Home Jack Middelburg Guestbook GP-races Daytona Toon Kannekens Diverse

 

1979

Bert's laatste jaar in de wegraces en zijn eerste (en ook laatste) in de Grand Prix.

 
 

 

Februari 1979 werd er door 40 coureurs een eigen "bond" opgericht, ze noemden die de 'groep van veertig'. Deze groep kwam er om als een betere gesprekspartner te fungeren met de KNMV en de NMB. Als bestuursleden werden benoemd, manager Roel Massink, Jan Muis (o.a. manager van Jack, Bert Struijk, Boet (nog wel) en Willem-Jan Nooteboom), Jack Middelburg, Karel Zegers en ene heer Van Beek. Ze wilden overleggen m.b.t. startgelden, verzekeringszaken en de veiligheidseisen betreffende de circuits. 

Begin van het jaar gingen ook de KNMV en NMB, die sinds drie jaar samenwerkten na jarenlang op voet van oorlog te hebben geleefd, weer met ruzie uit elkaar. Het rommelde al weer geruime tijd en de KNMV was degene die de samenwerking stop zette. De aanzet hiertoe was het feit dat Jack Middelburg en Boet van Dulmen terug wilden naar de NMB (wat uiteindelijk dus niet doorging, nadat er startgelden kwamen). Dit was al een tijdje bekend, maar nu zouden ook de motorcrossers Gerrit Wolsink, Cor den Biggelaar en Wil van der Laan, in navolging van de twee wegracetoppers dit voorbeeld willen volgen. Dit was bij Studio Sport medegedeeld door de voorzitter van de NMB, de heer Van Bokhoven. Volgens de betreffende crossers was dit niet waar, maar waren ze met de KNMV in discussie m.b.t. startgelden en dat liep niet erg goed. Na deze bekendmaking werd deze zaak wel erg snel opgelost, dus men zag het wel als een soort dreigement. Voorheen kreeg elke deelnemer aan de wedstrijden voor het Nederlands kampioenschap, wegrace en motorcross vijftig gulden en was dan verplicht deel te nemen. Deze premies werden nu aanzienlijk verhoogd.

   De KNMV riep ook een kernploeg in het leven, die jonge racers ging begeleiden. Hierin werden ook drie wegracers opgenomen, te weten: Willem-Jan Nooteboom, Bennie Wilbers en Henk de Vries. Verder vier crossers en drie baanracers. Het zou echter op een fiasco uitlopen, terwijl de KNMV zelfs bij de NSF (Nederlandse Sport Federatie) aanklopte en een bedrag van bijna 90.000 gulden subsidie loskreeg. Bennie Wilbers stopte na een paar maanden met de motorsport en zijn plaats werd ingenomen door Klaas Hernamdt. De coureurs hadden eenmaal een bespreking op Papendal en hoorden daarna nooit meer iets. Van de hele begeleidingsgroep kwam of niets terecht of ze waren niet bereikbaar. Het project stierf uiteindelijk een stille dood.

Bert werd in januari '79 door de Bommelse carnavalsvereniging 'De Wallepikkers' benoemd in de prinsenorde. Hij kreeg deze onderscheiding omdat hij Nederland kampioen was geworden in de 250cc klasse in 1978. De Prinsenorde wordt verleend aan Bommelaars, die iets voor de stad betekend hebben. Bert was de zesde inwoner van Zaltbommel die deze eer ten beurt was gevallen. Ook bracht Struijk deze winter weer de tien kilometer schaatswedstrijd van Zaltbommel op zijn naam.

Bert begon het seizoen 1979 dus als regerend Nederlands kampioen in de 250cc klasse en ook dit seizoen mocht op de financiële steun van Pullshaw rekenen, waardoor er ook weer twee nieuwe machines aangeschaft konden worden. Het was de bedoeling dat Bert dit jaar ook diverse Grand prix zou gaan rijden. Met een plek op de aanvullende F.I.M. grading-list, moest het geen probleem zijn om aan starts te komen. Nationaal gokte Bert op twee titels . Hij zei: ,,Ik heb twee Pullshaw Yamaha's, die in samenwerking met Theo Dimmendaal's Dimoto Company, uitstekend zijn geprepareerd. Ze zijn alle twee zó snel, dat er een dubbelkampioenschap in zit. De enige moelijkheid is, dat je in de 350cc klasse regelmatig ene Middelburg tegenkomt en nou kun je nóg zo snel zijn, maar die houdt eenvoudig het gas net zo lang open tot hij je voorbij is, dus dat geeft nog wel wat moeilijkheden". Verder was Bert dik tevreden. ,,Door de bemoeienissen van mijn manager Jan Muis, heb ik de spullen nog nooit zo goed voor elkaar gehad als dit jaar. Ik heb goed materiaal, reis in een prima caravan naar de wedstrijden, wordt gesteund door fijne sponsors en heb door de technische steun van Dimoto weinig machinepech. Vallen doe ik ook maar weinig, dus ik eindig altijd wel voorin. Dat komt ook omdat ik zo'n vreselijke hekel aan vallen heb. Jack niet. Die interesseert het niks. Wordt alleen maar razend als hij valt, laat een paar pleisters plakken en gaat nog sneller rond. Ik schrik me altijd te pletter als ik val. Het gaat ook zo hard, hè?" Van die angst voor vallen was niets te merken aan Bert, als hij in de slag om de leiding in een race was. Het enige dat opviel was dat hij altijd een 'bekeken' race reed. In 1978 werd hij zo kampioen in de 250cc klasse. Dat was niet zijn einddoel. Hij voelde zich toch het meest in zijn element als 500cc rijder, zoals in het begin van zijn raceloopbaan. In 1980 wilde hij graag in de 500cc en 750cc klasse gaan uitkomen. ,,De confrontatie met Jack, Boet en Wil, dát is eigenlijk mijn ideaal. Want alleen in die klassen kun je het publiek echt bewijzen wat je waard bent!"

 

Het seizoen van 1979 begon met de aanschaf van twee splinternieuwe Yamaha's.

 

Huldiging van de kampioenen van 1978 door Valvoline, Tsubaki en Levior. Links vooraan, Truus Struijk en Petra Middelburg.

 

Opnieuw zou in 1979 de strijd in de 250 en 350 cc wegrace internationaal in het teken staan van de Nieuwe Revu-trofee. De procedure was als volgt: die Nederlandse rijder die als nummer één de tweede ronde inging, ontving van Nieuwe Revu een premie van tweehonderd gulden. Die bonificatie gold voor zes verschillende wedstrijden in beide klassen, waarvan de datum nog nader bekend werd gemaakt in de Nieuwe Revu. Behalve die tweehonderd gulden was er trouwens meer: van elke wedstrijd werd een klassement opgemaakt, want er waren telkens punten te verdienen. Die punten waren belangrijk, want wie na die zes wedstrijden de meeste punten had gescoord, won de Nieuwe Revu­trofee, plus een extraatje van duizend gulden. De mening van Pullshaw­rijder Bert Struijk, die in ‘78 in beide klassen met de Nieuwe Revu-trofee ging strijken: "Ik vond het zo'n goed initiatief van Nieuwe Revu, dat ik daar het hele seizoen speciaal op gegokt heb. Mijn starts werden steeds beter omdat ik daar extra aandacht aan besteedde. Natuurlijk wilde ik graag Nederlands kampioen worden en dat is me in de 250 cc ook gelukt. Maar als je dat wilt worden, heb je goed materiaal nodig. En nou verklap ik geen geheim als ik zeg, dat ik dat materiaal kon kopen en kampioen kon worden, mede dank zij Nieuwe Revu. Dat is dan misschien een beetje sneu voor Willem Jan Nooteboom, die gesponsord wordt door Nieuwe Revu. Maar ik denk zo dat ie kennelijk toch al genoeg krijgt; bovendien hoeft niet alles op een hoop terecht te komen. Ik ben vast van plan om daar dit jaar in elk geval weer een stokje voor te steken. Reken maar!"

 

25-03-1979 internationale races Hilvarenbeek

              

wpe88.jpg (42589 bytes) wpe93.jpg (30144 bytes)
wpe95.jpg (30667 bytes)
wpe98.jpg (25519 bytes)

       

De twaalfde editie van de internationale Olof-wegraces, op het circuit Beekse Bergen bij Hilvarenbeek, werd door twee gebeurtenissen overschaduwd, al waren de wedstrijden op zich zeker het aanzien waard. De ernstigste schaduw werd geworpen door de dood van 50cc coureur Theo van de Wiel (26) uit het Limburgse Naps, die zaterdags tijdens de trainingen, met noodlottig gevolg ten val kwam. De valpartij ontstond door toedoen van een vastloper en Van de Wiel werd daarna overreden door de Zwitser Stefan Dörflinger, die hem niet meer kon ontwijken. De tweede schaduw, gelukkig van minder trieste aard, was afkomstig van de zware bewolking die gedurende de hele zondag het circuit verduisterde. Toch werden, met uitzondering van de wedstrijd voor de categorie 250 cc nationaal, waarmee het programma opende, alle races "op het droge" verreden, al duurde het nog tot het eind van de middag, voordat het circuit overal droog was.

Olof races 250cc: Bert voor Juup Bosman en in de achtergrond Bernard Murray.

250cc: Bert voor Klaas Hernamdt (#7), Juup Bosman (#6) en de Engelsman Bernard Murray (#44).

In de 250cc race nam de Zwitser, Hans Müller, die daarvoor al de 125cc race op zijn naam had gebracht, direct de leiding, om deze de rest van de twaalf ronden durende wedstrijd niet meer uit handen te geven. Reeds bij de eerste doorkomst had hij al een flink gat geslagen naar een achtervolgend groepje met daarin Bert, de Brit Bernard Murray, Juup Bosman en Klaas Hernamdt, de laatste op de machine van Jan Visser, die eind 1978 was gestopt en tevens monteur was geworden bij Klaas. Gaandeweg de race reed Hernamdt weg bij het groepje, dat gezelschap kreeg van de vanaf de 32e positie (pech in de training) gestarte Jon Ekerold en Jan van Disseldorp. De topper, Jon Ekerold, had slechts twee ronden nodig om het overgebleven viertal bij te halen en te passeren. Hij rukte in die twee ronden op van de zevende naar de derde positie, waarna hij flink inliep op Klaas Hernamdt en die het leven begon zuur te maken. Weer twee ronden later bezette de Zuid-Afrikaan de tweede plaats. Koploper Hans Müller was toen inmiddels al lang uit zicht verdwenen en niet meer in te halen, zelfs niet door een ontketende Ekerold. Deze moest genoegen nemen met zijn tweede plaats, zoals Hernamdt dat moest, en deed, met zijn derde, in dit sterke deelnemersveld. Het gevecht hierachter, om de vierde plek, duurde tot op de laatste meters. Bernard Murray pakte drie ronden voor het einde Juup Bosman, maar met Bert Struijk had hij aanzienlijk meer moeite. Toch wist de Engelse rijder in de laatste ronde onze nationale 250cc kampioen nog te verschalken. Murray, Bert en Juup gingen als aan een touwtje in die volgorde over de finish. Diverse Nederlandse sportjournalisten waren door de 'Stichting Olof' aangewezen om de coureur aan te wijzen die volgens hen het meeste talent in huis had (jong, nieuw talent), deze kreeg de Ben Majoor-wisseltrofee (niet te verwarren met de bokaal die de KNMV jaarlijks toekende). Als aanmoedigingspremie stelde de organisatie van de Olof races verder een premie van 250 gulden ter beschikking. Klaas Hernamdt werd hiervoor uitverkozen.

Olof races 350cc: Bert achtervolgd Jon Ekerold.

De eerste drie in de 350cc klasse, Jon Ekerold, Pekka Nurmi en Bert.

Bert nam via een van zijn inmiddels bekende snelle starts in de 350cc race direct de leiding, maar ditmaal had ook Jon Ekerold, in tegenstelling tot de kwartliterrace, een snelle start. Het duo ging direct in de eerste ronde een bikkelhard gevecht aan, Bert behield twee doorkomsten de leidende positie, maar toen vond Ekerold het welletjes en passeerde de man uit Zaltbommel. Deze probeerde nog een ronde om het Ekerold moeilijk te maken, maar liet de strijd toen voor wat het was en besloot zich op de tweede plaats te gaan concentreren en te hopen op een eventueel foutje van de Zuid-Afrikaan, die nooit meer dan een paar seconden voorsprong had. Om de derde plaats, werd achter de rug van Bert, een schitterend gevecht geleverd door Piet van der Wal, de Fin Pekka Nurmi, de West-Duitser Anton 'Toni' Mang en Jan van Disseldorp. Mang viel in de slotfase terug omdat zijn snelle Kawasaki fabrieksmachine minder begon te lopen en Oirschotse Piet verspeelde zijn derde plaats, toen hij bij het uitkomen van een bocht even in het gras terecht kwam en een flinke zwieper maakte. Hiervan maakten Pekka Nurmi en Jan van Disseldorp onmiddellijk gebruik en passeerden hem. Wel wist Van der Wal Toni Mang nog voor te blijven. Kees v/d Broek pakte de zesde positie, die vijf ronden lang achter het samen duelerende tweetal Mar Schouten en de Brit Kevin Stowe de 'kat uit de boom' had gekeken, en die een ronde voor het einde van de race de aanval inzette en doorzette. 

 

Bert op de linkerfoto (nog) voor Jon Ekerold in de 250cc klasse en rechts in de 350cc (eveneens nog) voor de Zuid-Afrikaanse topper.

 

 De 500 cc race zou een overwinning voor Wil Hartog moeten brengen, daaraan twijfelde eigenlijk niemand. Wil is zonder twijfel Nederlands sterkste coureur van dit moment (al zal Boet het daar misschien niet helemaal mee eens zijn) en hij heeft bovendien verreweg de snelste machine (en daarmee is Boet het beslist wel eens). Terwijl Wil zijn fabrieks Suzuki in de strijd bracht, verschenen zowel Boet als Jack op hun oude fietsen aan de start; "Jack zelfs op een heel oude, die er al meerdere jaren dienst op had zitten. "Ik dacht: die Lange (Hartog) kan ik toch niet hebben", aldus Middelburg. "Maar ik had me voorgenomen om tenminste een ronde voorop te rijden". Dat lukte wonderwel, want niet Hartog, maar Jack kwam na de openingsronde als eerste voorbij start en finish. Een tiental meters achter hem werd hevig geduelleerd door Hartog en Van Dulmen. Wil en Boet joegen elkaar zo op, dat ze in de vijfde ronde de aansluiting met Jack hadden hersteld. In de zesde ronde was het helemaal feest: Jack en Boet reden naast elkaar op kop, Wil zat er pal achter. Philippe Coulon bezette de vierde plaats en Bruno Kneubühler en Alex George probeerden allebei op de vijfde plaats te rijden. Maar in de zevende ronde was voor Boet het spel uit: met een gesneuvelde krukas keerde hij terug naar het rennerskwartier. De spanning werd er echter niet minder om, want Coulon had inmiddels aansluiting bij Jack en Wil gevonden. Dat duurde evenwel niet lang, want langzaam maar zeker werden de onderlinge afstanden tussen de drie koplopers groter. En toen Jack, vanaf de tiende ronde, als een raket tussen groepjes achterblijvers door begon te slingeren, was het pleit beslist: Wil verloor tientallen meters. Middelburg die "tenminste een ronde" voorop had willen rijden, had van start tot finish geleid en bovendien de snelste ronde gedraaid. Hartog verklaarde naderhand dat hij zich had verkeken op de toestand van het circuit en dat hij een achterband had laten monteren die "eigenlijk voor natter weer bedoeld was". Bovendien wenste Wil met het GP-seizoen voor de boeg geen risico's te nemen. Dat neemt natuurlijk niet weg dat Middelburg een geweldige prestatie leverde door op zijn oude machine de veel snellere fabrieksracer van Hartog het nakijken te geven. De Witte Reus beaamde dan ook volmondig: "Jack was gewoon veel beter vandaag".

 De slotrace van de dag, de klasse 750cc internationaal, scheen een herhaling te worden van het prachtige 500cc gebeuren. Ook nu had Jack Middelburg de snelste start, maar een achtervolgersgroep bestaande uit Patrick Pons, Wil Hartog en Boet van Dulmen zat als vastgekleefd aan Jack's achterwiel. De posities wisselden meermalen per ronde, maar in de vierde ronde had Hartog definitief de kop veroverd. Boet verdrong Jack van de tweede plaats; een voorbeeld dat in de zevende ronde door Pons werd gevolgd. Maar opnieuw gooide machinepech roet in Van Dulmens eten: het achterwiel van Boet's Yamaha werd scheef in de achtervork getrokken en door de verslechterende stuureigenschappen zag Boet zich gedwongen het tempo te verlagen. Patrick Pons en Jack profiteerden hiervan en in de tiende ronde was de volgorde: één Hartog, vervolgens Jack, die inmiddels Pons had teruggepakt, dan Pons en tenslotte Boet. In de eerste drie plaatsen zou tot het vallen van de finishvlag geen verandering meer komen, maar de terugvallende Boet werd in de laatste ronde gepasseerd door Kevin Stowe en Alex George. Door knap stuurwerk wist Boet echter nog de vijfde plaats te heroveren op George. "Dat de 500cc Suzuki van Hartog stukken sneller was dan de mijne, had ik wel verwacht", vertelde Jack Middelburg tijdens de prijsuitreiking. "Maar Wil z'n 652cc fabrieks-Suzuki was echt niet sneller dan mijn Yamaha TZ 750". Philippe Coulon werd zevende, Joey Dunlop achtste, Armin Zeh negende en Karel Zegers maakte de eerste tien vol. Hans Müller won de 125 en 250cc, Jon Ekerold de 350cc en Peter Looijesteijn de 50cc. 

Het zouden, achteraf, de laatste Olof-races in Hilvarenbeek blijken te zijn geweest, dit ten gevolge van het feit dat het circuit niet veilig genoeg meer was. Aan het einde van het seizoen 1980 probeerde men om de Olof-races op het permanente circuit van Zandvoort te organiseren, maar dit werd door een matig bezoekersaantal (zoals altijd in Zandvoort), geen succes. De Olof-races stierven na 13-jaar een roemloos einde en dit terwijl ze zo spectaculair waren begonnen. In 1968 maakte het Tilburgse studentencorps 'Sint Olof' zich op om hun veertigste verjaardag te vieren. Per traditie moest er ook een evenement komen om de bevolking van Tilburg een plezier te doen. Zodoende werd er besloten een motorrace te organiseren. Financieel was alles zo geregeld in die tijd, want bedrijven wilden graag sponsoren, in de hoop dat de studenten als ze klaar waren met hun studie bij hun zouden komen solliciteren. De eerste Olof-races verliepen erg "studentikoos", de organisatoren verschenen, in hun jacquet met hoge hoed, in een Rolls Royce met chauffeur en waren straalbezopen. Ze zwaaiden naar het 10.000 koppige publiek en doken direct de kroeg weer in. De vele bezoekers zorgden voor een winst van 30.000 gulden, die er vervolgens met een "rotgang" doorheen werden gejaagd. De organisatoren vlogen met hun aanhang per chartervliegtuig naar Reims en bezochten (en leegden) daar de champagnekelders. Toen achteraf de rekeningen kwamen van de EHBO, brandweer en Rode Kruis, bleek er geen cent meer in kas te zijn. Swiet van Rossum, eerstejaars tijdens de "oprichting" van de races, vond het te gek om los te lopen dat het bij die ene keer zou blijven. De toeschouwers hadden heel erg genoten en hij besloot met drie medestudenten de handen ineen te slaan en de races een jaar later nogmaals te organiseren. Zij maakten het evenement wel los van het studentencorps, want ze zagen de 'bui al hangen', zij zich inspannen en de rest van het corps naar Reims om de centen er door te jagen. Aldus geschiedde, de Olof-races werden een jaarlijks terugkerend motorsportfestijn in het recreatiepark de Beekse Bergen. De races zouden elk jaar tussen de 20.000 en 30.000 toeschouwers trekken, maar mede door twee totaal verregende edities ('77 en '78) kwam men in financiële problemen en werd dus in 1979 ook het circuit nog afgekeurd. Dit zou het einde betekenen van de internationale races en de Stichting Olof-races, die op dat moment uit acht ex-studenten en de ex-motorcoureur, Leo Bovee, bestond.

