Een
paar weken voor aanvang van het seizoen kwam ik Jack tegen in een winkel
waar ze auto-artikelen verkopen. Ik vroeg hem naar zijn plannen voor het
komende seizoen. Je kon merken aan hem dat hij het zat was. Elke keer de
sponsorperikelen, de beloftes die niet nagekomen werden, de financiële
ellende die dat allemaal met zich meebracht. Ook dit jaar weer, Honda
had hem bepaalde toezeggingen gedaan en kwam die weer eens niet na,
zoals anderen dat zo vaak hadden gedaan in het verleden. De ruzie met zijn motormaat
Boet van Dulmen, waar hij zeker veel problemen mee had. Ook de lichamelijke
gebreken speelden hem parten en je merkte dat hij het hele
motorsportwereldje een beetje zat was, dus het liegen en bedriegen wat
er ook gedaan werd en waar hij absoluut niet tegen kon. Jack was een
man van "een woord een woord" en geen gelul. Hij zou dit
seizoen af gaan bouwen, rustig wat Nederlandse wedstrijden rijden, een
paar Grand-Prix en dan stoppen. Hoe anders zou het allemaal lopen.....
De SNRT had alle moeite om sponsors
binnen te krijgen om eventueel nieuwe Honda's voor Jack aan te schaffen.
De produktieracers van Honda kwamen dit jaar uit met het zgn.
ATAC-systeem, wat ook op de fabrieksmachines van Honda, ook in 1983,
werd toegepast. Dit hield in dat elke uitlaatpijp een ATAC-kamer had,
waardoor het volume van de uitlaatpijpen vergroot dan wel verkleind kon
worden. Hierdoor leverde de Honda meer trekkracht bij lage toeren en bij
hoge toeren, als de kleppen gesloten waren, leverde dit een hoger
topvermogen op (de SNRT kreeg een jaar later wel de financiën rond om
deze prachtige machines te kopen, maar toen had men geen echte topper
meer om ze te besturen......). Even was er ook een klein beetje hoop op fabrieksmateriaal van Yamaha. Men
zocht bij Yamaha een derde coureur naast Eddie Lawson en Virginio Ferrari.
Kees vd Hoeven van Yamaha IMN ging naar Doi San de racemanager van
Yamaha om voor Jack te pleiten. De Japanner zag dit wel zitten, maar
helaas kon Yamaha alleen door de sponsor Marlboro, zijn GP-team in stand
houden en degene die die sponsorgelden beheerde was niemand anders dan
Agostini. Deze wilde liever een jongere coureur in zijn team.
Uiteindelijk zou er niet een andere coureur aan het team toegevoegd
worden. Eddie Lawson werd uiteindelijk wereldkampioen in 1984 en
Virginio Ferrari bakte er niet veel van..
Begin van het jaar overlijdt Jack's steun en toeverlaat in tijden van
blessures, dr. Joan Derweduwen. De
Belgische orthopedische chirurg overleed aan één van de meest slopende
vormen van kanker. Hij was dé chirurg van heel veel mensen uit de
gehele sportwereld en daarbuiten. Jack nam wel een heel apart plekje in
bij Derweduwen. Hij zei dan ook bij het graf van zijn vriend op 4
februari 1984: 'Als ik Joan niet had gekend, zou ik nu invalide zijn
geweest en had niemand mij nog op een motor gezien. Ook vroeg hij zich
hardop af, waar men nu terecht moest. Op de begrafenis waren ruim 1000
kennissen, vrienden en patiënten aanwezig, naast de familie, die hem de
laatste eer brachten. Onder hen vele Nederlandse en Belgische
topsporters.
Maart 1984
artikel Taptoe.
25-03-1984
Nationale races Heeswijk
Deelnemers 500cc
Heeswijk
1.
Jack Middelburg
2.
Rob
Punt
3.
Henk
de Vries
4.
Bobo
van Eijk
5.
Henny
Boerman
7.
Peter Smetsers
8.
John Schreuder
9.
Maarten Duyzers
10.
Albert Bosch
12.
Rob Beute
16.
Peter Lemstra
22.
Jack Dekkers
24.
Peter Langeslag
26.
Ad Slot
27.
Gerrit van de
Leest
29.
Dick de Ridder
30.
Gerard van Ham
41.
Geert Jelis
43.
Johnny Willemsen
45.
Rene Stokhof-de
Jong
46.
Peter Oudejans
47.
Wim Dijk
48.
Wim
van Maris
49.
Hans de Wit
50.
Joey van Roeden
55.
Sjaak van Zweden
96.
Hans Scheuffens
De
eerste Grand Prix in Zuid-Afrika op het circuit van Kyalami liet Jack aan
zich voorbij gaan. De ex-coureur Rini van Kasteren nam de monteursbaan
van Albert Siegers over en op 25 maart 1984 nam Jack voor het laatst
plaats op de hoogste trede van een erepodium. Dit gebeurde tijdens
nationale wedstrijden op het circuit van Heeswijk, waar hij beide
manches wist te winnen.
Een week later op 1
april 1984 waren de eerste wedstrijden voor het NK op het stratencircuit van Tolbert
waar hij in 1979 al een ernstig ongeluk had gehad. Waarschijnlijk door
te koude banden valt Jack, terwijl hij Rob Punt (overleden
februari 2005) in de 2e ronde
voorbij tracht te gaan. Jack gaat bij deze manoeuvre onderuit en een
verschrikkelijk ongeluk is het gevolg. Op de zeer smalle baan zijn bijna
geen uitwijkmogelijkheden en het hele veld zit nog bij elkaar..... De
Honda van Jack stuitert via de strobalen terug de baan op. Diverse
coureurs onder wie Van Dulmen raken Jack en zijn Honda. Het is een
wirwar van motoren en coureurs die over de baan rollen en diverse
coureurs raken gewond. Jack staat niet meer op en wordt naar het
ziekenhuis in Groningen vervoerd waar hij een urenlange operatie
ondergaat. Hij heeft vele verwondingen, maar de ergste zijn aan het
hoofd. Tijdens de crash was de helm van zijn hoofd gevlogen. Jack
overleed op dinsdag 3 april... Het zou nooit meer
hetzelfde zijn op en rond de circuits. Tijdens de kerkdienst en op de
begraafplaats waren duizenden mensen aanwezig om afscheid te nemen van
een groot motorsportman en mens. In de kerk waren 1000 zitplaatsen
en velen hadden een staanplaats gevonden, terwijl er ook buiten de kerk
nog honderden mensen stonden, die niet naar binnen konden. In de kerk
deed o.a. Wil Hartog een ontroerende toespraak. Op de begraafplaats
stonden nog eens duizenden mensen te wachten. Het journaal werd met
Jack's overlijden geopend
en de kranten stonden vol, Jack was niet meer.....
v.l.n.r.:
Henk de Vries, Theo Timmer, Anton Straver, Wim Felen, Rinus van
Kasteren, Ad Slot en Wil Hartog.
Op 6 april werd Jack begraven, zijn
kist werd gedragen door collega coureurs, (Wim Felen, Ad Slot (kwam zelf in 1989 om het
leven tijdens TT F1 races op Assen), Henk de Vries, Theo
Timmer, Rinus van Kasteren en Anton Straver) allen in racepak, Wil Hartog
ging de stoet vooraf en droeg Jack's helm. Van
de buitenlandse topcoureurs waren er vele bloemstukken, bij afwezigheid,
omdat het Grand Prix seizoen van start was gegaan.
Door
de snelheid van zijn blijmoedig leven was hij snel aan het aardse
eindpunt.
Aktueel
'84
De
duizenden fans, ze waren erbij
toen Jack zijn grote successen behaalde.
Maar ze lieten ook geen verstek gaan toen de Westlandse
motorcoureur zijn allerlaatste meters aflegde.
De Ontmoetingskerk in Naaldwijk, waar vrijdag de
rouwplechtigheid plaatshad, was vele malen te klein en langs de
route naar de begraafplaats stond een hoeveelheid belangstellenden
als gold het de begrafenis van een staatshoofd. Geliefd en
populair was hij. Oud-coureur Wil Hartog,
bestuursleden van de motorbond en voormalig sponsor Peter
Lagendijk benadrukten dit in hun speech. "De
vele dalen in je leven,"
sprak Hartog, "die kwam je
altijd door, dankzij je
formidabele karakter. Je toonde
altijd enthousiasme en blijdschap in je sport, maar die finish,
die heb je niet zo bedoeld."
Jos Vaessen, secretaris
van de KNMV, noemde Jack
Middelburg “eenin hoofdletters geschreven legende".
Een zestal motorcoureurs, onder
wie Ab Slot Jacks "leerling"
- bracht de kist naar de groeve. Tussen
de velen die hier de laatste eer aan Jumping Jack brachten bevond zich de op krukken lopende coureur Mar Schouten, die op de fatale eerste april eveneens in Tolbert gewond
raakte.
Vallen
en weer opstaan,het heeft de carrière van de Westlander
Jack Middelburg veel hoogte- en dieptepunten gegeven.
Maar hij ging vooral in minder belangrijke wedstrijden of
tijdens trainingsritten onderuit. In de vele gesprekken die ik in
de loop der jaren met hem had, sprak
hij daar menigmaal zijn
ergernis over uit. Vlak voor een race vroeg hij wel eens of ik hem
- als dat zo uitkwam - met het verversen van een verband wilde
helpen. Jack zat altijd in de
lappenmand. Hij liep mank, was
gespalkt of bepleisterd, een vaste klant van dokter Derweduwen. Van de motor was hij niet
af te slaan. De pijn verbijtend kwam hij kort na zware valpartijen de medische
keuringen door, simulerend dat er niets aan de hand was.
In Tolbert,
waar hij vorige week verongelukte was
hij in 1979 al eens ten val gekomen. Hij
vertelde hierover: "Dat was na Silverstone,
waar ik een gespleten
scheenbeen en 'n gebroken hand opliep. Vier weken later reed ik
weer in Assen en 'n week erna een kampioensrace
in Tolbert Eerst reed ik de vijfhonderd cc.
Die heb ik gewonnen. Daarna
werd ik derde in de driehonderdvijftig en daarna vertrok ik in de
zevenhonderdvijftig klasse. De motor had geen goeie remmen, was
niet helemaal honderd procent, maar ik had in die klasse al 'n
paar wedstrijden gewonnen en dacht er wat gemakkelijk over.
In een klein bochtje trok ik 'm van achteren weg.
Ik stuur tegen en toen klapte die om.Ik vloog een
boom in en brak hetzelfde been, waar
die ijzeren plaat in zat. Daar tob ik nu al 21 maanden mee."
Overigens was het andere been, waarvan
hij in 1975 de hiel had gebroken. Met de vraag of hij door
al dat vallen nu wat voorzichtiger was geworden,
wist hij nooit goed raad. "Kijk,"
antwoordde hij drie jaar geleden vlak voor de TT in Assen, "als
je d'r in eenwedstrijd
afvalt, omdat je knokt met 'n
man of vier. Dat vind ik
geen schande. Niet dat het hoort, dat
niet. Maar als je in een training door onoplettendheid valt,
dan vind ik dat 'n
beetje lullig. In Amerika heb
ik ook 'n keer zoiets stoms gehad. Na de officiële training werd
er afgevlagd en ik reed uit. Precies op de streep kijk ik hoeveel
toeren die fiets maakte. Ik zie
het
niet goed en kijk nog 'n
keer.
Daardoor
was ik in de bocht te laat met remmen en m'n
voorwiel gleed weg. Dat zijn dingen,
die
mogen eigenlijk
niet voorkomen.
Dan
denk je bij jezelf: klootzak.
Zonder
meer.
Daarom
heb ik voor 'n training
of een
gewoon wedstrijdje meer vrees dan voor Grand Prix's.
In
een Grand Prix rij ik veel meer geconcentreerd. Vooral als het
regent,
want
regenrijden kan ik behoorlijk. Dan voel ik me goed thuis."
Geliefd
onder collega's
De
alles-of-niets-mentaliteit die Middelburg op de circuits toonde,
was afwezig als hij niet in het leder gehuld was.
Ondanks
de malheur,
de
pijn, was hij meestal zeer optimistisch
en relativerend. Hij was geliefd in de rennerskwartieren,
de
nieuwste moppen kwamen van hem. Zijn vriendschap ging verder dan
het tonen van belangstelling. Als het moest, stond hij materiaal
af of leende zijn monteur uit als een collega-coureur in de
problemen zat. In zijn taaie, door littekens bedekte lijf zat veel
gevoel. Ik zat een keer met hem te eten toen op straat een jongen
met zijn bromfiets tegen een verkeerspaal reed.
Be.
En
met 'n
noodgang
bracht hij de aan een hand gewonde knaapnaar
het dichtstbijzijnde ziekenhuis.
Jack
zag zichzelf terug. De
grote successen die zijn carrière eveneens bevat,
veranderden
hem niet;
Jack
bleef een gewoon mens. Grootste passie: tussen vijf en half zeven
jokeren aan de stamtafel in café Dirk Staalduinen in Honselersdijk.
Verder
niks bijzonders.
Ja,
bewondering
voor Stevie Wonder ("Ik waardeer mensen die ondanks een
handicap wat presteren").
Getrouwd
met Petra en 'n
zoontje,
Jackie.
De
beminnelijkheid verdween als er geracet moest worden.
Meerdere
coureurs lieten in de loop der jaren weten dat ze bang waren
Middelburg te passeren.
Niet
dat deze gevaarlijke
geintjes met hen flikte,
maar
vanwege het feit, dat hij het niet kon verkroppen dat een ander
hem voorbij stak.
"Ze
weten allemaal dat ik niet zomaar opgeef.
Ik
blijf terugkomen en probeer ze meteen weer terug te pakken.
Ze
moeten beseffen dat ze me moeilijk kunnen losrijden."
Deze
gedachtegang moet hem zondag 1 april in
het Groningse
Tolbert ook parten hebben gespeeld.
Dat
een subtopper als Rob Punt al dadelijk op kop reed, kon hij niet
verdragen.
Hij
ging in zijn onstuimigheid voorbij aan het feit dat zijn banden
nog niet warm genoeg waren voor de snelheid die hij op dat moment
koos.
Opnieuw
een fout in een race die eigenlijk niet zoveel
risico
waard was.
Het
feit dat hij op een ruimer opgezet permanent circuit meer
overlevingskansen had gehad, houdt niet in dat het racen op de geïmproviseerde
stratencircuits onverantwoord is.
Motorracen
blijft een riskante
sport. Zorgeloosheid bij de coureur maakt de bezigheid zelfs
levensgevaarlijk.
Was
Jack maar een keer echt bang geweest. Had hij dit seizoen
de motorhelm maar niet meer opgezet. Want toen de financiële
steun nog op zich liet
wachten,
had
hij al half besloten om met racen te stoppen.
Jack Middelburg zal de geschiedenis in gaan
als een onverbeterlijke liefhebber voor alles met een
motor en - vooral niet te vergeten - een humorist van
grote klasse. Ik zou hem dan ook geen grotere eer kunnen
bewijzen dan door het weergeven van enkele fraaie
anekdotes, zodat de mensen, die niet het geluk hebben
gehad, om hem van nabij mee te maken, toch een beter
inzicht in de persoonlijkheid van Jack kunnen krijgen.
Het lijkt me de beste hommage aan een man, die een zware
stempel op zowel de internationale, als de Nederlandse
motorsport heeft gedrukt, maar meer nog op de getrouwen
uit zijn naaste omgeving.
Natuurlijk zijn er
legio mensen die Jack beter hebben gekend dan ik, doch
als motorsportjournalist had ik direct al met hem te
maken in 1976 en werd een jaar later het eerste
interview gemaakt, toen hij in drie klassen
internationaal (je had indertijd in Nederland een
nationaal en een internationaal kampioenschap, de
internationalen waren de betere rijders die ook voor de
GP's in aanmerking kwamen) kampioen van Nederland
wist te worden. Natuurlijk was de verbintenis in eerste
instantie een zakelijke - met als oorzaak ons beider
belangen in de wegrace - maar bij een persoonlijkheid
als Middelburg werd dit automatisch een amicale relatie.
Die werd nog versterkt toen Middelburg zijn schreden in
de buitenlandse Grand Prix ging zetten, want dan ben je
als klein groepje Nederlanders vaak op elkaar aangewezen
in een rennerskwartier hier 2000 km. vandaan. Het
trefpunt vormde meestal de goed verzorgde camper van
vader Willem en moeder Dien, die hun snelle zoon al snel
naar de Grote Prijzen begeleidden. Onder de luifel van
die camper trof men elkaar en onder het genot van de
(liefdevol door moeder Dien aangedragen) versnaperingen,
kwamen de verhalen los, waarbij Jack veelal de
voorzetten gaf, al dan niet geholpen door de droge
opmerkingen van Willem en boezemvriend Hans Valstar. Met
een kop koffie in de ene hand en een 'zware van de
Weduwe' in de andere hand voelde Middelburg zich in zijn
element en vergat hij vaak de bijna constante pijn aan
zijn gekwetste been. De stemming zat er natuurlijk
helemaal in als Jack weer eens had gepresteerd om met
zijn productie-fiets een plaatsje op de voorste rij te
veroveren en de dure fabrieksjongens met lef had
afgetroefd. Zijn steevaste commentaar luidde dan altijd:
'Ja, ik heb wel even gek moeten doen om die tijd neer te
zetten'. Dat gek doen, betekende op het circuit, dat hij
soms over de grens had gereden en de motor tijdens die
bewuste ronde weer eens dwars had gestaan in een snelle
bocht. 'Als ik dat niet doe, dan verlies je weer een
halve seconde en sta je weer een paar plaatsen naar
achteren. Dat schiet niet op'. Bij zulke soort acties
kwam de bravoure van Jack naar voren, de
vechtersmentaliteit; de kwaliteiten die van een
middelmatig coureur een wereldtopper maken. Hij kon soms
onmogelijke dingen met een motorfiets doen. Een goed
voorbeeld daarvan was de TT-overwinning in 1980. De
Westlander behaalde deze riante zege met de
viercilinder-in-lijn Yamaha; nu niet direct de beste
productieracer die ooit is gebouwd... Je moet dan
overigens wel Jack Middelburg heten om tijdens de
laatste ronde vrolijk zwaaiend naar het duizendenkoppige
publiek langs te komen met hoge snelheid. De
snelheidsdrang van 'De Briet', 'Jumping Jack' of De
kassenbouwer uit Naaldwijk', uitte zich ook op de
openbare weg. De man hield van snelle auto's en als je
met hem per automobiel langs 's-Herens wegen op pad was
(veelal via de Duitse Autobahnen naar een buitenlandse
Grand Prix) vloog de tijd letterlijk om. Nu weet ik dat
Jack op de openbare weg zelden is ingehaald door een
andere auto, maar als zoiets gebeurde werd er ook
ogenblikkelijk melding van gemaakt. 'Ik doe toch iets
verkeerd, klonk het droogjes als hij langzaam, maar
zeker, de achterlichten van een Porsche Turbo eerder de
horizon zag bereiken dan hij. Zo zou hij een keer met
mij terugrijden naar Nederland vanuit Paul Ricard in
Zuid-Frankrijk. Dat weekend was ik op reis met een
geleende auto, een Citroën Visa, in Middelburgs ogen een
soort Solex onder de auto's. Nadat hij een keer
hoofdschuddend om dit notendopje was heengelopen, maakte
hij de opmerking: ik hoop dat je een kussen hebt
meegenomen'. Hoezo dan, Jack? 'Nou, daar kan ik mijn
hoofd achter verbergen als we het Westland binnen
rijden. Stel je voor dat iemand me hierin herkent!'
