|
16-07-1982
Grand Prix Joegoslavië, Rijeka

|
Deelnemers 500cc in
Rijeka. |
| 01. |
Marco
Lucchinelli (I) |
11. |
Eric
Saul (F) |
22. |
Lorenzo Ghiselli
(I) |
31. |
Steve Parrish (GB) |
40. |
Walter Magliorati
(I) |
| 2. |
Randy
Mamola (USA) |
12. |
Keith Huewen (GB) |
23. |
Jean Lafond (F) |
32. |
Franck Gross
(F) |
41. |
Alain
Roethlisberger (CH) |
| 3. |
Kenny Roberts
(USA) |
15. |
Guido Paci
(I) |
24. |
Reinhold Roth (D) |
33. |
Victor Palomo (ES) |
42. |
Peter Looijesteijn |
| 4. |
Jack
Middelburg |
16. |
Graziano
Rossi (I) |
25. |
Freddie
Spencer (USA) |
34. |
Peter Sjöström
(S) |
43. |
Giovanni Pelletier
(I) |
| 5. |
Graeme
Crosby (Nzl) |
17. |
Seppo Rossi
(SF) |
26. |
Takazumi
Katayama (J) |
35. |
Bent Slydal
(N) |
44. |
Ernst Gschwender (D) |
| 6. |
Boet
van Dulmen |
18. |
Franco
Uncini (I) |
27. |
Andreas
Hofmann (CH) |
36. |
Tony
Carey (Ier) |
45. |
Marco Papa (I) |
| 7. |
Barry
Sheene (GB) |
19. |
Stu Avant (Nzl) |
28. |
Loris
Reggiani (I) |
37. |
Marco Grecco (BR) |
46. |
Wolfgang
von Muralt (CH) |
| 8. |
Kork
Ballington (Zaf) |
20. |
Leandro Beccheroni
(I) |
29. |
Philippe Coulon (CH) |
38. |
Börge
Nielsen (DK) |
47. |
Virginio Ferrari
(I) |
| 9. |
Marc Fontan (F) |
21. |
Michel Frutschi (CH) |
30. |
Sergio Pellandini
(I) |
39. |
Gustav Reiner (D) |
 |
|
© foto
Manfred Mothes www.highsider.com |
 Joegoslavië 1982, vorig jaar leverde het
Jack een valpartij op en de opmerking dat hij zou stoppen vanwege financiële
problemen. Het zou in 1981 het enige circuit zijn waar hij geen punten
zou verzamelen, omdat hij door de opgelopen blessure niet van start kon
gaan. Nu liep hij op krukken door het rennerskwartier, omdat hij zijn,
een week daarvoor, geopereerde been niet kon belasten. Op de motor
had de keiharde Westlander er minder problemen mee, maar hoe hij van de
startgrid weg moest komen was nog wel een grote vraag. Hij trainde zich
naar een prima 5e
trainingstijd, ondanks zijn geblesseerde been. Hij had het geluk dat hij vanaf de
rechter buitenkant zou starten en kon dan proberen om, op de motor
zittend, de vele pk's steppend aan de gang te krijgen met zijn gezonde
been. Het alternatief was aangeduwd te worden achteraan het veld, omdat
je nu eenmaal niet midden in het veld aangeduwd mag worden. Dit zou een
niet zo prettige ervaring zijn voor de duwer! Het
bleek de juiste beslissing te zijn, met een van pijn vertrokken gezicht
wist hij als 13e van de startgrid te verdwijnen. Na twee startpogingen
sloeg de Suzuki aan en een prima inhaalrace
bracht hem eindelijk weer eens punten voor het WK. Hij bouwde zijn race
beheerst op en kreeg daardoor vertrouwen. Reed de top tien binnen,
passeerde de fabrieksfietsen van Kork Ballington en Loris Reggiani en
zette de aanval in op Lucchinelli, ging ook hem voorbij, pakte Randy
Mamola, maar deze had daar knap problemen mee, om door zijn nieuwe
teamgenoot ingehaald te worden. Mamola nam alle risico's en passeerde
Jack weer, die dit na enige tijd mooi vond en Randy opnieuw voorbij ging
en
hem het nakijken gaf. De rest was door zijn matige start echter al
te ver uit beeld verdwenen. Een 6e plaats was
zijn deel. Hij wist als tweede Suzuki-fabriekscoureur over de finish te
gaan, ondanks het feit dat hij
verre van 100% was. De Suzuki teammanagers en de public-relations mensen
van het Duitse HB sigarettenmerk, de sponsoren van het Engelse Suzukiteam
waren ook zeer enthousiast over de prestatie van Jack. De
eerste finisher op een Suzuki was Franco Uncini die de race wist te winnen voor Graeme
Crosby, Barry Sheene en de twee Honda's van Katayama en Spencer. Kenny
Roberts viel uit, dus Uncini's voorsprong in het WK groeide tot 20
punten en hij stond er dus perfect voor in zijn gooi naar de wereldtitel
en de tweede titel op rij voor het Italiaanse Gallina raceteam. Ondertussen was Van Dulmen zijn fabrieks-Yamaha's weer
kwijt en pogingen om de oude Suzuki's van Jack te bekomen bij de fabriek
liepen ook op niets uit. Jack gunde ze hem uiteraard van harte, maar had
er ook niets over te zeggen. Je kan niet ongestraft van het ene op het
andere merk "overspringen", Yamaha, Cagiva, Yamaha, Suzuki, dat wordt
uiteraard niet geaccepteerd. Later in het seizoen werd het, door
tussenkomst van Suzuki-Nimag en Jack's Ergon-team wel geregeld, maar
toen was mijnheer Van Dulmen weer niet te spreken over de Suzuki's!

 |
 |
 |
|
Start 500cc, Jack (#4), dus zittend
startend en vele plaatsen verliezend vanwege zijn beenblessure. Verder
o.a. te zien op de foto's: #18. Franco Uncini, #7. Barry Sheene, #25.
Freddie Spencer, #5. Graeme Crosby, #1. Marco Lucchinelli, #2. Randy
Mamola,
#26. Takazumi Katayama, #3. Kenny Roberts, #28. Loris Reggiani. #8.
Kork Ballington, #9. Marc Fontan. © foto's
Manfred Mothes www.highsider.com |
Jack aan het dollen met kopman
Uncini.
De Training
Iedereen was benieuwd
wie er met de nieuwe Yamaha V-4 zou starten en hoewel Kel Carruthers
drie fietsen in de vrachtwagen had meegenomen, kreeg alleen Kenny
Roberts twee exemplaren ter beschikking. De machine had de extra brede
Dunlop eronder liggen, wat een betere besturing met zich meebracht.
Verrassend pakte Barry Sheene de beste tijd, die hij neerzette toen er
weinig andere coureurs in de baan waren. Hij verdreef hierbij Freddie
Spencer van de eerste plaats. Takazumi Katayama en Randy Mamola leken
beiden beter in hun oude vorm te komen en waren goed bezig in de
trainingen. Jack Middelburg, hinkend met één kruk, liet als vijfde een
knappe tijd noteren en was achter Franco Uncini (derde) de tweede Suzuki
rijder. Graeme Crosby had zich tussen Franco en Jack op een vierde
startplaats geposteerd. Michel Frutschi (elfde) ging elke week beter met
de Italiaanse Sanvenero, terwijl concurrent Cagiva, in handen van Jon
Ekerold, een
22e plaats veroverde. Het verschil met de snelste tijd: 4,2 seconden.
Boet van Dulmen draaide de vijftiende kwalificatietijd en ook Peter
Looijesteyn plaatste zich (31e) en constateerde dat het langzaam beter
ging. Achter Jack maakten Roberts, Katayama, Mamola, Lucchinelli en
Fontan de eerste tien startposities compleet. Dat hoge temperaturen,
zowel rijders als machines parten konden spelen, was van tevoren bekend.
Het kwik steeg achteloos tot dik in de dertig graden en druipend van het
zweet kwamen de coureurs van hun motoren, die hun extra hitte naar boven
deden wentelen. Valpartijen waren er legio. "Kamikaze Gustl" (Gustav
Reiner), ging weer eens plat en constateerde dat zijn verstand met de
jaren wel zou komen. Hij wist alleen nog niet hoeveel jaren, Gustav was
in Assen ook flink onderuit gegaan en daarbij met motor en al in de
sloot en koppie onder gegaan.

Zonder iemand ook maar
een kans te geven,
heeft Franco Uncini zijn vierde G.P.-zege van dit seizoen geboekt en de voltallige concurrentie op een nog grotere achterstand gereden. Op het bochtige, technisch zware circuit van Rijeka
bleef zijn grootste concurrent Roberts puntloos en daarmee lijkt Franco, met een voorsprong van twintig punten, rechtstreeks op de
wereldtitel af te gaan. Jack Middelburg (zesde) en
Boet
van Dulmen (elfde) presteerden uitstekend, terwijl Mar Schouten en Anton Straver in de andere
categorieën ten val kwamen. In de kwartliterklasse triomfeerde Didier De
Radiguès door in de laatste ronde Paolo Feretti te passeren, terwijl
Carlos Lavado, Anton Mang torpedeerde, zodat Jean-Louis Tournadre, met zijn
derde plaats nu weer lijstaanvoerder was. Eugenio Lazzarini was de grote
ster in de lichte klassen, die hij beide probleemloos op zijn naam schreef, dus volop vreugde in het kamp van Thiel en
Garelli.

