand toekeek hoe de twee Engelsen het publiek amuseerden. Na een kwart van de race was de stand in de race: Smart, Hailwood, Mann en Gene Romero. Bij het ingaan van de vijftiende ronde, viel, voor het tweede jaar op een rij, Mike Hailwood uit, dit keer met een verbrande klep. Mann kwam nu langszij Paul Smart aan de kop van het veld. De twee bleven dicht bij elkaar tot de 42ste ronde, toen Smart, net als Hailwood, uitviel met klepproblemen. 

 

1971: De Engelse teammaats bij de BSA fabriek, Paul Smart (l) & Mike Hailwood in gesprek, en.........

....de Engelsen Paul Smart (12) & Mike Hailwood in gevecht op de baan

Gary Fischer (110), Cal Rayborn (14), Roger Reiman (78), Mark Brelsford (7), Jim Rice (2), Mike Hailwood (20) en Gene Romero (1)

Dick Mann nam de controle van de wedstrijd over en reed naar de overwinning voor Romero, die de race als tweede beëindigde, net als het vorige jaar en wederom achter Mann. Don Emde eindigde als derde op zijn BSA, hij was de enige andere rijder, buiten Romero, die in dezelfde ronde als Mann zou eindigen. 

Dit was ook de tijd dat ik (ondergetekende) persoonlijk interesse in de motorsport kreeg en dit kwam vooral door een boekje dat ik las over Daytona 1973, waar prachtige foto's instonden. Helaas ben ik dit boekje door de jaren kwijtgeraakt. Vanaf 1973, zouden steeds meer Europeanen de overstap naar de Verenigde Staten maken om deel te nemen aan deze historische races. Onder hen ook vele Nederlanders. Dit zou een jaar of tien duren waarna de Europeanen Daytona weer links zouden laten liggen. De jaren van 1973 t/m midden jaren 80 vind ik dan ook de mooiste en op die races zal ik wat dieper ingaan. Het was ook de tijd dat honderdduizenden motorliefhebbers niet alleen naar Daytona kwamen om te paraderen over de boulevards en stranden met hun kleurig uitgedoste en verbouwde motoren, maar men ook voor de races kwam. Vandaag de dag is het paraderen belangrijker geworden dan de races. En er komen altijd nog zo'n 500.000 mensen naar Daytona tijdens de Daytona Internationale Speedway. Daytona is nog steeds een magisch woord in de motorwereld, echter heeft het niet meer de magie die het zo'n 20 jaar geleden had. Het was in het verleden een spektakel dat in de motorwereld zijn gelijke niet kende. In motorkringen gold dan ook niet voor niets: "Daytona zien en dan sterven". 

 

                     

1971: Gene Romero, Dick Mann (winnaar) & Don Emde

 

                        

UITSLAG (alleen eerste 20) DAYTONA 200 1971       

  Rijder Land Merk
1 Dick Mann USA BSA
2 Gene Romero USA Triumph
3 Don Emde USA BSA
4 Roger Reiman USA Harley-Davidson
5 Jim Odom USA Yamaha
6 Chuck Palmgren USA Yamaha
7 Jess Thomas USA Triumph
8 Tom Rockwood USA Triumph
9 Dave Smith USA Kawasaki
10 Kel Carruthers Australië Yamaha
11 Frank Camillieri USA Yamaha
12 Martin Carney Engeland Yamaha
13 James Dunn USA Yamaha
14 Fred Guttner West-Duitsland Yamaha
15 Cliff Carr USA Kawasaki
16 Don Castro USA Triumph
17 Bill Manley USA BSA
18 Dave Aldana USA BSA
19 Rick Deane USA Yamaha
20 Ron Widman USA Harley-Davidson
wpe16.jpg (31217 bytes)

1971 Mike Hailwood op zijn BSA

1971 was het jaar dat er voor het laatst een niet Japanse machine won op Daytona. 1971 was ook de laatste race van Warren Sherwood uit Cornwall, New York in Daytona. Hij deed tweeëntwintig maal mee aan de 200 mijls race tussen 1950 en 1971. Totaal had hij in die jaren 3187 mijl (5128 km.) gereden en is daarmee degene die de meeste afstand heeft afgelegd op de circuits in Daytona. Hij reed alle wedstrijden op een BSA en eindigde vijf keer in de top-10 waarvan één keer als vierde in 1961.

 

 

Mark Brelsford

Mark Brelsford werd geboren op 14 april 1949 in Yosemite National Park in Californië. Zijn ouders werkten beiden bij dit park. Zijn vader was een ski-instructeur. Mark was de oudste van zeven kinderen. Hij woonde tot zijn zesde jaar in het park, waarna zijn familie verhuisde naar San Francisco.

Mark Brelsford met Don Emde

Copyright: Don Emde

Brelsford begon, net als zijn grote voorbeeld Dick Mann, met motorrijden tijdens zijn ochtendkrantenwijk, toen hij 14 was. Brelsford nam een baan bij een lokale motorfietshandel, om maar met zijn grote liefde, motoren, bezig te zijn. Hij leerde om aan motoren te sleutelen en begon met een andere werknemer van de winkel een beetje te racen. Als amateur-racer deed Brelsford het erg goed, maar hij vond het racen erg zwaar toen hij professional werd. Hij dacht eraan om wat anders te gaan doen, was ook erg licht (50 kilo) voor het zware werk, maar hij kreeg weer moed toen een vriend, die hij regelmatig versloeg op de circuits, zijn eerste race bij de profs won. In 1968, rijdend als prof in de Junior races, werd Brelsford bevriend met de drievoudig nationaal kampioen Bart Markel. Hij logeerde enige tijd bij Markel tijdens het raceseizoen, en ontmoette daar de Harley-Davidson fabriekstoppers, Cal Rayborn, Mert Lawwill en Chris Draayer. Mark zat elke nacht op hun motorfietsen en keek hoe zij reden, vroeg ze het hemd van het lijf en leerde heel veel van hen. Aan het einde van het 1968 seizoen, was Brelsford de topper bij de junioren en Harley-Davidson’s racemanager van 1957 tot 1983, Dick O'Brien (1921-2003), benaderde hem met de vraag of hij voor het H-D team wilde rijden. Brelsford greep deze kans uiteraard met beide handen aan en maakte een indrukwekkend debuut bij zijn eerste A.M.A. Grand National door tweede te worden in Houston. Ondanks diverse blessures dat jaar, die hem een paar races deden missen, draaide hij een prima rookieseizoen. Hij stond vier maal op het podium, inclusief winst in Ascot Park in Gardena, Californië. Hij beëindigde 1969 op een prima achtste plaats in de eindstand. Brelsford, was nu een volwaardige fabriekscoureur, die zich in de dirttrack races wel had bewezen, maar nog nooit aan een wegracewedstrijd had deelgenomen. Plots vond Brelsford zich terug op een wegracer van de H-D fabriek in de Internationale Speedway van Daytona. "Ze vertelden me om de baan op te gaan en Cal (Rayborn) te volgen," herinnert Brelsford zich. Rayborn was uiteraard de beste wegracer in die tijd en ik had geen idee wat ik deed. Het was een mooie, maar verpletterende ervaring. Ik reed de nacht voor de 200 de shorttrackrace en beëindigde deze naast de baan en brak mijn pols en enkel. Ik lag die nacht in het ziekenhuis denkend hoe gelukkig ik was dat ik niet in de 200 hoefde te starten de volgende dag!" Brelsford toonde zich echter een snelle leerling, toen zijn blessures waren genezen, in 1970, en met veel instructies van Rayborn, reed hij zijn eerste wegrace en eindigde direct op het podium (derde) in Loudon, New Hampshire. In 1971, wint hij zijn eerste wegrace, eveneens in Loudon, in een klassiek laatste ronde duel met de welbekende Kel Carruthers. In 1972, greep Mark Brelsford de macht, door het kampioenschap te winnen. Hij won drie races en eindigde totaal acht keer op het podium.  De "Number One" titel was een feit. Het was geen gemakkelijk verdiende titel met twee nieuwe rookies, genaamd Gary Scott en Kenny Roberts, en de gevestigde sterren zoals Dick Mann, Bart Markel, Roger Reiman, Jim Rice en al die andere grote rijders in die tijd.

