 |
|
December
1980, Jack neemt samen met Petra de oorkonde voor motorsportman
van het jaar in ontvangst, van Coen Verburg van Moto '73. |
|
© MOTOR Magazine
|
| Interview
december 1980, Motorsport |
 |
 |
 |
 |
|
|
Jack
Middelburg gelooft in nieuwe seizoen! |
|
 Ja,
U ziet het
goed!
De man
die hier
bij de kerstboom
het glas
heft om zijn vele
vrienden
bij de N.M.B.
een gelukkig
en voorspoedig
1981 toe
te wensen
is Jack
Middelburg.
Wij zochten
Jack
op in zijn fijn huis
in Honselersdijk
en als U deze
pagina omslaat
vertelt
hij zelf
hoe hij
hoopt dat
1981 er
voor hem
uit zal
zien.
De man die het
afgelopen
jaar de "koningsklasse"
van de
Dutch TT won
en daarmee
de vaderlandse
motorsport
een onvergetelijk
geschenk
aanbood,
is zichzelf
gebleven.
Een bescheiden en,
hoe paradoxaal
het ook
klinkt, soms
welhaast
schuchter mens,
gezegend
met een
ongelooflijk gevoel
voor humor.
Maar vergist
U zich
niet,
eveneens
een volwassen
geworden
prof die
weet wat
hij kan.
Jack Middelburg
is een "grote"
geworden.
De tijden
dat hij
de NMB-circuits
met zijn
Honda'tje
onveilig maakte,
liggen
definitief
achter
hem. Hij
heeft
er de Nederlandse
motorsport
veel voor
teruggeven!
De
beloning is deze
winter niet
uitgebleven,
de lezers
van Moto
73 kozen
hem tot
"Motors
portman
van het
jaar".
De KNMV gaf
hem al haar
waardering door
de hoogste
motorsportonderscheiding
die ons land
kent de
"Hans de
Beaufortbeker"
aan Jack
Middelburg uit te reiken.
Onderscheidingen
kunnen wij "Jumping
Jack"
niet aanbieden,
dat hoeft ook
niet. Wel
vergezellen
hem Uw en
onze beste
wensen voor
een goed 1981!
|
|
Jack
Middelburg
kan de beheersing
opbrengen
in de wachtkamer
van de internationale
racewereld
plaats te nemen
en zich
te realiseren
dat hij vier jaar
jonger
is dan
Wil Hartog
en Boet
van Dulmen,
zodat logisch
beredeneerd
zijn grote
kans vanzelf nog moet
komen. Er zijn maar weinig
mensen
in Nederland
die de
populairste
en de succesvolste
motorcoureur
van het
topjaar 1980
zo wensen
te bekijken.
Altijd heeft men
veel liever
in de Asser
TTwinnaar
het spektakelmannetje
zonder
vrees gezien
omdat
een valpartij
er in zijn leven
nu eenmaal bij hoorde
en die reputatie
werd nog
eens verstevigd
door zijn roepnaam
"Jumping Jack".
Maar de ontdekking
van het
afgelopen
seizoen
bleef
het feit,
dat het roekeloze
eraf is. Nee,
de aard
van het
beestje
is niet
veranderd, dat zou
zonde en ook
niet
goed voor hem
zijn.
Tot zijn klasse
als toprijder
hoort
juist dat
hij durft.
Als een roofdier
circuleert
hij boven
de Europese
circuits om elk
zichtbaar
wordend
graantje mee
te pikken,
dat de moeite
waard is.
Nee,
bedoeld
wordt veel meer
dat Jack Middelburg
alles keurig
op een
rijtje heeft
staan,
weet wat
hij wil en
de koelbloedigheid
kan opbrengen
om zich
te gedragen
als een hele
grote
renner
in wording
die wellicht
alle
vorige
Nederlandse
prestaties
weet te overtreffen.
Ho,
gaat men niet
te ver,
hoor ik
al roepen.
Misschien.
Daar kan niemand
een
"juist"
antwoord op geven.
Maar de indruk,
dat hij
gelauwerd en
gerijpt
is, is
wel gewekt
tijdens
het gesprek
bij hem
thuis in
Honselersdijk
toen hij zich
even
had losgemaakt
van de
festiviteiten
in de
maand december.
"Ik
sta er anders
- gemakkelijker
tegenover
dan vorige
seizoenen",
zegt hij
onverwachts.
"Je
ziet nergens
meer tegen op. Dat
is -
denk ik
- de verdienste
van de
Asser
TT geweest.
Voor mijzelf
heb ik
een doorbraak
bereikt.
Ik hoor erbij.
Dat
weet ik nu
niet
alleen
maar ook de andere
Grand Prix-rijders."
Later borduurt
Jack Middelburg
daarop
door: "Ik
kan me
eigenlijk
geen gelukkiger
mens
voorstellen.
Alles
wat ik tot nu
toe heb
willen
bereiken,
lukt. Er zijn
niet veel mensen die me dat kunnen navertellen."
 |
|
Jack
tekende nieuw contract bij Sarome. |
Het
kan raar
lopen.
Een
jaar geleden werd
Boet van
Dulmen door
Yamaha
I.M.N. geadopteerd,
omdat hij de
Grand Prix
van Finland
had weten
te winnen
en moest
Jack Middelburg
geld
meebrengen
om als
kompaan
van Den Boet
door het
leven te
mogen gaan.
Er was voor hem
toen geen
andere
keus
meer.
Tegen
zijn
zin moest
hij het aanbod
aannemen.
Men kan
alles
van hem zeggen,
maar het
bedrijf
had zich
geen betere
hulp kunnen
wensen.
Een renner
die ineens
vleugels
krijgt als
de kans
op succes
zich
voordoet,
vindt men niet
snel.
Je moet maar
het geluk
hebben
dat zo'n
tweede talent
zich meldt.
Zeker in de
winter als
Jack Middelburg
tijd kan
vrijmaken
voor een rustig
overzicht,
benadrukt hij:
"De
hele
opzet is
verschrikkelijk
goed geslaagd.
Weet niet wat
ik nog meer had
kunnen
doen.
Je moet ook
de omstandigheden
waaronder
het
allemaal
gebeurde
niet
uit het
oog verliezen".
"Ik
begon het
seizoen
met minder
goed materiaal
en door dat
zere been,
waarvan
ik last
ben blijven
houden,
was ik
extra gehandit.
Daar ben
ik me
steeds
terdege bewust
van geweest.
Daarom
heeft mijn
rijden in het
teken
van een paar
hoogtepunten
gestaan.
De TT
natuurlijk,
Raalte,
Chimay
en noem
verder maar
op. Het
was
een heel
aparte
belevenis
waarvan
ik nog steeds
denk dat ik
dit zelden
meer zal meemaken
hoewel
ik er wel
alles voor zal doen om het nog eens te beleven. Die
tijd in Oostenrijk
ook, ik
vergeet
het mijn hele leven
waarschijnlijk niet
meer.
Ik reed
direct
na aankomst al tegen het ronderecord
van Roberts
aan. Het was bijna niet
om te geloven,
dit resultaat gaf me
een berg
vertrouwen
dat hou je niet voor mogelijk.
Het winnen
van de TT was toen
veel
gemakkelijker
dan ik verwacht had. In alle
gevallen
heb ik geen
onnodige risico's genomen,
want aan het begin
van het seizoen
heb
ik dat in Frankrijk
een keer
wel gedaan
omdat
ik toen dacht
het moet nu maar eens
gebeuren
en prompt
ging het mis. Gelukkig kwam
ik met
schrik
van de valpartij
af". Heb
je nu
het gevoel een ommekeer
meegemaakt
te hebben? "Nee",
verklaart
Jack Middelburg
onomwonden. "Ik
ben
in 1978 internationaal
gaan rijden - me vooral
oriënteren,
een
beetje
- in 1979 ben
ik zoveel
mogelijk
punten gaan verzamelen
en
in 1980 heb ik datzelfde
nagestreefd
natuurlijk, maar
ik wilde
ook proberen
eens
een
grote wedstrijd
te winnen".
Wil
Hartog zei
drie jaar geleden
toen
het ook niet
meer
stuk
leek
te kunnen:
"Het gaat eigenlijk
te goed
met mij, ik word er
soms
bang van".
Dat opmerkelijke gevoel
zegt
Jack
Middelburg nooit gehad te hebben.
Een week
later in het
Belgische Zolder
werd de 'winning
mood' moeiteloos
onder
controle
gebracht.
"Het
ging goed,
daar lag het
niet
aan,
alleen
de fietsen
liepen voor geen
kwartje.
Dan
kan het niet en probeer ik het
ook niet".
Alweer
zo'n
opmerking in dit interview,
waaruit
moet
blijken, dat
Jack
Middelburg
een
ander
mens is geworden.
Je
moet
achter
de ruwe bolster
steeds
meer
een
blanke pit zoeken,
een vakmannetje
in de racerij. Met
overleg
hoopt hij een
ongeëvenaard
succesvolle
carrière
te kunnen opbouwen,
waarvan
het
kenmerk
een
geleidelijke
vooruitgang
is. Maar dat wordt moeilijker
omdat het
materiaal
gelijk blijft, of
iets
verbetert
maar
niet
genoeg
en de verwachtingen
toch automatisch
worden opgeschroefd.
Eén
geluk
heeft
hij, een wereldsponsor,
Sarome steunt
hem
en
van
de overstap
van
Yamaha
naar
Suzuki - zijn oude liefde
- koestert
hij ook
hoopvolle berichten.
Meer
steun
dan
een ander
is hem
sowieso
toegezegd.
Alleen
zal het
waarschijnlijk
gissen
blijven
tot februari
wat dat
inhoudt
omdat
de ervaring
leert
dat een
toprenner
eerder
nooit
zekerheid
krijgt. Maar
Middelburg
schikt.
"Blijft
als
sportman
een
verschrikkelijke
uitdaging
met standaardmateriaal
te winnen
en
die drijver
blijft je bezighouden."
Middelburg
doet deze uitspraak
in het
besef
dat
hij tijd heeft,
zijn kansen komen
nog. Hij
is vier
jaar
jonger
dan Wil en
Boet
en
kan
zich
veroorloven
nog enkele
jaren
in de wachtkamer
plaats te
nemen
om de broodnodige
ervaring
op te doen.
Dat vindt hij helemaal
niet
erg.
"Van
de internationale
rijders
heeft
iedereen
ongeveer
mijn leeftijd:
28 jaar.
't
Kan
bij de een
misschien
meevallen,
maar
het verschil
is in
ieder geval
klein. Voor zover
ik weet
vormt
Randy
Mamola eigenlijk
de enige
uitzondering.
Zoiets
heb
je altijd, in
elke sport."
Het
belangrijke
racejaar
1981
zal
dan
ook
dat
kenmerk
weer dragen.
Hopelijk
geen
onbezonnen
dingen
en toch
succes.
De
nieuwe
strategie
krijgt ook
langzamerhand
gestalte.
