Home Jack Middelburg Guestbook GP-races Daytona Toon Kannekens Diverse

 

 

 

1981  Silverstone, The race that Jack won! Sensational! (deel 1)

 

December 1980, Jack neemt samen met Petra de oorkonde voor motorsportman van het jaar in ontvangst, van Coen Verburg van Moto '73.

© MOTOR Magazine

 

Interview december 1980, Motorsport
Interview_begin_1981.jpg (136406 bytes) Interview_begin_1981_01.jpg (196829 bytes) Interview_begin_1981_02.jpg (180133 bytes) Interview_begin_1981_03.jpg (172491 bytes)

Jack Middelburg gelooft in nieuwe seizoen!

Ja, U ziet het goed! De man die hier bij de kerstboom het glas heft om zijn vele vrienden bij de N.M.B. een gelukkig en voorspoedig 1981 toe te wensen is Jack Middelburg. Wij zochten Jack op in zijn fijn huis in Honselersdijk en als U deze pagina omslaat vertelt hij zelf hoe hij hoopt dat 1981 er voor hem uit zal zien. De man die het afgelopen jaar de "koningsklasse" van de Dutch TT won en daarmee de vaderlandse motorsport een onvergetelijk geschenk aanbood, is zichzelf gebleven. Een bescheiden en, hoe paradoxaal het ook klinkt, soms welhaast schuchter mens, gezegend met een ongelooflijk gevoel voor humor. Maar vergist U zich niet, eveneens een volwassen geworden prof die weet wat hij kan. Jack Middelburg is een "grote" geworden. De tijden dat hij de NMB-circuits met zijn Honda'tje onveilig maakte, liggen definitief achter hem. Hij heeft er de Nederlandse motorsport veel voor teruggeven! De beloning is deze winter niet uitgebleven, de lezers van Moto 73 kozen hem tot "Motors portman van het jaar". De KNMV gaf hem al haar waardering door de hoogste motorsportonderscheiding die ons land kent de "Hans de Beaufortbeker" aan Jack Middelburg uit te reiken. Onderscheidingen kunnen wij "Jumping Jack" niet aanbieden, dat hoeft ook niet. Wel vergezellen hem Uw en onze beste wensen voor een goed 1981!

Jack Middelburg kan de beheersing opbregen in de wachtkamer van de internationale racewereld plaats te nemen en zich te realiseren dat hij vier jaar jonger is dan Wil Hartog en Boet van Dulmen, zodat logisch beredeneerd zijn grote kans vanzelf nog moet komen. Er zijn maar weinig mensen in Nederland die de populairste en de succesvolste motorcoureur van het topjaar 1980 zo wensen te bekijken. Altijd heeft men veel liever in de Asser TT­winnaar het spektakelmannetje zonder vrees gezien omdat een valpartij er in zijn leven nu eenmaal bij hoorde en die reputatie werd nog eens verstevigd door zijn roepnaam "Jumping Jack". Maar de ontdekking van het afgelopen seizoen bleef het feit, dat het roekeloze eraf is. Nee, de aard van het beestje is niet veranderd, dat zou zonde en ook niet goed voor hem zijn. Tot zijn klasse als toprijder hoort juist dat hij durft. Als een roofdier circuleert hij boven de Europese circuits om elk zichtbaar wordend graantje mee te pikken, dat de moeite waard is. Nee, bedoeld wordt veel meer dat Jack Middelburg alles keurig op een rijtje heeft staan, weet wat hij wil en de koelbloedigheid kan opbrengen om zich te gedragen als een hele grote renner in wording die wellicht alle vorige Nederlandse prestaties weet te overtreffen. Ho, gaat men niet te ver, hoor ik al roepen. Misschien. Daar kan niemand een "juist" antwoord op geven. Maar de indruk, dat hij gelauwerd en gerijpt is, is wel gewekt tijdens het gesprek bij hem thuis in Honselersdijk toen hij zich even had losgemaakt van de festiviteiten in de maand december. "Ik sta er anders - gemakkelijker tegenover dan vorige seizoenen", zegt hij onverwachts. "Je ziet nergens meer tegen op. Dat is - denk ik - de verdienste van de Asser TT geweest. Voor mijzelf heb ik een doorbraak bereikt. Ik hoor erbij. Dat weet ik nu niet alleen maar ook de andere Grand Prix-rijders." Later borduurt Jack Middelburg daarop door: "Ik kan me eigenlijk geen gelukkiger mens voorstellen. Alles wat ik tot nu toe heb willen bereiken, lukt. Er zijn niet veel mensen die me dat kunnen navertellen." 

Jack tekende nieuw contract bij Sarome.

Het kan raar lopen. Een jaar geleden werd Boet van Dulmen door Yamaha I.M.N. geadopteerd, omdat hij de Grand Prix van Finland had weten te winnen en moest Jack Middelburg geld meebrengen om als kompaan van Den Boet door het leven te mogen gaan. Er was voor hem toen geen andere keus meer. Tegen zijn zin moest hij het aanbod aannemen. Men kan alles van hem zeggen, maar het bedrijf had zich geen betere hulp kunnen wensen. Een renner die ineens vleugels krijgt als de kans op succes zich voordoet, vindt men niet snel. Je moet maar het geluk hebben dat zo'n tweede talent zich meldt. Zeker in de winter als Jack Middelburg tijd kan vrijmaken voor een rustig overzicht, benadrukt hij: "De hele opzet is verschrikkelijk goed geslaagd. Weet niet wat ik nog meer had kunnen doen. Je moet ook de omstandigheden waaronder het allemaal gebeurde niet uit het oog verliezen". "Ik begon het seizoen met minder goed materiaal en door dat zere been, waarvan ik last ben blijven houden, was ik extra gehandit. Daar ben ik me steeds terdege bewust van geweest. Daarom heeft mijn rijden in het teken van een paar hoogtepunten gestaan. De TT natuurlijk, Raalte, Chimay en noem verder maar op. Het was een heel aparte belevenis waarvan ik nog steeds denk dat ik dit zelden meer zal meemaken hoewel ik er wel alles voor zal doen om het nog eens te beleven. Die tijd in Oostenrijk ook, ik vergeet het mijn hele leven waarschijnlijk niet meer. Ik reed direct na aankomst al tegen het ronderecord van Roberts aan. Het was bijna niet om te geloven, dit resultaat gaf me een berg vertrouwen dat hou je niet voor mogelijk. Het winnen van de TT was toen veel gemakkelijker dan ik verwacht had. In alle gevallen heb ik geen onnodige risico's genomen, want aan het begin van het seizoen heb ik dat in Frankrijk een keer wel gedaan omdat ik toen dacht het moet nu maar eens gebeuren en prompt ging het mis. Gelukkig kwam ik met schrik van de valpartij af". Heb je nu het gevoel een ommekeer meegemaakt te hebben? "Nee", verklaart Jack Middelburg onomwonden. "Ik ben in 1978 internationaal gaan rijden - me vooral oriënteren, een beetje - in 1979 ben ik zoveel mogelijk punten gaan verzamelen en in 1980 heb ik datzelfde nagestreefd natuurlijk, maar ik wilde ook proberen eens een grote wedstrijd te winnen".

Wil Hartog zei drie jaar geleden toen het ook niet meer stuk leek te kunnen: "Het gaat eigenlijk te goed met mij, ik word er soms bang van". Dat opmerkelijke gevoel zegt Jack Middelburg nooit gehad te hebben. Een week later in het Belgische Zolder werd de 'winning mood' moeiteloos onder controle gebracht. "Het ging goed, daar lag het niet aan, alleen de fietsen liepen voor geen kwartje. Dan kan het niet en probeer ik het ook niet". Alweer zo'n opmerking in dit interview, waaruit moet blijken, dat Jack Middelburg een ander mens is geworden. Je moet achter de ruwe bolster steeds meer een blanke pit zoeken, een vakmannetje in de racerij. Met overleg hoopt hij een ongeëvenaard succesvolle carrière te kunnen opbouwen, waarvan het kenmerk een geleidelijke vooruitgang is. Maar dat wordt moeilijker omdat het materiaal gelijk blijft, of iets verbetert maar niet genoeg en de verwachtingen toch automatisch worden opgeschroefd. Eén geluk heeft hij, een wereldsponsor, Sarome steunt hem en van de overstap van Yamaha naar Suzuki - zijn oude liefde - koestert hij ook hoopvolle berichten. Meer steun dan een ander is hem sowieso toegezegd. Alleen zal het waarschijnlijk gissen blijven tot februari wat dat inhoudt omdat de ervaring leert dat een toprenner eerder nooit zekerheid krijgt. Maar Middelburg schikt. "Blijft als sportman een verschrikkelijke uitdaging met standaardmateriaal te winnen en die drijver blijft je bezighouden." Middelburg doet deze uitspraak in het besef dat hij tijd heeft, zijn kansen komen nog. Hij is vier jaar jonger dan Wil en Boet en kan zich veroorloven nog enkele jaren in de wachtkamer plaats te nemen om de broodnodige ervaring op te doen. Dat vindt hij helemaal niet erg. "Van de internationale rijders heeft iedereen ongeveer mijn leeftijd: 28 jaar. 't Kan bij de een misschien meevallen, maar het verschil is in ieder geval klein. Voor zover ik weet vormt Randy Mamola eigenlijk de enige uitzondering. Zoiets heb je altijd, in elke sport." Het belangrijke racejaar 1981 zal dan ook dat kenmerk weer dragen. Hopelijk geen onbezonnen dingen en toch succes. De nieuwe strategie krijgt ook langzamerhand gestalte. Nu het been weer aardig begint te herstellen en in maart waarschijnlijk volledig genezen zal worden verklaard, gokt Middelburg erop dat de tijden van zijn snelle start terugkeren. Elke Grand Prix in 1979 was hij als een van de eerste rijders vertrokken en omdat hij toen nog niet zo bedreven was als nu, liet hij zich terugzakken. Vaak naar een tiende of elfde plaats en met geluk eindigde hij dan in de buurt van een zevende positie omdat iedere race wel een paar uitvallers telt, normaliter. Die strijd zou hij twee jaar later graag wat volwassener willen aanpakken. Zich niet zo snel meer gewonnen geven om daarna van achteren toch weer gas te geven. "Ik wil komend seizoen blijven meeknokken met de internationale top. Ik ben van mening dat ik dan niet hoef onder te doen als de motor maar in orde is." Het afgelopen jaar lag dat toch anders. Zijn monteur Van de Broeke moest hem sommige wedstrijden zelfs helpen starten; de kracht in het been ontbrak voor een toereikende afzet. Zijn motor sloeg vaak aan als de anderen reeds uit het zicht dreigden te verdwijnen. Geestelijk is dat niet alleen een klap in het gezicht van een sporter, die zich verloren waant, maar door de huidige ontwikkelingen in de techniek is het praktisch ook onmogelijk geworden dan nog daden te verrichten die opvallen. Tijdens de laatste Grand Prix op de Nürburgring gaf Middelburg daarvan nog een sterk staaltje weg. Niemand zag het omdat hij zich voortbewoog tussen het langgerekte peloton, maar zijn tijden waren ongeveer gelijk aan die van de koplopers. Niet ten onrechte merkt hij op: "Reken dan eens uit dat ik me tussen de achterblijvers heb moeten doorwringen, wat extra kost en ik persoonlijk hecht ook veel waarde aan het feit, dat een rijder die meevecht aan de top gemotiveerd en geïnspireerd raakt. Dat komt ook in de tijden tot uitdrukking. Nou, dan kijk je toch met een tevreden gevoel op die prestatie in West-Duitsland terug, hoewel de achtste plaats die ik veroverde niemand natuurlijk veel zegt. In mijn uppie heb ik deze voldoening wel vaker dit seizoen gehad."

