|
| |
|
1979
Bert's laatste jaar in de wegraces en zijn eerste
(en ook laatste) in de Grand Prix. |
|
|
|
Februari 1979
werd er door 40 coureurs een eigen "bond" opgericht, ze noemden die de
'groep van veertig'. Deze groep kwam er om als een betere gesprekspartner te
fungeren met de KNMV en de NMB. Als bestuursleden werden benoemd, manager Roel
Massink, Jan Muis (o.a. manager van Jack, Bert Struijk, Boet (nog wel) en
Willem-Jan Nooteboom), Jack Middelburg, Karel Zegers en ene heer Van Beek. Ze wilden
overleggen m.b.t. startgelden, verzekeringszaken en de veiligheidseisen
betreffende de circuits.
Begin van het
jaar gingen ook de KNMV en NMB, die sinds drie jaar samenwerkten na jarenlang op
voet van oorlog te hebben geleefd, weer met ruzie uit elkaar. Het rommelde al
weer geruime tijd en de KNMV was degene die de samenwerking stop zette. De
aanzet hiertoe was het feit dat Jack Middelburg en Boet van Dulmen terug wilden naar de NMB (wat
uiteindelijk dus niet doorging, nadat er startgelden kwamen). Dit was al een
tijdje bekend, maar nu zouden ook de motorcrossers Gerrit Wolsink, Cor den
Biggelaar en Wil van der Laan, in navolging van de twee wegracetoppers dit
voorbeeld willen volgen. Dit was bij Studio Sport medegedeeld door de voorzitter
van de NMB, de heer Van Bokhoven. Volgens de betreffende crossers was dit niet
waar, maar waren ze met de KNMV in discussie m.b.t. startgelden en dat liep niet
erg goed. Na deze bekendmaking werd deze zaak wel erg snel opgelost, dus men zag
het wel als een soort dreigement. Voorheen kreeg elke deelnemer aan de
wedstrijden voor het Nederlands kampioenschap, wegrace en motorcross vijftig
gulden en was dan verplicht deel te nemen. Deze premies werden nu aanzienlijk
verhoogd.
De KNMV riep
ook een kernploeg in het leven, die jonge racers ging begeleiden. Hierin werden
ook drie wegracers opgenomen, te weten: Willem-Jan Nooteboom, Bennie Wilbers en
Henk de Vries. Verder vier crossers en drie baanracers. Het zou echter op een
fiasco uitlopen, terwijl de KNMV zelfs bij de NSF (Nederlandse Sport Federatie)
aanklopte en een bedrag van bijna 90.000 gulden subsidie loskreeg. Bennie
Wilbers stopte na een paar maanden met de motorsport en zijn plaats werd
ingenomen door Klaas Hernamdt. De coureurs hadden eenmaal een bespreking op
Papendal en hoorden daarna nooit meer iets. Van de hele begeleidingsgroep kwam
of niets terecht of ze waren niet bereikbaar. Het project stierf uiteindelijk
een stille dood.
Bert werd in januari '79 door de Bommelse
carnavalsvereniging 'De Wallepikkers' benoemd in de prinsenorde. Hij
kreeg deze onderscheiding omdat hij Nederland kampioen was geworden
in de 250cc klasse in 1978. De Prinsenorde wordt verleend aan
Bommelaars, die iets voor de stad betekend hebben. Bert was de zesde
inwoner van Zaltbommel die deze eer ten beurt was gevallen. Ook
bracht Struijk deze winter weer de tien kilometer schaatswedstrijd
van Zaltbommel op zijn naam.
Bert begon het seizoen 1979 dus als regerend
Nederlands kampioen in de 250cc klasse en ook dit seizoen mocht
op de financiële steun van Pullshaw rekenen, waardoor er ook weer
twee nieuwe machines aangeschaft konden worden. Het was de bedoeling
dat Bert dit jaar ook diverse Grand prix zou gaan rijden. Met een
plek op de aanvullende F.I.M. grading-list, moest het geen probleem
zijn om aan starts te komen. Nationaal gokte Bert op twee titels .
Hij zei: ,,Ik heb twee Pullshaw Yamaha's, die in samenwerking met
Theo Dimmendaal's Dimoto Company, uitstekend zijn geprepareerd.
Ze zijn alle twee zó
snel, dat er een dubbelkampioenschap in zit. De enige moelijkheid
is, dat je in de 350cc klasse regelmatig ene Middelburg tegenkomt en
nou kun je nóg zo snel zijn, maar die houdt eenvoudig het gas net zo
lang open tot hij je voorbij is, dus dat geeft nog wel wat
moeilijkheden". Verder was Bert dik tevreden. ,,Door de bemoeienissen
van mijn manager Jan Muis, heb ik de spullen nog nooit zo goed voor
elkaar gehad als dit jaar. Ik heb goed materiaal, reis in een prima
caravan naar de wedstrijden, wordt gesteund door fijne sponsors en
heb door de technische steun van Dimoto weinig machinepech. Vallen
doe ik ook maar weinig, dus ik eindig altijd wel voorin. Dat komt
ook omdat ik zo'n vreselijke hekel aan vallen heb. Jack niet. Die
interesseert het niks. Wordt alleen maar razend als hij valt, laat
een paar pleisters plakken en gaat nog sneller rond. Ik schrik me
altijd te pletter als ik val. Het gaat ook zo hard, hè?" Van die
angst voor vallen was niets te merken aan Bert, als hij in de slag
om de leiding in een race was. Het enige dat opviel was dat hij
altijd een 'bekeken' race reed. In 1978 werd hij zo kampioen in de
250cc klasse. Dat was niet zijn einddoel. Hij voelde zich toch het
meest in zijn element als 500cc rijder, zoals in het begin van zijn
raceloopbaan. In 1980 wilde hij graag in de 500cc en 750cc klasse
gaan uitkomen. ,,De confrontatie met Jack, Boet en Wil, dát is
eigenlijk mijn ideaal. Want alleen in die klassen kun je het publiek
echt bewijzen wat je waard bent!"
 |
|
 |
|
Het seizoen
van 1979 begon met de aanschaf van twee splinternieuwe
Yamaha's. |
 |
|
Huldiging van de kampioenen van 1978 door Valvoline, Tsubaki en Levior. Links vooraan,
Truus Struijk en Petra Middelburg. |
|
Opnieuw
zou in 1979 de strijd in de
250 en 350 cc wegrace internationaal
in het teken
staan van de Nieuwe
Revu-trofee. De procedure
was als volgt: die
Nederlandse rijder die
als nummer één de tweede
ronde inging,
ontving van Nieuwe Revu een
premie van tweehonderd gulden.
Die bonificatie
gold voor zes
verschillende wedstrijden
in beide klassen, waarvan
de datum nog nader bekend werd
gemaakt in de Nieuwe Revu. Behalve
die tweehonderd
gulden was er trouwens
meer: van elke
wedstrijd werd een klassement
opgemaakt, want er waren telkens
punten te verdienen. Die
punten waren belangrijk,
want wie na die zes wedstrijden de
meeste punten
had gescoord, won de Nieuwe
Revutrofee,
plus een extraatje
van duizend gulden.
De mening van Pullshawrijder
Bert Struijk, die
in ‘78 in beide klassen met
de Nieuwe Revu-trofee
ging strijken:
"Ik vond het zo'n
goed initiatief
van Nieuwe Revu, dat ik daar
het hele
seizoen speciaal op gegokt
heb. Mijn starts werden
steeds
beter omdat
ik daar
extra aandacht
aan besteedde.
Natuurlijk
wilde
ik graag
Nederlands
kampioen worden
en dat is
me in de 250
cc ook gelukt.
Maar als
je dat wilt
worden,
heb je goed
materiaal
nodig. En nou verklap
ik geen geheim
als ik zeg,
dat ik
dat materiaal
kon kopen en kampioen
kon worden,
mede
dank zij Nieuwe Revu.
Dat is dan
misschien
een beetje
sneu voor
Willem Jan
Nooteboom,
die gesponsord
wordt door Nieuwe Revu.
Maar ik denk zo dat
ie kennelijk
toch
al genoeg
krijgt;
bovendien
hoeft niet alles
op een hoop terecht te komen.
Ik ben vast van
plan om daar
dit jaar
in elk
geval
weer een
stokje voor te
steken. Reken
maar!"
25-03-1979
internationale races Hilvarenbeek
De twaalfde editie
van de internationale Olof-wegraces,
op het circuit Beekse Bergen bij Hilvarenbeek, werd door twee gebeurtenissen
overschaduwd,
al waren de wedstrijden op zich
zeker het aanzien waard.
De ernstigste schaduw werd geworpen door de dood
van 50cc coureur Theo van de Wiel (26) uit het Limburgse Naps, die zaterdags
tijdens de trainingen, met noodlottig gevolg ten
val kwam. De valpartij ontstond door toedoen van een vastloper en Van de Wiel
werd daarna overreden door de Zwitser Stefan Dörflinger, die hem niet meer kon
ontwijken. De tweede schaduw, gelukkig van minder trieste aard, was afkomstig
van de zware bewolking die gedurende de hele zondag het circuit verduisterde. Toch
werden, met uitzondering
van de wedstrijd voor de categorie 250 cc nationaal, waarmee
het programma opende, alle
races "op het droge" verreden,
al duurde het nog
tot het eind van de
middag, voordat
het circuit overal droog was.
 |
|
Olof races 2 50cc: Bert
voor Juup Bosman en in de achtergrond Bernard Murray. |
 |
|
2 50cc: Bert
voor Klaas Hernamdt (#7), Juup Bosman (#6) en de Engelsman
Bernard Murray (#44). |
 |
In de 250cc race nam de Zwitser, Hans Müller, die
daarvoor al de 125cc race op zijn naam had gebracht, direct de leiding,
om deze de rest van de twaalf ronden durende wedstrijd niet meer uit
handen te geven. Reeds bij de eerste doorkomst had hij al een flink gat
geslagen naar een achtervolgend groepje met daarin Bert, de Brit
Bernard Murray, Juup Bosman en Klaas Hernamdt, de laatste op de machine
van Jan Visser, die eind 1978 was gestopt en tevens monteur was geworden
bij Klaas. Gaandeweg de race reed
Hernamdt weg bij het groepje, dat gezelschap kreeg van de vanaf de 32e
positie (pech in de training) gestarte Jon Ekerold en Jan van
Disseldorp. De topper, Jon Ekerold, had slechts twee ronden nodig om het
overgebleven viertal bij te halen en te passeren. Hij rukte in die twee
ronden op van de zevende naar de derde positie, waarna hij flink inliep
op Klaas Hernamdt en die het leven begon zuur te maken. Weer twee ronden
later bezette de Zuid-Afrikaan de tweede plaats. Koploper Hans Müller
was toen inmiddels al lang uit zicht verdwenen en niet meer in te halen,
zelfs niet door een ontketende Ekerold. Deze moest genoegen nemen met
zijn tweede plaats, zoals Hernamdt dat moest, en deed, met zijn derde,
in dit sterke deelnemersveld. Het gevecht hierachter, om de vierde plek,
duurde tot op de laatste meters. Bernard Murray pakte drie ronden voor
het einde Juup Bosman, maar met Bert Struijk had hij aanzienlijk meer
moeite. Toch wist de Engelse rijder in de laatste ronde onze nationale
250cc kampioen nog te verschalken. Murray, Bert en Juup gingen als aan
een touwtje in die volgorde over de finish. Diverse Nederlandse
sportjournalisten waren door de 'Stichting Olof' aangewezen om de
coureur aan te wijzen die volgens hen het meeste talent in huis had
(jong, nieuw talent), deze kreeg de Ben Majoor-wisseltrofee (niet te
verwarren met de bokaal die de KNMV jaarlijks toekende). Als
aanmoedigingspremie stelde de organisatie van de Olof races verder een
premie van 250 gulden ter beschikking. Klaas Hernamdt werd hiervoor
uitverkozen.
 |
|
Olof races 3 50cc: Bert
achtervolgd Jon
Ekerold. |
 |
|
De eerste drie in de
350cc klasse, Jon Ekerold, Pekka Nurmi en Bert. |
Bert nam via een van zijn inmiddels bekende snelle starts in
de 350cc race direct de leiding, maar ditmaal had ook Jon Ekerold,
in tegenstelling tot de kwartliterrace, een snelle start. Het duo
ging direct in de eerste ronde een bikkelhard gevecht aan, Bert
behield twee doorkomsten de leidende positie, maar toen vond Ekerold
het welletjes en passeerde de man uit Zaltbommel. Deze probeerde nog
een ronde om het Ekerold moeilijk te maken, maar liet de strijd toen
voor wat het was en besloot zich op de tweede plaats te gaan
concentreren en te hopen op een eventueel foutje van de
Zuid-Afrikaan,
die nooit meer dan een paar seconden voorsprong had. Om de derde
plaats, werd achter de rug van Bert, een schitterend gevecht
geleverd door Piet van der Wal, de Fin Pekka Nurmi, de West-Duitser
Anton 'Toni' Mang en Jan van Disseldorp. Mang viel in de slotfase
terug omdat zijn snelle Kawasaki fabrieksmachine minder begon te
lopen en Oirschotse Piet verspeelde zijn derde plaats, toen hij bij
het uitkomen van een bocht even in het gras terecht kwam en een
flinke zwieper maakte. Hiervan maakten Pekka Nurmi en Jan van
Disseldorp onmiddellijk gebruik en passeerden hem. Wel wist Van der
Wal Toni Mang nog voor te blijven. Kees v/d Broek pakte de zesde
positie, die vijf ronden lang achter het samen duelerende tweetal
Mar Schouten en de Brit Kevin Stowe de 'kat uit de boom' had
gekeken, en die een ronde voor het einde van de race de aanval
inzette en doorzette.
De 500 cc race zou een overwinning voor Wil Hartog moeten brengen, daaraan twijfelde eigenlijk niemand. Wil
is zonder twijfel Nederlands sterkste coureur van dit moment (al zal Boet
het daar misschien niet helemaal mee eens zijn) en hij heeft bovendien verreweg de snelste machine (en daarmee is Boet het
beslist wel eens). Terwijl Wil zijn fabrieks Suzuki in de strijd bracht, verschenen
zowel
Boet als Jack op hun oude fietsen aan de start; "Jack zelfs op een
heel
oude, die er al meerdere jaren dienst op had zitten. "Ik dacht: die Lange
(Hartog) kan ik
toch niet hebben", aldus Middelburg. "Maar ik had me voorgenomen om
tenminste een ronde voorop te rijden".
Dat lukte wonderwel, want niet Hartog, maar Jack kwam na de openingsronde als eerste voorbij start en finish. Een
tiental meters achter hem werd hevig geduelleerd door Hartog en Van
Dulmen.
Wil en Boet joegen elkaar zo op, dat ze in de vijfde ronde de aansluiting met
Jack hadden hersteld.
In de zesde ronde was het helemaal feest: Jack en Boet reden naast elkaar op
kop, Wil zat er pal achter. Philippe Coulon bezette de vierde plaats en
Bruno Kneubühler en Alex George probeerden allebei op de vijfde plaats te rijden.
Maar in de zevende ronde was voor Boet het spel uit: met een gesneuvelde krukas keerde hij terug naar het rennerskwartier. De spanning werd er echter
niet minder om, want Coulon had inmiddels aansluiting bij Jack en Wil gevonden.
Dat duurde evenwel niet lang, want langzaam maar zeker werden de onderlinge afstanden tussen de
drie koplopers groter. En toen Jack, vanaf de tiende ronde, als een raket tussen groepjes achterblijvers door
begon te slingeren, was het pleit beslist: Wil verloor tientallen
meters.
Middelburg die "tenminste een ronde" voorop had willen rijden, had van start tot finish geleid en bovendien de snelste ronde
gedraaid. Hartog verklaarde naderhand dat hij zich
had verkeken op de toestand van het circuit en dat hij een achterband
had laten monteren die "eigenlijk voor natter weer bedoeld was". Bovendien wenste Wil met het GP-seizoen voor de boeg geen risico's te nemen.
Dat neemt natuurlijk niet weg dat Middelburg een geweldige prestatie leverde door op zijn oude machine de veel snellere fabrieksracer van Hartog het
nakijken te geven. De Witte Reus beaamde dan ook volmondig: "Jack was gewoon veel beter
vandaag".
De slotrace van de dag, de klasse 750cc internationaal, scheen een herhaling te worden van het prachtige 500cc
gebeuren. Ook nu had Jack Middelburg de snelste start, maar een
achtervolgersgroep bestaande uit Patrick Pons, Wil Hartog en Boet van Dulmen zat als vastgekleefd aan
Jack's achterwiel.
De posities wisselden meermalen per ronde, maar in de vierde ronde had Hartog definitief de kop veroverd.
Boet verdrong Jack van de tweede plaats; een voorbeeld dat in de zevende ronde door Pons
werd gevolgd. Maar opnieuw gooide machinepech roet in Van Dulmens eten: het achterwiel van
Boet's Yamaha werd scheef in de achtervork getrokken en door de verslechterende
stuureigenschappen zag Boet zich gedwongen het tempo te verlagen.
Patrick
Pons en Jack profiteerden hiervan en in de tiende ronde was de volgorde: één
Hartog, vervolgens Jack, die inmiddels Pons had teruggepakt, dan Pons en tenslotte
Boet.
In de eerste drie plaatsen zou tot het vallen van de finishvlag geen verandering meer komen, maar de terugvallende Boet werd in de laatste ronde
gepasseerd door Kevin Stowe en Alex George.
Door knap stuurwerk
wist Boet echter nog de vijfde plaats te heroveren op George.
"Dat de 500cc Suzuki van Hartog stukken sneller was dan de mijne, had ik wel verwacht",
vertelde
Jack
Middelburg tijdens de prijsuitreiking. "Maar Wil z'n 652cc fabrieks-Suzuki was echt niet sneller dan mijn Yamaha TZ 750".
Philippe Coulon werd zevende, Joey Dunlop achtste, Armin Zeh negende en
Karel Zegers maakte de eerste tien vol. Hans Müller won de 125 en
250cc, Jon Ekerold de 350cc en Peter Looijesteijn de 50cc.
Het zouden, achteraf, de laatste Olof-races in
Hilvarenbeek blijken te zijn geweest, dit ten gevolge van het feit dat
het circuit niet veilig genoeg meer was. Aan het einde van het seizoen
1980 probeerde men om de Olof-races op het permanente circuit van
Zandvoort te organiseren, maar dit werd door een matig bezoekersaantal
(zoals altijd in Zandvoort), geen succes. De Olof-races stierven na
13-jaar een roemloos einde en dit terwijl ze zo spectaculair waren
begonnen. In 1968 maakte het Tilburgse studentencorps 'Sint Olof' zich
op om hun veertigste verjaardag te vieren. Per traditie moest er ook een
evenement komen om de bevolking van Tilburg een plezier te doen.
Zodoende werd er besloten een motorrace te organiseren. Financieel was
alles zo geregeld in die tijd, want bedrijven wilden graag sponsoren, in
de hoop dat de studenten als ze klaar waren met hun studie bij hun
zouden komen solliciteren. De eerste Olof-races verliepen erg
"studentikoos", de organisatoren verschenen, in hun jacquet
met hoge hoed, in een Rolls Royce met chauffeur en waren straalbezopen.
Ze zwaaiden naar het 10.000 koppige publiek en doken direct de kroeg
weer in. De vele bezoekers zorgden voor een winst van 30.000 gulden, die
er vervolgens met een "rotgang" doorheen werden gejaagd. De
organisatoren vlogen met hun aanhang per chartervliegtuig naar Reims en
bezochten (en leegden) daar de champagnekelders. Toen achteraf de
rekeningen kwamen van de EHBO, brandweer en Rode Kruis, bleek er geen
cent meer in kas te zijn. Swiet van Rossum, eerstejaars tijdens de
"oprichting" van de races, vond het te gek om los te lopen dat
het bij die ene keer zou blijven. De toeschouwers hadden heel erg
genoten en hij besloot met drie medestudenten de handen ineen te slaan
en de races een jaar later nogmaals te organiseren. Zij maakten het
evenement wel los van het studentencorps, want ze zagen de 'bui al
hangen', zij zich inspannen en de rest van het corps naar Reims om de
centen er door te jagen. Aldus geschiedde, de Olof-races werden een
jaarlijks terugkerend motorsportfestijn in het recreatiepark de Beekse
Bergen. De races zouden elk jaar tussen de 20.000 en 30.000 toeschouwers
trekken, maar mede door twee totaal verregende edities ('77 en '78) kwam
men in financiële problemen en werd dus in 1979 ook het circuit nog
afgekeurd. Dit zou het einde betekenen van de internationale races en de
Stichting Olof-races, die op dat moment uit acht ex-studenten en de
ex-motorcoureur, Leo Bovee, bestond.
01-04-1979 kampioensraces Zandvoort
De opening van de titelstrijd om de nationale wegracekampioenschappen
in Zandvoort, ging het eerste
weekend van april gepaard met een onnoemelijk aantal valpartijen, waarbij
Wil Hartog het zwaarst getroffen slachtoffer bleek te zijn. Tijdens de
opwarmronde van de Formuleklasse raakte hij door een op dit moment nog
onbekende oorzaak van de baan. Na de aanvankelijk nogal pessimistische
berichten omtrent zijn gezondheidstoestand, kon Ton Riemersma ons zondag
rond het middernachtelijk uur melden, dat Wil geen hoofdletsel had opgelopen, maar dat
men een meer dan twee uur durende operatie aan zijn gebroken onderarm
had uitgevoerd. De artsen spraken de verwachting uit, dat Hartog na een
week of vier weer op de motor zou kunnen zitten, zodat een start in de
Oostenrijkse GP (de tweede na Venezuela) misschien tot de mogelijkheden
zou behoren. Ook Willem-Jan Nooteboom kwam ten val, brak een sleutelbeen,
op vier plaatsen,
en vertrok meteen naar Dr. Derweduwen.
Het wedstrijdverloop was in vele
klassen soms spectaculair, maar toen aan het einde van de dag de balans
was opgemaakt, bleek dat alle kampioenen in hun klasse de buit veilig
hadden gesteld. Opmerkelijke resultaten werden geboekt door Henk Twikler,
Klaas Hernamdt, Martin van Soest en Hans Spaan, die vele meer bekende
vedetten het nakijken gaven. Verder zagen we een primeur in Nederland
met de introductie van de Honda-klasse, waarmee op nationaal niveau
eindelijk de weg is vrijgemaakt om op een goedkope manier aan de
wedstrijdsport deel te nemen.
