Home Jack Middelburg Guestbook GP-races Daytona Toon Kannekens Diverse

 

1981  Silverstone, The race that Jack won! Sensational! (deel 2)

 

Klik linker foto voor vergroting                                             Copyright Mark E. Vos

1981_TT_Jack.junior_met_senior_.jpg (129771 bytes)

© foto Henk Keulemans

 

03-05-1981 Grand Prix Duitsland, Hockenheim

wpe13.jpg (59435 bytes)

 

Frutschi_Jack_Kawasaki_Hockenheim_1981.jpg (28001 bytes) 1981_Hockenheim_voor_Kawasaki_Frutschi_en_Sheene.jpg (61524 bytes) 1981_Boet_voor_Jack.jpg (63081 bytes) 1981_Hockenheim_start_Mamola_Roberts_Van_Dulmen_Crosby.jpg (93460 bytes) Roberts_Lucchinelli_Mamola_Hockenheim_1981.jpg (61989 bytes)

 

Deelnemers 500cc Hockenheim 1981

1. Kenny Roberts (USA) 12. Jon Ekerold (Zaf) 24. Peter Ammann (D) 35. Bernard Fau (F) 46. Seppo Rossi (SF)
2. Randy Mamola (USA) 14. Dale Singleton (USA) 25. Günter Dreier (D) 36. Hiroyuki Kawasaki (J) 47. Giovanni Pelletier (I)
3. Marco Lucchinelli (I) 15. Boet van Dulmen 26. Carlo Perugini (I) 37. Keith Huewen (GB) 48. Christian Sarron (F)
4. Franco Uncini (I) 16. Sadao Asami (J) 27. Gregg Hansford (AUS) 38. John Woodley (Nzl) 49. Marc Fontan (F)
5. Graziano Rossi (I) 17. Philippe Coulon (CH) 28. Guy Bertin (F) 39. Michael Schmid (A) 51. Stu Avant (Nzl)
6. Wil Hartog 18. Michel Frutschi (CH) 29. Steve Parrish (GB) 40. Stefan Klabacher (A) 53. Raymond Roche (F)
7. Barry Sheene (GB) 19. Sergio Pellandini (CH) 30. Christian Estrosi (F) 41. Henk de Vries 54. Jean Lafond (F)
8. Graeme Crosby (Nzl) 20. Josef Hage (D) 31. Virginio Ferrari (I) 42. Dave Potter (GB) 57. Walter Migliorati (I)
9. Jack Middelburg 21. Gustav Reiner (D) 32. Peter Sjöström (S) 43. Dominique Pernet (F) 61. Kimmo Kopra (SF)
10. Takazumi Katayama (J) 22. Gerhard Vogt (D) 33. Alex George (GB) 44. Stuart Jones (GB) 62. Wolfgang von Muralt (CH)
11. Kork Ballington (Zaf) 23. Klaus Klein (D) 34. Graeme Geddes (AUS) 45. Alain Roethlisberger (CH)

Beelden race op Youtube

© foto Manfred Mothes www.highsider.com

Voor de tweede GP van het seizoen werd er afgereisd naar Duitsland waar de krachten gemeten moesten worden op Hockenheim. De vraag die bij de eerste GP was ontstaan of Roberts Yamaha opgewassen was tegen de Suzuki's werd ondubbelzinnig beantwoord. In een zeer spannend gevecht ging Roberts met een halve seconde verschil voor Mamola en Lucchinelli over de streep. Lucchinelli was op kop de laatste ronde ingegaan, maar in de laatste bocht voor het befaamde Motodrome week hij even van de ideale lijn en Roberts maakte daar direct gebruik van en ging dus als overwinnaar over de finish. En Jack, die deed het ook fantastisch. Na een in de regen prachtige zevende trainingstijd op de klokken te hebben gezet, tussen al het fabrieksgeweld, had hij een bliksemstart bij aanvang van de race en ging als vijfde van de grid, het was een start uit nijd, wat gebeurde er namelijk; Mamola en Roberts waren beiden geblesseerd en mochten door hun monteurs aangeduwd worden. Jack had dit ook gevraagd, om zijn geblesseerde been te sparen, maar zijn verzoek werd niet gehonoreerd. De "grote jongens" wel en hij niet, dus van nijd ging hij er explosief vandoor, zijn boosheid gaf hem superkrachten. Echt een geval van klassenjustitie, de fabrieksjongens werden gewoon ook hiermee bevoordeeld. Hij finishte als achtste, als beste privé-rijder, dit was echt meer dan perfect, aangezien hij ook nog een keer rechtdoor was gegaan. De eer van beste privé-rijder had hij in Oostenrijk nog net aan Franco Uncini moeten laten, maar nu hield hij die achter zich. Hij wist met die achtste plaats ook nog enige fabrieksmachines voor te blijven. Henk de Vries werd netjes 20e en wist daarmee nog tien finishers achter zich te houden. Wil Hartog werd zeer teleurstellend 14e en begon er over te denken om zijn race-overall aan de wilgen te hangen en zich bezig te gaan houden met de grasdrogerij van zijn vader in Abbekerk. Jack begon de hoop te koesteren om dan in aanmerking te komen om Hartogs motoren te mogen berijden.

De training: Goed en slecht nieuws voor Nederlanders.
wpe64.jpg (43879 bytes) U kent die grappen wel, met die goede berichten eerst, gevolgd door een mededeling van miserabele strekking. Zo ongeveer lagen de verhoudingen in het Nederlandse kamp, want op vrijdag was het één en al onheil wat de klok sloeg. De ellende begon in de vroege ochtenduren toen KNMV-afgevaardigde Theo Bult aan Klaas Hernamdt kwam vertellen dat diens toestemming voor een start in de 350cc klasse werd ingetrokken. Grote woede bij sponsor Henny ten Dam, die de starts voor Klaas zelf voor elkaar had gebracht, toestemming van de bond had gekregen en plus een bevestiging van de club. Ten Dam: 'Wat wij op professionele wijze voor elkaar brengen, wordt door de KNMV op amateuristische wijze weer afgebroken. Dit is je reinste broodroof en ik denk erover om een kort geding aan te spannen'. Rinus van Kasteren, die op de grading-list van de 350cc klasse een hogere plaats inneemt dan Hernamdt, kon nu wel aan de training deelnemen, nadat hij aanvankelijk niet was geaccepteerd. Misschien was door dit nare voorval de druk voor Van Kasteren wel te groot geworden, want hij viel tijdens de trainingen maar liefst drie keer en men moest in het Pulshaw-kamp hard werken om van twee motoren één goede voor de wedstrijden samen te stellen. De prestaties van Klaas Hernamdt zijn in 1980 in de GP's nu eenmaal niet zo overtuigend geweest en het is een probleem om voldoende Nederlanders in de middenklassen een kans te geven. Van Kasteren wil, net als Hernamdt, aan alle GP's deelnemen en dat geldt eveneens voor Mar Schouten, die afgelopen weekend ook buitenspel stond. Alleen Peter Looijesteyn kon in beide klassen aantreden, hij maakte zich voorlopig waar, waardoor de verdeling tussen de starts tot de overige drie rijders beperkt blijft.
Goed onderling overleg, in samenwerking met de KNMV lijkt broodnodig, zeker om de onderlinge verhoudingen tussen de Nederlandse coureurs, die elkaar in het buitenland vaak hard nodig hebben, niet te doen verslechteren. Een ander probleem vormde de start van Egbert Streuer. KNMV bondsarts De Vries achtte de Assenaar niet fit na zijn maagoperatie in Zwitserland, terwijl Egbert met medische verklaringen van de chirurg en een dokter uit Assen stond te zwaaien. Hij zou uiteindelijk toch niet van start mogen gaan. Terug naar de eigenlijke training, die in de 500cc klasse op een kletsnatte baan goed verliep voor Van Dulmen. Hij kwalificeerde zich als derde, doch zei meteen dat een droog circuit geen belemmering zou vormen om ook snel te gaan. Roberts stond ook op de eerste startrij genoteerd voor rivaal Randy Mamola, en Michel Frutschi, op dezelfde fabrieksmachine als Boet, Lucchinelli en (tussen al dat fabrieks- en semi-fabrieksgeweld) Jack Middelburg. Christian Sarron had de achtste startplaats, naast Jack, moeten bezetten, maar hij vloog in de laatste training op een nare manier van de motor en met kneuzingen plus een gebroken pink, lijkt er aan de lijdensweg van de Fransman geen eind te komen. Ook Hartog zat in de problemen en met een 21ste tijd bleek dat hij nog lang niet uit de mechanische tegenvallers, die nu ook mentaal gaat doorwerken, is gekomen. Favoriet in eigen land, Toni Mang, stond op pole-positie in de kwartliterklasse voor Patrick Fernandez en de Duitser Haul. In de ene echt droge training ging de Rota van Looijesteyn kapot, doch evenals Van Kasteren, had hij het geluk, dat er meer den veertig (!) rijders mochten starten, zodat in alle klassen de totale Nederlandse afvaardiging aan de races kon deelnemen. In de 350cc klasse was Fernandez de snelste voor Baldé, Ekerold, Head en Mang. Een goed debuut maakte de 125cc Ega van Henk van Kessel, die zich als veertiende kwalificeerde, en dat zal vele privé-MBA rijders hebben verrast. Een compleet nieuwe motorfiets die er in één keer bij zit is nu eenmaal een uitzondering, of hij moet Yamaha of Suzuki heten! In de 50cc klasse wekten de goede tijden van Theo Timmer en George Looijesteyn hoge verwachtingen en bij de driewielers stond het bekende trio Biland-Taylor-Michel weer op de eerste rij. Van de Ven zijn bakkenist, Troeyen, greep tijdens de training een keer mis en een val veroorzaakte twee gekneusde enkels. De equipe zou desondanks aan de start verschijnen, maar niet finishen.
 

1981_Hockenheim_Kawasaki_Sheen_en_Jack_.jpg (126784 bytes) 1981_Hockenheim_Duitsland_01_.jpg (128313 bytes)

Hiroyuki Kawasaki, Barry Sheene & Jack.

Jack naar mooie 8ste plek tussen heel veel fabrieksmachines.

1981_Hockenheim_Roberts_Lucchinelli_Mamola.jpg (205944 bytes)

Roberts, Lucchinelli & Mamola, de leiders.

Wie zou zijn machine als eerste aan de praat krijgen en kon de verworven startpositie als beste uitbuiten. Met zeven fabrieksmotoren (inclusief de Honda van Katayama op de zeventiende plaats) en net zo'n groep semi-fabrieksmachines zou een slechte start funest kunnen zijn en de concentratie van de coureurs was voelbaar in de zonovergoten coulissen van het Motodrome. Crosby, Ballington en Roberts schoten als een raket op de eerste rechterbocht af, met in hun kielzog Jack Middelburg. De hele meute kwam weer in het zicht van de toeschouwers en het gejuich stak op, want zo'n grote kluwen rijders bij elkaar beloofde veel goeds. Ballington maakte als eerste een foutje en ging rechtdoor, waarna hij later de race zou staken omdat zijn kansen verkeken waren. Aan de kop kon 'Jumping Jack' zich even handhaven, maar moest toen Roberts, Mamola, Crosby en Lucchinelli laten gaan, door het enorme verschil in snelheid van deze fabrieksjongens t.o.v. de Suzuki van Jack. Van Dulmen, op zijn ook veel snellere fabrieksmachine kreeg aansluiting bij deze fabrieksmachines, alsof hij daar al jaren thuis hoorde. Jack moest ondertussen toestaan hoe zijn Sarome-Suzuki werd opgeslokt door Hiroyuki Kawasaki (met de fabrieks-Suzuki dus), Michel Frutschi en Barry Sheene. Daarachter bevond zich Franco Uncini, terwijl Marc Fontan en Sadao Asami als een haas op hem inliepen. Zowel in het eerste gelid als bij de tweede groep wisselden de posities zo'n beetje bij iedere bocht en werd een hogeschool staaltje van racen weggegeven, aangewakkerd door de toejuichingen van de enthousiaste toeschouwers, waaronder veel buitenlanders te vinden waren. Graeme Crosby was de eerste die problemen kreeg en met een haperende versnellingsbak (in de laatste ronde nog versterkt met een klemmetje) moest hij zelfs net buiten de punten vallen. Boet koos voor de zekerheid van een vierde plaats achter de nog steeds van positie wisselende Mamola, Roberts en 'Lucky'. De nieuwe Yamaha van Kenny liep als een speer, maar de handelbaarheid in de bochten was niet optimaal, waardoor beide Suzuki-kemphanen veel goed konden maken. Hoe hard ze het ook probeerden, in de laatste aanloop naar het Motodrome zette 'King Kenny' het gas wagenwijd open en de marge, die hij voor de laatste bochtenpartij had opgebouwd, bleek voldoende. Mamola kwam, met een nog steeds vermoeide rechterhand, net voor 'Lucky' over de streep, terwijl Boet de vierde plaats definitief incasseerde. Jack was een keer rechtdoor gegaan, omdat zowel hij als Sheene iedereen eruit wilde remmen, maar kon toch achter de lichtere en qua vermogen superieure machines van Frutschi, Sheene en Kawasaki de achtste plaats innemen en dat is misschien wel meer dan er met een RG 6 eigenlijk inzit in een veld van veertien fabrieksmachines. Fontan en Uncini completeerden de eerste tien en Asami, Coulon, Crosby, Hartog en Roche maakten de eerste 15 compleet. Wil Hartog (veertiende) kon geen goede indruk maken en het is geen prettige zaak om door het dal te gaan, als je bijna boven op de berg bent geweest. De 50cc werd gewonnen door de Zwitser Stefan Dörflinger, George Looijesteyn werd heel fraai vijfde en met een 15e plaats deed Jos van Dongen het ook erg goed, in zijn eerste GP ooit. De 125cc was voor veelvraat Angel Nieto, met de Nederlanders goed vertegenwoordigd: Henk van Kessel (6e), Anton Straver (16e), Jan Huberts (18e) en Theo Timmer (22e). De 250cc en 350cc werden beiden gewonnen door Anton Mang, met in de 350cc Peter Looijesteyn die van een negenendertigste plaats wist op te rukken tot een achtste aan de finish! Verder wisten er in deze twee klassen geen Nederlanders te finishen. 

1981_GP_Hockenheim_500cc_1.Roberts_3.Lucchinelli_.2.Mamola_8.Crosby_01_.jpg (146177 bytes) 1981_GP_Hockenheim_500cc_1.Roberts_3.Lucchinelli_.2.Mamola_8.Crosby_02.jpg (143838 bytes) 1981_GP_Hockenheim_500cc_1.Roberts_3.Lucchinelli_.2.Mamola_8.Graeme_Crosby_01.jpg (168002 bytes) 1981_GP_Hockenheim_500cc_12.Jon_Ekerold_17.Philippe_Coulon_6.Wil_Hartog_32.Peter_Sjostrom_18.Michel_Frutschi_.JPG (192642 bytes)

Kenny Roberts (#1), Marco Lucchinelli (#3), Randy Mamola (#2) en Graeme Crosby (#8).

Jon Ekerold (#12), Philippe Coulon (#17), Wil Hartog (#6), Peter Sjöstrom (#32) & Michel Frutschi (#18).

