Home Jack Middelburg Guestbook GP-races Daytona Toon Kannekens Diverse

 

1980 - De overstap naar de endurance.

 

 

Bert Struijk werd voor het seizoen 1980 door de Nederlandse lange-afstandrijder, Johan v/d Wal, gevraagd om met hem samen deel te nemen aan het F.I.M. endurance wereldkampioenschap. Van der Wal had al eerder aan endurancewedstrijden deelgenomen, van 1977 t/m 1979 met de bekende N.M.B. rijder (later KNMV) Tonnie van Schijndel, die om diverse redenen inmiddels gestopt was c.q. aan de kant geschoven. Bert was een beetje uitgekeken op de wegrace. Het steeds maar weer oppeppen om prestaties te leveren. En als hij een keer niet bij de eerste drie eindigde, maar voor zijn gevoel wel goed had gereden, de vragen te moeten beantwoorden van: word je te oud, gaat het niet meer? Ook het mislukken van zijn Grand Prix avontuur in '79 speelde een grote rol. Bert had daarin geen ervaring en zijn machines waren ook niet optimaal, waarbij ook nog zijn manager, Jan Muis, na conflicten wegviel.

Bert met teammaat Johan van der Wal.

In eerste instantie zou Bert terugkeren naar de halveliterklasse in 1980. Hij had alles al rond voor het nieuwe seizoen. In Roel Massink vond hij een nieuwe manager en via zijn sponsoren kocht hij een Suzuki 500 van Albert Siegers. Op een avond echter belde zijn sponsor Valvoline op en deelde hem mede te willen stoppen met de sponsoring, dit vanwege het feit dat hun ter ore was gekomen dat Bert met Johan v/d Wal lange-afstandraces zou gaan rijden. De 'Bommelaar' stond versteld van dit telefoontje, want hij en zijn manager Massink, wisten zelf helemaal van niets en ze waren zich aan het voorbereiden voor het 500cc seizoen. Nieuwsgierig geworden waar dit verhaal vandaan kwam belde Bert diezelfde avond nog naar V/d Wal. Deze stapte in de auto en reed naar Zaltbommel, waar hij en Bert kennis met elkaar maakten, want ze kenden elkaar niet eens! Ze sloten diezelfde avond een deal, want Johan v/d Wal had wel degelijk interesse in Bert als co-equiper. Zo stapte de op dat moment 32-jarige Struijk dus van het ene op het andere moment over van de wegrace naar de endurance. Zijn dure, nieuw aangeschafte Suzuki 500 bleef in de schuur staan. Bert en Johan waren beiden motormonteur, dus zaten gelijk ook wat de techniek betrof op dezelfde golflengte. Dus hij zei volmondig ja tegen Johan v/d Wal. Zo werd hij semi-prof in het zeer professionele Honda-Nederland Team, met maar liefst vier monteurs in dienst, want Honda wilde dat Johan en Bert alleen reden en zich verder nergens mee bemoeiden, buiten het doorgeven van de juiste gegevens uiteraard. Chef monteur Hans van Zanten en de monteurs Ad Jaspers, Bertus Vermeulen en Chris Emmers zorgden dag en nacht voor de twee machines en een reservefiets (voor de onderdelen). Broer Ad werkte bereidwillig mee, want Bert werkte nog steeds als chef-monteur bij hem in zijn garagebedrijf. Door het werken in zo'n professioneel team zou er van werken niet veel meer terecht komen. Ook het voetballen werd op het tweede plan geschoven en Bert hield zijn conditie op peil met motorcrossen en fietsen.

Het kampioenschap lange-afstandraces werd in 1960 voor de eerste maal gehouden onder de naam F.I.M. Endurance Cup. Aanvankelijk bestond het kampioenschap uit vier races, Thruxton (Engeland), Montjuich (Spanje), Warsage (België) en de Bol d' Or (Frankrijk). In 1976 werd de F.I.M. Endurance Cup een Europees kampioenschap en in 1980, toen Bert aan de start verscheen, kreeg het voor de eerste maal de status van wereldkampioenschap. Dit bracht ook nog wat andere veranderingen met zich mee. Er ontstond nu een klasse voor machines van 600 tot 1000cc en een klasse voor prototypes, waar meer aan veranderd mocht worden, voor machines van 500 tot 1300cc. Ook werden er nieuwe regels betreffende de motoren opgesteld. De machines moesten afgeleid zijn van normale “straatfietsen”. Het was niet toegestaan de cilinders en de cilinderkop te veranderen. Het werd ook niet toegestaan om een ander carter of versnellingsbakhuis te monteren. Tevens mocht men niet meer dan zes versnellingen hebben, de carburateurs moesten standaard blijven, de benzine ook en de maximum tankcapaciteit mocht niet meer dan 24 liter zijn.

Tijdens de jaren '80 werd de kalender van het wereldkampioenschap uitgebreid naar tien races. In de loop van de jaren verloor het endurance-WK zijn populariteit en de racekalender werd geleidelijk aan weer teruggebracht tot de vier races. In 1989 werd de status van wereldkampioenschap weer geschrapt en kreeg het kampioenschap een status van ‘World Cup’, aangezien het aantal races die door de FIM werden vereist, om in aanmerking te komen voor een WK-benaming, niet meer werd bereikt. De vier overblijvende races werden ‘classics’ genoemd, de 24 Uur van Le Mans, de 24 Uur van Luik (dat op Spa-Francorchamps wordt gehouden), de 8 Uren van Suzuka en de Bol d'Or ( tot 1999 op Paul Ricard, en daarna op Magny-Cours), zijn nog steeds erg aansprekend. Tot 2000 werd de titel toegekend aan de individuele coureur met de meeste punten, in 2001, werden de regels veranderd en werd het kampioenschap toegekend aan de teamprestatie. 

Datum Circuit & land Race

15 mei 1980

Assen (Nederland)

8 Uren van Assen

15 juni 1980

Nürburgring (Duitsland)

8 Uren van de Nürburgring

22 juni 1980

Österreichring (Oostenrijk)

1000 km van de Zeltweg

5-6 juli 1980

Barcelona (Spanje)

24 Uren van Montjuïc

27 juli 1980

Suzuka (Japan)

8 Uren van Suzuka

16-17 augustus 1980

Spa-Francorchamps (België)

24 Uren van Liège (Luik)

7 september 1980

Misano (Italië)

1000 km van Misano

 

23-03-1980 endurancerace Zandvoort

De eerste race in 1980 was een endurancerace op Zandvoort. Met hun 1000cc Honda gingen Struijk/V.d Wal, de strijd aan over twee manches van 250 kilometer. Door machinepech zou het tweetal geen rol van betekenis kunnen spelen.

 

24-04-1980 24 hrs. race Le Mans

De editie van 1980 van de 24 uurs betekende een nieuw record, de winnaars Fontan (23 jaar) en Moineau (25 jaar) legden de afstand van 3192.720 kilometer af in de tijd van 24 uur en dit betekende een gemiddelde snelheid van 133.089 km/u. Marc Fontan en Hervé Moineau waren dit jaar door Honda in een nieuw team geplaatst, Honda-Minolta, om het topteam van Honda, gevormd door Christian Léon en Jean-Claude Chemarin, te ondersteunen. Dit duo had op dat moment al 38 endurance zeges op hun naam staan. Zij kregen met hun jonge con-collega’s er een geduchte concurrent bij, dat bleek al tijden de trainingen voor de 80-er editie van de 24 uren, die door de organisatie was teruggetrokken als meetellend voor de dit jaar toegekende status van WK. Dit was gedaan omdat er dan ook prototypes en Formule TT 1 motoren mochten deelnemen en men dus een groter en diverser startveld kon aanbieden. Deze motoren waren uitgesloten voor het WK. Ondanks dat de race niet voor het WK telde, deden Bert en Johan v/d Wal hier wel aan mee. Het koppel wist zich maar liefst elf uur aan de kop van het veld te handhaven, maar moesten uiteindelijk met pech aan de kant (ook een voorbereidingsrace op Zandvoort moesten ze met machinepech uitvallen), door een defecte zuiger. Ze lagen op dat moment op een prachtige zesde plaats in de race. Marc Fontan wist de snelste trainingstijd te laten noteren (1.41.34), voor de combinatie van Peyré/Gibol. Derde op de startgrid was Christian Léon (1.42.19). Vierde was het duo Huguet/Berthod (Kawasaki) gevolgd door het Zwitserse GP-duo, Jacques Cornu & Alan Rőthlisberger op een Yamaha 750.

 

Marc Fontan vervangt Hervé Moineau aan het stuur van de winnende Honda.