Vele coureurs zouden na een valpartij per het circuit verlaten, want zowel in
de training als tijdens de races, maakten velen hunner kennis met het
asfalt. De oorzaak van die schuivers kan op verschillende manieren
worden verklaard. Vele slickbanden konden maar nauwelijks op
temperatuur
komen met het koude wegdek; de meeste coureurs zaten voor de eerste
maal op hun (nog) slecht afgestelde
machines en sommige rijders schuwden bepaald niet
de nodige risico's te nemen! Het juist afstellen van de demping en de
bandenkeuze, speelden vele coureurs, die in het bezit waren van een
nieuwe produktieracer (zowel Yamaha als MBA) parten en de avond voor
de wedstrijd werd er al een negatieve schatting gedaan over het
aantal machines, dat de eindstreep zou halen. In vele gevallen kwam die
onrustbarende prognose uit.
 |
|
350cc
Zandvoort: Bert |
Nadat Ruud Freriks met zijn Honda op zaterdag al de sportklasse op zijn naam had gebracht, zou op
zondagmiddag een, voor Zandvoortse begrippen, redelijk aantal
toeschouwers
getuige zijn van de titelstrijd in de overige negen klassen. Voor Jack
Middelburg, die dit jaar voor de tweede achtereenvolgende keer drie kampioenschappen moet verdedigen,
verliep bijna alles naar wens.
De 350cc was de spannendste
race van de dag: bij de start leverde het al problemen op. Johan Siemerik
kwam bij het aanduwen van zijn machine ten val. Ook
Jack had startproblemen en vertrok als twintigste. (''Zenuwen, zoals hij
later zou zeggen, ik zat te wachten op 'vijf seconden'. Meestal
zeggen ze: 15, 10, 5 seconden, maar nu niet. Ik hoorde Bert (Struijk)
zijn motortje pruttelen en wilde ook weg, maar sprong er iets te
vroeg op". Bij de Gerlachbocht had Jack achter al een club rijders
ingehaald en moest even in het gras toen voor hem vier rijders ten
val kwamen, ,,Ik zat er vlak achter, dat waren er toch weer vier
minder om voorbij te gaan", aldus Middelburg.) In de eerste ronde
kwam het dus na de Gerlachbocht tot een zware crash, waarbij vier coureurs
betrokken waren. Kees van der Broek en Ruud Monde waren gelukkig meteen
weer ter been. Bobbe van der Broek en Bertus Slager verlieten per
ambulance het circuit, maar liepen na behandeling al weer in het
rennerskwartier. Bij het uitgaan van de Hugenholzbocht kwamen Duke Wille
en Piet van der Wal eveneens ten val. Gelukkig konden ook zij het
rennerskwartier zonder kleerscheuren opzoeken. Ondanks deze valpartijen
ging de race gewoon door. Bert Struijk had de leiding genomen, op de voet
gevolgd door Jan van Disseldorp. In de derde ronde wisselden zij van
plaats. Jack was intussen op de voor hem bekende wijze begonnen aan
zijn inhaalrace. In de derde ronde lag hij al op een derde plaats. Hij
nam in de zevende ronde resoluut de leiding van Bert Struijk, die tot
dat moment in een duel was gewikkeld met Jan van Disseldorp, en stond deze niet meer af.
De tot meest belovende coureur uitgeroepen Klaas Hernamdt bond de strijd
weer aan met Bert Struijk. Dit ten koste van
Jan van Disseldorp, die naar een
vierde positie terug moest vallen. Ondanks een bikkelhard duel wist
Struijk de tweede plaats
vast te houden en moest
Hernamdt met een derde plaats genoegen nemen. Willem-Jan Nooteboom liep
in de zesde ronde als gevolg van een val in de Tarzanbocht een
vierdubbele
sleutelbeenbreuk op.
350 cc: 1. J.
Middelburg, 17.35.4 = 144.148 km/u. 2. B. Struijk; 3. K. Hernamdt;
4. J. v. Disseldorp; 5. W. Zoet 6. H. v. d.
Kruijs (allen Yamaha).
Snelste ronde: Middelburg, 1.42.2 =
148.858 km/u.
In de Formuleklasse (tweetakten tot
750 cc en viertakten tot 1000 cc), was Wil Hartog zoals gezegd al in
de opwarmronde ten val gekomen, waarmee het zonder deze concurrent
voor Jack Middelburg kinderspel was deze categorie van start tot
finish met grote voorsprong aan te voeren. Een snelste rondetijd van
1.42.3 geeft wel aan, dat Middelburg het volkomen beheerst op z'n
sloffen deed. De tweede plaats werd eveneens al vanaf de eerste
ronde ingenomen door Willem Zoet, die ruim voor Dees Bormans, Kees
Hogewoning en Rob Beute door de finish ging.
Met het wegvallen van
Hartog, was ook de strijd om de eerste plaats
in de 500 cc-klasse verdwenen, want ook hier had Jack Middelburg weinig
moeite met de concurrentie. Mocht Jack zich tijdens de GP's net zo
koel en beheerst tonen als in Zandvoort, dan kon dat wel eens
perspectieven bieden. De halveliterklasse werd gemaakt door Dick Alblas
en Henk Twikler de oude rot versus het jonge talent. Al na twee ronden
hadden zij elkanders gezelschap gevonden en pas op de streep (midden
tussen een pluk achterblijvers) bleek, dat de verrassende Twikler zijn
rivaal Alblas een fractie van een seconde was voorgebleven. Willem Zoet
voltooide zijn goede dag door voor de derde keer punten te pakken, nl.
met een vierde plaats voor Wim ten Klooster en Jan van Disseldorp.
 Bert Struijk kreeg als titelverdediger in de kwartliterklasse
te maken met een bijzonder hardnekkige Klaas Hernamdt, die hem maar niet
los wilde laten (zie foto links). Als aan een touwtje ging het duo rond, met Hernamdt één
keer als eerste langs de tribunes. Bij de finish bleek Struijk de
langste adem te hebben, maar de vorm waarin zijn
Friese concurrent zich bevindt kan nog voldoende sensatie in de toekomst
gaan betekenen. Maar liefst vier coureurs maakten aanspraak op de derde plaats en na een
racelang duel ging Rinus van Kasteren voor Anton Straver, Juup Bosman en
Harrie van der Kruijs
met die eer naar huis.
250 cc: 1. B. Struijk, 18.00.7 = 140.773
km/u; 2. K.
Hernamdt; 3. R. v. Kasteren; 4. A. Straver; 5. J. Bosman; 6. H. v. d. Kruijs (allen
Yamaha).
Snelste ronde: Struijk en Hernamdt beiden 1 .45.7 =
143.929 km/u.
 |
 |
 |
|
Bert 250cc
Zandvoort |
Bert 350cc
Zandvoort |
Willem-Jan Nooteboom 250cc
Zandvoort |
|
Uitslagen NK Zandvoort 1 april waarin Bert uitkwam (alleen
de eerste 20 aankomenden, die pnt. pakten). |
|
250cc |
|
350cc |
|
750cc |
|
Pos |
Rijder |
Bond |
Pnt. |
Pos |
Rijder |
Bond |
Pnt. |
Pos |
Rijder |
Bond |
Pnt. |
|
1. |
Bert Struijk |
KNMV |
30 |
1. |
Jack Middelburg |
KNMV |
30 |
1. |
Jack Middelburg |
KNMV |
30 |
|
2. |
Klaas Hernamdt |
KNMV |
27 |
2. |
Bert Struijk |
KNMV |
27 |
2. |
Willem Zoet |
KNMV |
27 |
|
3. |
Rini van Kasteren |
NMB |
25 |
3. |
Klaas Hernamdt |
KNMV |
25 |
3. |
Dees Bormans |
NMB |
25 |
|
4. |
Anton Straver |
NMB |
23 |
4. |
Jan van Disseldorp |
KNMV |
23 |
4. |
Kees Hogewoning |
NMB |
23 |
|
5. |
Juup Bosman |
KNMV |
21 |
5. |
Willem Zoet |
KNMV |
21 |
5. |
Rob Beute |
NMB |
21 |
|
6. |
Harrie v/d Kruijs |
NMB |
19 |
6. |
Harrie v/d Kruijs |
NMB |
19 |
6. |
Pieter Blaauboer |
KNMV |
19 |
|
7. |
Kees v/d Broek |
KNMV |
17 |
7. |
Mar Schouten |
KNMV |
17 |
7. |
Jan Kostwinder |
KNMV |
17 |
|
8. |
Willem-Jan Nooteboom |
KNMV |
15 |
8. |
Henk Twikler |
NMB |
15 |
8. |
Leo Spierings |
NMB |
15 |
|
9. |
Fred Coopman |
KNMV |
13 |
9. |
Eddy Kuipers |
KNMV |
13 |
9. |
Jo Scholtze |
NMB |
13 |
|
10. |
Mar Schouten |
KNMV |
11 |
10. |
Rini van Kasteren |
NMB |
11 |
10. |
Harrie v/d Kruijs |
NMB |
11 |
|
11. |
Wim Stout |
NMB |
10 |
11. |
Rob Punt |
NMB |
10 |
11. |
Jan Korevaar |
KNMV |
10 |
|
12. |
Henk Kiewiet |
KNMV |
9 |
12. |
Fred Coopman |
KNMV |
9 |
12. |
Rob Punt |
NMB |
9 |
|
13. |
Herman Schoehuijs |
NMB |
8 |
13. |
Peter Verhulsdonk |
KNMV |
8 |
13. |
Frans van de Camp |
NMB |
8 |
|
14. |
Mar van Beek |
KNMV |
7 |
14. |
Albert Siegers |
KNMV |
7 |
14. |
Geert Knelvelman |
NMB |
7 |
|
15. |
Rob Punt |
NMB |
6 |
15. |
Jan Lucouw |
KNMV |
6 |
15. |
Henk Willems |
NMB |
6 |
|
16. |
Jannes Ebeling |
KNMV |
5 |
16. |
Johan Siemerink |
KNMV |
5 |
16. |
Joop Michielsen |
KNMV |
5 |
|
17. |
?? |
?? |
4 |
17. |
?? |
?? |
4 |
17. |
Martin Jansen |
KNMV |
4 |
|
18. |
Gerrit Bakker |
NMB |
3 |
18. |
?? |
?? |
3 |
18. |
Martin Slinger |
NMB |
3 |
|
19. |
Duke Wille |
KNMV |
2 |
19. |
Frans Bieleveld |
KNMV |
2 |
19. |
Hein Heijen |
NMB |
2 |
|
20. |
Jan Ubels |
KNMV |
1 |
20. |
?? |
?? |
1 |
20. |
?? |
?? |
1 |
 |
|
350cc
Zandvoort: Bert Struijk (#3), Willem Zoet (#28), Jan van
Disseldorp (#8), achter Bert Struijk verscholen Kees v/d
Broek en daarachter Jack, achter Jack, Henk Twikler, Jan Lucouw (#21), Mar Schouten
(#35), Harrie v/d Kruijs (#24) en Piet v/d Wal (#4),
|
 |
 |
|
350cc Zandvoort, Bert Struijk aan de leiding voor Willem
Zoet (half verscholen), Kees van de Broek (#10), Jack
daarachter en Jan van Disseldorp (#8). |
350cc Zandvoort, Jack nu aan de leiding voor Kees van de Broek
(#10), Bert Struijk (#3), Jan van Disseldorp (#8), Henk
Twikler (#33) en Willem Zoet (#28). |
07-04-1979
internationale races Ammerzoden
Voor de internationale
races in Ammerzoden een week later verreden konden worden, moesten er
voor de internationale erkenning van het circuit, eerst 116! bomen langs
het parcours verdwijnen.
|

|
|
Start
350cc Ammerzoden 1979, met o.a. Duke Wille (#6), Bert Struijk
(#3), Pekka Nurmi (#64), Klaas Hernamdt (#7), Willem Zoet (#28),
Jon Ekerold (#63) en Jack Middelburg(#1). |
|

|
|
350cc Ammerzoden 1979, met Bert Struijk voor Jack
Middelburg. |
 |
|
350cc
Podium
Ammerzoden; Bert Struijk, Jon Ekerold en Jack Middelburg. |
De 350cc race
op de zaterdag in Ammerzoden, beloofde vuurwerk: Jack Middelburg en Jon Ekerold, die geen van beiden
tevreden waren met iets anders dan de eerste plaats, zouden tegen elkaar in het strijdperk komen. Maar ook Bert Struijk was
belust op revanche (na in de 250cc achter Jon Ekerold, Klaas Hernamdt
derde te zijn geworden) en het leek er in de openingsronde op, dat hij die zou krijgen
ook. Jack en Bert knokten om de eerste plaats, terwijl vlak daarachter
de Fin Pekka Nurmi het met Ekerold aan de stok had.
De Zuid-Afrikaan had echter van dit viertal duidelijk het meeste haast, want na drie ronden was hij opgerukt tot pal achter
Jack. Daarbij kwam nog, dat Jack na enige ronden last begon te krijgen van een
voetblessure die hem hinderde bij het schakelen. Het gevolg was, dat Ekerold vanaf de vierde tot en met de
laatste ronde op kop kon rijden, terwijl ook Bert Struijk zich een ronde voor het vallen van de vlag voorbij Jack wist te werken.
De Fin Nurmi werd vierde en zijn landgenoot Hyvärinen vijfde. Het jonge talent waar velen in deze klasse hun aandacht op hadden
gevestigd, Klaas Hernamdt, viel helaas al in de vijfde ronde uit met motorpech. Rini
van Kasteren maakte een slecht start, wist zich flink door het veld naar
voren te werken en tegen het einde van de race nog, de zeker niet
slechte rijders Tony Head, Willem Zoet en Graham Young te passeren, en
kreeg ook bijna Duke Wille nog te pakken voor de zesde plaats, maar
moest nu met de zevende genoegen nemen.
 |
 |
 |
 |
|
350cc
Ammerzoden, Bert aan de leiding voor Pekka Nurmi (#64), Jack
Middelburg (#1), Jon Ekerold (#63) & Mar Schouten (#39). |
350cc
Ammerzoden, Jack Middelburg (#1) vlak voor Jon Ekerold, Mar Schouten
(#39) en Piet v/d Wal (#4). |
350cc
Ammerzoden, Jack Middelburg
achter Bert Struijk. |
|

De race waarvoor iedereen naar het zonovergoten circuit was gekomen, was de
krachtmeting tussen regerend kampioen Jack Middelburg en thuisrijder Boet van Dulmen
in de klasse 500cc internationaal. En deze wedstrijd begon veelbelovend, want na de eerste ronde zaten Boet en Jack samen op kop.
De derde plaats was in handen van Alex George, die hevig op
zijn huid werd gezeten door de verbluffend sterk rijdende Henk Twikler. Twikler, die een week tevoren op Zandvoort al opzien had gebaard door de grandioze
stijl waarmee hij zijn Lascom-Suzuki bestuurde, ging er ook in Ammerzoden beangstigend hard tegenaan.
Aan de af en toe ruige rijstijl van Middelburg en Van Dulmen zijn we inmiddels gewend en we
weten dat de heren de situatie beheersen, al ziet het er soms niet naar uit. Maar wanneer een nieuwkomer
in deze klasse op dezelfde wijze rond boenderd, krijg je toch wel even een
benauwd gevoel. We hebben de indruk dat Henk Twikler, evenals vroeger Jack Middelburg, bezig is met onstuimige begin
van een grote carrière. We hopen alleen dat hij er niet zo vaak en zo hard zal afvallen als Jack destijds heeft gedaan. . . .
Maar terug naar de race. Jack en Boet brachten het publiek in verrukking door vier ronden lang
stuivertje te wisselen. Daarna nam Boet definitief afstand van Jack, die op
flinke afstand werd gevolgd door het duo George-Twikler. In de zesde ronde wist Twikler zich voorbij de
"Vliegende Schot" te sturen en Alex leek enigszins afgebluft door
Henkies vlammende manier van rijden.
In de negende ronde werd de
wedstrijd in feite beslist. Jack stopte met hevig overslaande motor aan de pits zodat Boet er zijn gemak van kon
nemen. Het uitvallen van Middelburg bracht Twikler op de tweede plaats, terwijl Alex George op zijn huid werd gezeten door Pietje
v.d. Wal die, naarmate de wedstrijd vorderde, steeds harder begon te rijden.
Ook ditmaal zou machinepech de beslissende factor vormen, want in de laatste ronde viel Henk Twikler met een
stotterende motor (lege tank) terug naar de vijfde plaats terwijl
George, die zonder achterrem reed, door deze handicap niet tegen Van de Wal bleek opgewassen.
Willem Zoet schijnt ook weer helemaal te zijn hersteld van zijn val van vorig jaar, want hij pakte de vierde plaats na
rondenlang achter V.d. Wal te zijn doorgekomen. Dick Alblas werd ondanks een futloze motor
zesde voor Eddie Kuipers en Börge Nielsen.
In de 250cc klasse had Klaas Hernamdt, die dit seizoen al verrassend
snel was geweest (Tilburg & Zandvoort), de snelste trainingstijd laten
noteren voor toppers als de Zuid-Afrikaan Alan North, Bert Struijk en de
zwager van Alan North, Jon Ekerold. Een van de kanshebbers in deze
klasse, de winnaar van de 250cc race, eerder het seizoen in Hilvarenbeek,
de Zwitser Hans Müller, verkeek zich tijdens de trainingen op een knik
in het wegdek van het zeker niet ongevaarlijke circuit en brak daarbij
zijn sleutelbeen. Bij de start nam Bert met zijn bekende bliksemstart
weer eens de leiding, gevolgd door Klaas Hernamdt en Rini van Kasteren.
Ekerold kwam minder gemakkelijk weg van zijn startpositie en zijn zwager
had nóg een slechtere start. Maar de beide topcoureurs zetten er stevig
de vaart in en reeds na een ronde was Ekerold opgerukt tot de vierde
plaats achter het Nederlandse toptrio en Alan North ging ook al weer als
twaalfde de tweede ronde in. Aan het einde van die tweede ronde had
Hernamdt de Nederlandse kampioen van zijn eerste plaats verdrongen,
terwijl Ekerold Van Kasteren was gepasseerd en nu dus in de nek van Bert
ging zitten hijgen. Het hijgen duurde niet lang voor Bert, want Ekerold
passeerde hem en zetten de aanval in op de eerste positie van Hernamdt.
Deze liet zich echter niet makkelijk verschalken en wist de eerste
plaats tot in de zesde ronde vast te houden. Hij bleef wel in de buurt
van Ekerold zonder teveel risico's te nemen. Inmiddels was ook Van
Kasteren in de zesde ronde Bert Struijk gepasseerd en begon zijn
achterstand op Hernamdt zienderogen te verkleinen. Bert volgde op enige
afstand en achter zijn rug speelde zich een fraai gevecht af om de
vijfde positie tussen Alan North, Mar Schouten en Juup Bosman. Aan de
finish had Rini van Kasteren bijna Klaas Hernamdt nog te pakken, maar
kwam net een paar meters tekort. Bert pakte eenzaam de vierde plaats,
terwijl de strijd om de vijfde plaats pas op de finishlijn beslist werd,
Mar Schouten wist in de slotronde nog net Alan North, die net terug was
van een langdurige blessure, te verschalken. Juup Bosman, Harrie van der
Kruijs, Anton Straver en Duke Wille maakten de eerste tien compleet. Jon
Ekerold pakte een prachtige dubbelzege in het Brabantse land, waar de
races op zaterdag werden verreden. Na de races stapte Jon in de auto en
reed 's-nachts naar Oostenrijk waar de volgende dag races in
Langenlebarn (even boven Wenen) werden verreden, waar hij zich ook voor
had ingeschreven. Ook hier wist hij "gewoon" even de dubbel in de
250/350cc te pakken! En dat met rijders als Gregg Hansford, Edi
Stöllinger, Harald Bartol, Pentti Korhonen en Chas Mortimer in de baan.
 16-04-1979
internationale races Hengelo
 |
 |
Tijdens
de internationale wedstrijden op Hengelo (Gld), Tweede Paasdag, sloeg
het weer om. Tijdens de trainingen op zaterdag had men de gehele dag van het
zonnetje kunnen genieten en ook Eerste Paasdag was het prachtig
voorjaarsweer. Op Tweede Paasdag, racedag, werd een ieder door kletterende
regen op de caravans en bussen gewekt. Waarna er ook nog een ijskoude wind
over het rennerskwartier begon te blazen. Echt Hengeloos raceweer, waar men
toch nog rond de 20.000 toeschouwers mocht verwelkomen! Voor de middenklassen
(250/350) was wederom de middenklassentopper en aankomend wereldkampioen in
de 350cc klasse het volgende jaar (1980) Jon Ekerold van de partij. Hij reed
graag in Nederland en de Nederlandse organisaties hadden andersom de
Zuid-Afrikaan graag. Hij was erg populair, ging altijd tot het uiterste, gaf
dus waar voor zijn startgeld. Ook hier in Hengelo maakte hij het weer
volkomen waar, het in grote getale opgekomen publiek, genoot weer van zijn
shows. De eerste race waarin hij uitkwam was de kwartliterklasse, waarin hij
weer eens slecht van zijn startplek afkwam (maakte het extra mooi, misschien
deed hij het er soms wel om), en ging als een van de laatsten op pad. Hij
werkte zich weer in no-time naar voren om zich met de kop te gaan bemoeien.
Na één ronde had hij al de helft van het deelnemersveld te pakken en de
laatste paar pakte hij na vijf ronden race, toen hij voor de eerste maal op
kop doorkwam en niet meer zou afstaan. Ook grandioos, reed Jan van
Disseldorp, op dat moment één van de twee koplopers, samen met meervoudig
Grand-Prix winnaar, in diverse klassen, de Brit Chas Mortimer. Jan had
tijdens de trainingen al vriend en vijand verbaasd door achter Ekerold de
tweede startplaats voor zich op te eisen. Drie ronden lang ontspon er zich
een spannend duel tussen het trio. Uiteindelijk moest Jan het ondanks zijn
latere remmen, toch afleggen tegen de twee GP-toppers, al passeerde hij
Mortimer nog wel een keer. Achter hem klom Klaas Hernamdt op naar de vierde
plaats voor Rini van Kasteren. Bert Struijk kwam helaas niet verder dan een
zevende positie achter de Fin Eero Hyvärinen. De derde plek van Jan van
Disseldorp zorgde voor veel vreugde bij hem en zijn team, maar er was ook
ontgoocheling, omdat hij niet mocht starten in de 350cc klasse. Wat was er
namelijk aan de hand: hij was tijdens de 350cc training dusdanig hard
gevallen, dat hij niet verder wist te komen wat de startposities betrof, dan
eerste reserve. De wedstrijdleiding was onverbiddelijk, hij mocht zijn
krachten niet nogmaals met de toppers meten em moest toekijken.
 |
In de 350cc klasse maakte Jon Ekerold er nog minder
problemen van door nu gewoon redelijk van start te gaan en bij het ingaan van de
tweede ronde bezette hij de derde plaats achter Pentti Korhonen en Chas Mortimer.
