|
 
Klik linker foto voor
vergroting
Copyright Mark E. Vos
© foto Henk Keulemans
| 03-05-1981
Grand Prix Duitsland, Hockenheim

|
|
Deelnemers
500cc Hockenheim 1981 |
| 1. |
Kenny
Roberts (USA) |
12. |
Jon
Ekerold (Zaf) |
24. |
Peter
Ammann (D) |
35. |
Bernard
Fau (F) |
46. |
Seppo Rossi (SF) |
| 2. |
Randy Mamola (USA) |
14. |
Dale
Singleton (USA) |
25. |
Günter
Dreier (D) |
36. |
Hiroyuki
Kawasaki (J) |
47. |
Giovanni
Pelletier (I) |
|
3.
|
Marco Lucchinelli (I) |
15. |
Boet
van Dulmen |
26. |
Carlo Perugini (I) |
37. |
Keith
Huewen (GB) |
48. |
Christian Sarron (F) |
|
4.
|
Franco
Uncini (I) |
16. |
Sadao
Asami (J) |
27. |
Gregg
Hansford (AUS) |
38. |
John Woodley (Nzl) |
49. |
Marc
Fontan (F) |
|
5.
|
Graziano
Rossi (I) |
17. |
Philippe
Coulon (CH) |
28. |
Guy
Bertin (F) |
39. |
Michael
Schmid (A) |
51. |
Stu
Avant (Nzl) |
|
6.
|
Wil Hartog |
18. |
Michel Frutschi (CH) |
29. |
Steve Parrish (GB) |
40. |
Stefan
Klabacher (A) |
53. |
Raymond
Roche (F) |
|
7.
|
Barry
Sheene (GB) |
19. |
Sergio Pellandini (CH) |
30. |
Christian
Estrosi (F) |
41. |
Henk
de Vries |
54. |
Jean
Lafond (F) |
| 8. |
Graeme
Crosby (Nzl) |
20. |
Josef
Hage (D) |
31. |
Virginio
Ferrari (I) |
42. |
Dave Potter (GB) |
57. |
Walter
Migliorati (I) |
|
9.
|
Jack
Middelburg |
21. |
Gustav
Reiner (D) |
32. |
Peter
Sjöström (S) |
43. |
Dominique Pernet (F) |
61. |
Kimmo
Kopra (SF) |
| 10. |
Takazumi
Katayama (J) |
22. |
Gerhard
Vogt (D) |
33. |
Alex
George (GB) |
44. |
Stuart
Jones (GB) |
62. |
Wolfgang
von Muralt (CH) |
| 11. |
Kork Ballington (Zaf) |
23. |
Klaus Klein (D) |
34. |
Graeme Geddes (AUS) |
45. |
Alain
Roethlisberger (CH) |
|
|
Beelden
race op Youtube
 |
|
© foto
Manfred Mothes www.highsider.com |
Voor de tweede GP van het seizoen werd er
afgereisd naar Duitsland waar de krachten gemeten moesten worden op
Hockenheim. De vraag die bij de eerste GP was ontstaan of Roberts Yamaha
opgewassen was tegen de Suzuki's werd ondubbelzinnig beantwoord. In een
zeer spannend gevecht ging Roberts met een halve seconde verschil voor
Mamola en Lucchinelli over de streep. Lucchinelli was op kop de laatste
ronde ingegaan, maar in de laatste bocht voor het befaamde Motodrome
week hij even van de ideale lijn en Roberts maakte daar direct gebruik
van en ging dus als overwinnaar over de finish. En Jack, die deed het ook
fantastisch. Na een in de regen prachtige zevende trainingstijd op de klokken
te hebben gezet, tussen al het fabrieksgeweld, had hij een bliksemstart
bij aanvang van de race en ging als vijfde van de grid, het
was een start uit nijd, wat gebeurde er namelijk; Mamola en Roberts
waren beiden geblesseerd en mochten door hun monteurs aangeduwd worden.
Jack had dit ook gevraagd, om zijn geblesseerde been te sparen, maar
zijn verzoek werd niet gehonoreerd. De "grote jongens" wel en
hij niet, dus van nijd ging hij er explosief vandoor, zijn boosheid gaf
hem superkrachten. Echt een geval van klassenjustitie, de
fabrieksjongens werden gewoon ook hiermee bevoordeeld. Hij finishte als
achtste, als beste
privé-rijder, dit was echt meer dan perfect, aangezien hij ook nog een
keer rechtdoor was gegaan. De eer van beste privé-rijder had
hij in Oostenrijk nog net aan Franco Uncini moeten laten, maar nu hield
hij die achter zich. Hij wist met die achtste plaats ook nog enige
fabrieksmachines voor te blijven. Henk de Vries werd netjes 20e en
wist daarmee nog tien finishers achter zich te houden. Wil Hartog werd zeer
teleurstellend 14e en begon er over te denken om zijn race-overall aan
de wilgen te hangen en zich bezig te gaan houden met de grasdrogerij van
zijn vader in Abbekerk. Jack begon de hoop te koesteren om dan in
aanmerking te komen om Hartogs motoren te mogen berijden.
De training:
Goed en slecht nieuws voor Nederlanders.
U kent die grappen wel, met die goede berichten eerst, gevolgd door een
mededeling van miserabele strekking. Zo ongeveer lagen de verhoudingen in het Nederlandse kamp, want op vrijdag was het
één en al onheil wat de klok sloeg. De ellende begon in de vroege ochtenduren toen
KNMV-afgevaardigde Theo Bult aan Klaas Hernamdt kwam vertellen dat diens toestemming voor een start
in de 350cc klasse werd ingetrokken. Grote woede bij sponsor Henny ten Dam, die de starts voor Klaas zelf voor elkaar had gebracht,
toestemming van de bond had gekregen en plus een bevestiging van de club. Ten Dam: 'Wat wij op
professionele wijze voor elkaar brengen, wordt door de KNMV op amateuristische wijze
weer afgebroken. Dit is je reinste broodroof en ik denk erover om een kort geding aan te spannen'. Rinus van
Kasteren, die
op de grading-list van de 350cc klasse een hogere plaats inneemt dan Hernamdt,
kon nu wel aan de training deelnemen, nadat hij aanvankelijk niet was
geaccepteerd. Misschien was door dit nare voorval de druk voor Van Kasteren wel te groot geworden, want hij viel tijdens de trainingen maar liefst drie keer en men moest in het Pulshaw-kamp hard
werken
om van twee motoren één goede voor de wedstrijden samen te stellen. De
prestaties van Klaas Hernamdt zijn in 1980 in de GP's nu eenmaal niet zo
overtuigend geweest en het is een probleem om voldoende Nederlanders in de
middenklassen een kans te geven. Van Kasteren wil, net als Hernamdt, aan alle
GP's deelnemen en dat geldt eveneens voor Mar Schouten, die afgelopen weekend
ook buitenspel stond. Alleen Peter Looijesteyn kon in beide klassen aantreden, hij maakte zich
voorlopig waar, waardoor de verdeling tussen de starts tot de overige drie rijders beperkt
blijft.
Goed onderling overleg, in samenwerking met de KNMV lijkt broodnodig, zeker om de
onderlinge verhoudingen tussen de Nederlandse coureurs, die elkaar in het
buitenland vaak hard nodig hebben, niet te doen verslechteren. Een ander probleem
vormde de start van Egbert Streuer. KNMV bondsarts
De
Vries achtte de Assenaar niet fit na zijn maagoperatie in Zwitserland, terwijl Egbert met
medische verklaringen van de chirurg en een dokter uit Assen stond te zwaaien. Hij zou uiteindelijk toch niet van start mogen gaan. Terug naar de eigenlijke training, die in de
500cc
klasse op een kletsnatte baan goed verliep voor Van Dulmen. Hij kwalificeerde zich als derde, doch
zei meteen dat een droog circuit geen belemmering zou vormen om ook snel te
gaan. Roberts stond ook op de eerste startrij genoteerd voor rivaal Randy Mamola, en
Michel Frutschi, op dezelfde fabrieksmachine als Boet, Lucchinelli en (tussen al
dat fabrieks- en semi-fabrieksgeweld) Jack Middelburg. Christian Sarron had de achtste
startplaats, naast Jack, moeten bezetten, maar hij vloog in de laatste training op
een nare manier van de motor en met kneuzingen plus een gebroken pink, lijkt
er aan de lijdensweg van de Fransman geen eind te komen. Ook Hartog zat in de problemen en met een 21ste
tijd bleek dat hij nog lang niet uit de mechanische tegenvallers, die nu ook mentaal gaat
doorwerken, is gekomen. Favoriet in eigen land, Toni Mang, stond op pole-positie in de kwartliterklasse
voor Patrick Fernandez en de Duitser Haul. In de ene echt droge training ging de
Rota van Looijesteyn kapot, doch evenals Van Kasteren, had hij het geluk, dat er meer den veertig
(!) rijders mochten starten,
zodat
in alle klassen de totale Nederlandse afvaardiging aan de races kon deelnemen. In de 350cc klasse was Fernandez de snelste
voor Baldé, Ekerold, Head en Mang. Een goed debuut maakte de 125cc Ega van Henk van
Kessel, die zich als veertiende kwalificeerde, en dat zal vele privé-MBA rijders hebben verrast.
Een compleet nieuwe motorfiets die er in één keer bij zit is nu eenmaal een
uitzondering, of hij moet Yamaha of Suzuki heten! In de 50cc klasse wekten de goede tijden van
Theo Timmer en George Looijesteyn hoge verwachtingen en bij de driewielers stond
het bekende trio Biland-Taylor-Michel weer op de eerste rij. Van de Ven zijn
bakkenist, Troeyen, greep
tijdens de training een keer
mis en een val veroorzaakte twee gekneusde enkels. De equipe zou desondanks aan de start
verschijnen, maar niet finishen.
|
|
|
Hiroyuki
Kawasaki, Barry Sheene & Jack. |
Jack
naar mooie 8ste plek tussen heel veel fabrieksmachines. |
 |
|
Roberts,
Lucchinelli & Mamola, de leiders. |
Wie zou zijn machine als eerste aan de praat krijgen en kon de verworven
startpositie als beste uitbuiten. Met zeven fabrieksmotoren (inclusief de Honda van
Katayama op de zeventiende plaats) en net zo'n groep semi-fabrieksmachines zou
een slechte start funest kunnen zijn en de concentratie van de coureurs was
voelbaar in de zonovergoten coulissen van het Motodrome. Crosby, Ballington en Roberts
schoten als een raket op de eerste rechterbocht af, met in hun kielzog Jack
Middelburg. De hele meute kwam weer in het zicht van de
toeschouwers en het gejuich stak op, want zo'n grote kluwen rijders bij elkaar beloofde veel
goeds. Ballington maakte als eerste een foutje en ging rechtdoor, waarna hij
later de
race zou staken omdat zijn kansen verkeken waren. Aan de kop kon 'Jumping Jack'
zich even handhaven, maar moest toen Roberts, Mamola, Crosby en Lucchinelli laten gaan,
door het enorme verschil in snelheid van deze fabrieksjongens t.o.v. de Suzuki
van Jack. Van Dulmen, op zijn ook veel snellere fabrieksmachine kreeg
aansluiting bij deze fabrieksmachines, alsof hij daar al jaren thuis hoorde.
Jack moest ondertussen toestaan hoe zijn Sarome-Suzuki werd opgeslokt door
Hiroyuki Kawasaki (met de
fabrieks-Suzuki dus), Michel Frutschi en Barry Sheene. Daarachter bevond zich
Franco Uncini, terwijl Marc Fontan en Sadao Asami als een haas op hem inliepen. Zowel in
het eerste gelid als bij de tweede groep wisselden de posities zo'n beetje bij iedere
bocht en werd een hogeschool staaltje van racen weggegeven, aangewakkerd door de toejuichingen van de
enthousiaste toeschouwers, waaronder veel buitenlanders te vinden waren. Graeme Crosby was de
eerste die problemen kreeg en met een haperende versnellingsbak (in de laatste
ronde nog versterkt met een klemmetje) moest hij zelfs net buiten de punten vallen.
Boet koos voor de zekerheid van een vierde plaats achter de nog steeds van
positie wisselende Mamola, Roberts en 'Lucky'. De nieuwe Yamaha van Kenny liep als een speer, maar de
handelbaarheid in de bochten was niet optimaal, waardoor beide Suzuki-kemphanen
veel goed konden maken. Hoe hard ze het ook probeerden, in de laatste aanloop
naar het Motodrome zette 'King Kenny' het gas wagenwijd open en de marge, die
hij voor de laatste bochtenpartij had opgebouwd, bleek voldoende. Mamola kwam,
met een nog steeds vermoeide rechterhand, net voor 'Lucky' over de streep,
terwijl Boet de vierde plaats definitief incasseerde. Jack was een keer rechtdoor
gegaan, omdat zowel hij als Sheene iedereen eruit wilde remmen, maar kon toch achter de lichtere en qua vermogen
superieure machines van Frutschi, Sheene en Kawasaki de achtste plaats innemen en dat is
misschien wel meer dan er met een RG 6 eigenlijk inzit in een veld van veertien fabrieksmachines. Fontan en Uncini completeerden de eerste tien en Asami, Coulon,
Crosby, Hartog en Roche maakten de eerste 15 compleet. Wil Hartog (veertiende) kon geen goede
indruk maken en het is geen prettige zaak om door het dal te gaan, als je bijna boven op de berg bent
geweest. De 50cc werd gewonnen door de Zwitser Stefan Dörflinger, George
Looijesteyn werd heel fraai vijfde en met een 15e plaats deed Jos van Dongen het
ook erg goed, in zijn eerste GP ooit. De 125cc was voor veelvraat Angel Nieto,
met de Nederlanders goed vertegenwoordigd: Henk van Kessel (6e), Anton Straver
(16e), Jan Huberts (18e) en Theo Timmer (22e). De 250cc en 350cc werden beiden
gewonnen door Anton Mang, met in de 350cc Peter Looijesteyn die van een
negenendertigste plaats wist op te rukken tot een achtste aan de finish! Verder
wisten er in deze twee klassen geen Nederlanders te finishen.