50.000 toeschouwers zagen Marc Fontan om even 15.00 uur op de wedstrijddag direct de leiding in de race nemen, met het nummer 2 op zijn Honda, van het veld van 51 combinaties. Hij werd gevolgd door de Suzuki met nummer 54 van Peyré. Christian Léon volgde dit tweetal op zijn Honda met nummer 1. Na drie kwartier race waren er nog maar vijf van de vertrokken 51 equipes in dezelfde ronde te vinden, de twee fabrieks-Honda’s op kop, voor de Suzuki van Peyré/Gibol, de Kawasaki van Huguet/Berthod en de Japauto van Luc/Liard. Om 18.00 uur leidde de Honda van Fontan en Moineau nog steeds ‘de dans’, terwijl de Honda met nummer 1 de pits moest opzoeken met versnellingsbakproblemen. De reparatie duurde zes minuten en zette het team terug naar de vijfde positie in de race, met een achterstand van twee ronden. Op dat moment, na drie uur race waren er negen teams uit de strijd. Om 20.00 uur lagen de twee Honda fabrieksteams weer samen aan de leiding, nadat Léon en Chemarin hun achterstand weer hadden ingelopen. Huguet/Berthod lagen op de derde plaats met de eerste Formule TT 1 categorie machine. Nummer vier, Peyré/Gibol (Suzuki), was inmiddels op een achterstand van drie ronden gezet. Rond het achtste uur van de race kwam de nummer twee Honda binnen voor een bandenwissel en dat bracht de Honda met nummer één, van Léon en Chemarin, voor de eerste maal in de race aan de leiding. Zij behielden deze koppositie, totdat Christian Léon rond het middernachtelijk uur ten val kwam over een olievlek. De Fransman en zijn machine liepen hierbij geen schade van belang op en konden de race snel weer hervatten, wel op een tweede plek, want Marc Fontan en Hervé Moineau namen de kop van de wedstrijd weer over. De eerste achtervolgers waren nu Monnin/Sibille op de Kawasaki met nummer 10, zij waren de Kawa van Huguet/Berthod (#75) inmiddels gepasseerd. Zij hadden een achterstand van vijf ronden op de twee leidende Honda's van Honda-France. Om 02.00 waren er nog slechts 25 combinaties in de baan. Om 03.30 uur kwam Christian Léon binnen voor het vervangen van zijn voorremmen en hij keerde in tweede positie terug op de baan, met een achterstand van vier ronden op de Honda nummer twee, en voor de duo's Huguet/Berthod (#75), Peyré/Gibol (#54) en Monnin/Sibille (#10).

Fabien Gibol (#54) valt aan bij Christian Le Liard op de Japauto.

De Le Mans race werd uiteindelijk gewonnen door Marc Fontan/Hervé Moineau met de Honda RSC1000. Zij werden gevolgd door het duo Jean-Bernard Peyré/Fabien Gibol (Suzuki) en Jean-Pierre Oudin/Gérard Coudray (Honda). Het was dus een compleet Frans podium. Het andere Franse topduo Christian Léon/Jean-Claude Chemarin had constant af te rekenen gehad met mechanische problemen, maar desondanks wisten de toppers om de verloren gegane ronden in te lopen en om 06.00 reden ze nog vier kilometer achter Marc Fontan en Hervé Moineau, die er al 2000 kilometer op hadden zitten. Christian Léon kwam even voor 07.00 uur aan de pits vanwege het bijvullen van brandstof en men ontdekte bij de controle van de Honda, dat er een oliecirculatieprobleem was. Jean-Claude Chemarin verving zijn teammaat aan het stuur, maar tien minuten later kwam hij terug naar de pits en moest het team opgeven vanwege het feit dat de motor geen oliedruk meer had. Hiermee waren Marc Fontan en Hervé Moineau hun grootste tegenstander kwijt en om 09.00 uur leidden zij de race voor Peyré/Gibol (Suzuki #54), die inmiddels tegen een achterstand van maar liefst 17 ronden aankeken. Op de derde plaats lag ook een Suzuki, van het Britse duo Bernie Toleman/Steve Eldridge. In vierde positie volgde de Honda Bol d'Or met nummer 32 van het privéteam van Oudin/Coudray. Zij waren in de ochtenduren flink naar voren gereden in de race en namen ronde de klok van tien uur zelfs de derde plaats over van de #55 Suzuki van Toleman/Eldridge, die een uur later met mechanische problemen de strijd opgaf. Met nog vier uur race op de klokken was de volgorde: Fontan/Moineau, Peyré/Gibol, Oudin/Coudray en Huguet/Berthod, daar zou tot aan de finish geen verandering meer in komen.

De uitslag van de 24 uurs van Le Mans op 24 april 1980

Pos.

1e rijder

Land

2e rijder

Land

Machine

Aantal ronden

1.

Marc Fontan

F

Hervé Moineau

F

Honda

753

2.

Jean Bernard Peyré

F

Fabien Gibol

F

Suzuki

734

3.

Jean-Pierre Oudin

F

Gérard Coudray

F

Honda

713

4.

Christian Huguet

F

Christian Berthod

F

Kawasaki

691

5.

Gilles Desheulles

F

Philippe Vassard

F

Kawasaki

675

6.

Eric Fisset

B

Jaen-Louis Michel

B

Suzuki

671

7.

Fréderic Fourgeaud

F

Pierre-Etienne Samin

F

Kawasaki

671

8.

Gérard Duval

F

Gilles Brin

F

Suzuki

669

9.

A. Cottard

F

Bernard Rigoni

F

Honda

665

10.

José Maria Mallol

ES

Alejandro Tejedo

ES

Ducati

648

11.

Gérard Laret B Alain Thiebaut B Laverda 607

12.

Laurent Gomis F François Gomis F Kawasaki 441

13.

Philippe Demard F Collas F Triumph 419

14.

Jacques Agopian F Jean-Jacques Peyre F National Moto 395

 

Uitslag en tabel van de 24 uur van Le Mans 1980, klik voor 'vergroting'.

 

Jean-Claude Chemarin

Kawasaki van Jean Monnin/Roger Sibille.

Kawasaki van Christian Huguet/Christian Berthod (4e).

Gérard Coudray (3e).

 

wpe4C.jpg (24480 bytes)

Willem-Jan hier aan de start van de 350cc in Venhuizen, het zou zijn laatste race worden....

Op 5 mei overleed Bert's en Jack Middelburg's goede motorvriend Willem-Jan Nooteboom. De Schiedammer was een dag ervoor tijdens races in de 350cc in Venhuizen, die in hetzelfde weekend als races in Ammerzoden werden verreden, ten val gekomen en overleed aan de verwondingen. Hij had net ervoor nog de 250cc klasse op zijn naam gebracht, in de 350cc klasse kwam er echter een achterblijver ten val, nadat hij Duke Wille, of andersom, geraakt had, en dat kostte W-J het leven. De motor van Wille stuiterde in stukken over de baan en W-J kon de brokstukken niet meer ontwijken. Willem-Jan werd jarenlang door de Nieuwe Revu gesponsord. De dood van zijn vriend was voor Jack een zware klap. Jack die het altijd prachtig vond om iemand in de maling te nemen, werd ooit door Willem-Jan flink teruggepakt: Jack informeerde bij W-J hoe het kwam dat zijn motoren zo blonken, waarop W-J vertelde dat hij daar speciale poets voor had, liep naar zijn caravan en kwam terug met een flesje met witte vloeistof. Na een poosje kwam Jack terug en zei dat hij dat spul niet uitgepoetst kreeg, waarop Willem-Jan het flesje pakte en het in zijn koffie goot. Willem-Jan had Jack laten poetsen met koffiemelk. Dit heeft Jack heel wat keren aan moeten horen, maar hij kon er zelf ook erg smakelijk om lachen! Nooteboom had in 1976, 3 titels (250cc, 350cc en 500cc gewonnen bij de nationalen, dus de B-klasse zeg maar). Bij de internationalen behaalde hij nooit een kampioenschap, maar wel diverse podiumplaatsen. Hij had in 1976 nog samen met Jack "de 6 uren van Zandvoort" gereden. Willem-Jan werd 26 jaar.

 

05-05-1980 internationale races Ammerzoden

wpe8.jpg (33169 bytes)

De dag na Venhuizen waren dus de races op het circuit van Ammerzoden, tijdens internationale wedstrijden op 5 mei. Ook hier sloeg het noodlot toe. Nu in voor anderen nog veel ergere vorm. Tijdens de ochtendtraining had waarschijnlijk een coureur, Leo van der Noll uit Rotterdam, in de nationale (beginnersklasse) 500cc niet in de gaten dat de training was afgevlagd. De 28-jarige rijder reed op een afremmende collega, schoot door de dranghekken en overleefde de botsing met een boom niet.... Tijdens de valpartij van deze coureur waren er nog niet veel toeschouwers aanwezig, aangezien 's-middags pas de toppers van de internationale races aan de start zouden verschijnen. Onder hen o.a. Barry Sheene, Alex George, Jon Ekerold en de toekomstig meervoudig wereldkampioen Eddie Lawson. Er waren vragen over de veiligheid in de bocht waar de coureur gevallen was. Ondanks dat liet de organisatie mensen op de onheilsplek plaatsnemen en niet aan de andere kant van de baan, waar ze veilig konden staan. Tijdens de 350cc nationaal kwam een coureur, Sjirk Joustra uit Kreileroord, in dezelfde bocht ten val en belandde met zijn motor in het publiek waarbij hijzelf en twee toeschouwers (één van hen overleed een paar dagen later) om het leven kwamen. Twee andere toeschouwers raakten zwaar gewond. Het kwam tot kamervragen of races op stratencircuits niet afgeschaft moesten worden. Terwijl de mensen met ambulances afgevoerd werden, besloot de organisatie, met de burgemeester van Ammerzoden om het programma af te gelasten. Om echter een chaos onder het publiek te voorkomen, wilden ze wel de topwedstrijd van de dag, de 500cc internationalen laten verrijden. Deze coureurs zagen dit uiteraard niet zitten, maar op aandringen van de organisatie gingen ze toch van start. Ze hadden echter wel de afspraak gemaakt om het rustig aan te doen. Jack moest achteraan starten, omdat hij door deelname aan Venhuizen geen trainingstijd had. Barry Sheene won uiteindelijk deze lugubere race voor Boet en Jack. Op het erepodium was echter alleen maar sprake van grote verslagenheid en de coureurs stonden met hun hoofden naar beneden, terwijl het publiek één minuut stilte in acht nam...... Weer geen race voor Jack, ook al was dit nu totaal niet belangrijk. Het viel in het niet bij alle verdriet en ellende van de betrokkenen. En dit alles op een prachtige dag, met veel zon en tegen de 30.000 toeschouwers. Na de 25.000ste toeschouwer waren de entreekaarten op en gaf men iedereen daarna maar gratis toegang!