Diezelfde Middelburg was overigens wel zo sportief om te
bekennen dat het autootje eigenlijk best wel meeviel,
nadat de volgende ochtend was gebleken dat we er een
redelijk hoog gemiddelde mee hadden gereden.
Terwijl Jack zich
steevast in de hoogste regionen van de Koningsklasse
manifesteerde, was Mar Schouten actief in de
kwartlitercategorie. De concurrentie was in die tijd al
moordend en Mar kwalificeerde zich soms op de laatste
startrij. Toen Jack daar lucht van kreeg begaf hij zich
naar Schouten en zei: 'weet je wat jij moet doen?',
waarop de man uit Almkerk ontkennend reageerde.
'Achterstevoren op je machine gaan zitten, dan sta je
ook eens op de voorste startrij', grinnikte Middelburg
en het geschater was weer niet van de lucht. Zeker niet
bij Mar, die deze humor wel kon waarderen en ook wist,
dat deze opmerking goed bedoeld was. Ook ik moest het
regelmatig ontgelden en toen ik van Den Haag naar het
oosten des lands was verhuisd, kon Jack het niet nalaten
om daar enkele kwinkslagen aan te wijden. 'Je komt zeker
van het platteland Hansepans?'. 'Hoe raad je dat zo,
snelle sportvriend?' 'Nou, de stront zit nog op je
banden'. De reactie van 'de wijzen komen uit het
Oosten', had weinig effect meer na eenmalig gebruik,
want Middelburg had al snel geconcludeerd, dat zoiets
vroeger eens gebeurd was en nu niet meer gold.
Naast zijn
humoristische benadering van vele personen, had
Middelburg bovenal bewondering voor een groot aantal
collega's en ex-rijders. Een van zijn grootste
favorieten heette Mike Hailwood en Jack was behoorlijk
ondersteboven van diens plotselinge overlijden na een
verkeersongeval. De grootste admiratie kende hij voor
Kenny Roberts als collega en concurrent van dezelfde
generatie. De champagne smaakte extra zoet op
Silverstone, nadat hij in 1981 tijdens een rechtstreeks
duel de drievoudig wereldkampioen had verslagen, in een
race, die mijns inziens de beste is geweest uit Jack's
carrière. Zelden heb ik iemand met meer lef op een
motorfiets zien zitten, want welke coureur weet zo'n
verschrikkelijk hoog tempo vol te houden, als hij twee
keer met ongeveer 200 km/u. volledig heeft dwars
gestaan? Naast de wegrace hield Middelburg ook vele
andere takken van sport, zoals motorcross en wielrennen
in de gaten, terwijl hij intens kon genieten van mooie
beelden van auto-rallys. 'Dat zou ik nog wel eens willen
proberen', luidde een stille wens van hem, die hij tot
uitdrukking bracht tijdens een samenvatting van de
Rally van Monte Carlo toen de Audi Quatro's, Lancia's
en Porsches driftend op de televisie verschenen. Deze
wens en andere kan hij niet meer in vervulling zien
gaan. Jack Middelburg is gestorven tijdens en voor de
sport waar hij het meest van hield en waarvan hij de
risico's terdege kende. Jack deed daar niet moeilijk
over. Voor een ieder die van zijn prestaties heeft
genoten en hem persoonlijk heeft gekend, blijven de
prachtige herinneringen voor altijd bestaan.
Panorama
mei 1984
Jack
echt keihard, alleen ging hij "liever" naar Derweduwen als
naar de tandarts
In 1984 werd er ter nagedachtenis aan Jack, door de Stichting
Circuit van Drenthe, de 'Jack Middelburg Trofee' ingesteld. Deze was
voor de winnaar van de 500cc tijdens de TT van Assen en werd door een
stel illustere rijders gewonnen.
1984
Randy Mamola, USA
1985
Randy Mamola, USA
1986
Wayne Gardner, Australië
1987
Eddie Lawson, USA
1988
Wayne Gardner, Australië
1989
Wayne Rainey, USA
1990
Kevin Schwanz, USA
1991
Kevin Schwanz, USA
Raymond
Roche, Randy Mamola en Eddie Lawson.
Met de komst van de
IRTA (International Road Race Team Assocation), de organisatie die
ervoor zorgde dat elke Grand Prix volgens dezelfde
"spelregels" zou gaan verlopen, verdween helaas deze
trofee.
Affiches
van Engelse races in september 2004 met Jack (no 22)
voorop, tijdens de GP op Silverstone 1983......
1984
artikel Motocourse
1991
artikel Motor Jack jr.
Waarom
anders, als het Middelburg kan?
Het aardige, blonde
kereltje dat altijd op een kabouterbrommertje door het
rennerskwartier knetterde, is al een hele vent geworden.
Maar vandaag heeft hij er goed de ziekte in.
Mountainbike gestolen op school. Waarde 1400 gulden. En
na wat krachttermen ondergaat hij verder blijmoedig de
betere momenten die de dag brengt. Zijn dromen over een
motorsportcarrière.
Jack Middelburg junior,
inmiddels bijna 18 jaar, treedt in de voetsporen van
zijn vader en kiest voor de motorsport. Na een
bescheiden begin in de bromfietsrace weet de zoon van
wijlen 'Jumping Jack', 'De Vliegende Kassenbouwer' en
'De Briet' het heel zeker. Het is moeilijk tegen te
houden. Toen zijn vader met motorracen begon, was hij er
- met luiers om - al bij. Tot de lagere school was hij
op alle circuits present, maar zocht het meestal buiten
de luidruchtigheid van het ouderlijke kampement, dat
voortdurend door Jan en alleman werd belegerd. Jackie
reed zijn eigen race; met de zoontjes van de andere
coureurs roste hij door de veelkleurige jungle. Op die
fatale aprildag van 1984 in Tolbert was hij er niet bij.
"Ik zou toen wel meegegaan zijn, maar het liep allemaal
een beetje raar. Ik was toen tien jaar en besefte in het
begin niet wat er gebeurd was. Dat kwam later pas. Ik
nam me voor om nooit meer op 'n brommer of 'n motor te
stappen. Ik had makkelijk praten, want mijn crosser
stond kapot in de schuur. Toen hij weer gemaakt was, ben
ik er meteen opgekropen! Licht verontschuldigend
glimlacht nu Jack 'de zoon van' maar hij benadrukt dat
het verdriet niet is gesleten. Wat jaren verder ziet hij
de motorsport als een sport waarbij de risicofactor
gewoon iets hoger ligt. Net zoals bij het racen met
auto's, maar minder dan gewoon in het verkeer. Hij heeft
er nu ook voor gekozen. Het pitsbrommertje werd een
crossmotor waarmee het strand in Monster onveilig werd
gemaakt. Het ding ging vaak kapot en Jack zocht het 'n
poos in de fietscross, maar vond het daar niet helemaal.
Hij miste de snelheid. 'Toen ik een jaar of vijftien
was, heb ik het besluit genomen om te gaan motorracen.
Voor die tijd zag ik dat steeds als iet wat onmogelijk
was vanwege het geld. Ik wil voorlopig eerst mijn school
afmaken. Examenklas MAVO en daarna nog een jaar of vier
MTS. Maar toen hoorde ik van de brommerraces. Ik had
toen zoiets van: ik moet een heel oud afgeragd ding
daarvoor hebben en dan kan ik sparen voor een motor. Of
het moest gelijk de mooiste brommer zijn die er was. Om
een hoop geld uit te geven aan een brommertje die er
tussenin zit, dat schiet niet op.' Op de bloemenkwekerij
op de Kleine Achterweg in Naaldwijk staat het resultaat
van deze zakelijke overweging. Tussen de fresia's van
Claus Langeveld, monteur in het mini-raceteam. Trots als
pauwen lopen coureur en monteur om de glanzende Malaguti
RST: inderdaad niet de minste in het aanbod. Een
professioneel uitziende replica-racer die te snel voor
de weg en te langzaam voor het motorcircuit is. Jack:
'hij liep in het begin maar 38 km. per uur. Mijn eerste
wedstrijd was in Amsterdam twee jaar geleden. Toen was
ik net 16 geworden. Het ging aardig, maar niet meer dan
dat en het jaar daarop ben ik echt gaan racen en heb ik
aan alle wedstrijden meegedaan. De top was zoiets van 75
kilometer en het optrekken, dat wilde niet echt
opschieten. Maar al sleutelend en trainend ging het
steeds beter, ik werd uiteindelijk nog vijfde voor het
Nederlands kampioenschap over acht wedstrijden, waarvan
er zeven meetelden. Er zijn diverse klassen en ik rij in
de formuleklasse. Daar mag je zes versnellingen en een
20 mm.-carburateur hebben, maar verder moet alles
standaard blijven. We rijden op een kartcircuit van
ongeveer een kilometer met 12 tot 14 bochten. De
topsnelheid is dus niet zo hoog. De langzaamste top haal
je in Oldenzaal, zo'n 90. Maar in Nijmegen kun je dik
120 halen.' Monteur Claus: 'Jack reed vorig jaar als
enige met een vierversnellingsbak. Dan heb je een
handicap, want nu kon ik de powerband niet smaller
maken. Een zesbak is toch sneller, zeker op de wat
langzamere banen.
Er ontstond wel een
lichte sensatie toen bekend werd dat de zoon van Jack
Middelburg nu ook de race-overall had aangetrokken. Veel
collega-bromcoureurs kwamen een praatje maken. Toen de
brommerklasse een bijnummer was tijdens de
kampioensraces voor motoren in Almere, attendeerde
speaker Jan de Rooij op de aanwezigheid van de telg uit
een roemruchte racefamilie. Boet van Dulmen, die Jacky
vroeger nog op schoot had gehad, wachtte hem op na zijn
race en complimenteerde hem met het resultaat. 'Ik vind
het niet zo leuk dat sommige mensen mij met mijn vader
vergelijken, terwijl ik een heel ander persoon ben. Hoe
anders? Mijn vader die reed altijd voor de eerste plaats
en nam daarbij alle risico's van de wereld. Ik ben er
vorig jaar in een heel seizoen maar drie keer afgegaan.
Niet omdat ik perse wilde winnen. Ik denk nu: als ik
tweede word, dan heb ik ook 17 kampioenspunten binnen.
Word ik eerste, dan heb ik er wel 20, maar dan loop ik
de kans om eraf te gaan en dan heb ik niks. Dan kies ik
liever voor die 17 punten. Voor de zekerheid. Mijn beste
wedstrijdresultaat was vorig jaar dan ook een tweede
plaats achter Meurs. Dat is iemand die de GP-crosses
heeft gereden.'
In het bescheiden onderkomen van de
Monsterse scholier is niet direct een overeenkomst te
vinden met de flamboyante levensstijl van 'Jumping
Jack'. Zijn eerste wedstrijd
dit seizoen in Berghem bij Oss leverde Jack in twee
manches een zevende en een zesde plaats op. Wat
voorzichtig geworden door een val tijdens een training
in dezelfde week, reed hij een bekeken wedstrijd. Hij
wil van de zomer natuurlijk hoger zien te eindigen dan
vorig jaar. Maar dit jaar staat wel duidelijk in het
teken van de motorgerechtigde leeftijd die bij hem op 17
juni aanbreekt. 'Ik zal deze zomer een sponsor gaan
zoeken voor de 125cc die ik wil gaan rijden. Natuurlijk
volg ik eerste de race-cursus van de KNMV. Dat is
verplicht, maar dat lijkt me niet moeilijk. Er is er dit
jaar maar één gezakt van de 150 kandidaten, dus eh...
Als ik dat diploma heb, probeer ik bij de eerste 15 te
komen. Ik heb al zitten rekenen. Een standaard 125cc
kost 18.000 (8200 euro) gulden. Eén van een jaar oud
misschien 12.000. Nee, niet zo'n ding van (Hans) Spaan,
want die komen niet meer in omloop. Verder moet je
rekening houden met het onderhoud aan de motor en moet
je ook iets achter de hand hebben voor het vallen en zo.
Wat een heel seizoen racen kost, heb ik nog niet
uitgerekend. Maar als ik straks een sponsor heb, wil hij
dat wel weten natuurlijk. Ook of er overwinningen
inzitten. Maar ik denk voorlopig nog niet aan
overwinningen. De overgang van de brommer naar de motor
is toch behoorlijk groot. De snelste bocht draaien wij
met 115 kilometer per uur. In de 125cc ligt dat bij 190.
Wel een verschil dus (ondeugende blik), maar ik heb
natuurlijk al wel eens op een motorfiets gereden. Jack
Middelburg rekent voor dat het brommerracen per seizoen
zo'n vier- tot vijfduizend gulden kost, maar dat hij
daar sponsors voor heeft.
Hij hoopt dat die
ondersteuning er straks ook is, als hij met het grotere
werk aanvangt. Licht twijfelend: 'maar de bedragen
worden dan zo groot dat ze het misschien ook niet
aankunnen.' Hij beschouwt dat brommerracen als 'een
kleuterschool' voor het echte werk, maar haast zich te
zeggen dat het best redelijk hard gaat. En
professioneel. Zijn vader had die ondergrond niet, hij
weet het. Die plakte de achterlichten van zijn
straatmotor af en racete. Maar als zoon Jack die
sponsors die hem een optreden in de lichtste
motorraceklasse mogelijk maken, nu eens niet zo
gemakkelijk vindt? Dan kiest hij wellicht voor de
aanzienlijk goedkopere 250cc standaardklasse. Wel
vermoedt hij dat het tunen en sleutelen in deze klasse
geen eenvoudige opgave zal zijn. Bloemenkweker Claus
Langeveld durft het karwei aan en Jan Verduyn, nog een
oom van zijn vader, stuurt de auto met aanhanger. Net zo
makkelijk! Jack fietst elke dag tussen huis en school,
zo'n 35 kilometer. Verder zwemt hij, dus met de
lichamelijke conditie zit het goed. Hij doet dit jaar
MAVO-examen en wil daarna voertuigtechniek op de MTS
gaan studeren. Misschien gaat hij daarna wel door. Een
dergelijke levenswijze en carrièreplanning laat zich
wellicht moeilijk verdragen met de noodzakelijke
verplichtingen en aderlatingen die inherent zijn aan het
beginnende coureurschap. "Mijn moeder is ook niet erg
enthousiast. Maar toen ze besefte dat ik echt wat wil
bereiken in de racerij, heeft ze zich erbij neergelegd.
Wel redeneert ze dat ze als ze me erbij zou helpen en
als ik dan een ongeluk zou krijgen, dat het dan mede
haar schuld zou zijn. Maar toch schiet ze me vaak wel te
hulp bij bepaalde dingen.' Jack gaat nog steeds vaak
naar motorraces. Tegenwoordig bezoekt hij de circuits
met een motorracende vriend uit Hoek van Holland. Hij is
eigenlijk alleen maar de eerste twee jaar, nadat zijn
vader was overleden, weggebleven. 'Om emotionele
toestanden te vermijden. Mensen die naar je toekomen,
het verleden oprakelen en emotioneel worden en zo... Dat
wil ik niet.'
1995
artikel Motor: test TT winnende Yamaha TZ500 door Jack jr.
Om
nooit te vergeten.
Wie erbij is geweest,
vergeet nooit hoe hij daar trots op de eerste
startplaats stond. Wie het gezien heeft, vergeet nooit
hoe hij na zijn belabberde start door het veld boenderde
en al na drie ronden aan de leiding reed. Wie het
meebeleefd heeft, vergeet nooit hoe hij in die laatste
ronde al triomfantelijk naar zijn publiek wuifde. Wie
erbij was, vergeet nooit dat Middelburg in 1980 de Dutch
TT won. Wie hem gekend heeft, vergeet hem nooit.
Vijftien jaar later in
het rennerskwartier in Assen. De zon glijdt als een
warme hand over de huid. Er is geen wedstrijdspanning,
geen stress. Maar die uiterlijke schijn bedriegt. Want
toch is er spanning voelbaar. Vijftien jaar na die
gedenkwaardige 28e juni staat op een verlaten plek een
Mercedes met een dichte aanhangwagen geparkeerd. Dan
wordt de aanhangwagen geopend en komen de emoties en de
herinneringen boven. In de aanhanger staat de Yamaha
TZ500 waarmee Jack Middelburg in 48
minuten en 22 seconden zestien ronden op het circuit van
Assen aflegde. Niemand was er sneller die dag. Niemand
was er gelukkiger die dag. Nu, vijftien jaar later,
aanschouwen Jack's weduwe Petra, monteur Adri van den
Broeke, diens vrouw Anneke, framebouwer Nico Bakker en
de huidige eigenaar Jos Danenberg de machine, die voor
allen een geschiedenis heeft. Van den Broeke zegt geen
woord, maar de dunne glimlach om zijn mond spreekt
boekdelen. Zijn vrouw en Petra blijven op een afstandje
staan. Dan zegt Petra: 'Ik ben heel blij dat hij nog zo
intact is. Daar heb ik veel respect voor.' Maar er is
nog iemand die gretig de I.M.N. Yamaha met nummer acht
in zich opneemt. Een tengere, pezige jonge knaap met een
dun vlassnorretje en zijn lange haren in een
paardenstaart, tussen zijn vingers bungelt een zware Van
Nelle: Jacky Middelburg. de 21-jarige zoon van. Hij gaat
door zijn knieën, zijn ogen glinsteren en zijn
mondhoeken krullen omhoog. 'Jeetje, ik vin' 'm gaaf,
zeg. Echt wel', zegt Jacky. dan vallen zijn ogen op de
uitlaat die eigenwijs naar boven priemt. 'Moet ik met
mijn benen over die uitlaat?' Ja. Want Jacky, coureur in
de Supersport 400 klasse, zal de machine gaan berijden,
waarmee zijn vader de 50e TT van Assen wist te winnen.
1995,
Assen, parade der kampioenen
Aan het einde van 1979
kwam Jack Middelburg zonder sponsor te zitten. Niet voor
de eerste keer in zijn loopbaan. En evenmin was het voor
de eerste keer dat hij op de valreep toch aan de slag
kon. Dit keer met een Yamaha TZ500 van de Nederlandse
importeur I.M.N. Samen met Boet van Dulmen. Het zat
Middelburg en Van Dulmen echter niet mee met die
zogenaamde Roberts-replica. Met het vermogen was weinig
mis, maar de stuurkwaliteiten van de vier-in-lijn, waren
bedroevend. Jack's agressieve rijstijl maakte een hoop
goed, maar het gebeurde ook wel eens dat 'Jumping Jack'
meer wilde dan de machine toeliet. 'Het was pertinent
niet altijd Jack zijn schuld als hij viel', verdedigt
Adri zijn vriend. 'Die Yamaha's gingen alleen maar
rechtdoor. In Frankrijk ging hij op Le Castellet soms
met beide wielen los door de chicane. Jack's mentaliteit
en inzet waren enorm.' Op het franse circuit resulteerde
dat in een schuiver, waardoor Jack zijn eerste WK-punten
van het seizoen misliep. De maat was echter vol voor
Middelburg en co. Framespecialist Nico Bakker ging als
een razende aan de slag en fabriceerde voor Jack en Boet
twee sterkere rijwielgedeelten. 'Die standaardframes
leken mooi', zegt Bakker. 'Maar ze waren veel te licht.