 |
 |
 |
 |
|
Kenny
Roberts (#1), Marco Lucchinelli (#3), Randy Mamola (#2) en
Graeme Crosby (#8). |
Jon
Ekerold (#12), Philippe Coulon (#17), Wil Hartog (#6), Peter
Sjöstrom (#32) & Michel Frutschi (#18). |
 |
 |
 |
 |
|
Kenny
Roberts (#1), Marco Lucchinelli (#3), Randy Mamola (#2) gaan
voor de winst in Hockenheim |
 |
 |
 |
 |
|
Jack |
Marco
Lucchinelli achter Jack. |
Franco
Uncini |
 |
 |
 |
 |
|
Michel
Frutschi (#18), Graeme Crosby (#8), Barry Sheene (#7) &
Hiroyuki Kawasaki (#36). |
Barry
Sheene (#7) & Hiryuki Kawasaki (#36). |
Hiroyuki
Kawasaki (#36), Jack & Michel
Frutschi (#18). |
Bernard
Fau (#35), Pernet (#43), Virginio Ferrari (#31). |
Podium
50cc: Hans Hümmel (2e), Stefan
Dörflinger, Rudolf Kunz (3e).
|
Boet
& Jack |
 |
 |
 |
|
Podium
500cc: Mamola, Roberts & Lucchinelli. |
Podium
250cc: Carlos Lavado, Toni Mang & Roland Freymont. |
Podium
500cc: Mamola, Roberts & Lucchinelli. |
|
|
|
|
|
©
foto's Toon Kannekens
|
|
|
|
Hier
een volledig verslag van de GP van Hockenheim
|

|
3
mei 1981, Grand Prix Duitsland, circuit Hockenheim
|
|
Trainingstijden
500cc |
Probleem |
Ronde |
Uitslag
500cc |
| 1. |
Graeme Crosby |
Nzl |
Suzuki |
2.12.45 |
|
1. |
Kenny
Roberts |
USA |
Yamaha |
42.04.70 |
| 2. |
Boet van Dulmen |
NL |
Yamaha |
2.13.40 |
2. |
Randy Mamola |
USA |
Suzuki |
42.05.14 |
| 3. |
Kenny
Roberts |
USA |
Yamaha |
2.13.67 |
3. |
Marco Lucchinelli |
I |
Suzuki |
42.05.39 |
| 4. |
Randy Mamola
|
USA |
Suzuki |
2.13.70 |
4. |
Boet van Dulmen |
NL |
Yamaha |
42.21.67 |
| 5. |
Michel Frutschi |
CH |
Yamaha |
2.13.87 |
5. |
Michel
Frutschi |
CH |
Yamaha |
42.36.31 |
| 6. |
Marco Lucchinelli
|
I |
Suzuki |
2.14.02 |
6. |
Barry
Sheene |
GB |
Yamaha |
42.37.26 |
| 7. |
Jack
Middelburg |
NL |
Suzuki |
2.14.07 |
7. |
Hiroyuki Kawasaki |
J |
Suzuki |
42.40.09 |
| 8. |
Christian Sarron
|
F |
Yamaha |
2.14.11 |
8. |
Jack
Middelburg |
NL |
Suzuki |
42.44.46 |
| 9. |
Kork Ballington |
Zaf |
Kawasaki |
2.14.83 |
Machine |
Ronde
9 |
9. |
Marc
Fontan |
F |
Yamaha |
42.55.64 |
| 10. |
Franco
Uncini |
I |
Suzuki |
2.14.84 |
|
10. |
Franco Uncini |
I |
Suzuki |
42.57.93 |
| 11. |
Hiroyuki Kawasaki |
J |
Suzuki |
2.14.84 |
11. |
Sadao
Asami |
J |
Yamaha |
43.07.14 |
| 12. |
Barry
Sheene |
GB |
Yamaha |
2.15.00 |
12. |
Philippe
Coulon |
CH |
Suzuki |
43.08.77 |
| 13. |
Sadao
Asami |
J |
Yamaha |
2.15.88 |
13. |
Graeme
Crosby |
Nzl |
Suzuki |
43.09.76 |
| 14. |
Philippe Coulon |
CH |
Suzuki |
2.16.33 |
14. |
Wil
Hartog |
NL |
Suzuki |
43.33.42 |
| 15. |
Marc
Fontan |
F |
Yamaha |
2.16.39 |
15. |
Raymond
Roche |
F |
Suzuki |
43.35.29 |
| 16. |
Giovanni Pelletier |
I |
Suzuki |
2.16.60 |
Machine |
Ronde
11 |
16. |
Kimmo
Kopra |
SF |
Suzuki |
43.35.55 |
| 17. |
Takazumi Katayama |
J |
Honda |
2.16.83 |
Machine |
Ronde
4 |
17. |
Peter
Sjöström |
S |
Suzuki |
43.39.01 |
| 18. |
Walter
Migliorati |
I |
Suzuki |
2.17.09 |
|
18. |
Walter
Migliorati |
I |
Suzuki |
43.41.09 |
| 19. |
Christian
Estrosi |
F |
Yamaha |
2.17.56 |
19. |
Christian
Estrosi |
F |
Yamaha |
43.44.71 |
| 20. |
Jon Ekerold |
Zaf |
Sol |
2.17.63 |
Machine |
Ronde
2 |
20. |
Henk
de Vries |
NL |
Suzuki |
44.06.54 |
| 21. |
Wil
Hartog |
NL |
Suzuki |
2.17.75 |
|
21. |
Sergio
Pellandini |
CH |
Suzuki |
44.09.81 |
| 22. |
Peter
Sjöström |
S |
Suzuki |
2.18.08 |
22. |
Alain
Roethlisberger |
CH |
Suzuki |
44.36.51 |
| 23. |
Dave Potter |
GB |
Suzuki |
2.18.09 |
Machine |
Ronde
10 |
23. |
Josef
Hage |
D |
Yamaha |
1
ronde |
| 24. |
Keith Huewen |
GB |
Suzuki |
2.18.11 |
|
24. |
Michael
Schmid |
A |
Suzuki |
|
| 25. |
Kimmo
Kopra |
SF |
Suzuki |
2.18.27 |
25. |
Bernard
Fau |
F |
Suzuki |
| 26. |
Adelio Faccioli |
I |
Suzuki |
2.18.36 |
26. |
Dominique
Pernet |
F |
Yamaha |
| 27. |
Henk
de Vries |
NL |
Suzuki |
2.18.40 |
27. |
Gerhard
Vogt |
D |
Suzuki |
| 28. |
Wolfgang von Muralt |
CH |
Yamaha |
2.18.48 |
Machine |
Ronde
2 |
28. |
Günter
Dreier |
D |
Suzuki |
| 29. |
Sergio
Pellandini |
CH |
Suzuki |
2.18.50 |
|
29. |
Marco
Grecco |
BR |
Suzuki |
| 30. |
Bernard
Fau |
F |
Suzuki |
2.18.59 |
30. |
Virginio
Ferrari |
I |
Cagiva |
| 31. |
Stu
Avant |
Nzl |
Suzuki |
2.18.73 |
Machine |
Ronde
9 |
|
| 32. |
Klaus Klein |
D |
FKN |
2.19.46 |
Machine |
Ronde
6 |
| 33. |
Graziano Rossi |
I |
Suzuki |
2.19.50 |
|
| 34. |
Peter Ammann |
D |
Suzuki |
2.20.34 |
| 35. |
Jean Lafond |
F |
Suzuki |
2.20.56 |
| 36. |
Dale Singleton |
USA |
Yamaha |
2.20.63 |
| 37. |
Dominique
Pernet |
F |
Yamaha |
2.20.70 |
| 38. |
Michael Schmid |
A |
Suzuki |
2.20.83 |
| 39. |
Raymond
Roche |
F |
Suzuki |
2.20.93 |
| 40. |
Virginio
Ferrari |
I |
Cagiva |
2.21.04 |
| 41. |
Josef
Hage |
D |
Yamaha |
2.21.53 |
| 42. |
Gerhard Vogt |
D |
Suzuki |
2.21.93 |
| 43. |
Marco
Grecco |
BR |
Suzuki |
?? |
| 44. |
Günter
Dreier |
D |
Suzuki |
?? |
| 45. |
Marco
Grecco |
BR |
Suzuki |
?? |
| 46. |
Alain
Roethlisberger |
CH |
Suzuki |
?? |
| 47. |
Mike Baldwin |
USA |
Suzuki |
?? |
Machine |
Ronde
4 |
| 48. |
Seppo
Rossi |
SF |
Suzuki |
?? |
Machine |
Ronde
5 |
| 49. |
Stefan Klabacher |
A |
Yamaha |
?? |
Machine |
Ronde
2 |
|
DE
TELEGRAAF, zaterdag 9 mei 1981 |
| Maak
racen betaalbaar! |
| Hoe
krijgen we opvolgers voor de 'Grote Drie'? (door
Berry Zand Scholten) |
|
Als
de "Grote Drie" zijn weggevallen, zal er een groot vacuüm
ontstaan in de Nederlandse wegracesport. Ik zou één, twee, drie geen
opvolgers kunnen aanwijzen voor Wil, Jack en Boet!" De woorden
van racemanager Ton Riemersma echoën nog na. In de rennerskwartieren
is iedereen nog verbouwereerd over het besluit van Wil Hartog om
onmiddellijk te stoppen. Er klinkt zo af en toe een zorgelijk geluid
in de Nederlandse wegracegelederen, maar dat wordt direct overstemd
door de juichkreten, als 'Jumping Jack' of 'Den Boet' weer een
schitterende race hebben gereden. Natuurlijk, Boet van Dulmen staat
derde op de wereldranglijst op zijn fabrieksmachine en Jack Middelburg
is op dit moment de allerbeste privé-rijder ter wereld. Maar wat
gebeurt er als zij ook wegvallen? Staan de troonopvolgers te trappelen
van ongeduld? Motorsportverslaggever Berry Zand Scholten zet, aan de
vooravond van de belangrijke Grand Prix van Italië, de wegracezaken
op een rijtje.
,,Het is bijna niet
meer te doen", zei Jack
Middelburg enkele maanden geleden al, als je tegenwoordig begint in de
wegracerij, moet je ongeveer een verhuiswagen vol geld meenemen!"
Yamaha-importeur Hans Moerkerk: Het is waar. Het Grand Prix racen is
waanzinnig duur geworden en de technische ontwikkelingen gaan bijna
nog sneller dan de motoren waarvoor zij zijn geschapen. Wat niet
wegneemt dat er best kansen en mogelijkheden zijn voor het
wegracetalent in Nederland. We moeten alleen meer betaalbare klassen creëren,
waardoor er een bredere onderbouw ontstaat. Nee, ik geloof niet dat
Wil, Jack en Boet momenteel opvolgers hebben. Misschien zijn er
Nederlandse cracks in de kleinere klassen, maar in de 500cc, nee!
Natuurlijk is er wel talent, maar dat gooit misschien op dit moment
stenen in Amsterdam. Ik bedoel; er zijn nog best jongens die
dwarsliggerig en agressief genoeg zijn om een goed coureur te worden,
maar je moet ze wel kunnen ontdekken. Je moet het motorracen
betaalbaar en tegelijkertijd spannend maken. Hoe? Door een open en
kleine klasse voor alle merken in te stellen. Dus niet een groep voor
uitsluitend Honda's 400, maar een lichtere categorie voor alle merken.
Dat is voor de sleutelaars leuker, voor de cijfers interessanter en
voor het publiek spannender". Rien Koster van Honda is het hier
helemaal niet mee eens. ,,We hebben jaren lang geijverd voor 'close-racing',
zegt hij, ,,zoals vroeger in de autosport met de Renault en de
GTI-tjes. Nu hebben we dat in de motorsport. Gelegaliseerd door de
KNMV en redelijk betaalbaar. Wat dacht je dan als dit een open klasse
zou worden? Dan springt er één merk uit met als resultaat dat het
volgende jaar iedereen daarop rijdt en dan ben je precies weer even
ver. Leo Dörr van de KNMV: ,,Hoewel er misschien niet direct
opvolgers voor Hartog, Middelburg en Van Dulmen klaar staan is er
talent genoeg in Nederland. Ik noem natuurlijk geen
namen........" - Peter Looijensteijn? - ,,Bijvoorbeeld. En wat
denk je van Willem Zoet, de nationale kampioen?" - En Maarten
Duijzers, Jos van Dongen, Paul Rimmelzwaan, Gerard van der Wal?
- ,,Kijk eens aan, je noemt er al een paar" - Maar dat zijn
toch geen jongens die je als opvolgers voor de 'Grote Drie' kunt
bestempelen? ,,Nee, dat is waar, maar er is wel degelijk talent in ons
land, dat wil ik alleen maar zeggen".
Als we nu de
aansluiting met de zwaardere klassen gaan verliezen, komen we er niet
meer bij. Een grote handicap voor de Nederlandse motorsport is dat ons
land een betrekkelijk kleine markt is. De grote fabrieken zullen
altijd de voorkeur geven aan een buitenlandse winnaar, omdat zo'n man
omzetstijging genereert. En in in landen zoals Amerika, Engeland, Italië,
Duitsland, Frankrijk valt voor de Japanse fabrieken nu eenmaal meer te
verdienen als bij ons. Daarom is de prestatie van Wil, Jack en Boet
des te groter, omdat zij in het verleden eerst de echte
fabrieksjongens moesten aftroeven, voordat ze zelf redelijk snel
materiaal kregen. Het is te hopen dat mannen als Middelburg en Van
Dulmen en al die anderen het lang genoeg volhouden.
|
Haagsche
Courant mei '81
10-05-1981
Grand Prix Italië, Monza

|
Deelnemers
500cc Monza 1981 |
|
01. |
Kenny
Roberts (USA) |
10. |
Takazumi
Katayama (J) |
20. |
Sergio Pellandini (CH) |
29. |
Michael
Schmid (A) |
39. |
Seppo Rossi (SF) |
| 2. |
Graeme
Crosby (Nzl) |
11. |
Willem
Zoet |
21. |
Christian
Estrosi (F) |
31. |
Dale
Singleton (USA) |
40. |
Alain
Roethlisberger (CH) |
|
3.
|
Randy Mamola (USA) |
12. |
Kork Ballington (Zaf) |
22. |
Gustav
Reiner (D) |
32. |
Stu
Avant (Nzl) |
41. |
Leandro Beccheroni (I) |
|
4.
|
Franco
Uncini (I) |
14. |
Philippe
Coulon (CH) |
23. |
Gregg
Hansford (AUS) |
33. |
Börge Nielsen (DK) |
42. |
Gianni
Rolando (I) |
|
5.
|
Marco Lucchinelli (I) |
15. |
Boet
van Dulmen |
24. |
Jon
Ekerold (Zaf) |
34. |
Gianfranco
Bonera (I) |
43. |
Hiroyuki
Kawasaki (J) |
|
6.