                             

 

 

01-04-1979 kampioensraces Zandvoort

wpe79.jpg (30012 bytes) wpe7C.jpg (29202 bytes)
wpe81.jpg (27858 bytes)
wpe83.jpg (26178 bytes)

De opening van de titelstrijd om de nationale wegracekampioenschappen in Zandvoort, ging het eerste weekend van april gepaard met een onnoemelijk aantal valpartijen, waarbij Wil Hartog het zwaarst getroffen slachtoffer bleek te zijn. Tijdens de opwarmronde van de Formuleklasse raakte hij door een op dit moment nog onbekende oorzaak van de baan. Na de aanvankelijk nogal pessimistische berichten omtrent zijn gezondheidstoestand, kon Ton Riemersma ons zondag rond het middernachtelijk uur melden, dat Wil geen hoofdletsel had opgelopen, maar dat men een meer dan twee uur durende operatie aan zijn gebroken onderarm had uitgevoerd. De artsen spraken de verwachting uit, dat Hartog na een week of vier weer op de motor zou kunnen zitten, zodat een start in de Oostenrijkse GP (de tweede na Venezuela) misschien tot de mogelijkheden zou behoren. Ook Willem-Jan Nooteboom kwam ten val, brak een sleutelbeen, op vier plaatsen, en vertrok meteen naar Dr. Derweduwen.

Het wedstrijdverloop was in vele klassen soms spectaculair, maar toen aan het einde van de dag de balans was opgemaakt, bleek dat alle kampioenen in hun klasse de buit veilig hadden gesteld. Opmerkelijke resultaten werden geboekt door Henk Twikler, Klaas Hernamdt, Martin van Soest en Hans Spaan, die vele meer bekende vedetten het nakijken gaven. Verder zagen we een primeur in Nederland met de introductie van de Honda-klasse, waarmee op nationaal niveau eindelijk de weg is vrijgemaakt om op een goedkope manier aan de wedstrijdsport deel te nemen.

Vele coureurs zouden na een valpartij per het circuit verlaten, want zowel in de training als tijdens de races, maakten velen hunner kennis met het asfalt. De oorzaak van die schuivers kan op verschillende manieren worden verklaard. Vele slickbanden konden maar nauwelijks op temperatuur komen met het koude wegdek; de meeste coureurs zaten voor de eerste maal op hun (nog) slecht afgestelde machines en sommige rijders schuwden bepaald niet de nodige risico's te nemen! Het juist afstellen van de demping en de bandenkeuze, speelden vele coureurs, die in het bezit waren van een nieuwe produktieracer (zowel Yamaha als MBA) parten en de avond voor de wedstrijd werd er al een negatieve schatting gedaan over het aantal machines, dat de eindstreep zou halen. In vele gevallen kwam die onrustbarende prognose uit. 

350cc Zandvoort: Bert

Nadat Ruud Freriks met zijn Honda op zaterdag al de sportklasse op zijn naam had gebracht, zou op zondagmiddag een, voor Zandvoortse begrippen, redelijk aantal toeschouwers getuige zijn van de titelstrijd in de overige negen klassen. Voor Jack Middelburg, die dit jaar voor de tweede achtereenvolgende keer drie kampioenschappen moet verdedigen, verliep bijna alles naar wens. De 350cc was de spannendste race van de dag: bij de start leverde het al problemen op. Johan Siemerik kwam bij het aanduwen van zijn machine ten val. Ook Jack had startproblemen en vertrok als twintigste. (''Zenuwen, zoals hij later zou zeggen, ik zat te wachten op 'vijf seconden'. Meestal zeggen ze: 15, 10, 5 seconden, maar nu niet. Ik hoorde Bert (Struijk) zijn motortje pruttelen en wilde ook weg, maar sprong er iets te vroeg op". Bij de Gerlachbocht had Jack achter al een club rijders ingehaald en moest even in het gras toen voor hem vier rijders ten val kwamen, ,,Ik zat er vlak achter, dat waren er toch weer vier minder om voorbij te gaan", aldus Middelburg.) In de eerste ronde kwam het dus na de Gerlachbocht tot een zware crash, waarbij vier coureurs betrokken waren. Kees van der Broek en Ruud Monde waren gelukkig meteen weer ter been. Bobbe van der Broek en Bertus Slager verlieten per ambulance het circuit, maar liepen na behandeling al weer in het rennerskwartier. Bij het uitgaan van de Hugenholzbocht kwamen Duke Wille en Piet van der Wal eveneens ten val. Gelukkig konden ook zij het rennerskwartier zonder kleerscheuren opzoeken. Ondanks deze valpartijen ging de race gewoon door. Bert Struijk had de leiding genomen, op de voet gevolgd door Jan van Disseldorp. In de derde ronde wisselden zij van plaats. Jack was intussen op de voor hem bekende wijze begonnen aan zijn inhaalrace. In de derde ronde lag hij al op een derde plaats. Hij nam in de zevende ronde resoluut de leiding van Bert Struijk, die tot dat moment in een duel was gewikkeld met Jan van Disseldorp, en stond deze niet meer af. De tot meest belovende coureur uitgeroepen Klaas Hernamdt bond de strijd weer aan met Bert Struijk. Dit ten koste van Jan van Disseldorp, die naar een vierde positie terug moest vallen. Ondanks een bikkelhard duel wist Struijk de tweede plaats vast te houden en moest Hernamdt met een derde plaats genoegen nemen. Willem-Jan Nooteboom liep in de zesde ronde als gevolg van een val in de Tarzanbocht een vierdubbele sleutelbeenbreuk op.

350 cc: 1. J. Middelburg, 17.35.4 = 144.148 km/u. 2. B. Struijk; 3. K. Hernamdt; 4. J. v. Disseldorp; 5. W. Zoet 6. H. v. d. Kruijs (allen Yamaha). Snelste ronde: Middelburg, 1.42.2 = 148.858 km/u. 

In de Formuleklasse (tweetakten tot 750 cc en viertakten tot 1000 cc), was Wil Hartog zoals gezegd al in de opwarmronde ten val gekomen, waarmee het zonder deze concurrent voor Jack Middelburg kinderspel was deze categorie van start tot finish met grote voorsprong aan te voeren. Een snelste rondetijd van 1.42.3 geeft wel aan, dat Middelburg het volkomen beheerst op z'n sloffen deed. De tweede plaats werd eveneens al vanaf de eerste ronde ingenomen door Willem Zoet, die ruim voor Dees Bormans, Kees Hogewoning en Rob Beute door de finish ging. 

Met het wegvallen van Hartog, was ook de strijd om de eerste plaats in de 500 cc-klasse verdwenen, want ook hier had Jack Middelburg weinig moeite met de concurrentie. Mocht Jack zich tijdens de GP's net zo koel en beheerst tonen als in Zandvoort, dan kon dat wel eens perspectieven bieden. De halveliterklasse werd gemaakt door Dick Alblas en Henk Twikler de oude rot versus het jonge talent. Al na twee ronden hadden zij elkanders gezelschap gevonden en pas op de streep (midden tussen een pluk achterblijvers) bleek, dat de verrassende Twikler zijn rivaal Alblas een fractie van een seconde was voorgebleven. Willem Zoet voltooide zijn goede dag door voor de derde keer punten te pakken, nl. met een vierde plaats voor Wim ten Klooster en Jan van Disseldorp.

Bert Struijk kreeg als titelverdediger in de kwartliterklasse te maken met een bijzonder hardnekkige Klaas Hernamdt, die hem maar niet los wilde laten (zie foto links). Als aan een touwtje ging het duo rond, met Hernamdt één keer als eerste langs de tribunes. Bij de finish bleek Struijk de langste adem te hebben, maar de vorm waarin zijn Friese concurrent zich bevindt kan nog voldoende sensatie in de toekomst gaan betekenen. Maar liefst vier coureurs maakten aanspraak op de derde plaats en na een racelang duel ging Rinus van Kasteren voor Anton Straver, Juup Bosman en Harrie van der Kruijs met die eer naar huis.

250 cc: 1. B. Struijk, 18.00.7 = 140.773 km/u; 2. K. Hernamdt; 3. R. v. Kasteren; 4. A. Straver; 5. J. Bosman; 6. H. v. d. Kruijs (allen Yamaha).  Snelste ronde: Struijk en Hernamdt beiden 1 .45.7 = 143.929 km/u.

Bert 250cc Zandvoort

Bert 350cc Zandvoort

Willem-Jan Nooteboom 250cc Zandvoort

 

Uitslagen NK Zandvoort 1 april waarin Bert uitkwam (alleen de eerste 20 aankomenden, die pnt. pakten).

250cc

 

350cc

 

750cc

Pos Rijder Bond Pnt. Pos Rijder Bond Pnt. Pos Rijder Bond Pnt.
1. Bert Struijk KNMV 30 1. Jack Middelburg KNMV 30 1. Jack Middelburg KNMV 30
2. Klaas Hernamdt KNMV 27 2. Bert Struijk KNMV 27 2. Willem Zoet KNMV 27
3. Rini van Kasteren NMB 25 3. Klaas Hernamdt KNMV 25 3. Dees Bormans NMB 25
4. Anton Straver NMB 23 4. Jan van Disseldorp KNMV 23 4. Kees Hogewoning NMB 23
5. Juup Bosman KNMV 21 5. Willem Zoet KNMV 21 5. Rob Beute NMB 21
6. Harrie v/d Kruijs NMB 19 6. Harrie v/d Kruijs NMB 19 6. Pieter Blaauboer KNMV 19
7. Kees v/d Broek KNMV 17 7. Mar Schouten KNMV 17 7. Jan Kostwinder KNMV 17
8. Willem-Jan Nooteboom KNMV 15 8. Henk Twikler NMB 15 8. Leo Spierings NMB 15
9. Fred Coopman KNMV 13 9. Eddy Kuipers KNMV 13 9. Jo Scholtze NMB 13
10. Mar Schouten KNMV 11 10. Rini van Kasteren NMB 11 10. Harrie v/d Kruijs NMB 11
11. Wim Stout NMB 10 11. Rob Punt NMB 10 11. Jan Korevaar KNMV 10
12. Henk Kiewiet KNMV 9 12. Fred Coopman KNMV 9 12. Rob Punt NMB 9
13. Herman Schoehuijs NMB 8 13. Peter Verhulsdonk KNMV 8 13. Frans van de Camp NMB 8
14. Mar van Beek KNMV 7 14. Albert Siegers KNMV 7 14. Geert Knelvelman NMB 7
15. Rob Punt NMB 6 15. Jan Lucouw KNMV 6 15. Henk Willems NMB 6
16. Jannes Ebeling KNMV 5 16. Johan Siemerink KNMV 5 16. Joop Michielsen KNMV 5
17. ?? ?? 4 17. ?? ?? 4 17. Martin Jansen KNMV 4
18. Gerrit Bakker NMB 3 18. ?? ?? 3 18. Martin Slinger NMB 3
19. Duke Wille KNMV 2 19. Frans Bieleveld KNMV 2 19. Hein Heijen NMB 2
20. Jan Ubels KNMV 1 20. ?? ?? 1 20. ?? ?? 1

 

350cc Zandvoort: Bert Struijk (#3), Willem Zoet (#28), Jan van Disseldorp (#8), achter Bert Struijk verscholen Kees v/d Broek en daarachter Jack, achter Jack, Henk Twikler, Jan Lucouw (#21), Mar Schouten (#35), Harrie v/d Kruijs (#24) en Piet v/d Wal (#4),

 

350cc Zandvoort, Bert Struijk aan de leiding voor Willem Zoet (half verscholen), Kees van de Broek (#10), Jack daarachter en Jan van Disseldorp (#8).

350cc Zandvoort, Jack nu aan de leiding voor Kees van de Broek (#10), Bert Struijk (#3), Jan van Disseldorp (#8), Henk Twikler (#33) en Willem Zoet (#28).

 

 

 

07-04-1979 internationale races Ammerzoden

 

wpe6.jpg (27212 bytes)                     wpe8.jpg (63441 bytes)

Voor de internationale races in Ammerzoden een week later verreden konden worden, moesten er voor de internationale erkenning van het circuit, eerst 116! bomen langs het parcours verdwijnen.

 

Start 350cc Ammerzoden 1979, met o.a. Duke Wille (#6), Bert Struijk (#3), Pekka Nurmi (#64), Klaas Hernamdt (#7), Willem Zoet (#28), Jon Ekerold (#63) en Jack Middelburg(#1).

 

350cc Ammerzoden 1979, met Bert Struijk voor Jack Middelburg.

 

 350cc Podium Ammerzoden; Bert Struijk, Jon Ekerold en Jack Middelburg.

De 350cc race op de zaterdag in Ammerzoden, beloofde vuurwerk: Jack Middelburg en Jon Ekerold, die geen van beiden tevreden waren met iets anders dan de eerste plaats, zouden tegen elkaar in het strijdperk komen. Maar ook Bert Struijk was belust op revanche (na in de 250cc achter Jon Ekerold, Klaas Hernamdt derde te zijn geworden) en het leek er in de openingsronde op, dat hij die zou krijgen ook. Jack en Bert knokten om de eerste plaats, terwijl vlak daarachter de Fin Pekka Nurmi het met Ekerold aan de stok had. De Zuid-Afrikaan had echter van dit viertal duidelijk het meeste haast, want na drie ronden was hij opgerukt tot pal achter Jack. Daarbij kwam nog, dat Jack na enige ronden last begon te krijgen van een voetblessure die hem hinderde bij het schakelen. Het gevolg was, dat Ekerold vanaf de vierde tot en met de laatste ronde op kop kon rijden, terwijl ook Bert Struijk zich een ronde voor het vallen van de vlag voorbij Jack wist te werken. De Fin Nurmi werd vierde en zijn landgenoot Hyvärinen vijfde. Het jonge talent waar velen in deze klasse hun aandacht op hadden gevestigd, Klaas Hernamdt, viel helaas al in de vijfde ronde uit met motorpech. Rini van Kasteren maakte een slecht start, wist zich flink door het veld naar voren te werken en tegen het einde van de race nog, de zeker niet slechte rijders Tony Head, Willem Zoet en Graham Young te passeren, en kreeg ook bijna Duke Wille nog te pakken voor de zesde plaats, maar moest nu met de zevende genoegen nemen.

350cc Ammerzoden, Bert aan de leiding voor Pekka Nurmi (#64), Jack Middelburg (#1), Jon Ekerold (#63) & Mar Schouten (#39).

350cc Ammerzoden, Jack Middelburg (#1) vlak voor Jon Ekerold, Mar Schouten (#39) en Piet v/d Wal (#4).

350cc Ammerzoden, Jack Middelburg achter Bert Struijk.

 

De race waarvoor iedereen naar het zonovergoten circuit was gekomen, was de krachtmeting tussen regerend kampioen Jack Middelburg en thuisrijder Boet van Dulmen in de klasse 500cc internationaal. En deze wedstrijd begon veelbelovend, want na de eerste ronde zaten Boet en Jack samen op kop. De derde plaats was in handen van Alex George, die hevig op zijn huid werd gezeten door de verbluffend sterk rijdende Henk Twikler. Twikler, die een week tevoren op Zandvoort al opzien had gebaard door de grandioze stijl waarmee hij zijn Lascom-Suzuki bestuurde, ging er ook in Ammerzoden beangstigend hard tegenaan. Aan de af en toe ruige rijstijl van Middelburg en Van Dulmen zijn we inmiddels gewend en we weten dat de heren de situatie beheersen, al ziet het er soms niet naar uit. Maar wanneer een nieuwkomer in deze klasse op dezelfde wijze rond boenderd, krijg je toch wel even een benauwd gevoel. We hebben de indruk dat Henk Twikler, evenals vroeger Jack Middelburg, bezig is met onstuimige begin van een grote carrière. We hopen alleen dat hij er niet zo vaak en zo hard zal afvallen als Jack destijds heeft gedaan. . . .
 Maar terug naar de race. Jack en Boet brachten het publiek in verrukking door vier ronden lang stuivertje te wisselen. Daarna nam Boet definitief afstand van Jack, die op flinke afstand werd gevolgd door het duo George-Twikler. In de zesde ronde wist Twikler zich voorbij de "Vliegende Schot" te sturen en Alex leek enigszins afgebluft door Henkies vlammende manier van rijden. In de negende ronde werd de wedstrijd in feite beslist. Jack stopte met hevig overslaande motor aan de pits zodat Boet er zijn gemak van kon nemen. Het uitvallen van Middelburg bracht Twikler op de tweede plaats, terwijl Alex George op zijn huid werd gezeten door Pietje v.d. Wal die, naarmate de wedstrijd vorderde, steeds harder begon te rijden. Ook ditmaal zou machinepech de beslissende factor vormen, want in de laatste ronde viel Henk Twikler met een stotterende motor (lege tank) terug naar de vijfde plaats terwijl George, die zonder achterrem reed, door deze handicap niet tegen Van de Wal bleek opgewassen. Willem Zoet schijnt ook weer helemaal te zijn hersteld van zijn val van vorig jaar, want hij pakte de vierde plaats na rondenlang achter V.d. Wal te zijn doorgekomen. Dick Alblas werd ondanks een futloze motor zesde voor Eddie Kuipers en Börge Nielsen. 
      

250cc: Bert is zojuist door Jon Ekerold gepasseerd en Van Kasteren komt eraan.

250cc boven: Bert voelt de hete adem van Rinus van Kasteren in de nek. Onder: Rinus is Bert gepasseerd.

In de 250cc klasse had Klaas Hernamdt, die dit seizoen al verrassend snel was geweest (Tilburg & Zandvoort), de snelste trainingstijd laten noteren voor toppers als de Zuid-Afrikaan Alan North, Bert Struijk en de zwager van Alan North, Jon Ekerold. Een van de kanshebbers in deze klasse, de winnaar van de 250cc race, eerder het seizoen in Hilvarenbeek, de Zwitser Hans Müller, verkeek zich tijdens de trainingen op een knik in het wegdek van het zeker niet ongevaarlijke circuit en brak daarbij zijn sleutelbeen. Bij de start nam Bert met zijn bekende bliksemstart weer eens de leiding, gevolgd door Klaas Hernamdt en Rini van Kasteren. Ekerold kwam minder gemakkelijk weg van zijn startpositie en zijn zwager had nóg een slechtere start. Maar de beide topcoureurs zetten er stevig de vaart in en reeds na een ronde was Ekerold opgerukt tot de vierde plaats achter het Nederlandse toptrio en Alan North ging ook al weer als twaalfde de tweede ronde in. Aan het einde van die tweede ronde had Hernamdt de Nederlandse kampioen van zijn eerste plaats verdrongen, terwijl Ekerold Van Kasteren was gepasseerd en nu dus in de nek van Bert ging zitten hijgen. Het hijgen duurde niet lang voor Bert, want Ekerold passeerde hem en zetten de aanval in op de eerste positie van Hernamdt. Deze liet zich echter niet makkelijk verschalken en wist de eerste plaats tot in de zesde ronde vast te houden. Hij bleef wel in de buurt van Ekerold zonder teveel risico's te nemen. Inmiddels was ook Van Kasteren in de zesde ronde Bert Struijk gepasseerd en begon zijn achterstand op Hernamdt zienderogen te verkleinen. Bert volgde op enige afstand en achter zijn rug speelde zich een fraai gevecht af om de vijfde positie tussen Alan North, Mar Schouten en Juup Bosman. Aan de finish had Rini van Kasteren bijna Klaas Hernamdt nog te pakken, maar kwam net een paar meters tekort. Bert pakte eenzaam de vierde plaats, terwijl de strijd om de vijfde plaats pas op de finishlijn beslist werd, Mar Schouten wist in de slotronde nog net Alan North, die net terug was van een langdurige blessure, te verschalken. Juup Bosman, Harrie van der Kruijs, Anton Straver en Duke Wille maakten de eerste tien compleet. Jon Ekerold pakte een prachtige dubbelzege in het Brabantse land, waar de races op zaterdag werden verreden. Na de races stapte Jon in de auto en reed 's-nachts naar Oostenrijk waar de volgende dag races in Langenlebarn (even boven Wenen) werden verreden, waar hij zich ook voor had ingeschreven. Ook hier wist hij "gewoon" even de dubbel in de 250/350cc te pakken! En dat met rijders als Gregg Hansford, Edi Stöllinger, Harald Bartol, Pentti Korhonen en Chas Mortimer in de baan.