Het zwakke punt zat tussen de schokbrekerophanging en de
achtervork. Het waren echt elastiekjes voor die jongens.
Barry Sheene wilde in de week na Assen ook metten zo'n
frame, maar dat kreeg ik niet voor mekaar. Ik had
namelijk al lang vakantie geboekt en dat kreeg ik met
mijn vrouw niet rond. Sheene dacht dat ik hem dwars
wilde zitten. Hij heeft me daarna nooit meer vriendelijk
aangekeken.' Bakkers handwerk leverde direct resultaat
op, weet ook Adri nog. 'We gingen testen op de
Salzburgring en daar reed Jack direct ronderecords.'
Toen Jack tijdens de Raalte races iedereen - inclusief
Suzukifabriekscoureur Graziano Rossi - klopte, was
duidelijk dat het team de goede weg was ingeslagen.
Richting Assen...
'In
Assen verliep eigenlijk alles normaal', verhaalt Adri.
'We hadden geen problemen. Jack was ook niet meer
gespannen dan anders. Hij was verrekte moeilijk zenuwachtig te maken. We waren al vanaf 1977 bij elkaar,
dus ik wist wel wanneer ik hem kon aanspreken en wanneer
ik hem moest mijden.' Petra ervoer dat anders. : Je kon
het merken aan hem', herinnert ze zich. 'Aan zijn manier
van praten. Hij zei ook: "d'r gat wat gebeuren". Dat zei
hij een jaar later ook in Silverstone (Jack versloeg
daar in een rechtstreeks duel Kenny Roberts en won de
Britse GP). Ik zat toen thuis. "Je moet komen, ik voel
dat er wat gaat gebeuren".' Jack bleek een vooruitziende
blik te hebben, want na de trainingen stond zijn naam
zeer verrassend bovenaan de lijst. Nog nooit eerder was
dat tijdens een Nederlandse GP500 gebeurd. Jack maakte
zich echter enigszins zorgen om de banden, die het hoge
tempo van de zestien ronden op het Asser asfalt niet
zouden overleven. Adri repte echter met geen woord over
de verwachte bandenproblemen. 'Het enige waar we het
overgehad hebben, was of Jack vanaf de pole position zou
starten of dat ik hem vanwege zijn slechte linkerbeen
zou aanduwen (de GP's kenden toen nog duwstarts). Ik
dorst het echter wel aan. En als hij de eerste ronde
door zou komen, zou de rest ook wel goed gaan. Van den
Broeke bleek gelijk te hebben. Hoewel de zon zich niet
vertoonde boven Assen en uit het grauwe wolkendek af en
toe een miezerbui losgelaten werd, grepen Middelburg en
Van den Broeke naar slicks. Toen de klok 15.10 uur
aanwees, kwam Jack, met zijn door valpartijen
geteisterde been, maar moeizaam op gang. Maar na één
ronde was de Yamha met nummer 8 al op de vijfde plek
genoteerd, een ronde later zaten alleen Kenny Roberts en
Randy Mamola nog voor Jack. Een paar kilometers later
zaten ze achter hem. Middelburg pakte elke ronde twee
tellen voorsprong op de complete wereldelite. Alsof er
geen Roberts, Mamola, Cecotto, Lucchinelli, Rossi,
Uncini en Sheene bestonden. Even voor het einde zette
hij zelfs de op regenbanden vertrokken Wil Hartog, de
winnaar van 1977, op een ronde. Van den Broeke krabbelde
'+20' op zijn pitbord, voordat Jack voor de één na
laatste keer over start/finish vloog. En - één ronde te
vroeg - begon Jack al aan zijn ereronde voor het
publiek. Achtenveertig minuten en 22 seconden duurde
'Flying Jack's' TT. De ontlading na die vlag was enorm.
Middelburg vloog zijn monteur om de nek en werd
vervolgens door een enorme mensenmassa op de schouders
van zijn manager Hans Valstar en I.M.N.,-directeur Hans
Moerkerk naar het podium gedragen. Daar mocht hij op de
hoogste trede gaan staan. Wat niemand voor mogelijk had
gehouden, had die taaie vechter Middelburg geflikt. En
het tekende Middelburg dat hij op die nummer één plek
nog ruimte vond voor zijn vriend en monteur Adri, de
verlegen, bijna timide Zeeuw, die het wel best vond op
de achtergrond zijn werk te doen. Want voor zijn
vrienden was de mens Middelburg minstens even groot als
de coureur Middelburg.
Van
den Broeke had al aangekondigd dat 1980 het
laatste jaar zou zijn met Jack, omdat hij
'genoeg had van het zwerversbestaan'. Na het
seizoen begon hij een motorzaak in - of all
places - Middelburg. De verhalen uit de jaren
1977 tot en met 1980 komen weer bovendrijven bij
Petra en Adri en Anneke van den Broeke.
Anekdotes waarbij telkens die ene man het
middelpunt vormt: Jack, de coureur. Over die ene
keer dat Jack in Misano te laat kwam voor de
start van de eerste Grand Prix. 'Nee, hij had
zich niet verslapen', zegt Petra. 'Maar we
hoorden achterin het rennerskwartier niet dat de
wedstrijd vervroegd was. 'Of over die ene
overijverige controleur die niet van zins was om
Middelburg met zijn caravan door te laten. De
brave diender kreeg van Jack precies vier
seconden om een stapje zijwaarts te doen. En
deed dat dus maar. Of het verhaal dat Jack
tijdens en verplicht rechtbankverzoekje van de
edelachtbare te horen kreeg dat hij altijd te
hard reed. 'Maar edelachtbare', sprak Middelburg
ernstig, 'dat is mijn vak.' Jacky rolt zijn
shaggie - net als zijn pa deed - en geniet
zichtbaar. 'Als Jack maar kon dollen en een
kaartje leggen', herinnert monteur Adri zich,
'dan was het goed.' Van techniek had Jack niet
het flauwste benul.
"Spijltjes
van de radiateur rechtbuigen en stickers
uitknippen en plakken, dat kon 'ie goed',
glimlacht Adri. 'Maar hij kon me soms niet
zeggen of hij nu vijf of zes versnellingen
gebruikte. Voor een bougiesleutel had hij geen
plaats in zijn pak, maar wel voor een pakje
shag. "Jacky hoort het aan, lacht en neemt
nog een trekje van zijn zware Van Nelle. Net als
zijn pa. Jacky was zeven jaar oud toen zijn
vader de TT won. 'Ik was er niet bij, ik zat bij
mijn opa en oma. Ik weet nog wel dat ik
's-avonds naar de kermis ben geweest en dat ik
daar helemaal door het dolle was.'
Jos
Danenberg is nog maar kort eigenaar van de machine, maar
wil hem niet meer kwijt. Enkele weken geleden kreeg hij
echter een aantrekkelijk bod op de legendarische
machine. Petra schrikt zichtbaar als ze hoort wat de
Yamaha waard is. 'Zal 'ie zachies doen?, drukt ze haar
zoon op het hart. Die lacht alleen maar. 'Die machine
gaat niet meer weg', zegt Danenberg. 'Van mijn vrouw mag
ik hem maar aan één persoon verkopen.' En Danenberg
wijst met zijn hoofd naar Jack junior. Dan wordt het
tijd om de TZ500 aan de praat te maken. Jacky bekijkt de
machine nog eens goed. 'Moet je die voorvork zien', zegt
hij verbaasd. 'Dat had wel een vorkje van een Kreidler
RS kunnen zijn, zo ieletjes is hij. Ja, dit is echt
anders dan het spul van tegenwoordig. Joh, die remmen en
die schetsplaten...' Jack duwt de Yamaha in zijn veren.
'Dat voelt heel wat minder progressief aan dan de
voorvork van mijn Suzuki-tje. En die carburateur, die
staat wel erg dicht bij de uitlaat. Kwam er geen warme
lucht in die carburateur?' Van den Broeke glimlacht en
schudt het hoofd. Terwijl hij de machine nog tot op het
detail lijkt te herkennen, is het voor Jacky allemaal
wat onwezenlijk. 'Bij ons stond altijd wel iets thuis.
Deze heeft er ook vast wel gestaan, maar dat weet ik
echt niet meer.' Eigenaar Jos Danenberg en Nico Bakker
maken aanstalten om de tank te vullen. '1 op 25?, vraagt
Danenberg de mengverhouding benzine en tweetaktolie aan
Van den Broeke. 'Nee, wij deden altijd 1 op 30', graaft
Adri moeiteloos in zijn geheugen. 'Bandenspanning?',
vraagt Bakker. 'Twee-vijf, twee-acht', trekt Adri weer
een lade open. Alsof die niet vijftien jaar dicht heeft
gezeten. Zoals het is of hij zich al die tijd alleen
maar met de Yamaha heeft beziggehouden. Van den Broeke
neemt de machine over van Danenberg en Bakker, zet hem
in zijn tweede versnelling en probeert samen met Jacky
leven in de machine te krijgen. De eerste poging faalt.
De spanning druipt bij Petra, Anneke, Jos Danenberg,
Nico Bakker, Jacky's vriendin, maar ook bij mij van het
gezicht. Adri en Jacky zetten nog een keer aan. In de
verte zien we blauwe damp uit de uitlaten. Ik betrap me
erop dat ik mijn vuist bal en een fel 'yes' ontsnapt uit
mijn mond. Jacky komt met een brede grijns op zijn
gezicht teruglopen. Van den Broeke blijft even alleen
achter. Heel even maar. Omdat niet alleen de Yamaha,
maar ook de herinnering weer tot leven is gekomen.
Losjes, geroutineerd draait zijn rechterhand aan het
gas. Dan stapt hij op de machine en rijdt langzaam onze
kant op. Met die hele dunne glimlach. De machine wordt
op de bok gezet. Adri stopt zijn handen in zijn zak en
knikt nauwelijks zichtbaar. 'Hij loopt lekker.'
1995,
Assen, parade der kampioenen, de net gestopte topper, Kevin
Schwantz, voor Jack jr. op de TT-winnende Yamaha van zijn vader.
Jacky loopt met zijn
arm over de schouder van zijn vriendin Ingrid naar zijn
oude busje. Als hij al gespannen is, weet hij dat
meesterlijk te verbergen. Toch moet er in dat 22 jaar
jonge hoofd van Jacky heel wat omgaan. De naam die zijn
vader ook droeg, heeft niet altijd in zijn voordeel
gewerkt. Toen hij eens van zijn brommer geplukt werd,
vroeg een agent naar zijn naam. Toen Jack die gaf,
antwoordde de man: 'Ja, ja, en ik ben Napoleon.' Vier
jaar geleden zette Jacky heel voorzichtig met een
bromfiets zijn eerste schreden in de wegrace, wetend dat
hij in zijn bagage een niet altijd even prettige erfenis
meedroeg. 'Toen ik begon, vergeleek meteen iedereen me
met mijn vader. Iedereen die dacht ook: "oh, die
Middelburg zal wel centen hebben". Nou ik had
helemaal niks. ik heb er zelf voor moeten werken.' Met
een oude bus, een evenzo oude caravan en een Suzuki RGV
250 trekt Jacky de nationale circuits langs. Een topper
is hij niet, maar hij gelooft in zijn eigen kunnen. 'Ik
wil op een goede manier kunnen racen en als er geen geld
is, stop ik. ik wil niet op mijn 29e één keer
nationaal kampioen zijn geweest, of zo.' Jack trekt zijn
overall aan, met op de rug die naam Middelburg. De
serene rust wordt weer verstoord door die venijnige
klanken uit de Yamaha. Adri draait de Yamaha warm,
terwijl Jacky zijn helm opzet. Adri wijst Jacky op de
lange eerste versnelling. 'Je kunt hem doortrekken tot
ongeveer 9.500 toeren', verteld Adri, die er even later
aan toevoegt dat Jack de machine doortrok tot 12.500
toeren. En dat terwijl een dun rood streepje aangeeft
dat het kritieke gebied bij 10.500 toeren begint...
Jacky knikt en slaat zijn been over de machine. 'Eén
naar beneden en de rest naar boven', vraagt hij voor de
zekerheid. Van den Broeke knikt. Jacky schakelt de
eerste versnelling in en laat de koppeling slippen. Even
lijkt het erop dat de machine stil zal vallen, maar dan
- terwijl zijn moeder hem natuurt - stuurt Jacky het
circuit op, met nog even een laatste blik over zijn
linkerschouder. Op de Veenslang schroeft Jacky
voorzichtig het gas open. 'Even de vette troep eruit',
zegt Adri, die elke zuigerbeweging lijkt te horen. Een
kleine twee minuten later klinkt het geluid van de
Yamaha uit de Ramshoek naar de GT-bocht. Adri staat op
zijn tenen over de vangrail geleund. Jacky stuurt echter
naar binnen en schudt met zijn hoofd. Adri luistert
geconcentreerd naar Jacky, alsof de pole voor de 65e TT
op het spel staat, hij luistert zoals hij 15 jaar
geleden ook naar Jack luisterde: met zijn oor vlak voor
het geopende vizier. 'Hij pakt niet mooi op', zegt
Jacky. 'Je kunt met zo'n 500 niet zo maar het gas
opendraaien', doceert Adri. 'Het moet voorzichtig open
en dan reageert hij. het luistert allemaal wat nauwer,
het gaat met beleid. 'Jacky knikt begrijpend en laat
zich weer aanduwen. Terwijl hij voor de tweede keer de
Veenslang opstuurt, begint Adri een beetje te glimmen.
'Hij begint te zingen', stelt hij tevreden vast.
1995,
Assen, junior tijdens het testen.
Het
gezang van de Yamaha klinkt echter al snel vals. 'Eéntje
loopt er niet mooi, zegt hij dan en zijn gezicht
betrekt. Als Jacky voorbij de pits knettert, blijkt
Adri's gelijk. Een ronde later komt Jacky weer binnen.
De bougies worden gecheckt, maar daar wringt de schoen
niet. Waarschijnlijk een carburateurkwestie. Als blijkt
dat het euvel niet snel verholpen kan worden, besluit
Jacky het zo nog maar eens te proberen. 'Hij heb
wel eens beter gelopen', zegt Adri. Maar de manier
waarop Jacky, de lange manen onder zijn helm uit
wapperend, later de Nationale Bocht en de GT pikt, laat
zien dat hij de smaak te pakken heeft. Het
rechterknietje schuurt in de Nationale over het asfalt.
'Het komt weer allemaal boven, hè', vertolkt Jos
Danenberg de gevoelens van iedereen. Dan, na een ronde
of tien, is het voorbij. Jacky komt binnen en de
tweetakt blaast zijn laatste decibellen uit. De stilte
overheerst weer in Assen. Jacky zet zijn helm af en
showt zijn wat verlegen glimlach weer. Ondanks de niet
geheel meewerkende Yamaha TZ500 heeft hij genoten. 'Echt
gaaf', klinkt dan ook niet verrassend het antwoord als
hem gevraagd wordt wat hij er van vond. 'Jammer dat hij
niet goed liep. Maar toch: schitterend. Hij is
eigenlijk iets te klein voor me. ik had het idee dat
eerst de kuip en daarna mijn knie aan de grond kwam. De
remmen? Je moet echt hard knijpen, voordat ze wat doen,
maar ze werken wel. Hij schakelt trouwens wel zwaar'.
Adri's 'tips voor de beginnende 500cc coureur' blijken
te hebben geholpen. 'Het klopt dat elke stand van de
gashendel zijn eigen toerental heeft. Bij 9.500 toeren
begon hij mooi te lopen.' Ook het stuurkarakter van de
132 kilo zware en 120 pk sterke 500cc-er verbaast Jacky.
'Op de Veenslang moest ik echt trekken aan het stuur,
maar later bleek in de snelle bochten dat hij toch mooi
zijn lijn houdt.' Maar hoewel Jacky zijn handen vol had
aan de totaal onbekende machine, blijkt dat hij zich
realiseert met wat voor fiets hij Assen heeft gerond: de
machine waarmee zijn pa de TT won. 'Ja', zegt Jack
ietwat twijfelend. Het lijkt of hij moeite heeft om de
juiste woorden te vinden voor de ervaring die de
herinnering aan zijn vader weer heel levend moeten
hebben gemaakt. 'Ik zat er een paar keer aan te denken,
hoe hij er mee reed. Ze moesten er meer voor werken,
weet ik nou.' Adri van den Broeke staat stil naar de
machine te staren. 'Jammer dat hij niet mooi liep', zegt
hij met spijt in zijn stem. 'Ik zou hem zo mee willen
nemen.' Jos Danenberg begrijpt de monteur van toen.
'Binnenkort breng ik hem een keer bij je langs. Dan maak
je hem maar goed aan de praat.' De spanning lijkt weg,
lijkt met het wegsterven van de decibellen plaats te
hebben gemaakt voor opluchting. Ook bij Petra. Ze richt
zich tot Jacky. 'Maar, eh, wanneer ga je weer eens een
beetje gas geven, joh?' 'Dit is prachtig', zegt Adri van
den Broeke zacht met ingehouden emotie. Hij staat met
zijn duimen in de zakken van zijn spijkerbroek naar de
Yamaha te kijken. 'Het maakt toch heel wat los. Ik had
de motor na 1980 niet meer teruggezien. En ook met Petra
en Jacky hadden we niet meer zoveel contact. Ik ben echt
blij dat we mekaar weer eens teruggezien hebben. het
zijn toch vier jaar van mijn leven geweest. Een verrekt
fijne tijd. En die had ik niet willen missen. Ik heb
zelf een tijd geracet en in een interview werd me eens
gevraagd wat mijn hoogtepunt was. Die TT, natuurlijk.
Alleen die ene schakel is er niet meer, hè.' De schakel
is er niet meer, maar de herinnering blijft bestaan.
Januari
1997 verslag KicXstart, Duik In Het Archief
Duik
in het archief; Jumping Jack.
Bij een Duik in het
Archief naar de persoon van Jack Middelburg blijkt dat
er in diens 10-jarige carrière nogal het een en ander
voorgevallen is dat de moeite van het fotograferen waard
was. Het is dus totaal onmogelijk om in de vier pagina's
die ik voor een Duik tot mijn beschikking heb, alles te
vermelden of te laten zien. Er zullen dan ook wel heel
veel mensen zijn, die nauw bij de carrière van Jack
betrokken waren, maar die we desondanks hier toch niet
tegen zullen komen. 'Heel veel mensen, want Jack was een
knaap die met zijn opgewekte karakter al heel snel
iedereen voor zich wist te winnen. Ondanks de
onvermijdelijke overstapjes naar andere merken
bijvoorbeeld, bleven (oud)-sponsors toch altijd goed met
hem bevriend. Zo schiet mij nu bijvoorbeeld de naam
binnen van Cees Verhagen. Geen sponsor, maar de
voorzitter van de Jack Middelburg fanclub, die dankzij
de vele clubleden veel steun heeft kunnen geven.