Ook Bert had met zijn nieuw aangeschafte halveliter deelgenomen aan deze race in Ammerzoden, was lekker dicht in de buurt en hij had geen lange-afstandverplichtingen. Bert werd zesde in de race die geen race was.

Deelnemers 500cc Ammerzoden

02. Jack Middelburg  9. Henk de Vries 16. Piet vd Wal 29. Maarten Duyzers 89. Armin Zeh 64. Eddie Lawson (USA)
3. Dick Alblas 10. Karel Zegers 17. Harm-Jan Bultena 30. Martin Rasch 95. Henny Wevers 65. Jon Ekerold (Zaf)
4. Albert Siegers 11. Bernard Verwey 18. Peter Smetsers 31. Rob Punt 7. Barry Sheene (GB) 66. Stu Avant (Nzl)
5. Henk Twikler 12. Albert Bosch 21. Harrie Heutmekers 32. Peter Lemstra 19. Alex George (GB) 67. Alan Jackson (GB)
6. Johan "Bobo" van Eijk 14. Nico Lentjes 22. Sieuw de Boer 50. Bert Struijk 61. Dale Singleton (USA) 68. Lennart Bäckström (S)
8. Jan van Disseldorp 15. Eddie Kuipers 26. Boet van Dulmen  51. Jan Kostwinder 62. John Woodley (Nzl) 69 Peter Sköld (S)

 

1980_Ammerzoden_06_.JPG (55111 bytes) 1980_Ammerzoden_07_.JPG (59320 bytes) 1980_Ammerzoden_05_.JPG (24144 bytes)

"Paniek" na het dodelijke ongeval.

Barry begrijpt het niet.

         

 

ALGEMEEN DAGBLAD, dinsdag 7 mei 1980

Race op leven en dood
Veiligheidseisen blijven mikpunt van kritiek (door Evert Kooij)
 

Als binnen drie weken zes mensen om het leven komen bij motorwegraces, ligt de conclusie voor de hand dat de veiligheidseisen moeten worden bijgesteld. Het is een gedachte die niet alleen is gerezen door de emotie na de tragisch verlopen ongelukken in Ammerzoden, Venhuizen en Zandvoort. Daarvoor waren de normen, die de veiligheidscommissie van de Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging (KNMV) voor de circuits aanlegt, al het mikpunt van met name de kant van de coureurs. Voor zover wedstrijden worden gehouden onder de vlag van de KNMV, is het oordeel van deze commissie meestal bepalend voor het al dan niet doorgaan van de races. Want niet alleen de organiserende vereniging, ook de burgemeester, die verantwoordelijk is voor de veiligheid, gaat bij het verlenen van toestemming voor een wedstrijd vaak af op de bevindingen van de veiligheidscommissie. Weliswaar spreekt ook de politie een woordje mee, maar de "officiële" eisen van de KNMV zijn een richtsnoer. Na afloop van de races in Ammerzoden, waarbij twee coureurs en twee toeschouwers om het leven kwamen, zei burgemeester Galama maandag: ,,wij hebben altijd de eisen van de veiligheidscommissie van de KNMV overgenomen". Verder kon hij er niets over zeggen. Toch is het niet voor het eerst dat Ammerzoden wordt geconfronteerd met de veiligheid van het stratencircuit. In 1977 dreigden zelfs rijders met een boycot van een race, omdat de weg door een hobbel en een haakse bocht, vlak na de start, veel te gevaarlijk werd geacht. De wedstrijdleiding zwichtte daarvoor. Volgens de KNMV zijn de eisen de laatste jaren al zwaarder geworden. Dat getuige de recentelijk ongelukken dat kennelijk niet genoeg is gebeurd, wordt in de motorsportwereld als volgt verklaard: De motorracerij zit flink in de lift. Door de grote successen van Wil Hartog, Jack Middelburg en Boet van Dulmen worden steeds meer jongeren door deze sport aangetrokken. Iedereen die deelneemt aan een wedstrijd dient in het bezit te zijn van een licentie - die wordt na een praktische en theoretische cursus uitgereikt - maar routine komen de veelal jonge coureurs tekort. Oorzaak: er bestaan in ons land geen permanente circuits. De KNMV vind dat de aanleg van permanente circuits de enige mogelijkheid om het aantal ongelukken met dodelijke afloop terug te dringen. Maar veel coureurs zien dat als een doekje voor het bloeden; zolang er geen permanente circuits zijn, moeten de eisen gewoon worden aangescherpt, vinden zij. Of, de reeks ongelukken moeten aan het toeval worden toegeschreven (Jaap van Steenbergen, voorlichter van de KNMV doet dat). Maar er is ook nog Kees van der Kruijs van de Nederlandse Motorsport Bond (NMB). De NMB is een organisatie die zich op dezelfde wijze met de motorsport bezig houdt als de KNMV. Van der Kruijs is voorzichtig in het geven van een oordeel over de veiligheidscommissie van de KNMV. Tenslotte is de race in Venhuizen, waarbij Willem-Jan Nooteboom om het leven kwam, onder auspiciën van zijn bond georganiseerd. Maar over Ammerzoden laat hij weten: ,,Dat circuit daar vroeg om ongelukken". En over het ongeval van 19 april in zandvoort, als gevolg waarvan Klaas Davidson overleed: ,,De coureurs hadden aangedrongen op aanpassing van het circuit. De KNMV zei dat die er ook was gekomen, maar in werkelijkheid is er niets gebeurd". 

KNMV niet streng genoeg (door Hans de Bruijn)
De internationale successen van motorcoureurs als Wil Hartog, Jack Middelburg en Boet van Dulmen hebben een belangrijk effect op een sport. Dat is altijd zo geweest. Kijk maar naar het verleden met Anton Geesink in het judo en Tom Okker in het tennis. Het aantal beoefenaars en belangstellenden stijgt zienderogen. Het maakt dan natuurlijk niet uit of dat gebeurt in een riskante tak van sport of niet. Daarin zit juist het grote probleem van het Nederlandse wegracen anno 1980. Het beleid van de KNMV had zich daarop moeten instellen, een strenger toezicht van de veiligheidscommissie ten aanzien van het rijden op stratencircuits zoals in Ammerzoden zou vrij logisch zijn geweest. Maar dat is nagelaten, de KNMV is tekort geschoten. Er is met de verandering te weinig rekening gehouden. Het is ook geen toeval dat bijna alle ongelukken dit seizoen zijn voorgekomen in de nationale (=beginnende) klassen. Deze worden steeds meer in het bijprogramma van een stratenrace opgevoerd, omdat de kNMV niet weet waar het de onwennige wedstrijdrijders anders een kans moet geven door het al zo vaak uitgesproken gemis van permanente circuits in ons land. 

 

15-05-1980 8 hrs. race Assen

Start van de achturenrace op Assen, met Johan v/d Wal in het midden, met startnummer 5.

De volgende race, de acht uren van Assen (aanvang 10.00 uur), om de Goldwing Trophy, het debuut van het duo Bert Struijk en Johan v/d Wal uit het Utrechtse Vianen, in het WK, werd eveneens gewonnen door het Franse duo Marc Fontan/Hervé Moineau voor Christian Léon/Jean-Claude Chemarin. Op het door ongeveer 7000 toeschouwers bezochte evenement, onder een stralend zonnetje, beheersten de Franse combinaties de race. Volgens de historie is het lange-afstandrijden ook in Frankrijk uitgevonden, dus misschien vandaar. Onder aanvoering van Marc Fontan/Hervé Moineau voor Christian Léon/Jean-Claude Chemarin, beiden fullprof teams, uitkomend voor Honda France, pakten de Fransen maar liefst zeven plaatsen in de top 10. De enige niet Fransen, die een paar puntjes mochten pakken in Assen, waren de Duits/Schotse combinatie Helmut Dähne/Alex George, die uiteindelijk naar de zevende plaats stuurden en het Nederlandse duo Henk Kiewit/Fred Coopman, dat op een Moto Guzzi tiende werd, maar wel op een flink aantal ronden achterstand, nl. 24! Voor de 'echte' Nederlandse endurospecialisten was er op het ingekorte circuit van Drenthe weinig eer weggelegd. Van de tien ingeschreven combinaties, inclusief de samen met de Engelsman Gary Green rijdende Pieter Blaauboer, verzekerden er zich zeven via de trainingen van een "Le Mans" startplaats.

1979 6-hrs. Assen: Victor Palomo/Mario Lega (2e), Christian Huguet/Hervé Moineau (1e) en Dick Alblas/Willem Zoet (3e).

1980 6-hrs. : de topmachines van Honda van de winnaars Fontan/Moineau (#2) en Léon/Chemarin en het Assense podium met Fontan/Moineau als winnaars.