1981_GP_Hockenheim_500cc_1.Roberts_3.Lucchinelli_.2.Mamola_06.jpg (142558 bytes) 1981_GP_Hockenheim_500cc_1.Roberts_3.Lucchinelli_.2.Mamola_05.jpg (173067 bytes) 1981_GP_Hockenheim_500cc_1.Roberts_3.Lucchinelli_.2.Mamola_01.jpg (146883 bytes) 1981_GP_Hockenheim_500cc_1.Roberts_3.Lucchinelli_.2.Mamola_03.jpg (167392 bytes)

Kenny Roberts (#1), Marco Lucchinelli (#3), Randy Mamola (#2) gaan voor de winst in Hockenheim

1981_GP_Hockenheim_500cc_36.JPG (98428 bytes) 1981_GP_Hockenheim_500cc_Jack.jpg (149217 bytes) 1981_GP_Hockenheim_500cc_Jack_voor_Luchinelli_.JPG (193272 bytes) 1981_GP_Hockenheim_500cc_37.JPG (69077 bytes)

Jack

Marco Lucchinelli achter Jack.

Franco Uncini

1981_GP_Hockenheim_500cc_18.Michel_Frutschi_8.Graeme_Crosby_7.Barry_Sheene._36.Hiryuki_Kawasaki_.JPG (143250 bytes) 1981_GP_Hockenheim_500cc_Barry_Sheene_op_Jacht_Naar_Hiroyuki_Kawasaki_.jpg (135844 bytes) 1981_GP_Hockenheim_500cc_Hiryuki_Kawasaki_Jack_en_Michel_Frutschi_.JPG (175287 bytes) 1981_GP_Hockenheim_500cc_Bernard_Fau_Pernet_31.Virginio_Ferrari_.JPG (129416 bytes)

Michel Frutschi (#18), Graeme Crosby (#8), Barry Sheene (#7) & Hiroyuki Kawasaki (#36).

Barry Sheene (#7) & Hiryuki Kawasaki (#36).

Hiroyuki Kawasaki (#36), Jack & Michel Frutschi (#18).

Bernard Fau (#35), Pernet (#43), Virginio Ferrari (#31).

1981_GP_Hockenheim_podium_50cc_1.Stefan_Dorflinger_2.Hans_Hummel_3.Rudolf_Kunz_00.jpg (112495 bytes)

Podium 50cc: Hans Hümmel (2e), Stefan Dörflinger, Rudolf Kunz (3e).

 

 

1981_GP_Hockenheim_500cc_Jack_op_jacht_naar_Boet_.jpg (164471 bytes)

Boet & Jack

1981_GP_Hockenheim_podium_250cc_1.Toni_Mang_2.Carlos_Lavado_3.Roland_Freymond_00.jpg (81984 bytes) 1981_GP_Hockenheim_podium_500cc_1.Kenny_Roberts_2.Randy_Mamola_3.Marco_Lucchinelli_00.jpg (123136 bytes)
1981_GP_Hockenheim_podium_500cc_1.Kenny_Roberts_2.Randy_Mamola_3.Marco_Lucchinelli_01.jpg (135367 bytes)

Podium 500cc: Mamola, Roberts & Lucchinelli.

Podium 250cc: Carlos Lavado, Toni Mang & Roland Freymont.

Podium 500cc: Mamola, Roberts & Lucchinelli.

© foto's Toon Kannekens  

   

Hier een volledig  verslag van de GP van Hockenheim

3 mei 1981, Grand Prix Duitsland, circuit Hockenheim

Trainingstijden 500cc 

Probleem Ronde

Uitslag 500cc

1. Graeme Crosby Nzl Suzuki 2.12.45   1. Kenny Roberts USA Yamaha 42.04.70
2. Boet van Dulmen NL Yamaha 2.13.40 2. Randy Mamola USA Suzuki 42.05.14
3. Kenny Roberts USA Yamaha 2.13.67 3. Marco Lucchinelli I Suzuki 42.05.39
4. Randy Mamola  USA Suzuki

2.13.70

4. Boet van Dulmen NL Yamaha 42.21.67
5. Michel Frutschi  CH Yamaha 2.13.87 5. Michel Frutschi CH Yamaha 42.36.31
6. Marco Lucchinelli  I Suzuki 2.14.02 6. Barry Sheene GB Yamaha 42.37.26
7. Jack Middelburg  NL Suzuki 2.14.07 7. Hiroyuki Kawasaki J Suzuki 42.40.09
8. Christian Sarron  F Yamaha 2.14.11 8. Jack Middelburg NL Suzuki

42.44.46

9. Kork Ballington Zaf Kawasaki 2.14.83 Machine Ronde 9 9. Marc Fontan F Yamaha

42.55.64

10. Franco Uncini I Suzuki 2.14.84   10. Franco Uncini I Suzuki

42.57.93

11. Hiroyuki Kawasaki J Suzuki 2.14.84 11. Sadao Asami J Yamaha 43.07.14
12. Barry Sheene GB Yamaha 2.15.00 12. Philippe Coulon  CH Suzuki 43.08.77
13. Sadao Asami  J Yamaha

2.15.88

13. Graeme Crosby Nzl Suzuki

43.09.76

14. Philippe Coulon CH Suzuki 2.16.33 14. Wil Hartog NL Suzuki

43.33.42

15. Marc Fontan  F Yamaha 2.16.39 15. Raymond Roche  F Suzuki

43.35.29

16. Giovanni Pelletier I Suzuki 2.16.60 Machine Ronde 11 16. Kimmo Kopra  SF Suzuki

43.35.55

17. Takazumi Katayama J Honda 2.16.83 Machine Ronde 4 17. Peter Sjöström  S Suzuki 43.39.01
18. Walter Migliorati I Suzuki 2.17.09   18. Walter Migliorati  I Suzuki 43.41.09
19. Christian Estrosi F Yamaha 2.17.56 19. Christian Estrosi  F Yamaha

43.44.71

20. Jon Ekerold Zaf Sol 2.17.63 Machine Ronde 2 20. Henk de Vries NL Suzuki

44.06.54

21. Wil Hartog NL Suzuki 2.17.75   21. Sergio Pellandini CH Suzuki

44.09.81

22. Peter Sjöström S Suzuki 2.18.08 22. Alain Roethlisberger CH Suzuki

44.36.51

23. Dave Potter GB Suzuki 2.18.09 Machine Ronde 10 23. Josef Hage  D Yamaha

1 ronde

24. Keith Huewen GB Suzuki 2.18.11   24. Michael Schmid A Suzuki  
25. Kimmo Kopra SF Suzuki

2.18.27

25. Bernard Fau  F Suzuki
26. Adelio Faccioli I Suzuki 2.18.36 26. Dominique Pernet  F Yamaha
27. Henk de Vries NL Suzuki 2.18.40 27. Gerhard Vogt  D Suzuki
28. Wolfgang von Muralt CH Yamaha 2.18.48 Machine Ronde 2 28. Günter Dreier  D Suzuki
29. Sergio Pellandini CH Suzuki 2.18.50   29. Marco Grecco BR Suzuki
30. Bernard Fau F Suzuki 2.18.59 30. Virginio Ferrari  I Cagiva
31. Stu Avant Nzl Suzuki 2.18.73 Machine Ronde 9  

 

 

 

 

32. Klaus Klein D FKN 2.19.46 Machine Ronde 6
33. Graziano Rossi I Suzuki 2.19.50  
34. Peter Ammann D Suzuki

2.20.34

35. Jean Lafond F Suzuki 2.20.56
36. Dale Singleton USA Yamaha 2.20.63
37. Dominique Pernet  F Yamaha 2.20.70
38. Michael Schmid A Suzuki 2.20.83
39. Raymond Roche  F Suzuki 2.20.93
40. Virginio Ferrari I Cagiva 2.21.04
41. Josef Hage D Yamaha 2.21.53
42. Gerhard Vogt D Suzuki 2.21.93
43. Marco Grecco BR Suzuki ??
44. Günter Dreier D Suzuki ??
45. Marco Grecco BR Suzuki ??
46. Alain Roethlisberger CH Suzuki ??
47. Mike Baldwin USA Suzuki ?? Machine Ronde 4
48. Seppo Rossi SF Suzuki ?? Machine Ronde 5
49. Stefan Klabacher A Yamaha ?? Machine Ronde 2

 

DE TELEGRAAF, zaterdag 9 mei 1981

Maak racen betaalbaar!
Hoe krijgen we opvolgers voor de 'Grote Drie'? (door Berry Zand Scholten)

Als de "Grote Drie" zijn weggevallen, zal er een groot vacuüm ontstaan in de Nederlandse wegracesport. Ik zou één, twee, drie geen opvolgers kunnen aanwijzen voor Wil, Jack en Boet!" De woorden van racemanager Ton Riemersma echoën nog na. In de rennerskwartieren is iedereen nog verbouwereerd over het besluit van Wil Hartog om onmiddellijk te stoppen. Er klinkt zo af en toe een zorgelijk geluid in de Nederlandse wegracegelederen, maar dat wordt direct overstemd door de juichkreten, als 'Jumping Jack' of 'Den Boet' weer een schitterende race hebben gereden. Natuurlijk, Boet van Dulmen staat derde op de wereldranglijst op zijn fabrieksmachine en Jack Middelburg is op dit moment de allerbeste privé-rijder ter wereld. Maar wat gebeurt er als zij ook wegvallen? Staan de troonopvolgers te trappelen van ongeduld? Motorsportverslaggever Berry Zand Scholten zet, aan de vooravond van de belangrijke Grand Prix van Italië, de wegracezaken op een rijtje.

,,Het is bijna niet meer te doen", zei Jack Middelburg enkele maanden geleden al, als je tegenwoordig begint in de wegracerij, moet je ongeveer een verhuiswagen vol geld meenemen!" Yamaha-importeur Hans Moerkerk: Het is waar. Het Grand Prix racen is waanzinnig duur geworden en de technische ontwikkelingen gaan bijna nog sneller dan de motoren waarvoor zij zijn geschapen. Wat niet wegneemt dat er best kansen en mogelijkheden zijn voor het wegracetalent in Nederland. We moeten alleen meer betaalbare klassen creëren, waardoor er een bredere onderbouw ontstaat. Nee, ik geloof niet dat Wil, Jack en Boet momenteel opvolgers hebben. Misschien zijn er Nederlandse cracks in de kleinere klassen, maar in de 500cc, nee! Natuurlijk is er wel talent, maar dat gooit misschien op dit moment stenen in Amsterdam. Ik bedoel; er zijn nog best jongens die dwarsliggerig en agressief genoeg zijn om een goed coureur te worden, maar je moet ze wel kunnen ontdekken. Je moet het motorracen betaalbaar en tegelijkertijd spannend maken. Hoe? Door een open en kleine klasse voor alle merken in te stellen. Dus niet een groep voor uitsluitend Honda's 400, maar een lichtere categorie voor alle merken. Dat is voor de sleutelaars leuker, voor de cijfers interessanter en voor het publiek spannender". Rien Koster van Honda is het hier helemaal niet mee eens. ,,We hebben jaren lang geijverd voor 'close-racing', zegt hij, ,,zoals vroeger in de autosport met de Renault en de GTI-tjes. Nu hebben we dat in de motorsport. Gelegaliseerd door de KNMV en redelijk betaalbaar. Wat dacht je dan als dit een open klasse zou worden? Dan springt er één merk uit met als resultaat dat het volgende jaar iedereen daarop rijdt en dan ben je precies weer even ver. Leo Dörr van de KNMV: ,,Hoewel er misschien niet direct opvolgers voor Hartog, Middelburg en Van Dulmen klaar staan is er talent genoeg in Nederland. Ik noem natuurlijk geen namen........" - Peter Looijensteijn? - ,,Bijvoorbeeld. En wat denk je van Willem Zoet, de nationale kampioen?" - En Maarten Duijzers, Jos van Dongen, Paul Rimmelzwaan, Gerard van der Wal? -  ,,Kijk eens aan, je noemt er al een paar" - Maar dat zijn toch geen jongens die je als opvolgers voor de 'Grote Drie' kunt bestempelen? ,,Nee, dat is waar, maar er is wel degelijk talent in ons land, dat wil ik alleen maar zeggen". 

Als we nu de aansluiting met de zwaardere klassen gaan verliezen, komen we er niet meer bij. Een grote handicap voor de Nederlandse motorsport is dat ons land een betrekkelijk kleine markt is. De grote fabrieken zullen altijd de voorkeur geven aan een buitenlandse winnaar, omdat zo'n man omzetstijging genereert. En in in landen zoals Amerika, Engeland, Italië, Duitsland, Frankrijk valt voor de Japanse fabrieken nu eenmaal meer te verdienen als bij ons. Daarom is de prestatie van Wil, Jack en Boet des te groter, omdat zij in het verleden eerst de echte fabrieksjongens moesten aftroeven, voordat ze zelf redelijk snel materiaal kregen. Het is te hopen dat mannen als Middelburg en Van Dulmen en al die anderen het lang genoeg volhouden.