Terwijl de wind enigszins
opstak zochten de 500cc coureurs hun startplaats op, met alle coureurs naast de motor, behalve
Jack Middelburg. Jack zat gewoon op zijn machine en peddelde de krachtbron
in twee pogingen tot leven, omdat zijn blessure geen normale start toestond. Als dertiende kwam de
Nederlander langs en zijn achterstand op koploper Barry Sheene was toen
al aanzienlijk. Het tempo lag enorm hoog en Barry kreeg de volle pressie van Spencer, Uncini en
Crosby, terwijl Lucchinelli (eerst tweede) snel terugzakte. Uncini liet
er geen gras overgroeien en nam in de vijfde ronde de leiding over en liep
geleidelijk weg van Sheene, Spencer en Crosby, die het op een verschrikkelijke manier met elkaar aan de stok hadden, gevolgd door
Katayama, die Roberts was gepasseerd. De Amerikaan kende grote problemen. Hij was eerst zijn landgenoot Mamola
voorbij gegaan, maar enkele ronden later waren de rollen weer omgedraaid en
Roberts zag zijn kansen om alleen maar in de buurt van Uncini te komen iedere ronde
kleiner worden. Franco
was niet te houden. Voor niemand niet, want zijn concurrenten deden er wel van alles aan. Crosby werkte zich
los van merkgenoot Sheene
(weer een paar keer dwars) en Spencer, die als een zwaan-kleef-aan bij de Brit in de buurt bleef hangen.
Jack Middelburg bouwde zijn wedstrijd beheerst op en dat schiep vertrouwen.
Hij zette de aanval in op Marco Lucchinelli, ging hem voorbij, pakte
daarna Randy Mamola, maar kreeg daarmee meer moeite, want Randy
had het er niet
makkelijk mee dat hij door zijn kersverse teamgenoot "voor schut" werd gezet en kwam
nog een paar keer, niet zonder risico's terug. Ten lange leste wist Jack hem absoluut terug te wijzen en leek de Nederlander op een zevende plaats
af te stevenen. Hij zou echter nog hoger eindigen (ondanks een uitgebrande koppeling), want
Kenny Roberts gaf de pijp aan Maarten, met als officiële oorzaak
ontstekingspech. Katayama, in de training al goed op dreef, reed een
fantastische race. De Japanner hield met zijn razendsnelle Honda op
eenvoudige wijze de vijfde plaats vast, terwijl hij met het uitkomen van de bochten
nog meters over had. Van Dulmen stuurde zijn Suzuki net niet in de punten
(elfde) en vocht de complete wedstrijd met Loris Reggiani en Kork Ballington.
Hiroyuki Kawasaki eindigde als twaalfde voor de Duitser Reinhold Roth*.
'Viva Italia' scandeerden de Tifosi op de tribunes toen Uncini
zijn
machine als eerste over de streep bracht.
Ook Graeme Crosby was tevreden en terecht. Een knappe tweede plaats, met een voorsprong van
drie seconden op Sheene, was een prestatie die er niet om loog en de Nieuw Zeelander had zich wederom laten zien. Spencer
moest Sheene in de slotfase laten schieten omdat de Honda op twee cilinders
ging lopen en Freddie mocht nog blij zijn dat hij de finish haalde.
Frutschi ging met de Sanvenero onderuit (negende) en Jon Ekerold viel een
paar ronden voor het einde van de wedstrijd op een twaalfde plaats uit,
waarmee de Cagiva toch iets had getoond.
*
De zeer sympathieke Reinhold
Roth was zijn carrière begonnen in de kwartliterklasse, maar besloot
het in 1982 in de halveliterklasse te gaan proberen. Echter, zoals zo
velen voor en na hem, kwam hij er achter dat dit een heel ander verhaal
was. Buiten de 500cc GP's reed hij in 1982 nog wel in het EK250, waarin
hij Europees kampioen zou worden dat jaar. In 1983 stapte hij weer over
naar de 250cc GP klasse, waar hij wel furore zou maken. Na het in 1984
nogmaals bij de 500cc te hebben geprobeerd en een keer bij de eerste
tien te zijn geëindigd, zette hij zijn loopbaan definitief verder bij
de 250cc klasse. In 1985 greep hij zijn eerste podiumplaats met een 2e
plek in Engeland. Vanaf 1987
nam zijn loopbaan een flinke sprong en werd hij tweede in de eindstand,
achter landgenoot Anton Mang, door zeven keer naar het podium te rijden,
waarbij ook zijn eerste overwinning, tijdens de GP van Frankrijk. Hij
deed dit op een Honda fabrieksmachine in het team van HRC-HB-Römer.
Het jaar erop won hij geen GP's en werd 5e in de eindstand. Het jaar
erop werd zijn topjaar, hij won twee GP's (Nederland & Tsjecho-Slowakije)
en werd wederom vice-wereldkampioen, nu achter de Spanjaard, Sito
Pons.
 |
|
Reinhold
Roth in 1990 op zijn nieuwe Honda NSR250 |
1990 sprokkelde hij zijn punten bij
elkaar, tot de voor hem tragische GP van Joegoslavië
op 17 juni... Hij reed in een hevig knokkende kopgroep van zeven
rijders, toen deze de Australiër Darryl Milner lapten. Deze was,
stapvoets op de ideale lijn, op weg naar de pits met mechanische
problemen. De eerste vijf rijders konden Milner ontwijken, maar Reinhold
reed vol op hem in, zonder hem te hebben gezien. Een vreselijk ongeluk
was het gevolg, zonder te remmen zo hard een andere rijder raken! Milner
brak een been, Alex Crivillé, kon het ongeval niet meer ontwijken,
raakte ook licht geblesseerd, maar Roth... Een zware
schedelbasisfractuur en hersenbloedingen waren de ernstigste van zijn
vele kwetsuren. De medische hulp kwam ook langzaam op gang voor hem en
zijn hersenen moesten het 8 minuten zonder zuurstof doen en men schatte
de kans op overleven een kleine 10%. De, op dat moment, 37-jarige
Duitser zou twee weken in een ziekenhuis in Rijeka verblijven voor ze
hem maar een kliniek in Ravensburg (D) zouden vervoeren. Na ruim een
half jaar ontwaakte hij, tot ongeloof van de medici, uit zijn coma. Na
ruim twee jaar revalidatie mocht hij daarna uiteindelijk naar huis.
Elfriede, zijn vrouw, zou altijd aan zijn zijde blijven. Reinhold was
voor de rest van zijn leven aan een rolstoel gekluisterd en voor de
helft verlamd. Zijn geestelijke toestand is te vergelijken met die van
een klein kind.
 |
 |
|
Begin
van de 500cc: Sheene, Lucchinelli, Mamola, Spencer,
Crosby, Fontan, Uncini, Gross, Katayama, Frutschi,
Ekerold, Roberts en achter "in beeld" Jack
(#4) die naast Ballington (#8) het beeld in komt. |
Nog
30 sec. voor de start van de 250cc met in de midden
Jack's teamgenoot Mar Schouten. |
 |
Graeme
Crosby, Franco Uncini & Barry Sheene vieren feest op het
podium in Rijeka. |
 |
|
Uitslag & trainingstijden 500cc Rijeka |
|
|
Pos |
Rijder |
Machine |
Ronden |
Tijd |
Grid |
Trainingstijd |
|
1 |
Franco Uncini |
Suzuki |
32 |
50:32.24 |
3e |
1.33.59 |
|
2 |
Graeme Crosby |
Yamaha |
32 |
9.77 |
4e |
1.33.71 |
|
3 |
Barry Sheene |
Yamaha |
32 |
12.90 |
1e |
1.33.08 |
|
4 |
Freddie Spencer |
Honda |
32 |
19.27 |
2e |
1.33.45 |
|
5 |
Takazumi Katayama |
Honda |
32 |
32.68 |
7e |
1.34.59 |
|
6 |
Jack Middelburg |
Suzuki |
32 |
54.41 |
5e |
1.34.01 |
|
7 |
Randy Mamola |
Suzuki |
32 |
1:05.76 |
8e |
1.35.10 |
|
8 |
Marco Lucchinelli |
Honda |
32 |
1:12.06 |
9e |
1.35.34 |
|
9 |
Loris Reggiani |
Suzuki |
32 |
1:18.88 |
13e |
1.36.00 |
|
10 |
Kork Ballington |
Kawasaki |
32 |
1:19.03 |
18e |
1.37.16 |
|
11 |
Boet van Dulmen |
Suzuki |
32 |
1:20.94 |
15e |
1.36.69 |
|
12 |
Hiroyuki Kawasaki |
Suzuki |
31 |
1 ronde |
14e |
1.36.59 |
|
13 |
Reinhold Roth |
Suzuki |
31 |
1 ronde |
37e |
1.38.89 |
|
14 |
Philippe Coulon |
Suzuki |
31 |
1 ronde |
17e |
1.37.15 |
|
15 |
Seppo Rossi |
Suzuki |
31 |
1 ronde |
19e |
1.37.19 |
|
16 |
Virginio Ferrari |
Suzuki |
31 |
1 ronde |
28e |
1.37.99 |
|
17 |
Franck Gross |
Suzuki |
31 |
1 ronde |
23e |
1.37.33 |
|
18 |
Guido Paci |
Yamaha |
31 |
1 ronde |
34e |
1.38.52 |
|
19 |
Peter Sjöström |
Suzuki |
31 |
1 ronde |
31e |
1.38.35 |
|
20 |
Fabio Biliotti |
Suzuki |
31 |
1 ronde |
30e |
1.38.27 |
|
21 |
Leandro Becheroni |
Suzuki |
31 |
1 ronde |
27e |
1.37.89 |
|
22 |
Steve Parrish |
Yamaha |
31 |
1 ronde |
25e |
1.37.56 |
|
23 |
Sergio Pellandini |
Suzuki |
31 |
1 ronde |
12e |
1.35.85 |
|
24 |
Bengt Slydal |
Suzuki |
31 |
1 ronde |
33e |
1.38.41 |
|
25 |
Peter Looijesteijn |
Yamaha |
30 |
2 ronden |
32e |
1.38.37 |
|
26 |
Wolfgang Von Muralt |
Suzuki |
30 |
2 ronden |
29e |
1.38.15 |
|
27 |
Alain Röthlisberger |
Yamaha |
30 |
2 ronden |
35e |
1.38.52 |
|
28 |
Graziano Rossi |
Yamaha |
30 |
2 ronden |
21e |
1.37.26 |
|
29 |
Raffaele Pasqual |
Yamaha |
30 |
2 ronden |
24e |
1.37.50 |
|
- |
Kenny Roberts |
Yamaha |
-- |
Uitgevallen |
6e |
1.34.18 |
|
- |
Victor Palomo |
Suzuki |
-- |
Niet gestart |
26e |
1.37.70 |
|
- |
Marc Fontan |
Yamaha |
-- |
Uitgevallen |
10e |
1.35.41 |
|
- |
Jon Ekerold |
Cagiva |
-- |
Uitgevallen |
22e |
1.37.28 |
|
- |
Gustav Reiner |
Suzuki |
-- |
Niet gestart |
36e |
1.38.80 |
|
- |
Chris Guy |
Suzuki |
-- |
Uitgevallen |
16e |
1.36.74 |
|
- |
Michel Frutschi |
Sanvenero |
-- |
Valpartij |
11e |
1.35.75 |
|
- |
Guy Bertin |
Sanvenero |
-- |
Uitgevallen |
20e |
1.37.21 |
|
- |
Peter Huber |
Suzuki |
-- |
Niet gestart |
38e |
-- |
|
DE
TELEGRAAF, vrijdag 30 juli 1982 |
| JUMPING
JACK zag dood in ogen |
| ,,Opeens
ben ik bijgelovig geworden"..." (door
Berry Zand Scholten) |
 |
|
Jack met
een shaggie in de hand en de 'Zware van Nelle' op het
nachtkastje. Dat kun je je vandaag de dag al helemaal niet
meer voorstellen. Roken in het bed van een ziekenhuis. |
Voorpagina:
Northampton - Met een van pijn vertrokken gezicht ligt Jack
Middelburg, de door pech achtervolgde motorcoureur, in het
General Hospital, het ziekenhuis van Northampton. Na zijn
verbijsterende crash tijdens de vrije trainingen van woensdag,
op het circuit van Silverstone, waarbij Jack volgens eigen
zeggen met een snelheid van ruim 250 kilometer per uur van zijn
machine vloog, stelden de Britse artsen stomverbaasd vast, dat
de Nederlander niets gebroken of zwaar beschadigd heeft. Door de
enorme val- en glijpartij, waarvan Jumping Jack zich niets meer
kan herinneren, zijn zijn handen, zijn rug en zijn enkels zwaar
ontveld. Gisterenmiddag, toen onze verslaggever en fotograaf hem
namens onze krant bloemen kwamen brengen, kon Jack alweer
glimlachen. ,,Het was levensgevaarlijk hier, "vertelde Jack
Middelburg, die nu de Grand Prix van Engeland en Zweden zal
moeten missen. (zie verder Telesport). Huilend stond hij
naast Jack Middelburg, Graeme Crosby, de Nieuw-Zeelander. Toen
Jack na vijf minuten bijkwam en zijn ogen opsloeg, hoorde hij de
ietwat nasale stem van ,,Croz" stamelen: ,,Thank God, he's
alive! "En even later: ,,Zie je wel Jack, dat nummer 4 je
geen geluk brengt? Ik had ook alle pech van de wereld toen ik
ermee reed. Bovendien had je ook nog pitbox 13 toegewezen
gekregen."Gisterenmiddag in het ziekenhuis van Northampton,
waar Jack Middelburg enigszins van de schrik en de
verschrikkelijke klap was bijgekomen, zei de Westlander: ,,Ik
ben nooit bijgelovig geweest, maar dat is nu wel
veranderd." Hij is wel populair, de 30-jarige
fabriekscoureur van Suzuki. Zeker omdat hij vorig jaar de Grand
Prix van Silverstone won. En zuster Cathy Fisher verzorgt hem
met haar collega's liefdevol. Dat uitgerekend Barry Sheene en
Jack Middelburg bij zo'n rampzalig ongeluk betrokken moesten
raken. Barry Sheene probeerde de eerste rondjes op zijn
gloednieuwe V4 Yamaha fabrieksmachine, die hij speciaal voor de
Britse Grand Prix tot zijn beschikking had gekregen. ,,Het ging
onwaarschijnlijk hard," herinnert Jack zich. Bij de
Abbey-corner in het circuit, net achter de flauwe helling, kwam
de Fransman Patrick Igoa met Gert Waibel in botsing. Waibel kon
doorrijden, maar Igoa moest met zijn 250cc door het gras, slipte
en hij ging van zijn machine af. Zijn motor belandde weer op de
baan, net op het moment dat Sheene er vol in de zesde
versnelling op af kwam. Daarachter zat Jack. ,,Het enige dat ik
me nog kan herinneren is de brandende motor van Barry Sheene. Ik
heb natuurlijk nog geprobeerd "vol in de ankers" te
gaan, maar ik kon nergens meer heen. Het is schlemielig, vooral
omdat ik er part nog deel aan had. Het was wel levensgevaarlijk.
Geen enkele ziekenwagen, geen baancommissarissen!" Boet van
Dulmen bevestigt dat. Hij zegt: ,,Het was absoluut
onverantwoord. Er reden 82 coureurs in alle klassen door elkaar
heen op dat circuit. Als ik manager was geweest had ik de 500cc
rijders nooit laten vertrekken onder die omstandigheden. Jack
dus ook niet. We dachten allemaal dat ze dood waren.
Verschrikkelijk, zo'n klap!" Ze dachten het allemaal
inderdaad, de collega's op die rampzalige woensdagmiddag. Jon
Ekerold op zijn Cagiva reed aanvankelijk door. ,,Ik durfde niet
te stoppen bij die onheilsplek," bekende hij later. Kenny
Roberts, Franco Uncini, allemaal kwamen ze naar Middelburg toe,
zich verbijtend over het lange wegblijven van de ambulances.
Even verder lag Barry Sheene, meer dan 150 meter weggeslingerd.
Ook voor hem werd het ergste gevreesd. In het General Hospital
van het naburige Northampon werd Sheene gisteren op drie
plaatsen geopereerd. De gecompliceerde breuk onder zijn
linkerknie bezorgde de artsen vele uren werk. Zorgen maakte zich
ook trouwens Jack Middelburg. Met name over de keiharde
zakelijke opstelling van de fabrieksbazen. Zullen zij hem
volgend jaar weer een fabrieksmachine geven? ,,Geen twijfel over
mogelijk," zegt teammanager Mitsi Okomoto van Suzuki.
,,Jack kon hier toch helemaal niets aan doen?"
 |
|
Verpleegster
Cathy Fisher neemt Jack's bloeddruk op, terwijl haar
collega's toekijken. |
 |
|
©
foto MOTOR Magazine |
Jumping Jack,
de pechvogel. Zijn rug ligt open en de
"schoonmaakbeurten" van de verpleegsters bezorgen hem
helse pijnen. ,,Niet zo erg als Sheene," vertelde hij,
,,want ik heb vannacht gevraagd om ergens anders te mogen
liggen. Ik kon niet slapen, zo gilde hij," zo vertelde
Jack. Jack zal waarschijnlijk maandagmorgen het ziekenhuis in
Northampton mogen verlaten. Dan zal hij spoorslags naar dokter
Joan Derweduwen in België reizen, om in één keer ook zijn
been te laten opereren, een ingreep die allang had moeten
geschieden. ,,Ik heb mijn leven aan mijn Damen-overall te
danken", zegt Jack. ,,Door de Kevlar-laag daarin, een stof
uit de ruimtevaart, heb ik mijn rug kunnen behouden. De
trainingen van Jack en Barry verliepen juist zo voortreffelijk.
Middelburg zat alweer op exact dezelfde tijd als die waarmee hij
vorige jaar de Britse Grand Prix won. ,,Het zal toch in die
nummer 4 zitten", zei hij vertwijfeld. ,,Ik had eerst
nummer 7, maar dat wilde Barry Sheene traditiegetrouw natuurlijk
overnemen. Toen wilde Graeme Crosby beslist niet meer met nummer
4 rijden. Ik heb toen gezegd: al dat bijgeloof.... waanzin! En
ik heb het nummer gepakt waarmee Crosby vorig jaar zo'n
ongelukkig seizoen had. Op dit moment ben ik niet zo makkelijk
meer. Als zuster Cathy Fisher de bloeddruk heeft gemeten en
heeft geconstateerd dat ook de temperatuur in orde is, mag
Jumping Jack zelfs een sigaretje voor de schrik roken. In de hal
beneden wachten 20 fotografen op een glimp of een seintje over
idool Barry Sheene, maar die verblijft dan nog steeds in de
operatiekamer. Jack Middelburg leest dan inmiddels dankbaar in
de kranten die wij voor hem hebben meegebracht en biedt de
schattige verpleegster spontaan één van onze bloemboeketten
aan. ,,Charming Jack," fluistert ze zacht. |
|
01-08-1982
Grand Prix Engeland, Silverstone
|