Klaas Hernamdt maakte het zich ook nu weer moeilijk door pas als twaalfde de
tweede ronde in te gaan. In de vijfde ronde nam Ekerold na een spannend duel de
leiding om daarna onbedreigd de zege te gaan pakken, wederom in navolging tot 9
dagen eerder, in Ammerzoden, dus een dubbeloverwinning. Uiteraard had hij hier
in Hengelo wel mee dat Jack Middelburg geen start in de 350cc klasse maakte,
zoals deze in Ammerzoden motorische en lichamelijke problemen had. In deze 350cc
klasse duelleerden de Finnen Pentti Korhonen en Pekka Nurmi om de tweede plaats,
en gingen in de genoemde volgorde over de streep. Chas Mortimer zat er ook lang
bij, maar moest uiteindelijk met mechanische problemen naar de kant, waardoor
Klaas Hernamdt opschoof naar de vierde plaats voor Mar Schouten, Alan North, de
Ier Graham Young, Rini van Kasteren (na schuivertje in de laatste ronde) en Kees
v/d Broek, terwijl Willem Zoet de eerste tien volmaakte, tijdens deze paasrace.
En Bert? Bert kwam in het stuk niet voor en zou uitvallen.
In de halveliterklasse vochten Jack Middelburg en Boet van Dulmen een
bloedstollend mooi gevecht uit. Ze moesten het nog stellen zonder de tegenstand van Wil
Hartog, die van de KNMV, vanwege zijn blessures, geen toestemming had
gekregen om te rijden in Hengelo. Boet en Jack kwamen na de eerste ronde elleboog aan
elleboog voorbij start en finish. Vier ronden lang wist Jack een fractie
eerder over de streep te gaan, daarna nam Boet het kopwerk voor zijn
rekening. Voor zover er tenminste sprake kan zijn van kopwerk, wanneer
twee coureurs pal naast elkaar door de bochten gaan. Halverwege de
wedstrijd had Boet zich even losgereden, maar Jack wist het verschil tot
2,2 seconde binnen drie ronden weer terug te brengen tot nul. In
de twee na laatste ronde reed het tweetal weer zij aan zij; in
de één na laatste ronde wist Jack door ontzettend laat te remmen in de
haakse bocht voor de finish de kop weer over te nemen, maar in de
beslissende ronde zette Boet hem dat betaald. Hij verleidde Jack tot nog
later remmen en dat was een fractie te laat. Jack's wielen blokkeerden en
hij moest de remmen even laten "vieren" om overeind te blijven. Hij kwam nog stuiterend naast Boet,
maar moest toen door het stilstaande voorwiel, even loslaten. Hierdoor moest hij Van Dulmen deze
maal de overwinning laten en genoegen nemen met de 2e plek, maar spannend
was het wel! Boet en Jack vertelden later dat op het eind van het
rechte stuk de baancommissarissen achter de bomen en het weiland
invluchten, als zij samen wiel aan wiel op de haakse bocht kwamen
aanstuiven! Het was deze 2e paasdag ontzettend slecht weer overigens, ik
weet me nog heel goed te herinneren dat ik die dag alleen de 500cc en
350cc klasse heb gezien en de rest van de dag binnen heb gezeten.
Ondanks de regen en snijdende kou, hadden 20.000 mensen de weg naar het
circuit gevonden.
Er
ontstonden dit jaar steeds meer problemen m.b.t. startgelden. Dit was
uiteraard al jaren een terugkerende discussie, maar in 1979 werd de 'koe
eindelijk eens goed bij de horens' gepakt. Mede door de oprichting van
de 'club van veertig'. Voor de Nederlandse kampioenschapraces was het nu
eindelijk redelijk voor elkaar, maar men had ook nog de internationale
races. Hier was ook je reinste willekeur. De honderd coureurs in de zes
verschillende wegraceklassen (bijna iedereen reed in twee of drie
klassen) moesten vaak, als éénling opererend, bij
een organisator zelf maar zien wat ze uit het vuur konden slepen. In
Hilvarenbeek bijvoorbeeld, waar ondanks het slechte weer 30.000 mensen
kwamen kijken, had men voor de buitenlandse coureurs, voor een groot
deel tweede garnituur, 75.000 gulden uitgetrokken, terwijl dat bedrag
voor al de Nederlandse rijders slechts Hfl. 35.000 was. Kwam je niet in
aanmerking voor prijzengeld, tel uit je winst! Kevin Stowe, een
middenmotor uit de omvangrijke Engelse raceschool kwam in Hilvarenbeek
voor Hfl. 4000 aan de start, terwijl bijv. Henk van Kessel,
oud-wereldkampioen 50cc, voor 300 piek op kon/mocht komen draven! Zelfs
Jack en Boet ontvingen niet de 4000 gulden die Stowe en andere
buitenlanders ontvingen. En heel veel toeschouwers kwamen toch echt
voornamelijk voor Jack Middelburg, Boet van Dulmen en Wil Hartog (de laatste kreeg deze bedragen wel
overigens). De organisatie van de races in Ammerzoden, van een week voor
Hengelo, hadden een nieuw en goed systeem ingevoerd. Buiten het
startgeld kon men per positie in elke ronde een bedrag verdienen.
"Werken" voor je geld heet dat.
22-04-1979 kampioensraces Zandvoort
 |
|
350cc: Bert |
 |
|
350cc Zandvoort: Bert
voor Henk Twikler |
Als we de uitslagen van de tweede
kampioensraces op Zandvoort vergelijken met de seizoensopener, drie
weken geleden, dan blijkt al snel, dat slechts in twee klassen de
winnaar dezelfde naam draagt! Typerend voor de spanning om de
nationale kampioenstitels. Trekken we die vergelijking door, dan wordt
duidelijk, dat het aantal valpartijen nauwelijks is afgenomen en dat
is niet zo'n best teken. Op zaterdagmiddag kwam reeds het droeve
nieuws, dat Kees Hoogewoning tijdens de training voor de Formuleklasse dodelijk was verongelukt, een trieste gebeurtenis die haar stempel op
het evenement heeft gedrukt. Willem Zoet zou op het duinencircuit
benadrukken, dat de stijgende lijn in zijn prestaties steeds verder
omhoog gaat, want de Stimorol-piloot werd eerst in de 350cc klasse
achter Jack Middelburg en Klaas Hernamdt derde, vervolgde zijn
optreden met een tweede plaats achter de Naaldwijker in de Formuleklasse
om het klapstuk, de 500cc-race, te winnen door in de
laatste ronde Henk Twikler van zich af te schudden. De comeback van
Zoet begint vaste vormen aan te nemen! Hernamdt maakte zijn belofte
waar door de kwartliterrace voor de eerste keer als winnaar te beëindigen, terwijl Theo van Geffen de 125cc
wedstrijd op zijn naam
wist te schrijven. Na een enerverend duel toonde Gerrit Strikker zich
de sterkste in de lichtste klasse, terwijl Cees Smit en Charles Vroegop
nu van pech verschoond bleven en de hoogste eer bij de driewielers
behaalden.
Als
tweede race op Zandvoort ging de kwartliterklasse met vertraging van
start omdat Chris Kottever ten val was gekomen en met een gebroken arm
moest worden weggebracht.
Deze 250cc-race zou Klaas Hernamdt
eindelijk
zijn eerste welverdiende zege in een kampioenswedstrijd brengen.
Jan van Disseldorp leidde alleen in de
eerste ronde (hij viel daarna uit),
op de supersnelle Yamaha, die door Louis Weterings geprepareerd
werd, waarna de Fries
Hernamdt volkomen
oppermachtig de wedstrijd domineerde. Erg fraai was de opmars van
Willem Jan Nooteboom, die met zijn sleutelbeenblessure van de vorige NK
wedstrijden op Zandvoort, voor het eerst weer reed. Met een van pijn vertrokken gezicht
wist hij Rob Punt
de tweede plaats af te snoepen, nadat Bert Struijk in de slotfase terugviel
(vijfde), na de eerste vier ronden op de tweede stek te hebben
gereden, en Rini van Kasteren nog voor zich moest dulden.
Deze laatste was niet blij met zijn vierde plaats, want eigenlijk
had hij zich de tweede plek toegedicht. De race werd nl. een ronde
te vroeg afgevlagd en hij liep hard in op Rob Punt en Nooteboom, die
nog maar een kleine voorsprong op hem hadden, die hij de laatste
ronde in had denken te halen.
 |
 |
 |
|
350cc: Bert
voor Klaas Hernamdt en Willem Zoet (#28). |
2 50cc:
Zandvoort, Bert voor
Rob Punt en Mar Schouten. |
2 50cc:
Zandvoort, Bert voor
Jan van Disseldorp. |
 |
|
350cc
Zandvoort: Bert voor Henk Twikler & Mar Schouten. |
 |
|
350cc
Zandvoort: Bert voor Henk Twikler (#33), Willem Zoet (#28)
en Piet v/d Wal. |
 |
|
350cc
Zandvoort: Jan van Disseldorp (#8) voor Bert, Henk Twikler
(#33), Willem Zoet (#28) en Piet v/d Wal. |
 |
|
350cc Zandvoort: Bert voor
Mar Schouten. |
In de 350 cc-klasse was de
kopstart traditiegetrouw voor Bert Struijk, maar de man uit Zaltbommel
had zijn dag niet, kampte met stuurproblemen en viel net als in de 250
cc-categorie terug naar de vijfde plek. Piet van der Wal en Kees van der
Broek kwamen ten val, waarbij laatstgenoemde een elleboog brak. Op dat
moment lag hij op de tweede plaats, vlak voor Bert Struijk en Van der
Wal. Door de schrikreactie vloog Piet van der Wal ook van zijn machine.
Bert kon net op zijn Yamaha blijven zitten, zijn reactie na de race: ,,
Ik ben blij dat ik er op ben blijven zitten. Kees ging er zo hard van af
bij 'Bosuit', het was net of er een granaat in de strobalen ontplofte". Jack
Middelburg domineerde deze wedstrijd volledig. In de tweede ronde nam
hij de leiding om deze niet meer af te staan en zijn positie aan de kop
van het klassement te verstevigen. Klaas Hernamdt deed het opnieuw uitstekend
door nu van de negende plaats op te rukken naar de tweede
positie (binnen vier ronden). Willem
Zoet was voortdurend in gevecht gewikkeld met Jan van Disseldorp en zou
zijn opponent bij de finish een halve seconde voor blijven. Bert Struijk
werd uiteindelijk vijfde en begreep niet waardoor hij op Zandvoort al
jaren dezelfde tijden liet noteren, terwijl de rest steeds harder ging.
Zijn vijfde plek was ook nog eens zwaarbevochten, want Bert moest nog
flink zijn best doen, want ook Henk Twikler en Mar Schouten hadden een
oogje op deze klassering, die Bert met een minimaal verschil van
vijfhonderdste van een seconde naar zich toetrok voor Henk Twikler, die
dus op de zesde plaats eindigde, een positie die hij na de eerste ronde ook reeds
bezette.
Mar
Schouten
was iets teruggevallen, kon het tempo van Struijk en Twikler niet
volgen, en werd ook nog door Rinus van Kasteren gepasseerd.
In de Formule-klasse zaten Middelburg
en Zoet slechts een paar ronden bij elkaar. Toen vond Jack het genoeg, schudde Zoet van zich af, die op zijn beurt Karel Zegers en
zijn rivaal Pieter Blaauboer ruim voorbleef. Jan Kostwinder werd vijfde
voor Harrie v. d. Kruijs met zijn Biggelaar Ducati. Na de opwarmronde van de 500 cc-klasse
bleek, dat een kleine reparatie aan het remhuis van Middelburg's Suzuki
noodzakelijk was. Er volgde een klein incident, want toen de fiets aan
de kant was gezet, nadat Jack om een uitstel van de start had gevraagd
(omdat je moeilijk met een aanlopende schijf in het voorwiel kunt
rijden), om de kleine reparatie te laten verrichten en zijn handschoenen
had uitgetrokken en het bandje van de helm had losgemaakt klonk het sein
"nog één minuut", waarna de meute van start ging, Middelburg
aanvankelijk de pijp aan Maarten wilde geven, maar toch vertrok toen
het hele veld al over de Hunserug was. Jack reageerde zijn agressie op
fascinerende wijze af door aan een opmars te beginnen die zijn weerga
niet had. Willem Zoet rook zijn kans en het
vliegende pakje kauwgum leidde de race, achtervolgd door Henk Twikler en
Dick Alblas, die hun vorige duel prolongeerden. Zegers kwam ten val en liep een
voetblessure op. Zoet toonde zijn klasse door ondanks de druk van Alblas
en Twikler, die een keer in de Hugenholtzbocht een fout keurig
corrigeerde,
op kop te blijven. Twikler kwam hem in de laatste ronde zelfs voor, maar
de ervaren coureur uit Ophemert passeerde hem buitenom bij Tunnel-Oost
en incasseerde uiterst gelukkig de volle dertig punten voor Twikler (die
nu de tussenstand aanvoert), Alblas, Van Disseldorp en... Jack
Middelburg!
De F&S-coureur, die het publiek helemaal achter zich had,
pakte mannetje na mannetje om via een vermorzeling van het ronderecord (gem.
snelheid 155.556 km/u) te demonstreren, dat hij eigenlijk de beste was.
|
Uitslagen NK Zandvoort 22 april waarin Bert uitkwam (alleen
de eerste 20 aankomenden, die pnt. pakten). |
|
250cc |
|
350cc |
|
750cc |
|
Pos |
Rijder |
Bond |
Pnt. |
Pos |
Rijder |
Bond |
Pnt. |
Pos |
Rijder |
Bond |
Pnt. |
|
1. |
Klaas Hernamdt |
KNMV |
30 |
1. |
Jack Middelburg |
KNMV |
30 |
1. |
Jack Middelburg |
KNMV |
30 |
|
2. |
Willem-Jan Nooteboom |
KNMV |
27 |
2. |
Klaas Hernamdt |
KNMV |
27 |
2. |
Willem Zoet |
KNMV |
27 |
|
3. |
Rob Punt |
NMB |
25 |
3. |
Rini van Kasteren |
NMB |
25 |
3. |
Karel Zegers |
KNMV |
25 |
|
4. |
Rini van Kasteren |
NMB |
23 |
4. |
Jan van Disseldorp |
KNMV |
23 |
4. |
Pieter Blaauboer |
KNMV |
23 |
|
5. |
Bert Struijk |
KNMV |
21 |
5. |
Bert Struijk |
KNMV |
21 |
5. |
Jan Kostwinder |
KNMV |
21 |
|
6. |
Mar Schouten |
KNMV |
19 |
6. |
Henk Twikler |
NMB |
19 |
6. |
Harrie v/d Kruijs |
NMB |
19 |
|
7. |
Juup Bosman |
KNMV |
17 |
7. |
Rini van Kasteren |
NMB |
17 |
7. |
Jo Scholtze |
NMB |
17 |
|
8. |
Harrie v/d Kruijs |
NMB |
15 |
8. |
Mar Schouten |
KNMV |
15 |
8. |
Hein Heijen |
NMB |
15 |
|
9. |
Fred Coopman |
KNMV |
13 |
9. |
Harrie v/d Kruijs |
NMB |
13 |
9. |
Winston Tjin |
NMB |
13 |
|
10. |
Henk Kiewiet |
KNMV |
11 |
10. |
Eddy Kuipers |
KNMV |
11 |
10. |
Geert Knelvelman |
NMB |
11 |
|
11. |
Anton Straver |
NMB |
10 |
11. |
Klaas Davidson |
KNMV |
10 |
11. |
Jan Korevaar |
KNMV |
10 |
|
12. |
Herman Schoehuijs |
NMB |
9 |
12. |
Fred Coopman |
KNMV |
9 |
12. |
Rob Punt |
NMB |
9 |
|
13. |
Martin Jansen |
KNMV |
8 |
13. |
Peter Verhulsdonk |
KNMV |
8 |
13. |
Joop Michielsen |
KNMV |
8 |
|
14. |
Mar van Beek |
KNMV |
7 |
14. |
Rob Punt |
NMB |
7 |
14. |
Martin Slinger |
NMB |
7 |
|
15. |
Jannes Ebeling |
KNMV |
6 |
15. |
Albert Siegers |
KNMV |
6 |
15. |
Martin van Koulil |
NMB |
6 |
|
16. |
Gerrit Bakker |
NMB |
5 |
16. |
Bertus Slagers |
KNMV |
5 |
16. |
Frans van de Camp |
NMB |
5 |
|
17. |
Johan Siemerink |
KNMV |
4 |
17. |
Johan Siemerink |
KNMV |
4 |
Snelste
ronde: Jack Middelburg (155.556) |
|
18. |
Jan Ubels |
KNMV |
3 |
18. |
Jan Lucouw |
KNMV |
3 |
|
19. |
Harm Sans |
KNMV |
2 |
19. |
Han Zijlstra |
KNMV |
2 |
|
20. |
Cees Looijesteijn |
KNMV |
1 |
20. |
Gerard Beck |
KNMV |
1 |
|
Snelste
ronde: Klaas Hernamdt (145.027) |
Snelste
ronde:
Jack Middelburg (149.443) |
|
|
29-04-1979
Grand Prix Oostenrijk, Salzburgring

|
27/28
april 1979, Grand Prix Oostenrijk, circuit Salzburgring
|
|
Trainingstijden
350cc |
| 1. |
Grunwald Harfmann |
1.30.75 |
|
 |
|
 |
|
Bert
in Oostenrijk. |
|
|
|
| 2. |
Patrick Fernandez |
1.30.77 |
| 3. |
Chas Mortimer |
1.32.01 |
| 4. |
Eero Hyvärinen |
1.32.06 |
| 5. |
Walter Villa |
1.32.23 |
| 6. |
Roland Freymond |
1.32.28 |
|
7. |
Pekka Nurmi |
1.32.33 |
|
8. |
Jon Ekerold |
1.32.54 |
| 9. |
Christian Estrosi |
1.32.63 |
| 10. |
Edi Stöllinger |
1.32.73 |
| 11. |
Michel Frutschi |
1.32.74 |
| 12. |
Anton Mang |
1.32.78 |
| 13. |
Carlos Lavado |
1.32.80 |
| 14. |
Gianfranco Bonera |
1.32.92 |
| 15. |
Vic Soussan |
1.32.95 |
| 16. |
Andreas Hückel |
1.33.74 |
| 17. |
Gregg Hansford |
1.33.94 |
| 18. |
Reinhold Roth |
1.33.99 |
| 19. |
Manfred Obinger |
1.34.11 |
| 20. |
Patrick Pons |
1.34.48 |
| 21. |
John Weeden |
1.34.54 |
| 22. |
Max Wiener |
1.34.68 |
| 23. |
Kenny Blake |
1.34.78 |
| 24. |
Jeffrey Sayle |
1.34.79 |
| 25. |
Michel Rougerie |
1.34.84 |
| 26. |
Klaas Hernamdt |
1.35.38 |
| 27. |
Kork Ballington |
1.35.95 |
| 28. |
Richard Hubin |
1.36.12 |
| 29. |
Pentti Korhonen |
1.36.76 |
| 30. |
Mike Baldwin |
1.36.91 |
| 31. |
Randy Mamola |
1.36.93 |
| 32. |
René Delaby |
1.37.00 |
|
| 33. |
Peter Baláz |
1.37.24 |
| 34. |
Takazumi Katayama |
1.37.66 |
| 35. |
Bert Struijk
(#35) |
1.37.76 |
| 36. |
Janos Drapal |
1.39.31 |
De Grote Prijs van Oostenrijk
op de Salzburgring, de tweede Grand Prix van het seizoen 1979, betekende
dan eindelijk de vuurdoop voor Bert in een buitenlandse Grand Prix,
nadat hij dit seizoen een plekje op de internationale grading-list had
verkregen. Hij werd tijdens de 350cc race, waar ook Klaas Hernamdt aan
de start verscheen, zeventiende, terwijl Klaas twee plaatsjes lager
eindigde. Bert had de 35e trainingstijd laten noteren van de 36 die voor
een start in aanmerking kwamen. Hij had "geluk" gehad dat hij ondanks
het feit dat hij reeds tijdens de eerste training op de baan moest
verschijnen en ondanks de regen toch flink gas had gegeven. Er werd in
Oostenrijk namelijk in twee groepen getraind en terwijl de eerste groep,
waar Bert dus in zat, op een natte baan hun tijden moest zetten, kon de
tweede groep op een gedeeltelijk drooggereden baan aanmerkelijk snellere
tijden neerzetten. Willem-Jan Nooteboom, als derde Nederlander aanwezig,
kon zich niet bij de beste zesendertig scharen en moest dus als
toeschouwer de race volgen. Bert en Klaas zaten beiden in het begin van
de race in de staart van het veld, maar het gevecht wat ze hier moesten
leveren was er niet minder om. Zij gingen met de Australiër Jeffrey
Sayle en de Oostenrijker Manfred Obinger in duel alsof het een gevecht om
de podiumplaatsen betrof! Er werd in dit vierpersoonsgroepje gevochten
en van positie gewisseld of het een lieve lust was en beide Nederlanders
waren na afloop best tevreden. Ze hadden kostbare GP-ervaring opgedaan.
| 29
april 1979, Grand Prix Oostenrijk, circuit Salzburgring |
 |
|
350cc |
| 1. |
Kork Ballington |
Zaf |
Kawasaki |
50.37.06 |
| 2. |
Jon Ekerold |
Zaf |
Yamaha |
50.59.52 |
| 3. |
Anton Mang |
D |
Kawasaki |
51.07.63 |
| 4. |
Michel Frutschi |
CH |
Yamaha |
51.08.62 |
| 5. |
Walter Villa |
I |
Yamaha |
51.30.73 |
| 6. |
Patrick Fernandez |
F |
Yamaha |
51.30.90 |
| 7. |
Edi Stöllinger |
A |
Kawasaki |
51.38.36 |
| 8. |
Patrick Pons |
F |
Yamaha |
51.38.78 |
| 9. |
Vic Soussan |
AUS |
Yamaha |
51.39.11 |
| 10. |
Eero Hyvärinen |
SF |
Yamaha |
51.55.59 |
| 11. |
Pekka Nurmi |
SF |
Yamaha |
51.57.05 |
| 12. |
Chas Mortimer |
GB |
Yamaha |
51.55.59 |
| 13. |
Gregg Hansford |
AUS |
Kawasaki |
1
ronde |
| 14. |
Grunwald Harfmann |
A |
Yamaha |
1
ronde |
| 15. |
Jeffrey Sayle |
AUS |
Yamaha |
1
ronde |
| 16. |
Richard Hubin |
B |
Yamaha |
1
ronde |
| 17. |
Bert Struijk
(#35) |
NL |
Yamaha |
1
ronde |
| 18. |
Manfred Obinger |
A |
Yamaha |
1
ronde |
| 19. |
Klaas Hernamdt |
NL |
Yamaha |
1
ronde |
| 20. |
John Weeden |
GB |
Yamaha |
1
ronde |
| 21. |
René Delaby |
B |
Yamaha |
1
ronde |
| |
|
06-05-1979
Grand Prix Duitsland, Hockenheim

Na zijn ervaringen in
zijn eerste Grote Prijs toog Bert vol goede moed naar de derde Grand Prix
van het seizoen (zijn tweede) op de Hockenheimring in Duitsland. Dit zou
een grote deceptie worden. Hij had nogal wat problemen tijdens de
trainingen met zijn 250cc Yamaha met nummer 33. Achteraf bleek het probleem verkeerde
benzine te zijn. Een te laag octaangehalte, niemand had hem en zijn team
verteld dat je altijd je eigen benzine mee moest nemen. De benzine die
je bij de pomp kocht, in die tijd, was niet geschikt. Ja Grand Prix
rijden ging niet zomaar vanzelf. Ook deed Bert in de trainingen in
Duitsland iets wat hem niet vaak overkwam. Hij ging er namelijk hard
vanaf. Op het moment dat hij een snelle bocht indook, kreeg zijn machine
een vastloper en daar lag Bert. Hij had al enige coureurs met de
ziekenwagen af zien voeren en dacht dat hij de volgende was. Maar dat
alles viel mee, zijn machine was er slechter aan toe. Helaas wist Bert
zich al met al niet te kwalificeren voor deze Duitse GP en dat was flink
balen!