Haagsche Courant mei '81

 

10-05-1981 Grand Prix Italië, Monza

wpe2C.jpg (49035 bytes)

Deelnemers 500cc Monza 1981

01. Kenny Roberts (USA) 10. Takazumi Katayama (J) 20. Sergio Pellandini (CH) 29. Michael Schmid (A) 39. Seppo Rossi (SF)
2. Graeme Crosby (Nzl) 11. Willem Zoet 21. Christian Estrosi (F) 31. Dale Singleton (USA) 40. Alain Roethlisberger (CH)
3. Randy Mamola (USA) 12. Kork Ballington (Zaf) 22. Gustav Reiner (D) 32. Stu Avant (Nzl) 41. Leandro Beccheroni (I)
4. Franco Uncini (I) 14. Philippe Coulon (CH) 23. Gregg Hansford (AUS) 33. Börge Nielsen (DK) 42. Gianni Rolando (I)
5. Marco Lucchinelli (I) 15. Boet van Dulmen 24. Jon Ekerold (Zaf) 34. Gianfranco Bonera (I) 43. Hiroyuki Kawasaki (J)
6. Graziano Rossi (I) 16. Patrick Fernandez (F) 25. Carlo Perugini (I) 35. Roberto Pietri (Ven) 47. Marc Fontan (F)
7. Barry Sheene (GB) 17. Sadao Asami (J) 26. Josef Hage (D) 36. Guido Paci (I) 48. Christian Sarron (F)
8. Wil Hartog 18. Michel Frutschi (CH) 27. Raymond Roche (F) 37. Walter Migliorati (I) 49. Giovanni Pelletier (I)
9. Jack Middelburg 19. Steve Parrish (GB) 28. Dave Potter (GB) 38. Adelio Faccioli (I) 81. Virginio Ferrari (I)

De GP van Italië werd voor het eerst sinds 8 jaar weer op Monza verreden. In 1973 waren daar binnen korte tijd 6 doden gevallen, vandaar dat men er een poosje niet meer geweest was, o.a. de fameuze Fin Jarno Saarinen was daar toen om het leven gekomen, tezamen met de Italiaanse legende Renzo Pasolini. Dit gebeurde tijdens de 250cc race op 20 mei 1973. In de eerste bocht komt Pasolini ten val, zijn machine schiet door de vangrail die kort langs het circuit staat meteen terug de baan op, waardoor vervolgens nog eens meer dan tien rijders ten val komen. Onder de gevallen coureurs; Hideo Kanaya, Börje Jansson, Chas Mortimer, Walter Villa en Victor Palomo. Het zijn Pasolini en Saarinen die helaas ter plekke overlijden. Over de precieze toedracht van het ongeval bestaat tot op de dag van vandaag grote onduidelijkheid, echter in veel gevallen wordt de oorzaak gegeven aan een oliespoor dat op de baan moet hebben gelegen, achtergelaten door de Benelli van Villa tijdens de daarvóór verreden 350cc-race. Wel is altijd aangegeven dat wanneer er zo kort langs het circuit geen vangrail had gestaan, de motoren niet terug de baan op waren geschoten en het ongeluk veel minder ernstig zou zijn geweest. Feit blijft helaas dat Pasolini, samen met Saarinen, op die dramatische 20e mei het leven laten op Monza. Twee absolute kanjers in de mondiale motorsport.

wpe1.jpg (40454 bytes) Jack trainde zich naar een 11e startpositie. De Yamaha-fabrieksrijders Frutschi en Asami reden beide hun snelle machines helemaal plat in de training, hetgeen hun collega Christian Sarron in Hockenheim ook al had gedaan. Hier zullen ze in Japan niet echt vrolijk van zijn geworden, want die machines kostten een lief vermogen. Michel Frutschi zou voorlopig uitgeschakeld zijn door een enkelbreuk en zes gebroken tenen!, dus dat was een fabriekscoureur minder. De race werd voor een groot deel in de regen gereden en Jack deed mede daardoor goed mee voorin het veld. Hij lag zelfs nog een tijdje op de 4e plaats, maar moest zich toen wat af laten zakken door bandenproblemen. Tegen het einde van de race gaf hij weer flink gas en eindigde op een hele mooie 7e plek. Waar Jack in andere jaren tot aan en over het randje ging, reed hij nu zijn races perfect en gecontroleerd uit. "Normaal" bleef hij altijd doorjagen, met de gedachte van, of helemaal voorin, of eraf, maar nu reed hij zijn races perfect beheerst uit. Net achter de Italiaan Guido Paci (kwam in 1983 om het leven tijdens de 200 mijls van Imola), die zijn privé-Suzuki op zijn thuiscircuit net even sneller rond bracht. Het debuut van Cagiva met Virginio Ferrari in het zadel liep op een  teleurstelling uit. De publiekslieveling trok zijn machine onderuit. Ook het Morbidelli-debuut met Graziano Rossi verliep teleurstellend. Weer "King" Kenny won de race, voor Graeme Crosby en Barry Sheene. Mamola viel uit, dus nam Roberts de leiding in de tussenstand weer over. Tijdens de diverse klassen kwamen tijdens de Italiaanse GP 33 coureurs ten val, waarvan 25 in dezelfde bocht!

Tussen de Duitse en de Italiaanse Grand Prix werd de Suzuki RG van Jack gerestyled. Oud-coureur en vormingspecialist Jos Schurgers verborg de twee bovenste uitlaatdempers in een bredere derrière die wel wat leek op de achterkant van de Yamaha's van Roberts en Sheene. De achterliggende gedachte was dat de zit te klein was en zijn ontwerp sloot meer aan op de kont van de rijder. Het werd allemaal wat aërodynamischer zijn. Er was ook een ander ruitje bij en dat geheel moest bij elkaar passen. Het verschil is goed te zien op onderstaande twee foto's van Manfred Mothes. De linker is genomen tijdens de Imola-200 (begin april 1981) en de rechter tijdens de GP op Monza, een maand later. De reservemachine kreeg de aanpassingen nog niet.

   

Middelburg_81_07_.jpg (72582 bytes)Ondertussen had "de Witte Reus" Wil Hartog besloten om per direct te stoppen met de wegracesport. Hij was zwaar teleurgesteld in de resultaten tot dusver in het seizoen en in de fabrieks-Suzuki's en in de Suzukifabriek zelf. Wil voelde zich achtergesteld bij de vier andere fabriekscoureurs van Suzuki. Hij besloot zijn vier machines terug te geven aan de fabriek, die de eigenaar ervan was. Hij was het seizoen van start gegaan met de hoop om de begeerde wereldtitel te pakken, maar dat was nu al onmogelijk, ook doordat Wil geen vertrouwen meer in zijn Suzuki's had. Zijn 3 monteurs waren uiteraard ook teleurgesteld en kwamen dus van het een op het andere moment zonder werk. Wil stond bekend als de "gentleman" van de motorsport. Hij was totaal niet het doorsnee coureur. Zag er altijd zeer netjes uit en sprak ook zeer beschaafd. wpe13.jpg (43959 bytes) Zijn spierwitte overall paste ook eigenlijk helemaal niet bij hem vond ik, wel m.b.t. netheid, maar niet m.b.t. persoon. Ton Riemersma, bijna vanaf dag één de sponsor van Wil, stopte ook direct met de wegracerijsponsoring. Nimag-Suzuki de Nederlandse importeur stuurde direct een telex naar Japan, met de vraag: ,,moeten de motoren teruggestuurd of mogen we ze aan Middelburg geven?" Tijdens wegingen in Hockenheim was gebleken dat de Suzuki van onze vriend maar liefst ruim 20 kilo meer woog als de Yamaha van Roberts en dat op een totaal gewicht van ongeveer 150 kilo! En dan nog een zooitje extra pk's, betere banden, tel uit je verlies. Op Monza werd overigens de vrachtwagen van Suzuki-Gallina (Italië, Lucchinelli) helemaal leeggeroofd, dus wie weet wie er voor de rest van het seizoen een beetje snelle spullen zou krijgen.

Venemotos-baas Andres Ippolito, o.a. sponsor van Carlos Lavado, had de sleutels van zijn Ferrari op de tafel in zijn hotel gelegd en deze waren even later verdwenen, evenals zijn auto.... De fabrieks-Suzuki van Graeme Crosby, die hij tijdens de training op het rechte stuk had laten uitrollen, om de bougies te laten controleren, vond de monteur, die de bougies ging halen, gestript terug. De bougies zaten er overigens nog wel in.

De training: Lucchinelli als verwacht
Marco Lucchinelli, de lieveling van het Italiaanse publiek, deed tijdens de tijdtrainingen van de 500cc klasse wat van hem werd verwacht: Hij realiseerde de snelste tijd, zij het dat de grote rivalen Mamola en Roberts zich slechts enkele seconden achter hem als tweede en derde kwalificeerden. Crosby, de Nieuw-Zeelander, die in de eerste twee GP's de pole-positie mocht innemen, stond als vierde gekwalificeerd, terwijl Den Boet pas als negende man de klokken deed stilstaan. De IMN-coureur probeerde voor de eerste keer een 16 inch voorwiel en sprak de volgende woorden: 'Ik kreeg de indruk veel sneller te rijden, doordat ik later kon remmen, maar de tijden vielen erg tegen. Het was wel te merken dat de machine anders stuurde', aldus Boet, die voor de laatste twee tijdtrainingen voor het oude beproefde 18 inch wiel koos en daarmee gewoon sneller rond kwam. Zijn Yamaha collega's, Michel Frutschi en Sadao Asami, hadden beiden al hun machines total-loss gereden tijdens de vrije training op donderdag. Asami kreeg van Yamaha een reservemotor, maar Frutschi moest met een enkelbreuk plus een driedubbele middenvoetsbreuk in het andere been, naar een ziekenhuis in Zwitserland worden gebracht en de sympathieke besnorde coureur zal zeker acht weken buiten gevecht zijn. De terugkeer naar het circuit van Monza was beladen met een flink stuk negatieve geschiedenis:
de dood van Saarinen en Pasolini. De piste, die sinds 1973 niet meer voor GP's is benut, is ondertussen drastisch veranderd, maar ondanks de bouw van twee chicanes (veel te smal) staan op sommige punten de vangrails nog te dicht op de baan en bestaat het wegdek uit 'meer dan tien soorten asfalt', volgens Den Boet, die tevens verscheidene loslopende honden in de directe omgeving van de ideale lijn mocht constateren. Verschillende viervoeters dus en van diverse pluimage, hetgeen niet pleit voor de afzetting (of de bewoners) van het park waarin de piste van Monza, met de verlaten en door gras aangevreten kombaan, is gelegen. Jack Middelburg was goed voor de elfde tijd en daarmee was de kous wat Nederland betreft af, want met de (merkbare) afwezigheid van Hartog plus een geblesseerde Zoet, is onze aanwezigheid nog slechts op deze twee coureurs afgestemd. 

o.a. Guido Paci (#36), Peter Sjöström (#33), Kork Ballington (#12), Leandro Beccheroni (#41) en Franco Uncini (#4) glibberen op en naast het asfalt van Monza over de baan.

Het was al vijf uur toen de zwaarste klasse aan de dagsluiting mocht beginnen. Na de opwarmronde stuurde Lucchinelli de pits in om een bougie te vervangen (zijn Suzuki liep op drie cilinders) terwijl Roberts en Coulon een bandenwissel lieten verrichten. Dat werd door de wedstrijdleiding oogluikend toegestaan . . .
Direct na de start maakte Roberts een einde aan alle illusies van zijn tegenstanders, waarvan de voornaamste concurrent Randy Mamola al in de opwarmronde door een vastloper werd uitgeschakeld. Ongehoord snel vloog Kenny door de chicanes en zijn tempo was gewoon niet te volgen, wat de andere rijders ook probeerden. Graeme Crosby en Barry Sheene zorgden voor spanning door de grote mate van onenigheid wie de tweede plaats mocht bezetten, een pleit dat uiteindelijk door Crosby in zijn voordeel werd beslecht. Een goede beheersing, legde Jack Middelburg aan de dag, die er bij de start zeer goed bij zat (vierde), maar met de, vergeleken met de concurrentie erg zware, Suzuki rekening hield met zijn bandenslijtage, die zich bij de finish ook zou openbaren. Hij liet zich dus ook uit de kop terugzakken, om halverwege de race weer gas te geven. Een zevende plaats was zijn deel en er werden door andere rijders erg veel risico's genomen. Zo kwamen Hiroyuki Kawasaki en Virginio Ferrari ten val, de laatste bij zijn debuut op de nieuwe Cagiva. Dit was allemaal mede de danken aan de natte baan, waardoor ook Graziano Rossi, met ontstekingsproblemen de strijd moest staken. Kork Ballington viel ook uit met ontstekingpech, maar Lucchinelli, die zeer slecht was gestart, kon zich ondanks een niet geheel gezonde motor opwerken naar de vijfde plaats voor de vrij onbekende Guido Paci, die op een oude TZ 500 een geweldige thuisrace reed. De niet meer zo jonge luchtmachtpiloot uit Milaan verwierf zich al na een dag in het rennerskwartier de bijnaam 'Kojak', omdat zijn hoofd glom als een biljartbal. Die grapjes verstomden, toen men zag dat de man ook nog gas kon geven!

 Jack's monteur, Albert Siegers, geeft Jack's positie aan, terwijl Klaas Hernamdt toekijkt. Hernamdt die een paar weken later zou stoppen met de racerij, i.v.m. tegenvallende resultaten.

Crosby (2e), Roberts (1e) en Sheene (3e).

Achter Jack kwamen Franco Uncini, Christian Sarron (met een van pijn vertrokken gelaat) en de Zwitser Sergio Pellandini over de streep. De Italianen Leandro Beccheroni, Gianni Rolando en Walter Migliorati grepen net naast de punten. De jonge, talentvolle Fransman, Raymond Roche, werd net als in Duitsland 15e. Slechts 21 coureurs haalden de finish. De wedstrijd kreeg echter nog een naar staartje. Marc Fontan, die de Italiaan Walter Migliorati was gepasseerd en jacht maakte op Den Boet, draaide zijn krukas in de slotfase kapot en terwijl hij langzaam op het circuit probeerde naar de pits te komen, kwam daar de man die hij eerder voorbij was gegaan. Migliorati moest de Fransman ontwijken, ging daardoor in de fout en verloor kostbare punten. De man kon dit niet verkroppen en deelde Marc, na terugkomst in de pits, twee klappen uit, waarmee hij in eerste instantie een bloedneus en in tweede instantie een protest van het Gauloises-team veroorzaakte. De internationale jury bestrafte hem met een boete van 2000 Zwitserse francs, waardoor het een dure aangelegenheid is geworden om je zelfbeheersing te verliezen. Wie dat misschien de volgende week ook kunnen overkomen, zijn de Fransen. Zondag a.s. wordt de GP op Paul Ricard verreden en we hebben het donkerbruine vermoeden, dan enkele op scherp staande lieden de verrichtingen van de Italiaanse coureurs goed in het oog zullen houden, terwijl het negatieve gebeuren in Monza (dat overigens qua sfeer absoluut niet kan wedijveren met Imola of Misano) nog wel meer aandacht zal krijgen.