In deze terugblik, die ten doel had ook de mens achter de coureur te belichten, zijn in december dingen gebeurd, die Middelburg zijn leven zullen bijblijven. De lezers van Moto '73 riepen hem uit tot de populairste rijder van Nederland en de KNMV greep de kans op het kampioenengala de Hans de Beaufortbeker aan hem uit te reiken. Als Middelburg ooit is gaan beseffen dat hij gewaardeerd wordt in Nederland dan is het tegen oudjaar geweest. Twee onverwachte titels brachten hem tot tranen van bewogenheid. Enkele dagen later zou hij opmerken: "Ik denk dat ik er rustiger voorsta dan de andere topjongens. Ik heb geen verplichtingen aan een importeur en dat lijkt me erg belangrijk na het vorige seizoen. Het moet van geen mens en daarvan kunnen de verwachtingen ook getemperd worden. Maar ik weet van mezelf wat ik kan en als ik me weer kan laten zien zoals in 1980 dan krijg ik automatisch over één of twee jaar mijn kans op een fabrieksmachine. Want zo gaat het altijd. Daarom kijk ik lekker onbezorgd naar de nieuwe wedstrijden uit. Ik ga mijn best doen voor Suzuki en Sarome en dan komt de rest vanzelf als het niet teveel tegenzit".

 

Jack Middelburg: Bloemen en cel voor snelheidsjunkie (Panorama begin '81)

Het contrast tussen de twee gebeurtenissen, die zich binnen enkele maanden voltrokken was ogenschijnlijk enorm. Eerst was er die menigte van 125.000 motorfanaten, uit alle hoeken van Nederland naar Assen geronkt, die dat schriele mannetje met dat sluike vuilblonde haar bijna hysterisch bejubelden als winnaar van de Nederlandse TT, niet veel later was er alleen maar die ene bewaker die laconiek de celdeur afsloot achter de rug van diezelfde man met dat licht slepende been. Toch hadden beide gebeurtenissen uit 't leven van Jack Middelburg één en dezelfde oorzaak: hij is een snelheidsjunkie.

Privé, op de snelweg, duwt hij de gaspedaal van zijn Mercedes regelmatig tegen de plank, zodat de naald van de snelheidsmeter nerveus tegen de 250 kilometer aantikt. "Rij ik langzamer, dan lijkt 't net of ik stilsta," verklaart Jack nonchalant. Het is een excuus waaraan de gehelmde mannen in de snelle Porsches uiteraard geen boodschap hebben. Vandaar dat Middelburg - onvrijwillig - bonnen wegens snelheidsovertredingen spaart, zoals brave huismoeders Douwe Egberts-punten. Deze zomer had hij er zoveel verzameld, dat hij als beloning twee weken mocht doorbrengen in cel D 28 van de Rotterdamse strafgevangenis. Jack onderging zijn lot van bajesklant gelaten; zijn verslaving had hem wel groter ongerief bezorgd. En dan met name in zijn meer openbare hoedanigheid van motorcoureur van internationale allure. Als jochie al viel Jack zo vaak van zijn opgevoerde bromfiets, dat zijn moeder 's- nachts niet dorst in te slapen uit angst voor nachtmerries waarin sirenes van ziekenauto's en verminkingen de vaste hoofdrollen opeisten. Geen wonder wanneer men weet dat vader Middelburg, als oorlogsvrijwilliger in Korea, een oog en een onderarm verspeelde toen hij een bunker probeerde op te blazen. Later, als een echte coureur met startlicentie, verwierf Middelburg zich de bijnaam Jumping Jack door even regelmatig als spectaculair van zijn wielen te stuiteren. Sterker nog: Jack Middelburg leek en lijkt meer op 't asfalt te liggen dan dat hij rijdt. Alles wat er maar breken wil in een mensenlichaam heeft Middelburg inderdaad gebroken, en erger. Jack is al zo vaak aan de dood ontsnapt, dat de vraag die Panorama eens openlijk stelde: Wanneer breekt Jumping Jack zijn nek? nog immer niet aan actualiteit heeft ingeboet. Integendeel. Maar blijft Jack overeind, dan gaat hij ook goed hard. Zoals die broeierige namiddag in Assen, toen duizenden mensen waanzinnig met programmaboekjes stonden te zwaaien en loeiden als een groot beest, omdat Jack bezig was, als tweede Nederlander in de geschiedenis, de TT op zijn naam te brengen in de halveliterklasse. Op dat moment stuurde Middelburg zich symbolisch uit de slipstream van Hartog en Van Dulmen, die tot dan juist een treetje hoger stonden op de populariteitsladder van het motorvolk, aangezien ze al wat langer meedraaien. "Dit is de gelukkigste dag van mijn leven," prevelde Jack later in het rennerskwartier, terwijl hij met vaste vingers een sjekkie rolde. Tenslotte is roken ook slecht voor de gezondheid.

 

wpe64.jpg (19870 bytes)

Interview van oktober 1978 waarnaar in bovenstaand verhaal gerefereerd wordt. Foto is van F750 Hockenheim van 1976, toen Jack van achteren werd aangereden, bij de start, door Mick Grant (#3).

 

Afscheid Adri v/d Broeke

Interview begin 1981, Moto'73
Interview_Adri_begin_1981_01.jpg (235406 bytes) Interview_Adri_begin_1981_02.jpg (274426 bytes)
Interview januari 1981, Motorvisie
Interview_Adri_begin_1981_03.JPG (137263 bytes) Interview_Adri_begin_1981_04.JPG (262087 bytes) Interview_Adri_begin_1981_05.JPG (185028 bytes) Interview_Adri_begin_1981_06.JPG (230160 bytes)
Interview begin 1981, toenmalig weekblad RITS

CHAMPAGNE IS NIET BELANGRIJK VOOR MONTEUR'

Adri v/d Broeke: MOTORRACEN IS SPELEN MET DE DOOD

Het motorsportseizoen is weer in volle gang. De eerste belangrijke Nederlandse wegrace wordt zondag 22 maart op het circuit van Zandvoort afgewikkeld. Alle categorieën - 50, 125, 250, 350 en 500 cc - verschijnen aan de start. 'Ik heb slechts één wens: weinig ongevallen. Ik hoop dat 1981 geen nieuw rampjaar voor de motorsport wordt.' Dat zegt Adri van de Broeke, die 'n aantal motorcoureurs op het technische vlak begeleidt. Hij laat de motoren zo hard en verantwoord mogelijk lopen'. RITS-sport sprak met topmonteur Van de Broeke over het rijklaar maken van “de fiets” en de gevaren in de sport.
Adri van de Broeke is 33 jaar oud en woont in Oostkapelle, waar hij, sinds kort, een motorzaak uitbaat. 'Ik ben', rapporteert de vriendelijke, roodharige Zeeuw, 'een nieuwe toekomst aan het opbouwen. Ik heb me vier jaar lang uitgesloofd voor Jack Middelburg, maar vond nu de tijd gekomen het eens over 'n andere boeg te gooien. Overigens: het was een fantastische periode bij Jack, ik blik er met plezier en tevredenheid op terug. Het hoogtepunt vormde natuurlijk Jacks zege in de TT te Assen. Toen-ie als eerste de finishlijn passeerde, vorig jaar, ging er een heleboel door me heen. Ik voelde dat-ie mede dankzij mij had gezegevierd. Want, eh, Jack wist en weet helemaal niks van motoren.' Over de machine praten is er niet bij. Interesseert hem geen bal. 'Als dat ding maar rijdt, zo redeneert-ie.' En lachend voegt hij er aan toe: 'Een nieuwe bougie aanbrengen lukt waarschijnlijk nog net, maar daarmee houden de technische vaardigheden van Jack op.' Het lijkt ondankbaar werk. Adri van de Broeke bestrijdt dat. 'De champagne', doceert hij rustig, 'is voor een monteur niet belangrijk.

 

 

En wat mezelf betreft: ik ben blij als machine plus coureur zonder brokken bij de streep arriveren. Luister, een monteur wordt ingehuurd om een motor zo goed mogelijk te laten lopen. De coureur dient voor overwinningen te zorgen. Ja, ik ken de racerij door en door. De reden: ik heb zelf bijna tien jaar op de fiets gekoerst. Een vedetterol was voor mij niet weggelegd. Mijn beste prestatie behaalde ik in 1972 tijdens de TT, waar ik op de negende plaats beslag legde: Verder kwam ik in de 250 en 350 cc enkele keren dicht bij de nationale titel, maar moest tenslotte telkens genoegen nemen met de tweede plaats.' 'Het is', geeft hij toe, 'een geweldig voordeel dat ik op de fiets heb gezeten. Daardoor kan ik me verplaatsen in de gevoels- en gedachtenwereld van de coureur.