                                                 

  

       

 

 

16-04-1979 internationale races Hengelo

wpe70.jpg (49759 bytes) wpe74.jpg (35937 bytes)

 

Tijdens de internationale wedstrijden op Hengelo (Gld), Tweede Paasdag, sloeg het weer om. Tijdens de trainingen op zaterdag had men de gehele dag van het zonnetje kunnen genieten en ook Eerste Paasdag was het prachtig voorjaarsweer. Op Tweede Paasdag, racedag, werd een ieder door kletterende regen op de caravans en bussen gewekt. Waarna er ook nog een ijskoude wind over het rennerskwartier begon te blazen. Echt Hengeloos raceweer, waar men toch nog rond de 20.000 toeschouwers mocht verwelkomen! Voor de middenklassen (250/350) was wederom de middenklassentopper en aankomend wereldkampioen in de 350cc klasse het volgende jaar (1980) Jon Ekerold van de partij. Hij reed graag in Nederland en de Nederlandse organisaties hadden andersom de Zuid-Afrikaan graag. Hij was erg populair, ging altijd tot het uiterste, gaf dus waar voor zijn startgeld. Ook hier in Hengelo maakte hij het weer volkomen waar, het in grote getale opgekomen publiek, genoot weer van zijn shows. De eerste race waarin hij uitkwam was de kwartliterklasse, waarin hij weer eens slecht van zijn startplek afkwam (maakte het extra mooi, misschien deed hij het er soms wel om), en ging als een van de laatsten op pad. Hij werkte zich weer in no-time naar voren om zich met de kop te gaan bemoeien. Na één ronde had hij al de helft van het deelnemersveld te pakken en de laatste paar pakte hij na vijf ronden race, toen hij voor de eerste maal op kop doorkwam en niet meer zou afstaan. Ook grandioos, reed Jan van Disseldorp, op dat moment één van de twee koplopers, samen met meervoudig Grand-Prix winnaar, in diverse klassen, de Brit Chas Mortimer. Jan had tijdens de trainingen al vriend en vijand verbaasd door achter Ekerold de tweede startplaats voor zich op te eisen. Drie ronden lang ontspon er zich een spannend duel tussen het trio. Uiteindelijk moest Jan het ondanks zijn latere remmen, toch afleggen tegen de twee GP-toppers, al passeerde hij Mortimer nog wel een keer. Achter hem klom Klaas Hernamdt op naar de vierde plaats voor Rini van Kasteren. Bert Struijk kwam helaas niet verder dan een zevende positie achter de Fin Eero Hyvärinen. De derde plek van Jan van Disseldorp zorgde voor veel vreugde bij hem en zijn team, maar er was ook ontgoocheling, omdat hij niet mocht starten in de 350cc klasse. Wat was er namelijk aan de hand: hij was tijdens de 350cc training dusdanig hard gevallen, dat hij niet verder wist te komen wat de startposities betrof, dan eerste reserve. De wedstrijdleiding was onverbiddelijk, hij mocht zijn krachten niet nogmaals met de toppers meten em moest toekijken.

In de 350cc klasse maakte Jon Ekerold er nog minder problemen van door nu gewoon redelijk van start te gaan en bij het ingaan van de tweede ronde bezette hij de derde plaats achter Pentti Korhonen en Chas Mortimer. Klaas Hernamdt maakte het zich ook nu weer moeilijk door pas als twaalfde de tweede ronde in te gaan. In de vijfde ronde nam Ekerold na een spannend duel de leiding om daarna onbedreigd de zege te gaan pakken, wederom in navolging tot 9 dagen eerder, in Ammerzoden, dus een dubbeloverwinning. Uiteraard had hij hier in Hengelo wel mee dat Jack Middelburg geen start in de 350cc klasse maakte, zoals deze in Ammerzoden motorische en lichamelijke problemen had. In deze 350cc klasse duelleerden de Finnen Pentti Korhonen en Pekka Nurmi om de tweede plaats, en gingen in de genoemde volgorde over de streep. Chas Mortimer zat er ook lang bij, maar moest uiteindelijk met mechanische problemen naar de kant, waardoor Klaas Hernamdt opschoof naar de vierde plaats voor Mar Schouten, Alan North, de Ier Graham Young, Rini van Kasteren (na schuivertje in de laatste ronde) en Kees v/d Broek, terwijl Willem Zoet de eerste tien volmaakte, tijdens deze paasrace. En Bert? Bert kwam in het stuk niet voor en zou uitvallen.

In de halveliterklasse vochten Jack Middelburg en Boet van Dulmen een bloedstollend mooi gevecht uit. Ze moesten het nog stellen zonder de tegenstand van Wil Hartog, die van de KNMV, vanwege zijn blessures, geen toestemming had gekregen om te rijden in Hengelo. Boet en Jack kwamen na de eerste ronde elleboog aan elleboog voorbij start en finish. Vier ronden lang wist Jack een fractie eerder over de streep te gaan, daarna nam Boet het kopwerk voor zijn rekening. Voor zover er tenminste sprake kan zijn van kopwerk, wanneer twee coureurs pal naast elkaar door de bochten gaan. Halverwege de wedstrijd had Boet zich even losgereden, maar Jack wist het verschil tot 2,2 seconde binnen drie ronden weer terug te brengen tot nul. In de twee na laatste ronde reed het tweetal weer zij aan zij; in de één na laatste ronde wist Jack door ontzettend laat te remmen in de haakse bocht voor de finish de kop weer over te nemen, maar in de beslissende ronde zette Boet hem dat betaald. Hij verleidde Jack tot nog later remmen en dat was een fractie te laat. Jack's wielen blokkeerden en hij moest de remmen even laten "vieren" om overeind te blijven. Hij kwam nog stuiterend naast Boet, maar moest toen door het stilstaande voorwiel, even loslaten. Hierdoor moest hij Van Dulmen deze maal de overwinning laten en genoegen nemen met de 2e plek, maar spannend was het wel! Boet en Jack vertelden later dat op het eind van het rechte stuk de baancommissarissen achter de bomen en het weiland invluchten, als zij samen wiel aan wiel op de haakse bocht kwamen aanstuiven! Het was deze 2e paasdag ontzettend slecht weer overigens, ik weet me nog heel goed te herinneren dat ik die dag alleen de 500cc en 350cc klasse heb gezien en de rest van de dag binnen heb gezeten. Ondanks de regen en snijdende kou, hadden 20.000 mensen de weg naar het circuit gevonden.

Er ontstonden dit jaar steeds meer problemen m.b.t. startgelden. Dit was uiteraard al jaren een terugkerende discussie, maar in 1979 werd de 'koe eindelijk eens goed bij de horens' gepakt. Mede door de oprichting van de 'club van veertig'. Voor de Nederlandse kampioenschapraces was het nu eindelijk redelijk voor elkaar, maar men had ook nog de internationale races. Hier was ook je reinste willekeur. De honderd coureurs in de zes verschillende wegraceklassen (bijna iedereen reed in twee of drie klassen) moesten vaak, als éénling opererend, bij een organisator zelf maar zien wat ze uit het vuur konden slepen. In Hilvarenbeek bijvoorbeeld, waar ondanks het slechte weer 30.000 mensen kwamen kijken, had men voor de buitenlandse coureurs, voor een groot deel tweede garnituur, 75.000 gulden uitgetrokken, terwijl dat bedrag voor al de Nederlandse rijders slechts Hfl. 35.000 was. Kwam je niet in aanmerking voor prijzengeld, tel uit je winst! Kevin Stowe, een middenmotor uit de omvangrijke Engelse raceschool kwam in Hilvarenbeek voor Hfl. 4000 aan de start, terwijl bijv. Henk van Kessel, oud-wereldkampioen 50cc, voor 300 piek op kon/mocht komen draven! Zelfs Jack en Boet ontvingen niet de 4000 gulden die Stowe en andere buitenlanders ontvingen. En heel veel toeschouwers kwamen toch echt voornamelijk voor Jack Middelburg, Boet van Dulmen en Wil Hartog (de laatste kreeg deze bedragen wel overigens). De organisatie van de races in Ammerzoden, van een week voor Hengelo, hadden een nieuw en goed systeem ingevoerd. Buiten het startgeld kon men per positie in elke ronde een bedrag verdienen. "Werken" voor je geld heet dat.

 

   

22-04-1979 kampioensraces Zandvoort

wpe3E.jpg (30339 bytes) wpe4B.jpg (46253 bytes)
wpe59.jpg (46696 bytes)
wpe5D.jpg (42637 bytes)

        

350cc: Bert

350cc Zandvoort: Bert voor Henk Twikler

Als we de uitslagen van de tweede kampioensraces op Zandvoort vergelijken met de seizoensopener, drie weken geleden, dan blijkt al snel, dat slechts in twee klassen de winnaar dezelfde naam draagt! Typerend voor de spanning om de nationale kampioenstitels. Trekken we die vergelijking door, dan wordt duidelijk, dat het aantal valpartijen nauwelijks is afgenomen en dat is niet zo'n best teken. Op zaterdagmiddag kwam reeds het droeve nieuws, dat Kees Hoogewoning tijdens de training voor de Formuleklasse dodelijk was verongelukt, een trieste gebeurtenis die haar stempel op het evenement heeft gedrukt. Willem Zoet zou op het duinencircuit benadrukken, dat de stijgende lijn in zijn prestaties steeds verder omhoog gaat, want de Stimorol-piloot werd eerst in de 350cc klasse achter Jack Middelburg en Klaas Hernamdt derde, vervolgde zijn optreden met een tweede plaats achter de Naaldwijker in de Formuleklasse om het klapstuk, de 500cc-race, te winnen door in de laatste ronde Henk Twikler van zich af te schudden. De comeback van Zoet begint vaste vormen aan te nemen! Hernamdt maakte zijn belofte waar door de kwartliterrace voor de eerste keer als winnaar te beëindigen, terwijl Theo van Geffen de 125cc wedstrijd op zijn naam wist te schrijven. Na een enerverend duel toonde Gerrit Strikker zich de sterkste in de lichtste klasse, terwijl Cees Smit en Charles Vroegop nu van pech verschoond bleven en de hoogste eer bij de driewielers behaalden.

Als tweede race op Zandvoort ging de kwartliterklasse met vertraging van start omdat Chris Kottever ten val was gekomen en met een gebroken arm moest worden weggebracht. Deze 250cc-race zou Klaas Hernamdt eindelijk zijn eerste welverdiende zege in een kampioenswedstrijd brengen. Jan van Disseldorp leidde alleen in de eerste ronde (hij viel daarna uit), op de supersnelle Yamaha, die door Louis Weterings geprepareerd werd, waarna de Fries Hernamdt volkomen oppermachtig de wedstrijd domineerde. Erg fraai was de opmars van Willem Jan Nooteboom, die met zijn sleutelbeenblessure van de vorige NK wedstrijden op Zandvoort, voor het eerst weer reed. Met een van pijn vertrokken gezicht wist hij Rob Punt de tweede plaats af te snoepen, nadat Bert Struijk in de slotfase terugviel (vijfde), na de eerste vier ronden op de tweede stek te hebben gereden, en Rini van Kasteren nog voor zich moest dulden. Deze laatste was niet blij met zijn vierde plaats, want eigenlijk had hij zich de tweede plek toegedicht. De race werd nl. een ronde te vroeg afgevlagd en hij liep hard in op Rob Punt en Nooteboom, die nog maar een kleine voorsprong op hem hadden, die hij de laatste ronde in had denken te halen.

350cc: Bert voor Klaas Hernamdt en Willem Zoet (#28).

250cc: Zandvoort, Bert voor Rob Punt en Mar Schouten.

250cc: Zandvoort, Bert voor Jan van Disseldorp.

 

350cc Zandvoort: Bert voor Henk Twikler & Mar Schouten.

350cc Zandvoort: Bert voor Henk Twikler (#33), Willem Zoet (#28) en Piet v/d Wal.

350cc Zandvoort: Jan van Disseldorp (#8) voor Bert, Henk Twikler (#33), Willem Zoet (#28) en Piet v/d Wal.

350cc Zandvoort: Bert voor Mar Schouten.

In de 350 cc-klasse was de kopstart traditiegetrouw voor Bert Struijk, maar de man uit Zaltbommel had zijn dag niet, kampte met stuurproblemen en viel net als in de 250 cc-categorie terug naar de vijfde plek. Piet van der Wal en Kees van der Broek kwamen ten val, waarbij laatstgenoemde een elleboog brak. Op dat moment lag hij op de tweede plaats, vlak voor Bert Struijk en Van der Wal. Door de schrikreactie vloog Piet van der Wal ook van zijn machine. Bert kon net op zijn Yamaha blijven zitten, zijn reactie na de race: ,, Ik ben blij dat ik er op ben blijven zitten. Kees ging er zo hard van af bij 'Bosuit', het was net of er een granaat in de strobalen ontplofte". Jack Middelburg domineerde deze wedstrijd volledig. In de tweede ronde nam hij de leiding om deze niet meer af te staan en zijn positie aan de kop van het klassement te verstevigen. Klaas Hernamdt deed het opnieuw uitstekend door nu van de negende plaats op te rukken naar de tweede positie (binnen vier ronden). Willem Zoet was voortdurend in gevecht gewikkeld met Jan van Disseldorp en zou zijn opponent bij de finish een halve seconde voor blijven. Bert Struijk werd uiteindelijk vijfde en begreep niet waardoor hij op Zandvoort al jaren dezelfde tijden liet noteren, terwijl de rest steeds harder ging. Zijn vijfde plek was ook nog eens zwaarbevochten, want Bert moest nog flink zijn best doen, want ook Henk Twikler en Mar Schouten hadden een oogje op deze klassering, die Bert met een minimaal verschil van vijfhonderdste van een seconde naar zich toetrok voor Henk Twikler, die dus op de zesde plaats eindigde, een positie die hij na de eerste ronde ook reeds bezette. Mar Schouten was iets teruggevallen, kon het tempo van Struijk en Twikler niet volgen, en werd ook nog door Rinus van Kasteren gepasseerd.

In de Formule-klasse zaten Middelburg en Zoet slechts een paar ronden bij elkaar. Toen vond Jack het genoeg, schudde Zoet van zich af, die op zijn beurt Karel Zegers en zijn rivaal Pieter Blaauboer ruim voorbleef. Jan Kostwinder werd vijfde voor Harrie v. d. Kruijs met zijn Biggelaar Ducati. Na de opwarmronde van de 500 cc-klasse bleek, dat een kleine reparatie aan het remhuis van Middelburg's Suzuki noodzakelijk was. Er volgde een klein incident, want toen de fiets aan de kant was gezet, nadat Jack om een uitstel van de start had gevraagd (omdat je moeilijk met een aanlopende schijf in het voorwiel kunt rijden), om de kleine reparatie te laten verrichten en zijn handschoenen had uitgetrokken en het bandje van de helm had losgemaakt klonk het sein "nog één minuut", waarna de meute van start ging, Middelburg aanvankelijk de pijp aan Maarten wilde geven, maar toch vertrok toen het hele veld al over de Hunserug was. Jack reageerde zijn agressie op fascinerende wijze af door aan een opmars te beginnen die zijn weerga niet had. Willem Zoet rook zijn kans en het vliegende pakje kauwgum leidde de race, achtervolgd door Henk Twikler en Dick Alblas, die hun vorige duel prolongeerden. Zegers kwam ten val en liep een voetblessure op. Zoet toonde zijn klasse door ondanks de druk van Alblas en Twikler, die een keer in de Hugenholtzbocht een fout keurig corrigeerde, op kop te blijven. Twikler kwam hem in de laatste ronde zelfs voor, maar de ervaren coureur uit Ophemert passeerde hem buitenom bij Tunnel-Oost en incasseerde uiterst gelukkig de volle dertig punten voor Twikler (die nu de tussenstand aanvoert), Alblas, Van Disseldorp en... Jack Middelburg! De F&S-coureur, die het publiek helemaal achter zich had, pakte mannetje na mannetje om via een vermorzeling van het ronderecord (gem. snelheid 155.556 km/u) te demonstreren, dat hij eigenlijk de beste was.

Uitslagen NK Zandvoort 22 april waarin Bert uitkwam (alleen de eerste 20 aankomenden, die pnt. pakten).

250cc

 

350cc

 

750cc

Pos Rijder Bond Pnt. Pos Rijder Bond Pnt. Pos Rijder Bond Pnt.
1. Klaas Hernamdt KNMV 30 1. Jack Middelburg KNMV 30 1. Jack Middelburg KNMV 30
2. Willem-Jan Nooteboom KNMV 27 2. Klaas Hernamdt KNMV 27 2. Willem Zoet KNMV 27
3. Rob Punt NMB 25 3. Rini van Kasteren NMB 25 3. Karel Zegers KNMV 25
4. Rini van Kasteren NMB 23 4. Jan van Disseldorp KNMV 23 4. Pieter Blaauboer KNMV 23
5. Bert Struijk KNMV 21 5. Bert Struijk KNMV 21 5. Jan Kostwinder KNMV 21
6. Mar Schouten KNMV 19 6. Henk Twikler NMB 19 6. Harrie v/d Kruijs NMB 19
7. Juup Bosman KNMV 17 7. Rini van Kasteren NMB 17 7. Jo Scholtze NMB 17
8. Harrie v/d Kruijs NMB 15 8. Mar Schouten KNMV 15 8. Hein Heijen NMB 15
9. Fred Coopman KNMV 13 9. Harrie v/d Kruijs NMB 13 9. Winston Tjin NMB 13
10. Henk Kiewiet KNMV 11 10. Eddy Kuipers KNMV 11 10. Geert Knelvelman NMB 11
11. Anton Straver NMB 10 11. Klaas Davidson KNMV 10 11. Jan Korevaar KNMV 10
12. Herman Schoehuijs NMB 9 12. Fred Coopman KNMV 9 12. Rob Punt NMB 9
13. Martin Jansen KNMV 8 13. Peter Verhulsdonk KNMV 8 13. Joop Michielsen KNMV 8
14. Mar van Beek KNMV 7 14. Rob Punt NMB 7 14. Martin Slinger NMB 7
15. Jannes Ebeling KNMV 6 15. Albert Siegers KNMV 6 15. Martin van Koulil NMB 6
16. Gerrit Bakker NMB 5 16. Bertus Slagers KNMV 5 16. Frans van de Camp NMB 5
17. Johan Siemerink KNMV 4 17. Johan Siemerink KNMV 4

Snelste ronde: Jack Middelburg (155.556)

18. Jan Ubels KNMV 3 18. Jan Lucouw KNMV 3
19. Harm Sans KNMV 2 19. Han Zijlstra KNMV 2
20. Cees Looijesteijn KNMV 1 20. Gerard Beck KNMV 1

Snelste ronde: Klaas Hernamdt (145.027)

Snelste ronde: Jack Middelburg (149.443)

 

 

29-04-1979 Grand Prix Oostenrijk, Salzburgring

wpe4F.jpg (51373 bytes)

27/28 april 1979, Grand Prix Oostenrijk, circuit Salzburgring

Trainingstijden  350cc

1. Grunwald Harfmann 1.30.75  
 
 

Bert in Oostenrijk.

   
  
2. Patrick Fernandez 1.30.77
3. Chas Mortimer 1.32.01
4. Eero Hyvärinen 1.32.06
5. Walter Villa 1.32.23
6. Roland Freymond 1.32.28
7. Pekka Nurmi 1.32.33
8. Jon Ekerold 1.32.54
9. Christian Estrosi 1.32.63
10. Edi Stöllinger 1.32.73
11. Michel Frutschi 1.32.74
12. Anton Mang 1.32.78
13. Carlos Lavado 1.32.80
14. Gianfranco Bonera 1.32.92
15. Vic Soussan 1.32.95
16. Andreas Hückel 1.33.74
17. Gregg Hansford 1.33.94
18. Reinhold Roth 1.33.99
19. Manfred Obinger 1.34.11
20. Patrick Pons 1.34.48
21. John Weeden 1.34.54
22. Max Wiener 1.34.68
23. Kenny Blake 1.34.78
24. Jeffrey Sayle 1.34.79
25. Michel Rougerie 1.34.84
26. Klaas Hernamdt 1.35.38
27. Kork Ballington 1.35.95
28. Richard Hubin 1.36.12
29. Pentti Korhonen 1.36.76
30. Mike Baldwin 1.36.91
31. Randy Mamola 1.36.93
32. René Delaby 1.37.00  
33. Peter Baláz 1.37.24
34. Takazumi Katayama 1.37.66
35. Bert Struijk (#35) 1.37.76
36. Janos Drapal 1.39.31

 De Grote Prijs van Oostenrijk op de Salzburgring, de tweede Grand Prix van het seizoen 1979, betekende dan eindelijk de vuurdoop voor Bert in een buitenlandse Grand Prix, nadat hij dit seizoen een plekje op de internationale grading-list had verkregen. Hij werd tijdens de 350cc race, waar ook Klaas Hernamdt aan de start verscheen, zeventiende, terwijl Klaas twee plaatsjes lager eindigde. Bert had de 35e trainingstijd laten noteren van de 36 die voor een start in aanmerking kwamen. Hij had "geluk" gehad dat hij ondanks het feit dat hij reeds tijdens de eerste training op de baan moest verschijnen en ondanks de regen toch flink gas had gegeven. Er werd in Oostenrijk namelijk in twee groepen getraind en terwijl de eerste groep, waar Bert dus in zat, op een natte baan hun tijden moest zetten, kon de tweede groep op een gedeeltelijk drooggereden baan aanmerkelijk snellere tijden neerzetten. Willem-Jan Nooteboom, als derde Nederlander aanwezig, kon zich niet bij de beste zesendertig scharen en moest dus als toeschouwer de race volgen. Bert en Klaas zaten beiden in het begin van de race in de staart van het veld, maar het gevecht wat ze hier moesten leveren was er niet minder om. Zij gingen met de Australiër Jeffrey Sayle en de Oostenrijker Manfred Obinger in duel alsof het een gevecht om de podiumplaatsen betrof! Er werd in dit vierpersoonsgroepje gevochten en van positie gewisseld of het een lieve lust was en beide Nederlanders waren na afloop best tevreden. Ze hadden kostbare GP-ervaring opgedaan.