 

Jack tijdens de Italiaanse Grand Prix van 1981                                                                            © foto Manfred Mothes www.highsider.com

 

 

Uitslag & trainingstijden 500cc Monza

          Grid Trainingstijd
1. Kenny Roberts  USA Yamaha 52.02.10 3e 1.54.08
2. Graeme Crosby  Nzl Suzuki 52.06.75 4e 1.54.37
3. Barry Sheene  GB Yamaha 52.10.25 8e 1.56.14
4. Boet van Dulmen NL Yamaha 52.35.58 9e 1.56.16
5. Marco Lucchinelli  I Suzuki 52.38.27 1e 1.53.96
6. Guido Paci I Suzuki 52.39.22 18e 1.58.09
7. Jack Middelburg NL Yamaha 53.23.75 11e 1.56.28
8. Franco Uncini I Suzuki

53.28.32

10e 1.56.22
9. Christian Sarron F Suzuki

53.38.58

12e 1.56.31
10. Sergio Pellandini CH Suzuki

53.54.17

24e 1.58.92
11. Leandro Beccheroni I Suzuki

53.58.01

20e 1.58.36
12. Gianni Rolando I Suzuki

1 ronde

32e 2.00.44
13. Walter Migliorati I Suzuki

1 ronde

14e 1.57.77
14. Sadao Asami J Yamaha 1 ronde 17e 1.58.00
15. Raymond Roche F Suzuki 1 ronde 13e 1.57.38
16. Seppo Rossi SF Suzuki 1 ronde 34e 2.01.30
17. Keith Huewen GB Suzuki 1 ronde 16e 1.57.95
18. Alain Roethlisberger CH Suzuki 2 ronden 25e 1.59.06
19. Stu Avant  Nzl Suzuki 2 ronden 23e 1.58.88
20. Marco Papa *1 I Suzuki 2 ronden 22e 1.58.52
21. Peter Sjöström S Suzuki 2 ronden 31e 2.00.34
- Randy Mamola USA Suzuki Uitgevallen 2e 1.53.98
- Kork Ballington Zaf Kawasaki Uitgevallen 6e 1.55.96
- Marc Fontan F Yamaha Uitgevallen 5e 1.55.73
- Hiroyuki Kawasaki J Suzuki Valpartij 7e 1.55.98
- Virginio Ferrari I Cagiva Valpartij 33e 2.00.57
- Giovanni Pelletier I Suzuki Valpartij 15e 1.57.86
- Dave Potter GB Yamaha Uitgevallen 27e 1.59.58
- Graziano Rossi I Morbidelli Uitgevallen 30e 2.00.32
- Philippe Coulon CH Suzuki Valpartij 19e 1.58.15
- Takazumi Katayama J Honda Uitgevallen 28e 1.59.88
- Christian Estrosi F Yamaha Uitgevallen 21e 1.58.37
- Gustav Reiner D Solo Uitgevallen 35e 2.01.75
- Fabio Biliotti I Suzuki Uitgevallen 26e 1.59.24
- Adelio Faccioli I Suzuki Valpartij 29e 2.00.20
- Steve Parrish GB Yamaha Niet gestart 36e 2.01.79
- Carlo Perugini I Sanvenero Niet gekwalificeerd 37e 2.02.67
- Josef Hage D Yamaha Niet gekwalificeerd 38e 2.02.71
- Marco Greco BR Suzuki Niet gekwalificeerd 39e 2.03.27
- Roberto Pietri YV Suzuki Niet gekwalificeerd 40e 2.03.63
- Michael Schmid A Suzuki Niet gekwalificeerd 41e 2.04.03
- Jon Ekerold Zaf Solo Niet gekwalificeerd 42e 2.04.29
- Franck Gross F Suzuki Niet gekwalificeerd 43e 2.07.06
 

*1 De Italiaan Marco Papa (16 maart 1958 - 9 september 1999) reed hier zijn eerste GP in de 500cc klasse, tijdens zijn thuis-GP. Hij behaalde een prachtige tiende plek in 1980 in de 250cc klasse, zijn enige GP tot nu. Hij zou zich vanaf 1981 toe gaan leggen op het 500cc GP-gebeuren. Papa zou t/m 1996 actief blijven in deze klasse. Zijn beste prestatie zou een zesde plaats zijn. In 1999 kwam hij om het leven tijdens een verkeersongeval.

1981_Pelletier_Paci_.jpg (56269 bytes)

De Italianen Giovanni Pelletier en Guido Paci, met de roze machines van Paci.

 

 

Wedstrijdverloop 500cc Monza

Ronde:

1e 2e 3e 4e 5e 6e 7e 8e 9e 10e 11e 12e 13e 14e 15e 16e 17e 18e 19e 20e 21e 22e 23e 24e
 
P eerste 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 #   1: Kenny Roberts
o tweede 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 #   2: Graeme Crosby
s derde  43  15  15 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 #   7: Barry Sheene
i vierde  37  37 7  15  15  15  15  15  15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 # 15: Boet van Dulmen
t vijfde 9 9 9 36 36 36 36 36 36 36 36 36 36 36 36 36 36 36 47 47 47 36 36 5 #   5: Marco Lucchinelli
i zesde 36 36 36 9 9 9 37 37 37 37 37 37 47 47 47 47 47 47 36 36 36 5 5 36 # 36: Guido Paci
e zevende 37 37 37 37 37 37 9 9 9 47 47 47 20 20 20 5 5 5 5 5 5 9 9 9 #   9: Jack Middelburg 
  achtste 5 5 5 5 5 5 47 47 47 5 5 5 37 37 37 37 37 37 37 37 37 48 48 4 #   4: Franco Uncini
  negende 47 47 47 47 47 47 5 5 5 9 9 9 9 9 9 9 9 9 9 9 9 4 4 48 # 48: Christian Sarron
  tiende 41 41 41 41 41 41 41 41 48 48 48 48 48 4 48 48 48 48 48 48 48 37 41 41 # 41: Sergio Pellandini

 

1981_Nieuwe_Revu_01.jpg (165175 bytes) 1981_Nieuwe_Revu_02.jpg (164045 bytes) 1981_Nieuwe_Revu_03.jpg (255076 bytes) 1981_Nieuwe_Revu_04.jpg (229286 bytes)
 1981 Interview Nieuwe Revu
1981_Nieuwe_Revu_05.jpg (177072 bytes) 1981_Nieuwe_Revu_06.jpg (190918 bytes) 1981_Nieuwe_Revu_07.jpg (294388 bytes) 1981_Nieuwe_Revu_08.jpg (310284 bytes) 1981_Nieuwe_Revu_09.jpg (261502 bytes)

Jumping Jack en de gevaren van een halve liter.

Zonder zijn vechtlust was Jack Middelburg al lang rijp voor de sloop geweest. Zoveel heeft de 'motorsportman van het jaar' al gebroken en gekneusd. ,,Menig coureur zou er mee stoppen als hij hetzelfde had meegemaakt," zegt de bikkelharde Westlander, die evenwel de gevaren aan zijn laars lapt. Hij verteld hier uitvoerig hoezeer het racevirus hem heeft ondermijnd.

Potverdomme. Oeoe. Nou, dat ventje komt best weg, zeg. Dat bromfietsie is als 'n dubbeltje. Godver... dat dat ventje niks heeft. Hij raakte die paal. Even kijken, kom op. Jack stormt met fotograaf Monno en mij in zijn 'slipstream' restaurant Expresso in Bussum uit om eerste hulp te bieden. In een poging om de kop te pakken klapt een bromscholier tegen het wegdek op het drukke kruispunt. Zijn hand is lelijk gebutst. Zonder aan zijn honger te denken, zet motorcoureur Jack Middelburg, de naduizelende jongen in zijn Mercedes en levert hem in een plaatselijk ziekenhuis af. Jack heeft er een fan bij: de 17-jarige Richard van Zanten. En ik een versterking van mijn vermoeden dat Jack en het gevaar elkaar overal opzoeken, op en buiten het racecircuit. We waren daar 's-morgens vroeg al op geattendeerd. Zijn bezoeken aan sponsor, motorimporteur, spuiter, monteur en motorpakkenatelier waren ingeleid door een rondje fysiotherapie. Het rechterbeen wil nog steeds niet optimaal functioneren na bijna twee jaar. Zijn gezicht staat verbeten onder de knedende handen. Zo kijkt hij ook in de wedstrijd. De staalblauwe ogen op eindeloos vooruit gericht, de magere kaken onder de wat droeve vlassnor opeen geklemd. ,,Ik herken mezelf in zo'n gassie," bromt Jack na het ziekvervoer. ,,Ik lazerde wekelijks van mijn brommer af, zo hard ging ik altijd. En daarna ook. Ik had vier maanden mijn rijbewijs en ik reed me te barsten in 's-Gravenzande. Milt stuk, darmen kapot, ribben gebroken en van alle kanten blauw en gekneusd. Maar het ergste wat ik had, gebeurde in Oirschot, toen ik door mijn voorrem heenging. Met dik tweehonderd kilometer rechtdoor. Toen had ik een open beenbreuk en allebei mijn nieren kapot. Dat was in 1976." Zijn gekste ongeluk gebeurde twee jaar geleden in Silverstone. In een snelle bocht brak bij een vaart van 170 à 180 kilometer per uur een drijfstang. Jack ging over de kop en kwam in een hek tot stilstand. ,,Niks aan de hand, dacht ik toen ik al snel weer bijkwam. Boet van Dulmen kwam voorbij en ik beduidde hem dat alles goed was. Omdat ik een beetje pijn had, liep ik naar de EHBO. Ik zeg: joh, ik heb niks. En ik strompel naar mijn caravan, neem 'n bak koffie en ga in het gras zitten, want het was lekker weer. Plots zie ik dat mijn hand zo dik als een ei wordt. Ik terug naar de EHBO. Ze maakten daar foto's en toen bleek dat ik al mijn middenhandsbeentjes had gebroken. En ze constateerden ook dat mijn been was gebroken, gespleten eigenlijk. Toen heeft dokter Derweduwen er een plaat langs gezet met schroeven d'r in om de hele zaak bij elkaar te houden. ,,Nou, toen reed ik vier weken later weer in Assen (F750). En die week erop was er een kampioensrace in Tolbert. In de halveliterklasse had ik al gewonnen en bij de 350 was ik derde geworden. Het kampioenschap voor die klasse had ik al bijna in mijn zak en van de 500 ook zowat. En in de 750cc ga ik weg. Geen goeie banden erop. Het ding was niet helemaal honderd procent. Maar ik had bijna geen tegenstand, alleen van Willem Zoet. En ik had al een paar wedstrijden gewonnen, dus ik dacht er een beetje gemakkelijk over. In de tweede versnelling trek ik hem in een heel flauw bochtje achter weg, ik stuur tegen en klap om. Daarna schiet ik zo een boom in. Daarbij breek ik precies dat been waar die plaat in zit. Dat was ook in '79. Daar loop ik nou al (even rekenend) tweeëntwintig maanden mee. Het was me 'n lijdensweg. De plaat krom, schroeven allemaal uit het bot getrokken en een stuk bot was helemaal weg. Het waren allemaal losse stukjes. Er is weer een nieuwe plaat ingezet. Eerst een lange, om het aan elkaar te laten groeien, en later een korte om weer te kunnen lopen. Met nieuwjaar ben ik eraan geopereerd en nog 'n keer vlak voor het seizoen begon. Toen is de hele rotzooi eruit gehaald. Ze hebben toen ook een stuk uit m'n heup gehaald en in het been gezet. Daar heb ik wel last van gehad. Dat was 'n rot gevoel. Een stuk bot dat open ligt, dat doet zo'n zeer joh. Het zit precies hier, boven mijn riem. Ik heb 'n paar maanden met m'n broek losgelopen. Pas half maart in Hengelo slaagde de racende kassenbouwer er weer in zijn machine bij de start zelf aan te duwen. Voor die tijd mocht zijn monteur, bij wijze van uitzondering, helpen aanduwen (wel achteraan het startveld uiteraard). Zonder dikdoenerij of zelfbeklag verhaalt de 29-jarige motorcoureur over zijn spectaculaire en vaak pijnlijke staat van dienst. Het kost hem enkele minuten hoofdrekenen om te vertellen hoeveel hij al onvrijwillig van zijn machine heeft moeten stappen. Voor zijn race in Hengelo was zijn schatting 30 à 35 keren. Erna, moest daar alweer een valpartij bijgeteld worden. 'Jumping Jack' werd zijn bijnaam in een periode dat het aantal beenbreuken - vier totaal - groter was dan verworven kampioensbekers. Maar een pechvogel vindt hij zichzelf niet. Hij illustreert dat met een gebeurtenis die later de geschiedenis inging als "het wonder van Gilze-Rijen". Jack: ,,dat was een kampioensrace. In de zeveneneenhalf was ik al kampioen en in de 350 en 500cc moest ik het die dag nog worden. Achterin het circuit had je een heel snel stuk. Ik rij op kop in de eerste ronde en reed zo hard als ik gaan kon. Precies in een rechtse bocht komt er door een gat in de omringende maïsvelden een windstoot. Ik krijg een opsodemieter en zwaai naar buiten. In die buitenkant lag 'n plas en toen ging ik. Wel tweehonderd meter schoof ik op mijn zitvlak over de baan. Ik mankeerde niks. Toch daarna op de 350 stappen en winnen."

Jack heeft de naam een wilde te zijn. Wordt hij na al die blessures niet voorzichtiger? ,,Ik vergeet die blessures vrij gauw, maar ik ga naarmate ik ouder wordt natuurlijk wel meer denken. Dat is gauw klaar. Ik redeneer al: die of die wedstrijd zie ik helemaal zitten en dan ben ik fanatieker dan op andere wedstrijden. Ik heb dagen dat het niet gaat. Nou, daar moet ik me bij neerleggen. Ik maak helaas nog steeds de fout dat ik in de trainingen te vaak val. In wedstrijden gebeurt er niet veel. Steeds bij de voorbereidingen. Kijk, als je in een wedstrijd een keer valt, omdat je een staart hebt met een man of vier, dat vind ik geen schande. Niet dat het hoort, zo is het niet. Maar het kan gewoon gebeuren. Maar in een training door onoplettendheid eraf flikkeren, dat vind ik eh....." ,,Dit jaar in Daytona bijvoorbeeld. Precies eender weer. Na de officiële training stonden de tijden al op de klok en alles was goed. We worden afgevlagd en ik kijk precies op de streep hoeveel toeren de fiets maakt. Ik zie het niet goed en kijk nog 'n keer. Toen was ik eigenlijk te laat met remmen en terwijl ik een bocht insteek, glijdt het voorwiel zó weg (zie foto: Jack bekijkt de rest van de training vanuit het gras). Dat zijn dingen die eigenlijk helemaal niet mogen voorkomen. Daar ben ik echt ziek van." De aanwezigheid van een minimotortje op zijn erf in Honselersdijk, eigendom van de zevenjarige Jackie, ontlokt het antwoord op een vraag die niet gesteld hoeft te worden. ,,Ik hoop niet dat mijn zoon gaat racen, maar ik hou hem niet tegen, dat is gewoon geen doen. Ik heb er zelf, toen ik nog thuis was, de grootste moeilijkheden voor over gehad. Ik ben er de deur voor uitgegaan. Nu is mijn vader, bij wijze van spreken, mijn grootste fan." Jack woonde vroeger achteraf op een laantje. Vriendjes woonden ver weg. Hij trok op met zijn jonge oom. Die zette hem al op zijn negende achter het autostuur en verder op alles wat een motor had. ,,In mijn bromfietsentijd reed ik altijd met opgevoerd spul. Altijd Kreidler en altijd een van de snelste. Als een maat sneller ging, sleutelde ik net zo lang tot ik hem weer voorbij kon komen. Veel zwaailichten achter me aan gehad. Ze hebben een splinternieuwe Kreidler afgepakt. Doodziek was ik ervan. Het ding liep tegen de honderd kilometer per uur. Toen ik achttien was, kocht ik een motor. Een Suzuki tweeënhalf. We gingen in de weekeinden met een hele ploeg de weg op. Vaak naar wedstrijden. Ook na dat ongeluk in 's-Gravenzande. Je zag daar jongens op zo'n zelfde motor als jij had nog veel harder gaan. Dat wilde jij ook wel. Ik ging meteen naar de NMB en vroeg mijn licentie aan. Een paar proeftrainingen en je kon van start. Het ging meteen goed. Mijn vrouw Petra mocht er niets van weten. Toen zij van die kleine in het ziekenhuis lag, ging ik met wedstrijdborden onder mijn jas naar het circuit, haalde ze er na de wedstrijd af en reed daarna gewoon op dezelfde motor naar huis." ,,Dat racen werd gewoon een ziekte. Het ging van kwaad tot erger. Vooral toen ik materiaal te leen kreeg van Henk Rekers uit Heerlen. Die man heeft me ontzettend goed geholpen. Toen ik bij de KNMV kwam in 1975, kon ik met die viertakten, die ik voor die tijd bereed, niet meer meekomen. Toen ging ik voor F&S rijden in 1979, want het was voor mij en voor Rekers niet meer te betalen. Maar die sponsor kon door zakelijke toestanden niet meer verder. Omdat Kenny Roberts, de wereldkampioen, Yamaha reed, wilde ik ook perse die dingen hebben. Ik heb ze bij Yamaha-importeur IMN op afbetaling gekocht (1980) en ben verder naar een sponsor gaan zoeken.

