|
| |
|
1980
- De overstap naar de endurance. |

Bert Struijk werd
voor het seizoen 1980 door de Nederlandse lange-afstandrijder, Johan
v/d Wal, gevraagd om met hem samen deel te nemen aan het F.I.M.
endurance wereldkampioenschap. Van der Wal had al eerder aan
endurancewedstrijden deelgenomen, van 1977 t/m 1979 met de bekende N.M.B. rijder
(later KNMV) Tonnie
van Schijndel, die om diverse redenen inmiddels gestopt was c.q. aan
de kant geschoven.
Bert
was een beetje uitgekeken op de wegrace. Het steeds maar weer
oppeppen om prestaties te leveren. En als hij een keer niet bij de
eerste drie eindigde, maar voor zijn gevoel wel goed had gereden, de
vragen te moeten beantwoorden van: word je te oud, gaat het niet
meer? Ook het mislukken van zijn Grand Prix avontuur in '79 speelde
een grote rol. Bert had daarin geen ervaring en zijn machines waren
ook niet optimaal, waarbij ook nog zijn manager, Jan Muis, na
conflicten wegviel.
 |
|
Bert met teammaat Johan van der Wal. |
In eerste instantie zou
Bert terugkeren naar de halveliterklasse in 1980. Hij had alles al
rond voor het nieuwe seizoen. In Roel Massink vond hij een nieuwe
manager en via zijn sponsoren kocht hij een Suzuki 500 van Albert
Siegers. Op een avond
echter belde zijn sponsor Valvoline op en deelde hem mede te willen
stoppen met de sponsoring, dit vanwege het feit dat hun ter ore was
gekomen dat Bert met Johan v/d Wal lange-afstandraces zou gaan
rijden. De 'Bommelaar' stond versteld van dit telefoontje, want hij
en zijn manager Massink, wisten zelf helemaal van niets en ze waren
zich aan het voorbereiden voor het 500cc seizoen. Nieuwsgierig
geworden waar dit verhaal vandaan kwam belde Bert diezelfde avond
nog naar V/d Wal. Deze stapte in de auto en reed naar Zaltbommel,
waar hij en Bert kennis met elkaar maakten, want ze kenden elkaar
niet eens! Ze sloten diezelfde avond een deal, want Johan v/d Wal
had wel degelijk interesse in Bert als co-equiper. Zo stapte de op
dat moment 32-jarige Struijk dus van het ene op het andere moment
over van de wegrace naar de endurance. Zijn dure, nieuw aangeschafte
Suzuki 500 bleef in de schuur staan. Bert en Johan waren beiden
motormonteur, dus zaten gelijk ook wat de techniek betrof op
dezelfde golflengte.
Dus hij zei volmondig ja tegen Johan v/d Wal. Zo werd hij semi-prof
in het zeer professionele Honda-Nederland Team, met maar liefst vier
monteurs in dienst, want Honda wilde dat Johan en Bert alleen reden
en zich verder nergens mee bemoeiden, buiten het doorgeven van de
juiste gegevens uiteraard. Chef monteur Hans van Zanten en de
monteurs Ad Jaspers, Bertus Vermeulen en Chris Emmers zorgden dag en
nacht voor de twee machines en een reservefiets (voor de
onderdelen). Broer Ad werkte bereidwillig mee, want Bert werkte nog
steeds als chef-monteur bij hem in zijn garagebedrijf. Door het
werken in zo'n professioneel team zou er van werken niet veel meer
terecht komen. Ook het voetballen werd op het tweede plan geschoven
en Bert hield zijn conditie op peil met motorcrossen en fietsen.
Het
kampioenschap lange-afstandraces werd in 1960 voor de eerste maal
gehouden onder de naam F.I.M. Endurance Cup. Aanvankelijk bestond
het kampioenschap uit vier races, Thruxton (Engeland), Montjuich
(Spanje), Warsage (België) en de Bol d' Or (Frankrijk). In 1976 werd
de F.I.M. Endurance Cup een Europees kampioenschap en in 1980, toen
Bert aan de start verscheen, kreeg het voor de eerste maal de status
van wereldkampioenschap. Dit bracht ook nog wat andere veranderingen
met zich mee. Er ontstond nu een klasse voor machines van 600 tot
1000cc en een klasse voor prototypes, waar meer aan veranderd mocht
worden, voor machines van 500 tot 1300cc. Ook werden er nieuwe
regels betreffende de motoren opgesteld. De machines moesten
afgeleid zijn van normale “straatfietsen”. Het was niet toegestaan
de cilinders en de cilinderkop te veranderen. Het werd ook niet
toegestaan om een ander carter of versnellingsbakhuis te monteren.
Tevens mocht men niet meer dan zes versnellingen hebben, de
carburateurs moesten standaard blijven, de benzine ook en de maximum
tankcapaciteit mocht niet meer dan 24 liter zijn.
Tijdens de jaren '80 werd de kalender van het wereldkampioenschap
uitgebreid naar tien races. In de loop van de jaren verloor het
endurance-WK zijn populariteit en de racekalender werd geleidelijk
aan weer teruggebracht tot de vier races. In 1989 werd de
status van wereldkampioenschap weer geschrapt en kreeg het
kampioenschap een status van ‘World Cup’, aangezien het aantal races
die door de FIM werden vereist, om in aanmerking te komen voor een
WK-benaming, niet meer werd bereikt. De vier overblijvende races
werden ‘classics’ genoemd, de 24 Uur van Le Mans, de 24 Uur van Luik
(dat op Spa-Francorchamps wordt gehouden), de 8 Uren van Suzuka en
de Bol d'Or ( tot 1999 op Paul Ricard, en daarna op Magny-Cours),
zijn nog steeds erg aansprekend. Tot 2000 werd de titel toegekend
aan de individuele coureur met de meeste punten, in 2001, werden de
regels veranderd en werd het kampioenschap toegekend aan de
teamprestatie.
|
Datum |
Circuit & land |
Race |
|
15 mei 1980 |
Assen (Nederland) |
8 Uren van Assen |
|
15 juni 1980 |
Nürburgring (Duitsland) |
8 Uren van de Nürburgring |
|
22 juni 1980 |
Österreichring (Oostenrijk) |
1000 km van de Zeltweg |
|
5-6 juli 1980 |
Barcelona (Spanje) |
24 Uren van
Montjuïc |
|
27 juli 1980 |
Suzuka (Japan) |
8 Uren van Suzuka |
|
16-17 augustus 1980 |
Spa-Francorchamps (België) |
24 Uren van Liège (Luik) |
|
7 september 1980 |
Misano (Italië) |
1000 km van Misano |
23-03-1980
endurancerace Zandvoort

De eerste race in 1980 was een endurancerace op Zandvoort. Met
hun 1000cc Honda gingen Struijk/V.d Wal, de strijd aan over twee
manches van 250 kilometer. Door machinepech zou het tweetal geen
rol van betekenis kunnen spelen.
24-04-1980
24 hrs. race Le Mans

De editie van 1980 van de 24 uurs betekende een nieuw record, de
winnaars Fontan (23 jaar) en Moineau (25 jaar) legden de afstand
van 3192.720 kilometer af in de tijd van 24 uur en dit betekende
een gemiddelde snelheid van 133.089 km/u. Marc Fontan en Hervé
Moineau waren dit jaar door Honda in een nieuw team geplaatst,
Honda-Minolta, om het topteam van Honda, gevormd door Christian
Léon en Jean-Claude Chemarin, te ondersteunen. Dit duo had op
dat moment al 38 endurance zeges op hun naam staan. Zij kregen
met hun jonge con-collega’s er een geduchte concurrent bij, dat
bleek al tijden de trainingen voor de 80-er editie van de 24
uren, die door de organisatie was teruggetrokken als meetellend
voor de dit jaar toegekende status van WK. Dit was gedaan omdat
er dan ook prototypes en Formule TT 1 motoren mochten deelnemen
en men dus een groter en diverser startveld kon aanbieden. Deze
motoren waren uitgesloten voor het WK.
Ondanks dat de race niet voor het WK telde, deden Bert en Johan
v/d Wal hier wel aan mee. Het koppel wist zich maar liefst elf
uur aan de kop van het veld te handhaven, maar moesten
uiteindelijk met pech aan de kant (ook een voorbereidingsrace op
Zandvoort moesten ze met machinepech uitvallen), door een
defecte zuiger. Ze lagen op dat moment op een prachtige zesde
plaats in de race.
Marc Fontan wist de snelste trainingstijd te laten noteren
(1.41.34), voor de combinatie van Peyré/Gibol. Derde op de
startgrid was Christian Léon (1.42.19). Vierde was het duo
Huguet/Berthod (Kawasaki) gevolgd door het Zwitserse GP-duo,
Jacques Cornu & Alan Rőthlisberger op een Yamaha 750.

|
 |
|
Marc Fontan
vervangt Hervé Moineau aan het stuur van de winnende
Honda. |
50.000
toeschouwers zagen Marc Fontan om even 15.00 uur op de
wedstrijddag direct de leiding in de race nemen, met het nummer
2 op zijn Honda, van het veld van 51 combinaties. Hij werd
gevolgd door de Suzuki met nummer 54 van Peyré. Christian Léon
volgde dit tweetal op zijn Honda met nummer 1. Na drie kwartier
race waren er nog maar vijf van de vertrokken 51 equipes in
dezelfde ronde te vinden, de twee fabrieks-Honda’s op kop, voor
de Suzuki van Peyré/Gibol, de Kawasaki van Huguet/Berthod en de
Japauto van Luc/Liard. Om 18.00 uur leidde de Honda van Fontan
en Moineau nog steeds ‘de dans’, terwijl de Honda met nummer 1
de pits moest opzoeken met versnellingsbakproblemen. De
reparatie duurde zes minuten en zette het team terug naar de
vijfde positie in de race, met een achterstand van twee ronden.
Op dat moment, na drie uur race waren er negen teams uit de
strijd. Om 20.00 uur lagen de twee Honda fabrieksteams weer
samen aan de leiding, nadat Léon en Chemarin hun achterstand
weer hadden ingelopen.
Huguet/Berthod lagen op de derde plaats met de eerste Formule TT
1 categorie machine.