|
Voorbeschouwing
op Silverstone 1982, halverwege het seizoen (uit programmablad
Silverstone).
500cc
titel, voor de Engelse GP op Silverstone, nog geen gelopen koers.
Tot nog
toe
zijn, het hele seizoen, de Italiaan Franco Uncini, die op de fabrieks
Suzuki's rijdt die door Roberto Gallina geprepareerd worden en de
‘Yank’ Kenny Roberts op de fabriek Yamaha’s die door Kel
Carruthers onder handen worden genomen, betrokken in een verwoede slag
voor suprematie in het WK. Maar het is tot nu toe geen “two horse
race” geweest. Groot-Brittannië zijn eigen Barry Sheene heeft tot nu
toe goed meegedaan en met nog vier races te gaan, is het kampioenschap
nog verre van over. Uncini opende zijn seizoen met een vierde plaats in
de openingsronde van het kampioenschap. Hij was, in de Argentijnse Grand
Prix slechts vijf seconden
achter het trio voor hem geëindigd, deze race
werd in winst omgezet door Kenny Roberts. Maar als die prestatie van
Uncini nog geen waarschuwingsklokken voor de oppositie had doen luiden,
dan toch zeker de Oostenrijkse GP. Franco maakte een vreselijk slechte
start, klampte uiteindelijk toch aan, volgde en ging toen het zevental toprijders
voor hem voorbij. Het was één van de opmerkelijkste ritten ooit in de
Grands Prix racerij en het was een krachtige waarschuwing voor wat
moest/zou volgen. De supersterren lieten Frankrijk (Nogarostaking) voor wat het
was en begaven zich met het ‘reizende circus’ naar Spanje. Franco
verloor vroeg in de race veel tijd toen zijn vizier met brandstof werd
bedekt, maar hij bewoog zich vlug door het pact heen om slechts vijf
seconden achter tweede man Barry Sheene te eindigen. Er was nog een
beter resultaat in Italië. Voor duizenden van zijn fans won Franco,
overtuigend, van Freddie Spencer en stond na deze GP gelijk in punten met
Kenny Roberts, aan de kop van de puntenlijst. In Assen won Franco het
tweede deel, van de wegens regen gestaakte race, en dat was voldoende om
hem de eerste plaats in de tussenstand alleen te doen innemen. Hij nam
nu drie punten afstand van zijn Amerikaanse rivaal. In België won
Freddie Spencer zijn eerste Grand Prix, maar met Barry Sheene als
tweede,
Uncini derde en Roberts die als vierde eindigde, werd de
voorsprong van de Italiaan van drie tot vijf punten uitgebouwd. Roberts,
winnaar van het openingsrace van de serie op zijn oude 1981-er Yamaha,
had sindsdien met een nieuwe V4 machine gereden. Het was niet het succes
geworden waar de fabriek en Roberts zelf, op gehoopt hadden. De
besturing van de nieuwe fiets was slecht, en mindere coureurs dan Kenny,
zouden geëxcuseerd zijn, voor het meermaals parkeren van de machine
tegen de pitsmuur, dit seizoen. Maar het is niet alleen dit feit dat
Kenny heeft gestoord. Hij heeft ook aangegeven dat hij niet kon
begrijpen, waarom Yamaha “fabrieksfietsen” geleverd had aan mensen zoals
Barry Sheene, Graeme Crosby, Marc Fontan en Boet van Dulmen, als de
meeste van hen, hem meer hebben uitgedaagd dan geholpen op de baan. Zeker
Sheene kon niet worden beschouwd als een teampartner van Kenny. Barry
wilde het kampioenschap winnen, en dat was alles. Crosby, die door
Suzuki, in eerder controversiële omstandigheden tijdens het afgelopen
seizoen was afgedankt, zorgde ook eerst voor zijn eigen belangen, en dan
die van iemand anders, en wie kon het hem kwalijk nemen. Bewapend met
een ‘square four’ fabrieks Yamaha, voor het team van
Marlboro-Agostini, het team dat door Giacomo zelf was samengesteld, reed
‘Croz’ zijn beste seizoen ooit. In Assen wipte hij Roberts van de
derde plaats, in de tweede manche, en dit kostte Kenny de algehele
overwinning. Nog steeds is het lijstje van Graeme zonder een
Grand Prix overwinning er op, maar dit zou zeker
snel volgen (zou echter nooit gebeuren), en als rijder voor het
Marlboroteam, waar mooier dan op Silverstone. Hij had zeker de
capaciteit, alleen moest hij ook een beetje het geluk aan zijn zijde
krijgen. Dit gold ook voor Marc Fontan, want ook hij wachtte nog op zijn
eerste 500cc Grand Prix overwinning (zou ook nooit gebeuren). Eerlijk gezegd waren zijn kansen
een stuk kleiner,want
ondanks dat hij erg bekwaam was, bleef de snelle Franse rijder, nog een
fractie verwijderd van de klasse van een wereldkampioen. Als Kenny al
van mening was dat het leven als een Yamaha racer moeilijk was, zou
hetzelfde kunnen worden gezegd van de Suzuki mensen, in het bijzonder
die in het HB-fabrieksteam van Suzuki actief waren.
 |
Randy Mamola, de
vice-wereldkampioen van 1980 en 1981 was voor het grootste deel van dit
seizoen geplaagd door blessures en buitenissige mechanische problemen.
Na vijf races had hij slechts vier punten genoteerd, maar het getijde
was sinds Nederland zijn kant op gedraaid en de jonge Californiër begon
omhoog op de lijst te klimmen. Zijn teampartner Virginio Ferrari was het
hele seizoen al met een polsblessure in de weer, die hij opliep in het
voorseizoen in Riverside, Californië.
Aangaande Marco Lucchinelli, de flamboyante Italiaan, hij brak zijn enkel op de Salzburgring
toen hij van zijn dure Honda tuimelde, terwijl hij in gevecht was met
Franco Uncini voor de overwinning. De valpartij beroofde de Hondafabriek
van een mogelijke Grand Prix winst, maar nog erger dan dat waren de
geringe kansen daardoor, voor Marco, om zijn titel te behouden. Marco deed
in Spanje pas weer mee, maar hij was nog niet volledig hersteld van zijn
blessure, noch was hij dat in Italië, een week later. Marco pakte wel
punten, maar niet genoeg om rijders als Uncini, Roberts en Sheene
ongerust te maken. Het was uiteindelijk een andere, nieuwe Honda coureur,
die Honda de eerste overwinning met de driecilinder gaf, Freddie
Spencer. Freddie was derde in Argentinië geworden, uitgevallen, met
mechanische problemen in Oostenrijk, terwijl hij in gevecht was met de
leiders, gedwongen om op te geven, terwijl hij de leiding had, in de
Spaanse GP, met een defecte ontsteking, tweede achter Uncini in Italië,
uitgevallen in Nederland met een defecte stuurdemper, die na een
valpartij in de door regen gegeselde race, was beschadigd, en tenslotte
een duidelijke winnaar in België. Zelfs op Spa/Francorchamps waren het
de goden die het laatste lachten, nadat de 20 jaar oude rijder, uit
Shreveport Louisiane, had gewonnen viel hij van de fiets terwijl hij de
pits indraaide! Honda's derde rijder met de NS500’s, Takazumi Katayama,
had ook in diverse races erg sterk gereden en ook met hem diende
rekening gehouden te worden, dit jaar. Maar de Britse fans zullen met
meer dan gebruikelijke belangstelling uitkijken naar de terugkeer van
NR500. Op deze machine zal Ron Haslam aan hun en zijn thuis Grand Prix
gaan deelnemen. De enorme menigte in Silverstone, zal in het
raceweekend, hun vingers kruisen voor een plaats op het podium voor
‘Rocket Ron’. Hij reed met de viercilinder in Nederland en België en
behaalde bijna de allereerste punten met deze fiets. Misschien kan hij
dit op Silverstone eindelijk bereiken.
 |
Eén persoon
zal nog met gemengde gevoelens terugdenken aan de sensationele race van
vorig jaar en wel de Zuid-Afrikaan Kork Ballington, die er toen erg goed
bij zat, op de fabrieks Kawasaki. Nog steeds op de snelle ‘Greene
Machine’, in zijn eentje, komt Kork opnieuw in zijn beste vorm, om
zijn optreden in Silverstone te maken. Met zo vele fabriekscoureurs is
het bijna onmogelijk voor, om het even welke, privé-rijder om punten
voor het wereldkampioenschap te noteren. De Fin, Seppo Rossi, heeft dit
jaar erg goed gereden, in feite veel beter dan zijn naamgenoot, de
Italiaan Graziano Rossi, de teammaat van Graeme Crosby in de ploeg van
het Marlboro Agostini Team. De vertegenwoordigers van het Brits Verenigd
Koninkrijk, in de 500cc klasse zijn dun gezaaid. Steve Parrish is zoals
gebruikelijke, betrouwbaar en professioneel bezig geweest. Hij zal nooit
wereldkampioen worden, maar hij voegt wel iets aan de race toe. Zo doet
ook de Nieuw-Zeelander, Stu Avant, net zoals Parrish met beperkte
middelen erg goed mee. De ‘jonkies’ zoals Gary Lingham en Chris Guy
hebben een groot potentieel, mochten ze de juiste soort hulp krijgen. De sponsoring
is zeer essentieel, natuurlijk, maar ook de morele steun van de pers en
de ACU (Auto Cycle Union), bijvoorbeeld. Het 500cc wereldkampioenschap is altijd de top van
de motorfietssport geweest. Het heeft kampioenschappen, zoals de Formule
750, zien komen en gaan. Volgend jaar zal het erg moeilijk worden om te
kunnen starten in de koningsklasse, bijna onmogelijk, wanneer het 350cc
kampioenschap ophoudt te bestaan en de rijders uit die klasse naar de
250cc of 500cc zullen overstappen. Om die reden is de toekomst van het Europese kampioenschap zeer
belangrijk. Binnenkort zal dat de enige gewaarborgde route naar de
GP’s zijn voor iedereen. En als de Britse jongens daarbij willen zijn,
moeten wij alles in onze mogelijkheid doen om hen bij te staan.
|
Het
drama van Silverstone (verslag uit Moto'73)
 |
|
Jack
en Barry verlaten hier vlak na elkaar de pits om aan hun
training te gaan beginnen, van een race die ze beiden
denken/hopen te kunnen winnen, een kwartiertje later ziet
het leven er plots heel anders uit.... |
 |
|
Barry
en Jack in de training vlak voor het bijna fatale ongeval
©
Henk
Oeben |
 |
|
©
foto MOTOR Magazine |
Barry
Sheene en Jack Middelburg kropen op woensdag
in een vrije training door het oog van de naald. Tegen betaling van
honderdentien gulden
kon een iedere coureur die dat wilde, deelnemen aan een vrije training. Een
tachtig coureurs draaiden dan ook hun rondjes op machines variërend
tussen 125 en 500cc (50cc reed niet in Engeland). Net achter het hoogste punt van het circuit, niet
ver van Woodcote corner,
raakte Patrick Igoa met zijn 250cc de 125cc
coureur Gerhard Waibel. Igoa crashte en zijn machine ketste terug op de
baan. Barry Sheene stormde op dat moment op zijn V-four in volle vaart
de heuvel op en keek even achterom of Jack Middelburg nog in zijn
slipstream zat. Over het hoogste punt knalde Sheene vervolgens bovenop
de fiets van Igoa en Jack Middelburg vloog bijna op hetzelfde moment op
de ontstane ravage in met een snelheid van ruim 260 km p/u. Later zei
men: 'het leek wel of er een vliegtuig was neergestort'. Jon Ekerold,
die een vierhonderd meter van de plaats des onheil verwijderd was,
vertelde later voor de Engelse TV: ,Ik stond toevallig te kijken en zag
Igoa gaan. Zijn machine kwam terug op de baan, net achter de top van de
heuvel. Een vijfentwintig seconden later vlogen Sheene en Middelburg
over de fiets van Igoa heen. Er waren inmiddels al enkele rijders
gepasseerd. Ik rende na de klap onmiddellijk over de baan naar het
slagveld toe. Links en rechts vlogen de brokstukken om mij heen. De
olievlekken had ik op mijn broek zitten. Er waren geen baanposten in de
buurt om Sheene en de andere rijders te waarschuwen. Verschrikkelijk wat
een ravage en wat zag met name Sheene er ontzettend slecht uit! Ik heb
nog nooit eerder zo'n puinhoop gezien." Na twintig minuten
arriveerde pas een ambulance, Igoa bleek een gebroken sleutelbeen te
hebben. In het ziekenhuis constateerde men bij Middelburg
"slechts" diepe schaaf- en brandwonden op zijn rug, benen en
armen. De tenen van zijn rechtervoet waren zwaar gekneusd (later zou
echter in Mol bij Derweduwen blijken dat er toch een breuk in Jack's
rechterbeen zat). Barry Sheene
werd in zorgwekkende toestand naar het ziekenhuis vervoerd. Nadat Sheene
een operatie van bijna acht uur had ondergaan, verklaarde de chirurg:
"Wat heeft Barry een geluk gehad. Toen wij zijn benen onder de knie
openmaakten, kwamen de botjes ons gewoon tegemoet rollen. Gelukkig
hebben we zijn benen kunnen behouden. Ook zijn pols was dermate
gecompliceerd gebroken dat we alle zeilen moesten bijzetten om alles
weer aan elkaar te krijgen. In totaal heb ik zevenentwintig schroeven
nodig gehad. Het zal minimaal twee maanden duren voordat Barry zijn
benen weer enigszins kan belasten. Als hij weer gaat racen verklaar ik
hem voor gek." Jack vertelde
enkele dagen later: "Ik kan mij alleen nog herinneren dat er iets
in brand stond. Mijn rug doet verschrikkelijk zeer, maar ik mag niet
klagen. Wat heb ik een geluk gehad. Overigens moet het bot in mijn
rechterbeen weer aardig sterk zijn, want gezien mijn tenen heeft dat
been een harde klap gemaakt. Doe iedereen de groeten en met Jack komt
alles weer prima in orde". Overigens is het onbegrijpelijk dat Jack
en Barry onder dergelijke omstandigheden rondjes draaiden van 1.31.
Slechts een seconde boven het ronderecord. Sheene had overigens voor het
eerst, vanwege zijn thuiscircuit, de beschikking over dezelfde machine
als Roberts. Jack's
rug had het "overleefd" dankzij de Damen-overall, anders had
het er veel ernstiger uitgezien. Barry was er uiteraard veel slechter
aan toe, 's-nachts had Jack zich laten verplaatsen omdat Sheene zo
vreselijk lag te gillen... Wel was buiten alle ontvellingen, Jack's hele
lijf één en al kneuzing. Door de verwondingen zou Jack voorlopig niet
kunnen racen en als hij vervoerd kon worden, zou hij direct naar
Derweduwen gaan om ook de pen uit zijn been te laten halen. Het seizoen
was nu toch zo goed als voorbij voor hem. In België bleek uiteindelijk
ook een bot in zijn been was gescheurd, dat hadden ze in Engeland even over het
hoofd gezien, en dat kon toen dus tijdens de operatie
gelijk even meegenomen worden.....
|
Deelnemers 500cc
Engeland |
|
1. |
Marco Lucchinelli
(I) |
13. |
Chris Guy (GB) |
25. |
Jean Lafond (F) |
37. |
Börge Nielsen (D) |
49. |
Andreas Hofmann (CH) |
|
2. |
Randy Mamola (USA) |
14. |
Guido Paci (I) |
26. |
Philippe Robinet
(F) |
38. |
Bent
Slydal (N) |
50. |
Walter Migliorati
(I) |
|
3. |
Kenny Roberts
(USA) |
15. |
Takazumi Katayama
(J) |
27. |
Loris Reggiani (I) |
39. |
Graziano
Rossi (I) |
51. |
Fabio Biliotti (I) |
|
4. |
Jack Middelburg
(NL) |
16. |
Keith Huewen (GB) |
28. |
Peter
Sjöström (S) |
40. |
Bob
Smith (GB) |
52. |
Dave Dean (GB) |
|
5. |
Graeme Crosby (Nzl) |
17. |
Seppo Rossi (Fi) |
29. |
Victor Palomo (ES) |
41. |
Graham
Wood (GB) |
53. |
Norman Brown (IER) |
|
6. |
Boet van Dulmen
(NL) |
18. |
Michel Frutschi (CH) |
30. |
Gustav Reiner (D) |
42. |
Roberto
Pietri (USA) |
54. |
Rob McElnea (GB) |
|
7. |
Barry Sheene (GB) |
19. |
Steve Parrish (GB) |
31. |
Jon Ekerold (Zaf) |
43. |
Virginio Ferrari
(I) |
55. |
Mark Salle (GB) |
|
8. |
Kork Ballington (Zaf) |
20. |
Sergio Pellandini
(I) |
32. |
Marco Greco (BR) |
44. |
Gary
Lingham (GB) |
56. |
Paul Iddon (GB) |
|
9. |
Marc Fontan (F) |
21. |
Peter Looijesteijn
(NL) |
33. |
Ron Haslam (GB) |
45. |
Con Law (IER) |
57. |
Marco Papa (I) |
|
10. |
Franco Uncini (I) |
22. |
Stu Avant (Nzl) |
34. |
Dennis
Ireland (Nzl) |
46. |
Guy
Bertin (F) |
58. |
Barry
Woodland (GB) |
|
11. |
Iwao Ishikawa (J) |
23. |
Leandro Beccheroni (I) |
35. |
Steve Henshaw (GB) |
47. |
Philippe
Coulon (CH) |
59. |
Steve
Williams (GB) |
|
12. |
Freddie Spencer
(USA) |
24. |
Lorenzo Ghiselli
(I) |
36. |
Tony
Carey (IER) |
48. |
Giovanni Pelletier
(I) |
60. |
Franck Gross (F) |
| |
|
|
|
|
|
|
|
? |
Clive
Padgett (GB) |
 |
Gallina
Suzuki teammaten Franco Uncini & Loris Reggiani in
Engeland.
|
 |
|
|
|
|
Start
500 Silverstone, helaas zonder Jack. Had zeker weer zijn race
kunnen zijn. |