Na diverse nationale kampioenschappen te hebben gewonnen, ging Jack zich pas in 1979 op de Grand Prix, tellend voor het wereldkampioenschap concentreren. Hij werd dat jaar zevende. Vorig jaar leek aanvankelijk alles fout te gaan. Zijn magistrale eerste plaats in de Asser TT (De Nederlandse Grand Prix) leek een ommekeer te zullen brengen. Door teleurstellende resultaten in de overige GP's kwam hij in 1980 niet hoger dan een negende plaats. Zijn overstap dit seizoen naar Suzuki, betekende een nieuw avontuur, een nieuwe uitdaging. De zakelijke band met de Japanse aanstekerfabrikant Sarome leverde hem een eigen racer - waarde 35 duizend gulden - en het gebruik van een tweede - eigendom van Suzuki importeur Nimag - op. Hoewel Jack twijfels heeft over zijn machine, die anders van conceptie en langzamer is dan de fabrieksracers van de door Suzuki ingehuurde toprijders als Mamola, Crosby en Kawasaki, werd hij door onder meer een zevende en twee achtste plaatsen tot beste privé-rijder uitgeroepen. Maar zijn hoop is opnieuw op de TT van Assen gericht. ,,Misschien slaag ik er in om de vorig jaar door Wil Hartog bereden fietsen voor dat evenement te krijgen," aldus de Westlandse optimist. ,,Die zijn sneller dan de mijne."

Het is slecht gesteld met de Jack Middelburg Beglazing B.V. ,,In die kassenbouw kwamen ze 'n paar jaar geleden vanzelf naar je toe, maar het is op. Het ligt helemaal op z'n kont. Ik ben dus momenteel full professional coureur. Om rond te komen moet ik geld in de racerij verdienen." Jack bagatelliseert zijn ogenschijnlijke luxe. Zijn vrijstaande huis met grond is zwaar belast met hypotheek en zijn blinkende Mercedes is vele jaren oud en rijdt op LPG. ,,Tot dusver heb ik aan het racen geen cent overgehouden. Ik krijg van Sarome een vast sponsorbedrag. Nee, hoeveel dat is, mag ik niet zeggen. In elk geval onder de ton per jaar. Voor dat bedrag moet ik alles doen. Ik moet een monteur 40 mille per jaar betalen, verblijfs- en vervoerskosten, onderdelen en spuitwerk. Die ton gaat dus schoon op aan dat soort dingen. Ik moet het echt van start- en prijzengeld hebben. Voor de Grand Prix-starts betalen ze niks. De eerste plaats levert zo'n vijftienduizend gulden op. Als ik in Raalte of Tubbergen start, beur ik ruim tien mille. Roberts en Sheene bijvoorbeeld krijgen veel meer. Die Roberts kreeg een halve ton op Zandvoort (Olof races 1980), Sheene 30 mille (Raalte). Dat vind ik heel normaal, dat stoort me niet. Die jongens zijn wereldkampioen geweest." ,,Dit seizoen moet het eerste zijn waarin ik ook een beetje kan gaan verdienen. Ik ben gewoon eigen baas met eigen materiaal. M'n eigen bus, caravan en motorfietsen. Zo loop ik niet het risico dat ze die dingen onder mijn kont vandaan trekken als het een poosje niet gaat. Dat bedrag van Sarome was niet wild. Ze hebben het over het hele jaar uitgesmeerd. Ze zeggen: hier heb je 30 mille en over de resterende zeven maanden krijg je tienduizend per maand. Kan ik twee maanden niet rijden, dan gaan ze de zaak herzien. Zo staat het in het contract. Nee, echt goede sponsoring begint bij anderhalve ton. Van die bijsponsoring moet je je niet teveel voorstellen. Die bestaat voornamelijk uit materialen. Als ik het een beetje in de hand hou, dan moet ik het start- en prijzengeld toch minimaal kunnen bewaren. Dat zou ik normaal vinden. Jumping Jack zegt dat hij veel te danken heeft aan zijn steun en toeverlaat Jan Muis. ,,Hij begeleidt me al sinds '77. Het is net een tweede vader voor me. Een fantastische vent. Alles regelt hij voor me, puur uit liefhebberij. Zijn echte vader, de Korea-veteraan Willem, denkt wat genuanceerder over zijn zoon. Na zijn val op Hengelo moppert hij: ,,hij is gewoon gek als hij op zo'n ding zit. Dan verliest hij zijn verstand. Dat is nou altijd zo. Hij heeft dat geloof ik van zijn opa. Die reed ook altijd zo onwijs hard. Ik zei vroeger tegen Jack: als ik je nog één keer op zo'n rotmotor zie, dan zoek je maar een ander kosthuis. Na 'n week kwam hij zijn spullen halen. Hij kon die motor niet laten staan. Ja, ik ben er altijd bij als Jack moet rijden. Als er iets gebeurt, dan wil ik in de buurt zijn. Misschien kan ik dan nog iets voor hem doen. Maar ik heb altijd gezegd: die haalt de dertig niet. Het is gewoon een virus dat hem heeft aangetast. Er zijn er meer die verwachten dat Jack de pensioengerechtigde leeftijd niet zal halen. Hijzelf gelooft niet in dat ene noodlottige ongeluk. ,,Nee nooit. Ik heb al veel gehad. Ik heb er al vaak naast gelegen. Maar het snelle werk, wanneer het gevaarlijk wordt, dat gaat gewoon goed. Maar ja, 'n vastloper of 'n klapband, daar kun je gewoon niets tegen doen. Dat kan in een auto ook gebeuren. Als ik met tweehonderd kilometer per uur op een pijler van een viaduct klap, dan weet ik zeker dat ik weg ben. Maar op een motor op de baan heb ik toch meer overlevingskansen. Omdat je vrij zit op zo'n ding. Je hebt een helm op je kop en je bent erop gekleed. Ik heb in Imola Gregg Hansford eraf zien gaan. Nou echt met een snelheid van 240, 250 kilometer. Hij had alleen een zere knie en een lichte hersenschudding (Hansford was wel enige maanden uit de roulatie en na nog een val stopte hij met de wegrace in dat jaar, 1981). Als je in een auto zo hard gaat rollen of stuiteren, ben je er geweest. Kijk, voor dat vallen ben ik niet zo bang. Als er maar niets in de weg staat." Een onrustige zit heeft hij achter de kuip van zijn snelle halveliter. Hij zit voortdurend te schuiven in de kleine uitsparing die als zitplaats dient. ,,Ja, ik kan ook daar niet stilzitten. Ik moet voortdurend wat te doen hebben. Mijn zoontje heeft precies hetzelfde." Die onrust heeft ook invloed gehad op zijn huwelijksleven. ,,Ik ben verschillende keren thuis weggelopen. Vorig jaar ben ik nog een maand of drie weggeweest. Nee, langer, vier maanden. Ja, je komt in deze wereld veel te veel tegen, hè? Dat is de pest. Dan maak je weleens een misstap. Ik heb een verschrikkelijk goed wijf, maar ze is nogal jaloers. Op kettingroken na - een pakje shag per twee dagen - heb ik verder geen uitspattingen. Ja, kaarten. Jokeren doe ik verschrikkelijk veel. Bijna elke dag zit ik van vijf tot half zeven bij ons in de kroeg van Dirk Staalduinen. Daar zit dan een mannetje of tien. Allemaal ouwe lullen. Maar drinken doe ik niet. Of ik moet veel dorst hebben. Gisterenavond nam ik in dat café twee Sneeuwwitjes. Nou, toen zaten ze toch raar te kijken. ,,Moet je een zware van me hebben?"

Behalve voor de Nederlandse motorsport, was 1980 ook voor Jack privé een rampjaar. Hij verloor niet alleen zijn vriend Willem-Jan Nooteboom, maar ook zijn neefje John Middelburg. ,,Enig kind was John. Hij is er door mij ingerold. Daar ben ik goed beroerd van geweest. Die jongen reed zuiver voor zijn lol, viel nooit. Dan flikkert hij 'n keer en het is afgelopen..." Hoewel Jack Middelburg weet waarmee hij bezig is, schrijft hij een groot deel van de schuld aan de niet aflatende reeks van ongelukken van vorig jaar toe aan een gebrekkige organisatie. ,,Sommige organisaties moeten de hele zaak op één dag laten verlopen. Acht klassen, die twee keer moeten trainen en een keer wedstrijdrijden. Dat is gewoon geen haalbare kaart. Die nationale jongens leren zo niks. Gebeurt er dan wat dan is het: de rotzooi opruimen en gauw verder. Je moet een race echt over twee dagen organiseren. Dan kun je voldoende trainen en de boel uitproberen. Buiten dat zou ik het een normale zaak vinden als ze beginnende coureurs minimaal een jaar op Honda'tjes 400 lieten rijden of op een andere standaardfiets die niet zo snel is. En het jaar daarop op maximaal 350cc races. Na drie jaar race-ervaring zouden ze dan op een halveliter mogen starten. Veel jongens die gaan racen, hebben geen centjes meer voor een standaardmotorfiets. Die kopen van hun laatste poen een vijfhonderd Suzuki en een busje en gaan de circuits af. Ze rijden in 'n jaar misschien vierduizend kilometers en voor de rest rijden ze geen meter. Ze missen de ervaring van gewoon motorrijden op de weg. Nou, ik weet zelf wel... als ik aan het begin van het seizoen op zo'n ding stap, dan schrik ik me lam. Dan moet ik heel veel rondjes rijden voordat ik zo'n motorfiets weer 'n klein beetje onder de knie heb. De eerste twee dagen wórd je gewoon gereden. Wat hebben die jongens vandaag de dag nog de mogelijkheden om te trainen? Je zou een vast circuit moeten hebben. Zonder meer. En je zou daar minimaal een dag in de week op moeten kunnen trainen. Dat zou ik een normale zaak vinden. Ik weet zeker dat er dan minder ongelukken zouden gebeuren. Om zich heen kijkend in de vaderlandse wegracerij ziet Jack weinig opkomend talent. Die visie sluit logisch aan op zijn denkwijze over de mogelijkheden voor veelbelovende jongens hier ter lande. Zonder twijfel rekent hij zich tot de vaderlandse top, tezamen met Wil Hartog (die onlangs definitief afstapte) en Boet van Dulmen. ,,Als ze ons alle drie op spul van dezelfde kwaliteit zouden zetten, dan zou het erg spannend kunnen worden," zegt hij met pretoogjes. De Amerikaanse wereldkampioen Kenny Roberts is de man die hij oprecht bewondert. ,,Die is zo uitgeslapen. Redeneert van: als het vandaag niet lukt, dan morgen misschien. Hij laat zich niet gek maken. Dat vind ik een verschrikkelijk pluspunt. Al wordt hij een keer zevende of achtste, dat maakt hem geen moer uit. Al fluiten ze hem uit. Zelf heb al zoveel keren wat gehad en dan zeggen de mensen: 't is een lul. Daar groei je overheen. Ik denk altijd: we zien wel. Ik zie gewoon dat er een stijgende lijn in zit, dus waarom zou ik stoppen? Het wordt gewoon elk jaar beter. Nu dat been 'n beetje geneest, kom ik ook eerder weg bij de start. En in een Grand Prix is een goede start al een halfgewonnen wedstrijd." Na vierhonderd zakelijke kilometers op een doordeweekse dag haakt Jack 's-avonds om acht uur zijn auto voor de caravan. D'r komen er nog dik tweehonderd bij voordat ik op het circuit ben," rekent hij uit. ,,Ja, ik kan nou eenmaal niet stilzitten."

 

17-05-1981 Grand Prix Frankrijk, Paul Ricard

wpe30.jpg (33427 bytes)

 

Paul_Ricard_Frankrijk_1981.jpg (56850 bytes) Mamola_Lucchinelli_Crosby_Frankrijk_1981.jpg (42971 bytes) Van_Dulmen_Ballington_Kawasaki_Frankrijk_1981.jpg (39622 bytes) Roberts_Lucchinelli_Sheene_Frankrijk_1981.jpg (118034 bytes) Jack 1981.jpg (55615 bytes)

 

    1981_GP_France_Lucchinelli_voor_Sheene_.jpg (60525 bytes)    1981_GP_France_Christian_Sarron_Franco_Uncini_en_Bernard_Fau_.jpg (65836 bytes)    1981_GP_Frankrijk_Lucchinelli_.jpg (25683 bytes)  

 

 

Uitslag & trainingstijden 500cc Paul Ricard

Positie

Rijder

Machine

Ronden

Tijd

Grid Trainingstijd

1

Marco Lucchinelli

Suzuki

21

44:09.58

1e 2.04.74

2

Randy Mamola

Suzuki

21

4.91

6e 2.06.30

3

Graeme Crosby

Suzuki

21

5.35

5e 2.05.91

4

Barry Sheene

Yamaha

21

5.63

3e 2.05.20

5

Kenny Roberts

Yamaha

21

13.95

2e 2.04.74

6

Hiroyuki Kawasaki

Suzuki

21

30.09

7e 2.06.42

7

Kork Ballington

Kawasaki

21

30.34

4e 2.05.68

8

Boet van Dulmen

Yamaha

21

30.98

10e 2.07.38

9

Jack Middelburg

Suzuki

21

40.51

8e 2.07.06

10

Marc Fontan

Yamaha

21

1:05.00

12e 2.07.49

11

Seppo Rossi

Suzuki

21

1:09.54

19e 2.09.04

12

Bernard Fau

Suzuki

21

1:10.00

13e 2.07.78

13

Sergio Pellandini

Yamaha

21

1:19.03

20e 2.09.04

14

Kimmo Kopra

Suzuki

21

1:38.52

25e 2.10.09

15

Walter Migliorati

Suzuki

21

1:40.27

30e 2.10.36

16

Stuart Avant

Suzuki

21

1:45.80

27e 2.10.15

17

Jean Lafond

Suzuki

21

1:50.83

16e 2.08.44

18

Jacques Agopian

Suzuki

20

1 ronde

35e 2.12.19

19

Dominique Pernet

Yamaha

20

1 ronde

32e 2.10.92

20

Andreas Hofmann

Suzuki

20

1 ronde

34e 2.11.46

21

Roberto Pietri

Suzuki

20

1 ronde

37e 2.12.71

22

Alain Röthlisberger

Suzuki

20

1 ronde

33e 2.11.27

23

Josef Hage

Yamaha

20

1 ronde

36e 2.12.35

24

Antonio Grecco

Suzuki

20

1 ronde

38e 2.13.68

-

Takazumi Katayama

Honda

17

Valpartij

28e 2.10.21

-

Christian Sarron

Yamaha

17

Valpartij

11e 2.07.43

-

Herve Guilleux

Yamaha

17

Valpartij

24e 2.09.87

-

Peter Sjöström

Suzuki

14

Engine

26e 2.10.15

-

Mike Baldwin

Suzuki

12

Engine

14e 2.08.91

-

Sadao Asami

Yamaha

10

Engine

18e 2.08.76

-

Hubert Rigal

Yamaha

10

Valpartij

21e 2.09.17

-

Gustav Reiner

Solo

9

Engine

29e 2.10.24

-

Keith Huewen

Suzuki

8

Engine

17e 2.08.61

-

Franco Uncini

Suzuki

6

Engine

9e 2.07.06

-

Christian Estrosi

Yamaha

5

Engine

22e 2.09.70

-

Gianni Rolando

Lombardini

3

Engine

31e 2.10.91

-

Philippe Coulon

Suzuki

1

Engine

23e 2.09.79

-

Raymond Roche

Suzuki

1

Versnellingsbak

15e 2.08.27

-

Lennart Bäckström

Suzuki

-

Niet gekwalificeerd

39e 2.14.13

-

Franck Gross

Suzuki

-

Niet gekwalificeerd

40e 2.14.83

-

Virginio Ferrari

Cagiva

-

Niet gekwalificeerd

41e 2.17.22

-

Raffaele Pasqual

Suzuki

-

Niet gekwalificeerd

42e 2.17.71

-

Gina Bovaird

Yamaha

-

Niet gekwalificeerd

43e 2.23.21

-

Carlo Perugini

Sanvenero

-

Niet gekwalificeerd

44e 2.26.11
 

 

wpe17.jpg (33416 bytes)