Nu
het been
weer
aardig
begint
te herstellen
en
in
maart
waarschijnlijk
volledig
genezen
zal
worden
verklaard,
gokt
Middelburg
erop
dat
de tijden
van
zijn
snelle
start
terugkeren.
Elke
Grand
Prix in
1979
was hij als
een van
de eerste
rijders
vertrokken
en
omdat
hij toen
nog niet
zo bedreven
was als
nu,
liet
hij zich terugzakken.
Vaak
naar
een
tiende
of elfde
plaats
en met
geluk
eindigde
hij dan
in de buurt
van een
zevende
positie
omdat
iedere
race wel
een
paar
uitvallers
telt,
normaliter.
Die strijd zou
hij twee jaar
later graag wat volwassener
willen aanpakken.
Zich niet zo snel meer
gewonnen
geven om daarna
van achteren
toch weer gas
te geven.
"Ik wil komend
seizoen
blijven
meeknokken
met de
internationale
top.
Ik ben van
mening dat ik
dan niet hoef
onder te
doen als de
motor
maar in orde
is." Het
afgelopen
jaar lag
dat toch anders.
Zijn monteur
Van de
Broeke moest
hem sommige
wedstrijden
zelfs helpen
starten;
de kracht in
het been
ontbrak
voor een toereikende
afzet. Zijn
motor sloeg
vaak aan
als de
anderen reeds
uit het zicht
dreigden
te verdwijnen.
Geestelijk
is dat
niet alleen
een klap
in het gezicht
van een sporter,
die
zich
verloren
waant, maar
door de huidige
ontwikkelingen
in de techniek
is het praktisch
ook
onmogelijk
geworden
dan nog
daden
te verrichten
die opvallen.
Tijdens
de laatste
Grand
Prix
op de
Nürburgring
gaf
Middelburg daarvan
nog
een
sterk
staaltje weg.
Niemand
zag het omdat
hij
zich
voortbewoog
tussen
het
langgerekte
peloton,
maar
zijn tijden
waren
ongeveer
gelijk
aan die
van de koplopers.
Niet
ten onrechte
merkt
hij
op:
"Reken
dan eens
uit dat ik me tussen
de achterblijvers
heb moeten
doorwringen,
wat
extra
kost
en ik
persoonlijk
hecht
ook veel
waarde
aan het
feit, dat
een rijder
die meevecht
aan
de top
gemotiveerd
en geïnspireerd
raakt. Dat
komt
ook
in
de tijden tot
uitdrukking.
Nou,
dan
kijk je
toch
met een tevreden
gevoel
op
die prestatie
in West-Duitsland
terug,
hoewel
de achtste
plaats die
ik veroverde
niemand natuurlijk
veel
zegt. In mijn uppie heb
ik deze
voldoening
wel vaker
dit seizoen
gehad."
In
deze terugblik, die
ten doel had ook de mens achter de coureur te belichten,
zijn in december dingen gebeurd,
die Middelburg zijn leven
zullen bijblijven.
De lezers
van Moto
'73
riepen hem
uit tot de populairste
rijder
van
Nederland en de
KNMV greep de
kans
op het kampioenengala
de Hans
de Beaufortbeker
aan hem
uit te reiken.
Als Middelburg
ooit is gaan
beseffen
dat hij
gewaardeerd wordt
in Nederland
dan is het
tegen oudjaar
geweest. Twee onverwachte
titels
brachten
hem tot
tranen
van bewogenheid.
Enkele
dagen
later
zou hij opmerken:
"Ik
denk
dat
ik
er
rustiger
voorsta
dan
de
andere
topjongens.
Ik heb
geen
verplichtingen
aan
een
importeur
en
dat lijkt me erg
belangrijk
na
het
vorige
seizoen.
Het
moet
van
geen
mens
en
daarvan
kunnen de
verwachtingen
ook
getemperd
worden.
Maar
ik weet
van
mezelf
wat
ik
kan
en
als
ik
me
weer
kan
laten
zien
zoals
in
1980
dan
krijg
ik
automatisch
over
één
of
twee
jaar
mijn
kans
op
een
fabrieksmachine.
Want
zo
gaat
het altijd.
Daarom
kijk ik
lekker
onbezorgd
naar
de
nieuwe wedstrijden
uit.
Ik
ga mijn
best
doen
voor
Suzuki
en
Sarome
en
dan komt
de rest
vanzelf
als
het
niet
teveel
tegenzit". |
|
Jack
Middelburg: Bloemen en cel voor snelheidsjunkie (Panorama
begin '81) |
|
Het contrast tussen de twee gebeurtenissen, die zich binnen enkele maanden voltrokken was ogenschijnlijk
enorm. Eerst was er die menigte van 125.000 motorfanaten, uit alle hoeken van Nederland naar Assen geronkt, die dat schriele mannetje met dat sluike vuilblonde haar bijna hysterisch bejubelden als winnaar van de
Nederlandse TT, niet veel later was er alleen maar die ene bewaker die laconiek de celdeur afsloot achter de rug van diezelfde man met dat licht slepende been. Toch hadden beide gebeurtenissen uit 't leven van Jack Middelburg
één en dezelfde oorzaak: hij is een snelheidsjunkie.
Privé, op de snelweg, duwt hij de gaspedaal van zijn Mercedes regelmatig tegen de plank, zodat de naald van de
snelheidsmeter nerveus tegen de 250 kilometer aantikt. "Rij ik langzamer, dan lijkt 't net of ik stilsta," verklaart Jack
nonchalant. Het is een excuus waaraan de gehelmde mannen in de snelle Porsches
uiteraard geen boodschap hebben. Vandaar dat Middelburg
- onvrijwillig - bonnen wegens snelheidsov ertredingen
spaart, zoals brave huismoeders Douwe Egberts-punten. Deze zomer had hij er zoveel verzameld, dat hij als beloning twee weken mocht
doorbrengen in cel D 28 van de Rotterdamse strafgevangenis. Jack onderging zijn lot van
bajesklant gelaten; zijn verslaving had hem wel groter ongerief bezorgd. En dan met name in zijn meer openbare
hoedanigheid van motorcoureur van internationale allure.
Als jochie al viel Jack zo vaak van zijn opgevoerde bromfiets, dat zijn moeder
's- nachts niet dorst in te slapen uit angst voor nachtmerries waarin sirenes van
ziekenauto's en verminkingen de vaste hoofdrollen opeisten. Geen wonder wanneer men weet dat vader Middelburg,
als oorlogsvrijwilliger in Korea, een oog en een onderarm verspeelde toen hij een bunker probeerde op te blazen.
Later, als een echte coureur met startlicentie, verwierf Middelburg zich de bijnaam Jumping Jack door even
regelmatig als spectaculair van zijn wielen te stuiteren. Sterker nog: Jack Middelburg leek
en lijkt meer op 't asfalt te liggen dan dat hij rijdt. Alles wat er maar breken
wil in een mensenlichaam heeft Middelburg inderdaad gebroken,
en
erger. Jack is al zo vaak aan de dood ontsnapt, dat de vraag die Panorama eens openlijk stelde:
Wanneer breekt Jumping Jack zijn nek? nog immer niet aan actualiteit heeft ingeboet.
Integendeel.
Maar blijft Jack overeind, dan gaat hij ook goed hard. Zoals die broeierige namiddag in
Assen, toen duizenden mensen waanzinnig met programmaboekjes stonden te zwaaien en loeiden als een groot beest, omdat Jack bezig was, als tweede Nederlander in de
geschiedenis, de TT op zijn naam te brengen in de
halveliterklasse. Op dat moment stuurde Middelburg zich symbolisch uit de slipstream van Hartog en Van Dulmen, die tot dan juist een treetje hoger stonden op de
populariteitsladder van het motorvolk, aangezien ze al wat langer meedraaien.
"Dit is de gelukkigste dag van mijn leven," prevelde Jack later in het rennerskwartier, terwijl hij met vaste vingers een sjekkie rolde. Tenslotte is roken ook slecht voor de
gezondheid.
|
|
 |
Interview
van oktober 1978 waarnaar in bovenstaand verhaal
gerefereerd wordt. Foto is van F750 Hockenheim van 1976,
toen Jack van achteren werd aangereden, bij de start,
door Mick Grant (#3). |
|
|
Afscheid
Adri v/d Broeke |
| Interview
begin 1981, Moto'73 |
 |
 |
| Interview
januari 1981, Motorvisie |
 |
 |
 |
 |
| Interview
begin 1981, toenmalig weekblad RITS |
|
CHAMPAGNE IS NIET
BELANGRIJK VOOR MONTEUR'
|
|
Adri v/d
Broeke: MOTORRACEN IS SPELEN MET DE DOOD |
| Het
motorsportseizoen is weer in volle gang. De eerste belangrijke
Nederlandse wegrace wordt zondag 22 maart op het circuit van
Zandvoort afgewikkeld. Alle categorieën - 50, 125, 250, 350 en
500 cc - verschijnen
aan de start. 'Ik heb slechts één wens: weinig ongevallen. Ik
hoop dat 1981 geen nieuw rampjaar voor de motorsport wordt.' Dat
zegt Adri van de Broeke, die 'n aantal motorcoureurs op het
technische vlak begeleidt. Hij laat de motoren zo hard en
verantwoord mogelijk lopen'. RITS-sport sprak met topmonteur Van
de Broeke over het rijklaar maken van “de fiets” en de
gevaren in de sport. |
| Adri
van de Broeke is 33 jaar oud en woont in Oostkapelle, waar hij,
sinds kort, een motorzaak uitbaat. 'Ik ben', rapporteert de
vriendelijke, roodharige Zeeuw, 'een nieuwe toekomst aan het
opbouwen. Ik heb me vier jaar lang uitgesloofd voor Jack
Middelburg, maar vond nu de tijd gekomen het eens over 'n andere
boeg te gooien. Overigens: het was een fantastische periode bij
Jack, ik blik er met plezier en tevredenheid op terug. Het
hoogtepunt vormde natuurlijk Jacks zege in de TT te Assen. Toen-ie
als eerste de finishlijn passeerde, vorig jaar, ging er een
heleboel door me heen. Ik voelde dat-ie mede dankzij mij had
gezegevierd. Want, eh, Jack wist en weet helemaal niks van
motoren.' Over de machine praten is er niet bij. Interesseert hem
geen bal. 'Als dat ding maar rijdt, zo redeneert-ie.' En lachend
voegt hij er aan toe: 'Een nieuwe bougie aanbrengen lukt
waarschijnlijk nog net, maar daarmee houden
de technische vaardigheden van
Jack op.' Het lijkt ondankbaar werk. Adri van de Broeke bestrijdt
dat. 'De champagne', doceert hij rustig, 'is voor een monteur niet
belangrijk. |
En wat mezelf betreft: ik ben blij als machine plus
coureur zonder brokken bij de streep arriveren. Luister, een
monteur wordt ingehuurd om een motor zo goed mogelijk te laten
lopen. De coureur dient voor overwinningen te zorgen. Ja, ik ken
de racerij door en
door. De
reden: ik heb zelf
bijna tien jaar op de fiets gekoerst. Een vedetterol was voor mij
niet weggelegd. Mijn beste prestatie behaalde ik in 1972 tijdens
de TT, waar ik op de negende plaats beslag legde: Verder kwam ik
in de 250 en 350 cc enkele keren dicht bij de nationale titel,
maar moest tenslotte telkens genoegen nemen met de tweede plaats.'