|
Graziano
Rossi (I) |
16. |
Patrick Fernandez
(F) |
25. |
Carlo Perugini (I) |
35. |
Roberto
Pietri (Ven) |
47. |
Marc
Fontan (F) |
|
7.
|
Barry
Sheene (GB) |
17. |
Sadao
Asami (J) |
26. |
Josef
Hage (D) |
36. |
Guido
Paci (I) |
48. |
Christian Sarron (F) |
| 8. |
Wil Hartog |
18. |
Michel Frutschi (CH) |
27. |
Raymond
Roche (F) |
37. |
Walter
Migliorati (I) |
49. |
Giovanni
Pelletier (I) |
|
9.
|
Jack
Middelburg |
19. |
Steve Parrish (GB) |
28. |
Dave Potter (GB) |
38. |
Adelio Faccioli (I) |
81. |
Virginio
Ferrari (I) |
 De GP van Italië werd voor het eerst
sinds 8 jaar weer op Monza verreden. In 1973 waren daar binnen korte tijd 6 doden gevallen, vandaar dat men er een poosje niet meer geweest
was, o.a. de fameuze Fin Jarno Saarinen was daar toen om het leven
gekomen, tezamen met de Italiaanse legende Renzo Pasolini. Dit gebeurde
tijdens de 250cc race op 20 mei 1973. In de eerste bocht komt Pasolini
ten val, zijn machine schiet door de vangrail die kort langs het circuit
staat meteen terug de baan op, waardoor vervolgens nog eens meer dan
tien rijders ten val komen. Onder de gevallen coureurs; Hideo Kanaya, Börje
Jansson, Chas Mortimer, Walter Villa en Victor Palomo. Het
zijn Pasolini en Saarinen die helaas ter plekke overlijden. Over de
precieze toedracht van het ongeval bestaat tot op de dag van vandaag
grote onduidelijkheid, echter in veel gevallen wordt de oorzaak gegeven
aan een oliespoor dat op de baan moet hebben gelegen, achtergelaten door
de Benelli van Villa tijdens de daarvóór verreden 350cc-race. Wel is
altijd aangegeven dat wanneer er zo kort langs het circuit geen vangrail
had gestaan, de motoren niet terug de baan op waren geschoten en het
ongeluk veel minder ernstig zou zijn geweest. Feit blijft helaas dat Pasolini,
samen met Saarinen, op die dramatische 20e mei het leven laten op Monza.
Twee absolute kanjers in de mondiale motorsport.
Jack trainde zich naar een 11e startpositie. De
Yamaha-fabrieksrijders Frutschi en Asami reden beide hun snelle machines
helemaal plat in de training, hetgeen hun collega Christian Sarron in
Hockenheim ook al had gedaan. Hier zullen ze in Japan niet echt vrolijk
van zijn geworden, want die machines kostten een lief vermogen. Michel
Frutschi zou voorlopig uitgeschakeld zijn door een enkelbreuk en zes gebroken tenen!, dus dat was een fabriekscoureur minder. De race werd voor
een groot deel in de regen gereden en Jack deed mede daardoor goed mee
voorin het veld. Hij lag zelfs nog een tijdje op de 4e plaats, maar
moest zich toen wat af laten zakken door bandenproblemen. Tegen het
einde van de race gaf hij weer flink gas en eindigde op een hele mooie
7e plek. Waar Jack in andere jaren tot aan en over het randje ging, reed
hij nu zijn races perfect en gecontroleerd uit. "Normaal"
bleef hij altijd doorjagen, met de gedachte van, of helemaal voorin, of
eraf, maar nu reed hij zijn races perfect beheerst uit. Net achter de Italiaan Guido Paci
(kwam in 1983 om
het leven tijdens de 200 mijls van Imola), die zijn privé-Suzuki op
zijn thuiscircuit net even sneller rond bracht. Het debuut van Cagiva
met Virginio Ferrari in het zadel liep op een teleurstelling uit.
De publiekslieveling trok zijn machine onderuit. Ook het
Morbidelli-debuut met Graziano Rossi verliep teleurstellend. Weer "King"
Kenny won de race, voor Graeme Crosby en Barry Sheene. Mamola viel uit,
dus nam Roberts de leiding in de tussenstand weer over. Tijdens de
diverse klassen kwamen tijdens de Italiaanse GP 33 coureurs ten val,
waarvan 25 in dezelfde bocht!
Tussen de Duitse en de Italiaanse
Grand Prix werd de Suzuki RG van Jack gerestyled. Oud-coureur
en vormingspecialist Jos Schurgers verborg de twee bovenste
uitlaatdempers in een bredere derrière die wel wat leek op de
achterkant van de Yamaha's van Roberts en Sheene. De
achterliggende gedachte was dat de zit te klein was en zijn ontwerp sloot meer aan op
de kont van de rijder. Het werd allemaal wat aërodynamischer
zijn. Er was ook een ander ruitje
bij en dat geheel moest bij elkaar passen. Het verschil is goed
te zien op onderstaande twee foto's van Manfred Mothes. De linker is
genomen tijdens de Imola-200 (begin april 1981) en de rechter tijdens de
GP op Monza, een maand later. De reservemachine kreeg de aanpassingen
nog niet.
Ondertussen had "de Witte
Reus" Wil Hartog besloten om per direct te stoppen met de
wegracesport. Hij was zwaar teleurgesteld in de resultaten tot dusver in
het seizoen en in de fabrieks-Suzuki's en in de Suzukifabriek zelf. Wil
voelde zich achtergesteld bij de vier andere fabriekscoureurs van Suzuki.
Hij besloot zijn vier machines terug te geven aan de fabriek, die de eigenaar
ervan was. Hij was het seizoen van start gegaan met de hoop om de
begeerde wereldtitel te pakken, maar dat was nu al onmogelijk, ook
doordat Wil geen vertrouwen meer in zijn Suzuki's had. Zijn 3 monteurs
waren uiteraard ook teleurgesteld en kwamen dus van het een op het
andere moment zonder werk. Wil stond bekend als de "gentleman"
van de motorsport. Hij was totaal niet het doorsnee coureur. Zag er
altijd zeer netjes uit en sprak ook zeer beschaafd. Zijn spierwitte
overall paste ook eigenlijk helemaal niet bij hem vond ik, wel m.b.t.
netheid, maar niet m.b.t. persoon. Ton Riemersma, bijna vanaf dag één de
sponsor van Wil, stopte ook direct met de wegracerijsponsoring. Nimag-Suzuki de Nederlandse importeur
stuurde direct een telex naar Japan, met de vraag: ,,moeten de motoren
teruggestuurd of mogen we ze aan Middelburg geven?" Tijdens
wegingen in Hockenheim was gebleken dat de Suzuki van onze vriend maar
liefst ruim 20 kilo meer woog als de Yamaha van Roberts en dat op een totaal
gewicht van ongeveer 150 kilo! En dan nog een zooitje extra pk's, betere
banden, tel
uit je verlies. Op Monza werd overigens de vrachtwagen van
Suzuki-Gallina
(Italië, Lucchinelli) helemaal leeggeroofd, dus wie weet wie er voor de
rest van het seizoen een beetje snelle spullen zou krijgen .
Venemotos-baas
Andres Ippolito, o.a. sponsor van Carlos Lavado, had de sleutels van
zijn Ferrari op de tafel in zijn hotel gelegd en deze waren even later
verdwenen, evenals zijn auto.... De fabrieks-Suzuki van Graeme Crosby,
die hij tijdens de training op het rechte stuk had laten uitrollen, om
de bougies te laten controleren, vond de monteur, die de bougies ging
halen, gestript terug. De bougies zaten er overigens nog wel in.
De training: Lucchinelli als verwacht
Marco Lucchinelli, de lieveling van het Italiaanse publiek, deed tijdens de
tijdtrainingen van de 500cc klasse wat van hem werd verwacht: Hij realiseerde de snelste tijd, zij het dat de grote rivalen Mamola en Roberts zich slechts enkele
seconden achter hem als tweede en derde kwalificeerden. Crosby, de Nieuw-Zeelander, die in de
eerste twee GP's de pole-positie mocht innemen, stond als vierde
gekwalificeerd, terwijl Den Boet pas als negende man de klokken deed stilstaan. De IMN-coureur probeerde voor de eerste keer een 16
inch voorwiel en sprak de volgende woorden: 'Ik kreeg de indruk veel sneller te rijden, doordat ik later kon remmen, maar de
tijden vielen erg tegen. Het w as wel te merken dat de machine anders
stuurde', aldus Boet, die voor de laatste twee tijdtrainingen voor het oude
beproefde 18 inch wiel koos en daarmee gewoon sneller rond kwam.
Zijn Yamaha collega's, Michel Frutschi en Sadao Asami, hadden beiden al hun
machines total-loss gereden tijdens de vrije training op donderdag. Asami kreeg van Yamaha een
reservemotor, maar Frutschi moest met een enkelbreuk plus een driedubbele middenvoetsbreuk in het
andere been, naar een ziekenhuis in Zwitserland worden gebracht en de sympathieke besnorde
coureur zal zeker acht weken buiten gevecht zijn. De terugkeer naar het circuit van Monza was
beladen met een flink stuk negatieve geschiedenis:
de dood van Saarinen en Pasolini.
De piste, die sinds 1973 niet meer voor GP's is benut, is ondertussen drastisch veranderd,
maar ondanks de
bouw van twee chicanes (veel te smal) staan op sommige punten de vangrails
nog te dicht op de baan en bestaat het wegdek uit 'meer dan tien soorten asfalt', volgens Den
Boet, die tevens verscheidene loslopende honden in de directe omgeving van de ideale
lijn mocht
constateren. Verschillende viervoeters dus en van diverse pluimage, hetgeen niet pleit voor de afzetting (of de bewoners) van het park waarin de
piste van Monza, met de verlaten en door gras aangevreten kombaan, is gelegen.
Jack Middelburg was goed voor de elfde tijd en daarmee was de kous wat Nederland
betreft af, want met de (merkbare) afwezigheid van Hartog plus een geblesseerde
Zoet, is onze aanwezigheid nog slechts op deze twee coureurs afgestemd.
|
|
o.a.
Guido Paci (#36), Peter Sjöström (#33), Kork Ballington (#12),
Leandro Beccheroni (#41) en Franco Uncini (#4) glibberen op en naast
het asfalt van Monza over de baan. |
Het was al vijf uur toen de zwaarste klasse aan de
dagsluiting
mocht beginnen. Na de opwarmronde stuurde Lucchinelli de pits in om een bougie te
vervangen (zijn Suzuki liep op drie cilinders) terwijl Roberts en Coulon een
bandenwissel lieten verrichten. Dat werd door de wedstrijdleiding
oogluikend toegestaan . . .
Direct na de start maakte Roberts een einde aan alle illusies van zijn tegenstanders, waarvan de voornaamste concurrent Randy Mamola al in de opwarmronde door een vastloper werd
uitgeschakeld. Ongehoord snel vloog Kenny door de chicanes en zijn tempo was gewoon niet te
volgen, wat de andere rijders ook probeerden. Graeme Crosby en Barry Sheene zorgden voor spanning door de grote mate van onenigheid wie de tweede plaats
mocht bezetten, een pleit dat uiteindelijk door Crosby in zijn voordeel
werd beslecht. Een goede
beheersing, legde Jack Middelburg aan de dag, die er bij de start zeer goed bij
zat (vierde), maar met de, vergeleken met de
concurrentie erg zware, Suzuki rekening hield met zijn bandenslijtage, die zich bij de finish
ook zou openbaren. Hij liet zich dus ook uit de kop terugzakken, om
halverwege de race weer gas te geven. Een zevende plaats was zijn deel en er werden door andere rijders erg veel risico's genomen. Zo kwamen
Hiroyuki Kawasaki en Virginio Ferrari ten val, de laatste bij zijn debuut op de
nieuwe Cagiva. Dit was allemaal mede de danken aan de natte baan, waardoor ook
Graziano Rossi, met ontstekingsproblemen de strijd moest staken. Kork Ballington viel
ook uit met ontstekingpech, maar Lucchinelli, die
zeer slecht was gestart, kon zich ondanks een niet geheel gezonde motor opwerken naar de vijfde plaats voor de vrij onbekende Guido
Paci, die op een oude
TZ 500 een geweldige thuisrace reed.
De niet meer
zo jonge luchtmachtpiloot uit Milaan verwierf zich al na een dag in het rennerskwartier de bijnaam 'Kojak', omdat zijn hoofd glom als een biljartbal. Die grapjes verstomden, toen men zag dat de man ook
nog gas kon geven!
|
|
|
Jack's
monteur, Albert Siegers, geeft Jack's positie aan, terwijl Klaas
Hernamdt toekijkt. Hernamdt die een paar weken later zou stoppen
met de racerij, i.v.m. tegenvallende resultaten. |
Crosby
(2e), Roberts (1e) en Sheene (3e). |
Achter Jack kwamen Franco Uncini, Christian Sarron (met een van pijn vertrokken gelaat) en
de Zwitser Sergio Pellandini over de streep. De Italianen Leandro Beccheroni,
Gianni Rolando en Walter Migliorati grepen net naast de punten. De jonge,
talentvolle Fransman, Raymond Roche, werd net als in Duitsland 15e. Slechts 21
coureurs haalden de finish. De wedstrijd kreeg echter nog een naar staartje. Marc Fontan, die de Italiaan Walter Migliorati was
gepasseerd en jacht maakte op Den Boet, draaide zijn krukas in de slotfase kapot en terwijl hij
langzaam op het circuit probeerde naar de pits te komen, kwam daar de man die hij
eerder voorbij
was gegaan.