Nummer vier, Peyré/Gibol (Suzuki), was inmiddels op een
achterstand van drie ronden gezet. Rond het achtste uur van de
race kwam de nummer twee Honda binnen voor een bandenwissel en
dat bracht de Honda met nummer
één, van
Léon en Chemarin, voor de eerste maal in de race aan de leiding.
Zij behielden deze koppositie, totdat Christian Léon
rond
het middernachtelijk uur ten val kwam over een olievlek. De
Fransman en zijn machine liepen hierbij geen schade van belang
op en konden de race snel weer hervatten, wel op een tweede
plek, want
Marc Fontan en Hervé Moineau namen de kop van de wedstrijd weer
over. De eerste achtervolgers waren nu Monnin/Sibille op de
Kawasaki met nummer 10, zij waren de Kawa van Huguet/Berthod
(#75) inmiddels gepasseerd. Zij hadden een achterstand van vijf
ronden op de twee leidende Honda's van Honda-France. Om 02.00
waren er nog slechts 25 combinaties in de baan. Om 03.30 uur
kwam Christian Léon binnen voor het vervangen van zijn
voorremmen en hij keerde in tweede positie terug op de baan, met
een achterstand van vier ronden op de Honda nummer twee, en voor
de duo's Huguet/Berthod (#75), Peyré/Gibol (#54) en Monnin/Sibille
(#10).
|
 |
|
Fabien Gibol (#54)
valt aan bij Christian Le Liard op de Japauto. |
De Le Mans race werd uiteindelijk gewonnen door Marc Fontan/Hervé
Moineau met de Honda RSC1000. Zij werden gevolgd door het duo Jean-Bernard Peyré/Fabien Gibol (Suzuki) en Jean-Pierre Oudin/Gérard
Coudray (Honda). Het was dus een compleet Frans podium. Het
andere Franse topduo Christian Léon/Jean-Claude Chemarin had
constant af te rekenen gehad met mechanische problemen, maar
desondanks wisten de toppers
om de
verloren gegane ronden in te lopen en om 06.00 reden ze nog vier
kilometer achter Marc Fontan en Hervé Moineau, die er al 2000
kilometer op hadden zitten.
Christian Léon kwam even voor 07.00 uur aan de pits vanwege het
bijvullen van brandstof en men ontdekte bij de controle van de
Honda, dat er een oliecirculatieprobleem was.
Jean-Claude Chemarin verving zijn teammaat aan het stuur, maar
tien minuten later kwam hij terug naar de pits en moest het team
opgeven vanwege het feit dat de motor geen oliedruk meer had.
Hiermee waren Marc Fontan en Hervé Moineau hun grootste
tegenstander kwijt en om 09.00 uur leidden zij de race voor
Peyré/Gibol (Suzuki #54), die inmiddels tegen een achterstand
van maar liefst 17 ronden aankeken. Op de derde plaats lag ook
een Suzuki, van het Britse duo Bernie Toleman/Steve Eldridge. In
vierde positie volgde de Honda Bol d'Or met nummer 32 van het
privéteam
van Oudin/Coudray. Zij waren in de ochtenduren flink naar voren
gereden in de race en namen ronde de klok van tien uur zelfs de
derde plaats over van de #55 Suzuki van
Toleman/Eldridge, die een uur later met mechanische problemen de
strijd opgaf. Met nog vier uur race op de klokken was de
volgorde: Fontan/Moineau, Peyré/Gibol,
Oudin/Coudray en
Huguet/Berthod, daar zou tot aan de finish geen verandering meer
in komen.
|
De uitslag van de 24 uurs van Le Mans op
24 april 1980 |
|
Pos. |
1e rijder |
Land |
2e rijder |
Land |
Machine |
Aantal ronden |
|
1. |
Marc
Fontan |
F |
Hervé
Moineau |
F |
Honda |
753 |
|
2. |
Jean Bernard Peyré |
F |
Fabien
Gibol |
F |
Suzuki |
734 |
|
3. |
Jean-Pierre Oudin |
F |
Gérard Coudray |
F |
Honda |
713 |
|
4. |
Christian
Huguet |
F |
Christian Berthod |
F |
Kawasaki |
691 |
|
5. |
Gilles Desheulles |
F |
Philippe Vassard |
F |
Kawasaki |
675 |
|
6. |
Eric Fisset |
B |
Jaen-Louis Michel |
B |
Suzuki |
671 |
|
7. |
Fréderic
Fourgeaud |
F |
Pierre-Etienne Samin |
F |
Kawasaki |
671 |
|
8. |
Gérard Duval |
F |
Gilles Brin |
F |
Suzuki |
669 |
|
9. |
A. Cottard |
F |
Bernard Rigoni |
F |
Honda |
665 |
|
10. |
José Maria Mallol
|
ES |
Alejandro Tejedo |
ES |
Ducati |
648 |
|
11. |
Gérard Laret |
B |
Alain Thiebaut |
B |
Laverda |
607 |
|
12. |
Laurent Gomis |
F |
François Gomis |
F |
Kawasaki |
441 |
|
13. |
Philippe Demard |
F |
Collas |
F |
Triumph |
419 |
|
14. |
Jacques Agopian |
F |
Jean-Jacques Peyre |
F |
National Moto |
395 |
|
 |
 |
|
 |
|
Uitslag en tabel van de 24 uur van Le Mans 1980, klik voor
'vergroting'.
|
 |
 |
 |
 |
|
Jean-Claude Chemarin |
Kawasaki
van Jean Monnin/Roger Sibille. |
Kawasaki
van Christian Huguet/Christian Berthod (4e). |
Gérard Coudray
(3e). |
 |
|
Willem-Jan
hier aan de start van de 350cc in Venhuizen, het zou zijn
laatste race worden.... |
Op
5 mei overleed Bert's en Jack Middelburg's goede motorvriend Willem-Jan
Nooteboom. De
Schiedammer was een dag ervoor tijdens races in de 350cc in Venhuizen, die in hetzelfde weekend als races in Ammerzoden werden
verreden, ten val gekomen en overleed aan de verwondingen. Hij had
net ervoor nog de 250cc klasse op zijn naam gebracht, in de 350cc klasse
kwam er echter een achterblijver ten val, nadat hij Duke Wille, of
andersom, geraakt had, en dat kostte W-J het leven. De motor van Wille
stuiterde in stukken over de baan en W-J kon de brokstukken niet meer
ontwijken. Willem-Jan werd jarenlang door de Nieuwe Revu gesponsord. De dood van
zijn vriend was voor Jack een zware klap. Jack die het altijd
prachtig vond om iemand in de maling te nemen, werd ooit door Willem-Jan
flink teruggepakt: Jack informeerde bij W-J hoe het kwam dat zijn
motoren zo blonken, waarop W-J vertelde dat hij daar speciale poets voor
had, liep naar zijn caravan en kwam terug met een flesje met witte
vloeistof. Na een poosje kwam Jack terug en zei dat hij dat spul niet
uitgepoetst kreeg, waarop Willem-Jan het flesje pakte en het in zijn
koffie goot. Willem-Jan had Jack laten poetsen met koffiemelk. Dit heeft
Jack heel wat keren aan moeten horen, maar hij kon er zelf ook erg
smakelijk om lachen! Nooteboom had in 1976, 3 titels (250cc, 350cc en
500cc gewonnen bij de nationalen, dus de B-klasse zeg maar). Bij de
internationalen behaalde hij nooit een kampioenschap, maar wel diverse
podiumplaatsen. Hij had in 1976 nog samen met Jack "de 6 uren van
Zandvoort" gereden. Willem-Jan werd 26 jaar.
05-05-1980
internationale races Ammerzoden
De
dag na Venhuizen waren dus de races op het circuit van Ammerzoden, tijdens
internationale wedstrijden op 5 mei. Ook hier sloeg het noodlot toe. Nu
in voor anderen nog veel ergere vorm. Tijdens de ochtendtraining had
waarschijnlijk een coureur, Leo van der Noll uit Rotterdam, in de nationale
(beginnersklasse) 500cc niet in de gaten dat de
training was afgevlagd. De 28-jarige rijder reed op een afremmende collega, schoot door
de dranghekken en overleefde de botsing met een boom niet.... Tijdens de valpartij van deze coureur
waren er nog niet veel toeschouwers aanwezig, aangezien 's-middags pas
de toppers van de internationale races aan de start zouden verschijnen.
Onder hen o.a. Barry Sheene, Alex George, Jon Ekerold en de toekomstig
meervoudig wereldkampioen Eddie Lawson. Er waren vragen over de veiligheid in de
bocht waar de coureur gevallen was. Ondanks dat liet de organisatie
mensen op de onheilsplek plaatsnemen en niet aan de andere kant van de
baan, waar ze veilig konden staan. Tijdens de 350cc nationaal kwam
een coureur, Sjirk Joustra uit Kreileroord, in dezelfde bocht ten val en belandde met zijn motor in het
publiek waarbij hijzelf en twee toeschouwers (één van hen overleed een
paar dagen later) om het leven kwamen. Twee
andere toeschouwers raakten zwaar gewond. Het kwam tot kamervragen of races op
stratencircuits niet afgeschaft moesten worden. Terwijl de mensen met
ambulances afgevoerd werden, besloot de organisatie, met de burgemeester
van Ammerzoden om het programma af te gelasten. Om echter een chaos
onder het publiek te voorkomen, wilden ze wel de topwedstrijd van de
dag, de 500cc internationalen laten verrijden. Deze coureurs zagen dit
uiteraard niet zitten, maar op aandringen van de organisatie gingen ze
toch van start. Ze hadden echter wel de afspraak gemaakt om het rustig
aan te doen. Jack moest achteraan starten, omdat hij door deelname aan
Venhuizen geen trainingstijd had. Barry Sheene won uiteindelijk deze lugubere race voor Boet
en Jack. Op het erepodium was echter alleen maar sprake van grote
verslagenheid en de coureurs stonden met hun hoofden naar beneden,
terwijl het publiek één minuut stilte in acht nam...... Weer geen race voor Jack, ook al was dit nu totaal
niet belangrijk. Het viel in het niet bij alle verdriet en ellende van
de betrokkenen. En dit alles op een prachtige dag, met veel zon en tegen
de 30.000 toeschouwers. Na de 25.000ste toeschouwer waren de entreekaarten
op en gaf men iedereen daarna maar gratis toegang!