De 1972er, winnende XR-750cc dirttrack Harley, van Mark

In 1973 kwam Mark terug om zijn titel te verdedigen, maar toen gebeurde het vreselijke ongeluk in Daytona. Van de motorfiets van rijder Larry Darr was de motor opgeblazen en deze reed zeer rustig rond het circuit op weg naar de pits. Brelsford zat op hoge snelheid vlak achter twee andere coureurs, toen  zij de met een hoge snelheid te nemen binnenbaanknik naderden. De twee rijders zagen Darr op het laatste ogenblik en konden net een aanrijding voorkomen door opzij te gaan. Brelsford kon op dat moment dat zij van richting veranderden geen kant meer op. Hij had geen tijd meer om de langzaam rijdende motor te ontwijken. In de daarop volgende aanrijding brak Mark beide benen, verbrijzelde zijn hand en pols en liep talrijke andere verwondingen op. Brelsford werd zo gedwongen om de rest van het seizoen aan zich voorbij te laten gaan. De naam Brelsford werd dat jaar hoog gehouden door Mark’s jongere broer, Scott, die de “AMA Rookie of the Year Award”  won in 1973. Een andere broer, Kirk, zou ook nog enige tijd racen. De schade aan de hand van Brelsford gaf de meeste problemen, hij moest drie keer aan de hand geopereerd worden in 1973. Toen hij, in 1974, terugkeerde op de circuits, was zijn hand nog niet helemaal in orde. Alles bij elkaar zou hij in totaal zeven operaties aan dit ledemaat moeten ondergaan. 

In juni 1974 raakte Mark wederom zwaar gewond tijdens een zware crash in Columbus, Ohio. Wederom waren beide benen gebroken! In het ziekenhuis stierf Mark bijna door een bloedstolsel en na nog een operatie aan zijn hand, besloot Brelsford, in het ziekenhuis, te stoppen met racen. Brelsford herinnert zich zijn gevoel nog goed. "Ik werd die tijd erg vermoeid van de ziekenhuizen. Ik ontwaakte uit de zoveelste narcose en ik dacht, 'ik ga niet meer racen'. Ik hield inmiddels van de wildernis en had Alaska ontdekt. Ik riep 's morgens Dick O'Brien bij me en zei, 'Dick, ik stop ermee en verhuis naar Alaska'. Zo verdween Brelsford  uit de racerij. Zijn moeder had het grootste deel van zijn race-inkomen in onroerend goed geïnvesteerd, in San Francisco. Dit bleek een uitstekende investering te zijn geweest, zodat Mark financieel onafhankelijk was en genoeg geld had om e en tijd naar Alaska te gaan. Hij raakte daar betrokken in onroerend goed en ging er nooit meer weg. Tijdens zijn korte racecarrière van zes jaar zal Mark Brelsford, buiten zijn zeven gewonnen A.M.A. races, voor altijd herinnerd worden door zijn brandende crash, die hij in Daytona 1973 heeft gehad, rijdend op hoge snelheid door de speedway binnenbaan. Zijn Harley wegracer barstte uiteen in een bal van vlammen met Brelsford nog aan boord. Dat effect en de reusachtige vuurbal werden gefotografeerd. De beruchte foto  werd misschien wel de best verkopende motorfietsaffiche aller tijden. 

1972 Grand National Series

Mark in 1972 op zijn Harley

 

Type race

Plaats

Winnaar

Machine

TT

Houston, Texas

John Hateley, Van Nuys, Californië

Triumph

Short Track

Houston, Texas

Kenny Roberts, Woodside, Californië

Yamaha

Wegrace

Daytona Beach, Florida

Don Emde, San Diego, Californië

Yamaha

Wegrace

Braselton, Georgia

Yvon Duhamel, LaSalle, Quebec, Canada

Kawasaki

Mijl

Colorado Springs, Colorado

Jim Rice, Palo Alto, Californië

BSA

TT

Gardena, Californië

Mark Brelsford, Woodside, Californië

Harley-Davidson

Mijl

San Jose, Californië

Jim Rice, Palo Alto, Californië

BSA

Halve-mijl

Louisville, Kentucky

Mark Brelsford, Woodside, Californië

Harley-Davidson

Wegrace

Loudon, New Hampshire

Gary Fisher, Parkersburg, Pennsylvania

Yamaha

Wegrace

Indianapolis, Indiana

Cal Rayborn, Spring Valley, Californië

Harley-Davidson

Halve-mijl

Columbus, Ohio

Mert Lawwill, San Francisco, Californië

Harley-Davidson

Halve-mijl

San Jose, Californië

Gene Romero, San Luis Obispo, Californië

Triumph

Halve-mijl

Salem, Oregon

Mark Brelsford, Woodside, Californië

Harley-Davidson

TT

Castle Rock, Washington

Gary Scott, Baldwin Park, Californië

Triumph

Wegrace

Monterey, Californië

Cal Rayborn, Spring Valley, Californië

Harley-Davidson

Halve-mijl

Long Island, New Jersey

Chuck Palmgren, Freehold, New Jersey

Yamaha

Mijl

Chicago, Illinois

Dick Mann, Richmond, Californië

BSA

TT

Peoria, Illinois

Dick Mann, Richmond, Californië

BSA

Short Track

Hinsdale, Illinois

Mike Gerald, Baton Rouge, Louisiana

OSS

Mijl

Indianapolis, Indiana

Chuck Palmgren, Freehold, New Jersey

Yamaha

Wegrace

Talladega, Alabama

Yvon Duhamel, LaSalle, Quebec, Canada

Kawasaki

Mijl

Atlanta, Georgia

Dave Sehl, Waterdown, Ontario, Canada

Harley-Davidson

Halve-mijl

Gardena, Californië

Gary Scott, Baldwin Park, Californië

Triumph

Wegrace

Ontario, Californië

Paul Smart, Engeland

Kawasaki

 

1972 Grand National Standings (Eindstand A.M.A. kampioenschap)

Positie

Naam/Plaats

Punten

1

Mark Brelsford, Woodside, Californië

1483

2

Gary Scott, Baldwin Park, Californië

1105

3

Gene Romero, San Luis Obispo, Californië

877

4

Kenny Roberts, Woodside, Californië

871

5

Chuck Palmgren, Freehold, New Jersey

841

6

Dick Mann, Richmond, Californië

776

6

Jim Rice, Palo Alto, Californië

776

8

Mert Lawwill, San Francisco, Californië

765

9

Cal Rayborn, Spring Valley, Californië

660

10

Dave Sehl, Waterdown, Ontario, Canada

629

 

 

 

1972 - 1973: De Overheersing van Yamaha begint

1972 Yamaha fabrieksteam voor de Daytona 200: Kel Carruthers (#73), Kenny Roberts (#60), Pat Evans (#21, 'novice'-race), Keith Mashburn (#19), Jim Odom (#18) en Howard Lynggard (#7, juniorrace).