Migliorati moest
de Fransman ontwijken, ging daardoor in de fout en verloor kostbare punten. De man kon dit niet verkroppen en
deelde Marc, na terugkomst in de pits, twee klappen uit, waarmee hij in eerste instantie een
bloedneus en in tweede instantie een protest
van
het Gauloises-team veroorzaakte. De internationale jury bestrafte hem met een
boete van 2000 Zwitserse francs, waardoor het
een dure aangelegenheid is geworden om je
zelfbeheersing te verliezen. Wie dat misschien
de volgende week
ook kunnen overkomen, zijn de Fransen. Zondag a.s. wordt de GP op Paul Ricard verreden en we hebben
het donkerbruine
vermoeden,
dan enkele op scherp staande lieden de verrichtingen van de Italiaanse coureurs goed in het oog zullen houden, terwijl het negatieve gebeuren in Monza (dat overigens qua
sfeer absoluut niet kan wedijveren met Imola of Misano) nog wel meer aandacht
zal krijgen.
 |
|
Jack tijdens de Italiaanse Grand
Prix van 1981 © foto
Manfred Mothes www.highsider.com |
|
Uitslag & trainingstijden 500cc Monza |
 |
| |
|
|
|
|
Grid |
Trainingstijd |
|
1. |
Kenny Roberts |
USA |
Yamaha |
52.02.10 |
3e |
1.54.08 |
|
2. |
Graeme Crosby |
Nzl |
Suzuki |
52.06.75 |
4e |
1.54.37 |
|
3. |
Barry Sheene |
GB |
Yamaha |
52.10.25 |
8e |
1.56.14 |
|
4. |
Boet van Dulmen |
NL |
Yamaha |
52.35.58 |
9e |
1.56.16 |
|
5. |
Marco Lucchinelli |
I |
Suzuki |
52.38.27 |
1e |
1.53.96 |
|
6. |
Guido Paci |
I |
Suzuki |
52.39.22 |
18e |
1.58.09 |
|
7. |
Jack
Middelburg |
NL |
Suzuki |
53.23.75 |
11e |
1.56.28 |
|
8. |
Franco Uncini |
I |
Suzuki |
53.28.32 |
10e |
1.56.22 |
|
9. |
Christian Sarron |
F |
Suzuki |
53.38.58 |
12e |
1.56.31 |
|
10. |
Sergio Pellandini |
CH |
Suzuki |
53.54.17 |
24e |
1.58.92 |
|
11. |
Leandro
Beccheroni |
I |
Suzuki |
53.58.01 |
20e |
1.58.36 |
|
12. |
Gianni Rolando |
I |
Suzuki |
1
ronde |
32e |
2.00.44 |
|
13. |
Walter
Migliorati |
I |
Suzuki |
1
ronde |
14e |
1.57.77 |
|
14. |
Sadao Asami |
J |
Yamaha |
1
ronde |
17e |
1.58.00 |
|
15. |
Raymond Roche |
F |
Suzuki |
1
ronde |
13e |
1.57.38 |
|
16. |
Seppo Rossi |
SF |
Suzuki |
1
ronde |
34e |
2.01.30 |
|
17. |
Keith Huewen |
GB |
Suzuki |
1
ronde |
16e |
1.57.95 |
|
18. |
Alain
Roethlisberger |
CH |
Suzuki |
2
ronden |
25e |
1.59.06 |
|
19. |
Stu Avant |
Nzl |
Suzuki |
2
ronden |
23e |
1.58.88 |
|
20. |
Marco Papa
*1 |
I |
Suzuki |
2
ronden |
22e |
1.58.52 |
|
21. |
Peter Sjöström |
S |
Suzuki |
2
ronden |
31e |
2.00.34 |
|
- |
Randy Mamola |
USA |
Suzuki |
Uitgevallen |
2e |
1.53.98 |
|
- |
Kork Ballington |
Zaf |
Kawasaki |
Uitgevallen |
6e |
1.55.96 |
|
- |
Marc Fontan |
F |
Yamaha |
Uitgevallen |
5e |
1.55.73 |
|
- |
Hiroyuki Kawasaki |
J |
Suzuki |
Valpartij |
7e |
1.55.98 |
|
- |
Virginio Ferrari |
I |
Cagiva |
Valpartij |
33e |
2.00.57 |
|
- |
Giovanni Pelletier |
I |
Suzuki |
Valpartij |
15e |
1.57.86 |
|
- |
Dave Potter |
GB |
Yamaha |
Uitgevallen |
27e |
1.59.58 |
|
- |
Graziano Rossi |
I |
Morbidelli |
Uitgevallen |
30e |
2.00.32 |
|
- |
Philippe Coulon |
CH |
Suzuki |
Valpartij |
19e |
1.58.15 |
|
- |
Takazumi Katayama |
J |
Honda |
Uitgevallen |
28e |
1.59.88 |
|
- |
Christian Estrosi |
F |
Yamaha |
Uitgevallen |
21e |
1.58.37 |
|
- |
Gustav Reiner |
D |
Solo |
Uitgevallen |
35e |
2.01.75 |
|
- |
Fabio Biliotti |
I |
Suzuki |
Uitgevallen |
26e |
1.59.24 |
|
- |
Adelio Faccioli |
I |
Suzuki |
Valpartij |
29e |
2.00.20 |
|
- |
Steve Parrish |
GB |
Yamaha |
Niet gestart |
36e |
2.01.79 |
|
- |
Carlo Perugini |
I |
Sanvenero |
Niet gekwalificeerd |
37e |
2.02.67 |
|
- |
Josef Hage |
D |
Yamaha |
Niet gekwalificeerd |
38e |
2.02.71 |
|
- |
Marco Greco |
BR |
Suzuki |
Niet gekwalificeerd |
39e |
2.03.27 |
|
- |
Roberto Pietri |
YV |
Suzuki |
Niet gekwalificeerd |
40e |
2.03.63 |
|
- |
Michael Schmid |
A |
Suzuki |
Niet gekwalificeerd |
41e |
2.04.03 |
|
- |
Jon Ekerold |
Zaf |
Solo |
Niet gekwalificeerd |
42e |
2.04.29 |
|
- |
Franck Gross |
F |
Suzuki |
Niet gekwalificeerd |
43e |
2.07.06 |
| |
|
*1
De Italiaan Marco Papa
(16 maart 1958 -
†
9 september 1999) reed hier zijn
eerste GP in de 500cc klasse, tijdens zijn thuis-GP. Hij behaalde
een prachtige tiende plek in 1980 in de 250cc klasse, zijn enige
GP tot nu. Hij zou zich vanaf 1981 toe gaan leggen op het 500cc
GP-gebeuren. Papa zou t/m 1996 actief blijven in deze klasse. Zijn
beste prestatie zou een zesde plaats zijn. In 1999 kwam hij om het
leven tijdens een verkeersongeval. |
 |
De
Italianen Giovanni Pelletier en Guido Paci, met de roze machines van
Paci. |
|
| |
Wedstrijdverloop
500cc Monza
|
|
Ronde: |
1e |
2e |
3e |
4e |
5e |
6e |
7e |
8e |
9e |
10e |
11e |
12e |
13e |
14e |
15e |
16e |
17e |
18e |
19e |
20e |
21e |
22e |
23e |
24e |
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| P |
eerste |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
|
#
1: Kenny Roberts |
| o |
tweede |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
2 |
|
#
2: Graeme Crosby |
| s |
derde |
43 |
15 |
15 |
7 |
7 |
7 |
7 |
7 |
7 |
7 |
7 |
7 |
7 |
7 |
7 |
7 |
7 |
7 |
7 |
7 |
7 |
7 |
7 |
7 |
|
#
7: Barry Sheene |
| i |
vierde |
37 |
37 |
7 |
15 |
15 |
15 |
15 |
15 |
15 |
15 |
15 |
15 |
15 |
15 |
15 |
15 |
15 |
15 |
15 |
15 |
15 |
15 |
15 |
15 |
|
# 15:
Boet van Dulmen |
| t |
vijfde |
9 |
9 |
9 |
36 |
36 |
36 |
36 |
36 |
36 |
36 |
36 |
36 |
36 |
36 |
36 |
36 |
36 |
36 |
47 |
47 |
47 |
36 |
36 |
5 |
|
#
5: Marco Lucchinelli |
| i |
zesde |
36 |
36 |
36 |
9 |
9 |
9 |
37 |
37 |
37 |
37 |
37 |
37 |
47 |
47 |
47 |
47 |
47 |
47 |
36 |
36 |
36 |
5 |
5 |
36 |
|
#
36: Guido Paci |
| e |
zevende |
37 |
37 |
37 |
37 |
37 |
37 |
9 |
9 |
9 |
47 |
47 |
47 |
20 |
20 |
20 |
5 |
5 |
5 |
5 |
5 |
5 |
9 |
9 |
9 |
|
#
9: Jack Middelburg |
| |
achtste |
5 |
5 |
5 |
5 |
5 |
5 |
47 |
47 |
47 |
5 |
5 |
5 |
37 |
37 |
37 |
37 |
37 |
37 |
37 |
37 |
37 |
48 |
48 |
4 |
|
#
4: Franco Uncini |
| |
negende |
47 |
47 |
47 |
47 |
47 |
47 |
5 |
5 |
5 |
9 |
9 |
9 |
9 |
9 |
9 |
9 |
9 |
9 |
9 |
9 |
9 |
4 |
4 |
48 |
|
# 48:
Christian Sarron |
| |
tiende |
41 |
41 |
41 |
41 |
41 |
41 |
41 |
41 |
48 |
48 |
48 |
48 |
48 |
4 |
48 |
48 |
48 |
48 |
48 |
48 |
48 |
37 |
41 |
41 |
|
# 41:
Sergio Pellandini |
|
|
| 1981
Interview Nieuwe Revu |
 |
 |
 |
 |
 |
|
|
Jumping
Jack en de gevaren van een halve liter. |
|
Zonder
zijn vechtlust was Jack Middelburg al lang rijp voor de
sloop geweest. Zoveel heeft de 'motorsportman van het
jaar' al gebroken en gekneusd. ,,Menig coureur zou er
mee stoppen als hij hetzelfde had meegemaakt," zegt
de bikkelharde Westlander, die evenwel de gevaren aan
zijn laars lapt. Hij verteld hier uitvoerig hoezeer het
racevirus hem heeft ondermijnd. |
|
Potverdomme. Oeoe.
Nou, dat ventje komt best weg, zeg. Dat bromfietsie is
als 'n dubbeltje. Godver... dat dat ventje niks heeft.
Hij raakte die paal. Even kijken, kom op. Jack stormt
met fotograaf Monno en mij in zijn 'slipstream'
restaurant Expresso in Bussum uit om eerste hulp te
bieden. In een poging om de kop te pakken klapt een
bromscholier tegen het wegdek op het drukke kruispunt.
Zijn hand is lelijk gebutst. Zonder aan zijn honger te
denken, zet motorcoureur Jack Middelburg, de
naduizelende jongen in zijn Mercedes en levert hem in
een plaatselijk ziekenhuis af. Jack heeft er een fan
bij: de 17-jarige Richard van Zanten. En ik een
versterking van mijn vermoeden dat Jack en het gevaar
elkaar overal opzoeken, op en buiten het racecircuit. We
waren daar 's-morgens vroeg al op geattendeerd. Zijn
bezoeken aan sponsor, motorimporteur, spuiter, monteur
en motorpakkenatelier waren ingeleid door een rondje
fysiotherapie. Het rechterbeen wil nog steeds niet
optimaal functioneren na bijna twee jaar. Zijn gezicht
staat verbeten onder de knedende handen. Zo kijkt hij
ook in de wedstrijd. De staalblauwe ogen op eindeloos
vooruit gericht, de magere kaken onder de wat droeve
vlassnor opeen geklemd. ,,Ik herken mezelf in zo'n
gassie," bromt Jack na het ziekvervoer. ,,Ik lazerde
wekelijks van mijn brommer af, zo hard ging ik altijd.
En daarna ook. Ik had vier maanden mijn rijbewijs en ik
reed me te barsten in 's-Gravenzande. Milt stuk, darmen
kapot, ribben gebroken en van alle kanten blauw en
gekneusd. Maar het ergste wat ik had, gebeurde in
Oirschot, toen ik door mijn voorrem heenging. Met dik
tweehonderd kilometer rechtdoor. Toen had ik een open
beenbreuk en allebei mijn nieren kapot. Dat was in
1976." Zijn gekste ongeluk gebeurde twee jaar geleden in
Silverstone. In een snelle bocht brak bij een vaart van
170 à 180 kilometer per uur een drijfstang. Jack ging
over de kop en kwam in een hek tot stilstand. ,,Niks aan
de hand, dacht ik toen ik al snel weer bijkwam. Boet van
Dulmen kwam voorbij en ik beduidde hem dat alles goed
was. Omdat ik een beetje pijn had, liep ik naar de EHBO.
Ik zeg: joh, ik heb niks. En ik strompel naar mijn
caravan, neem 'n bak koffie en ga in het gras zitten,
want het was lekker weer. Plots zie ik dat mijn hand zo
dik als een ei wordt. Ik terug naar de EHBO. Ze maakten
daar foto's en toen bleek dat ik al mijn
middenhandsbeentjes had gebroken. En ze constateerden
ook dat mijn been was gebroken, gespleten eigenlijk.
Toen heeft dokter Derweduwen er een plaat langs gezet
met schroeven d'r in om de hele zaak bij elkaar te
houden. ,,Nou, toen reed ik vier weken later weer in
Assen (F750). En die week erop was er een
kampioensrace in Tolbert. In de halveliterklasse had ik
al gewonnen en bij de 350 was ik derde geworden. Het
kampioenschap voor die klasse had ik al bijna in mijn
zak en van de 500 ook zowat. En in de 750cc ga ik weg.
Geen goeie banden erop. Het ding was niet helemaal
honderd procent. Maar ik had bijna geen tegenstand,
alleen van Willem Zoet. En ik had al een paar
wedstrijden gewonnen, dus ik dacht er een beetje
gemakkelijk over. In de tweede versnelling trek ik hem
in een heel flauw bochtje achter weg, ik stuur tegen en
klap om. Daarna schiet ik zo een boom in. Daarbij breek
ik precies dat been waar die plaat in zit. Dat was ook
in '79. Daar loop ik nou al (even rekenend)
tweeëntwintig maanden mee. Het was me 'n lijdensweg. De
plaat krom, schroeven allemaal uit het bot getrokken en
een stuk bot was helemaal weg. Het waren allemaal losse
stukjes. Er is weer een nieuwe plaat ingezet. Eerst een
lange, om het aan elkaar te laten groeien, en later een
korte om weer te kunnen lopen. Met nieuwjaar ben ik
eraan geopereerd en nog 'n keer vlak voor het seizoen
begon. Toen is de hele rotzooi eruit gehaald. Ze hebben
toen ook een stuk uit m'n heup gehaald en in het been
gezet. Daar heb ik wel last van gehad. Dat was 'n rot
gevoel. Een stuk bot dat open ligt, dat doet zo'n zeer
joh. Het zit precies hier, boven mijn riem. Ik heb 'n
paar maanden met m'n broek losgelopen. Pas half maart in
Hengelo slaagde de racende kassenbouwer er weer in zijn
machine bij de start zelf aan te duwen. Voor die tijd
mocht zijn monteur, bij wijze van uitzondering, helpen
aanduwen (wel achteraan het startveld uiteraard).