 Frankrijk, Jack voor Boet

1981_frankrijk_Mamola_Lucchinelli_Jack_Kawasaki_Crosby.jpg (128488 bytes)
Mamola, Lucchinelli, Jack, Kawasaki, Crosby

Helaas voor Jack en zijn supporters gingen de Suzuki's van Hartog niet naar hem, maar naar Franco Uncini. Het was een van de grootste teleurstellingen voor Jack in zijn loopbaan als coureur, en hij had er heel wat te slikken gekregen door de jaren heen en er zouden er nog meer volgen. De fabriek koos voor een Italiaan, omdat het afzetgebied voor motoren door nu eenmaal enorm groter is dan in Nederland. En Uncini was uiteraard ook een begenadigd coureur. Uncini tekende een paar dagen voor de vierde Grand Prix, van Frankrijk op Paul Ricard, zijn fabriekscontract en nam de motoren van Hartog in ontvangst, waarop hij in Joegoslavië zou gaan rijden. Jack zette overigens op Paul Ricard dezelfde trainingstijd (8e) als Franco neer, dit was dus hun laatste gevecht om de titel van 'beste privé-coureur'. Ze bleven daarmee Boet van Dulmen (10e) en de thuisrijders Christian Sarron, Marc Fontan en Bernard Fau (11 t/m 13) nog voor. Jack reed een formidabele race en stuurde zijn Suzuki weer als eerste privé-rijder over de finish op een 9e plek en scoorde zo toch weer twee puntjes. Meer zat er echt niet in. Jack kwam ten opzichte van de toppers 20 km topsnelheid te kort. Er waren weinig uitvallers onder de toppers. Alle fabrieksmachines haalden de finish. De strijd om de eerste plaats was ongemeen spannend, maar werd uiteindelijk een Suzuki onderonsje. Lucchinelli, Mamola en Crosby hielden net Sheene en Roberts van het podium en de strijd om het WK was spannender dan ooit. De stand aan de kop van de ranglijst:

1. Randy Mamola       39 punten
2. Kenny Roberts      36 punten
3. Graeme Crosby 34 punten
4. Marco Lucchinelli  31 punten
  Barry Sheene 31 punten
8. Jack Middelburg 12 punten
  Jack_in_vol_ornaad.jpg (26052 bytes) Jack_in_vol_ornaad .jpg (46980 bytes)

 

1981_Frankrijk_.jpg (157063 bytes)
Paul Ricard, start 500cc, 7. Sheene, 12. Ballington, 1. Roberts, 9. Jack, 2. Mamola
1981_GP_France_002_.jpg (87017 bytes)

81_paul_ricard.jpg (74280 bytes)

 Lucchinelli, Roberts & Sheene, de strijd om de winst in Frankrijk.

Gedurende een 21 ronden lange machtsstrijd in de 500 cc klasse, waarin al de fabrieksmachines aan de finish kwamen, heeft Marco Lucchinelli zich de sterkste getoond. Met zijn fabrieks-Suzuki bleef hij zijn merkgenoten Mamola en Crosby ruim voor en daarmee werd Yamaha met Sheene (4e) en Roberts (5e) de grote verliezer in Paul Ricard. Door deze ontwikkelingen kwamen Boet van Dulmen (8e) en Jack Middelburg (9e) niet verder en lijkt het gat met de top, motorisch gezien, te groot. 
De training: bittere pil voor Nederlanders
Met de beste bedoelingen was een sterke Nederlandse afvaardiging in het Zuid-Franse Paul Ricard neergestreken, hoewel Henk van Kessel en Willem Zoet (blessure) op het appèl ontbraken. Velen hunner moesten echter een flinke teleurstelling incasseren, want eerst ging Peter Looijesteyn met zijn Rotax tegen het asfalt (gebroken sleutelbeen), gevolgd door Ton Spek (middenhandsbeentje gebroken) en toen nog Anton Straver (gebroken pols). Harde klappen in de rood-wit-blauwe hoek, die later nog werden versterkt doordat Mar Schouten en Klaas Hernamdt zich niet konden kwalificeren. Zij waren echter niet de enige coureurs, die naast hun fietsen doken, want de organisator van de Franse GP, Francois Chevailler, ging nog steeds van het principe uit, dat zoveel mogelijk rijders een kans op kwalificatie moeten krijgen met als gevolg, dat er in de 250 cc klasse bijvoorbeeld 84 (vierentachtig dus!) coureurs op de trainingslijst stonden, waaronder 33 Fransen. Ondanks het feit dat de rijders in twee groepen zijn verdeeld, kon men toch niet voorkomen dat de training in een soort race ontaardt, want er mogen slechts 36 coureurs starten en de druk op alle betrokkenen is te groot. Iets minder coureurs waren er in de 500 cc klasse, waar de krachtsverschillen van de motoren echter groter zijn. Barry Sheene trad aan met een identieke motor als Kenny Roberts, beide in een iets lager frame gehuisvest en in Japan getest door Hideo Kanaya en Ikujiro Takai. De Brit zette daar, na veel wikken en wegen in de training om het geheel goed sturend te krijgen, de derde tijd achter Lucchinelli (weer op pole-position) en Roberts, maar voor Ballington, Crosby en Mamola.
1981_Frankrijk_Sheene_Ballington_Mamola_Roberts_Jack.jpg (236739 bytes) Van Dulmen stond als tiende genoteerd achter Franco Uncini en Jack Middelburg, die exact dezelfde tijd lieten klokken en daarmee hun laatste duel als 'beste privé-rijder ter wereld' hebben uitgevochten. Uncini zal immers de ex-fabrieksmachines van Hartog voor de Joegoslavische GP ter beschikking krijgen en dat was de laatste teleurstelling bij de Nederlanders, want Jack hoorde het nieuws pas op zaterdagavond en was zichtbaar teleurgesteld, dat niet hij deze snelle machines tot zijn beschikking kreeg. In de 500cc klasse kwam Hubert Rigal overigens slecht terecht na een valpartij en de vriendelijke Monegask brak beide armen. Virginio Ferrari wist zich overigens weer niet voor de race te kwalificeren. De Cagiva* gaf vooral veel problemen met het frame en de wegligging. 

 

wpe1F.jpg (28869 bytes) wpe22.jpg (44915 bytes)

Randy Mamola, Marco Lucchinelli, Jack, Hiroyuki Kawasaki (#29), Graeme Crosby.  

Jack in Frankrijk

© MOTOR Magazine

 

*************************

Paul Ricard 1981: Virginio in de training, waarin hij zich niet wist te plaatsen.

* Terwijl Marco Luchinelli bezig was om de eerste Italiaanse wereldkampioen te worden sinds 1975 (Giacomo Agostini), reed Virginio Ferrari bij het Italiaanse Cagiva in de marge van het Grand Prix gebeuren. Ferrari die, in 1979, werd gezien als DE opvolger van Ago, kwam er nu niet meer aan te pas in de koningsklasse. Hij mocht al blij zijn als hij zich met de Cagiva kon kwalificeren. De voorganger van Lucchinelli in het Nava Olio Fiat team, maakte een zeer teleurstellend jaar door, zeker gezien het feit dat als hij bij Gallina was gebleven, hij dit jaar misschien ook wel wereldkampioen had kunnen worden. In plaats daarvan had hij zijn hoop gestoken in Cagiva. Cagiva, de fabriek gelegen noordelijk van Milaan, was in 1981 Italiaans grootste leverancier van 125cc motoren. De fabriek was ontstaan uit het in 1912 opgerichte Aermacchi, een watervliegtuigfabriek, dat later, na de Tweede Wereldoorlog, ook motorfietsen ging produceren. Deze fabriek werd in 1960 overgenomen door het Amerikaanse Harley-Davidson. Harley zocht lichtgewicht motoren om de Japanse invasie, in Amerika, van motorfabrikanten het hoofd te kunnen bieden. In de vroege jaren zeventig kwam Harley met een nieuwe tweecilinder racer, die bestond uit de technologie van Aermacchi en Harley. De racer werd bereden door de legendarische Italiaan, Renzo Pasolini (samen met de Fransman Michel Rougerie), die zo jammerlijk om het leven kwam, in 1973, samen met Jarno Saarinen, op het circuit van Monza. Zijn plaats in het Harley-Davidson fabrieksteam werd daarna ingenomen door de Italiaanse veteraan Walter Villa. 

 

 

 

91.JPG (27720 bytes)

Walter Villa op de H-D

wpe4F.jpg (26977 bytes)

1975 Francorchamps: Michel Rougerie, Johnny Cecotto en Walter Villa.

wpe13.jpg (33677 bytes)

Renzo Pasolini

 

Topper Walter Villa bij Harley-Davidson

29 augustus 1976: podium Nürburgring 350cc: Johnny Cecotto (2e) en de twee "Harley-Aeromacchi" coureurs, Walter Villa en Gianfranco Bonera. 

1977: Franco Uncini & Walter Villa en hun "Harley-Aeromacchi's".

7 augustus 1977: podium Brno, Tsjechoslowakije 250cc: de laatste overwinning van de "Harley-Aeromacchi" machines: Walter Villa (2e), Franco Uncini en Mario Lega (de laatste pakte dus de titel weg voor de neus van de twee Harley-Davidsons).

Walter Villa en Franco Uncini

Villa werd met de Harley wereldkampioen in de kwartliterklasse in '74, '75 en '76 en in de 350cc klasse in 1976. In 1975 werd Michel Rougerie tweede in het WK achter teammaat Villa. Harley maakte dus in de midjaren zeventig redelijk de dienst uit in de middenklassen. Ook Gianfranco Bonera bereed de Amerikaans-Italiaanse machine in deze jaren. In 1977 werd Villa derde achter de verrassende wereldkampioen, de Italiaan Mario Lega (Yamaha/Morbidelli) en zijn nieuwe teammaat Franco Uncini, in de 250cc. Daarna was het afgelopen met Harley-Davidson in de Grand Prix racerij. In 1978 sloot Harley de fabriek in Italië, want hoewel ze het dus erg goed deden op het circuit, deden de motoren het heel slecht in de showroom. Of beter gezegd, ze deden het goed in de showroom, maar werden er niet uit verkocht! De inmiddels failliete Aermacchi-fabriek in Italië werd overgenomen door de Castiglioni broers, Claudio en Gianfranco. In oktober werd de fabriek voortgezet met 130 medewerkers i.p.v. de 400 in de oude situatie, onder de naam Cagiva. Waarom de naam Cagiva? Ze noemden hun fabriek/merk naar hun vader: Castiglioni Giovanni uit Varese. Waarom de olifant als handelsmerk? De broers gebruikten deze al jaren als geluksbrenger bij hun andere zaken. De motoren werden op de markt gebracht onder de naam HD-Cagiva. De fabriek had in het verleden nooit een zwaardere machine op de markt gebracht dan een 350cc, maar de broers, lyrisch van GP racen, wilden ook in de Grand Prix racerij de strijd aanbinden met de supersnelle 500cc machines uit Japan. In 1978, nadat MV-Augusta een bod ter overname had afgewezen, begonnen ze met het sponsoren van Marco Lucchinelli op een Suzuki RG500 in de MV kleuren, zonder sponsornamen. Ezio Mascheroni, de man achter het succes van de winnende machines van Walter Villa en Gilberto Milani, een vroegere rijder van de Aermacchi-fabriek, werkten voor de broers aan de Suzuki van Lucchinelli en deden zo veel ervaring op in de 500cc racerij. Ook werden er diverse monteurs weggekocht bij MV. Gaande het seizoen werd de Suzuki verbouwd tot een Cagiva racemachine en aan het einde van het seizoen zaten er bijna geen Suzuki-onderdelen meer op of aan. De eerste echte Cagiva verscheen in 1980 aan de start van de GP in Duitsland, met Virginio Ferrari aan het stuur. Het frame was van de befaamde Nederlandse framebouwer, Nico Bakker. Virginio zou geen al te grote successen boeken met de machines. Diverse andere topcoureurs zouden bij de fabriek in dienst komen in de komende jaren zoals: Jon Ekerold, Juan Garriga, Didier de Radiguès, Ron Haslam, Raymond Roche en Randy Mamola. In 1991 werd de meervoudig wereldkampioen Eddie Lawson aangenomen. En hij deed, in 1992, tijdens de verregende Hongaarse GP, wat de broers al die jaren najaagden, winnen op een Cagiva tijdens een 500cc GP. Dit leverde Lawson buiten de eer, ook nog een Ferrari Testarossa op. Een jaar later deed John Kocinski het ook, het kunststukje winnen op een Cagiva, op het circuit van Leguna Seca in Amerika. Dat herhaalde Kocinski een jaar later in Oostenrijk, maar daarna was het afgelopen met het Cagiva-verhaal in de wegracerij.

Podiumplaatsen voor Cagiva
Coureur Jaar Plaats Grand Prix
Randy Mamola 1988 derde België
Eddie Lawson 1991 derde Italië
Eddie Lawson 1991 derde Frankrijk
Eddie Lawson 1992 eerste Hongarije
Doug Chandler 1993 derde Australië
John Kocinski 1993 eerste USA
John Kocinski 1994 eerste Australië
John Kocinski 1994 tweede Maleisië
John Kocinski 1994 derde Spanje
John Kocinski 1994 tweede Frankrijk
John Kocinski 1994 tweede USA
Doug Chandler 1994 tweede Argentinië
John Kocinski 1994 derde Argentinië
John Kocinski 1994 derde GP Europa

 

Eddie Lawson op de Cagiva

 

 

 

 

 

Na de inlijving van Ducati, in 1985, werden ook daarvan motoren toegepast. Cagiva verbeterde de Ducati-motoren sterk en binnen korte tijd werd Ducati weer een belangrijk merk. Ook Moto Morini, MV Agusta, TGM en Husqvarna werden uiteindelijk nog aan het concern van de stinkend rijke Castiglioni broers toegevoegd. 