Nadat de Amerikanen eenmaal kennis gemaakt hadden met de grote mannen van het "Continental Grand Prix Circus", gingen ook de bestuurders van de A.M.A. en de Engelse motorsportbond, de A.C.U., om de tafel zitten om tot een normalisering van de reglementen te komen. Slechts drie dagen hadden de gedelegeerden nodig om tot een sluitend geheel te komen. Men besloot de wedstrijden in Europa te verrijden onder de titel Formula 750 en in Amerika onder de type-aanduiding Daytonarace. A.M.A. en A.C.U. stelden een reglement op en legden dit aan de F.I.M. voor, welke tijdens het congres van eind 1971 de door beide bonden ontwikkelde formule accepteerde. De F750 was geboren. Zowel in Amerika als in Europa werd onder dezelfde reglementen gereden. Met ingang van 1972 werden alle kampioenswegraces in Amerika verreden met de nieuwe reglementen in de hand. Tijdens die 31e editie van de 200 Mijler kwam de grote ommekeer in de 200 mijlsrace, die in 1937 voor het eerst van start ging op een nogal slordige zandbaan. Grote namen als die van Paul Smart, Geof Perry, Phil Read en Peter Williams prijkten vet gedrukt op de reclamezuilen en in de programma's. Het waren die mannen, die het moesten gaan maken met de echte fabrieksfietsen. Maar toch konden ook zij niet verhinderen, dat in de training Art Bauman met de supergetunede watergekoelde 750cc Suzuki het ronderecord brak en dit op 110.363 mijl/uur (bijna 180 km/u) stelde. Op de rechte stukken kwam Bauman met de Suzuki tot een topsnelheid van ca. 273 km/h. Maar juist in deze race zou blijken dat pure snelheid niet altijd de overwinning brengt. De supermachines van Kawasaki en Suzuki, die fabelachtige vermogens aan boord hadden, bleken onvoldoende betrouwbaar en vielen al vroeg in de race met machinepech uit. De grote verrassing schuilde in de zoon van Floyd Emde (winnaar van 1948), Don Emde. Na het uitvallen van de grote kanonnen, waren het deze Don Emde en Ray Hempstead die wiel aan wiel om elke centimeter vochten. Uiteindelijk was het de 25-jarige Don die zijn zelfgeprepareerde 350cc Yamaha juist enkele centimeters voor Hempstead over de streep wist te brengen met een racegemiddelde van 166.199 km/u. Een 350cc machine had de zware 750cc-ers ver achter gelaten en was zegevierend over de streep gekomen. Achter Emde werden nog twee van deze machines afgevlagd, voordat Phil Read de eerste echte 750-er op de vierde plaats binnen bracht. 

1972 Suzuki fabrieksteam: v.l.n.r. Ron Grant (#61), Art Baumann (#30) en Jody Nicholas (#58), vielen alle drie uit dat jaar. 1972 Kawasaki fabrieksteam: v.l.n.r. Yvon Duhamel (#17), Gary Nixon (#9) en Paul Smart (#8), haalden ook alle drie de finish niet.

© Don Emde Productions

 

1972 Yvon Duhamel
Jody Nicholas

Phil Read
Gary Fisher

In de 200 mijls race in 1972, zijn het niet de paardenkrachten die gewonnen hebben. Niet de spierkracht, maar de souplesse overwon. Een kleine Yamaha heeft de grote Suzuki's en Kawasaki's verslagen. Suzuki, Honda, Kawasaki, Norton met hun 750cc machines, allen werden verslagen door een 350cc Yamaha. Het was een David tegen Goliath gevecht geweest. Suzuki had voor de Daytona 200 hele snelle en krachtige machines ontworpen. Ze waren vastbesloten om de race dit keer naar zich toe te trekken. De hele winter was een armada van monteurs bezig geweest om een krachtbron te ontwikkelen die de 165 kilo ware watergekoelde Suzuki naar een topsnelheid van boven de 270 km/u moest jagen. Voor minder dan de overwinning was men niet naar Daytona gekomen. Ook Kawasaki had de afgelopen winter niet stil gezeten. Deze twee machines, verwachtte bijna iedereen, zouden samen uit gaan maken wie er met de trofee naar Japan terugkeerde. Niemand twijfelde er aan dat er voor het eerst een Japanse motor de race der races zou winnen. Na in de periode van 1970-1971, heel veel geld gespendeerd te hebben, was de droom over voor de Birmingham Small Arms Company, oftewel BSA. Op de rand van de financiële afgrond in Engeland, kon het bedrijf zich het “carte blanche" raceprogramma niet meer veroorloven en moesten alle fabriekscoureurs, behalve Dick Mann en Gene Romero op zoek naar een andere sponsor/werkgever. BSA rijders Aldana en Emde, plus de Triumphcoureurs Castro, Nixon en Rockwood gingen op zoek naar een ander team c.q. sponsor. Een team dat helemaal niet in Daytona zou zijn, was het Harley-Davidson team. Zij waren in een definitieve ontwikkelingsstadium met de nieuwe XR750 motor, maar die was nog niet concurrerend voor de Daytona 200, zij verwachtten pas later klaar te zijn. De tweevoudige winnaar Cal Rayborn zou de race van dit jaar dus niet aan de start verschijnen. Het Amerikaanse John Player tabaksbedrijf, sponsorde het Britse team Norton in Daytona, en die kwamen met Britse coureurs aan de start, Phil Read en Peter Williams. Yamaha had een volledig nieuwe machine, die speciaal voor Daytona was ontwikkeld, een 350cc tweecilinder. Zij hadden een fabrieksteam aangesteld met Kel Carruthers, Jim Odom, Keith Mashburn en “rookie” Kenny Roberts. Daarnaast waren er een aantal privé Yamaha's ingeschreven, met één gesponsord door het grote Amerikaanse motorsportblad: Motorcycle Weekly”. Don Emde, ontslagen door BSA, was gevraagd om de machine van het Team MCW voor 1972 te berijden. 

Dave Smith (3e)

Art Baumann

Geoff Perry

Don Emde
© Motorcycle Hall of Fame Museum
Eric Offenstadt voor Cliff Carr.

1972, Gene Romero voor Gary Nixon.