Vrije
Training Te Vrij
Toen Alfred Waibel met zijn 125 cc MBA vol in vijf door Abbey Curve stuurde, kon
hij niet vermoeden wat er zich achter zijn rug zou afspelen. De Duitser bleef aan de
rechterkant van de baan, omdat bij van plan was om verderop de pitstraat in te
rijden. Een gebruikelijke route, ware het niet, dat Patrick Igoa met een 250 cc
Yamaha met een veel hogere snelheid achter hem aan reed en dacht dat
zijn collega naar links zou voorsorteren om Woodcote Corner op passende wijze aan te
snijden. De Fransman wou zijn opponent buitenom passeren, doch daar was geen
ruimte, waardoor Igoa ten val kwam en door het gras rolde om later weer op de piste
terecht te komen (Waibel voelde dat een stuk leer van zijn pak werd gereden, maar
bleef wonder boven wonder op zijn fietsje). Een groep coureurs passeerde de plaats des
onheils en ontweek de brokstukken, maar twintig seconden later was het raak, want Barry
Sheene, met een slipstreamende Jack Middelburg, kwam met nog hogere
snelheid (260 km/u) door Abbey Curve en de daarachter gelegen heuvel (die
het zicht in eerste instantie ontneemt). De Brit heeft even achterom gekeken en zag het gevaar te laat, zodat hij, samen met Jack, zo'n vreselijke klap maakte, dat de onderdelen en de
rijders honderden meters uit elkaar lagen. 'Het leek wel een
vliegtuigongeluk', zeiden de mensen die enkele minuten later ter plekke waren, waaronder Kenny Roberts die
zich meteen over Sheene ontfermde en Graeme Crosby die hetzelfde bij
Jack deed. Beide coureurs keerden volledig onthutst in het rennerskwartier terug.
Het huilen stond hen
nader dan het lachen en men vreesde het ergste wat Sheene betrof. In het rennerskwartier
heerste een angstaanjagende stilte, terwijl een kwartier eerder nog volop
bedrijvigheid te vinden was en het 5,4 km. lange circuit door zo'n zeventig coureurs werd 'gevuld'.
Valpartijen zijn inherent aan de wegracesport. Dat weet iedereen van te voren en wordt door
alle betrokkenen geaccepteerd, maar als met alle macht aan de veiligheid wordt gewerkt, moet men ook bepaalde regels
h andhaven bij bet bedrijven van vrije trainingen. De onderlinge
snelheidsverschillen kunnen al aanzienlijk worden teruggebracht als men de coureurs met
hun machines in verschillende klassen opdeelt, terwijl een maximaal aantal rijders
(afhankelijk van de lengte en breedte van het circuit) niet overschreden zou mogen worden. Er wordt namelijk
niet altijd rustig getest. Sheene en Middelburg reden tijden van ongeveer 1.31, wat hen een vierde trainingsplaats had
opgeleverd en dan lijken calamiteiten onvermijdbaar.