Ook Bert
had met zijn nieuw aangeschafte halveliter deelgenomen aan deze race
in Ammerzoden, was lekker dicht in de buurt en hij had geen
lange-afstandverplichtingen. Bert werd zesde in de race die geen
race was.
|
Deelnemers
500cc Ammerzoden |
|
02. |
Jack
Middelburg |
9. |
Henk de Vries |
16. |
Piet vd Wal |
29. |
Maarten Duyzers |
89. |
Armin
Zeh |
64. |
Eddie Lawson (USA) |
|
3. |
Dick Alblas |
10. |
Karel Zegers |
17. |
Harm-Jan Bultena |
30. |
Martin Rasch |
95. |
Henny
Wevers |
65. |
Jon Ekerold (Zaf) |
|
4. |
Albert Siegers |
11. |
Bernard Verwey |
18. |
Peter Smetsers |
31. |
Rob Punt |
7. |
Barry Sheene (GB) |
66. |
Stu Avant (Nzl) |
|
5. |
Henk Twikler |
12. |
Albert Bosch |
21. |
Harrie Heutmekers |
32. |
Peter Lemstra |
19. |
Alex
George (GB) |
67. |
Alan Jackson (GB) |
|
6. |
Johan
"Bobo" van Eijk |
14. |
Nico Lentjes |
22. |
Sieuw de Boer |
50. |
Bert Struijk |
61. |
Dale
Singleton (USA) |
68. |
Lennart
Bäckström (S) |
|
8. |
Jan van Disseldorp |
15. |
Eddie Kuipers |
26. |
Boet van Dulmen |
51. |
Jan
Kostwinder |
62. |
John
Woodley (Nzl) |
69 |
Peter Sköld (S) |
 |
 |
 |
|
"Paniek"
na het dodelijke ongeval. |
Barry
begrijpt het niet. |
|
ALGEMEEN
DAGBLAD, dinsdag 7 mei 1980 |
| Race
op leven en dood |
| Veiligheidseisen
blijven mikpunt van kritiek
(door Evert Kooij) |
|
Als binnen
drie weken zes mensen om het leven komen bij motorwegraces, ligt
de conclusie voor de hand dat de veiligheidseisen moeten worden
bijgesteld. Het is een gedachte die niet alleen is gerezen door
de emotie na de tragisch verlopen ongelukken in Ammerzoden,
Venhuizen en Zandvoort. Daarvoor waren de normen, die de
veiligheidscommissie van de Koninklijke Nederlandse Motorrijders
Vereniging (KNMV) voor de circuits aanlegt, al het mikpunt van
met name de kant van de coureurs. Voor zover wedstrijden worden
gehouden onder de vlag van de KNMV, is het oordeel van deze
commissie meestal bepalend voor het al dan niet doorgaan van de
races. Want niet alleen de organiserende vereniging, ook de
burgemeester, die verantwoordelijk is voor de veiligheid, gaat
bij het verlenen van toestemming voor een wedstrijd vaak af op
de bevindingen van de veiligheidscommissie. Weliswaar spreekt
ook de politie een woordje mee, maar de "officiële"
eisen van de KNMV zijn een richtsnoer. Na afloop van de races in
Ammerzoden, waarbij twee coureurs en twee toeschouwers om het
leven kwamen, zei burgemeester Galama maandag: ,,wij hebben
altijd de eisen van de veiligheidscommissie
van de KNMV overgenomen". Verder kon hij er niets over
zeggen. Toch is het niet voor het eerst dat Ammerzoden wordt
geconfronteerd met de veiligheid van het stratencircuit. In 1977
dreigden zelfs rijders met een boycot van een race, omdat de weg
door een hobbel en een haakse bocht, vlak na de start, veel te
gevaarlijk werd geacht. De wedstrijdleiding zwichtte daarvoor.
Volgens de KNMV zijn de eisen de laatste jaren al zwaarder
geworden. Dat getuige de recentelijk ongelukken dat kennelijk
niet genoeg is gebeurd, wordt in de motorsportwereld als volgt
verklaard: De motorracerij zit flink in de lift. Door de grote
successen van Wil Hartog, Jack Middelburg en Boet van Dulmen
worden steeds meer jongeren door deze sport aangetrokken.
Iedereen die deelneemt aan een wedstrijd dient in het bezit te
zijn van een licentie - die wordt na een praktische en
theoretische cursus uitgereikt - maar routine komen de veelal
jonge coureurs tekort. Oorzaak: er bestaan in ons land geen
permanente circuits. De KNMV vind dat de aanleg van permanente
circuits de enige mogelijkheid om het aantal ongelukken met
dodelijke afloop terug te dringen. Maar veel coureurs zien dat
als een doekje voor het bloeden; zolang er geen permanente
circuits zijn, moeten de eisen gewoon worden aangescherpt,
vinden zij. Of, de reeks ongelukken moeten aan het toeval worden
toegeschreven (Jaap van Steenbergen, voorlichter van de KNMV
doet dat). Maar er is ook nog Kees van der Kruijs van de
Nederlandse Motorsport Bond (NMB). De NMB is een organisatie die
zich op dezelfde wijze met de motorsport bezig houdt als de KNMV.
Van der Kruijs is voorzichtig in het geven van een oordeel over
de veiligheidscommissie van de KNMV. Tenslotte is de race in
Venhuizen, waarbij Willem-Jan Nooteboom om het leven kwam, onder
auspiciën van zijn bond georganiseerd. Maar over Ammerzoden
laat hij weten: ,,Dat circuit daar vroeg om ongelukken". En
over het ongeval van 19 april in zandvoort, als gevolg waarvan
Klaas Davidson overleed: ,,De coureurs hadden aangedrongen op
aanpassing van het circuit. De KNMV zei dat die er ook was
gekomen, maar in werkelijkheid is er niets gebeurd".
|
| KNMV
niet streng genoeg
(door Hans de Bruijn) |
| De
internationale successen van motorcoureurs als Wil Hartog, Jack
Middelburg en Boet van Dulmen hebben een belangrijk effect op
een sport. Dat is altijd zo geweest. Kijk maar naar het verleden
met Anton Geesink in het judo en Tom Okker in het tennis. Het
aantal beoefenaars en belangstellenden stijgt zienderogen. Het
maakt dan natuurlijk niet uit of dat gebeurt in een riskante tak
van sport of niet. Daarin zit juist het grote probleem van het
Nederlandse wegracen anno 1980. Het beleid van de KNMV had zich
daarop moeten instellen, een strenger toezicht van de
veiligheidscommissie ten aanzien van het rijden op
stratencircuits zoals in Ammerzoden zou vrij logisch zijn
geweest. Maar dat is nagelaten, de KNMV is tekort geschoten. Er
is met de verandering te weinig rekening gehouden. Het is ook
geen toeval dat bijna alle ongelukken dit seizoen zijn
voorgekomen in de nationale (=beginnende) klassen. Deze worden
steeds meer in het bijprogramma van een stratenrace opgevoerd,
omdat de kNMV niet weet waar het de onwennige wedstrijdrijders
anders een kans moet geven door het al zo vaak uitgesproken
gemis van permanente circuits in ons land. |

15-05-1980
8 hrs. race Assen
 |
|
Start van
de achturenrace op Assen, met Johan v/d Wal in het
midden, met startnummer 5. |
De volgende race, de acht uren van Assen (aanvang 10.00 uur), om de Goldwing Trophy, het debuut van het duo
Bert Struijk en Johan v/d Wal uit het Utrechtse Vianen, in het
WK, werd eveneens gewonnen door het Franse duo Marc Fontan/Hervé
Moineau voor Christian Léon/Jean-Claude Chemarin. Op het door
ongeveer 7000 toeschouwers bezochte evenement, onder een
stralend zonnetje, beheersten de Franse combinaties de race.
Volgens de historie is het lange-afstandrijden ook in Frankrijk
uitgevonden, dus misschien vandaar. Onder aanvoering van Marc
Fontan/Hervé Moineau voor Christian Léon/Jean-Claude Chemarin,
beiden fullprof teams, uitkomend voor Honda France, pakten de
Fransen maar liefst zeven plaatsen in de top 10. De enige niet
Fransen, die een paar puntjes mochten pakken in Assen, waren de
Duits/Schotse combinatie Helmut Dähne/Alex
George, die uiteindelijk naar de zevende plaats stuurden en het
Nederlandse duo Henk Kiewit/Fred Coopman, dat op een Moto Guzzi
tiende werd, maar wel op een flink aantal ronden achterstand, nl.
24! Voor de 'echte' Nederlandse endurospecialisten was er op het
ingekorte circuit van Drenthe weinig eer weggelegd. Van de tien
ingeschreven combinaties, inclusief de samen met de Engelsman
Gary Green rijdende Pieter Blaauboer, verzekerden er zich zeven
via de trainingen van een "Le Mans" startplaats.
 |
|
1979 6-hrs.
Assen: Victor Palomo/Mario Lega (2e), Christian Huguet/Hervé
Moineau (1e) en Dick Alblas/Willem Zoet (3e). |
 |
|
1980 6-hrs.
: de topmachines van Honda van de winnaars Fontan/Moineau
(#2) en Léon/Chemarin en het Assense podium met Fontan/Moineau
als winnaars. |
Maar de hoop op
vaderlandse glorie, waar vorig jaar (toen een 6 urenrace) het
gelegenheidsduo Willem Zoet en Dick Alblas, nog derde werd, werd
al snel de bodem ingeslagen. Die hoop was voornamelijk gevestigd
op Pieter Blaauboer/Gary Green, die dit seizoen de
'vriendschappelijke' zesurenrace op Zandvoort op hun naam hadden
geschreven en de semi-professionals op hun Honda, Bert Struijk
en Johan van der Wal. En juist deze twee duo's lagen reeds
binnen anderhalf uur uit de race. Pieter Blaauboer ging onderuit
in de supersnelle beginfase, waarin de race vaak voor een groot
deel wordt bepaald. De co-equiper van Gary Green brak bij zijn
val een sleutelbeen en was dus definitief uitgeschakeld. Even
later greep de gehate pechduivel het duo Struijk/V.d Wal bij de
kladden. Nadat Johan van der Wal uitstekend van start was gegaan
en in het eerste uur de vijfde plaats stevig in handen had
genomen, moest Bert Struijk de fraaie Honda al snel naar de pits
sturen. Een defecte drijfstanglager noopte het tweetal uit
Vianen en Zaltbommel tot opgave. Want aan repareren viel niet te
denken, temeer niet daar het 'slechts' een achturenrace betrof
en geen 24 uren. Een achturenrace werd door de echte
lange-afstandsrijders dan ook als een veredelde Grand Prix race
geschetst. De oorzaak van de mechanische pech zocht men bij het
Hondateam in het feit dat men tijdens de trainingen een
schuivertje had gemaakt en dat daarbij misschien wat zand in het
blok terecht was gekomen. Bert was
namelijk onderuit gegaan toen een rijder voor hem op de baan, de
motor van zijn BMW opblies en de olie over de baan sproeide. Het eerste
deel van de race was sowieso een slijtageslag, want diverse
duo's vielen uit en binnen een uur, lagen er nog maar drie
combinaties, uiteraard van Franse makelij, in dezelfde ronde.