Zonder dikdoenerij of zelfbeklag verhaalt de 29-jarige
motorcoureur over zijn spectaculaire en vaak pijnlijke
staat van dienst. Het kost hem enkele minuten
hoofdrekenen om te vertellen hoeveel hij al onvrijwillig
van zijn machine heeft moeten stappen. Voor zijn race in
Hengelo was zijn schatting 30 à 35 keren. Erna, moest
daar alweer een valpartij bijgeteld worden. 'Jumping
Jack' werd zijn bijnaam in een periode dat het aantal
beenbreuken - vier totaal - groter was dan verworven
kampioensbekers. Maar een pechvogel vindt hij zichzelf
niet. Hij illustreert dat met een gebeurtenis die later
de geschiedenis inging als "het wonder van Gilze-Rijen".
Jack: ,,dat was een kampioensrace. In de zeveneneenhalf
was ik al kampioen en in de 350 en 500cc moest ik het
die dag nog worden. Achterin het circuit had je een heel
snel stuk. Ik rij op kop in de eerste ronde en reed zo
hard als ik gaan kon. Precies in een rechtse bocht komt
er door een gat in de omringende maïsvelden een
windstoot. Ik krijg een opsodemieter en zwaai naar
buiten. In die buitenkant lag 'n plas en toen ging ik.
Wel tweehonderd meter schoof ik op mijn zitvlak over de
baan. Ik mankeerde niks. Toch daarna op de 350 stappen
en winnen."
Jack heeft de naam een
wilde te zijn. Wordt hij na al die blessures niet
voorzichtiger? ,,Ik vergeet die blessures vrij gauw,
maar ik ga naarmate ik ouder wordt natuurlijk wel meer
denken. Dat is gauw klaar. Ik redeneer al: die of die
wedstrijd zie ik helemaal zitten en dan ben ik
fanatieker dan op andere wedstrijden. Ik heb dagen dat
het niet gaat. Nou, daar moet ik me bij neerleggen. Ik
maak helaas nog steeds de fout dat ik in de trainingen
te vaak val. In wedstrijden gebeurt er niet veel. Steeds
bij de voorbereidingen. Kijk, als je in een wedstrijd
een keer valt, omdat je een staart hebt met een man of
vier, dat vind ik geen schande. Niet dat het hoort, zo
is het niet. Maar het kan gewoon gebeuren. Maar in een
training door onoplettendheid eraf flikkeren, dat vind
ik eh....." ,,Dit jaar in Daytona bijvoorbeeld. Precies
eender weer. Na de officiële training stonden de tijden
al op de klok en alles was goed. We worden afgevlagd en
ik kijk precies op de streep hoeveel toeren de fiets
maakt. Ik zie het niet goed en kijk nog 'n keer. Toen
was ik eigenlijk te laat met remmen en terwijl ik een
bocht insteek, glijdt het voorwiel zó weg (zie foto:
Jack bekijkt de rest van de training vanuit het gras). Dat zijn
dingen die eigenlijk helemaal niet mogen voorkomen. Daar
ben ik echt ziek van." De aanwezigheid van een
minimotortje op zijn erf in Honselersdijk, eigendom van
de zevenjarige Jackie, ontlokt het antwoord op een vraag
die niet gesteld hoeft te worden. ,,Ik hoop niet dat
mijn zoon gaat racen, maar ik hou hem niet tegen, dat is
gewoon geen doen. Ik heb er zelf, toen ik nog thuis was,
de grootste moeilijkheden voor over gehad. Ik ben er de
deur voor uitgegaan. Nu is mijn vader, bij wijze van
spreken, mijn grootste fan." Jack woonde vroeger
achteraf op een laantje. Vriendjes woonden ver weg. Hij
trok op met zijn jonge oom. Die zette hem al op zijn
negende achter het autostuur en verder op alles wat een
motor had. ,,In mijn bromfietsentijd reed ik altijd met
opgevoerd spul. Altijd Kreidler en altijd een van de
snelste. Als een maat sneller ging, sleutelde ik net zo
lang tot ik hem weer voorbij kon komen. Veel
zwaailichten achter me aan gehad. Ze hebben een
splinternieuwe Kreidler afgepakt. Doodziek was ik ervan.
Het ding liep tegen de honderd kilometer per uur. Toen
ik achttien was, kocht ik een motor. Een Suzuki
tweeënhalf. We gingen in de weekeinden met een hele
ploeg de weg op. Vaak naar wedstrijden. Ook na dat
ongeluk in 's-Gravenzande. Je zag daar jongens op zo'n
zelfde motor als jij had nog veel harder gaan. Dat wilde
jij ook wel. Ik ging meteen naar de NMB en vroeg mijn
licentie aan. Een paar proeftrainingen en je kon van
start. Het ging meteen goed. Mijn vrouw Petra mocht er
niets van weten. Toen zij van die kleine in het
ziekenhuis lag, ging ik met wedstrijdborden onder mijn
jas naar het circuit, haalde ze er na de wedstrijd af en
reed daarna gewoon op dezelfde motor naar huis." ,,Dat
racen werd gewoon een ziekte. Het ging van kwaad tot
erger. Vooral toen ik materiaal te leen kreeg van Henk
Rekers uit Heerlen. Die man heeft me ontzettend goed
geholpen. Toen ik bij de KNMV kwam in 1975, kon ik met
die viertakten, die ik voor die tijd bereed, niet meer
meekomen. Toen ging ik voor F&S rijden in 1979, want het
was voor mij en voor Rekers niet meer te betalen. Maar
die sponsor kon door zakelijke toestanden niet meer
verder. Omdat Kenny Roberts, de wereldkampioen, Yamaha
reed, wilde ik ook perse die dingen hebben. Ik heb ze
bij Yamaha-importeur IMN op afbetaling gekocht (1980) en
ben verder naar een sponsor gaan zoeken.
Na diverse nationale
kampioenschappen te hebben gewonnen, ging Jack zich pas
in 1979 op de Grand Prix, tellend voor het
wereldkampioenschap concentreren. Hij werd dat jaar
zevende. Vorig jaar leek aanvankelijk alles fout te
gaan. Zijn magistrale eerste plaats in de Asser TT (De
Nederlandse Grand Prix) leek een ommekeer te zullen
brengen. Door teleurstellende resultaten in de overige
GP's kwam hij in 1980 niet hoger dan een negende plaats.
Zijn overstap dit seizoen naar Suzuki, betekende een
nieuw avontuur, een nieuwe uitdaging. De zakelijke band
met de Japanse aanstekerfabrikant Sarome leverde hem een
eigen racer - waarde 35 duizend gulden - en het gebruik
van een tweede - eigendom van Suzuki importeur Nimag -
op. Hoewel Jack twijfels heeft over zijn machine, die
anders van conceptie en langzamer is dan de
fabrieksracers van de door Suzuki ingehuurde toprijders
als Mamola, Crosby en Kawasaki, werd hij door onder meer
een zevende en twee achtste plaatsen tot beste
privé-rijder uitgeroepen. Maar zijn hoop is opnieuw op
de TT van Assen gericht. ,,Misschien slaag ik er in om
de vorig jaar door Wil Hartog bereden fietsen voor dat
evenement te krijgen," aldus de Westlandse optimist.
,,Die zijn sneller dan de mijne."
Het is slecht gesteld
met de Jack Middelburg Beglazing B.V. ,,In die
kassenbouw kwamen ze 'n paar jaar geleden vanzelf naar
je toe, maar het is op. Het ligt helemaal op z'n kont.
Ik ben dus momenteel full professional coureur. Om rond
te komen moet ik geld in de racerij verdienen." Jack
bagatelliseert zijn ogenschijnlijke luxe. Zijn
vrijstaande huis met grond is zwaar belast met hypotheek
en zijn blinkende Mercedes is vele jaren oud en rijdt op
LPG. ,,Tot dusver heb ik aan het racen geen cent
overgehouden. Ik krijg van Sarome een vast
sponsorbedrag. Nee, hoeveel dat is, mag ik niet zeggen.
In elk geval onder de ton per jaar. Voor dat bedrag moet
ik alles doen. Ik moet een monteur 40 mille per jaar
betalen, verblijfs- en vervoerskosten, onderdelen en
spuitwerk. Die ton gaat dus schoon op aan dat soort
dingen. Ik moet het echt van start- en prijzengeld
hebben. Voor de Grand Prix-starts betalen ze niks. De
eerste plaats levert zo'n vijftienduizend gulden op. Als
ik in Raalte of Tubbergen start, beur ik ruim tien
mille. Roberts en Sheene bijvoorbeeld krijgen veel meer.
Die Roberts kreeg een halve ton op Zandvoort (Olof
races 1980), Sheene 30 mille (Raalte). Dat
vind ik heel normaal, dat stoort me niet. Die jongens
zijn wereldkampioen geweest." ,,Dit seizoen moet het
eerste zijn waarin ik ook een beetje kan gaan verdienen.
Ik ben gewoon eigen baas met eigen materiaal. M'n eigen
bus, caravan en motorfietsen. Zo loop ik niet het risico
dat ze die dingen onder mijn kont vandaan trekken als
het een poosje niet gaat. Dat bedrag van Sarome was niet
wild. Ze hebben het over het hele jaar uitgesmeerd. Ze
zeggen: hier heb je 30 mille en over de resterende zeven
maanden krijg je tienduizend per maand. Kan ik twee
maanden niet rijden, dan gaan ze de zaak herzien. Zo
staat het in het contract. Nee, echt goede sponsoring
begint bij anderhalve ton. Van die bijsponsoring moet je
je niet teveel voorstellen. Die bestaat voornamelijk uit
materialen. Als ik het een beetje in de hand hou, dan
moet ik het start- en prijzengeld toch minimaal kunnen
bewaren. Dat zou ik normaal vinden. Jumping Jack zegt
dat hij veel te danken heeft aan zijn steun en
toeverlaat Jan Muis. ,,Hij begeleidt me al sinds '77.
Het is net een tweede vader voor me. Een fantastische
vent. Alles regelt hij voor me, puur uit liefhebberij.
Zijn echte vader, de Korea-veteraan Willem, denkt wat
genuanceerder over zijn zoon. Na zijn val op Hengelo
moppert hij: ,,hij is gewoon gek als hij op zo'n ding
zit. Dan verliest hij zijn verstand. Dat is nou altijd
zo. Hij heeft dat geloof ik van zijn opa. Die reed ook
altijd zo onwijs hard. Ik zei vroeger tegen Jack: als ik
je nog één keer op zo'n rotmotor zie, dan zoek je maar
een ander kosthuis. Na 'n week kwam hij zijn spullen
halen. Hij kon die motor niet laten staan. Ja, ik ben er
altijd bij als Jack moet rijden. Als er iets gebeurt,
dan wil ik in de buurt zijn. Misschien kan ik dan nog
iets voor hem doen. Maar ik heb altijd gezegd: die haalt
de dertig niet. Het is gewoon een virus dat hem heeft
aangetast. Er zijn er meer die verwachten dat Jack de
pensioengerechtigde leeftijd niet zal halen. Hijzelf
gelooft niet in dat ene noodlottige ongeluk. ,,Nee
nooit. Ik heb al veel gehad. Ik heb er al vaak naast
gelegen. Maar het snelle werk, wanneer het gevaarlijk
wordt, dat gaat gewoon goed. Maar ja, 'n vastloper of 'n
klapband, daar kun je gewoon niets tegen doen. Dat kan
in een auto ook gebeuren. Als ik met tweehonderd
kilometer per uur op een pijler van een viaduct klap,
dan weet ik zeker dat ik weg ben. Maar op een motor op
de baan heb ik toch meer overlevingskansen. Omdat je
vrij zit op zo'n ding. Je hebt een helm op je kop en je
bent erop gekleed. Ik heb in Imola Gregg Hansford eraf
zien gaan. Nou echt met een snelheid van 240, 250
kilometer. Hij had alleen een zere knie en een lichte
hersenschudding (Hansford was wel enige maanden uit
de roulatie en na nog een val stopte hij met de wegrace
in dat jaar, 1981). Als je in een auto zo hard gaat
rollen of stuiteren, ben je er geweest. Kijk, voor dat
vallen ben ik niet zo bang. Als er maar niets in de weg
staat." Een onrustige zit heeft hij achter de kuip van
zijn snelle halveliter. Hij zit voortdurend te schuiven
in de kleine uitsparing die als zitplaats dient. ,,Ja,
ik kan ook daar niet stilzitten. Ik moet voortdurend wat
te doen hebben. Mijn zoontje heeft precies hetzelfde."
Die onrust heeft ook invloed gehad op zijn
huwelijksleven. ,,Ik ben verschillende keren thuis
weggelopen. Vorig jaar ben ik nog een maand of drie
weggeweest. Nee, langer, vier maanden. Ja, je komt in
deze wereld veel te veel tegen, hè? Dat is de pest. Dan
maak je weleens een misstap. Ik heb een verschrikkelijk
goed wijf, maar ze is nogal jaloers. Op kettingroken na
- een pakje shag per twee dagen - heb ik verder geen
uitspattingen. Ja, kaarten. Jokeren doe ik
verschrikkelijk veel. Bijna elke dag zit ik van vijf tot
half zeven bij ons in de kroeg van Dirk Staalduinen.
Daar zit dan een mannetje of tien.
Allemaal ouwe lullen. Maar drinken doe ik niet. Of ik
moet veel dorst hebben. Gisterenavond nam ik in dat café
twee Sneeuwwitjes. Nou, toen zaten ze toch raar te
kijken. ,,Moet je een zware van me hebben?"
Behalve voor de
Nederlandse motorsport, was 1980 ook voor Jack privé een
rampjaar. Hij verloor niet alleen zijn vriend Willem-Jan
Nooteboom, maar ook zijn neefje John Middelburg. ,,Enig
kind was John. Hij is er door mij ingerold. Daar ben ik
goed beroerd van geweest. Die jongen reed zuiver voor
zijn lol, viel nooit. Dan flikkert hij 'n keer en het is
afgelopen..." Hoewel Jack Middelburg weet waarmee hij
bezig is, schrijft hij een groot deel van de schuld aan
de niet aflatende reeks van ongelukken van vorig jaar
toe aan een gebrekkige organisatie. ,,Sommige
organisaties moeten de hele zaak op één dag laten
verlopen. Acht klassen, die twee keer moeten trainen en
een keer wedstrijdrijden. Dat is gewoon geen haalbare
kaart. Die nationale jongens leren zo niks. Gebeurt er
dan wat dan is het: de rotzooi opruimen en gauw verder.