Voor
Jack dus geen GP van Silverstone, het circuit waar hij het jaar daarvoor
zulke grote triomfen vierde en het jaar daarvoor ook al zo zwaar
verongelukt was. Franco Uncini won uiteindelijk de race voor Freddie
Spencer, Graeme Crosby, Loris Reggiani, Randy Mamola en de teruggekeerde
Virginio Ferrari. De wereldtitel kon Uncini bijna niet meer
ontgaan met nog drie GP's voor de boeg en 35 punten voorsprong. Kenny
Roberts was na een zeer slechte start tussen de achterblijvers terecht
gekomen en samen met een hele groep kwam hij op de witte steentjes aan
de zijkant van de baan terecht, waardoor hij al in de eerste bocht buiten de baan
geraakte, waarop hij van
de motor werd geslingerd en deze alleen verder ging en met een flinke
smak in brand vloog. Ook Graham Wood ging onderuit, maar die stond weer
snel op zijn voeten. Voor Kenny was het minder; achteraf bleek dat er
een pink uit de kom was geschoten en hij zijn knie had verdraaid. In de
zijspanklasse wonnen
Egbert Streuer en Bernard Schnieders hun en Nederlands eerste Grand-Prix
ooit. Zij zouden er de komende jaren voor zorgen dat tijdens de
zijspanklasse op de TT, die normaal altijd als laatste werd verreden, de
mensen niet in grote getale de huisreis aan zouden gaan vatten.
|
Uitslag & trainingstijden 500cc Silverstone |
 |
 |
|
Valpartij
Kenny Roberts |
 |
|
Ook
Kenny Roberts geblesseerd in Engeland. |