29 april 1979, Grand Prix Oostenrijk, circuit Salzburgring

350cc 

1. Kork Ballington Zaf Kawasaki 50.37.06
2. Jon Ekerold Zaf Yamaha 50.59.52
3. Anton Mang D Kawasaki 51.07.63
4. Michel Frutschi CH Yamaha

51.08.62

5. Walter Villa I Yamaha 51.30.73
6. Patrick Fernandez F Yamaha 51.30.90
7. Edi Stöllinger A Kawasaki 51.38.36
8. Patrick Pons F Yamaha 51.38.78
9. Vic Soussan AUS Yamaha 51.39.11
10. Eero Hyvärinen SF Yamaha 51.55.59
11. Pekka Nurmi SF Yamaha 51.57.05
12. Chas Mortimer GB Yamaha 51.55.59
13. Gregg Hansford AUS Kawasaki

1 ronde

14. Grunwald Harfmann A Yamaha

1 ronde

15. Jeffrey Sayle AUS Yamaha

1 ronde

16. Richard Hubin B Yamaha

1 ronde

17. Bert Struijk (#35) NL Yamaha

1 ronde

18. Manfred Obinger A Yamaha

1 ronde

19. Klaas Hernamdt NL Yamaha

1 ronde

20. John Weeden GB Yamaha

1 ronde

21. René Delaby B Yamaha

1 ronde

 

 

 

06-05-1979 Grand Prix Duitsland, Hockenheim

Na zijn ervaringen in zijn eerste Grote Prijs toog Bert vol goede moed naar de derde Grand Prix van het seizoen (zijn tweede) op de Hockenheimring in Duitsland. Dit zou een grote deceptie worden. Hij had nogal wat problemen tijdens de trainingen met zijn 250cc Yamaha met nummer 33. Achteraf bleek het probleem verkeerde benzine te zijn. Een te laag octaangehalte, niemand had hem en zijn team verteld dat je altijd je eigen benzine mee moest nemen. De benzine die je bij de pomp kocht, in die tijd, was niet geschikt. Ja Grand Prix rijden ging niet zomaar vanzelf. Ook deed Bert in de trainingen in Duitsland iets wat hem niet vaak overkwam. Hij ging er namelijk hard vanaf. Op het moment dat hij een snelle bocht indook, kreeg zijn machine een vastloper en daar lag Bert. Hij had al enige coureurs met de ziekenwagen af zien voeren en dacht dat hij de volgende was. Maar dat alles viel mee, zijn machine was er slechter aan toe. Helaas wist Bert zich al met al niet te kwalificeren voor deze Duitse GP en dat was flink balen!

 
6 mei 1979, Grand Prix Duitsland, circuit Hockenheim

250cc (16 ronden)

Grid

350cc (19 ronden)

Grid

500cc (19 ronden)

Grid
1. Kork Ballington Zaf Kawasaki 38.34.4 8e 1. Jon Ekerold Zaf Yamaha 44.27.3 7e 1. Wil Hartog NL Suzuki 42.33.9 4e
2. Randy Mamola USA Yamaha 38.50.6 7e 2. Anton Mang D Kawasaki 44.27.9 6e 2. Kenny Roberts USA Yamaha 42.37.5 5e
3. Anton Mang D Kawasaki 38.50.7 4e 3. Michel Frutschi CH Yamaha 44.33.4 5e 3. Virginio Ferrari I Suzuki 42.46.4 3e
4. Jon Ekerold Zaf Yamaha 39.09.1 6e 4. Kork Ballington Zaf Kawasaki 44.46.7 13e 4. Bernard Fau F Suzuki 42.59.8 18e
5. Guy Bertin F Yamaha 39.09.3 5e 5. Christian Estrosi F Kawasaki 44.47.3 8e 5. Philippe Coulon CH Suzuki 43.01.8 11e
6. Gregg Hansford AUS Kawasaki 39.09.6 19e 6. Roland Freymond CH Yamaha 44.49.6 3e 6. Franco Uncini I Suzuki 43.21.3 2e
7. Hans Müller CH Yamaha 39.12.7 2e 7. Pekka Nurmi SF Yamaha 45.32.2 25e 7. Jack Middelburg NL Suzuki 43.22.7 9e
8. Barry Ditchburn GB Kawasaki 39.23.8 26e 8. Vic Soussan AUS Yamaha

45.35.4

29e 8. Christian Sarron F Yamaha

43.39.0

8e
9. Pentti Korhonen SF Yamaha 39.26.0 23e 9. Richard Hubin B Yamaha 45.43.7 14e 9. Steve Parrish GB Suzuki 43.40.1 21e
10. Alan North Zaf Yamaha 39.31.0 10e 10. Yoshimi Matsumoto J Yamaha 45.46.4 24e 10. Mike Baldwin USA Suzuki

44.01.1

22e
11. Giampaolo Marchetti I MBA 39.43.7 43e 11. Max Wiener A Yamaha 45.54.0 18e 11. Dennis Ireland Nzl Suzuki 1 ronde 23e
12. Jean-François Baldé F Kawasaki 39.49.8 30e 12. Jeffrey Sayle AUS Yamaha 45.50.1 22e 12. Elmar Renner D Suzuki 1 ronde 26e
13. Vic Soussan AUS Yamaha 39.54.0 38e 13. Werner Hilbk D Yamaha 45.50.4 12e 13. Henk de Vries NL Suzuki 1 ronde 28e
14. Eric Saul F Yamaha 39.54.7 9e 14. Tony Head GB Yamaha 46.15.3 26e 14. Gerhard Vogt D Suzuki 1 ronde 25e
15. Harald Merkl D Yamaha 40.04.5 17e 15. Klaas Hernamdt NL Yamaha 46.15.5 28e 15. Hans-Otto Butenuth D Suzuki 1 ronde 30e
16. Patrick Fernandez F Yamaha 40.17.0 12e 16. Sadao Asami J Yamaha 46.24.6 4e 16. Max Nöthiger CH Suzuki 1 ronde 32e
17. Olivier Chevallier F Yamaha 40.17.2 15e 17. John Long USA Yamaha 46.40.2 36e 17. Herbert Schieferecke D Suzuki 1 ronde 35e
18. Graziano Rossi I Morbidelli 40.19.1 18e 18. Dieter Braun D Yamaha 46.43.9 ? 18. Bo Granath S Yamaha 2 ronden 38e
19. Josef Hage D Yamaha 40.22.7 27e 19. Jakob Beck D Yamaha 1 ronde 38e 19. Wong-Kwong King D Suzuki

2 ronden

39e
20. Roland Kopf D Yamaha 40.32.4 20e 20. René Delaby B Yamaha 1 ronde 42e 20. Michael Schmid A Suzuki

2 ronden

31e
21. Reino Eskelinen SF Yamaha 40.33.1 13e 21. Åke Grahn N Yamaha 1 ronde 46e 21. Stefano Bonetti I Suzuki

2 ronden

40e
22. Eero Hyvärinen SF Yamaha 40.33.8 29e 22. Olivier Liegeois B Yamaha 1 ronde 44e  
23. Paolo Pileri I Yamaha 40.34.1 33e 23. Wulf Gerstenmaier D Yamaha 1 ronde 47e
24. Thierry Espié F Yamaha 40.54.6 11e 24. Walter Miglioratti I Yamaha 1 ronde 37e
25. John Long USA Yamaha 41.01.1 40e 25. Kenny Blake AUS Yamaha 1 ronde 41e
26. Fernandez Gonzalez ES Yamaha 42.01.1 36e 26. Peter Schöfer D Yamaha 1 ronde ?
27. Walter Villa I Yamaha 42.14.0 1e 27. John Weeden GB Yamaha 2 ronden 51e
28. Walter Hoffmann D Yamaha 1 ronde 35e  
29. August Auinger A Yamaha 1 ronde 32e
30. John Weeden GB Yamaha 1 ronde 49e
31. Hans Gasser A Kawasaki 1 ronde 51e
32. Willem-Jan Nooteboom NL Yamaha 1 ronde 42e
33. Peter Baláz CSSR Yamaha 1 ronde 47e
34. Wulf Gerstenmaier D Yamaha 1 ronde 50e

 

13-05-1979 Grand Prix Italië, Imola

wpe16.jpg (48000 bytes)

Ondanks de teleurstellend verlopen Duitse Grand Prix, reden Bert en zijn team wel door naar Italië, waar op het circuit van Imola de volgende Grote Prijs al weer op het programma stond, drie weken achter elkaar een Grand Prix. Wel met een platte machine en zonder onderdelen. Vandaar dat ze eerst langs Stuttgart reden om daar een krukas op te halen. Daarna naar Italië, nieuwe krukas gemonteerd, bleek het een verkeerde te zijn! Na veel zoeken en vragen kreeg Bert gelukkig van de Engelse topper, Chas Mortimer, een krukas en een cilinder. Probleem opgelost zou je zeggen, nee, niets was minder waar. Tijdens het trainen bleven er problemen de kop op steken en zo mistte Bert op een tiende de kwalificatie. Eerste reserve! Een slechtere positie kun je niet hebben, als er niemand tussen uitvalt. Niet getreurd, eerst werd de 350cc klasse verreden in Imola en de meeste coureurs die in die klasse reden kwamen ook uit in de kwartliterklasse en er raakte, zeker in die tijd, altijd wel een of meerdere rijders geblesseerd en dan was eerste reserve de mooiste plek die je kon hebben, buiten een kwalificatieplaats uiteraard. Maar helaas, men was voor Jan met de korte achternaam naar Italië afgereisd, weer geen start, ondanks het feit dat er minimaal twee rijders afvielen. Maar ja, men was wel in het meest corrupte land van West-Europa, dus dan werden er wel één of meer Italiaantjes naar voren geschoven. Toen Bert thuiskwam was ook zijn vader nog ziek geworden (overleed in 1980) en hij besloot zich weer op de nationale races te gaan concentreren en de GP's te laten voor wat het was. Het was een korte maar hevige tijd geweest, die financieel een flinke aderlating betekende en mentaal een flinke opdonder. Weg illusies wat dat betrof.

11/12 mei 1979, Grand Prix Italië, circuit Imola

Trainingstijden 250cc 

1. Kork Ballington 2.02.33  

Onderstaande rijders niet gekwalificeerd:

2. Randy Mamola 2.02.60 33. Bert Struijk 2.07.66
3. Graziano Rossi 2.03.18 34. Alan North 2.07.66
4. Gregg Hansford 2.03.31 35. Raymond Roche 2.08.04
5. Guy Bertin 2.03.65 36. Eric Saul 2.08.16
6. Walter Villa 2.04.01 37. Giorgio Avveduti 2.08.18
7. Jean-François Baldé 2.04.29 38. René Delaby 2.08.25
8. Paolo Pileri 2.04.50 39. Edoardo Alemán 2.08.37
9. Mario Lega 2.04.74 40. Jean-Marc Toffolo 2.08.66
10. Patrick Fernandez 2.04.80 41. E. Rigamonti 2.08.98
11. Barry Ditchburn 2.05.08 42. A. Mancinelli 2.09.00
12. Christian Estrosi 2.05.13 43. Paolo Ferretti 2.09.23
13. Vic Soussan 2.05.15 44. Gabriele Cantone 2.10.02
14. Anton Mang 2.05.40 45. Fernando De Nicolás 2.10.71
15. Reino Eskelinen 2.05.43 46. Reinhold Roth 2.12.08
16. Thierry Espié 2.05.56 47. Pierluigi Conforti 2.13.00
17. Giampaolo Marchetti 2.05.70 48. Alain Beraud 2.13.75
18. Jon Ekerold 2.05.83 49. Rudolf Weiss 2.14.77
19. Pentti Korhonen 2.05.83 50. Carlos Morante 2.13.96
20. Giuseppe Consalvi 2.05.86  
21. Germano Conti 2.05.97
22. Edi Stöllinger 2.06.01
23. Hubert Rigal 2.06.03
24. Richard Hubin 2.06.09
25. Franco Solari 2.06.28
26. Franco Marcheggiani 2.06.68
27. Olivier Chevallier 2.06.81
28. Mike Baldwin 2.06.85
29. Hans Müller 2.07.03
30. Roland Freymond 2.07.11
31. Chas Mortimer 2.07.49
32. Massimo Matteoni 2.07.65
 
13 mei 1979, Grand Prix Italië, circuit Imola

250cc  (24 ronden)

350cc (26 ronden) 

500cc (29 ronden) 

1. Kork Ballington Zaf Kawasaki 49.01.0 1. Gregg Hansford AUS Kawasaki 52.42.7 1. Kenny Roberts USA Yamaha 56.49.7
2. Randy Mamola  USA Yamaha 49.28.3 2. Sadao Asami J Yamaha 52.54.0 2. Virginio Ferrari I Suzuki 57.00.6
3. Barry Ditchburn GB Kawasaki 49.57.0 3. Patrick Fernandez F Yamaha 52.55.4 3. Tom Herron N-Ier Suzuki 57.07.1
4. Walter Villa I Yamaha 49.57.1 4. Anton Mang D Kawasaki 52.57.7 4. Barry Sheene GB Suzuki 57.21.6
5. Jean-François Baldé F Kawasaki 50.32.4 5. Jeffrey Sayle AUS Yamaha 53.45.4 5. Mike Baldwin USA Suzuki 57.30.3
6. Patrick Fernandez F Yamaha 50.34.0 6. Murray Sayle AUS Yamaha 54.26.5 6. Benard Fau F Suzuki 57.40.7
7. Paolo Pileri I Yamaha 50.43.4 7. Eddy Elias I Yamaha 54.36.1 7. Jack Middelburg NL Suzuki 57.44.7
8. Massimo Matteoni I Yamaha 40.44.4 8. Reinhold Roth D Yamaha

1 ronde

8. Philippe Coulon CH Suzuki 57.50.7
9. Pentti Korhonen SF Yamaha 50.50.8 9. Adelio Faccioli I Yamaha 3 ronden 9. Graziano Rossi I Morbidelli 58.29.4
10. Thierry Espié F Yamaha 50.53.8 10. Mario Lega I Morbidelli 3 ronden 10. Giovanni Pelletier I Suzuki 1 ronde
11. Richard Hubin B Yamaha 50.56.0   11. Steve Parrish GB Suzuki 1 ronde
12. Roland Freymond CH Yamaha 51.00.2 12. Max Wiener A Suzuki 1 ronde
13. Olivier Chevallier F Yamaha 1 ronde 13. Alex George GB Yamaha 1 ronde
14. Reino Eskelinen SF Yamaha 1 ronde 14. Werner Nenning A Suzuki 1 ronde
15. Giuseppe Consalvi I Yamaha 1 ronde 15. Seppo Rossi SF Suzuki 1 ronde
16.

Bruno Di Carlo

F

Kreidler

54.26.5
16. Rafaelle Pasqual I Suzuki 1 ronde
17. Sergio Pellandini CH Suzuki 2 ronden
- Christian Sarron F Yamaha Machine
- Leandro Beccheroni I Yamaha Machine
- Franco Uncini I Suzuki Machine
- Boet van Dulmen NL Suzuki Machine
- Wil Hartog NL Suzuki Valpartij
- Carlo Perugini I Suzuki Valpartij
- Lorenzo Ghiselli I Suzuki Machine
- Dennis Ireland Nzl Suzuki Machine
- Marco Lucchinelli I Suzuki Machine
- Mick Grant GB Suzuki Machine
- Michel Rougerie F Suzuki Machine
- Gianni Rolando I Suzuki Valpartij
- Carlo Paganini I Suzuki Machine
- Hiroyuki Kawasaki J Suzuki Niet gestart

 

 

24-05-1979 EK Endurance, Assen

wpe2.jpg (36437 bytes)

Dit jaar wilde Bert ook aan een Endurance race van 6 uur op het circuit van Assen meedoen, dit samen met Jack Middelburg. Echter een val in de training en mechanische problemen stonden dit optreden in de weg. Het was waarschijnlijk maar goed ook dat er mechanische problemen de kop opstaken, want Jack kon zich totaal niet bewegen, na een val in de training, maar wilde ondanks dat toch aan de race deelnemen! Hij trainde ook nog met een volledig stijf lijf, maar toen gooide dus de viertakt (Jack was even terug op zijn oude liefde, de viertakt) Rekers-Kawasaki roet in het eten. Van Dulmen deed ook mee en kwam zeer hard ten val en werd bewusteloos naar het ziekenhuis afgevoerd, waar de schade achteraf nogal meeviel.

Christian Huguet en Herve Moineau zijn de grote winnaars geworden van de eerste Endurance-race op het natte Asser circuit. Helaas is de eerste lange afstandseditie op Assen geen groots spektakel geworden. De regen, welke drie kwartier na de start pas goed doorzette, zorgde voor een groot aantal valpartijen en nam ook veel van de spanning weg. Een groot deel van de 15.000 toeschouwers hield het dan ook na een paar uur al voor gezien en keerde huiswaarts. Toch hoeft zo'n race niet bij voorbaat tot een saaie optocht te degraderen. Een aantal factoren is namelijk niet in de hand te houden, zoals het vroegtijdig verdwijnen van een aantal Nederlandse smaakmakers: Boet van Dulmen en Jack Middelburg, die beiden door valpartijen niet verder kwamen dan de training. Boet kwam in de tweede training in de snelle rechterbocht bij Hoge Heide ten val en werd met een hersenschudding naar het ziekenhuis vervoerd, maar gelukkig kon hij de volgende dag al weer huiswaarts keren. Jack overkwam in vrijwel identieke situatie bij het Meeuwenmeer hetzelfde. Hij klapte door de stro-afzetting heen de greppel in, waar zich door het slechte weer van de laatste tijd aardig wat water en modder had verzameld en Jack kwam er met een stijve nek nog goed van af, hoewel hij wel mee naar Assen ging. Maar, zo hoorden wij later, gelukkig alleen maar om een dikke laag modder van zich af te spoelen.

Deelnemers endurance 6 urenrace Assen.