Je moet een race echt over twee dagen organiseren. Dan
kun je voldoende trainen en de boel uitproberen. Buiten
dat zou ik het een normale zaak vinden als ze beginnende
coureurs minimaal een jaar op Honda'tjes 400 lieten
rijden of op een andere standaardfiets die niet zo snel
is. En het jaar daarop op maximaal 350cc races. Na drie
jaar race-ervaring zouden ze dan op een halveliter mogen
starten. Veel jongens die gaan racen, hebben geen
centjes meer voor een standaardmotorfiets. Die kopen van
hun laatste poen een vijfhonderd Suzuki en een busje en
gaan de circuits af. Ze rijden in 'n jaar misschien
vierduizend kilometers en voor de rest rijden ze geen
meter. Ze missen de ervaring van gewoon motorrijden op
de weg. Nou, ik weet zelf wel... als ik aan het begin
van het seizoen op zo'n ding stap, dan schrik ik me lam.
Dan moet ik heel veel rondjes rijden voordat ik zo'n
motorfiets weer 'n klein beetje onder de knie heb. De
eerste twee dagen wórd je gewoon gereden. Wat hebben die
jongens vandaag de dag nog de mogelijkheden om te
trainen? Je zou een vast circuit moeten hebben. Zonder
meer. En je zou daar minimaal een dag in de week op
moeten kunnen trainen. Dat zou ik een normale zaak
vinden. Ik weet zeker dat er dan minder ongelukken
zouden gebeuren. Om zich heen kijkend in de vaderlandse
wegracerij ziet Jack weinig opkomend talent. Die visie
sluit logisch aan op zijn denkwijze over de
mogelijkheden voor veelbelovende jongens hier ter lande.
Zonder twijfel rekent hij zich tot de vaderlandse top,
tezamen met Wil Hartog (die onlangs definitief afstapte)
en Boet van Dulmen. ,,Als ze ons alle drie op spul van
dezelfde kwaliteit zouden zetten, dan zou het erg
spannend kunnen worden," zegt hij met pretoogjes. De
Amerikaanse wereldkampioen Kenny Roberts is de man die
hij oprecht bewondert. ,,Die is zo uitgeslapen.
Redeneert van: als het vandaag niet lukt, dan morgen
misschien. Hij laat zich niet gek maken. Dat vind ik een
verschrikkelijk pluspunt. Al wordt hij een keer zevende
of achtste, dat maakt hem geen moer uit. Al fluiten ze
hem uit. Zelf heb al zoveel keren wat gehad en dan
zeggen de mensen: 't is een lul. Daar groei je overheen.
Ik denk altijd: we zien wel. Ik zie gewoon dat er een
stijgende lijn in zit, dus waarom zou ik stoppen? Het
wordt gewoon elk jaar beter. Nu dat been 'n beetje
geneest, kom ik ook eerder weg bij de start. En in een
Grand Prix is een goede start al een halfgewonnen
wedstrijd." Na vierhonderd zakelijke kilometers op een
doordeweekse dag haakt Jack 's-avonds om acht uur zijn
auto voor de caravan. D'r komen er nog dik tweehonderd
bij voordat ik op het circuit ben," rekent hij uit.
,,Ja, ik kan nou eenmaal niet stilzitten." |
|
17-05-1981
Grand Prix Frankrijk, Paul Ricard

|
 |
|
Start 500cc Paul Ricard 1981:
Hiroyuki Kawasaki (#29),
Kork Ballington (#12),
Barry Sheene (#7),
Boet van Dulmen (#15),
Kenny Roberts (#1),
Randy Mamola (#2),
Graeme Crosby (#8), Jack (#9) &
Marco Lucchinelli (#5). |
|
Uitslag & trainingstijden 500cc Paul Ricard |
|
Positie |
Rijder |
Machine |
Ronden |
Tijd |
Grid |
Trainingstijd |
 |
|
1 |
Marco Lucchinelli |
Suzuki |
21 |
44:09.58 |
1e |
2.04.74 |
|
2 |
Randy Mamola |
Suzuki |
21 |
4.91 |
6e |
2.06.30 |
|
3 |
Graeme Crosby |
Suzuki |
21 |
5.35 |
5e |
2.05.91 |
|
4 |
Barry Sheene |
Yamaha |
21 |
5.63 |
3e |
2.05.20 |
|
5 |
Kenny Roberts |
Yamaha |
21 |
13.95 |
2e |
2.04.74 |
|
6 |
Hiroyuki Kawasaki |
Suzuki |
21 |
30.09 |
7e |
2.06.42 |
|
7 |
Kork Ballington |
Kawasaki |
21 |
30.34 |
4e |
2.05.68 |
|
8 |
Boet van Dulmen |
Yamaha |
21 |
30.98 |
10e |
2.07.38 |
|
9 |
Jack Middelburg |
Suzuki |
21 |
40.51 |
8e |
2.07.06 |
|
10 |
Marc Fontan |
Yamaha |
21 |
1:05.00 |
12e |
2.07.49 |
|
11 |
Seppo Rossi |
Suzuki |
21 |
1:09.54 |
19e |
2.09.04 |
|
12 |
Bernard Fau |
Suzuki |
21 |
1:10.00 |
13e |
2.07.78 |
|
13 |
Sergio Pellandini |
Yamaha |
21 |
1:19.03 |
20e |
2.09.04 |
|
14 |
Kimmo Kopra |
Suzuki |
21 |
1:38.52 |
25e |
2.10.09 |
|
15 |
Walter Migliorati |
Suzuki |
21 |
1:40.27 |
30e |
2.10.36 |
|
16 |
Stuart Avant |
Suzuki |
21 |
1:45.80 |
27e |
2.10.15 |
|
17 |
Jean Lafond |
Suzuki |
21 |
1:50.83 |
16e |
2.08.44 |
|
18 |
Jacques Agopian |
Suzuki |
20 |
1 ronde |
35e |
2.12.19 |
|
19 |
Dominique Pernet |
Yamaha |
20 |
1 ronde |
32e |
2.10.92 |
|
20 |
Andreas Hofmann |
Suzuki |
20 |
1 ronde |
34e |
2.11.46 |
|
21 |
Roberto Pietri |
Suzuki |
20 |
1 ronde |
37e |
2.12.71 |
|
22 |
Alain Röthlisberger |
Suzuki |
20 |
1 ronde |
33e |
2.11.27 |
|
23 |
Josef Hage |
Yamaha |
20 |
1 ronde |
36e |
2.12.35 |
|
24 |
Antonio Grecco |
Suzuki |
20 |
1 ronde |
38e |
2.13.68 |
|
- |
Takazumi Katayama |
Honda |
17 |
Valpartij |
28e |
2.10.21 |
|
- |
Christian Sarron |
Yamaha |
17 |
Valpartij |
11e |
2.07.43 |
|
- |
Herve Guilleux |
Yamaha |
17 |
Valpartij |
24e |
2.09.87 |
|
- |
Peter Sjöström |
Suzuki |
14 |
Engine |
26e |
2.10.15 |
|
- |
Mike Baldwin |
Suzuki |
12 |
Engine |
14e |
2.08.91 |
|
- |
Sadao Asami |
Yamaha |
10 |
Engine |
18e |
2.08.76 |
|
- |
Hubert Rigal |
Yamaha |
10 |
Valpartij |
21e |
2.09.17 |
|
- |
Gustav Reiner |
Solo |
9 |
Engine |
29e |
2.10.24 |
|
- |
Keith Huewen |
Suzuki |
8 |
Engine |
17e |
2.08.61 |
|
- |
Franco Uncini |
Suzuki |
6 |
Engine |
9e |
2.07.06 |
|
- |
Christian Estrosi |
Yamaha |
5 |
Engine |
22e |
2.09.70 |
|
- |
Gianni Rolando |
Lombardini |
3 |
Engine |
31e |
2.10.91 |
|
- |
Philippe Coulon |
Suzuki |
1 |
Engine |
23e |
2.09.79 |
|
- |
Raymond Roche |
Suzuki |
1 |
Versnellingsbak |
15e |
2.08.27 |
|
- |
Lennart Bäckström |
Suzuki |
- |
Niet
gekwalificeerd |
39e |
2.14.13 |
|
- |
Franck Gross |
Suzuki |
- |
Niet
gekwalificeerd |
40e |
2.14.83 |
|
- |
Virginio
Ferrari |
Cagiva |
- |
Niet
gekwalificeerd |
41e |
2.17.22 |
|
- |
Raffaele
Pasqual |
Suzuki |
- |
Niet
gekwalificeerd |
42e |
2.17.71 |
|
- |
Gina Bovaird |
Yamaha |
- |
Niet
gekwalificeerd |
43e |
2.23.21 |
|
- |
Carlo Perugini |
Sanvenero |
- |
Niet
gekwalificeerd |
44e |
2.26.11 |
 |
|
Frankrijk,
Jack voor Boet |
 |
|
Mamola,
Lucchinelli, Jack, Kawasaki, Crosby |
Helaas voor Jack en zijn supporters
gingen de Suzuki's van Hartog niet naar hem, maar naar Franco Uncini.
Het was een van de grootste teleurstellingen voor Jack in zijn loopbaan
als coureur, en hij had er heel wat te slikken gekregen door de jaren
heen en er zouden er nog meer volgen. De fabriek koos voor een Italiaan,
omdat het afzetgebied voor motoren door nu eenmaal enorm groter is dan
in Nederland. En Uncini was uiteraard ook een begenadigd coureur. Uncini
tekende een paar dagen voor de vierde Grand Prix, van Frankrijk op Paul
Ricard, zijn fabriekscontract en nam de motoren van Hartog in ontvangst,
waarop hij in Joegoslavië zou gaan rijden. Jack zette overigens op Paul Ricard dezelfde trainingstijd
(8e) als Franco
neer, dit was dus hun laatste gevecht om de titel van 'beste privé-coureur'.
Ze bleven daarmee Boet van Dulmen (10e) en de thuisrijders Christian
Sarron, Marc Fontan en Bernard Fau (11 t/m 13) nog voor. Jack reed een
formidabele race en stuurde zijn Suzuki weer als eerste
privé-rijder over de finish op een 9e plek en scoorde zo toch weer twee
puntjes. Meer zat er echt niet in. Jack kwam ten opzichte van de
toppers 20 km
topsnelheid te kort. Er waren weinig uitvallers onder de toppers.
Alle fabrieksmachines haalden de finish. De strijd om de eerste plaats was ongemeen spannend,
maar werd uiteindelijk een Suzuki onderonsje. Lucchinelli, Mamola en
Crosby hielden net Sheene en Roberts van het podium en de strijd om het
WK was spannender dan ooit. De stand aan de kop van de ranglijst:
| 1. |
Randy
Mamola |
39
punten |
| 2. |
Kenny
Roberts |
36
punten |
| 3. |
Graeme
Crosby |
34
punten |
| 4. |
Marco
Lucchinelli |
31
punten |
| |
Barry
Sheene |
31
punten |
| 8. |
Jack
Middelburg |
12
punten |
| |
 |
 |
 |
| Paul
Ricard,
start 500cc, 7. Sheene, 12. Ballington, 1. Roberts, 9. Jack, 2.
Mamola |
 |
|

|
 |
|
Lucchinelli,
Roberts & Sheene, de strijd om de winst in Frankrijk. |
Gedurende een 21 ronden lange
machtsstrijd in de 500 cc klasse, waarin al de fabrieksmachines aan de finish kwamen, heeft Marco Lucchinelli zich de sterkste getoond. Met zijn fabrieks-Suzuki
bleef hij zijn merkgenoten Mamola en Crosby ruim voor en daarmee werd Yamaha met Sheene (4e) en Roberts
(5e) de grote verliezer
in Paul Ricard. Door deze ontwikkelingen kwamen
Boet van Dulmen (8e) en Jack Middelburg (9e) niet verder en lijkt het gat met de top, motorisch gezien,
te groot.
De training: bittere pil voor Nederlanders
Met de beste bedoelingen was een sterke Nederlandse afvaardiging in het
Zuid-Franse Paul Ricard neergestreken, hoewel Henk van Kessel en Willem Zoet (blessure) op het
appèl
ontbraken. Velen hunner moesten echter een flinke teleurstelling incasseren, want eerst
ging Peter Looijesteyn met zijn Rotax tegen het asfalt (gebroken sleutelbeen), gevolgd door Ton Spek (middenhandsbeentje gebroken) en toen
nog Anton Straver (gebroken pols). Harde klappen in de rood-wit-blauwe hoek, die later
nog werden versterkt doordat Mar Schouten en Klaas Hernamdt zich niet konden
kwalificeren. Zij waren echter niet de enige coureurs, die naast hun
fietsen doken, want de organisator van de Franse GP, Francois
Chevailler, ging nog steeds van het principe uit, dat zoveel mogelijk
rijders een kans op kwalificatie moeten krijgen met als gevolg, dat er in de 250 cc klasse bijvoorbeeld
84 (vierentachtig dus!) coureurs op de trainingslijst stonden, waaronder 33 Fransen.
Ondanks het feit dat de rijders in twee groepen zijn verdeeld, kon men toch niet voorkomen dat de training
in een soort race ontaardt, want er mogen slechts 36 coureurs starten en de druk op
alle betrokkenen is te groot. Iets minder coureurs waren er in de 500 cc klasse,
waar de krachtsverschillen van de motoren echter groter zijn. Barry
Sheene trad aan met een identieke motor als Kenny Roberts, beide in een
iets lager frame gehuisvest en in Japan getest door Hideo Kanaya en
Ikujiro Takai. De
Brit zette daar, na veel wikken en wegen in de training om het geheel
goed sturend te krijgen, de derde tijd achter Lucchinelli (weer op
pole-position) en Roberts, maar voor Ballington, Crosby en Mamola.
Van
Dulmen stond als tiende genoteerd achter Franco Uncini en Jack Middelburg, die exact
dezelfde tijd lieten klokken en daarmee hun laatste duel als 'beste privé-rijder ter wereld' hebben uitgevochten.
Uncini zal immers de ex-fabrieksmachines van Hartog voor de Joegoslavische GP ter
beschikking krijgen en dat was de laatste teleurstelling bij de Nederlanders, want Jack hoorde
het nieuws pas op zaterdagavond en was zichtbaar teleurgesteld, dat niet hij deze snelle machines tot zijn beschikking kreeg. In de
500cc klasse kwam Hubert Rigal overigens
slecht terecht na een valpartij en de vriendelijke Monegask brak beide armen.