Ik heb Jack dan ook verscheidene keren race-adviezen verstrekt. Ik bewonder Jack enorm. De eeuwige optimist! Iemand die het leven altijd van de zonnige kant bekijkt. Het tegengestelde van de doemdenker, dus. Ja, ik heb hem 'n paar keer van de machine af zien lazeren. Dan schrik je, zacht uitgedrukt. Op het circuit van Silverstone bijvoorbeeld, waar-ie, in 1979, op een merkwaardige manier viel. Het bleek dat een drijfstang was gebroken. Je voelt je op zo'n moment schuldig. En machteloos! Het facet GELUK is vreselijk belangrijk in de motorracerij. Een ongeluk zit in een klein hoekje. Ook ik ben in het verleden tientallen malen gevallen. In één seizoen zelfs 17 keer! Maar de blessures waren nooit van ernstige aard, gelukkig.'

 

Mooie tijden

Hij maakt een zijsprongetje en duikt even in zijn privé-geschiedenisboekje. Een boekje, waarin het begrip snelheid een centrale plaats inneemt. Neem de kart­sport. 'Ik heb', haalt hij met een ondeugend lachje op, 'verscheidene karts gebouwd. Karts waarmee ik de straten van mijn woonplaats af en toe flink onveilig maakte. Dan kwam de politie in actie. En volgde een achtervolging. Mooie tijden, zeker. Mensen die zich in de snelheidssporten bewegen, zijn verknocht aan spanning. Ze kunnen er niet buiten. Die kicks, hè. Ik bekijk het racegebeuren nu wat meer van op afstand. Ik zit niet meer in het rennerskwartier te sleutelen. Jack heeft thans Albert Siegers tot zijn beschikking. Ook een uitstekend monteur, dunkt me. Maar goed, het contact met Jack raakt niet verloren. Daar ben ik van overtuigd.' Hij vervolgt: 'Ik verstrek dus technische adviezen aan monteurs en coureurs. Toen in de krant stond dat ik Middelburg zou verlaten, stond de telefoon roodgloeiend. De ene aanvraag na de andere. Maar hoe verleidelijk ook, ik heb elk aanbod afgewimpeld. Ik wilde geen persoonlijk monteur meer zijn, maar een nieuw leven opbouwen. Bij Jack werkte ik 70 uur per week, maar momenteel ben ik ruim 80 uur in de weer. En: er is nog steeds een spanningselement. Het gaat nu om de vraag: Slaag je er in 'n aardige zaak op te bouwen? Die uitdaging past me als een handschoen. Ja, ik ben groter behuisd, beschik over een ruime werkplaats. Vroeger moest ik Jacks motor in een hok van 9 vierkante meter rijklaar maken. Als ik moest denken, als ik me over een bepaald technisch probleem wilde buigen, dan liep ik naar buiten.' 'Er zijn:, vindt de Zeeuw, 'in Nederland een heleboel goede monteurs. Maar ik moet helaas tevens vaststellen dat er monteurs rondlopen, die vreselijk slordig zijn. Begrijp je? Dat soort mensen speelt met andermans leven. Ze zijn zich niet bewust van hun verantwoordelijkheid. We belanden bij de gevaren in de motorsport. Vorig jaar kwamen acht Nederlandse motorracers om het leven: Klaas Davidson (Opmeer), Willem-Jan Nooteboom (Schiedam), Leo van der Noll (Rotterdam), Sjirk Joustra (Kreileroord), Boy Brouwer, Jos Stet (Heiloo), Andre Schilder (Alkmaar) en John Middelburg, een neef van Jack, uit Poeldijk. 

Rampjaar

Bovendien vonden drie toeschouwers de dood op de Nederlandse circuits. Het grootste drama speelde zich af op 5 mei 1980, toen bij de wegraces te Ammerzoden, het dorp van de befaamde Boet van Dulmen, twee coureurs (Van der Noll en Joustra) en twee toeschouwers het leven lieten. De wedstrijden werden - en dat was bijzonder merkwaardig - niet afgelast na de dodelijke ongevallen. The show must go on! Adri van de Broeke merkt op: Het is zonder de geringste twijfel een gevaarlijke sport, motorracen. Spelen met de dood, ja. Sommige mensen geeft dat voldoening, balanceren op het koord. Ik vind het gewoon een prachtige sport. Het samenspel tussen mens en machine boeit me enorm.' Van de Broeke's ex-baas Jack Middelburg over het gevaarlijkheidsaspect: 'Ik loop voortdurend langs het ravijn. Risico's nemen windt me op. Ik ben nooit bang op de fiets. Alleen, ik, eh, ik hoop wel dat Vrouwe Fortuna me niet in de steek laat.' En Boet van Dulmen: Bang? Nee... Anders zou ik niet meer racen, hè. Verscheidene collega's zijn om het leven gekomen. Daar sta je dan bij stil 'n paar dagen. Maar het leven gaat verder.' Waarna topmonteur Adri van de Broeke stelt: 'De dood rijdt mee in een motorrace. Dat is een keiharde realiteit. Als een bekende overlijdt, ben ik pijnlijk getroffen, natuurlijk. Niemand is van steen. Maar ik redeneer net als Boet: Je kunt en mag niet te lang bij bepaalde dingen stilstaan. Het leven is kort. Maak er wat van, zo luidt mijn devies. Er zijn mensen die hun geluk op de motor zoeken. Met de bekende risico's. Voor de nabestaanden, want daar gaat het in feite om, van de overleden toeschouwers vind ik het dubbel triest. Een toeschouwer dodelijk aangereden, dát snijdt door mijn hart, echt waar.'

 

Tot zover Adri van de Broeke, een stille, harde werker. Iemand die de wegsport kent als zijn broekzak. En iemand die tijdens het seizoen voortdurend wordt 'geconsulteerd'. In Zandvoort is hij van de partij. Maar: in een andere rol. Niet sleutelend in het rennerskwartier, maar als 'belangstellende'. Een 'belangstellende' die - vermoed ik - constant wordt aangeklampt met verzoeken voor advies. 'Ik ga', rondt hij af, 'wel 'n paar Grote Prijzen bezoeken. Maar beslist niet allemaal. Ik ben, zoals gezegd, een nieuw leven begonnen. De eerste Grand Prix heeft plaats op zondag 26 april in het Oostenrijkse Salzburg. 'Ik hoop dat Jack, 'n aardig ventje, wint', zo geeft Van de Broeke uiting aan zijn gedachten.  

 

De fabrieken brachten de volgende coureurs aan de start van de 500cc in 1981:        

  •  Yamaha-USA: Kenny Roberts (USA),
  • Yamaha-Frankrijk: Christian Sarron (Fr)
  • Yamaha-Frankrijk: Marc Fontan (Fr), 
  • Yamaha-Mitsui GB: Barry Sheene (GB), 
  • Yamaha-Switzerland: Michel Frutschi (CH),
  • Yamaha-IMN-Nederland: Boet van Dulmen (NL),
  • Yamaha-België: Bernard Fau (Fr).

(De belangrijkste privé-coureurs op een Yamaha: Dale Singleton (USA), Steve Parrish (GB), Dave Potter (GB), Patrick Fernandez (Fr), Jon Ekerold (Zaf), Sadao Asami (Jp).)

  • Suzuki-GB: Randy Mamola (USA),  
  • Suzuki-GB: Graeme Crosby (Nzl),
  • Suzuki-Italië: Marco Lucchinelli (It),
  • Suzuki-Gallina: Franco Uncini (It),
  • Suzuki-Zwitserland: Philippe Coulon (CH),
  • Suzuki-Nimag-Nederland: Wil Hartog (NL).

(De belangrijkste privé-coureurs op een Suzuki: Jack Middelburg, Keith Huewen (GB), Christian Estrosi (Fr), Gianni Rolando (It), Gianni Pelletier (It), Gustav Reiner (D).)

  • Honda-Japan: Takazumi Katayama (Jp), 
  •  
  • Kawasaki-Japan: Kork Ballington (Zaf),
  •  
  • Morbidelli-Italië: Graziano Rossi (It),
  •  
  • Cagiva-Italië: Virginio Ferrari (It),
  •  
  • Sanvenero-Italië: Carlo Perugini (It),

 

Jack, inmiddels verhuisd van Naaldwijk naar Honselersdijk (uiteraard wel in het Westland), was ondanks alle tegenslag zeker niet echt ongelukkig over 1980. Alleen de TT overwinning was daar al reden genoeg voor. Aangezien Adri vd Broeke gestopt was als monteur (was een eigen motorzaak begonnen), moest Jack op zoek naar een andere monteur. Eerst zou dit Willeke van Wanrooy worden, de ex-monteur van Wil Hartog, maar die bleek uiteindelijk te duur. Na lange onderhandelingen werd in januari 1981 besloten naar een andere monteur op zoek te gaan. Uiteindelijk werd het Albert Siegers, een ex-coureur, die het tuneren aardig in zijn vingers had. Albert was 30 jaar oud, was in 1970 begonnen met racen en had net een nieuwe Suzuki RG5 aangeschaft, die inmiddels weer te koop gezet was. Albert zijn hoogtepunten waren titels in de 250 en 500cc klasse in 1974 bij de nationalen. Jack stapte weer over naar Suzuki en schafte 2 nieuwe RG6 productieracers aan.