Deze Yamaha werd getuned en mede gesponsord door Mel Dinesen (1913-2006, zie foto's onder Don Emde story), een Yamaha-dealer uit Bakersfield, Californië die Don Emde had gesponsord in de wegrace in 1969 en 1970. Tijdens de Speedweek, waren de snelheden van de nieuwe 750cc Suzuki en Kawasaki precies wat was verwacht, met beide merken die valsnelheden draaiden van meer dan 274 kilometer per uur, de hoogste snelheden ooit gemeten op het Daytona-circuit. Terwijl hun machines wat snelheid betreft onklopbaar waren, hadden de Suzuki’s en Kawasaki’s toch grote problemen. De paarden- en G-krachten rukten het rubber binnen een paar ronden van hun banden. Bij de kwalificatie was Suzuki, zoals verwacht het snelste. Art Baumann plaatste een nieuw kwalificatierecord van 177.57 km/u gevolgd door Nicholas in 174.82. Geoff Perry was de grote verrassing toen hij zijn Suzuki 500cc tweecilinder met 172.98 kwalificeerde op de derde plek. Toen de vlag bij het begin van de race viel, ging Baumann er van tussen en leidde de eerste negen doorkomsten, op korte afstand gevolgd door Yvon "Superfrog" Duhamel op een Kawasaki. In de negende ronde viel Art Baumann uit met mechanische problemen en DuHamel nam de kop over. Yvon, die in 1968 tweede was geworden op een 350cc Yamaha, leek te vliegen en leidde de race op zijn nieuwe 750cc Kawasaki tot hij in ronde 15 een pitsstop maakte. Met DuHamel in de pits, plaatste Jody Nicholas zijn fabrieks Suzuki aan de leiding en trok een flinke afstand tot de achtervolgers. Hij reed een superrace en had een overvloed aan paardekrachten. Het was een onverslaanbare combinatie op dat punt in de strijd. Jammer genoeg voor Nicholas, werkten de pk’s die hem aan de leiding hadden geholpen nu tegen hem. In ronde 27 liep het loopvlak van zijn achterband en hij was uit de race. Op dit punt in de wedstrijd,  werd de officiële racevolgorde noteren een zeer moeilijke klus. Dit was toe te schrijven aan het aantal uitvallers en de vele onverwachte en ongeplande pitsstops. Vele coureurs hadden zich naar voren gewerkt en kwamen in aanmerking voor de overwinning. De stand in ronde 27 was Gary Fisher op de eerste plaats, Dave Smith in tweede, Ray Hempstead in derde met Don Emde en Phil Read als aan een touwtje in gevecht voor de vierde plaats. Fisher, die in 1971 de race had geleid, totdat zijn motor het begaf, nam de leiding over toen de band van Nicholas het ook begaf. Na slechts één doorkomst aan de kop van het veld in 1972, was hij opnieuw uit de race, dit keer met een gescheurde benzinetank. Nu werd het een race tussen Norton-rijder Phil Read, Ray Hempstead en de rijders Dave Smith uit Californië en Don Emde. Laatstgenoemde trio op privé Yamaha’s. Phil Read werd de nieuwe koploper toen Fisher uitviel. Op dat moment waren de Yamaha’s van Hempstead, Emde en Smith binnengeweest voor benzine te tanken en lagen achter Read in de race, tot hij in ronde nummer 33 ook naar binnen moest. Read had wat problemen met zijn stop en verloor ongeveer dertig seconden. Toen de tankstops van de leiders allemaal gedaan waren, lagen Hempstead en Emde één en twee met Smith en Read op drie en vier. Hempstead leidde van ronde 34 tot 42, dan ging Emde hem met behulp van Dick Mann (foto links met #1), die de hele race in en uit de pits was geweest met problemen, voorbij. Mann kwam uit de pitsstraat en Emde maakte hiervan gebruik, daar Hempstead hierdoor wat problemen ondervond. Hempstead pakte Don Emde in ronde 47 weer terug, maar een ronde later nam Emde de kop voorgoed over en ging voor de winst, ondanks de last die hij had van een blessure opgelopen tijdens een flinke val in de trainingen. Emde reed een gemiddelde van 166.30 km/u over de 200-mijlen om daarbij een aantal records te breken in Daytona. De winst was de eerste voor Yamaha, met de 350cc motor tevens de lichtste motor die ooit won en de eerste tweecilinderwinst. Aangezien Don’s vader, Floyd, de race (op het strand) in 1948 had gewonnen, was hij ook de eerste vader en zoon die de race hadden gewonnen. Emde won $13.000 voor zijn inspanningen voor een recordmenigte van 49.000 toeschouwers. Door de vele problemen, die waren ontstaan door de enorme toename van pk's de laatste jaren, besloot de organisatie om een chicane aan het circuit toe te voegen ingaande 1973. 

1972 winnaar Don Emde in gesprek met v.l.n.r. vader Floyd Emde (winnaar van 1948, de enige vader-zoon winnaars), Don's tuner Mel Dinesen en Don Vesco, eigenaar en tuner van de #20 motor, die derde plaats behaalde met Dave Smith aan het stuur. Links op de foto de nummer 2 van 1972, Ray Hempstead.`

© Don Emde Productions (zwart-wit)

 Don Emde werd geboren in een echte motorrijdersfamilie, zoals al eerder op de site vermeld, op 16 Februari 1951, in San Diego, Californië, als zoon van Floyd en Florence Emde. Als opgroeiend kind, hing Don veel rond in de motorfietszaak van de familie in National City, Californië. Toen hij ouder werd, zou hij veel tijd in de winkel doorbrengen, met allerlei klusjes doen. In de raceweekends, ging Don met zijn oudere broer Bob, mee tijdens diens korte racecarrière, om te helpen. Later deed de jongste broer David, hetzelfde voor Don, meereizen en helpen. David begon later ook een racecarrière. Don Emde begon eerst aan motorcrossraces deel te nemen met een kleine 80cc Suzuki motorfiets. Hij boekte snel progressie en won zeer regelmatig zijn races en al snel zette hij de eerste stappen in de dirttrack en daarna in de wegrace. Hij werd spoedig een van de beste racers van Californië eind jaren ’60. In zijn rookieseizoen, 1970, had Emde direct al veel succes in de wegraceklassen. Hij pakte zijn eerste podium bij de A.M.A., als derde, bij de wegrace in Loudon, New Hampshire. Later dat seizoen, in de klasse 250cc, in Talladega, won hij zijn eerste race bij de profs, na een hard gevecht met de toppers Gary Nixon en Cal Rayborn. Eind 1970 tekende Don Emde, voor het seizoen 1971, een fabriekscontract bij BSA, waar zijn prima prestaties in 1970 niet onopgemerkt waren gebleven. Met pijn in zijn hart verliet hij zijn toenmalig sponsor, Mel Dinesen, maar hij kon deze kans niet laten lopen. De gecombineerde BSA/Triumph fabriek schreven flink in voor de Daytona 200 van 1971. BSA bracht een topteam in de baan, Mike Hailwood, Dick Mann, David Aldana, Jim Rice en Don Emde en het Triumphteam bestond uit Gene Romero, Don Castro, Tom Rockwood, Gary Nixon en Paul Smart. Don Emde werd verrassend derde tijdens zijn debuut op Daytona, achter Dick Mann en Gene Romero. Hij betrad dat jaar nog twee maal het podium dat seizoen, in de A.M.A. competitie (Kent, Washington en Talladega, Alabama), maar eindigde buiten de eerste tien in het “Grand National” kampioenschap van de A.M.A., dit door de slechte resultaten in de dirttrackwedstrijden. Dit was niet het terrein voor Don en hier werden wel de meeste wedstrijden in het kampioenschap op verreden. Begin van het seizoen 1972 ging BSA bijna failliet en moest flink reorganiseren en Emde was een van de slachtoffers van de bezuinigingen. Emde moest dus zonder fabriekssteun verder en wat dit betekende kun je hierboven in het verslag van de Daytona 200 van 1972 lezen. De winst in Daytona betekende de mooiste in Don Emde zijn carrière. Het was vanaf zijn kinderjaren zijn droom geweest en nu had hij het volbracht. Na het winnen van de 200, kreeg Emde met veel pech te maken in zijn raceloopbaan. Hij reisde naar Europa om in Engeland aan de Transatlantische Races deel te nemen, tussen Engeland en Amerika, maar had weinig succes. Hij reed ook een internationale race in Italië, maar viel uit met mechanische problemen. De rest van het 1972 seizoen bracht hem geen prijzen en na het als zevende finishen, op een Suzuki, in de Daytona 200 in 1973, trok Don Emde zich terug uit de actieve racerij. Na zijn racecarrière bleef Emde in het familiebedrijf werkzaam en werd ook manager voor Bell-Helmets. Middenjaren '80, werd Emde uitgever van het blad “Motorcycle Dealer News”. Hij lanceerde ook een tijdschrift genaamd “Motorcycle Collector“. En als hobby dook hij in de wereld van historische motorfietsen. Hij verwierf tevens een grote verzameling van memorabilia en historische racefoto's. 