1. Christian Léon/Jean-Claude Chemarin (F/F) Honda   27. Adi Heinrichs/Dieter Heinen (D/D) Kawasaki
2. Jacques Luc/Jack Buytaert (F/B) Honda   28. Jürgen Röller/Helmut Wüstenhöfer (D/D) BMW
3. Jean-Bernard Peyre/Maurice Maingret (F/F) Kawasaki   29. Nikolaus Rück/Gerhard Lottmann (D/D) BMW
4. Roger Ruiz/Christian LeLiard (F/F) Kawasaki   30. Bob Harrington/Mick Hemmings (GB/GB) Triumph
5. Boet van Dulmen/Charlie Williams (NL/GB) Yamaha   31. Neil Tuxworth/Mike Hunt (GB/GB) Kawasaki
6. Harry v/d Hout/Gary Green (NL/GB) Bimota   32. Hermann Wittor/Norbert Kappes (D/D) Yamaha
7. Helmut Dähne/Harald Merkl (D/D) Honda   33. Reinhard Nückel/Marc Rodheudt (D/B) BMW
8. Johan v/d Wal/Tonnie van Schijndel (NL/NL) Honda   34. Egit Schwemmer/Lothar Mertz (D/D) Kawasaki
9. Marc Soulet/François Exelmans (B/B) Kawasaki   35. Franz-Josef Schermer/Horst Glück (D/D) Yamaha
10. Alistair Copland/Andy Lee (GB/GB) Honda   36. Peter Sköld/Lennart Bäckström (S/S) Kawasaki
11. Daniel Rouge/Darryl Pendleburry (F/GB) Pentrax                  37. Jack Middelburg/Bert Struijk (NL/NL) Kawasaki
12. Christian Huguet/Hervé Moineau (F/F) Kawasaki                                38. Willem Zoet/Dick Alblas (NL/NL) Yamaha
13. Walter Hoffmann/Erich Brandstetter (D/D) Suzuki   39. Henk de Vries/Klaas Hernamdt (NL/NL) Honda
14. Jean-Paul Boinet/Dominique Pernet (F/F)  Yamaha   40. Marco Bonke/Hein Heijnen (NL/NL) Honda
15. Pierre Soulas/Alain Leclaire (F/F) Yamaha   41. Martin Jansen/Norbert Willemsen (NL/NL) Roadrunner
16. Rob Noorlander/Steve Eldridge (NL/GB) Ducati   42. Fred Coopman/Henk Kiewiet (NL/NL) Moto Guzzi
17. Peter Dyrda/Wilfried Schneider (D/D) Honda   43. Willem-Jan Nootenboom/Peter Lemstra (NL/NL) Kawasaki
18. Berni Toleman/Dave Muxlow (GB/GB) Kawasaki   44. Pieter Blaauboer/Jan Strijbis (NL/NL) Suzuki
19. Jim Wells/Tony Osborne (GB/GB) Kawasaki   45. Martin Schouten/Wim Stout (NL/NL) Laverda
20. Fabian Gibol/Jean-François Lecureux (F/F) Suzuki   46. Kees Bouwmeester/Bernard Verweij (NL/NL) Honda
21. Marc Wilkin/Roland Breny (B/B) Suzuki   47. Jaap Groenveld/Juup Bosman (NL/NL) Moto Guzzi
22. Norbert Sturm/Freddy Colewaert (D/B) BMW   48. Ruud van Leijden/Peter den Outer (NL/NL) Honda
23. Andy Goldsmith/Stewart Hodgson (GB/GB) Suzuki   49. Jos Schurgers/Joop Michielsen (NL/NL) Kawasaki
24. Victor Palomo/Mario Lega (ES/I) Ducati   50. Cees Cornwall/Wim van Manen (NL/NL) Kawasaki
25. Francini/Venanci (I/I) Ducati   51. Peter Bloemhard/Andy Bloemhard (NL/NL) Kawasaki
26. Mike Trimby/Marty Lunde (GB/USA) Kawasaki   52. Eddy Wohrmann/Jan de Wit (NL/NL) Kawasaki

 

1979_6-uur-Assen_start_00_.jpg (93211 bytes) 1979_6-uur-Assen_start_05_.JPG (68575 bytes) 1979_6-uur-Assen_1e.Christian_Huguet-Herve_Moineau_2e.Victor_Palomo-Mario_Lega_3e.Dick_Alblas-Willem_Zoet_00_.jpg (262943 bytes) 1979_6-uur-Assen_1e.Christian_Huguet-Herve_Moineau_2e.Victor_Palomo-Mario_Lega_3e.Dick_Alblas-Willem_Zoet_04_.jpg (97628 bytes)

Start 6 uur van Assen met o.a. topper (endurance) Christan Léon (#1), Henk de Vries (#39)

Podium: Victor Palomo/Mario Lega (2e), Christian Huguet/Hervé Moineau (1e) en Dick Alblas/Willem Zoet (3e).

Hier een link naar een volledig verslag van de 6 uren van Assen 

 

 

27-05-1979 kampioensraces Oudkarspel

wpe13.jpg (40051 bytes)

250cc Oudkarspel: Bert gaat door, terwijl Mar Schouten doorschiet.

Bert 250cc Oudkarspel.

Een week na de zes-urenrace op Zandvoort tijdens kampioenswedstrijden in Oudkarspel begon de eerste kampioensrace, de 250cc internationalen, direct al "veelbelovend", toen Jan Ubels al in de allereerste, haakse, bocht, tijdens de opwarmronde, zijn 'fiets' onderuit trok. Jan van Disseldorp had goed (of juist niet) opgelet, want toen even later de startvlag viel en hij als eerste wegschoot, ging hij er in dezelfde bocht, direct na de start, eveneens vanaf. Mede vanwege zijn slicks op de nog natte baan. Hierbij moest Mar Schouten rechtdoor, dus voor de man uit Almkerk was een plaats op het podium ook niet meer haalbaar. Vervolgens ging Rob Punt tegen het wegdek, toen hij de grip van zijn banden op het versleten asfalt overschatte. Dit alles gebeurde dus in de eerste bocht van de eerste ronde, van de eerste race! Een ieder hield daarop zijn hart vast, mede door het vele aantal valpartijen wat zich hier ook in 1978 al had afgespeeld. Bert Struijk nam na het sensationele begin de leiding in de race op zich en besloot die vandaag 'gewoon' tot aan de finish vast te houden en zo weer dertig punten voor het prolongeren van zijn titel te laten noteren. Dit was een welkom geschenk, nadat hij in de vorige NK wedstrijd, op Zandvoort, een beetje had teleurgesteld. Willem-Jan Nooteboom deed hetzelfde met de tweede plaats, van start tot finish vasthouden, maar dan voor 27 punten. Daarachter werd het pas spannend, in het duel voor het laatste podiumplekje. Daarom werd flink geknokt tussen Klaas Hernamdt en Rini van Kasteren. Een remfoutje van Klaas, in de zevende ronde, bracht Rini voordeel, maar Hernamdt liet zich er niet door van de wijs brengen en hield de aansluiting. Zodoende kon hij toch nog in de allerlaatste raceronde zijn slag slaan en Van Kasteren passeren om als derde te finishen. Hierdoor hield hij nog net de leiding in de tussenstand van het NK, met 82 punten, eentje meer dan Bert. Ook om de vijfde plaats werd geduelleerd en wel tussen Harrie van der Kruijs en Juup Bosman, die in deze volgorde werden afgevlagd. Zevende werd Jan Ubels, voor Mar Schouten, die nog aardig was opgeklommen, nadat hij bij de val van Jan van Disseldorp betrokken was. Achter Schouten kwam Duke Wille, voor nummer tien, Herman Schoehuijs over de streep.

Begin van de 250cc in Oudkarspel: Jan van Disseldorp (#17) gaat hier in de fout en zal een fractie later ten val komen. Bert (#1) zal er geen hinder van ondervinden en de leiding op zich nemen. Herman Schoehuijs (#30), Harrie v/d Kruijs (#10), Fred Coopman (#5), Klaas Hernamdt (#7) en Rini van Kasteren (#2) zien het allemaal gebeuren, terwijl Rob Punt (#24) even later ook onderuit zal gaan.

Bert voor de start van de 350cc klasse in Oudkarspel.

Jack Middelburg had in Oudkarspel de grootste moeite om van Bert Struijk af te komen in de 350cc. Bert was zeker pissig omdat het optreden in Assen door o.a. Jack geen doorgang had gevonden. Jack was 's-morgens nog langs de fysio geweest om zijn, tijdens de Endurance-race, geblesseerd geraakte schouder te laten behandelen. Door dit probleem kon hij zich niet helemaal achter de stroomlijn opvouwen, van zijn Yamaha, maar daar was in de race niet veel van te merken. Hij ging als een 'speer' over het circuit, kwam in de derde ronde bij het uitaccelereren van een bocht helemaal scheef te staan, maar hield de machine toch in bedwang, ondanks het feit dat hij voor op de tank zat (zie foto hieronder). De motor van Bert was duidelijk sneller, maar Jack wist door heel erg laat remmen, telkens weer de leiding over te nemen.

Na de race kwam Bert Struijk hoofdschuddend naar de pits na het duel in de 350cc klasse met de als een 'gek' tekeer gaande Jack. Struijk: 'Oh, jonge jonge, verschrikkelijke vent, bar, bar! Ik had hier van Jack kunnen winnen. Maar hij wilde gewoon niet verliezen en zeker niet van mij. Nou, hij ging achterin wel zo vreselijk in de fout. Toen heb ik bewust afgenokt. Dan maar weer een tweede plaats. Halverwege de laatste ronde accelereer ik de mijne naast die van Jack. Ik wilde hem in die snelle knik daar uit de slipstream pakken. Maar wat doet die gek nou, die ging die knik te vroeg in, in de berm met 200 per uur, komt slippend weer de weg op en ik zit al in de ankers, en weg was ie. Ik had het al bekeken daar. Ik bedoel, ik heb met Boet wel eens samen getraind in de 350. Hij had tijd voor een geintje. Maar Jack! Bijvoorbeeld in Alkmaar zaten we in de race naast elkaar en ik wilde zwaaien, maar hij zag niets, alleen het rempunt. Buiten dat kan ik ontzettend goed met Jack opschieten, ho effe. Jack is trouwens ook mijn teammaat in de 6 uursrace van Assen geweest. Ik mocht het eerste trainen, dat is mijn geluk geweest. Dat ding stuurde zo gek. Ik zei toen tegen hem: rustig aandoen, dan kunnen we straks kijken wat het is. Maar dat hoefde niet meer, hij had hem binnen twee ronden total loss.

Willem-Jan in de 350cc.

Bert en Klaas Hernamdt op weg naar het erepodium na de 350cc klasse in Oudkarspel, alwaar ze Jack Middelburg tegen gaan komen.

Zeer waarschijnlijk heeft het publiek genoten van de kampioenswegraces die op zondag 27 mei plaatsvonden in het Noord-Hollandse Oudkarspel, want spanning en sensatie waren er genoeg. Meer dan genoeg zelfs, want die sensatie werd voornamelijk geleverd door de vele, vele coureurs die tegen het verraderlijke,  gladde asfalt smakten. En de spanning werd telkens weer opgeroepen door de vraag: "Staat hij uit zichzelf op of niet?" 
Hoe is het mogelijk dat bij de demonstraties met veteraanracemotoren machines worden toegelaten die overal op het circuit olie achterlaten, waardoor in de echte races mensen ten val komen? En waarom is er nog steeds niets gedaan aan het wegdek in sommige bochten, dat door een volkomen weggesleten slijtlaag spiegelglad is, terwijl enkele rechte stukken wel van een nieuwe slijtlaag zijn voorzien? Waarom deelt een commentator mee dat een race is gestaakt voordat de rijders hier zelf van op de hoogte zijn, zodat er levensgevaarlijke toestanden ontstaan van publiek dat de baan oploopt, terwijl diverse coureurs nog aan het racen zijn? En waarom roept een andere spreker onophoudelijk over premies die door de plaatselijke kolenboer of patatzaak zijn uitgeloofd, terwijl iedereen zit te wachten op informatie over de toestand van gevallen rijders? De rijders gaan overigens niet vrijuit. Want wanneer we bijvoorbeeld zien dat houders van een internationaal startbewijs al in de opwarmronde in de eerste de beste bocht onderuit gaan, lijkt een bezoek aan een psychiater ons niet helemaal overbodig. Hopelijk beseffen alle betrokkenen, dat er alleen dankzij puur geluk dit jaar geen slachtoffers zijn gevallen. Wij van onze kant beseffen, dat we met bovengenoemde kritiek op een groot aantal zere tenen getrapt hebben. Maar er zijn in de motorsport ergere dingen dan zere tenen....


De 350-race bracht een verrassing: er viel in de eerste ronde niemand af! Tevens werd dit de spannendste wedstrijd van de dag dankzij het duel tussen Bert Struijk en Jack Middelburg om de eerste plaats. Dit tweetal reed van de eerste tot de laatste ronde wiel aan wiel, waarbij nu eens de een, dan weer de ander als eerste de finishlijn passeerde. Struijk scheen te beschikken over een iets snellere fiets, maar Middelburg zag door ijselijk laat remmen telkens weer kans de
kop over te nemen. Bert leek zich niet al te veel zorgen te maken, maar in de slotronde werd hij toch verrast door Jack die op het beslissende moment een gat van enkele meters sloeg. De derde plaats ging naar Klaas Hernamdt die via een recordronde Mar Schouten van zich af had weten te schudden. Rinus van Kasteren en Willem Zoet duelleerden tot de laatste meter om de vijfde plaats en Henk Twikler finishte achter Harrie v. d. Kruijs als achtste na een fraai gevecht met negende man Albert Siegers, voor Eddy Kuipers.
 

 

Jack Middelburg in de 350cc aan het "stunten" voor Bert Struijk, in Oudkarspel.

Jack stuitert terug in het zadel en vol het gas er weer op...

Huldigingsronde 350cc NK Oudkarspel: Jack (1e), Klaas Hernamdt (3e) en Bert (2e).

 

Uitslagen NK Oudkarspel 27 mei waarin Bert uitkwam.

250cc

De eerste drie in de 250cc klasse in Oudkarspel: v.l.n.r. Klaas Hernamdt, Bert Struijk en Willem-Jan Nooteboom.

De eerste drie in de 350cc klasse in Oudkarspel: v.l.n.r. Klaas Hernamdt, Jack Middelburg en Bert Struijk.

© foto's Toon Kannekens  

350cc

 
Pos Rijder Pnt.   Pos Rijder Pnt.
1. Bert Struijk 30 1. Jack Middelburg 30
2. Willem-Jan Nooteboom 27 2. Bert Struijk 27
3. Klaas Hernamdt 25 3. Klaas Hernamdt 25
4. Rini van Kasteren 23 4. Mar Schouten 23
5. Harrie v/d Kruijs 21 5. Rini van Kasteren 21
6. Juup Bosman 19 6. Willem Zoet 19
7. Jan Ubels 17 7. Harrie v/d Kruijs 17
8. Mar Schouten 15 8. Henk Twikler 15
9. Duke Wille 13 9. Albert Siegers 13
10. Herman Schoehuijs 11 10. Eddy Kuipers 11
11. Fred Coopman 10 11. Mar van Beek 10
12. Mar van Beek 9 12. Jan Lucouw 9
13. Wim Stout 8 13. Willem-Jan Nooteboom 8
14. Henk Kiewiet 7 14. Ruud Monden 7
15. Gerry Willems 6 15. Peter Verhulsdonk 6
16. Gerrit Bakker 5 16. Johan Siemerink 5
17. Jannes Ebeling 4 17. Fred Coopman 4
18. Boy van Erp 3 18. Bertus Slagers 3
19. Harm Sans 2 19. Ruud van de Dussen 2
20. Co Looijesteijn 1 20. Gerard Beck 1
21. Nico Cremers - 21. Nico Cremers -
22. Cock van Leeuwen -  
23. Johan Siemerink -

 

De eerste drie in de 250cc klasse in Oudkarspel: v.l.n.r. Klaas Hernamdt, Bert Struijk en Willem-Jan Nooteboom.

  Hier een link naar volledig verslag van Oudkarspel

 

 

03-06-1979 internationale races België, Chimay

wpeD.jpg (24965 bytes)

 

Jack in de 500cc

Het pinksterweekend van 1979 bracht twee hele mooie en grote internationale races. Op zondag in Chimay, België, reed 's-lands absolute internationale toptrio en voerden daar een prachtig spektakel op. Maar liefst tegen de 50.000 toeschouwers zagen een keihard gevecht tussen de drie toppers, die uiteindelijk door Wil Hartog gewonnen werd, voor Jack en derde Boet van Dulmen. Barry Sheene viel al snel uit in de race en Philippe Coulon, Michel Rougerie en Steve Parrish, in deze volgorde, eindigden net naast het podium. Tijdens de 750cc klasse werd Jack derde achter Barry Sheene en Philippe Coulon. Opvallend sterk in deze race reed de Australiër Greg Johnson, die vanaf de vijftiende trainingsplaats kwam opzetten en in de laatste ronde nog de vierde plaats veroverde op niemand minder dan Gianfranco Bonera (6e) en de wereldkampioen in de F750, van 1979, Patrick Pons (5e). Tijdens een promotieklasse, kwam er een jonge Belgische coureur, Stefan de Vijvere, om het leven. 

 De 500 cc-race in het Zuid-Belgische Chimay bood een aantrekkelijk spektakel met een duel tussen Barry Sheene en Wil Hartog (resp. de eerste en de vierde trainingstijd). Tussen hen in op de eerste startrij: Middelburg en Van Dulmen. Na de warm-up liet Sheene de ongeveer 48.000 toeschouwers geduldig wachten om zo nodig de bandenspanning te wijzigen. Waarschijnlijk een aardigheidje voor de journalisten en een reden om nog eens terug te komen op Sheene's bandenprobleem met Michelin. Sheene startte bijzonder slecht maar ging direct op zoek naar het afgescheiden trio, bestaande uit Hartog, Middelburg en Van Dulmen. In de tweede ronde stortte hij zich op het jagende duo Steve Parrish en Philippe Coulon, maar liet zich dan niet meer zien. Aan de achterzijde van de omloop liep zijn versnellingsbak vast. Zodoende werd deze wedstrijd bijna een race om het Nederlandse kampioenschap, waarbij de talrijke aanwezige Nederlanders, aangevuurd door een ook al Nederlandse speaker, over de afsluitingen klauterden om in de armen van de orde handhavende rijkswachten te lopen. Vooraan wisselden de posities niet meer; Wil Hartog haalde zijn prijzengeld binnen, voor Jack en Boet. Willem Zoet tikte aan bij Michel Rougerie maar viel in de vijfde ronde bij de erg gladde "kniebocht" van zijn fiets. De Fransman wist toch op de 5e plaats te eindigen achter de zelfverzekerd rijdende Coulon. 

In de 350cc klasse ging de overwinning bijna naar de beste Belgische coureur in die tijd, Richard Hubin. Hij ging als snelste van start en lag bij het ingaan van de laatste ronde nog steeds aan de leiding van het veld. Echter in die laatste ronde liep zijn motor vast en moest hij toezien dat de zege nu naar de Franse topper, Olivier Chevallier, ging. Deze was slecht weggekomen bij de start en had er een fantastische inhaalrace opzitten met o.a. de snelste ronde. Bert Struijk, voor de tweede maal aanwezig in Chimay, werd op tien seconden heel knap tweede. Bert werd gevolgd door een andere Franse topper, Michel Rougerie, die evenals zijn landgenoot Chevallier, tijdens een race om het leven zou komen. Olivier Chevallier overleed na een val tijdens de Moto Journal 200 op 6 april 1980, terwijl  Michel Rougerie om het leven kwam tijdens de Joegoslavische Grand Prix (Rijeka), na een val in de 350cc klasse, op 31 mei 1981. Nu werd Rougerie hier in Chimay dus nog derde achter Bert, maar voor de Belgen Olivier Liégeois en Didier de Radiguès. Wederom een Franse topper, Patrick Pons, werd zesde en hij kwam om het leven op 10 augustus 1980, tijdens de Britse Grand Prix op Silverstone. Klaas Hernamdt werd zevende, Alan North achtste voor de Brit Dave Potter. Een sterk gezelschap dus.

Eerder op de dag won Jon Ekerold de kwartliterklasse, waarin hij de gehele race in duel was geweest met zijn zwager, Alan North en Klaas Hernamdt. Deze laatste wist zich heel knap tussen de twee Zuid-Afrikanen op het podium te rijden en de snelste rondetijd voor zich te laten noteren. Bert Struijk, ook lang deelgenoot van het voornoemde kopgroepje, werd achter dit trio vierde voor Olivier Chevallier, Rene Délaby (B), Peter Looijesteijn, Didier de Radiguès, Etienne Geeraerdt (B), Rini van Kasteren en Alan Nies (B). De snelste trainingstijd voor deze klasse was, heel verrassend, door de Belg Jean-Marc Toffolo genoteerd. Hij verloor de wedstrijd uiteindelijk al vóór de start. Hij dacht dat de natte baan wel snel op zou drogen en koos ervoor om op slicks van start te gaan, maar dit bleek een verkeerde keuze.

 Net toen de 750 cc van start zou gaan brak er een stortvloed uit over Chimay. De race werd een half uurtje uitgesteld. Nadat de veiligheidswagen, met Sheene aan boord, de omloop had verkend verschenen de driekwartliters aan de start. Sheene, die gezien had dat de bochten aan de achterzijde droog lagen, monteerde slicks en lachte in zijn vuistje. Hartog, met de nieuwe 650 van Suzuki, had slechts de 10e trainingstijd en viel in de eerste ronde uit, net als Hubin die op de zesde plaats mocht starten, maar door de schuld van zijn monteur (geen koelwater in zijn Zagol-Yamaha) uitviel. Sheene leidde van start tot finish. Doordat iedereen naar zijn spectaculaire wheelies keek (met slicks op het spekgladde gedeelte van de omloop), ging het gevecht tussen Coulon en Jack Middelburg om de tweede plaats een beetje verloren. Jumping Jack kon de Zwitser op de rechte stukken net niet volgen en trachtte bij te blijven door in de bochten extra laat te remmen. Hij begon de van 12 naar 10 ronden teruggebrachte race met regenbanden en eindigde op de derde plaats... met rokende slicks. De laatste twee ronden slingerde zijn fiets als een overladen truck en moest hij Coulon laten lopen, maar hij eindigde toch nog ver voor een groepje dat geen enkel risico nam en dat bestond uit Johnson, Pons en Bonera. 