Maar de hoop op vaderlandse glorie, waar vorig jaar (toen een 6 urenrace) het gelegenheidsduo Willem Zoet en Dick Alblas, nog derde werd, werd al snel de bodem ingeslagen. Die hoop was voornamelijk gevestigd op Pieter Blaauboer/Gary Green, die dit seizoen de 'vriendschappelijke' zesurenrace op Zandvoort op hun naam hadden geschreven en de semi-professionals op hun Honda, Bert Struijk en Johan van der Wal. En juist deze twee duo's lagen reeds binnen anderhalf uur uit de race. Pieter Blaauboer ging onderuit in de supersnelle beginfase, waarin de race vaak voor een groot deel wordt bepaald. De co-equiper van Gary Green brak bij zijn val een sleutelbeen en was dus definitief uitgeschakeld. Even later greep de gehate pechduivel het duo Struijk/V.d Wal bij de kladden. Nadat Johan van der Wal uitstekend van start was gegaan en in het eerste uur de vijfde plaats stevig in handen had genomen, moest Bert Struijk de fraaie Honda al snel naar de pits sturen. Een defecte drijfstanglager noopte het tweetal uit Vianen en Zaltbommel tot opgave. Want aan repareren viel niet te denken, temeer niet daar het 'slechts' een achturenrace betrof en geen 24 uren. Een achturenrace werd door de echte lange-afstandsrijders dan ook als een veredelde Grand Prix race geschetst. De oorzaak van de mechanische pech zocht men bij het Hondateam in het feit dat men tijdens de trainingen een schuivertje had gemaakt en dat daarbij misschien wat zand in het blok terecht was gekomen. Bert was namelijk onderuit gegaan toen een rijder voor hem op de baan, de motor van zijn BMW opblies en de olie over de baan sproeide. Het eerste deel van de race was sowieso een slijtageslag, want diverse duo's vielen uit en binnen een uur, lagen er nog maar drie combinaties, uiteraard van Franse makelij, in dezelfde ronde. Achteraf viel het allemaal nog wel mee, want van de veertig gestarte equipes haalden er 23 de finish. Marc Fontan/Hervé Moineau, die eerder in het seizoen de niet voor het WK meetellende 24 uren van Le Mans wonnen, leidden ook hier in Nederland van start tot finish. Vorig jaar had Hervé Moineau, toen met zijn landgenoot Christian Huguet, ook al de 6 uren van Assen op zijn naam gebracht. Het Asser circuit lag de Fransman schijnbaar wel. Nadat Christian Léon/Jean-Claude Chemarin, de veelvuldig kampioenen in de fout waren gegaan, Léon in de Geert-Timmerbocht, en een pitstop van vijf ronden moesten maken was er ook geen vuiltje meer aan de lucht geweest voor Fontan/Moineau. Christian Léon/Jean-Claude Chemarin bewezen wel hun kunde, door na de stop van vijf ronden, terug te komen op de twintigste plek, en toch nog de race als tweede te eindigen op zes ronden achterstand van het winnende duo. Christian Huguet, vorig jaar dus winnaar met Hervé Moineau (zie foto), werd nu derde met Christian Berthod, met een achterstand van elf ronden.

De deelnemers aan de 8 Uren endurancerace van Assen 15 mei 1980

Startnr.

1e rijder

Land

2e rijder

Land

Machine

1.

Christian Léon

F

Jean-Claude Chemarin

F

Honda

2.

Marc Fontan

F

Hervé Moineau

F

Honda

3.

Dominique Pernet

F

Jacques Luc

F

Dholda Honda

4.

Jack Buytaert

B

Olivier Liegeois

B

Dholda Honda

5.

Johan v/d Wal

NL

Bert Struijk

NL

Honda

6.

Jean-Bernard Peyré

F

Fabien Gibol

F

Suzuki

7.

Winfried Schneider

D

Peter Dyrda

D

Honda

8.

Christian Huguet

F

Christian Berthod

F

Kawasaki

9.

Jean-Pierre Oudin

F

Gérard Coudray

F

Honda

10.

Roger Ruiz

F

Darryl Pendlebury

GB

Kawasaki

11.

Helmut Dähne

D

Alex George

GB

Honda

12.

Roger Kockelmann

B

Horst Scherer

D

Honda

13.

Dominique Auguin

F

Jean-Pierre Nichon

J

Honda

14.

Udo Stüsser

D

Alois Tost

D

Kawasaki

15.

Colin Aldridge

GB

Tony Nash

GB

Kawasaki

16.

Freddy Collewaert

B

Norbert Sturm

D

BMW

17.

Günther Nussmüller

A

Michael Schmid

A

Honda

18.

Marc Chabert

F

Philippe Sagnol

F

Kawasaki

19.

Steve Eldridge

GB

Arhur Moloney

GB

Kawasaki

20.

Eric Fisset

B

Jean-Louis Michel

B

Suzuki

21.

Frédéric Fourgeaud

F

Pierre Etienne Samin

J

Kawasaki

22.

Giles Brin

F

Gerard Duval

F

Suzuki

23.

Marc Wilkin

B

Guy de Kroon

B

Suzuki

24.

Jean-Paul Boinet

F

Luc Terrasse

F

Ducati

25.

Gérard Laret

B

Alain Thiebaut

F

Laverda

26.

Alistair Copland

GB

Fred Huggett

GB

Honda

27.

Knut Briel

D

Uwe Treskatis

D

Honda

28.

Mike Trimby

GB

Marty Lunde

USA

Kawasaki

29.

Mick Hemmings

GB

Rob Harrington

GB

Suzuki

30.

Peter Hartenstein

D

Franz-Josef Schermer

D

Honda

31.

Horst Glück

D

Hermann Wittor

D

BMW

32.

James Wells

GB

Tony Osborne

GB

Kawasaki

33.

Gianni del Carro

I

Angelo Laudati

I

Honda

34.

Angelo Bruno Rusconi

I

Giuliano Perondi

I

Moto Guzzi

35.

Holger Krause

D

Helmut Wüstenhöfer

D

BMW

36.

Dave Camier

GB

Dave Hughes

GB

Kawasaki

37.

Erwin Loichinger

D

Clemens Driesch

D

Kawasaki

38.

Walther Dührkop

D

Bernward Wiemker

D

Kawasaki

39.

Wolfgang Wellbrock

D

Rainer Gaumann

D

Ducati

40.

Pierre Guy

F

Claude Fior

F

Honda

41.

Klaus Becker

D

Friedhelm Kwabek

D

BMW

42.

Pieter Blaauboer

NL

Gary Green

GB

Suzuki

43.

Hans Sparreboom

NL

Rob Noorlander

NL

Honda

44.

Marco Bonke

NL

Richard Borrenbergs

NL

Laverda

45.

Henk Kiewiet

NL

Fred Coopman

NL

Moto Guzzi

46.

Martin Jansen

NL

Cees Cornwall

NL

Kawasaki

47.

Martin Schouten

NL

Henk van der Mark

NL

Laverda

48.

Jan de Wit

NL

Bernard Verweij

NL

Yoshimura

49.

Gerard Flameling

NL

Jos Schurgers

NL

Kawasaki

50.

Jaap Groeneveld

NL

Ruud van Leijden

NL

Laverda

Helmut Dähne zevende in Assen.

Jean-Bernard Peyré in Assen.

 

De eerste tien van de 8 Uren endurancerace van Assen 15 mei 1980

Pos.

1e rijder

Land

2e rijder

Land

Machine

1.

Marc Fontan

F

Hervé Moineau

F

Honda

2.

Christian Léon

F

Jean-Claude Chemarin

F

Honda

3.

Christian Huguet

F

Christian Berthod

F

Kawasaki

4.

Gérard Petit

F

Alain Sorel

F

Kawasaki

5.

Roger Ruiz

F

Darryl Pendlebury

GB

Kawasaki

6.

Jean-Bernard Peyré

F

Fabien Gibol

F

Suzuki

7.

Helmut Dähne

D

Alex George

Gb

Honda

8.

Pierre Guy

F

Claude Fior

F

Honda

9.

Dominique Auguin

F

Jean-Pierre Nichon

J

Honda

10.