'Het is', geeft hij toe, 'een geweldig voordeel dat ik op de fiets
heb gezeten. Daardoor kan ik me verplaatsen in de gevoels- en
gedachtenwereld van de coureur.
|
|
Ik heb Jack dan ook verscheidene
keren race-adviezen verstrekt. Ik bewonder Jack enorm. De eeuwige
optimist! Iemand die het leven altijd van de zonnige kant bekijkt.
Het tegengestelde van de doemdenker, dus. Ja, ik heb hem 'n paar
keer van de machine af zien lazeren. Dan schrik je, zacht
uitgedrukt. Op het circuit van Silverstone bijvoorbeeld, waar-ie,
in 1979, op een merkwaardige manier viel. Het bleek dat een
drijfstang was gebroken. Je voelt je op zo'n moment schuldig. En
machteloos! Het facet GELUK is vreselijk belangrijk in de
motorracerij. Een ongeluk zit in een klein hoekje. Ook ik ben in
het verleden tientallen malen gevallen. In één seizoen zelfs 17
keer! Maar de blessures waren nooit van ernstige aard, gelukkig.'
Mooie
tijden
Hij
maakt een zijsprongetje en duikt even in zijn privé-geschiedenisboekje.
Een boekje, waarin het begrip snelheid een centrale plaats
inneemt. Neem de kartsport. 'Ik heb', haalt hij met een
ondeugend lachje op, 'verscheidene karts gebouwd. Karts waarmee ik
de straten van mijn woonplaats af en toe flink onveilig maakte.
Dan kwam de politie in actie. En volgde een achtervolging. Mooie
tijden, zeker. Mensen die zich in de snelheidssporten bewegen,
zijn verknocht aan spanning. Ze kunnen er niet buiten. Die kicks,
hè. Ik bekijk het
racegebeuren nu wat meer van op afstand. Ik zit niet meer in het
rennerskwartier te sleutelen. Jack heeft thans Albert Siegers tot
zijn beschikking. Ook een uitstekend monteur, dunkt me. Maar goed,
het contact met Jack raakt niet verloren. Daar ben ik van
overtuigd.' Hij vervolgt: 'Ik verstrek dus technische adviezen aan
monteurs en coureurs. Toen in de krant stond dat ik Middelburg zou
verlaten, stond de telefoon roodgloeiend. De ene aanvraag na de
andere. Maar hoe verleidelijk ook, ik heb elk aanbod afgewimpeld.
Ik wilde geen persoonlijk monteur meer zijn, maar een nieuw leven
opbouwen. Bij Jack werkte ik 70 uur per week, maar momenteel ben
ik ruim 80 uur in de weer. En: er is nog steeds een
spanningselement. Het gaat nu om de vraag: Slaag je er in 'n
aardige zaak op te bouwen? Die uitdaging past me als een
handschoen. Ja, ik ben groter behuisd, beschik over een ruime
werkplaats. Vroeger moest ik Jacks motor in een hok van 9
vierkante meter rijklaar maken. Als ik moest denken, als ik me
over een bepaald technisch probleem wilde buigen,
dan liep ik naar
buiten.' 'Er zijn:, vindt de Zeeuw, 'in Nederland een heleboel
goede monteurs. Maar ik moet helaas tevens vaststellen dat er
monteurs rondlopen, die vreselijk slordig zijn. Begrijp je? Dat
soort mensen speelt met andermans leven. Ze zijn zich niet bewust
van hun verantwoordelijkheid. We belanden bij de gevaren in de
motorsport. Vorig jaar kwamen acht Nederlandse motorracers om het
leven: Klaas Davidson (Opmeer), Willem-Jan Nooteboom (Schiedam),
Leo van der Noll (Rotterdam), Sjirk Joustra (Kreileroord), Boy
Brouwer, Jos Stet (Heiloo), Andre Schilder (Alkmaar) en John
Middelburg, een neef van Jack, uit Poeldijk.
Rampjaar
Bovendien
vonden drie toeschouwers de dood op de Nederlandse circuits. Het
grootste drama speelde zich af op 5 mei 1980, toen bij de wegraces
te Ammerzoden, het dorp van de befaamde Boet van Dulmen, twee
coureurs (Van der Noll en Joustra) en twee toeschouwers het leven
lieten. De wedstrijden werden - en dat was bijzonder merkwaardig
- niet afgelast na de dodelijke ongevallen. The
show must go on!
Adri van de Broeke merkt op: Het is zonder de geringste twijfel een
gevaarlijke sport, motorracen. Spelen met de dood, ja. Sommige
mensen geeft dat voldoening, balanceren op het koord. Ik
vind het gewoon een prachtige sport. Het samenspel tussen mens en
machine boeit me enorm.' Van de Broeke's ex-baas Jack Middelburg
over het gevaarlijkheidsaspect: 'Ik loop voortdurend langs het
ravijn. Risico's nemen windt me op. Ik ben nooit bang op de fiets.
Alleen, ik, eh, ik hoop wel dat Vrouwe Fortuna me niet in de steek
laat.' En Boet van Dulmen: Bang? Nee... Anders zou ik niet meer
racen, hè. Verscheidene collega's zijn om het leven gekomen. Daar
sta je dan bij stil 'n paar dagen. Maar het leven gaat verder.'
Waarna topmonteur Adri van de Broeke stelt: 'De dood rijdt mee in
een motorrace. Dat is een keiharde realiteit. Als een bekende
overlijdt, ben ik pijnlijk getroffen, natuurlijk. Niemand is van
steen. Maar ik redeneer net als Boet: Je kunt en mag niet te lang
bij bepaalde dingen stilstaan. Het leven is kort. Maak er wat van,
zo luidt mijn devies. Er zijn mensen die hun geluk op de motor
zoeken. Met de bekende risico's. Voor de nabestaanden, want daar
gaat het in feite om, van de overleden toeschouwers vind ik het
dubbel triest. Een toeschouwer dodelijk aangereden, dát snijdt
door mijn hart, echt waar.'
|
|
Tot
zover Adri van de Broeke, een stille, harde werker. Iemand die de
wegsport kent als zijn broekzak. En iemand die tijdens het seizoen
voortdurend wordt 'geconsulteerd'. In Zandvoort is hij van de
partij. Maar: in een andere rol. Niet sleutelend in het
rennerskwartier, maar als 'belangstellende'. Een 'belangstellende'
die - vermoed ik - constant wordt aangeklampt met verzoeken voor
advies. 'Ik ga', rondt hij af, 'wel 'n paar Grote Prijzen
bezoeken. Maar beslist niet allemaal. Ik ben, zoals gezegd, een
nieuw leven begonnen. De eerste Grand Prix heeft plaats op zondag
26 april in het Oostenrijkse Salzburg. 'Ik hoop dat Jack, 'n
aardig ventje, wint', zo geeft Van de Broeke uiting aan zijn
gedachten.
|
De fabrieken brachten de volgende
coureurs aan de start van de 500cc in 1981:
- Yamaha-USA: Kenny Roberts
(USA),
- Yamaha-Frankrijk: Christian
Sarron (Fr)
- Yamaha-Frankrijk: Marc Fontan (Fr),
- Yamaha-Mitsui GB: Barry Sheene
(GB),
- Yamaha-Switzerland: Michel
Frutschi (CH),
- Yamaha-IMN-Nederland: Boet van
Dulmen (NL),
- Yamaha-België: Bernard Fau (Fr).
(De belangrijkste privé-coureurs op
een Yamaha: Dale Singleton (USA), Steve Parrish (GB), Dave Potter (GB),
Patrick Fernandez (Fr), Jon Ekerold (Zaf), Sadao Asami (Jp).)

- Suzuki-GB: Randy
Mamola (USA),
- Suzuki-GB: Graeme Crosby (Nzl),
- Suzuki-Italië: Marco Lucchinelli (It),
- Suzuki-Gallina: Franco Uncini (It),
- Suzuki-Zwitserland: Philippe
Coulon (CH),
- Suzuki-Nimag-Nederland: Wil Hartog
(NL).
(De belangrijkste privé-coureurs op
een Suzuki: Jack Middelburg, Keith Huewen (GB), Christian Estrosi (Fr),
Gianni Rolando (It), Gianni Pelletier (It), Gustav Reiner (D).)
- Honda-Japan: Takazumi Katayama (Jp),
-
- Kawasaki-Japan: Kork
Ballington (Zaf),
-
- Morbidelli-Italië: Graziano Rossi
(It),
-
- Cagiva-Italië: Virginio Ferrari (It),
-
- Sanvenero-Italië: Carlo Perugini
(It),
Jack, inmiddels verhuisd van Naaldwijk naar Honselersdijk (uiteraard
wel in het Westland), was ondanks alle tegenslag zeker niet echt
ongelukkig over 1980. Alleen de TT overwinning was daar al reden genoeg
voor. Aangezien Adri vd Broeke gestopt was als monteur (was een eigen
motorzaak begonnen), moest Jack op zoek naar een andere monteur. Eerst zou
dit Willeke van Wanrooy worden, de ex-monteur van Wil Hartog, maar die
bleek uiteindelijk te duur. Na lange onderhandelingen werd in januari
1981 besloten naar een andere monteur op zoek te gaan. Uiteindelijk werd het Albert Siegers, een
ex-coureur, die het tuneren aardig in zijn vingers had. Albert was
30 jaar oud, was in 1970 begonnen met racen en had net een nieuwe Suzuki
RG5 aangeschaft, die inmiddels weer te koop gezet was. Albert zijn
hoogtepunten waren titels in de 250 en 500cc klasse in 1974 bij de
nationalen. Jack stapte
weer over naar Suzuki en schafte 2 nieuwe RG6 productieracers aan.