 

In 1990 werd Don Emde auteur en bracht het boek "The Daytona 200, The History Of America's Premier Motocycle Race" uit, waar ik toestemming voor heb gekregen, van Don, om foto’s voor mijn site uit te gebruiken. In 2003 brengt hij een tweede editie uit en waarschijnlijk midden 2008 een derde.

Don en zijn vrouw, Tracy, leven in Zuidelijk Californië. Ze hebben twee kinderen, een zoon, Jeff, en een dochter, Jennifer. 

1969, Don Emde op zijn 100cc Hodaka machine met de Yamaha 250cc TD1C rechts; en de Yamaha 350cc TR2 links. Op de achtergrond Mel Dinesen's  truck.

Don Emde's sponsor en tuner in 1969 & 1970, Mel Dinesen. De man die Don wederom een Yamaha gaf, nadat deze bij BSA aan de kant was gezet. De door Mel geprepareerde Yamaha was de winnende machine in 1972 van de Daytona 200. Mel stierf een natuurlijke dood op 93 jarige leeftijd, d.d. 04-06-2006.

Don Emde (in de midden) genietend van een ijskoude Coke en van de  complimenten van Cal Rayborn (3e in de race) na Don’s winst in de klasse 250cc in Talladega, in 1970, Mel Dinesen, achter Don rechts. Floyd Emde, Don’s vader staat links achter Don, terwijl Yamaha tuner Art Barda Gary Nixon troost.

Mel diende in de Marine vóór en tijdens De tweede wereldoorlog en je kon zijn militaire discipline terugvinden in zijn stijl van werken, alles volgens dezelfde procedure en perfectie nastrevend. Mel was motordealer in Bakersfield, Californië van 1950 tot 1980. Dinesen zou talrijke dirttrack coureurs sponsoren, alvorens hij als tuner in de wegrace zou stappen, met Ron Pierce als jonge rijder. Ron won talrijke races met Mel's Yamaha's, en die leverden hem een fabriekscontract bij Yamaha op. Dat moment opende de deur voor Don Emde. 1969 was zijn eerste jaar op de machines van Dinesen en het duurde niet lang voor dingen op zijn plaats gingen vallen en Don, diverse races en kampioenschappen won op de motoren van Mel.
© Don Emde

 

1972 Yamaha fabrieksteam voor de Daytona 200: Kel Carruthers (#73), Kenny Roberts (#60), Pat Evans (#21, 'novice'-race), Keith Mashburn (#19), Jim Odom (#18) en Howard Lynggard (#7, juniorrace).

Pat Evans (28-april 1955 - 6 april 1977) maakte hier in 1972 op zestien jarige leeftijd zijn debuut in Daytona, op een fabrieksmachine van Yamaha. Nog niet voor het grootste evenement, de Daytona 200, maar in de 76-miles novicerace, voor "beginnelingen". Evans was een van de grootste Amerikaanse talenten in die tijd, maar helaas kwam een paar weken na de Daytona 200 van 1977, om het leven na de F750cc 200 race op Imola, na een crash in de 1e manche. Hij had diverse verwondingen aan zijn hoofd en borst en zou drie dagen later in het zieknhuis overlijden. Na deze race verloor Amerika nog een van zijn jonge talenten. Randy Cleek (27 juli 1955 - 03 april 1977) kwam na dezelfde F750cc race op Imola om het leven, samen met 2 vrienden, tijdens een kettingbotsing op weg naar zijn hotel.

 

UITSLAG (alleen eerste 30) DAYTONA 200 1972

 

  Rijder Land Merk Aantal ronden

Trainingstijd

1 Don Emde USA Yamaha 53 21e
2 Ray Hempstead USA Yamaha 53 18e
3 Dave Smith USA Yamaha 53 17e
4 Phil Read Engeland Norton 53 22e
5 Fred Guttner West-Duitsland Yamaha 53 wpe2.jpg (42418 bytes)
6 Eddie Mulder USA Triumph 52
7 Jim Odom USA Yamaha 52
8 Mike Ninci USA BSA 52
9 Duane McDaniels USA Yamaha 52
10 James Dunn USA Yamaha 52
11 Mark Williams USA Yamaha 52
12 George Kerker USA Honda 52
13 James Allen Canada Yamaha 52
14 Geoff Perry Nieuw-Zeeland Suzuki 51 3e
15 Mike Lane USA Yamaha 51
16 Keith Mashburn USA Yamaha 51
17 Larry Darr USA Harley-Davidson 51
18 Conrad Urbanowski USA Yamaha 51
19 Don Twigg USA BMW 49
20 Doug Libby USA Yamaha 49
21 Jess Thomas USA Yamaha 49
22 Dick Mann USA BSA 47
23 Tom Rockwood USA Triumph 47
24 Roger Reiman USA Honda 45
25 Gene Romero USA Triumph 45
26 Edward Salley USA Yamaha 45
27 John Samways USA Kawasaki 44
28 Gary Scott USA Kawasaki 43
29 Michael Meyer USA Honda 43
30 R.G. Wakefield USA Kawasaki 43

 

UITSLAG 250cc 1972

  Rijder Merk
1 Dave Smith Yamaha
2 Kenny Roberts Yamaha
3 Robert Winters Yamaha
4 Ray Hempstead Yamaha
5 Ron Pierce Yamaha
6 Marty Lund Yamaha  
7 Jean Lysight Yamaha  
8 Harry Cone Yamaha  
9 Fred Guttner Yamaha  
10 Jerry Christopher Yamaha  
11 James Odom Yamaha  
12 Robert Pepper Yamaha  
13 Duane McDaniels Yamaha  
14 Jerry Greene Yamaha  
15 Bruce Schoemaker Yamaha  
16 James Metrando Yamaha  
17 Gary McGoron Yamaha  
18 Ken Molyneux Yamaha  
19 Robert Sharp Yamaha  
20 Paul Higgins Yamaha  

1972, de eerste drie in de 250cc klasse: Kenny Roberts, Dave Smith & Robert Winters.