Wellicht is het ook maar beter de beschikbare ruimte
zoveel mogelijk te besteden aan het fotomateriaal. Uit
de tijd dat 'de Grote Drie', Jack, Wil en Boet, de
spanning bij de Grand Prix halveliters keer op keer tot
grote hoogten wisten op te voeren. Een podiumplaats
behoorde immers voor elk van hen altijd tot de
mogelijkheden. Zelfs de allerhoogste trede in de
Koningsklasse is ieder van dit drietal een of meerdere
keren onder de racelaarzen gekomen. Jack lukte dat op
Assen; hij won daar in 1980 onbedreigd de TT en dat
betekende natuurlijk de vervulling van een droomwens.
Nog waardevoller was, in mijn ogen, de GP zege op
Silverstone, waar hij de bikkelharde wereldkampioen
'King' Kenny Roberts in alle opzichten in een regelrecht
duel wist te verslaan!
Jack
was snel, ook in het opbouwen van zijn carrière, die
hij in 1973 begon. Nadat hij enkele NMB races van
dichtbij gezien had, verscheen Jack in Woudrichem voor
het eerst aan de start van zo'n NMB race, om daar meteen
als niet onverdienstelijk zesde over de streep te komen.
In totaal zou hij dat eerste seizoen zo'n tien maal aan
de start verschijnen. Datzelfde jaar ontmoette hij een
man die heel belangrijk voor hem zou gaan worden, zijn
eerste sponsor, Henk Rekers. In 1974 werd hij NMB
kampioen in de klasse 'boven de 500cc', derde in de 500
en tweede in de 350cc klasse. Met de resultaten van dat
tweede racejaar werd duidelijk dat Jack de overstap zou
moeten gaan maken naar de KNMV ('75). Twee jaar later
wist iedereen wie Jack Middelburg was, want eind '77
werd hij gehuldigd als de kampioen in zowel de 350, de
500 als de 750cc klasse!! Een enorme stunt die hij het
daaropvolgende jaar ook nog eens wist te herhalen.
Vervolgens besteedde hij zoveel mogelijk aandacht aan de
Grand Prix. In '77 stond al (voor het eerst) de TT op
het programma en met elfde plaatsen in de 350cc en 500cc
klassen wist hij meteen al de eerste GP puntjes binnen
te halen (dit klopt niet, want indertijd kregen in
tegenstelling tot vandaag de dag, niet de eerste
vijftien aankomenden punten, maar alleen de eerste tien).
In '78 trad Jack vijf maal op in de GP's; het grote werk
eiste dat jaar haar tol in Salzburg en op de
Nürburgring, waar hij door valpartijen uitgeschakeld
werd. Crashen is helaas een onvermijdelijk onderdeel van
het motorracen op dit niveau en als er iemand in de
Nederlandse racegeschiedenis aangewezen zou moeten
worden die onrechtvaardig vaak met dit fenomeen te maken
heeft gehad, dan moet het Jack Middelburg wel zijn. Maar
'Jumping Jack' was niet te ontmoedigen. Niet door de
valpartij zelf, niet door de pijn en niet door het (soms
moeizame) herstel daarna. De onverwoestbare Westlander
klom er steeds weer op en wist ook kort na een crash
steeds weer iedereen te verbazen met zijn snelheid. In
'79 stond hij voor het eerst op een GP podium: tweede
bij de Zweedse GP op Karlskoga. De absolute topper van
het daaropvolgende jaar was natuurlijk de TT van Assen.
1981 bracht het succesverhaal van Silverstone en evenals
het jaar daarvoor een zevende plek (was in 1979)
op de wereldranglijst. 1982 was een echt 'jumpingjaar',
waarbij hij in Daytona, op Hengelo, Donington Park,
Assen, Silverstone en Anderstorp door valpartijen
uitgeschakeld werd. Helemaal Jack Middelburg natuurlijk
om na zo'n seizoen in '83 terug te komen met een titel
in het Nederlands kampioenschap en een mooie zesde plek
tussen de allergrootsten uit de internationale GP
racerij bij de TT. In 1984 vierde Jack nog één maal
een overwinning in een nationale race te Heeswijk;
vrolijk en uitbundig als altijd. Een week later in
Tolbert kwam er echter een abrupt einde aan de racecarrière
van de onbevreesde, goedgemutste vechter uit Naaldwijk.
Jack was uniek. Misschien moeten we maar denken aan de
woorden van de moeder van Bill Ivy, die na de dood van
haar zoon op de Sachsenring zei: "Hij is te jong
gestorven, maar heeft meer geleefd dan menig ander die
80 of 90 is geworden."
In mei
2000 werd Jack postuum uitgeroepen tot 'Westlander van de Eeuw'!
Jack Middelburg
gekozen tot Westlander van de eeuw.
Het kan u niet ontgaan
zijn. Reportages op WOS TV, artikelen in de regionale
pers en zelfs een huis-aan-huis verspreide krant...
motorracer Jack Middelburg is uitgeroepen tot Westlander
van de (20e) Eeuw. Andere winnaars waren senator Marius
Varekamp in de categorie Maatschappelijk en
dirigent/arrangeur Gerard Breäs
in de categorie Cultuur. Maar u koos massaal voor
'Jumping Jack' als meest markante Westlander van de
afgelopen decennia.
De weken voorafgaand
aan de verkiezingsuitslag op 13 mei brachten enkele
honderden kijkers en luisteraars van WOS hun stem uit op
de negen genomineerden voor de eretitel Westlander van
de Eeuw. In de categorie Maatschappelijk stemden zij op
de Naaldwijkse oud-wethouder en loco-burgemeester Jan
Emmens (hij overleed in 1989), op Jan Barendse, die na
de Tweede Wereldoorlog de tuinbouw nieuw leven inblies
(overleden in 1958), en op Marius Varekamp, onder meer
oud-voorzitter van de Bloemenveiling Holland en
momenteel senator in de Eerste Kamer. Varekamp won met
slechts een paar stemmen voor Barendse. Om de
cultuurprijs streden toneelspeler Peter Luiten, beeldend
kunstenaar Bas Verbruggen en dirigent/arrangeur Gerard
Breäs. Ook
Breäs,
vaste dirigent van het Koningin Wilhelmina Fondsconcert,
won nipt. In de categorie Sport was de strijd minder
spannend, Jack Middelburg won ruim van de winnaar van de
Elfstedentocht in 1940 Piet Keijzer en wielrenner Leo
Duijndam (onder meer etappewinnaar in de Tour de France;
hij overleed in 1990). Een duidelijk bewijs voor de
enorme populariteit die Jumping Jack zestien jaar na
zijn dood nog geniet.
Jack Middelburgs carrière
begon in 1973. In 1977 en 1978 werd hij Nederlands
kampioen in de klassen 350cc, 500cc en 750cc, waarna hij
Grand Prix wedstrijden ging rijden. Jack's mooiste
overwinningen waren die van de TT van Assen in 1980 en
in Silverstone, Engeland, in 1981. De niet al te veilige
baan in Tolbert werd hem in 1984 fataal. Het Westland -
heel Nederland trouwens - was geschokt. Toen presentator
Tabben de winnaars bekend maakte, was Middelburgs
familie zichtbaar ontroerd. Jack jr. nam de enorme beker
in ontvangst. "Ik ben sowieso trots op mijn vader, maar
dit is een mooi eerbetoon", zei hij. "Ik denk dat mijn
vader hier heel blij mee geweest zou zijn."
2000 verslag Motor:
test TT winnende Yamaha door Jurgen vd Goorbergh
Jurgen
v/d Goorbergh rijdt Jack Middelburgs Yamaha.
'Hij
loopt nog als een zonnetje'
Jurgen
v/d Goorbergh zet zijn helm af. Hij knikt. 'Dat was een
aparte ervaring, zeg. D'r zit goed gang in. Hij loopt
als een zonnetje.' Jurgen draaide zojuist zijn eerste
ronden op een Japanse 500cc viercilinder. En niet op zo
maar eentje: de Yamaha TZ500 waarmee Jack Middelburg
twintig jaar geleden de TT won. Over het verleden, het
heden en een heel klein beetje toekomst.
Het
zonnetje probeert 't en prikt. Maar het zwarte wolkendek
boven het circuit van Assen is massief en hardnekkig.
Het miezert. Het regent. En dan hoost het. Jurgen van
den Goorbergh zet zijn helm weer af. 'Zet ik dat ding op
en dan begint het meteen te regenen.' Nico Bakker kijkt
met een hulpeloze blik naar de lucht. Hij duwt de
machine weer naar binnen. Wachten. Wachten tot het beter
wordt... Twintig jaar geleden bepaalde het weer ook het
wedstrijdverloop van de 500cc-race. In de trainingen had
één man gedomineerd: Jack Middelburg. Maar de TT
winnen? Met dat been? Eenmaal op zijn Yamaha TZ500 was
Middelburg in zijn element. Maar de vier-in-lijn moest
aangeduwd worden. En dat zou moeilijk worden. Door die
valpartij op Paul Ricard, Jack wilde te veel met een
machine die te weinig kon. Een zware crash, een mank
poot (poot was al mank vanaf '79). Er moest wat
gebeuren. Ja, monteur Adri van den Broeke had met zijn
gouden handjes de machine gekoesterd, de krukas was
aangepast, de cilinderkoppen en de cilinders ook. De
uitlaten kwamen uit Van den Broekes brein en handen, de
poorttiming was anders. 'Hoeveel pk's? Geen idee.
Misschien 120', denkt Van den Broeke thuis in
Middelburg. 'Bij mij in Zeeland hadden we een prachtig
stuk rechte weg. Daar stonden van die
hectometerpaaltjes. Dan schakelde ik op tot in de vierde
versnelling en als ik dan bij dat ene hectometerpaaltje
een paar honderd toeren meer had dan de keer daarvoor,
was ik al dik tevreden.' Maar dat rijwielgedeelte wilde
niet. Wat men ook probeerde. Nico Bakker moest helpen.
Het was de laatste mogelijkheid. Nico Bakker hielp. Jack
testte. En Jack won. De realiteit als een sprookje.
Ik
had regelmatig contact met Boet van Dulmen en Jack',
draait Nico Bakker moeiteloos de klok twintig jaar
terug. 'Die jongens hadden grote problemen met die
Yamaha's. Die werden aangeboden als de replica van de
fiets waarmee Kenny Roberts wereldkampioen was geworden,
maar het viel allemaal zwaar tegen. Het frame was veel
te flexibel. De monoshock zat onder de tank en met het
remmen werd het hele zaakje onrustig. Met het sturen in
de bochten kwispelde hij of brak 'ie weg. Elke hobbel
werd doorgegeven. "Probeer dit eens, of dat",
zei ik dan. Maar niets hielp. "Dan moet er een
nieuw frame komen", stelde ik. Maar dan moest er
natuurlijk eerst met Yamaha gebabbeld worden.' Yamaha
importeur I.M.N. ging overstag en Bakker kon aan de
slag. Zonder computer. 'Nee, alleen met de dingen die
Jack en Boet me hadden verteld. Met het koppie en de
tekentafel. We hadden niet eens een werktekening.' In
een week werd een nieuw frame gebouwd. Van dikker
chroommolybdeen, beduidend sterker rond het balhoofd, en
met een lichter achterframe. De originele tank, de zit
en de stroomlijn pasten nog. 'Dat was de wens van Yamaha.
Mijn frame was een halve kilo zwaarder dan het
originele, maar in het streven naar een minimaal gewicht
was men bij Yamaha een stapje te ver gegaan.' Even leek
er een kink in de kabel te komen. Van Dulmen zou het
Bakker-frame testen, maar kwam ten val in Raalte. Nu was
het aan Middelburg. En die stond niet bekend als fameus
testrijder.' Jack kwam eens binnen met een fiets en zei
"hij staat wat rijk". Even later ging 'ie weer
de baan op en reed drie seconden sneller. Met dezelfde
sproeiers. Maar dat wist hij niet', lacht Van den Broeke.
'Jack kon twee dingen heel goed: met zijn hoofd
schudden, van links naar rechts en van boven naar
beneden.' En Middelburg kon onstuitbaar hard rijden.
Samen met Van den Broeke reisde hij naar de Oostenrijkse
Salzburgring. Middelburg schudde het hoofd: van boven
naar beneden. Zijn rondetijden zaten tegen het
ronderecord aan. 'Zo'n frame moet ik hebben', grijnsde
Middelburg, een sjekkie tussen zijn lippen. 'Hier voel
ik me safe op.'
Het
weer was onbestendig, die zaterdag de 28e juni. De dag
ervoor zette Middelburg de snelste trainingstijd. Voor
Mamola, Roberts, Sheene, Lucchinelli, de grote mannen.
'Maar over winnen spraken we niet', zegt Adri v/d Broeke.
'Dat deden we nooit. Ook niet bij kleinere wedstrijden.'
Die pole was mooi. Ook de eerste keer dat een
Nederlander in Assen in de 500cc dat flikte. Maar
ijzervreter Middelburg kampte met de naweeën van de
crash in Frankrijk. Hoe moest dat gaan met zo'n
duwstart? Was het niet beter om hem aan te laten duwen,
achter aan het veld? 'Een Nederlander op pole en dan
achteraan het veld? Nee, dat doe je niet.' Middelburgs
start was als verwacht. 'Mamola en Roberts schoten vol
accelererend weg, terwijl Middelburg nog stond te duwen
en alle toeschouwers vreesden dat zijn kansen verkeken
waren.' Maar hij had de juiste Michelins om zijn wielen
laten leggen en niemand die hem kon bijhouden. 'De derde
ronde was fantastisch. De programmaboekjes gingen
omhoog, de zon brak door en Middelburg had de leiding
van Roberts overgenomen.' Jack Middelburg was die middag
de allergrootste. 'Onze kennis aan superlatieven schiet
tekort om te omschrijven hoe de 28-jarige kassenbouwer
uit Naaldwijk de 125.000 toeschouwers buiten zinnen
bracht door op magistrale wijze de 500cc race te
domineren... Alleen al de manier waarop Middelburg de
lakens in de Koningsklasse uitdeelde was niet te
overtreffen.' Een ronde voor het einde kon Van den Broek
'+20' op zijn pitsbord kalken. Een ronde later waren er
nog veertien seconden over. Jack had al gevierd, die
laatste 7,7 kilometer. 'De mensenmassa kwam overeind en
de armen gingen omhoog, Jumping Jack Middelburg had het,
voor velen, onmogelijke verricht en de 500cc TT
gewonnen.' (uit: weekblad Motor, nr. 27, 1980).
'Het
was ongelofelijk wat er gebeurde', zegt Van den Broeke.
'Er komt zoveel op je af, je weegt zomaar honderd kilo
minder. Ik wilde na de race inpakken, maar Jack zei:
"jij gaat mee naar het podium".' Daar liet
Middelburg zich bejubelen, stuntelend met een fles
champagne, een peuk tussen de lippen. En naast hem Adri
van den Broeke. Nico Bakker genoot op een provisorische
tribune in het rennerskwartier in stilte mee. Jos
Danenberg en meer dan 100.000 mensen vierden het
uitbundig langs de baan. Nu is het twintig jaar later.
Het circuit is veranderd, aan de pits wordt nog volop
gewerkt. De tijd heeft niet stilgestaan. Maar een stukje
geschiedenis is naar het heden van Jurgen v/d Goorbergh
geplaatst. Jack Middelburg was de laatste Nederlander
die een pole-position pakte in Francorchamps, 1982.
Totdat Jurgen vorig jaar in Barcelona en Brno het voor
onmogelijk geachte presteerde. Vooraan op de grid,
prominent in de lens van de camera's. De regen is even
opgehouden, maar de baan blijft nat. Jurgen zet zijn
helm voor de tweede keer op. Nico Bakker draait de
machine warm. 'Hij klinkt wel, hè, grijnst Jurgen. 'Hoe
schakelt dit ding?', wil hij weten. 'Als een racer, en
hij heeft een lange één, hoor', roept Bakker. Jurgen
rolt weg. Heel langzaam klimt de Yamaha in toeren. Ja,
Jurgen, het is een lange één!' 'Hoor, daar komt 'ie.
Dat klinkt ouderwets', glundert Bakker een paar minuten
later. Jos Danenberg staat er bij met de handen in de
zak. Hij kocht de Middelburg Yamaha enkele jaren geleden
op 'een showtje' in Wognum'. Tegenwoordig is het een
aandachtstrekker bij Bakker Framebouw. 'Daar komt
motorvolk', zegt Danenberg. 'Als íe bij mij op de zaak
staat, lopen ze er gewoon langs. Dan word ik link, denk
ik "kijk toch eens wat daar staat, stomme
ganzen".' De Yamaha klinkt niet bejaard, maar nog
opmerkelijk vitaal. Jurgen's chef-technicus Hans Spaan, staat
met de armen over elkaar te kijken. Hij was er ook bij,
twintig jaar geleden. Als broekie van 21. 'Ik reed mijn
eerste TT. Ik werd vierde in de 50cc. Niks mis mee, maar
alle aandacht ging uit naar die overwinning van
Middelburg.' Jurgen komt langs - en lijkt het naar zijn
zin te hebben. Dat blijkt als hij later de pitstraat
instuurt. 'Hij loopt wel mooi, hoor', zegt Jurgen
bewonderend. 'Echt een zonnetje. Ik dacht "zo'n
ding loopt niet." Dat verbaast me wel. Maar ik moet
zeggen, het gaat heel mooi soepel. Een beetje als een
V4. Hij trekt ook best. Vergelijk het maar met een goeie
250, maar dan nog iets sneller. Als je er een
straatfiets naast wil zetten, moet je toch een flinke
1000 hebben, voordat die 'm eruit trekt. Hij begint bij
6.000 tpm, bij 8.5 á 9.000 komt 'ie echt en dan gaat
'ie door tot 11, 12.000.' Bakker knikt glimlachend. En
het sturen? Je zit er totaal anders op dan op mijn Honda
V2. Hij voelt heel lang aan, terwijl een racer
tegenwoordig juist veel meer op zijn kop staat. De
clip-ons staan ver weg en de kont is laag. De
voetsteunen staan ook laag. Je merkt dat je hem met het
insturen wat moet dwingen. Het frame is heel stijf,
misschien wel wat te stijf. Onderin denk je eerst
"kom op!" Maar dan wordt het een echte 500. Zo
van "pohhhhp". Had 'ie al een powervalve? Ja,
hè. Hij gáát wel. Ik denk dat de motoren van nu
piekeriger zijn.' Van den Goorbergh neemt de Yamaha nog
eens in zich op. 'Ik heb niet zoveel met die oude
motoren', zei hij vooraf heel eerlijk. 'Dit is toch wel
een aparte ervaring', geeft hij nu toe. 'Als je er zo
mee rijd, merk je toch wel "zo gek waren ze toen
nog niet". Het zit er allemaal nog niet zo heel ver
van af. Als je een iets andere voorvork monteert, een
paar andere banden, je past de vering wat aan en je
gooit er een paar knappe remmen onder, dan kun je nog
heel hard gaan met zo'n ding. Die bandjes die er nu
opzitten zou je moeten vervangen door een 250 band.
Jammer dat de baan nat was.' En zo'n duwstart, ziet de
GP-coureur van tegenwoordig zich dat al doen? 'Qua
compressie is 'ie goed, hij start zo. Niet te veel gas
en gaan. Net als bij mijn V2.' Voor het eerst nestelde
Jurgen van den Goorbergh zich op een 500cc viercilinder
van Japanse makelij. Hij grijnst. Een Japanse
viercilinder, daar is het hem dit jaar allemaal om
begonnen. 'Je merkt, het loopt gewoon, hè', grijnst
hij. 'En het gaat niet kapot, hè. Hier moeten we naar
toe.' Als Jurgen terugloopt naar zijn pits, genieten
Bakker en Danenberg nog even na. De Yamaha wordt ontdaan
van zijn polyesterwerk. Een van Jurgen's Japanse
monteurs komt kijken. Letterlijk met open mond beent hij
driftig om de twintig jaar oude viercilinder. Zonder
verleden geen heden.