Achteraf viel het allemaal nog wel mee, want van de veertig
gestarte equipes haalden er 23 de finish.
Marc Fontan/Hervé
Moineau, die eerder in het seizoen de niet voor het WK
meetellende 24 uren van Le Mans wonnen, leidden ook hier in
Nederland van start tot finish. Vorig jaar had Hervé
Moineau, toen met zijn landgenoot Christian Huguet, ook al de 6
uren van Assen op zijn naam gebracht. Het Asser circuit lag de
Fransman schijnbaar wel. Nadat Christian Léon/Jean-Claude Chemarin,
de veelvuldig kampioenen in de fout waren gegaan, Léon in de
Geert-Timmerbocht, en een pitstop
van vijf ronden moesten maken was er ook geen vuiltje meer aan
de lucht geweest voor Fontan/Moineau. Christian Léon/Jean-Claude Chemarin
bewezen wel hun kunde, door na de stop van vijf ronden, terug te
komen op de twintigste plek, en toch nog de race als tweede te
eindigen op zes ronden achterstand van het winnende duo.
Christian Huguet, vorig jaar dus winnaar met Hervé
Moineau (zie foto), werd nu derde met Christian Berthod, met een
achterstand van elf ronden.
|
De deelnemers aan de 8 Uren endurancerace van Assen 15
mei 1980 |
|
Startnr. |
1e rijder |
Land |
2e rijder |
Land |
Machine |
|
1. |
Christian Léon |
F |
Jean-Claude Chemarin |
F |
Honda |
|
2. |
Marc Fontan |
F |
Hervé Moineau |
F |
Honda |
|
3. |
Dominique
Pernet |
F |
Jacques
Luc |
F |
Dholda
Honda |
|
4. |
Jack
Buytaert |
B |
Olivier Liegeois |
B |
Dholda
Honda |
|
5. |
Johan v/d Wal |
NL |
Bert Struijk |
NL |
Honda |
|
6. |
Jean-Bernard Peyré |
F |
Fabien Gibol |
F |
Suzuki |
|
7. |
Winfried
Schneider |
D |
Peter
Dyrda |
D |
Honda |
|
8. |
Christian
Huguet |
F |
Christian Berthod |
F |
Kawasaki |
|
9. |
Jean-Pierre Oudin |
F |
Gérard Coudray |
F |
Honda |
|
10. |
Roger Ruiz |
F |
Darryl
Pendlebury |
GB |
Kawasaki |
|
11. |
Helmut Dähne |
D |
Alex
George |
GB |
Honda |
|
12. |
Roger Kockelmann |
B |
Horst Scherer |
D |
Honda |
|
13. |
Dominique Auguin |
F |
Jean-Pierre Nichon |
J |
Honda |
|
14. |
Udo
Stüsser |
D |
Alois Tost |
D |
Kawasaki |
|
15. |
Colin Aldridge |
GB |
Tony
Nash |
GB |
Kawasaki |
|
16. |
Freddy Collewaert |
B |
Norbert Sturm |
D |
BMW |
|
17. |
Günther Nussmüller |
A |
Michael Schmid |
A |
Honda |
|
18. |
Marc
Chabert |
F |
Philippe Sagnol |
F |
Kawasaki |
|
19. |
Steve Eldridge |
GB |
Arhur Moloney |
GB |
Kawasaki |
|
20. |
Eric
Fisset |
B |
Jean-Louis Michel |
B |
Suzuki |
|
21. |
Frédéric Fourgeaud |
F |
Pierre Etienne Samin |
J |
Kawasaki |
|
22. |
Giles Brin |
F |
Gerard Duval |
F |
Suzuki |
|
23. |
Marc
Wilkin |
B |
Guy
de Kroon |
B |
Suzuki |
|
24. |
Jean-Paul Boinet |
F |
Luc
Terrasse |
F |
Ducati |
|
25. |
Gérard Laret |
B |
Alain Thiebaut |
F |
Laverda |
|
26. |
Alistair Copland |
GB |
Fred
Huggett |
GB |
Honda |
|
27. |
Knut
Briel |
D |
Uwe
Treskatis |
D |
Honda |
|
28. |
Mike
Trimby |
GB |
Marty Lunde |
USA |
Kawasaki |
|
29. |
Mick
Hemmings |
GB |
Rob
Harrington |
GB |
Suzuki |
|
30. |
Peter Hartenstein |
D |
Franz-Josef Schermer |
D |
Honda |
|
31. |
Horst Glück |
D |
Hermann Wittor |
D |
BMW |
|
32. |
James Wells |
GB |
Tony
Osborne |
GB |
Kawasaki |
|
33. |
Gianni del Carro |
I |
Angelo Laudati |
I |
Honda |
|
34. |
Angelo Bruno Rusconi |
I |
Giuliano Perondi |
I |
Moto
Guzzi |
|
35. |
Holger Krause |
D |
Helmut Wüstenhöfer |
D |
BMW |
|
36. |
Dave
Camier |
GB |
Dave
Hughes |
GB |
Kawasaki |
|
37. |
Erwin Loichinger |
D |
Clemens Driesch |
D |
Kawasaki |
|
38. |
Walther Dührkop |
D |
Bernward Wiemker |
D |
Kawasaki |
|
39. |
Wolfgang Wellbrock |
D |
Rainer Gaumann |
D |
Ducati |
|
40. |
Pierre Guy |
F |
Claude Fior |
F |
Honda |
|
41. |
Klaus Becker |
D |
Friedhelm Kwabek |
D |
BMW |
|
42. |
Pieter Blaauboer |
NL |
Gary
Green |
GB |
Suzuki |
|
43. |
Hans
Sparreboom |
NL |
Rob
Noorlander |
NL |
Honda |
|
44. |
Marco Bonke |
NL |
Richard Borrenbergs |
NL |
Laverda |
|
45. |
Henk
Kiewiet |
NL |
Fred
Coopman |
NL |
Moto
Guzzi |
|
46. |
Martin Jansen |
NL |
Cees
Cornwall |
NL |
Kawasaki |
|
47. |
Martin Schouten |
NL |
Henk
van der Mark |
NL |
Laverda |
|
48. |
Jan
de Wit |
NL |
Bernard Verweij |
NL |
Yoshimura |
|
49. |
Gerard Flameling |
NL |
Jos
Schurgers |
NL |
Kawasaki |
|
50. |
Jaap
Groeneveld |
NL |
Ruud
van Leijden |
NL |
Laverda |
|
 |
|
Helmut Dähne zevende in Assen. |
 |
 |
|
Jean-Bernard Peyré in Assen. |
|
De eerste tien van
de 8 Uren endurancerace van Assen 15
mei 1980 |
|
Pos. |
1e rijder |
Land |
2e rijder |
Land |
Machine |
|
1. |
Marc
Fontan |
F |
Hervé
Moineau |
F |
Honda |
|
2. |
Christian Léon |
F |
Jean-Claude Chemarin |
F |
Honda |
|
3. |
Christian
Huguet |
F |
Christian Berthod |
F |
Kawasaki |
|
4. |
Gérard Petit |
F |
Alain
Sorel |
F |
Kawasaki |
|
5. |
Roger Ruiz |
F |
Darryl
Pendlebury |
GB |
Kawasaki |
|
6. |
Jean-Bernard Peyré |
F |
Fabien Gibol |
F |
Suzuki |
|
7. |
Helmut Dähne
|
D |
Alex
George |
Gb |
Honda |
|
8. |
Pierre Guy |
F |
Claude Fior |
F |
Honda |
|
9. |
Dominique Auguin |
F |
Jean-Pierre Nichon |
J |
Honda |
|
10. |
Henk
Kiewiet |
NL |
Fred
Coopman |
NL |
Moto
Guzzi |
15-06-1980
8 hrs. race Nürburgring
 De 8 Uren op de Nűrburgring werd een prooi
voor
Christian Léon/Jean-Claude Chemarin.
Het Nederlandse duo Johan van der Wal (Vianen) Bert Struijk (Zaltbommol)
werd in de "Acht Uren van de Nürburgring", de tweede wedstrijd
voor het wereldkampioenschap lange afstandmotorwegracen
(Endurance), derde. Op het noordelijke gedeelte van het befaamde
parkoers in de Eifel "noteerden" Johan v.d. Wal en Bert Struijk
drie ronden achterstand op de superieure winnaars, de
veelvoudige Franse Europese kampioenen Christian Léon en Jean
Claude Chemarin. Direct bij het vallen van de vlag namen deze
twee combinaties, snelste in de training, de leiding van het
veld, met de nummer 1 op kop. Tijdens het eerste uur gebeurde er
vervolgens niet veel. De twee Franse equipes, met Léon
en Fontan aan het stuur,
werden op afstand gevolgd door
Helmut Dähne,
Jean-Bernard Peyré en Gary Green
in duel om de derde plaats. In de daaropvolgende uren wisten
Léon/Chemarin weg te lopen van hun rivalen Fontan/Moineau, die
weer meer afstand hadden op hun achtervolgers waarvan het Duitse
team
Dähne/Tost zich had losgereden en de derde positie vast in
handen had. Daarachter, wiel aan wiel,
Peyré en Green, met Christian
Huguet, Jacques Luc, Christian Le Liard en Gérard
Coudray. Het eerste incident wat
zich voordoet is het wegvallen uit deze grote groep
achtervolgers van
Christian Huguet, door een
valpartij. Daarna verliest Hervé Moineau twee minuten, maar niet
de tweede positie, vanwege een lek benzinereservoir. Dit zal nog
grote gevolgen hebben voor de rest van de race, aangezien later
zijn teamgenoot, Marc Fontan, ten val komt als hij die tijd
probeert goed te maken op de koplopers Léon/Chemarin.