| 6
mei 1979, Grand Prix Duitsland, circuit Hockenheim |
|
250cc (16
ronden) |
Grid |
350cc (19
ronden) |
Grid |
500cc (19
ronden) |
Grid |
| 1. |
Kork Ballington |
Zaf |
Kawasaki |
38.34.4 |
8e |
1. |
Jon Ekerold |
Zaf |
Yamaha |
44.27.3 |
7e |
1. |
Wil Hartog |
NL |
Suzuki |
42.33.9 |
4e |
| 2. |
Randy Mamola |
USA |
Yamaha |
38.50.6 |
7e |
2. |
Anton Mang |
D |
Kawasaki |
44.27.9 |
6e |
2. |
Kenny Roberts |
USA |
Yamaha |
42.37.5 |
5e |
| 3. |
Anton Mang |
D |
Kawasaki |
38.50.7 |
4e |
3. |
Michel Frutschi |
CH |
Yamaha |
44.33.4 |
5e |
3. |
Virginio Ferrari |
I |
Suzuki |
42.46.4 |
3e |
| 4. |
Jon Ekerold |
Zaf |
Yamaha |
39.09.1 |
6e |
4. |
Kork Ballington |
Zaf |
Kawasaki |
44.46.7 |
13e |
4. |
Bernard Fau |
F |
Suzuki |
42.59.8 |
18e |
| 5. |
Guy Bertin |
F |
Yamaha |
39.09.3 |
5e |
5. |
Christian Estrosi |
F |
Kawasaki |
44.47.3 |
8e |
5. |
Philippe Coulon |
CH |
Suzuki |
43.01.8 |
11e |
| 6. |
Gregg Hansford |
AUS |
Kawasaki |
39.09.6 |
19e |
6. |
Roland Freymond |
CH |
Yamaha |
44.49.6 |
3e |
6. |
Franco Uncini |
I |
Suzuki |
43.21.3 |
2e |
| 7. |
Hans Müller |
CH |
Yamaha |
39.12.7 |
2e |
7. |
Pekka Nurmi |
SF |
Yamaha |
45.32.2 |
25e |
7. |
Jack
Middelburg |
NL |
Suzuki |
43.22.7 |
9e |
| 8. |
Barry Ditchburn |
GB |
Kawasaki |
39.23.8 |
26e |
8. |
Vic Soussan |
AUS |
Yamaha |
45.35.4 |
29e |
8. |
Christian Sarron |
F |
Yamaha |
43.39.0 |
8e |
| 9. |
Pentti Korhonen |
SF |
Yamaha |
39.26.0 |
23e |
9. |
Richard Hubin |
B |
Yamaha |
45.43.7 |
14e |
9. |
Steve Parrish |
GB |
Suzuki |
43.40.1 |
21e |
| 10. |
Alan North |
Zaf |
Yamaha |
39.31.0 |
10e |
10. |
Yoshimi Matsumoto |
J |
Yamaha |
45.46.4 |
24e |
10. |
Mike Baldwin |
USA |
Suzuki |
44.01.1 |
22e |
| 11. |
Giampaolo Marchetti |
I |
MBA |
39.43.7 |
43e |
11. |
Max Wiener |
A |
Yamaha |
45.54.0 |
18e |
11. |
Dennis Ireland |
Nzl |
Suzuki |
1 ronde |
23e |
| 12. |
Jean-François Baldé |
F |
Kawasaki |
39.49.8 |
30e |
12. |
Jeffrey Sayle |
AUS |
Yamaha |
45.50.1 |
22e |
12. |
Elmar Renner |
D |
Suzuki |
1 ronde |
26e |
| 13. |
Vic Soussan |
AUS |
Yamaha |
39.54.0 |
38e |
13. |
Werner Hilbk |
D |
Yamaha |
45.50.4 |
12e |
13. |
Henk de Vries |
NL |
Suzuki |
1 ronde |
28e |
| 14. |
Eric Saul |
F |
Yamaha |
39.54.7 |
9e |
14. |
Tony Head |
GB |
Yamaha |
46.15.3 |
26e |
14. |
Gerhard Vogt |
D |
Suzuki |
1 ronde |
25e |
| 15. |
Harald Merkl |
D |
Yamaha |
40.04.5 |
17e |
15. |
Klaas Hernamdt |
NL |
Yamaha |
46.15.5 |
28e |
15. |
Hans-Otto Butenuth |
D |
Suzuki |
1 ronde |
30e |
| 16. |
Patrick Fernandez |
F |
Yamaha |
40.17.0 |
12e |
16. |
Sadao Asami |
J |
Yamaha |
46.24.6 |
4e |
16. |
Max Nöthiger |
CH |
Suzuki |
1 ronde |
32e |
| 17. |
Olivier
Chevallier |
F |
Yamaha |
40.17.2 |
15e |
17. |
John Long |
USA |
Yamaha |
46.40.2 |
36e |
17. |
Herbert Schieferecke |
D |
Suzuki |
1 ronde |
35e |
| 18. |
Graziano Rossi |
I |
Morbidelli |
40.19.1 |
18e |
18. |
Dieter Braun |
D |
Yamaha |
46.43.9 |
? |
18. |
Bo Granath |
S |
Yamaha |
2 ronden |
38e |
| 19. |
Josef Hage |
D |
Yamaha |
40.22.7 |
27e |
19. |
Jakob Beck |
D |
Yamaha |
1 ronde |
38e |
19. |
Wong-Kwong King |
D |
Suzuki |
2 ronden |
39e |
| 20. |
Roland Kopf |
D |
Yamaha |
40.32.4 |
20e |
20. |
René Delaby |
B |
Yamaha |
1 ronde |
42e |
20. |
Michael Schmid |
A |
Suzuki |
2 ronden |
31e |
| 21. |
Reino Eskelinen |
SF |
Yamaha |
40.33.1 |
13e |
21. |
Åke Grahn |
N |
Yamaha |
1 ronde |
46e |
21. |
Stefano Bonetti |
I |
Suzuki |
2 ronden |
40e |
| 22. |
Eero Hyvärinen |
SF |
Yamaha |
40.33.8 |
29e |
22. |
Olivier Liegeois |
B |
Yamaha |
1 ronde |
44e |
|
| 23. |
Paolo Pileri |
I |
Yamaha |
40.34.1 |
33e |
23. |
Wulf Gerstenmaier |
D |
Yamaha |
1 ronde |
47e |
| 24. |
Thierry Espié |
F |
Yamaha |
40.54.6 |
11e |
24. |
Walter Miglioratti |
I |
Yamaha |
1 ronde |
37e |
| 25. |
John Long |
USA |
Yamaha |
41.01.1 |
40e |
25. |
Kenny Blake |
AUS |
Yamaha |
1 ronde |
41e |
| 26. |
Fernandez Gonzalez |
ES |
Yamaha |
42.01.1 |
36e |
26. |
Peter Schöfer |
D |
Yamaha |
1 ronde |
? |
| 27. |
Walter Villa |
I |
Yamaha |
42.14.0 |
1e |
27. |
John Weeden |
GB |
Yamaha |
2 ronden |
51e |
| 28. |
Walter Hoffmann |
D |
Yamaha |
1 ronde |
35e |
|
| 29. |
August Auinger |
A |
Yamaha |
1 ronde |
32e |
| 30. |
John Weeden |
GB |
Yamaha |
1 ronde |
49e |
| 31. |
Hans Gasser |
A |
Kawasaki |
1 ronde |
51e |
| 32. |
Willem-Jan
Nooteboom |
NL |
Yamaha |
1 ronde |
42e |
| 33. |
Peter Baláz |
CSSR |
Yamaha |
1 ronde |
47e |
| 34. |
Wulf Gerstenmaier |
D |
Yamaha |
1 ronde |
50e |
13-05-1979
Grand Prix Italië, Imola

Ondanks de
teleurstellend verlopen Duitse Grand Prix, reden Bert en zijn team wel
door naar Italië, waar op het circuit van Imola de volgende Grote Prijs
al weer op het programma stond, drie weken achter elkaar een Grand Prix.
Wel met een platte machine en zonder onderdelen. Vandaar dat ze eerst
langs Stuttgart reden om daar een krukas op te halen. Daarna naar
Italië, nieuwe krukas gemonteerd, bleek het een verkeerde te zijn! Na
veel zoeken en vragen kreeg Bert gelukkig van de Engelse topper, Chas
Mortimer, een krukas en een cilinder. Probleem opgelost zou je zeggen,
nee, niets was minder waar. Tijdens het trainen bleven er problemen de
kop op steken en zo mistte Bert op een tiende de kwalificatie. Eerste
reserve! Een slechtere positie kun je niet hebben, als er niemand tussen
uitvalt. Niet getreurd, eerst werd de 350cc klasse verreden in Imola en
de meeste coureurs die in die klasse reden kwamen ook uit in de kwartliterklasse en er raakte, zeker in die tijd, altijd wel een of
meerdere rijders geblesseerd en dan was eerste reserve de mooiste plek
die je kon hebben, buiten een kwalificatieplaats uiteraard. Maar helaas,
men was voor Jan met de korte achternaam naar Italië afgereisd, weer
geen start, ondanks het feit dat er minimaal twee rijders afvielen. Maar
ja, men was wel in het meest corrupte land van West-Europa, dus dan
werden er wel één of meer Italiaantjes naar voren geschoven. Toen Bert
thuiskwam was ook zijn vader nog ziek geworden (overleed in 1980) en hij
besloot zich weer op de nationale races te gaan concentreren en de GP's
te laten voor wat het was. Het was een korte maar hevige tijd geweest,
die financieel een flinke aderlating betekende en mentaal een flinke
opdonder. Weg illusies wat dat betrof.
|
11/12
mei 1979, Grand Prix Italië, circuit Imola |
|
Trainingstijden
250cc |
| 1. |
Kork Ballington |
2.02.33 |
|
Onderstaande rijders niet gekwalificeerd: |
| 2. |
Randy Mamola |
2.02.60 |
33. |
Bert Struijk |
2.07.66 |
| 3. |
Graziano Rossi |
2.03.18 |
34. |
Alan North |
2.07.66 |
| 4. |
Gregg Hansford |
2.03.31 |
35. |
Raymond Roche |
2.08.04 |
| 5. |
Guy Bertin |
2.03.65 |
36. |
Eric Saul |
2.08.16 |
| 6. |
Walter Villa |
2.04.01 |
37. |
Giorgio Avveduti |
2.08.18 |
| 7. |
Jean-François Baldé |
2.04.29 |
38. |
René Delaby |
2.08.25 |
| 8. |
Paolo Pileri |
2.04.50 |
39. |
Edoardo Alemán |
2.08.37 |
| 9. |
Mario Lega |
2.04.74 |
40. |
Jean-Marc Toffolo |
2.08.66 |
| 10. |
Patrick Fernandez |
2.04.80 |
41. |
E. Rigamonti |
2.08.98 |
| 11. |
Barry Ditchburn |
2.05.08 |
42. |
A. Mancinelli |
2.09.00 |
| 12. |
Christian Estrosi |
2.05.13 |
43. |
Paolo Ferretti |
2.09.23 |
| 13. |
Vic Soussan |
2.05.15 |
44. |
Gabriele Cantone |
2.10.02 |
| 14. |
Anton Mang |
2.05.40 |
45. |
Fernando De Nicolás |
2.10.71 |
| 15. |
Reino Eskelinen |
2.05.43 |
46. |
Reinhold Roth |
2.12.08 |
| 16. |
Thierry Espié |
2.05.56 |
47. |
Pierluigi Conforti |
2.13.00 |
| 17. |
Giampaolo Marchetti |
2.05.70 |
48. |
Alain Beraud |
2.13.75 |
| 18. |
Jon Ekerold |
2.05.83 |
49. |
Rudolf Weiss |
2.14.77 |
| 19. |
Pentti Korhonen |
2.05.83 |
50. |
Carlos Morante |
2.13.96 |
| 20. |
Giuseppe
Consalvi |
2.05.86 |
|
| 21. |
Germano Conti |
2.05.97 |
| 22. |
Edi Stöllinger |
2.06.01 |
| 23. |
Hubert Rigal |
2.06.03 |
| 24. |
Richard Hubin |
2.06.09 |
| 25. |
Franco Solari |
2.06.28 |
| 26. |
Franco Marcheggiani |
2.06.68 |
| 27. |
Olivier
Chevallier |
2.06.81 |
| 28. |
Mike Baldwin |
2.06.85 |
| 29. |
Hans Müller |
2.07.03 |
| 30. |
Roland Freymond |
2.07.11 |
| 31. |
Chas Mortimer |
2.07.49 |
| 32. |
Massimo Matteoni |
2.07.65 |
| 13
mei 1979, Grand Prix Italië, circuit Imola |
|
250cc (24
ronden) |
350cc (26
ronden) |
500cc (29
ronden) |
| 1. |
Kork Ballington |
Zaf |
Kawasaki |
49.01.0 |
1. |
Gregg Hansford
|
AUS |
Kawasaki |
52.42.7 |
1. |
Kenny Roberts |
USA |
Yamaha |
56.49.7 |
| 2. |
Randy Mamola |
USA |
Yamaha |
49.28.3 |
2. |
Sadao Asami |
J |
Yamaha |
52.54.0 |
2. |
Virginio Ferrari |
I |
Suzuki |
57.00.6 |
| 3. |
Barry Ditchburn |
GB |
Kawasaki |
49.57.0 |
3. |
Patrick Fernandez |
F |
Yamaha |
52.55.4 |
3. |
Tom Herron |
N-Ier |
Suzuki |
57.07.1 |
| 4. |
Walter Villa |
I |
Yamaha |
49.57.1 |
4. |
Anton Mang |
D |
Kawasaki |
52.57.7 |
4. |
Barry
Sheene |
GB |
Suzuki |
57.21.6 |
| 5. |
Jean-François Baldé |
F |
Kawasaki |
50.32.4 |
5. |
Jeffrey Sayle |
AUS |
Yamaha |
53.45.4 |
5. |
Mike Baldwin |
USA |
Suzuki |
57.30.3 |
| 6. |
Patrick Fernandez |
F |
Yamaha |
50.34.0 |
6. |
Murray Sayle |
AUS |
Yamaha |
54.26.5 |
6. |
Benard Fau |
F |
Suzuki |
57.40.7 |
| 7. |
Paolo Pileri |
I |
Yamaha |
50.43.4 |
7. |
Eddy Elias |
I |
Yamaha |
54.36.1 |
7. |
Jack
Middelburg |
NL |
Suzuki |
57.44.7 |
| 8. |
Massimo Matteoni |
I |
Yamaha |
40.44.4 |
8. |
Reinhold Roth |
D |
Yamaha |
1 ronde |
8. |
Philippe Coulon |
CH |
Suzuki |
57.50.7 |
| 9. |
Pentti Korhonen |
SF |
Yamaha |
50.50.8 |
9. |
Adelio Faccioli |
I |
Yamaha |
3
ronden |
9. |
Graziano Rossi |
I |
Morbidelli |
58.29.4 |
| 10. |
Thierry Espié |
F |
Yamaha |
50.53.8 |
10. |
Mario
Lega |
I |
Morbidelli |
3
ronden |
10. |
Giovanni Pelletier |
I |
Suzuki |
1 ronde |
|
11. |
Richard Hubin |
B |
Yamaha |
50.56.0 |
|
11. |
Steve Parrish |
GB |
Suzuki |
1
ronde |
| 12. |
Roland Freymond |
CH |
Yamaha |
51.00.2 |
12. |
Max Wiener |
A |
Suzuki |
1
ronde |
| 13. |
Olivier
Chevallier |
F |
Yamaha |
1
ronde |
13. |
Alex George |
GB |
Yamaha |
1
ronde |
| 14. |
Reino Eskelinen |
SF |
Yamaha |
1
ronde |
14. |
Werner Nenning |
A |
Suzuki |
1
ronde |
| 15. |
Giuseppe
Consalvi |
I |
Yamaha |
1
ronde |
15. |
Seppo Rossi |
SF |
Suzuki |
1
ronde |
| 16. Bruno Di Carlo
FKreidler
54.26.5 |
16. |
Rafaelle
Pasqual |
I |
Suzuki |
1
ronde |
| 17. |
Sergio Pellandini |
CH |
Suzuki |
2
ronden |
|
- |
Christian Sarron |
F |
Yamaha |
Machine |
|
- |
Leandro Beccheroni |
I |
Yamaha |
Machine |
|
- |
Franco Uncini |
I |
Suzuki |
Machine |
|
- |
Boet
van Dulmen |
NL |
Suzuki |
Machine |
|
- |
Wil Hartog |
NL |
Suzuki |
Valpartij |
|
- |
Carlo Perugini |
I |
Suzuki |
Valpartij |
|
- |
Lorenzo Ghiselli |
I |
Suzuki |
Machine |
|
- |
Dennis Ireland |
Nzl |
Suzuki |
Machine |
|
- |
Marco Lucchinelli |
I |
Suzuki |
Machine |
|
- |
Mick Grant |
GB |
Suzuki |
Machine |
|
- |
Michel Rougerie |
F |
Suzuki |
Machine |
|
- |
Gianni Rolando |
I |
Suzuki |
Valpartij |
|
- |
Carlo Paganini |
I |
Suzuki |
Machine |
|
- |
Hiroyuki Kawasaki |
J |
Suzuki |
Niet gestart |
|
|
24-05-1979
EK Endurance, Assen

Dit jaar wilde
Bert ook aan een Endurance race van 6 uur op het circuit van Assen
meedoen, dit samen met Jack Middelburg. Echter een val in de training en mechanische problemen
stonden dit optreden in de weg. Het was waarschijnlijk maar goed ook dat
er mechanische problemen de kop opstaken, want Jack kon zich totaal niet
bewegen, na een val in de training, maar wilde ondanks dat toch aan de race deelnemen! Hij trainde
ook nog met een volledig stijf lijf, maar toen gooide dus de viertakt
(Jack was even terug op zijn oude liefde, de viertakt) Rekers-Kawasaki
roet in het eten. Van Dulmen deed ook mee en kwam zeer
hard ten val en werd bewusteloos naar het ziekenhuis afgevoerd, waar de
schade achteraf nogal meeviel.
Christian Huguet en Herve Moineau zijn de grote winnaars geworden van de eerste
Endurance-race op het natte Asser circuit.