Henk Kiewiet

NL

Fred Coopman

NL

Moto Guzzi

 

 

 

15-06-1980 8 hrs. race Nürburgring

De 8 Uren op de Nűrburgring werd een prooi voor Christian Léon/Jean-Claude Chemarin. Het Nederlandse duo Johan van der Wal (Vianen)­ Bert Struijk (Zaltbommol) werd in de "Acht Uren van de Nürburgring", de tweede wedstrijd voor het wereldkampioenschap lange afstandmotorwegracen (Endurance), derde. Op het noordelijke gedeelte van het befaamde parkoers in de Eifel "noteerden" Johan v.d. Wal en Bert Struijk drie ronden achterstand op de superieure win­naars, de veelvoudige Franse Europese kampioenen Christian Léon en Jean Claude Chemarin. Direct bij het vallen van de vlag namen deze twee combinaties, snelste in de training, de leiding van het veld, met de nummer 1 op kop. Tijdens het eerste uur gebeurde er vervolgens niet veel. De twee Franse equipes, met Léon en Fontan aan het stuur, werden op afstand gevolgd door Helmut Dähne, Jean-Bernard Peyré en Gary Green in duel om de derde plaats. In de daaropvolgende uren wisten Léon/Chemarin weg te lopen van hun rivalen Fontan/Moineau, die weer meer afstand hadden op hun achtervolgers waarvan het Duitse team Dähne/Tost zich had losgereden en de derde positie vast in handen had. Daarachter, wiel aan wiel, Peyré en Green, met Christian Huguet, Jacques Luc, Christian Le Liard en Gérard Coudray. Het eerste incident wat zich voordoet is het wegvallen uit deze grote groep achtervolgers van Christian Huguet, door een valpartij. Daarna verliest Hervé Moineau twee minuten, maar niet de tweede positie, vanwege een lek benzinereservoir. Dit zal nog grote gevolgen hebben voor de rest van de race, aangezien later zijn teamgenoot, Marc Fontan, ten val komt als hij die tijd probeert goed te maken op de koplopers Léon/Chemarin. Al vrij snel na de start was het begonnen te regenen en hoewel het tegen het einde van de wedstrijd wel ophield bleef de baan hier en daar nat. Enkele schuivertjes waren hiervan het gevolg en onder andere Marc Fontan, van het tweede Honda fabrieksteam, werd daar de dupe van. Met een geblesseerde duim moest hij opgeven. Voor zijn val boekte het duo Marc Fontan/Hervé Moineau wel een supersnelle pitsstop voor een rijderswissel, tanken en oliecontrole van 5,5 seconde! Een van de bijzonderheden van de Ring was uiteraard zijn lengte (22 km), wat als gevolg had dat de baan bij regen ook veel droge plekken kende, maar ook volliep met smeltwater uit de bergen. Dit tot wanhoop van de rijders, teammanagers en monteurs. Wat was wijsheid in zo’n geval!?

Na het uitvallen van Huguet en Fontan richtte men de aandacht op het koppel Jean-Bernard Peyré/Pierre-Etienne Samin, die naar de tweede plaats waren doorgeschoven op hun Suzuki, maar hun veroverde tweede plaats was van korte duur. Samin gleed onderuit, kon wel verder, maar moest de pits bezoeken voor nogal wat schade aan zijn stuur, verlichting etc. Het was het begin van vele problemen bij diverse combinaties, met vele reparaties tot gevolg. De uren vlogen voorbij en dan komt er een einde aan de aspiraties van twee zeer goed geklasseerde teams met uitzicht op een podiumplaats, Coudray-Oudin (Honda) en Luc-Pernet (Dholda), bij het eerste team breekt de krukas een uur voor het einde van de race en bij het tweede komt Jacques Luc ten val, drie ronden voor het einde, vanwege een wolkbreuk, terwijl hij op slicks 'stond'. Johan van der Wal en Bert Struijk maakten optimaal gebruik van de pech en de vele valpartijen door een perfecte race, onder zeer moeilijke omstandigheden met een podiumplaats af te sluiten.

Léon en Chemarin deden dus wat er van hun verwacht werd, ze wonnen, en nestelden zich op dat moment stevig aan de top van het WK-klassement. De Fransen namen de leiding in het klassement voor het eerste WK Endurance over van hun landgenoten Fontan en Moineau, die zij eerder dit seizoen in het eerste WK-treffen in Assen voor zich moesten dulden. Ze sloegen ook direct een flink gat, twaalf punten met hun teamgenoten en al vijftien met de concurrende merken Kawasaki en Suzuki. Voor de 8-uren race op de Nürburgring kregen de beide Honda fabrieksteams de beschikking over geheel nieuwe fietsen. Niet alleen aan het rijwielgedeelte, maar ook aan het blok werd het nodige veranderd en dat uitte zich onder meer in het verbeterde acceleratie. Ook de concurrentie, Kawasaki en Suzuki, kwamen overigens met een veranderde machine aan de start hier in Duitsland.

Het Duitse Honda-team van Helmut Dähne en Alois Tost voelde zich op haar "eigen" 22,8 km lange circuit als een vis in het water, dat laatste bijna letterlijk, en ze grepen dan ook een verdiende tweede plaats. Dähne reed met Alois Tost, omdat zijn vaste co-equipier, de in Rotterdam woonachtige Schot Alex George, onlangs tijdens de TT op Man door een zware val voorlopig werd uitgeschakeld, en wekenlang op de intensive-care afdeling zou doorbrengen. Het Duitse team werd dus "thuis" op een ronde tweede en bezette nu ook deze plaats op de WK-ranglijst. Het derde en laatste team dat het ereschavot mocht beklimmen was dat van Honda Nederland en reken maar dat Johan en Bert daarmee in hun sas waren. Alle ereplaatsen waren dus voor Honda!

Podium endurance Nürburgring: Tweede van links; Christian Léon, daarnaast Jean-Claude Chemarin, Helmut Dähne met rode overall, dan Alois Tost, Bert, Johan v/d Wal.

 

De uitslag van de 8 uurs race op de Nürburgring van 15-06-1980

Pos.

1e rijder

Land

Machine

 

Jean Bernard Peyré/Pierre-Etienne Samin op weg naar de vijfde plaats in Duitsland..

 en Frédéric Fourgeaud/Christian Le Liard naar de zesde.

1.

Christian Léon/Jean-Claude Chemarin

F/F

Honda

49 ronden

2.

Helmut Dähne/Alois Tost

D/D

Honda

op 1 ronde

3.

Bert Struijk/Johan v/d Wal

NL/NL

Honda

op 2 ronden

4.

Roger Ruiz/Darry Pendleburry

F/GB

Moriwaki

op 2 ronden

5.

Jean-Bernard Peyré/Pierre-Etienne Samin

F/F

Suzuki

op 2 ronden

6.

Frédéric Fourgeaud/Christian Le Liard

F/F

Kawasaki

op 2 ronden

7.

Jakob Beck/Gerhard Müller

D/D

Ducati

op 2 ronden

8.

Marty Lunde/Mike Trimby

USA/GB

Kawasaki

op 5 ronden

9.

Alain Sorel/Gérard Petit

F/F

Kawasaki

op 5 ronden

10.

Werner Dieringer/Reinhard Nückel

D/D

BMW

op 5 ronden

11.

Kjell Watz/Kullalathi

S/S

Kawasaki

op 6 ronden

12.

Hans Otto Butenuth/Ammann

D/D

Honda

op 6 ronden

13.

Marc Chabert/Honnin F/F Kawasaki op 6 ronden

14.

Horst Lotz/Rudelt

D/D

Honda

op 6 ronden

15.

Klaus Becker/Friedhelm Kwabek

D/D

BMW

op 6 ronden

16.

Gérard Duval/Gilles Brin F/F Suzuki op 6 ronden

17.

Alistair Copland/Fred Huggett GB/GB Honda op 7 ronden

18.

Beuchel/Schmidt

D/D

Honda

op 7 ronden

19.

Peter Lemstra/Henk v/d Mark

NL/NL

Laverda

op 7 ronden

20.

Caspers/Rettig

D/D

Moto Guzzi

op 7 ronden

21.

Wolfgang Wellbrock/Rainer Gaumann

D/D

Ducati

op 7 ronden

22.

Meyer/Stremble

D/D

Moto Guzzi

op 8 ronden

23.

Hermwille/Skolik

D/D

Suzuki

op 8 ronden

24.

Bernard Renette/Roland Mullender

B/B

Honda

op 8 ronden

25.

Walther Dührkop/Lottman D/D Kawaski op 8 ronden

26.

Dominique Auguin/Wolfgang Gierden F/F Honda op 8 ronden

27.

Schmidt/Colett

D/D

Yamaha

op 8 ronden

28.

Jean-Pierre Lacross/Olivier Liegeois B/B Suzuki op 8 ronden

29.

Jan de Wit/Bernard Verweij

NL/NL Kawasaki op 8 ronden

30.

Dave Camier/Trevor Osborne GB/GB Kawasaki op 8 ronden

 

 

22-06-1980 1000 km van de Zelweg

 

Het Honda-Minoltateam van Marc Fontan/Hervé Moineau en Christian Léon/Jean-Claude Chemarin.

Onder wisselende weersomstandigheden werd de derde ronde om het Endurance kampioenschap verreden, het betrof de Oostenrijkse endurancerace, voor de eerste maal op de kalender. De 1000 kilometer op de Österreichring leverde ditmaal geen winst op voor Honda. Christian Léon en Jean-Claude Chemarin moesten met een framebreuk opgeven, terwijl Marc Fontan/Hervé Moineau voor de tweede achtereenvolgende race door een valpartij werden uitgeschakeld voor de overwinning. De schade kon nog gerepareerd worden, waarna de machine op een vijfde plaats werd afgevlagd. Althans volgens de Oostenrijkse rondentellers. Die vijfde plaats werd echter door velen in twijfel getrokken. Toen de officiële uitslag echter bekend werd gemaakt bleek het te laat voor een protest! De Nederlandse teams deden het behoorlijk. De Nico Bakker-combinatie van Pieter Blaauboer/Gary Green eindigde op de zesde plaats (nadat Blaauboer de eerste twee races ten val was gekomen), net voor de Honda-equipe van Johan van de Wal en Bert Struijk. Pieter was weer geheel genezen van z'n in Assen opgelopen sleutelbeenbreuk, maar tegen het einde van de rit begon hij zijn nog maar zo kort geleden opgelopen blessure toch nog wel enigszins te voelen. Evenals in de wegrace spelen ook in de Enduranceracerij de banden een belangrijke rol. Dunlop reserveerde haar beste banden voor het Franse Minolta team en dit vertaalde zich terug in de rondetijden.