In januari werd weer, evenals 2 jaar
eerder, een grote speedshow georganiseerd in veiling
CCWS, die weer een
groot succes zou worden. Speciale gasten waren dit keer Philippe Coulon
en Graziano Rossi. De speedshow werd uiteraard weer georganiseerd door
de fanclub van Jack. In 1978 had deze ruim 4000 bezoekers getrokken en
dit jaar werden dat er zelfs 7500. Jack gaf ook een trialshowtje
weg (zie foto's hieronder).
| Interview
januari 1981, Motorvisie |
 |
 |
 |
 |
|
|
Jack
Middelburg Show |
|
 Jack Middelburg kan
terugkijken op een meer dan geslaagd seizoen. Begonnen
als teammaat van Boet van Dulmen, waarbij hij zelf geld
moest meebrengen, om te kunnen rijden, is het hem
ondanks alles gelukt om zich internationaal flink in de
kijker te rijden. De successen die hij gedurende het
seizoen van 1980 heeft behaald hoeven we voor niemand
meer te memoreren en waren voor zijn fanclub aanleiding
om een feestelijke show te organiseren. Natuurlijk werd
Jack het middelpunt van deze happening, maar daarnaast
waren er ook nog eens de man met de lange manen uit
Italië, Graziano Rossi en uit Zwitserland Philippe
Coulon. Een reden voor Motorvisie dus om ook van de
partij te zijn en om even bij te praten met de man die
voor '81 nog meer in petto heeft.
|
|
Niet alleen Wil Hartog
heeft het patent op de razendsnelle starts. Ook Jack
Middelburg stond bekend om veelal als eerste aan de
einder te verdwijnen, maar hier moet dan wel de nadruk
gelegd worden op het woordje 'stond', want het afgelopen
seizoen was het voor hem maar ploeteren om zijn machine
aan het lopen te krijgen. Veelal was de rest van het
veld dan al de eerste bocht ingedoken voordat Jack eens
van start ging. Hij ging het seizoen dan ook
trekkebenend en eigenlijk als een gehandicapte in, maar
gelukkig schijnen die problemen nu dan eindelijk uit de
wereld te zijn. Het blijkt al wanneer we Jack op zijn
show tegenkomen, want de krukken zijn er nog wel, maar
het gips is nu in ieder geval verdwenen. We vragen hem
dan ook hoe het er nu met dat inmiddels berucht geworden
been van hem voor staat. Optimistisch antwoordt hij:
'Dokter Derweduwen heeft nu de laatste schroeven
verwijderd en er zit nu alleen nog maar één pen die
dwars door het merg van het bot heen loopt. Nadat al het
oude spul eruit gehaald was heb ik een beetje
rondgestrompeld en direct hierna verging ik al weer van
de pijn. Ik dacht dan ook dat het weer helemaal fout zat
en ben toen maar weer teruggegaan naar Derweduwen. Hij
zei echter dat dit alleen maar spierpijnen waren, omdat
ik de verzwakte spieren teveel belast had. Volgens hem
moet ik zelfs binnen zes weken weer kunnen hardlopen! Ik
kom nu onder behandeling van een fysiotherapeut en via
de KNMV ga ik ook in een trainingskamp om dat been weer
snel aan te sterken. Een voordeel bij dat hele gedoe met
dat been is dat op de plaats waar het verbrijzeld is
geweest, nu nieuw bot groeit, waardoor het op die plaats
nooit meer kan breken', verklaart Jack laconiek.
Voorafgaande aan een
Grand Prix seizoen wordt door iedere racer ter wereld de
jacht geopend op het 'snelle spul'. Slechts een kleine
'happy few' weten zich gegarandeerd van het beste
materiaal dat hun door de grote en machtige
race-afdelingen van de fabrikanten wordt geleverd. Voor
de privérijder is het ieder jaar echter weer boksen om
aan het goede materiaal en machines te komen. Het mag
onderhand wel bekend zijn dat Jack voor het seizoen '81
weer terugkeert naar zijn oude merk, Suzuki, en hij
heeft zich weten te verzekeren van de materiële steun
van de importeur van dit merk in Nederland, de Nimag.
Over dat zo uitermate belangrijke materiaal zegt Jack:
'Ik weet nog niet precies wat ik ga krijgen. Het worden
in ieder geval twee machines, waarvan ik de eerste
eigenlijk al binnen had moeten hebben. Natuurlijk worden
het geen echte fabrieksfietsen, want Wil Hartog staat
nog steeds als nummer één op de ranglijst bij Suzuki.
Het kan zijn dat het zijn oude fabrieksfietsen worden of
anders standaard RG6 productie racers, maar het worden
in ieder geval geen monoshockers.' Wanneer het snelle
spul dan niet te pakken kan worden gekregen dan dient er
natuurlijk driftig aan de machines te worden gesleuteld
om ze snel genoeg te krijgen. En daar staat Jack nog
voor een probleem, want zijn trouwe monteur Adri v/d
Broeke heeft te kennen gegeven dat hij ermee stopt ook
al omdat hij een eigen motorzaak aan het opbouwen is, zo
heb je kunnen lezen in Motorvisie nummer één van 1981.
Wie zal de man met de 'Gouden Handjes' dan op gaan
volgen? 'Dat is op dit moment nog moeilijk te zeggen',
verklaart Jack. 'Het punt is dat ik het seizoen in ga
als een pure privérijder, wat dus betekent dat ik mijn
monteur uit mijn eigen zak moet betalen. Ze stellen
nogal hoge eisen en als het geld er niet is, dan kan je
het natuurlijk ook moeilijk uitgeven. Op dit moment ben
ik in onderhandeling met 'Willeke' van Wanrooy (de
ex-monteur van Wil Hartog), maar of dit iets gaat
worden, dat is nog moeilijk te zeggen'. 'Ik zal het
komende seizoen alleen in de 500cc klasse uitkomen,
zodat ik me hier volledig op kan concentreren, de 750cc
laat ik dus vallen'. Hoe staat het verder met de
voorbereiding? 'In ieder geval een stuk beter dan vorig
jaar', zegt Jack een beetje lachend. 'Toen had ik maar
twee wedstrijden gereden voor de eerste Grand Prix van
start ging en eentje daarvan was Venhuizen. Dat was
eigenlijk veel te weinig en op dit moment staan er nu
vier gepland. In rij in ieder geval in Daytona en
daarnaast staan er ook Zandvoort en Imola op het
programma. Ik hoorde net van Philippe (Coulon) dat er in
die tijd ook een wedstrijd op Paul Ricard wordt gereden
en die pik ik dus ook mee'.
 Terugkijkend op het
vorige seizoen verklaart Jack: 'Ik moest toch een
uitschieter hebben en dat is me met de overwinning in de
TT uitstekend gelukt'. Ben je dan niet teleurgesteld dat
die eerste plaats je niet meer opgeleverd heeft in de
vorm van een fabriekscontract of zo? 'Ik had dat ook
niet verwacht. Misschien was het wel anders geweest als
ik bij Suzuki gebleven was. In ieder geval waren er dan
nu minder problemen. Maar ik ben tenslotte een jaar
weggeweest en natuurlijk kan je dan niet verwachten dat
ik gelijk op de plaats van Wil Hartog kom, ik zou het
niet eens willen. Wel is het zo dat ik vermoedt dat Wil
niet zo lang meer zal rijden. Nog één of twee jaar
(werden slechts een paar maanden) en kijk ik heb dan
nog de tijd. Ik zal me daarom misschien nog wel meer dan
het vorige seizoen in de kijker moeten rijden. Ik ga in
ieder geval proberen door de uitslagen dan als beste
privérijder te eindigen en ik mik dan op een plaats bij
de eerste vijf.' Tijdens de 'Middelburg Show' bleek er
toch een oplossing te zijn voor de problemen die Jack
heeft met zijn materiaal. Er waren namelijk genoeg
racers te vinden in de immense hal van de
bloemenveiling, waar de show gehouden werd. Helaas, de
kwaliteit liet te wensen over, zodat Jack ook hier maar
vanaf zag, maar ze waren wel, zoals het hoort bij dit
jaargetijde, in de uitverkoop! Voor die racers, die als
"koopjes" de deur uit moesten was een speciaal standje
ingericht op de totale vloeroppervlakte van meer dan
5.000 vierkante meter. Er werd onder meer een kwartliter
TZ Yamaha aangeboden voor Hfl. 7500. Verder vonden we
hier de machine waar Wil Hartog in '77 de TT mee won en
deze is nu eigendom van Willie van Wanrooy. Er stond
echter ook wat nieuws tussen, namelijk de formuleracer
voor 1981 van Pieter Blaauboer. Natuurlijk gingen we
direct spiedend rond om te zien of we nog meer nieuws
konden ontdekken, maar helaas echte noviteiten waren er
niet te vinden. Wel rariteiten, want zo mag je de
gigantische Trekker-Trek mastodonten toch wel
bestempelen. Ongelofelijke pk monsters zijn deze
overmaat tractoren en hier blijkt dat dubbelblokkers
niet alleen bij de sprinters in zwang zijn. De Foxy-Lady
is dan een zeer bekende verschijning in dit wereldje en
deze 'Hulk' onder de Trekker-Trek machines heeft de
beschikking over niet minder dan twaalf cilinders door
het aan elkaar koppelen van twee V6 blokken. Tijdens de
show vond men het nodig om even te bewijzen dat de
twaalfcilinder ook werkelijk loopt en dus werd dit
'apparaat' gestart. Toch blij dat men voor de bouw van
de bloemenveiling een gerenommeerd bedrijf in de arm
genomen heeft en dat het dak niet naar beneden kwam,
want het geluid dat de twaalf volkomen open
uitlaatpijpen produceerden was eigenlijk net zoals de
'Foxy-Lady' zelf, immens! Ook de sprinters zijn druk in
de weer met het prepareren van de machines voor het
komende seizoen. Een paar van de machines die de
vierhonderd meter in een weer snellere tijd moeten gaan
afleggen, waren er ook aanwezig, zoals de fraaie
dubbelblokkers van Ron Jansen en Rob Pels.
Het was de tweede maal
dat de fanclub van Jack Middelburg een dergelijke show
organiseerde en het vergaat de organisatie eigenlijk net
zo als de prestaties van Jack, want er is een stijgende
lijn te bespeuren. De eerste maal werden er 4.000
bezoekers geteld en nu kon op zondagmiddag de 5.000ste
bezoeker al gehuldigd worden, terwijl er bij de sluiting
niet minder dan 7.500 bezoekers waren binnen geweest.
Een aardig succes voor Jack en zijn club. |
 |
|
1981,
Jack
stapt over/terug van Yamaha naar Suzuki. Hier worden de RG6's
uitgereikt door Nimag-Suzuki aan Jack en Willem Zoet. v.l.n.r:
Jack zijn nieuwe monteur, Albert Siegers, Dhr. Bühre (Nimag),
Jack, Dhr. Van Doorn (Nimag) en Willem en Martin Zoet. |

|
Februari 1981 |
|
DE EERSTE SUZUKI
RG/6
Geen schokkende wijzigingen |
|
Vorige week beleefde een klein groepje belangstellenden
de wereldpremiere van de RG/6, het nieuwste wapen van de
Suzuki in de 500cc klasse, dat o.a. door Jack Middelburg
en Willem Zoet in de Grand Prix aan de start gebracht
zal worden. Ofschoon het hier een absolute primeur
betrof omdat, bij wijze van uitzondering, Nederland de
eerste exemplaren door de fabriek uit Hamamatsu kreeg
toegewezen, werden we niet met wereldschokkend nieuws
geconfronteerd, want de wijzigingen aan de Suzuki
productie-racer beperkten zich tot enkele details zoals
een voorvork met anti-duik systeem en andere
remschijven. |
|
Hoewel het bezoek van Nimag-topman Hans van Doorn aan de
hoofdvestiging van de fabriek
in Japan (eind vorig jaar) niet het beoogde resultaat
van een eventuele toezegging voor extra fabrieksmatenaal
aan Nederland heeft opgeleverd, kwam toch een onverwacht
succesje uit de bus rollen, want wij kunnen ons niet
herinneren dat de productieracers ooit zo vroeg in het
seizoen werden bezorgd. Van Doorn: 'Toen ik in Japan
diverse nieuwe Suzuki modellen onder ogen kreeg,
stond daar ook een RG/6.