 

 

04-06-1979 internationale races Heerlen

 

wpe13.jpg (35544 bytes)Een dag later, 2e pinksterdag, gingen Jack Middelburg en Wil Hartog van start in Heerlen en Boet van Dulmen reed in Tubbergen. Vanwege het feit dat het topduo en menig andere coureur, onder wie ook de buitenlanders en Bert Struijk, de vorige dag dus niet had kunnen trainen, moesten er 's-morgens extra trainingen worden ingelast. Het zal de organisatoren van de races in Heerlen achteraf een zorg zijn geweest dat lokvogels Wil Hartog en Jack Middelburg in de hoofdmoot van het programma, de halveliterklasse, voortijdig de strijd moesten staken. Natuurlijk de organiserende SBLM had graag een van de vedetten op het erepodium gezien, maar dat juist Henk Twikler voor eigen publiek de bloemen in ontvangst mocht nemen was toch een aangename verrassing voor de stichting. Overigens, de SBLM had al genoeg tegenslagen te verwerken gekregen. Eerst kreeg men geen toestemming voor de geplande 24-uurs race en enkele weken later besliste de KNMV dat Middelburg en van Dulmen in Tubbergen moesten starten, ondanks hun contracten. Een week voor de races schroefde de sportcommissie haar besluit gedeeltelijk terug door Jack Middelburg alsnog toestemming te geven in Limburg te verschijnen. Het klapstuk dat vanwege een noodweer twintig minuten werd uitgesteld, werd ogenschijnlijk gedevalueerd doordat Wil Hartog en Jack Middelburg respectievelijk door een schuiver en machinepech moesten opgeven. Het leek er eerst op dat het tussen beide toppers zou gaan. Eerst moest de Abbekerker afhaken toen hij in een haakse bocht onderuit ging. Hij hield er schaafwonden en een gescheurd pak aan over. Limburger Twikler, tot dan op de derde plek, schoof dus op naar de tweede achter Middelburg. De jonge talentvolle coureur uit Heerlen reed een geraffineerde wedstrijd. Hij liet zich niet tot capriolen verleiden. ,,Ik wist dat ik vermogen tekort kwam op Middelburg en Hartog, daarom leek het me wijs eerst de derde en later die tweede plek veilig te stellen, in plaats van te proberen de grote mannen te achterhalen", vertelde Twikler na afloop. Twee ronden waren nog te gaan toen ook Jack Middelburg door een steentje van het rulle wegdek in de carburatie afviel, met maar liefst een voorsprong van 32 seconden op dat moment op tweede man Henk Twikler. De weg was vrij voor de Lascom-coureur. Onbedreigd kon hij afgaan op zijn vierde zege, want Bobo van Eijk en de Zweed Peter Sköld hadden het achter hem te druk met elkaar te bestrijden om de tweede plaats. Henk Twikler won zodoende de eerste race bij de internationalen en ook in een internationaal gezelschap en dat voor zijn thuispubliek. Tweede werd de Zweed Peter Sköld voor de Brit Tony Head.

De jonge Nederlanders lieten zich over het algemeen in Heerlen niet onbetuigd. Niet alleen Twikler bewees zijn talent, ook de Fries Klaas Hernamdt blies een aardig deuntje mee. Weliswaar moest hij in de 250 door een vastloper de latere winnaar Bert Struijk laten gaan, maar in de 350 (Bert Struijk viel uit) eindigde hij als derde achter Jon Ekerold (met een pijnlijke schouder) en Hyvärinen. "In de 250 wilde ik een robbertje met Struijk uitvechten. Ik zat goed vooraan, maar Bert's ervaring heeft me parten gespeeld", aldus Hernamdt. Het had echter niet veel gescheeld of hij had in de 350 zijn fraaie derde plek moeten prijsgeven aan Twikler, die steeds dichterbij kwam. Onwillige voorremmen noopten Twikler echter de Fries te laten gaan. Hoewel in de Nederlandse motorsport geklaagd wordt dat de opvolgers voor het trio van Dulmen-Hartog-Middelburg niet voor het oprapen liggen, bewezen met name Twikler en Hernamdt dat zij deze leemte misschien kunnen vullen. Talent zit er bij hen, een goede begeleiding van zowel KNMV als NMB, goed materiaal en de juiste monteurs kunnen het tweetal een eind brengen.

Voor de 250cc race had Jon Ekerold schijnbaar geen zin om zich in te spannen, gezien zijn uiterst pijnlijke sleutelbeenblessure. Bij de start bleef hij staan op de startgrid, vertrok toen toch om een paar ronden later met onduidelijke mechanische klachten de race te laten voor wat hij was. Dit maakte het een stuk gemakkelijker voor Bert Struijk, die weer eens een hele snelle start op het asfalt neer had gelegd en alleen Klaas Hernamdt in zijn kielzog meekreeg. De Fries probeerde een paar ronden om Bert te passeren, maar moest uiteindelijk door een vastloper opgeven. Hierdoor reed Bert onbedreigd naar de overwinning. Achter hem reden, ook vrijwel onbedreigd, de Fin Eero Hyvärinen en Rini van Kasteren, terwijl het er daarachter wel warm aan toe ging. Harrie van der Kruijs, Alan North, Rob Punt en Juup Bosman hadden het danig met elkaar aan de stok en konden maar niet eens worden wie er vierde "mocht" worden. Dat werd uiteindelijk Bosman voor North, Punt en Van der Kruijs.

De 350cc in Heerlen werd wel gewonnen door Jon Ekerold voor de Fin Eero Hyvärinen en Klaas Hernamdt. Ook hier had Bert Struijk weer de beste start, maar werd in de eerste ronde al gepasseerd door Ekerold. Jack Middelburg maakte in de training met zijn 350cc machine een onschuldige schuiver, ging nog wel van start, maar reed de race niet uit. De lichtste klasse waar hij in reed begon hem overigens aardig tegen te staan. De verschillen van 350 naar 750cc waren ook te groot en er waren er zéér weinig (of geen) die in alle drie deze klassen uitkwamen. Normaal was toch 50&125, 250&350, 350&500 of 500&750. De overstap van een 350 machine naar een 750cc of andersom, was veel te groot, het zou dan ook voor Jack het laatste seizoen zijn dat men hem op een 350cc zou zien schitteren. Terug naar de 350 race: Bert viel later uit door problemen met de voorremmen van zijn Yamaha. Zo werd wederom Eero Hyvärinen tweede voor Klaas Hernamdt en Henk Twikler. Willem-Jan Nooteboom, Mar Schouten, Harrie van der Kruijs, Rob Punt en Rini van Kasteren maakten de eerste tien compleet.

Deelnemers 350cc Heerlen.

1. Jack Middelburg 2. Willem-Jan Nooteboom 3. Bert Struijk 4. Piet vd Wal 5. Rinus van Kasteren
6. Duke Wille 7. Klaas Hernamdt 8. Jan van Disseldorp 9. Albert Siegers 10. Kees vd Broek
12. Ruud Monden 14. Bertus Slagers 19. Peter Pauw 20. Karel Zegers 21. Jan Lucouw
22. Frans Bieleveld 23. Han Zijlstra 24. Harrie vd Kruijs 25. Ruud vd Dussen 26. Klaas Davidson
27. Rob Punt 29. Fred Coopman 31. Nico Cremers 32. Peter Verhulsdonk 33. Henk Twikler
34. Johan Siemerink 35. Mar Schouten 40. Tony Meyers (GB) 41. Butch Hobbs (GB) 42. Jon Ekerold (Zaf)
43. Bill Thomas (AUS) 44. Leif Nielsen (DK) 45. Peter Sköld (S) 46. Lars Johansson (S) 47. Lennart Bäckström (S)
  48. Eero Hyvärinen (SF)  

 

 

10-06-1979 internationale races Raalte

wpe5B.jpg (42790 bytes)

Op 16 augustus 1949 werd in Raalte door een aantal motor- en autoliefhebbers de Raalter Automobiel en Motorclub opgericht, afgekort tot RAM. Het eerste evenement dat wordt georganiseerd is een oriënteringsrit voor motoren en auto's. Vervolgens stort men zich op puzzelritten en sterritten. In 1954 sluit men zich aan bij de KNMV, waarna in 1958 wordt begonnen met motorsportevenementen zoals: grasbaanrace en  motorcross, in die tijd zeer populair. Op 11 juni 1967 organiseert de RAM een motorwegrace op een kort en smal circuit dicht bij Raalte. In 1970 worden de Raalte Races verplaatst naar de Luttenbergring die zo goed bevalt dat de races in 1971 al een internationale status krijgen. Bekende Nederlandse toprijders als Boet van Dulmen, Wil Hartog en Jack Middelburg trekken veel publiek. In 1970 probeert men het met autocross. Na enkele zeer succesvolle jaren bloedt de cross langzaam dood door een teruglopende belangstelling. De Raalte Races daarentegen worden steeds populairder. Bekende rijders uit de hele wereld komen naar de Luttenbergring. Na 1983 werd het steeds moeilijker om bekende rijders (duur) naar Raalte te halen en na enkele jaren met zeer weinig bezoek (verlies) werd in 1989 besloten hiermee te stoppen. Het stoppen met de wegraces betekent ook bijna het einde van de RAM. De vereniging valt eigenlijk in 2 groepen uiteen: de 'autogroep' die nog steeds de jaarlijkse “zonneschijnrit” organiseert, een toertocht voor zieke en mindervalide plaatsgenoten, en de 'motorgroep' die de naam RAM heeft gehouden en zich bezig houdt met het motorrijden in zijn algemeenheid.

Deelnemers 500cc Raalte 1979.

1. Jack Middelburg 2. Piet vd Wal 3. Dick Alblas 4. Henk de Vries 5. Jan Verweij
6. Nico Lentjes 7. Barry Sheene (GB) 8. Wil Hartog 9. Karel Zegers 10. Harry Heutmekers
11. Albert Siegers 12. Boet van Dulmen 14. Mike Baldwin (USA) 15. Wim ten Klooster 16. Jan van Disseldorp
17. Paul Soetens 18. Bruno Kneubühler (CH) 19. Harm-Jan Bultena 21. Willem Zoet 22. Klaas de Graaf
23. Piet Broesder 24. Lars Johansson (S) 25. Albert Bosch 26. Eddy Kuipers 27. Peter Sjöström (S)
28. Norbert Willemsen 29. Alan North (Zaf) 31. Bill Thomas (AUS) 32. Börge Nielsen (DK) 33. Bent Slydal (N)
34. Gerhard Vogt (D) 35. Kwong-King Wong (D) 36. Seppo Rossi (SF) 37. Philippe Coulon (CH) 38. Jürgen Steiner (D)
39. Gianfranco Bonera (I) 

De 8e internationale wegraces op de Luttenbergring beloofden dit jaar een grootser spektakel dan ooit tevoren te worden. Kosten noch moeite waren gespaard om Neerlands 2e motorsportevenement (na de TT van Assen) weer een evenknie te doen zijn van de 1978-er klassieker. Om de wereldtoppers weer naar Raalte te halen was dit jaar ± 2 ton uitgetrokken aan start- en prijzengeld, omdat de RAM van mening was dat haar spectaculaire stijging der publieksaantallen uitsluitend te danken was aan het kwaliteitscoureursveld, hetgeen door de jaren heen geboden was. Ook dit jaar was er wederom gigantisch geïnvesteerd in de coureurs, want het bleek dat het publiek zeer positief reageerde op wereldtoppers in Raalte. Door de jaren heen was er een zeer regelmatige stijging der publieksaantallen geweest. Waren er in 1975 nog ±14.000 betalende bezoekers die de kassa passeerden, in 1978 was dat gestegen tot ±29.000 betalende bezoekers. D.w.z. dat er op de racedag ±32.000 bezoekers geteld zijn (alle medewerkers, het rennerveld met helpers en dames ±1500 mensen etc.). De conclusie leek gerechtvaardigd dat er dit jaar ±35.000 betalende bezoekers de kassa's zouden passeren, alleen al om het Nederlandse toptrio Wil Hartog, Boet van Dulmen en Jack Middelburg te zien knokken tegen Barry Sheene, rijdend met zijn geluksnummer 7, de Amerikaanse coming-man Mike Baldwin en de Zwitser Philippe Coulon. Niet alleen de 500 cc klasse trok dit jaar zeer de aandacht, ook de 250 & 350 cc klasse had een betere bezetting dan ooit. Nemen we alleen al de dubbelwereldkampioen van 1978, Kork Ballington, zijn landgenoot Jon Ekerold, Kawasaki fabrieksrijder Anton Mang en de twee Fransen Patrick Fernandez, vorig jaar goed voor een 1e en 2e plaats in Raalte en Christian Estrosi, die ook al fabrieks Kawasaki's in Raalte op het circuit bracht. 

Voor de vierde keer in successie werd de 500 cc klasse verreden over twee manches. Het publiek, dat bleek via de jaarlijkse enquête, had daar erg veel plezier in en daarom was het des te gelukkiger dat de KNMV alsnog gunstig had beschikt over deze 2 manches. Het grote voordeel voor het publiek was, dat men de grote toppers 2x zag rijden en dat er door het puntenklassement automatisch strijd ontstond. De verandering die ook toegepast was voor de rijders, was, dat men verplicht was om de twee manches uit te rijden, anders zou er geminiseerd worden op de startgeldvergoeding.

Andere buitenlandse toppers die dit jaar acte de présente gaven in Raalte: 50cc & 125cc: Stefan Dörflinger (CH) en Patrick Plisson (F); 125cc: Bruno Kneubühler (CH); 250/350cc: Hans Müller (CH), Sadao Asami (J), Pekka Nurmi (SF), Alan North (Zaf) en Eero Hyvärinen.

 

Bert Struijk in de slag met Kork Ballington, de regerend wereldkampioen, tijdens de 350cc klasse in Raalte.

Bij de internationale races in Raalte wist Jack Middelburg op prachtige wijze de koningsklasse te winnen voor 40.000 bezoekers. Hij wist hiermee de hegemonie van Hartog te verbreken, die de zes voorgaande edities van Nederlands grootste motorsportevenement, na de TT van Assen, op zijn naam had gebracht. Barry Sheene had van tevoren gezworen dat HIJ aan de reeks van Hartog een einde zou gaan maken, maar niet Sheene deed dit, maar onze eigen "Briet". De laatste twee rondes "reed" de Westlander zelfs met een gebroken drijfstang in de rondte. Toch wist hij de race te winnen voor de wereldkampioen van 1976 en 1977 Barry Sheene en nog een fabriekscoureur Mike Baldwin uit Amerika. In de eerste manche won Jack voor Wil Hartog en Barry Sheene. In de tweede manche brak er een drijfstang, terwijl hij aan de leiding lag voor Sheene. De Suzuki bleef echter wel doorlopen, mits op drie cilinders. Daardoor moest hij Sheene en Baldwin voor zich dulden. Wil Hartog viel wel uit in deze manche, maar Jack had hem toen al op ruime achterstand gereden. Jack won uiteindelijk de race over twee manches, doordat hij door de ruime marge van de eerste manche overwinning nog genoeg tijd over had op Barry Sheene. Na de race gaf hij ook aan dat dit de mooiste overwinning uit zijn carrière was tot op dat moment, terwijl hij geroerd het Wilhelmus aanhoorde. Het gaf een goed gevoel voor de TT, die twee weken later verreden zou worden, gevestigde rijders op hun topmateriaal te verslaan. 

 De bekende Zuid-Afrikaanse coureur, Jon Ekerold, die in 1980 wereldkampioen zou worden in de 350cc klasse, kwam zeer ernstig ten val tijdens de trainingen. Hij had wel veel pech, want Raalte was zijn eerste race sinds hij in de GP van Imola (13 mei) gevallen was en daarbij zijn linker sleutelbeen had gebroken. Bij het hard afremmen voor een haakse bocht in Raalte, kwam er teveel druk op die breuk en die knapte af. Bij de val die daarop volgde, brak Jon ook zijn rechter sleutelbeen! Door een Haarlemse chirurg werden er in beide schouders stalen verstevigingen geplaatst. Ondanks dit zou hij een week later in Rijeka, de GP van Joegoslavië, wel weer van start gaan en, terwijl hij in de 350cc klasse op de vierde plaats lag, er in de laatste ronde hard van af vallen. Hierbij brak hij een been en brak een stalen plaat op zijn rechter sleutelbeen en raakten er links twee schroeven los! Jack was een bijzonder geval wat blessures en hardheid daarin betreft, maar Jon kon er ook wat van. De 50cc, in Raalte, werd gewonnen door de Zwitser Stefan Dörflinger, de 125cc door zijn landgenoot Hans Müller, de 250cc door de Fransman Patrick Fernandez en de 350cc door de Zuid-Afrikaan Kork Ballington.

Bert bekijkt na zijn uitvallen de problemen aan zijn Yamaha.

Bert Struijk wist, tussen de twee 500cc manches door, weer een keer de premie van de Nieuwe Revu voor de eerste doorkomst te bemachtigen tijdens de kwartliterrace in Raalte. Hij wist uiteraard dat deze premies weer lagen te wachten voor de coureur die als eerste door zou komen tijdens de 250cc en 350cc klassen. Hij deed het dit maal overigens wel via een valse start, maar als "niemand" dat ziet of aangeeft, wie maalt er dan om! De poen was weer binnen. Helaas kon Bert de leiding niet veel langer in handen houden, want de Fransen Patrick Fernandez en Christian Estrosi kregen de lange man uit Zaltbommel daarna al snel te pakken. Wat erger was, even later, in de vijfde ronde, viel Bert zelfs uit met mechanische problemen op nog steeds een hele mooie vierde stek in de race, terwijl hij in gevecht was met wereldkampioen Ballington om de derde! Helaas liet één van de cilinders van zijn tweecilinder Yamaha hem in de steek. Pech was iets wat ook onze andere Nederlandse kanshebber op een goede klassering, Klaas Hernamdt, zou overkomen en nog wel in de laatste ronde, terwijl hij de vierde plaats in handen had, waarvoor hij de hele wedstrijd met de Fin Eero Hyvärinen in een prachtig duel was geweest. Fernandez, al jarenlang een vaste en graaggeziene gast op het circuit van de Luttenbergring, reed eenzaam aan de leiding van de race, zijn landgenoot Estrosi op ruime afstand houdend. Als deze namelijk dichterbij kwam, draaide Fernandez het gas weer wat verder open, waarop het gat weer snel groter werd tot zijn achtervolger. De regerende wereldkampioen in de middenklassen, de Zuid-Afrikaan Kork Ballington, had een zeer slechte start, maar wist zich op zijn gifgroene supersnelle Kawasaki naar voren te knokken om achter de twee Fransen de derde plaats te bemachtigen. Mar Schouten hield nu met een vijfde plaats, achter de Fin Eero Hyvärinen, de Nederlandse eer hoog. Hij wist daarmee zelfs de Duitse fabriekscoureur, Anton Mang, die weinig waar voor zijn geld leverde, nog voor te blijven. Rini van Kasteren en Harrie van der Kruijs deden het ook prima met hun negende en tiende plek in dit sterke internationale veld van deelnemers.

Bert in duel met Kork Ballington (#1), Klaas Hernamdt (#7) en Eero Hyvärinen.

Later op de dag leek Bert vastbesloten om zijn revanche te nemen in de 350cc klasse, want hij schoot wederom als eerste uit de startblokken. Ditmaal vertrok degene die hem in de 250cc race als eerste te pakken had, Patrick Fernandez, als allerlaatste, omdat hij zijn machine niet aan de praat kreeg. Nu was het degene die juist in die kwartliterklasse slecht vertrok, Kork(y) Ballington, die Bert het vuur na aan de schenen lag. Drie ronden wist de 'Bommelaar' de fabrieks Kawa achter of naast zich te houden, maar toen was het gedaan en passeerde Ballington hem en liep zienderogen weg bij hem. Op dat moment was de winnaar van de 250cc, Patrick Fernandez, uitgevallen met een defecte ontsteking. Ondertussen kreeg Bert bezoek van een achtervolgende groep bestaande uit de Fin Pekka Nurmi, Klaas Hernamdt (zijn grote concurrent in Nederland in '79), de Japanner Sadao Asami, de Fin Eero Hyvärinen, Willem Zoet en Mar Schouten. Hernamdt zette vol de druk op Bert, maar deze gebruikte al zijn ervaring om hem achter zich te houden en dat lukte ook. Achter Bert verruilden de coureurs in de grote groep constant van positie. Alleen Hyvärinen wist uiteindelijk nog Bert te passeren en de tweede plaats achter Ballington was bij de finish voor de Fin. Bert pakte de derde plek voor achtereenvolgens Hernamdt, Nurmi, Asami, Zoet en Schouten. Alan North en Harrie van der Kruijs maakten het eerste tiental vol. Bert pakte nog een extra premie mee die Moto '73 had uitgeloofd voor de beste Nederlander in elke klasse en ook was nu weer de premie van de Nieuwe Revu-pot voor hem.