1981_Suzuki_RG6_voor_Jack_en_Willem_Zoet.jpg (175920 bytes)

1981_speedshow_01.jpg (124481 bytes) 1981_Philippe_Coulon_foto's_op_de_speedshow.jpg (192960 bytes)
1981_speedshow_02.jpg (109108 bytes)

 

In januari werd weer, evenals 2 jaar eerder, een grote speedshow georganiseerd in veiling CCWS, die weer een groot succes zou worden. Speciale gasten waren dit keer Philippe Coulon en Graziano Rossi. De speedshow werd uiteraard weer georganiseerd door de fanclub van Jack. In 1978 had deze ruim 4000 bezoekers getrokken en dit jaar werden dat er zelfs 7500. Jack gaf ook een trialshowtje weg (zie foto's hieronder).

    1981_speedshow_Jack_laat_zien_dat_hij_meer_kan_dan_hard_gaan.jpg (58200 bytes)     wpe36.jpg (31121 bytes) 

 

Interview januari 1981, Motorvisie
1981_Motorvisie_1_.jpg (347388 bytes) 1981_Motorvisie_2_.jpg (311200 bytes) 1981_Motorvisie_3_.jpg (315217 bytes) 1981_Motorvisie_4_.jpg (311193 bytes)

Jack Middelburg Show

1981_speedshow_Jack_annita_zus_van_Jack_en_Graziano_Rossi.jpg (26732 bytes)Speedshow met Graziano Rossi jan '81.jpg (37995 bytes)Jack Middelburg kan terugkijken op een meer dan geslaagd seizoen. Begonnen als teammaat van Boet van Dulmen, waarbij hij zelf geld moest meebrengen, om te kunnen rijden, is het hem ondanks alles gelukt om zich internationaal flink in de kijker te rijden. De successen die hij gedurende het seizoen van 1980 heeft behaald hoeven we voor niemand meer te memoreren en waren voor zijn fanclub aanleiding om een feestelijke show te organiseren. Natuurlijk werd Jack het middelpunt van deze happening, maar daarnaast waren er ook nog eens de man met de lange manen uit Italië, Graziano Rossi en uit Zwitserland Philippe Coulon. Een reden voor Motorvisie dus om ook van de partij te zijn en om even bij te praten met de man die voor '81 nog meer in petto heeft.

Niet alleen Wil Hartog heeft het patent op de razendsnelle starts. Ook Jack Middelburg stond bekend om veelal als eerste aan de einder te verdwijnen, maar hier moet dan wel de nadruk gelegd worden op het woordje 'stond', want het afgelopen seizoen was het voor hem maar ploeteren om zijn machine aan het lopen te krijgen. Veelal was de rest van het veld dan al de eerste bocht ingedoken voordat Jack eens van start ging. Hij ging het seizoen dan ook trekkebenend en eigenlijk als een gehandicapte in, maar gelukkig schijnen die problemen nu dan eindelijk uit de wereld te zijn. Het blijkt al wanneer we Jack op zijn show tegenkomen, want de krukken zijn er nog wel, maar het gips is nu in ieder geval verdwenen. We vragen hem dan ook hoe het er nu met dat inmiddels berucht geworden been van hem voor staat. Optimistisch antwoordt hij: 'Dokter Derweduwen heeft nu de laatste schroeven verwijderd en er zit nu alleen nog maar één pen die dwars door het merg van het bot heen loopt. Nadat al het oude spul eruit gehaald was heb ik een beetje rondgestrompeld en direct hierna verging ik al weer van de pijn. Ik dacht dan ook dat het weer helemaal fout zat en ben toen maar weer teruggegaan naar Derweduwen. Hij zei echter dat dit alleen maar spierpijnen waren, omdat ik de verzwakte spieren teveel belast had. Volgens hem moet ik zelfs binnen zes weken weer kunnen hardlopen! Ik kom nu onder behandeling van een fysiotherapeut en via de KNMV ga ik ook in een trainingskamp om dat been weer snel aan te sterken. Een voordeel bij dat hele gedoe met dat been is dat op de plaats waar het verbrijzeld is geweest, nu nieuw bot groeit, waardoor het op die plaats nooit meer kan breken', verklaart Jack laconiek.

1981_speedshow.jpg (118308 bytes)Voorafgaande aan een Grand Prix seizoen wordt door iedere racer ter wereld de jacht geopend op het 'snelle spul'. Slechts een kleine 'happy few' weten zich gegarandeerd van het beste materiaal dat hun door de grote en machtige race-afdelingen van de fabrikanten wordt geleverd. Voor de privérijder is het ieder jaar echter weer boksen om aan het goede materiaal en machines te komen. Het mag onderhand wel bekend zijn dat Jack voor het seizoen '81 weer terugkeert naar zijn oude merk, Suzuki, en hij heeft zich weten te verzekeren van de materiële steun van de importeur van dit merk in Nederland, de Nimag. Over dat zo uitermate belangrijke materiaal zegt Jack: 'Ik weet nog niet precies wat ik ga krijgen. Het worden in ieder geval twee machines, waarvan ik de eerste eigenlijk al binnen had moeten hebben. Natuurlijk worden het geen echte fabrieksfietsen, want Wil Hartog staat nog steeds als nummer één op de ranglijst bij Suzuki. Het kan zijn dat het zijn oude fabrieksfietsen worden of anders standaard RG6 productie racers, maar het worden in ieder geval geen monoshockers.' Wanneer het snelle spul dan niet te pakken kan worden gekregen dan dient er natuurlijk driftig aan de machines te worden gesleuteld om ze snel genoeg te krijgen. En daar staat Jack nog voor een probleem, want zijn trouwe monteur Adri v/d Broeke heeft te kennen gegeven dat hij ermee stopt ook al omdat hij een eigen motorzaak aan het opbouwen is, zo heb je kunnen lezen in Motorvisie nummer één van 1981. Wie zal de man met de 'Gouden Handjes' dan op gaan volgen? 'Dat is op dit moment nog moeilijk te zeggen', verklaart Jack. 'Het punt is dat ik het seizoen in ga als een pure privérijder, wat dus betekent dat ik mijn monteur uit mijn eigen zak moet betalen. Ze stellen nogal hoge eisen en als het geld er niet is, dan kan je het natuurlijk ook moeilijk uitgeven. Op dit moment ben ik in onderhandeling met 'Willeke' van Wanrooy (de ex-monteur van Wil Hartog), maar of dit iets gaat worden, dat is nog moeilijk te zeggen'. 'Ik zal het komende seizoen alleen in de 500cc klasse uitkomen, zodat ik me hier volledig op kan concentreren, de 750cc laat ik dus vallen'. Hoe staat het verder met de voorbereiding? 'In ieder geval een stuk beter dan vorig jaar', zegt Jack een beetje lachend. 'Toen had ik maar twee wedstrijden gereden voor de eerste Grand Prix van start ging en eentje daarvan was Venhuizen. Dat was eigenlijk veel te weinig en op dit moment staan er nu vier gepland. In rij in ieder geval in Daytona en daarnaast staan er ook Zandvoort en Imola op het programma. Ik hoorde net van Philippe (Coulon) dat er in die tijd ook een wedstrijd op Paul Ricard wordt gereden en die pik ik dus ook mee'.

1981_speedshow_.jpg (70625 bytes)Terugkijkend op het vorige seizoen verklaart Jack: 'Ik moest toch een uitschieter hebben en dat is me met de overwinning in de TT uitstekend gelukt'. Ben je dan niet teleurgesteld dat die eerste plaats je niet meer opgeleverd heeft in de vorm van een fabriekscontract of zo? 'Ik had dat ook niet verwacht. Misschien was het wel anders geweest als ik bij Suzuki gebleven was. In ieder geval waren er dan nu minder problemen. Maar ik ben tenslotte een jaar weggeweest en natuurlijk kan je dan niet verwachten dat ik gelijk op de plaats van Wil Hartog kom, ik zou het niet eens willen. Wel is het zo dat ik vermoedt dat Wil niet zo lang meer zal rijden. Nog één of twee jaar (werden slechts een paar maanden) en kijk ik heb dan nog de tijd. Ik zal me daarom misschien nog wel meer dan het vorige seizoen in de kijker moeten rijden. Ik ga in ieder geval proberen door de uitslagen dan als beste privérijder te eindigen en ik mik dan op een plaats bij de eerste vijf.' Tijdens de 'Middelburg Show' bleek er toch een oplossing te zijn voor de problemen die Jack heeft met zijn materiaal. Er waren namelijk genoeg racers te vinden in de immense hal van de bloemenveiling, waar de show gehouden werd. Helaas, de kwaliteit liet te wensen over, zodat Jack ook hier maar vanaf zag, maar ze waren wel, zoals het hoort bij dit jaargetijde, in de uitverkoop! Voor die racers, die als "koopjes" de deur uit moesten was een speciaal standje ingericht op de totale vloeroppervlakte van meer dan 5.000 vierkante meter. Er werd onder meer een kwartliter TZ Yamaha aangeboden voor Hfl. 7500. Verder vonden we hier de machine waar Wil Hartog in '77 de TT mee won en deze is nu eigendom van Willie van Wanrooy. Er stond echter ook wat nieuws tussen, namelijk de formuleracer voor 1981 van Pieter Blaauboer. Natuurlijk gingen we direct spiedend rond om te zien of we nog meer nieuws konden ontdekken, maar helaas echte noviteiten waren er niet te vinden. Wel rariteiten, want zo mag je de gigantische Trekker-Trek mastodonten toch wel bestempelen. Ongelofelijke pk monsters zijn deze overmaat tractoren en hier blijkt dat dubbelblokkers niet alleen bij de sprinters in zwang zijn. De Foxy-Lady is dan een zeer bekende verschijning in dit wereldje en deze 'Hulk' onder de Trekker-Trek machines heeft de beschikking over niet minder dan twaalf cilinders door het aan elkaar koppelen van twee V6 blokken. Tijdens de show vond men het nodig om even te bewijzen dat de twaalfcilinder ook werkelijk loopt en dus werd dit 'apparaat' gestart. Toch blij dat men voor de bouw van de bloemenveiling een gerenommeerd bedrijf in de arm genomen heeft en dat het dak niet naar beneden kwam, want het geluid dat de twaalf volkomen open uitlaatpijpen produceerden was eigenlijk net zoals de 'Foxy-Lady' zelf, immens! Ook de sprinters zijn druk in de weer met het prepareren van de machines voor het komende seizoen. Een paar van de machines die de vierhonderd meter in een weer snellere tijd moeten gaan afleggen, waren er ook aanwezig, zoals de fraaie dubbelblokkers van Ron Jansen en Rob Pels.