Al vrij
snel
na de start was het begonnen te regenen
en hoewel het tegen
het einde van de wedstrijd
wel
ophield bleef
de baan hier en daar nat. Enkele schuivertjes
waren hiervan
het gevolg en onder
andere
Marc
Fontan, van het tweede
Honda fabrieksteam,
werd daar de dupe van.
Met een geblesseerde
duim moest hij opgeven. Voor zijn val boekte het
duo Marc Fontan/Hervé Moineau wel een supersnelle pitsstop voor
een rijderswissel, tanken en oliecontrole van 5,5 seconde!
Een van de bijzonderheden van de Ring was uiteraard zijn lengte
(22 km), wat als gevolg had dat de baan bij regen ook veel droge
plekken kende, maar ook volliep met smeltwater uit de bergen.
Dit tot wanhoop van de rijders, teammanagers en monteurs. Wat was
wijsheid in zo’n geval!?
Na
het uitvallen van Huguet en Fontan richtte men de aandacht op
het koppel
Jean-Bernard Peyré/Pierre-Etienne Samin, die naar de
tweede plaats waren doorgeschoven op hun Suzuki, maar hun
veroverde tweede plaats was van korte duur. Samin gleed
onderuit, kon wel verder, maar moest de pits bezoeken voor nogal
wat schade aan zijn stuur, verlichting etc. Het was het begin
van vele problemen bij diverse combinaties, met vele reparaties
tot gevolg. De uren vlogen voorbij en dan komt er een einde aan
de aspiraties van twee zeer goed geklasseerde teams met uitzicht
op een podiumplaats,
Coudray-Oudin (Honda) en Luc-Pernet (Dholda), bij het eerste
team breekt de krukas een uur voor het einde van de race en bij
het tweede komt
Jacques Luc ten val, drie
ronden voor het einde, vanwege een wolkbreuk, terwijl hij op
slicks 'stond'.
Johan van der Wal en Bert Struijk maakten optimaal gebruik van
de pech en de vele valpartijen door een perfecte race, onder
zeer moeilijke omstandigheden met een podiumplaats af te sluiten.
Léon en
Chemarin
deden dus wat er van hun verwacht
werd,
ze wonnen,
en nestelden zich
op dat moment
stevig
aan de top van het WK-klassement. De Fransen namen de leiding in het
klassement voor het eerste WK Endurance over van hun landgenoten
Fontan en Moineau, die zij eerder dit seizoen in het eerste WK-treffen
in Assen voor zich moesten dulden. Ze sloegen ook direct een
flink gat, twaalf punten met hun teamgenoten en al vijftien met
de concurrende merken Kawasaki en Suzuki. Voor de 8-uren
race op de
Nürburgring
kregen
de beide Honda fabrieksteams
de beschikking
over geheel nieuwe
fietsen.
Niet alleen
aan het
rijwielgedeelte,
maar ook aan het blok
werd het
nodige veranderd en dat uitte
zich onder
meer in het verbeterde
acceleratie. Ook de
concurrentie, Kawasaki en Suzuki, kwamen overigens met een
veranderde machine aan de start hier in Duitsland.
Het Duitse Honda-team van Helmut Dähne en Alois Tost voelde zich
op haar "eigen" 22,8 km lange circuit als een vis in het water,
dat laatste bijna letterlijk, en ze grepen dan ook een verdiende
tweede plaats.
Dähne reed met Alois Tost, omdat zijn vaste co-equipier, de in Rotterdam
woonachtige Schot Alex George, onlangs tijdens de TT op Man door
een zware val voorlopig werd uitgeschakeld,
en wekenlang op de intensive-care afdeling zou doorbrengen. Het
Duitse team werd dus "thuis" op een ronde tweede en bezette nu ook deze plaats op
de WK-ranglijst.
Het derde en laatste team dat het ereschavot mocht beklimmen was
dat van Honda Nederland en reken maar dat Johan en Bert daarmee
in hun sas waren. Alle ereplaatsen waren dus voor Honda!
 |
|
Podium endurance Nürburgring:
Tweede van links;
Christian Léon, daarnaast Jean-Claude Chemarin, Helmut Dähne met
rode overall, dan Alois Tost, Bert, Johan v/d Wal.
|
|
De uitslag van de 8 uurs race op de Nürburgring van
15-06-1980 |
|
Pos. |
1e rijder |
Land |
Machine |
|
 |
|
Jean Bernard Peyré/Pierre-Etienne Samin op
weg naar de vijfde plaats in Duitsland.. |
 |
|
en Frédéric Fourgeaud/Christian Le Liard
naar de zesde. |
|
|
1. |
Christian Léon/Jean-Claude Chemarin |
F/F |
Honda |
49 ronden |
|
2. |
Helmut Dähne/Alois Tost |
D/D |
Honda |
op 1 ronde |
|
3. |
Bert Struijk/Johan v/d Wal |
NL/NL |
Honda |
op 2 ronden |
|
4. |
Roger Ruiz/Darry Pendleburry |
F/GB |
Moriwaki |
op 2 ronden |
|
5. |
Jean-Bernard Peyré/Pierre-Etienne Samin |
F/F |
Suzuki |
op 2 ronden |
|
6. |
Frédéric Fourgeaud/Christian Le Liard |
F/F |
Kawasaki |
op 2 ronden |
|
7. |
Jakob Beck/Gerhard Müller |
D/D |
Ducati |
op 2 ronden |
|
8. |
Marty Lunde/Mike Trimby |
USA/GB |
Kawasaki |
op 5 ronden |
|
9. |
Alain Sorel/Gérard Petit |
F/F |
Kawasaki |
op 5 ronden |
|
10. |
Werner Dieringer/Reinhard Nückel
|
D/D |
BMW |
op 5 ronden |
|
11. |
Kjell Watz/Kullalathi |
S/S |
Kawasaki |
op 6 ronden |
|
12. |
Hans Otto Butenuth/Ammann |
D/D |
Honda |
op 6 ronden |
|
13. |
Marc Chabert/Honnin |
F/F |
Kawasaki |
op 6 ronden |
|
14. |
Horst Lotz/Rudelt |
D/D |
Honda |
op 6 ronden |
|
15. |
Klaus Becker/Friedhelm Kwabek |
D/D |
BMW |
op 6 ronden |
|
16. |
Gérard Duval/Gilles Brin |
F/F |
Suzuki |
op 6 ronden |
|
17. |
Alistair Copland/Fred
Huggett |
GB/GB |
Honda |
op 7 ronden |
|
18. |
Beuchel/Schmidt |
D/D |
Honda |
op 7 ronden |
|
19. |
Peter Lemstra/Henk v/d Mark |
NL/NL |
Laverda |
op 7 ronden |
|
20. |
Caspers/Rettig |
D/D |
Moto Guzzi |
op 7 ronden |
|
21. |
Wolfgang Wellbrock/Rainer Gaumann |
D/D |
Ducati |
op 7 ronden |
|
22. |
Meyer/Stremble |
D/D |
Moto Guzzi |
op 8 ronden |
|
23. |
Hermwille/Skolik |
D/D |
Suzuki |
op 8 ronden |
|
24. |
Bernard Renette/Roland
Mullender |
B/B |
Honda |
op 8 ronden |
|
25. |
Walther Dührkop/Lottman |
D/D |
Kawaski |
op 8 ronden |
|
26. |
Dominique Auguin/Wolfgang Gierden |
F/F |
Honda |
op 8 ronden |
|
27. |
Schmidt/Colett |
D/D |
Yamaha |
op 8 ronden |
|
28. |
Jean-Pierre Lacross/Olivier Liegeois |
B/B |
Suzuki |
op 8 ronden |
|
29. |
Jan
de Wit/Bernard Verweij |
NL/NL |
Kawasaki |
op 8 ronden |
|
30. |
Dave Camier/Trevor Osborne |
GB/GB |
Kawasaki |
op 8 ronden |

22-06-1980 1000 km van de Zelweg
 |
|
Het Honda-Minoltateam van Marc Fontan/Hervé
Moineau en
Christian Léon/Jean-Claude Chemarin. |
Onder wisselende weersomstandigheden werd de derde ronde om het
Endurance kampioenschap verreden, het betrof de Oostenrijkse endurancerace,
voor de eerste maal op de kalender. De 1000 kilometer op de
Österreichring leverde ditmaal geen winst op voor Honda.
Christian Léon en Jean-Claude Chemarin
moesten met een framebreuk opgeven,
terwijl Marc Fontan/Hervé
Moineau voor de tweede achtereenvolgende race door een valpartij
werden uitgeschakeld voor de overwinning. De schade kon nog
gerepareerd worden, waarna de machine op een vijfde plaats werd
afgevlagd. Althans volgens de Oostenrijkse rondentellers. Die
vijfde plaats werd echter door velen in twijfel getrokken. Toen
de officiële
uitslag echter bekend werd gemaakt bleek het te laat voor een
protest!
De Nederlandse teams deden het behoorlijk. De Nico
Bakker-combinatie van Pieter Blaauboer/Gary Green eindigde op
de zesde plaats (nadat Blaauboer de eerste twee races ten val
was gekomen), net voor de Honda-equipe van Johan van de Wal en
Bert Struijk. Pieter was weer geheel genezen van z'n in Assen
opgelopen sleutelbeenbreuk, maar tegen het einde van de rit
begon hij zijn nog maar zo kort geleden opgelopen blessure toch
nog wel enigszins te voelen. Evenals in de wegrace spelen ook in de Enduranceracerij de banden een belangrijke rol. Dunlop
reserveerde haar beste banden voor het Franse Minolta team en
dit vertaalde zich terug in de rondetijden.