Bert in de 350cc op de Luttenbergring in duel met wereldkampioen Kork Ballington.

 

Raalte, ritje langs het circuit met v.l.n.r.: Kork Ballington, Barry Sheene, Philippe Coulon, Boet van Dulmen, Jack Middelburg en Bert Struijk.

"Volgend jaar zullen de organisatoren toch echt ook Kenny Roberts en Barry Sheene naar Raalte moeten halen om voor voldoende tegenstand te zorgen". Dat schreven we precies een jaar geleden, nadat Wil Hartog de vloer had aangeveegd met de bijna voltallige wereldtop, en zijn zesde achtereenvolgende overwinning op de Luttenbergring had behaald. Wel, Roberts was er niet; die wou met alle geweld een paar weken vakantie thuis in Californië doorbrengen, maar wel had de organiserende R.A.M. kans gezien, Barry Sheene naar Raalte te halen, ondanks het feit dat er op dezelfde dag een Internationale race op Mallory Park werd verreden. Het was echter niet Sheene, die Hartog van de overwinning afhield. Het was de verbluffend sterk rijdende Jack Middelburg die een einde maakte aan Hartogs overwinningenreeks en die tevens een einde maakte aan de misvatting dat de man die Hartog zou kunnen verslaan, uit het buitenland zou moeten komen. Jack, die in de training de derde startplaats had veroverd achter Philippe Coulon en Wil Hartog, maar voor Mike Baldwin en Barry Sheene, liet vanaf de start geen enkele twijfel bestaan over zijn bedoelingen. Terwijl Wil Hartog tegen zijn gewoonte in een matige start had, schoot Middelburg als een pijl uit een boog in koppositie weg. Hartog maakte echter in de openingsronde veel terrein goed en ging pal achter Jack de tweede ronde in, achtervolgd door het trio Sheene, Boet en Baldwin. Jack en Wil knokten tot de zesde ronde om de leiding; toen wist Jack een kleine voorsprong te nemen op de Witte Reus, die niet helemaal gelukkig was met de stuureigenschappen van zijn fabrieks-Suzuki, waarin bij wijze van experiment een langere achtervork was gemonteerd. Wil kon weliswaar zijn tweede plaats tot de finish vasthouden, maar Middelburg bouwde zijn voorsprong uit tot niet minder dan 18,5 seconde. De spanning bleef echter volop aanwezig, want om de derde plaats werd vreselijk fel gestreden door Van Dulmen, Sheene en Baldwin. Sheene moest eerst Boet en vervolgens ook Baldwin voorbij laten, maar een remfoutje wierp de snelle Amerikaan halverwege de race terug tot de zesde plaats. Mike kwam nog wel terug naar de vijfde positie, maar kon de aansluiting niet herstellen. Sheene zorgde in de slotfase voor een scheut extra opwinding door aanval na aanval te lanceren op den Boet, die tenslotte in de laatste ronde het hoofd moest buigen voor de fabrieksfiets van Barry. De tweede manche bracht zo mogelijk nog meer spanning dan de eerste. Ditmaal had Hartog zijn beste Grand Prix-machine gepakt, maar opnieuw was het Jack Middelburg, die als eerste van kiet ging. Bij het ingaan van de tweede ronde reden Jack en Barry Sheene wiel aan wiel, op korte afstand gevolgd door Boet, Wil en Baldwin die het hevig met elkaar aan de stok hadden. Middelburg zag weldra kans, Sheene los te rijden die vervolgens prompt werd aangevallen door de snel opgerukte Hartog. Barry kreeg het even later zelfs moeilijk met Van Dulmen en Baldwin die gezamenlijk de ex-wereldkampioen trachtten te verschalken. Aan de vierkamp kwam echter in de zevende ronde een einde, omdat Hartog zijn fiets met een vastloper aan de kant moest zetten. Een ronde later verloor Boet veel terrein toen hij bij het lappen van een achterblijver werd geblokkeerd. Sheene had Baldwin weten af te schudden en kwam langzaam dichter naar kopman Middelburg toe. 

Bert met Boet van Dulmen en Jan Huberts.

Die zorgde voor een verrassing door in de negende ronde op de finishlijn Sheene te beduiden dat hij er langs mocht. Barry liet zich dat geen tweemaal zeggen en Jack bleef kalmpjes op de tweede plaats rijden, in de wetenschap, dat hij daaraan ruim voldoende had voor de totaalzege over beide manches. Maar machinepech zou de kopposities volledig door elkaar gooien. Eerst viel Boet uit met een kapotte versnellingsbak en twee ronden voor het einde brak er in Jack's Suzuki een drijfstang. Jack bleef op drie cilinders doorgaan, maar hij kon niet verhinderen dat Mike Baldwin hem van de tweede plaats verdrong. En dat betekende een ernstige bedreiging van Jack's totaalzege. Zowel Middelburg als Sheene hadden een eerste en een derde plaats veroverd, en de totaaltijd zou de doorslag moeten geven. Jack bleek voor beide manches samen 5,6 seconde minder nodig te hebben gehad dan Sheene, en daarmee werd hij de eerste coureur in de geschiedenis van de Raalte-races, die Hartog's zegereeks had weten te stuiten. Mike Baldwin bezette in de einduitslag de derde plaats, maar hij verscheen niet op het podium. "Ik dacht dat ik vijfde of zesde was geworden in de totaalstand", vertelde hij later. Philippe Coulon, Willem Zoet en Piet v.d. Wal pakten zowel in de tweede manche als in de eindstand de vierde, vijfde en zesde plaatsen. 

 

 

                        

17-06-1980 8 hrs. race Nürburgring

Bert reed op de Nürburgring dan toch zijn eerste Endurancerace, na zijn mislukte avontuur, eerder het seizoen, met Jack Middelburg op Assen. Hij reed hier in Duitsland samen met Harry van der Hout, die al enige ervaring had in zulke lange afstandraces. Ze behaalden een prachtige zevende plaats tijdens deze '8 Uren op de Nűrburgring'. De zege in deze race ging naar de toppers in deze vorm van motorraces, de Fransen Christian Léon/Jean-Claude Chemarin. De gewezen GP-toppers, de Italiaan Mario Lega (wereldkampioen in de 250cc klasse in 1977) en de Spanjaard Victor Palomo, werden derde. Bert zou uiteindelijk in 1980 de overstap maken naar deze discipline.

 

 

23-06-1979 Grand Prix Nederland, TT Assen

wpe8.jpg (51519 bytes)

             

 

 

 

 

Deelnemers TT 350cc '79

De 350cc klasse, vaak een spektakel op de Drentse heide, werd dit jaar gekenmerkt door een groot aantal uitvallers. Waren er bij de Grote Prijs van Italië slechts 9 deelnemers die tot de finish konden reiken, in Assen brachten ook slechts 13 van de in totaal 30 coureurs, de wedstrijd ten einde. Willem Zoet was met zijn dertiende trainingstijd de snelste Nederlander. Bert veroverde, gehinderd door een ontstoken spier in zijn schouder, de vijfentwintigste startplaats, terwijl Klaas Hernamdt, die in de training gevallen was, een plaatsje achter Bert stond. Mar Schouten mocht als dertigste, en laatste, vertrekken. Piet van der Wal was vierde reserve en moest dus toekijken. Gregg Hansford had als snelste trainer ook een goeie start, maar het was zijn grote rivaal Kork Ballington die als eerste vanuit de Strubben de Veenslang te lijf ging. Veel verder zou de Zuid-Afrikaan niet komen, want een vastloper veruïneerde al in de eerste ronde zijn kansen op een zege. Kawa-collega Hansford kwam nu als eerste uit de Geert Timmer bocht, op korte afstand gevolgd door Mang, Korhonen, Chevallier, Villa, Frutschi, Fernandez en Struijk, een geweldige kluit dicht op elkaar en naast elkaar sturende privé-mannen, die voor een machtig spektakel gingen zorgen, want het rommelde behoorlijk! Jammer genoeg bleek niemand partij te wezen voor Gregg Hansford, want die bouwde in alle rust (in hoeverre je daar met die snelheden nog van kunt spreken, want de drieminutengrens werd maar net niet doorbroken!) een grote voorsprong op. Toni Mang hield, na een voor zijn doen uitstekende start, de tweede plaats in handen, terwijl Korhonen en Frutschi gezelschap gekregen van de oprukkende Patrick Fernandez. Willem Zoet reed op dat moment al op een veertiende plek, terwijl Freymond al in de eerste ronde door machinepech moest opgeven, later gevolgd door Hubin, Saul, Nurmi, Pons, North en Soussan, waardoor het regiment al tot een bataljon werd teruggebracht. Hansford cirkelde aan de leiding en nam voor de pits rustig de tijd om op het door Neville Doyle uitgestoken bord te lezen, dat zijn voorsprong groeiende was. Mang kreeg het terecht benauwd, want Fernandez was met zijn prachtige stijl bezig het gat te dichten en in de achtste ronde zat hij aan het wiel van de Duitser, terwijl Villa en Frutschi omkeken naar Sadao Asami, die snode plannen had. Plotseling kwam het trieste bericht dat Zoet (11e) ten val was gekomen en de man uit Ophemert bleek naast de nodige schaafwonden een handblessure te hebben opgelopen, waardoor tevens zijn start in de 500 cc klasse op spijtige wijze voorbij was. Ook Mar Schouten stopte (aan de pits) en zowel Victor Palomo en Barry Ditchburn gingen, zonder ernstige gevolgen, onderuit. Fernandez had Mang te grazen genomen, maar zijn achterstand op Hansford bedroeg meer dan twintig seconden, zodat er beslist niet meer in zat. Walter Villa, de oude rot die dit jaar mits zijn fiets in goede doen verkeert zo razendsnel van zich af kan bijten, besloot om een eindsprint in te zetten en verdrong Mang van de derde plaats. Met nog drie ronden te gaan kwam Sadao Asami de pits binnen rollen om met een geweldig nijdige trap tegen zijn tweewielige vijand uiting te geven aan zijn ongenoegen over een lekke band die hem van een zesde plaats (minimaal) beroofde. Graham McGregor, de opkomende man uit Australië die in Assen voor de eerste keer een GP mocht rijden, maakte zijn belofte helemaal waar door na een schuiver in de training (gladde band) vanaf de één na laatste startrij door te stoten naar een zesde plek, na een racelang duel met landgenoot Jeff Sayle. Pennti Korhonen zag door een onwillige machine zijn aanvankelijk zo goede klassering teloor gaan en finishte als achtste. Klaas Hernamdt werd tenslotte de enige en tevens snelste Nederlander met zijn twaalfde plaats, omdat ook Bert Struijk uit was gevallen. Bert was in gevecht verwikkeld geweest met Klaas Hernamdt, Olivier Chevallier, Gianfranco Bonera, Eero Hyvärinen en Didier de Radiguès, een stel gearriveerde en toekomstige toprijders. Helaas moest Bert in de twaalfde ronde zijn Yamaha aan de kant zetten. Vanaf de eerste ronde had hij al problemen, omdat zijn achterwiel bij het inveren tegen het zitje aanliep en zijn ketting over het achtertandwiel schoot. Het aanlopen van die achterband werd wel minder naarmate dat zijn tankinhoud minder werd, maar toen kreeg hij weer problemen met zijn voorrem, doordat de nieuwe remblokken die waren gemonteerd, veel te snel afsleten. Daarna kreeg hij ook nog een gat in de uitlaat (door het platte bochtenwerk), dus veel vermogen verlies, en toen vond de lange man uit Zaltbommel het wel weer "gescheten".

Start 250cc Assen 1979: Willem-Jan Nooteboom (#42), Vic Soussan (#17), Jean-Francois Baldé (#29), Anton Mang (#5), Bert (#18), Olivier Chevallier, Randy Mamola (#22), Patrick Fernandez (#3), Gregg Hansford (#2), Victor Palomo (#28) en Graziano Rossi, de latere winnaar (#44).

 

Winnaar Graziano Rossi op de Morbidelli.

Gregg Hansford & Kork Ballington.

Bert in de 250cc TT

De andere Nederlanders in de 250cc gebroederlijk bij elkaar: Rini van Kasteren leidt hier voor Klaas Hernamdt en Willem-Jan Nooteboom.

Voor de 250cc tijdens deze 49e TT hadden zich vier Nederlandse rijders geplaatst, maar mochten er uiteindelijk vijf van start gaan. Klaas Hernamdt was tweede reserve, maar door het wegvallen van de geblesseerde coureurs, Harald Bartol en Barry Ditschburn (gevallen in de 350cc), schoof Klaas door naar de laatste startplaats. Bert was met zijn 20e plaats de beste Nederlander, gevolgd door Juup Bosman (27e), Rini van Kasteren (28e) en Willem-Jan Nooteboom (30e). Het kwartlitergebeuren had met de komst van Graziano Rossi een andere dimensie gekregen. De Italiaan schitterde de week voor de TT van Assen al in Joegoslavië en wat voor de baas gold, was in dit geval ook van toepassing op de machine, want de Morbidelli kon aan alle kwellingen het hoofd bieden. De witte machine, met de uitlaten netjes in het witte kontje verpakt, stond pas op de tweede startrij, doch dat vormde voor Rossi geen beletsel om al in de eerste ronde bij de Veenslang op spectaculaire wijze, onder het "oei-geroep" van alle liefhebbers van het betere stuurwerk die vaak bij die slinger van bochten zijn te vinden, zijn motor langs de Kawasaki van wereldkampioen Kork Ballington te sturen. Een witte rug en een lange paardenstaart onder uit de helm, was alles wat de concurrentie nog van Rossi terug zag. Zij konden zich schikken met een tweede plaats, waarvoor zich twee liefhebbers hadden aangediend: Ballington en Hansford. Het duo trok stevig van leer en bouwde een aanzienlijke voorsprong op t.a.v. de rest van het veld. Mang volgde op een respectabele afstand en had daarbij alle moeite om enkele vervaarlijke speedwobbles in bedwang te houden. Ook om de vijfde plaats bestond een duchtige onenigheid en wel tussen beide landslieden Jean-Francois Baldé op de Sidemn-Kawasaki en Patrick Fernandez met de Yamaha. Achter deze Franse ruggen bleef het weer een tijdje stil en volgden Randy Mamola, Vic Soussan, Roland Freymond, Walter Villa en de Oostenrijker (en ex-EK winnaar bergklimkampioenschap) Edie Stöllinger. Hoewel in deze kwartliterklasse veel meer coureurs aan de finish zouden komen dan in de 350cc race, waren er ook afvallers. De letterlijke betekenis van het woord was van toepassing op Alan North, toen hij buitenom een mannetje of drie wilde pakken. Hij kwam zo ongelukkig ten val dat dit een polsfractuur ten gevolge had en juist voor Alan, die langzaam maar zeker op weg was zijn oude vorm te hervinden, moet de Asser TT een erg grote teleurstelling hebben betekend. Ook Paolo Pileri kwam met zijn MBA ten val, terwijl Pentti Korhonen en Willem-Jan Nooteboom door machinepech moesten opgeven. Bert Struijk remde zijn Yamaha gracieus onderuit voor de Geert Timmerbocht en op zijn achterwerk beproefde Bert de glijvastheid van het asfalt. Met de regelmaat van de klok draaide Rossi zijn rondjes en toen hij onder zichtbare vreugde na vijftien ronden de zwart-wit geblokte vlag had gepasseerd, was meteen het oude wedstrijdrecord van Walter Villa (1976) met meer dan een minuut scherper gesteld. De toeschouwers konden nog een paar verrassende rempogingen aanschouwen, want eerst gingen Hansford en Ballington in de slag, waarbij de wereldkampioen met 0,1 seconde zijn meerdere in de Australiër moest bekennen en na de finish van Mang, zou Fernandez er een nog spectaculairder vertoning van maken door veel te laat, naast zijn opponent Baldé te remmen en daarna maar wijselijk rechtdoor het gras in te sturen en genoegen te nemen met de zesde plaats. Mamola pakte een zevende plek voor Freymond, Villa en Soussan, terwijl Klaas Hernamdt (die de plaats van Ditchburn als reserverijder kon overnemen) opnieuw beste Nederlander werd (18e).

Deelnemers TT 250cc '79

 

20-22 juni 1979, Grand Prix Nederland, TT Assen

Trainingstijden 250cc/350cc klasse Assen, de tijden zijn de snelste in de betreffende trainingssessie.

250cc

350cc

Pos Rijder 1e training 2e training 3e training 4e training Pos Rijder 1e training 2e training 3e training 4e training
1. Kork Ballington 3.14.9 3.08.7 3.05.6 3.25.8 1. Gregg Hansford 3.11.9 3.16.5 3.01.4 3.27.9
2. Gregg Hansford 3.11.4 9.58.8 3.05.8 3.51.2 2. Walter Villa -- 3.06.2 3.02.0 3.15.0
3. Anton Mang 3.17.3 3.11.2 3.06.0 3.18.1 3. Michel Frutschi 3.06.6 3.03.7 3.02.9 3.50.7
4. Walter Villa -- 3.12.6 3.07.7 2.15.9 4. Pekka Nurmi 3.10.2 3.05.6 3.03.4 --
5. Graziano Rossi 3.13.1 3.08.0 3.10.1 3.28.0 5. Sadao Asami 3.06.9 3.03.5 3.06.8 3.10.7
6. Randy Mamola 3.16.3 3.11.7 3.09.3 3.16.5 6. Patrick Fernandez 3.08.4 3.05.8 3.03.6 3.33.7
7. Jean-François Baldé 3.16.8 3.10.5 3.09.8 3.36.9 7. Kork Ballington 3.06.2 3.06.7 3.03.7 3.43.7
8. Victor Palomo 3.17.6 3.12.3 3.10.1 4.00.1 8. Patrick Pons 3.04.6 3.05.4 3.06.1 3.34.8
9. Olivier Chevallier 3.19.8 3.14.1 3.10.1 3.28.7 9. Anton Mang 3.10.6 3.08.9 3.04.9 3.16.6
10. Vic Soussan 3.17.4 3.13.7 3.10.3 -- 10. Victor Palomo 3.10.9 3.06.8 3.05.1 4.02.0
11. Edi Stöllinger -- 3.15.3 3.10.3 3.24.6 11. Eero Hyvärinen 3.09.3 3.07.9 3.05.3 3.16.7
12. Pekka Nurmi 3.15.6 3.13.9 3.10.4 3.34.0 12. Pentti Korhonen 3.06.9 3.06.9 3.05.6 3.28.5
13. Eric Saul 3.17.2 3.13.6 3.10.6 3.28.6 13. Willem Zoet 3.14.5 3.06.1 3.05.7 3.17.1
14. Jeffrey Sayle -- 3.20.2 3.11.3 3.49.4 14. Gianfranco Bonera -- 3.09.5 3.06.3 3.31.7
15. Patrick Fernandez 3.16.5 3.12.3 3.11.4 3.30.5 15. Barry Ditchburn 3.06.8 3.06.8 3.06.5 3.25.5
16. Roland Freymond 3.13.4 3.13.3 3.11.9 3.18.0 16. Olivier Chevallier -- 3.09.1 3.06.5 3.14.6
17. Reinhold Roth 3.23.2 3.12.7 3.12.0 3.21.4 17. Richard Hubin -- 3.10.2 3.06.5 4.17.1
18. Paolo Pileri 3.15.4 3.12.2 3.14.5 3.18.8 18. Chas Mortimer 3.12.5 3.06.6 3.17.6 3.36.8
19. Sadao Asami 3.14.8 3.12.5 -- 3.23.6 19. Roland Freymond -- 3.08.0 3.06.7 3.18.9
20. Bert Struijk (#18) 3.15.7 3.15.4 3.13.1 3.31.1 20. Alan North 3.11.1 3.07.2 3.07.4 3.30.4
21. Hans Müller 3.14.9 3.14.4 3.13.2 3.22.3 21. Jeffrey Sayle -- 3.13.9 3.07.2 3.22.2
22. Barry Ditchburn 3.14.2 3.13.4 3.22.7 3.24.7 22. Michel Rougerie 3.08.5 3.09.1 3.07.5 3.50.4
23. Alan North 6.18.6 3.13.4 -- 4.10.5 23. Eric Saul 3.12.9 3.20.8 3.07.9 3.47.3
24. Pentti Korhonen 3.21.7 3.14.5 3.13.5 4.04.9 24. Didier de Radiguès 3.19.5 3.08.3 3.08.2 3.23.9
25. Chas Mortimer -- 3.14.1 3.14.4 3.24.6 25. Bert Struijk (#43) 3.10.3 3.08.3 3.08.9 3.38.9
26. Richard Hubin -- 3.14.1 3.15.3 4.07.7 26. Klaas Hernamdt 3.08.6 3.08.8 -- 3.14.7
27. Juup Bosman 3.21.0 3.18.8 3.14.5 3.22.0 27. Graeme McGregor -- 3.08.6 3.10.2 3.14.3
28. Rini van Kasteren 3.19.6 3.16.0 3.15.0 3.28.3 28. Vic Soussan 3.14.5 3.38.8 3.08.8 3.24.4
29. Harald Bartol -- 3.15.0 -- -- 29. Etienne Geeraerd 3.15.2 3.11.5 3.08.9 3.49.8
30. Willem-Jan Nooteboom 3.20.1 3.15.8 3.16.3 3.34.4 30. Mar Schouten 3.10.7 3.11.2 3.09.4 3.26.2

Niet gekwalificeerd:

Niet gekwalificeerd:

31. Frank Steinhausen -- 3.21.5 3.16.9 3.23.4 31. Kenny Blake 3.11.3 3.10.2 -- 3.14.3
32. Klaas Hernamdt 3.18.3 -- -- 3.21.0 32. Murray Sayle -- 3.23.3 3.12.2 3.43.5
33. Olivier Liegeois 3.27.9 3.20.4 3.18.6 3.51.8 33. Carlos Lavado 3.19.7 3.12.5 3.12.4 3.27.3

Frank Steinhausen en Klaas Hernamdt, dus eerste en tweede reserve, konden wel starten door twee blessures.