Johan van de Wal was uitstekend in zijn element. De regen viel namelijk met de bekende bakken uit de hemel (waar Bert Struijk juist een hekel aan had), en vanaf het begin werd de vijfde plaats ingenomen. Helaas werd het team al snel teruggeworpen tot een 21e plaats omdat er twee bougies kapot gingen en daardoor de 'sparkplug-unit. 'Dat kostte ons ruim twee ronden en als je dan later terugkijkt zie je dat we makkelijk derde hadden kunnen worden. We hadden niet de juiste bougies gemonteerd omdat de weersomstandigheden heel anders waren dan bij de training. Het was een stuk kouder nu en ook Fontan kreeg dezelfde problemen', aldus Johan v/d Wal. Het Nederlandse Honda team heeft wel een contract met Dunlop maar krijgt niet dezelfde banden als het Franse team. Opvallend waren de kwaliteiten die de Michelin­banden in de regen toonden. Johan van de Wal hierover: 'De baan kent erg veel hoogteverschil en door de enorme regenval bleef er in de dalen gewoon water op de baan staan. Je kon daar de machine echt niet in een hoek leggen want dan ging je onderuit. Maar de rijders met Michelin's gingen daar zo hard dat het leek of ze op spikes reden. Dat is ook de basis geweest voor hun overwinning. Het is opmerkelijk dat de eerste tien geen enkel probleem kenden, behalve dan de framebreuk van Léon. Normaal gesproken zouden we hoger geëindigd zijn. Het was wel erg spannend want we eindigden met zes andere teams in dezelfde ronde'.

Jean Bernard Peyré aan het stuur van de Suzuki, op weg naar de zege. Hij zal later het seizoen om het leven komen..

De race werd gewonnen door Jean Bernard Peyré/Etienne Samin op een semi-fabrieks Suzuki. De voor de Franse Suzuki importeur rijdende coureurs Peyré en Samin, die dus na zes uren de snelste bleken. Jean Bernard Peyré had zijn 'te langzame' teammaat en landgenoot Fabien Gibol, in Assen nog wel van de partij (6e), ingeruild voor Etienne Samin en dat wierp in Duitsland al de eerste vruchten af (5e) en nu dus een zege. Tweede werd nu het Frans/Belgische duo Christian Huguet/Richard Hubin voor de Fransen Pierre Guy/ Claude Fior. Bert Struijk/Johan v/d Wal werden dus zevende en konden vier punten aan hun totaal toevoegen. Ook mogen de prima prestaties niet onvermeld blijven van Hans Sparreboom en Ruud van Leijden die 12e werden met de Daytona Honda. Richard Borrenbergs en Marco Bonke reden voor het eerst de Motorcity Laverda over de eindstreep en dat deden ze, getuige die 14e plaats, niet eens onverdienstelijk. Net als in Assen lieten ook hier Bernard Verweij en Jan de Wit op hun Yoshimura Kawasaki een goede indruk achter: 16e. Het laatste Nederlandse team dat zich wist te klasseren was dat van de firma van Dijk uit Driebergen. De door haar ingezette Laverda, bemand door Peter Lemstra en Henk v.d. Mark, reed de wedstrijd op een betrouwbare manier uit en bereikte daarmee de 24e plaats.

Tijdens deze 1000 km race op de Zeltweg in Oostenrijk kwam er een baancommissaris bij een botsing om het leven. De volgende race werd in Barcelona gehouden en duurde 24 uur. Of Van der Wal en Struijk in Japan zouden starten hing af van de resultaten in Spanje. Het Bakker-duo zou in geen van beide races aan de start verschijnen, de reden dat Blaauboer en Green niet in Spanje en Japan zouden starten was puur financieel.

De eerste tien van de 1000 kilometer van de Zeltweg op 22 juni 1980

Pos.

1e rijder

Land

2e rijder

Land

Machine

1.

Jean Bernard Peyré

F

Pierre-Etienne Samin

F

Suzuki

2.

Christian Huguet

F

Richard Hubin

B

Kawasaki

3.

Pierre Guy

F

Claude Fior

F

Honda

4.

Jean-Pierre Oudin

F

Gérard Coudray

F

Honda

5.

Marc Fontan

F

Hervé Moineau

F

Honda

6.

Pieter Blaauboer

NL

Gary Green

GB

Suzuki

7.

Johan v/d Wal

NL

Bert Struijk

NL

Honda

8.

Gérard Petit

F

Alain Sorel

F

Kawasaki

9.

Helmut Dähne

D

Alois Tost

D

Honda

10.

Philippe Sagnol

F

Marc Chabert

F

Kawasaki

 

 

05-07-1980 24 hrs. race Montjuich

 

Johan v/d Wal helpt met de pitssignalen voor Bert.

Bert Struijk en Johan v/d Wal (foto links) werden in de 24 uursrace op het circuit van Montjuich in Spanje (Barcelona), tweede, een fantastische prestatie. Het betrof de vijfde race in het wereldkampioenschap van de endurance. De zege in deze racemarathon ging, zeer verrassend, naar de Spanjaarden José Maria Mallol en Alejandro Tejedo, die met een Ducati 900 in vierentwintig uur 566 ronden aflegden. Het Nederlandse duo Struijk/V.d Wal, met hun Honda 1000, hadden één ronde achterstand. Bert werd na de race uitgeroepen tot meest strijdlustigste rijder, samen met Van der Wal. Dat een 24-uursrace geen vervelende wedstrijd hoeft te zijn werd hier bewezen in Barcelona. Daar werd alweer voor de zesentwintigste keer de ‘24 Horas Motocyclistes de Montjuïc' verreden. De verschillen aan de kop van het klassement waren enorm klein. De eerste drie aankomenden lagen niet meer dan elf kilometer uit elkaar en dat na een wedstrijd waarin bijna drieduizend kilometer werd afgelegd. Bij die eerste drie bevonden zich dus ook Johan van der Wal en Bert Struijk, die een geweldige wedstrijd reden. Van Johan was wel bekend dat hij de inspanningen van een dergelijke race goed kon doorstaan, maar Bert Struijk vormde een vraagteken, omdat hij op dat gebied nog maar weinig ervaring had opgedaan. Le Mans was voor Bert de eerste 24-uurs race, maar daar werd het einde niet gehaald. Door de enorme hitte (zelfs in de nachtelijke uren kwam de temperatuur niet onder de twintig graden) was Barcelona de zwaarste endurance-race van het hele jaar. Bert doorstond de beproeving uitstekend, al was hij na afloop wel volledig uitgeteld.

Twee maal Hervé Moineau.

Zaterdagavond om acht uur werd het vertreksein gegeven: 44 teams gingen op weg, iets meer dan de helft zou het einde niet halen. Een etmaal later passeerden 20 teams de finish. Eén equipe kon niet worden geklasseerd omdat men te weinig ronden had afgelegd. Johan van der Wal nam van meet af aan de tweede positie in, op de voet gevolgd door Helmut Dähne. Kopman Léon zette er een afgrijselijk hoog tempo in. Na drie ronden had hij al acht seconden voorsprong op land- en merkgenoot Marc Fontan, die veel last zou ondervinden van zijn in Duitsland gebroken duim. Johan van der Wal en Helmut Dähne reden wat behoudender en zakten dan ook snel enige plaatsen terug om samen met Huguet, Ruiz, Le Liard en Oudin de koplopers te volgen en te zien wat er de komende uren zou gaan gebeuren. Het bekende spreekwoord: "hardlopers zijn doodlopers", gaat vooral op bij een endurancerace en speciaal voor Barcelona. De race was nog geen twee uur oud toen het voor de Europese kampioenen Léon en Chemarin al bekeken was. Chemarin hield een te hoog tempo aan en ging dan ook onderuit. Met een lichte hersenschudding werd hij naar het ziekenhuis gebracht. De druk van Fontan zou wel eens te groot geweest kunnen zijn voor de Europese kampioenen. In Assen ging Léon ook al na een paar ronden onderuit. Voor de volgende race, meetellend voor het WK, 27 juli in Japan, zou Chemarin weer geheel fit zijn. Léon en Chemarin zouden daar uitkomen op een nieuwe motor. Na het wegvallen van Léon en Chemarin werd de eerste plaats dus overgenomen door Fontan en Moineau, het tweede team van Honda. Zij slaagden er echter niet in echt veel afstand te nemen van de achtervolgers, Huguet-Hubin, voor Ruiz-Pendlebury en Oudin-Coudray, in dezelfde ronde als de Franse equipe. Een blunder na het verwisselen van het voorwiel (de remblokjes werden vergeten vast te zetten) maakten de voorsprong er ook al niet groter op. In de nachtelijke uren kregen de Kawasaki van Huguet-Hubin en de Suzuki van Peyré/Samin, bij de eerste drie in de race, beiden af te rekenen met electrische problemen, waardoor Ruiz-Pendlebury de tweede plaats in de schoot geworpen kregen.