Het was de tweede maal dat de fanclub van Jack Middelburg een dergelijke show organiseerde en het vergaat de organisatie eigenlijk net zo als de prestaties van Jack, want er is een stijgende lijn te bespeuren. De eerste maal werden er 4.000 bezoekers geteld en nu kon op zondagmiddag de 5.000ste bezoeker al gehuldigd worden, terwijl er bij de sluiting niet minder dan 7.500 bezoekers waren binnen geweest. Een aardig succes voor Jack en zijn club.

 

                     

 

1981, Jack stapt over/terug van Yamaha naar Suzuki. Hier worden de RG6's uitgereikt door Nimag-Suzuki aan Jack en Willem Zoet. v.l.n.r: Jack zijn nieuwe monteur, Albert Siegers, Dhr. Bühre (Nimag), Jack, Dhr. Van Doorn (Nimag) en Willem en Martin Zoet.

Februari 1981

DE EERSTE SUZUKI RG/6

Geen schokkende wijzigingen

Vorige week beleefde een klein groepje belangstellenden de wereldpremiere van de RG/6, het nieuwste wapen van de Suzuki in de 500cc klasse, dat o.a. door Jack Middelburg en Willem Zoet in de Grand Prix aan de start gebracht zal worden. Ofschoon het hier een absolute primeur betrof omdat, bij wijze van uitzondering, Nederland de eerste exemplaren door de fabriek uit Hamamatsu kreeg toegewezen, werden we niet met wereldschokkend nieuws geconfronteerd, want de wijzigingen aan de Suzuki productie-racer beperkten zich tot enkele details zoals een voorvork met anti-duik systeem en andere remschijven. 

Hoewel het bezoek van Nimag-topman Hans van Doorn aan de hoofdvestiging van de fabriek in Japan (eind vorig jaar) niet het beoogde resul­taat van een eventuele toezegging voor extra fabrieksmatenaal aan Nederland heeft opgeleverd, kwam toch een onverwacht succesje uit de bus rollen, want wij kunnen ons niet herinneren dat de productieracers ooit zo vroeg in het seizoen werden bezorgd. Van Doorn: 'Toen ik in Japan diverse nieuwe Suzuki modellen onder ogen kreeg, stond daar ook een RG/6. Met een zwarte viltstift heb ik toen Nimag op de kuip geschreven en zie hier het resultaat'. Een aardige practical-joke, die wel tot gevolg heeft, dat de Nederlandse teams enkele weken extra de tijd hebben om zich op het lange wedstrijdseizoen voor te bereiden. De blokken kunnen losgegooid worden, eventueel time-werk kan beginnen, en men kan goed beslagen ten ijs komen voor de eerste testritten, die voor Willem Zoet half april (Paul Ricard) en Jack Middelburg begin maart (Daytona) zullen plaatsvinden. Eerst zullen monteurs Martien Zoet en Albert Siegers, die vorige week met Middelburg tot een accoord kwam, aan de slag moeten.

Andere voorpartij

Wat is er nu wezenlijk veranderd aan de nieuwe machine t.o.v. de RG/5? 'Hij is vijfduizend gulden duurder geworden', gekscheerde Zoet en hoewel niemand een vaste prijs wilde noemen, moeten we toch aannemen dat die tegen de veertig­duizend gulden zal leunen. Nieuw is het anti-duik systeem van de voorvork, dat vorig jaar (in een andere vorm) op de fabrieks-Suzuki's was toegepast. Voor de vork bevindt zich een klein cilindertje met daarin twee zuigers, die de remolie (boven) van de voorvorkolie (onder) scheiden. Als men in de voorrem knijpt, wordt de duikbeweging van de complete fiets tegengewerkt door de minder inverende vorkpoten, weer veroorzaakt door de gestagneerde doorvloeiing van de olie. Het systeem is in drie standen verstelbaar. De tweede noviteit bestaat uit de grotere dubbelle schijfremmen, plus de andere klauwen. Dit alles naar het fabrieksconcept van 1980 (305 mm). Het derde uitwendige nieuwtje is de nieuwe blauw-wit-zwarte kleurencombinatie, maar dan hebben we het wel gehad. De RG/6 is nog steeds stereo (Kayaba) gedempt en de krachtbron lijkt totaal ongewijzigd, hoewel niet moet worden uitgesloten dat er andere (zwaardere) krukaslagers gemonteerd zijn. Dat kan echter pas aan het licht komen als het blok is losgetrokken. We zijn benieuwd naar het antwoord van Yamaha, want die fabriek moet immers een concurrerende respons leveren op het succesvolle Suzuki productiemateriaal, zeker gezien de grotendeels mislukte poging vorig jaar.

 

" Jack over Jack"                  voorwoord seizoen 1981

Deze keer wil ik beginnen met iedereen oprecht te bedanken die, op welke wijze dan ook, heeft meegewerkt aan het slagen van Speedshow '81! Zonder te overdrijven durf ik te stellen, dat er maar weinig sportlieden zijn, die over een fanclub beschikken als de mijne en ik hoop het komende motorsportseizoen te bewijzen, dat de liefde niet van één kant komt. Een speciaal woord van dank wil ik richten tot Cees Verhagen, de grote voorbereider en werker aan de opzet van deze show. Heus Cees, je hebt er iets grandioos van gemaakt! De eerste wedstrijd van dit seizoen rijd ik in Daytona en ik wens mezelf toe, dat wat je ver haalt lekker is! Het zal tevens mijn eerste race zijn, die ik op mijn nieuwe SUZUKI 500 rijd. En om spreekwoordelijk te blijven: nieuwe bezems vegen schoon. Als het maar waar is, zegt men in de Jodenkerk!! Met de organisatoren van de races op het eiland Man ben ik in onderhandeling om ook daar aan de start te komen. In mijn verbeelding zie ik een aantal fans al naar hun hoofd grijpen en zich afvragen, wat me bezield om daar te gaan rijden. Maar ik wil gewoon alles meemaken, wat de motorsport te bieden heeft. En alhoewel het contract nog niet getekend is, houd ik mezelf voor, dat wat een ander kan, ik toch ook moet kunnen. Dat je je hoofd erbij moet houden, en zeker daar, staat als een paal boven water.

 

Wie reden er Grand Prix in 1981, in de belangrijkste klasse, de 500cc, buiten de tientallen wildcardhouders?

Naam:  Land:  Naam:  Land:  Naam:  Land: 
Jack Middelburg Nederland Wil Hartog Nederland Boet van Dulmen Nederland
Barry Sheene  Engeland Freddie Spencer Amerika Kenny Roberts Amerika
Randy Mamola Amerika Marco Lucchinelli Italië Franco Uncini Italië
Graziano Rossi Italië Graeme Crosby Nieuw-Zeeland Marc Fontan Frankrijk
Bernard Fau Frankrijk Guido Paci Italië Willem Zoet Nederland
Seppo Rossi Finland Giovanni Pelletier Italië Michel Frutschi Zwitserland
Dave Potter Engeland Dennis Ireland Nieuw-Zeeland Stu Avant Nieuw-Zeeland
Sergio Pellandini Zwitserland Ikujiro Takai Japan Steve Parrish Engeland
Christian Sarron Frankrijk Franck Gross Frankrijk Kimmo Kopra Finland
Sadao Asami Japan Keith Huewen Engeland Chris Guy Engeland
Kork Ballington Zuid-Afrika Dale Singleton Amerika Hiroyuki Kawasaki Japan
Philippe Coulon Zwitserland Peter Sjöström Zweden Börge Nielsen Denemarken
Gustav Reiner Duitsland Gregg Hansford Australië Sadao Asami Japan
Takazumi Katayama Japan Christian Estrosi Frankrijk Carlo Perugini Italië
Patrick Fernandez Frankrijk Jon Ekerold Zuid-Afrika Virginio Ferrari Italië
Graeme Geddes Australië Josef Hage Duitsland Walter Migliorati Italië
John Newbold Engeland Wolfgang von Muralt Zwitserland John Woodley Nieuw-Zeeland
Gianfranco Bonera Italië Herve Moineau Frankrijk Alain Nies België
Henk de Vries Nederland Roberto Pietri Venezuela Gianni Rolando Italië
Lennart Bäckström Zweden Alain Roethlisberger Zwitserland Andreas Hofmann Zwitserland

 

Wie reden er o.a. in de Nederlandse kampioenschapwedstrijden in 1981, in de belangrijkste klasse, de 500cc internationalen?

Naam:  Woonplaats Naam:  Woonplaats Naam:  Woonplaats
Jack Middelburg Honselersdijk Henk de Vries Lelystad Boet van Dulmen Ammerzoden
Peter Looijesteijn Breezand Rinus van Kasteren Sint Oedenrode Martin Rasch Heerhugowaard
Dick Alblas Krimpen a/d Lek Albert Bosch 's-Heerenbroek Johan 'Bobo' van Eijk Utrecht
Roel Toornstra Drachten Peter Lemstra Zaandam Rob Beute Veghel
Rob Punt Heiloo Maarten Duyzers Almkerk Mar van Beek Sprang-Capelle
Henny Boerman Almelo Martin Schouten Ridderkerk Peter Smetsers Roosendaal
Richard Glas Appingedam Jan vd Sman Poeldijk John Schreuder Den Haag
Peter Langeslag Leimuiden Andre vd Sar Maassluis Jan Kostwinder Nieuwerkerk a/d IJssel
Jan-Willem Steenhuizen Loppersum Nico Lentjes Oud-Beijerland George Philipsen Hilversum
Gerard Beck Megen Hans de Wit Bergen op Zoom Wim ten Klooster Den Hulst
Fred Peerdeman Spanbroek Harry Heuetmekers Geleen John van Veldhoven Zaandam
Karel Zegers Opmeer Wim Felen Udenhout Guus ten Tije Haaksbergen
Bernard Verweij Lopik Aad Visser Delft Nico Cremers Tegelen

 

1981_de_nieuwe_Suzuki_RG6.jpg (243705 bytes) 1981_voorbeschouwing.jpg (238617 bytes)

 

08-03-1981 200 mijls race Amerika, Daytona

 

Deelnemers 40th Daytona 200. Alleen de snelste 80 krijgen een start.