Adri
van den Broeke zit thuis in Middelburg. Hij kon er niet
bij zijn. 'Wat vond Jurgen ervan", wil hij weten.
Het antwoord stemt hem tevreden. Na de overwinning in de
50e TT merkte Van den Broeke dat hij en Jack in aanzien
waren gestegen. 'De deuren gingen voor ons open, hè.
Dat was een fijn idee, maar ik wilde niet over de
schutting gluren. Ik wilde het zelf doen, met
Middelburg.' Aan het eind van het jaar scheidden hun
wegen; dat had Van den Broeke voor het begin van het
seizoen al aangegeven. De combinatie van de flamboyante
Middelburg en de ingetogen Van den Broeke was een
bijzondere. Fanatisme en liefde voor de sport verbond
hen. 'Ik heb vier fijne jaren gehad met Jack. Hij was
altijd open en nuchter. Fijn voor het publiek ook. Een
echte sportman, hij gaf altijd alles. Als er iets in
zat, haalde Jack het er ook uit. Ruzie? Eh, één keer.
Toen heb ik hem 's-avonds opgebeld. "We kunnen twee
dingen doen", zei ik toen. "Ik kom naar jou
toe en lever mijn spullen in of jij komt hiernaar toe en
we praten het uit". Drie kwartier later stond hij
hier in Zeeland. Zo snel had nou ook weer niet
gehoeven....' Twee jaar geleden zwaaide Van den Broeke
zelf zijn been over de Middelburg Yamaha. Tijdens de
Centennial Classic TT mocht hij ook de baan op. 'Ja, dat
was heerlijk om mee rond te rijden. Onderweg zat ik wel
te denken "wat zou Jack gedaan hebben?" Maar
ik dacht ook "niet denken, straks glijd je
eraf". Toen ik afgevlagd werd, schoot door me heen
"jij hoort er helemaal niet op".' Sommige
dingen staan gewoon in het geheugen gebeiteld. Met goud
omrande letters...
Het is deze
maand al weer twintig jaar geleden dat de 500cc klasse van de
Asser TT voor het laatst door een Nederlander werd gewonnen. De
legendarische Jack Middelburg bleek in 1980 op het TT-circuit
een maatje te groot voor iedereen. Zijn overtuigende zege gaf de
vaderlandse motorwereld extra glans, want de Yamaha-krachtbron
van 'Jumping Jack' was in een Nico Bakker-frame gehuisvest.
Vakmanschap van de koude grond versloeg de Japanse oppositie in
recordtijd!
We
schrijven 29 juni 1980. De beelden staan als de dag van gisteren
in het geheugen gegrift: dat ondeugend zwaaiende handje van Jack Middelburg
tijdens de laatste ronde van de TT. Met een voorsprong van
twintig (!) seconden deelde de jubelende volksheld zijn voorpret
met 126.000 toeschouwers langs het circuit. Iedereen hield zijn
adem in, want de eindstreep was nog niet in zicht. Stel dat er
nog iets zou gebeuren? In gedachten reed iedere Nederlandse
racefan mee op de witte 500cc machine met daarop het startnummer
8. Omdat we allemaal ook die spanning konden waarnemen, kreeg de
zege van Middelburg nog meer gevoelswaarde. In een wolk van
emotie werd de winnaar door vertrouwelingen naar het podium
gedragen en boven de deinende, zingende massa kon Jack
nauwelijks bevatten wat hij teweeg had gebracht. Hij had zojuist
één van de mooiste hoofdstukken in de Nederlandse
motorgeschiedenis geschreven.
Bijna twintig jaar later
bevinden wij ons in het vlakke, groene Noord-Hollandse landschap
in Heerhugowaard in de werkplaats van Nico Bakker. Het gejuich
van de toeschouwers is verstomd en van Jack Middelburg moesten
we in 1984 vroegtijdig afscheid nemen na een fataal race-ongeval
in Tolbert. Zijn winnende motor is echter in bijna originele
staat bewaard gebleven. De aanblik van deze bijzondere machine
doet het hart sneller kloppen, want de spierwitte kuip met
daarop reclame voor I.M.N. (Inter Motor Nederland; destijds de
Nederlandse Yamaha-importeur) en Sarome (aanstekers) verhult een
opvallende viercilinder-in-lijn, die eerst verguisd en daarna
bejubeld werd. Als de stroomlijnkap is verwijderd, wordt de
aandacht opgeëist door het dwarsgeplaatste motorblok waarvan de
buitenste, linker uitlaat als een gespierde boaconstrictor achter de carburateurs langs naar boven krult. Zwarte verf op
het frame moet de indruk wekken dat het een Yamaha-bouwwerk is,
maar wij weten wel beter. ,,Hoewel ik in de loop der jaren voor
veel mensen een frame mocht bouwen, heb ik met deze motor echt
een emotionele band", constateert Nico Bakker met een
tikkeltje weemoed in zijn stem. Welke omzwervingen heeft deze
opvallende 500cc machine sinds 5 oktober 1980 (de kampioensraces
te Nijvel) gemaakt? Eigenlijk is deze motor nooit ver
weggeweest. Na gebruik werden de Yamaha's, model TZ500G, eind
1980 ingeleverd bij I.M.N. in Rotterdam, waar Hans Moerkerk de
scepter zwaaide. Later werd één van de motoren door sponsor
Henri van Tol gekocht voor Peter Looijesteijn, die er ook enkele
wedstrijden mee gereden heeft, en vele jaren daarna kwam de
Middelburg-Yamaha in handen van raceliefhebber Jos Danenberg. In
de parade tijdens de 65e TT reed Jack Middelburg junior ermee en
Adri v/d Broeke (destijds monteur van Middelburg) bestuurde
zijn oude troetelkind tijdens de Centennial Classic TT in 1998.
Met slechts een nieuwe ontsteking, remblokken en
koppelingsplaten bleek de oudgediende weer goed voor enkele
snelle rondjes.
Nico Bakker heeft in de loop
der jaren alle groten der aarde in zijn werkplaats gehad, van
Jack Findlay tot Walter Villa, Barry Sheene en Franco Uncini.
Hij bouwde 50cc frames voor Peter Looijesteijn en Stefan
Dörflinger, maar ook wereldkampioenen als Giacomo
Agostini, Takazumi Katayama en Dieter Braun reden met de
prachtige, degelijke chassis van de Noord-Hollander, die bijna
alle motormerken, van lichte Kreidlers en Morbidelli's tot zware
Honda's en Suzuki's, in een Nederlands jasje stak. Heden ten
dage weet men de specialist nog steeds te vinden, want op de
nieuwe Italjets, die dit jaar (2000) aan het 125cc WK deelnemen,
is ook het bekende rood-wit-blauwe stickertje geplakt. De
54-jarige constructeur weet zich nog goed te herinneren wat zich
in 1980 heeft
afgespeeld. ,,Boet en Jack
waren niet tevreden over de stuureigenschappen van hun motoren.
De standaard Yamahaframes waren te licht en veel te flexibel.
Ook werd de onrust in de vering direct aan de coureurs
doorgegeven. Beide coureurs hadden dezelfde klachten, maar ze
mochten van I.M.N. niet zomaar voor een ander frame kiezen. Ik
wilde best wat voor ze doen en wist ook wat er aan
mankeerde." Het vertrouwen van de twee Nederlandse 500cc
toppers, de derde, Wil Hartog, reed op Suzuki, was tot het
nulpunt gedaald en tijdens de derde Grand Prix van het seizoen,
in Frankrijk, barstte de bom. Terwijl Boet van Dulmen op het
circuit van Paul Ricard als een vorm van stilzwijgend protest
ver beneden zijn capaciteiten in de achterhoede vertoefde, nam
Middelburg teveel risico en tuimelde van zijn motor, die meteen
vlam vatte. Barry Sheene was met een dezelfde type, moeilijk te manoeuvreren
machine ook onderuit gegaan en hij kon die dag ter nauwernood
voorkomen dat zijn linkerpink werd geamputeerd (zou later
echter alsnog gebeuren). Het is dan 25 mei en 's-avonds
volgt een pittige discussie met I.M.N. directeur
Hans Moerkerk, die na ampele overwegingen beide
coureurs en de technische staf groen licht geeft om een ander
rijwielgedeelte te gebruiken. Op 26 mei (tweede pinksterdag)
werd in Tubbergen gereden en een dag daarna stond men bij Bakker
op de stoep. Het was een hectische periode,
midden in het seizoen, met de financieel uiterst lucratieve
races in Raalte en Chimay nog voor de boeg in de maand juni.
Gelukkig stond de 500cc-klasse niet op het programma van de GP
van Joegoslavië (15 juni), maar er resteerden slechts vier
weken tot de eerste training voor de TT van Assen! Bakker: ,,Ik
ben meteen aan het werk gegaan. Tijd om een tekening te maken
was er niet. Alleen de noodzakelijke maten waren op een kladblok
geschreven. Na het demonteren hebben we het losse blok op de
lasmal vastgezet. Daarna zijn we met hulpstukken gaan buigen en
lassen." De exacte bouwtijd in werkuren is niet bekend,
maar Nico weet nog wel hoelang de klus heeft geduurd. ,,Negen
tot tien bouwdagen in totaal. Eerst is het frame voor Boet
gebouwd, omdat hij de eerste was die het vroeg en pal erachter
aan hebben we het frame voor Jack gemaakt en daarna een derde
exemplaar als reserve." Na de TT kwam ook Sadao Asami bij
Bakker op de koffie en liepen nog twee frames voor de TZ500 van
stapel, zodat er in totaal vijf chassis van dit type zijn
vervaardigd. ,,En ik weet zeker dat minstens één daarvan in
Japan terecht is gekomen", zegt Bakker veelbetekenend.
Eerder had ook Barry Sheene zich bij Nico aangediend, maar de
Britse 500cc wereldkampioen wilde op zeer korte termijn over een
Bakker-frame beschikken en dat kon toen niet wegens tijdgebrek.
,,Barry heeft lange tijd gedacht dat ik de bood afhield om de
Nederlandse coureurs te beschermen."
Tegenwoordig verdient Boet
van Dulmen, nog steeds vanuit Ammerzoden, de kost als
zelfstandig transportondernemer, maar in 1980 was hij teamgenoot
van Jack Middelburg. Den Boet kan zich nog goed voor de geest
halen in welke vorm de eerste Yamaha TZ500 naar Europa kwam.
,,Dat die motor vanaf de fabriek niet deugde, wist ik van
tevoren. Ik had er namelijk al eerder op gereden, evenals Kenny
Roberts en Barry Sheene, want wij waren eind 1979 door Yamaha
uitgenodigd voor een internationale race in Japan. Op het
circuit van Sugo trainden we voor het eerst met de TZ500, maar
we zetten hem al snel aan de kant, want hij leek helemaal niet
op de fabrieksmachine
van Roberts, wat ons eerst werd voorgehouden. We hadden zo
weinig belangstelling voor die motor, dat we met een stel
coureurs lekker
gingen karten. Later bleek dat dit allemaal te maken had met een
vertraging bij de ontwikkeling van de nieuwe 500cc viercilinder
met roterende inlaten. Toen mijn motor in Nederland arriveerde,
was ik dus niet echt verrast. Die productieracer was een
zwabberding en hij trok pas tussen 9500 en 12.000 toeren. Mijn
monteur Gerrit Veldscholten zou er veel werk aan krijgen om hem
sneller te maken, maar een ander frame pakken? Dat ging zomaar
niet. Van mij werd verwacht dat ik reclame zou maken voor Yamaha
en niet dat ik kritiek zou leveren, want ik had een goed
contract met de Nederlandse importeur I.M.N. Toch konden we na
de Grand Prix in Paul Ricard I.M.N. directeur Hans Moerkerk
overtuigen dat deze machine niet leek op de motor die ze ons en
óók hem hadden beloofd. Moerkerk begreep toen dat het echt mis
was en wij kregen toestemming om een ander rijwielgedeelte te
gebruiken en zo kwamen we bij Nico Bakker terecht. Het frame van
Nico was veel beter, een stuk stabieler. Ik kreeg weer controle
over de motor en toen kwamen de resultaten vanzelf. In de door
Jack gewonnen TT eindigde ik als vierde, maar er had toen meer
ingezeten als ik in Raalte geen schouderblessure had opgelopen (jaja).
Yamaha heeft een jaar later ten opzichte van mij veel
goedgemaakt, want toen kreeg ik direct aan het begin van het
seizoen wel een speciale motor."
Bij
de constructie van het frame heeft Bakker de geometrie van het
standaardframe aangehouden, maar maakte hij gebruik van een
andere buis, type 4130, afkomstig uit de Amerikaanse
vliegtuigindustrie. De wanddikte en de diameter zijn wat groter
en het materiaal is eveneens stijver. Het gewicht van zijn kale
frame bedraagt 7,5 kilo en dat is een halve kilo meer dan de
oorspronkelijke Yamaha-versie. Typerend voor de zwaardere
Bakker-frames is de driehoeksconstructie met de gekruiste buizen
bij het balhoofd. Een extra verbindingsstuk tussen beide delen
bevordert de stabiliteit. Het chroommolybdeen materiaal moest op
last van Yamaha wel zwart worden gespoten, zodat de kleur van
het originele frame geen geweld werd aangedaan en niemand op
verkeerde gedachten kwam! De balhoofdhoek, wielbasis en naloop
bleven ongewijzigd, maar bij de cantilever-achterdemping moest
het standaardelement plaatsmaken voor een zwaardere unit van een
Yamaha TZ750. Verder werd de monoshock-achtervork flink
verstevigd en moest de Yamaha voorvork het veld ruimen voor een
Kayaba. ,,Op deze manier hadden we de zwakste punten eruit
gehaald, maar van een verstelbaar balhoofd of andere constructie
was geen sprake. Dat had extra gewicht gekost en bovendien
ontbrak ons de tijd", aldus Bakker, die de rekening van
zijn werkzaamheden overigens rechtstreeks naar I.M.N. moest
sturen. ,,Hoeveel? Dan zou mijn vrouw Cora in de administratie
naar de bonnetjes moeten zoeken, maar ik dacht ongeveer Hfl.
14.000 (6350 euro) per frame." Tijd om te testen was er
nauwelijks en toen Den Boet op de Luttenbergring aan een val een
gekneusde schouder overhield, moest Middelburg als enige rijder
het nieuwe wapen aan de tand voelen, nadat Adri v/d Broeke de
motor had opgebouwd. Gelukkig had Yamaha, bij wijze van
uitzondering, de Salzburgring als testcircuit kunnen huren,
zodat er tien dagen voor de TT toch nog kon worden gereden.
Middelburg greep deze gelegenheid met beide handen aan en hij
voelde zich meteen zo vertrouwd met de nieuwe
Bakker-Yamaha-combinatie, dat hij het ronderecord van Kenny
Roberts (senior uiteraard) evenaarde! Niet alleen gedroeg de
viercilinder zich stabiel in de, voornamelijk snelle bochten,
ook het motorvermogen loog er niet om en deze prestatie kwam op
het conto van Adri v/d Broeke. De nu 52-jarige technicus, die
anno 2000 zijn eigen bedrijf in Middelburg bestiert, is een
exponent van de school van Nederlandse tuners en dus leerde
hij het vak in de 50cc klasse. Later maakte de Zeeuw als
rijder furore in de 250cc en 350cc klassen, alvorens hij voor
Jack ging werken. ,,Eigenlijk mochten we niet te veel aan de
motor veranderen", herinnert Adri zich nog, maar zo'n
mededeling aan een techneut staat gelijk aan een kat verbieden
om een vogeltje te vangen. ,,In Spanje tijdens de tweede Grand
Prix werd door Jack al stiekem getest
met andere onderdelen. Naar buiten was weliswaar sprake van
één team met twee rijders, maar er was veel onderlinge
concurrentie. Logisch, want motorsport is een individuele sport
en na de race geef je elkaar weer een hand. Ik werkte voor Jack
en niet voor iemand anders en toen er bonje kwam in Frankrijk
dreigde ik mijn spullen van de motor te halen, want ik voelde me
aan niemand iets verplicht." Gelukkig kwam het niet zo ver,
maar om welke onderdelen ging het dan? Om te beginnen had V/d
Broeke de poorttiming sterk gewijzigd met onder andere verlengde
inlaatkanalen. Ook de verbrandingskamers werden gemodificeerd en
de bougies stonden nu onder een hoek, terwijl de krukassen
werden opgevuld met balsahout (!). Tussen de cilinders en
inlaatrubbers werden kunststof ringen geplaatst, om te voorkomen
dat een deel van het mengsel werd teruggeblazen, terwijl vier
uitlaten uit eigen keuken het geheel completeerden. Dit had tot
gevolg, dat de motor, die oorspronkelijk van 9500 tot 12.000 tpm.
werkzaam was, nu al vanaf 7000 toeren trekkracht ontwikkelde.
Van de Broeke: ,,Het exacte aantal pk's ken ik niet, want hij
heeft nooit op de proefbank gestaan. Ik werkte altijd met een
125cc Yamaha-ééncilindertje om iets nieuws uit te
proberen." De viercilinder kreeg een veel bredere powerband
en had ook aan topvermogen meer te bieden. ,,Jack reed in de TT
tot 12.800 toeren en hij mocht van mij zelfs lange tijd boven de
13.000 toeren rijden, want thermisch was deze motor helemaal in
orde." Nadat Jack zich voor de eerste keer in zijn
illustere loopbaan van de pole-position had verzekerd, was het
vertrouwen voor de wedstrijd groot, maar bleef men met één
vraag zitten: moest men de coureur wel vanaf de beste
startplaats laten vertrekken, of moest hij zich van achteraan
het veld laten aanduwen? De man uit Naaldwijk werd voortdurend
gepijnigd door een slepende beenblessure en hij kon de motor
nauwelijks op eigen kracht aan de praat krijgen (de
koppelingstart werd in die dagen alleen in de F750-races
toegepast). Jack stond gewoon vooraan naast Philippe Coulon,
Randy Mamola en Marco Lucchinelli en hij koos onder de donkere,
dreigende wolken, in tegenstelling tot enkele collega's, toch
voor slickbanden. Van de Broeke: ,,Je kon aan de windrichting
zien dat de bui zou overgaan. Onze enige angst was de start
zelf." Hoewel de Bakker-Yamaha TZ500 pas op de twintigste
plaats de S-bocht indook, nam Jumping Jack al in de derde ronde
de leiding en wat er daarna gebeurde is bekend. Een van de meest
aansprekende persoonlijkheden uit de nationale racewereld won de
TT van Assen met een motor vol vaderlandse technische huisvlijt
in een echt Nederlands frame, dat drie weken voor de race nog
niet eens bestond!
Op 10 april 2004, 20
jaar na zijn dood, werd er op het circuit van Assen een plein naar Jack
vernoemd. Pal naast het TT Circuit te Assen, werd er een nieuwe
motorontmoetingsplek gerealiseerd, in samenwerking met het TT Circuit en
de gemeente Assen. Dit plein heet nu ‘Jack Middelburgplein'.