34. Piet van der Wal -- 3.16.2 3.14.3 3.21.3
35.

Walter Hoffmann

3.45.9 3.20.4 3.18.9 --
36.

Paolo Pileri

-- 3.54.0 -- 3.21.4

 

 

Bert voor Victor Palomo in de 250cc TT.

Bert Struijk onderuit in de 250cc.

Nederlands kampioen, Bert Struijk, zou in 'zijn' klasse, de 250, ongetwijfels de sterkste 'thuisrijder' zijn geweest. Op de 16e plaats rijdend, tijdens de tiende ronde, in duel met de Spanjaard Victor Palomo, verdween hij echter vijf ronden voor het einde, met een spectaculaire schuiver, in de Geert-Timmerbocht voor start/finish pardoes en definitief uit de race. Hij stond gelukkig ongedeerd weer op om naar het applaudiserende publiek te zwaaien. Later bleek dat zijn versnellingsbak olie op zijn achterwiel had gelekt, waardoor hij onderuit ging. Nu werd Klaas Hernamdt, met zijn 18e plek, een plaatsje voor Rini van Kasteren, beste Nederlander. Klaas Hernamdt had in de 250cc klasse geluk dat Harald Bartol niet van start ging en Barry Ditchburn, na een val in de 350cc, niet kon starten. Zodoende kon Klaas, die als tweede reserve gekwalificeerd stond na de trainingen, toch van start gaan. Hernamdt en Van Kasteren waren de enige Nederlanders die de finish haalden, Juup Bosman en Willem-Jan Nooteboom vielen tegen het einde van de race uit met mechanische problemen. Klaas werd eveneens in de 350cc klasse, de laatste race in deze klasse tijdens de TT ooit, beste Nederlander, door als twaalfde te eindigen, helaas net buiten de punten. Bert en Willem Zoet vielen uit met pech. Na het seizoen 1979 hield de 350cc klasse op te bestaan.

23 juni 1979, Grand Prix Nederland, circuit Assen (TT)

250cc 

Grid

350cc

Grid

1. Graziano Rossi I Morbidelli 46.12.2 5e 1. Gregg Hansford AUS Kawasaki 48.41.0 1e
2. Gregg Hansford AUS Kawasaki 46.19.2 2e 2. Patrick Fernandez F Yamaha 49.01.2 6e
3. Kork Ballington Zaf Kawasaki 46.19.3 1e 3. Walter Villa I Yamaha 49.03.6 2e
4. Anton Mang D Kawasaki

47.04.3

3e 4. Anton Mang D Kawasaki

49.06.9

9e
5. Jean-François Baldé F Kawasaki 47.19.0 7e 5. Michel Frutschi CH Yamaha 49.07.2 3e
6. Patrick Fernandez F Yamaha 47.25.0 15e 6. Graeme McGregor AUS Yamaha 49.31.0 27e
7. Randy Mamola USA Yamaha   6e 7. Jeffrey Sayle AUS Yamaha 49.31.0 21e
8. Roland Freymond CH Yamaha 16e 8. Pentti Korhonen SF Yamaha   12e
9. Walter Villa I Yamaha 4e 9. Olivier Chevallier F Yamaha 16e
10. Vic Soussan AUS Yamaha 10e 10. Gianfranco Bonera I Yamaha 14e
11. Edi Stöllinger A Kawasaki 11e 11. Didier de Radiguès B Yamaha 24e
12. Eric Saul F Yamaha 13e 12. Klaas Hernamdt NL Yamaha 26e
13. Hans Müller CH Yamaha 21e 13. Etienne Geeraerdt B Yamaha 29e
14. Richard Hubin B Yamaha 26e  
15. Jeffrey Sayle AUS Yamaha 14e
16. Victor Palomo ES Yamaha 8e
17. Chas Mortimer GB Yamaha 25e
18. Klaas Hernamdt NL Yamaha 32e
19. Rinus van Kasteren NL Yamaha 28e
20. Frank Steinhausen CAN Yamaha 31e
21. Juup Bosman NL Yamaha 27e

 

 

 

01-07-1979 Grand Prix België, Francorchamps

wpe11.jpg (55088 bytes)

29/30 juni 1979 trainingen, Grand Prix België, circuit Spa-Francorchamps.

De rijders waarvan de trainingstijden in het wit met zwarte achtergrond staan gingen niet van start in de race, vanwege de gladde omstandigheden van het circuit, of gedwongen (zoals Jack en Boet) door omstandigheden.

Trainingstijden 50cc 

Trainingstijden 125cc 

Trainingstijden 250cc 

Trainingstijden 500cc 

1. Eugenio Lazzarini 3.14.9 1. Angel Nieto 3.02.3 1. Chas Mortimer 2.58.3 1. Johnny Cecotto 2.50.9
2. Stefan Dörflinger 3.15.9 2. Ricardo Tormo 3.03.1 2. Walter Villa 2.58.6 2. Michel Rougerie 2.50.9
3. Ricardo Tormo 3.16.1 3. Ernst Gaferer 3.04.1 3. Graeme McGregor 2.58.6 3. Jack Middelburg 2.50.9
4. Gerhard Waibel 3.20.0 4. Eugenio Lazzarini 3.05.0 4. Didier de Radiguès 2.59.0 4. Boet van Dulmen 2.52.2
5. Patrick Plisson 3.20.0 5. Hans Müller 3.06.0 5. Randy Mamola 2.59.9 5. Steve Parrish 2.52.5
6. Rolf Blatter 3.22.9 6. Walter Koschine 3.06.2 6. Jean-Marc Toffolo 2.59.9 6. Barry Sheene 2.53.1
7. Wolfgang Müller 3.29.0 7. Giampaolo Marchetti 3.06.3 7. Etienne Geeraerd 3.00.2 7. Randy Mamola 2.53.1
8. Claudio Lusuardi 3.24.9 8. Gert Bender 3.06.5 8. Gregg Hansford 3.00.6 8. Dennis Ireland 2.54.4
9. Serge Julin 3.26.9 9. Marcelino García 3.06.5 9. Murray Sayle 3.01.2 9. Alex George 2.54.6
10. Hagen Klein 3.27.1 10. Maurizio Massimiani 3.06.6 10. Edi Stöllinger 3.01.3 10. Marco Lucchinelli 2.55.4
11. Ezio Saffiotti 3.27.5 11. Michel Rougerie 3.06.7 11. Michel Siméon 3.01.4 11. Christian Sarron 2.55.5
12. Enrico Cereda 3.28.0 12. Martin van Soest 3.06.8 12. Guy Origer 3.01.9 12. Alain Nies 2.56.3
13. Gerrit Strikker 3.28.9 13. Thierry Noblesse 3.07.7 13. Olivier Liegeois 3.02.4 13. Gary Lingham 2.56.4
14. Theo Timmer 3.28.9 14. Barry Smith 3.07.7 14. Graziano Rossi 3.02.6 14. Tony Head 2.56.7
15. Henk van Kessel 3.29.0 15. Fernando De Nicolás 3.07.9 15. Richard Hubin 3.02.6 15. Jacky Matagne 2.58.4
16. Peter Looijesteijn 3.29.9 16. Harald Bartol 3.08.0 16. Yoshimi Matsumoto 3.02.9 16. Philippe Coulon 2.58.5
17. Aldo Pero 3.30.1 17. Stefan Dörflinger 3.09.0 17. Paolo Pileri 3.03.6 17. Franco Uncini 2.59.3
18. Jacky Hutteau 3.30.2 18. Jan Huberts 3.09.0 18. Alain Nies 3.03.6 18. Gianni Rolando 2.59.4
19. Hans-Jürgen Hummel 3.31.0 19. Pierpaolo Bianchi 3.09.3 19. Jeffrey Sayle 3.03.6 19. Wil Hartog 2.59.7
20. Rudolf Kunz 3.32.1 20. August Auinger 3.09.7 20. Oronzo Memola 3.04.0 20. Kenny Blake 2.59.8
21. Cees van Dongen 3.32.6 21. Henk van Kessel 3.10.4 21. Bert Struijk 3.04.2 21. Franck Gross 3.00.2
22. Ingo Emmerich 3.32.7 22. Patrick Plisson 3.10.9 22. José Lazo 3.04.3 22. Willem Zoet 3.00.5
23. Joaquin Galí 3.33.0 23. Peter Looijesteijn 3.11.2 23. René Delaby 3.04.5 23. Kenny Roberts 3.01.4
24. Gerhard Singer 3.33.2 24. Patrick Hérouard 3.12.0 24. Jacques Bolle 3.04.6 24. Ikujiro Takai 3.01.6
25. Alain Hannecart 3.34.3 25. Jean-François Lecureux 3.12.0 25. Patrick Fernandez 3.04.7 25. Giovanni Pelletier 3.02.0
26. Daniel Corvi 3.34.5 26. Francois Granon 3.12.2 26. Vic Soussan 3.04.9 26. Olivier Liegeois 3.02.0
27. Stefan Danielsson 3.35.2 27. Paul Bordes 3.12.7 27. Rinus van Kasteren 3.05.0 27. Bernard Fau 3.02.3
28. Bruno Di Carlo 3.36.0 28. Jean-Louis Guignabodet 3.12.9 28. José Moreno 3.05.3 28. Henk de Vries 3.02.9
29. Faure 3.36.4 29. Clive Horton 3.13.0 29. Reinhold Roth 3.05.3 29. Sergio Pellandini 3.03.0
30. Rudi Oosting 3.36.6 30. Cees van Dongen 3.13.1 30. Patrick de Radiguès 3.05.5 30. Olivier Chevallier 3.04.0
31. Jos Dieteren 3.36.8 31. Anton Straver 3.13.5 31. Valerio Pessotto 3.05.6 31. Gustav Reiner 3.04.0
32. Marcel v/d Steene 3.37.1 32. René Renier 3.14.6 32. José Tellevia 3.05.7 32. Carlo Perugini 3.04.1
33. Ramon Gali 3.37.3 33. Jean-Paul Magnoni 3.16.0 33. Sobral 3.06.1 33. Fernando De Nicolás 3.04.3
34. Hermano Sande 3.37.9 34. Werner Steege 3.16.0 34. Michel Steven 3.06.4 34. Virginio Ferrari 3.05.5
35. Reiner Scheidhauer 3.38.3 35. Bruno Kneubühler 3.16.1 35. Sadao Asami 3.06.5 35. Elmar Renner 3.05.5
36. Ton Kooyman 3.39.1 36. Per-Edvard Carlsson 3.16.2 36. Eero Hyvärinen 3.06.6 36. Gerhard Vogt 3.05.6
37. Günter Schirnhofer  3.40.6 37. Marc-Anton Constantin 3.16.2 37. Fernando De Nicolás 3.06.7 37. Seppo Rossi 3.06.2
38. Chris Baert 3.42.0 38. Bernard Murray 3.16.8 38. Jean-François Baldé 3.07.0 38. John Newbold 3.06.3
39. Robert Evrard 3.43.7 39. Freddy Blaise 3.18.5 39. Roger Kockelman 3.07.1 39. Graziano Rossi 3.06.4
40. Gilbert Blanckaert 3.43.7 40. Matti Kinnunen 3.18.5 40. Armand Gras 3.07.7 40. Etienne Geeraerd 3.06.5
41. Otto Machinek 3.46.2 41. Yves Dupont 3.19.1 41. Kork Ballington 3.08.3 41. Josef Hage 3.06.9
42. René Loge 3.48.8 42. Paul Ramon 3.23.2 42. Carlos Lavado 3.08.7 42. Dieter Heinen (D) 3.07.1
43. Laporte 3.48.8 43. Jean-Claude Baele 3.23.3 43. Klaas Hernamdt 3.09.7 43. Max Wiener 3.11.1
44. Ove Skifjeld 3.49.1 44. José de Faveri 3.24.5 44. Jean-Claude Baele 3.10.6 44. Timo Pohjola 3.11.2
45. Michel Stree 3.56.9 45. Stefano Feretti 3.25.1 45. Josef Hage 3.10.7 45. Sadao Asami 3.11.9
46. Dirk van der Donckt 4.06.2 46. Alain Plunus 3.28.9 46. Harald Merkl 3.10.7 46. Toni Garcia 3.19.2
47. Georges Fissette 4.12.3 47. Luc Beugnier 3.29.3 47. Eric Saul 3.10.7 47. Steve Manship 3.19.9
  48. Chris Baert 3.32.9 48. Hans Müller 3.11.1 48. Philippe Chaltin 3.22.0
49. Eddy Goffinet 3.39.0 49. Raymond Roche 3.12.1 49. Manfred Heinen (B) 3.22.4
50. Rolf Blatter 9.99.9 50. Börge Nielsen 3.12.5 50. Roland Mullender 3.27.0
51. Guy Collard 9.99.9 51. Olivier Chevallier 3.12.6 51. Guy Cooremans 3.42.3
  52. Roland Freymond 3.12.6 52. Börge Nielsen 9.99.9
53. Reino Eskelinen 3.12.9 53. Peter Sjöström 9.99.9
54. Frank Steinhausen 3.14.3  
55. Giancarlo Bet 3.14.9

Het circuit van Francorchamps in België had een nieuwe asfaltlaag gekregen die twee dagen voor het begin van de trainingen pas gereed was en dit gaf flinke problemen. Tijdens de trainingen viel de ene coureur na de andere van zijn motor. De regenrijders waarvan Jack Middelburg er zeker ook een was stonden na de trainingen bovenaan. Randy Mamola de durfal uit Amerika klokte de snelste trainingstijd en Jack de vijfde. Er bleek dat een teerwagen zoveel gemorst had dat zelfs een van de stoomwalsen die week uit een van de bochten was geslipt! De topcoureurs Roberts, Sheene, Ferrari en Hartog onderhandelden met de organisatie en de FIM (de international motorsportfederatie, Federation Internationale Motorcycliste) over het wel of niet rijden van de Belgische Grand Prix. Uiteindelijk trokken alle fabrieksteams zich op zaterdag terug van deelname. Op dat moment waren er al tienduizenden supporters in België aanwezig. Toen deze er achterkwamen dat de toprijders niet van start zouden gaan braken er onlusten uit. Auto's werden op de kant gegooid en in brand gestoken en de hele nacht stonden langs het circuit de strobalen in brand. Diverse gewonden moesten na vechtpartijen opgenomen worden in het ziekenhuis. Jack en Van Dulmen zouden in eerste instantie wel van start gaan, omdat zij vonden dat het ook glad was als het regende en men de tienduizenden supporters die onderweg waren naar het circuit niet wilden teleurstellen. Maar nadat ze door Nederlandse "supporters" van Wil Hartog waren bedreigd dat men flessen bier op de baan zou gooien als ze voorbij kwamen, i.v.m. een gebrek aan solidariteit, trokken die zich ook terug. Deze beslissing werd uiteindelijk door hun beider manager Jan Muis genomen, want toen ze 's-morgens uit bed kwamen had hij al hun spullen al in laten pakken. Uiteindelijk reden ze een paar uur voor de start onder politiebegeleiding naar huis, terwijl de politie de raddraaiers nog met traangas bezig was uit elkaar te drijven. Er gingen toch nog 21 rijders van start in de 500cc klasse, waarvan er slechts 10 de finish haalden, dus allen in de punten. Tiende werd de Duitser Dieter Heinen en die had maar liefst vier ronden achterstand op de winnaar! Voor de meesten zullen dit alle punten geweest zijn die ze in hun carrière in een GP gehaald hebben. Uiteindelijk won de Nieuw-Zeelander Dennis Ireland de 500cc klasse. De Nederlandse coureur Henk van Kessel won zelfs door het terugtrekken van de fabrieksteams en overige toppers de lichtste klasse, de 50cc, voor zijn landgenoot Theo Timmer. Dit was voor ex-wereldkampioen Van Kessel, zijn eerste overwinning in de "borrelklasse" sinds hele lange tijd. De eerste startrij, van zes coureurs, bleef in de 50cc klasse overigens volledig leeg, deze gingen o.a. niet van start. Dit gebeurde in alle klassen die dag.

Wat een grandioze opening van het nieuwe circuit van Spa-Francorchamps had moeten worden, was uitgedraaid op een deceptie van de eerste orde. Nadat alle wereldsterren al in de training tot de conclusie waren gekomen, dat de verse asfaltlaag van de piste veel te glad was om op fatsoenlijke wijze de vele pk's van de fabrieksmachines onder controle te houden, besloten de topcoureurs tot eendrachtige staking. Dit had tot gevolg, dat de vele tienduizenden toeschouwers uit binnen- en buitenland op zondag getuige waren van wedstrijden, waarin coureurs van het tweede ofwel derde garnituur met de ereprijzen aan de haal gingen. Slechts in één categorie, de zijspanklasse, kwamen alle topmensen aan de start en kon het publiek een volwaardig GP-startveld aan het werk zien, waarin Biland, Steinhausen en Schwärzel een fantastisch duel om de eerste plaats uitvochten, doch deze strijd kon in de verste verte geen genoegdoening geven voor hetgeen waarvoor men eigenlijk naar het Ardennen-circuit was gekomen. Rolf Steinhausen en Kenny Arthur wonnen de aantrekkelijke B2-A race. Door het wegblijven van de toppers was er volop gelegenheid voor andere coureurs om eens het ereschavotje te beklimmen en de Nederlanders spraken daarbij een woordje mee. Zo won Henk van Kessel voor Theo Timmer de 50cc categorie, terwijl Martin van Soest in de 125cc klasse, die door de Australische Veteraan Barry Smith werd gewonnen, tien punten mocht incasseren. Dennis Ireland pakte de halveliterrace (met Henk de Vries als vijfde) voor Kenny Blake en Gary Lingham. Edi Stöllinger pakte de winst in de 250cc klasse.

Bert Struijk ging wel van start in de kwartliterklasse, maar zette zijn Yamaha na een ronde aan de kant. Bert besloot na de Belgische GP op Francorchamps, dat hij niet meer uit zou komen in de Grand Prix. Hij vond het voorlopig verstandiger om zich te richten op de nationale races. Het was nu interessant wat er ging gebeuren met zijn plaats op de internationale grading-list, die organisaties van Grand Prix wedstrijden hanteerden bij het weggeven van startbewijzen. Wie zijn plaats zou overnemen, kon men bijna niet weigeren. Rini van Kasteren, de nummer twee van '78 in de 250cc, vond dat hij degene was die voor dat startbewijs in aanmerking diende te komen. Hij had juist een paar dagen eerder zijn Grand Prix debuut gemaakt tijdens de door vele toppers geboycotte GP van België op Spa-Francorchamps, als lid van de NMB. Rini werd hier tiende en vond dat hij daarom recht had op het startbewijs van Bert.

De training: Aankondiging van een debacle

wpe4F.jpg (16864 bytes)

Johnny Cecotto bekijkt de toestand van zijn banden m.b.t. de omstandigheden van de baan.