3. Gene Romero (USA) 63. Erik Buell (USA) 150. Bert Coleman (USA) 266. Malcolme Tunstall (USA)
6. Dave Busby (USA) 64. Fred Winters (USA) 158. Bruce Maus (USA) 304. Kimmo Kopra (SF)
7. Randy Mamola (USA) 65. Kurt Liebmann (USA) 159. Bernd Koegler (USA) 305. Tommy Crawford (GB)
8. John Long (USA) 66. Gary Collins (CAN) 160. Mark Legarra (USA) 306. Peter Walker (AUS)
10. Billy Labrie (USA) 69. Gennady Liubimsky (USA) 161. Wil Harding (USA) 308. Ernst Gschwender (D)
11. Carter Alsop (USA) 72. Mike Kidd (USA) 168. Gregg Smrz (USA) 309. Ken Hamilton (AUS)
13. Cory Ruppelt (USA) 75. Alan Ward (USA) 170. Norm Murphy (CAN) 310. Wayne Gardner (AUS)
15. Martin Morrison (USA) 76. Richard Chambers (USA) 177. Carry Andrew (USA) 311. Donny Robinson (N-Ier)
19. Freddie Spencer (USA) 77. Panagiotis Maroulis (USA) 190. John Glover (USA) 314. Pieter Blaauboer 
20. William Knott (USA) 78. Bruce Lind (USA) 191. Chuck Parme (USA) 315. Roger Marshall (GB)
22. Miles Baldwin (CAN) 79. Henry DeGouw (USA) 197. Kirk Guay (USA) 316. Graeme Crosby (Nzl)
24. Arthur Chambers (USA) 80. Ken Botham (USA) 202. Scott Strachan (CAN) 318. Heiner Jungemeier (D)
25. Nicky Richichi (USA) 82. Frank McTaggart (USA) 207. Stephen Foote (USA) 318. Martin Wimmer (D)
26. James Adamo (USA) 84. Dan Guglielmo (USA) 212. Francisco Fuentes (USA) 326. Marty Lunde (GB)
29. Gill Martin (USA) 85. James Woolsey (USA) 213. Michael Casey (USA) 327. Boet van Dulmen
30. Dale Singleton (USA) 86. Hal Coleman (USA) 216. Jeffrey Umrysz (USA) 328. Conor McGinn (IER)
31. Harry Klinzmann (USA) 88. Roberto Pietri (USA) 217. Joe Davidson (USA) 330. Jacky Hughes (N-Ier)
33. Steve Gervais (CAN) 90. Dan Chivington (USA) 218. Nicholas Gately (USA) 331. Werner Hilbk (D)
34. Wes Cooley (USA) 91. John Samways (USA) 219. Wendy Epstein (USA) 333. Alex George (GB)
35. Kevin Stafford (USA) 94. Mark Homchick (USA) 220. Jim Young (USA) 348. Christian Sarron (F)
36. Benny del Monico (USA) 95. Gina Bovaird (USA) 221. Alan Lane (USA) 349. Jack Middelburg
45. Kurt Lenz (USA) 99. Rusty Sharp (USA) 222. Kerry Bryant (USA) 350. Bernie Summers (AUS)
46. Davis Schlosser (USA) 103. Mike Landrum (USA) 223. Rick Shaw (USA) 351. Jan Kostwinder
47. Harry Cone (USA) 104. Norman Smyser (USA) 239. Donald Georger (USA) 352. Barry Smith (AUS)
48. Richard Schlachter (USA) 107. Arthur Kowitz (USA) 246. Russell Bigley (USA) 359. Sadao Asami (J)
50. John Bettencourt (USA) 114. Joe Patton (USA) 249. Doug Brauneck (USA) 365. Graham Godward (GB)
52. Bruce Hammer (USA) 115. David Hoyle (USA) 252. Dieter Guttner (USA) 367. Philippe Chaltin (B)
54. Dwight Lyon (USA) 123. Stan Friduss (USA) 254. John Nelson (USA) 368. Bernard Fau (F)
56. David Emde (USA) 124. Joe Winston (USA) 255. Steven Baron (USA) 371. Frits v/d Veen (CAN)
60. Steve Epstein (USA) 129. Michael Herzing (USA) 258. William Brown (USA) 379. John Mulligan (CAN)
61. Hap Eaton (USA) 135. Edward Powell (USA) 261. Vincent Hill (USA) 384. Oldrich Schuttermeier jr. (CAN)

Ongeveer 125 deelnemers dit jaar, waarvan Jack de 7e snelste tijd realiseerde..

387. Oldrich Schuttermeier sr. (CAN)
  399. Marc Fontan (F)

 

1981_Daytona_.jpg (16128 bytes)  1981_Daytona.jpg (25136 bytes)  1981_Daytona-200.jpg (56523 bytes)  1981_Daytona-200_.jpg (96798 bytes)

© foto Arthur Thill

Start van de eerste groep van 30 rijders, 34. Wes Cooley (USA) heeft kopstart voor o.a. 19. Freddie Spencer (USA), 2. Kenny Roberts (USA), 316. Graeme Crosby (Aus), 40. Dave Aldana, 327. Boet van Dulmen, 30. Dale Singleton (USA), 310. Wayne Gardner (Aus) voor Christian Sarron (Fr), 26. James Adamo (USA), 31. Harry Klinzmann (USA), 35. Kevin Stafford (USA) . Jack rechts achteraan (349), nog voor een duwende 48. Richard Schlachter (USA).

1981_DAYTONA_Dale_Singleton_en_Marc_Fontan_.jpg (54353 bytes) 1981_Daytona_01_.jpg (84612 bytes) 1981_Daytona_04_.jpg (102366 bytes) 1981_Daytona_18_.jpg (86791 bytes) 1981_Daytona_21_.jpg (55321 bytes)
Winnaar 200 miles race, Dale Singleton en nummer twee in de race, Marc Fontan. Winnaar Superbike Wes Cooley (34), 19. Freddie Spencer (3e), 21. Eddie Lawson, 316. Graeme Crosby (2e). Winnaar 100 miles race 250cc, Eddie Lawson (21).

Winnaar Superbike Daytona 1981, Wes Cooley en nummer twee, Graeme Crosby.

Winnaars 200 Miles Daytona 1937 - 1980.

 

1981_Nieuwe_Revu_06.jpg (29273 bytes)

Jack, snelste 500cc in een veld van 750cc machines.

Valpartij Jack in de training

Daytona 1981.jpg (46834 bytes)Het bedrag dat Saromé uiteindelijk sponsorde, viel tegen, dus financieel begon ook dit seizoen weer niet voor de volle 100%. Bij het opmaken van de balans zag het ernaar uit dat het seizoen financieel rond was, maar dan mocht er ook helemaal niets verkeerd gaan. En later tijdens het seizoen zou blijken dat dit wel het geval zou zijn. Tevens liet de tweede Suzuki nogal op zich wachten en dat was ook niet echt plezierig om het seizoen met één "fiets" in te gaan. Begin maart reisde Jack voor de derde keer in zijn carrière af naar Daytona voor de 200 miles race. Er hadden zich 130 rijders ingeschreven en er mochten er 80 van start gaan. Het was een mooie kans voor Jack om zijn nieuwe produktie-Suzuki (de RG6) uit te testen. In de training kwam Jack voor problemen te staan. In de eerste training kreeg hij te maken met een vastloper, door een defecte bougie. Tijdens de tweede training was hij er ook onnodig vanaf gestapt, doordat hij te lang op zijn toerenteller zat te kijken (op de rechterfoto staat hij treurig tegen de strobalen). Hij was bezig om de gearing te testen, waardoor hij te laat remde, zonder verdere gevolgen gelukkig, maar als je maar één motor hebt kan het zo maar gebeurd zijn. Hij miste door de vastloper in de eerste kwalificatie een plaats bij de eerste 20 en kwam zodoende op een 21e startplaats terecht, terwijl zijn uiteindelijke tijd wel goed genoeg was voor een plaats bij de eerste tien starters, nl. 7e snelste. Tijdens deze eerste kwalificatie werd er nl. om de eerste 20 startplaatsen gereden. Bij de tweede kwalificatie om de resterende zestig. Jack zette dus tijdens de tweede kwalificatie de zevende totaaltijd neer, wat neerkwam op de 21e startplaats. De eerste plaats die nog te vergeven was. Hierdoor miste hij bij de start de aansluiting bij de kopgroep. Jack reed een voortreffelijke race en eindigde als negende, als eerste met een 500cc machine, in de 750cc race en als tweede Europeaan (Marc Fontan werd tweede). En die 750cc motoren waren/zijn toch echt wel wat sneller dan de 500cc motoren en om ze bij te houden moest Jack vreselijk sturen. En aangezien het om een zeer lange wedstrijd ging, had hij geen zin om zich gelijk helemaal leeg te rijden. Normaal deed Jack uiteraard ook mee op een 750cc "fiets", maar hij wilde zijn nieuwe Suzuki uitproberen. De winnaar van 1980, Patrick Pons, was in 1980 tijdens de Britse GP op Silverstone om het leven gekomen en kon dus zijn titel niet meer verdedigen. Dale Singleton, die er tijdens het 500cc GP seizoen normaal niet aan te pas kwam, won voor de tweede maal de 200 mijl wedstrijd, na 1979, voor Marc Fontan en Richard Schlachter. Hier nog een foto van Singleton tijdens een tankstop. Later waren er wat onduidelijkheden over Jack's eindpositie, het werd 8e en het werd weer 9e en 12e en weer 9e. De tijdwaarneming was erbarmelijk. Christian Sarron was onderuit gegaan, waarna Jack hem passeerde en die werd ook nog even voor Jack geklasseerd. Het was een flink rommeltje en de wedstrijdleiding liet zien dat ze niet bij machte waren om een race, met voor velen een tweetankstopstrategie en een duur van twee uur, goed te kunnen volgen.