Helaas is de eerste lange afstandseditie op Assen geen groots spektakel geworden. De regen, welke
drie kwartier na de start pas goed doorzette, zorgde voor een groot aantal
valpartijen en nam ook veel van de spanning weg. Een groot deel van de 15.000 toeschouwers hield het dan ook na een paar uur al voor
gezien en keerde huiswaarts. Toch hoeft zo'n race niet bij voorbaat tot een saaie optocht te degraderen. Een aantal
factoren is namelijk niet in de hand te houden, zoals het vroegtijdig
verdwijnen van een aantal Nederlandse smaakmakers: Boet van Dulmen en Jack Middelburg, die beiden door
valpartijen niet verder kwamen dan de training. Boet kwam in de tweede
training in de snelle rechterbocht bij Hoge Heide ten val en werd met een hersenschudding naar
het ziekenhuis vervoerd, maar gelukkig kon hij de volgende dag al weer
huiswaarts keren. Jack overkwam in vrijwel identieke situatie bij het Meeuwenmeer hetzelfde. Hij klapte door de
stro-afzetting heen de greppel in, waar zich door het slechte weer van de laatste tijd
aardig wat water en modder had verzameld en Jack kwam er met een stijve nek nog goed van
af, hoewel hij wel mee naar Assen ging. Maar, zo hoorden wij later, gelukkig alleen maar om een
dikke laag modder van zich af te spoelen.
|
Deelnemers endurance 6 urenrace Assen.
|
| 1. |
Christian
Léon/Jean-Claude Chemarin (F/F) |
Honda |
|
27. |
Adi
Heinrichs/Dieter Heinen (D/D) |
Kawasaki |
| 2. |
Jacques
Luc/Jack Buytaert (F/B) |
Honda |
|
28. |
Jürgen
Röller/Helmut Wüstenhöfer (D/D) |
BMW |
| 3. |
Jean-Bernard Peyre/Maurice
Maingret (F/F) |
Kawasaki |
|
29. |
Nikolaus
Rück/Gerhard Lottmann (D/D) |
BMW |
| 4. |
Roger
Ruiz/Christian LeLiard (F/F) |
Kawasaki |
|
30. |
Bob
Harrington/Mick Hemmings (GB/GB) |
Triumph |
| 5. |
Boet
van Dulmen/Charlie Williams (NL/GB) |
Yamaha |
|
31. |
Neil
Tuxworth/Mike Hunt (GB/GB) |
Kawasaki |
| 6. |
Harry v/d Hout/Gary
Green (NL/GB) |
Bimota |
|
32. |
Hermann
Wittor/Norbert Kappes (D/D) |
Yamaha |
|
7.
|
Helmut
Dähne/Harald Merkl (D/D) |
Honda |
|
33. |
Reinhard
Nückel/Marc Rodheudt (D/B) |
BMW |
|
8.
|
Johan
v/d Wal/Tonnie van Schijndel (NL/NL) |
Honda |
|
34. |
Egit
Schwemmer/Lothar Mertz (D/D) |
Kawasaki |
| 9. |
Marc Soulet/François
Exelmans (B/B) |
Kawasaki |
|
35. |
Franz-Josef
Schermer/Horst Glück (D/D) |
Yamaha |
| 10. |
Alistair
Copland/Andy Lee (GB/GB) |
Honda |
|
36. |
Peter Sköld/Lennart
Bäckström (S/S) |
Kawasaki |
| 11. |
Daniel
Rouge/Darryl Pendleburry (F/GB) |
Pentrax |
|
37. |
Jack
Middelburg/Bert Struijk (NL/NL) |
Kawasaki |
| 12. |
Christian Huguet/Hervé
Moineau (F/F) |
Kawasaki |
|
38. |
Willem
Zoet/Dick Alblas (NL/NL) |
Yamaha |
| 13. |
Walter
Hoffmann/Erich Brandstetter (D/D) |
Suzuki |
|
39. |
Henk
de Vries/Klaas Hernamdt (NL/NL) |
Honda |
| 14. |
Jean-Paul Boinet/Dominique
Pernet (F/F) |
Yamaha |
|
40. |
Marco Bonke/Hein
Heijnen (NL/NL) |
Honda |
| 15. |
Pierre Soulas/Alain
Leclaire (F/F) |
Yamaha |
|
41. |
Martin
Jansen/Norbert Willemsen (NL/NL) |
Roadrunner |
| 16. |
Rob
Noorlander/Steve Eldridge (NL/GB) |
Ducati |
|
42. |
Fred Coopman/Henk
Kiewiet (NL/NL) |
Moto Guzzi |
| 17. |
Peter Dyrda/Wilfried
Schneider (D/D) |
Honda |
|
43. |
Willem-Jan Nootenboom/Peter
Lemstra (NL/NL) |
Kawasaki |
| 18. |
Berni Toleman/Dave
Muxlow (GB/GB) |
Kawasaki |
|
44. |
Pieter Blaauboer/Jan
Strijbis (NL/NL) |
Suzuki |
| 19. |
Jim Wells/Tony Osborne
(GB/GB) |
Kawasaki |
|
45. |
Martin Schouten/Wim
Stout (NL/NL) |
Laverda |
| 20. |
Fabian Gibol/Jean-François Lecureux (F/F)
|
Suzuki |
|
46. |
Kees
Bouwmeester/Bernard Verweij
(NL/NL) |
Honda |
| 21. |
Marc
Wilkin/Roland Breny (B/B) |
Suzuki |
|
47. |
Jaap
Groenveld/Juup Bosman (NL/NL) |
Moto Guzzi |
| 22. |
Norbert
Sturm/Freddy Colewaert (D/B) |
BMW |
|
48. |
Ruud van Leijden/Peter
den Outer (NL/NL) |
Honda |
| 23. |
Andy
Goldsmith/Stewart Hodgson (GB/GB) |
Suzuki |
|
49. |
Jos Schurgers/Joop
Michielsen (NL/NL) |
Kawasaki |
| 24. |
Victor
Palomo/Mario Lega (ES/I) |
Ducati |
|
50. |
Cees
Cornwall/Wim van Manen (NL/NL) |
Kawasaki |
| 25. |
Francini/Venanci (I/I)
|
Ducati |
|
51. |
Peter Bloemhard/Andy
Bloemhard (NL/NL) |
Kawasaki |
| 26. |
Mike
Trimby/Marty Lunde (GB/USA) |
Kawasaki |
|
52. |
Eddy Wohrmann/Jan de
Wit (NL/NL) |
Kawasaki |
Hier
een link naar een volledig verslag van de 6 uren van Assen
27-05-1979 kampioensraces
Oudkarspel
 |
|
250cc Oudkarspel: Bert gaat
door, terwijl Mar Schouten doorschiet. |
 |
 |
|
Bert 250cc Oudkarspel. |
Een
week na de zes-urenrace op Zandvoort tijdens kampioenswedstrijden in Oudkarspel
begon de eerste kampioensrace, de 250cc internationalen, direct al
"veelbelovend", toen Jan Ubels al in de allereerste, haakse, bocht,
tijdens de opwarmronde, zijn 'fiets' onderuit trok. Jan van
Disseldorp had goed (of juist niet) opgelet, want toen even later de
startvlag viel en hij als eerste wegschoot, ging hij er in dezelfde
bocht, direct na de start, eveneens vanaf. Mede vanwege zijn slicks op
de nog natte baan. Hierbij moest Mar Schouten rechtdoor, dus voor de man
uit Almkerk was een plaats op het podium ook niet meer haalbaar.
Vervolgens ging Rob Punt tegen het wegdek, toen hij de grip van zijn
banden op het versleten asfalt overschatte. Dit alles gebeurde dus in de
eerste bocht van de eerste ronde, van de eerste race! Een ieder hield
daarop zijn hart vast, mede door het vele aantal valpartijen wat zich
hier ook in 1978 al had afgespeeld. Bert Struijk nam na het sensationele
begin de leiding in de race op zich en besloot die vandaag 'gewoon' tot
aan de finish vast te houden en zo weer dertig punten voor het
prolongeren van zijn titel te laten noteren. Dit was een welkom
geschenk, nadat hij in de vorige NK wedstrijd, op Zandvoort, een beetje
had teleurgesteld. Willem-Jan Nooteboom deed hetzelfde met de tweede
plaats, van start tot finish vasthouden, maar dan voor 27 punten.
Daarachter werd het pas spannend, in het duel voor het laatste
podiumplekje. Daarom werd flink geknokt tussen Klaas Hernamdt en Rini
van Kasteren. Een remfoutje van Klaas, in de zevende ronde, bracht Rini
voordeel, maar Hernamdt liet zich er niet door van de wijs brengen en
hield de aansluiting. Zodoende kon hij toch nog in de allerlaatste
raceronde zijn slag slaan en Van Kasteren passeren om als derde te
finishen. Hierdoor hield hij nog net de leiding in de tussenstand van
het NK, met 82 punten, eentje meer dan Bert. Ook om de vijfde
plaats werd geduelleerd en wel tussen Harrie van der Kruijs en Juup
Bosman, die in deze volgorde werden afgevlagd. Zevende werd Jan Ubels,
voor Mar Schouten, die nog aardig was opgeklommen, nadat hij bij de val
van Jan van Disseldorp betrokken was. Achter Schouten kwam Duke Wille,
voor nummer tien, Herman Schoehuijs over de streep.
 |
|
Begin van de
250cc in Oudkarspel: Jan van Disseldorp (#17) gaat hier in
de fout en zal een fractie later ten val komen. Bert (#1)
zal er geen hinder van ondervinden en de leiding op zich
nemen. Herman Schoehuijs (#30), Harrie v/d Kruijs (#10),
Fred Coopman (#5), Klaas Hernamdt (#7) en Rini van Kasteren
(#2) zien het allemaal gebeuren, terwijl Rob Punt (#24) even
later ook onderuit zal gaan. |
 |
|
Bert voor de start van de 350cc
klasse in Oudkarspel. |
Jack
Middelburg had in Oudkarspel de grootste moeite om van Bert Struijk af te komen in de
350cc. Bert was zeker pissig omdat het optreden in Assen door o.a. Jack geen
doorgang had gevonden.
Jack was 's-morgens nog langs de fysio geweest om zijn, tijdens de
Endurance-race, geblesseerd geraakte schouder te laten behandelen. Door
dit probleem kon hij zich niet helemaal achter de stroomlijn opvouwen,
van zijn Yamaha, maar daar was in de race niet veel van te merken. Hij
ging als een 'speer' over het circuit, kwam in de derde ronde bij het
uitaccelereren van een bocht helemaal scheef te staan, maar hield de
machine toch in bedwang, ondanks het feit dat hij voor op de tank zat
(zie foto hieronder). De motor van Bert was duidelijk sneller, maar Jack wist door
heel erg laat remmen, telkens weer de leiding over te nemen.
Na de race kwam Bert
Struijk hoofdschuddend naar de pits na het duel in de 350cc klasse met de
als een 'gek' tekeer gaande Jack. Struijk: 'Oh, jonge jonge,
verschrikkelijke vent, bar, bar! Ik
had hier van Jack kunnen winnen. Maar hij wilde gewoon niet verliezen en
zeker niet van mij. Nou, hij ging achterin wel zo vreselijk in de fout.
Toen heb ik bewust afgenokt. Dan maar weer een tweede plaats. Halverwege
de laatste ronde accelereer ik de mijne naast die van Jack. Ik wilde hem
in die snelle knik daar uit de slipstream pakken. Maar wat doet die gek
nou, die ging die knik te vroeg in, in de berm met 200 per uur, komt
slippend weer de weg op en ik zit al in de ankers, en weg was ie. Ik had
het al bekeken daar. Ik bedoel, ik heb met Boet wel eens samen getraind
in de 350. Hij had tijd voor een geintje. Maar Jack! Bijvoorbeeld in
Alkmaar zaten we in de race naast elkaar en ik wilde zwaaien, maar hij
zag niets, alleen het rempunt. Buiten dat kan ik ontzettend goed met
Jack opschieten, ho effe. Jack is trouwens ook mijn teammaat in de 6
uursrace van Assen geweest. Ik mocht het eerste trainen, dat is mijn
geluk geweest. Dat ding stuurde zo gek. Ik zei toen tegen hem: rustig
aandoen, dan kunnen we straks kijken wat het is. Maar dat hoefde niet
meer, hij had hem binnen twee ronden total loss.
 |
|
Willem-Jan in de 350cc. |
 |
|
Bert en Klaas Hernamdt op weg naar het erepodium na de 350cc
klasse in Oudkarspel, alwaar ze Jack Middelburg tegen gaan komen. |
Zeer waarschijnlijk heeft het
publiek
genoten van de kampioenswegraces die op zondag 27 mei plaatsvonden in het Noord-Hollandse Oudkarspel, want spanning en sensatie waren er genoeg. Meer
dan genoeg zelfs, want die sensatie werd voornamelijk geleverd door de vele, vele
coureurs die tegen het verraderlijke, gladde asfalt smakten. En de
spanning werd telkens weer opgeroepen door de vraag: "Staat hij uit
zichzelf op of niet?"
Hoe is het mogelijk dat bij de demonstraties met veteraanracemotoren machines worden
toegelaten die overal op het circuit olie achterlaten, waardoor in de echte races mensen ten val komen? En waarom
is er nog steeds niets gedaan aan het wegdek in sommige bochten, dat door
een volkomen weggesleten slijtlaag spiegelglad is, terwijl enkele rechte stukken
wel van een nieuwe slijtlaag zijn voorzien?
Waarom deelt een commentator mee dat een race is gestaakt voordat de rijders
hier zelf van
op de hoogte zijn, zodat er levensgevaarlijke toestanden ontstaan van publiek dat de baan
oploopt, terwijl diverse coureurs nog aan het racen zijn? En waarom roept een andere
spreker onophoudelijk over premies die door de plaatselijke kolenboer of patatzaak zijn
uitgeloofd, terwijl iedereen zit te wachten op informatie over de toestand van gevallen rijders?
De rijders gaan overigens niet vrijuit. Want wanneer we bijvoorbeeld zien dat houders van een internationaal startbewijs al in de opwarmronde in de eerste de beste bocht onderuit gaan, lijkt een bezoek aan een
psychiater ons niet helemaal overbodig.
Hopelijk beseffen alle betrokkenen, dat er alleen dankzij puur geluk dit jaar geen
slachtoffers zijn gevallen.
Wij van onze kant beseffen, dat we met bovengenoemde kritiek op een groot aantal zere tenen getrapt hebben. Maar er
zijn in de motorsport ergere dingen
dan zere
tenen....
De 350-race bracht een verrassing: er viel in de eerste ronde niemand af! Tevens werd
dit de spannendste wedstrijd van de dag dankzij het duel tussen Bert
Struijk en Jack Middelburg om de eerste plaats. Dit tweetal reed van de eerste tot de laatste
ronde wiel aan wiel, waarbij nu eens de een, dan weer de ander als eerste de
finishlijn passeerde. Struijk scheen te beschikken over een iets snellere fiets, maar Middelburg zag door
ijselijk laat remmen telkens weer kans de
kop over te nemen. Bert leek zich niet al te veel zorgen te maken, maar in de slotronde werd hij toch verrast door Jack die op het beslissende moment een gat van enkele meters sloeg.
De derde plaats ging
naar Klaas Hernamdt die via een recordronde Mar Schouten van zich af had weten te schudden. Rinus van Kasteren en Willem
Zoet
duelleerden tot de laatste meter om de vijfde plaats
en Henk
Twikler finishte achter Harrie v. d. Kruijs als achtste na een fraai
gevecht met negende man Albert Siegers, voor Eddy Kuipers.

|
|
Jack Middelburg in de 350cc aan het "stunten" voor Bert Struijk, in
Oudkarspel.
 |
 |
|
Huldigingsronde
350cc NK Oudkarspel: Jack (1e), Klaas Hernamdt (3e)
en Bert (2e). |
|
Uitslagen NK Oudkarspel 27 mei waarin Bert uitkwam. |
|
250cc |
 |
|
De eerste drie
in de 250cc klasse in Oudkarspel: v.l.n.r. Klaas
Hernamdt, Bert Struijk en Willem-Jan Nooteboom. |
 |
|
De eerste drie
in de 350cc klasse in Oudkarspel: v.l.n.r. Klaas
Hernamdt, Jack Middelburg en Bert Struijk. |
|
©
foto's Toon Kannekens
|
|
350cc |
|
|
Pos |
Rijder |
Pnt. |
|
Pos |
Rijder |
Pnt. |
|
1. |
Bert Struijk |
30 |
1. |
Jack Middelburg |
30 |
|
2. |
Willem-Jan Nooteboom |
27 |
2. |
Bert Struijk |
27 |
|
3. |
Klaas Hernamdt |
25 |
3. |
Klaas Hernamdt |
25 |
|
4. |
Rini van Kasteren |
23 |
4. |
Mar Schouten |
23 |
|
5. |
Harrie v/d Kruijs |
21 |
5. |
Rini van Kasteren |
21 |
|
6. |
Juup Bosman |
19 |
6. |
Willem Zoet |
19 |
|
7. |
Jan Ubels |
17 |
7. |
Harrie v/d Kruijs |
17 |
|
8. |
Mar Schouten |
15 |
8. |
Henk Twikler |
15 |
|
9. |
Duke Wille |
13 |
9. |
Albert Siegers |
13 |
|
10. |
Herman Schoehuijs |
11 |
10. |
Eddy Kuipers |
11 |
|
11. |
Fred Coopman |
10 |
11. |
Mar van Beek |
10 |
|
12. |
Mar van Beek |
9 |
12. |
Jan Lucouw |
9 |
|
13. |
Wim Stout |
8 |
13. |
Willem-Jan Nooteboom |
8 |
|
14. |
Henk Kiewiet |
7 |
14. |
Ruud Monden |
7 |
|
15. |
Gerry Willems |
6 |
15. |
Peter Verhulsdonk |
6 |
|
16. |
Gerrit Bakker |
5 |
16. |
Johan Siemerink |
5 |
|
17. |
Jannes Ebeling |
4 |
17. |
Fred Coopman |
4 |
|
18. |
Boy van Erp |
3 |
18. |
Bertus Slagers |
3 |
|
19. |
Harm Sans |
2 |
19. |
Ruud van de Dussen |
2 |
|
20. |
Co Looijesteijn |
1 |
20. |
Gerard Beck |
1 |
|
21. |
Nico Cremers |
- |
21. |
Nico Cremers |
- |
|
22. |
Cock van Leeuwen |
- |
|
|
23. |
Johan Siemerink |
- |
 |
|
De eerste drie
in de 250cc klasse in Oudkarspel: v.l.n.r. Klaas
Hernamdt, Bert Struijk en Willem-Jan Nooteboom. |
Hier
een link naar volledig verslag van Oudkarspel |
03-06-1979
internationale races België, Chimay

 |
|
Jack
in de 500cc |
Het pinksterweekend van 1979 bracht
twee hele mooie en grote internationale races. Op zondag in Chimay, België,
reed 's-lands absolute internationale toptrio en voerden daar een
prachtig spektakel op. Maar liefst tegen de 50.000 toeschouwers zagen een keihard
gevecht tussen de drie toppers, die uiteindelijk door Wil Hartog gewonnen
werd, voor Jack en derde Boet van Dulmen. Barry Sheene viel al snel uit
in de race en Philippe Coulon, Michel Rougerie en Steve Parrish, in deze
volgorde, eindigden net
naast het podium. Tijdens de 750cc klasse werd Jack derde achter Barry
Sheene en Philippe Coulon. Opvallend sterk in deze race reed de Australiër
Greg Johnson, die vanaf de vijftiende trainingsplaats kwam opzetten en
in de laatste ronde nog de vierde plaats veroverde op niemand minder dan
Gianfranco Bonera (6e) en de wereldkampioen in de F750, van 1979,
Patrick Pons (5e). Tijdens een promotieklasse, kwam
er een jonge Belgische coureur, Stefan de Vijvere, om het leven.
De 500 cc-race in het Zuid-Belgische Chimay
bood
een aantrekkelijk spektakel met een duel tussen Barry Sheene en Wil Hartog (resp. de eerste en de vierde
trainingstijd). Tussen hen in op de eerste startrij: Middelburg en Van
Dulmen. Na de warm-up liet Sheene de ongeveer
48.000 toeschouwers geduldig wachten om zo nodig de
bandenspanning te wijzigen. Waarschijnlijk een aardigheidje voor de
journalisten en een reden om nog eens terug te komen op Sheene's bandenprobleem met
Michelin. Sheene startte bijzonder slecht maar ging direct op zoek naar het afgescheiden trio, bestaande uit
Hartog, Middelburg en Van Dulmen. In de tweede ronde stortte hij zich op het jagende duo
Steve Parrish en Philippe Coulon, maar liet zich dan niet meer zien. Aan de achterzijde van de omloop liep zijn versnellingsbak vast. Zodoende werd deze
wedstrijd bijna een race om het Nederlandse kampioenschap, waarbij de talrijke aanwezige
Nederlanders, aangevuurd door een ook al Nederlandse speaker, over de afsluitingen klauterden om in de armen van de
orde handhavende rijkswachten te lopen. Vooraan wisselden de posities niet meer; Wil Hartog haalde zijn prijzengeld
binnen, voor Jack en Boet.
Willem Zoet tikte aan bij Michel Rougerie maar viel in de vijfde ronde bij de erg gladde "kniebocht" van zijn fiets. De Fransman wist toch op de 5e plaats te eindigen achter de
zelfverzekerd rijdende Coulon.
In de 350cc
klasse ging de overwinning bijna naar de beste Belgische coureur in die
tijd, Richard Hubin. Hij ging als snelste van start en lag bij het
ingaan van de laatste ronde nog steeds aan de leiding van het veld.
Echter in die laatste ronde liep zijn motor vast en moest hij toezien
dat de zege nu naar de Franse topper, Olivier Chevallier, ging. Deze was
slecht weggekomen bij de start en had er een fantastische inhaalrace
opzitten met o.a. de snelste ronde. Bert Struijk, voor de tweede maal
aanwezig in Chimay, werd op tien seconden heel knap tweede. Bert werd
gevolgd door een andere Franse topper, Michel Rougerie, die evenals
zijn landgenoot
Chevallier, tijdens een race om het leven zou komen. Olivier Chevallier
overleed na een val tijdens de Moto Journal 200 op 6 april 1980, terwijl
Michel Rougerie om het leven kwam tijdens de Joegoslavische Grand Prix (Rijeka),
na een val in de 350cc klasse, op 31 mei 1981. Nu werd Rougerie hier in
Chimay dus nog derde achter Bert, maar voor de Belgen Olivier Liégeois
en Didier de Radiguès. Wederom een Franse topper, Patrick Pons, werd
zesde en hij kwam om het leven op 10 augustus 1980, tijdens de Britse
Grand Prix op Silverstone. Klaas Hernamdt werd zevende, Alan North
achtste voor de Brit Dave Potter. Een sterk gezelschap dus.
Eerder op de dag won
Jon Ekerold de kwartliterklasse, waarin hij de gehele race in duel was
geweest met zijn zwager, Alan North en Klaas Hernamdt. Deze laatste wist
zich heel knap tussen de twee Zuid-Afrikanen op het podium te rijden en
de snelste rondetijd voor zich te laten noteren. Bert Struijk, ook lang
deelgenoot van het voornoemde kopgroepje, werd achter dit trio vierde
voor Olivier Chevallier, Rene Délaby (B), Peter Looijesteijn, Didier de
Radiguès, Etienne Geeraerdt (B), Rini van Kasteren en Alan Nies (B). De
snelste trainingstijd voor deze klasse was, heel verrassend, door de
Belg Jean-Marc Toffolo genoteerd. Hij verloor de wedstrijd uiteindelijk
al vóór de start. Hij dacht dat de natte baan wel snel op zou drogen en
koos ervoor om op slicks van start te gaan, maar dit bleek een verkeerde
keuze.
Net toen de 750 cc van start zou gaan brak er een stortvloed uit over Chimay. De race werd een half uurtje uitgesteld.
Nadat de veiligheidswagen, met Sheene aan boord, de omloop had verkend verschenen de driekwartliters aan de start.
Sheene, die gezien had dat de bochten
aan de achterzijde droog lagen, monteerde slicks en lachte in zijn vuistje.
Hartog, met de nieuwe 650 van Suzuki, had slechts de 10e trainingstijd en viel in de
eerste ronde uit, net als Hubin die op de zesde plaats mocht starten,
maar door
de schuld
van zijn monteur (geen koelwater in zijn Zagol-Yamaha) uitviel.
Sheene leidde van start tot finish. Doordat iedereen naar zijn spectaculaire
wheelies keek (met slicks op het spekgladde gedeelte van de omloop), ging het gevecht tussen Coulon en Jack Middelburg om de
tweede plaats een beetje verloren. Jumping Jack kon de Zwitser op de rechte stukken net niet volgen en trachtte bij te blijven door in de bochten
extra laat te remmen. Hij begon
de van 12 naar 10 ronden teruggebrachte race met regenbanden en eindigde op de
derde plaats... met rokende slicks.
De laatste twee ronden slingerde zijn fiets als een overladen truck en moest hij Coulon laten lopen, maar hij eindigde toch nog
ver voor een groepje dat geen enkel risico nam en dat bestond uit
Johnson, Pons en Bonera.
04-06-1979
internationale races Heerlen
 Een dag later, 2e pinksterdag, gingen Jack
Middelburg en
Wil Hartog van start in Heerlen en Boet van Dulmen reed in Tubbergen. Vanwege het feit dat
het topduo en menig andere coureur, onder wie ook de buitenlanders en
Bert Struijk, de
vorige dag dus niet had kunnen trainen, moesten er 's-morgens extra
trainingen worden ingelast.