 

1972 winnaar Don Emde met links vader Floyd Emde (winnaar van 1948).

 

Fabrieksteam van Harley Davidson in 1972.

Mert Lawwill

Mark Brelsford

Dave Sehl

Paul Smart

 

Cliff Carr

Yvon Duhamel

Jack Findlay

Christian Bourgeois

Mark Williams

Frank Gillepsie

Gary Nixon met miss & Buddy Elmore (#81)

Ron Grant

Gary Nixon

 

Met dank aan Brian Kostwinder

 

 

 

 

1973

 

Daytona 200 1973, Don Castro achter Yamahateammaat Gary Fisher.

 

1973: Voor het bepalen van je startpositie werden de coureurs één voor één "losgelaten", men reed eerst een warm-up ronde en daarna één ronde volgas voor je starttijd. Op bovenstaande foto staan Jim Dunn (75), Jan Kostwinder en Renzo Pasolini op hun beurt te wachten. Pasolini zou 2 maanden later (20 mei 1973) om het leven komen, tijdens de Italiaanse GP op Monza, samen met de Fin en winnaar van Daytona 1973, Jarno Saarinen.

Kawasaki toppers Gary Nixon & Art Baumann op kop in het begin van de race.

Tot de victorie van Don Emde waren het steeds de Amerikaanse en Engelse merken geweest die de lauweren oogstten, uitgezonderd in 1970, toen Dick Mann met Honda als eerste finishte. Drie keer werd Indian winnaar, zestien zeges gingen naar rijders met een Harley-Davidson, vijf zeges waren voor Norton, twee voor BSA, terwijl het derde Britse merk, Triumph, drie keer zegevierde Maar in 1972 was het duidelijk: zware viertakten moesten het loodje leggen tegen de veel zuinigere, handelbaardere en lichtere Yamaha-tweetakten. Toen Jarno Saarinen gevraagd werd naar zijn kansen tussen het geweld van al die zware kanonnen, met zijn veel kleinere 350cc machine, zei hij: "Onze fiets doet in snelheid voor die grote karren niet veel onder, dus moet het mogelijk zijn bij de eersten te eindigen. Voorts is het zo dat we bepaald in het voordeel zijn wat het gebruik betreft. De grote machines zullen minstens twee keer naar de pits moeten om bij te tanken, terwijl wij met de TZ 350 slechts éénmaal moeten tanken, want de race heeft een lengte van ongeveer 300 km en een Grand Prix race van 160 km lengte rijden we gemakkelijk op één tank benzine. Verder is zo'n 350 veel lichter, dus zal ik veel minder snel vermoeid zijn dan mijn collega's met de zware machines. Enige tijd later bleek dat de redenatie van Jarno juist was geweest, want geen ander dan hij werd na tweehonderd mijl als eerste door de vlag gestopt. Weer waren de grote fabrieksmachines vroegtijdig achter de pits gerold, toen de motoren verdere dienst weigerden. Weer was het de veel kleinere Yamaha, die de race had gemaakt en gewonnen. Voor het eerst in de geschiedenis van de 200 Mijl had een niet-Amerikaan gewonnen en scoorde Yamaha een fantastisch resultaat door met zes machines bij de eerste tien te finishen. Jarno Saarinen was de eerste Europese coureur die een topprestatie neerzette door de vele Amerikaanse rijders te verslaan. Hij eindigde op de eerste plaats aan het stuur van een 350cc Yamaha voor Kel Carruthers (Australië), die de machine van Saarinen had geprepareerd. Kel Carruthers die de 250cc categorie over 100 mijlen in 1970 en 1971 op zijn naam had gebracht en later als teammanager en race-ingenieur van Kenny Roberts grote successen zou vieren. Vanaf 1974 in het AMA kampioenschap en vanaf 1978 in de Grand Prix. Kel zou tot 1995 actief blijven in de Grand-Prix racerij als manager bij diverse andere coureurs, daarna zou hij het rustiger aan gaan doen in de racerij in Amerika. Carruthers had overigens voor de 1973-er Daytona ook vier 250cc Yamaha's geprepareerd voor de 100 mijls race. Dit zou eveneens de Daytona 200 een hattrick voor Yamaha opleveren. De race werd gewonnen door Gary Fisher.

 

s

t

a

r

t

 

 

1973: Suzuki blauw en Kawasaki groen op de eerste startlijn voor het vertrek van de 200 mijlen: Paul Smart (8), Art Baumann (30), Geoff Perry (65), Gary Nixon (9), Ron Grant (61). Tweede rij: Kenny Roberts (80) en Ron Pierce (97).

Van de eerste rij zou er geen finishen!

  O.a. Yvon Duhamel (17), Jarno Saarinen (10), Don Castro (11), Mark Brelsford (1) Kel Carruthers (37), Yutaka Oda (111) Paul Smart (8).

 

  Paul Smart

 

 

Kawasaki toppers Yvon Duhamel & Art Baumann

Jarno Saarinen & Teuvo Länsivuori.

De 200 van 1973 was een krachtmeting tussen de fabrieken Kawasaki, Suzuki en Yamaha. Alle drie de merken kwamen in Daytona aan met de noodzakelijk componenten om te winnen. Kawasaki had nu Art Baumann, Yvon DuHamel, Cliff Carr, Gary Nixon, Hurley Wilvert en Masahiro Wada uit Japan in dienst. Suzuki had Ron Grant, Paul Smart, Geoff Perry en de verdedigende kampioen Don Emde. Kawasaki en Suzuki dachten dat met de hoge snelheden die zij in 1972 op het prachtige Daytonacircuit hadden bereikt, gekoppeld aan betere banden in 1973, de winst gepakt kon worden. Yamaha deed een gooi naar prolongatie van de titel met hun betere brandstofgebruik en minder bandenslijtage ten opzichte van de concurrentie. Dit gecombineerd met motorfietsen die snellere bochten konden “lopen” in het binnengedeelte van de baan. Men had voor meer zekerheid ook nog waterkoeling aan de motoren toegevoegd. Een toeschouwersmenigte van 61.200 enthousiasten kwam om getuige te zijn van wat een grote krachtmeting beloofde te worden. Na de kwalificatie, leek het alsof de race nog maar twee kandidaten overhad voor de titelslag. Suzuki en Kawasaki deelden de eerste zeven posities bij de start, met Paul Smart, die voor de derde keer in zijn carrière, de snelste tijd had gepakt en dus van pole-position mocht vertrekken op zijn Suzuki. Toen de vlag viel, leek het zelfs nog maar een één merkrace. De Kawasaki’s van Duhamel, Baumann en Nixon “spoten” weg van de rest van het veld. Nixon keek, vanuit derde positie, rustig toe terwijl Yvon Duhamel en Art Baumann de leiding afwisselend in handen hadden gedurende de eerste ronden. Dan gebeurt er voor Kawasaki een klein rampje, in de negende ronde liggen de twee leiders beiden naast hun groene machines. Dit gebeurde toen zij waarschijnlijk met een gladde plek op de baan in aanraking kwamen en beiden de controle over hun machines verloren. De volgende ronde gebeurde er een spectaculaire crash in het binnengedeelte van de baan. Mark Brelsford, de nieuwe nationale kampioen van de A.M.A., kwam met Larry Darr, een andere Harley-Davidsonrijder in botsing, bij de snelle draai. Gelijktijdig scheurde de tank van glasvezel van Brelsford zijn machine en de uitlaatpijpen werden van de cilinders losgescheurd. De rondspuitende brandstof en de open uitlaatpoorten resulteerden in een spectaculaire brand en de machine van Brelsford werd totaal vernietigd en brandde uit. Mark Brelsford liep tijdens de valpartij diverse verwondingen op, die hem voor het grootste deel van het seizoen uitschakelden.