De carrière van de winnaar van 1979 en 1981, Dale Singleton kwam plotseling tot een eind, toen hij tijdens een privé-vliegtuigongeluk, terugkomend van een stockcarrace, in 1985 het leven verloor. Hij werd slechts 29 jaar oud.

Startopstelling
1 Kenny Roberts 2.03.998
2 Dale Singleton 2.06.161
3 Freddie Spencer 2.06.890
4 Wes Cooley 2.07.195
5 Graeme Crosby 2.07.344
6 Richard Schlachter 2.07.440
7 Marc Fontan 2.07.778
8 Boet van Dulmen 2.08.558
9 Dave Aldana 2.09.037
21 Jack 2.07.467
72 Jan Kostwinder 2.20.787

Zie ook de geschiedenis van de Daytona 200 

Tankstop Jack tijdens de Daytona 200, links Albert Siegers en rechts Gerrit Veldscholten (monteur Boet) in zijn Yamaha-overall, werkend aan de Suzuki van Jack. De teams van Jack & Boet werkten samen tijdens deze Daytonarace. Links rent nog een monteur van Van Dulmen, Sjef Fijneman.

 

UITSLAG DAYTONA 200 1981

 

  Rijder Land Merk Aantal ronden   Rijder Land Merk Aantal ronden
1 Dale Singleton USA Yamaha 52 41 Arthur Kowitz  USA Kawasaki 40
2 Marc Fontan Frankrijk Yamaha 52 42 Norm Murphy Canada Suzuki 36
3 Richard Schlachter USA Yamaha 52 43 Steve Biganski USA Yamaha 35
4 Dave Aldana USA Yamaha 52 44 Philippe Chaltin België Yamaha 33
5 Dan Chivington USA Honda 52 45 Frank McTaggart USA Yamaha 29
6 Kevin Stafford USA Yamaha 52 46 Cory Ruppelt USA Yamaha 26
7 James Adamo USA Yamaha 51 47 Ernst Gschwender West-Duitsland Yamaha 25
8 Mark Homchick USA Yamaha 51 48 Wes Cooley USA Suzuki 24
9 Jack Middelburg Nederland Suzuki 51 49 Malcolme Tunstall USA Ducati 24
10 Christian Sarron Frankrijk Yamaha 51 50 Mick Grant Engeland Suzuki 23
11 Wayne Gardner Australië Kawasaki 51 51 Kimmo Kopra Finland Yamaha 22
12 Nicki Richichi USA Yamaha 50 52 Rich Williamson USA Yamaha 22
13 Roger Marshall Engeland Kawasaki 50 53 Miles Baldwin Canada Yamaha 21
14 Harry Cone USA Yamaha 50 54 Carry Andrew USA Kawasaki 21
15 Hap Eaton USA Yamaha 50 55 Alan Ward USA Yamaha 21
16 Bruce Lind USA Yamaha 50 56 Freddie Spencer USA Kawasaki 16
17 Hal Coleman USA Yamaha 50 57 Fred Winters USA Yamaha 14
18 Kurt Lentz USA Yamaha 50 58 William Knott USA Yamaha 12
19 Doug Brauneck USA Yamaha 50 59 Gary Collins Canada Yamaha 11
20 David Emde USA Kawasaki 49 60 John Long USA Yamaha 11
21 Marty Lunde Engeland Kawasaki 49 61 Boet van Dulmen Nederland Yamaha 8
22 Harry Klinzmann USA Yamaha 49 62 Rick Shaw USA Yamaha 7
23 Dwight Lyon USA Yamaha 49 63 Graeme Crosby Nieuw-Zeeland Suzuki 7
24 Edward Powell USA Yamaha 48 64 Steve Epstein USA Yamaha 7
25 Kurt Liebmann USA Yamaha 48 65 Richard Chambers USA Yamaha 6
26 Stephen Foote USA Yamaha 48 66 Lang Hindle Canada Kawasaki 6
27 Martin Wimmer West-Duitsland Yamaha 48 67 Kerry Bryant USA Kawasaki 6
28 William Brown USA Yamaha 47 68 Thad Wolff USA Suzuki 5
29 Joe Potton USA Honda 47 69 Dave Busby USA Kawasaki 5
30 Ken Botham Canada Yamaha 47 70 Jeffrey Umrysz USA Yamaha 5
31 Kurt Wanner USA Yamaha 47 71 Stephen Baron USA Yamaha 5
32 Jan Kostwinder Nederland Yamaha 47 72 Benny Del Monico USA Yamaha 3
33 Bruce Hammer USA Yamaha 47 73 Kenny Roberts USA Yamaha 2
34 Jim Young USA Yamaha 46 74 Kirk Guay USA Suzuki 2
35 Henry DeGouw USA Yamaha 46 75 John Samways USA Yamaha 1
36 Larry Shorts USA Honda 46 76 David Schlosser USA Yamaha 1
37 Gina Bovaird USA Yamaha 46 77 John Bettencourt USA Yamaha 1
38 Rueben McMurter Canada Kawasaki 46 78 Martin Morrison USA Yamaha 1
39 Frits van der Veen Canada Yamaha 45 79 Gil Martin USA Yamaha niet gestart
40 Errol Tenpow Canada Yamaha 43 80 Steve Gervais Canada Yamaha niet gestart

 

Jack had zich ook bijna laten strikken voor de levensgevaarlijke races op het Eiland Man. Deze races zouden van 6 t/m 12 juni verreden worden en Jack zou dan aan de 250cc race deelnemen en daar een flink startgeld voor ontvangen. Uiteindelijk zou het vanwege de financiën en de aankoop van een 250cc (die had Jack niet meer en dan moest het een Yamaha worden, omdat Suzuki geen 250cc had), niet doorgaan. Later kwam er nog bij dat hij om die tijd geblesseerd was, dus het het überhaupt geen doorgang kunnen vinden, en dat was maar goed ook...

 

De Haagsche Courant, vrijdag 20 maart 1981

Middelburg ondanks knappe prestatie:
'Dit wordt het moeilijkste jaar' (door Peter van Zwienen)
Een rare toch, die 200 mijls race van Daytona. Waar de winnaar van 1981, Dale Singleton, het afgelopen seizoen zijn rondjes roemloos tussen de naamlozen mocht rijden in het Grand Prix-circus, wist hij wel voor de tweede maal de belangrijkste motorrace in Amerika, op zijn naam te brengen. De uitslag van Daytona is voer voor psychologen. Immers waar de vedetten, die gaan strijden om het wereldkampioenschap in de 500cc het stuk voor stuk lieten afweten, handhaafde de Nederlander Jack Middelburg zich tussen het driekwartliter geweld van Yamaha. Een negende plek was weggelegd voor de kersverse Suzuki-coureur, die zijn machines voor het eerst kon testen. ,,De fiets rijdt goed en stuurt goed", is de simpele verklaring van Middelburg, die veel vertrouwen heeft in zijn nieuwe monteur Albert Siegers. ,,Het is een bloedserieuze jongen. Rookt niet, drinkt niet en daarbij heb ik het geluk dat hij de laatste jaren ook op Suzuki heeft  gereden". Die wetenschap en het feit dat van een winnaar van de Dutch TT alles wordt verwacht, leidt er toe dat 'de Briet' voorzichtig is in zijn uitspraken over successen in het komende seizoen. ,,Kijk, vorig jaar had ik voor de eerste Grand Prix nog geen meter gereden. Nu kom ik goed voorbereid aan de start. Ik verwacht dat vooral in de eerste paar races de strijd hard zal zijn. iedereen roept dat hij wereldkampioen kan worden. Ik zal proberen regelmatig punten mee te pakken voor het WK. In principe kan ik gewoon niet met de eerste vijf meekomen, maar ik hoop wel op een uitschieter. En dat ze veel van me verwachten na die zege in de TT; natuurlijk legt dat een bepaalde druk op je, maar ik zet dat van me af. Daar denk ik niet te lang over na". Voor Middelburg zal Kenny Roberts, de wereldkampioen, de te kloppen man zijn, maar zelf is hij tevreden met materiaal en financiën, ook al weet hij dat "King Kenny" niet te bestrijden is. ,,Ik heb het op deze machine beter naar mijn zin dan vorig jaar. De Suzuki gaat harder en stuurt beter. Bovendien heb ik dankzij Nimag en enkele bij-sponsors, financieel weinig ellende (ook al was het beloofde bedrag van Sarome door omstandigheden minder hoog dan Middelburg dacht). (de directeur die de toezeggingen had gedaan was ontslagen. Rob Punt zou ook door Sarome gesponsord worden, had alle toezeggingen, maar kreeg zelfs helemaal niets GP). Het is niet wild, maar ik kan er mee doen, mits er h.e.e.a. aan prijzen- c.q. startgeld bijkomt". De Honselersdijker zal ter voorbereiding op het GP seizoen, aan de start verschijnen in Imola en Paul Ricard, bij twee 200 miles races. Hij wil verder alle internationale wedstrijden, in Nederland, rijden. Wellicht met zijn standaardfiets, maar de hoop is eigenlijk gevestigd op de fabrieksmachines van Hartog van vorig jaar. ,,Ik hoop dat het lukt om die voor Assen te krijgen. Dan ben ik al lang blij". De importeur zal dat in ieder geval proberen te regelen, maar zelfs zonder dat heeft Jack Middelburg al een waarschuwing voor de meest succesvolle motorcoureur in de halveliterklasse, Wil Hartog. ,,Die 'lange' zal behoorlijk gas moeten geven dit jaar, anders ga ik er wel langs. Aan meerdere dingen heb ik gemerkt dat ze wel een beetje bang zijn geworden, nu ik ook op Suzuki rijd!" Toch heeft 'de Briet' geen droomstart van het seizoen gehad. Slechts één fiets staat er op dit moment ter beschikking, zolang de tweede toegezegde motor nog niet is gearriveerd. Daarbij ging hij tijdens de training in Daytona nog eens onderuit. ,,En hard ook. Het was mijn eigen schuld. Ik remde te laat. Dat kwam omdat ik wilde testen hoe de gearing stond. Keek ik te lang op mijn toerenteller en was het gebeurt. Ik was toen wel bang dat ik me niet zou kwalificeren, want om dat te halen moet je minimaal zes rondjes rijden. Dat was gelukkig niet het geval, en later zat ik met een zevende tijd toch nog goed voorin". Forceren was er echter niet bij. Een erg slechte start wilde hij aan het begin van de race niet goedmaken, zoals in de Grand Prix, met een inhaalrace. ,,Ik had er niet zo'n zin in om me in het begin helemaal leeg te rijden. Het is zo'n lange wedstrijd. Bovendien zit je met het probleem van die 750cc machines. Je kunt ze wel bijhouden, maar dan moet je zo verschrikkelijk hard sturen... ,,Dat houd je niet vol". Toch keerde de Honselersdijker zeer tevreden terug in Nederland. ,,Ook al heeft de start veel verziekt, het is me meegevallen. Vooral omdat ik een conditie heb als een natte krant. Ik had er echter nauwelijks last van. Wel doe ik er hier wat aan. Ik heb drie keer in de week fysiotherapie in het Zeehospitum en verder ga ik beginnen met fietsen en gewichtheffen. Ik denk echter dat het met de eerste Grand Prix nog niet optimaal zal gaan, maar er is geen peil op te trekken. Soms heb ik last van mijn been, maar het gekke was dat ik in Daytona zo van de motor afstapte, als kwam ik uit mijn bed. Geen centje last". Problematischer is het komende wegraceseizoen. ,,Dit wordt mijn moeilijkste jaar", weet Jack. ,,De concurrentie is moordend. Uiteraard is het materiaal veel beter geworden en er zijn meer merken die gaan deelnemen. Hoewel je het altijd maar moet afwachten, heb ik gehoord dat Morbidelli en Sanvenero hard gaan, maar ook de Yamaha's en Suzuki's. Bovendien moet je rekening gaan houden met Kawasaki. Want reken er op dat Gregg Hansford en Kork Ballington kunstenaars zijn op de motor".