Met een zwarte viltstift heb ik toen Nimag op de kuip
geschreven en zie hier het resultaat'.
Een aardige practical-joke,
die wel tot gevolg heeft,
dat de
Nederlandse teams enkele weken extra de tijd hebben om
zich op het lange wedstrijdseizoen voor te bereiden. De
blokken kunnen losgegooid worden, eventueel time-werk
kan beginnen, en men
kan goed beslagen ten ijs komen voor de eerste
testritten, die voor Willem Zoet half april (Paul Ricard)
en Jack Middelburg begin maart (Daytona) zullen
plaatsvinden. Eerst zullen monteurs Martien Zoet en
Albert Siegers, die
vorige week met Middelburg tot een accoord kwam,
aan de slag moeten.
Andere voorpartij
 Wat
is er nu wezenlijk veranderd aan de nieuwe machine t.o.v.
de RG/5?
'Hij is vijfduizend
gulden duurder geworden',
gekscheerde Zoet en hoewel niemand een vaste
prijs wilde noemen,
moeten we toch aannemen dat die tegen de veertigduizend
gulden zal leunen.
Nieuw is het anti-duik systeem van de voorvork,
dat vorig jaar (in een andere vorm) op de
fabrieks-Suzuki's was
toegepast.
Voor de vork bevindt zich een klein cilindertje
met daarin twee zuigers,
die de remolie
(boven) van de voorvorkolie
(onder) scheiden.
Als men in de voorrem
knijpt, wordt de duikbeweging
van de complete fiets tegengewerkt door de minder
inverende vorkpoten,
weer
veroorzaakt
door de gestagneerde
doorvloeiing van de
olie.
Het systeem is in drie
standen verstelbaar.
De tweede noviteit bestaat uit
de grotere dubbelle
schijfremmen, plus de
andere
klauwen. Dit
alles naar het
fabrieksconcept van
1980 (305
mm).
Het derde uitwendige nieuwtje is de nieuwe
blauw-wit-zwarte kleurencombinatie, maar
dan hebben we het wel
gehad. De
RG/6
is nog
steeds stereo
(Kayaba) gedempt en
de krachtbron
lijkt totaal ongewijzigd,
hoewel niet moet worden uitgesloten
dat er
andere (zwaardere)
krukaslagers
gemonteerd zijn. Dat
kan echter pas aan het
licht
komen als het blok is losgetrokken.
We
zijn
benieuwd naar het antwoord
van Yamaha,
want die
fabriek moet immers
een concurrerende
respons
leveren op het
succesvolle Suzuki
productiemateriaal,
zeker gezien
de grotendeels mislukte
poging vorig jaar.
|
| "
Jack over Jack" voorwoord
seizoen 1981 |
|
Deze
keer wil ik beginnen met iedereen oprecht te bedanken die, op
welke wijze dan ook, heeft meegewerkt aan het slagen van
Speedshow '81! Zonder te overdrijven durf ik te stellen, dat er
maar weinig sportlieden zijn, die over een fanclub beschikken
als de mijne en ik hoop het komende motorsportseizoen te
bewijzen, dat de liefde niet van één kant komt. Een speciaal
woord van dank wil ik richten tot Cees Verhagen, de grote
voorbereider en werker aan de opzet van deze show. Heus Cees, je
hebt er iets grandioos van gemaakt! De eerste wedstrijd van dit
seizoen rijd ik in Daytona en ik wens mezelf toe, dat wat je ver
haalt lekker is! Het zal tevens mijn eerste race zijn, die ik op
mijn nieuwe SUZUKI 500 rijd. En om spreekwoordelijk te blijven:
nieuwe bezems vegen schoon. Als het maar waar is, zegt men in de
Jodenkerk!! Met de organisatoren van de races op het eiland Man
ben ik in onderhandeling om ook daar aan de start te komen. In
mijn verbeelding zie ik een aantal fans al naar hun hoofd
grijpen en zich afvragen, wat me bezield om daar te gaan rijden.
Maar ik wil gewoon alles meemaken, wat de motorsport te bieden
heeft. En alhoewel het contract nog niet getekend is, houd ik mezelf voor, dat wat een ander kan, ik toch ook
moet kunnen. Dat je je hoofd erbij moet houden, en zeker daar,
staat als een paal boven water.
|
|
Wie
reden er Grand Prix in 1981, in de belangrijkste klasse, de
500cc, buiten de tientallen wildcardhouders? |
|
Naam: |
Land: |
Naam: |
Land: |
Naam: |
Land: |
| Jack
Middelburg |
Nederland |
Wil
Hartog |
Nederland |
Boet van
Dulmen |
Nederland |
| Barry
Sheene |
Engeland |
Freddie
Spencer |
Amerika |
Kenny
Roberts |
Amerika |
| Randy
Mamola |
Amerika |
Marco
Lucchinelli |
Italië |
Franco
Uncini |
Italië |
| Graziano
Rossi |
Italië |
Graeme
Crosby |
Nieuw-Zeeland |
Marc
Fontan |
Frankrijk |
| Bernard
Fau |
Frankrijk |
Guido
Paci |
Italië |
Willem
Zoet |
Nederland |
| Seppo
Rossi |
Finland |
Giovanni
Pelletier |
Italië |
Michel
Frutschi |
Zwitserland |
| Dave
Potter |
Engeland |
Dennis
Ireland |
Nieuw-Zeeland |
Stu Avant |
Nieuw-Zeeland |
| Sergio
Pellandini |
Zwitserland |
Ikujiro
Takai |
Japan |
Steve
Parrish |
Engeland |
| Christian
Sarron |
Frankrijk |
Franck
Gross |
Frankrijk |
Kimmo
Kopra |
Finland |
| Sadao
Asami |
Japan |
Keith
Huewen |
Engeland |
Chris Guy |
Engeland |
| Kork
Ballington |
Zuid-Afrika |
Dale
Singleton |
Amerika |
Hiroyuki
Kawasaki |
Japan |
| Philippe
Coulon |
Zwitserland |
Peter
Sjöström |
Zweden |
Börge
Nielsen |
Denemarken |
| Gustav
Reiner |
Duitsland |
Gregg
Hansford |
Australië |
Sadao
Asami |
Japan |
| Takazumi
Katayama |
Japan |
Christian
Estrosi |
Frankrijk |
Carlo
Perugini |
Italië |
| Patrick
Fernandez |
Frankrijk |
Jon
Ekerold |
Zuid-Afrika |
Virginio
Ferrari |
Italië |
| Graeme
Geddes |
Australië |
Josef
Hage |
Duitsland |
Walter
Migliorati |
Italië |
| John
Newbold |
Engeland |
Wolfgang
von Muralt |
Zwitserland |
John
Woodley |
Nieuw-Zeeland |
| Gianfranco
Bonera |
Italië |
Herve
Moineau |
Frankrijk |
Alain
Nies |
België |
| Henk de
Vries |
Nederland |
Roberto
Pietri |
Venezuela |
Gianni
Rolando |
Italië |
| Lennart
Bäckström |
Zweden |
Alain
Roethlisberger |
Zwitserland |
Andreas
Hofmann |
Zwitserland |
|
Wie
reden er o.a. in de Nederlandse kampioenschapwedstrijden in
1981, in de belangrijkste klasse, de 500cc internationalen? |
|
Naam: |
Woonplaats |
Naam: |
Woonplaats |
Naam: |
Woonplaats |
| Jack
Middelburg |
Honselersdijk |
Henk de
Vries |
Lelystad |
Boet van
Dulmen |
Ammerzoden |
| Peter
Looijesteijn |
Breezand |
Rinus van
Kasteren |
Sint
Oedenrode |
Martin
Rasch |
Heerhugowaard |
| Dick
Alblas |
Krimpen
a/d Lek |
Albert
Bosch |
's-Heerenbroek |
Johan
'Bobo' van Eijk |
Utrecht |
| Roel
Toornstra |
Drachten |
Peter
Lemstra |
Zaandam |
Rob Beute |
Veghel |
| Rob Punt |
Heiloo |
Maarten
Duyzers |
Almkerk |
Mar van
Beek |
Sprang-Capelle |
| Henny
Boerman |
Almelo |
Martin
Schouten |
Ridderkerk |
Peter
Smetsers |
Roosendaal |
| Richard
Glas |
Appingedam |
Jan vd
Sman |
Poeldijk |
John
Schreuder |
Den
Haag |
| Peter
Langeslag |
Leimuiden |
Andre vd
Sar |
Maassluis |
Jan
Kostwinder |
Nieuwerkerk
a/d IJssel |
| Jan-Willem
Steenhuizen |
Loppersum |
Nico
Lentjes |
Oud-Beijerland |
George
Philipsen |
Hilversum |
| Gerard
Beck |
Megen |
Hans de
Wit |
Bergen
op Zoom |
Wim ten
Klooster |
Den
Hulst |
| Fred
Peerdeman |
Spanbroek |
Harry
Heuetmekers |
Geleen |
John van
Veldhoven |
Zaandam |
| Karel
Zegers |
Opmeer |
Wim Felen |
Udenhout |
Guus
ten Tije |
Haaksbergen |
| Bernard
Verweij |
Lopik |
Aad
Visser |
Delft |
Nico
Cremers |
Tegelen |
08-03-1981
200 mijls race Amerika, Daytona
|
Deelnemers
40th Daytona 200. Alleen de snelste 80 krijgen een start. |
| 3. |
Gene Romero (USA) |
63. |
Erik Buell (USA) |
150. |
Bert
Coleman (USA) |
266. |
Malcolme
Tunstall (USA) |
| 6. |
Dave
Busby (USA) |
64. |
Fred Winters (USA) |
158. |
Bruce Maus (USA) |
304. |
Kimmo Kopra (SF) |
| 7. |
Randy Mamola (USA) |
65. |
Kurt Liebmann
(USA) |
159. |
Bernd Koegler
(USA) |
305. |
Tommy Crawford (GB) |
| 8. |
John Long (USA) |
66. |
Gary Collins (CAN) |
160. |
Mark Legarra (USA) |
306. |
Peter Walker (AUS) |
| 10. |
Billy Labrie (USA) |
69. |
Gennady Liubimsky
(USA) |
161. |
Wil Harding (USA) |
308. |
Ernst Gschwender (D) |
| 11. |
Carter Alsop (USA) |