Johan van de Wal was uitstekend in zijn element. De regen viel
namelijk met de bekende bakken uit de hemel (waar Bert Struijk
juist een hekel aan had), en vanaf het begin werd de vijfde
plaats ingenomen. Helaas werd het team al snel teruggeworpen tot
een 21e plaats omdat er twee bougies kapot gingen en daardoor de
'sparkplug-unit. 'Dat kostte ons ruim twee ronden en als je dan
later terugkijkt zie je dat we makkelijk derde hadden kunnen
worden. We hadden niet de juiste bougies gemonteerd omdat de
weersomstandigheden heel anders waren dan bij de training. Het
was een stuk kouder nu en ook Fontan kreeg dezelfde problemen',
aldus Johan v/d Wal. Het Nederlandse Honda team heeft wel een
contract met Dunlop maar krijgt niet dezelfde banden als het
Franse team. Opvallend waren de kwaliteiten die de
Michelinbanden in de regen toonden. Johan van de Wal hierover:
'De baan kent erg veel hoogteverschil en door de enorme regenval
bleef er in de dalen gewoon water op de baan staan. Je kon daar
de machine echt niet in een hoek leggen want dan ging je
onderuit. Maar de rijders met Michelin's gingen daar zo hard dat
het leek of ze op spikes reden. Dat is ook de basis geweest voor
hun overwinning. Het is opmerkelijk dat de eerste tien geen
enkel probleem kenden, behalve dan de framebreuk van Léon.
Normaal gesproken zouden we hoger geëindigd zijn. Het was wel
erg spannend want we eindigden met zes andere teams in dezelfde
ronde'.
 |
|
Jean Bernard Peyré aan het stuur van de Suzuki, op
weg naar de zege. Hij zal later het seizoen om het
leven komen.. |
De race werd gewonnen door Jean Bernard Peyré/Etienne Samin op
een semi-fabrieks Suzuki.
De
voor de Franse Suzuki importeur rijdende coureurs
Peyré
en Samin, die dus na zes uren de snelste bleken. Jean Bernard
Peyré
had zijn 'te langzame' teammaat en landgenoot Fabien Gibol, in
Assen nog wel van de partij (6e), ingeruild voor Etienne Samin
en dat wierp in Duitsland al de eerste vruchten af (5e) en nu
dus een zege. Tweede werd nu het Frans/Belgische duo
Christian Huguet/Richard Hubin voor de Fransen Pierre Guy/
Claude Fior. Bert Struijk/Johan v/d Wal werden dus zevende en konden
vier punten aan hun totaal toevoegen.
Ook mogen de prima prestaties niet onvermeld blijven van Hans
Sparreboom en Ruud van Leijden die 12e werden met de Daytona
Honda. Richard Borrenbergs en Marco Bonke reden voor het eerst
de Motorcity Laverda over de eindstreep en dat deden ze, getuige
die 14e plaats, niet eens onverdienstelijk. Net als in Assen
lieten ook hier Bernard Verweij en Jan de Wit op hun Yoshimura
Kawasaki een goede indruk achter: 16e. Het laatste Nederlandse
team dat zich wist te klasseren was dat van de firma van Dijk
uit Driebergen. De door haar ingezette Laverda, bemand door
Peter Lemstra en Henk v.d. Mark, reed de wedstrijd op een
betrouwbare manier uit en bereikte daarmee de 24e plaats.
Tijdens deze 1000 km race op de Zeltweg in
Oostenrijk kwam er een baancommissaris bij een botsing om het
leven.
De volgende race werd in Barcelona gehouden en duurde 24 uur. Of
Van der Wal en Struijk in Japan zouden starten hing af van de
resultaten in Spanje.
Het Bakker-duo zou in geen van beide races aan de start
verschijnen, de reden dat Blaauboer en Green niet in Spanje en
Japan zouden starten was puur financieel.
|
De eerste tien van de 1000 kilometer van de Zeltweg op
22 juni 1980 |
|
Pos. |
1e rijder |
Land |
2e rijder |
Land |
Machine |
|
1. |
Jean Bernard Peyré |
F |
Pierre-Etienne Samin |
F |
Suzuki |
|
2. |
Christian
Huguet |
F |
Richard
Hubin |
B |
Kawasaki |
|
3. |
Pierre Guy |
F |
Claude
Fior |
F |
Honda |
|
4. |
Jean-Pierre Oudin |
F |
Gérard Coudray |
F |
Honda |
|
5. |
Marc
Fontan |
F |
Hervé
Moineau |
F |
Honda |
|
6. |
Pieter
Blaauboer |
NL |
Gary Green |
GB |
Suzuki |
|
7. |
Johan v/d Wal |
NL |
Bert Struijk |
NL |
Honda |
|
8. |
Gérard Petit |
F |
Alain
Sorel |
F |
Kawasaki |
|
9. |
Helmut Dähne
|
D |
Alois Tost |
D |
Honda |
|
10. |
Philippe
Sagnol |
F |
Marc
Chabert |
F |
Kawasaki |
05-07-1980
24 hrs. race Montjuich


 |
|
Johan v/d Wal helpt
met de pitssignalen voor Bert. |
Bert Struijk en
Johan v/d Wal (foto links) werden in de 24 uursrace op het circuit van
Montjuich in Spanje (Barcelona), tweede, een fantastische
prestatie. Het betrof de vijfde
race in het wereldkampioenschap van de endurance. De zege in
deze racemarathon ging, zeer verrassend, naar de Spanjaarden
José Maria Mallol en Alejandro Tejedo, die met een Ducati 900 in
vierentwintig uur 566 ronden aflegden. Het Nederlandse duo
Struijk/V.d Wal, met hun Honda 1000, hadden één ronde
achterstand. Bert werd na de race uitgeroepen tot meest
strijdlustigste rijder, samen met Van der Wal.
Dat een 24-uursrace geen vervelende wedstrijd hoeft te zijn werd
hier bewezen in Barcelona. Daar werd alweer voor de
zesentwintigste keer de ‘24 Horas Motocyclistes de Montjuïc'
verreden. De verschillen aan de kop van het klassement waren
enorm klein. De eerste drie aankomenden lagen niet meer dan elf
kilometer uit elkaar en dat na een wedstrijd waarin bijna
drieduizend kilometer werd afgelegd. Bij die eerste drie
bevonden zich dus ook Johan van der Wal en Bert Struijk, die een
geweldige wedstrijd reden. Van Johan was wel bekend dat hij de
inspanningen van een dergelijke race goed kon doorstaan, maar
Bert Struijk vormde een vraagteken, omdat hij op dat gebied nog
maar weinig ervaring had opgedaan. Le Mans was voor Bert de
eerste 24-uurs race, maar daar werd het einde niet gehaald. Door
de enorme hitte (zelfs in de nachtelijke uren kwam de
temperatuur niet onder de twintig graden) was Barcelona de
zwaarste endurance-race van het hele jaar. Bert doorstond de
beproeving uitstekend, al was hij na afloop wel volledig
uitgeteld.
 |
|
Twee
maal Hervé Moineau. |
Zaterdagavond om acht uur werd het vertreksein gegeven: 44 teams
gingen op weg, iets meer dan de helft zou het einde niet halen.
Een etmaal later passeerden 20 teams de finish. Eén equipe kon
niet worden geklasseerd omdat men te weinig ronden had afgelegd.
Johan van der Wal nam van meet af aan de tweede positie in, op
de voet gevolgd door Helmut Dähne. Kopman Léon zette er een
afgrijselijk hoog tempo in. Na drie ronden had hij al acht
seconden voorsprong op land- en merkgenoot Marc Fontan, die veel
last zou ondervinden van zijn in Duitsland gebroken duim. Johan
van der Wal en Helmut Dähne reden wat behoudender en zakten dan
ook snel enige plaatsen terug om samen met Huguet, Ruiz, Le
Liard en Oudin de koplopers te volgen en te zien wat er de
komende uren zou gaan gebeuren. Het bekende spreekwoord:
"hardlopers zijn doodlopers", gaat vooral op bij een endurancerace en speciaal voor Barcelona. De race was nog geen
twee uur oud toen het voor de Europese kampioenen Léon en
Chemarin al bekeken was. Chemarin hield een te hoog tempo aan en
ging dan ook onderuit. Met een lichte hersenschudding werd hij
naar het ziekenhuis gebracht. De druk van Fontan zou wel eens te
groot geweest kunnen zijn voor de Europese kampioenen. In Assen
ging Léon ook al na een paar ronden onderuit. Voor de volgende
race, meetellend voor het WK, 27 juli in Japan, zou Chemarin
weer geheel fit zijn. Léon en Chemarin zouden daar uitkomen op een nieuwe motor.
Na het wegvallen van Léon en Chemarin werd de eerste plaats
dus overgenomen door Fontan en Moineau, het tweede team van Honda.
Zij slaagden er echter niet in echt veel afstand te nemen van de
achtervolgers, Huguet-Hubin, voor Ruiz-Pendlebury en
Oudin-Coudray, in dezelfde ronde als de Franse equipe. Een blunder na het verwisselen van het voorwiel
(de remblokjes werden vergeten vast te zetten) maakten de
voorsprong er ook al niet groter op.
In de nachtelijke uren kregen de Kawasaki van
Huguet-Hubin en de Suzuki van Peyré/Samin, bij de eerste drie in
de race, beiden af te rekenen met electrische problemen,
waardoor Ruiz-Pendlebury de tweede plaats in de schoot geworpen
kregen.
Om 02.00 uur komt ook
de winnaar van de 1000 km. op de Zeltweg, twee weken voor deze
Spaanse race, Jean Bernard Peyré, ten val en moet opgeven. Doodzonde,
want hij was samen met zijn maat Pierre-Etienne Samin,
door de zege in Oostenrijk, een geduchte concurrent voor de
Honda's geworden in het tussenklassement. Ze hadden de snelste
tijd in de training laten noteren met hun Suzuki, dus waren niet
te onderschatten geweest.
Huguet-Hubin
pakten ondertussen de tweede plaats weer terug van het duo
Ruiz-Pendlebury, die een uur later met mechanische problemen
(eerst versnellingsbak en daarna carter) de race verlaten en hun
prachtige derde plaats afstaan aan Oudin/Coudray.