 

*************************

 

Maar we waren gebleven, na dit stukje Cagiva racegeschiedenis, bij de Franse Grand Prix van 1981 op het circuit van Paul Ricard: 

 

Marco Lucchinelli, winnaar 500cc, met zoontje Christinano.

Ook door het bekende enthousiaste motorgevoel even opzij te schuiven, durven we met grote zekerheid te beweren, dat de 500cc wegrace GP's op dit moment een van de meest spectaculaire en aantrekkelijke vormen van sport ter wereld is. De machtsstrijd tussen de diverse fabrieken, en de coureurs onderling, maakt van de koningsklasse een schouwspel, waarbij geen zinnig mens van te voren een winnaar kan aanwijzen en de halveliterrace op Paul Ricard vormde daarop geen uitzondering. Na de start namen Barry Sheene en Kenny Roberts met hun fabrieks-Yamaha's het heft in handen, gevolgd door Ballington, Mamola, Lucchinelli, Kawasaki, Middelburg en Crosby, terwijl Van Dulmen pas als elfde voorbij de pitstraat kwam. Hoewel het tempo van beide kopmannen, die ondertussen van plaats hadden gewisseld erg hoog lag, kwam Lucchinelli (door honderden per bus uit La Spezia aangevoerde fans aangemoedigd) opzetten om in de vijfde ronde Sheene van de tweede plaats te verdringen en een ronde later de kop van Roberts over te nemen. Kenny vocht terug en pakte 'Lucky' de eerste plek weer af om twee ronden als leider langs te komen, maar toen stuurde de Italiaan zijn fabrieks-Suzuki definitief langs de titelverdediger, die samen met Sheene werd bedreigd door Mamola en Crosby. De Gallina-coureur wist vanaf dat moment een kleine voorsprong op te bouwen en de wegslippende Yamaha van Roberts maakte duidelijk, dat zijn Good-Year banden niet tegen het hoge tempo waren opgewassen. De eerste uitvallers waren toen al geteld, want Franco Uncini viel uit met een kapotte krukas, terwijl Takazumi Katayama zijn Honda niet erg elegant neerlegde en de viertakt zelfs in brand geraakte. Den Boet tikte aan bij beide fabriekscoureurs Kawasaki en Ballington. Jack Middelburg reed een eenzame wedstrijd. Met alleen fabriekscoureurs voor hem, draaide hij met de Sarome-Suzuki op een negende plaats (als beste privé-rijder uiteraard) in de wetenschap dat voor hem toch niet meer eer te behalen valt. We kunnen ons de tijden herinneren, dat hij daar absoluut geen genoegen mee had genomen, zoals bijvoorbeeld een jaar eerder op Paul Ricard, toen hij onderuit ging, in zijn jacht naar meer. Mocht er dit jaar ergens sneller materiaal vrijkomen dan is Jack de aangewezen man, maar zijn geduld wordt ondertussen wel op de proef gesteld. Aan de kop van het lange veld, kon Lucchinelli beheerst zijn voorsprong behouden, maar knokten de achtervolgers, van wie Crosby een zeer sterke indruk maakte, om de tweede plaats, die tenslotte bij Mamola (stalorders?) terecht zou komen met een voorsprong van 0,4 seconde. Ook Sheene kende problemen met zijn achterband, doch ze waren niet van dien aard dat hem een vierde plaats kon worden ontnomen, terwijl Roberts vijfde werd. Den Boet toonde zich een ware vechtjas door met zijn semi-fabrieks Yamaha het duel met Ballington en Kawasaki niet te schuwen en de IMN-rijder kwam in de voorlaatste ronde voor Kawasaki, maar net achter Ballington door. 

Valpartij van de Fransman, Hervé Guilleux in de 500cc.

1981_GP_FrankrijkStu_Avan_Marc_Fontan_.jpg (30492 bytes)

Stu Avant voor Marc Fontan.

wpe1E.jpg (21395 bytes)

Randy Mamola voor Barry Sheene.

In de laatste omloop bleek ook dat zijn Michelin's niet tegen het geweld waren opgewassen en stond hij een keer dwars, zodat Kawasaki voor Ballington en Van Dulmen, zesde werd. Achter negende man Middelburg eindigde Fontan als tiende, nadat zijn teamgenoot Sarron weer eens was gevallen en werd Seppo Rossi uit Finland elfde voor Bernard Fau, wiens tijdelijke Zago-teamgenoot Mike Baldwin al in de opwarmronde met een vastloper was blijven staan. Sergio Pellandini werd 13e voor de Fin Kimmo Kopra en de Italiaan Walter Migliorati. Er zouden 24 rijders de finish halen in Frankrijk. Lucchinelli, overgelukkig en erg opgelucht na zijn tweede GP-zege in totaal: 'Ik moest zo snel mogelijk zien om tussen Kenny en Barry weg te komen, omdat ze anders elkaar hadden kunnen helpen. Iedere keer toen ik achterom keek zag ik een andere kleur helm op de tweede plaats en steeds dacht ik dat er iemand dichter bij me in de buurt zou komen'. De verslagen wereldkampioen reageerde als volgt op onze vraag of men niet van tevoren de juiste slick had kunnen vinden: Wij moeten zowel twee nieuwe machines alsook drie soorten bandencompounds testen. Dat is gewoon een beetje teveel, maar het is geen excuus. Marco reed gewoon fantastisch.
                

 

 

 

 

De races waren dit seizoen stuk voor stuk ongemeen spannend en zeer spectaculair. De machtsstrijd tussen de fabrieken en de coureurs onderling, maakte dit jaar van de koningsklasse telkens een schouwspel, waarvan de winnaar niet van te voren aan te wijzen was.

 

 

 

24-05-1981 nationale races Venhuizen

1981_Venhuizen.jpg (36494 bytes)                   

Na thuiskomst reed Jack nog de nationale 500cc wedstrijd in Venhuizen, waar hij Willem Zoet, net terug van een sleutelbeenbreuk opgelopen in Frankrijk, ver voor bleef en de eerste plaats in de wacht sleepte.

1981_Venhuizen_nat.kamp_Jack_01_.jpg (146363 bytes) 1981_Venhuizen_nat.kamp_Jack_02_.jpg (123062 bytes) 1981_Venhuizen_nat.kamp_Jack_00_.jpg (126747 bytes) 1981_Venhuizen_nat.kamp_Willem_Zoet_Jack_Wim_ten_Klooster_02_.jpg (133345 bytes) 1981_Venhuizen_nat.kamp_Willem_Zoet_Jack_Wim_ten_Klooster_01_.jpg (143018 bytes)

© foto's Toon Kannekens  

                 wpe59.jpg (41292 bytes)

wpe2F.jpg (21999 bytes) 1981  98.jpg (52678 bytes) wpe3E.jpg (35281 bytes) wpe4B.jpg (49575 bytes) wpe4F.jpg (21496 bytes)

Voor de start met manager Jan Muis.

Start met Willem Zoet en Jack op de voorste rij.

Circuit Venhuizen

Na de race direct een shaggie.

© foto's Jeff de Lange

 

1981  18.jpg (20326 bytes) wpe44.jpg (17993 bytes)

Johan "Bobo" van Eijk in Venhuizen   

© foto's Johan Blom

 

31-05-1981 Grand Prix Joegoslavië, Rijeka

 Moeder Dien bekijkt verwonding.

Op 1 juni 1981 was er schokkend nieuws te melden vanuit Joegoslavië. Jack was tijdens de training gevallen, door een vastloper van zijn Suzuki, en had 2 middenhandsbeentjes gebroken (bijna altijd brak Jack wel wat als hij viel, nu ook het ging zeer rustig want hij was een nieuw blok aan het inrijden, maar keek net achterom, toen zijn motor vastliep, om anderen niet in de weg te rijden) en kon nu niet alleen niet aan de GP van Joegoslavië deelnemen, maar ook niet aan de lucratieve races die er aan zaten te komen. En aangezien Jack de startgelden van deze races nodig had om zijn seizoen rond te breien, besloot onze "vliegende kassenbouwer" te stoppen met racen. Noodgedwongen door financiële problemen. Anders dan bij Hartog een maand eerder, die hoefde het niet voor het geld te doen, want dat had hij in "overvloed". Juist de komende races in Raalte, Tubbergen, Chimay en evt. het Eiland Man had Jack nodig in het seizoen. Het mislopen van de startgelden voor die meest lucratieve races van het seizoen kosten hem circa 40.000 gulden en dat was toen in die tijd echt een smak geld (vind ik overigens nu ook nog wel een aardig bedrag, maar goed). De schade aan de Suzuki bedroeg ook nog eens een 6.000 gulden en er was net die week voor 10.000 gulden aan onderdelen gekocht bij Suzuki. Jack zou nog overwegen of hij zou starten in de TT van Assen, maar dan zou het over zijn. De altijd vrolijke Westlander was nu erg somber. In die tijd was er een flinke recessie in Nederland aan de gang en Jack's broodwinning, de kassenbouw, lag ook volledig op zijn gat. Dus ook zijn financiële toekomst buiten het racen was niet om erg vrolijk van te worden. 

Kranten 01 juni 1981

 

Ook het nieuws van de dood van Michel Rougerie kwam hard aan. De 31-jarige Fransman kwam ten val in de 350cc klasse, waar hij dit jaar naar was overgestapt vanuit de halveliterklasse, maar stond ongedeerd op. Had hij blijven staan was er niets gebeurd, maar nu deed hij een fatale stap. Zijn land- en teamgenoot Roger Sibille kon hem niet meer ontwijken en sleurde hem mee. Exact hetzelfde had Michel Rougerie een jaar eerder op Silverstone meegemaakt met land- en ook teamgenoot Patrick Pons, maar toen was het de coureur Rougerie die zijn maat niet kon ontwijken. Nu was hij zelf het slachtoffer, hoe bedoel je, déjà vu.... Voor Frankrijk was het al het zoveelste gemotoriseerde dodelijke slachtoffer in een jaar tijd. Eerst Olivier Chevallier, Formule I topper Patrick Depailler, Patrick Pons, (lange-afstandrijders Christian Léon en Jean-Bernard Peyre, later dat jaar) en nu dus Rougerie. De race in de 500cc klasse werd gewonnen door Mamola voor Lucchinelli en Roberts. Verder stopte Honda na Joegoslavië met het miljoenen verslindende viertaktproject. Takazumi Katayama en de hele grote crew zouden niet meer terugkeren. Het was op een debacle uitgelopen. Willem Zoet reed zijn eerste GP van het seizoen, na zijn blessure, en kwam tijdens de training ten val, maar wist zich met een 21e tijd wel te plaatsen voor de race waarin hij op een mooie 14e plaats eindigde. Christian Sarron reed overigens weer een fabrieks Yamaha plat. Verder kwamen o.a. ook Virginio Ferrari, Kork Ballington (training) en Marc Fontan ten val van de toppers. 

Joegoslavië: Jack bespreekt met Boet zijn val/verwonding.

Jack met Berry Zand-Scholten (verslaggever Telegraaf) en Hans Valstar (vriend & manager).

 
wpe7.jpg (34970 bytes)

Joegoslavië, Rijeka, gevecht in de middenmoot in de 500cc klasse: met o.a. Sadao Asami, Japan (#16), Philippe Coulon, Zwitserland (#17), Seppo Rossi, Finland (#35), Franck Gross, Frankrijk (#50), Carlo Perugini, Italië (#20), Josef Hage, Duitsland (#23), Michael Schmied, Oostenrijk (#31), Gianni Rolando, Italië (#54), Mike Baldwin, Amerika (#57) en Guido Paci, Italië (#56).

Jack Middelburg stopt na Assen

Ik ben het zat. Dit schiet niet op. Ik wil niet in één keer stoppen, maar in Assen rijd ik mijn laatste wedstrijd. Dat ben ik ten opzichte van mijn fans verplicht', aldus een moedeloos gestemde Jack Middelburg op zondag tijdens de GP van Joegoslavië, die hij als toeschouwer noodgedwongen bijwoonde. 'De Briet' ziet het niet meer zitten en als we zijn woorden mogen geloven hebben we binnen korte tijd van de 'grote drie' alleen nog Boet van Dulmen over, omdat Hartog en Middelburg de pijp aan Maarten hebben gegeven. Hoe is het zover gekomen? Simpel. Tijdens de tweede training liep de Suzuki van Jack vast en werd de coureur uit het zadel geworpen. Aanvankelijk leek het ongeluk beperkt tot financiële schade en een gekneusde pols, doch later kwam naar voren, dat twee middenhandsbeentjes waren gebroken. Dit betekent, dat Jack zowel Tubbergen, Chimay als Raalte moet missen en dat zijn juist de races waarin hij goed geld kan verdienen. Middelburg: 'Die financiële klapper kan ik nu niet maken en daarna volgen weer de dure GP's, waar je als privé-coureur altijd geld moet bijleggen. Deze valpartij heeft mij de das omgedaan. Ik kan het financieel niet meer bolwerken'. Jack kan het zich, ondanks de steun van Sarome, die niet als volledige sponsor optreedt, niet langer permitteren om de hoge kosten, zoals motoren, onderdelen, een monteur plus reis- en verblijfkosten, te dekken. Met het vertrek van de man uit Honselersdijk zal niet alleen Nederland als motorsportland een enorme stap terug hebben gedaan, maar verliest het GP-circus meteen de beste privé-coureur van dit moment.

Randy Mamola winnaar Joegoslavië

wpe27.jpg (25063 bytes)Ondanks de eclatante zege van Randy Mamola, die Marco Lucchinelli en Kenny Roberts vooraf ging in de 500 cc klasse en daarmee zijn puntenvoorsprong op de titelverdediger tot acht wist uit te bouwen, is de Joegoslavische GP een zonnig evenement met een schaduwzijde geworden. De dood van Michel Rougerie, het aangekondigd vertrek van Jack Middelburg, de afwezigheid van Honda en de blessures van Ballington en Sarron, waren daar debet aan.
Positieve dingen gebeurden voor Toni Mang, die zijn aartsrivaal Jon Ekerold in een rechtstreeks duel versloeg en Ricardo Tormo, die wederom Stefan Dörflinger de weg wees, terwijl Theo Timmer knap vierde werd. Jongeling Loris Reggiani versloeg Pier-Paolo Bianchi in een keihard 125 cc duel, nadat Angel Nieto en Guy Bertin waren gevallen. 