|
Jack
draaide in die paar rondjes in de vrije training al laag in de
1.31, er had dus ook dit jaar (en met een snelle machine) ook
veel ingezeten tijdens de GP op Silverstone. |
|
|
Pos |
Rijder |
Machine |
Ronden |
Tijd |
Grid |
Trainingstijd |
|
1 |
Franco Uncini |
Suzuki |
28 |
42:49.64 |
2e |
1.30.28 |
|
2 |
Freddie Spencer |
Honda |
28 |
6.43 |
3e |
1.30.31 |
|
3 |
Graeme Crosby |
Yamaha |
28 |
13.74 |
1e |
1.33.08 |
|
4 |
Loris Reggiani |
Suzuki |
28 |
15.18 |
11e |
1.32.53 |
|
5 |
Randy Mamola |
Suzuki |
28 |
15.40 |
7e |
1.32.26 |
|
6 |
Virginio Ferrari |
Suzuki |
28 |
17.73 |
9e |
1.32.36 |
|
7 |
Kork Ballington |
Kawasaki |
28 |
17.93 |
12e |
1.32.58 |
|
8 |
Marc Fontan |
Yamaha |
28 |
30.81 |
6e |
1.31.87 |
|
9 |
Leandro Becheroni |
Suzuki |
28 |
56.73 |
17e |
1.33.03 |
|
10 |
Chris Guy |
Suzuki |
28 |
1:04.19 |
21e |
1.33.19 |
|
11 |
Andreas Hofmann |
Suzuki |
28 |
1:04.19 |
33e |
1.34.25 |
|
12 |
Dave Dean |
Suzuki |
28 |
1:04.47 |
30e |
1.33.70 |
|
13 |
Jon Ekerold |
Cagiva |
28 |
1:05.14 |
10e |
1.32.47 |
|
14 |
Gary Lingham |
Suzuki |
28 |
1:05.89 |
23e |
1.33.34 |
|
15 |
Ron Haslam |
Honda |
28 |
1:06.51 |
19e |
1.33.16 |
|
16 |
Isao Ishikawa |
Suzuki |
28 |
1:10.78 |
24e |
1.33.36 |
|
17 |
Marco Lucchinelli |
Honda |
28 |
1:13.20 |
14e |
1.32.87 |
|
18 |
Steve Parrish |
Yamaha |
28 |
1:13.20 |
18e |
1.33.13 |
|
19 |
Steve Henshaw |
Suzuki |
28 |
1:13.28 |
31e |
1.33.81 |
|
20 |
Philippe Coulon |
Suzuki |
28 |
1:13.89 |
15e |
1.32.96 |
|
21 |
Stuart Avant |
Suzuki |
28 |
1:23.43 |
13e |
1.32.77 |
|
22 |
Norman Brown |
Suzuki |
27 |
1 ronde |
28e |
1.33.58 |
|
23 |
Steve Williams |
Suzuki |
27 |
1 ronde |
39e |
1.35.27 |
|
24 |
Roberto Pietri |
Suzuki |
27 |
1 ronde |
34e |
1.34.43 |
|
25 |
Bob Smith |
Yamaha |
27 |
1 ronde |
29e |
1.33.63 |
|
26 |
Guido Paci |
Yamaha |
27 |
1 ronde |
36e |
1.34.59 |
|
27 |
Fabio Biliotti |
Suzuki |
27 |
1 ronde |
32e |
1.33.90 |
|
28 |
Mark Salle |
Suzuki |
27 |
1 ronde |
20e |
1.33.19 |
|
- |
Marco Papa |
Suzuki |
-- |
Uitgevallen |
37e |
1.34.68 |
|
- |
Dennis Ireland |
Suzuki |
-- |
Uitgevallen |
27e |
1.33.57 |
|
- |
Seppo Rossi |
Suzuki |
-- |
Uitgevallen |
16e |
1.32.98 |
|
- |
Rob
McElnea |
Suzuki |
-- |
Uitgevallen |
40e |
1.35.30 |
|
- |
Boet van Dulmen |
Suzuki |
-- |
Uitgevallen |
5e |
1.31.57 |
|
- |
Kenny Roberts |
Yamaha |
-- |
Valpartij |
1e |
1.29.84 |
|
- |
Sergio Pellandini |
Suzuki |
-- |
Uitgevallen |
22e |
1.33.33 |
|
- |
Graham Wood |
Yamaha |
-- |
Valpartij |
26e |
1.33.51 |
|
- |
Takazumi Katayama |
Honda |
-- |
Uitgevallen |
8e |
1.32.27 |
|
- |
Paul Iddon |
Suzuki |
-- |
Uitgevallen |
38e |
1.35.01 |
|
- |
Keith Huewen |
Suzuki |
-- |
Uitgevallen |
25e |
1.33.41 |
|
- |
Graziano Rossi |
Yamaha |
-- |
Uitgevallen |
35e |
1.34.57 |
|
- |
Con Law |
Yamaha |
-- |
Niet gekwalificeerd |
41e |
1.36.25 |
|
- |
Clive Padgett |
Suzuki |
-- |
Niet gekwalificeerd |
42e |
1.33.51 |
|
- |
Peter Sjöström |
Suzuki |
-- |
Niet gekwalificeerd |
43e |
1.32.27 |
|
- |
Franck Gross |
Suzuki |
-- |
Niet gekwalificeerd |
44e |
1.35.01 |
|
- |
Barry Woodland |
Suzuki |
-- |
Niet gekwalificeerd |
45e |
1.36.25 |
|
- |
Peter
Looijesteijn |
Suzuki |
-- |
Niet gekwalificeerd |
46e |
1.34.57 |
|
- |
Philippe
Robinet |
Suzuki |
-- |
Niet gekwalificeerd |
47e |
1.36.25 |
 |
 |
|
| Virginio
Ferrari voor Stu Avant |
 |
|
Marco
Lucchinelli voor Bob Smith (#40) |
 |
|
Flinke
drukte met o.a. Philippe Coulon, Kork Ballington (#8), Chris Guy
(#13) & Andres Hofmann (#49). |
Intercontinentaal
podiumfeestje met Freddie Spencer, Franco Uncini & Graeme
Crosby |
|
|
|
|


|

|
|
Winnaar
Silverstone Franco Uncini, met dezelfde bokaal, met wereldbol,
die Jack een jaar eerder had gewonnen.
|
|