Om 02.00 uur komt ook de winnaar van de 1000 km. op de Zeltweg, twee weken voor deze Spaanse race, Jean Bernard Peyré, ten val en moet opgeven. Doodzonde, want hij was samen met zijn maat Pierre-Etienne Samin, door de zege in Oostenrijk, een geduchte concurrent voor de Honda's geworden in het tussenklassement. Ze hadden de snelste tijd in de training laten noteren met hun Suzuki, dus waren niet te onderschatten geweest. Huguet-Hubin pakten ondertussen de tweede plaats weer terug van het duo Ruiz-Pendlebury, die een uur later met mechanische problemen (eerst versnellingsbak en daarna carter) de race verlaten en hun prachtige derde plaats afstaan aan Oudin/Coudray. De Spaanse favorieten Canellas en Grau moeten tot groot verdriet van het heetbloedige publiek met een defecte machine opgeven. De Spanjaarden zullen echter nieuwe, onverwachte favorieten krijgen. De Kawasaki van Frédéric Fourgeaud en Christian Le Liard vliegt in de pits in brand door kortsluiting en leidzaam moeten ze toezien hoe de groene machine en hun kansen in rook op gaan.

Boven: tankstop Bert in Barcelona en onder van Johan.

 Tegen het eind van de nacht moesten de bobines van de Honda van Fontan en Moineau vervangen worden en daardoor zakten de leiders terug naar de derde plaats, die snel weer werd omgezet in een tweede plaats achter Huguet en Hubin, die de race daarna voor meer dan vijf uur zouden aanvoeren en de beide Fransen en hun teammanager Serge Rosset begonnen al in een zege te geloven. Verder dan de tweede plaats zouden Fontan en Moineau niet komen. Om half acht zondagochtend werd voor de pits een geweldige knal gehoord: een drijfstang boorde zich door het carter naar buiten. Op de baan ontstond een geweldig oliespoor, maar dat werd gelukkig onmiddellijk aangegeven door vlaggen, zodat het voor niemand gevolgen had. Huguet en Hubin konden zich niet langer aan de kop handhaven, want zij moesten voor een uitgebreide reparatie naar de pits. De koppakking moest worden vervangen. Omdat de motor natuurlijk ontzettend heet was, duurde deze stop erg lang, waardoor zij kansloos werden voor de overwinning. Na maar liefst 56 minuten konden zij hun race vervolgen. Ze reden nog 43 ronden, maar toen verdween de koppakking opnieuw, wat het definitieve einde voor Huguet en Hubin betekende. De nieuwe koplopers werden de Fransen Jean-Pierre Oudin en Gérard Coudray. Zij hadden op dat moment een redelijke marge ten opzichte van hun naaste achtervolgers, de Spanjaarden Mallol en Tejedo (Ducati) en iets verder daarachter, nog wel in dezelfde ronde; Bert en Johan en de Duitse combinatie Winfried Schneider/Dieter Heinen, evenals de Nederlanders op een Honda. Jean-Pierre Oudin en Gérard Coudray, die dit seizoen al met vele technische problemen met hun krukas, waren uitgevallen, zouden ook nu de finish niet halen. Tegen 13.00 uur in de middag kwam Coudray ten val en moest onder de brandende zon met de motor aan de hand verder lopen naar de pits. Het enthousiaste publiek ondersteunde hem met een warm applaus. Na meer dan een half uur sleutelen kon er verder gereden worden, maar meer dan tien minuten duurde het niet. Oudin bracht de slecht sturende fiets terug naar de pits, waar een gescheurd frame werd geconstateerd, zodat verder rijden niet meer mogelijk was.

Nu waren het dus de Spaanse Ducatirijders die de leiding hadden overgenomen, voor de flink opgerukte Duitsers Helmut Dähne en Alois Tost, waarbij de laatste waarschijnlijk te veel risico nam, onderuit ging, maar wel de race kon vervolgen, zei het nu op een vierde plek, achter Bert en Johan en zijn landgenoten Schneider/Heinen.

 Na twintig uur race reed het Nederlandse duo aan de leiding, toen Johan helaas een klapband kreeg. De reparatie duurde vier ronden en daarna ging hij er eens goed voor zitten, waarna zijn rondetijden maar liefst twee seconden naar beneden gingen. Bert schrok daarvan, logisch gezien zijn eerste echte 24 uursrace waar het er echt om ging. Ondertussen waren Mallol en Tejedo op hun Ducati weer naar voren gekomen en schoven zeer beheerst naar de eerste plaats. Hun Ducati hield zich erg goed, zodat geen tijd verloren ging aan langdurige reparatiewerkzaamheden. Hun voorsprong op de achtervolgers was gering, maar ze bleven op hun hoede zodat ze voor het laatste uur aan de leiding gingen. In dit laatste uur maakten ze geen fouten, zodat de overwinning in Barcelona na vijf jaar weer voor Ducati was.

Het Franse superduo, Léon (met helm) en Chemarin, in Spanje.

Omdat men vreesde voor oververmoeidheid bij Bert, werd bij het Nederlandse Hondateam, afgesproken dat Johan van der Wal, na een kwartiertje rust, het stuur weer zou overnemen in de laatste ronden. Bert vond dat zijn eer te na en reed gewoon door en bewees daarmee dat hij voor deze discipline meer dan geschikt was. Zo passeerde Bert als tweede de finish. Met het ingaan van het laatste uur was de strijd om de tweede plaats nog niet beslist geweest. Struijk/Van der Wal bevonden zich samen met de Duitsers Winfried Schneider en Dieter Heinen in dezelfde ronde, al lag het Nederlandse duo net iets voor. Voor de laatste vijftig minuten nam Heinen vol zelfvertrouwen het stuur over van Schneider met de woorden: "Struijk neemt voor de laatste drie kwartier het stuur over van Van der Wal, maar deze jongen zit helemaal kapot. Die pak ik in een paar rondjes". Maar Heinen had het dus helemaal mis. Het gat werd nooit niet kleiner dan drie seconden. De uiterst vermoeide Bert Struijk had zich nog voldoende op weten te laden voor de laatste kilometers, met als gevolg dat niet Bert, maar de Duitser finaal afknapte. Hij moest zelfs Bert laten gaan en een kwartier voor tijd het stuur overgeven aan zijn collega Schneider, die het gat van zeven seconden ook niet meer dicht kon rijden. Het laatste uur was bijna ondragelijk in het Honda-Nederland kamp. Johan van der Wal stond te trillen op zijn benen. Hoe dan ook, Bert bereikte de finish met een prachtige tweede plaats. Door de geweldige prestaties had Honda/Nederland inmiddels besloten Johan en Bert, inmiddels gedeeld tweede in de tussenstand voor het WK, ook naar Japan te sturen om daar hun riante positie te verdedigen c.q. te verbeteren. De derde plaats ging dus naar de West-Duitsers Schneider en Heinen, met eveneens een Honda 1000. Het team van Daytona Motors, Hans Sparreboom en Henk van der Mark, draaide een fijne wedstrijd. Voor Henk was dit zijn eerste 24-uursrace, maar het ging hem bijzonder goed af. Een kapotte zuiger en een verbogen drijfstang zorgden vijf kwartier voor tijd een vroegtijdig einde. Eerder waren Herman van Buffelen en Jeroen Löhr hen al voor gegaan. Zij moesten na een val opgeven. Geen van de teams die op de eerste tien plaatsen in het kampioenschap stonden wisten hier in Spanje de finish te halen. Deels door pech en deels door valpartijen.

Het bijzondere circuit Montjuïc (ook wel als Montjuich of Montjuic gespeld), was gelegen in de stad Barcelona op de heuvels van het park, waar vandaan je een fantastisch uitzicht over deze Catalaanse stad hebt. Het was een echt stratencircuit met een lengte van 3790 meter en een hoogteverschil van 60 meter. Voor de toeschouwers was de race niet echt goed te volgen door al de bomen langs het parcours. Er werd 32 keer een 24-uursrace gehouden, de ‘24 Horas de Montjuïc’. De eerste was in 1955 en de laatste in 1986. De Spaanse GP werd hier ook achttien keer verreden. De eerste was in 1950 en de laatste in 1976. Ook de Formule I reed er eind jaren ’60 begin jaren ’70 vier maal. De laatste race, in 1975, werd halverwege afgebroken na een ongeluk waarbij vijf toeschouwers omkwamen.
Na dodelijke ongevallen in 1985 en 1986 tijdens de 24 urenrace viel het doek voor dit circuit.
        

 
                        

De start van de Montjuich 24 hrs. van 1980.

              

De eerste tien van de 24 uren van Montjuich 5 juli 1980

Pos.

1e rijder

Land

2e rijder

Land

Machine

Aantal ronden

 

José Maria Mallol/Alejandro Tejedo op weg naar de zege in Montjuich.

1.

José Maria Mallol

ES

Alejandro Tejedo

ES

Ducati 900

757

2.

Bert Struijk

NL

Johan v/d Wal

NL

Honda 1000

755

3.

Winfried Schneider

D

Dieter Heinen

D

Honda 1000

755

4.

Helmut Dähne

D

Alois Tost

D

Honda 1000

739

5.

Marc Chabert

F

Philippe Sagnol

F

Kawasaki 1000

738

6.

Pierre Guy

F

Claude Fior

F

Honda 1000

734

7.

Jean-Claude Vinel

F

Pierre Geneleccu

F

Kawasaki 1000

729

8.

Christian Le Liard

F

Fréderic Fourgeaud

F

Kawasaki 1000

723

9.

Dominique Auguin

F

Wolfgang Gierden

F

Honda 1000

720

10.

Luis Miguel Reyes

ES

A. Duran

ES

Ducati 900

713

 

Tussenstand WK na Montjuich

Pos.

1e rijder

Land

2e rijder

Land

Punten

1.

Christian Léon

F

Jean-Claude Chemarin

F

27

3.