Virginio Ferrari wist zich overigens weer niet voor de race te
kwalificeren. De Cagiva* gaf vooral veel problemen met het frame en de
wegligging.
 |
Randy
Mamola, Marco Lucchinelli, Jack, Hiroyuki
Kawasaki (#29), Graeme Crosby. |
|
|
|
Jack
in Frankrijk |
|
|
© MOTOR Magazine |
|
|
 |
|
Jack bekijkt de Suzuki van Franco Uncini, die
hij ook graag had willen hebben. |
|
*************************

 |
|
Paul
Ricard 1981: Virginio in de training, waarin hij zich niet wist te
plaatsen. |
 |
*
Terwijl Marco Luchinelli bezig was om de eerste Italiaanse
wereldkampioen te worden sinds 1975 (Giacomo Agostini), reed Virginio
Ferrari bij het Italiaanse Cagiva in de marge van het Grand Prix
gebeuren. Ferrari die, in 1979, werd gezien als DE opvolger van Ago,
kwam er nu niet meer aan te pas in de koningsklasse. Hij mocht al blij
zijn als hij zich met de Cagiva kon kwalificeren. De voorganger van
Lucchinelli in het Nava Olio Fiat team, maakte een zeer teleurstellend
jaar door, zeker gezien het feit dat als hij bij Gallina was gebleven,
hij dit jaar misschien ook wel wereldkampioen had kunnen worden. In
plaats daarvan had hij zijn hoop gestoken in Cagiva. Cagiva, de fabriek
gelegen noordelijk van Milaan, was in 1981 Italiaans grootste
leverancier van 125cc motoren. De fabriek was ontstaan uit het in 1912
opgerichte Aermacchi, een watervliegtuigfabriek, dat later, na de Tweede
Wereldoorlog, ook motorfietsen ging produceren. Deze fabriek werd in
1960 overgenomen door het Amerikaanse Harley-Davidson. Harley zocht
lichtgewicht
motoren
om de Japanse invasie, in Amerika, van motorfabrikanten het hoofd te
kunnen bieden. In de vroege jaren zeventig kwam Harley met een nieuwe
tweecilinder racer, die bestond uit de technologie van Aermacchi en
Harley. De racer werd bereden door de legendarische Italiaan, Renzo
Pasolini (samen met de Fransman Michel Rougerie), die zo jammerlijk om
het leven kwam, in 1973, samen met Jarno Saarinen, op het circuit van
Monza. Zijn plaats in het Harley-Davidson fabrieksteam werd daarna ingenomen
door de Italiaanse veteraan Walter Villa.
 |
Walter
Villa op de H-D |
 |
1975
Francorchamps: Michel Rougerie, Johnny Cecotto en Walter Villa. |
 |
Renzo
Pasolini |
Topper Walter Villa bij
Harley-Davidson
 |
|
29
augustus 1976: podium Nürburgring
350cc: Johnny Cecotto (2e) en de twee
"Harley-Aeromacchi" coureurs, Walter Villa en Gianfranco
Bonera. |
 |
|
1977:
Franco Uncini & Walter Villa en hun "Harley-Aeromacchi's". |
 |
|
7
augustus 1977: podium Brno, Tsjechoslowakije 250cc: de laatste
overwinning van de "Harley-Aeromacchi" machines: Walter
Villa (2e), Franco Uncini en Mario Lega (de laatste pakte dus de
titel weg voor de neus van de twee Harley-Davidsons). |
 |
|
Walter Villa en
Franco Uncini |
Villa werd met de Harley
wereldkampioen in de kwartliterklasse in '74, '75 en '76 en in de 350cc
klasse in 1976. In 1975 werd Michel Rougerie tweede in het WK achter
teammaat Villa. Harley maakte dus in de midjaren zeventig redelijk de
dienst uit in de middenklassen. Ook Gianfranco Bonera bereed de
Amerikaans-Italiaanse machine in deze jaren. In 1977 werd Villa derde
achter de verrassende wereldkampioen, de Italiaan Mario Lega (Yamaha/Morbidelli)
en zijn nieuwe teammaat Franco Uncini, in de 250cc. Daarna was het
afgelopen met Harley-Davidson in de Grand Prix racerij. In 1978 sloot
Harley de fabriek in Italië, want hoewel ze het dus erg goed deden op
het circuit, deden de motoren het heel slecht in de showroom. Of beter
gezegd, ze deden het goed in de showroom, maar werden er niet uit
verkocht! De inmiddels failliete Aermacchi-fabriek in Italië werd
overgenomen door de Castiglioni broers, Claudio en Gianfranco. In
oktober werd de fabriek voortgezet met 130 medewerkers i.p.v. de 400 in
de oude situatie, onder de naam Cagiva. Waarom de naam Cagiva? Ze
noemden hun fabriek/merk naar hun vader: Castiglioni
Giovanni uit Varese.
Waarom de olifant als handelsmerk? De broers gebruikten deze al jaren
als geluksbrenger bij hun andere zaken. De motoren werden op de markt
gebracht onder de naam HD-Cagiva. De fabriek had in het verleden nooit
een zwaardere machine op de markt gebracht dan een 350cc, maar de
broers, lyrisch van GP racen, wilden ook in de Grand Prix racerij de
strijd aanbinden met de supersnelle 500cc machines uit Japan. In 1978,
nadat MV-Augusta een bod ter overname had afgewezen, begonnen ze met het
sponsoren van Marco Lucchinelli op een Suzuki RG500 in de MV kleuren,
zonder sponsornamen. Ezio Mascheroni, de man achter het succes van de
winnende machines van Walter Villa en Gilberto Milani, een vroegere
rijder van de Aermacchi-fabriek, werkten voor de broers aan de Suzuki
van Lucchinelli en deden zo veel ervaring op in de 500cc racerij. Ook
werden er diverse monteurs weggekocht bij MV. Gaande het seizoen werd de
Suzuki verbouwd tot een Cagiva racemachine en aan het einde van het
seizoen zaten er bijna geen Suzuki-onderdelen meer op of aan. De eerste
echte Cagiva verscheen in 1980 aan de start van de GP in Duitsland, met
Virginio Ferrari aan het stuur. Het frame was van de befaamde
Nederlandse framebouwer, Nico Bakker. Virginio zou geen al te grote
successen boeken met de machines. Diverse andere topcoureurs zouden bij
de fabriek in dienst komen in de komende jaren zoals: Jon Ekerold, Juan
Garriga, Didier de Radiguès, Ron Haslam,
Raymond Roche en Randy Mamola.
In 1991 werd de meervoudig wereldkampioen Eddie Lawson aangenomen. En
hij deed, in 1992, tijdens de verregende Hongaarse GP, wat de broers al
die jaren najaagden, winnen op een Cagiva tijdens een 500cc GP. Dit
leverde Lawson buiten de eer, ook nog een Ferrari
Testarossa op. Een jaar later deed John Kocinski het ook,
het kunststukje winnen op een Cagiva, op het circuit van Leguna Seca in
Amerika. Dat herhaalde Kocinski een jaar later in
Oostenrijk, maar daarna was het afgelopen met het Cagiva-verhaal in de
wegracerij.
| Podiumplaatsen
voor Cagiva |
| Coureur |
Jaar |
Plaats |
Grand
Prix |
| Randy Mamola |
1988 |
derde |
België |
| Eddie
Lawson |
1991 |
derde |
Italië |
| Eddie
Lawson |
1991 |
derde |
Frankrijk |
| Eddie
Lawson |
1992 |
eerste |
Hongarije |
| Doug
Chandler |
1993 |
derde |
Australië |
| John
Kocinski |
1993 |
eerste |
USA |
| John
Kocinski |
1994 |
eerste |
Australië |
| John
Kocinski |
1994 |
tweede |
Maleisië |
| John
Kocinski |
1994 |
derde |
Spanje |
| John
Kocinski |
1994 |
tweede |
Frankrijk |
| John
Kocinski |
1994 |
tweede |
USA |
| Doug
Chandler |
1994 |
tweede |
Argentinië |
| John
Kocinski |
1994 |
derde |
Argentinië |
| John
Kocinski |
1994 |
derde |
GP
Europa |
|
|
Eddie
Lawson op de Cagiva
|
Na de inlijving van
Ducati, in 1985, werden ook daarvan motoren toegepast. Cagiva verbeterde de
Ducati-motoren sterk en binnen korte tijd werd Ducati weer een
belangrijk merk. Ook Moto Morini, MV Agusta, TGM en Husqvarna werden
uiteindelijk nog aan het concern van de stinkend rijke Castiglioni
broers toegevoegd.
*************************
Maar we waren
gebleven, na dit stukje Cagiva racegeschiedenis, bij de Franse Grand
Prix van 1981 op het circuit van Paul Ricard:
 |
 |
 |
| Marco
Lucchinelli, winnaar 500cc, met zoontje Christinano. |
Ook door het bekende
enthousiaste motorgevoel even opzij te schuiven, durven we met grote
zekerheid te beweren, dat de 500cc wegrace GP's op dit moment een van de
meest spectaculaire en aantrekkelijke vormen van sport ter wereld is. De
machtsstrijd tussen de diverse fabrieken, en de coureurs onderling,
maakt van de koningsklasse een schouwspel, waarbij geen zinnig mens van
te voren een winnaar kan aanwijzen en de halveliterrace op Paul Ricard
vormde daarop geen uitzondering. Na de start namen Barry Sheene en Kenny
Roberts met hun fabrieks-Yamaha's het heft in handen, gevolgd door
Ballington, Mamola, Lucchinelli, Kawasaki, Middelburg en Crosby, terwijl
Van Dulmen pas als elfde voorbij de pitstraat kwam. Hoewel het tempo van
beide kopmannen, die ondertussen van plaats hadden gewisseld erg hoog
lag, kwam Lucchinelli (door honderden per bus uit La Spezia aangevoerde
fans aangemoedigd) opzetten om in de vijfde ronde Sheene van de tweede
plaats te verdringen en een ronde later de kop van Roberts over te
nemen. Kenny vocht terug en pakte 'Lucky' de eerste plek weer af om twee
ronden als leider langs te komen, maar toen stuurde de Italiaan zijn
fabrieks-Suzuki definitief langs de titelverdediger, die samen met
Sheene werd bedreigd door Mamola en Crosby. De Gallina-coureur wist
vanaf dat moment een kleine voorsprong op te bouwen en de wegslippende
Yamaha van Roberts maakte duidelijk, dat zijn Good-Year banden niet
tegen het hoge tempo waren opgewassen. De eerste uitvallers waren toen
al geteld, want Franco Uncini viel uit met een kapotte krukas, terwijl
Takazumi Katayama zijn Honda niet erg elegant neerlegde en de viertakt
zelfs in brand geraakte. Den Boet tikte aan bij beide fabriekscoureurs
Kawasaki en Ballington. Jack Middelburg reed een eenzame wedstrijd. Met
alleen fabriekscoureurs voor hem, draaide hij met de Sarome-Suzuki op een
negende plaats (als beste privé-rijder uiteraard) in de wetenschap dat
voor hem toch niet meer eer te behalen valt. We kunnen ons de tijden
herinneren, dat hij daar absoluut geen genoegen mee had genomen, zoals
bijvoorbeeld een jaar eerder op Paul Ricard, toen hij onderuit ging, in zijn jacht naar meer.
Mocht er dit jaar ergens sneller materiaal vrijkomen dan is Jack de
aangewezen man, maar zijn geduld wordt ondertussen wel op de proef
gesteld. Aan de kop van het lange veld, kon Lucchinelli beheerst zijn
voorsprong behouden, maar knokten de achtervolgers, van wie Crosby een
zeer sterke indruk maakte, om de tweede plaats, die tenslotte bij Mamola
(stalorders?) terecht zou komen met een voorsprong van 0,4 seconde. Ook
Sheene kende problemen met zijn achterband, doch ze waren niet van dien
aard dat hem een vierde plaats kon worden ontnomen, terwijl Roberts
vijfde werd. Den Boet toonde zich een ware vechtjas door met zijn
semi-fabrieks Yamaha het duel met Ballington en Kawasaki niet te schuwen
en de IMN-rijder kwam in de voorlaatste ronde voor Kawasaki, maar net
achter Ballington door.
 |
|
Valpartij
van de Fransman, Hervé Guilleux in de 500cc. |
 |
|
Stu
Avant voor Marc Fontan. |
 |
|
Randy
Mamola voor Barry Sheene. |
In de laatste omloop bleek ook dat zijn
Michelin's niet tegen het geweld waren opgewassen en stond hij een keer
dwars, zodat Kawasaki voor Ballington en Van Dulmen, zesde werd. Achter
negende man Middelburg eindigde Fontan als tiende, nadat zijn teamgenoot
Sarron weer eens was gevallen en werd Seppo Rossi uit Finland elfde voor
Bernard Fau, wiens tijdelijke Zago-teamgenoot Mike Baldwin al in de
opwarmronde met een vastloper was blijven staan. Sergio Pellandini werd
13e voor de Fin Kimmo Kopra en de Italiaan Walter Migliorati. Er zouden
24 rijders de finish halen in Frankrijk. Lucchinelli,
overgelukkig en erg opgelucht na zijn tweede GP-zege in totaal: 'Ik
moest zo snel mogelijk zien om tussen Kenny en Barry weg te komen, omdat
ze anders elkaar hadden kunnen helpen. Iedere keer toen ik achterom keek
zag ik een andere kleur helm op de tweede plaats en steeds dacht ik dat
er iemand dichter bij me in de buurt zou komen'. De verslagen
wereldkampioen reageerde als volgt op onze vraag of men niet van tevoren
de juiste slick had kunnen vinden: Wij moeten zowel twee nieuwe machines
alsook drie soorten bandencompounds testen. Dat is gewoon een beetje
teveel, maar het is geen excuus. Marco reed gewoon fantastisch.


De races waren dit seizoen stuk voor
stuk ongemeen spannend en zeer spectaculair. De machtsstrijd tussen de
fabrieken en de coureurs onderling, maakte dit jaar van de koningsklasse
telkens een schouwspel, waarvan de winnaar niet van te voren aan te
wijzen was.

|
24-05-1981
nationale races Venhuizen
|

Na thuiskomst reed Jack nog de
nationale 500cc wedstrijd in Venhuizen, waar hij Willem Zoet, net terug
van een sleutelbeenbreuk opgelopen in Frankrijk, ver voor
bleef en de eerste plaats in de wacht sleepte.

 |
 |
 |
 |
 |
|
Voor
de start met manager Jan Muis. |
Start
met Willem Zoet en Jack op de voorste rij. |
|
Circuit
Venhuizen |
Na
de race direct een shaggie. |
|
©
foto's Jeff de Lange
|
 |
 |
|
Johan
"Bobo" van Eijk in Venhuizen
|
|
©
foto's Johan Blom
|
|
31-05-1981
Grand Prix Joegoslavië, Rijeka
|

 |
|
Moeder
Dien bekijkt verwonding. |
Op 1
juni 1981 was er schokkend nieuws te melden vanuit Joegoslavië.