72. |
Mike Kidd (USA) |
168. |
Gregg Smrz (USA) |
309. |
Ken Hamilton (AUS) |
| 13. |
Cory Ruppelt (USA) |
75. |
Alan Ward (USA) |
170. |
Norm Murphy (CAN) |
310. |
Wayne Gardner (AUS) |
| 15. |
Martin Morrison
(USA) |
76. |
Richard Chambers
(USA) |
177. |
Carry Andrew (USA) |
311. |
Donny Robinson (N-Ier) |
| 19. |
Freddie Spencer
(USA) |
77. |
Panagiotis
Maroulis (USA) |
190. |
John Glover (USA) |
314. |
Pieter Blaauboer |
| 20. |
William Knott
(USA) |
78. |
Bruce Lind (USA) |
191. |
Chuck Parme (USA) |
315. |
Roger Marshall (GB) |
| 22. |
Miles Baldwin (CAN) |
79. |
Henry DeGouw (USA) |
197. |
Kirk Guay (USA) |
316. |
Graeme Crosby (Nzl) |
| 24. |
Arthur Chambers
(USA) |
80. |
Ken Botham (USA) |
202. |
Scott Strachan (CAN) |
318. |
Heiner Jungemeier
(D) |
| 25. |
Nicky
Richichi (USA) |
82. |
Frank McTaggart
(USA) |
207. |
Stephen Foote
(USA) |
318. |
Martin
Wimmer (D) |
| 26. |
James
Adamo (USA) |
84. |
Dan Guglielmo
(USA) |
212. |
Francisco Fuentes
(USA) |
326. |
Marty Lunde (GB) |
| 29. |
Gill Martin (USA) |
85. |
James Woolsey
(USA) |
213. |
Michael Casey
(USA) |
327. |
Boet van Dulmen |
| 30. |
Dale Singleton
(USA) |
86. |
Hal
Coleman (USA) |
216. |
Jeffrey Umrysz
(USA) |
328. |
Conor McGinn (IER) |
| 31. |
Harry Klinzmann
(USA) |
88. |
Roberto Pietri
(USA) |
217. |
Joe Davidson (USA) |
330. |
Jacky Hughes (N-Ier) |
| 33. |
Steve
Gervais (CAN) |
90. |
Dan
Chivington (USA) |
218. |
Nicholas Gately
(USA) |
331. |
Werner Hilbk (D) |
| 34. |
Wes Cooley (USA) |
91. |
John Samways (USA) |
219. |
Wendy Epstein
(USA) |
333. |
Alex George (GB) |
| 35. |
Kevin Stafford
(USA) |
94. |
Mark Homchick
(USA) |
220. |
Jim Young (USA) |
348. |
Christian Sarron
(F) |
| 36. |
Benny
del Monico (USA) |
95. |
Gina Bovaird (USA) |
221. |
Alan
Lane (USA) |
349. |
Jack
Middelburg |
| 45. |
Kurt Lenz (USA) |
99. |
Rusty
Sharp (USA) |
222. |
Kerry
Bryant (USA) |
350. |
Bernie Summers (AUS) |
| 46. |
Davis Schlosser
(USA) |
103. |
Mike Landrum (USA) |
223. |
Rick Shaw (USA) |
351. |
Jan Kostwinder |
| 47. |
Harry Cone (USA) |
104. |
Norman Smyser
(USA) |
239. |
Donald Georger
(USA) |
352. |
Barry Smith (AUS) |
| 48. |
Richard Schlachter
(USA) |
107. |
Arthur
Kowitz (USA) |
246. |
Russell Bigley
(USA) |
359. |
Sadao Asami (J) |
| 50. |
John Bettencourt
(USA) |
114. |
Joe Patton (USA) |
249. |
Doug Brauneck
(USA) |
365. |
Graham Godward (GB) |
| 52. |
Bruce Hammer (USA) |
115. |
David Hoyle (USA) |
252. |
Dieter Guttner
(USA) |
367. |
Philippe Chaltin
(B) |
| 54. |
Dwight Lyon (USA) |
123. |
Stan Friduss (USA) |
254. |
John Nelson (USA) |
368. |
Bernard Fau (F) |
| 56. |
David Emde (USA) |
124. |
Joe Winston (USA) |
255. |
Steven Baron (USA) |
371. |
Frits v/d Veen (CAN) |
| 60. |
Steve Epstein
(USA) |
129. |
Michael Herzing
(USA) |
258. |
William Brown
(USA) |
379. |
John Mulligan (CAN) |
| 61. |
Hap
Eaton (USA) |
135. |
Edward Powell
(USA) |
261. |
Vincent
Hill (USA) |
384. |
Oldrich
Schuttermeier jr. (CAN) |
|
Ongeveer
125 deelnemers dit jaar, waarvan Jack de 7e snelste tijd
realiseerde.. |
387. |
Oldrich
Schuttermeier sr. (CAN) |
|
|
399. |
Marc Fontan (F) |
 |
|
© foto
Arthur Thill |

 |
|
Start
van de eerste groep van 30 rijders, 34. Wes Cooley (USA) heeft
kopstart voor o.a. 19. Freddie Spencer (USA), 2. Kenny Roberts
(USA), 316. Graeme Crosby (Aus), 40. Dave Aldana, 327. Boet van
Dulmen, 30. Dale Singleton (USA), 310. Wayne Gardner (Aus) voor
Christian Sarron (Fr), 26. James Adamo (USA), 31. Harry
Klinzmann (USA), 35. Kevin Stafford (USA) . Jack rechts
achteraan (349), nog voor een duwende 48. Richard Schlachter
(USA). |
|

|
 |
 |
 |
 |
 |
|
Winnaar
200 miles race, Dale Singleton en nummer twee in de race, Marc Fontan. |
|
|
Winnaar
Superbike Wes Cooley (34), 19. Freddie Spencer (3e), 21. Eddie
Lawson, 316. Graeme Crosby (2e). |
Winnaar
100 miles race 250cc, Eddie Lawson (21). |
 |
|
Winnaar
Superbike Daytona 1981, Wes Cooley en nummer twee, Graeme
Crosby. |
|

|
|
Winnaars
200 Miles Daytona 1937 - 1980. |
 |
 |
 |
|
Jack,
snelste 500cc in een veld van 750cc machines. |
Valpartij
Jack in de training |
Het bedrag dat Saromé uiteindelijk
sponsorde, viel tegen, dus financieel begon ook dit seizoen weer niet
voor de volle 100%. Bij het opmaken van de balans zag het ernaar uit dat
het seizoen financieel rond was, maar dan mocht er ook helemaal niets
verkeerd gaan. En later tijdens het seizoen zou blijken dat dit wel het
geval zou zijn. Tevens liet de tweede Suzuki nogal op zich wachten en
dat was ook niet echt plezierig om het seizoen met één "fiets"
in te gaan. Begin maart reisde Jack voor de derde keer
in zijn carrière af naar Daytona voor de 200 miles race. Er hadden zich
130 rijders ingeschreven en er mochten er 80 van start gaan. Het was een
mooie kans voor Jack om zijn nieuwe produktie-Suzuki (de RG6) uit te testen.
In de training kwam Jack voor problemen te staan. In de eerste training
kreeg hij te maken met een vastloper, door een defecte bougie. Tijdens de
tweede training was hij er ook onnodig vanaf gestapt,
doordat hij te lang op zijn toerenteller zat te kijken (op de
rechterfoto staat hij treurig tegen de strobalen). Hij was bezig om de gearing te
testen, waardoor hij te laat remde, zonder verdere gevolgen gelukkig, maar
als je maar één motor hebt kan het zo maar gebeurd zijn. Hij miste door de
vastloper in de eerste kwalificatie een plaats bij de eerste 20 en kwam
zodoende op een 21e startplaats terecht, terwijl zijn uiteindelijke tijd
wel goed genoeg was voor een plaats bij de eerste tien starters, nl. 7e
snelste. Tijdens deze eerste kwalificatie werd er nl. om de eerste 20
startplaatsen gereden. Bij de tweede kwalificatie om de resterende
zestig. Jack
zette dus tijdens de tweede kwalificatie de zevende totaaltijd neer, wat neerkwam
op de 21e startplaats. De eerste plaats die nog te vergeven was. Hierdoor
miste hij bij de start de aansluiting bij de kopgroep. Jack reed een voortreffelijke race en eindigde als
negende, als
eerste met een 500cc
machine, in de 750cc race en als tweede Europeaan (Marc Fontan werd
tweede). En die
750cc motoren waren/zijn toch echt wel wat sneller dan de
500cc motoren en om ze bij te houden moest Jack vreselijk sturen. En
aangezien het om een zeer lange wedstrijd ging, had hij geen zin om zich
gelijk helemaal leeg te rijden. Normaal deed Jack uiteraard ook mee op een
750cc "fiets", maar hij wilde zijn nieuwe Suzuki
uitproberen. De winnaar van 1980, Patrick Pons, was in 1980 tijdens de
Britse GP op Silverstone om het leven gekomen en kon dus zijn titel niet
meer verdedigen. Dale Singleton,
die er tijdens het 500cc GP seizoen normaal niet aan te pas kwam, won
voor de tweede maal de 200 mijl wedstrijd, na 1979, voor Marc Fontan en
Richard Schlachter. Hier
nog een foto van Singleton tijdens een tankstop. Later waren er wat
onduidelijkheden over Jack's eindpositie, het werd 8e en het werd weer
9e en 12e en weer 9e. De tijdwaarneming was erbarmelijk. Christian Sarron
was onderuit gegaan, waarna Jack hem passeerde en
die werd ook nog even voor Jack geklasseerd. Het was een flink rommeltje en
de wedstrijdleiding liet zien dat ze niet bij machte waren om een race, met
voor velen een tweetankstopstrategie en een duur van twee uur, goed te
kunnen volgen.
De carrière van
de winnaar van
1979 en 1981, Dale Singleton kwam plotseling tot
een eind, toen hij tijdens een privé-vliegtuigongeluk, terugkomend van een
stockcarrace, in 1985 het leven verloor. Hij werd slechts 29 jaar oud.