Voor foto's en het verhaal, klik op onderstaande banner.
Het bord werd onthuld door Jack Middelburg jr., die voor deze
gelegenheid de winnende TT-Assen 1980 Yamaha van zijn vader had
meegenomen (d.w.z. de nieuwe eigenaar had hem meegenomen).
Jack
jr. voor het bord van het naar zijn vader genoemde plein.
Diverse
foto's van de opening van het JACK MIDDELBURG-plein in Assen, op 10 april
2004.
afkomstig van het oude circuit, nl. van de
Bedeldijk.
Motoren Boet en Jack
1981, tijdens een internationale Suzuki meeting in 2004.
`
Twee PDF-bestanden
Herinneringen
aan Jumping Jack.
(deel
1 en deel 2) van de
pagina Jack Middelburg, april 2004, ter gelegenheid van zijn
sterfdag. Deze heb ik gehad van Natascha Kayser van het Algemeen Dagblad
Sportwereld. In het artikel wordt teruggekeken door Adri v/d Broeke,
Boet van Dulmen, Jos Vaessen, Henk Rekers, Mar Schouten en Kenny
Roberts. Een prachtig 'document' waar ik Natascha en het AD erg dankbaar
voor ben, evenals Henk Keulemans m.b.t. de foto's!
Donderdag
1 april 2004 Algemeen Dagblad: Overmorgen is het 20 jaar geleden dat
Nederland één van zijn beste en meest charismatische motorcoureurs
verloor. Jack Middelburg, winnaar van de TT in 1980, overleed op
31-jarige leeftijd aan de verwondingen die hij twee dagen daarvoor, op
1 april 1984, had opgelopen bij een ernstige crash op het
stratencircuit van Tolbert. De motorwereld verloor met 'Jumping Jack'
een kleurrijk figuur, die nergens bang voor was. Dat bleek ook uit de
tekst op zijn rouwkaart: 'Door de snelheid van zijn blijmoedig leven
was hij snel aan zijn aardse eindpunt'. Ter nagedachtenis van en als
eerbetoon aan deze sportman wordt volgende week zaterdag in Assen,
naast het TT-circuit, een plein naar hem vernoemd.
Adri van den
Broeke, toen monteur nu (2004) eigenaar motorzaak: ,,Van
1977 tot en met 1980 ben ik monteur geweest van Jack en het was de
tijd van mijn leven. Het hoogtepunt is natuurlijk de TT-overwinning
geweest in 1980. Elke minuut weet ik nog. Alles klopte die dag. Ik had
niet geslapen - dat deed ik nooit voor een GP en deze was bijzonder.
Het was de 50e, een jubileum-TT. Jack had als snelste getraind, hij
stond op pole-position. Ik heb de hele nacht alles nóg eens zitten
checken. Was niet nodig, maar ik zou toch niet gerust slapen, als ik
het niet deed. We hadden een nieuw frame, de week ervoor getest in
Oostenrijk. In de trainingen ging het geweldig. De enige zorg was
eigenlijk Jack's been. Hij had een blessure en toen moesten de
motoren nog aangeduwd worden. We waren bang dat hij dat niet zou
kunnen. We hebben nog overwogen om achteraan te starten, want dan
mocht ik hem aanduwen. Maar dat wilde Jack niet. In zijn eigen TT als
laatste starten in plaats van als eerste, dat was zijn eer te na. Ik
ben niet blijven feesten. Ik genoot wel, maar daar heb ik geen hoop
gedoe voor nodig. Zal wel een te nuchtere Zeeuw zijn. Ik ben 's-avonds
nog terug gereden naar Middelburg. De week erna was er immers weer een
Grand Prix, in België. Alles wat in Assen goed ging, ging daar mis:
steentje in de motor, ontsteking kapot, stortbuien en in de race reed
een of andere Fin Jack ondersteboven. Motor in de fik, een hoop
ellende. Jack heeft de naam veel te zijn gevallen, Jumping Jack. Dat
is niet helemaal terecht. Natuurlijk viel hij wel, maar hij is niet
vaker dan Hartog of Van Dulmen gevallen. Hij kwam alleen wat rotter
neer. Maar een GP winnen doe je niet zonder er wel eens af te vallen.
Die val in Tolbert was niet nodig geweest. Hij was daar al eens eerder
gevallen en hij wist dat de banden daar niet warm te krijgen
zijn."
Boet van Dulmen,
toen racemaat, nu (2004) zelfstandig transportondernemer: ,,De
hele wereld hebben we samen gezien. Het was wij samen tegen de rest.
Wij gingen er samen voor. Jack en ik waren ook altijd degenen die tot
echt het laatst bleven zitten. Wij deden het licht uit, Jack was een
gouden vent. Recht door zee, had nooit smoesjes. Hij had veel
karakter. Als hij weer eens was gevallen zei hij 'stom, ik ging te
hard' en verder hoorde je hem er niet meer over. Later is het mis
gegaan en hebben we ruzie gekregen. Dat was een nare periode. Tot mijn
grote spijt hebben we het nooit goed kunnen maken. Dat zit me 20 jaar
later nog steeds dwars. Gelukkig overheersen de mooie herinneringen.
De mooiste zijn van de zomer van 1979. Toen stonden we samen op het
podium in Zweden. Barry Sheene, ook al wijlen, reed aan kop en Jack
zag het eigenlijk niet meer zitten. Toen ben ik hem voorbij gegaan en
heb hem op sleeptouw genomen, want ik dacht dat we hem samen nog wel
konden inhalen. We hebben de jacht op Sheene geopend en zijn nog heel
dichtbij gekomen. De wedstrijd was een ronde te kort om Barry nog in
te halen, maar Jack werd tweede en ik derde. Het was de eerste en
enige keer dat er twee Nederlanders op het podium stonden (dit
klopt niet, want in Zweden 1981, op het circuit van Anderstorp)
stonden ze samen nogmaals op het podium, met wéér Barry Sheene als
winnaar). Een week later, in Finland, waren de rollen omgekeerd.
Randy Mamola was niet in beste doen en ik zette de achtervolging in.
Jack heeft het gat achter me goed dichtgehouden. Hij hield de boel
mooi op. Dat was de enige Grand Prix die ik won, met hulp van Jack.
Hij werd vierde. Hij is voor mijn ogen verongelukt. Het was koud, die
dag in Tolbert. Jack gaf meteen in de eerste ronde vol gas, op te
koude banden. We vielen samen. Ik ben nog over zijn motor gereden, die
kon ik niet ontwijken. We zijn naar hetzelfde ziekenhuis gebracht. Ik
wist meteen dat het mis was."
Jos Vaessen, toen
algemeen secretaris KNMV, nu (2004) voorzitter TT-circuit: ,,Jack
was een brutaal straatjochie. Altijd ondeugend, de ene grap kwam na de
andere. Soms was ik vreselijk kwaad op hem. Dan keek 'ie me aan,
draaide een shaggie en begon te lachen. 'Jos, je weet toch dat ik het
niet expres deed.' Het was onmogelijk om lang kwaad op hem te zijn.
Jackie met zijn shaggie. Hij had zelfs een zakje in zijn race-overall
laten innaaien om toch maar zijn baaltje zware Van Nelle bij zich te
hebben. Op een gegeven ogenblik had hij dringend behoefte aan een
motor. Om bij Honda wat te kunnen loskrijgen moest er een
officieel orgaan achter zitten. Daar ben ik als secretaris van de KNMV
ingestapt. Bij Honda kon ik twee motoren en twee blokken krijgen,
één voor Jack en één voor Boet van Dulmen. Maar Boet kreeg via via
een Suzuki, waar hij niet onderuit kon, terwijl die Honda's beter
waren (bleek achteraf wel mee te vallen). Toen is het mis
gegaan tussen die twee. Jack zat er erg mee, maar hij kon er niets aan
doen. Hij kon zich alleen verweren op de baan. Of die ruzie met het
ongeluk te maken had, dat weet ik niet. Het was waarschijnlijk toch
wel gebeurd, vroeger of later. Jack was nou eenmaal zo'n coureur. Elke
race die hij reed, was er de angst dat het mis zou gaan. Hij deed
dingen die niet konden. Die reed altijd op het randje. Hij kón niet
anders. Snelheid was een deel van hem. Niet alleen op de circuits, ook
op de weg. Hij moest eens een keer een week de bak in omdat hij zoveel
snelheidsovertredingen had. Ik kon regelen dat hij doordeweeks kon
zitten. Hij kwam op zaterdag vrij en reed linea recta naar Assen om te
racen. Onderweg had hij al weer twee bekeuringen te pakken. Daar
maakte hij dan weer een grap van, dat hij een kamer kon behangen met
de bekeuringen."
Henk
Rekers, toen eerste sponsor, nu (toen ook) eigenaar van motorzaak: ,,Ik
ben vijf jaar sponsor geweest van Jack, totdat hij bij Yamaha onderdak
vond. Ik kende Kees van der Kruijs goed. Die wilde een of andere
zes-uurs race rijden, met Jack. Ik vond het niks, want die Middelburg
was een brokkenpiloot. Maar goed, ze zetten door en ze reden
fantastisch. Ze hadden een paar ronden voorsprong, met nog een
kwartier of zo te gaan. Moesten ze zonodig onderling gaan kijken wie
de snelste was. Ze knalden die machine bovenin de toeren. Daar kunnen
ze niet tegen, die 1000cc motoren. Hadden ze al gewonnen, verloren ze
toch nog. Zo ging het vaak met Jack. Hij moest en zou jagen, of het
nou nodig was of niet. Hij won of hij viel er af. de schade liep
behoorlijk in de papieren. Hij kon absoluut niet tegen zijn verlies.
Het maakte hem niet uit wie er voor hem zat, hij moest 'm eruit
remmen. Hij zou het liefst het hele veld op een ronde zetten. Zo kon
hij races verknallen die hij al lang gewonnen had. Jack was een man
van impulsen. Ik ben een keer met het meegeweest naar Italië, toen
was ik al geen sponsor meer, maar we waren nog wel bevriend. Dan stond
Jack voor de deur: 'kom op ouwe, we gaan naar Italië'. En dat moest
op stel en sprong. Nou, wij naar Italië. Hij reed tien minuten, en
dan had hij hem weer ergens in de kreukels gereden. Gingen we meteen
weer naar huis."
Mar
Schouten, toen teamgenoot en vriend, nu (2004) monteur van zoon
Raymond bij 125cc Grand Prix team: ,,Jack
was de grootste van de Grote Drie. Het was een onverschrokken, wilde
jongen, maar erg sociaal voelend en zorgzaam. De eerste keer dat ik
hem zag was vroeg in de jaren '70, in Brunssum. Ik reed toen bij de
NMB, de zwarte bond. Kort voor de race komt er een ventje aanrijden op
zijn motor. Schroeft de kentekenplaten en de koplampen eraf en zet de
startnummers erop. In zijn gewone motorpak, op zijn gewone
straatmotor, werd 'ie tweede. Dat was dus Jack. Het was altijd feest
met hem in de buurt. Hij werd ook wel eens teruggepakt hoor. In die
tijd moesten we zelf onze motoren oppoetsen. Hij leende ergens een
poetsdoek en kreeg meteen glanswas mee. Dacht 'ie. Jack poetsen, dat
spul op zijn Suzuki smeren, want dat ding moest blinken. Maar er
gebeurde niets. Die zooi droogde maar niet op en die fiets zag er niet
uit. Bleek hij een bekertje koffiemelk te hebben meegekregen. Zo'n
grap had hij zelf ook kunnen uithalen. Hij maakte overal een geintje
van. Zelfs als hij weer een keer gewond was. Ik kan me herinneren dat
hij gevallen was, ook in Tolbert toevallig, en dat de metalen plaat
die in zijn been had, was verbogen. Hij had een onvoorstelbaar hoge
pijngrens, maar toen schreeuwde hij het uit. Hup, in de wagen, naar
zijn vaste dokter Derweduwen in België. Die haalde die plaat eruit en
Jack lachte weer. Hij was keihard voor zichzelf. Hij was glaszetter in
de kassenbouw. Hij klom rustig met zijn poot in het gips op een ladder
met een paar ruiten op zijn rug. Op het laatst was het een stuk
moeilijker. Jack zat niet zo goed in zijn vel en hij had er niet zo'n
zin meer in. Die ruzie met Van Dulmen vrat aan hem. Mijn laatste
herinnering aan hem is van de dag dat hij verongelukte. Die dag was ik
zelf ook gevallen, in de 250cc race. Jack was de eerste die bij me was
na die crash. Hij heeft me de ziekenwagen in geholpen. Een paar uur
later werd hij zelf het ziekenhuis ingereden."
Kenny
Roberts, toen racemaat, drievoudig wereldkampioen, nu (2004) eigenaar
MotoGP-team: ,,Jumping
Jack.... Is het al twintig jaar geleden? Ik heb nog wel eens over hem
gedroomd, nog niet zo heel lang geleden. We hebben niet zo heel vaak
tegen elkaar geracet, maar de duels die we hadden waren spectaculair.
Wat had die man een stijl! Hij was niet de slimste coureur - Van
Dulmen was meer berekenend - maar hij ging er altijd voor. Dat heb ik
altijd in hem bewondert, hij had een leeuwenhart en hij gaf nooit op.
Onze mooiste strijd was natuurlijk de Grand Prix op Silverstone in
1981. Hij kón helemaal niet winnen, maar hij flikte het toch. Het was
een geweldige race, maar ik was niet blij. Dat heb ik hem op het
podium ook gezegd: 'dit doe je één keer, maar nooit meer!". Hij
pakte me in de laatste ronde. We reden vrijwel naast elkaar en kwamen
bij twee anderen die we op een ronde zetten. Eén van hen was Franco
Uncini, wie de andere was, weet ik niet meer. Jack kon langs Uncini
glippen en ik niet. Ruim voor de laatste bocht wist ik dat ik had
verloren. Het was de eerste en de laatste keer dat een privé-rijder
won op Silverstone. Hij reed op een motor, waarmee hij helemaal niet
kón winnen. Hij won toch, op persoonlijke klasse. Zó goed was hij
dus. Ik denk niet dat hij wereldkampioen had kunnen worden. Als hij nu
had gereden, misschien wel. De motoren van toen waren heel moeilijk
onder controle te houden. De foutenmarge was erg klein. Dat ging te
vaak mis. Hij was te vaak geblesseerd om echt om de knikkers mee te
doen."
Ook het
Dagblad van het Noorden bracht een cpl. artikel over Jack in
april 2004
Dagblad
van het Noorden
13-04-2004
Een
aparte snuiter, nooit smoesjes en ook geen gezeik
Jack
Middelburg: één van de kleurrijkste Nederlandse
sporthelden aller tijden
Door
Jaap van Brummelen
Jack
Middelburg. Een bijzonder kind, en dat was-ie. Bijzonder
vanwege z'n daden als sportman, maar vooral ook als mens.
Zonder twijfel één van de kleurrijkste helden die de
Nederlandse sportcultuur heeft voortgebracht. Niet alleen
omdat hij in 1980 de Asser TT op zijn naam schreef en een
jaar later na een heroïsch gevecht met Kenny Roberts en
Randy Mamola de Grand Prix van Silverstone won.
De
legendarische motorcoureur bezweek op 3 april 1984 aan de
gevolgen van een zware crash op het stratencircuit van
Tolbert. Afgelopen zaterdag, ruim twintig jaar na dato,
kwam de herinnering aan 'Jumping Jack' weer tot leven. De
opening van het Jack Middelburgplein op het TT Circuit
werd opgewaardeerd door een keur aan familieleden en
bekenden uit de wegracerij.
Berry
Zand-Scholten, journalist De Telegraaf:
"Jack
was een vrolijke flierefluiter, een straatschoffie. Niet
dat hij zich te buiten ging aan drank en lekkere wijven,
maar hij had een soort nonchalance en vrijpostigheid. Hij
was keihard, vooral voor zichzelf. Net zo'n aparte als
zijn vader Willem. Die verdiende goud als kassenbouwer. Op
zekere dag ging hij naar de kroeg om een pakkie sigaretten
te halen. Drie maanden later kreeg z'n vrouw een kaartje.
Bleek dat hij als vrijwilliger in Korea was gaan vechten.
Pas twee jaar later zou hij terugkeren. Z'n rechterhand en
een oog was hij kwijtgeraakt." "Jack was een man
met een over-mijn-lijk mentaliteit. Bikkelhard. Middelburg
de grootste Nederlandse coureur aller tijden? Nee, dat is
Wil Hartog. Die had racetalent. Hartog is de grootste van
de drie. Hij had de gave een monteur precies te vertellen
waar het aan schortte. Middelburg niet. Hij was vooral een
kamikazetalent. Jack had uitsluitend talent om keihard
rond te gaan. Van afstelling van de motor had Jack
absoluut geen kaas gegeten. Als er iets niet in orde was
dan moest de monteur het doen met 'hij loopt niet' of 'uit
die bocht is het niks'. Middelburg was ook nog een kerel
met een gouden gevoel voor humor. Hij was een vrolijke
moppenverteller. En ik herinner me nog dat hij onderaan
het carter van zijn motor het opschrift 'te plat' had
geschilderd. Als hij ten val kwam dan werd de tekst
zichtbaar. Toen hij op het circuit van Rijeka voor de
zoveelste keer gevallen was zag hij het niet meer zitten.
'Ber ik stop er mee' zei hij. Petra heeft niet meer te
vreten en straks rij ik me hartstikke dood.' Ik heb toen
een bedelactie 'Hou Jumping Jack in het zadel' op poten
gezet. Die actie leverde 50.000 gulden op.
Boet
van Dulmen, ex-coureur:
"Jack
was een aparte snuiter, maar we mochten elkaar wel. We
reisden veel samen. Hij was het type doe maar gewoon dan
doe je gek genoeg. Recht toe recht aan. Nooit smoesjes,
nooit gezeik. Hij wees nooit met het beschuldigende
vingertje naar anderen. Als het in de race slecht was
afgelopen was het zijn fout geweest. Punt uit. Hij was ook
altijd bereid iedereen te helpen. Als iemand ergens een
probleem had kon hij op steun van Jack rekenen. Hij stelde
zich altijd sociaal op. In de race gaf hij zich voor 200
procent. Als ik hem met iemand zou moeten vergelijken zou
ik Kevin Schwantz noemen. Ook al was de kans van slagen of
het gaatje nog zo klein, Jack probeerde het en ging altijd
tot het uiterste. Dat was tegelijk zijn grootste handicap,
hoewel het wel eens te zwart wit wordt gezien. Of het door
die bijnaam komt weet ik niet. Middelburg viel niet vaker
dan de meeste andere coureurs, maar als hij viel dan was
het vaak meteen goed mis. De hoge druk en het koude weer
hebben hem op Tolbert de das om gedaan. Er waren problemen
met de KNMV en een paar motoren die zij hadden
aangeschaft. Wij kregen er ruzie door, maar het zorgde
voor extra geldingsdrang bij Jack. Ik heb er nog steeds
spijt van dat ik zo afscheid van hem heb moeten
nemen."