Het zal de organisatoren van de races
in Heerlen achteraf een zorg zijn geweest dat lokvogels Wil Hartog en
Jack Middelburg in de hoofdmoot van het programma, de halveliterklasse, voortijdig de strijd moesten staken. Natuurlijk de
organiserende SBLM had graag een van de vedetten op het erepodium
gezien, maar dat juist Henk Twikler voor eigen publiek de bloemen in
ontvangst mocht nemen was toch een aangename verrassing voor de
stichting. Overigens, de SBLM had al genoeg tegenslagen te verwerken
gekregen. Eerst kreeg men geen toestemming voor de geplande 24-uurs
race en enkele weken later besliste de KNMV dat Middelburg en van
Dulmen in Tubbergen moesten starten, ondanks hun contracten. Een week
voor de races schroefde de sportcommissie haar besluit gedeeltelijk
terug door Jack Middelburg alsnog toestemming te geven in Limburg te
verschijnen. Het klapstuk dat vanwege een noodweer twintig minuten werd
uitgesteld, werd ogenschijnlijk gedevalueerd doordat Wil
Hartog en Jack Middelburg respectievelijk door een schuiver en
machinepech moesten opgeven. Het leek er eerst op dat het tussen beide toppers zou
gaan. Eerst moest de Abbekerker afhaken toen hij
in een haakse bocht onderuit ging. Hij hield er schaafwonden en een
gescheurd
pak aan over. Limburger Twikler, tot dan op de derde
plek, schoof dus op naar de tweede achter Middelburg. De jonge talentvolle coureur uit
Heerlen reed een geraffineerde wedstrijd.
Hij liet zich niet tot capriolen
verleiden. ,,Ik wist dat ik vermogen tekort
kwam op Middelburg en Hartog, daarom leek het me wijs eerst de derde en
later die tweede plek veilig te stellen, in plaats van te proberen de
grote mannen te achterhalen", vertelde Twikler na afloop. Twee ronden waren nog te gaan toen ook
Jack Middelburg door een steentje van het rulle wegdek in de
carburatie
afviel,
met maar liefst een
voorsprong van 32 seconden op dat moment op tweede man Henk Twikler. De weg was vrij voor de Lascom-coureur.
Onbedreigd kon hij afgaan op zijn vierde zege, want Bobo van Eijk en
de Zweed Peter Sköld hadden het achter hem te druk met elkaar te
bestrijden om de
tweede plaats.
Henk Twikler won
zodoende de eerste race bij de internationalen en ook in een internationaal gezelschap
en dat voor zijn thuispubliek. Tweede werd de Zweed Peter Sköld voor de
Brit Tony Head.
De jonge Nederlanders lieten zich over
het algemeen in Heerlen niet onbetuigd. Niet alleen Twikler bewees zijn
talent, ook de Fries Klaas Hernamdt blies een aardig deuntje mee.
Weliswaar moest hij in de 250 door een vastloper de latere winnaar Bert
Struijk laten gaan, maar in de 350 (Bert Struijk viel uit) eindigde hij als
derde achter Jon Ekerold (met een pijnlijke schouder) en Hyvärinen. "In
de 250 wilde ik een robbertje met Struijk uitvechten. Ik zat goed
vooraan, maar Bert's ervaring heeft me parten
gespeeld", aldus Hernamdt. Het had echter niet veel gescheeld of
hij had in de 350 zijn fraaie derde plek moeten prijsgeven aan Twikler,
die steeds dichterbij kwam. Onwillige voorremmen noopten Twikler echter
de Fries te laten gaan. Hoewel in de Nederlandse motorsport geklaagd
wordt dat de opvolgers voor het trio van Dulmen-Hartog-Middelburg niet
voor het oprapen liggen, bewezen met name Twikler en Hernamdt dat zij
deze leemte misschien kunnen vullen. Talent zit er bij hen, een goede
begeleiding van zowel KNMV als NMB, goed materiaal en de juiste monteurs
kunnen het tweetal een eind brengen.
Voor de 250cc race had Jon Ekerold schijnbaar geen zin om zich in te
spannen, gezien zijn uiterst pijnlijke sleutelbeenblessure. Bij de start
bleef hij staan op de startgrid, vertrok toen toch om een paar ronden
later met onduidelijke mechanische klachten de race te laten voor wat
hij was. Dit maakte het een stuk gemakkelijker voor Bert Struijk, die
weer eens een hele snelle start op het asfalt neer had gelegd en alleen
Klaas Hernamdt in zijn kielzog meekreeg. De Fries probeerde een paar
ronden om Bert te passeren, maar moest uiteindelijk door een vastloper
opgeven. Hierdoor reed Bert onbedreigd naar de overwinning. Achter hem
reden, ook vrijwel onbedreigd, de Fin Eero Hyvärinen en Rini van
Kasteren, terwijl het er daarachter wel warm aan toe ging. Harrie van
der Kruijs, Alan North, Rob Punt en Juup Bosman hadden het danig met
elkaar aan de stok en konden maar niet eens worden wie er vierde "mocht"
worden. Dat werd uiteindelijk Bosman voor North, Punt en Van der Kruijs.
De
350cc in Heerlen werd wel gewonnen door Jon Ekerold voor de Fin Eero
Hyvärinen en Klaas Hernamdt. Ook hier had Bert Struijk weer de beste
start, maar werd in de eerste ronde al gepasseerd door Ekerold. Jack
Middelburg maakte in de training met zijn 350cc
machine een onschuldige schuiver, ging nog wel van start, maar reed de
race niet uit. De lichtste klasse waar hij in reed begon hem overigens
aardig tegen te staan. De verschillen van 350 naar 750cc waren ook te
groot en er waren er zéér weinig (of geen) die in alle drie deze klassen
uitkwamen. Normaal was toch 50&125, 250&350, 350&500 of
500&750. De overstap van een 350 machine naar een 750cc of andersom,
was veel te groot, het zou dan ook voor Jack het laatste seizoen zijn
dat men hem op een 350cc zou zien schitteren. Terug naar de 350 race:
Bert viel later uit door problemen met de voorremmen van zijn Yamaha. Zo
werd wederom
Eero Hyvärinen tweede voor Klaas
Hernamdt en Henk Twikler. Willem-Jan Nooteboom, Mar Schouten, Harrie van
der Kruijs, Rob Punt en Rini van Kasteren maakten de eerste tien
compleet.
|
Deelnemers
350cc Heerlen. |
| 1. |
Jack Middelburg |
2. |
Willem-Jan
Nooteboom |
3. |
Bert Struijk |
4. |
Piet vd Wal |
5. |
Rinus van Kasteren |
| 6. |
Duke Wille |
7. |
Klaas Hernamdt |
8. |
Jan van Disseldorp |
9. |
Albert Siegers |
10. |
Kees vd Broek |
| 12. |
Ruud Monden |
14. |
Bertus
Slagers |
19. |
Peter Pauw |
20. |
Karel Zegers |
21. |
Jan Lucouw |
| 22. |
Frans Bieleveld |
23. |
Han Zijlstra |
24. |
Harrie vd Kruijs |
25. |
Ruud
vd Dussen |
26. |
Klaas Davidson |
| 27. |
Rob Punt |
29. |
Fred Coopman |
31. |
Nico
Cremers |
32. |
Peter Verhulsdonk |
33. |
Henk Twikler |
| 34. |
Johan Siemerink |
35. |
Mar Schouten |
40. |
Tony
Meyers (GB) |
41. |
Butch Hobbs (GB) |
42. |
Jon Ekerold (Zaf) |
| 43. |
Bill Thomas (AUS) |
44. |
Leif Nielsen (DK) |
45. |
Peter Sköld (S) |
46. |
Lars Johansson (S) |
47. |
Lennart
Bäckström (S) |
| |
48. |
Eero
Hyvärinen (SF) |
|
10-06-1979
internationale races Raalte

Op 16 augustus 1949 werd in Raalte door een
aantal motor- en autoliefhebbers de Raalter Automobiel en Motorclub
opgericht, afgekort tot RAM. Het eerste evenement dat wordt
georganiseerd is een oriënteringsrit voor motoren en auto's.
Vervolgens stort men zich op puzzelritten en sterritten. In 1954
sluit men zich aan bij de KNMV, waarna in 1958 wordt begonnen met
motorsportevenementen zoals: grasbaanrace en motorcross, in
die tijd zeer populair. Op 11 juni 1967 organiseert de RAM een
motorwegrace op een kort en smal circuit dicht bij Raalte. In 1970
worden de Raalte Races verplaatst naar de Luttenbergring die zo
goed bevalt dat de races in 1971 al een internationale status
krijgen. Bekende Nederlandse toprijders als Boet van Dulmen, Wil
Hartog en Jack Middelburg trekken veel publiek. In 1970 probeert men
het met autocross. Na enkele zeer succesvolle jaren bloedt de cross
langzaam dood door een teruglopende belangstelling. De Raalte Races
daarentegen worden steeds populairder. Bekende rijders uit de hele
wereld komen naar de Luttenbergring. Na 1983 werd het steeds
moeilijker om bekende rijders (duur) naar Raalte te halen en na
enkele jaren met zeer weinig bezoek (verlies) werd in 1989 besloten
hiermee te stoppen. Het stoppen met de wegraces betekent ook bijna
het einde van de RAM. De vereniging valt eigenlijk in 2 groepen
uiteen: de 'autogroep' die nog steeds de jaarlijkse “zonneschijnrit”
organiseert, een toertocht voor zieke en mindervalide plaatsgenoten,
en de 'motorgroep' die de naam RAM heeft gehouden en zich bezig
houdt met het motorrijden in zijn algemeenheid.
|
Deelnemers 500cc
Raalte 1979. |
|
1. |
Jack Middelburg |
2. |
Piet vd Wal |
3. |
Dick
Alblas |
4. |
Henk de Vries |
5. |
Jan Verweij |
|
6. |
Nico Lentjes |
7. |
Barry Sheene (GB) |
8. |
Wil Hartog |
9. |
Karel Zegers |
10. |
Harry Heutmekers |
|
11. |
Albert Siegers |
12. |
Boet van Dulmen |
14. |
Mike Baldwin (USA) |
15. |
Wim ten Klooster |
16. |
Jan van Disseldorp |
|
17. |
Paul Soetens |
18. |
Bruno Kneubühler
(CH) |
19. |
Harm-Jan
Bultena |
21. |
Willem
Zoet |
22. |
Klaas de Graaf |
|
23. |
Piet Broesder |
24. |
Lars Johansson (S) |
25. |
Albert
Bosch |
26. |
Eddy Kuipers |
27. |
Peter Sjöström
(S) |
|
28. |
Norbert Willemsen |
29. |
Alan North (Zaf) |
31. |
Bill
Thomas (AUS) |
32. |
Börge Nielsen (DK) |
33. |
Bent Slydal (N) |
|
34. |
Gerhard Vogt (D) |
35. |
Kwong-King Wong
(D) |
36. |
Seppo
Rossi (SF) |
37. |
Philippe Coulon (CH) |
38. |
Jürgen Steiner (D) |
|
39. |
Gianfranco Bonera
(I) |
|
De 8e
internationale wegraces op de Luttenbergring beloofden dit jaar een grootser
spektakel dan ooit tevoren te worden. Kosten noch moeite waren gespaard om Neerlands 2e motorsportevenement (na
de TT van Assen) weer een evenknie te doen zijn van
de 1978-er klassieker. Om de
wereldtoppers weer naar Raalte te halen was dit jaar ± 2 ton uitgetrokken aan
start- en prijzengeld, omdat de RAM van mening was dat haar spectaculaire
stijging der publieksaantallen uitsluitend te danken was aan het kwaliteitscoureursveld, hetgeen door de jaren heen geboden
was. Ook dit jaar was er wederom gigantisch geïnvesteerd in de coureurs, want
het bleek dat het
publiek zeer positief reageerde op wereldtoppers in Raalte. Door
de jaren heen was er een zeer regelmatige stijging der publieksaantallen geweest.
Waren er in 1975 nog ±14.000 betalende bezoekers die de kassa passeerden, in
1978 was dat gestegen tot ±29.000 betalende bezoekers. D.w.z. dat er op de
racedag ±32.000 bezoekers geteld zijn (alle medewerkers, het rennerveld met
helpers en dames ±1500 mensen etc.). De conclusie leek gerechtvaardigd dat er
dit jaar ±35.000 betalende bezoekers de kassa's zouden passeren, alleen al om
het Nederlandse toptrio Wil Hartog, Boet van Dulmen en Jack Middelburg te zien
knokken tegen Barry Sheene, rijdend met zijn geluksnummer 7, de Amerikaanse
coming-man Mike Baldwin en de Zwitser Philippe Coulon. Niet
alleen de 500 cc klasse trok dit jaar zeer de aandacht, ook de 250 & 350 cc
klasse had een betere bezetting dan ooit. Nemen we alleen al de
dubbelwereldkampioen van 1978, Kork Ballington, zijn landgenoot Jon Ekerold,
Kawasaki fabrieksrijder Anton Mang en de twee Fransen Patrick Fernandez, vorig
jaar goed voor een 1e en 2e plaats in Raalte en Christian Estrosi, die ook al
fabrieks Kawasaki's in Raalte op het circuit bracht.
Voor de
vierde keer in successie werd de 500 cc klasse verreden over twee manches. Het
publiek, dat bleek via de jaarlijkse enquête, had daar erg veel plezier in
en daarom was het des te gelukkiger dat de KNMV
alsnog gunstig had
beschikt over deze 2 manches. Het grote voordeel voor het publiek
was, dat men de
grote toppers 2x zag rijden en dat er door het puntenklassement automatisch
strijd ontstond. De verandering die ook toegepast was voor de rijders, was, dat
men verplicht was om de twee manches uit te rijden, anders zou er geminiseerd worden
op de startgeldvergoeding.
Andere buitenlandse
toppers die dit jaar acte de présente gaven in Raalte: 50cc & 125cc:
Stefan Dörflinger (CH) en Patrick Plisson (F); 125cc: Bruno Kneubühler
(CH); 250/350cc: Hans Müller (CH), Sadao Asami (J), Pekka
Nurmi (SF), Alan North (Zaf) en Eero Hyvärinen.

 |
|
Bert Struijk in de
slag met Kork Ballington, de regerend wereldkampioen, tijdens de 350cc klasse in Raalte. |
Bij de internationale races in
Raalte
wist Jack Middelburg op prachtige wijze de koningsklasse te winnen voor 40.000 bezoekers. Hij wist
hiermee de hegemonie van Hartog te verbreken, die de zes voorgaande
edities van Nederlands grootste motorsportevenement, na de TT van Assen,
op zijn naam had gebracht. Barry Sheene had van tevoren gezworen dat HIJ
aan de reeks van Hartog een einde zou gaan maken, maar niet Sheene deed
dit, maar onze eigen "Briet". De laatste twee rondes "reed" de Westlander zelfs met een gebroken drijfstang in de rondte.
Toch wist hij de race te winnen voor de wereldkampioen van 1976 en 1977 Barry
Sheene en nog een fabriekscoureur Mike
Baldwin uit Amerika. In de eerste manche won Jack voor Wil Hartog en Barry Sheene. In de tweede manche brak er een drijfstang, terwijl hij aan de
leiding lag voor Sheene. De Suzuki bleef echter wel doorlopen, mits op
drie cilinders. Daardoor moest hij Sheene en Baldwin voor zich
dulden. Wil Hartog viel wel uit in deze manche, maar Jack had hem toen
al op ruime achterstand gereden. Jack won uiteindelijk de race over twee
manches, doordat hij door de ruime marge van de eerste manche
overwinning nog genoeg tijd over had op Barry Sheene. Na de race gaf hij ook aan dat dit de mooiste overwinning uit
zijn carrière was tot op dat moment, terwijl hij geroerd het Wilhelmus
aanhoorde. Het gaf een goed gevoel voor de TT,
die twee weken later verreden zou worden, gevestigde rijders op hun
topmateriaal te verslaan.
De bekende Zuid-Afrikaanse
coureur, Jon Ekerold, die in 1980 wereldkampioen zou worden in de 350cc klasse, kwam
zeer ernstig ten val tijdens de trainingen. Hij had wel veel
pech, want Raalte was zijn eerste race sinds hij in de GP van Imola (13
mei) gevallen was en daarbij zijn linker sleutelbeen had gebroken. Bij het
hard afremmen voor een haakse bocht in Raalte, kwam er teveel druk op
die breuk en die knapte af. Bij de val die daarop volgde, brak Jon ook
zijn rechter sleutelbeen! Door een Haarlemse chirurg werden er in beide
schouders stalen verstevigingen geplaatst. Ondanks dit zou hij een week
later in Rijeka, de GP van Joegoslavië, wel weer van start gaan en,
terwijl hij in de 350cc klasse op de vierde plaats lag, er in de laatste
ronde hard van af vallen. Hierbij brak hij een been en brak een stalen
plaat op zijn rechter sleutelbeen en raakten er links twee schroeven
los! Jack was een bijzonder geval wat blessures en hardheid daarin
betreft, maar Jon kon er ook wat van. De 50cc, in Raalte, werd gewonnen door de Zwitser Stefan
Dörflinger, de 125cc door zijn landgenoot Hans Müller, de 250cc door
de Fransman Patrick Fernandez en de 350cc door de Zuid-Afrikaan Kork
Ballington.
 |
|
Bert bekijkt na
zijn uitvallen de problemen aan zijn Yamaha. |
Bert Struijk wist,
tussen de twee 500cc manches door, weer een keer de premie van de Nieuwe
Revu voor de eerste doorkomst te bemachtigen tijdens de kwartliterrace
in Raalte. Hij wist uiteraard dat deze premies weer lagen te wachten
voor de coureur die als eerste door zou komen tijdens de 250cc en 350cc
klassen. Hij deed het dit maal overigens wel via een valse start, maar
als "niemand" dat ziet of aangeeft, wie maalt er dan om! De poen was
weer binnen. Helaas kon Bert de leiding niet veel langer in handen
houden, want de Fransen Patrick Fernandez en Christian Estrosi kregen de
lange man uit Zaltbommel daarna al snel te pakken. Wat erger was, even
later, in de vijfde ronde, viel Bert zelfs uit met mechanische problemen
op nog steeds een hele mooie vierde stek in de race, terwijl hij in
gevecht was met wereldkampioen Ballington om de derde! Helaas liet één
van de cilinders van zijn tweecilinder Yamaha hem in de steek. Pech was
iets wat ook onze andere Nederlandse kanshebber op een goede klassering,
Klaas Hernamdt, zou overkomen en nog wel in de laatste ronde, terwijl hij
de vierde plaats in handen had, waarvoor hij de hele wedstrijd met de
Fin Eero Hyvärinen in een prachtig duel was geweest. Fernandez, al
jarenlang een vaste en graaggeziene gast op het circuit van de
Luttenbergring, reed eenzaam aan de leiding van de race, zijn landgenoot
Estrosi op ruime afstand houdend. Als deze namelijk dichterbij kwam,
draaide Fernandez het gas weer wat verder open, waarop het gat weer snel
groter werd tot zijn achtervolger. De regerende wereldkampioen in de
middenklassen, de Zuid-Afrikaan Kork Ballington, had een zeer slechte
start, maar wist zich op zijn gifgroene supersnelle Kawasaki naar voren
te knokken om achter de twee Fransen de derde plaats te bemachtigen. Mar
Schouten hield nu met een vijfde plaats, achter de Fin Eero Hyvärinen,
de Nederlandse eer hoog. Hij wist daarmee zelfs de Duitse
fabriekscoureur, Anton Mang, die weinig waar voor zijn geld leverde, nog
voor te blijven. Rini van Kasteren en Harrie van der Kruijs deden het
ook prima met hun negende en tiende plek in dit sterke internationale
veld van deelnemers.
 |
 |
|
Bert in duel
met Kork Ballington (#1), Klaas Hernamdt (#7) en Eero
Hyvärinen. |
Later op de dag leek
Bert vastbesloten om zijn revanche te nemen in de 350cc klasse, want hij
schoot wederom als eerste uit de startblokken. Ditmaal vertrok degene
die hem in de 250cc race als eerste te pakken had, Patrick Fernandez,
als allerlaatste, omdat hij zijn machine niet aan de praat kreeg. Nu was
het degene die juist in die kwartliterklasse slecht vertrok, Kork(y)
Ballington, die Bert het vuur na aan de schenen lag. Drie ronden wist de
'Bommelaar' de fabrieks Kawa achter of naast zich te houden, maar toen
was het gedaan en passeerde Ballington hem en liep zienderogen weg bij
hem. Op dat moment was de winnaar van de 250cc, Patrick Fernandez,
uitgevallen met een defecte ontsteking. Ondertussen kreeg Bert bezoek
van een achtervolgende groep bestaande uit de Fin Pekka Nurmi, Klaas
Hernamdt (zijn grote concurrent in Nederland in '79), de Japanner Sadao
Asami, de Fin Eero Hyvärinen, Willem Zoet en Mar Schouten. Hernamdt
zette vol de druk op Bert, maar deze gebruikte al zijn ervaring om hem
achter zich te houden en dat lukte ook. Achter Bert verruilden de
coureurs in de grote groep constant van positie. Alleen Hyvärinen wist
uiteindelijk nog Bert te passeren en de tweede plaats achter Ballington
was bij de finish voor de Fin. Bert pakte de derde plek voor
achtereenvolgens Hernamdt, Nurmi, Asami, Zoet en Schouten. Alan North en
Harrie van der Kruijs maakten het eerste tiental vol. Bert pakte nog een
extra premie mee die Moto '73 had uitgeloofd voor de beste Nederlander
in elke klasse en ook was nu weer de premie van de Nieuwe Revu-pot voor
hem.
 |
|
Bert in de
350cc op de Luttenbergring in duel met wereldkampioen Kork
Ballington. |
 |
|
Raalte, ritje
langs het circuit met v.l.n.r.: Kork Ballington, Barry
Sheene, Philippe Coulon, Boet van Dulmen, Jack Middelburg en
Bert Struijk. |
 |
"Volgend jaar zullen de
organisatoren toch echt ook Kenny Roberts en Barry Sheene naar Raalte moeten halen om voor voldoende
tegenstand te zorgen". Dat schreven we precies een jaar geleden, nadat Wil Hartog de
vloer had aangeveegd met de bijna voltallige wereldtop, en zijn zesde achtereenvolgende
overwinning op de Luttenbergring had behaald.
Wel, Roberts was er niet; die wou met alle geweld een paar weken vakantie thuis
in Californië doorbrengen, maar wel had de organiserende R.A.M. kans gezien, Barry Sheene naar Raalte
te halen, ondanks het feit dat er op dezelfde dag een Internationale race op Mallory Park
werd verreden.
Het was echter niet Sheene, die Hartog van de overwinning afhield. Het was de verbluffend sterk rijdende Jack
Middelburg die een einde maakte aan Hartogs overwinningenreeks en die tevens een einde maakte aan de
misvatting dat de man die Hartog zou kunnen verslaan, uit het buitenland zou moeten
komen.
Jack, die in de training de derde startplaats had veroverd achter Philippe Coulon en Wil
Hartog, maar voor Mike Baldwin en Barry Sheene, liet vanaf de start geen enkele twijfel bestaan over zijn bedoelingen.