De Spaanse favorieten Canellas en Grau
moeten tot groot verdriet van het heetbloedige publiek met een
defecte machine opgeven. De Spanjaarden zullen echter nieuwe,
onverwachte favorieten krijgen. De Kawasaki van Frédéric Fourgeaud
en Christian Le Liard vliegt in de pits in brand door
kortsluiting en leidzaam moeten ze toezien hoe de groene machine
en hun kansen in rook op gaan.
|
 |
|
Boven: tankstop Bert
in Barcelona en onder van Johan. |
 |
Tegen het eind van de nacht
moesten de bobines van de Honda van
Fontan en
Moineau vervangen worden en daardoor zakten de leiders terug naar de derde plaats, die snel weer werd omgezet
in een tweede plaats achter Huguet en Hubin, die de race daarna
voor meer dan vijf uur zouden aanvoeren en de beide Fransen en
hun teammanager Serge Rosset begonnen al in een zege te geloven. Verder
dan de tweede plaats zouden Fontan en Moineau niet komen. Om half acht zondagochtend werd
voor de pits een geweldige knal gehoord: een drijfstang boorde
zich door het carter naar buiten. Op de baan ontstond een
geweldig oliespoor, maar dat werd gelukkig onmiddellijk
aangegeven door vlaggen, zodat het voor niemand gevolgen had.
Huguet en Hubin konden zich niet langer aan de kop handhaven, want
zij moesten voor een uitgebreide reparatie naar de pits. De
koppakking moest worden vervangen. Omdat de motor natuurlijk
ontzettend heet was, duurde deze stop erg lang, waardoor zij
kansloos werden voor de overwinning. Na maar liefst 56 minuten
konden zij hun race vervolgen. Ze reden nog 43 ronden, maar toen
verdween de koppakking opnieuw, wat het definitieve einde voor Huguet en Hubin betekende.
De nieuwe koplopers werden de Fransen Jean-Pierre Oudin en Gérard
Coudray. Zij hadden op dat moment een redelijke marge ten
opzichte van hun naaste achtervolgers, de Spanjaarden
Mallol en Tejedo (Ducati) en iets verder daarachter, nog wel in
dezelfde ronde; Bert en Johan en
de Duitse combinatie Winfried
Schneider/Dieter
Heinen, evenals de Nederlanders op een Honda. Jean-Pierre Oudin en Gérard
Coudray, die dit seizoen al met vele technische problemen met
hun krukas, waren uitgevallen, zouden ook nu de finish niet
halen. Tegen 13.00
uur in de middag kwam Coudray ten val en moest onder de
brandende zon met de motor aan de hand verder lopen naar de
pits. Het enthousiaste publiek ondersteunde hem met een warm
applaus. Na meer dan een half uur sleutelen kon er verder
gereden worden, maar meer dan tien minuten duurde het niet. Oudin bracht de slecht sturende fiets terug naar de pits, waar
een gescheurd frame werd geconstateerd, zodat verder rijden niet
meer mogelijk was.
Nu waren het dus de Spaanse Ducatirijders die de leiding hadden
overgenomen, voor de flink opgerukte Duitsers
Helmut Dähne en Alois Tost,
waarbij de laatste waarschijnlijk te veel risico nam, onderuit
ging, maar wel de race kon vervolgen, zei het nu op een vierde
plek, achter Bert en Johan en zijn landgenoten Schneider/Heinen.
Na twintig uur
race reed het Nederlandse duo aan de leiding, toen Johan helaas
een klapband kreeg. De reparatie duurde vier ronden en daarna
ging hij er eens goed voor zitten, waarna zijn rondetijden maar
liefst twee seconden naar beneden gingen. Bert schrok daarvan,
logisch gezien zijn eerste echte 24 uursrace waar het er echt
om ging.
Ondertussen waren Mallol en Tejedo op hun Ducati weer naar voren
gekomen en schoven zeer beheerst naar de eerste plaats. Hun Ducati hield zich erg goed, zodat geen tijd verloren ging aan
langdurige reparatiewerkzaamheden. Hun voorsprong op de
achtervolgers was gering, maar ze bleven op hun hoede zodat ze
voor het laatste uur aan de leiding gingen. In dit laatste uur
maakten ze geen fouten, zodat de overwinning in Barcelona na
vijf jaar weer voor Ducati was.
 |
|
Het Franse superduo, Léon (met helm) en Chemarin, in
Spanje. |
Omdat men vreesde voor oververmoeidheid bij Bert, werd
bij het Nederlandse Hondateam, afgesproken dat Johan van der Wal, na een kwartiertje
rust, het stuur weer zou overnemen in de laatste ronden. Bert
vond dat zijn eer te na en reed gewoon door en bewees daarmee
dat hij voor deze discipline meer dan geschikt was. Zo passeerde
Bert als tweede de finish.
Met het ingaan van het laatste uur was de strijd om de tweede
plaats nog niet beslist geweest. Struijk/Van der Wal bevonden
zich samen met de Duitsers Winfried Schneider en Dieter Heinen in dezelfde
ronde, al lag het Nederlandse duo net iets voor. Voor de laatste
vijftig minuten nam Heinen vol zelfvertrouwen het stuur over van
Schneider met de woorden: "Struijk neemt voor de laatste drie
kwartier het stuur over van Van der Wal, maar deze jongen zit
helemaal kapot. Die pak ik in een paar rondjes". Maar Heinen had
het dus helemaal mis. Het gat werd nooit niet kleiner dan drie
seconden. De uiterst vermoeide Bert Struijk had zich nog
voldoende op weten te laden voor de laatste kilometers, met als
gevolg dat niet Bert, maar de Duitser finaal afknapte. Hij moest
zelfs Bert laten gaan en een kwartier voor tijd het stuur
overgeven aan zijn collega Schneider, die het gat van zeven
seconden ook niet meer dicht kon rijden. Het laatste uur was
bijna ondragelijk in het Honda-Nederland kamp. Johan van der Wal
stond te trillen op zijn benen. Hoe dan ook, Bert bereikte de
finish met een prachtige tweede plaats.
Door de geweldige prestaties had Honda/Nederland inmiddels
besloten Johan en Bert, inmiddels gedeeld tweede in de
tussenstand voor het WK, ook naar Japan te sturen om daar hun
riante positie te verdedigen c.q. te verbeteren. De derde plaats ging dus naar de West-Duitsers
Schneider en Heinen, met eveneens een Honda 1000.
Het team van Daytona Motors, Hans Sparreboom en Henk van der
Mark, draaide een fijne wedstrijd. Voor Henk was dit zijn eerste
24-uursrace, maar het ging hem bijzonder goed af. Een kapotte
zuiger en een verbogen drijfstang zorgden vijf kwartier voor
tijd een vroegtijdig einde. Eerder waren Herman van Buffelen en
Jeroen Löhr hen al voor gegaan. Zij moesten na een val opgeven.
Geen van de teams die op de eerste tien plaatsen in het
kampioenschap stonden wisten hier in Spanje de finish te halen.
Deels door pech en deels door valpartijen.
Het bijzondere circuit Montjuïc (ook wel als Montjuich of Montjuic gespeld), was gelegen
in de stad Barcelona op de heuvels van het park, waar vandaan je
een fantastisch uitzicht over deze Catalaanse stad hebt. Het was
een echt stratencircuit met een lengte van 3790 meter en een
hoogteverschil van 60 meter. Voor de toeschouwers was de race
niet echt goed te volgen door al de bomen langs het parcours.
Er werd 32 keer een 24-uursrace gehouden, de ‘24 Horas de Montjuïc’. De eerste was in 1955 en de
laatste in 1986. De Spaanse GP werd hier ook achttien keer
verreden. De eerste was in 1950 en de laatste in 1976. Ook de
Formule I reed er eind jaren ’60 begin jaren ’70 vier maal. De
laatste race, in 1975, werd halverwege afgebroken na een ongeluk
waarbij vijf toeschouwers omkwamen.
Na dodelijke ongevallen in 1985 en 1986 tijdens de 24 urenrace
viel het doek voor dit circuit.
 |
|
De
start van de Montjuich 24 hrs. van 1980. |
|
De eerste tien van de 24 uren van Montjuich 5 juli 1980 |
|
Pos. |
1e rijder |
Land |
2e rijder |
Land |
Machine |
Aantal ronden |
 |
|
José Maria Mallol/Alejandro Tejedo op weg naar de zege in
Montjuich. |
|
|
1. |
José Maria Mallol
|
ES |
Alejandro Tejedo |
ES |
Ducati 900 |
757 |
|
2. |
Bert Struijk |
NL |
Johan v/d Wal |
NL |
Honda 1000 |
755 |
|
3. |
Winfried
Schneider |
D |
Dieter
Heinen |
D |
Honda 1000 |
755 |
|
4. |
Helmut Dähne |
D |
Alois Tost |
D |
Honda 1000 |
739 |
|
5. |
Marc
Chabert |
F |
Philippe
Sagnol |
F |
Kawasaki 1000 |
738 |
|
6. |
Pierre Guy |
F |
Claude
Fior |
F |
Honda 1000 |
734 |
|
7. |
Jean-Claude Vinel |
F |
Pierre
Geneleccu |
F |
Kawasaki 1000 |
729 |
|
8. |
Christian
Le Liard |
F |
Fréderic
Fourgeaud |
F |
Kawasaki 1000 |
723 |
|
9. |
Dominique
Auguin |
F |
Wolfgang
Gierden |
F |
Honda 1000 |
720 |
|
10. |
Luis
Miguel Reyes |
ES |
A. Duran |
ES |
Ducati
900 |
713 |
|
Tussenstand WK na Montjuich |
|
Pos. |
1e rijder |
Land |
2e rijder |
Land |
Punten |
|
1. |
Christian Léon |
F |
Jean-Claude
Chemarin |
F |
27 |
|
3. |
Bert Struijk |
NL |
Johan v/d Wal |
NL |
26 |
|
5. |
Helmut Dähne
|
D |
|
|
26 |
|
6. |
Jean Bernard Peyré |
F |
|
|
26 |
|
7. |
Christian
Huguet |
F |
|
|
22 |
|
8. |
Alois Tost |
D |
|
|
22 |
|
9. |
Marc Fontan |
F |
Hervé Moineau |
F |
21 |
|
11. |
Etienne Samin |
F |
|
|
21 |
|
12. |
Pierre Guy |
F |
Claude Fior |
F |
18 |
|
14 |
José Maria Mallol
|
ES |
Alejandro Tejedo |
ES |
15 |
|
|
 |

 |
|
Winfried
Schneider (#12) voor
Jean-Pierre Oudin (#6) en een van de winnende
Spanjaarden |
|
27-07-1980
8 hrs. race Suzuka
 |
|
Het Hondateam op weg naar Japan. |
 De vijfde voor het WK meetellende endurancerace werd verreden op
het Japanse circuit van Suzuka, vierhonderd kilometer ten zuiden
van Tokyo. Japan, de bakermat, van het moderne motorracen.