Wil
Hartog, ex-coureur:
"Jack
was opgefokt, het had niet gehoeven. Als mens was hij heel
liefdevol, als coureur meedogenloos, maar ik heb op de
baan altijd eerlijk strijd met hem geleverd. Het probleem
van Jack was dat hij zelf moeilijk kon vertalen naar de
monteur waar het aan schortte. 'Dat klereding loopt niet'
was dan het enige dat hij aan Adri van den Broeke
vertelde. Hij was dan in staat om de motor zo te laten
vallen."
Bovenstaande
tekst heb ik gehad van Yvonne Attema van de NDC
informatieservice, met toestemming voor publicatie.
Dirk Jan Roeleven
De zoon van Jumping Jack
Jacky,
draait met één hand een shaggie.
Jacky, kassenbouwer in het Westland.
Jacky, geeft altijd vol gas.
Jacky, is rustig en innemend.
Jacky, houdt van een geintje op zijn tijd.
Jacky, heeft zo zijn buien.
Hij
is sprekend zijn vader. Jack jr., de zoon van “Jumping”
Jack Middelburg, de legendarische motorcoureur die in
1984 om het leven kwam tijdens een race op het
stratencircuit van Tolbert in Groningen. Ook dat
onafscheidelijke shaggie, de humor en de passie voor
snelheid. En het onbesuisde. Nu weer zes hechtingen in
zijn vingers wat het draaien van shaggies niet
vergemakkelijkt.
De vergelijking met zijn vader vond hij vroeger niet
leuk, omdat hij zelf nog racete op motoren. “Ze
verwachtten altijd dat je eerste wordt. Maar als je met
middelmatig materiaal tiende wordt, is dat een
topprestatie, maar dat ziet niemand. Dat is frustrerend”.
En dat iedereen altijd maar begint over de heldendaden
van zijn vader, hoe goed en hoe leuk hij was, streelt
hem natuurlijk, maar toch: ”Allemaal leuk en aardig,
maar ik mis mijn vader. Niet de coureur, maar de man. Al
twintig jaar. Ik was het kind van de rekening. Toen hij
nog leefde was hij er ook niet vaak. Kassen bouwen in
het buitenland. Of aan het racen”.
Wie
door het familiealbum van Jack senior bladert ziet een
liefhebbende vader bezig met zijn dierbaarste bezit.
Kleine Jacky op een mini-motor. Aan de hand van vader in
het rennerskwartier. Allebei in een motorpak gestoken.
Jacky was tien toen zijn vader verongelukte. Op een
onbeduidend parcours, ergens in een uithoek van het
land. Geen Silverstone, geen Hockenheim, maar Tolbert.
Er was niet eens televisie bij. Slechts wat schokkerige
amateurbeelden hebben het fatale moment vereeuwigd. Een
roemloos einde van een groot kampioen, luidt het
cliché.
Kleine Jack zat die middag in 1984 thuis. Met zijn
moeder. Want ze hadden even een pit-stop, zoals dat
eufemistisch wordt genoemd. Beetje bonje gehad.
Toen zijn vader stierf was hij 31. Jacky is nu ook 31.
En reed begin dit jaar op zijn vaders winnende motor op
het TT-circuit van Assen. Om het Jack Middelburgplein te
openen. Dat emotioneerde hem zeer, maar de tranen hield
hij binnen.
Hoe groot de overeenkomsten tussen vader en zoon ook
zijn, kleine Jack leeft nog.
Ik hoop nog lang en gelukkig.
Dirk
Jan Roeleven (16 september 2004)
Jaaaaaaaaaaacky,
Het is begin juli 1980 en we
staan met ons tentje op een tijdelijke camping bij het circuit
van Terleamen - Zolder. We zijn er voor de Grand Prix voor
motoren van België. Op de camping zijn veel Nederlanders en
"het gesprek van de dag" is de overwinning van Jack
Middelburg afgelopen weekend in Assen.
Jack is populair, heeft veel fans en zijn naam wordt in die
dagen in en rondom Zolder vaak gescandeerd. Keer op keer klinkt
het uit de met bier gesmeerde kelen ; Jaaaaaaaaaaacky. De sfeer
is goed en er hangt ook een zekere spanning in de lucht. Waarom
zou Jack de Grand Prix van België ook niet kunnen winnen?
Dit is een herinnering die zo
maar weer opborrelt na het zien van de documentaire over Jack
Middelburg. Vrijdagavond gingen we in het programma van Joost
Prinsen even terug in de tijd. Een portret van Jack Middelburg
met interviews en beelden uit de oude doos. Het verleden kwam
even tot leven.
Naast de bekende beelden van Assen en Tolbert ook aandacht voor
de opening van het Jack Middelburg plein en de interviews met
weduwe Petra, Wil Hartog en Boet van Dulmen zetten even in het
kort iets van het karakter van Jack neer.
Zonder nu te kort willen doen
aan de inspanningen van makers van deze documentaire groeit de
behoefte aan een programma dat een uitgebreider overzicht geeft
over Jack zijn motorsportloopbaan. De overwinning van Jack in
1981 op het circuit van Silverstone bijvoorbeeld mag toch niet
ontbreken. Het was van al zijn successen zijn grootste prestatie
en als we dan toch bezig zijn, ook een van de grootste
wapenfeiten uit de geschiedenis van de Nederlandse motorsport.
Het zou mooi zijn om ook Roberts, Mamola, Cecotto of Graziano
Rossi eens over Middelburg te horen spreken. Hoe kijken zij daar
naar nu tegen aan? Zo'n groot talent die zijn bijnaam "Flying
Jack" langzaam ziet veranderen in "Jumping Jack".
Daar ben ik nog wel 's nieuwsgierig naar.
Tien jaar lang racen, acht
nationale titels, twee Grand Prix zeges en 141 WK punten waarbij
we moeten bedenken dat het aantal punten voor een klassering in
die dagen minder hoog was dan nu.
Er bestaan tientallen anekdotes die ik en vele fans met mij van
horen en zeggen hadden en die hem samen met zijn prestaties een
heldenstatus bezorgden. Er staat me een verhaal bij dat een
collega-coureur tijdens een NK wedstrijd vroeg of Jack eens een
paar rondjes op zijn motor wilde rijden. Het ding kwam niet
vooruit en misschien wist Jack raad. Nou dat wist Jack. De ene
snelle ronde na de andere kwam op de klok. Er mankeerde niets
aan de fiets.
Jack was fantastisch maar zijn kracht was meteen zijn zwakke
punt. Rijden tot en over de grens brachten hem veel succes, maar
het ging ook te vaak mis.
's Avonds op de camping wordt
nog wat nagepraat over de race. Mamola heeft gewonnen voor
Lucchinelli en Roberts. Jack was in een van de eerste ronden
onderuit gegaan. Roemloos. Vanuit de verte nadert de kreet
Jaaaaaaaaaacky . Als de jongens voorbij komen laten ze hun
trofee zien. Een stuk van de kuip van Jacks Yamaha.
Johan Kuipers
20 september 2004
Column van http://www.wegraceopmotoren.nl/
26
juni
2005, door Bert te Wierik
Vijfentwintig
jaar geleden won Jack Middelburg de 500cc wedstrijd op de TT van
Assen. Gisteren won Valentino Rossi het hedendaagse
koningsnummer, de Moto GP klasse, op hetzelfde circuit. In een
kwart eeuw is er veel veranderd in de motorsport. Middelburg
reed destijds op een Yamaha met een frame van Nico Bakker uit
Heerhugowaard. Rossi reed gisteren eveneens op een Yamaha. Zijn
motor is echter een volledig fabrieksproduct uit Japan waar
waarschijnlijk vele ingenieurs en computertekenaars aan gewerkt
hebben. Zo'n stunt als Middelburg en Bakker in 1980 uithaalden
is heden ten dage ondenkbaar. De motorsport wordt geregeerd door
geld en machtige fabrieken. Verrassingen zijn uitgesloten.
Kleine vaklui zijn kansloos tegen de Japanse en Italiaanse
grootmachten.
Met het
risico om versleten te worden voor oude zeurzak, gaat mijn
voorkeur toch uit naar de tijd van Middelburg. Natuurlijk, ik
was destijds net achttien en had m'n eerste motorfietsje
aangeschaft met zuurverdiend postrondbrenggeld en alles was
nieuw en spannend. En er zullen nu ook jonge gasten enthousiast
langs het circuit staan. Maar die lui hebben in verhouding wel
drie maal zo veel betaald om het poenerige racecircus te
bekostigen en ze staan honderd meter ver van de baan met een
peperduur plastic bekertje bier te juichen voor een sliert
Italianen die nog het best zichtbaar zijn op een groot
videoscherm op het binnenterrein. Waarschijnlijk kunnen ze wel
meedoen aan een prijsvraag per mobiele telefoon, á raison van
zestig cent per minuut, met de nieuwste Honda als hoofdprijs. In
1980 beperkte de reclamefantasieën zich tot gratis Barclay en
Marlboro sigaretten, uitgedeeld door struise Drentse schonen.
Het is
haast onmogelijk om twee tijdperken te vergelijken maar laat ik
toch een poging doen aan de hand van twee foto's.
Op
foto 1
zien we Valentino Rossi in 2005. Voor de tijdelijke garage in de
pitsstraat, zit hij op een klapstoeltje van de sponsor. Gehuld
in een smetteloze raceoutfit tracht hij zich volledig te
concentreren op de race. Achter hem zien we een tiental monteurs
bezig met onbestemde zaken, allemaal gekleed in identieke
donkerblauwe Yamaha/Gauloise overalls. Ze ontfermen zich over de
twee motoren van Valentino die met ingepakte banden staan te
wachten. Wat mij opvalt zijn de handen van Rossi. Ze zijn
brandschoon en zien eruit of hij zojuist van de manicure komt.
Prachtige schone nagels. Dit zijn geen motorhanden, dit zijn
joystick handen.
Op foto 2
zien we Jack Middelburg in 1980. Hij zit op zijn Yamaha te
wachten voor de training op het Asser TT circuit. Op de
achtergrond zien we allerlei volk bewonderend naar de tweewieler
staren. De meesten met de handen in de zakken. Op de kuip prijkt
trots het nummer 8, ten teken van zijn positie op de wereld van
het jaar daarvoor. Het is warm. Jumping Jack heeft de mouwen van
zijn gehavende raceoverall om zijn middel geknoopt en zit met
ontbloot bovenlijf te wachten op de dingen die komen gaan. Zijn
dunne haar plakt aan zijn schedel. Tussen wijs en middelvinger
bungelt een Zware van Nelle. De rook kringelt kaarsrecht omhoog.
De handen van Middelburg rusten kalm op de tank van de motor. Ze
zien er krachtig uit. Handen die gewend zijn om te werken. De
vingers zijn een beetje krom en zitten vol zwarte kloofjes.
Onder de nagels zit een mengsel van olie, benzine, vet en smeer.
Dit zijn motorhanden, met tien prachtige rouwrandjes.
Middelburg
zou vier jaar later, op het circuit van Tolbert, verongelukken.
Een pleintje, het Jack Middelburg-plein, op het circuit van
Assen herinnert aan zijn overwinning van 1980. Vele racefans
zullen daar, gehuld in T-shirts van Valentino Rossi, de
afgelopen week voorbij zijn gesloft. Ach ja, zo gaat dat dan....
26-11-2005,
Speedshow Maasdijk
mei 2006, TT World,
Hotel-Museum
Medio 2007 zal het TT
World Hotel-Museum
geopend worden. Direct gelegen aan het TT-circuit. Dehotelkamers zullen geen
nummers krijgen maar namen van hoofdzakelijk Nederlandse
rijders aangevuld met
internationale rijders. Jack zit hier
uiteraard ook bij, zijn kamer
krijgt een muurschildering,
foto's en informatie over Jack
en iets persoonlijks van hem.
2006 augustus, Jack 25 jaar geleden, door
Motoplus
"Het
kón niet, maar het gebeurde."
"Hij gaf
Kenny Roberts een draai om zijn oren", zegt Hans Valstar.
Zijn "maatje" Jack Middelburg won 25 jaar geleden de
GP van Silverstone. "Ik dacht alleen maar 'shit,
shit!'", zegt de verslagen Roberts. Monteur Albert Siegers
voelde het aankomen. "Ik wist dat Jack geen genoegen zou
nemen met een tweede plaats."
"Jack Middelburg was wel
één van de laatste mensen aan wie ik dacht. Maar daar in
Silverstone stond hij in een keer. Ik denk 'wat doet die nou
hier?' Dus ja, ik was nogal verrast. "Jack rode the wheels
off that thing'." Een kwart eeuw later is de verbijstering
wat weggezakt, maar de verbazing is er nog steeds bij Kenny
Roberts. op het circuit van Silverstone stond plotseling die
pezige Nederlander mat dat vlassnorretje, dat onafscheidelijke
shaggie en die veelzeggende bijnaam naast hem. Op de eerste
startrij - met een privé-Suzuki. Jumping Jack, noemden ze hem.
"ik was nog niet zo vaak een lijf aan lijf gevecht met hem
aangegaan", zegt Roberts 25 jaar na dato. In Silverstone
zou de Nederlander zijn grootste tegenstander worden. "Ik
had wel vaker met hem samen geracet, dat wel. Een rondje of
twee, drie. Jack had niet het materiaal om elke wedstrijd voorin
te zitten. Hij had het lange tijd niet gemakkelijk."
Roberts had gelijk. Na het tumultueuze seizoen 1980 met die
grandioze TT-zege, betekende 1981 een nieuw begin, met een
andere machine en een andere monteur. De 29-jarige Middelburg
kwam terecht bij coureur Albert Siegers. "ik heb hem toen
gezegd dat ik er over na wilde denken, en later op een
feestavond van zijn supportersclub hebben we de plannen
gesmeed", aldus Siegers. "Het was voor mij een grote
kans en dat leven trok me. Ik wist niet precies wat ik kon
verwachten, maar het klikte goed. Eerst sleutelde ik alleen,
maar toen kwam Harm Sans erbij. Hij hield zich vooral met de
schadedingen bezig. D'r waren weinig financiële middelen. In
het begin van het jaar reed Jack nog met mijn oude motor, daarna
werd een nieuwe RG 6-productieracer gekocht." Net als alle
monteurs van privé-rijders stond Siegers voor een schier
onmogelijk karwei. Middelburgs Suzuki kwam 20 pk tekort op de
fabrieksmachines van vice-wereldkampioen Randy Mamola, Graeme
Crosby en Marco Lucchinelli en woog ook nog eens twintig kilo
meer. Ook de nieuwe fabrieks Yamaha OW54's van wereldkampioen
Kenny Roberts en Barry Sheene waren ronduit superieur aan de
machine van Middelburg. Door bemiddeling van o.a. Telegraaf
journalist Berry Zand-Scholten stapte het Apeldoornse elektronicabedrijf
Ergon naast hoofdsponsor Sarome in als
subsponsor. Het stelde Siegers in staat om de grenzen van zijn
technisch kunnen wat op te rekken. "We experimenteerden wel
met losse verbrandingskamers en doorgetrokken spoelkanalen.
Dat deden we dan steeds op één machine om te zien of het
werkte. Jack vond dat goed, want hij had wel vertrouwen in wat
we deden." Bovendien werd de Suzuki gerestyled. Oud-coureur
en vormingspecialist Jos Schurgers verborg de twee bovenste
uitlaatdempers in een bredere derrière die wel wat leek op de
achterkant van de Yamaha's van Roberts en Sheene. "De
achterliggende gedachte was dat de zit te klein was",
herinnert Schurgers zich. "Mijn ontwerp sloot meer aan op
de kont van de rijder. Het moest aërodynamisch zijn, maar ze
gaven me aardig de vrije hand. Er was toen ook een ander ruitje
bij en dat geheel moest bij elkaar passen. Ik ben toen eigenlijk
puur vanuit mijn gevoel aan het werk gegaan. Het was meer een
vriendendienst voor Jack. Ik kreeg een paar stickers op de
kuip."
Tijdens de eerste twee Grand Prix op de extreem
snelle Salzburgring en Hockenheim scoorde Middelburg achtste
plaatsen. Na een zevende plek in Monza volgde een negende in
Frankrijk. Tijdens de trainingen in Rijeka sloeg het noodlot
echter toe. Middelburg kwam ten val toen zijn Suzuki vastliep en
brak twee middenhandsbeentjes. Hij moest de Joegoslavische Grand
Prix en een paar financieel aantrekkelijk internationale races
laten schieten. Middelburg verklaarde zelfs dat hij na de Dutch
TT zijn machine waarschijnlijk definitief aan de kant moest
zetten. Die noodkreet leidde tot acties bij de motorsportbladen
en De Telegraaf, terwijl ook de organisatie van de vermaarde
Raalte races financieel de hand reikte. Middelburg startte wel
in zijn thuisrace, en werd er nog knap vijfde. Met veel pijn en
moeite. Hans Valstar, jarenlang Middelburgs steun en toeverlaat,
weet nog welke helse pijnen de coureur doorstond. "Ik ben
donderdagnacht nog met hem naar dokter Derweduwen gereden in België
om hem daar te laten behandelen", vertelt Valstar. "Ik
zat drie kamers verder,
maar ik hoorde hem schreeuwen van de pijn, toen hij een injectie
kreeg." De vrijdagtraining liet Middelburg zelfs aan zich
voorbij gaan. "Dokter Derweduwen kwam daarna speciaal voor
Jack op zaterdag vanuit Mol naar Assen om 'm een spuit te
geven", zegt Valstar. "Helemaal pro deo. Dat deden
mensen voor hem. Jack was zo'n innemend, uitzonderlijk ventje.
En een keiharde werker." Dankzij een zesde plaats in
Francorchamps en een zevende positie in Imola was de Westlander
zelfs benaderd door Morbidelli en Sanvenero, die beiden grote
toekomstplannen hadden met hem. Middelburg wilde zich echter
concentreren op zijn Suzuki. Dat was op zijn minst opmerkelijk.
De Italianen beloofden hem financieel te pamperen. Bovendien had
Suzuki Middelburg hard op zijn ziel getrapt, toen de
semi-fabrieksmachines van de gestopte Wil Hartog niet naar
Middelburg, maar naar Franco Uncini gingen. In Silverstone
bewees de Nederlander, achter landgenoot Boet van Dulmen zevende
in de WK-tussenstand, mentaal niet gebroken te zijn. "Jack
zat wel eens in de put, maar nooit lang", onderschrijft
Siegers. "Hij had natuurlijk ook al veel meegemaakt. Z'n
been was stuk; daar zat 'ie wel mee." "Hij liep al zo
lang met dat been te knoeien", beaamt Valstar. "De
pech voor hem was dat ze destijds nog niet met draaiende motoren
startten. Hij was in staat om twintig plaatsen met de start te
verliezen." "Maar over het rijden maakte hij zich
nooit zorgen", zegt Siegers. "En als 'ie viel stak 'ie
de hand in eigen boezem", benadrukt Valstar. "Hij was
wel eens chagrijnig als 'ie niet had gewonnen, maar dat duurde
inderdaad nooit langer dan twee seconden." In de zon van
Silverstone hadden Middelburg en zijn mensen ook geen enkele
reden om chagrijnig te zijn. Achter Graeme Crosby en Barry
Sheene klokte hij een onwaarschijnlijke derde plaats. "Die
derde tijd in de training verraste ons wel", geeft Siegers
toe. "Maar eigenlijk zat hij er het hele jaar ook al
tegenaan te hikken. Het kwam er alleen nooit helemaal uit. Voor
de race was hij behoorlijk gespannen. En dan was het altijd
koffie drinken, hè. Véél koffie drinken. En zijn sigaretje
erbij." "Maar het was anders dan een jaar eerder in
Assen", zegt Valstar. "Daar zei 'ie op vrijdagavond
nog tegen me 'ik heb een goed gevoel over morgen'. In
Silverstone was dat niet zo. Hij trainde wel als derde, maar het
was zeker niet zo dat 'ie ging lopen blazen van 'ik zal hier wel
eens even winnen'. Het was totaal onverwacht en dat maakte het
voor mij groter dan Assen."