Jack was tijdens de training gevallen, door een vastloper van zijn
Suzuki, en had 2 middenhandsbeentjes gebroken (bijna altijd brak Jack
wel wat als hij viel, nu ook het ging zeer rustig want hij was een nieuw
blok aan het inrijden, maar keek net achterom, toen zijn motor vastliep,
om anderen niet in de weg te rijden) en kon nu niet alleen niet aan de GP van Joegoslavië
deelnemen, maar ook niet aan de lucratieve races die er aan zaten te
komen. En aangezien Jack de startgelden van deze races nodig had om zijn
seizoen rond te breien, besloot onze "vliegende kassenbouwer"
te stoppen met racen. Noodgedwongen door financiële problemen. Anders
dan bij Hartog een maand eerder, die hoefde het niet voor het geld te
doen, want dat had hij in "overvloed". Juist de komende races
in Raalte,
Tubbergen, Chimay en evt. het Eiland Man had Jack nodig in het seizoen. Het
mislopen van de startgelden voor die meest lucratieve races van
het seizoen kosten hem circa 40.000 gulden en dat was toen in die tijd
echt een smak geld (vind ik overigens nu ook nog wel een aardig bedrag,
maar goed). De schade aan de Suzuki bedroeg ook nog eens een 6.000
gulden en er was net die week voor 10.000 gulden aan onderdelen gekocht
bij Suzuki. Jack zou nog overwegen of hij zou starten in de TT van
Assen, maar dan zou het over zijn. De altijd vrolijke Westlander was nu
erg somber. In die tijd was er een flinke recessie in Nederland aan de
gang en Jack's broodwinning, de kassenbouw, lag ook volledig op zijn
gat. Dus ook zijn financiële toekomst buiten het racen was niet om erg
vrolijk van te worden.

 |
 |
Ook het nieuws van de dood van Michel Rougerie
kwam hard aan. De 31-jarige Fransman kwam ten val in de 350cc klasse,
waar hij dit jaar naar was overgestapt vanuit de halveliterklasse, maar stond ongedeerd
op. Had hij
blijven staan was er niets gebeurd, maar nu deed hij een fatale stap.
Zijn land- en teamgenoot Roger Sibille kon hem niet meer ontwijken en
sleurde hem mee. Exact hetzelfde had Michel Rougerie een jaar eerder
op Silverstone meegemaakt met land- en ook teamgenoot Patrick Pons, maar
toen was het de coureur Rougerie die zijn maat niet kon ontwijken. Nu
was hij zelf het slachtoffer, hoe bedoel je, déjà vu.... Voor
Frankrijk was het al het zoveelste gemotoriseerde dodelijke slachtoffer
in een jaar tijd. Eerst Olivier Chevallier, Formule I topper Patrick
Depailler, Patrick Pons, (lange-afstandrijders Christian Léon en
Jean-Bernard Peyre, later dat jaar) en nu dus Rougerie. De race in de 500cc klasse werd gewonnen door Mamola voor
Lucchinelli en Roberts. Verder stopte Honda na Joegoslavië met het
miljoenen verslindende viertaktproject. Takazumi Katayama en de hele
grote crew zouden niet meer terugkeren. Het was op een debacle
uitgelopen. Willem Zoet reed zijn eerste GP van het seizoen, na zijn
blessure, en kwam tijdens de training ten val, maar wist zich met een
21e tijd wel te plaatsen voor de race waarin hij op een mooie 14e plaats
eindigde. Christian Sarron reed overigens weer een fabrieks Yamaha plat.
Verder kwamen o.a. ook Virginio Ferrari, Kork Ballington (training) en Marc Fontan
ten val van de toppers.
 |
 |
|
Joegoslavië:
Jack bespreekt met Boet zijn val/verwonding. |
Jack
met Berry Zand-Scholten (verslaggever Telegraaf) en Hans Valstar
(vriend & manager). |
 |
Joegoslavië,
Rijeka, gevecht in de middenmoot in de 500cc klasse: met o.a.
Sadao Asami, Japan (#16), Philippe Coulon, Zwitserland (#17),
Seppo Rossi, Finland (#35), Franck Gross, Frankrijk (#50), Carlo
Perugini, Italië (#20), Josef Hage, Duitsland (#23), Michael Schmied,
Oostenrijk (#31), Gianni Rolando, Italië (#54), Mike Baldwin, Amerika
(#57) en Guido Paci, Italië (#56). |
 |
 |
Jack Middelburg
stopt na
Assen
Ik ben het zat. Dit schiet niet op. Ik wil niet in één keer stoppen, maar in Assen rijd ik mijn
laatste wedstrijd. Dat ben ik ten opzichte van mijn fans verplicht',
aldus een moedeloos gestemde Jack Middelburg op zondag tijdens de GP van
Joegoslavië, die hij als toeschouwer noodgedwongen bijwoonde. 'De Briet' ziet het niet meer zitten
en als we zijn woorden mogen geloven hebben we binnen korte tijd van de 'grote drie'
alleen nog Boet van Dulmen over, omdat Hartog en Middelburg de pijp aan
Maarten hebben gegeven. Hoe is het zover gekomen? Simpel. Tijdens de tweede training liep de Suzuki
van Jack vast en werd
de coureur uit het
zadel geworpen. Aanvankelijk leek het ongeluk beperkt tot financiële schade en een gekneusde pols, doch later kwam naar voren, dat twee middenhandsbeentjes waren gebroken.
Dit betekent, dat Jack zowel Tubbergen, Chimay als Raalte moet missen en
dat zijn juist de races waarin hij goed geld kan verdienen. Middelburg: 'Die
financiële klapper kan ik nu niet maken en daarna volgen weer de dure
GP's, waar je als privé-coureur altijd geld moet bijleggen. Deze
valpartij heeft mij de das omgedaan. Ik kan het financieel niet meer
bolwerken'. Jack kan het zich, ondanks de steun van Sarome, die niet als volledige sponsor optreedt, niet langer permitteren
om de hoge kosten, zoals motoren, onderdelen, een monteur plus reis- en
verblijfkosten, te dekken. Met het vertrek van de man uit Honselersdijk
zal niet alleen Nederland als motorsportland een enorme stap terug hebben gedaan, maar
verliest het GP-circus meteen de beste privé-coureur
van dit moment.
 |
| Randy
Mamola winnaar Joegoslavië |
Ondanks
de eclatante zege van Randy Mamola, die Marco Lucchinelli en Kenny Roberts vooraf
ging in de 500 cc klasse en daarmee zijn puntenvoorsprong op de titelverdediger tot acht wist uit te bouwen, is de Joegoslavische GP een zonnig evenement met een schaduwzijde geworden. De dood van
Michel Rougerie, het aangekondigd vertrek van Jack Middelburg, de afwezigheid van Honda en de blessures van
Ballington en Sarron, waren daar debet aan.
Positieve dingen gebeurden voor Toni Mang, die zijn aartsrivaal Jon
Ekerold in een rechtstreeks duel versloeg en Ricardo Tormo, die wederom
Stefan Dörflinger de weg wees, terwijl Theo Timmer knap vierde werd. Jongeling
Loris Reggiani versloeg Pier-Paolo Bianchi in een keihard 125 cc duel, nadat
Angel Nieto en Guy Bertin waren gevallen.
De training: vele niet-starters
Voordat de officiële tijdstrainingen voor de Joegoslavische GP op het
prachtige, maar helaas qua secundaire faciliteiten nog lang niet complete,
circuit van Rijeka, waren begonnen, waren twee namen al uit de
deelnemerslijst geschrapt: Takazumi Katayama en Christian Sarron. De
Honda-fabrieksrijder was niet in het land aan de Adriatische Zee
aanwezig, omdat zijn machines ontbraken. De Honda-renstal heeft zich
voorlopig van de circuits teruggetrokken en het is de vraag wanneer we die zullen
terugzien en waarmee. Katayama bevindt zich op dit moment in Japan en er zullen ongetwijfeld
harde woorden worden gewisseld over de toekomst.
Doorgaan met een gebed zonder einde (de NR 500) of het inzetten van een
tweetaktmachine, die misschien tegen de gevoelens van de oude
heer Honda indruist,
en indirect het falen van het NR-project benadrukt, maar dat met goede resultaten wel eens
zou kunnen compenseren. Het laatste gerucht dat de ronde deed was de
komst van een Honda tweetaktracer, die misschien in Assen of Silverstone
haar primeur mag
beleven.
Sarron kwam ten val tijdens de vrije trainingen en hij moest met een vingerblessure naar Frankrijk
terug. Dat is niet de eerste keer dit jaar. De dag begon goed voor Jack Middelburg, die van de
fabrieksjongens van Suzuki een serie nieuwe veren voor zijn achterdempers kreeg.
Toch een beetje erkenning? Voorlopig kon Jack vooruit, evenals Franco
Uncini, die
met de '81 fietsen van Wil Hartog ter plekke was (een protoptype van de '82
productieracer). Uncini: 'Deze machines zijn gewoon niet met een RG6
(de oude fiets van Uncini, waar ook Jack mee reed) te vergelijken. Ze zijn
lichter, sturen beter en hebben meer vermogen onderin. Het zal echter
wel even duren voordat ik er aan gewend zal zijn'. Met een zesde
trainingstijd vonden wij dat Franco goed gewend was.
De pole-positie ging opnieuw naar Lucchinelli, die Roberts, Mamola, Crosby en Sheene voorafging met een
tijd van 1.34.1. Van Dulmen stond als achtste genoteerd en was tevreden over zijn
motor, maar niet over de 'platte' Michelin's. Kork Ballington wilde wel, maar kon
niet starten. De
Zuid-Afrikaan, in het programma keurig als Brit vermeld, kreeg tijdens de laatste
training een vastloper en kon niet voorkomen dat een gekneusde voet het aanduwen van de Kawasaki onmogelijk maakte. Willem
Zoet was weer terug van weggeweest. Ook hij kwam ten val, doch raakte niet gewond en
plaatste zich als 21e. Ook de Italiaan Migliorati ging onderuit, zonder zich overigens
ernstig te verwonden, bleef na een schuiver van 150 meter roerloos
liggen en moest acht minuten op een ambulance wachten, waarmee werd aangetoond dat de
organisatie tekort schoot, wat ook door o.a. Sheene, Lucchinelli en Eric Saul
tijdens een onderhoud voor de pits werd
verteld.
|
Uitslag & trainingstijden 500cc Rijeka |
|
Pos |
Rijder |
Machine |
Ronden |
Tijd |
Grid |
Trainingstijd |

Lucchinelli en Mamola
vieren feestje in Rijeka. |
|
1 |
Randy Mamola |
Suzuki |
32 |
51:07.3 |
3e |
1.34.7 |
|
2 |
Marco Lucchinelli |
Suzuki |
32 |
0.9 |
1e |
1.34.1 |
|
3 |
Kenny Roberts |
Yamaha |
32 |
7.8 |
2e |
1.34.6 |
|
4 |
Graeme Crosby |
Suzuki |
32 |
12.7 |
4e |
1.35.0 |
|
5 |
Barry Sheene |
Yamaha |
32 |
22.5 |
5e |
1.35.0 |
|
6 |
Giovanni Pelletier |
Suzuki |
32 |
1:13.5 |
13e |
1.37.1 |
|
7 |
Boet van Dulmen |
Yamaha |
32 |
1:25.2 |
8e |
1.36.3 |
|
8 |
Seppo Rossi |
Suzuki |
31 |
1 ronde |
15e |
1.37.4 |
|
9 |
Guido Paci |
Yamaha |
31 |
1 ronde |
11e |
1.36.9 |
|
10 |
Kimmo Kopra |
Suzuki |
31 |
1 ronde |
24e |
1.38.5 |
|
11 |
Dominique Pernet |
Yamaha |
31 |
1 ronde |
26e |
1.38.6 |
|
12 |
Bernard Fau |
Suzuki |
31 |
1 ronde |
27e |
1.38.6 |
|
13 |
Alain Röthlisberger |
Suzuki |
31 |
1 ronde |
30e |
1.39.1 |
|
14 |
Willem Zoet |
Suzuki |
31 |
1 ronde |
21e |
1.38.2 |
|
15 |
Franck Gross |
Suzuki |
31 |
1 ronde |
22e |
1.38.3 |
|
16 |
Børge Nielsen |
Suzuki |
31 |
1 ronde |
31e |
1.39.2 |
|
17 |
Josef Hage |
Yamaha |
31 |
1 ronde |
34e |
1.40.3 |
|
18 |
Marco Greco |
Suzuki |
30 |
2
ronden |
32e |
1.39.3 |
|
19 |
Carlo Perugini |
Sanvenero |
30 |
2
ronden |
29e |
1.39.1 |
|
20 |
Jochen Schmidt |
Suzuki |
30 |
2
ronden |
35e |
-- |
|
- |
Jack Middelburg |
Suzuki |
0 |
Niet gestart/blessure |
16e |
1.37.5 |
|
- |
Sergio Pellandini |
Suzuki |
0 |
Engine |
19e |
1.38.0 |
|
- |
Gianni Rolando |
Lombardini |
0 |
Engine |
25e |
1.38.5 |
|
- |
Marc Fontan |
Yamaha |
0 |
Valpartij |
7e |
1.36.1 |
|
- |
Philippe Coulon |
Suzuki |
0 |
Engine |
20e |
1.38.0 |
|
- |
Sergio Bertocchi |
Suzuki |
0 |
Engine |
23e |
1.38.3 |
|
- |
Christian Estrosi |
Yamaha |
0 |
Engine |
33e |
1.40.0 |
|
- |
Franco Uncini |
Suzuki |
0 |
Engine |
6e |
1.36.0 |
|
- |
Graziano Rossi |
Morbidelli |
0 |
Engine |
9e |
1.36.3 |
|
- |
Jon Ekerold |
Solo |
0 |
Engine |
17e |
1.37.9 |
|
- |
Kork Ballington |
Kawasaki |
0 |
Niet gestart/blessure |
12e |
1.37.0 |
|
- |
Mike Baldwin |
Suzuki |
0 |
Valpartij |
14e |
1.37.4 |
|
- |
Walter Migliorati |
Suzuki |
0 |
Opgave |
18e |
1.37.9 |
|
- |
Sadao Asami |
Yamaha |
0 |
Engine |
10e |
1.36.8 |
|
- |
Virginio Ferrari |
Cagiva |
0 |
Valpartij |
28e |
1.39.0 |
|