Terwijl Wil Hartog tegen zijn gewoonte in een matige start had, schoot
Middelburg als een pijl uit een boog in koppositie weg. Hartog maakte echter
in de openingsronde veel terrein goed en ging pal achter Jack de tweede ronde
in, achtervolgd door het trio Sheene, Boet en Baldwin.
Jack en Wil knokten tot de zesde ronde om de leiding; toen wist Jack een kleine voorsprong te nemen op de Witte Reus, die
niet helemaal gelukkig was met de stuureigenschappen van zijn
fabrieks-Suzuki, waarin bij wijze van experiment een langere achtervork was gemonteerd.
Wil kon weliswaar zijn tweede plaats tot de finish vasthouden, maar Middelburg bouwde
zijn voorsprong uit tot niet minder dan 18,5 seconde.
De spanning bleef echter volop aanwezig, want om de derde plaats werd vreselijk
fel gestreden door Van Dulmen, Sheene en Baldwin. Sheene moest eerst Boet en vervolgens ook Baldwin
voorbij laten, maar een remfoutje wierp de snelle Amerikaan halverwege de race terug tot de zesde plaats. Mike kwam nog
wel terug naar de vijfde positie,
maar kon de aansluiting niet herstellen. Sheene zorgde in de slotfase voor een scheut
extra opwinding door aanval na aanval te lanceren op den Boet, die
tenslotte in de laatste ronde het hoofd moest buigen voor de fabrieksfiets van
Barry.
De tweede manche bracht zo mogelijk nog meer spanning dan de eerste. Ditmaal had Hartog zijn beste Grand Prix-machine gepakt, maar opnieuw was het Jack
Middelburg, die als eerste van kiet ging. Bij het ingaan van de tweede ronde reden Jack en Barry Sheene
wiel aan wiel, op
korte afstand gevolgd door Boet, Wil en Baldwin die het hevig met elkaar aan de stok hadden.
Middelburg zag weldra kans, Sheene los te rijden die vervolgens prompt werd aangevallen door de
snel opgerukte Hartog. Barry kreeg het even later zelfs moeilijk met Van
Dulmen en Baldwin die gezamenlijk de ex-wereldkampioen trachtten te
verschalken.
Aan de vierkamp kwam echter in de zevende ronde een einde, omdat Hartog zijn
fiets met een vastloper aan de kant moest zetten. Een ronde later verloor Boet veel terrein toen hij bij het lappen van een achterblijver werd geblokkeerd. Sheene had
Baldwin weten af te schudden en kwam langzaam dichter naar kopman
Middelburg toe.
 |
|
Bert met Boet
van Dulmen en Jan Huberts. |
Die zorgde voor een verrassing door in de negende ronde op de finishlijn Sheene te
beduiden dat hij er langs mocht. Barry liet zich dat geen tweemaal zeggen en Jack bleef
kalmpjes op de tweede plaats rijden, in de wetenschap, dat hij daaraan
ruim voldoende had voor de totaalzege over beide manches.
Maar machinepech zou de kopposities volledig door elkaar gooien. Eerst viel Boet
uit met een kapotte versnellingsbak en twee ronden voor het einde brak er
in Jack's Suzuki een drijfstang. Jack bleef op drie cilinders doorgaan, maar
hij kon niet verhinderen dat Mike Baldwin hem van de tweede plaats verdrong.
En dat betekende een ernstige bedreiging van Jack's totaalzege. Zowel
Middelburg als Sheene hadden een eerste en een derde plaats veroverd, en de
totaaltijd zou de doorslag moeten geven.
Jack bleek voor beide manches samen 5,6 seconde minder nodig te hebben gehad dan
Sheene, en daarmee werd hij de eerste coureur in de geschiedenis van de
Raalte-races, die Hartog's zegereeks had weten te stuiten.
Mike Baldwin bezette in de einduitslag de derde plaats, maar hij verscheen niet op
het podium. "Ik dacht dat ik vijfde of zesde was geworden in de
totaalstand", vertelde hij later. Philippe Coulon, Willem Zoet en Piet
v.d. Wal pakten zowel in de tweede manche als in de eindstand de vierde,
vijfde en zesde plaatsen.
17-06-1980
8 hrs. race Nürburgring
Bert reed op de Nürburgring dan toch zijn
eerste Endurancerace, na zijn mislukte avontuur, eerder het seizoen, met
Jack Middelburg op Assen. Hij reed hier in Duitsland samen met Harry van
der Hout, die al enige ervaring had in zulke lange afstandraces. Ze
behaalden een prachtige zevende plaats tijdens deze
'8 Uren op de Nűrburgring'. De zege in deze race ging naar de
toppers in deze vorm van motorraces, de Fransen
Christian Léon/Jean-Claude Chemarin. De gewezen GP-toppers, de
Italiaan Mario Lega (wereldkampioen in de 250cc klasse in 1977) en de
Spanjaard Victor Palomo, werden derde. Bert zou uiteindelijk in 1980 de
overstap maken naar deze discipline.
23-06-1979
Grand Prix Nederland, TT Assen

 |
|
Deelnemers
TT 350cc '79 |
De
350cc klasse, vaak een spektakel op de Drentse heide, werd dit
jaar gekenmerkt door een groot aantal uitvallers. Waren er bij de
Grote Prijs van Italië slechts 9 deelnemers die tot de finish
konden reiken, in Assen brachten ook slechts 13 van de in totaal
30 coureurs, de wedstrijd ten einde. Willem Zoet was met zijn
dertiende trainingstijd de snelste Nederlander. Bert veroverde,
gehinderd door een ontstoken spier in zijn schouder, de vijfentwintigste
startplaats, terwijl Klaas Hernamdt, die in de training gevallen was,
een plaatsje achter Bert stond. Mar Schouten mocht als dertigste, en
laatste, vertrekken. Piet van der Wal was vierde reserve en moest dus
toekijken. Gregg Hansford had als snelste
trainer ook een goeie start, maar het was zijn grote rivaal Kork
Ballington die als eerste vanuit de Strubben de Veenslang te lijf
ging. Veel verder zou de Zuid-Afrikaan niet komen, want een
vastloper veruïneerde al in de eerste ronde zijn kansen op een
zege. Kawa-collega Hansford kwam nu als eerste uit de Geert Timmer
bocht, op korte afstand gevolgd door Mang, Korhonen, Chevallier,
Villa, Frutschi, Fernandez en Struijk, een geweldige kluit dicht op
elkaar en naast elkaar sturende privé-mannen, die voor een machtig
spektakel gingen zorgen, want het rommelde behoorlijk! Jammer
genoeg
bleek niemand partij te wezen voor Gregg Hansford, want die bouwde
in alle rust (in hoeverre je daar met die snelheden nog van kunt
spreken, want de drieminutengrens werd maar net niet
doorbroken!) een grote voorsprong op. Toni Mang hield, na een voor
zijn doen uitstekende start, de tweede plaats in handen, terwijl
Korhonen en Frutschi
gezelschap gekregen van de oprukkende Patrick Fernandez. Willem
Zoet reed op dat moment al op een veertiende plek, terwijl Freymond al in de eerste
ronde door machinepech moest opgeven, later gevolgd door Hubin,
Saul, Nurmi, Pons, North en Soussan, waardoor het regiment al
tot een bataljon werd teruggebracht. Hansford cirkelde aan de
leiding en nam voor de pits rustig de tijd om op het door Neville Doyle uitgestoken bord te lezen, dat zijn voorsprong
groeiende was. Mang kreeg het terecht benauwd, want Fernandez was
met zijn prachtige stijl bezig het gat te dichten en in de achtste
ronde zat hij aan het wiel van de Duitser, terwijl Villa en
Frutschi omkeken naar Sadao Asami, die snode plannen had.
Plotseling kwam het trieste bericht dat Zoet (11e) ten val was
gekomen en de man uit Ophemert bleek naast de nodige
schaafwonden een handblessure te hebben opgelopen, waardoor
tevens zijn start in de 500 cc klasse op spijtige wijze voorbij
was. Ook Mar Schouten stopte (aan de pits) en zowel Victor Palomo en
Barry Ditchburn gingen, zonder ernstige gevolgen, onderuit.
Fernandez had Mang te grazen genomen, maar zijn achterstand op
Hansford bedroeg meer dan twintig seconden, zodat er beslist niet meer in zat.
Walter Villa, de oude rot die dit jaar mits zijn fiets in goede
doen verkeert zo razendsnel van zich af kan bijten, besloot om een
eindsprint in te zetten en verdrong Mang van de derde plaats. Met
nog drie ronden
te gaan kwam Sadao Asami de pits binnen rollen om met een
geweldig nijdige trap tegen zijn tweewielige vijand uiting te
geven aan zijn ongenoegen over een lekke band die hem van een
zesde plaats (minimaal) beroofde. Graham McGregor, de opkomende
man uit Australië die in Assen voor de eerste keer een GP mocht
rijden, maakte zijn belofte helemaal waar door na een schuiver in
de training (gladde band) vanaf de één na
laatste startrij door te
stoten naar een zesde plek, na een racelang duel met landgenoot
Jeff Sayle. Pennti Korhonen zag door een onwillige machine zijn
aanvankelijk zo goede klassering teloor gaan en finishte als
achtste. Klaas Hernamdt werd tenslotte de enige en tevens snelste
Nederlander met zijn twaalfde plaats, omdat ook Bert Struijk uit
was gevallen.
Bert was in gevecht verwikkeld geweest met Klaas Hernamdt, Olivier
Chevallier, Gianfranco Bonera, Eero Hyvärinen en Didier de Radiguès, een
stel gearriveerde en toekomstige toprijders. Helaas moest Bert in de
twaalfde ronde zijn Yamaha aan de kant zetten. Vanaf de eerste ronde had
hij al problemen, omdat zijn achterwiel bij het inveren tegen het zitje
aanliep en zijn ketting over het achtertandwiel schoot. Het aanlopen van
die achterband werd wel minder naarmate dat zijn tankinhoud minder werd,
maar toen kreeg hij weer problemen met zijn voorrem, doordat de nieuwe
remblokken die waren gemonteerd, veel te snel afsleten. Daarna kreeg hij
ook nog een gat in de uitlaat (door het platte bochtenwerk), dus veel
vermogen verlies, en toen vond de lange man uit Zaltbommel het wel weer
"gescheten".
 |
|
Start
250cc Assen 1979: Willem-Jan Nooteboom (#42), Vic Soussan
(#17), Jean-Francois Baldé (#29), Anton Mang (#5), Bert
(#18), Olivier Chevallier, Randy Mamola (#22), Patrick
Fernandez (#3), Gregg Hansford (#2), Victor Palomo (#28) en
Graziano Rossi, de latere winnaar (#44). |
 |
|
Winnaar Graziano Rossi op de Morbidelli. |
 |
 |
|
Gregg Hansford & Kork Ballington. |
 |
|
Bert
in de 250cc TT |
 |
|
De
andere Nederlanders in de 250cc gebroederlijk bij
elkaar: Rini van Kasteren leidt hier voor Klaas Hernamdt
en Willem-Jan Nooteboom. |
Voor de 250cc tijdens deze 49e TT hadden zich vier Nederlandse
rijders geplaatst, maar mochten er uiteindelijk vijf van start gaan.
Klaas Hernamdt was tweede reserve, maar door het wegvallen van de
geblesseerde coureurs, Harald Bartol en Barry Ditschburn (gevallen
in de 350cc), schoof Klaas door naar de laatste startplaats. Bert
was met zijn 20e plaats de beste Nederlander, gevolgd door Juup
Bosman (27e), Rini van Kasteren (28e) en Willem-Jan Nooteboom (30e). Het
kwartlitergebeuren had met de komst van Graziano Rossi een
andere dimensie gekregen. De Italiaan schitterde de week voor de
TT van Assen al in
Joegoslavië en wat voor de baas gold, was in dit geval ook van
toepassing op de machine, want de Morbidelli kon aan alle
kwellingen het hoofd bieden. De witte machine, met de uitlaten
netjes in het witte kontje verpakt, stond pas op de tweede startrij,
doch dat vormde voor Rossi geen beletsel om al in de eerste
ronde bij de Veenslang op spectaculaire wijze,
onder het "oei-geroep" van alle liefhebbers van het
betere stuurwerk die vaak bij die slinger van bochten zijn te
vinden, zijn motor langs de Kawasaki van wereldkampioen Kork
Ballington te sturen. Een witte rug en een lange paardenstaart
onder uit de helm, was alles wat de concurrentie nog van Rossi
terug zag. Zij konden zich schikken met een tweede plaats,
waarvoor zich twee liefhebbers hadden aangediend: Ballington en
Hansford. Het duo trok stevig van leer en bouwde een
aanzienlijke voorsprong op t.a.v. de rest van het veld. Mang
volgde op een respectabele afstand en had daarbij alle moeite om
enkele vervaarlijke speedwobbles in bedwang te houden. Ook om de
vijfde plaats bestond een duchtige onenigheid en wel tussen beide
landslieden Jean-Francois Baldé op de Sidemn-Kawasaki en Patrick
Fernandez met de Yamaha. Achter deze Franse ruggen bleef het weer
een tijdje stil en volgden Randy Mamola, Vic Soussan, Roland
Freymond, Walter Villa en de Oostenrijker (en ex-EK winnaar
bergklimkampioenschap) Edie Stöllinger. Hoewel in deze kwartliterklasse veel meer
coureurs aan de finish zouden komen dan in de 350cc race, waren
er ook afvallers. De letterlijke betekenis van het woord was van
toepassing op Alan North, toen hij buitenom een mannetje of drie
wilde pakken. Hij kwam zo ongelukkig ten val dat dit een
polsfractuur
ten gevolge had en juist voor Alan, die langzaam maar zeker op weg
was zijn oude vorm te hervinden, moet de Asser TT een erg grote
teleurstelling hebben betekend. Ook Paolo Pileri kwam met zijn MBA
ten val, terwijl Pentti Korhonen en Willem-Jan Nooteboom door machinepech moesten opgeven. Bert
Struijk remde zijn
Yamaha gracieus onderuit voor de Geert Timmerbocht en op zijn
achterwerk beproefde Bert de glijvastheid van het asfalt. Met de
regelmaat van de klok draaide Rossi zijn rondjes en toen hij onder
zichtbare vreugde na vijftien ronden de zwart-wit geblokte vlag had
gepasseerd, was meteen het oude wedstrijdrecord van
Walter Villa (1976) met meer dan een minuut scherper gesteld.
De toeschouwers konden nog een paar verrassende rempogingen
aanschouwen, want eerst gingen Hansford en Ballington in de slag,
waarbij de wereldkampioen met 0,1 seconde zijn meerdere in de Australiër
moest bekennen en na de finish van Mang, zou Fernandez
er een nog spectaculairder vertoning van maken door veel te laat,
naast zijn opponent Baldé te remmen en daarna maar wijselijk
rechtdoor het gras in te sturen en genoegen te nemen met de
zesde plaats. Mamola pakte een zevende plek voor Freymond, Villa
en Soussan, terwijl Klaas Hernamdt (die de plaats van Ditchburn
als reserverijder kon overnemen) opnieuw beste Nederlander werd
(18e).
 |
|
Deelnemers TT 250cc '79 |
|
20-22 juni 1979, Grand Prix
Nederland, TT Assen |
|
Trainingstijden
250cc/350cc klasse Assen, de tijden zijn de snelste in de
betreffende trainingssessie. |
|
250cc |
350cc |
|
Pos |
Rijder |
1e
training |
2e
training |
3e
training |
4e
training |
Pos |
Rijder |
1e
training |
2e
training |
3e
training |
4e
training |
|
1. |
Kork Ballington |
3.14.9 |
3.08.7 |
3.05.6 |
3.25.8 |
1. |
Gregg Hansford |
3.11.9 |
3.16.5 |
3.01.4 |
3.27.9 |
|
2. |
Gregg Hansford
|
3.11.4 |
9.58.8 |
3.05.8 |
3.51.2 |
2. |
Walter Villa |
-- |
3.06.2 |
3.02.0 |
3.15.0 |
|
3. |
Anton Mang |
3.17.3 |
3.11.2 |
3.06.0 |
3.18.1 |
3. |
Michel Frutschi |
3.06.6 |
3.03.7 |
3.02.9 |
3.50.7 |
|
4. |
Walter Villa |
-- |
3.12.6 |
3.07.7 |
2.15.9 |
4. |
Pekka Nurmi |
3.10.2 |
3.05.6 |
3.03.4 |
-- |
|
5. |
Graziano Rossi |
3.13.1 |
3.08.0 |
3.10.1 |
3.28.0 |
5. |
Sadao Asami |
3.06.9 |
3.03.5 |
3.06.8 |
3.10.7 |
|
6. |
Randy Mamola |
3.16.3 |
3.11.7 |
3.09.3 |
3.16.5 |
6. |
Patrick Fernandez |
3.08.4 |
3.05.8 |
3.03.6 |
3.33.7 |
|
7. |
Jean-François Baldé |
3.16.8 |
3.10.5 |
3.09.8 |
3.36.9 |
7. |
Kork Ballington |
3.06.2 |
3.06.7 |
3.03.7 |
3.43.7 |
|
8. |
Victor Palomo |
3.17.6 |
3.12.3 |
3.10.1 |
4.00.1 |
8. |
Patrick Pons |
3.04.6 |
3.05.4 |
3.06.1 |
3.34.8 |
|
9. |
Olivier
Chevallier |
3.19.8 |
3.14.1 |
3.10.1 |
3.28.7 |
9. |
Anton Mang |
3.10.6 |
3.08.9 |
3.04.9 |
3.16.6 |
|
10. |
Vic Soussan |
3.17.4 |
3.13.7 |
3.10.3 |
-- |
10. |
Victor Palomo |
3.10.9 |
3.06.8 |
3.05.1 |
4.02.0 |
|
11. |
Edi Stöllinger |
-- |
3.15.3 |
3.10.3 |
3.24.6 |
11. |
Eero Hyvärinen |
3.09.3 |
3.07.9 |
3.05.3 |
3.16.7 |
|
12. |
Pekka Nurmi |
3.15.6 |
3.13.9 |
3.10.4 |
3.34.0 |
12. |
Pentti Korhonen |
3.06.9 |
3.06.9 |
3.05.6 |
3.28.5 |
|
13. |
Eric Saul |
3.17.2 |
3.13.6 |
3.10.6 |
3.28.6 |
13. |
Willem Zoet |
3.14.5 |
3.06.1 |
3.05.7 |
3.17.1 |
|
14. |
Jeffrey Sayle |
-- |
3.20.2 |
3.11.3 |
3.49.4 |
14. |
Gianfranco Bonera |
-- |
3.09.5 |
3.06.3 |
3.31.7 |
|
15. |
Patrick Fernandez |
3.16.5 |
3.12.3 |
3.11.4 |
3.30.5 |
15. |
Barry Ditchburn |
3.06.8 |
3.06.8 |
3.06.5 |
3.25.5 |
|
16. |
Roland Freymond |
3.13.4 |
3.13.3 |
3.11.9 |
3.18.0 |
16. |
Olivier Chevallier |
-- |
3.09.1 |
3.06.5 |
3.14.6 |
|
17. |
Reinhold Roth |
3.23.2 |
3.12.7 |
3.12.0 |
3.21.4 |
17. |
Richard Hubin |
-- |
3.10.2 |
3.06.5 |
4.17.1 |
|
18. |
Paolo Pileri |
3.15.4 |
3.12.2 |
3.14.5 |
3.18.8 |
18. |
Chas Mortimer |
3.12.5 |
3.06.6 |
3.17.6 |
3.36.8 |
|
19. |
Sadao Asami |
3.14.8 |
3.12.5 |
-- |
3.23.6 |
19. |
Roland Freymond |
-- |
3.08.0 |
3.06.7 |
3.18.9 |
|
20. |
Bert Struijk (#18) |
3.15.7 |
3.15.4 |
3.13.1 |
3.31.1 |
20. |
Alan North |
3.11.1 |
3.07.2 |
3.07.4 |
3.30.4 |
|
21. |
Hans Müller |
3.14.9 |
3.14.4 |
3.13.2 |
3.22.3 |
21. |
Jeffrey Sayle |
-- |
3.13.9 |
3.07.2 |
3.22.2 |
|
22. |
Barry Ditchburn |
3.14.2 |
3.13.4 |
3.22.7 |
3.24.7 |
22. |
Michel Rougerie |
3.08.5 |
3.09.1 |
3.07.5 |
3.50.4 |
|
23. |
Alan North |
6.18.6 |
3.13.4 |
-- |
4.10.5 |
23. |
Eric Saul |
3.12.9 |
3.20.8 |
3.07.9 |
3.47.3 |
| 24. |
Pentti Korhonen |
3.21.7 |
3.14.5 |
3.13.5 |
4.04.9 |
24. |
Didier de Radiguès |
3.19.5 |
3.08.3 |
3.08.2 |
3.23.9 |
| 25. |
Chas Mortimer |
-- |
3.14.1 |
3.14.4 |
3.24.6 |
25. |
Bert Struijk (#43) |
3.10.3 |
3.08.3 |
3.08.9 |
3.38.9 |
| 26. |
Richard Hubin |
-- |
3.14.1 |
3.15.3 |
4.07.7 |
26. |
Klaas Hernamdt |
3.08.6 |
3.08.8 |
-- |
3.14.7 |
| 27. |
Juup Bosman |
3.21.0 |
3.18.8 |
3.14.5 |
3.22.0 |
27. |
Graeme McGregor |
-- |
3.08.6 |
3.10.2 |
3.14.3 |
| 28. |
Rini van Kasteren |
3.19.6 |
3.16.0 |
3.15.0 |
3.28.3 |
28. |
Vic Soussan |
3.14.5 |
3.38.8 |
3.08.8 |
3.24.4 |
| 29. |
Harald Bartol |
-- |
3.15.0 |
-- |
-- |
29. |
Etienne Geeraerd |
3.15.2 |
3.11.5 |
3.08.9 |
3.49.8 |
| 30. |
Willem-Jan Nooteboom |
3.20.1 |
3.15.8 |
3.16.3 |
3.34.4 |
30. |
Mar Schouten |
3.10.7 |
3.11.2 |
3.09.4 |
3.26.2 |
|
Niet
gekwalificeerd: |
Niet
gekwalificeerd: |
| 31. |
Frank Steinhausen |
-- |
3.21.5 |
3.16.9 |
3.23.4 |
31. |
Kenny Blake |
3.11.3 |
3.10.2 |
-- |
3.14.3 |
| 32. |
Klaas Hernamdt |
3.18.3 |
-- |
-- |
3.21.0 |
32. |
Murray Sayle |
-- |
3.23.3 |
3.12.2 |
3.43.5 |
| 33. |
Olivier Liegeois |
3.27.9 |
3.20.4 |
3.18.6 |
3.51.8 |
33. |
Carlos Lavado |
3.19.7 |
3.12.5 |
3.12.4 |
3.27.3 |
|
Frank Steinhausen en Klaas Hernamdt,
dus eerste en tweede reserve, konden wel starten door
twee blessures. |
|
34. |
Piet van der Wal |
-- |
3.16.2 |
3.14.3 |
3.21.3 |
| 35. |
Walter Hoffmann |
3.45.9 |
3.20.4 |
3.18.9 |
-- |
| 36. |
Paolo Pileri |
-- |
3.54.0 |
-- |
3.21.4 |

 |
|
Bert voor Victor
Palomo in de 250cc TT. |
 |
 |
|
Bert Struijk
onderuit in de 250cc. |
Nederlands kampioen,
Bert Struijk, zou in 'zijn' klasse, de 250, ongetwijfels de sterkste
'thuisrijder' zijn geweest. Op de 16e plaats rijdend, tijdens de tiende
ronde, in duel met de Spanjaard Victor Palomo, verdween hij echter
vijf ronden voor het einde, met een spectaculaire schuiver, in de Geert-Timmerbocht voor start/finish pardoes en definitief uit de race.