 |
|
Jack's
monteursteam, Frans Kannekens, Martien
Zoet en Albert Siegers bezoeken hem in het ziekenhuis in
Northampton. |
|
|
 |
|
Barry
(met Stephanie) wordt bijna een maand na het ongeluk op
Silverstone, omringt door heel veel pers, per helikopter
opgehaald en naar huis gebracht. |
|
|
De
TELEGRAAF, zaterdag 7 augustus 1982 |
| Wegraceprofteam
met Jack en Boet |
| (door
Berry Zand Scholten) |
Een
compleet Nederlands motorraceteam, gesteund door een Japanse fabriek
en op professionele basis gemanaged. Dat is het doel van Peter
Langendijk (40), directeur van de Ergon Holding, spil achter het
Nederlandse Suzuki-fabrieksteam van Jack Middelburg, waartoe, voor de
rest van het seizoen, ook coureur Boet van Dulmen behoort (uiteindelijk
trok deze zich wéér eens terug, omdat hij o.a. niet op de 81-er
Suzuki van Jack wilde rijden, maar op het 82-er model en hij wilde
niet op het tweede plan GP). En als het aan Langendijk ligt blijft
het ook nog even zo. Het volgend jaar wil hij met de beide Nederlandse
toprijders een zeer serieuze gooi doen naar het wereldkampioenschap in
de koningsklasse van de wegracerij, de 500cc-klasse. Met Jack en Boet
in één team (hier kwam dus door economische recessies en het niet
verkrijgen van het fabrieksmateriaal, totaal niets van terecht, ook al
had Langendijk wel het beste met Jack voor, maar de rest van het managementteam
van Ergon wilde stoppen GP). Langendijk kort en krachtig: ,,Jack
Middelburg is een fantastische rijder en Boet van Dulmen is een
coureur, die alles heeft wat Jack mist en omgekeerd!" Een aardig
aforisme over de kwaliteiten en tekortkomingen van het wegracende
Nederlandse topduo. Jack Middelburg de impulsieve artiest, die er dikwijls
in slaagt zoveel moeilijkheden om zich heen te creëren, dat er soms
van rijden weinig terecht komt. Boet van Dulmen de technicus en
uitgeslapen tacticus, weliswaar al aardig op leeftijd, Van Dulmen
wordt 35 jaar, maar in een profteam onmisbaar als testrijder,
bandentester, afsteller en strateeg. Toen Peter Langendijk vorig jaar
als leek in de racerij dook, dacht niemand dat de Ergon-directeur in
korte tijd binnen het moeilijke racewereldje een 'potje op het vuur'
zou kunnen krijgen. Wat wist hij nu van sportsponsoring in de
wegracerij, na een turbulente periode met de ijshockeyploeg 'Aquaterm'
en hoogspringer Ruud Wielaart? Maar nog binnen het jaar ontvouwt
Langendijk zijn vastomlijnde plannen voor de Nederlandse wegracerij
aan de wereldtop, sterker nog.... zit hij aan tafel met de uiterst
moeilijk bereikbare Japanse fabrieksmanagers en maakt hij, onder een
borrel in de racecaravan op de circuits, of een exquise hap in een
vijfsterrenrestaurant, onder flitsende anekdotes duidelijk hoe hij de
zaken geregeld ziet. En wat niemand verwacht had, gebeurt wel
degelijk: Jack Middelburg koerst rond op het allerbeste
Suzukifabrieksmateriaal en Boet van Dulmen doet het inmiddels onder de
Ergon-vlag niet veel minder. Langendijk heeft uitgesproken meningen
over sportsponsoring. Iedereen die dacht dat Ergon als een soort
sociaal instituut bundeltjes geldbiljetten in de rennerskwartieren zou
gaan ronddelen, kwam bedrogen uit. Ook Jack Middelburg had
aanvankelijk moeite met het strakke organisatorische keurslijf waarin
Langendijk het 'Westland Racing Team' perste. Natuurlijk werden er
fouten gemaakt in die beginfase, maar Ergon wist zich wel verzekerd
van de behoedzaam opererende manager Jan Muis, die zijn grote ervaring
in de racewereld meebracht. En goede managers zijn dun gezaaid in dit
kleine land. Peter Langendijk: ,,Ik heb nu een poosje in de keuken
mogen kijken en de slotsom is dat het allemaal niet zo moeilijk is,
als het wordt voorgespiegeld. Er worden gewoon veel spelletjes
gespeeld in de racerij. Ik ben van mening dat een goed geleid
motorraceteam zichzelf moet kunnen bedruipen. Kijk naar het
Gallina-team van Franco Uncini. Bij Suzuki worden de zaken geregeld
door de Suzuki Motor Corporation met de heer Mitsi Okomoto, die de
racerij runt en door het Suzuki Racing Department met de heer Tamaki
aan het hoofd, de manager van de 'Motorcycle Enginering Division'.
Sigarettenfabrikant HB uit Duitsland wil dat er voor volgend jaar
één team komt, dat door hen dan wordt gesponsord met een gigantisch
bedrag. Daarin zullen waarschijnlijk Randy Mamola en het Belgische
talent Didier de Radiguès als rijders optreden. Maar Roberto Gallina
zit natuurlijk ook niet stil. Die man heeft met zijn door de fabriek
gesteunde privéteam tenslotte twee wereldkampioenen afgeleverd in
twee jaar: Marco Lucchinelli en Franco Uncini. Daar zal Suzuki niet
omheen kunnen. Ik denk en geloof, dat straks de volgende situatie
ontstaat: er komt een direct door de fabriek gesteund Suzuki-HB-team
en twee indirect door de fabriek gesteunde privé-teams. Dat van
Gallina met Uncini en waarschijnlijk Loris Reggiani en het
Ergon-Suzuki-team met Jack Middelburg en Boet van Dulmen, of een
andere tweede rijder. Middelburg blijft eerste man, daar ben ik mee
begonnen en daar zal ik waarschijnlijk ook mee stoppen. We hebben
aanvankelijk gedacht aan Graeme Crosby, ook aan Graeme McGregor, maar
dat was moeilijk, ook al door lopende contracten. Een echt Nederlands
racingteam is bovendien natuurlijk het mooist. De afstanden zijn
klein, de organisatie is strakker te maken en het zal gemakkelijker
zijn om enkele grote sub-sponsors te vinden voor een echt nationaal
team!" |
|
08-08-1982
Grand Prix Zweden, Anderstorp
|

 |
 |
|
|
Emotioneel weerzien vanFranco Uncini en Jack in Zweden. |
|
|
|
Deelnemers 500cc in Zweden. |
| 01. |
Marco
Lucchinelli (I) |
14. |
Guido Paci
(I) |
24. |
Loris
Reggiani (I) |
34. |
Jon Ekerold (Zaf) |
45. |
Risto
Korhonen (SF) |
| 2. |
Randy
Mamola (USA) |
15. |
Takazumi
Katayama (J) |
25. |
Eric
Saul (F) |
35. |
Ron
Haslam (GB) |
? |
Wolfgang
von Muralt |
| 4. |
Graeme
Crosby (Nzl) |
16. |
Seppo Rossi
(SF) |
26. |
Raymond Roche (F) |
36. |
Keith Huewen (GB) |
? |
Benny
Mortensen (DK) |
| 5. |
Boet
van Dulmen |
17. |
Alf Henrik
Graarud (N) |
27. |
Guy
Bertin (F) |
37. |
Chris
Guy (GB) |
? |
Esko
Kuparinen (SF) |
| 6. |
Jack
Middelburg |
18. |
Michel
Frutschi (CH) |
28. |
Philippe
Robinet (F) |
38. |
Andreas
Hofmann (CH) |
? |
Kjeld
Sörensen (DK) |
| 8. |
Kork
Ballington (Zaf) |
19. |
Stu Avant (Nzl) |
29. |
Philippe Coulon
(CH) |
39. |
Reinhold Roth (D) |
? |
Pauli
Freudenlund (S) |
| 9. |
Marc
Fontan (F) |
20. |
Sergio Pellandini
(I) |
30. |
Victor Palomo (ES) |
40. |
Börge
Nielsen (DK) |
? |
Cai
Hedstrum (S) |
| 10. |
Franco
Uncini (I) |
21. |
Graziano
Rossi (I) |
31. |
Virginio Ferrari
(I) |
41. |
Peter Sjöström
(S) |
? |
Kjeil
Warz (S) |
| 11. |
Hiroyaki Kawasaki
(J) |
22. |
Steve Parrish
(GB) |
32. |
Leandro Beccheroni
(I) |
42. |
Jean Lafond (F) |
? |
Åke
Grahn (S) |
| 12. |
Freddie
Spencer (USA) |
23. |
Franck Gross (F) |
33. |
Lorenzo Ghiselli
(I) |
43. |
Peter
Sköld (S) |
? |
Chris
Fisker (DK) |
Beelden
race op Youtube
 |
| Suzuki-fabriekstop
in Zweden, Anderstorp: Franco Uncini, Jack,
Randy Mamola
en Loris Reggiani
|
 |
|
|
De
volgende Grand Prix in Zweden op Anderstorp een week later moest Jack ook aan
zich voorbij laten gaan i.v.m. zijn blessures opgelopen in Engeland. De
Grand Prix werd door Takazumi Katayama, op zijn Honda, gewonnen, nadat
Uncini met pech was uitgevallen. De tweede
GP zege van Honda dit seizoen en de eerste (en enige) 500cc zege van de voormalige
wereldkampioen in de 350cc klasse, de Koreaanse Japanner Katayama. Randy Mamola werd
tweede voor Graeme
Crosby. De enige twee coureurs waar Uncini nog mee te maken had m.b.t. de
wereldtitel waren niet in Zweden aanwezig. Barry Sheene uiteraard
vanwege zijn ongeluk en Kenny Roberts die een hand- en knieblessure had opgelopen
in Engeland. Beiden zouden dus niet van start kunnen gaan op Anderstorp. Franco
werd wereldkampioen zonder te hoeven rijden. Hij viel overigens een paar
ronden voor tijd uit met machinepech, terwijl hij ruimschoots aan de
leiding ging. De nieuwe wereldkampioen was zodoende twee ronden voor het einde
van het seizoen al bekend en was evenals vorig jaar een Italiaan. Jack
was overigens wel als toeschouwer naar Zweden afgereisd en had goede
hoop dat hij in Mugello weer aan de start kon verschijnen. Hij zag
zijn nieuwe teamgenoot bij Ergon, Boet van Dulmen, op de Suzuki's waar
Jack het seizoen mee begonnen was, zevende worden. Franco
Uncini zou overigens een meester wezen in het ten gelde maken van zijn
wereldtitel. Hij zou de hele winter in de weer zijn met reclame en commerciële
activiteiten.
 |
|
Anderstorp:
Mamola, Katayama & Crosby (de eerste en enige 500cc
overwinning van Takazumi Katayama). |
|