                              De training: vele niet-starters
Voordat de officiële tijdstrainingen voor de Joegoslavische GP op het prachtige, maar helaas qua secundaire faciliteiten nog lang niet complete, circuit van Rijeka, waren begonnen, waren twee namen al uit de deelnemerslijst geschrapt: Takazumi Katayama en Christian Sarron. De Honda-fabrieksrijder was niet in het land aan de Adriatische Zee aanwezig, omdat zijn machines ontbraken. De Honda-renstal heeft zich voorlopig van de circuits teruggetrokken en het is de vraag wanneer we die zullen terugzien en waarmee. Katayama bevindt zich op dit moment in Japan en er zullen ongetwijfeld harde woorden worden gewisseld over de toekomst. Doorgaan met een gebed zonder einde (de NR 500) of het inzetten van een tweetaktmachine, die misschien tegen de gevoelens van de oude heer Honda indruist, en indirect het falen van het NR-project benadrukt, maar dat met goede resultaten wel eens zou kunnen compenseren. Het laatste gerucht dat de ronde deed was de komst van een Honda tweetaktracer, die misschien in Assen of Silverstone haar primeur mag beleven. Sarron kwam ten val tijdens de vrije trainingen en hij moest met een vingerblessure naar Frankrijk terug. Dat is niet de eerste keer dit jaar. De dag begon goed voor Jack Middelburg, die van de fabrieksjongens van Suzuki een serie nieuwe veren voor zijn achterdempers kreeg. Toch een beetje erkenning? Voorlopig kon Jack vooruit, evenals Franco Uncini, die met de '81 fietsen van Wil Hartog ter plekke was (een protoptype van de '82 productieracer). Uncini: 'Deze machines zijn gewoon niet met een RG6 (de oude fiets van Uncini, waar ook Jack mee reed) te vergelijken. Ze zijn lichter, sturen beter en hebben meer vermogen onderin. Het zal echter wel even duren voordat ik er aan gewend zal zijn'. Met een zesde trainingstijd vonden wij dat Franco goed gewend was. De pole-positie ging opnieuw naar Lucchinelli, die Roberts, Mamola, Crosby en Sheene voorafging met een tijd van 1.34.1. Van Dulmen stond als achtste genoteerd en was tevreden over zijn motor, maar niet over de 'platte' Michelin's. Kork Ballington wilde wel, maar kon niet starten. De Zuid-Afrikaan, in het programma keurig als Brit vermeld, kreeg tijdens de laatste training een vastloper en kon niet voorkomen dat een gekneusde voet het aanduwen van de Kawasaki onmogelijk maakte. Willem Zoet was weer terug van weggeweest. Ook hij kwam ten val, doch raakte niet gewond en plaatste zich als 21e. Ook de Italiaan Migliorati ging onderuit, zonder zich overigens ernstig te verwonden, bleef na een schuiver van 150 meter roerloos liggen en moest acht minuten op een ambulance wachten, waarmee werd aangetoond dat de organisatie tekort schoot, wat ook door o.a. Sheene, Lucchinelli en Eric Saul tijdens een onderhoud voor de pits werd verteld.

Uitslag & trainingstijden 500cc Rijeka

Pos

Rijder

Machine

Ronden

Tijd

Grid Trainingstijd

Lucchinelli en Mamola vieren feestje in Rijeka.

1

Randy Mamola

Suzuki

32

51:07.3

3e 1.34.7

2

Marco Lucchinelli

Suzuki

32

0.9

1e 1.34.1

3

Kenny Roberts

Yamaha

32

7.8

2e 1.34.6

4

Graeme Crosby

Suzuki

32

12.7

4e 1.35.0

5

Barry Sheene

Yamaha

32

22.5

5e 1.35.0

6

Giovanni Pelletier

Suzuki

32

1:13.5

13e 1.37.1

7

Boet van Dulmen

Yamaha

32

1:25.2

8e 1.36.3

8

Seppo Rossi

Suzuki

31

1 ronde

15e 1.37.4

9

Guido Paci

Yamaha

31

1 ronde

11e 1.36.9

10

Kimmo Kopra

Suzuki

31

1 ronde

24e 1.38.5

11

Dominique Pernet

Yamaha

31

1 ronde

26e 1.38.6

12

Bernard Fau

Suzuki

31

1 ronde

27e 1.38.6

13

Alain Röthlisberger

Suzuki

31

1 ronde

30e 1.39.1

14

Willem Zoet

Suzuki

31

1 ronde

21e 1.38.2

15

Franck Gross

Suzuki

31

1 ronde

22e 1.38.3

16

Børge Nielsen

Suzuki

31

1 ronde

31e 1.39.2

17

Josef Hage

Yamaha

31

1 ronde

34e 1.40.3

18

Marco Greco

Suzuki

30

2 ronden

32e 1.39.3

19

Carlo Perugini

Sanvenero

30

2 ronden

29e 1.39.1

20

Jochen Schmidt

Suzuki

30

2 ronden

35e --

-

Jack Middelburg

Suzuki

0

Niet gestart/blessure

16e 1.37.5

-

Sergio Pellandini

Suzuki

0

Engine

19e 1.38.0

-

Gianni Rolando

Lombardini

0

Engine

25e 1.38.5

-

Marc Fontan

Yamaha

0

Valpartij

7e 1.36.1

-

Philippe Coulon

Suzuki

0

Engine

20e 1.38.0

-

Sergio Bertocchi

Suzuki

0

Engine

23e 1.38.3

-

Christian Estrosi

Yamaha

0

Engine

33e 1.40.0

-

Franco Uncini

Suzuki

0

Engine

6e 1.36.0

-

Graziano Rossi

Morbidelli

0

Engine

9e 1.36.3

-

Jon Ekerold

Solo

0

Engine

17e 1.37.9

-

Kork Ballington

Kawasaki

0

Niet gestart/blessure

12e 1.37.0

-

Mike Baldwin

Suzuki

0

Valpartij

14e 1.37.4

-

Walter Migliorati

Suzuki

0

Opgave

18e 1.37.9

-

Sadao Asami

Yamaha

0

Engine

10e 1.36.8

-

Virginio Ferrari

Cagiva

0

Valpartij

28e 1.39.0

 

 

 

 

 

 

 

Poster 1981.jpg (122843 bytes)                          poster_1981.jpg (186451 bytes)

 

1981_Joegoslavie.jpg (254181 bytes) 1981_jack_met_Vanessa.jpg (126654 bytes) 1981_jack_en_Ergon.jpg (134992 bytes) 1981_Steun_Jack_Motor.jpg (182833 bytes) 1981_tussenstand_NK-500_Jack_reed_alleen_Hengelo.jpg (63308 bytes)
1981_affiche_met_foto_Boet_en_Jack_Tubbergen.jpg (125918 bytes)

1981_Jack_moet_Blijven.jpg (110059 bytes)

Een paar dagen na het bekendmaken van Jack dat hij wilde/moest stoppen, kwamen er hulptroepen op gang. De organisatie van Raalte begon een actie: "steun Jack Middelburg". Men zou van elk programmaboekje dat er tijdens de Raalte races werd verkocht 50 cent op de rekening storten en stortte al 5.000 gulden in één keer, totaal zou dat neerkomen op ongeveer 10.000 gulden. Later kwamen ook de motorbladen Motor en Moto'73 met acties om Jack te helpen. "Zangeres" Vanessa schonk al de royalty's van haar 'hit' "In the heat of the night" aan Jack en dat was nog niet in een tijd dat ze Hans had ontmoet en kon rondkomen van de miljoenen van de Free Record Shop. Ze had ook nog een vliegtuig gecharterd, die boven Raalte vloog, tijdens de races, met een spandoek erachter met daarop: 'Jack Beterschap, Vanessa". Daarbij kwam uiteindelijk Ergon Electric, een Apeldoorns installatiebedrijf, om de hoek kijken die de rest van het seizoen als co-sponsor zou optreden. Tevens zou Ergon mensen aanstellen om Jack professioneel te begeleiden m.b.t. commercie e.d. Ook was er de intentie om in 1982 door te gaan. Dit alles had tot gevolg dat Jack toch zijn carrière in de wegrace kon voortzetten. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DE TELEGRAAF, donderdag 4 juni 1981

Sombere Jack blijft knokken
(door Berry Zand Scholten)
Jack Middelburg, een van de vrolijkste motorcoureurs die het Nederlandse motorwereldje ooit heeft gekend, is nu de somberheid zelve. De winnaar van de TT van Assen, de coureur die het vorige jaar de internationale motorraces  op de Luttenbergring in Raalte naar zijn hand zette en die in 1980 twee maal werd verkozen tot 'motorsportman van het jaar', kijkt neer op de puinhopen van zijn carrière. Door twee gebroken beentjes in zijn rechterhand mist Jack Middelburg vijftigduizend gulden en deze schade heeft hem doen besluiten de handdoek in de ring te gooien. ,,Het gaat echt niet meer", zegt Jack Middelburg, ,,dat motorracen aan de top onbetaalbaar is geworden weet langzamerhand iedereen wel. ,,Met mijn sponsoring van Sarome kon ik dit seizoen toch behoorlijk meedoen, maar dan mocht er helemaal niets mis gaan. Ik had het precies uitgerekend. Ik zou mijn monteur Albert Siegers kunnen betalen, z'n sociale lasten kunnen voldoen als ik het start- en prijzengeld had gevangen in Raalte, Tubbergen en Chimay en als ik de schade in Joegoslavië niet had gehad. Maar nu heb ik de moed opgegeven. Het schiet toch niet op zo?" De anders, zelfs na pech en tegenslag, opgeruimde Middelburg, heeft de zaken met manager Jan Muis en vriend Hans Valstar weer eens op een rij gezet. Iedereen roept nu: ,,Middelburg stopt niet, die kan het racen toch niet laten!", maar Jack Middelburg, inmiddels 29 jaar, begint ook aan 'later' te denken en vooral aan het feit dat hij nog geen enkele basis heeft om zich in de toekomst van een boterham te verzekeren. In z'n oude stiel, de kassenbouwerij, is het inmiddels ook kommer en kwel. De man die twee maal drievoudig Nederlands kampioen werd, die het vorige jaar de jubileum-TT van Assen op zijn naam schreef is "los". Zijn naam ging over de hele wereld, maar de Grand Prix zege heeft hem niets opgeleverd. ,,Ik stop niet abrupt", zegt 'Jumping Jack', ,,omdat ik daarvoor te veel aan mijn sponsors en fans heb te danken. Ik wil graag in Assen afscheid nemen". Tegenslag en financiële perikelen hebben de tweede man van de "Grote Drie" doen besluiten om te stoppen. Definitief? ,,Natuurlijk zou ik graag het hele seizoen afmaken", zegt Jack,"maar ik kan toch moeilijk gaan racen met een hele colonne deurwaarders achter me aan". De man die alles in zijn achtjarige racecarrière heeft meegemaakt, die alle botten in zijn lichaam brak en toen volgens de Belgische arts Joan Derweduwen als "medisch wonder" de geschiedenis zal ingaan, is moe, doodmoe van alle tegenslag. Juist nu hij steeds hoger stijgt op de wereldranglijst, terwijl hij als privérijdertje, menig fabriekscoureur de loef afsteekt, slaat de pech keihard toe. De kwajongen Middelburg, die als negenjarig jochie met de Chevrolet van z'n opa dwars door de garagedeuren naar buiten reed, de man met de langste lijst van snelheidsovertredingen en de klassiek uitspraak tegen de rechter: Hard rijden is mijn vak, edelachtbare!", is de ellende moe.
 

 

ALGEMEEN DAGBLAD, vrijdag 5 juni 1981

Middelburg in een crisis
(door Hans de Bruijn)
Twee jaar geleden zat Boet van Dulmen helemaal aan de grond. Hij had in het Duitse Hockenheim voor achtduizend gulden aan onderdelen aan zijn motor aan gruzelementen gereden. Een gebroken mens ging toen tijdens de Grand Prix moedeloos op zijn helm zitten. Van Dulmen wilde stoppen. ,,Het gaat zo niet meer". Maar nog één keer gingen de schouders eronder. Drie maanden later won hij zijn eerste (en laatste GP) grote race in Finland. Zijn kostje was gekocht. De Yamaha-importeur voorzag hem met steun van de fabriek niet alleen van financiële middelen. De Nederlandse motorsport beleeft weer zo'n crisissituatie. TT-winnaar Jack Middelburg heeft zondag in Joegoslavië een voor zijn doen hoogst opmerkelijk besluit genomen: middenin het seizoen wil hij met racen stoppen. ,,Het geld is op. Ik wil wel doorgaan met racen, dolgraag zelfs, maar het kan niet meer". De mens had het, tijdelijk of niet, gewonnen van de pechvolle coureur, die zich sinds vorig jaar in Assen, niet ten onrechte, tot de vijf beste rijders ter wereld rekent, maar dat onvoldoende kan laten zien, door gebrek aan fabrieksmateriaal. ,,Wat schiet ik ermee op", verklaarde Middelburg wanhopig. ,,Een leeg spaarbankboekje en talrijke gebroken botten". Het bewijs ligt bij de hand. Terwijl hij in Joegoslavië aan het inrijden was en achterom keek om anderen niet in de weg te rijden blokkeerde zijn machine. De 29-jarige inwoner van Honselersdijk brak bij zijn val voor de zoveelste keer twee middenhandsbeentjes van zijn rechterhand. Een geluk bij een ongeluk zijn dat die "gunstig zijn gescheurd", volgens de Belgische "wonderdokter" Derweduwen, naar wie Jack onmiddellijk na terugkeer op Schiphol doorreed. Het herstel laat zich sneller aanzien dan verwacht en dat kan inhouden dat hij start in de Asser TT. De wil daartoe is in ieder geval terug. ,,Aan die race doe ik nog mee. Het kost geen geld en dan ben ik een te groot liefhebber van mijn sport om sponsor Sarome en al die anderen, die me gesteund hebben in de loop der jaren, in de steek te laten. Na de TT, als ik weer kriskras door Europa moet reizen, zie ik het echter niet meer zitten. Deze sport kost handenvol met geld. Ik weet niet meer waarvan ik het allemaal moet betalen. Kijk, het was allemaal nog wel gegaan, als ik die vervelende blessure niet had opgelopen. Volgens een berekening, die ik met manager Jan Muis, aan het begin van het seizoen had gemaakt, kon ik net uit de kosten komen. De startgelden van de internationale wedstrijden in Raalte, Tubbergen en het Belgische Chimay kan ik absoluut niet missen". Middelburg vermoedde, in Joegoslavië, dat zijn verwonding ernstiger zou zijn. Zijn optreden in Assen zou in gevaar komen en hij realiseerde zich dat zijn besluit om te stoppen een gevoelige snaar zou raken in de motorsport, omdat het stoppen van Hartog, nog vers in ieders geheugen ligt. Van de 'Grote Drie" zou dan alleen Van Dulmen nog overblijven. Middelburg, die tweede pinksterdag als eregast de races in Tubbergen bijwoont: ,,Ik heb mensen gesproken die zeggen dat ik dat niet kan. Zij hebben gedeeltelijk gelijk. Ik zal het vreselijk moeilijk krijgen, dat weet ik nu al. Maar ik zet door. Niemand kent me daar goed genoeg voor. Ik ben ook niet geholpen met een paar duizend gulden. Dat helpt niets. Het verhaal over de bijna tot de wereldtop doorgedrongen Jack Middelburg, zou onvolledig zijn, als niet duidelijk werd dat het financiële probleem slechts de halve waarheid is. De coureur zal zichzelf ook in bedwang moeten houden. Zijn levensstijl was geen punt toen er sponsors genoeg waren en het werk in de kassenbouw nog voor het oprapen lag. Naast het geld lijkt ook een veranderde instelling belangrijk. Lukt hem dat niet, dan blijft Jack Middelburg een "grootheid" op de motor, maar is hij ongeschikt voor het professionele racevak, waarin zwakheden genadeloos worden afgestraft en het besef leert dat de concurrent een rijder liever kwijt dan rijk is.