1973 beide Harley coureurs overleefden de vlammenzee, Mark Brelsford (1) en Larry Darr. Darr reed langzaam over het circuit en Brelsford zag hem niet. Hij reed op hem in en zijn machine vlatte vlam.

Met Duhamel en Baumann uit de strijd, bevond Gary Nixon zich aan de leiding. De winnaar van 1967 had stevig de controle over de race en leidde tien rondes alvorens zijn Kawasaki, met mechanische problemen, naar de kant moest. Geoff Perry, kon nu bewijzen dat hij kon winnen. Hij nam de kop over toen Nixon uitviel, maar slechts één ronde later viel ook hij uit met ontstekingsproblemen. Droevig genoeg, zou Geoff Perry geen andere kans meer krijgen om in Daytona te winnen. Hij kwam later dat jaar om het leven toen een Boeing 747 lijnvliegtuig, waar hij als passagier in zat, neerstortte in de Pacific Ocean op weg naar Los Angeles. Hij verdween samen met alle passagiers aan boord in de diepte van de oceaan……. Terug naar de race van 1973, de nieuwe (vierde) leider was nu Gary Fisher op een Yamaha die de race vijf doorkomsten op kop doorkwam, totdat hij moest gaan tanken. Hij kwam de race, na zijn tankstop binnen op een tweede plaats, maar een gebroken krukas wierp hem in de 30ste ronde uit de strijd. Ron Grant was de volgende koploper op zijn Suzuki, maar ook hij moest de strijd opgeven toen de ontsteking van zijn Suzuki het begaf in de 31ste ronde. Hetzelfde probleem hadden zijn teammaten, Paul Smart en Geoff Perry, al eerder ondervonden en uitgeschakeld. 

Phil Read op zijn Norton 

De leiding ging nu naar een Yamaha. Wereldkampioen Jarno Saarinen uit Finland nam de kop in ronde nummer 32 over en reed de laatste twintig ronden alleen naar de overwinning. Kel Carruthers, zelf een vroegere 250cc wereldkampioen, lag op de tweede plaats en de jonge Jim Evans beëindigde als derde, in zijn rookiejaar, de Daytona 200.  De overwinning van Saarinen betekende het tweede jaar in een rij dat Yamaha de eerste drie posities zou grijpen. Van de tien fabrieks Suzuki’s en Kawasaki’s die de race begonnen, was Suzuki coureur Don Emde de enige die nog bij de finish in het zadel zat. Door het aanbrengen van de chicane, waren de gemiddelde snelheden van de race iets langzamer dan in voorgaande jaren. Het gemiddelde van Jarno Saarinen voor de race was 157.96 km/u tegen 166.31 km/u in 1972 door Don Emde. Tragisch genoeg zou evenals Geoff Perry, Jarno Saarinen ook niet de kans krijgen om Daytona nogmaals te winnen. Hij stierf ook later dat jaar, tijdens de Italiaanse Grand Prix op Monza, na een crash die ook het leven kostte aan de Italiaanse ster Renzo Pasolini. Niet minder dan zes Yamaha's werden er uiteindelijk, aan de finish, bij de eerste tien geteld. De eerste echte 750cc machine was de uit 1972 daterende Daytona Triumph driepitter van Dick Mann op een vierde plaats. De 39-jarige veteraan, die in 1970 de titel binnenhaalde voor Honda en in 1971 de hoogste eer opeiste voor Triumph/BSA. Wat heeft Yamaha wat wij niet hebben vroegen alle andere fabrieken, Honda, Kawasaki, Suzuki, Triumph, Norton en Harley-Davidson zich zeer waarschijnlijk af. Was het de waterkoeling? De perfecte handelbaarheid? Het geringe gewicht of het geringe brandstofgebruik, die maar één pitsstop noodzakelijk maakte? Was het de zesversnellingsbak of toch de rijders? Wie het vijfsmans sterke Yamahafabrieksteam bezig had gezien met de 350cc (348 om precies te zijn) Yamaha, wist het antwoord voor een groot deel. Kel Carruthers, de Australische veteraan, met zijn gouden handen. De rijdertechnicus die verantwoordelijk was voor het prepareren van de machines. De 350cc Yamaha's waren al drie maanden voor Daytona in Amerika aangekomen en Kel had dus alle tijd gehad om ze op en top te prepareren. De 35 jarige ex-wereldkampioen 250cc (1969 op een Benelli) had de 72-73 pk's uit het blok getoverd en dit stak toch wel schril af tegen de 100 pk van de 750cc motoren van de ander Japanse grootmachten. Het bleek echter weer genoeg om de winst op Daytona te pakken en Yamaha zou dat zeker weer gaan merken aan de verkoopcijfers van 1973. 

Geoff Perry (#65) voor Jarno Saarinen (#10), kwamen beiden om het leven in 1973, de eerste door een vliegtuigongeluk en de tweede op een Imola tijdens een race. 

             

Suzuki snelvulsysteem

De 350cc Yamaha van Jarno Saarinen, Gary Fisher & Kel Carruthers.

De 350cc Yamaha's van Jarno Saarinen, Gary Fisher & Kel Carruthers.

Cliff Carr

1973: Franse toppers Olivier Chevallier en Michel Rougerie. Beiden zouden om het leven komen tijdens een Grand Prix.

Carruthers 

Suzuki pitsbox

De tankinhoud was volgens het A.M.A. reglement gebonden aan de maximum inhoud van 23.5 liter. Voor de zuinige Yamaha's was dit meer dan voldoende om maar één tankstop te hoeven maken. Ook voldoende voor de ietwat economische viertakten onder de 750cc machines, maar de 750cc driecilinder tweetakten van Suzuki en Kawasaki kwamen er zwaar aan te kort en moesten  twee maal tanken, ook al gebeurde dit met speciale snelvulsystemen uit de luchtvaart, in circa vijf seconden. 

1973_daytona_Saarinen.10_wint.jpg (73261 bytes)

1973_Saarinen_00_.jpg (58478 bytes)

Jarno Saarinen (10) voor Gary Fisher (21) en Ron Pierce   Jarno Saarinen (10) als winnaar van Daytona 200 in 1973, naast Kel Carruthers (2e).

Saarinen op weg naar de overwinning

Jim Evans (47) pakte de derde plaats in 1973 achter Saarinen en Carruthers.