Jack Middelburg zal niet deelnemen aan de berucht TT van Man. Aanvankelijk zou de Honselersdijker wel gaan, maar over de financiën werd geen overeenstemming bereikt. Bovendien had Middelburg dan met materiaalproblemen te kampen gekregen. Niet alleen omdat hij in de 250cc zou moeten starten, maar ook omdat de GP van Joegoslavië op de zondag voor de start van de trainingen is. De Briet: ,,Ik gok dit jaar alles op de GP's en op Man rijden zou betekenen dat ik in Joegoslavië slechts één fiets zou kunnen inzetten. Dat vind ik een te groot risico. ,,Bovendien, als ik in de 250cc zou moeten starten, heb ik een Yamaha nodig. Daar voel ik weinig voor. Liever rijd ik op een Suzuki". 

 

1981_show_Staphorst.jpg (96847 bytes)

 

Interview maart 1981, Motovisie         1981.jpg (20241 bytes)

Interview_maart_1981.jpg (179316 bytes) Interview_maart_1981_01.jpg (254569 bytes) Interview_maart_1981_02.jpg (189258 bytes) Interview_maart_1981_03.jpg (243530 bytes)

Wachten op een gunst. Het is geen titel voor een roman waarin de tot over zijn oren verliefd geraakte minnaar een moord begaat. Het is ook geen werkthema voor een film waarin de bevallige hoofdrolspeelster zich plotseling afkerig toont van haar prinsgemaal. Nee, het wachten op een gunst is van toepassing op de laatste TT-winnaar Jack Middelburg die dit seizoen begerig zal uitkijken naar fabrieksmateriaal. Als het lukken wil tracht hij dat voorrecht af te dwingen voor zijn nieuwe - hopelijk even succesvolle - jacht over de Drentse hei. Dan pas zou hij zich echt de koning te rijk voelen.

Het gesprek gaat over het keiharde wereldje van de profcoureurs in de binnen- en buitenlandse motorsport. Ieder lijkt zijn eigen weg te zoeken, met of zonder gewiekste middelen, halve of hele waarheden verkondigend. Toch valt in Nederland de laatste tijd op dat het niet altijd meer zonder strubbelingen gaat. Meer momenten van irritatie worden duidelijk zichtbaar. Kijk, toen Wil Hartog na zijn belangrijke doorbraak in 1977 het ambtskleed van fabrieksrijder kreeg omgehangen stond Van Dulmen als zijn exponent alleen te pochen dat het allemaal zo'n kunst niet was. Met zulk precisiemateriaal zou hij laten zien dat hij beter was. 'Je kunt er vergif op innemen. Neem dat van mij aan', blufte hij lange tijd. Het optrekken van zo’n hinderlijk scherm hoort bij het doorzichtige pokerspelletje voor Jan Publiek. De slaaf van zijn hobby ergerde zich aan de barokke glamour van de 'Witte Reus'. Ook 'De Briet', zoals bijna heel het Westland hem noemt, Jack Middelburg paste van de winter deze tactiek toe. Hij tartte het incasseringsvermogen van Hartog door met lef aan de wereld te laten weten dat Suzuki hem als opvolger op het oog had. Want het leek niet zeker wat Hartog deed. Althans dat wilden bepaalde geruchten. Naar goed zakelijk gebruik zou de Nimag alvast verder kijken. Dat was, in het kort, de reden waarom Middelburg van Yaaha was afgestapt. Oude liefde roest nooit. De Suzuki­vlag werd in het vervolg maar weer uitgestoken. Als animatiepoging voor kandidaat-sponsors waren deze verhalen goed. Het hinderde Hartog alleen, toen Italië vroeg wat er met hem aan de hand was. Stopte hij? Dat bericht circuleerde tamelijk hardnekkig. Op een vrije zaterdag vloog Hartog daarna snel naar het zuiden om dat tegen te spreenfabrikant, die hem onder contract had staan. Middelburg, de kwajongen, geniet. Heel onschuldig, voorwendend alsof hij van de prins geen kwaad weet: 'Je mag in de stille maanden toch wel een beetje psychologische oorlog voeren. Dat hoort er toch bij. Van Dulmen deed jarenlang niet anders. Toen zei niemand er iets van. Men moet het ook vanuit mijn standpunt zien. Ik moet me verkopen. Een leugentje om bestwil is dan niet zo erg. Dat begrijpt Wil ook wel. Hij is wakker genoeg om het hoe en waarom van een heleboel dinen te doorgronden. Het is wel zo, denk ik, dat de onderlinge verstandhouding tussen ons drieën grimmiger aan het worden is. Als er geld aan te pas komt, en zeker als de bedragen steeds hoger worden, gebeuren die dingen nu eenmaal. De strijd wordt harder. Verontrustend vind ik het perse niet. Je moet eraan wennen dat het hoort bij het prof-zijn van een coureur. Zo simpel ligt die zaak.'

Het gaat hem steeds beter af  die opstelling. Waarschijnlijk plukt hij de vruchten van een baanbrekende ontwikkeling, die is ingezet door Hartog en Van Dulmen. Zij hebben zich als Nederlandse pioniers opgericht - het verkenningswerk aan de internationale top verricht. Middelburg trekt profijt daarvan. Hij heeft zich rustig in de wachtkamer kunnen ontwikkelen tot een gerijpte coureur, een evenwichtigheid op de motor. Van eminent belang daarvoor was zijn grandioos succes in de Asser TT 1980. Je haalt oude koeien uit de sloot als je lyrisch daarop doorborduurt maar het zou zo'n 'lofrede' wel weer waard zijn. Benauwd keek de elite naar de hoek van het circuit, waar het zwerk langzaam donker kleurde. De monteurs grepen het benodigde materiaal voor al dan niet noodzakelijke bandenwissels, 'IJskonijn' Middelburg maakte zich echter niet druk. Wijsheid was toch niet te koop. Geluk, dát had hij nodig. Het vervolg werd een langheugende successtory. Een miskend talent, voor wie men altijd de neus had opgehaald vanwege zijn faam als brokkenpiloot, kreeg vleugels. Het tijdperk van de waaghalzerij werd afgezworen. Het nemen van berekende risico's kwam daarvoor in de plaats. Tegelijk met deze omwenteling groeide het besef van eigenwaarde. Voor wie moest hij nog bang zijn? Tegen de wereldtop opkijken deed Middelburg niet meer. Als een fabriek kansen gaf zou hij zichzelf wel gaan bewijzen. Middelburg: 'Zo moet je ook zien wat er zich allemaal heeft afgespeeld. Allang zegt men wacht maar af. Het materiaal komt vanzelf naar je toe als je geduld hebt. Dat geloof ik ook wel. Waarom zou men liegen? Maar als enige schijn ik te beseffen dat ik over een maand 29 jaar word. Dat noem ik niet piep meer, laten we elkaar niet verkeerd begrijpen. Kijk, dat anderen zeggen Hartog en Van Dulmen zijn ook pas na hun dertigste aan fabrieksmateriaal gekomen is natuurlijk waar. Maar ik stel me op het standpunt hoe eerder het er nu komt hoe belangrijker het is. Ik denk dat ik rijp voor de top ben. Respect voor de concurrentie heb ik niet meer maar ik ben jaloers op al die jongens, die in het voordeel zijn. Zij hebben het voor elkaar. Ik nog niet. Dat kan ook nog niet, dat snap ik ook wel. Je gaat naar een ander merk en geen mens mag je dan kwalijk nemen dat je moet wachten op een gunst. Maar ik hoop dat de mensen een tikkeltje begrip voor mijn ongeduld kunnen opbrengen. Van mijn Grand Prix collega's waardeer ik nog het meest Roberts. Echt de grootste van allemaal. Mamola kan het ook zover schoppen. Hij is koel als de hel. Maar vergeet één ding niet, dat hij zich eigenlijk nu pas zal moeten bewijzen. Als