|
|
| Startopstelling |
| 1 |
Kenny Roberts |
2.03.998 |
| 2 |
Dale Singleton |
2.06.161 |
| 3 |
Freddie Spencer |
2.06.890 |
| 4 |
Wes Cooley |
2.07.195 |
| 5 |
Graeme Crosby |
2.07.344 |
| 6 |
Richard Schlachter |
2.07.440 |
| 7 |
Marc Fontan |
2.07.778 |
| 8 |
Boet van Dulmen |
2.08.558 |
| 9 |
Dave Aldana |
2.09.037 |
| 21 |
Jack |
2.07.467 |
| 72 |
Jan Kostwinder |
2.20.787 |
|
Zie ook
de geschiedenis van de Daytona 200
 |
|
Tankstop Jack
tijdens de Daytona 200, links Albert Siegers en rechts
Gerrit Veldscholten (monteur Boet) in zijn Yamaha-overall,
werkend aan de Suzuki van Jack. De teams van Jack & Boet
werkten samen tijdens deze Daytonarace. Links rent nog een
monteur van Van Dulmen, Sjef Fijneman. |
|
UITSLAG DAYTONA 200
1981 |
|
|
|
|
| |
Rijder |
Land |
Merk |
Aantal
ronden |
|
|
Rijder |
Land |
Merk |
Aantal
ronden |
| 1 |
Dale
Singleton |
USA |
Yamaha |
52
|
41 |
Arthur
Kowitz |
USA |
Kawasaki |
40 |
| 2 |
Marc
Fontan |
Frankrijk |
Yamaha |
52
|
42 |
Norm
Murphy |
Canada |
Suzuki |
36 |
| 3 |
Richard Schlachter |
USA |
Yamaha |
52 |
43 |
Steve
Biganski |
USA |
Yamaha |
35 |
| 4 |
Dave Aldana
|
USA |
Yamaha |
52 |
44 |
Philippe
Chaltin |
België |
Yamaha |
33 |
| 5 |
Dan
Chivington |
USA |
Honda |
52 |
45 |
Frank
McTaggart |
USA |
Yamaha |
29 |
| 6 |
Kevin
Stafford |
USA |
Yamaha |
52 |
46 |
Cory
Ruppelt |
USA |
Yamaha |
26 |
| 7 |
James
Adamo |
USA |
Yamaha |
51 |
47 |
Ernst
Gschwender |
West-Duitsland |
Yamaha |
25 |
| 8 |
Mark
Homchick |
USA |
Yamaha |
51 |
48 |
Wes
Cooley |
USA |
Suzuki |
24 |
| 9 |
Jack
Middelburg |
Nederland |
Suzuki |
51 |
49 |
Malcolme
Tunstall |
USA |
Ducati |
24 |
| 10 |
Christian
Sarron |
Frankrijk |
Yamaha |
51 |
50 |
Mick
Grant |
Engeland |
Suzuki |
23 |
| 11 |
Wayne
Gardner |
Australië |
Kawasaki |
51 |
51 |
Kimmo
Kopra |
Finland |
Yamaha |
22 |
| 12 |
Nicki
Richichi |
USA |
Yamaha |
50 |
52 |
Rich
Williamson |
USA |
Yamaha |
22 |
| 13 |
Roger
Marshall |
Engeland |
Kawasaki |
50 |
53 |
Miles
Baldwin |
Canada |
Yamaha |
21 |
| 14 |
Harry
Cone |
USA |
Yamaha |
50 |
54 |
Carry
Andrew |
USA |
Kawasaki |
21 |
| 15 |
Hap
Eaton |
USA |
Yamaha |
50 |
55 |
Alan
Ward |
USA |
Yamaha |
21 |
| 16 |
Bruce
Lind |
USA |
Yamaha |
50 |
56 |
Freddie
Spencer |
USA |
Kawasaki |
16 |
| 17 |
Hal Coleman
|
USA |
Yamaha |
50 |
57 |
Fred
Winters |
USA |
Yamaha |
14 |
| 18 |
Kurt Lentz
|
USA |
Yamaha |
50 |
58 |
William
Knott |
USA |
Yamaha |
12 |
| 19 |
Doug Brauneck
|
USA |
Yamaha |
50 |
59 |
Gary
Collins |
Canada |
Yamaha |
11 |
| 20 |
David Emde
|
USA |
Kawasaki |
49 |
60 |
John
Long |
USA |
Yamaha |
11 |
| 21 |
Marty Lunde
|
Engeland |
Kawasaki |
49 |
61 |
Boet
van Dulmen |
Nederland |
Yamaha |
8 |
| 22 |
Harry Klinzmann
|
USA |
Yamaha |
49 |
62 |
Rick
Shaw |
USA |
Yamaha |
7 |
| 23 |
Dwight Lyon
|
USA |
Yamaha |
49 |
63 |
Graeme
Crosby |
Nieuw-Zeeland |
Suzuki |
7 |
| 24 |
Edward Powell
|
USA |
Yamaha |
48 |
64 |
Steve
Epstein |
USA |
Yamaha |
7 |
| 25 |
Kurt Liebmann
|
USA |
Yamaha |
48 |
65 |
Richard
Chambers |
USA |
Yamaha |
6 |
| 26 |
Stephen Foote
|
USA |
Yamaha |
48 |
66 |
Lang
Hindle |
Canada |
Kawasaki |
6 |
| 27 |
Martin Wimmer
|
West-Duitsland
|
Yamaha |
48 |
67 |
Kerry
Bryant |
USA |
Kawasaki |
6 |
| 28 |
William Brown |
USA |
Yamaha |
47 |
68 |
Thad
Wolff |
USA |
Suzuki |
5 |
| 29 |
Joe Potton
|
USA |
Honda |
47 |
69 |
Dave
Busby |
USA |
Kawasaki |
5 |
| 30 |
Ken Botham
|
Canada |
Yamaha |
47 |
70 |
Jeffrey
Umrysz |
USA |
Yamaha |
5 |
| 31 |
Kurt Wanner
|
USA |
Yamaha |
47 |
71 |
Stephen
Baron |
USA |
Yamaha |
5 |
| 32 |
Jan Kostwinder
|
Nederland |
Yamaha |
47 |
72 |
Benny
Del Monico |
USA |
Yamaha |
3 |
| 33 |
Bruce Hammer
|
USA |
Yamaha |
47 |
73 |
Kenny
Roberts |
USA |
Yamaha |
2 |
| 34 |
Jim Young |
USA |
Yamaha |
46 |
74 |
Kirk
Guay |
USA |
Suzuki |
2 |
| 35 |
Henry DeGouw |
USA |
Yamaha |
46 |
75 |
John
Samways |
USA |
Yamaha |
1 |
| 36 |
Larry Shorts |
USA |
Honda |
46 |
76 |
David
Schlosser |
USA |
Yamaha |
1 |
| 37 |
Gina Bovaird |
USA |
Yamaha |
46 |
77 |
John
Bettencourt |
USA |
Yamaha |
1 |
| 38 |
Rueben McMurter |
Canada |
Kawasaki |
46 |
78 |
Martin
Morrison |
USA |
Yamaha |
1 |
| 39 |
Frits van der Veen |
Canada |
Yamaha |
45 |
79 |
Gil
Martin |
USA |
Yamaha |
niet
gestart |
| 40 |
Errol Tenpow |
Canada |
Yamaha |
43 |
80 |
Steve
Gervais |
Canada |
Yamaha |
niet
gestart |
Jack had zich ook bijna laten
strikken voor de levensgevaarlijke races op het Eiland Man. Deze races
zouden van 6 t/m 12 juni verreden worden en Jack zou dan aan de 250cc
race deelnemen en daar een flink startgeld voor ontvangen. Uiteindelijk
zou het vanwege de financiën en de aankoop van een 250cc (die had Jack
niet meer en dan moest het een Yamaha worden, omdat Suzuki geen 250cc
had), niet doorgaan. Later kwam er nog bij dat hij om die tijd
geblesseerd was, dus het het überhaupt geen doorgang kunnen vinden, en
dat was maar goed ook...
|
De
Haagsche Courant, vrijdag 20 maart 1981 |
| Middelburg
ondanks knappe prestatie: |
| 'Dit
wordt het moeilijkste jaar' (door
Peter van Zwienen) |
Een
rare toch, die 200 mijls race van Daytona. Waar de winnaar van
1981, Dale Singleton, het afgelopen seizoen zijn rondjes
roemloos tussen de naamlozen mocht rijden in het Grand
Prix-circus, wist hij wel voor de tweede maal de belangrijkste
motorrace in Amerika, op zijn naam te brengen. De uitslag van
Daytona is voer voor psychologen. Immers waar de vedetten, die
gaan strijden om het wereldkampioenschap in de 500cc het stuk
voor stuk lieten afweten, handhaafde de Nederlander Jack Middelburg
zich tussen het driekwartliter geweld van Yamaha. Een negende
plek was weggelegd voor de kersverse Suzuki-coureur, die zijn
machines voor het eerst kon testen. ,,De fiets rijdt goed en
stuurt goed", is de simpele verklaring van Middelburg, die
veel vertrouwen heeft in zijn nieuwe monteur Albert Siegers.
,,Het is een bloedserieuze jongen. Rookt niet, drinkt niet en
daarbij heb ik het geluk dat hij de laatste jaren ook op Suzuki
heeft gereden". Die wetenschap en het feit dat van
een winnaar van de Dutch TT alles wordt verwacht, leidt er toe
dat 'de Briet' voorzichtig is in zijn uitspraken over successen
in het komende seizoen. ,,Kijk, vorig jaar had ik voor de eerste
Grand Prix nog geen meter gereden. Nu kom ik goed voorbereid aan
de start. Ik verwacht dat vooral in de eerste paar races de
strijd hard zal zijn. iedereen roept dat hij wereldkampioen kan
worden. Ik zal proberen regelmatig punten mee te pakken voor het
WK. In principe kan ik gewoon niet met de eerste vijf meekomen,
maar ik hoop wel op een uitschieter. En dat ze veel van me
verwachten na die zege in de TT; natuurlijk legt dat een
bepaalde druk op je, maar ik zet dat van me af. Daar denk ik
niet te lang over na". Voor Middelburg zal Kenny Roberts,
de wereldkampioen, de te kloppen man zijn, maar zelf is hij
tevreden met materiaal en financiën, ook al weet hij dat "King
Kenny" niet te bestrijden is. ,,Ik heb het op deze machine
beter naar mijn zin dan vorig jaar. De Suzuki gaat harder en
stuurt beter. Bovendien heb ik dankzij Nimag en enkele
bij-sponsors, financieel weinig ellende (ook al was het beloofde
bedrag van Sarome door omstandigheden minder hoog dan Middelburg
dacht). (de directeur die de toezeggingen had gedaan was
ontslagen. Rob Punt zou ook door Sarome gesponsord worden, had
alle toezeggingen, maar kreeg zelfs helemaal niets GP). Het
is niet wild, maar ik kan er mee doen, mits er h.e.e.a. aan
prijzen- c.q. startgeld bijkomt". De Honselersdijker zal
ter voorbereiding op het GP seizoen, aan de start verschijnen in
Imola en Paul Ricard, bij twee 200 miles races. Hij wil verder
alle internationale wedstrijden, in Nederland, rijden. Wellicht
met zijn standaardfiets, maar de hoop is eigenlijk gevestigd op
de fabrieksmachines van Hartog van vorig jaar. ,,Ik hoop dat het
lukt om die voor Assen te krijgen. Dan ben ik al lang
blij". De importeur zal dat in ieder geval proberen te
regelen, maar zelfs zonder dat heeft
Jack Middelburg al een waarschuwing voor de meest succesvolle
motorcoureur in de halveliterklasse, Wil Hartog. ,,Die 'lange'
zal behoorlijk gas moeten geven dit jaar, anders ga ik er wel
langs. Aan meerdere dingen heb ik gemerkt dat ze wel een beetje
bang zijn geworden, nu ik ook op Suzuki rijd!" Toch heeft
'de Briet' geen droomstart van het seizoen gehad. Slechts één
fiets staat er op dit moment ter beschikking, zolang de tweede
toegezegde motor nog niet is gearriveerd. Daarbij ging hij
tijdens de training in Daytona nog eens onderuit. ,,En hard ook.