Saarinen als winnaar van Daytona 200 in 1973, naast Kel Carruthers die de 350cc Yamaha van zichzelf en Saarinen had geprepareerd..

 

1973 Kenny Roberts 250cc Yamaha Kenny Roberts

De vroegere wereldkampioen 250cc, in 1969, Kel Carruthers deed vier maal mee aan de Daytona 200-miler; zijn beste klassering was een tweede plaats in 1973. Na zijn racecarrière speelde hij ook een belangrijke rol bij Yamaha als tuner en manager. Na zijn emigratie naar de Verenigde Staten vanuit zijn geboorteland Australië, ging Kel in de omgeving van San Diego wonen. Daar werkte hij veel met Don Vesco (1939-2002), een snelheidsrecordhouder (Bonneville), vroegere wegracer en Yamaha-dealer, expert in het ontwikkelen van extra vermogen van Yamaha motoren. Kel werd later raceteammanager bij Yamaha in de Verenigde Staten. Kel werkte nauw samen met Kenny Roberts bij Yamaha en begeleidde hem naar Europa om een succesvolle aanval op de Wereldtitel 500cc Grand Prix racen te doen. 

UITSLAG DAYTONA 200 1973 

            

 

  Rijder Land Merk Aantal   ronden Trainingplaats
1 Jarno Saarinen Finland Yamaha 52 12e
2 Kel Carruthers USA Yamaha 52 18e
3 James Evans USA Yamaha 52

Kel Carruthers

4 Dick Mann USA Triumph 52
5 Conrad Urbanowski USA Yamaha 51
6 Morio Sumiya Japan Honda 51
7 Don Emde USA Suzuki 51
8 Mick Grant Engeland Yamaha 51
9 Don Castro USA Yamaha 51
10 Steve McCaughlin USA Honda 51
11 Harry Cone USA Yamaha 51
12 Frank Gillespie USA Yamaha 51
13 Dave Smith USA Yamaha 50
14 Gary Scott USA Triumph 50
15 Doug Sehl Canada Harley-Davidson 50

Don Emde (7e) voor Guido Mandracci (49e) - 1973

16 Robert Winters USA Yamaha 50
17 Mert Lawwill USA Harley-Davidson 50
18 Martin Sharpe Engeland Yamaha 50
19 Andy Lascoutx USA Yamaha 49
20 George Kerker USA Honda 49
21 Buddy Elmore USA Yamaha 49
22 Bob Bailey USA Triumph 49
23 Teuvo Länsivuori Finland Yamaha 49
24 Peter Williams Engeland Norton 49
25 Robert Wakefield USA Yamaha 48
26 Bill Manley USA Honda 48

pitsstop Gary Fisher

27 Kurt Leibmann USA BMW 48
28 Steve Baker USA Yamaha 48
29 Tom Schroeder USA Yamaha 48
30 Tom Rockwood USA Yamaha 48
31 Ivor Lloyd Canada Honda 48
32 James Chen USA Honda 48
33 Mike Ninci USA Yamaha 48
34 Jean Lysight Canada Yamaha 47
35 Christian Bourgeois Frankrijk Yamaha 47
36 Dave Sehl Canada Harley-Davidson 47
37 Charles Mortimer Engeland Yamaha 46
38 Randy Scott USA Yamaha 46
39 Bob Ely USA Yamaha 45
40 Reggie Chosney USA Yamaha 45
41 Johnny Rall USA Yamaha 44
42 Cliff Carr USA Kawasaki 43 20e
43 Chuck Palmgren USA Yamaha 43
44 Bob Bulmer USA Yamaha 43
45 Larry Schafer USA Harley-Davidson 42
46 Jerry Greene USA Yamaha 40
47 Greg Edmunds USA Triumph 40
48 Rex Butcher Engeland Kawasaki 40
49 Guido Mandracci Italië Suzuki 38 17e
50 Dave Damron USA Yamaha 37
51 Ron Pierce USA Yamaha 35 10e
52 Renzo Pasolini Italie Harley-Davidson 34
53 Dave Aldana USA Norton 34
54 Ron Grant USA Suzuki 31 5e
55 Cal Rayborn USA Harley-Davidson 31 11e
56 Gene Romero USA Triumph 31
57 Gary Fisher USA Yamaha 30 8e
58 Christian Leon Frankrijk Kawasaki 27
59 Eric Offenstadt Frankrijk Kawasaki 27
60 Geoff Perry Nieuw-Zeeland Suzuki 27 3e
61 Yvon Duhamel Canada Kawasaki 26 7e
62 Mary Lunde USA Yamaha 26
63 John Cooper Engeland Norton 25
64 Art Baumann USA Kawasaki 25 2e
65 Paul Smart USA Suzuki 24 1e
66 George Roche USA BMW 23
67 Paul Higgins Canada Yamaha 22
68 James Metrando USA Yamaha 22
69 Gary Nixon USA Kawasaki 21 4e
70 Reg Pridmore USA BMW 21
71 Jeff March USA Yamaha 19
72 Kenny Roberts USA Yamaha 19 9e
73 Torello Tacchi USA Suzuki 19
74 James Allen Canada Suzuki 18
75 Hurley Wilvert USA Kawasaki 16 19e
76 Jan Kostwinder Nederland Yamaha 13
77 Yutaka Oda Japan Yamaha 11 16e
78 Dan Sorensen USA Yamaha 11
79 Mike Lane USA Honda 11 13e
80 Jess Thomas USA Yamaha 11
81 Jack Findlay Australië Suzuki 11
82 Ray Knight Engeland Triumph 10
83 Ronnie Dottley USA Yamaha 10

Kel Carruthers (2e) voor Greg Edmunds (47e)

© Motorcycle Hall of Fame Museum

84 Larry Darr USA Harley-Davidson 9
85 Mark Brelsford USA Harley-Davidson 9
86 Steve Delgarno USA Yamaha 9
87 Jim Dunn USA Yamaha 9
88 Mike Sponseller USA Triumph 8
89 Roger Reiman USA Honda 7
90 Masahiro Wada Japan Kawasaki 4
91 Gerhard Heukerott West-Duitsland BMW 3
92 Stan Friduss USA Suzuki 2
93 David Atherton USA Ducati 2
94 Doug Libby USA Honda 1
 

Totaal 45 finishers

 

Jarno Saarinen zelf aan het sleutelen.

Met dank aan Brian Kostwinder

 

Gary Fisher & Larry Schafer.

Kel Carruthers, Don Castro en Gary Fisher.

Tankstop Kenny Roberts.

 

1973 Cliff Carr

1973 Renzo Pasolini 1973 Yamaha niet echt bescheiden Gene Romero

 

Jarno Saarinen Renzo Pasolini Mike Hailwood Jack Findlay Gene Romero Mark Brelsford Jim Rice Mert Lawwill

 

 De 750cc  Harley Davidson van Calvin Rayborn begin jaren '70.

 

UITSLAG DAYTONA Motocross 1973 

  Rijder Land Merk
1 Pierre Karsmakers Nederland/USA Yamaha
2 Mike Runyard USA CZ
3 Brad Lackey USA Kawasaki

Het nieuwe circuit in 1973, zoals het tot 1975 werd gebruikt.

 

 

Deel 5, Daytona 1974-1975

HOME

©opyright 2006 Gerard van der Pot.