Hij stond gelukkig ongedeerd weer op om naar het applaudiserende publiek
te zwaaien. Later bleek dat zijn versnellingsbak olie op zijn achterwiel
had gelekt, waardoor hij onderuit ging. Nu werd Klaas Hernamdt, met zijn 18e plek, een plaatsje voor
Rini van Kasteren, beste Nederlander. Klaas Hernamdt had in de 250cc
klasse geluk dat Harald Bartol niet van start ging en Barry
Ditchburn, na een val in de 350cc, niet kon starten. Zodoende kon
Klaas, die als tweede reserve gekwalificeerd stond na de trainingen,
toch van start gaan. Hernamdt en Van Kasteren waren de enige Nederlanders
die de finish haalden, Juup Bosman en Willem-Jan Nooteboom vielen tegen
het einde van de race uit met mechanische problemen. Klaas werd eveneens
in de 350cc klasse, de laatste race in deze klasse tijdens de TT ooit,
beste Nederlander, door als twaalfde te eindigen, helaas net buiten de
punten. Bert en Willem Zoet vielen uit met pech. Na het seizoen 1979
hield de 350cc klasse op te bestaan.
|
23 juni 1979,
Grand Prix Nederland, circuit Assen (TT) |
|
250cc |
Grid |
350cc |
Grid |
| 1. |
Graziano
Rossi |
I |
Morbidelli |
46.12.2 |
5e |
1. |
Gregg Hansford |
AUS |
Kawasaki |
48.41.0 |
1e |
| 2. |
Gregg Hansford |
AUS |
Kawasaki |
46.19.2 |
2e |
2. |
Patrick Fernandez |
F |
Yamaha |
49.01.2 |
6e |
| 3. |
Kork Ballington |
Zaf |
Kawasaki |
46.19.3 |
1e |
3. |
Walter Villa |
I |
Yamaha |
49.03.6 |
2e |
| 4. |
Anton Mang |
D |
Kawasaki |
47.04.3 |
3e |
4. |
Anton Mang |
D |
Kawasaki |
49.06.9 |
9e |
| 5. |
Jean-François
Baldé |
F |
Kawasaki |
47.19.0 |
7e |
5. |
Michel Frutschi |
CH |
Yamaha |
49.07.2 |
3e |
| 6. |
Patrick Fernandez |
F |
Yamaha |
47.25.0 |
15e |
6. |
Graeme McGregor |
AUS |
Yamaha |
49.31.0 |
27e |
| 7. |
Randy Mamola |
USA |
Yamaha |
|
6e |
7. |
Jeffrey Sayle |
AUS |
Yamaha |
49.31.0 |
21e |
| 8. |
Roland Freymond |
CH |
Yamaha |
16e |
8. |
Pentti Korhonen |
SF |
Yamaha |
|
12e |
| 9. |
Walter Villa |
I |
Yamaha |
4e |
9. |
Olivier
Chevallier |
F |
Yamaha |
16e |
| 10. |
Vic Soussan |
AUS |
Yamaha |
10e |
10. |
Gianfranco Bonera |
I |
Yamaha |
14e |
| 11. |
Edi Stöllinger |
A |
Kawasaki |
11e |
11. |
Didier de Radiguès |
B |
Yamaha |
24e |
| 12. |
Eric Saul |
F |
Yamaha |
13e |
12. |
Klaas Hernamdt |
NL |
Yamaha |
26e |
| 13. |
Hans Müller |
CH |
Yamaha |
21e |
13. |
Etienne Geeraerdt |
B |
Yamaha |
29e |
| 14. |
Richard Hubin |
B |
Yamaha |
26e |
|
| 15. |
Jeffrey Sayle |
AUS |
Yamaha |
14e |
| 16. |
Victor Palomo |
ES |
Yamaha |
8e |
| 17. |
Chas Mortimer |
GB |
Yamaha |
25e |
| 18. |
Klaas Hernamdt |
NL |
Yamaha |
32e |
| 19. |
Rinus van Kasteren |
NL |
Yamaha |
28e |
| 20. |
Frank Steinhausen |
CAN |
Yamaha |
31e |
| 21. |
Juup Bosman |
NL |
Yamaha |
27e |
01-07-1979
Grand Prix België, Francorchamps

|
29/30
juni 1979 trainingen, Grand Prix
België, circuit Spa-Francorchamps.
|
|
De
rijders waarvan de trainingstijden in het wit met zwarte
achtergrond staan gingen niet van start in de race, vanwege
de gladde omstandigheden van het circuit, of gedwongen (zoals Jack
en Boet) door omstandigheden. |
|
Trainingstijden
50cc |
Trainingstijden
125cc |
Trainingstijden
250cc |
Trainingstijden
500cc |
| 1. |
Eugenio Lazzarini |
3.14.9 |
1. |
Angel Nieto |
3.02.3 |
1. |
Chas Mortimer |
2.58.3 |
1. |
Johnny Cecotto |
2.50.9 |
| 2. |
Stefan Dörflinger |
3.15.9 |
2. |
Ricardo Tormo |
3.03.1 |
2. |
Walter Villa |
2.58.6 |
2. |
Michel
Rougerie |
2.50.9 |
| 3. |
Ricardo Tormo |
3.16.1 |
3. |
Ernst Gaferer |
3.04.1 |
3. |
Graeme McGregor |
2.58.6 |
3. |
Jack
Middelburg |
2.50.9 |
| 4. |
Gerhard Waibel |
3.20.0 |
4. |
Eugenio Lazzarini |
3.05.0 |
4. |
Didier de Radiguès |
2.59.0 |
4. |
Boet van Dulmen |
2.52.2 |
| 5. |
Patrick Plisson |
3.20.0 |
5. |
Hans Müller |
3.06.0 |
5. |
Randy Mamola |
2.59.9 |
5. |
Steve Parrish |
2.52.5 |
| 6. |
Rolf Blatter |
3.22.9 |
6. |
Walter Koschine |
3.06.2 |
6. |
Jean-Marc Toffolo |
2.59.9 |
6. |
Barry Sheene |
2.53.1 |
| 7. |
Wolfgang Müller |
3.29.0 |
7. |
Giampaolo Marchetti |
3.06.3 |
7. |
Etienne Geeraerd |
3.00.2 |
7. |
Randy Mamola |
2.53.1 |
| 8. |
Claudio Lusuardi |
3.24.9 |
8. |
Gert Bender |
3.06.5 |
8. |
Gregg Hansford |
3.00.6 |
8. |
Dennis Ireland |
2.54.4 |
| 9. |
Serge Julin |
3.26.9 |
9. |
Marcelino García |
3.06.5 |
9. |
Murray Sayle |
3.01.2 |
9. |
Alex George |
2.54.6 |
| 10. |
Hagen Klein |
3.27.1 |
10. |
Maurizio Massimiani |
3.06.6 |
10. |
Edi Stöllinger |
3.01.3 |
10. |
Marco Lucchinelli |
2.55.4 |
| 11. |
Ezio Saffiotti |
3.27.5 |
11. |
Michel
Rougerie |
3.06.7 |
11. |
Michel Siméon |
3.01.4 |
11. |
Christian Sarron |
2.55.5 |
| 12. |
Enrico Cereda |
3.28.0 |
12. |
Martin van Soest |
3.06.8 |
12. |
Guy Origer |
3.01.9 |
12. |
Alain Nies |
2.56.3 |
| 13. |
Gerrit Strikker |
3.28.9 |
13. |
Thierry Noblesse |
3.07.7 |
13. |
Olivier Liegeois |
3.02.4 |
13. |
Gary Lingham |
2.56.4 |
| 14. |
Theo Timmer |
3.28.9 |
14. |
Barry Smith |
3.07.7 |
14. |
Graziano Rossi |
3.02.6 |
14. |
Tony Head |
2.56.7 |
| 15. |
Henk van Kessel |
3.29.0 |
15. |
Fernando De Nicolás |
3.07.9 |
15. |
Richard Hubin |
3.02.6 |
15. |
Jacky Matagne |
2.58.4 |
| 16. |
Peter Looijesteijn |
3.29.9 |
16. |
Harald Bartol |
3.08.0 |
16. |
Yoshimi Matsumoto |
3.02.9 |
16. |
Philippe Coulon |
2.58.5 |
| 17. |
Aldo
Pero |
3.30.1 |
17. |
Stefan Dörflinger |
3.09.0 |
17. |
Paolo Pileri |
3.03.6 |
17. |
Franco Uncini |
2.59.3 |
| 18. |
Jacky
Hutteau |
3.30.2 |
18. |
Jan Huberts |
3.09.0 |
18. |
Alain Nies |
3.03.6 |
18. |
Gianni Rolando |
2.59.4 |
| 19. |
Hans-Jürgen
Hummel |
3.31.0 |
19. |
Pierpaolo Bianchi |
3.09.3 |
19. |
Jeffrey Sayle |
3.03.6 |
19. |
Wil Hartog |
2.59.7 |
| 20. |
Rudolf
Kunz |
3.32.1 |
20. |
August Auinger |
3.09.7 |
20. |
Oronzo Memola |
3.04.0 |
20. |
Kenny Blake |
2.59.8 |
| 21. |
Cees van Dongen |
3.32.6 |
21. |
Henk van Kessel |
3.10.4 |
21. |
Bert Struijk |
3.04.2 |
21. |
Franck Gross |
3.00.2 |
| 22. |
Ingo Emmerich |
3.32.7 |
22. |
Patrick Plisson |
3.10.9 |
22. |
José Lazo |
3.04.3 |
22. |
Willem Zoet |
3.00.5 |
| 23. |
Joaquin Galí |
3.33.0 |
23. |
Peter Looijesteijn |
3.11.2 |
23. |
René Delaby |
3.04.5 |
23. |
Kenny Roberts |
3.01.4 |
| 24. |
Gerhard Singer |
3.33.2 |
24. |
Patrick Hérouard |
3.12.0 |
24. |
Jacques Bolle |
3.04.6 |
24. |
Ikujiro Takai |
3.01.6 |
| 25. |
Alain Hannecart |
3.34.3 |
25. |
Jean-François Lecureux |
3.12.0 |
25. |
Patrick Fernandez |
3.04.7 |
25. |
Giovanni Pelletier |
3.02.0 |
| 26. |
Daniel Corvi |
3.34.5 |
26. |
Francois Granon |
3.12.2 |
26. |
Vic Soussan |
3.04.9 |
26. |
Olivier Liegeois |
3.02.0 |
| 27. |
Stefan
Danielsson |
3.35.2 |
27. |
Paul Bordes |
3.12.7 |
27. |
Rinus van Kasteren |
3.05.0 |
27. |
Bernard Fau |
3.02.3 |
| 28. |
Bruno Di Carlo |
3.36.0 |
28. |
Jean-Louis Guignabodet |
3.12.9 |
28. |
José Moreno |
3.05.3 |
28. |
Henk de Vries |
3.02.9 |
| 29. |
Faure |
3.36.4 |
29. |
Clive Horton |
3.13.0 |
29. |
Reinhold Roth |
3.05.3 |
29. |
Sergio Pellandini |
3.03.0 |
| 30. |
Rudi Oosting |
3.36.6 |
30. |
Cees van Dongen |
3.13.1 |
30. |
Patrick de Radiguès |
3.05.5 |
30. |
Olivier
Chevallier |
3.04.0 |
| 31. |
Jos Dieteren |
3.36.8 |
31. |
Anton Straver |
3.13.5 |
31. |
Valerio Pessotto |
3.05.6 |
31. |
Gustav Reiner |
3.04.0 |
| 32. |
Marcel v/d Steene |
3.37.1 |
32. |
René
Renier |
3.14.6 |
32. |
José Tellevia |
3.05.7 |
32. |
Carlo Perugini |
3.04.1 |
| 33. |
Ramon Gali |
3.37.3 |
33. |
Jean-Paul Magnoni |
3.16.0 |
33. |
Sobral |
3.06.1 |
33. |
Fernando De Nicolás |
3.04.3 |
| 34. |
Hermano Sande |
3.37.9 |
34. |
Werner Steege |
3.16.0 |
34. |
Michel Steven |
3.06.4 |
34. |
Virginio Ferrari |
3.05.5 |
| 35. |
Reiner Scheidhauer |
3.38.3 |
35. |
Bruno Kneubühler |
3.16.1 |
35. |
Sadao Asami |
3.06.5 |
35. |
Elmar Renner |
3.05.5 |
| 36. |
Ton Kooyman |
3.39.1 |
36. |
Per-Edvard Carlsson |
3.16.2 |
36. |
Eero Hyvärinen |
3.06.6 |
36. |
Gerhard Vogt |
3.05.6 |
| 37. |
Günter Schirnhofer |
3.40.6 |
37. |
Marc-Anton Constantin |
3.16.2 |
37. |
Fernando De Nicolás |
3.06.7 |
37. |
Seppo Rossi |
3.06.2 |
| 38. |
Chris Baert |
3.42.0 |
38. |
Bernard Murray |
3.16.8 |
38. |
Jean-François Baldé |
3.07.0 |
38. |
John Newbold |
3.06.3 |
| 39. |
Robert Evrard |
3.43.7 |
39. |
Freddy Blaise |
3.18.5 |
39. |
Roger Kockelman |
3.07.1 |
39. |
Graziano Rossi |
3.06.4 |
|
40. |
Gilbert Blanckaert |
3.43.7 |
40. |
Matti Kinnunen |
3.18.5 |
40. |
Armand Gras |
3.07.7 |
40. |
Etienne Geeraerd |
3.06.5 |
|
41. |
Otto Machinek |
3.46.2 |
41. |
Yves Dupont |
3.19.1 |
41. |
Kork Ballington |
3.08.3 |
41. |
Josef Hage |
3.06.9 |
|
42. |
René Loge |
3.48.8 |
42. |
Paul Ramon |
3.23.2 |
42. |
Carlos Lavado |
3.08.7 |
42. |
Dieter Heinen (D) |
3.07.1 |
|
43. |
Laporte |
3.48.8 |
43. |
Jean-Claude Baele |
3.23.3 |
43. |
Klaas Hernamdt |
3.09.7 |
43. |
Max Wiener |
3.11.1 |
|
44. |
Ove Skifjeld |
3.49.1 |
44. |
José de Faveri |
3.24.5 |
44. |
Jean-Claude Baele |
3.10.6 |
44. |
Timo Pohjola |
3.11.2 |
|
45. |
Michel Stree |
3.56.9 |
45. |
Stefano Feretti |
3.25.1 |
45. |
Josef Hage |
3.10.7 |
45. |
Sadao Asami |
3.11.9 |
|
46. |
Dirk van der Donckt |
4.06.2 |
46. |
Alain Plunus |
3.28.9 |
46. |
Harald Merkl |
3.10.7 |
46. |
Toni
Garcia |
3.19.2 |
|
47. |
Georges Fissette |
4.12.3 |
47. |
Luc Beugnier |
3.29.3 |
47. |
Eric Saul |
3.10.7 |
47. |
Steve Manship |
3.19.9 |
| |
48. |
Chris Baert |
3.32.9 |
48. |
Hans Müller |
3.11.1 |
48. |
Philippe Chaltin |
3.22.0 |
|
49. |
Eddy Goffinet |
3.39.0 |
49. |
Raymond Roche |
3.12.1 |
49. |
Manfred Heinen (B) |
3.22.4 |
|
50. |
Rolf Blatter |
9.99.9 |
50. |
Börge Nielsen |
3.12.5 |
50. |
Roland Mullender |
3.27.0 |
|
51. |
Guy Collard |
9.99.9 |
51. |
Olivier
Chevallier |
3.12.6 |
51. |
Guy Cooremans |
3.42.3 |
| |
52. |
Roland Freymond |
3.12.6 |
52. |
Börge Nielsen |
9.99.9 |
|
53. |
Reino Eskelinen |
3.12.9 |
53. |
Peter Sjöström |
9.99.9 |
|
54. |
Frank Steinhausen |
3.14.3 |
|
|
55. |
Giancarlo Bet |
3.14.9 |
Het circuit van Francorchamps in België
had een nieuwe asfaltlaag gekregen die twee dagen voor het begin van de
trainingen pas gereed was en dit gaf flinke problemen. Tijdens de
trainingen viel de ene coureur na de andere van zijn motor. De
regenrijders waarvan Jack Middelburg er zeker ook een was stonden na de trainingen
bovenaan. Randy Mamola de durfal uit Amerika klokte de snelste
trainingstijd en Jack de vijfde. Er bleek dat een teerwagen zoveel gemorst
had dat zelfs een van de stoomwalsen die week uit een van de bochten was
geslipt! De topcoureurs Roberts, Sheene, Ferrari en Hartog
onderhandelden met de organisatie en de FIM (de international
motorsportfederatie, Federation Internationale Motorcycliste) over het wel of niet rijden van de Belgische Grand
Prix. Uiteindelijk trokken alle fabrieksteams zich op zaterdag terug van
deelname. Op dat moment waren er al tienduizenden supporters in België
aanwezig. Toen deze er achterkwamen dat de toprijders niet van start
zouden gaan braken er onlusten uit. Auto's werden op de kant gegooid en
in brand gestoken en de hele nacht stonden langs het circuit de
strobalen in brand. Diverse gewonden moesten na vechtpartijen opgenomen
worden in het ziekenhuis. Jack en Van Dulmen zouden in eerste instantie wel
van start gaan, omdat zij vonden dat het ook glad was als het regende en
men de tienduizenden supporters die onderweg waren naar het circuit niet
wilden teleurstellen. Maar nadat ze door Nederlandse "supporters" van Wil
Hartog waren bedreigd dat men flessen bier op de baan zou gooien
als ze voorbij kwamen, i.v.m. een gebrek aan solidariteit, trokken
die zich ook terug. Deze beslissing werd uiteindelijk door hun beider
manager Jan Muis genomen, want toen ze 's-morgens uit bed kwamen had hij
al hun spullen al in laten pakken. Uiteindelijk reden ze een paar uur
voor de start onder politiebegeleiding naar huis, terwijl de politie de
raddraaiers nog met traangas bezig was uit elkaar te drijven. Er gingen
toch nog 21 rijders van start in de 500cc klasse, waarvan er slechts 10
de finish haalden, dus allen in de punten. Tiende werd de Duitser Dieter
Heinen en die had maar liefst vier ronden achterstand op de winnaar! Voor de meesten zullen dit
alle punten geweest zijn die ze in hun carrière in een GP gehaald
hebben. Uiteindelijk won de Nieuw-Zeelander Dennis Ireland de 500cc klasse. De
Nederlandse coureur Henk van Kessel won zelfs door het terugtrekken van
de fabrieksteams en overige toppers de lichtste klasse, de 50cc, voor
zijn landgenoot Theo Timmer. Dit was voor ex-wereldkampioen Van
Kessel, zijn eerste overwinning in de "borrelklasse" sinds hele
lange tijd. De eerste startrij, van zes coureurs, bleef in de 50cc
klasse overigens volledig leeg, deze gingen o.a. niet van start. Dit
gebeurde in alle klassen die dag.
Wat een grandioze opening van het nieuwe circuit van Spa-Francorchamps had moeten worden,
was uitgedraaid op een deceptie van de eerste orde. Nadat alle wereldsterren al in de training tot de conclusie waren gekomen, dat de verse asfaltlaag van de piste veel te glad was om op fatsoenlijke wijze de vele pk's van de fabrieksmachines onder controle te
houden, besloten de topcoureurs tot eendrachtige staking. Dit had tot gevolg, dat de vele tienduizenden toeschouwers uit binnen- en buitenland op zondag getuige waren van
wedstrijden, waarin coureurs van het tweede ofwel derde garnituur met de ereprijzen aan de haal gingen.
Slechts in één categorie, de zijspanklasse, kwamen alle topmensen aan de start en kon het publiek een
volwaardig GP-startveld aan het werk zien, waarin Biland, Steinhausen en
Schwärzel een fantastisch duel om de eerste plaats uitvochten, doch deze strijd kon in de verste verte geen genoegdoening geven voor hetgeen waarvoor men
eigenlijk naar het Ardennen-circuit was gekomen. Rolf Steinhausen en Kenny Arthur wonnen de aantrekkelijke
B2-A race. Door het wegblijven van de toppers was er volop gelegenheid voor andere coureurs om eens het
ereschavotje te beklimmen en de Nederlanders spraken daarbij een woordje mee. Zo won Henk van Kessel voor Theo Timmer de 50cc categorie, terwijl Martin van Soest in de 125cc klasse, die door de Australische Veteraan Barry Smith werd gewonnen, tien punten mocht
incasseren. Dennis Ireland pakte de halveliterrace (met Henk de Vries als vijfde)
voor Kenny Blake en Gary Lingham. Edi Stöllinger pakte de winst in de 250cc klasse.
Bert Struijk ging wel van start in de kwartliterklasse, maar zette zijn Yamaha
na een ronde aan de kant. Bert besloot na de Belgische GP op Francorchamps, dat hij niet
meer uit zou komen in de Grand Prix. Hij vond het voorlopig verstandiger
om zich te richten op de nationale races. Het was nu interessant wat er
ging gebeuren met zijn plaats op de internationale grading-list, die
organisaties van Grand Prix wedstrijden hanteerden bij het weggeven van
startbewijzen. Wie zijn plaats zou overnemen, kon men bijna niet
weigeren. Rini van Kasteren, de nummer twee van '78 in de 250cc, vond
dat hij degene was die voor dat startbewijs in aanmerking diende te
komen. Hij had juist een paar dagen eerder zijn Grand Prix debuut
gemaakt tijdens de door vele toppers geboycotte GP van België op
Spa-Francorchamps, als lid van de NMB. Rini werd hier tiende en vond dat
hij daarom recht had op het startbewijs van Bert.
De training: Aankondiging van een debacle
 |
 |
|
Johnny
Cecotto bekijkt de toestand van zijn banden m.b.t. de
omstandigheden van de baan. |
| | |