Op
zondagmiddag 2 augustus, vijf voor half vier, zaten meer dan
60.000 toeschouwers, in afwachting van een historische 500cc-GP.
De fascinerende stilte van de start werd doorbroken toen de
start- en kamprechter zijn vlag zwaaide. Veertig gillende
tweetakten begonnen aan 28 ronden over het razendsnelle
Silverstone. Crosby nam de kop, met Mamola, Roberts, Kawasaki
coureur Kork Ballington, Sheene en WK-leider Marco Lucchinelli
direct achter zich. Middelburg kwam als zevende langs, met Boet
van Dulmen in zijn slipstream. In de derde ronde ging er een
siddering door de toeschouwers. Leider Crosby smakte tegen het
warme asfalt en ook Sheene en Lucchinelli gingen in de fout.
Middelburg kon de ravage ternauwernood ontwijken... Roberts nam
het commando over, samen met Mamola, Ballington én Middelburg
reed hij weg van de achtervolgers. Middelburg moest alles uit
zijn langzamere en zwaardere Suzuki persen om de drie
fabriekscoureurs bij te houden, maar werkte zich na een tijd
voorbij aan Ballington. De Kawasaki-coureur moest acht ronden
voor het einde naar de kant toen zijn machine de geest gaf. En
toen waren er nog drie. De dramatiek werd nog groter toen de
21-jarige Randy Mamola het tempo drastisch moest laten zakken.
Zijn fabrieks Suzuki ging op drie cilinders lopen. Voor monteur
Albert Siegers stond toen één ding vast. "ik wist die
neemt geen genoegen met de tweede plek." Wat wereldkampioen
Kenny Roberts ook probeerde, hij kon de verbeten sturende
Middelburg niet van zich afschudden, zelfs niet in de laatste
ronden. "Toch deed hij in die race geen gekke dingen",
zegt Roberts. "Het leek er op dat hij de zaken onder
controle had. Hij reed niet de hele tijd aan kop, maar hij zou
het misschien wel hebben gekund. Jack ging harder een hoek in
dan ik, maar ik kwam er sneller uit. Zo raceten we die wedstrijd
ook. Ik denk wel dat mijn manier van rijden veiliger was en het
was ook iets constanter. Hun manier was wel vaker net op het
randje." Aan de pitmuur voelden Siegers en Valstar hun hart
in de keel. "Die
laatste ronde....", voelt ook Valstar 25 jaar later nog de
spanning. "Dan denk je: joh tweede worden in Silverstone,
dat is toch ook wel heel erg mooi'. Ik dacht nog 'val er die
laatste ronde niet af, klootzak'. Want ik had al zoveel met hem
meegemaakt. Ik was meer met hem bij dokter Derweduwen geweest,
dan op het circuit. D'r waren al zoveel mensen geweest die 'm
allerlei
adviezen hadden gegeven. Maar op het moment dat al die dollen er
vandoor gingen, bij de start, werden al die adviezen door de wc
gespoeld. Hoe zeker en vastbesloten Middelburg was, bleek toen
hij bij het ingaan van de laatste ronde Roberts binnendoor
passeerde in de snelle 'Copse Corner'. Het was de
eerste keer dat hij de wedstrijd leidde. Nog iets meer dan vier
kilometer.... Roberts was verrast, maar was overtuigd van zijn
winstkansen. "Ik wist ook dat
als ik die race wilde winnen, dan zou het in de laatste ronde
moeten gebeuren", zegt hij. "Ik was zeker van mezelf.
Ik had vaak genoeg races gewonnen in de laatste ronde. Al te
veel zorgen maakte ik me dan ook niet, omdat ik er motorisch
duidelijk beter voor stond dan Jack. Zijn Michelins waren beter
dan mijn Goodyears, dat wel. Het moest op het laatste stuk
gebeuren, wist ik. De
bocht voor het laatste rechte stuk, was een hele mooie
combinatie en daar
was ik sneller. Dus ik moest onder hem doorkomen bij het ingaan
van 'Woodcote', de laatste bocht voor de finish. Dat was mijn
enige optie." Er werd echter een forse streep door Robert's
plannen gehaald. "In die laatste ronde kreeg Jack een
slipstream van Franco Uncini en een andere rijder
die we op een ronde zetten. Dat zag ik allemaal voor me
gebeuren. Ik dacht 'shit, shit'. En toen: 'welke kant pakt hij'.
Dus hij pakt die slipstream, zwiept d'r aan de binnenkant
voorbij en ik moest buitenom. Die slipstream, dat was zijn grote
voordeel. Binnendoor, dat was de
goede 'move'. Ik zat net
te ver achter hem en wist dat ik gezien was. Een kans op een
laatste aanval had ik al niet meer, dat was het." Dik
60.000 toeschouwers wisten niet wat
ze zagen. De wereldkampioen werd verslagen door een kassenbouwer
uit het Westland, iemand voor wie die tweede augustus eindelijk
alles eens paste. Met drietiende seconde voorsprong op Roberts
joeg Middelburg zijn Suzuki over de streep, het hoofd nog
verstopt achter het ruitje, de vuist gebald. Aan de pitmuur
vierden Siegers en Valstar hun eigen feestje, even verderop
stond Middelburg's manager Jan Muis om zijn pupil op te vangen.
"Iedereen ging uit z'n dak", weet Siegers nog.
"Z'n ouders Willem en Dien waren erbij; die waren ook heel
belangrijk voor hem. Die ontvangst was ook mooi. Al die
Hollanders die er waren. Ik ben een koele kikker en ik hou er
niet zo van om op de voorgrond te staan, maar het was helemaal
te gek." "Op zo'n moment komt alles weer even voorbij,
hè", zegt Valstar. "Van die ellende na die crash van Joegoslavië
tot een overwinning in Silverstone. Want het kón ook niet, hè.
Het bestónd gewoon niet. Maar het gebeurde. Alles viel op z'n
plek. Het moment sprak boekdelen. We wisten niet meer hoe we het
hadden. En hij zelf was eigenlijk ook meer met stomheid
geslagen, dan dat hij extatisch was. Ja, en toen kwamen
natuurlijk wel de waterlanders met het Wilhelmus. Z'n ouders
Willem en Dien gingen mee op de 'victory car', voor de ereronde.
Moest 'ie nog een persconferentie doen in het Engels. Daar
hebben we nog wel gelachen. Die jongen had al moeite met een
beetje ABN, haha!"
"De mooiste dag van mijn
leven", karakteriseerde Middelburg later voor De Telegraaf
zijn tweede GP-overwinning, de laatste GP-zege ook voor een privé-coureur
in de 500cc klasse. "Ik had er al eerder voorbij gekund,
maar ik wilde dat expres niet doen om hun niet de gelegenheid te
geven achter mij aan te jagen. Dan had ik het, denk ik, niet
gehaald", zei hij in De Telegraaf. "Jack jumps over
Kenny", kopte een Britse krant. "Die achterblijvers
speelden een beslissende rol", kijkt Roberts nog even
terug. "Waren ze er niet geweest, dan had de druk bij Jack
gelegen. Dan had hij geweten dat ik bij hem binnendoor zou zijn
gedoken en had hij alleen nog een kans gehad, als hij het
buitenom zou hebben geprobeerd. En dat zou 'ie waarschijnlijk
ook wel hebben gedaan." Roberts corrigeert zichzelf meteen.
"Nee, ik weet zéker dat hij het zou hebben geprobeerd. Ik
denk dat zijn hart en ballen groter waren dan zijn talent. Maar
dat had hij in die tijd nodig om zijn talent te laten zien. Jack
haalde er in die wedstrijd alles uit. Als hij geweten had wat ik
wist op mijn leeftijd, dan had hij wereldkampioen kunnen
worden." Ook de als derde gefinishte Randy Mamola roemt 25
jaar later Middelburg. "Ik dacht net als een jaar eerder in
Silverstone te kunnen winnen. We moesten ons richten op alle
concurrenten en op Kenny met de Yamaha. en dan wint een andere
Suzuki-coureur! Als je dan toch moest verliezen, was het
misschien maar goed om te verliezen van een privé-coureur als
Middelburg. De naam Middelburg was zó groot." "Dat
hij verongelukt is op een stratencircuit", schudt Roberts
het hoofd. "Wat triest. Wat een verlies."
ie tweede augustus van 1981
vierde het hele team in het rennerskwartier, bij de caravan van
de dolgelukkige ouders Dien en Willem. "Jack was iedereen
heel erg dankbaar", zegt Valstar. "Maar Jack was niet
zo uitbundig. Dat dééd 'ie gewoon niet." "Iedereen
kwam ook langs om hem te feliciteren (behalve Boet van Dulmen)
", weet Siegers nog. "Ook die andere jongens. Ze
gunden het 'm. Jack wilde ook graag andere jongens helpen,
terwijl ik dan nog wel eens had 'hou nou je mond maar'. Het was
toch m'n brood, hè, Uiteindelijk hebben we bijvoorbeeld Franco
Uncini geholpen, die steeds maar vastlopers had. Wij waren dat
stadium al gepasseerd." "Uncini was een maatje van
Jack. Jack had altijd zoiets van 'als ik iets heb, helpen ze me
ook'", vult Valstar aan.
De fantastische
overwinning van een privé-coureur op de gehele fabriekselite
miste zijn uitwerking niet. "Na Silverstone kwam de
toezegging voor fabrieksspullen", herinnert Siegers zich.
"Dat had 'ie natuurlijk aan zichzelf te danken, maar ook
aan Jan Muis, die toen al veel voor elkaar kreeg. Wij wilden ook
heel graag 16 inch-banden, maar we kregen ze nooit. Na
Silverstone werd er een hele lading bij ons afgeleverd. Maar
Jack kon er niet mee rijden..." Dankzij een fraaie vierde
plaats in het Finse Imatra en een prachtige derde plek in Zweden
werd Jack Middelburg verbluffend zevende in de WK-eindstand, net
achter Boet van Dulmen (op fabriekmateriaal). Kenny
Roberts moest zijn wereldtitel inleveren bij Marco Lucchinelli.
"Dat Jack me versloeg in Silverstone, dat heeft me niet de
titel gekost", beseft de nu 54-jarige (in 2006) Roberts.
"Het lag veel dieper. Ik won dat seizoen maar twee
wedstrijden. Het hadden er drie kunnen zijn. Als Jack er niet
geweest was."
Alkmaar -
De Alkmaarse fotograaf Joop Boek (1949) begon in 1973 te
fotograferen voor het Noordhollands Dagblad. Als journalist
maakte hij actiefoto's en als beschouwende fotograaf leverde hij
bedachtzame beelden. Een selectie van die laatste categorie - en
dan met name sport - is gebundeld in 'FotoBoek', dat zaterdag
ten doop wordt gehouden in de beeldentuin van Nic Jonk.
Joop Boek is een fotograaf met een speciaal oog voor sport.
Boek: ,,Sport is interessant omdat er veel actie in zit maar,
misschien nog wel belangrijker, waarin veel emotie aan het licht
treedt. In de sportjournalistieke fotografie is veel veranderd.
Toen ik in 1973 als fotojournalist begon, was het gemoedelijker.
In de beginjaren was ik sterk gericht op de motorsport. Toen kon
je nog de caravan van Jack Middelburg instappen vlak nadat hij
een belangrijke race gewonnen had. Ik was met een collega als
enige fotografen in die caravan. We draaiden de deur op slot en
we schoten de eerste emotie die op Jack's gezicht stond. De
andere collega-fotografen konden later wel bij hem, maar het
ging om die eerste momenten, de gelukzaligheid op zijn
gezicht.''
Jack Middelburg
Motorsportlegende en Westlander van de eeuw.
Op
22 mei 2007 werd ik benadert door ene Remco Benschop van het
Haaglanden zakenjournaal met onderstaand verzoek:
Beste heer/mevrouw,
Voor de juli-editie van Haaglanden
Zakenjournaal ben werk ik momenteel aan een portret over
Jack Middelburg. Onze krant richt zich
met name op ondernemers uit de regio, en ondernemerschap
zal dan ook de insteek van het
artikel zijn. Vanzelfsprekend kwam ik tijdens mijn zoektocht naar
informatie op uw site terecht, waar
ik u overigens voor wil complimenteren.
Nu is mijn vraag wat precies uw
connectie was met Jack en of ik u per mail nog wat vragen zou
mogen
toesturen. Graag hoor ik nog van u.
Vriendelijke groet,
Remco Benschop
Haaglanden Zakenjournaal
Ik uiteraard mailtje
teruggestuurd dat ik daar graag aan wilde meewerken, altijd leuk als
er aandacht aan Jack wordt besteedt.
Vervolgens kreeg ik op 12 juni
2007 een aantal vragen over Jack, die ik netjes beantwoordde. Kreeg
daarop de volgende reactie:
Ook wil ik u vragen enkele
foto's ter beschikking te stellen. Deze willen wij
- uiteraard met bronvermelding - bij
het uiteindelijke artikel plaatsen.
Het liefst een fraaie actiefoto en
een foto waarop Jack met een prijs in zijn handen
staat. Alvast bedankt!
Vriendelijke groet,
Remco Benschop
Haaglanden Zakenjournaal
Doorgegeven dat ze daarvoor het
beste bij Henk Keulemans konden zijn, e-mail gegeven en vervolgens
hoorde ik nooit meer iets, ondanks diverse verzoeken om het artikel
te mogen ontvangen voor mijn site.
Vervolgens kreeg ik enige tijd
later het artikel via een vriend en er staat één foto van
Keulemans in en drie van een particuliere fotograaf (helaas
inmiddels overleden), van wie ik, eveneens van Henk Keulemans,
toestemming had om de foto's te mogen gebruiken. Ze hebben zeker
geen toestemming gevraagd aan de eerste en waarschijnlijk ook niet
aan de laatste. Vind het een beetje erg vreemd, deze manier van
handelen.
P.s. Eén van de vragen van deze
Benschop was: wat vond Jack in 2000 van het feit dat hij uitgeroepen
werd tot Westlander van de eeuw....
Mei 2008, motoren Jack en Boet
tijdens de N.M.B. reünie in Udenhout (motoren zijn eigendom
van John Zeulevoet).
2009
april, verslag Franse Moto Revue, Vijfentwintig jaar later.
Bij
het maken van deze website heb ik al mijn plakboeken en andere boeken
die ik van Jack heb gemaakt, door de jaren heen, geraadpleegd. Werkelijk
duizenden krantenknipsels en week- maandbladen hebben over hem
uitgeweid. Het was voor mij een groot plezier om deze door te lezen en
vergeten herinneringen op te halen aan een groot coureur en een groot
positief mens. Het meeste had ik de afgelopen 20 jaar niet meer
ingekeken, maar vergeten was ik hem niet. Ik heb met groot plezier deze
site gemaakt van iemand die een groot idool was.
Grand Prix top 10 resultaten Jack
Jaar
Klasse
plaats
in
eindstand
Nederland
België
Duitsland
Italië
Spanje
Zweden
Finland
Engeland
Oostenrijk
Frankrijk
San Marino
Argentinië
Joegoslavië
1979
500
7e
7e
7e
7e
7e
2e
4e
1980
500
9e
1e
8e
9e
1981
500
7e
5e
6e
8e
7e
3e
4e
1e
8e
9e
7e
1982
500
16e
5e
9e
6e
1983
500
12e
6e
8e
8e
10e
Jack staat nog op een 47e plaats
(2005) wat
betreft Grand Priz overwinningen, met twee maal een 1e plaats, één
maal een 2e
plaats, één maal een 3e plaats, twee maal pole- position en één maal
een snelste ronde: zie daarvoor
onderstaande images. Ook is Jack nog steeds de laatste coureur ter
wereld die een Grand Prix heeft weten te winnen op een privé-machine.
Dit record staat dus nu (2005) al 24 jaar.
Laatste
Privé-coureurs die een 500cc Grand Prix wisten te winnen
01
Jack
Middelburg
GP
Engeland
Silverstone
02 augustus
1981
02
Jack
Middelburg
GP
Nederland
TT
Assen
28
juni 1980
03
Boet
van Dulmen
GP
Finland
Imatra
29
juli 1979
04
Dennis
Ireland *
GP
België
Francorchamps
01
juli 1979
05
Wil
Hartog
GP
Nederland
TT
Assen
25
juni 1977
06
Jack
Findlay **
GP
Oostenrijk
Salzburgring
01
mei 1977
07
Pat
Hennen
GP
Finland
Imatra
01 augustus
1976
08
Tom
Herron ***
GP
Engeland
Eiland
Man
11
juni 1976
09
Mick
Grant ***
GP
Engeland
Eiland
Man
07
juni 1975
10
Phil
Carpenter ***
GP
Engeland
Eiland
Man
15
juni 1974
*
Ireland won
de GP aangezien de fabrieksteams en vele toppers, zich terug
trokken, of gedwongen werden (onder wie Jack en Boet) te
vertrekken, vanwege de slechte staat van het asfalt.
**
Findlay won de GP
aangezien de fabrieksteams en vele toppers, zich terug trokken,
omdat er een dode was gevallen en vele gewonden tijdens de 250cc
klasse en er geen garantie was voor veilige race-omstandigheden.
***
Herron,
Grant en Carpenter wonnen de GP aangezien de fabrieksteams en
vele toppers niet op het levensgevaarlijke circuit van Man
wilden rijden.
De
laatste 2 GP's die gewonnen werden op een productiemachine,
waren op naam van Jack en de laatste 4 op naam van de
"Grote Drie", dit zegt wel genoeg over de kwaliteiten
van onze Hollanders in die tijd! Privé-coureurs die een
'normale' 500cc GP op hun naam hebben gebracht zijn er hooguit
een stuk of 6/7 en de helft daarvan zijn dus Nederlanders! En er
is er maar één die er twee won..., juist!!
Jack ten voeten uit, shaggie en brede lach op zijn gezicht.
Jack heeft ooit twee tv-optredens gedaan, Avro's (Superbike) sterrenslag (heb ik
inmiddels) en bij Ron Brandsteder
(Showbizzquiz) was hij 'de mysterie gast', verkleed als Sinterklaas op een crosser. Ook de keren die hij in de "Heilige
Koe" bij Veronica is geweest zou ik graag willen hebben (mijn
beelden zijn erg slecht). Mocht iemand me aan deze beelden kunnen
helpen, graag! Heb wel heel veel interviews van hem, maar die beelden
heb ik niet, of zijn slecht.
Palmares van Jack
Nederlands kampioen
350 cc
1977
1978
1979
Nederlands kampioen
500 cc
1977
1978
1983
Nederlands kampioen
750 cc
1977
1978
NMB kampioen boven 500 cc
1974
Grand-Prix overwinningen
1980 Assen
1981 Silverstone
Jack's grootste
successen, winst GP van Nederland, 1980 en GP van Engeland, 1981...