|
|
Uitslag & trainingstijden 500cc Anderstorp |
 |
|
Uncini,
ondanks uitgevallen in Zweden, toch wereldkampioen. |
| |
| |
| |
 |
|
| |
Rijder |
Machine |
Ronden |
Tijd |
Grid |
Trainingstijd |
|
1 |
Takazumi Katayama |
Honda |
30 |
50:29.05 |
3e |
1.39.96 |
|
2 |
Randy Mamola |
Suzuki |
30 |
7.92 |
6e |
1.40.69 |
|
3 |
Graeme Crosby |
Yamaha |
30 |
9.52 |
7e |
1.40.71 |
|
4 |
Marc Fontan |
Yamaha |
30 |
9.58 |
5e |
1.40.51 |
|
5 |
Marco Lucchinelli |
Honda |
30 |
29.67 |
4e |
1.40.08 |
|
6 |
Kork Ballington |
Kawasaki |
30 |
52.65 |
8e |
1.40.77 |
|
7 |
Boet van Dulmen |
Suzuki |
30 |
53.24 |
11e |
1.41.80 |
|
8 |
Philippe Coulon |
Suzuki |
30 |
1:04.78 |
13e |
1.42.25 |
|
9 |
Sergio Pellandini |
Suzuki |
30 |
1:15.95 |
15e |
1.42.69 |
|
10 |
Steve Parrish |
Yamaha |
30 |
1:27.78 |
17e |
1.43.07 |
|
11 |
Seppo Rossi |
Suzuki |
30 |
1:28.00 |
14e |
1.42.45 |
|
12 |
Michel Frutschi |
Sanvenero |
30 |
1:31.03 |
12e |
1.41.84 |
|
13 |
Wolfgang Von Muralt |
Suzuki |
29 |
1 ronde |
21e |
1.44.14 |
|
14 |
Andreas Hofmann |
Suzuki |
29 |
1 ronde |
30e |
1.44.85 |
|
15 |
Chris Guy |
Suzuki |
29 |
1 ronde |
16e |
1.43.06 |
|
16 |
Peter Sjöström |
Suzuki |
29 |
1 ronde |
20e |
1.44.04 |
|
17 |
Peter Sköld |
Suzuki |
29 |
1 ronde |
29e |
1.44.81 |
|
18 |
Benny Mortensen |
Suzuki |
29 |
1 ronde |
32e |
1.45.03 |
|
19 |
Philippe Robinet |
Suzuki |
29 |
1 ronde |
26e |
1.44.76 |
|
20 |
Kjeld Sorensen |
Suzuki |
29 |
1 ronde |
27e |
1.44.79 |
|
21 |
Esko Kuparinen |
Suzuki |
28 |
2 ronden |
36e |
1.45.72 |
|
22 |
Cai
Hedstrum |
Suzuki |
28 |
2 ronden |
19e |
1.43.37 |
|
23 |
Pauli Freudenlund |
Suzuki |
28 |
2 ronden |
34e |
1.45.07 |
|
24 |
Risto Korhonen |
Suzuki |
28 |
2 ronden |
37e |
1.46.74 |
|
- |
Guido Paci |
Yamaha |
-- |
Niet gestart |
35e |
1.45.22 |
|
- |
Franco Uncini |
Suzuki |
-- |
Uitgevallen |
2e |
1.39.30 |
|
- |
Bengt Slydal |
Suzuki |
-- |
Uitgevallen |
31e |
1.44.98 |
|
- |
Loris Reggiani |
Suzuki |
-- |
Uitgevallen |
9e |
1.41.37 |
|
- |
Guy Bertin |
Sanvenero |
-- |
Uitgevallen |
18e |
1.43.16 |
|
- |
Freddie Spencer |
Honda |
-- |
Uitgevallen |
1e |
1.37.72 |
|
- |
Chris Fisker |
Suzuki |
-- |
Uitgevallen |
25e |
1.44.64 |
|
- |
Åke
Grahn |
Yamaha |
-- |
Uitgevallen |
23e |
1.44.20 |
|
- |
Kjeil Warz |
Yamaha |
-- |
Uitgevallen |
28e |
1.44.80 |
|
- |
Alf
Graarud |
Yamaha |
-- |
Uitgevallen |
33e |
1.45.06 |
|
- |
Virginio Ferrari |
Suzuki |
-- |
Uitgevallen |
10e |
1.41.55 |
|
- |
Graziano Rossi |
Yamaha |
-- |
Uitgevallen |
22e |
1.44.18 |
|
- |
Børge Nielsen |
Suzuki |
-- |
Uitgevallen |
24e |
1.44.60 |
|
- |
Steve Williams |
Yamaha |
-- |
Niet gekwalificeerd |
38e |
1.46.77 |
|
- |
Jan-Olof
Odeholm |
Suzuki |
-- |
Niet gekwalificeerd |
39e |
1.46.91 |

 |
 |
|
|
Franco
maakte flink geld na zijn wereldtitel met allerlei zaken naast
de motorsport. |
Na
Zweden was de volgende Grand Prix in Finland, Imatra waar geen 500cc aan
de start kwam, maar alleen de lichtere klassen en de zijspannen. In de
zijspanrace kwam Jock Taylor, de wereldkampioen van 1980, jammerlijk om
het leven.

Zwarte dag voor zijspanwereld
Hoe verraderlijk, een natte baan voor solomachines is, mag bekend worden geacht, zeker met het slechte wegdek van
Imatra, dat door de strenge winters extra
wordt aangetast. Bij zijspanmachines met hun brede banden is de 'snijwerking' door water nog minder en kan de controle
op een nat spoor zeer snel worden verloren. Terwijl Rolf
Biland voor Alain Michel en Werner Schwärzel het veld aanvoerde in de derde
ronde, bevond de Schots/Zweedse combinatie Jock Taylor/Benga Johansson zich op een
vierde positie en reed men volgas voor de pits langs. Jock en Benga bevonden zich op de
rechter weghelft, waar een enkele centimeters diep waterspoor voor
verraderlijke aquaplaning zorgde. Taylor verloor in dat spoor de controle over zijn machine en gleed stuurloos naar de eerste haakse bocht
om met hoge snelheid tegen een, aan de binnenkant geplaatste,
lantaarnpaal terecht te komen. Benga Johansson werd uit de Windle (het bakje)
geslingerd, maar Jock raakte beklemd en moest door toeschietende brandweermensen
uit zijn stroomlijn worden gezaagd. Twee ronden later ging de Finse
combinatie Niinivaara/Bienek, ondanks de seinen met witte en gele vlaggen,
op dezelfde plaats met veel te hoge snelheid in de fout en ramde vier hulpverleners, waarvan er
één met een gebroken been naar het ziekenhuis moest worden afgevoerd, terwijl
passagier Bienek met hetzelfde euvel ook in een ziekenhuis in Imatra werd
opgenomen.
 |
|
Jock Taylor (rechts)/ Benga Johansson hier
als winnaars van de Belgische GP op Francorchamps in 1980. Het jaar dat zij
uiteindelijk, met vier overwinningen, de wereldtitel zouden winnen. Links op de
foto met baard, meervoudig wereldkampioen, Rolf Biland (3e in België), rechts
Alain Michel (2e). |
Johansson kwam er nog het best van af, maar Taylor, die in 1980 het
wereldkampioenschap in de zijspanklasse wist te winnen, werd naar een ziekenhuis in Lappeenranta gebracht, waar hij enkele uren later op de
operatietafel aan inwendige bloedingen overleed. John Robert "Jock"
Taylor (09/03/1954 -
15/08/1982) werd 28 jaar
oud. Jock had negen jaar geraced en de laatste vier jaar, zes Grand Prix
op zijn naam geschreven. Zijn eerste winst was in de Zweedse Grand Prix in 1979
en het volgende jaar, zijn wereldkampioenschapjaar, pakte hij vier victories;
Nederland, België, Finland en West-Duitsland. De laatste race die hij en Benga
op hun naam brachten was de Oostenrijkse GP in 1981. Jock was ook erg populair,
ook onder de solorijders, in 1980 was hij ook verkozen in de rijderscommissie.
Egbert Streuer en Bernard Schnieders hadden zo hun eigen mening over dit fatale ongeval, wat slechts een onderdeel van de gebeurtenissen vormde. Nadat de race
vroegtijdig was gestopt zei het duo: 'Sommige mensen gingen als bezetenen door met racen.
Wij sloten het gas eerder af, maar we werden door verscheidene concurrenten waaronder
Niinivaara, Thomas en Monnin gepasseerd, terwijl er met gele en witte vlaggen werd gezwaaid'. Naderhand, toen werd
gevraagd of men de race wilde overrijden, zeiden de Nederlanders in navolging van Biland en
Schwärzel ook terecht 'nee'.
Uiteraard is de minimum afstand volgens de FIM regels niet afgelegd, waardoor de race dus
niet voor het klassement meetelt.
Niinivaara had nog wel na zijn crash, waarbij hij ook nog in het verkeerde spoor zat, nogal roekeloos uiteraard, want het gebeurde twee ronden
later, de Schotse combinatie geraakt, maar dat zou niet van uitwerking op de dood van
Jock Taylor zijn geweest. Het ongeval maakt de toekomst van
Imatra uiteraard helemaal somber (Uiteindelijk zou het de laatste GP in Finland zijn
geweest). In 1979 had Jock Taylor al een keer een ongeluk gehad waarbij zijn
bakkenist om het leven was gekomen. Dit gebeurde tijdens nationale races op
Oulton Park in het begin van het seizoen. Deze, Dave Powell, had net voor de
eerste keer de plaats van de vaste bakkenist van Taylor, James Neil, ingenomen
die geblesseerd was. De Venezulaan, Ivan Pallazese, won de 125cc van deze
tragische Finse GP, Christian Sarron de 350cc
en werd ook nog tweede, achter Anton Mang, in de 250cc klasse.
Jack junior
& senior, 1982
 |
|
Junior
'motort' ook. |
|
©
foto MOTOR Magazine |
Jack
genas wonderbaarlijk snel, en zou toch aan de laatste twee GP's kunnen
deelnemen, een maand na zijn vreselijke ongeluk in Engeland. Dit ondanks
het feit dat nadat Derweduwen een gescheurd bot had ontdekt er een arts
in het Westland weer een week later ontdekte dat Jack ook nog een
gebroken rib had overgehouden aan het ongeluk in Engeland. Dit ontlokte
Jack de uitspraak: ,,ik ga nooit meer naar een andere dokter, want ze
vinden allemaal iets nieuws'. Derweduwen
vond het beter om nu zijn verwondingen eindelijk eens goed te laten
genezen, maar Jack dacht daar anders over..... Hij was Joan erg dankbaar
voor alles, maar wilde nu eenmaal racen.
Er waren meer mensen die vonden dat hij te snel weer op de motor kroop,
maar zoals hij zelf zei: 'de laatste maanden vallen de beslissingen voor
het nieuwe seizoen, dus daar moet ik bij zijn, want ze zijn je zo weer
vergeten. Rijd ik niet, dan zeggen ze die Middelburg die kunnen we wel
afschrijven, rijd ik wel en er gaat iets mis: hij is er veel te vroeg
opgekropen. Mocht ik goede resultaten rijden, dan wordt er gezegd: zie
je wel dat het goed zou gaan'. Jack was een paar dagen voor de GP op
Mugello nog wel een poosje wezen trainen op het circuit van Zolder. De
Suzuki waar Jack het ongeluk mee had gehad in Engeland, de machine van
Hiroyuki Kawasaki, was total-loss, dus kreeg Jack de beschikking over de
fabrieksmachine van Iwao Ishikawa, de andere testpiloot van de fabriek
uit het Japanse Hammamatsu. Het blok was wel gespaard gebleven bij de
vreselijke crash. Jack mistte nog wel de races in Twello.

1982
- deel 5
©opyright 2005 www.jumpingjack.nl
Gerard van der Pot.
|