Aangezien het duo Struijk/V.d Wal het zo goed deden in het WK,
kon Honda-Nederland er niet onderuit om de dure trip naar het
land van de rijzende zon, in het programma op te nemen, iets wat
aan het begin van het seizoen nog niet echt de bedoeling was,
vanwege die hoge kosten uiteraard. Voor
Bert Struijk een aparte belevenis, mede vanwege het feit dat hij
nog nooit gevlogen had en nu dus zijn 'luchtdoop' kreeg van
direct 24 uur!
De crème
de la crème, van de endurance, het Franse duo, Christian Léon en Jean-Claude Chemarin, leidde voor Japan, met hun Kawasaki,
de titelstrijd met 27 punten, maar ze werden op de voet gevolgd
door ons Nederlandse duo met slechts
één puntje verschil, op een
gedeelde tweede plaats met nog twee teams.
Christian Léon en Jean-Claude Chemarin
hadden in de afgelopen drie jaar, de toen nog niet officiële,
titel op hun naam gebracht en ze waren de nummers twee en een (Chemarin)
van het jaar daarvoor (1976) toen de titel individueel was en
Léon slechts drie van de vijf races
had gereden. Ze waren tevens in het bezit van het afstandsrecord
in de endurance. Dit hadden ze in 1976, tijdens de 24 hrs. race
op Spa-Francorchamps op 4444.8 km gebracht, dit betekende een
gemiddelde snelheid van 185.2 km/u! Juist nu dit jaar het
kampioenschap een officieel WK-status had gekregen, zouden ze
naast de titel grijpen. Christian Léon zou zijn laatste seizoen
rijden, ook al wist hij dit nog niet, hij zou nl. in het
naseizoen (november) tijdens een valpartij op het Japanse
circuit van Ryuyo, om het leven komen. Hij was daar een Suzuki
aan het testen en overleed later in het ziekenhuis aan inwendige
verwondingen. Jean-Claude Chemarin zou in 1981 tweede worden in het WK, met
zijn nieuwe teamgenoot, Christian Huguet en uiteindelijk in 1982
zijn enige officiële
titel pakken met de lange Zwitserse, latere GP-topper, Jacques
Cornu.
 |
|
Kengo Kiyama (#22),
Jean-Bernard Peyré/Pierre Etienne Samin
(#14),
Wes Cooley/Graeme Crosby (#12),
Freddie Spencer/Virginio Ferrari (#8). |
 |
|
Gregg Hansford tweede in
Suzuka. |
De derde 8 Uren van Suzuka werden een ramp voor Honda.
Jean-Claude Chemarin was nog niet
hersteld van zijn val op het circuit van Montjuich en kon niet
deelnemen. De Italiaanse GP-topper,
Virginio Ferrari, werd door Honda benadert om voor Chemarin in
te vallen naast
Christian Léon. Deze laatste kwam
echter ten val in de trainingen in Japan en het duo was al
uitgeschakeld voor de race. De
race werd gewonnen door het Nieuw-Zeelandse/Amerikaanse duo
Graeme Crosby/Wes Cooley (Yoshimura-Suzuki) vanaf pole-positie,
gevolgd door Gregg Hansford (Aus)/Eddie Lawson (USA) op een
Moriwaki-Kawasaki, terwijl
Marc Fontan/Hervé Moineau derde werden. Bert Struijk/Johan v/d
Wal werden negende, het beste resultaat van een Nederlander op
Suzuka ooit. Het duo zakte echter door de slechts twee punten
die zij in Japan verdienden, en het kleine verschil tussen de
teams in de tussenstand, van de gedeelde tweede plaats naar de
zesde.
Wat de Suzuka endurancerace extra aantrekkelijk maakt(e) is/was
het feit dat er vaak toprijders uit de Grand Prix WK en
Superbike WK acte de présence geven/gaven. Het was vaak zo dat
dit in een fabriekscontract was opgesteld tussen de coureur en
de Japanse fabrieken, dat ze moesten deelnemen aan de 8 Urenrace
op Suzuka. Velen waren hier niet echt gelukkig mee, omdat de 8
Urenrace midden in het Grand Prix wegraceseizoen viel en het erg zwaar (en
lang) reizen was i.v.m. de tijdsverschillen. De topcoureurs die
de race op hun naam wisten te schrijven waren o.a.: Mike Baldwin
(3x), dit jaar 1980 dus, Graeme Crosby, verder; Wayne Gardner
(4x), Michael Doohan, Eddie Lawson, Wayne Rainey, Aaron Slight
(3x), Daijiro Kato (2x), Tohru Ukawa (5x), Alexander Barros,
Colin Edwards (2x), Carlos Checa en ook Valentino Rossi in 2001
samen met Colin Edwards.
 |
 |
|
Niet het podium, maar de
presentatie van vijf Franse endurancetoppers:
Hervé Moineau, Marc Fontan, Christian Huguet,
Jean-Bernard Peyré en Pierre Etienne Samin in
Suzuka. |
Nogmaals
Pierre Etienne Samin en
Jean-Bernard Peyré in Suzuka |
|
De Uitslag van de derde 8 Uren endurancerace van Suzuka 27 juli 1980 |
|
Pos. |
Grid |
Startnr. |
1e rijder |
Land |
2e rijder |
Land |
Machine |
Aantal ronden |
Tijd/verschil |
|
1. |
1e |
12 |
Wes Cooley |
USA |
Graeme Crosby |
N-zl |
Suzuki |
200 |
8.01.’03.54 |
|
2. |
3e |
11 |
Gregg Hansford
|
AUS |
Eddie Lawson |
USA |
Kawasaki |
200 |
0.’40.26 |
|
3. |
9e |
2 |
Marc Fontan |
F |
Hervé Moineau |
F |
Honda |
197 |
3 ronden |
|
4. |
6e |
14 |
Jean-Bernard Peyré |
F |
Pierre Etienne Samin |
F |
Suzuki |
197 |
3 ronden |
|
5. |
4e |
22 |
Kengo Kiyama |
J |
Takao Abe |
J |
Honda |
196 |
4 ronden |
|
6. |
7e |
9 |
Ron Haslam |
GB |
Roger Marshall |
GB |
Honda |
196 |
4 ronden |
|
7. |
12e |
21 |
Akihiko Kiyohara |
J |
Masaki Tokuno |
J |
Kawasaki |
193 |
7 ronden |
|
8. |
18e |
3 |
Helmut Dähne |
D |
Alois Tost |
D |
Honda |
192 |
8 ronden |
|
9. |
21e |
6 |
Johan v/d Wal |
NL |
Bert Struijk |
NL |
Honda |
192 |
8 ronden |
|
10. |
10e |
27 |
Akitaka Tomie |
J |
Kiyokazu Tada |
J |
Kawasaki |
188 |
12 ronden |
|
11. |
15e |
41 |
Tadashi Fukui |
J |
Takumi Itoh |
J |
Honda |
188 |
12 ronden |
|
12. |
20e |
43 |
Isoyo Sugimoto |
J |
Masahiro Wada |
J |
Honda |
186 |
14 ronden |
|
13. |
37e |
33 |
Hiroyuki Iida |
J |
Toshihiro Yoshimura |
J |
Honda |
186 |
14 ronden |
|
14. |
26e |
40 |
Ken Nomoto |
J |
Jun Yamada |
J |
Honda |
184 |
16 ronden |
|
15. |
19e |
26 |
Tetsumichi Sanada |
J |
Hatsushi Kawai |
J |
Kawasaki |
184 |
16 ronden |
|
16. |
28e |
39 |
Toshiaki Yanagawa |
J |
Hiroshi Kwawakami |
J |
Honda |
182 |
18 ronden |
|
17. |
36e |
48 |
Takashi Suzuki |
J |
Seiichi Sengoku |
J |
Honda |
182 |
18 ronden |
|
18. |
42e |
54 |
Hideji Tomita |
J |
Jun Kinoshita |
J |
Honda |
182 |
18 ronden |
|
19. |
24e |
46 |
Hiroyasu Tsukigi |
J |
Tsutomu Enomoto |
J |
Kawasaki |
182 |
18 ronden |
|
20. |
44e |
59 |
Masaaki Shibatani |
J |
Hiroshi Okamoto |
J |
Kawasaki |
180 |
20 ronden |
|
21. |
16e |
31 |
Hisashi Yamana |
J |
Toshiaki Hakamada |
J |
Suzuki |
180 |
20 ronden |
|
22. |
52e |
45 |
Tadashi Yoshimura |
J |
Suguru Yoshimi |
J |
Honda |
178 |
22 ronden |
|
23. |
34e |
34 |
Hiroyuki Itoh |
J |
Keijiro Koinuma |
J |
Honda |
178 |
22 ronden |
|
24. |
22e |
38 |
Shigeo Iijima |
J |
Hiroo Kagami |
J |
Honda |
178 |
22 ronden |
|
25. |
46e |
44 |
Fumihiro Matsumoto |
J |
Susumu Imai |
J |
Honda |
178 |
22 ronden |
|
26. |
40e |
37 |
Tamotsu Sakamoto |
J |
Masaru Shoyama |
J |
Honda |
177 |
23 ronden |
|
27. |
56e |
55 |
Tokumitsu Yoshino |
J |
Tomohiro Yoshizawa |
J |
Honda |
176 |
24 ronden |
|
28. |
41e |
49 |
Kiyoshi Takahashi |
J |
Masao Takahashi |
J |
Honda |
175 |
25 ronden |
|
29. |
32e |
47 |
Yuji Amano |
J |
Susumu Fujimoto |
J |
Kawasaki |
174 |
26 ronden |
|
| | |