Bert Struijk

NL

Johan v/d Wal

NL

26

5.

Helmut Dähne

D

   

26

6.

Jean Bernard Peyré

F

   

26

7.

Christian Huguet

F

   

22

8.

Alois Tost

D

   

22

9.

Marc Fontan

F

Hervé Moineau

F

21

11.

Etienne Samin

F

   

21

12.

Pierre Guy

F

Claude Fior

F

18

14

José Maria Mallol

ES

Alejandro Tejedo

ES

15

 

Winfried Schneider (#12) voor Jean-Pierre Oudin (#6) en een van de winnende Spanjaarden

 

 

 

 

27-07-1980 8 hrs. race Suzuka

Het Hondateam op weg naar Japan.

De vijfde voor het WK meetellende endurancerace werd verreden op het Japanse circuit van Suzuka, vierhonderd kilometer ten zuiden van Tokyo. Japan, de bakermat, van het moderne motorracen. Aangezien het duo Struijk/V.d Wal het zo goed deden in het WK, kon Honda-Nederland er niet onderuit om de dure trip naar het land van de rijzende zon, in het programma op te nemen, iets wat aan het begin van het seizoen nog niet echt de bedoeling was, vanwege die hoge kosten uiteraard. Voor Bert Struijk een aparte belevenis, mede vanwege het feit dat hij nog nooit gevlogen had en nu dus zijn 'luchtdoop' kreeg van direct 24 uur! De crème de la crème, van de endurance, het Franse duo, Christian Léon en Jean-Claude Chemarin, leidde voor Japan, met hun Kawasaki, de titelstrijd met 27 punten, maar ze werden op de voet gevolgd door ons Nederlandse duo met slechts één puntje verschil, op een gedeelde tweede plaats met nog twee teams. Christian Léon en Jean-Claude Chemarin hadden in de afgelopen drie jaar, de toen nog niet officiële, titel op hun naam gebracht en ze waren de nummers twee en een (Chemarin) van het jaar daarvoor (1976) toen de titel individueel was en Léon slechts drie van de vijf races had gereden. Ze waren tevens in het bezit van het afstandsrecord in de endurance. Dit hadden ze in 1976, tijdens de 24 hrs. race op Spa-Francorchamps op 4444.8 km gebracht, dit betekende een gemiddelde snelheid van 185.2 km/u! Juist nu dit jaar het kampioenschap een officieel WK-status had gekregen, zouden ze naast de titel grijpen. Christian Léon zou zijn laatste seizoen rijden, ook al wist hij dit nog niet, hij zou nl. in het naseizoen (november) tijdens een valpartij op het Japanse circuit van Ryuyo, om het leven komen. Hij was daar een Suzuki aan het testen en overleed later in het ziekenhuis aan inwendige verwondingen. Jean-Claude Chemarin zou in 1981 tweede worden in het WK, met zijn nieuwe teamgenoot, Christian Huguet en uiteindelijk in 1982 zijn enige officiële titel pakken met de lange Zwitserse, latere GP-topper, Jacques Cornu.

Kengo Kiyama (#22), Jean-Bernard Peyré/Pierre Etienne Samin (#14), Wes Cooley/Graeme Crosby (#12), Freddie Spencer/Virginio Ferrari (#8).

Gregg Hansford tweede in Suzuka.

De derde 8 Uren van Suzuka werden een ramp voor Honda. Jean-Claude Chemarin was nog niet hersteld van zijn val op het circuit van Montjuich en kon niet deelnemen. De Italiaanse GP-topper, Virginio Ferrari, werd door Honda benadert om voor Chemarin in te vallen naast Christian Léon. Deze laatste kwam echter ten val in de trainingen in Japan en het duo was al uitgeschakeld voor de race. De race werd gewonnen door het Nieuw-Zeelandse/Amerikaanse duo Graeme Crosby/Wes Cooley (Yoshimura-Suzuki) vanaf pole-positie, gevolgd door Gregg Hansford (Aus)/Eddie Lawson (USA) op een Moriwaki-Kawasaki, terwijl Marc Fontan/Hervé Moineau derde werden. Bert Struijk/Johan v/d Wal werden negende, het beste resultaat van een Nederlander op Suzuka ooit. Het duo zakte echter door de slechts twee punten die zij in Japan verdienden, en het kleine verschil tussen de teams in de tussenstand, van de gedeelde tweede plaats naar de zesde.

Wat de Suzuka endurancerace extra aantrekkelijk maakt(e) is/was het feit dat er vaak toprijders uit de Grand Prix WK en Superbike WK acte de présence geven/gaven. Het was vaak zo dat dit in een fabriekscontract was opgesteld tussen de coureur en de Japanse fabrieken, dat ze moesten deelnemen aan de 8 Urenrace op Suzuka. Velen waren hier niet echt gelukkig mee, omdat de 8 Urenrace midden in het Grand Prix wegraceseizoen viel en het erg zwaar (en lang) reizen was i.v.m. de tijdsverschillen. De topcoureurs die de race op hun naam wisten te schrijven waren o.a.: Mike Baldwin (3x), dit jaar 1980 dus, Graeme Crosby, verder; Wayne Gardner (4x), Michael Doohan, Eddie Lawson, Wayne Rainey, Aaron Slight (3x), Daijiro Kato (2x), Tohru Ukawa (5x), Alexander Barros, Colin Edwards (2x), Carlos Checa en ook Valentino Rossi in 2001 samen met Colin Edwards.

 
 
 

De winnende Yoshimura-Suzuki op Suzuka van Graeme Crosby en Wes Cooley. Boven in Japan en onder in een museum.

 

Niet het podium, maar de presentatie van vijf Franse endurancetoppers: Hervé Moineau, Marc Fontan, Christian Huguet, Jean-Bernard Peyré en Pierre Etienne Samin in Suzuka.

Nogmaals Pierre Etienne Samin en Jean-Bernard Peyré in Suzuka

 

De Uitslag van de derde 8 Uren endurancerace van Suzuka 27 juli 1980

Pos.

Grid

Startnr.

1e rijder

Land

2e rijder

Land

Machine

Aantal ronden

Tijd/verschil

1.

1e

12

Wes Cooley

USA

Graeme Crosby

N-zl

Suzuki

200

8.01.’03.54

2.

3e

11

Gregg Hansford       

AUS

Eddie Lawson

USA

Kawasaki

200

0.’40.26

3.

9e

2

Marc Fontan

F

Hervé Moineau

F

Honda

197

3 ronden

4.

6e

14

Jean-Bernard Peyré

F

Pierre Etienne Samin

F

Suzuki

197

3 ronden

5.

4e

22

Kengo Kiyama 

J

Takao Abe

J

Honda

196

4 ronden

6.

7e

9

Ron Haslam

GB

Roger Marshall

GB

Honda

196

4 ronden

7.

12e

21

Akihiko Kiyohara

J

Masaki Tokuno

J

Kawasaki

193

7 ronden

8.

18e

3

Helmut Dähne

D

Alois Tost

D

Honda

192

8 ronden

9.

21e

6

Johan v/d Wal

NL

Bert Struijk

NL

Honda

192

8 ronden

10.

10e

27

Akitaka Tomie       

J

Kiyokazu Tada

J

Kawasaki

188

12 ronden

11.

15e

41

Tadashi Fukui       

J

Takumi Itoh

J

Honda

188

12 ronden

12.

20e

43

Isoyo Sugimoto

J

Masahiro Wada

J

Honda

186

14 ronden

13.

37e

33

Hiroyuki Iida

J

Toshihiro Yoshimura

J

Honda

186

14 ronden

14.

26e

40

Ken Nomoto

J

Jun Yamada

J

Honda

184

16 ronden

15.

19e

26

Tetsumichi Sanada

J

Hatsushi Kawai

J

Kawasaki

184

16 ronden

16.

28e

39

Toshiaki Yanagawa

J

Hiroshi Kwawakami

J

Honda

182

18 ronden

17.

36e

48

Takashi Suzuki

J

Seiichi Sengoku

J

Honda

182

18 ronden

18.

42e

54

Hideji Tomita

J

Jun Kinoshita

J

Honda

182

18 ronden

19.

24e

46

Hiroyasu Tsukigi

J

Tsutomu Enomoto

J

Kawasaki

182

18 ronden

20.

44e

59

Masaaki Shibatani

J

Hiroshi Okamoto

J

Kawasaki

180

20 ronden

21.

16e

31

Hisashi Yamana

J

Toshiaki Hakamada

J

Suzuki

180

20 ronden

22.

52e

45

Tadashi Yoshimura

J

Suguru Yoshimi

J

Honda

178

22 ronden

23.

34e

34

Hiroyuki Itoh

J

Keijiro Koinuma

J

Honda

178

22 ronden

24.

22e

38

Shigeo Iijima

J

Hiroo Kagami

J

Honda

178

22 ronden

25.

46e

44

Fumihiro Matsumoto

J

Susumu Imai

J

Honda

178

22 ronden

26.

40e

37

Tamotsu Sakamoto

J

Masaru Shoyama

J

Honda

177

23 ronden

27.

56e

55

Tokumitsu Yoshino

J

Tomohiro Yoshizawa

J

Honda

176

24 ronden

28.

41e

49

Kiyoshi Takahashi

J

Masao Takahashi

J

Honda

175

25 ronden

29.

32e

47

Yuji Amano

J

Susumu Fujimoto

J

Kawasaki

174

26 ronden