Het was mijn eigen schuld. Ik remde te laat. Dat kwam omdat ik
wilde testen hoe de gearing stond. Keek ik te lang op mijn
toerenteller en was het gebeurt. Ik was toen wel bang dat ik me
niet zou kwalificeren, want om dat te halen moet je minimaal zes
rondjes rijden. Dat was gelukkig niet het geval, en later zat ik
met een zevende tijd toch nog goed voorin". Forceren was er
echter niet bij. Een erg slechte start wilde hij aan het begin
van de race niet goedmaken, zoals in de Grand Prix, met een
inhaalrace. ,,Ik had er niet zo'n zin in om me in het begin
helemaal leeg te rijden. Het is zo'n lange wedstrijd. Bovendien
zit je met het probleem van die 750cc machines. Je kunt ze wel
bijhouden, maar dan moet je zo verschrikkelijk hard sturen...
,,Dat houd je niet vol". Toch keerde de Honselersdijker
zeer tevreden terug in Nederland. ,,Ook al heeft de start veel
verziekt, het is me meegevallen. Vooral omdat ik een conditie
heb als een natte krant. Ik had er echter nauwelijks last van.
Wel doe ik er hier wat aan. Ik heb drie keer in de week
fysiotherapie in het Zeehospitum en verder ga ik beginnen met
fietsen en gewichtheffen. Ik denk echter dat het met de eerste
Grand Prix nog niet optimaal zal gaan, maar er is geen peil op
te trekken. Soms heb ik last van mijn been, maar het gekke was
dat ik in Daytona zo van de motor afstapte, als kwam ik uit mijn
bed. Geen centje last". Problematischer is het komende
wegraceseizoen. ,,Dit wordt mijn moeilijkste jaar", weet
Jack. ,,De concurrentie is moordend. Uiteraard is het materiaal
veel beter geworden en er zijn meer merken die gaan deelnemen.
Hoewel je het altijd maar moet afwachten, heb ik gehoord dat
Morbidelli en Sanvenero hard gaan, maar ook de Yamaha's en
Suzuki's. Bovendien moet je rekening gaan houden met Kawasaki.
Want reken er op dat Gregg Hansford en Kork Ballington
kunstenaars zijn op de motor".
Jack Middelburg zal niet deelnemen aan de berucht TT van Man.
Aanvankelijk zou de Honselersdijker wel gaan, maar over de financiën
werd geen overeenstemming bereikt. Bovendien had Middelburg dan
met materiaalproblemen te kampen gekregen. Niet alleen omdat hij
in de 250cc zou moeten starten, maar ook omdat de GP van Joegoslavië
op de zondag voor de start van de trainingen is. De Briet: ,,Ik
gok dit jaar alles op de GP's en op Man rijden zou betekenen dat
ik in Joegoslavië slechts één fiets zou kunnen inzetten. Dat
vind ik een te groot risico. ,,Bovendien, als ik in de 250cc zou
moeten starten, heb ik een Yamaha nodig. Daar voel ik weinig
voor. Liever rijd ik op een Suzuki".
|
|
|
|
Wachten
op een gunst. Het is geen titel voor
een roman waarin de tot over zijn oren verliefd geraakte minnaar
een moord begaat. Het is ook
geen werkthema voor
een film waarin de bevallige
hoofdrolspeelster zich plotseling
afkerig toont van haar
prinsgemaal. Nee,
het wachten op een gunst is van toepassing op de laatste
TT-winnaar Jack Middelburg
die dit seizoen begerig zal uitkijken naar
fabrieksmateriaal. Als
het lukken wil tracht hij dat voorrecht
af te dwingen
voor zijn nieuwe - hopelijk even succesvolle -
jacht over de Drentse hei. Dan pas zou hij zich echt
de koning te rijk voelen. |
|
Het
gesprek gaat
over het keiharde
wereldje van
de profcoureurs
in de binnen-
en buitenlandse
motorsport.
Ieder lijkt
zijn eigen weg
te zoeken, met
of zonder
gewiekste middelen,
halve of hele
waarheden verkondigend.
Toch valt in
Nederland
de laatste
tijd op dat
het niet
altijd meer
zonder strubbelingen
gaat. Meer
momenten
van irritatie worden duidelijk
zichtbaar.
Kijk,
toen Wil Hartog
na zijn belangrijke
doorbraak in 1977 het
ambtskleed van
fabrieksrijder
kreeg omgehangen
stond Van Dulmen
als
zijn exponent
alleen te
pochen dat het
allemaal
zo'n
kunst niet was.
Met zulk precisiemateriaal
zou hij laten
zien dat hij beter
was. 'Je
kunt
er vergif
op innemen.
Neem dat van
mij aan',
blufte hij lange
tijd. Het
optrekken
van zo’n
hinderlijk
scherm hoort
bij het doorzichtige
pokerspelletje
voor Jan Publiek.
De slaaf van zijn hobby
ergerde
zich aan de
barokke
glamour
van de 'Witte
Reus'.
Ook 'De Briet',
zoals bijna heel het
Westland hem
noemt,
Jack Middelburg
paste
van de
winter
deze tactiek
toe.
Hij tartte het incasseringsvermogen
van Hartog
door met lef
aan de wereld
te laten weten
dat Suzuki
hem als
opvolger
op het oog had. Want
het
leek
niet
zeker
wat
Hartog
deed.
Althans
dat
wilden
bepaalde
geruchten.
Naar
goed
zakelijk
gebruik
zou
de Nimag
alvast
verder
kijken.
Dat
was,
in
het kort,
de
reden
waarom
Middelburg
van
Yaaha
was
afgestapt.
Oude
liefde roest
nooit. De Suzukivlag werd
in het vervolg maar weer uitgestoken.
Als animatiepoging
voor
kandidaat-sponsors
waren
deze
verhalen
goed.
Het
hinderde
Hartog
alleen,
toen Italië
vroeg
wat
er met
hem aan
de
hand
was.
Stopte
hij?
Dat
bericht
circuleerde
tamelijk
hardnekkig.
Op
een
vrije zaterdag
vloog
Hartog
daarna
snel
naar het zuiden om
dat tegen
te
spreenfabrikant,
die hem onder contract
had staan.
Middelburg,
de
kwajongen,
geniet.
Heel
onschuldig,
voorwendend
alsof
hij
van
de prins
geen kwaad
weet:
'Je mag
in
de stille
maanden
toch
wel
een beetje
psychologische
oorlog
voeren.
Dat
hoort er
toch
bij. Van Dulmen deed
jarenlang
niet
anders.
Toen
zei niemand
er iets
van.
Men
moet het
ook vanuit
mijn standpunt zien.
Ik
moet
me verkopen.
Een
leugentje
om
bestwil
is
dan
niet
zo
erg.
Dat
begrijpt
Wil
ook
wel.
Hij
is
wakker
genoeg
om
het hoe en
waarom
van
een
heleboel
dinen
te doorgronden.
Het
is
wel zo,
denk
ik,
dat
de
onderlinge
verstandhouding
tussen
ons
drieën
grimmiger
aan
het worden
is. Als er
geld
aan
te pas komt,
en
zeker
als
de
bedragen
steeds
hoger
worden,
gebeuren die dingen nu eenmaal.
De
strijd
wordt
harder.
Verontrustend
vind
ik
het
perse niet.
Je
moet
eraan
wennen
dat
het
hoort
bij het
prof-zijn
van
een coureur.
Zo simpel
ligt
die zaak.'
Het
gaat hem steeds beter af die
opstelling.
Waarschijnlijk
plukt
hij de vruchten
van
een baanbrekende
ontwikkeling,
die
is ingezet
door Hartog
en Van
Dulmen.
Zij
hebben
zich als
Nederlandse
pioniers
opgericht
- het
verkenningswerk
aan
de
internationale
top
verricht.
Middelburg
trekt
profijt
daarvan.
Hij
heeft
zich
rustig in
de
wachtkamer
kunnen
ontwikkelen
tot een
gerijpte
coureur,
een
evenwichtigheid
op de
motor.
Van
eminent
belang
daarvoor
was zijn
grandioos succes
in
de Asser
TT 1980.
Je
haalt
oude
koeien
uit
de sloot
als je
lyrisch
daarop
doorborduurt
maar
het
zou
zo'n
'lofrede'
wel
weer
waard
zijn.
Benauwd
keek
de elite
naar
de
hoek
van het
circuit,
waar het
zwerk
langzaam
donker
kleurde.
De
monteurs
grepen
het
benodigde
materiaal
voor
al dan
niet
noodzakelijke
bandenwissels,
'IJskonijn'
Middelburg
maakte
zich
echter
niet
druk.
Wijsheid
was toch
niet
te
koop.
Geluk,
dát
had
hij
nodig.
Het
vervolg
werd
een
langheugende
successtory.
Een
miskend
talent,
voor
wie
men
altijd
de neus
had opgehaald
vanwege
zijn
faam
als
brokkenpiloot,
kreeg
vleugels.
Het
tijdperk van de
waaghalzerij
werd
afgezworen.
Het
nemen
van berekende
risico's
kwam
daarvoor in
de
plaats.
Tegelijk
met
deze
omwenteling
groeide
het besef
van
eigenwaarde.
Voor wie
moest
hij
nog
bang
zijn?
Tegen
de
wereldtop
opkijken
deed
Middelburg
niet
meer.
Als
een
fabriek
kansen
gaf
zou
hij zichzelf
wel
gaan
bewijzen.
Middelburg:
'Zo
moet je
ook zien wat
er
zich
allemaal
heeft
afgespeeld.
Allang
zegt men
wacht
maar
af.
Het
materiaal
komt
vanzelf
naar
je
toe
als
je
geduld
hebt.
Dat
geloof
ik
ook wel.
Waarom
zou
men
liegen?
Maar
als
enige
schijn
ik
te
beseffen
dat
ik over
een
maand
29 jaar
word.
Dat
noem
ik niet
piep
meer, laten
we elkaar
niet
verkeerd
begrijpen.
Kijk,
dat
anderen
zeggen
Hartog
en Van Dulmen
zijn
ook
pas
na hun
dertigste
aan
fabrieksmateriaal
gekomen
is
natuurlijk
waar.
Maar
ik stel
me
op
het
standpunt
hoe
eerder
het
er nu
komt hoe
belangrijker
het
is.
Ik
denk
dat
ik
rijp voor de
top ben.
Respect
voor de concurrentie
heb
ik
niet
meer maar ik
ben
jaloers
op al
die
jongens,
die in
het
voordeel
zijn.
Zij
hebben
het
voor
elkaar.
Ik
nog
niet.
Dat
kan
ook
nog niet,
dat
snap
ik
ook wel.
Je
gaat
naar
een
ander
merk
en
geen
mens
mag
je
dan
kwalijk
nemen
dat
je moet
wachten
op
een
gunst.
Maar
ik
hoop dat de mensen
een
tikkeltje
begrip
voor
mijn
ongeduld
kunnen
opbrengen.
Van
mijn Grand Prix
collega's
waardeer
ik
nog het
meest
Roberts.
Echt
de grootste van allemaal.
Mamola
kan het ook zover
schoppen.
Hij
is koel als de
hel.
Maar
vergeet
één
ding
niet,
dat
hij
zich
eigenlijk
nu
pas
zal
moeten
bewijzen.
Als
| |